Jemen 1996: chronologische volgorde

Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 17 maart 1996

    Ṣa­naᶜā’: oude stad. Een groot huis, versierd met stuc-werk.

    In Sana’a, de ou­de stad, staat op de ach­­ter­­grond, niet ver van het al-Gas­­mī-ho­­tel een prach­­tig en e­norm groot huis. In de ro­­zet­­ten op het huis staat soms Al­­­lah, een en­­­ke­­­le keer Al­­­la­­hu Ak­­­bar (Al­­­lah is gro­­­ter). Op het dak staat de zo­­­ge­­­noem­­­de dish, voor de ont­­­vangst van sa­­­tel­­­liet-Tv.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Dagboek 1996.

    (Dag 8814) Mijn col­le­ga Ni­co en ik ver­­­­trek­­­­ken van­­­­daag naar Sa­­­na­­­’a, de hoofd­­­­stad van de Re­­­­pu­­­­bliek Je­­­­men. We gaan uit­­­­ein­­­­de­­­­lijk, over an­­­­der­­­­hal­­­­ve week, in de pro­­­­vin­­­­cie Ha­­­dra­­­maut, waar we in het stadje Ta­­­riem een bi­­­­blio­­­­theek voor hand­­­­schrif­­­­ten zul­­­len gaan on­­­­der­­­­steu­­­­nen.

    MenuIndexEinde.

    Zondag, 17 maart 1996.
    Op 07.00 uur. De wek­ker wek­te me. Nor­­­­maal kan ik voor een trip niet sla­­­­pen, nu sliep ik als een blok, maar ik ging pas te­­­gen drie­­­­ën op bed. Ik had geen zin om in bed te lig­­­­gen.
    Snel eten, op­rui­men. Pa en Ma en AS. bel­­­­len. (BW bel­­­­de ik gis­­­­te­­­­ren al.)
    Tegen 8.30 uur komt Jan Just Wit­­­­kam en die brengt me naar Schip­­­­hol. Even na on­­­­ze aan­­­­komst komt Ni­­­­co met zijn vrien­­­­din I. Jan Just over­­­­han­­­­digt ons het be­­­­drag dat we mee­­­­krij­­­­gen, con­­­­tant, 18.000 USD (dol­­­­lar) (cir­­­­ca 30.000 gul­­­­den).
    In het vlieg­tuig, dat uit New York komt, zit­­­­ten we ver­­­­spreid. […] Ik zit naast een ou­­­­de­­­­re da­­­­me die op weg is naar Irak om de laat­­­­ste van haar ve­­­­le kin­­­­de­­­­ren het land uit te ha­­­­len. Als je maar ge­­­­noeg geld hebt kun je het land ver­­­­la­­­­ten wan­­­­­neer je maar wilt. Een mil­­­­joen di­­­­nar of zo­­­­iets. Zij woon­­­­de vijf­­­­en­­­­twin­­­­tig jaar in Irak. Haar man was Ara­­­­bier. Hij was nu over­­­­le­­­­den.
    Zoals Ni­co voor­­­­spel­­­­de (hij wist het, is be­­­­ter ge­­­­zegd) was de tran­­­­sit­­­­hal in Am­­­­man naar­­­­gees­­­­tig. […] Er was daar ook een Ne­­­­der­­­­land­­­­se, die, naar la­­­­ter bleek, As­­­­trid heet­­­­te en bij de Se­­­­cu­­­­ri­­­­ty op Schip­­­­hol werk­­­­te.
    Ik lees [een boek over] Ar­­­­chi­­­­ve­­­­ren(!) en luis­­­­ter hou­­­se­­­­mu­­­­ziek­­­­cas­­­­set­­­­tes.
    Het eten aan boord (twee keer kip) was niet slecht.
    Circa 03.00 Je­men­tijd (01.00 Ne­­­­der­­­­land­­­­se tijd) wa­­­­ren we op de lucht­­­­ha­­­­ven van Sa­­­na’a.

    MenuBeginEinde.


    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Dit is het einde van dag 1 (van 93 dagen totaal) van mijn ver­­­blijf in Je­­­men in 1996.

    Naar alle ge­­­pu­­­bli­­­ceer­­­de da­­­gen.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 18 maart 1996

    Verkoop van qat.
    Markt, maar wat voor een! De be­lang­rijk­ste han­­dels­­waar op de in­ter­ne markt van Je­men wordt hier, in de bed­ding van de Say­la, ver­­kocht: de soft­drug qāt.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Dagboek 1996.

    (Dag 8815) De eer­ste dag van mijn ver­blijf in de ‘sprook­jes­stad’ Ṣa­naᶜā’, de hoofd­stad van Je­men.

    MenuIndexTranscriptieEinde.

    Maandag, 18 maart 1996.
    Op kos­ten van de ‘ko­nin­gin’ (zo­als we dat noe­men) ne­men we As­trid (en haar vriend, die al hier was) mee terug naar de stad. (15 US$) Zij gaan naar hun ho­tel en wij naar ho­tel al-Qās­mī, waar voor ons twee ka­mers ge­re­ser­veerd zijn. Ik neem de Maf­raǧ (de hoog­ste ver­die­ping) en Ni­co een ka­mer op de vier­de ver­die­ping.
    De Mafraǧ kost 1.302 ri­yāl, cir­ca 9,50 dol­lar (USD) (1 dol­lar = 138 ri­yāl = f. 1,68.) (1 riyāl is cir­ca f. 0,012, dus net iets meer dan één cent.)
    Het is 06.00 uur als ik na een douche in bed lig.
    Na een ge­stoor­de slaap (dril­bo­ren in het ho­tel) om 11.00 (nog moe) op.
    We gaan de stad in. Sa­men door de sūq (soek: markt) en ik luis­ter naar de ver­ha­len die Ni­co met an­de­ren ver­telt. ‘Ik leer het wel,’ denk ik. (Be­ter Ara­bisch spre­ken, be­doel ik.)
    Hotel.
    Nu 17.30 uur.
    Ik ben moe.
    Weer: be­wolkt maar droog. Gis­te­ren had het ge­re­gend.
    […]
    Avondeten tegen 19.00 uur. Soep, pa­tat, sla, maar de be­stel­de hal­ve kip (twee ma­ge­re stuk­ken met veel bot) krijg ik niet door de keel: af­schu­we­lij­ke smaak.
    Bui­ten op het ter­ras en dak [van het ho­tel] ver­tel­len.*
    Het licht valt lan­ge tijd uit, tij­dens het na­ta­fe­len.
    Bed tegen 22.45 uur (dat wil zeg­gen: er­in lig­gen) na een warme douche.
    Er zijn weinig toe­ris­ten in Ṣa­naᶜā’ te zien.
    En­ke­le Ne­der­lan­ders en ver­schil­len­de Ita­li­a­nen.

    MenuBeginIndexTranscriptieEinde.


    *
    Ik weet nog na­dat wij, Ni­co en ik, ’s avonds twee of drie keer op het dak van het ho­tel ge­ze­ten had­den, ons ver­bo­den werd daar nog een keer te ko­men. Er was com­mo­tie ont­staan bij de om­wo­nen­den van het ho­tel, om­dat wij va­naf het dak in hun pri­vé­sfeer kon­den glu­ren, waar de vrou­wen, die door nie­mand an­ders dan de di­rec­te fa­mi­lie ge­zien mo­gen wor­den, ver­ble­ven en wij kon­den hen van­af on­ze po­si­tie zien: maḥārim.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Nico.
    Index van lo­ca­ties:

    Dit is het einde van dag 2 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996.

    Naar dag 1Naar alle gepubliceerde dagen.

    MenuBegin.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Over­zicht van de tran­scrip­tie in Ara­bische woor­den.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 19 maart 1996
    Dia Jemen 1996-03-19 (Mix kl)
    Voorbeelden van de typische qamariyya (halve) maanvormige ramen in de mafradj van mijn hotel. Qamar is het Arabisch voor maan. Dit soort ramen fungeert ook als een soort bovenlicht boven de altijd geblindeerde ramen van de woonhuizen. (Geblindeerde ramen: dat is om nieuwsgierige blik­ken te verhinderen, want in huis wonen … vrouwen. Vrouwen mogen alleen gezien worden door andere vrouwen, haar echtgenoot en mannen die niet met haar kunnen trouwen, wegens een fa­mi­lie­band, zoals broers, of de vader. Zo’n familielid heet een maḥram en het meervoud is ma­ḥā­rim.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 19 maart 1996 (dinsdag).

    Naar het einde, de index, of de transcriptie.

    (Beschrijving: Nico en ik zijn in Ṣanaᶜā’, de hoofdstad van Jemen. – Vandaag bezoeken we de Nederlandse Ambassade.)
    Op 6.30 uur, na een slechte nachtrust. (Weinig slaap.)
    Ik fotografeer de Mafraǧ in detail.
    Het ontbijt stelt niets voor: een plat broodje, boter, smeerkaas en jam.
    We nemen de taxi naar de Nederlandse Ambassade, waar we tegen 8.45 uur aan­komen. MN ontvangt ons na circa twintig minuten. (We hadden er gisteren (!) al om 9.00 uur (!!) moeten zijn.)
    We blijven er circa twee uur en maken onder andere kennis met Arabiste CR, die ons vrijwel onmiddellijk vertelt dat MN een moeilijke vrouw is, maar dat wisten we al.
    Met CR maken we een afspraak voor morgenavond.
    We gaan naar het hotel en lunchen er. Als we weer naar buiten stappen zie ik een mooie Jemenitische vrouw met een hoofddoek, maar met bloot gelaat. (99% van de vrouwen hier loopt helemaal in het zwart en geheel gesluierd. (Niqāb) Deze schoonheid stapt in mijn richting en het komt me voor dat ik haar ken. Het is LA. (We wisten dat ze naar Ṣanaᶜā’ zou komen.) Ze ziet er mooi en sexy uit.
    Met z’n drieën gaan we de stad in en spreken later af voor mogelijk vanavond en zeker morgenavond.
    In de stad informeren Nico en ik naar mogelijke vluchten naar Say’ūn en slen­te­ren verder.
    […]
    Hotel: FoxPro [Database] bestuderen, een beetje soezen, housemuziek luisteren en met mijn verrekijker de buurt bespieden.
    Tegen 19.00 gaan we eten in het Bilquis restaurant van het Taj Sheba hotel. Westers eten (Nico lust geen Arabisch) en we betalen 2750 riyāl. (Dat is f. 27,50 voor ons beiden.) Het is een ‘zelf opschep’ buffet. Als het leven zo goedkoop blijft hou ik circa f. 4.000,00 over van deze trip.
    Het eten in Taj Sheba is goed.
    De oude stad in: wandelen.
    Vertellen in het hotel.
    Uitgebreid douchen.
    Nu circa 00.30 uur.
    Weer: namiddag regen, ’s avonds fris.
    […]
    Op straat zag ik een Jemenitisch stel waarbij de jongen de hand vasthield van zijn geheel in het zwart gehulde (ook de handen) vriendin of vrouw. (Het laatste is het meest waarschijnlijke.) Dit is de eerste keer dat ik zoiets zag [in de Arabische wereld]. Zedeloosheid heeft ook al in Jemen toegeslagen. Normaal is dat hier de mannen hand in hand lopen.

    Index van termen: Mafraǧ, Maḥram, Niqāb, Qamariyya.

    Index van personen: CR, Nico.

    Index van locaties: Ṣanaᶜā’.

    Dit is het einde van dag X (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. (Naar dag 1Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Naar het begin van de tekst of naar het menu.

    Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.

    Naar het begin van de tekst of naar het menu.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 20 maart 1996
    al-Gasmi-hotel, Sana'a
    Ons hotel. Het al-Gasmi-hotel in de al-Gasmi-wijk in de oude stad van Sana’a. Helemaal bovenop is mijn kamer, de mafradj. Daar zijn ook de qamariyya’s te zien die ik eerder fotografeerde. Er is geen overeenkomst, want aan de buitenkant zit vaak een ander kunstig raamwerk dan aan de bin­nen­kant. Misschien om het kleurijke effect nog te verhogen.
    Rechts boven en links beneden staat ‘Allah’.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 20 maart 1996 (woensdag).

    Sana’a. (Sana’a, Allah, Yemenia, Say’un, al-Khalidiyyaal-Furqaan (website van~))
    Op rond 7.30 uur.
    Rondhangen.
    Soms denk ik, tegen de verwachting in, nog wel eens aan de in Nederland ach­ter­ge­ble­ven vrouwen SA en BQ.
    Nu 08.15 uur.

    We nemen een ontbijt en gaan daarna 100 $ wisselen voor 13.800 rial. Vervolgens boeken we bij Yemenia op het Tahrirplein twee vluchten naar Say’un voor woensdag 27 maart, 123 $ per persoon.
    Dan wachten we bij het Taj Sheba hotel op MN, die met ons naar Yusuf MA, directeur van het Instituut voor Cultuur en Handschriften, gaat, waar we ons zelf moeten voorstellen. Mijn loopbaan bij de PTT en Studie Arabisch vind ik vermeldenswaard, MN noemt ook de Furqaan-cursus(1) en de Khalidiyya-bi­blio­theek.(2)
    Daarna laten we visitekaartjes(3) drukken (zaterdag klaar) en terug in het hotel lunchen we.
    We beginnen met het kasboek en ik bestudeer het Language Reference Book van FoxPro.
    Rond 17.00 komt LA en even later CR. Tegen 18.00 gaan we de soek in en even voor 19.00 uur nemen we met z’n vieren een taxi naar het al-Mahal(?) Chicken Tickle(?) restaurant in de Ammanstreet, in een buitenwijk van Sana’a.
    Het rechter achterwiel van de taxi slingert en loopt tegen de carrosserie. De man rijdt niet snel. De rit duurt enorm lang.
    […]
    Het eten in het restaurant is niet slecht.
    Het is gezellig en er is een vriend van CR, Brian, een Amerikaan die een visum voor Irak kreeg.
    Nico en ik betaalden samen 2050 rial. CR at weinig en betaalde dus weinig. Nico en ik brengen mooie LA naar huis (met een taxi: Frans Instituut) en gaan zelf ook naar het hotel.
    Nu 23.15 uur.
    Tegen 23.00 viel het licht uit en ik schrijf nu bij het licht van mijn zaklantaarn.
    Weer: in de namiddag veel harde stortregens. Ook ’s avonds.
    […]

    (1) Furqaan-cursus: een cursus voor het leren catalogiseren van Arabische hand­schrif­ten / manuscripten, bij de Arabische al-Furqaan-stichting in Londen (UK).

    (2) De Khalidiyya-Bibliotheek, een Palestijnse bibliotheek in Jeruzalem, waar een catalogiseringsproject van handschriften liep en waar verschillende stu­den­ten uit Leiden, waaronder ik, vrijwillig werkten, in de zomer van 1994 en 1995.

    (3) Het Arabische woord waarvan de uitspraak hetzelfde klinkt als Nico, be­te­kent in het Arabisch van ‘de straat’: neuk hem. Nico is geen homo, maar een macho heteroman. Om (besmuikt) lachen, of, nog erger, hilarische reacties te voorkomen, liet hij ‘Nikolaus’ als zijn voornaam op kaartjes drukken.

    Dit is het einde van dag 4 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 21 maart 1996
    Een prachtig beslagen deur in het al-Qasmi-hotel in oud Sana`a. Het is duidelijk tot welke gods­dienst de vroegere eigenaars van dit pand behoorden.
    Een prachtig beslagen deur in het al-Qasmi-hotel in oud Sana`a. Het is duidelijk tot welke godsdienst de vroegere eigenaars van dit pand behoorden.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 21 maart 1996 (donderdag).

    Sana’a. (Sana’a)
    Op 4.30 uur.
    Ik maak een driekwartier durende geluidsopname van straat- en mos­kee­ge­lui­den.
    Bed 05.30 tot 07.30 uur.
    Douche.
    Ontbijt.
    We beginnen aan een zoektocht naar toetsenborden en we slagen uiteindelijk voor 25 US $ per stuk met een gemengd Arabisch-Latijns toetsenbord.

    In een winkel waar we landkaarten kochten werd ik opmerkzaam op een paar glimmende ogen boven een sluier. Zij knikte. Ik kreeg een lichte blos en knikte.
    In het Duits vroeg ze toen of we Duitsers waren.
    Ik zei: “Holland.” En vroeg: “Und du?”
    Nee, natuurlijk niet. Dan zou ze toch niet helemaal bedekt zijn, zei ze. Dat was het laatste contact met deze mooie ogen.

    Later, in de stad, stond er een meisje in een deur, met een hand hield ze sluier half voor haar gezicht. Toen we dichtbij waren liet ze de sluier vallen. Ik zwaaide goeiedag en ze lachte vriendelijk en zwaaide. Ze was niet uitzonderlijk mooi, maar: ‘It is the inside that counts’.

    Na de middag werk ik met de computer, maar ik heb geen tafel en dus zit ik met het ding op bed. Dat is erg ongemakkelijk.

    Door de stromende regen (pijpenstelen) naar Taj Sheba Hotel om te eten.
    We houden LA, die na een half uur komt, vrij. Deze keer is alles erg duur: 6.600 [rial] voor ons drieën. Voor Nico en ik ieder 3.300, zonder fooi.

    Hotel tegen 22.30 uur.
    Nu 23.30.

    Enkele vrouwen worden dus iets losser. In Tarim zal dat wel niet het geval zijn.
    LA, met Arabisch uiterlijk, (wel (donker) blond haar) kreeg op straat te horen ‘eeb’ (schande), omdat ze ongesluierd was.

    Dit is het einde van dag 5 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 22 maart 1996
    Gesluierde meisjes.
    Deze twee schoonheden, (ik heb hun gezicht niet gezien, maar hun kleren zijn in ieder geval mooi) wilden wel op de foto. Eerst keken ze rond of er geen Jemenitische mannen in de buurt waren. Toen dat niet het geval was, mochten we fotograferen. Na het drukken van de sluiter riepen ze in koor “Baksjisj” en vroegen 50 rial (ongeveer ƒ 0,55) per persoon. Nico zit op de achtergrond te wachten en is in het hele gebeuren kennelijk niet geïnteresseerd.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 22 maart 1996 (vrijdag).

    Sana’a – Shibaam, Kawkabaan, Thula – Sana’a. (Sana’a, Shibaam, Kawkabaan, Thula)
    Een licht gevoel van opkomende ziekte.
    Op 6.00 uur.

    Om 7.40 uur op Maidan al-Tahrir (Het Bevrijdingsplein) waar Brian en LA al zijn.
    Nico gaat direct akkoord met de prijs van 50 US $, die een chauffeur vraagt voor een dag Shibaam(1), Kawkabaan(2) en Thula. We hadden dat al afgesproken. Brian is het daar niet mee eens en ook Laila eigenlijk niet. We vertrekken uit­ein­de­lijk voor een prijs van 1.250 rial, voor hen beiden en 20 $ voor ons beiden. (Totaal: 38 $)
    We rijden door een prachtig landschap.

    Vanuit Shibaam beklimmen we de berg naar Kawkabaan. Met ons mee loopt een heel klein, aardig, elfjarig jongetje, die Hamid Hamoed al-Bahri (uit Kawkabaan) heet. Hij is aardig en niet opdringerig. Dat verandert als zijn broer (?) Hoesayn Sa’aad Ali al-Bahraani erbij komt. Ze willen hebben dat ik voor hen schoenen koop, in Nederland, en die naar Kawkabaan stuur. Ik ben in­mid­dels ver op de groep achterop geraakt.
    De conversatie verloopt in het Engels en het Arabisch. Hun kennis van het En­gels is gering, mijn kennis van het Arabisch laat te wensen over. (Hun maten zijn respectievelijk 32 en 40.)

    Het uitzicht na de lange klim is fantastisch. De afdaling en het bezoek aan Thula maken me gelukkig.
    Bij beide gelegenheden ben ik in staat om jonge meisjes te fotograferen, wel­is­waar tegen betaling en beide gesluierd, maar toch. Vrouwen op de foto: wat heerlijk. Dat maakte de dag echt waardevol. Een foto kost 50 rial. (f. 0,60): baksjisj, (Geen Arabisch woord, maar het betekent ‘fooi’ of ‘geschenk’.)
    De gesluierde meisjes letten goed op dat er geen andere mannen aankomen.
    Echt confuus waren ze, toen ik zei, nadat ze mij gefotografeerd hadden: “Baksjisj!”

    Hotel [Sana’a] rond 18.00 uur.
    Douche.

    Tussen 19.45 en 20.30 uur eten in Taj Sheba: 1.400 rial. (f. 16,80)
    Bij de Muwaasalaat (De telefoonmaatschappij) koop ik voor 760 rial een kaart van 40 units om naar Nederland te kunnen bellen. AS is niet thuis. Pa en Ma wel.

    Hotel, dakterras: vertellen.
    Nu 23.45 uur. Moe.
    Weer: fris, behalve in Thula.

    In Kawkabaan gaf ik een (gesluierd) meisje een rijksdaalder. Zij probeerde ons zilverwerk te verkopen. (Zij wilde nog niet voor 1.000 rial op de foto.)

    Wat opviel is dat zowel in Thula als in Kawkabaan (en ook in Shibaam) de vrou­wen gewoon in de toeristenindustrie werkten. (Als verkoopsters van waar, of als baksjisj-vraagsters.)

    (1) Shibaam heeft geen zelfstandige vermelding in de Wikipedia, maar wordt samen met Kawkabaan genoemd.

    Later zal het duidelijk worden dat in de regio waar wij gaan werken, in de Wadi Hadramaut in het zuiden van Jemen, ook nog een ander Shibaam ligt en dat wereldberoemd is als Werelderfgoed.

    (2) Kawkabaan, uitgesproken als kawkebaan, betekent: ‘twee sterren’. Het A­ra­bisch kent een enkelvoud: kawkab (‘ster’), een tweevoud: kawkabaan of kaw­ka­bayn, afhankelijk van de naamval (‘twee sterren’) en een meervoud: kawaakib (‘sterren’).
    Bewoners van dit dorp vertelden echter dat kawkabaan niet ‘twee sterren’, maar ‘twee huizen’ betekent, want vroeger werden twee dorpen samengesmolten tot één dorp. Dat zou kunnen, maar het online Arabisch woordenboek (en ook de papieren versie) meldt die mogelijkheid niet en beschrijft kawkab als hemel­li­chaam, zoals ster / planeet.]

    Dit is het einde van dag 6 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 23 maart 1996
    De toegangspoort tot het al-Gasmi-hotel in Sana'a. De calligrafie boven de poort is lastig te lezen omdat de letters in elkaar gevlochten zijn. Het eerste woord, dat helemaal rechts staat, is zeer waarschijnlijk 'Diwaan'. Dit woord komt in de koran niet voor, dus de tekst is geen koranvers. Het eerste woord staat rechts, omdat Arabisch van rechts naar links geschreven wordt. In vrijwel alle Arabische calligrafiën zijn de letters kunstig in elkaar gevlochten, om op zo weinig mogelijk ruimte zoveel mogelijk te kunnen schrijven.
    De toegangspoort tot het al-Gasmi-hotel in Sana’a.
    De calligrafie boven de poort is lastig te lezen omdat de letters in elkaar gevlochten zijn. Het eerste woord, dat helemaal rechts staat, is zeer waarschijnlijk ‘Diwaan’. Dit woord komt in de koran niet voor, dus de tekst is geen koranvers.
    Het eerste woord staat rechts, omdat Arabisch van rechts naar links geschreven wordt. In vrijwel alle Arabische calligrafiën zijn de letters kunstig in elkaar gevlochten, om op zo weinig mogelijk ruimte zoveel mogelijk te kunnen schrijven.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 23 maart 1996 (zaterdag).

    Sana’a. (Sana’a, Diwaan, Calligrafie)
    Op tegen 8.15 uur. Nog steeds erg moe.
    Vannacht droomde ik dat ik met een rondborstig meisje in bed lag en heerlijk aan haar tepels zoog, maar ik mocht niet met mijn hand in haar broekje.
    De hele verdere ochtend ben ik, sluimerend, geil. Hoe kom ik hier nu aan een vrouw?
    Nu 14.15 uur.

    Werken aan FoxPro tot 16.45 uur. Ik ben nu een in staat iets op het beeldscherm te schrijven dat in een variabele opgeslagen kan worden.
    Samen een uurtje door de stad wandelen. De regen verdrijft ons.
    Hotel.
    Van 19.30 tot 20.30 Taj Sheba: eten voor 2.000 rial per persoon.
    Stad: wandelen.

    Dakterras van het hotel.
    Nu 23.15 uur.
    Weer: later fris buiten, maar eerst benauwd.

    (Het pand waarin het Gasmi-Hotel is gevestigd, schijnt het Holland House te heten. Ik heb me laten vertellen dat een Nederlandse club het oude pand he­le­maal gerestaureerd had met de bedoeling er clubactiviteiten in te organiseren. Helaas hadden de dames en heren vergeten een en ander in een contract vast te leggen, of misschien helemaal geen contract laten maken. In ieder geval, toen de restauratie gereed was heeft de eigenaar de restaurateurs bedankt en hen vriendelijk doch beslist verzocht het pand te verlaten. De club had geen (juridische) poot om op te staan)

    Dit is het einde van dag 7 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 24 maart 1996
    Graffiti in Sana'a.
    Graffiti in Sana’a.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 24 maart 1996 (zondag).

    Sana’a. (Sana’a, MS-DOS, WordPerfect, diskette, Mukalla)
    ’s Ochtends na het ontbijt gaan we in de diplomatenwijk kijken / informeren voor software: tekstverwerkers. Zoals gewoonlijk is Nico erg conservatief en durft tekstverwerken onder Windows niet aan. Eenvoudige tekstverwerkers voor MS-DOS heeft deze Apple Macintosh firma niet.
    Ambassade: de installatie van software van de Arabische versie van WordPerfect op de computer van CR mislukt door een fout op een van de schijven. (Diskette’s)
    Via het handelskantoor dat het transport van de container uit Nederland in Mukalla moet regelen, naar het hotel.
    Rond 16.30 uur bij de adviseur(1) van de Nederlandse ambassade thuis, die voor drieënhalf duizend gulden drie manuscripten te koop heeft. (Hierover is overleg met Jan Just Witkam, de projectleider, nodig.)
    Rond 18.30 in het hotel en circa 19.30 uur, na lang zoeken, bij MN thuis. Er is ter onzer ere een partij, waar enkele binnen- en buitenlandse gasten aanwezig zijn.(2)
    Mensen van de Amerikaanse ambassade, Nederlanders en dr. BY uit Tarim.
    Er is alcohol beschikbaar en iedereen maakt er gebruik van, ook BY en zijn christelijke vrouw. (Of de Jemenitische dame ook drinkt weet ik niet.)
    Thuis 00.45 uur.
    Bed 01.00 uur.
    Weer: de hele dag droog.

    (1) De adviseur in kwestie werd door de Nederlandse ambassade een ‘fixer’ genoemd en zo noemde hij zichzelf ook, maar volgens Wikipedia is een fixer iemand die in het criminele circuit opereert. Een fixer was, volgens ambassade, iemand die ‘connecties’ had bij de lokale overheid en zaken snel kon regelen, die anders in het corrupte systeem in Jemen lang konden duren. Aan het einde van mijn verblijf in Jemen maak ik kennis met nog een andere fixer. Toen werd me min of meer duidelijk dat ‘iedereen’ die wat geregeld moet hebben met een fixer werkt. Zo houd je een corrupt systeem in stand.

     (2) Ik herinner me nog dat ik naast een Jemenitische man zat die jarenlang oogarts in Beiroet was geweest. Hij dronk hier, bij MN thuis, whisky uit een longdrink glas dat tot aan de rand gevuld was. Er kon geen druppel meer bij. Aan één glas drank had hij niet genoeg.

    Dit is het einde van dag 8 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 25 maart 1996
    Museum van manuscripten.
    V.r.n.l.: dr. AM, directeur van de Dar al-Makhtutaat, dr. Nico, drs. LA en een tolk Arabisch-Engels, allemaal op het dak van museum. Dr. AM is traditioneel Arabisch-Jemenitisch gekleed in een thawb met een colbertjasje er overheen en een djambia (dolk). Zonder djambia gaat een zichzelf re­spec­te­ren­de Noord-Jemenitische man niet op straat, als hij in traditionele kledij is.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 25 maart 1996 (maandag).

    Sana’a. (Sana’a, Vocalisatie, Napoleon, Thawb, Jambia, Handschrift)
    Op 4.00 uur. Tot circa 05.00 het nachtleven van Sana’a opnemen op een cassette.
    Om 8.45 uur is MN en de Kanselier hier. Samen, en ook met LA, gaan we naar Daar al-Makhtutaat, [Museum voor handschriften](1) waar we door de directeur AM worden rondgeleid, van 9.00 tot 11.30 uur.(2)
    LA, Nico en ik gaan de stad in.
    Eten in Taj Sheba. (De lunch.)
    Hotel.
    Nu 14.30 uur. Moe.
    De visitekaartjes opgehaald. (Zie 20-3-96)

    Slapen, circa twee uur.
    Het verleden week gekochte geografieboekje lezen.
    Rond 19.30 eten in Taj Sheba.
    De koers van de US dollar kelderde van 138 naar 120 rial. Nu is één rial niet meer f. 0,012 waard maar 1,4 cent.
    Hotel: een verslag over de manuscripten, die we gisteren zagen, maken.
    Ik nam vanmiddag ook muziek op van het enige radiostation dat we hier kunnen ontvangen. (FM en AM: radio Sana’a.)
    Nu 00.00 uur.
    Moe.(3)

    (1) Het duurde heel lang voordat de drukpers in de Arabische wereld ingevoerd werd. Er was er één, kort aan het begin van de negentiende eeuw in Cairo, toen Napoleon dat land bezet had, maar met Napoleon vertrok ook de drukpers. In de Arabische wereld werden teksten eeuwenlang gewoon met de hand ge­ko­pieerd, op sommige plaatsen wel tot ver in de twintigste eeuw.

    (2) In het museum van de handschriften, las Nico zo maar correct voor uit niet-gevocaliseerde oude koranteksten. (Wel voorzien van de nu obsolete kleu­ren­co­des uit de beginjaren van het koran-kopiëren.) (Zie Aanvullingen.) – We werden ook op het dak van het museum toegelaten.

    (3) Sana’s ligt op 2.300 meter boven de zeespiegel, dus er is permanent ‘zuur­stof­tekort’ in die ijle lucht, wat zich vooral uit in snelle vermoeidheid bij in­span­ning.

    Dit is het einde van dag 9 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

     

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 26 maart 1996
    Sana'a: oude stad.
    Sana’a: oude stad.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 26 maart 1996 (dinsdag).

    Sana’a. (Adhaan, Hadramaut, Say’un)
    Op 7.00 uur.
    Ik sliep voor het eerst door de Adhaan [gebedsoproep] heen, zo vermoeid was ik.
    Ontbijt in het hotel. Daarna gaan we naar de Ambassade om het gestalde geld op te halen. Morgenochtend vroeg vliegen we naar Say’un. We nodigen CR uit om naar de Hadramaut te komen (wel op eigen kosten), samen met LA, die een weekje wil komen.
    We vragen in het hotel naar de rekening. Die is 48.170 rial: f. 703,30. (De nieuwe koers is nu 115 rial voor één USD) Per persoon: f. 351,65, alles inbegrepen.
    (In Nederland kostte één USD: f. 1,68.)
    Eén keer $ 500 wisselen blijkt niet genoeg. We moeten een uur later nogmaals zoveel wisselen. Door de koersval bedraagt de schade f. 125,00. (f. 6,25 per per­soon per dag.)
    Koffers inpakken.
    Ansichtkaarten (9 stuks) schrijven.
    Tegen 17.00 zijn we bij MN, tot 17.45 uur.
    Hotel: bed.
    Eten in Taj Sheba.
    Hotel: even vertellen met een (pinnige?) Belgische.
    Nu 22.45 uur.
    Weer: na twee dagen regende het weer eens, nu pijpenstelen. Het was erg fris.

    Dit is het einde van dag 10 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 27 maart 1996
    Wadi Hadramaut
    Een eerste indruk van de Wadi Hadramaut. Geologisch gezien: dit is een onderdeel van een den­dri­tisch drainagepatroon. Ook vanuit de lucht ziet het er interessant uit.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 maart 1996 (woensdag).

    Sana’a – Tarim (Sana’a, Tarim, Wadi Hadramaut, drainagepatroon). (Satellietweergave en uitzoomen!)
    Op 03.00 uur.
    Douche.
    Om 04.00 met een taxi naar de luchthaven. (De taxi kwam bij het hotel.) Een en ander kost 15 $. Sjouwers (twee) kosten elk 100 rial. In de vertrekhal is het een puinhoop met Italianen en Arabieren.
    Driehonderd rial ben ik kwijt om twee jongens mijn spullen op de lopende band van het doorlichtapparaat te laten plaatsen.
    In de vertrekhal is het rustig. [sic]
    We vertrekken niet om 06.00 maar rond 06.20 uur. Tot 07.00 vliegen we rich­ting Say’un en praten even met een leuke Canadese stewardess, die op deze vlucht werkt om de kwaliteit van de service te verbeteren. (Op meerdere vluch­ten.)
    Een kwartier voor de landing horen we over een zware zandstorm in Say’un en het vliegtuig wijkt uit naar al-Mukalla, om daar anderhalf uur in de zon te blij­ven staan, met de motoren uit. (En dus de airco uit.) Dan vliegen we in twintig minuten naar Say’un.
    Met een taxi voor 1.500 rial naar Tarim.
    In het hotel Gasr al-goebba(1) is voor ons niets gereserveerd en we worden dus tijdelijk geplaatst. Morgenochtend moeten we naar een andere kamer ver­kas­sen.
    We lopen de stad in en onderweg komen we de curator van de al-Ahgaaf-bi­blio­theek tegen, Sjeik AB. Hij informeert [onleesbaar] in het hotel waar iemand zijn hand kust.

    Hij praat met de manager. Daarna gaan Nico en ik naar de bibliotheek. Onderweg drinken we wat.
    In de bibliotheek constateren we dat er nieuwe vloerbedekking wordt gelegd. Later horen we dat dit een geschenk is van een Saoediër van Hadramitische oorsprong. (Tarim ligt in de Wadi Hadramaut.)
    Al snel kom ik tot de conclusie dat al die geschenken te veel is. We presenteren nu de helft. Volgend jaar nog meer, dat is ‘overdone’. Ik bespreek mijn idee met Nico en we zijn het erover eens.
    Al eerder, met MN (van de Nederlandse Ambassade), hadden we het erover ge­had dat het Museum van Handschriften in Sana’a wel wat referentiewerken zou kunnen gebruiken. MN stelde toen voor om vijftienduizend gulden zo­ge­naam­de ‘Kleine Projecten’ in Sana’a te besteden voor meubilair.
    Wij denken nu dat een ‘ombuiging’ van het geld van Tarim naar Sana’a zeker te prefereren is, temeer daar, zoals ons donderdag (28 maart) bekend werd, de bi­blio­theek bijna geen bezoekers(2) meer ontvangt wegens de fun­da­men­ta­lis­tische praktijken van sjeik AB. (Hij houdt toespraken in de bibliotheek. Als hij er niet is zijn alle boekenkasten afgesloten: dus zonder sleutel.)
    Na een tijdje bezoeken we een ‘cafeetje’. (Nico en ik.) We wandelen door de stad.
    Meer nog dan in Sana’a heb ik hier het gevoel in de middeleeuwen te zijn be­land. Er zijn auto’s en veel motorfietsen. Er zijn gemotoriseerde waterpompen en er is elektrisch licht. Op een enkel dak staat een schotelantenne. In de stad brandt sporadisch een lamp. Na zonsondergang (circa 18.00 uur) is alles don­ker.
    Vrijwel alle vrouwen zijn in het zwart. De boerinnen dragen over hun gesluierd hoofd strooien hoeden(3). Slechts een enkele laat haar gezicht zien. Kinderen en vrouwen stuiven weg als je hen nadert. (Sommige niet.) Mannen (veel zien er uit als Indonesiërs(4), sommige zijn donkerbruin) dragen tulbanden en sa­rongs. Veel mannen zijn exotisch mooi. In lange rijen zitten ze op de stoep, voor de moskee, op de gebedstijd te wachten, in het halfdonker.
    Overal ligt afval en op de meeste straten ligt een dikke laag stuifzand.(5)
    Negenennegentig procent van de huizen is van modder, ‘mudbrick'(6), gebouwd. Er is veel verval. Veel huizen hebben waterschade, sommige zijn gedeeltelijk ingestort. Veel paleizen(7) zijn onbewoond.
    In het hotel komt een personeelslid van de bibliotheek informatie verstrekken en om geld bedelen. (Beide ongevraagd.)
    Warm eten in het hotel. Nico vertelt (en ik luister) met Jemenieten.
    Bed tegen 23.00 uur.
    Moe.
    Weer: heet, heet, heet.

    (Arabische Singaporezen, Arabische Indonesiërs, mudbrickCommunistisch Zuid-Jemen)
    (1) Het hotel heet in het Hadramitisch Arabisch Gasr al-goebba (Het koe­pel­pa­leis), maar in het Arabische schrift wordt die naam geschreven met de Qaaf: de ‘q’ dus, als Qasr al-qoebba. Dit geldt ook voor ons reisdoel in Tarim: al-Ahgaaf-bibliotheek, geschreven staat er al-Ahqaaf. Ik hou mij in mijn verslag aan de lokale uitspraak van de woorden.

    (2) Door de fundamentalistische toespraken van de curator, sjeik AB, kwamen er maar weinig lokale bewoners, maar de bibliotheek was wel een trekpleister voor toeristen van alle nationaliteiten. Er kwamen in de tijd dat ik er was re­la­tief veel toeristen.

    (3) De hoeden van de boerinnen zijn een soort hoge puntmutsen en een brede rand.

    (4) De Hadarim (meervoud van Hadrami: een mannelijke bewoner van de Ha­dra­maut) zijn van oudsher handelslieden. Zij dreven handel met Singapore en Indonesië, velen van hen gingen daar ook wonen en trouwden met lokale schoon­heden. Een van die mannen vertelde mij dat hij als kind zijn oma niet kon verstaan, want die sprak gebrekkig Arabisch, omdat ze een Indonesische was.

    (5) In een brief naar Nederland schreef ik toentertijd dat het lijkt alsof je in een sneeuwstorm terecht bent gekomen, wanneer je ’s avonds, in het donker, door Tarim loopt. In het lamplicht van de auto’s hangt het stuifzand als een bijna on­doorzichtige waas in de straten. Tarim ligt in het midden van de woestijn en stuifzand is er altijd. Als je een weeklang een tafelblad niet schoon zou maken ligt er al gauw een halve centimeter, of meer, stof op.

    (6) Alle traditionele huizen zijn van mudbrick gebouwd. Een huis ziet er voor een toerist aan de buitenkant romantisch en groot uit, maar de buitenmuren zijn zo’n 80 centimeter dik en binnen staan massieve pilaren om de boven­ver­diepingen te dragen, waardoor er binnen maar een beperkte ruimte is. Verder bestaat het gevaar dat na een stevige regenbui (het regent niet veel in de Ha­dra­maut) een pand gedeeltelijk, of helemaal, kan instorten. Vandaar dat te­gen­woor­dig beton favoriet is. Dat scheelt handen vol geld voor het on­der­houd. (Bovendien: over honderd jaar is beton ook ‘traditioneel’.)

    (7) Omdat veel Hadarim erg rijk waren geworden met hun handel op zuid-oost Azië en zij hun oude dag in hun geboortestreek wilden doorbrengen, stopten ze veel geld in de bouw van paleizen (ook van mudbrick gebouwd). De ‘hele’ Wadi Hadramaut staat vol met in suikertaartkleuren opschilderde machtig grote pa­lei­zen, met een architectuur die aan India doet denken. De paleizen staan leeg en vervallen dus, omdat alle rijke lieden na de communistische machts­over­na­me in 1970 zijn gevlucht of verdreven.

    Dit is het einde van dag 11 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 28 maart 1996
    Hotel Tarim.
    Het Gasr al-Goebba hotel in Tarim. (Eigendom van de familie Aal Kaaf.) Helemaal opgetrokken van ‘mudbrick’ (zonsteen).

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 28 maart 1996 (donderdag).

    Tarim (Tarim, Wadi Hadramaut, mudbrick, zonsteen).
    Op 7.15 uur.
    Ontbijt. [In het restaurant van het hotel.]
    Bibliotheek, circa twee uur. Kennis gemaakt met de sjeik A. Āl Kāf. (Aal Kaaf)(1)
    Werken met de computer.
    Pauze in een cafeetje(2) van Abd al-Rahmaan.
    Met de taxi naar het hotel.
    Tweeënhalf uur in het zwembad.(3)
    Bij Nico op zijn terras(4), maltbier(5) drinken. (Alcoholvrij, maar ik merk al­co­hol.)
    Door de stad wandelen. Wat ik gisteren over Tarim schreef is gedeeltelijk ge­ba­seerd op ervaringen van vandaag.
    Avondeten in het restaurant van het hotel.
    Van 20.15 tot 23.00 samen buiten zitten vertellen, met een maltbier: ik merk de alcohol.
    Nu 23.30 uur.
    Weer: een beetje regen.

    (Mahaarim)
    (1) Sjeik bin Aḥmad al-K. was een geletterde, die altijd zat te lezen, als hij in de bibliotheek was. Hij sprak ook Engels. Hij was een verarmd lid van de beroemde Aal Kaaf-familie in de Hadramaut.

    (2) Het cafeetje lag niet ver van de bibliotheek en je kon er ook eten. Ik ben er verschillende keren geweest. Ik weet nog dat de afwas werd gedaan door een jongman die ik erg knap vond.

    (3) Hotel Gasr al-goebba (het Koepelpaleis) had drie zwembaden: één voor fa­mi­lies (maar één familie per keer, vrouwen mogen immers alleen maar door fa­mi­lie­leden gezien worden: de mahaarim), één zwembad voor Jemenitische man­nen en één voor toeristen. In dat laatste bad kwam ik uitsluitend, vaak moe­der­ziel alleen.

    (4) Nico had een grote kamer met een terras. Hij vertrok na zes weken en ik heb daarna die kamer overgenomen.

    (5) In Jemen was voor de hereniging met het Noorden (1990), ook een bier­brou­werij nabij Aden. Bij de burgeroorlog van 1994 werd die vernietigd. Maltbier werd dus nog wel gedronken. In het noorden waren de mensen verslaafd aan qat, maar dat was in het zuiden niet het geval. Daar had men dus (malt)bier. Ik, omdat ik nooit veel alcohol dronk, merkte meteen het effect van het ‘al­co­hol­vrije’ bier of er moet sprake zijn geweest van autosuggestie / zelfbedrog.

    Dit is het einde van dag 12 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 29 maart 1996
    Een van de drie zwembaden bij het hotel in Tarim.
    Het derde zwembad van het Gasr al-goebba hotel, Slegs vir blankes, maar ik mocht ook niet in de andere baden zwemmen. Ik werd dus ook gediscrimineerd.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 29 maart 1996 (vrijdag).

    Tarim (Tarim, Say’un).
    Op 7.00 uur.
    Vannacht sliep ik enerzijds goed en anderzijds slecht: goed, omdat met airco en ventilatie de kamer goed koel is en er dus weinig muggen zijn. Slecht omdat de airco steeds met veel lawaai aan- en uitschakelt en omdat ik het zelfs even koud had en ik een deken moest zoeken.
    We gaan naar Say’un en zoeken er het kantoor van al-Yemenia (de nationale luchtvaartmaatschappij): vergeefs.
    Wat huishoudelijke boodschappen doen.
    Hotel Tarim.
    Zwembad, circa anderhalf uur. Enkele rondborstige Franse dames liggen in het water. (Ook mannen; niet rondborstig.)
    Kamer.
    Fihrist(1) van de al-Ahgaaf bibilotheek bewerken.
    Samen dineren, tegen 19.30 uur. Tot 21.30 nutteloos buiten zitten.
    Weer: vanochtend bewolkt. Verder warm. Prachtige sterrenhemel.(2)
    Alcoholvrij bier werkt verdovend.

    (1) Fihrist betekent catalogus. Die catalogus van de al-Ahgaf-Bibliotheek Tarim voerde ik al voor de helft in Nederland in de computer in. De Uni­ver­si­teits­bi­blio­theek Leiden bezit een kopie van die catalogus.

    (2) Omdat Tarim midden in de woestijn ligt en omdat in het stadje zelf weinig verlichting te zien is, is de hemel diepzwart met de overweldigende pracht van de sterrenhemel en de Melkweg. Later, nadat Nico terug naar Nederland was (eind april) en ik zijn kamer met terras had overgenomen, sliep ik vaak buiten op dat terras, letterlijk onder de sterren.

    Dit is het einde van dag 13 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 30 maart 1996
    Het zwembad voor Jemenitische mannen bij het hotel.
    Dit is het zwembad dat uitsluitend voor Jemenitische mannelijke bezoekers bestemd was. Toeristen mochten niet in dit schaduwrijke bad zwemmen.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 30 maart 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim).
    Op 6.00 uur.
    Computer: werken aan de database.
    Ontbijt.
    Van circa 9.00 tot 13.00 in de al-Ahgaaf-bibliotheek.
    We zwemmen niet, want het zwembadwater is vies.(1)
    Computer: werken met FoxPro.
    Van 17.00 tot 19.30 samen buiten zitten.
    Avondeten.
    Buiten zitten bij Nico op het platje: Terras.
    Van 21.30 tot 01.00 uur: computer, werken met de FoxPro database.

    (1) Er zat geen chloor in het zwembadwater. Om de vier of vijf dagen liet men het zwembad leeg en stroomde het water over de nabijgelegen dadelpalm­bo­men­plantage, als bevloeiing.

    Dit is het einde van dag 14 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 31 maart 1996
    Bouwval in de tuinen rondom het hotel.
    Rondom hotel Gasr al-Goebba. In de bouwval op de achtergrond woonde nog een boer en zijn gezin.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 31 maart 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim, Wadi Hadramaut, WordPerfectmudbrick, zonsteen, Zuid-Jemen).
    Op 6.15 uur.
    Computer (werken met de database FoxPro) en kleren wassen.
    Nico probeert MN (van de Nederlandse Ambassade in Sana’a) te bellen. Die zit in een vergadering.
    De medewerker van de telefoonwinkel is erg aardig. Hij heeft een heldere, in­tel­li­gen­te blik.
    We gaan niet naar de bibliotheek, want Nico is ziek. (Diarree.)
    Ik wandel in de koele, bevloeide, bossen van palmbomen rond het hotel. Er wonen nog mensen in de half ingestorte ‘modder’ huizen. [Modderbaksteen: mudbrick, zonsteen]
    Een meisje, geheel in het zwart, handen en voeten ook (erg praktisch in deze stuifzandwoestijn) intrigeert me en ik probeer haar, voorzichtig, te volgen. (Ik wil wel eens praten met vrouwen.)
    Zij verdwijnt in een van de half ingestorte huizen. Ik zag haar vaker. Zij is een geitenhoedster. Ze draagt lange zwarte handschoenen.
    Nu 10.30 uur.
    Ik installeer WP 5.1 (WordPerfect) apart voor Nico op mijn computer. Hij heeft namelijk veel kritiek op mijn bestandsindeling en begrijpt er niet veel van. (Voor een buitenstaander is het ook moeilijk.) Gisterenavond (laat) verliep de installatie niet vlekkeloos en ook nu gaat het niet helemaal goed.
    Na 13.00 tot circa 17.00 buiten zitten en FoxPro database bestuderen. Ondertussen luister ik naar housemuziek op cassettes.
    Het is kennelijk voor sommigen een vrije dag, deze zondag.(1) Er zijn veel Arabieren rond het hotel en er liggen enkele jonge Tarimse snuiters in het zwembad.
    Gezellig is het kennelijk in het, geheel omheinde (afgeschermde) fa­mi­lie­zwem­bad, want er klinkt vaak vrolijke zang op het ritme van een slaginstrument.
    Verder studeren bij Nico op het terras.
    Diner: weer dezelfde rommel als de afgelopen dagen. Ik heb er geen zin meer in. Het wordt tijd dat de container komt, waar we eten in hebben.
    We gaan morgen een kookstel kopen en zelf koken.
    Nu 22.15 uur.
    Ik heb last van diarree.

    (1) Gewoonlijk is de vrijdag een vrije dag voor ambtenaren in een islamitisch land, maar vast zal de zondag als een vrije dag gegolden hebben in de ‘goede oude tijd’ van het communisme in de voormalige Volksrepubliek Zuid-Jemen.

    Dit is het einde van dag 15 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 1 april 1996
    Papaja's.
    Deze vruchten groeiden in de achtertuin van hotel Gasr al-Goebba. Ik heb geen idee of ze eetbaar zijn en ik weet ook de naam er niet van. Voordat ik er meer over te weten kon komen, werd de toegang tot het gebied, nadat ik het twee keer had bezocht, versperd door takkenbossen met scherpe doornen. Kennelijk was er iemand die niet wilde dat ik er kwam. (Volgens een deskundige zijn dit papaja’s.)

     

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 1 april 1996 (maandag).

    Tarim (Tarim).

    Op 7.15 uur.
    Vannacht hoefde ik maar eenmaal naar het toilet, vanochtend echter verschillende malen. (Diarree.)
    Het ontbijt staat me tegen, maar ik eet toch. De thee krijg ik niet naar beneden.
    Samen gaan we op weg naar de al-Ahgaaf-bibliotheek. Onderweg denk ik het moeilijk te krijgen en wil zelfs niet over eten praten. Al met al gaat het goed. (Ik hoef niet naar het toilet tot nu, circa 14.15 uur.)

    In Tarim kopen we boeken(1) en een gasstel met een reservefles. De boeken hadden een waarde van 3.210 rial (1 rial is f. 0,0146) en het gasstel 8.550 rial. (Respectievelijk f. 46,85 en f. 124,85) Dat laatste bedrag verdienden we gisteren al terug van onze vergoeding (f. 85,00 per dag) door slechts hotel- en maal­tijd­kos­ten op te gebruiken.
    Een kamer kost 1.050 rial en de avondmaaltijd 235 rial per persoon. Totaal 1.285 rial. Voor ons tweeën 2.570 rial: f. 37,52.
    F. 170,00 – f. 37,52 = f. 137,48 – f. 124,85 = f. 12,63 over.

    Ik ga om 11.15 weer naar bed en slaap tot 13.30.

    Het enige wat je van een vrouw kunt zien zijn haar nieuwsgierige vriendelijke ogen. Kinderen zwaaien soms, of stuiven verschrikt weg. Vrouwen zwaaien zelden en meer dan hun ogen (soms handen of voeten) is er niet te zien. Ze zit­ten geheel in het zwart. Wel handig tegen zoveel stof dat zelfs in de ho­tel­ka­mer doordringt.
    Nu: 14.30 uur.

    FoxPro database op de computer.
    Rond 17.00 samen de stad in.
    Telefoneren en levensmiddelen kopen. We zijn rond 19.00 thuis.
    Samen koken: macaroni, uien, knoflook, tomatenpuree.(2) Een en ander is niets bijzonders, maar wel beter dan de rijst met groente die we al vijf keer aten.
    Vertellen.
    Nu 23.15 uur.
    Moe.

    (1) Ik weet nog dat de eigenaar van de boekhandel mij het wisselgeld met zijn linkerhand teruggaf. De linkerhand geldt als onrein en hij zei daarmee: “Ik ver­acht je.”

    (2) In mijn herinnering waren de blikjes tomatenpuree allemaal over de uiterste houdbaarheidsdatum heen. Soms spoot de puree uit het blik, maar we hadden geen andere keus dan het spul gewoon op te eten, om nog enige smaak aan de maaltijd te geven.

    Dit is het einde van dag 16 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 2 april 1996
    Paleis Say'un
    Het imposante voormalige paleis van de Kathiri Sultan van Say’un: Gasr al-Kathiri, of, zoals het nu heet: Gasr al-Thawra. (Paleis van de Revolutie.) Ook dit gebouw is helemaal van zonsteen (mudbrick) gebouwd.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 2 april 1996 (dinsdag).

    Tarim, Say’un (Tarim, Say’un, mudbrick, Arabische namen: Abd al-Rahmaan, Kathiri, Kathiri Paleis).
    Op 6.00 uur: op de computer werken.
    Na het ontbijt gaan we naar Say’un, op zoek naar Abd al-Rahmaan A.(1) We vin­den zijn superieur in de Organisatie voor Antiquiteiten, die hem belt. Na een poos­je komt hij. Hij maakt een wat timide indruk.
    Na een poosje gaan we boodschappen doen en dan terug naar Tarim met de­zelf­de (levendige) chauffeur als onze eerste reis van Say’un naar Tarim, ver­le­den week woensdag.
    ‘Thuis’ (hotel) om 12.00 uur.
    Zwemmen. Een hele mooie Duitse vrouw (joods?) zwemt er ook.
    Met de computer werken.
    Bellen bij de aardige telefoonjongen. We blijven er een tijdje vertellen.
    Thuis koken.
    Bed tegen 22.15 uur.
    Moe.

    Sjeik, sjeikh, al-Islah-partij (Sjeik, al-Islah).
    (1) Abd al-Rahmaan A. was al benoemd tot de nieuwe directeur van de al-Ah­gaaf-bibliotheek. Hij moest sjeik AB vervangen, een van de leidende figuren binnen de al-Islah, een conservatieve islamitische partij. Door diens fun­da­men­ta­lis­ti­sche preken, die hij in de bibliotheek hield, had hij zich ‘onmogelijk’ ge­maakt bij de lokale gemeenschap en ook bij zijn superieuren in Sana’a. Het zou nog enige tijd duren voordat sjeik AB ook definitief vertrok.
    De ‘timide’ indruk die Abd al-Rahmaan A. op mij maakte kwam vooral door zijn bescheidenheid. Hij was een zachtaardige, aardige en kunstzinnige man, zou ik later ontdekken.

    Dit is het einde van dag 17 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 3 april 1996
    al-Ahgaaf-Bibliotheek
    Het gebouw rechts op de foto is de grote moskee in het centrum van Tarim. Op de tweede ver­die­ping is de al-Ahgaaf-bibliotheek gevestigd. De trap leidt erheen. De man helemaal rechts op de foto staat op het punt om de moskee te betreden. Deze moskee is met een betonnen steen gebouwd. Op de achtergrond staan gebouwen van mudbrick (zonsteen), maar een uitbreiding wordt gerealiseerd met een steen van cement.
    De straten rondom de moskee werden goed schoon gehouden, anders dan in de rest van het stadje, waar het stuifzand uit de woestijn centimeters dik lag.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 3 april 1996 (woensdag).

    Tarim (Tarim).
    Op 6.00 uur.
    Rond 7.15 uur gaan we de stad in. Nico maakt foto’s.
    Vandaag werken we in de al-Ahgaaf-bibliotheek.(1)
    Rond 11.00 komt Abd al-Rahmaan A. Met hem zetten we enkele plannen op. We gaan met z’n drieën naar het hotel. Hij blijft enige tijd hangen. Daarna gaan we zwemmen.

    Na 16.15 uur schrijf ik buiten een brief voor EL. (Ex-studente Arabisch, die me (onverwacht) een week voor vertrek naar Jemen, een kaartje stuurde.)
    Housemuziek luisteren op bed.
    We eten een slechte maaltijd in het restaurant van het hotel.
    Even samen zitten. Daarna schrijf ik een brief voor AS, die ook voor AB en MS bedoeld is. Ondertussen housemuziek luisteren.
    Na 23.15 uur organiseer ik mijn eigen kleine housedance / -trance party in mijn hotelkamer en dans me in het zweet.(2)
    Nu 00.15 uur.
    […]
    Bed 01.00 uur.

    (Zuid-Jemen, Sayyid, Muhammad, Aden, Mamelukken)
    (1) Ons werd verteld dat aan het begin van de communistische revolutie in Zuid-Jemen alle privébibliotheken geconfisqueerd werden met de bedoeling om alle religieuze boeken te vernietigen. De bovenlaag van de maatschappij, de Sayyids (rechtstreekse afstammelingen van de profeet Muhammad), beschikten al­le­maal over uitgebreide collecties boeken, waaronder veel religieus werk. Deze boeken werden verzameld en opgeslagen boven de grote moskee in Tarim, dat toentertijd (en nu weer) een religieus centrum was, met een theologische fa­cul­teit. Toen de communisten dachten alles vergaard te hebben wat er op religieus gebied bijeen te stelen was en dat in zakken had opgeslagen, vroeg men aan de partijleiding in de hoofdstad Aden wanneer de brand erin kon. De kopstukken wilden niet meteen tot boekverbranding overgaan; men vond dat de boeken nageplozen dienden te worden op zoek naar een mogelijke rechtvaardiging voor communisme. Toen er na jaren op dat gebied helemaal niets ondernomen was, besloot men de boeken in kasten op de bovenverdieping van de grote mos­kee in Tarim openbaar op te stellen en zo een bibliotheek in te richten. Claims van de voormalige eigenaren werden allemaal afgewezen. Deze collectie omvat voornamelijk handschriften (manuscripten) uit vele eeuwen, waarvan sommige nog uit de tijd van de Mamelukken.

    (2) Ik was gewoon om in het weekeinde een nacht te gaan discodansen in het Leids Vrijetijdscentrum LVC.

    Dit is het einde van dag 18 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 4 april 1996
    al-Ahgaaf-Bibliotheek
    Enkele medewerkers van de al-Ahgaaf-bibliotheek aan het werk op deze slecht belichte dia. In de bibliotheek moest alles afgedekt, of opgeborgen worden om de boeken en spullen te beschermen tegen het immer binnenwaaiende stuifzand uit de woestijn. Een strijd daartegen was onbegonnen werk. Onder de grote ‘hoes’ van piepschuim stond de typemachine.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 4 april 1996 (donderdag).

    Tarim (Tarim).
    Op 7.15 uur.
    Moe.
    Gisteren kochten we een radio voor 2.100 rial. Het cassettegedeelte deed het echter niet goed. We brachten het apparaat nu terug, maar de man wilde het geld niet teruggeven. Hij zou hem repareren. We vergaten hem echter op te halen.(1)
    In de bibliotheek constateren we dat de catalogus niet in orde is en vol fouten zit. Na enige discussie en steekproeven verzucht Aidaroes: “De hele bibliotheek verkeert in een chaos.”
    Thuis: 13.00 uur.(2)
    Even zwemmen.
    FoxPro. [Database.]
    Tussen 18.00 en 19.00 koken.
    Brieven naar vrienden op de computer voorbereiden.
    Bed rond 23.00 uur.

    (1) Rond deze tijd begon Nico in Tarim in een korte broek te lopen. Hij zei: “Ze beschouwen ons hier toch als achterlijk, dus dan gedragen we ons ook maar daar naar.” In zekere zin had hij gelijk. We werden waarschijnlijk als achterlijk beschouwd, maar ik zou na zijn vertrek nog zeven weken alleen in deze plaats doorbrengen en ik wilde toch nog een beetje fatsoen, welvoeglijkheid, de­mon­stre­ren in overeenstemming met de strenge zeden en omgangsregels van deze gemeenschap, dus ik volgde zijn voorbeeld niet.

    (2) Naar huis namen we meestal een taxi. Lopen was haast geen optie op het heetst van de dag. Later, toen Nico al vertrokken was, kwam het wel voor dat ik naar huis (hotel) moest lopen, wanneer ik te lang had doorgewerkt. Na 13.00 uur reden geen taxi’s meer. Als ik mijn flesje water uit de koelkast van de bibliotheek mee naar huis nam, was de inhoud na circa twintig minuten lopen lauw.

    Dit is het einde van dag 19 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 5 april 1996
    Shibaam, Hadramaut
    Een overzichtsfoto van Shibaam. Deze stad wordt het Manhattan van de woestijn genoemd en behoort tot het Werelderfgoed, vanwege de torenhoge huizen, ook allemaal van zonsteen (mud­brick) gebouwd.
    De dadelpalmen staan er slecht bij. Na de val van het communisme moesten de bewoners zelf zorg dragen voor de bevloeiing. Eerder deed dat de overheid.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 5 april 1996 (vrijdag).

    Tarim (Tarim, Say’un, Shibaam, mashrabiyya, mudbrick).
    Op 6.15 uur.
    Tegen 7.15 uur via Say’un, vanwaar we een fax naar Jan Just Witkam ver­stuur­den, naar Shibaam. Een mooie stad met mooie deuren(1) en mashrabiyya’s. (Mashrabiyya’s: vensters voorzien van fijn (houten) traliewerk, zodat naar binnenkijken bijna niet mogelijk is.)
    Terug.(2)
    Thuis tegen 13.00 uur.
    Even zwemmen.
    Weer werken: brieven schrijven.
    Nu 14.30 uur.

    Ik schrijf drie brieven. Een gezamenlijke voor AS, MS en AB.
    Een brief voor EL (hiermee vervalt de brief die ik eerder voor haar schreef) en een brief voor MvdS.(3)

    We koken rond 19.00 uur. (Nico had bezoek van Abd al-Rahmaan A.)
    Samen vertellen tot 22.00 uur. Daarna de brief naar MvdS schrijven.
    Nu 00.30 uur.
    Vandaag was het erg warm.

    (1) De stad Shibaam is wereldberoemd om haar hoge huizen. Heel veel van die huizen hadden een traditionele toegangsdeur van gesneden hout.

    (2) Dit is maar een zeer summier verslag van ons bezoek aan Shibaam. We zijn er nog een keer geweest en daarvan doe ik uitgebreider verslag.

    (3) Ik schreef voortdurend brieven naar ‘jan en alleman’ in Nederland, want ik vond dit zo’n bijzonder project, dat ik wilde dat iedereen er kennis van nam en ik wilde vooral ook ‘gehoord’ worden.

    Dit is het einde van dag 20 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 6 april 1996
    Laptop op dozen
    Voordat ik de tafel kreeg moest ik met de laptop op een paar dozen werken.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 6 april 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim).
    Op 6.15 uur.
    Ontbijt.
    Naar de bibliotheek. We doen niet veel. Eerst moet de container komen. (De timmerman kwam.)
    Thuis 12.30 uur.
    Ik probeer te werken aan FoxPro, maar val in slaap. Ik ben pas tegen 17.00 uur weer wakker.
    We gaan bellen in de winkel van de altijd aardige Husayn Ali A.
    Thuis koken en gezellig natafelen.
    Nu 23.00 uur.
    Vanochtend vroeg ik aan de hotelmanager een schrijftafel en toen ik na de middag thuis kwam had ik er zowaar een. Weliswaar maar 80 x 80 cm, maar toch! Ik was zo blij als een kind.

    Dit is het einde van dag 21 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 7 april 1996
    Shibaam, Hadramaut
    Nog een impressie uit Shibaam, de stad die we eergisteren (vrijdag) bezochten. Duidelijk is de machtige hoogte van het pand te zien en de mashrabiyya’s op de verschillende verdiepingen. Ook dit gebouw is helemaal van zonsteen (mudbrick) gebouwd.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 7 april 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim, Shibaam, mashrabiyya, mudbrickRiaad al-Salihien).
    Het is Pasen in Nederland.
    Wakker rond 6.00 uur.
    Tekenen.
    Lezen in “Riaad al-Salihien” van al-Nawawi.
    Op 7.30 uur.
    Ontbijt.
    Het verslag van gisteren (timmerman) maken.
    De kamer en het terras van Nico gezelliger inrichten.
    Na de middag op de computer met FoxPro (database) werken.
    Van 18.00 tot 22.00 uur bij Nico koken en kletsen.
    ‘Thuis’, op mijn kamer, een brief schrijven voor Pa, Ma, mijn broer en mijn schoonzuster.
    Nu 00.15 uur.
    Housemuziek.

    Dit is het einde van dag 22 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 8 april 1996
    Shibaam, Hadramaut.
    Een impressie van Shibaam, de stad die we vrijdag jl. bezochten. Beide panden hebben houten toe­gangs­deuren. Op de hogere verdiepingen zijn de mashrabiyya’s te zien. Het was overigens niet al­tijd een pretje om in zo’n groot huis te wonen. De elektriciteit viel in de Hadramaut zeer geregeld uit en dan hadden de hoogste verdiepingen geen water. In zo’n groot huis wonen meerdere fa­mi­lies, maar alleen zij die op de bovenste verdiepingen wonen kunnen gebruik maken van het koele terras na zonsondergang. De vrouwen van de ene familie mogen immers niet door de mannen van een andere familie gezien worden. (Mahaarim.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 8 april 1996 (maandag).

    Tarim (Tarim, Fudjayra, MukallaShibaam, mashrabiyya, mahaarim, Riaad al-Salihien).
    Op 6.00 uur.
    Lezen “Riaad al-Salihien” van al-Nawawi.
    Ontbijt.
    Rond 8.00 op weg. We bellen met Sana’a [Nederlandse Ambassade]. Van MN horen we dat de container nog niet in al-Mukalla is gearriveerd. De estimated time of arrival was 30 maart. Wij dachten (Jan Just Witkam had dat gezegd) al in al-Mukalla. Het blijkt echter al-Fujayra te zijn. De container komt nu mis­schien morgen in al-Mukalla aan.
    Een tijdje in de bibliotheek werken.
    Na de middag even zwemmen. Twee leuke Duitse vrouwen in het zwembad.
    Werken aan FoxPro.
    ’s Avonds het dorp in. Nico gaat bellen bij Husayn Ali A.
    Koken.
    De radio (die we verleden week kochten) slopen: de cassetterecorder eruit, voorbereiden (en maken) voor het aansluiten van mijn walkman.
    Zinloos discussiëren over het Nederlands onderwijssysteem.
    Nu 23.15 uur.

    Dit is het einde van dag 23 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 9 april 1996
    Shibaam, Hadramaut
    Ondergetekende voor de stad Shibaam.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 9 april 1996 (dinsdag).

    Tarim (Tarim, Say’un, Shibaam, Riaad al-Salihien).
    Rond 7.00 uur zitten we al in de taxi naar Say’un. We willen onze visa laten verlengen, maar dat kan pas rond 9.00 uur.
    Nico wil een fax versturen naar zijn vriendin IR en naar Jan Just Witkam. Omdat de jongen in het faxkantoor niet die zorgvuldigheid toepast die Nico wens­te, reageert hij nogal kwaad of overspannen en loopt woedend uit het kan­toor weg. De rest van de dag wordt een beetje gekenmerkt door een ge­ïr­ri­teer­de Nico, die overspannen lijkt te worden.
    De ambtenaar van het kantoor waar we onze visa willen laten verlengen wordt door hem onheus bejegend en later reageert hij ook al geïrriteerd op vergeefse pogingen van Husayn Ali A. van het telefoonkantoor in Tarim om een ver­bin­ding met Sana’a tot stand te brengen.
    Natuurlijk is Nico teleurgesteld dat niets loopt zoals het ons voorgespiegeld was, maar hij heeft ook een ronduit negatieve opvatting over deze maatschappij en wil haar voor alles zo gestroomlijnd zien als de onze.
    De elektriciteit valt dagelijks (overdag) uit. Hij wil maar niet begrijpen dat e­lek­tri­ci­teit voornamelijk er is voor verlichting en op de tweede plaats mis­schien voor koeling (koelkasten). Airco (in ons hotel) is helemaal niet zo belangrijk voor de boeren hier, dus de druk om wat aan continuïteit van de elektriciteit te doen is niet groot.
    We verlengden ons visum (tot 17 juni 96), wat 1.200 rial kostte en waarvoor we twee pasfoto’s nodig hadden, die we lieten maken.
    We kochten een ticket met Yemenia naar Sana’a voor 24 april. (Op het kantoor werkte een mooie, ongesluierde, vrouwelijke manager.)
    Met onze ‘vaste’ taxichauffeur Hamid Salim B. gingen we alle adressen af en hij bracht ons ook naar het hotel in Tarim voor 1.000 rial.
    Zwemmen.
    Lezen in “Riaad al-Salihien” van al-Nawawi.

    Tekenen.
    Slapen.
    Ongeveer een uur vanaf het dak van het hotel, met de verrekijker, de omgeving bespieden: de geheel gesluierde vrouwen.
    Samen naar het telefoonkantoor van Husayn Ali A., vanwaar geen enkele ver­bin­ding tot stand kwam.
    Koken.
    Natafelen.
    Nu 22.15 uur.

    Dit is het einde van dag 24 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 10 april 1996
    Shibaam, Hadramaut
    Collega Nico voor de stad Shibaam.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 10 april 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim, Riaad al-Salihien).
    Op 7.30 uur. Ik ben nog moe na circa tien uur in bed liggen.
    Bibliotheek.
    Levensmiddelen kopen.
    Sjeik AB wil weten hoe het project ervoor staat. Hij wil een deel van de bi­blio­theek inrichten als kantoor met wanden van de al aanwezige kasten. Heeft hij dat in die voorgaande jaren niet kunnen bedenken? Moeten wij nu komen, he­le­maal uit Nederland, om die kasten voor hem te verplaatsen?
    Het blijkt dat er in Tarim zelfs een telecommunicatiecentrum is en een van de medewerkers van de bibliotheek brengt ons erheen. Er is ook telecommunicatie mogelijk, in principe …, maar vandaag niet, want het papier om de rekening op uit te schrijven is op!(1) Voor Nico is dit de voorlaatste druppel in de emmer.
    De laatste twee halve druppels volgen in de belwinkel, als hij contact met de Ne­der­land­se Ambassade heeft, maar tijdens het doorverbinden wordt gestoord door de PTT-telefoniste. Kwaad geeft hij de hoorn terug met de mededeling dat er ‘een moslima’ in de lijn zit. Als de telefonist in de winkel daarna een niet-op-zijn-beurt wachtende man er tussen door helpt, is voor Nico de maat vol en loopt hij weg.
    Nico is duidelijk aan het eind van zijn latijn. Hij kan het geduld, dat je hier moet hebben, niet meer opbrengen en vind dat hij zijn kostbare onderzoekstijd hier verdoet met niks doen, omdat de container met spullen maar niet komt.
    Hij wil niet naar al-Mukalla gaan, hoewel MN (Nederlandse Ambassade) dat ge­vraagd heeft, omdat wij geen ontvangstpapieren hebben. Hoewel ik ook denk dat we daar niet veel zouden kunnen uitrichten, zouden we daar ter plaatse mis­schien toch de zaak kunnen opnemen en contact hebben met de trans­por­teur Red Sea Packing (hoewel die in Sana’a zeiden dat we maar beter in Tarim konden blijven) en een betere (telefonische) verbinding met Sana’a hebben.
    Nico is echter eerstverantwoordelijke en heeft de leiding. Hij is bovendien ge­ïr­ri­teerd, dus moet ik in deze gevoelige kwestie ‘low profile’ houden.
    ’s Ochtends dachten we dat het materiaal al gearriveerd was, toen we werden aangesproken door vrachtwagenchauffeur. Hij had dozen die verdacht veel le­ken op ‘onze’ dozen in de laadbak liggen, maar ook een olievat en een ge­ne­ra­tor.
    Nico vroeg hem waar de rest was.
    Er ontstond op de smalle weg een verkeersprobleem, toen een tegenligger niet achteruit wilde en ‘onze’ vrachtwagen ook niet. Hard tegen hard. Uiteindelijk ging de vrachtwagen achteruit.
    Tijdens het daaropvolgende gesprek bleek dat de lading voor een olie­maat­schap­pij in de buurt was!
    Na de middag zwemmen.
    Even studeren in de “Riaad al-Salihien” van al-Nawawi.
    Twee uur slapen. Ik sliep afgelopen nacht tien uur en nu was ik nog steeds moe.
    Daarna nog werken aan de “Riaad al-Salihien”
    Van 18.00 tot 22.00 bij Nico. Ook koken: uien, tomatenpuree en macaroni.
    Nu 23.00 uur.
    De hele atmosfeer hangt vol stof.

    Housemuziek luisteren en lezen tot 00.15 uur.

    (1) De mensen hier blijven wel (ex-)communisten: overal is bureaucratie. Dit stelt me in de gelegenheid iets te vermelden dat Abd al-Rahmaan A. mij eens vertelde. De lokale oliemaatschappij neemt geen Jemenieten in dienst, maar alleen maar Somali’s en Kenianen. Het bleek dat de Jemenieten voordat ze aan het werk gingen, eerst werkoverleg wilden voeren en arbeidersparticipatie eis­ten. Daar zat die oliemaatschappij natuurlijk niet op te wachten.

    Dit is het einde van dag 25 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 11 april 1996
    Shibaam, Hadramaut
    In die streken in Jemen waar ik geweest ben leefden mens en dier in dezelfde ruimte. ’s Nachts wer­den de dieren in huis opgeborgen. Op de achtergrond spelen kinderen, ook meisjes. (Meisjes hoeven voor hun 15e jaar geen hoofddoek te dragen.) Het was vertederend om te zien hoe kinderen zich met de eenvoudigste spullen urenlang konden vermaken. Rechts loopt Nico net uit beeld. (Deze foto is ge­no­men in Shibaam.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 11 april 1996 (donderdag).

    Tarim (Tarim).
    Nico belt met Jan Just Witkam en hoort van hem dat de container nu in al-Mu­kal­la is. Hij zal vermoedelijk zaterdag of zondag geleverd worden.
    We gaan even naar de bibliotheek.
    Thuis maken we een omelet.
    In het zwembad zijn Nederlanders. Nico wil nu indruk maken met zwemmen en duiken.
    Er zijn drie stukken bij. Eentje is het liefje van veel Arabieren. Alle drie zijn ze sexy.
    Na de middag werken aan FoxPro.

    Eerst had ik de airco bevrijd van een dikke laag modder, die anders bedekt werd door een dikke laag ijs.

    ’s Avonds koken. Ik kan geen uien in tomatenpuree meer zien. Die hap delen we om de andere dag met macaroni of aardappelen. Vandaag aardappelen. Met ma­ca­ro­ni gaat het nog enigszins.(1)
    Nu 22.00 uur.
    Moe.

    (1) Op 1 april jl. kochten wij een gasfles en kookstel van eigen geld, met de be­doe­ling gevarieerder te gaan koken en eten dan de eenvoudige maaltijden die het restaurant van het hotel serveerde. Je zou kunnen zeggen dat wij in onze ‘eigen’ 1 april grap getrapt waren. Er bleek namelijk, vanaf die eerste dag, dat we op de markt en in de winkels niets anders konden kopen dan wat het hotel ook al serveerde. Zelf koken was dan misschien iets goedkoper, maar niet ge­va­ri­eer­der. We aten om de andere dag macaroni of aardappelen, telkens met uien en tomatenpuree. Die puree was al over de uiterste houdbaarheidsdatum heen en spoot bij het openen uit het blik. In de Hadramaut was feitelijk sprake van voed­sel­schaars­te. Wij hadden daar ook last van.

    Dit is het einde van dag 26 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 12 april 1996
    Shibaam, Jemen
    Een voorbeeld van een houten deur in de stad Shibaam. In de bovenrand staat dat deze deur werd gemaakt in het jaar 1361 van de Hidjri-kalender (de islamitische jaartelling), dat is 1942 AD.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 12 april 1996 (vrijdag).

    Tarim (Tarim, Shibaam, Hidjri-kalender).
    Op 5.00 uur.
    Om 5.30 komt Hamid Salim B. ons ophalen en rijdt ons naar Shibaam. Daar gaan Nico en ik van circa 7.00 tot 11.00 uur houten deuren fotograferen.
    Nico is zeer nauwkeurig en ik ben veel te slordig en onoplettend voor hem. Niettemin laat hij me een deel van de teksten op de deuren opschrijven. Ik heb het gevoel dat hij me wil testen en dat ik me moet bewijzen. Hij let erg op mij. Als gevolg daarvan word ik erg zenuwachtig en mislukt alles wat ik moet doen, wat hem weer kwaad maakt. Ik probeer maar een beetje de grote onschuld uit te hangen, maar voel me erg ongelukkig en gefrustreerd.
    Zo gaat het ook bij het Arabisch spreken. Ik kan geen fout maken of hij verbetert me of zegt dat ik onverstaanbaar ben. Frustratie alom. Ik zwijg maar als hij erbij is. Ik zal, wat dat betreft, blij zijn als hij over tweeënhalve week naar huis gaat!
    Niettemin probeert hij nu al te regelen dat ik daarna ook geen gelegenheid heb om iets Arabisch op te steken, want hij wil hebben dat Abd al-Rahmaan A. zoveel mogelijk naar de bibliotheek komt. Die spreekt (een beetje) Engels. Nico vindt dit niet het tijdstip voor mij om Arabisch te leren. Dan moet ik maar drie maan­den in Damascus gaan zitten, zegt hij.
    Thuis tegen 12.30 uur.
    Zwembad. Er zijn drie leuke Françaises, die echter al weer uit het water waren, toen wij eraan kwamen.
    Van 13.30 tot 18.00 werken aan de FoxPro Database.
    Bij Nico thuis (zijn hotelkamer met terras) van 18.00 tot 21.15 uur, onder andere gekookt. Alweer uien met tomatenpuree en macaroni. Ik wil niet meer, maar voeg mij naar de wens van Nico, omdat hij anders ook niet warm kan eten (??) wegens de te kleine hoeveelheid groente.
    Eigen kamer: tekenen.
    Nu 23.15 uur.
    Weer: onderweg tussen Say’un en Tarim een zandstorm. (Zandstormpje.)

    Dit is het einde van dag 27 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 13 april 1996
    Telefoonwinkel, Tarim
    Husayn Ali A. in zijn telefoonwinkel in Tarim aan het werk om verbinding te zoeken met de Ne­der­land­se Ambassade te Sanaa. Boven zijn oor is in de spiegel het portret van Nico te zien, met zon­ne­bril.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 13 april 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim, mudbrick, zonsteen).
    De airco werkt nu zo goed, nadat ik hem donderdag jl. schoonmaakte, dat het ’s nacht zo koud wordt dat ik een deken nodig heb.
    Wakker om 5.30 uur.
    Tekenen tot 8.00 uur.
    Ontbijt.
    Nico gaat MN bellen. (Werkzaam op Nederlandse Ambassade te Sana’a.) Husayn Ali A.probeert en probeert verbinding met Sana’a te krijgen. Minder dan tien minuten later wil Nico gaan. Husayn begrijpt er niets van, als Nico zegt dat het geen zin heeft om MN proberen te bellen, omdat ze toch nooit be­reik­baar is. Ik begrijp hem ook niet, waarom dan überhaupt eerst wel proberen te bellen.
    Nico is volgens mij licht gestrest, licht overspannen.
    In de bibliotheek komt Abd al-Rahmaan A. met een brief van MN waarin ze Ni­co duidelijk en dringend verzoekt haar te bellen. Hij weigert onder het mom dat het geen zin heeft, omdat ze hem niets nieuws kan vertellen.
    Sjeik AB biedt hem de telefoonlijn vanuit de bibliotheek aan. Dat slaat hij ook af.
    Als Abd al-Rahmaan A. vragen stelt over de inrichting van de ruimte, wijst Nico alles af: geen houten en al helemaal geen stenen wanden. (Niemand had over ste­nen wanden gesproken.) Ik hou me eerst op de vlakte, want Nico is de hoofd­ver­ant­woor­de­lij­ke. Later probeer ik hem over te halen toch een scheiding van de ruimte te tolereren. Nu dringt hij bij Abd al-Rahmaan aan op een stenen wand of een van modder (mudbrick). Niemand had daar over gesproken en dat werd dan ook afgewezen. Volgens mij is Nico licht gestrest of licht overspannen.
    Zoals de berichten er nu uitzien komt de container niet voor 17 april in al-Mu­kal­la. Red Sea Packing weet te melden (aan MN) dat het schip niet voor die datum in de haven van al-Mu­kal­la verwacht wordt.
    Op 24 april vliegen we (Nico in elk geval) naar Sana’a want op 29 april gaat hij terug naar Nederland. Afhankelijk van de aankomst van de container ga ik wel of niet naar Sana’a. (De vlucht is al geboekt op 9 april.)
    Na de middag even zwemmen.
    Na een alcoholvrij Oranjeboombier ben ik licht, heel licht, aangeschoten. Ik val vrij snel, op bed, in slaap.
    Tegen 16.30 uur komt er met DHL een brief van Jan Just Witkam, die vier dagen onderweg was.
    Bij Nico hangen van 17.45 tot 21.30 uur.
    Nu 22.15 uur: moe.

    Dit is het einde van dag 28 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 14 april 1996
    Gasr al-goebba hotel, Tarim. Hadramaut.
    Dit was er overdag vanaf het dak van het Gasr al-goebba hotel te zien. De wijk waarin het hotel lag heet Aidied. Links, in de verte zijn nog enkele huizen zichtbaar. Misschien begluurde ik die ’s a­vonds met mijn verrekijker.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 14 april 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim, Riaad al-Salihien).
    Wakker om 6.00 uur.
    Lezen in de “Riaad al-Salihien” van al-Nawawi, daarna tekenen.
    Ontbijt om 8.30 uur.
    We gaan niet naar de bibliotheek.
    Verslag schrijven.
    Daarna aan FoxPro werken: database ontwerp.
    Lunch met omelet.
    Ik zit in een psychische dip. Ik heb van alles genoeg.
    […]
    Na de middag intensief werken aan de database. Lange tijd met housemuziek: de depressie verdwijnt.
    ’s Avonds belt Nico met Jan Just Witkam. Die wil dat Nico langer blijft, maar dat wijst hij categorisch af. Later zinspeelt hij er wel op. Ik hoop echter dat hij ge­woon naar huis gaat. Ik wil mijn zaken alleen regelen. Ik hoef niet bij de hand te worden gehouden. Vrijheid blijheid.
    ’s Avonds nog wat tekenen.
    Nu 22.00 uur.
    (We aten in het restaurant, onder andere kip met patat: lekker.)

    Hoewel ik erg moe ben wil ik nog niet naar bed.
    Op het dak (van het hotel) kijk ik naar de verlichte huizen waar mooie vrouwen moeten wonen.
    Beneden op het hotelterras hoor ik gekwebbel en ik ga er met een mangootje (drankje) in de buurt zitten. Het zijn Engelsen. Ik hoor dat ze morgen naar de bibliotheek gaan. Wij ook.
    Ik heb het gevoel dat ik naar zweet stink. Wassen is geen pretje. Ik heb altijd koud water. Als het een keer heet is (tussen de middag), is het zo op.
    Nu 23.00 uur.

    Dit is het einde van dag 29 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 15 april 1996
    Tarim, Hadramaut
    Als we naar het centrum van Tarim liepen, waar ook de al-Ahgaaf-bibliotheek lag, kwamen we langs dit ingestorte huis. Die huizen hadden dus een gewelvenkelder.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 15 april 1996 (maandag).

    Tarim (Tarim, mudbrick).
    Wakker om 5.30 uur: tekenen.
    Om 7.30 naar de bibliotheek. Er wordt gewerkt. De toekomstige Workshop wordt leeggeruimd.
    Een vrachtauto die de rommel naar Say’un brengt kost 2.000 rial. De twee dra­gers, waaronder het manusje-van-alles van de bibliotheek Aboe Alawi, over wie wij geen goede opinie hebben, omdat hij al op onze eerste avond in Tarim geld pro­beerde los te troggelen (en door de hoteldirectie als een slechte man werd omschreven, die ze de volgende keer niet meer binnen zouden laten) vragen samen het belachelijke bedrag van 8.000 rial (f. 103,00).
    Nico stelt voor om Sjeik AB te laten beslissen, maar maakt even later de fout bedragen op te schrijven in vergelijk met wat Hamid Salim B. verleden week vrijdag vroeg voor zeven uur Shibaam. Ik wees hem op de 5.000 rial die we Hamid gaven, maar ik wees Nico er ook op niets op te schrijven, omdat zulke vergelijkingen altijd mank gaan. Nu kwam hij bij zijn berekeningen voor de twee dragers op 5.000 rial, waarmee die direct akkoord gingen en zeiden: “Geef hier!”
    We werken tot half drie in de bibliotheek.
    Thuis lunchen en zwemmen.
    Met FoxPro database boek ik het eerste resultaat.
    Van 18.15 tot 21.30 samen zitten. (Eten en vertellen.)
    Kamer: in mijn kleren op bed liggen. Door de airco is het koud op mijn kamer. (Nr. 8.)
    Weer slapen om 00.30 uur.

    Dit is het einde van dag 30 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 16 april 1996
    Onweer in Tarim
    Onweer. Drie keer maakte ik in Tarim onweer mee. De eerste keer was Nico er nog bij. Toen kwam het niet in ons op om het te fotograferen. De tweede keer was op 13 mei 1996. Toen probeerde ik er dia’s van te maken, maar die zijn allemaal mislukt. Op 4 juni lukte het wel, met lange sluitertijden.
    Hier twee bliksemschichten, die tussen de wolken overslaan. Het natuurgeweld speelt zich af boven de tafelbergen, op de Yool. (Yool: dat is de naam van de woestijn ten noorden van Tarim.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 16 april 1996 (dinsdag).

    Tarim (Tarim, Arabische Indonesiërs).
    Vanaf 4.00 werk ik een half uur aan de database, totdat het licht uitvalt.
    Van 6.00 tot 7.00 tekenen.
    Van 7.30 tot 8.30 door de stad lopen en diverse hoekjes en kasten van paleizen fotograferen. Nico doet dat.
    Naar de winkel: bij het passeren van een auto kijk in de amandelvormige ogen van een jong, ongesluierd, meisje (wel een zwart hoofddoekje), die me nieuws­gie­rig aankijken. Zij is Indonesisch / Arabisch en de mooiste die ik hier gezien heb. Ik was op slag verliefd. Ze zat in die auto. Bij het teruglopen hing ze zelfs uit het raam en keek me aan met haar mooie grote ogen. Ik keek terug, maar deed verder niets.
    Vrouwen zijn hier vaak vreemd. Ze reageren spastisch, alsof ze willen weg­dui­ken, als we ze tegemoet komen. Soms doe ik alsof ik kleine meisjes wil be­spring­en. Ze rennen dan verschrikt weg, maar blijven dan ook lachend op enige afstand kijken.
    Deze was nieuwsgierig en mooi. Ik moest de hele dag aan haar denken. Een uur later was de auto er niet meer.
    Thuis (hotel): lunch.
    Lang in het zwembad, circa anderhalf uur, want er zijn hele aardige (Franse, vrou­we­lijke) toeristen.
    FoxPro (database): geen direct resultaat.
    Van 18.00 tot 22.30 bij Nico. Onder andere koken. Onze dagelijkse kost: ma­ca­ro­ni, gebakken uien, een beetje tomatenpuree (eerst deed Nico daar vier blikjes in en na enkele dagen kon ik geen tomatenpuree meer zien), peper.
    Oranjeboombier. (Zonder alcohol, hoewel er volgens mij toch iets in zit: ik voel me (heel licht) aangeschoten.) Als toetje perziken uit blik in de yoghurt.
    Ik hou het zolang zonder noemenswaardige problemen vol, denk ik, omdat ik iedere dag een vitaminepil slik.
    Weer: er is ander weer dan een voortdurende strakke blauwe hemel. Er komen steeds meer wolken aan het firmament. Ze worden zwart. Later begint het zelfs te flitsen (bliksem) en vallen er enkele druppels.
    Nico en ik gaan op het hoogste punt van het dak staan en aanschouwen enige tijd dikke, helder gele bliksemschichten in de woestijn, zo ver weg dat het bij­be­ho­rend gerommel onze oren niet bereikt. Schichten naar de grond en tus­sen de wolken onderling. Prachtig!
    Een fantastische dag: amandelogen, mooie vrouwen in het zwembad, prachtig natuurgeweld.
    Nu 23.30 uur: housemuziek.

    Dit is het einde van dag 31 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 17 april 1996
    Yool van boven
    Bij de dia van gisteren, met het onweer, noemde ik de ‘Yool’.
    De Yool is de naam voor de bovenkant van de tafelbergen die in de hele Wadi Hadramaut te vinden zijn. Bovenstaande dia maakte ik vanuit het vliegtuig op 24 november 1997, toen ik voor de tweede keer naar de Hadramaut ging. Dit beeld is nabij het vliegveld van Say’un. Ik noteerde op die dag: “Het zand lijkt zo dichtbij dat je het gevoel krijgt dat je kunt uitstappen en een stukje kan gaan lopen.”
    Deze dia geeft een goed beeld van het zogenoemde ‘dendritisch drainagepatroon’, dat de ‘Yool’ en de Wadi Hadramaut kenmerkt.
    Begin juni 1996 zal ik de Yool bezoeken en er werkelijk een stukje lopen.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 17 april 1996 (woensdag).

    Tarim (Tarim, dendritisch drainagepatroon).
    Wakker om 6.00 uur. Door de wekker.
    Tekenen, maar ik heb geen inspiratie, want ik ben nog moe.
    In de bibliotheek tegen 8.00 uur.
    Daar kan ik eindelijk wat werken op de computer. Heel vaak heeft Nico mijn laptop nodig, want de grote computers zitten nog in de container, die er nog steeds niet is. Vandaag noteert hij op papier, zodat ik mijn eigen computer kan gebruiken om verder te gaan met het overtypen van de fihrist. (Fihrist, of ook wel fihris, betekent catalogus.)
    In de bibliotheek valt op gegeven moment de stroom uit, waardoor de ven­ti­la­to­ren stoppen. De hitte wordt daarna spoedig ondraaglijk.

    Na de middag zwemmen en aan FoxPro werken.
    Van 18.00 tot 22.00 bij Nico vertellen en koken.
    Even beneden zitten, op het terras: er zijn prachtige sexy Italiaanse vrouwen.(1)
    Het licht is vanavond, meer nog dan op alle andere avonden, een probleem. Het valt geregeld uit. Zolang als we hier zijn, zijn er lange stroomstoringen. Vanavond echter overdreven veel.
    Weer: vanochtend bewolkt. Overdag sluierbewolking. Vanavond geheel be­wolkt. Droog, maar wel enorm benauwd.
    Housemuziek luisteren.
    Nu 22.30 uur, bij flikkerend Tl-licht, wegens te lage spanning.

    (1) De overgrote meerderheid van de toeristen die naar Tarim kwamen waren Italianen. Die waren ook zeer geliefd. Het minst geliefd waren de Fransen, die hadden steevast wat te zeuren over de rekening, als ze op het terras con­sump­ties gebruikt hadden.

    Dit is het einde van dag 32 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 18 april 1996
    Tafelbergen en fijnstof.
    De tafelbergen van de Wadi Hadramaut rond het Gasr al-goebba-hotel. Ik kon van deze mysterieuze ‘bergen’ geen genoeg krijgen. Het lijkt of er elk moment een rotsblok kan afbreken, maar Abd al-Rah­maan A. vertelde mij dat zoiets maar eens in de tienduizend jaar gebeurt. De lichte plekken aan de wanden geven aan waar zo’n rotsblok is afgebroken, enkele duizenden jaren geleden. Toch is er voortdurende erosie, want er is altijd en overal fijnstof, dat door de streek waait en overal ligt, tot op de tandenborstels en het zit in het drinkwater, dat naar stof smaakt. Er komt echter niemand van een milieu-organisatie metingen doen om daarna een klacht in te dienen bij de lokale overheid over de hoge concentratie fijnstof.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 18 april 1996 (donderdag).

    Tarim (Tarim, Institut du Monde Arabe).
    Van circa 6.30 tot 8.00 tekenen.
    Ontbijt.
    Computer.
    Tegen 10.00 de stad in, naar de bibliotheek. Er is een brief van AB, uit Nederland, voor mij. Die is op 2 april gepost en was op 4 april in Sana’a. Op 11 april in al-Mukalla en op 16 april in Tarim. Vandaag bij mij, na zestien dagen.
    AB komt niet. Hij was het wel van plan geweest. Ik wist natuurlijk al lang dat hij niet kwam, daarvoor was het al veel te laat.
    Thuis: lunch.
    Zwembad, met twee mooie Italiaanse vrouwen.
    Abd al-Rahmaan kwam ook langs, met mensen van het Institut du Monde Arabe in Parijs. Er was een mooie vrouw bij.
    FoxPro en tekenen.
    Avondeten bij Nico.
    We zitten samen nog een tijdje op het hotelterras.
    Nu 22.30 uur.
    Weer: vanochtend bewolkt, later minder. Tegen 14.00 uur is de helft van de hemel zwart. Alles lost op en alles blijft droog.

    Dit is het einde van dag 33 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 19 april 1996
    Qabr Hoed
    Een overzicht van de plaats Qabr Nabi Hoed. Boven in het midden, de tombe voor het graf van deze profeet.
    Beneden in het midden staat de Toyota Cressida van onze chauffeur Hamid.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 19 april 1996 (vrijdag).

    Tarim (TarimEinaat, Wadi al-MasilahQabr Hoed, Hoesn al-Urr, Salaat, YouTube video: zie beneden).
    Op 5.15 uur. Ontbijt om 5.30 uur.
    Om 6.00 gaan we met taxichauffeur Hamid op weg naar Qabr Nabi Hoed. Een tocht naar het oosten van de Wadi Hadramaut. Dit deel van de Wadi is veel vruchtbaarder dan het westelijk deel. Er is veel meer groen en al een uur voor ‘Hoed’, (zoals men zegt) is er een permanent gevulde rivier (de Wadi al-Masilah) die we moeten doorkruisen en dat kan alleen omdat Hamid van zijn oude To­yo­ta Cressida (met het stuur rechts) de aanjager van de radiateur losmaakt.
    Eerst waren we in Einaat geweest, waar we de opmerkelijke tombes fo­to­gra­feer­den.
    Qabr Nabi Hoed, ook wel ‘Qabr Nabi Allah Hoed’ (Het graf van de profeet (van Allah) Hoed) is een dode stad, die slechts drie dagen per jaar bewoond is, na­me­lijk op 8, 9 en 10 Shabaan(1) tijdens de Ziyara.(2)
    Hoesn al-Urr, een nabijgelegen fort, bezoeken we niet. Er zou niet veel te zien zijn.
    We blijven ongeveer een uur in Hoed en rijden dan terug.
    De weg is erg slecht en de vering van de oude personenwagen is niet wat hij geweest is. Het landschap, daarentegen, is indrukwekkend.
    De vrouwen zijn heel mooi (hun ogen) en ik fotografeer er enkele. Als er geen mannen in de buurt zijn voelen ze zich vrijer. (Dat bleek ook toen we in Kaw­ka­baan waren (22 maart) waar de meisjes rond en om zich heen keken al­vo­rens hun gesluierde gezicht aan de camera aan te bieden. (In ruil voor baksjisj.))
    Als Hamid in Qasam wil gaan bidden worden wij (in de schaduw) belaagd door een groep jongens die niet begrijpen dat wij niet naar de Salaat (gebed) willen. Christendom (dat ik in deze door en door religieuze maatschappij altijd moet voorwenden) blijkt een onbekend begrip. Op gegeven moment staan ze met ge­he­ven vuist allemaal te schreeuwen: Allahoe Akbar. (Allah is de grootste.) Een oudere vrouw stuurt ze weg en ze rennen geschrokken naar de moskee.
    Zij vertelt een vrouw aan de overkant van de straat wat er gebeurde en in­for­meert bij ons vanwaar wij komen.
    Twee jongere meisjes blijven ons aanstaren. Ze zijn ongesluierd, dus nog geen vijftien jaar. (Dat is de leeftijd waarop ze zich moeten sluieren, volgens Husayn, de receptionist hier in ons hotel.) Als ik na een tijdje dreigbewegingen maak, ren­nen ze snel weg, maar blijven op afstand lachend kijken. Even later komt een jonger brutaaltje in mijn richting en bij haar doe ik hetzelfde. Zij rent weg, maar komt weer terug. Met haar voer ik een ‘dansje’ op waarbij we elkaar ‘bedreigen’ met gegrom en bekkentrekkerij en handen als dreigende klauwen, waar we bei­den veel plezier aan beleven.
    Ons spelletje gaat nog even door, ook als de andere meisjes al weggelopen zijn, omdat het manvolk weer uit de moskee komt. Dat is de ‘onderhuidse’ on­der­druk­king, de angst dat mannen dat niet goed zullen vinden, de angst voor hun opmerking: ‘Eeb’ (schande).
    De vervelende snaken zijn eerder terug dan Hamid, die er nu toch aan komt. Kinderen die in hun jeugd alleen maar aan godsdienst denken en niet aan an­de­re, veel leukere, dingen, om over te praten!
    De tour met Hamid duurde van circa 06.15 tot 13.45 uur.
    Restaurant van het hotel: lunch.
    Terug in Tarim blijkt het zwembad vol met leuke vrouwen, maar er zit nog geen water in het bad.
    FoxPro database.
    Zwemmen.
    Douchen.
    FoxPro database.
    Van 18.00 tot 21.15 uur samen zitten met Nico.(3)
    Eten in het restaurant. Kerriesoep, patat met kip, ananas.
    Nu 22.45 uur.
    Weer: je kon zien dat het op sommige plaatsen geregend had, in de oostelijke Wadi. In Tarim slechts enkele wolken aan de hemel. Droog.

    Hidjri-kalender.
    (1) Shabaan is de maand die voorafgaat aan de vastenmaand Ramadan. Zie de Hidjri-kalender.

    (2) Ziyara betekent letterlijk ‘bezoek’. Men bezoekt Qabr Hoed voor een soort pelgrimstocht / bedevaart.

    (3) Rond deze tijd rekende Nico uit dat hij langer met mij samen was dan hij ooit met zijn vriendin IR samen was geweest.

    Paradijs.
    Hierbeneden kunt u een video op YouTube zien, Arabisch gesproken, Engels ondertiteld, over de Hadramaut, Qabr Nabi Hoed en omgeving. Er zijn ook beelden te zien uit de al-Ahgaaf-bibliotheek in Tarim.
    (In deze video komen nogal wat graven, ‘kerkhoven’ en tombes voor van o­ver­le­den mensen. Dat komt omdat de dood een centraal thema is in de islam, met na­me het begrip ‘leven na de dood’. Daarvoor leef je, volgens de islam, om na de dood te genieten van het ‘leven na de dood’, in het Paradijs, wel te verstaan, met de bekende 72 maagden en nog veel meer schoons en lekkers, zoals wijn en druiven.)

    Video: back to the roots. (Circa 22 minuten.)

    De eerste beelden tonen een overzicht van de stad Hadjarayn (Wadi Duaan), direct gevolgd door een overzicht van de stad Shibaam (01:00), vervolgens Tarim (01:10) etc.
    Wat opvalt is dat er wordt gesproken over de zeer aardige Hadaarim, (de in­wo­ners van de Hadramaut), maar dat slaat alleen op mannen. Er is in deze vi­deo nauwelijks een vrouw te zien. (Enkele boerinnen (05:10) op afstand.)
    Alle mannen lopen in sarongs. (Ik deed dat ook, in en rond het hotel.)
    U ziet hoe ‘mudbrick‘ wordt gemaakt (05:15).
    Qabr Hoed (06:30) en beelden van de ‘Ziyara‘ (08:00). Ook de festiviteiten erna, met kamelen (09:07), waarmee ook een race werd georganiseerd, zoals ik eind 1997 zag.
    Een uitgebreider verslag van Tarim (13:30) en de islamitische universiteit al­daar.
    Enkele voorbeelden van islamitische handschriften (manuscripten) (16:07). De al-Ahgaaf-bibliotheek (16:31), die nu veel kleiner lijkt te zijn dan toen ik er was in 1996.
    De folkloristische dans Shabwani (18:25) en ‘Daan‘, de Hadramitische poëzie op muziek (20:13).
    Ik zie in deze video ook auto’s over geasfalteerde wegen rijden. Die waren er nog niet in 1996. Toen bestond de weg uit gaten en kuilen en rechtdoor rijden was alleen maar over korte afstanden mogelijk.

    Dit is het einde van dag 34 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 20 april 1996
    geldbiljet en munt
    Een biljet van 200 rial en een munt van 0 (nul?) rial. Zijn ze nou helemaal gek geworden? Wat kun je nou voor 0 rial kopen? Tweehonderd rial was de hoogste waarde die er in Jemen was en die was er pas sinds een maand. Voorheen was 100 rial (f. 1,30) het biljet met de hoogste waarde. Munten kwa­men bijna niet voor. Ik zag er enkele van 5 rial. Vreemd is dat de biljetten geen datum van uit­gif­te be­vat­ten, ook niet op de andere zijde. Misschien deed de overheid dat om de mythe te bestrijden dat biljetten die ouder waren dan één of twee jaar vals waren, zoals wij merkten bij het wisselen van dol­lars. Biljetten met een ‘te’ oude datum konden we niet wisselen.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 20 april 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim, Say’un, cijfersDaniël van der Meulen, Hermann von Wissmann).
    Tekenen vanaf 5.30 uur.
    Op 6.30 uur.
    We gaan naar Say’un om onze vlucht naar Sana’a te herbevestigen.
    Vijfhonderd dollar wisselen voor 65.000 rial. Donderdag hadden ‘ze’ geen geld meer in Tarim. (Geen rials, wel dinars van de voormalige Republiek Zuid-Je­men, nog een geldig betaalmiddel, maar voor ons een andere rekeneenheid. Bovendien worden alle prijzen in rial opgegeven.)
    We ontmoeten, volgens afspraak, Abd al-Rahmaan A. en met hem rijden we door Say’un. Hij laat ons de door hem ingerichte tentoonstelling in het Gasr al-Thawra zien, over de Nederlander Daniël van der Meulen, die hier tussen 1931 en 1942 verschillende malen met de Duitse fotograaf Hermann von Wissmann rondreisde. De tentoonstelling is goed ingericht. Een veertigtal mooie zwart-witfoto’s die over drie, net wit geschilderde, kleinere ruimtes zijn verdeeld. Niet te veel en niet te weinig. De foto’s zijn indrukwekkend mooi. Zestig jaar oud. Toen waren er zeker ook geen vrouwen op straat. Er is wel een foto van een on­ge­sluierd meisje.
    In Say’un koop ik twee cassettes met muziek van Aboe Bakr Salim Ba’lfagieh. (Een met muziek, de ander a capella, poëzie dus. Dit genre heet ‘Daan Ha­dra­mi’.)
    De taxichauffeur die ons terug wilde rijden deed dat voor 800 rial. (’s Ochtends, een ander, voor 720 rial.) Deze, met nummer 66473, had ons, zo bleek achteraf, al eens eerder gereden. Toen bracht hij, naast ons, ook anderen naar Tarim, op onze kosten (we zagen toen wel veel van de binnenstad van Tarim) en rekende nog extra om ons tot het hotel te brengen. Toen betaalden we. Nu wilde hij dat trucje weer uithalen, maar we stapten gewoon uit op de taxistandplaats en lie­pen naar het hotel. (Omdat er geen andere taxi was.)
    Hotel: zwembad.
    FoxPro: eindelijk kom ik weer een stap verder.
    Nico belt naar Jan Just Witkam en hoort dat de container al de 17e in al-Mukalla aankwam.
    Ik besluit af te zien van de reis naar en het verblijf van een week of twee in Sa­na’a, omdat de installatie, de instructie en de uitvoering van het werk in het ge­drang komt, temeer daar ik begin juni naar Sana’a ga. De ticket naar Sana’a is al betaald: USD 120,00. Die zullen als verloren moeten worden be­schouwd. Ik voel er niets voor om in Sana’a niks te gaan doen, nu er hier zoveel te doen komt.
    Ik hou nu van Tarim, de mooie kinderen en mysterieuze meisjes, het in­druk­wek­kende landschap, waar ik tijdens iedere taxirit weer door ontroerd word en ervan geniet. Die machtige ‘bergen’ met daarop nog kleine, alsmaar ge­lijk­vor­mige heuvels, alsof het grote grafheuvels zijn. Wat een prachtig land, wat een schoonheid, onbeschrijfelijk mooi. (Ik ben nu ook nog meer geroerd, door de muziek die ik luister: Daan Hadrami door Aboe Bakr Salim Ba’lfagieh.)(1)
    We eten in het restaurant, maar zitten daarna nog een tijdje op het ‘platje’ dat bij de kamer van Nico hoort.
    Ik ga om 21.15 uur naar mijn kamer.
    Het is nu circa 22.30 uur.

    Tekenen tot middernacht.

    (1) Hier een link naar een YouTube video met muziek, die ik ook op cassette heb, van genoemde Aboe Bakr Salim Ba’lfagieh: Layaali al-uns, dat vertaald, zoiets als ‘aangename nachten’ betekent, waarbij opgemerkt moet worden dat in deze snikhete omgeving de avonden en nachten natuurlijk als de meest aangename periode van de dag wordt beschouwd. Zoals bij ons geldt dat iemand het zon­netje in huis is, wordt daar iemand die aangenaam is aangeduid met ‘mijn re­gen­bui­tje’ of ‘mijn wolkje’. (De in de video getoonde landschappen bevinden zich voornamelijk in Noord-Jemen.)

    Dit is het einde van dag 35 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 21 april 1996
    Qabr Nabi Hoed
    Deze dia maakte ik afgelopen vrijdag, 19 april, bij het graf en heiligdom Qabr Nabi Hoed. De is­la­mi­tische geloofsbelijdenis luidt ‘La ilaha illa-llah, Moehammandan rasoeloe-llah.’ (Er is geen god dan Allah, Moehammad is de gezant van Allah.) Een ‘grapjas’ had echter op deze pilaar geschreven ‘La ilaha illa-llah, Hoedan rasoeloe-llah.’ (Er is geen god dan Allah, Hoed is de gezant van Allah.) (De bovenste regel.) Nico wees onze chauffeur Hamid hierop en die beschouwde dat als godslastering, waarna hij de naam Hoed probeerde uit te wissen en ‘Muhammad’ erboven te schrijven.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 21 april 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim).
    Op 6.00 uur. Tekenen.
    Rond 9.30 in de bibliotheek, tot 12.30 uur.
    Hotel.
    Lunch.
    Zwemmen.
    FoxPro (database).
    Van 18.00 tot 21.20 koken en kletsen bij Nico.
    FoxPro.
    Nu 23.45 uur.
    Buiten werkte een jongeman met een mooi krachtig lichaam. Dat zou wat zijn om te tekenen.

    Dit is het einde van dag 36 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)
    .

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 22 april 1996
    Geitenhoedster
    Een geitenhoedster in een van de dorpen die we passeerden op weg naar Qabr Nabi Hoed, af­ge­lo­pen vrijdag.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 22 april 1996 (maandag).

    Tarim (Tarim).
    Dat mannenlichaam, dat ik gisteren zag en wilde tekenen, liet me niet meer los en ik droomde er zelfs van.
    Van 06.00 tot 08.00 tekenen.
    Ontbijt.
    Mijn sandalen naaien, want het stiksel begint los te laten.
    Tegen 11.00 op weg naar de bibliotheek.
    Tot onze grote verrassing is de timmerman er driftig aan het werk. De schei­dings­wand voor het kantoor van Sjeik AB wordt gemaakt.
    De bestelde vitrinekast ziet er prachtig uit en we bestellen nog een tweede.
    Van 13.00 tot 14.00 zwemmen.
    Lunch.
    De krachtige jongeman ziet er toch minder aantrekkelijk uit dan ik gis­te­ren­a­vond dacht.
    FoxPro database van 14.15 tot 18.00 uur.
    De stad in. Nico belt met Jan Just Witkam. Ik bel met Pa en Ma. Beide ver­bin­ding­en zijn slecht en worden verbroken. Ik zal het deze week nog een keer pro­be­ren.
    Koken: uien, tomatenpuree en macaroni. Dat wat we iedere keer eten, als we ko­ken.
    Thee drinken.
    Op de eigen kamer rond 22.00 uur.
    Op bed lezen en slapen.
    Nu 23.15 uur.
    Het is op de kamer alleen maar aangenaam met de airco aan. Anders erg be­nauwd.
    Ik kocht vandaag drie Arabische boeken.
    De wisselkoers is: 1 rial = 1,3 cent. (f. 0,013.)

    Dit is het einde van dag 37 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)
    .

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 23 april 1996
    Container
    De container is er eindelijk. Een overzichtsbeeld van de vrachtauto met container in de straat van de al-Ahgaaf-bibliotheek. Samen met de vrachtwagen nam hij de hele straat voor de ingang van de mos­kee en bibliotheek in beslag.
    Nico staat in de container, die al aardig leeg begint te raken. Het is een gezellige drukte in de straat. Helaas alleen maar met mannen.
    Direct links naast de container is de uitbouw te zien (met donkere pijp) van ‘ons’ winkeltje, waar we onze dagelijkse kost (aardappelen, macaroni, uien en tomatenpuree) kochten. Brood haalden we rechtstreeks bij de bakker, die aan de andere kant van de moskee zijn winkel en oven had.
    Rechts is de trap naar de bibliotheek te zien.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 23 april 1996 (dinsdag).

    Tarim (Tarim).
    Tekenen van 6.00 tot 7.30 uur. Dan wordt er op de deur geklopt. Ik reageer eerst niet omdat dat wel vaker gebeurt, bij toeristengroepen, als de leider de leden wakker maakt. Nu blijft het geklop voortduren.
    Als ik de deur open staat er een onduidelijk figuur die kennelijk weet dat westerlingen geen Arabisch kennen, dus meteen maar een soort kindertaal uitslaat: de bibliotheek heeft gebeld, en de ander, is die in “room twelve?”
    Ook bij Nico meldt hij dat de bibliotheek belde.
    We kleden ons eerst aan en ontbijten.
    We lopen, zoals gewoonlijk, naar de bibliotheek.
    In het smalle straatje staat een enorme vrachtwagen met daarop een even grote container. De man van Red Sea Packing wil onmiddellijk beginnen met uit­la­den.
    We geven toestemming en we moeten snel met fotograferen beginnen, willen we het begin vastgelegd krijgen. Even ontstaat er nog een discussie over wie de sjouwers betaalt en hoeveel.
    “Mish mushkilla” (geen probleem) zegt Nico en anderhalf uur later is de con­tai­ner leeg, voor 10.000 rial: f. 130,00. Veel van de werkzaamheden fo­to­gra­feer­de ik.
    Met een Toyota Hilux brengen we onze spullen, die we vanaf het begin apart hielden, naar het hotel. Hierbij zit ook de (alcoholische) drank.
    Douche.
    We gaan terug naar de bibliotheek. Van 12.30 tot 16.30 werken we, badend in ons zweet, om veel te installeren. Het is immers Nico’s laatste dag in Tarim.
    In het hotel gaan we nog een tijdje zwemmen. Daarna drinken we een aperitief (Drambuie likeur) en maken we soep en een warme Italiaanse maaltijd. Ik eet gnocchetti, maar moet nog veel (Arabische) macaroni toevoegen om een en ander droog te krijgen.
    We doen de boekhouding.
    Nico gaat inpakken en ik ga naar mijn kamer, op bed liggen. Ik val onmiddellijk in slaap.
    Na 23.00 nog even bij Nico op bezoek en we drinken whisky Famous Grouse.
    Na circa een half uur ga ik definitief en doodmoe naar bed.
    Ik heb alle drank in mijn koffer opgeslagen. (Met nummerslot.)
    Wat hebben we een overdaad aan eten! Nico gaat morgen weg, dus alles is voor mij.
    De boekhouding werd aldus afgesloten.
    Saldo in kas: 39.490 rial. (Voor Nico 20.000 en voor mij 19.490)
    We wisselden (of gaven uit) 4.397 USD, waarvoor we 551.113 rial kregen.
    De uitgaven voor het project waren 280.905 rial en de privéuitgaven bedroegen 230.718 rial.

    Al-Mukalla, al-Fudjayra (Mukalla, Fudjayra).
    Over de container kan ik nog het volgende melden. (Deze tekst staat niet in mijn dagboek, maar ik maakte (terug in Nederland) een uitgebreide be­schrij­ving bij de dia’s en daar staan deze wetenswaardigheden in.)
    De eerste dia’s van het uitpakken werden door Nico met de geavanceerde ca­me­ra van Jan Just Witkam gemaakt. Ik hielp mee in de container, voornamelijk om aanwijzingen te geven welke dozen voorlopig in de container moesten blijven. Dozen die onze levensmiddelen bevatten en enige flessen alcoholische drank. Toen de camera van Jan Just ging weigeren opnames te maken omdat er te weinig licht was, nam ik het fotograferen van Nico over. Mijn camera is erg eenvoudig en maakt soms geen goede foto’s (ik maak ook niet altijd goede foto’s), maar de camera weigert nooit.
    Hier zijn dragers uit Tarim bezig met het uitladen van de om 7.00 uur ’s och­tends uit al-Mukalla gearriveerde container uit Nederland leeg te maken.
    De container zou, volgens berichten in Nederland, op 30 maart in al-Mukalla aankomen. Dat bleek een fout, die wij ontdekten toen we al drie weken in Tarim waren. De container zou op 30 maart in de overslaghaven van al-Fudjayra ar­ri­ve­ren en op 17 april in al-Mukalla, zo werd ons half april duidelijk gemaakt.
    Op 23 maart was het ding in Tarim en blokkeerde de hele straat voor de ingang van de bibliotheek. Plotseling wist de hele buurt wat wij in Tarim kwamen doen.
    Rechts langs de wand in de container staan enkele van de in het totaal zes of zeven dozen levensmiddelen voor ons.

    Na afloop van het werk kwamen de financiële zaken aan de orde.
    De dragers wilden 10.000 rial hebben voor hun werk. Zij waren met z’n negenen of tienen. De politie (die toezicht had gehouden) wilde haar diensten betaald hebben. De officier zei tegen Nico: “Je weet wel wat mijn dienst waard is.” Dat wist Nico niet en de man wilde ongeveer tweeduizend rial hebben, vonden we na lang aandringen uit. De timmerman die ondertussen ook aan het werk was in de bibliotheek, wilde de vitrine, die hij maakte, betaald hebben: 20.000 rial (ongeveer tweehonderdzestig gulden!) en we moesten hem 40.000 rial vooruit betalen voor de nieuwe voordeur die hij zou gaan maken.

    Dit is het einde van dag 38 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 24 april 1996
    Say'un
    Een impressie van Say’un vanaf het balkon van het Kathiri-paleis. (Gasr al-Thawra.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 24 april 1996 (woensdag).

    Tarim (Tarim, Say’un).
    Op 4.20 uur.
    Om 5.00 staat, zoals afgesproken, Hamid B. met zijn taxi voor de deur. Hij brengt ons naar de luchthaven in Say’un, waar we tegen 5.45 uur zijn.
    Abd al-Rahmaan A. komt circa 6.30 uur.
    Nico vertrekt om 7.30 uur.
    Ik ga met Hamid naar Say’un, maar we zijn te vroeg om geld te wisselen. Op zijn kosten drink ik een kop thee (à 5 rial)(1) en dan wissel ik 500 dollar voor 127 rial per dollar. Vóór de Ied al-Adha (het Slachtfeest) is de ‘markt’ lauw, wordt me verteld. Dit feest is zondag en maandag a.s.
    Voor de deur van het Kathiripaleis (Gasr al-Thawra) wacht ik op Abd al-Rah­maan met wie ik om 9.00 uur een afspraak heb.
    Ik zit tegenover een kapperszaak waar al druk geknipt wordt en waar veel klan­ten op een beurt wachten. Er komt een jongen aanlopen die iets heeft wat maar weinig mannen hier (zichtbaar) hebben of tonen, namelijk een kont. Ik vind zijn figuur aantrekkelijk. Een volle kont. Dan komt Muhammad al-H., de chef van Abd al-Rahmaan, die me mee naar boven nodigt. Vanaf het balkon kan ik nog wel de kapperszaak zien, maar de jongen niet meer.
    Tegen 9.10 uur gaan Abd al-Rahmaan en ik met de taxi van Hamid naar de al-Ahgaaf-bibliotheek in Tarim. Ik werk daar zeer tegen de zin van Abd al-Gaadir en misschien ook van Abd al-Rahmaan, tot circa 15.00 uur.
    Rond 12.00 had ik tijdens werkzaamheden met een schroevendraaier driftig en krachtig in het vlees tussen mijn linker duim en wijsvinger gestoken. Zoals ge­woonlijk bij dit soort dingen (bloed) werd ik niet goed, dreigde flauw te val­len, en slechts het ijskoude water dat Abd al-Rahmaan voor mij haalde ‘redde’ mij, samen met een koude cola.
    Ik had mijn verbandmiddelen bij me. (Niet toevallig, want ik ‘sleep’ die al vier we­ken mee.)
    Gelukkig zaten in de container eenvoudig te openen levensmiddelen, (zakjes en potjes) want met mijn gewonde linker hand ik kan geen moeilijke handelingen verrichten bij het koken.
    Met deze ‘gapende’ wond durf ik niet in het zwembad, dat geen chloor bevat en dat maar weinig doorstroomt.
    Ik verhuisde vandaag ook van kamer 8 naar de kamer van Nico, nummer 12.
    Alle levensmiddelen ordenen.
    Na koken en eten (ravioli à la bolognaise, met zuurvlees) val ik tegen 20.00 uur doodmoe in bed.
    Omdat Nico de dekens niet gebruikte en ze in het stof gooide (dat in deze ka­mer, evenals in nr. 8, overvloedig aanwezig is), kan ik die niet gebruiken. Ik lag naakt onder Nico’s klamboe, maar met airco en ventilator werd het me al gauw te koud. Ik zocht wat kleding bij elkaar.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 24 april.
    In de bibliotheek verder werken aan de assemblage van het meubilair. Abd al-Rahmaan (de projectleider aan Jemenitische zijde) en Abd al-Gadir (de binder van de bibliotheek) werken mee tot laat in de middag. Het blijkt dat het ge­brui­ke­lijk voor dit ‘overwerk’ te betalen, hoewel Abd al-Gadir zegt dat hij zich wil op­of­fe­ren voor de bibliotheek en dat hij niet aan geld gedacht heeft. (Waar­schijn­lijk een beleefdheidsformule.)
    Overwerk is de werktijd na 13.30 uur, de sluitingstijd van de bibliotheek. Abd al-Rahmaan en Abd al-Gadir werkten gisteren ook al over.
    In overleg met Abd al-Rahmaan besluit ik tot het betalen van een vergoeding van 3.000 rial voor elk, voor hun bijdrage tot nu toe. Ook Sjeik AB (de directeur van de bibliotheek) werkte op 23 april enige tijd over en hij krijgt daarvoor 1.000 rial. Daarnaast stelde ik voor alle medewerkers van de bibliotheek een geschenk te geven voor het aanstaande slachtfeest, in de vorm van 1.000 rial per persoon. Er zijn zes mensen werkzaam in de bibliotheek.
    Abd al-Rahmaan.
    Sjeik AB.
    Aydaroes.
    Hussain al-K.
    Abd al-Gadir.
    Abu Alawi.
    De totale kosten voor deze dag zijn dus 13.000 rial.

    Einde van het verslag van 24 april.

    (1) Ik weet nog dat ik met Hamid op een terras zat en daar thee dronk. Een men­taal gestoorde forse jongen, in een lange grijze djellaba, kwam bedelen. Hij werd door de klanten van het terras verdreven. Hij viel op straat in een vochtige plek (of zijn eigen urine?) en men liet hem gewoon liggen. Niemand keek naar hem om.

    Dit is het einde van dag 39 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)
    .

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 25 april 1996
    Markt, Tarim
    De markt schuin tegenover de bibliotheek in Tarim. Het aanbod van groente en fruit is maar be­perkt.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 25 april 1996 (donderdag).

     Tarim (Tarim, Arabische Indonesiërs, Arabische Singaporezen, Ied al-Adha).
    Op 5.00 uur. Het is heerlijk koel, buiten.
    Afwassen en de rommel opruimen.
    Rond 9.00 ben ik in de telefoonwinkel van Husayn A. en bel Jan Just Witkam, AS en Pa en Ma.
    Werken in de bibliotheek, maar eerst kocht ik twee sarongs van licht katoen. Na het zwemmen en douchen liep ik meestal in een lange badhanddoek, maar dat werd me te warm. Alle mannen lopen hier in een sarong, dus doe ik dat ook, op mijn kamer.(1)
    Ik wilde ook een bureaulamp kopen om ’s avonds buiten nog te kunnen werken, maar ik kan alleen een met ingebouwde batterij vinden. Dat is ook veel beter, hier, wegens de frequente stroomuitval.
    We werken tot 13.00 uur. Abd al-Rahmaan A. brengt me naar huis (hotel) met een tafel en stoel(2), zodat ik hier kan werken. (Op eigen verzoek.)
    Ik geef hem een deel van de overvloed van de levensmiddelen voor vrouw en kinderen. We spreken een vergoeding voor zijn reizen af. (Say’un – Tarim vice versa, dagelijks (ik ga uit van een hele taxi(3) van 800 rial per rit) vijf dagen in de week): 8.000 rial per week. (Circa f. 100,00.)
    Ik ga, wegens mijn wond (linker hand), niet zwemmen.
    Abd al-Rahmaan nodigt mij uit om samen te eten en ik ga met hem lunchen.
    Voor die tijd zie ik nog enkele leuke Chinese jongens in het water liggen. Zij zijn hier uit Indonesië en Singapore om de ‘roots’ met de Hadramaut niet te ver­lie­zen. Hun ouders zijn immers Hadaarim, of anders hun grootouders wel. Zij stu­de­ren hier een jaar op de islamitische universiteit.
    In deze door en door mannenmaatschappij verlies ik de vrouwen uit het oog. Er zijn ook weinig vrouwelijke toeristen.
    De krachtige boy, die ik enkele dagen geleden al beschreef (21-4-96) zag ik van­mid­dag even. Daarna rende ik als een gek rond (in sarong) om hem nog een keer te zien, wat niet lukte. Ik zou hem willen betasten, naakt, wel te verstaan.
    Ik gaf alle medewerkers in de bibliotheek 1.000 rial voor de Ied al-Adha (het Slachtfeest), doch alleen Hussain A., Abd al-Rahmaan en Abd Allah A. be­­dank­ten. Noch Abd al-Gaadir, noch Aboe Alawi bedankten mij. Het was Abd al-Rahmaan die me erop attent maakte. (Van Abd Allah had ik het zelf niet ge­hoord.)
    Het eten met Abd al-Rahmaan, hier (hotel) was uitstekend: vis (tonijn), rijst en groente.
    ‘Thuis’: op mijn kamer, allerlei zaken regelen. Boekhouding en dagboek bij­wer­ken.
    Anders dan bijna een jaar geleden, toen ik tot mijn ontsteltenis merkte dat ik (even) verliefd was geworden op een man: Rashid K. uit Canada, vind ik het volkomen natuurlijk dat het welgevormde lichaam van de jongen gisteren (bij de kapperszaak in Say’un) en de krachtige werkman me aantrekt, hoewel ik dat tegen niemand hier of in Nederland zal toegeven. Europese mannen spreken me niet aan. Vrouwen uit alle landen wel.
    Nu 19.45 uur.
    Ik kan de slaap niet vatten. Het sterke lichaam van de werkman van het hotel houdt me bezig. Na uren komt het gevoel tot ontlading, maar ik blijf nog lang wakker liggen, dus maak ik het verslag van de afgelopen dagen op de computer.
    Bed 00.00 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interes­sante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 25 april.
    Verschillende onderdelen van het meubilair blijken te zwak voor het harde Ha­dramitische klimaat. Het ziet er naar uit dat een deel van de IKEA-meubelen de tijd van mijn verblijf niet zal overleven. Nu al ging één van de vier (plastic) rol­luiken van het wandmeubel stuk, direct bij het eerste gebruik. De warmte deed het plastic verder uitzetten dan de kast breed was. Daarnaast vormt het stof (deze stad is één grote, hete stofwolk) al na vijf minuten een dunne film van zand op pas uitgepakte spullen. Veel bewegende delen, gemaakt voor de West-Europese schone airco-kantoren, zullen in dit hete stofparadijs spoedig ten on­der gaan. Het dringt zelfs door in de scharnieren van de hoogst geavanceerde spiegelreflex fotocamera’s. Het stof is misschien wel van moleculaire grootte.

    […]

    Tijdens een informele bijeenkomst, hier in het hotel, vertelt Abd al-Rahmaan dat Sjeik AB een vriendelijke man is, maar uiterst eigenwijs en soms ruzie­zoe­kend. Hij heeft altijd op alles en iedereen kritiek, ook op het gebeuren in de mos­kee. (Details weet ik niet.) Bovendien is hij niet altijd redelijk en wil nog wel eens onbezonnen te werk gaan. Hij is wegens zijn ‘wilde’ eigen­schappen niet bij iedereen geliefd.

    […]

    Na het Slachtfeest wil Abd al-Rahmaan op zoek gaan naar een nieuw gebouw voor de bibliotheek. De huidige locatie is minder geschikt omdat de bibliotheek in het moskeecomplex is gehuisvest en daardoor afhankelijk van de nukken van het moskeebestuur. Ook is de bibliotheek afhankelijk van de elek­trici­teits­­be­hoef­­ten van de moskee.
    Ik vraag hem of het dan wel zinvol is om nog een elektriciteits­netwerk in de bibliotheek aan te leggen. Hij zegt dat voordat de bibliotheek daadwerkelijk zal verhuizen er nog vele jaren voorbij zullen gaan.
    Hij vertelde ook dat het Hussain al-K. is geweest die in het verleden door de regering benoemd is om een bibliotheek op te zetten en dat hij het is geweest die alle families verzocht heeft hun boeken samen te brengen, om zo boek­ver­bran­ding [door de communisten: IdL], die veelvuldig voorkwamen (niet in Tarim, maar wel in al-Mukalla) te voorkomen.
    Uiteindelijk werd Hussain al-K. het slachtoffer van een soort ‘culturele re­vo­lu­tie’, toen men hem ervan beschuldigde slechts in de beloning geïnteresseerd te zijn en niets om die boeken te geven. De man heeft deze vernedering gelaten over zich heen laten gaan en nam zich voor te wachten op betere tijden en on­der­tus­­sen ‘zijn’ boeken zo goed mogelijk te beschermen.
    Voor Hussain al-K. is de pil extra bitter omdat hij vroeger de eerste man in de bibliotheek was en nu niet meer meetelt.
    Sjeik AB, die tegenwoordig de leiding heeft, was vroeger de bibliothecaris in de bibliotheek van de familie waartoe ook Hussain al-K. behoort.
    Hussain al-K. is de enige man die voortdurend boeken leest en bestudeert. Hij spreekt ook een beetje Engels.

    Einde van het verslag van 25 april.

    (1) Sinds deze dag in 1996 loop ik thuis altijd in een sarong, ook nu, in 2016.

    (2) De tafel en stoel waren een onderdeel van het geschenk, dat eergisteren met de container kwam, en die spullen waren dus eigendom van de bibliotheek.

    (3) Een ‘hele taxi’. Dat is dus een taxi die je niet deelt met andere personen, die dezelfde bestemming hebben, of een bestemming die ongeveer aan de af te leg­gen route ligt. Je moet dan soms heel lang wachten voordat de auto vol is, of zelfs meer dan vol, voordat de chauffeur vertrekt.

    Dit is het einde van dag 40 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 26 april 1996
    Apenkoppen
    Een impressie van de Wadi Hadramaut. Ik noemde deze heuvels vaak ‘apenkoppen’ omdat je er, met enige fantasie, wel het bovenste deel van een schedel van een aap in kon zien, zoals bij de ‘berg’ links: een lage schedel, een laag voorhoofd en een ver vooruitstekende snuit. Vrijwel alle ‘bergen’ hadden een vergelijkbaar uiteinde.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 26 april 1996 (vrijdag).

    Tarim (Tarim).
    Op 6.00 uur.
    Computer: boekhouding.
    Ontbijt. Afwassen.
    Een brief schrijven voor de achterblijvers. Ik noem die ‘De tweede brief van Johannes aan de Hollanders’ en schrijf vier A4-tjes vol.
    Lunch.
    Het water in het zwembad is groen, dus ‘onbezwembaar’.
    Nu 14.00 uur.

    Na de middag bezig met een brief voor RK en … Ik weet het niet meer: zinvolle dingen, in ieder geval. Tekenen, denk ik, wat helemaal niet lukt.
    ’s Avonds koken: kip tandoori, zonder kip!
    Arabisch lezen.
    Ik neem een cola (koop die bij de cafetaria van het hotel) en maak er een rum-cola van.
    Bed 21.30 uur.

    Dit is het einde van dag 41 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 27 april 1996
    Linosnede
    De linosnede van Abd al-Rahmaan: boerinnen met hun voor de Hadramaut typische strooien hoeden.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 april 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim, mudbrick, Wadi HadramautThibi, Suwayri, Rayda, Daniël van der MeulenAboe Righaal, Jaar van de Olifant, Mekka, Ka’ba, Laila Alwi, Boor, Say’un, Waqf / Awqaaf).
    Wakker: 5.30 uur.
    Tekenen tot 7.30 uur: nu!

    Afwassen.
    Ontbijt.
    Op de afspraak van 9.30 komt Abd al-Rahmaan A. een half uur te laat. Hij is de gastheer, dus ik heb niets te willen.
    Hij rijdt mij door Tarim: het Tarim van de mudbrick-paleizen.
    Op mijn verzoek zullen we een zij-wadi van de Wadi Hadramaut bekijken: Wadi Dhahab (dhahab betekent ‘goud’), maar zover komt het niet. Even voorbij het dorp Thibi, waar Abd Allah A. (bibliotheekmedewerker) woont, wordt de weg zo slecht dat de oude rammelende Toyota van Abd al-Rahmaan niet meer op ver­ant­woor­de wijze verder rijden kan.
    Aan de zuidzijde van de Wadi gaan we naar twee dorpjes, al-Suwayri en Rayda.
    Abd al-Rahmaan vergelijkt zich met Aboe al-Gharr(1) die in het Jaar van de O­li­fant de Ethiopiërs de weg naar Mekka wees, waar zij de Ka’ba wilden ver­nie­ti­gen. Abd al-Rahmaan als Aboe al-Gharr die mij, de vreemdeling, de weg wijst naar de huizen van de dorpelingen. Althans, de dorpelingen zullen zeggen dat hij Aboe al-Gharr is.
    Ik maak in al-Suwayri een aantal foto’s van huizen die ook Daniël van der Meu­len zou hebben gefotografeerd.
    Het naast de grote weg rijden (dorpswegen), maar ook het rijden op de grote weg, is geen pretje voor al die oude rammelkarren die ze hier hebben, met uit­zon­de­ring dan voor Laila Alwi, de naar een dikke, zeer populaire Egyptische actrice vernoemde four-wheel drive van elk Japans merk.
    We bezoeken ook nog de voormalige Hadramitische hoofdstad Bawr (Boor) en gaan dan in Say’un naar de wijk al-Qarn (al-qarn betekent ‘de hoorn’) waar niet alleen Hamid B. woont (de taxichauffeur) maar ook Abd al-Rahmaan en zijn familie.
    Ik maak kennis met zijn dochtertje Maryam, ongeveer 4,5 jaar oud, met zijn zoontje Hassan, 2,5 jaar oud en met de stem van zijn vrouw. Ik zie niets van haar, zelfs geen zwarte lap. Ook met de stem van zijn moeder, in een zelfde verschijningsvorm als zijn vrouw: geen, dus.
    Daarnaast ontmoet ik zijn broer Hassan, die bij het Ministerie van Awqaaf werkt en een beetje Engels spreekt.
    De vrouw van Abd al-Rahmaan kookte en zet de toetjes om de hoek, zonder zich te laten zien, uiteraard.
    Het eten: een berg rijst, een beetje groente, aardappelen, vlees. (Vlees van een onduidelijk soort. De Arabische slager hakt immers het dier in een aantal even grote stukken. Vlees koop je per homp of per gewicht en niet per soort, zoals in Europa.) Dit is een stuk van een geit, of iets dergelijks. Hassan legde twee stuk­ken op mijn bord, alsof ik deze lekkernij beslist niet mocht missen. Gelukkig kreeg ik nog één stuk door mijn strot. Het andere stuk, vol harde pees en veel vet viel weer uit mijn mond. Vet en olie: alles dreef erin.
    Wel, dit was niet de maaltijd waarnaar ik uitgekeken had. Bovendien werd me duidelijk dat wat het hotel in Tarim serveert, de ultieme variatie is. Ook de maal­tijd bij Abd al-Rahmaan bevatte niet meer dan de maaltijd in het hotel.
    Er was haai (haaienvlees), dat beviel me niet, maar ik zou er wel aan kunnen wennen. Er waren twee meloensoorten. Als toetje pudding en citroen- en si­naas­ap­pel­ge­lei.
    Iedereen eet met zijn lepel uit de gemeenschappelijke potjes, dat wat de toetjes betreft. De hoofdschotel werd natuurlijk met de blote rechterhand naar binnen gewerkt, zittend op de grond (vloer). Gelukkig had ieder zijn eigen bord. Dat wel.
    Eten als bij de nomaden: of ‘ze’ nu in een tent zitten, of in een huis. Het maakt niet uit.
    Met de handen eten: het klinkt romantisch, voor toeristen, maar voor mij hoeft het niet. (Niet meer.) (Gelukkig had ik hem eergisteren verteld dat ik niet van vlees hou.)(2)
    Wat wel hoeft zijn die prachtige tekeningen, aquarellen en linosneden die Abd al-Rahmaan maakte. Hij is een autodidact en hier en daar heeft zijn werk nog iets primitiefs, maar vaak is het subtiel en van verbluffende schoonheid. Ik kreeg het op één na mooiste werk van hem: een linosnede in geel en zwart (werkende boerinnen op het platteland) ongeveer 17 x 13,5 cm. Strak en toch gedetailleerd.(3)
    Het mooiste werk is een aquarel van ongeveer 6 x 5 cm: een ondergaande volle maan achter palmbomen voor een gestructureerde zwoel donkerblauwe hemel.
    Met enige scholing kan hij een goede artiest worden, maar zijn cultureel werk gaat tegenwoordig voor.
    Ik ga met een reguliere taxi terug naar Tarim.
    Avondeten koken.
    Van 21.00 tot 23.00 uur buiten zitten. Ik ging om de Hollanders (toeristen) te spreken, maar had er eigenlijk niet veel zin, hoewel er een mooie jonge vrouw bij was.
    Hussain komt bij mij zitten en we vertellen wat. (Hij spreekt alleen maar Hadrami, is dertig jaar en heeft twee zonen, een van zeven en de ander is vier jaar oud.)
    Ik leer snel dat precieze uitspraak, anders dan ik dacht, zeer belangrijk is, hoe­wel zijzelf niet altijd duidelijk spreken.
    Er komt al snel Muhammad uit al-Mukalla bij, die hier naar toe kwam om Engels te leren.
    Ik help hem met het vertalen van een krantenartikel: Engels en hij helpt me met het Arabisch. Dit zullen we vaker doen.
    Hij rookt veel en is erg mager, maar toch voel ik me tot hem aangetrokken.
    ’s Avonds in bed fantaseer ik over zijn lichaam en dat van die stevige werkman en kom klaar.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 27 april. (CommunismeWahhabiyya.)
    Abd al-Rahmaan laat me enkele paleizen in Tarim zien. Hij wijst me op de slech­te toestand waarin veel paleizen verkeren. Vroeger waren die allemaal be­woond door hun ei­ge­na­ren, die ook een leger van bedienden in dienst had­den. Na de communistische machtsovername werden al deze gebouwen ont­ei­gend en als woonruimte toegewezen aan het gewone volk, die het helemaal uit­leefde. De eigenaren werden in Tarim bedreigd en vluchtten naar Aden, om zich daar, als onbekenden onder het gewone volk te mengen, waarmee hun vei­lig­heid ge­ga­ran­deerd was.
    Abd al-Rahmaan vraagt zich bezorgd af of wij wel goed gehoord hebben dat dr. Yoesoef Muhammad Abd Allah (de directeur van de Algemene Organisatie van Archeologie, Musea en Handschriften […] in Sana’a en zijn werkgever) de nieuwe directeur van de al-Ahgaaf-bibliotheek wordt? Hij denkt dat hij daar niet geschikt voor is en dat er competentere personen zijn. Hij is bovendien meer geïnteresseerd in zijn huidige taak in het museum van Say’un.
    Hij bespreekt dit met mij, terwijl we voor de Hadad-moskee van Tarim staan. Deze oude moskee werd onlangs gerestaureerd met het geld van een in Saoedi-Arabië rijk geworden Tarimi. De moskee ziet er mooi nieuw uit, geen leem­bouw. Kort geleden werd Abd al-Rahmaan benaderd door de bouwheer. Die vreesde dat de nieuwe moskee binnenkort met de grond gelijk zal worden ge­maakt, door Tarimi’s, die geloven dat de versieringen in de moskee, die door een Marokkaan werden aangebracht (calligrafie en geometrische figuren in gips) ‘haraam’ zijn. Dit is niet alleen de invloed van de Wahhabiyya, maar ook het klasseverschil tussen rijk en arm. (Waarschijnlijk gaan communistische ideologie en strikt islamitisch dogma hier hand in hand.)

    […]

    Abd al-Rahmaan maakt calligrafiën in de stijl van oude korans, die hij in Sana’a verkoopt.

    Dit is het einde van het verslag van 27 april.

    (1) Op internet en in The Encyclopaedia of Islam is geen Aboe al-Gharr te vinden, die in het Jaar van de Olifant zou hebben geleefd. (Misschien heb ik Abd al-Rahmaan verkeerd begrepen of bij het opschrijven van de naam een fout gemaakt.) Wel vind ik in The Encyclopaedia of Islam ene Aboe Righaal, die dit staaltje van verraad zou hebben gepleegd. In de islam geldt de man als een historische figuur, in de wetenschap houdt men het op een mythe.

    (2) Ik ben al sinds 1975 vegetariër (nog steeds), maar was sinds het begin van de jaren negentig al vaak genoeg in de Arabische wereld geweest om te weten dat als je daar geen vlees eet, je snel sterft van de honger, tenzij je de beschikking hebt over een eigen keuken en er geen voedselschaarste heerst in de streek waar je verblijft. Daarom was ik min of meer gedwongen vlees te eten. Overigens kon ik natuurlijk ook niet komen ‘aanzetten’ met de mededeling “Ik eet geen vlees”, als de mensen aldaar voor mij hun laatste kip slachtten. Bovendien werd mij ook, bij een andere gelegenheid, te verstaan gegeven dat Allah het vlees halaal had gemaakt. Met andere woorden: waar haalde ik de hoogmoed vandaan om Allah uit te dagen door zijn aanbod te weigeren.

    (3) Abd al-Rahmaan was kunstzinnig en linkshandig. De linkerhand is in de islamitische / Arabische cultuur onrein, omdat je daarmee je kont na het poepen afveegt. Het is verboden om met je linkerhand aan het eten te komen en je linkerhand ook maar te gebruiken waar ieder ander zijn / haar rechterhand voor gebruikt. In de al-Ahgaaf-bibliotheek maakte Hussain A. zijn ongenoegen over de linkshandigheid van Abd al-Rahmaan bij mij kenbaar. Abd al-Rahmaan had mij verteld dat, toen hij nog een kind was, zijn vader tegen hem had gezegd dat het niet uitmaakte welke hand hij gebruikte, als hij er maar gelukkig mee was. Hoeveel mensen zouden in andere families niet gedwongen rechtshandig worden gemaakt? Overigens is in de Europese cultuur ‘links’ ook niet overal top. Het Italiaanse woord voor links is ‘sinistra’. In het Nederlands heeft het bijvoeglijk naamwoord ‘sinister’ de volgende betekenissen. Onheilspellend, schrikwekkend; onguur, zeer ongunstig (van uiterlijk).

    Dit is het einde van dag 42 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 28 april 1996
    Levensmiddelen en drank
    Levensmiddelen en drank, alles uit de container die mij op 23 april jl. bereikte en verrijkte met voedsel dat ik spoedig niet meer zou lusten en drank die Nico prefereerde, maar die nu naar huis was.
    De drank bewaarde ik in mijn koffer met nummerslot. Uiteindelijk heb ik een hele liter aan een Nederlandse reisleidster gegeven en het overgrote deel door het toilet gespoeld, want ik ben geen drankorgel en kreeg dat dus nooit op. Aan het einde van het project in 1996 werd alles wat van de projectleiders was opgeslagen in het Kathiripaleis in Say’un, maar, zo werd mij duidelijk gemaakt, daar mocht beslist geen drank bij zijn.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 28 april 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim, Ied al-Adha, Kathiripaleis).
    ’s Nachts een uur lang jagen op vier muggen die in mijn klamboe zaten.
    Wakker om 7.15 uur. Anderhalf uur tekenen.
    Douche.
    Afwassen.
    Ontbijt.
    Dagboek bijwerken.
    Nu 10.45 uur.

    Doodmoe ga ik een paar uur (of beter: anderhalf uur) slapen en dagdromen over de twee jongens die mijn interesse hebben: Muhammad al-S. en de krachtige, gespierde jongeman.
    In tegenstelling met wat ik verwachtte kan ik BQ niet vergeten en ik hoop dat ze mij, als haar bewonderaar, op z’n minst zal missen.
    Zwemmen in een halfvol bad (halfvol met water, niet met mensen!).
    Na de middag FoxPro: na een week weer programmeren.
    Ik zie af van het voorgenomen werk van het overtypen van de fihrist. (Fihrist is het Arabisch woord voor ‘catalogus’.) Ik kan het niet opbrengen om in de­ze hitte te beginnen aan zo’n saai werk, terwijl zij, voor wie het werk bedoeld is, vrijaf hebben.
    ’s Avonds nog even zwemmen. Aan de rand van het bad komen enkele man­nen zitten. Is één van hen de anders halfnaakte en nu goed geklede ge­spierde jongeman? In ieder geval is er sprake van een mooie jongen, die zijn sarong zo ver optrekt dat er wat van zijn mooie bovenbenen te zien is.
    Circa 18.00 begin ik te koken en rond 19.00 uur heb ik het eten op.
    Tegen 19.30 wordt er wild op mijn deur geklopt en ik denk aan alles en ie­dereen, behalve aan ‘hem’ van de bibliotheek. Het is Aboe Ali die voor de deur staat. Hij stapt naar binnen en ik vraag wat het probleem is. Hij komt slechts op bezoek. Hij weet dat hij niet gewenst is.
    Aboe Ali kwam de eerste avond van ons verblijf in Tarim om geld bedelen. De directeur van het hotel waarschuwde ons voor hem en hij zou hem voor­taan de toegang ontzeggen.
    Vanavond bij het Ied al-Adha (Slachtfeest) is er geen toezicht en daar maakt de man gebruik van.
    Ik bied hem een zitplaats aan en hij begint op zijn schreeuwerige toon te vragen wat ik zoal at en deed tijdens de Ied. Ik antwoord dat ik niet uitging, want het is een feest voor de moslims.
    Hij wil weten of Abd al-Rahmaan A. de nieuwe directeur wordt van de bi­blio­theek. Die informatie had hij uit al-Mukalla.
    Ik zeg: As’ilahoe. Maa ‘arif. (Vraag hem. Ik weet het niet.)
    Dan zeg ik: “Ik heb werk te doen. Is het mogelijk dat je weggaat?” In gewoon Nederlands: “Sodemieter op.”
    Ik wacht op zijn reactie. Hij zegt nog wat en staat dan op. Aan de deur schudt hij mijn hand en verdwijnt.
    Ik weet dat dit heel erg onbeschoft is, ook voor Nederlandse begrippen, maar is het ook niet heel erg onbeschoft om op bezoek te gaan bij mensen van wie je mag aannemen dat ze je niet willen ontvangen?
    Even later ga ik naar Muhammad al-S. die mij op seksueel gebied toch niet aanstaat, bij nader inzien. Van de interactie Arabisch – Engels komt niet veel, omdat na twee dagen ononderbroken stroom, nu de elektriciteit weer uitvalt en zijn werk daarbij (het herstel) vereist is. Daarnaast wilde hij Ne­der­landse Koninginnedag vieren. (Hij zag het op de televisie.)
    Boven (mijn kamer) om 22.30 uur.
    Bed verschonen met lakens uit kamer 8. (Mijn vorige kamer.)
    Dagboek bijwerken en Drambuie drinken, die ik sterk merk.
    Nu 00.00 uur.

    Dit is het einde van dag 43 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 29 april 1996
    Hoofdweg Tarim.
    De hoofdweg van `Aidid naar Tarim. `Aidid is een buitenwijk van Tarim. Die wijk ligt niet al­leen hier voor ons op de dia, maar strekt zich ook uit tot ver voorbij het Gasr al-goebba-hotel. Het hotel ligt achter de tafelberg. Dit is de weg die ik elke ochtend liep naar de bibliotheek. Rechts is nog een deel te zien van een werkplaats waar stalen deuren gemaakt worden. Het donkere huis links op de dia is van beton gemaakt. Duidelijk is te zien dat de straat verhard is, maar vrijwel geheel bedekt is met stof en zand.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 29 april 1996 (maandag).

    Tarim (Tarim, Imru’ al-Qais, recitatie van de koran, voorbeeld van een recitatie (YouTube), Abd al-Basit (recitator), Mukalla, Shabwa, Burgeroorlog 1994, Burgeroorlog 1986).
    De wetenschap dat Nico vandaag naar het koele Nederland reist maakt me een beetje jaloers. Ik voel me de hele dag een beetje slap, tot nadat ik gegeten had, vanavond in het restaurant.
    In bed tekenen gaat niet meer, omdat de klamboe te strak gespannen is.
    Ik tekende buiten, circa twee uur.
    Erg veel zin in een ontbijt had ik niet, maar at toch.
    Ik hou me bezig, in toenemende hitte, met … Ja wat? Ik weet het niet meer. (Weer tekenen?)
    Tegen 11.30 lig ik in het zwembad waar eerst een paar Australiërs met een leuke meid zijn. Later een heel stel leuke Italiaanse vrouwen, waarvan twee mij wel zeer bevallen. Allen zijn met een man. Ik zag vlak ervoor het stuk (mannelijk) en hoopte dat hij ook in de buurt van het zwembad zou komen. Hij had vriendelijk goeiedag geknikt, maar ik vergat hem toen ik al dat rond­borstige schoons in het zwembad zag.
    Later wilde ik hem weer zien, maar toen was hij er niet meer.
    Ik bleef meer dan één uur in het water. Toen de Italiaanse schoonheden gin­gen, ging ik ook.
    Eten: soep van gisteren. Ik geniet er niet zoveel van, want een paar dagen geleden brandde ik mijn gehemelte en dat doet nu zeer.
    Na de middag FoxPro. Ik kom steeds verder, maar niet bevredigend.
    Rond 17.00 weer zwemmen, nu alleen.
    Ik bestel eten voor vanavond en maak een (computer) brief voor MB in Meerssen.
    Tegen 19.30 eten in het restaurant: soep, rijst met groente en een kippen­poot. Ananas als toetje.
    Buiten van 20.00 tot 21.45 uur. Vertellen met Muhammad al-S. en Hussain. Ik weet niet of ik wat leer, maar ik kan wel een hoop begrijpen. (Dat denk ik.) Muhammad spreekt een beetje Engels. Hussain geen woord.
    Om 22.00 koop ik bij Mansoer (van de cafetaria) een cola en thuis (kamer) schrijf ik dit, terwijl ik Bacardi-rum / cola met citroensap (uit een flesje) drink.
    Ik weet niet hoe laat het is, maar ik schat rond 23.00 uur. Ik luister naar housemuziek.
    Overdag heb ik niet veel zin in de avondgesprekken, maar ’s avonds vind ik het gezellig, hoewel er veel misverstanden zijn. Ik spreek niet goed Arabisch, maar veel beter dan Muhammad Engels spreekt, maar Muhammad kent Arabische poëzie (ook van Imru’ al-Qais) en hij ‘zingt’ mooi als hij de koran reciteert, zoals ik gisteren hoorde.
    Hij is twintig jaar en heeft al veel meegemaakt. Hij was net achttien toen hij als dienstplichtig soldaat in de oorlog van 1994 betrokken raakte. Hij lag in de bergen tussen al-Mukalla en Shabwa en zag vrienden sterven. Gesneuvelde soldaten werden met behulp van een bulldozer begraven.
    Zijn neef stierf in deze oorlog, terwijl diens vader (‘Amm Muhammad: een oom van Muhammad aan vaderszijde) al bij een burgeroorlog in 1986 (met 30.000 doden) om het leven was gekomen. (Toen ging het om partijtwisten.)
    De laatste oorlog reikte niet tot Tarim.
    Het leven is hier hard.

    Ik ben licht aangeschoten.

    Dit is het einde van dag 44 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tab­blad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 30 april 1996
    Bougainvillea
    In Tarim was niet alleen maar stof dat uit de woestijn op alles neerdaalde en bedekte met een rood­bruine laag, maar er bloeiden ook mooie bloemen, zoals deze. Mij werd verteld dat dit een bou­gain­villea is.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 30 april 1996 (dinsdag).

    Tarim (Tarim, al-fusha, koran, Imru’ al-Qais, hadith).
    Wakker rond 6.30 uur.
    Een beetje tekenen.
    Ik denk aan de mooie sterke jongeman.
    De hele ochtend en de hele middag werken aan het maken van brieven voor het thuisfront (MM [sic] in het Engels), met uitzondering van 12.30 tot 13.30 uur: zwemmen.
    Zowel tussen de middag als ’s avonds warm eten. Al dit opgewarmde ge­droogde blik- en zakjesvoedsel. Ik verlang weer naar macaroni met ui en tomatenpuree, dat wat we drie weken aten. Dat had tenminste body. Nu heb ik steeds een leeg gevoel. Hoewel ik grote hoeveelheden eet.
    Rond 21.30 ga ik naar beneden en breng een groot deel van de avond door met Muhammad al-S. Ik ben zo dom te veronderstellen dat al-Fusha(1) een kunsttaal is, die nooit echt werd gesproken.
    Ik krijg een verhaaltje opgediend, het verhaaltje waarover ik geleerd heb, maar nooit in het echt gehoord heb.
    In de tijd van Muhammad, de profeet, sprak iedereen al-Fusha, maar die kennis ging verloren door de invloed van al-a’djaam. (Dit betekent ‘de vreemdelingen’, ‘de niet-Arabieren’. Het enkelvoud is al-‘adjami.) De koran bevat een Arabisch dat het mooist is en het zuiverst. Het is de taal van God en wie wat ook pro­beer­de, nooit werd de taal van de koran geëvenaard door een andere.
    Dit verhaal is er goed ingewreven. Voor een jongen als Muhammad, die toch poëzie kent, zelfs Imru’ al-Qais, moet het toch opvallen dat er misschien wel poëzie is die de koran evenaart, of misschien zelfs overtreft.
    Hij spreekt over hadith (meervoud: ahaadieth) met vage betekenissen, zoals: ‘Je huis komt steeds dichterbij’ en ‘Het ijzer spreekt’ om aan te geven dat de profeet al wist dat het vliegen (vliegtuig) de huizen dichterbij zou brengen, of dat er te­le­foon zou komen. (Waarom zei de profeet niet: “… en de naam ervan is dit of dat”?)
    Muhammad spreekt gedreven. Ik kan niet alles verstaan (ik vrees zelfs dat dit tot een breuk zal leiden), maar ik begrijp veel omdat ik de ach­ter­grond­kennis heb.
    Om 23.30 ga ik naar mijn kamer.
    Nu 00.00 uur.

    (1) Al-Fusha is het zuivere Klassiek Arabisch van de koran, maar het Modern Standaard Arabisch (MSA) wordt ook al-Fusha genoemd.

    Dit is het einde van dag 45 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tab­blad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 1 mei 1996
    Niqaab
    Een beetje wazige foto, gefotografeerd vanuit de taxi, onder het langsrijden. Een vrouw langs de weg, geheel gesluierd met de nigaab (de gezichtssluier), maar de ogen zijn wel te zien. Zij draagt een stok op haar schouders. Sommige vrou­wen dragen een scherpe sikkel zicht­baar, als een soort wa­pen, maar ook als landbouwwerktuig. Deze vrouw heeft haar handen bloot, dat heb­ben niet alle vrou­wen. Veel dra­gen zwarte handschoenen. De zwart stof van de nigaab is door­zichtig, blijkt even onder haar gezicht. Eronder kleurige (groen) stof.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 1 mei 1996 (woensdag).

    Tarim (Tarim, betelnotennigaab).
    Op 6.30 uur, of later? Ik teken in elk geval niet.
    Vannacht droomde ik van een vrouw. Ik dacht aan de woorden van Hussain A., die me gisteren een vrouw aanbood voor één miljoen rial. Lang dacht ik dat dit 130.000 gulden was, maar ik weet nu dat dit maar f. 13.000,00 is. Een koopje, als ze mooi en slim is.
    Om 9.00 sta ik voor de bibliotheek, maar de deur is goed en degelijk ge­slo­ten. Na enkele bood­schap­pen neem ik de taxi terug naar het hotel.
    Ik blijf een uurtje op het terras zitten vertellen met Muhammad al-S. en be­kijk de meestal brood­magere Je­me­ni­tische zwemmers die in het bad voor Je­me­ni­tische mannen voor 105 rial ko­men zwem­men.
    Kamer: FoxPro. Ik kom een stap verder met het programmeren.
    Zwemmen.
    Lunch.
    FoxPro.
    Ik betaal het hotel, inclusief baksjisj (fooi) 8.000 rial en zeg: “Gisteren was onze koningin jarig en daarom geef ik een cadeautje aan jullie, iedere me­de­wer­ker van het hotel. De deurwacht, de nacht­wacht, Mansoer (van de drank­jes), de moe­­der (zij poetst): iedereen. Ik geef 10.000 rial. (f. 130,00)
    Ik dacht daar afgelopen week al aan, tijdens het Ied al-Adha, maar dat was te laat. Dan had ik het geld moeten geven vóór het feest, zoals ik met de me­de­wer­kers van de bibliotheek deed. (Bij hen op projectkosten, in het hotel op eigen kos­­­ten.)
    Ik dacht dat 1 mei, de Dag van de Arbeid, wel een goede gelegenheid was, maar maakte er op het laatste moment Koninginnedag van.
    Vanochtend belde Abd al-Rahmaan A. uit Say’un om me te vertellen dat er mor­gen (ook al) niet gewerkt wordt. De eerstvolgende werkdag is za­ter­dag.
    Al die brieven die ik gisteren voorbereidde kun­nen dus pas zaterdag geprint en gepost worden.
    Als ik om 16.30 weer ga zwemmen barst het zwem­bad van zwarte vrouwen (vrou­wen in het zwart gekleed), van wie sommigen snel voor mij weg­duiken. Ik maak de gebruikelijke geluiden, zo­als een beest en bijbehorende gebaren, als ik in die situaties altijd doe, maar heb daar snel spijt van, als ik zie dat ze allemaal het hotel ‘in­dui­ken’.
    Later staan ze stiekem met ontbloot gezicht, bo­ven, vanaf het balkon te glu­ren. Ik zwaai, maar slechts een enkele knikt terug.
    Weer later staan ze in mijn ‘achtertuin’, die … al-hindnoten te plukken en te eten. (Be­tel­no­ten?) Ik blijf kijken en sommige kijken nieuwsgierig terug. Wat zou er achter al deze doeken zitten? Welk een sexy schoonheid? (Te koop voor 13.000 gulden, als je moslim bent.) Wat zit er achter deze nugub? (Enkelvoud: ni­gaab, de gezichtssluier)(1)
    Ik kook macaroni met uien en tomatenpuree!! (Aangevuld met witte bonen.) Al die kraak- en smaakloze happen uit pakjes en blikjes uit Ne­der­land! Met ui en macaroni heb ik tenminste een stevige, voedzame maaltijd. Drie we­ken, of meer, keken Nico en ik uit naar de pakjes in de container en een week later grijp ik weer naar het verfoeide voedsel dat ik drie weken ver­acht­te.
    Na een uurtje balkon, met jasmijnthee, die zijn jasmijnsmaak verloor tijdens de lange bootreis, ga ik naar beneden om te vertellen met Mu­ham­mad al-S. Ik zal beter op mijn gram­matica moeten letten, wil ik er voordeel van heb­ben.
    Tegen 22.30 uur op mijn kamer.
    Ik drink rum / tonic en dans twee keer op house­muziek.
    Het is (bijna) volle maan, maar dat heeft er niets mee te maken. Misschien wel dat hier een half dozijn gesluierde vrouwen is, maar die liggen al­lemaal (naakt?) in bed.
    Ik denk dat vrouwen in de Arabische wereld een gemeenschappelijke ge­heim­e taal hebben waar man­nen niets van begrijpen.
    Nu 00.00 uur.

    Ik zag het sterke stuk vandaag verschillende ma­len. Een enkele keer wilde ik hem grijpen. Nu hoop ik echter dat er een gesluierde vrouw langs de re­gen­pijp (is die er wel?) komt.

    (1) Een paar keer per week vroeg ik aan diegene die op dat moment achter de ba­lie van de re­cep­tie zat hoe het met zijn echtgenote ging. Het be­groe­tings­ce­re­mo­nieel is, wanneer twee mannen elkaar ontmoeten, zeer uitgebreid en duurt enkele minuten. Met vraagt naar het welzijn van jan en alleman in de familie, maar nooit en te nimmer naar het welzijn van de vrouwen in ie­mands huis. Daarom deed ik dat wel en expres, wat telkens tot hilariteit leidde, omdat men met de situatie geen raad wist. Ik vond het heerlijk om die mannen zo in de war te brengen.

    Dit is het einde van dag 46 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 2 mei 1996
    Lemen huis
    Indrukwekkend grote kasten van huizen in de Hadramaut. Helemaal van leem gebouwd (mud­­brick). Hoewel ze groot lijken en aan de buitenkant ook groot zijn, zijn ze binnen niet zo groot. Veel van de woonruimte wordt in beslag ge­no­men door enorme pilaren, die de vloeren van de volgende ver­­die­ping moeten dragen. Daarnaast zijn de muren veertig of meer centimeter dik. Bovendien wo­nen al­le ongehuwde kinderen in dit huis en de gehuwde zonen wonen er met hun hele gezin, elk in hun eigen appartement. Meisjes die trou­wen gaan bij de familie van de man in huis wonen. Als een va­der veel zonen heeft zullen die allemaal in zijn huis woon­ruimte moeten krijgen.
    Als een man meer dan één vrouw heeft en die vrouwen niet met elkaar kunnen opschieten, moet hij voor elk van hen een aparte woonruimte scheppen. Zo wordt een huis alsmaar groter.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 2 mei 1996 (donderdag).

    Tarim (Tarim, Slachtfeest, mudbrick, po­ly­ga­mie).
    De al-Ahgaaf-bibliotheek is gesloten wegens het Ied al-Adha (Slachtfeest).
    Ik word vrij laat waker, tegen 07.00 uur, en ik teken niet.
    Computer: de brieven naar vrienden verbeteren
    Rond 8.45 ben ik bij Hussain A. (telefoonwinkel) en bel naar Nederland: met Jan Just Witkam, de projectleider, Pa en Ma, Nico en met AS.
    De eerste verbinding komt pas na een half uur tot stand. Nico zou al uit zijn vel gesprongen zijn.
    Ik kwam er met een taxichauffeur, die op me bleef wachten. Ik betaalde daar­voor 300 rial (cir­ca f. 4,00). De telefoonkosten, 5.000 rial, ver­deel ik naar ver­hou­ding over project en privé.
    Voor en na de middag programmeren in FoxPro da­ta­ba­se. Ik ga vooruit.
    Zwemmen: drie Hollanders maken veel lawaai. Ik hou me koest.

    De vrouwen in het zwart (gisteren) zijn al weer weg, geloof ik.
    Later spreek ik de Nederlanders. Ze nodigen me uit voor een Tuborg bier, van­a­vond. Ik nodig hen uit voor whisky op mijn kamer. Gelukkig gaan beide ge­le­gen­he­den niet door.
    Ik eet tussen de middag in het restaurant van het hotel. Namelijk dat wat ik er verleden week met Abd al-Rahmaan A. ook at: vis met rijst. (25 april jl.)
    ’s Avonds brood (uit het restaurant hier) eten met jam en hagelslag.
    Van 20.30 tot 22.30 vertellen met Muhammad al-S. Hij geeft me zijn adres, voor het geval ik hem een brief zou willen sturen. Het adres moet in het Engels, de in­houd in het Arabisch.
    Verschillende mensen schreven naar het hotel. Ik ontving niets. De brief van AB was aan de bi­blio­theek gericht.
    Op terras dat bij mijn kamer hoort dronk ik een met Tiem (Seven-up) aan­ge­leng­de Famous Grouse Whisky.
    Nu 23.30 uur.

    Dit is het einde van dag 47 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 3 mei 1996
    Huizen.
    Het grote huis dat gisteren, 2 mei, te zien was, was van be­ne­den gefotografeerd. Deze foto toont en­kele huizen, ge­fo­to­gra­feerd in de ‘dode’ stad Qabr Nabi Hoed, vanaf een ver­ho­ging. De foto geeft een overzicht van de indeling van een dorp, de afstand van de huizen onderling en wat er op de plat­te daken te zien is.
    Het witte materiaal op sommige muren heet ‘Noera’ en is een soort kalk, die niet alleen als ver­sie­ring gebruikt wordt, maar die ook beschermt tegen regenwater, zodat de bo­ven­ste laag ‘mudbrick’ niet meteen oplost bij een plensbui. (Die maar zelden voorkomt.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 3 mei 1996 (vrijdag).

    Tarim (Tarim, Slachtfeest, SOAS, microfilm, mudbrick, Qabr Nabi Hoed).
    De al-Ahgaaf-bibliotheek is gesloten wegens het Ied al-Adha (Slachtfeest).
    De tweede helft van mijn verblijf.
    Na 7.00 uur word ik wakker. Ik teken een uurtje, maar val daarna vermoeid in slaap, tot na 10.00 uur. Ik besluit om voorlopig geen alcohol meer te drinken.
    Ontbijt.
    FoxPro database programmeren.
    Zwemmen.
    Een blond meisje en een baardige jongeman staan bij de receptie. Er zijn slechts twee mo­ge­lijkheden, denk ik: Nederlanders (mogelijk uit Leiden, want op wie lij­ken ze toch ook al weer?) of Duitsers.
    Ik blijf lang in het zwembad, want ik hoop ze er te zien.
    Na lang komt zij. Wat een sexy schoonheid. Even later komt hij ook.
    Zij is uit Duitsland, maar ze spreken Engels met elkaar.
    Zij blijkt te weten welk soort boeken het ge­schenk uit Nederland voor de al-Ah­­gaaf-bi­blio­theek bevatte, althans ze veronderstelt ‘re­fe­ren­tie­wer­ken.’
    ‘Een kenner’, denk ik. Ze blijkt Arabiste uit Er­langen. Ze heeft ook in Londen ge­stu­deerd.
    “SOAS”, neem ik aan en zeg ook Arabist te zijn. We vertellen wat.
    Hij is een Amerikaan en archeoloog en gaat in juli en augustus (temperatuur!) in al-Mu­kal­la graven naar een miljoen jaar oude beschaving.
    Na de middag FoxPro, van circa 16.30 tot 20.00 uur, want tussen 15.30 en 16.30 kookte en at ik.
    ’s Avonds met Katherine, Joe en Muhammad al-S. en Hussain zitten ver­tel­len. Zij is bijzonder aardig en zachtaardig. Zij lijkt me heel lief, maar ze heeft dus al een Amerikaans vriendje.
    Nu 22.30 uur, zonder alcohol.

    In de Duitse reisgids over Jemen staat dat alle manuscripten van de al-Ah­gaaf-bi­blio­theek al gemicrofimd zijn. (In werkelijkheid circa 70%, blijkt later.) Wij wis­ten dat helemaal niet.

    Dit is het einde van dag 48 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 4 mei 1996
    Politiebureau Tarim.
    Het paleis waarin onder andere de politie gevestigd is en dat met Nederlands geld gerestau­reerd had moeten worden om er de bibliotheek in te vestigen. Althans dat wilden de lokale no­ta­be­len. Gelukkig is dit onzinnige plan niet doorgegaan.
    In dit paleis was naast de politie ook nog het postkantoor gevestigd en enkele andere over­heids­­dien­sten.
    Op het bord op de gevel staat: al-Moe’tamar al-Sha`bi al-`Aam. Dat is de naam van een politieke partij: Algemeen Volkscongres. (GPC)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 4 mei 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim, GPC).
    Rond 6.30 tekenen.
    Tegen 9.00 ben ik bij de bibliotheek, die nog steeds gesloten is: Abd al-Rahmaan A. heeft de sleutel, maar die is laat.
    Ik sluit de printer (succesvol) aan en print meer dan dertig brieven naar vrien­den en kennissen, hoewel ik de Engelse opnieuw moet doen, we­gens de cha­o­­tische op­stel­ling.
    Ik ben de hele ochtend bezig met printen.
    Na de middag blijkt dat Abd al-Rahmaan de toe­gang tot de bibliotheek voor Sjeik AB wil be­moei­lijken. De Sjeik weet dat echter te ver­hin­de­ren.
    Abd al-Rahmaan vreest dat de Sjeik de bi­blio­theek van de nawaadir (dat zijn de meest zeld­zame, dus waardevolle, manuscripten)(1) zal ‘ont­doen’, nu hij weet dat zijn functie hier, ge­heel tegen zijn verwachting in, eindig is, spoedig ten ein­de is.
    Boekenbezit verhoogt zijn status in het dorp. (Diefstal niet, maar de boeken zijn niet gemerkt, dus de biblio­theek kan niet aantonen dat die van haar zijn.)
    Een stempel is besteld, maar nog niet geleverd.
    Abd al-Rahmaan gaat mee naar het hotel. Het zit hem niet lekker dat de Sjeik als di­rec­teur nog steeds de beschikking kan hebben over de sleu­tel van de schat­­ka­­mer. Hij hoopt dat zijn angst niet terecht is, maar vreest het ergste.
    Ik onderwijs Abd al-Rahmaan in de begin­selen van de computer.
    Na zijn vertrek maak ik een verslag over boven­staande ‘onrust’ in de bi­blio­theek.
    Om 19.30 eet ik in het restau­rant en vertel nog een tijdje met Joe, Kathe­rine en een Engels dip­lomate­necht­paar uit Cairo.
    Boven (mijn kamer op de eerste verdieping in ho­tel Gasr al-goebba) maak ik een fax­bericht voor Jan Just Witkam (de project­leider in Neder­land) en ik schrijf de enve­loppen voor al die brie­ven die ik van­och­tend printte.
    Bed 00.30 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dag­boek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 4 mei.
    Er is ruzie tussen Abd al-Rahmaan en Sjeik AB over de sleutel van de al-Ahgaaf-bibliotheek.
    Abd al-Rahmaan wil de sleutel alleen aan Ay­da­roes geven. Zelf kan hij hem niet hou­den omdat de reis Say’un – Tarim veel tijd in beslag neemt en hij daarom ge­re­geld te laat is. Aydaroes is een goede kandidaat omdat die altijd op tijd aan­we­zig is. Sjeik AB is een minder geschikte kan­di­daat, omdat hij is vaak afwezig is.

    […]

    De Sjeik wint het dispuut met Abd al-Rahmaan (het ging er hard aan toe), om­dat hij nog steeds verantwoordelijk is voor de gang van zaken in de bi­blio­theek. Hij kan niets tegen de Sjeik be­ginnen en is ge­dwongen de sleutels aan hem te geven.
    Na afloop heeft hij een slecht gevoel omdat hij niet in staat is geweest de sleutels uit de handen van de rover te houden.

    […]

    Abd al-Rahmaan zwakte enkele weken later zijn beschuldigingen tegen de Sjeik wat af. De Sjeik zou het belang van de bibliotheek toch niet wil­len beschadigen.

    Dit is het einde van het verslag van 4 mei.

    (1) Naadira (meervoud: nawaadir) betekent: zeld­zaamheid, bijzon­derheid, een buiten­gewone zaak. Aangezien het boeken­bezit van de al-Ah­gaaf-biblio­theek hoofd­zakelijk uit hand­schriften (manus­cripten) bestaat, slaat ‘al-nawaadir’ (de nawaadir) dus op dit waarde­volle bezit.

    Dit is het einde van dag 49 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 5 mei 1996
    Fabriek van Mudbrick
    Een fabriek voor zonsteen (mudbrick). Er staat een scho­tel­an­ten­ne op het dak. Ik hoorde van Hus­­­sain al-`Amery van de hotelreceptie dat men 50 zenders kan ontvangen, waaronder ook en­kele Eu­ro­pese.(1) Op de voorgrond lig­gen de tra­di­tio­ne­le stenen, waarmee de hui­zen (waarop die moderne an­ten­nes staan) ge­bouwd worden. Het pand is te betreden via een kleurrijke sta­len toegangspoort.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 5 mei 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim, mudbrick).
    Op 6.00 uur.
    Brieven schrijven en de Engelstalige brief, naar vrien­den, wijzigen.
    Dagboek bijwerken.
    Nu circa 8.00 uur.
    Rond 9.00 in de bibliotheek. Ik pro­beer de prin­ter te ‘Arabiseren’, maar dat lukt niet. De be­re­ke­ning van één pagina en het vervolgens prin­ten, neemt meer dan een half uur in be­slag.
    Ik probeerde in het dorp al twee keer een fax te versturen, maar dat lukte ook niet.
    Ik wisselde 200 US dollar tegen een koers van 128 rial.
    Rond 13.30 uur in het hotel.
    Zwemmen. Er zijn, afgezien van Ka­the­ri­ne, nog twee andere vrouwen, die ik in Nederland niet zou be­kij­ken, maar hier wel.
    FoxPro pro­gram­me­ren. Het pro­gram­ma doet nu wat ik wil.

    Ik kook hier macaroni, met omelet, gevuld met ui en erwtjes: lekker.
    Beneden vertellen met Joe en Ka­the­ri­ne en met het Engelse echtpaar waar­van de man de Britse Am­bas­sa­deur voor Egypte(2) blijkt te zijn. Ik weet geen na­men.
    Zwemmen.
    Katherine wordt belaagd door een Arabier. (Joe is al naar bed.) Zij zoekt be­­scher­­ming bij een col­lega van deze man, veel knapper en beschaafder uit­ziend dan de vette, lelijke, korte (potentiële) verkrachter.
    Muhammad al-S. en ik zwommen er ook, maar de licht agressieve sfeer in het bad beviel me niet. Toen Ka­the­ri­ne zich veilig voelde, ging ik weg.
    Aan FoxPro werken.
    Bed tegen 00.00 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen in­te­res­san­te informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 5 mei. (Linkerhand: zie ook 27 april jl. noot (3).)
    Het werk schiet niet echt op. Abd al-Rahmaan is niet komen opdagen en ik kan moeilijk al die mannen op­dra­gen om de toekomstige warsha (work­shop) stof­vrij te maken. Dat zou zelfs de poetser niet doen. Ik voel er niets voor om me­zelf in het zweet te werken, waar je voor een paar dubbeltjes iemand kunt krijgen die dat voor je doet.
    Ik ben enigszins ontevreden over de voortgang van het project, maar het is ge­deel­te­lijk psycho­logisch. Het ma­te­ri­aal arriveerde op 23 april en nu is het 5 mei en er moet nog veel gebeuren. De bibliotheek is acht da­gen gesloten ge­weest we­gens va­kan­tie. Er zijn nog maar vier werk­dagen ver­stre­ken sinds de komst van de container. Nu zijn de computers aan­ge­slo­ten en een groot deel van het meu­bi­lair staat.
    Ik gaf Aydaroes iets met mijn lin­ker­hand, maar merkte mijn fout direct en bood mijn excuses aan. Het was hem echter nog niet opgevallen, geloof ik.
    Hussain al-K. wees me er toen op (wat ik wel gezien had, maar niet erg bewust) dat Abd al-Rahmaan met zijn linkerhand schrijft, wat vol­gens Hussain niet erg goed is.
    Abd al-Rahmaan vertelt mij op 6 mei dat zowel zijn vader als zijn groot­vader met de link­er­hand schreven en dat daar niets mis mee is. Zijn grootvader schreef de geschiedenis van de Ha­dramaut, die nu nog steeds, als serie in een tijd­schrift, verschijnt.
    Sommige mensen, zoals Sjeik AB en Hussain al-K. brengen nu familie (kin­de­ren) mee om het materiaal te komen bekijken. De Sjeik zijn kin­deren en Hus­sain zijn kleinzoon Ahmad.

    Dit is het einde van het verslag van 5 mei.

    (1) In Tarim had ik geen beschikking over een Tv. Ik kon de bewering van Hus­sain dus niet controleren. In Nederland had ik trouwens ook geen te­le­vi­sie­toes­tel en hoewel internet al be­stond, werden daar geen televisie­pro­gram­ma’s op uitgezonden.
    Ik geloof niet dat een Nederlandse te­le­vi­sie­­be­­zit­­ter in 1996 de be­schik­king had over vijftig sa­tel­liet­ka­na­len, maar ik weet het niet.

    (2) Volgens Wikipedia gaat het bij Britse am­bas­sa­deur in Egypte in 1996 om Sir David Elliott Spiby Blatherwick KCMG OBE (13 July 1941), ge­huwd met Margaret Clare Crompton. Dit echt­paar was in Je­men om vogels te be­stu­de­ren. Daarvoor had­den ze een Je­me­ni­tische or­­ni­­tho­­loog in­ge­huurd. Als de ambassadeur een vogel zag en aan de deskundige vroeg welke vogel dat was, dan zei die: “Oes­foer.” (Dat betekent: ‘Vogel.’) Bij elke andere vogel zei de man stee­vast: “Oes­foer.” Ik weet natuurlijk niet of dit ver­haal waar is, maar dat is wat de am­bas­sa­deur die avond vertelde.

    Dit is het einde van dag 50 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 6 mei 1996
    Tarim: huizenbouw.
    Traditionele huizenbouw met ‘moderne’ hulpmiddelen: au­to­ban­den die de bogen van de toe­kom­sti­ge ramen onder­steu­nen.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 6 mei 1996 (maandag).

    Tarim (Tarim, Djihaad, Moedjaahid).
    Op 6.00 uur.
    Dagboek bijwerken en nog wat tekenen.
    Van circa 9.00 tot 13.00 in de bibliotheek. De faxwinkel is gesloten. Ik vraag aan Abd al-Rah­maan A. of hij niet zou willen faxen, vanuit Say’un, vanavond of mor­gen­och­tend.
    Eergisteren gaf ik Hussain A., de receptionist van het hotel, Chinese groene thee uit mijn ‘win­kel’ (etensvoorraad). Toen nodigde hij me uit om bij hem te komen eten. Vanmiddag is het zover. Gelukkig mag Abd al-Rahmaan ook mee, want ik zag er tegenop, bij al die Arabieren te eten, ter­wijl ik nog steeds moeite heb met een goed gesprek in het Arabisch.
    Even zag ik zijn vrouw, die snel, ongesluierd, nieuwsgierig om een hoek dook om wat te pak­ken, zogenaamd. Ik was niet alert genoeg, niet snel genoeg om te kijken. Volgens Katherine (gisteren), die haar bezocht, is ze erg mooi.
    Zij hebben een mooie dochter van zeven jaar. Haar naam is Djihaad en haar broertje van vier heet Moe­djaa­hid.(1)
    De mannen zitten op de grond en eten met hun rech­terhand rechtstreeks van de ge­meen­schap­pe­lijke schotel. Ze zijn erg gulzig en deze manier van eten vind ik niet altijd appetijtelijk uit zien, maar zijn vrouw, sportlerares op de meis­jes­school, kan heerlijk koken.(2)
    Daarna gaan we (Abd al-Rahmaan en ik) naar het hotel en we bespreken de toe­stand in de bi­blio­theek en van alles over het doen en laten van Sjeik AB. (Sjeik AB is directeur die ge­dwon­gen afgelost zal worden door Abd al-Rah­maan.)
    Ik krijg van Abd al-Rahmaan een koelkast en een tapijt te leen. Met beide ben ik erg tevreden. Een schoon tapijt is al heel wat op de smerige ta­pij­ten van het ho­tel.
    Hij bood me aan gebruik te maken van de kluis van de Organisatie in Say’un, maar niet voor de ‘flessen’, zei hij, nadat ik dat als grap had voor­ge­steld. Ik wijs het aanbod vriendelijk af.
    ’s Avonds kom in een situatie waarin ik graag van zijn aanbod gebruik had ge­maakt.
    Rond 18.00 in het zwembad. Ik ben geil. Er stapt een slanke jongeman in het zwembad. Ik heb be­lang­stel­ling voor zijn lichaam, maar zijn ruime en lange zwembroek verhult veel van zijn, door mij veronderstelde, fysieke schoonheid.
    Natuurlijk merkt hij mijn belangstelling, maar ik onderneem niets, want er zijn nog twee Fran­sen in het bad.
    Voor Muhammad Sa’d al-S. neem ik 153 on­re­gel­ma­tige werkwoorden Engels op en breng hem het cassettebandje. De jongen uit het zwembad hangt meteen om me heen. Als Muhammad gaat werken komt hij direct bij me zitten.
    Ik ben van zo veel belangstelling niet gediend. Het wordt nog erger als zijn vriend of collega, die me niet aanstaat, erbij komt zitten.
    Hussain al-A. (van de receptie) vertelt hen dat ik in het totaal zeven maanden in Jemen zal blij­ven, waarvan drie in de Hadramaut. De engerd heeft meteen be­lang­stel­ling voor mijn ver­diens­ten in dollars. Hij is vasthoudend, ondanks dat ik zei: Dat gaat je niets aan.
    De zwembad boy wil wat weten over mijn hu­we­lijkse staat. Ik vertel hem on­­ge­­huwd samen te wo­nen.
    Dan komt de potentiële verkrachter van Kathe­ri­ne, gis­te­re­na­vond, en begint over zijn su­pe­ri­eu­re godsdienst te preken. Ik zeg hem dat ieder land zijn eigen cultuur heeft en dat ik over gods­dienst niet wil praten. Als ze dan alle drie begin­nen, loop ik weg. Praat maar onder elkaar over godsdienst.
    De engerd komt na een poosje en probeert weer een gesprek. Ik zeg tegen hem: “Geen gepraat over godsdienst”, maar hij begint al weer. Ik rea­geer niet meer.
    Kamer om 22.00 uur.
    Ik doe de boekhouding en maak het verslag van deze dag en schrijf ook mijn dagboek. Daarbij drink ik het laatste glas Drambuie.
    Nu 00.15 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 6 mei. (Communisme, Islah-partij, Moefti, Sayyid.)
    Hussain al A. van de receptie van het hotel, nodigde mij ten eten. Gelukkig gaat Abd al-Rahmaan mee, anders zou de conversatie toch wel wat eenzijdig en een­to­nig worden.
    Ook bij hem wordt natuurlijk op nomadische wijze gegeten: op de grond en met de hand. Ik kan daar maar moeilijk aan wennen. Het eten was uitstekend, kip met groente en rijst.
    Hij heeft een dochter van zeven met de naam Djihaad en een zoon van vier die Moedjaahid heet. Zijn communistische achtergrond zal hier wel van invloed zijn. Hij was in ieder geval lid van de Partij in de dagen van het socialisme en om die reden wordt hij nog steeds als ambtenaar betaald, hoewel hij in het par­ti­cu­liere Gasr al-goeb­ba hotel werkt. Hij is altijd zeker van inkomen, hoewel niet veel: 5.000 rial per maand.
    Ik heb hem nooit zien bidden in het hotel, ter­wijl anderen dat wel doen. Hij zegt dat hij thuis bidt.
    Zijn vrouw werkt als gymnastieklerares op de meisjesschool. Van de meeste Ta­ri­mi’s zit de vrouw thuis.
    Een broer van Hussain vertelt dat er op de Yool [de woestijn, boven op de heu­vels ten noorden van Tarim] ook nog water gevonden kan wor­den. In berg­klo­ven ligt diep, vers water. Vroeger waren er ook tijgers, maar de laatste is e­ni­ge ja­ren ge­le­den doodgeschoten.

    […]

    Sjeik AB (de directeur van de al-Ahgaaf-bi­blio­theek) heeft belangrijke functies in de stad Tarim. Hij gebruikt de bibliotheek als ver­ga­der­plaats voor religieuze uitleg en als partijbureau van de Islah-partij. Volgens Abd al-Rahmaan zijn er mensen die, ten onrechte, de bibliotheek niet meer willen bezoeken omdat ze zich niet wil­len compromitteren door de indruk te wek­ken dat ze iets met de Islah-partij te maken heb­ben.

    […]

    Samen met Abd al-Gaadir houdt Sjeik AB ook zit­tin­gen in de bibliotheek waar­bij hij uitleg geeft over legale kwesties. De Sjeik heeft de au­to­ri­teit van een soort moefti. Beide heren ma­ken ook huwelijkscontracten: ‘oegoed.
    Verder werkt de Sjeik voor het bureau van de Miraath, dat bureau dat er­fe­nis­kwes­ties regelt. Hiervoor ontvangt hij 1% van de te behandelen geld­waarde.
    Al deze activiteiten worden uitgevoerd in de tijd van de baas van beide heren. Zij maken ’s och­tends in bibliotheek de brieven en contracten, die ze dan ’s mid­dags, in eigen tijd, profijtelijk aan de man brengen. De Sjeik wordt daarover niet lastiggevallen, omdat hij over ‘connecties’ beschikt op regeringsniveau.

    […]

    Abd al-Rahmaan vertelt dat zijn opleiding ge­du­ren­de de socialistische tijd bemoeilijkt werd om­dat hij tot de aristocratie behoort en ook nog sayyid is. Als je geen lid van de communistische par­tij was, had je het extra moeilijk.

    […]

    Veel mensen willen het communistisch archief laten vernietigen omdat daarin hun an­te­ce­den­ten bewaard worden uit de tijd dat ze nog com­munist waren, ter­wijl ze nu lid zijn van de is­la­mi­tische Islah-partij.

    Dit is het einde van het verslag van 6 mei.

    (1) Djihaad, als eigennaam, komt in de Arabische / islamitische cultuur al heel lang voor, maar Moe­djaa­hid schijnt een nieuwe ontwikkeling te zijn op het gebied van is­la­mi­tische jon­gens­na­men.
    Overigens leidt het horen van de naam ‘Djihaad‘ bij westerlingen vaak tot een reactie van ont­zet­ting: “Hoe kunnen die ouders dat nu doen?” Maar wat te zeggen van de naam Martinus en de afgeleiden daarvan, Martin, Martine?
    Martinus is de verkleinvorm van Martius ‘van Mars’, de god van de oorlog. De naam Mars hangt samen met Grieks marnamai ‘ik strijd’ en Armeens mart ‘strijd’. (Martinus.)

    (2) Ik meen ook nog te weten dat de mannen, met wie ik at, na de maaltijd vertelden over boeren en scheten laten. Boeren was in het Westen verboden, maar in het Oosten toegestaan. Volgens hen was scheten laten in het Westen toegestaan, maar bij hen in het Oosten niet.

    Dit is het einde van dag 51 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 7 mei 1996
    De weg naar het werk.
    Rond het hotel. Deze foto maakte ik vanaf het dak van het Gasr al-goebba-hotel. Dit is een ge­deelte van de wijk `Aidid. Tarim is niet te zien. Het stadje ligt achter de heuvel die van links de dia ‘in­loopt.’ De weg links op de voorgrond is de weg die naar Tarim leidt. Die heb ik vele malen ge­lo­pen, in de richting van Tarim. Terug nam ik meestal een taxi, omdat het rond het middag­uur veel te heet was om te lopen. Ook ‘s ochtends was het vanaf half mei te warm, maar vanaf het hotel was het erg moeilijk een taxi te vinden. Ik heb geen afspraak gemaakt met een taxi­chauf­feur, omdat ik iedere dag op een ander tijdstip van ‘huis’ ging.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 7 mei 1996 (dinsdag).

    Tarim (Tarim, notebook).
    Tekenen vanaf 6.30 tot 8.00 uur. Het lukt niet goed.
    Dollars tellen. Ik heb nog achtduizend acht­hon­derd­vier­en­twin­tig.
    Ik ga naar de bibliotheek.
    Mijn notebook kan sneller printen dan die twee oude beestjes, die met de con­tai­ner uit Ne­der­land kwamen.
    Notebook: vier minuten per A4. De oude com­pu­ters: twintig minuten per pa­gi­na.
    In het hotel om 12.30 uur.
    Er zijn leuke vrouwen in het zwembad.
    FoxPro database programmeren.
    Kamer: koken.
    Een faxbericht voor Jan Just Witkam (de pro­ject­lei­der in Nederland) voor­be­rei­den.
    Beneden op het terras zitten.
    Anderhalf uur in het zwembad vertellen met Muhammad al-S.(1)
    Financiën: boekhouden en het verslag schrijven.
    Nu 00.15 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 7 mei.
    (Wahhaabi, bid’a, haraam, Arabische Singaporezen, Arabische Indonesiërs, alim/ulama’, sharia, figh, Koelliyat al-shariyya, YouTube: dans met stokken.)
    Hussain al-K. (van de al-Ahgaaf-bibliotheek) en zijn kleinzoon Ahmad (veertien jaar oud) ver­tel­len over het leven in en om Tarim in het Ara­bisch en Engels. (Hussain kent een paar Engelse woorden. In zijn jeugd leerde hij Engels, maar: “Mijn vrouw, al mijn vrienden en alle mensen hier spreken alleen maar Ara­bisch.”)
    De tendens in Tarim is dat de extremisten (Wahhaabi) steeds verder gaan in hun afwijzing van dingen. Vrijwel alles wat het leven ver­aan­ge­naamd is bid’a. (Een verboden ver­nieu­wing.) Alle vreugde wordt tot haraam verklaard. Zingt een man met zijn vrouw in huis, dan is dat haraam. De traditionele dans van man­nen, met stokken op hun schou­ders, is haraam. (Haraam: dat wat verboden is.)
    Hussain bevestigt het verhaal van Abd al-Rah­maan over de al-Hadad-moskee van de in Sin­ga­po­re en Saoedi-Arabië met vervaardiging van a­lu­mi­nium rijk ge­worden Hadrami, die zijn mos­kee door een Marokkaan liet versieren en nu pro­ble­men ondervindt met de extremisten, die de decoratie tot haraam ver­­klaar­­den. (Zie 27 april. jl.)
    Alles wat de profeet niet had, of niet deed, is haraam. Ik vraag of die extremisten geen auto heb­ben. Dat hebben ze wel, maar voor henzelf geldt geen haraam, al­leen voor anderen.

    […]

    Sinds dit jaar is er gratis onderwijs voor jongens die alim willen worden.
    Hiervoor is in Tarim de Koelliyat al-shariyy’a op­ge­richt en ook veel bezocht door jongeren uit het Verre Oosten, van oorsprong Hadarim. (Sharia: islamitische wet, koelliyat: faculteit.)
    De ulama’ in spe ondergaan een jaar lang een spar­taans regime. Vier uur slaap per dag is vol­doen­de. (Oelama’ is het meervoud van alim: een geleerde op re­li­gieus gebied.)
    Iedere dag een uur sport: judo, tafeltennis en scha­ken. Behalve de tijd voor bid­den en eten is de rest van de dag bedoeld voor studie.
    Iemand die dik naar binnen gaat, komt er brood­mager, maar zeer geleerd uit. De jongeren leren Arabisch, maar geen Engels of andere mo­der­ne taal. De op­lei­ding wordt als zeer belanrijk en ook als zeer zwaar ervaren.
    Enkele dagen later spreek ik studenten van deze opleiding. Dan blijkt dat er wel hard gestudeerd moet worden, maar dat het regime niet zo spar­taans is als Hus­sain en zijn kleinzoon mij voor­ge­spie­geld hebben.
    Weer later hoor ik van Abd al-Rahmaan dat het de bedoeling is een vol­waardige universiteit in Tarim op te richten en dat deze faculteit slechts het begin is. In Tarim zijn alle docenten aan­we­zig die bedreven zijn in de figh en het lag daar­om voor de hand eerst met deze faculteit te be­gin­nen.

    Dit is het einde van het verslag van 7 mei.

    (1) ’s Avonds, wanneer er geen toeristen waren, mochten de medewerkers van het hotel ook in het zwembad voor westerlingen. Dat vond ik wel aangenaam, want daar kon ik ook Arabisch in de praktijk oefenen. Ik weet nog dat er een grote spraakverwarring was tussen Muhammad al-S, die geen Engels kende, en ik, omdat ik sprak over iets dat ‘op de wereld’ was, en gebruikte daarvoor ‘ala al-‘aalam, zoals wij dat gebruiken, maar in het Arabisch blijkt dat fi al-‘aalam te moeten zijn: ‘in de wereld.’ Pas toen deze kwestie geklaard was, konden we onze conversatie voortzetten.

    Dit is het einde van dag 52 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 8 mei 1996
    Timmerman in Tarim.
    Een lokale timmerman aan het werk. Let op de sarong (foe­tah) van de man achter de timmer­man, die op een speciale ma­nier gewikkeld is. Dit is de gecompliceerde methode. Er is ook een een­vou­di­ge methode.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 8 mei 1996 (woensdag).

    Tarim (Tarim, soefisme, sarong).
    Op 6.15 uur.
    Rond 7.15 ga ik de stad in om in rust enkele sta­len deuren te fotograferen. Als ik in de (ach­ter­lijke) binnenstad een moskee in de ‘loop’ neem, belagen kinderen me met stenen. Ze zijn wel bang: als ik in hun richting stap dein­zen ze ach­ter­uit.
    In de bibliotheek: het opzetten van een stalen rek met de medewerkers. Op de kop, ach­ter­ste­vo­ren, schuin, scheef en verbogen. Het maakt allemaal niets uit. Zij weten hoe het moet, want zij zijn ‘moehandis bidoen shihada‘ (in­ge­nieur zonder diploma), dat is het verwijt aan mijn adres, als ik een paar keer moet zeggen dat ik het niet weet of een vergissing maak.(1)
    Ik probeer een fax te versturen, maar dat lukt weer niet. (Eergisteren(?) ook al niet.)
    De bibliotheek neemt twee nieuwe medewerkers aan. Twee jonge jongens die hun werk meteen serieus aanpakken.
    Er van uitgaande dat Abd al-Rahmaan A. met zijn auto hier is en me dus met zijn auto naar het hotel kan brengen, werk ik langer door, maar hij blijkt met de taxi te zijn gekomen en ik moet dus lopen.(2) Onderweg komen we Hus­sain (leraar Engels) tegen. Hij heeft al vijftien jaar experiance als leraar Engels, schrijft hij ach­ter zijn adres. Hij vertelde wel tien keer dat hij een vriend van Abd al-Rahmaan is.
    Hij begeleidt een vage Canadees: Andrew R., die naar Tarim reisde omdat ie­mand hem in Ca­na­da, in een winkel, vertelde dat in Tarim soefi-ordes zijn. Zonder enige achtergrond­ken­nis, zonder één woord Arabisch te spreken, kwam hij naar hier. Hij geeft me twee visitekaartjes, want hij is directeur in twee be­drij­ven. Dat wat ik hem vertel is het niveau van een VWO-er, of HAVO-er. Ik bedoel: dat had hij zelf ook kunnen uitvinden. Hij zuigt deze basisinformatie op als een schooljongen. Ik leer hem het beginsel van wijsheid: bibliotheek­bezoek. (In zijn vaderland.)
    Overal kom ik hem tegen. (Hij was enkele dagen geleden al in de al-Ahgaaf-bi­blio­theek.) In het zwem­bad, in het restaurant, op het terras.
    (Ik at in het restaurant: patat en kip.)
    In het zwembad is een Arabische familie. Dertien kinderen. De vader is een vriend van Hussain al-A. (van het hotel), zijn vrouw, met een klein kind in de arm en alweer een dikke buik(?) heeft een doorzichtige sluier. De twee (of drie?) grote dochters een ondoorzichtige sluier. Hij heeft een mooie zoon en beeld­scho­ne jonge dochters, nog ongesluierd.
    Ik drink een glaasje met Tiem (Seven-up) ver­dun­de rum en stort, doodmoe, in.
    Bed 22.30 uur.
    Benauwd, wegens bewolking.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dag­boek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 8 mei.(Islah-partij, imama, koefiyya, Taarbih.)
    Abd al-Rahmaan heeft telefonisch contact gehad met zijn chef in Sana’a. Hij vroeg hem voor Sjeik AB een goede baan te reserveren, maar zijn baas liet weten dat hij de zaken zou regelen zoals hij dat wilde en dat Abd al-Rahmaan zich daar maar beter niet mee kon bemoeien. Op een dergelijke wijze zal ook de vi­ce­gou­ver­neur van al-Mukalla aangepakt worden, die de benoeming van Abd al-Rah­maan tegenwerkt. Abd al-Rahmaan zou zelf het liefste in Say’un werken, in het museum. Hoewel hij geschiedenis in Aden studeerde, werk­te hij meer dan tien jaar als archeoloog en daar ligt ook zijn hart. Niettemin heeft hij er veel voor over om het bibliotheekproject tot een suc­ces te maken, zelfs het verhuizen naar Tarim, hoe­wel zijn vrouw er niet wil wonen.

    […]

    Vandaag werden twee jongemannen in de bi­blio­theek aangenomen die zich se­rieus willen inzetten voor het werk. Eentje met een baard, dus religieus, maar geen extremist van de ‘Islah‘-partij. Hij heet Hussain HB.
    Ik leer dat er verschil is tussen baard en baard, maar ik weet nog niet waar dat verschil aan te zien is.
    Later hoor ik van Abd al-Rahmaan dat dit ver­schil te zien is aan de wijze waarop hij zijn ‘i­ma­ma‘ (tulband) draagt. Als je oudere mannen met een tulband op een bepaalde manier gewonden ziet, betekent dat niets. Als je jongeren zo ziet, betekent dat heel veel, vooral op godsdienstig gebied.
    Ik raad hem aan hier een kort artikel over te schrijven. Voor die kennis is in het westen wel belangstelling, denk ik. (Wat wij ‘koefiyya‘ noe­men, heet in de Hadramaut o­ve­ri­gens ook ‘i­ma­ma‘.)

    […]

    Hussain HB werd in werd in de eerste helft van de jaren zeventig in Tarim ge­boren en heeft drie jaar in een (kantoor)boekhandel gewerkt.
    De andere, zonder baard, met bril, werkte een maand met de computer. Hij voer­de in Mekka een telefoongids in de computer in en moest die gegevens ook uitprinten. Dat betekent toch wat: in deze stofhoop is er een persoon die al eens met een computer gewerkt heeft. Hij heet Ali ZB en werd eveneens in de eerste helft van de jaren zeventig geboren, ook in Tarim.
    Ik laat Abd al-Rahmaan aan hem uitleggen dat wij een spreekwoord hebben: ‘In het land der blin­den is eenoog koning.’
    Zolang ze nog niet in vaste dienst benoemd zijn, moet ik voor de sa­la­ris­be­taling zorgdragen.
    Ze kunnen meteen aan het werk.
    Ik laat ze de kaartcatalogus opnieuw al­fa­be­ti­se­ren. Een enorme massa hand­schrif­ten is op­ge­bor­gen onder het lemma ‘risala‘ (brief). Ik vind dat dit anders moet. Als het woord ‘risala‘ geen deel uitmaakt van de titel, moeten de kaartjes opgeborgen worden onder de naam van het ma­nus­cript.
    Nog diezelfde dag vinden ze verschillende fou­ten in de kaartcatalogus.

    […]

    De schilder van de houten scheidingswand in de bibliotheek komt zijn loon ophalen: 1.650 rial. (21,45 gulden!)

    […]

    In de stad ontmoet ik een zekere Hussain die leraar Engels is. Hij is met een ‘Ken­nedy’ (Ca­na­dees) onderweg.
    Hij gaat met mee naar het hotel, want hij wil met me praten.
    Hij wil meubels uit het project hebben, niet voor hemzelf, maar voor de club waarvan hij voor­zit­ter is, in het dorp Taarbih. Die club verzorgt ac­ti­vi­tei­ten voor de dorpelingen en zit in een loods zon­der dak.
    Kennelijk om zijn verzoek meer gewicht te ge­ven vertelt hij me dat zijn club graag een bi­blio­theek wil inrichten, in die oude loods, om kin­de­ren het lezen en schrijven bij te brengen. Bovendien willen ze graag een dak uit Ne­der­land heb­ben.
    ‘Als Nederland geld over heeft voor die oude pa­pie­rhoop’, zal hij gedacht heb­ben, ‘dan hebben ze zeker geld over voor nieuw papier.’
    Ik zeg hem dat hij nergens op hoeft te rekenen. Ik kan hem nog geen rial geven. Ik adviseer hem wat meer geld van de leden te vragen en met ei­gen mankracht de loods van een dak te voorzien. Hij blijft echter doorzeuren. Dan adviseer ik hem een verzoekschrift te richten aan meerdere am­bas­sa­des.

    Dit is het einde van het verslag van 8 mei.

    (1) In de Arabische wereld dient de ingenieur of de leraar altijd het antwoord te weten. (Dat weet ik dus ook uit eigen ervaring.) Wanneer een do­cent of on­der­wij­zer zou zeggen: “Dat weet ik niet, dat moet ik opzoeken.”, tekent hij of zij zijn / haar eigen ‘doodvonnis’.
    Toegeven dat je iets niet weet of kunt is het ul­tieme bewijs van zwakte, van domheid. Dat be­te­kent dat een vader /moeder, docent, een chef of een minister, altijd een antwoord heeft op welke vraag dan ook. Dat antwoord wordt dan ter plekke verzonnen als de betreffende persoon het even niet weet. Vaak leidt dat (uiteraard) tot de meest absurde verklaringen, maar een ant­woord is er altijd.

    (2) Langer doorwerken betekende dat er dan geen taxi’s meer beschikbaar wa­ren tegen de tijd dat je stopte met werken. Dan moest ik de hele weg naar het hotel lopen. ’s Ochtends was dat tot begin mei nog te doen, maar na de middag helemaal niet meer. Dan is het smoorheet. Het water in het plastic flesje uit de koelkast van de bibliotheek, was lauw als ik bij het hotel aankwam, na circa twintig of vijfentwintig minuten lopen.

    Dit is het einde van dag 53 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klik­ken, opent een nieuw tab­­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 9 mei 1996
    Vrouwen en kameel.
    Twee vrouwen geheel in het zwart lopen ach­ter een kameel langs en er zijn drie meisje in wit­te en rode jurkjes, met strikken in het haar, bij. Zo kleurrijk zullen die vrouwen ook gekleed zijn, onder hun zwarte abaya met nigaab en zwarte handschoenen.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 9 mei 1996 (donderdag).

    Tarim (Tarim, abaya, nigaab).
    Op 7.30 uur. Nog steeds moe.
    Ik bel met Jan Just Witkam. Hij had de tweede fax nog niet ontvangen.
    Ik ga naar de bibliotheek.
    Abd al-Rahmaan A. komt met ie­mand (een aannemer) die de elek­triciteit zal aanleggen.(1)
    Ik spreek met een groep Ne­der­land­se toeristen, waarbij een mooie (zo­als la­ter in het zwembad zal blijken) goudsmid.
    De groep wil bijdragen in de kosten van de bibliotheek en stort samen het ge­wel­dige bedrag van f. 5,10. Er was zelfs iemand die zomaar, spon­taan f. 0,25 bijdroeg. De an­de­ren va­ri­eer­den tussen 50 en 100 rial. Dus bij­na nie­mand droeg bij!
    Niettemin werd ik verliefd op de goud­smid. In 1995 deed ze de cur­sus Is­la­mi­tische Kunst bij TCIMO. (Talen en Culturen van het Is­la­mi­tisch Mid­den-Oos­ten.)
    In het zwembad, in badpak, zag ze er sexy uit. Zij zal ongeveer van mijn leef­tijd zijn.
    Boven, mijn kamer, wat aanklooien.
    Nu 18.00 uur.
    Vandaag licht bewolkt.

    De geldzaken van het pro­ject be­han­de­len.
    Koken.
    Afwassen.
    Van 21.00 tot 00.00 vertellen met Mu­ham­mad al-S. Hij wil graag naar het bui­ten­land. Naar Ne­der­land of veel geld verdienen. Dat willen ze al­le­maal, maar ik zou hem wel wil­len he­lpen als ik kon, maar ik kan niet.
    Nu 00.30 uur.
    Ik drink twee glazen Bacardi rum aan­ge­lengd met Tiem.
    Ik ben zo dik geworden dat ik mijn broek bijna niet meer dicht krijg.

    Een roedel wilde honden maakt de omgeving van het hotel onveilig.
    In het zwembad, of in het nabije dorp, maken vrouwen muziek. Dan­sen ze? Ik hoor castagnetten.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 9 mei. (RashwaRubaat.)
    Jan Just Witkam (de projectleider in Nederland, die aan de telefoon mijn vragen, die ik in een fax had gesteld, beantwoordt) gaat ermee akkoord dat een e­lek­tri­cien het e­lek­tri­ci­teits­net aan­legt. Ook gaat hij akkoord met de aan­schaf van een nieuwe computer. Hij vindt het geen goed idee om een ko­pi­eer­ma­chi­ne aan te schaf­fen, wegens de sto­rings­ge­voe­lig­heid van dat ap­pa­raat.
    Later hoor ik van Abd al-Rahmaan dat een mogelijke aanbieder van een ko­pi­eer­ma­chi­ne ongeveer 3.500 dol­lar vraagt. Daar zou ik nooit mee ak­koord zijn gegaan. De prijs van het ap­pa­raat wordt niet door de markt bepaald, maar door … wat het twee jaar oude apparaat nu in de winkel zou kosten. (Is dat socialistische e­co­nomie?) Ik zou de eigenaar willen aan­ra­den zijn apparaat nog tien jaar te be­wa­ren. Mis­schien kan hij er dan 15.000 dollar voor krijgen!
    Ook is Jan Just tegen het weggeven van boekenrekken aan het archief in Say’un. Ik denk dat we die rekken maar niet allemaal moeten opstellen, an­ders blijft er in de bibliotheek geen plaats meer over om nog een poot te ver­zet­ten.

    […]

    De aannemer die het e­lek­tri­ci­teits­net zal aanleggen, Ahmad B. uit Say’un, berekent dat hij dat kan voor 40.000 rial. Daarnaast moet on­ge­veer 100.000 rial aan de e­lek­tri­ci­teits­maat­schap­pij betaald worden voor de aan­slui­ting op het net, met een eigen meter. Daarvoor zullen we een rekening krijgen.
    Verder moet er nog 20.000 rial aan de medewerkers van die maat­schap­pij betaald worden, waar­voor we geen rekening krijgen. Volgens Ahmad chaariyy al-ganoen, letterlijk: buiten de wet. (Dat betekent dus steek­pen­nin­gen, of rashwa in het Arabisch.) Er geldt: geen steek­pen­nin­gen, geen elektriciteit. [Dat staat nergens genoteerd, maar dat her­in­ner ik me nog.] (1.000 rial is f. 13,00.)
    Men vertelde mij dat met de ver­eni­ging van Noord-Je­men en Zuid-Je­men in 1990, de praktijk van om­ko­pen geïmporteerd werd uit Sana’a.

    […]

    Hoewel de Nederlanders, die deze bibliotheek bezochten, een be­lache­lijk laag bedrag aan de bi­blio­theek schonken, waren zij de enigen die een bij­dra­ge hebben gegeven in de tijd dat ik er was. De bi­blio­theek werd door veel groepen be­zocht, maar nie­mand had er een cent voor over.

    […]

    Een van de twee nieuwe me­de­wer­kers heeft alleen maar basisschool gehad. Toch heeft hij een enorme ken­nis op het gebied van we­ten­schap. Abd al-Rah­maan is ja­loers op die ken­nis. De jongeman vergaarde deze door religieuze studies buiten het officiële schoolprogramma om. Hij volgde een opleiding aan de Ru­baat, die geen diploma verstrekt.
    Beide jongemannen wijden zich se­rieus aan het aan hen opgedragen werk.

    Dit is het einde van het verslag van 9 mei.

    (1) In eerste instantie was het de bedoeling dat ik de elektriciteit zou aan­leg­gen. Dat zou gekund hebben als Nico er nog bij was geweest, maar nu stond ik er alleen voor. Daarom huurden we een aannemer in die dat zou doen.

    Dit is het einde van dag 54 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 10 mei 1996
    Rode bloem.
    Deze schoonheid bij het Gasr al-goebba-hotel bracht mij in verrukking. Haar naam weet ik niet.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 10 mei 1996 (vrijdag).

    Tarim (Tarim).
    Op 8.00 uur, na een zweterige, be­nauw­de nacht. Een uur lang was het steen­koud, tegen de ochtend on­aan­ge­naam benauwd.
    Ondanks dat ik onder de klamboe lig, ben ik toch geheel gekleed. (O­ver­hemd, sa­rong en een laken over mijn voeten.) Er weten altijd mug­gen de klam­boe bin­nen te drin­gen.
    Rond 8.30 klopt Hussain al-A. (de re­cep­tio­nist) op de deur. Abd al-Rah­maan A. is aan de telefoon.
    Hij kan niet eerder dan voor dinsdag vlieg­tuig­stoe­len naar Sana’a re­ser­­ve­ren.(1)
    Hij heeft een lang verhaal over de Nederlandse ambassadeur die wil ko­men van 20 tot 22 mei. Ik luister nauwelijks. Ik baal want MN (van de Ne­der­land­se Ambassade) wil dat ik haar bel en het hotel verlaten was het laatste wat ik wilde, vandaag.
    Het leven hier begint me te vervelen. Die eindeloze hitte, die be­nauwd­heid, het voortdurende zweten, het eentonige eten, het gebrek aan mooie vrou­wen, mooie on­be­reik­ba­re(?) mannen, het stof, het werk in de bi­blio­theek dat niet opschiet. Dat alles hangt me de keel uit. Ik wil geen gezeur meer aan mijn kop, maar ik krijg er alleen maar gezeur bij.
    Marianne die me wil spreken. Hus­sain al-A., niet die van de re­cep­tie van het hotel, maar die van de te­le­foon­win­kel, die me een manuscript wil verkopen, dat ik nu eerst moet onderzoeken.
    Allemaal dingen die ik niet meer wil.
    In de telefoonwinkel: vijf keer in bijna twee uur komt de verbinding met Sana’a tot stand. Drie keer kiest Hussain een verkeerd nummer, één keer is MN in gesprek en de laatste keer neemt ze niet op.(2)
    Op het terras van het hotel zit een vijfendertig tot veertig jarige Fran­çaise die alleen reist. (Wel met een Jemenitische chauffeur.) Ik ver­tel met haar en gaandeweg raak ik door haar in staat van uiterste seksuele opwinding. Ik zou haar naar mijn bed willen loodsen, maar hoe zou dat moeten? Ik kan niets bedenken.
    Wanneer ze al lang en breed weg is (ze logeert in een hotel in Say’un, circa 35 km. van hier) weet ik het plotseling wel: haar de dakterrassen (van het hotel) laten zien, met het prachtige uitzicht, dan mijn kamer met terras en dan? Een oneerbaar voorstel doen?(3)
    Ze logeert dus in Say’un en zal mor­gen naar al-Mukalla gaan.
    Na een uurtje ga ik zwemmen. De an­de­re krachtige knaap, die ik wel zou wil­len betasten, is er in de buurt, maar Muhammad al-S. komt en dan gaat het sexy stuk weg.
    Met Muhammad, die ontzettend aar­dig is, zou ik beslist niet het bed willen delen.(4)

    Namiddag FoxPro database.
    Koken.
    FoxPro.
    Nu 20.30 uur.
    Vandaag over vier weken zal ik Ta­rim verlaten hebben.

    (1) Abd al-Rahmaan en ik willen in Sana’a een nieuwe, snelle computer gaan kopen en ook software die met Arabisch overweg kan.

    (2) Ik begrijp nu (2016) niet meer waar­om ik op vrij­dag naar de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de zou gaan bellen. Die was (en is) in een islamitisch land toch op don­der­dag en vrijdag gesloten, net zoals o­ver­heids­in­stel­lin­gen in die landen.

    (3) Ik had die Française natuurlijk ook een glas, of meerdere glazen, ster­ke drank kunnen aanbieden, maar daar heb ik kennelijk ook niet aan gedacht, hoewel ik een koffer vol met alcoholica in mijn hotelkamer had.
    Overigens weet ik nu (2016) van het hier beschreven voorval met die sexy vrouw niets meer af. Het verhaal staat in mijn dagboek, ik mag dus aan­ne­men dat een en ander zo on­ge­veer heeft plaatsgevonden, maar zo­als gezegd, ik herinner me er niets meer van.

    (4) Ik weet nog wel dat Muhammad al-S. een keer vertelde dat hij een zus­ter had. Als haar vriendinnen op bezoek waren, dan ‘gierden’ de hor­mo­nen door het zijn lijf, maar hij durf­de zelfs niet door het sleutelgat naar die andere meis­jes te kijken, want als hij betrapt werd, zou hij door zijn vader dood­ge­scho­ten wor­den. Als die dat niet zou doen, zou er een zich jaren voort­sle­pen­de zaak van bloedwraak ontstaan, want dan zou er iemand uit de familie (of stam) van het begluurde meisje een willekeurig familielid of stamlid, maar bij voorkeur Muhammad, de gluurder zelf, doodschieten, om de eer van het begluurde meisje te red­den. Vervolgens zou de familie (of stam) van Mu­ham­mad, om deze moord wreken, weer iemand uit de familie van het be­gluur­de meisje moeten vermoorden. De vete zou zich dan jarenlang voort­sle­pen, tot­dat er een vergelijk kon worden ge­trof­fen. De vader van Mu­ham­mad zou zijn zoon dood­schieten om de eer van het meisje te redden en om bloedwraak te voor­komen. (Bloedwraak.)
    Het is aannemelijk dat de vader voor het vermoorden van zijn zoon niet ver­volgd zou worden of dat de rech­ter­lijke macht daar nogal te­rug­hou­dend op zou reageren.

    Dit is het einde van dag 55 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 11 mei 1996
    Handschrift / manuscript.
    Een beeld van het vandaag gekochte hand­schrift. Links het boek rechtopstaand en rechts een de­tail van de tekst.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 11 mei 1996 (zaterdag).

    Tarim (Tarim, convoluut, Ma­ghre­bijns schrift, is­la­mi­ti­sche cal­li­gra­fie).
    Tekenen.
    Ontbijt.
    Ik ga naar Hussain al-A. (van de te­le­foon­win­kel) en bekijk het ma­nu­script dat hij helemaal bestudeerd heeft. Ik koop het document voor 350 dollar.
    Het handschrift is een convoluut met vier teksten en is geschreven in een fijn Magrebijns schrift.(1)
    Circa anderhalf uur werken in de bi­blio­theek.
    Thuis een brief maken voor EL (hoe­wel ik niet zeker weet of ik die ver­stuur) en voor Nico.
    Abd al-Rahmaan A. belt en vraagt of ik MN (van de Nederlandse Am­bas­sa­de in Sana’a) al gebeld heb.
    Vanochtend probeerde ik dat, maar er was niet eens kiestoon be­schik­baar. (De lijn was dood.)
    Nu zegt hij dat het vanuit Say’un wel gaat.
    Ik zeg: “I am in Tarim.”
    Hij: “You come to Say’un.”
    Ik: “No.”
    Het is even stil aan de andere kant. Hij staat wellicht perplex. Arabieren zeg­gen nooit nee. “Ja,” zeggen ze en doen het vervolgens niet.
    Abd al-Rahmaan stottert: “Excuse me.”
    Ik zeg: “No problem.”
    Ik ga zwemmen en wat slapen.
    Daarna ga ik weer naar Hussain en bel naar MN en daarna Abd al-Rah­maan.
    Eten in het restaurant en buiten zit­ten van 20.30 tot 00.00 uur: Engels – Arabische les met Muhammad al-S.
    Bed 01.00 uur, na douchen.

    (1) Ik was al een hele tijd terug in Ne­der­land toen het manuscript in de Uni­ver­si­teits­bi­blio­theek Leiden ar­ri­veer­de. Van Jan Just Wit­kam, die niet alleen de projectleider was, maar ook conservator van de Oos­ter­se Handschriften van de Uni­ver­si­teits­bi­blio­theek, kreeg ik te horen dat het handschrift viel in de ca­te­go­rie ‘Der­tien in een dozijn’ en dat ik er (dus) absurd te veel voor had be­taald.
    Sindsdien heb ik me niet meer met antiek en antiquiteiten bezig ge­hou­den.

    Dit is het einde van dag 56 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 12 mei 1996
    Slagschaduw.
    Gisteren, 11 mei 1996 om 12.00 uur: de zon staat nagenoeg recht boven. Het is on­draag­lijk heet. Flesje, stoel en tafel werpen nau­we­lijks meer schaduw dan hun omvang.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 12 mei 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim).
    Een beetje tekenen.
    Naar de bibliotheek lopen.
    Thuis (hotel Gasr al-goebba) tegen 13.30 uur.
    Zwemmen: er liggen enkele Fran­çai­ses in het zwembad.
    FoxPro database programmeren.
    Koken.
    Beneden vertellen met X, een E­gyp­to­lo­ge uit Leiden. Vroeger was ze voor­zit­ter van Sheherazade: de stu­den­ten­ver­eni­ging voor allen die Ara­bi­sche, Per­zi­sche en Turkse talen en culturen studeren. In Leiden had ik een moeilijk contact met haar. Zij is niet mijn vriendin, maar toch dump ik bij haar twee li­ter whisky; an­ders moet ik die weggooien.
    Onweer: niet zo spectaculair als een paar weken geleden. Ik fotografeer dat. Er vallen enkele druppels regen.
    Dinsdag ga ik naar Sana’a en daar­om overnacht ik morgen bij Abd al-Rah­maan A. thuis in Say’un.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen in­te­res­san­te informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 12 mei.
    Abd al-Rahmaan is in de bibliotheek met een zekere Hussain. Deze man is cal­li­graaf en hij zal diverse ge­cal­li­gra­feer­de aankondigings- en naam­bor­den voor de bibliotheek ma­ken, onder andere een bord waarop het geschenk van de Nederlandse re­ge­ring wordt vermeld. De kosten be­dra­gen 37.000 rial. Desgevraagd be­taal ik 20.000 rial als voorschot.

    […]

    Ahmad, de elektricien komt op be­zoek en bekijkt het werk nog even. De voor­lo­pi­ge kosten zijn 100.000 rial. Hij gaat akkoord met een be­drag van 800 dollar tegen een koers van 127 rial per dollar. Hij ont­vangt dus 800 dollar met een tegenwaarde van 101.600 rial.

    (1.000 rial = f. 13,00 (€ 6,00))

    Dit is het einde van het verslag van 12 mei.

    Dit is het einde van dag 57 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 13 mei 1996
    Say'un: Gasr al-thawra en omgeving.
    De toren rechts maakt deel uit van het Gasr al-Thawra in Say’un. Op de achtergrond ligt de lucht­haven, niet zichtbaar, maar hij is er wel. Links op de voorgrond is te zien dat een van de huizen uitgebreid wordt met een be­ton­nen vleugel. Ook is duidelijk te zien dat de huizen al­le­maal een dakterras hebben. Daar kan echter maar één gezin van de vele ge­zin­nen die in zulke huizen wonen, terecht. Alle zonen gaan na hun huwelijk veelal bij de va­der inwonen. De doch­ters verhuizen naar de schoonfamilie. De gezinnen van de zonen krijgen elk een deel van het huis, met eigen kamers. De vrouwen van een gezin mogen niet ongesluierd gezien worden door de man­ne­lijke leden (van huwbare leeftijd) van het andere gezin. (Mahaarim.) Dit maakt het dus vrijwel onmogelijk dat meer dan één gezin van het dakterras gebruik maakt. De anderen zitten in huis te zweten, zeker in de zomer als de elektriciteit geregeld uitvalt. Er is alleen maar ‘s nachts elektriciteit. Koelinstallaties werken dus niet wanneer ze nodig zijn en er is ook niets fris te drinken.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 13 mei 1996 (maandag).

    Tarim (Tarim, Say’un, mahaarimfoliëren).
    De nieuwe jongens krijgen in­struc­ties om pagina’s te gaan controleren: of deze wel goed ge­fo­li­eerd of ge­pa­gi­neerd zijn.
    Hussain al-K. reageert een beetje kwaad als Abd al-Rahmaan A. klaagt over de slordigheid waarmee alle stick­ers in de boeken zijn geplakt: schots en scheef en met de snijlijnen van balpeninkt er nog op. Hij (Hus­sain) zegt dat het belangrijkste is dat de stickers in de boeken zitten.
    Ik ging laat naar de bibliotheek, want ik had helemaal geen zin.
    Ik ben een beetje gepikeerd als Ali (een van de twee nieuwe me­de­wer­kers) mij bedankt voor het loon van 6.000 rial per maand. (f. 78,00 / € 35,00.) Ik wijt het aan zijn ge­brek­kige Engels dat hij niet vijf­en­vijf­tig­hon­derd rial kan zeg­gen, het bedrag dat Abd al-Rahmaan met hen bei­den, in mijn bijzijn, had af­ge­spro­ken. Als ik hem naar die zesduizend vraag, zegt hij dat hij er zes­duizend van gemaakt heeft. Ik moet dat be­ta­len.

    Ik ga met Abd al-Rahmaan naar Say’un waar ik bij hem thuis de nacht zal doorbrengen. Eerst laat hij mij nog het lemen huis zien van zijn groot­moe­der, dat van binnen tra­di­tio­neel versierd is. Het is er heerlijk fris.(1)
    Bij hem thuis krijg ik een kamer aan­ge­wezen, los van zijn huis en na­tuur­lijk zonder tafels of stoelen. No­ma­den eten met hun handen en le­ven op de aar­de.

    Ik speel krijgertje met zijn doch­ter­tje en haar neefjes. Als zij bang voor mij zijn, duwen ze Maryam voor zich uit als bescherming. “Zij is (maar) een vrouw.”, zegt Abd al-Rahmaan. (Zonder ‘maar’.)
    Arabisch lezen.
    Slapen.
    Heerlijke foel (bonengerecht) bij hem thuis.
    Bed 22.15 uur.
    Zowel het drinkwater (kraanwater) als het week en klef gebakken ei sma­ken naar stof.
    Er viel in Say’un een beetje regen en het was er vochtig en stoffig.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen in­te­res­san­te informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 13 mei.
    Als ik in de bibliotheek in de Records of the Yemen zit te lezen, wijst Hus­sain al-K. mij erop dat hij de stickers al in de boeken geplakt heeft. Ik geef daar geen antwoord op. Aan Abd al-Rahmaan, die wat later komt, laat ik de ca­ta­lo­gus van Kenderova (Sofia) zien. De sticker is daarin onder een hoek van 45 graden ge­plakt en de snijlijn van balpeninkt zit er nog duidelijk zichtbaar op, over de hele lengte van de bovenkant. Het is een schandaal!
    Abd al-Rahmaan klaagt erover bij Hussain. Die weet natuurlijk niet waar het over gaat: “Het be­lang­rijk­ste is dat de sticker er in zit.”
    Abd al-Rahmaan besluit dat er nieu­we stickers gemaakt moeten wor­den, die groter zijn en over de oude heen geplakt moeten worden.
    Goede lijm wordt nu een probleem. Er staat nog een grote pot Bijonkit [sic.] voor het lijmen van vloer­be­dek­king. Dat is een groot gevaar. Dan is na het plakken van de nieuwe stick­ers het boek niet meer te openen, of zelfs nog maar van de tafel te ver­wij­de­ren. De stickers zitten er dan wel recht in.

    […]

    Ik zal de nacht doorbrengen bij Abd al-Rahmaan thuis, want mor­gen­och­tend vertrekken we naar Sana’a. In Say’un laat hij mij het interieur van het traditionele huis van zijn groot­moeder zien. Ik heb helaas geen ca­me­ra bij me, want ik reis zo com­pact mogelijk naar Sana’a.
    Bij hem thuis bespreken we het pro­gram­ma dat we in Sana’a gaan vol­gen en het eventuele programma voor de Nederlandse ambassadeur, die hier vol­gen­de week op bezoek komt, met zijn auto! Een reis van drie dagen heen en drie dagen terug. Een reis die met het vliegtuig in an­der­half uur kan! De man, Pijpers, is bang voor kleine vliegtuigen.

    Dit is het einde van het verslag van 13 mei.

    (1) Ik weet nog dat in het huis van de grootmoeder van Abd al-Rahmaan een kast uit Indonesië stond, want daar kwam zij van­daan, die versierd was met hout­snij­werk. Abd al-Rah­maan vertelde toen ook dat hij zijn grootmoeder slecht kon verstaan, want zij sprak eingelijk alleen maar In­do­ne­sisch en maar een beetje A­ra­bisch.

    Dit is het einde van dag 58 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 14 mei 1996
    Sana'a, Jemen.
    Een huis in de oude stad van Sana’a, de hoofd­stad van Jemen.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 14 mei 1996 (dinsdag).

    Say’un, Sana’a (Say’un, Sana’a, Dash 7, diskette).
    Ik droom dat de vrouw van Abd al-Rahmaan A. met slechts een bad­hand­doek omgeslagen langsloopt op weg naar de badkamer. Even later komt ze eruit. Ik zie de welving van haar borsten door de handdoek heen.
    Op 5.45 uur. Ik sliep uitstekend, on­danks dat ik gisterenavond sterke kof­fie dronk.
    Hamid B., de taxichauffeur in Say’un, komt pas om 7.00 uur in plaats van 6.30 uur. Hij had ver­tra­ging opgelopen bij zijn vorige klant.
    Op de luchthaven geniet ik van de mysterieus mooie ogen van enkele ge­sluier­de vrouwen en van een enkel strak en sexy jongenslichaam.
    In het vliegtuig is een sexy ste­wardess gewoon westers gekleed. Is zij een Je­me­nitische, zoals Abd al-Rahmaan zegt, of een Syrische, zoals ik later in Tar­im hoor? Alle ste­wardessen zouden Syrisch zijn.
    Ik zit in de omgekeerde richting in het vliegtuig een Havilland Dash 7, met de rug naar de piloot! Helemaal voorin, dus kan ik al die zwarte doe­ken en prachtige mannenkoppen goed zien.
    In het vliegtuig vroeg Abd al-Rah­maan naar mijn werk- en slaap­tij­den. Toen ik zei dat ik hier vaak al om 6.00 uur opsta, vroeg hij of ik dan al aan het werk ging. Heel dom zei ik toen dat ik dan ga tekenen. (Om niet als een work alcoholic over te komen.)
    “Om nog meer bevriend te raken,” zei hij, wilde hij mijn tekeningen zien. Ik werd rood, bloosde. Al die por­no­gra­fie, die ik teken!
    “Niet mogelijk,” zei ik, maar hij bleef aandringen.
    Toen ik zei dat het al­le­maal li­cha­men en lichaamsdelen wa­ren, was zijn belangstelling ge­luk­kig voor­bij.
    Rond 10.30 uur zijn we in Sana’a.
    De taxichauffeur doet veel moeite om de Mogadishustraat te vinden, maar wei­nig mensen hebben daar­van gehoord. De enkeling die het wel zegt te we­ten, legt om­stan­dig uit hoe de chauffeur moet rijden en zegt ter afsluiting: “Daar is de Nouak­chott­straat.”(!)
    Volgens Abd al-Rahmaan is onze ta­xi­chauffeur een rijk man. De grond van de luchthaven was van hem en hij werd voor een groot bedrag ont­eigend. Het is hem niet aan te zien en zijn auto valt bijna uit elkaar.(1)
    We zoeken een computerwinkel en de taxichauffeur zet ons uiteindelijk af voor een zaak in de Mo­ga­di­shu­straat. Ik weet dat dit niet de zaak is waar Nico en ik onze keyboards koch­ten, enige tijd geleden, maar we zouden hier ook kunnen kijken.
    Het is meteen raak: een mooie vrouw die goed Engels spreekt. Zij heet Roe­may­la Shaahir en is Man­doeb taswieq: Marketing officer. Zij verkoopt twee merken computers. Packard Bell (thuis heb ik ook dit merk) en AST. De Packard Bell com­pu­ters zijn multi­media­com­pu­ters. Voor ons doel is de AST vol­doen­de. (Tekstverwerking.)
    We besluiten de AST Advantage Pen­tium 75 MHz te kopen. Die kost 1.995 US dollar. Die is morgen gereed, met Arabische software.
    We gaan naar de Nederlandse Am­bas­sade, maar MN heeft com­pu­ter­cur­sus.
    British Council: ik informeer naar een cursus Engels op cassettes. (Die wil ik kopen voor Muhammad al-S., als cadeau.) Zoiets hebben ze niet.
    Abd al-Rahmaan wil op bezoek gaan bij familie, in plaats van nood­za­ke­lijke spullen te gaan kopen. Ik ga naar het al-Gasmi-hotel. Ik logeerde daar tij­dens de eerste week van mijn verblijf in Jemen, in de tweede helft van maart.
    Circa één uur slapen.
    Abd al-Rahmaan heeft van 18.00 tot 19.00 uur cursus in tekstverwerken met het programma al-Ustadh. Een leuke jongen geeft uitleg.
    Rond 19.00 uur, volgens telefonische afspraak, bij MN thuis.
    We bespreken het programma van de reis van de Nederlandse am­bas­sa­deur die op 21 en 22 mei naar de Ha­dramaut komt, met zijn auto, drie da­gen rij­den, in plaats van an­der­half uur vliegen.
    MN is moe en wil niet over financiën spreken, maar niet zo moe om de nu erg zieke (rillend en koorts) Abd al-Rahmaan een oordeel te laten vellen over oude kistjes die ze wil ko­pen: echt of niet echt.
    MN heeft een zwarte bediende, Abd al-Kariem, met wie ik zo zou willen knuf­felen. Hij is een stevige ne­gro­ïde jon­ge­man.
    Van 21.00 tot 21.30 uur eten in het Taj Sheba Hotel.
    Met de taxi terug. Als ik de chauffeur 200 rial (f. 2,60 / € 1,20) geef, mom­pelt die: “Wa-llaahi!” (Mijn god: wer­ke­lijk?)
    Na de middag en ’s avonds veel re­gen en fris.
    Ik hoorde van Abd al-Rahmaan dat een ambtenaar in het Noorden voor de Golfoorlog 1.500 dollar verdiende, maar nu nog maar 200 dollar.
    Een ambtenaar in het Zuiden ver­dient 7.000 rial. (Zoals de meesten in de bibliotheek.)
    Abd al-Rahmaan verdient 12.000 rial per maand. (1.000 rial: f. 13,00.)

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen in­te­res­san­te informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 14 mei.
    Op de luchthaven van Say’un zegt Abd al-Rahmaan dat tus­sen­per­so­nen, zoals hij, bij andere (bui­ten­land­se) projecten betaald worden uit het project door de (geld-) ver­strek­ken­de instantie. Dit naast het re­gu­lie­re salaris dat ze ontvangen van hun lokale werkgever.
    Ik heb daar nog nooit van gehoord. Dit is immers mijn eerste project. Ik be­loof een en ander met MN in Sana’a te bespreken.

    […]

    De AST Advantage met Pentium pro­ces­sor en een snelheid van 75 MHz, met 8 MB werkgeheugen en 850 MB harde schijf is een ge­schik­te com­pu­ter voor een redelijke prijs: 1.995 USD (Naar de betaalde koers in maart 1996 van f. 1,68 is dat f. 3.350) Geïnstalleerd is Windows 95 en Win­dows 3.1 met A­ra­bische soft­ware. We kunnen gratis Mi­cro­soft Office met Arabische software, zoals Word 6, krijgen. Als goede tekst­ver­wer­ker kan ook al-Ustadh(2) van Sachr dienen. Dat programma kost 265 USD.
    Ik besluit zowel de computer als het al-Ustadh programma te kopen. Ik wil niet lang zeuren over de prijs of op zoek gaan naar een goedkopere firma, om daar te constateren dat het prijsverschil slechts in de tientjes loopt. We hebben bovendien een vol programma in Sana’a af te wer­ken, waarbij tijdverlies niet gewenst is.
    Vanavond, om 18.00 uur kan Abd al-Rahmaan een korte introductie in al-Ustadh krijgen.

    […]

    Rond 17.30 uur komt Abd al-Rah­maan. Hij blijkt ernstig ziek. Het frisse kli­maat in Sana’a lijkt voor hem fataal. Het wordt er niet beter op als het ’s avonds ook nog hard gaat regenen.
    We gaan samen naar The Yemen Computer Centre in de Mo­ga­di­shu­straat. Er is een probleempje. (Waarom ook niet?) De al-Ustadh-software is niet beschikbaar. Pas volgende week, maar Roemayla Shaahir kan de software die op een demonstratie PC staat, de-in­stal­le­ren en ons de diskettes mee­geven. Dat is de beveiliging van Sachr. Eenmaal geïnstalleerd kan de soft­ware niet nog eens op een andere computer geïnstalleerd worden. Pas als die gede-ïnstalleerd is, kan die weer ergens anders geïnstalleerd wor­den.
    Oecht Roemayla (zus Roemayla) zal kijken wat ze kan doen. (Alle man­nen worden aangesproken met Ach: broer!)
    Abd al-Rahmaan, werkpaard, maakt van de demonstratiegelegenheid ge­bruik om op de Arabische tekst­ver­wer­ker de aankondiging voor het bezoek van de Nederlandse am­bas­sa­deur in Say’un om de Van der Meu­len-ten­toon­stel­ling te openen, gedeeltelijk zelf en gedeeltelijk door anderen te laten typen en uit­prin­ten.

    […]

    MN, van de Nederlandse ambassade, zegt dat een cursus Engels voor Abd al-Rahmaan niet op bezwaar stuit. Ze is uitgeput en wil niet meer over geld­za­ken, die ons werk betreffen, spreken.

    Dit is het einde van het verslag van 14 mei.

    (Sadaqa.)
    (1) Het verhaal over die straatarme ‘miljonair’ kende ik al van mijn va­kan­ties in Turkije. Daar werd mij verteld dat veel bedelaars in wer­ke­lijk­heid heel rijk zijn, maar te gie­rig om geld uit te geven. Dat is na­tuur­lijk mogelijk, maar het lijkt mij eer­der een fabel, een excuus om niet de, in de islam min of meer ver­plich­te, aalmoes (sadaqa) te hoe­ven geven.

    (2) Ustadh betekent: leraar, on­der­wij­zer, pro­fes­sor.

    Dit is het einde van dag 59 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 15 mei 1996
    Sana'a.
    Een detailopname van het grote huis dat op de foto bij dag 1, 17 maart jl., te zien.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 15 mei 1996 (woensdag).

    Sana’a (Sana’a, diskette, mudbrick, qat).
    Ik lig in bed en vraag mij af wat ik al die tijd in Sana’a moet doen als ik de 7e ju­ni terugkom naar de hoofdstad. Na een korte overdenking besluit ik tot 12 juni in Tarim te blijven.
    Een half uurtje tekenen.
    Ontbijt.
    Ik bel met Joe, de Amerikaan die een anderhalve week geleden met Ka­the­rine in Tarim was, en ik vraag hem naar de mogelijkheid van een cursus En­gels op cas­set­te. Hij zegt dat hij twee cursusboeken heeft en weet waar de bij­be­ho­ren­de cassettes te koop zijn. We spreken af tussen 9.30 en 10.00 uur bij het al-Kumayn-gebouw, in de Hadda-straat.
    Ik neem het ontbijt en een Duits stel uit Ulm wil bij mij aan tafel zitten. Zij is ouder dan hij. Zij reizen individueel, want dan zien ze meer.
    Zij blijkt vooral bezeten door de angst voor de Jemenieten en vertelt voort­durend (vooral na de middag, als ik hen nogmaals ontmoet) over moorden en overvallen, waarvan ze van zeker twee(!) andere toeristen gehoord heeft. Ze zegt het gevaar al op twintig kilometer afstand te kunnen waarnemen.
    Goed, ze reizen dus individueel om meer te kunnen zien. Ze ziet (behalve ge­vaar) twee belangrijke dingen. De vreselijke armoede en het onvermogen van de mensen om hun vuilnis op te ruimen.
    Zij is echter niet in staat die dingen te combineren. Welke armoedzaaier zal er over denken de rommel om hem heen (voor niets) op te ruimen, terwijl hij die tijd zou kunnen gebruiken om geld te verdienen.
    Zij zegt dat in India alles opgeruimd wordt(?). (Maar daar leeft ook een groep van slaven, die dat kunnen of moeten. [Dalit.])
    Welke moslim zal zich, nutteloos, onrein maken.
    Ik wordt een beetje kwaad van dat gezeur. Al die ‘oude troep’ is toch de aan­lei­ding dat ze hier zijn, zeg ik. Onze maatschappij is schoon. Wie van ons gaat naar Parijs om rijke Fransen te gaan bekijken. (Wel de mooie ge­bou­wen.) We kijken in armoedig Jemen rond in de wetenschap dat we spoedig weer terug gaan naar ons mooie en schone landje, dat we één keer per jaar verlaten omdat het geregelde leven ons een tijdje de keel uithangt en we eens wat anders willen zien dan rechte straten en op tijd rijdende treinen.
    We willen het liefst primitief levende mensen zien, waarvan we vinden dat die zo primitief moeten blijven en geen moderne huizen en moderne spullen, die ons het leven veraangenamen, mogen kopen.
    Bedoeïenen moe­ten kamelen be­rij­den en Jemenieten moeten in duur in onderhoud en on­com­for­ta­be­le leemhuizen(1) blijven wonen. Daar­om gaan we dus niet naar Parijs, maar reizen we individueel naar Jemen om vooral overal gevaar te zien. Gevaar van arme Jemenieten, die hun huisvuil niet opruimen.
    Ik ga met een taxi naar het tele­foonkantoor, waar ik niet naar toe wilde (ik wil­de naar het centrale kantoor), maar dit is veel beter. In het Centrale kantoor moest je eind maart met een telefoonkaart bellen. Hier deponeer je een bedrag en kun je bellen. Na afloop krijg je een geprinte rekening.
    Ik belde met Jan Just Witkam, met Pa en Ma. Daar is alles in orde.
    De lijn is uitstekend, duidelijk en helder.
    […]
    Rond 9.40 uur ontmoet ik Joe bij het al-Kumayn-gebouw en we gaan in een cassettewinkel de bij zijn boeken horende cassettes kopen. Vier stuks, voor 450 rial. Ze worden ter plekke van de bron gekopieerd.
    Ik drink met hem een coke. Hij vliegt vanavond terug naar de Verenigde Staten, waar hij in zijn woonplaats (welke?) in Californië archeoloog wordt. Dat is zijn beroep.
    Toen hij en Katherine terugkwamen in Sana’a bleek dat het leer­lin­gen­aantal van hun privé-school voor Engels zo dramatisch was terug­gelopen dat er nog slechts werk was voor Katherine en haar baas.
    Ook zijn geplande opgraving in al-Mukalla gaat waarschijnlijk niet door.
    Hij werkt in de VS acht maanden per jaar.
    Circa 10.40 uur ben ik in het gebouw de Algemene Organisatie voor An­ti­qui­tei­ten en Musea, de werkgever van Abd al-Rahmaan A. (Er werken daar veel vrouwen, van wie veel zonder sluier, niet allemaal even mooi. Ik zag in nieuw-Sana’a veel vrouwen in gekleurde kleding, gebloemde sluiers en een aantal met ontbloot gezicht. De moderne tijd dringt langzaam door.)
    […]
    Ik ben een beetje gepikeerd dat men mij zo lang op Abd al-Rahmaan laat wachten. Ik voel mezelf belangrijk. Ik ben immers een geldschieter. Ik klaag maar niet.
    Na circa twintig minuten komt Abd al-Rahmaan en van zijn ziekte is niets meer te merken.
    Ik word door de vicedirecteur van de Organisatie ontvangen en moet een lange lofrede aanhoren, zowel over Abd al-Rahmaan en over mijzelf. Hierna gaat Abd al-Rahmaan op­ge­wekt op bezoek bij allerlei collega’s, maar als hij na een uur eindelijk buitenkomt is hij doodziek en in de boekhandel moet ik het alleen uitzoeken. Hij zit op de grond met zijn hoofd tussen zijn handen. (Is hier sprake van toneelspel, of is hij echt ziek? Waarom was daar niets van te merken tijdens zijn bezoek aan talloze collega’s in de Organisa­tie?)
    We kopen voor 28.650 rial (circa 365 gulden) Arabische naslagwerken voor de bibliotheek.
    Ik ga terug naar het hotel en moet daar de rest van het Duitse geklaag (zie hierboven) aanhoren.
    De individueel reizende Duitsers, die zo reizen om meer in contact te ko­men met de lokale bevolking, hebben vooral behoefte aan contact met wes­ter­lin­gen. Behalve met mij hebben ze ook contact gezocht met een Frans stel. De man, Gilles, is schilder en bezocht Jemen verschil­lende malen. Hij en zijn mooie, frêle vrouw zijn fervente qat-kauwers.
    Toen de Duitse vroeg wat hij zoal schilderde, zei ik: “Zijn vrouw!” en tegen haar: “You are very beautiful.” Wat waar is, want zij is erg mooi.
    Hij zou het eerste portret van de huidige president in zeventiger (of zes­ti­ger?) jaren geschilderd hebben. Zijn vrouw is nog niet zo oud.
    Ik ga naar de computershop. De afspraak met Abd al-Rahmaan is om 16.00 uur, maar hij komt pas rond 16.20 uur.
    We gaan nu eerst naar de een kantoorboekhandel waar we veel tijd verliezen omdat het personeel (twee sexy jongens) niet weet of ze nu wel of niet vijf­duizend systeemkaarten in voorraad hebben. Uiteindelijk hebben ze die wel. Dan moet er nog onderhandeld worden of de prijs: 1 of 2 rial per honderd kaarten. Dus 50 of 100 rial verschil op de totaalprijs, oftewel f. 0,65 of f. 1,30 verschil!
    Met een paar pennen erbij kost alles 11.900 rial. (14 pennen à 100 rial.)
    Ik bel met MN, van de Nederlandse ambassade, omdat ik niet op tijd kan zijn voor onze afspraak van 17.00 uur.
    Naar de computerwinkel, waar de bediening langzaam te werk gaat en de financieel-directeur onvriendelijk is.
    Diverse software is geïnstalleerd, maar er zijn geen diskettes bij. Wel de di­skettes van de tekstverwerker al-Ustadh.
    Uiteindelijk ben ik circa 17.45 bij MN.
    Ik liet haar wachten, zij laat mij nu wachten.
    Ik bespreek de financiële kanten van de het werk. In haar huis is het gezellig druk: er is een bijeenkomst van allemaal ambassadepersoneel.
    Het is de bedoeling dat we bij de broer van Abd al-Rahmaan, Solei­man, In­do­nesisch gaan eten.
    Ik begrijp van MN dat het mogelijk is, dat als ik volgend jaar terugkom, ik een salaris van Buitenlandse Zaken kan krijgen om in Tarim te werken.
    Ik heet de belangrijkste gast van de avond te zijn, maar als ik uit het toilet kom, zit iedereen al in de auto, om naar Soleiman te gaan, zonder aan mij gedacht te hebben.
    Achteraf gezien had ik beter vijf minuten later uit het toilet kunnen komen.
    De avond was niet echt gezellig. Hoewel we met veertien mensen waren vie­len er geregeld lange stil­tes. De uitnodiging zal een rib uit het lijf van So­leiman zijn geweest. Ik stelde aan MN voor om een bijdrage te geven, want Soleiman nodigde enkele mensen uit, geen tien of meer. De hele avond (van 20.00 tot 22.00 uur, vóór het diner) kregen we slechts één glaasje tamarinde aangeboden, verder niets.
    Het diner, lekker, stond op de vloer. Er waren geen tafels. Veel was voor mij onbereikbaar en nog moeilijker te eten. Er was voldoende bestek. (Abd al-Rah­maan had me verteld dat de hele familie maar 5 lepels bezat. Die had zich nu dus in de onkosten gestort!)
    Na de maaltijd krijgen we twee kopjes thee.
    Tegen 00.00 ben ik in het hotel.
    Het heeft vandaag niet geregend.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen in­te­res­sante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 15 mei.
    Ik haal informatie bij The British Council over hun cursussen. Die kosten 250 USD, ongeacht het niveau. Drie dagen per week, twee uur per dag, zes weken lang.

    […]

    Abd al-Rahmaan vertelt dat Sjeik AB tot adviseur benoemd zal worden. Iemand maakte de minister wijs dat de man in Tarim alle notabelen en alle bedoeïenenstammen achter zich heeft staan en dat een overplaatsing veel op­roer zou veroorzaken.
    Volgens Abd al-Rahmaan is dat van die bedoeïenen niet waar. Boven­dien zou de Sjeik de belangen van de bibliotheek niet willen schaden.

    […]

    Bij MN (van de Nederlandse Ambassade) thuis, informeer ik naar de vol­gende mogelijkheden.
    1.) Ben ik gerechtigd het loon van twee nieuwe medewerkers enige tijd na mijn vertrek door te betalen?
    2.) Het extra salaris dat Abd al-Rahmaan wenst te ontvangen, is dat ge­bruikelijk en mag ik dat betalen?

    Ad 1.) MN heeft geen bezwaar.
    Ad 2.) MN deelt mee dat dit niet gebruikelijk is en dat ik daarmee zeer terughoudend moet zijn. Geld geven schept op korte termijn financiële mogelijkheden, die na het einde van het project niet voorgezet kunnen worden. Niettemin vindt ze het goed dat ik een klein bedrag aan Abd al-Rahmaan uitkeer. (Helaas vergeet ik te informeren naar wat ‘klein’ is.)

    […]

    MN meent dat ik volgend jaar, bij een eventuele terugkeer naar Tarim als ambtenaar van Buitenlandse Zaken betaald kan worden. (Dat is wel wat gunstiger dan het lage loontje dat ik nu krijg.)

    […]

    De cassettebandjes die ik koop en het stu­die­boek Engels dat ik van Joe, de Amerikaanse archeoloog krijg, zijn voor mijn ‘samier‘(2) Mu­ham­mad al-S. in Tarim. Al eerder sprak ik voor hem een heel Engels stu­die­boek in, op een aantal cas­set­tes.

    Dit is het einde van het verslag van 15 mei.

    (1) Dat Jemenieten hun lemen huizen vervingen door betonnen woningen was vooral de klacht van Nico. Die wilde dat de Hadaarim hun traditionele levensstijl be­hiel­den. Ik meen te mogen stellen dat dit ook de wens van veel toeristen zal zijn geweest. Ze zouden nooit naar Jemen reizen als de lokale bevolking in betonnen woningen zou wonen.
    Abd al-Rahmaan vertelde mij dat sommige mensen voor de on­der­houd van hun huis zoveel geld moesten uitgeven, dat er niets meer overbleef om voed­sel van te kopen. Mede daardoor hadden sommige mensen niets te eten.
    Leemhuizen (mudbrick) zijn ex­treem onderhoudsgevoelig: na ie­de­re forse regenbui moeten er al herstelwerkzaamheden uitgevoerd worden. Gelukkig regent het niet zo vaak in de Hadramaut.

    (2) ‘Samier‘ is iemand met wie je ’s avonds, als de zon onder is en de temperatuur tot een aangename waarde gedaald is, gezellig kletst en drinkt.

    Dit is het einde van dag 60 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 16 mei 1996
    Huis in Say'un.
    Het huis van de overburen, gezien vanaf de binnenplaats van het huis van Abd ar-Rahmaan in Say’un.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 16 mei 1996 (donderdag).

    Sana’a – Say’un – Tarim (Sana’a, Say’un, Tarim, Roebaat, alim, Ara­bische na­men, Koelliyat al-shariyya).
    Ik besloot om niet te gaan slapen, maar rond 01.00 ben ik zo moe dat ik toch naar bed ga.
    Om 03.00 moet ik Abd al-Rahmaan A. bellen. Mijn wekker loopt om 02.40 af. Ik besluit om nog even te blijven liggen. Om 03.40 schiet ik wakker, ren naar beneden en bel naar de broer van Abd al-Rahmaan.
    “Die is al weg,” krijg ik te horen.
    Ik neem snel een douche en ga naar beneden.
    Abd al-Rahmaan is er niet. Binnen de muren van het hotel wacht ik tot 04.10 uur, voordat hij komt. Hij is onderweg door de politie gestopt en die wilde problemen maken, want Abd al-Rahmaan kon geen factuur overleggen voor al die goederen waarmee de taxi volgeladen was. (Ik had de nota’s.) Smeer­geld bespoe­digde de zaak enorm.
    Luchthaven. De taxirit kost 1.000 rial. Per ongeluk geef ik de vriend van Abd al-Rahmaan 2.000 rial. Zowel hij (de taxichauffeur) als ik merken de vergis­sing onmiddellijk. Ik maak er 1.100 rial van (f. 14,30).
    Op de luchthaven is het nog even spannend voor Abd al-Rahmaan. We koch­ten de tickets eergisteren op de luchthaven, direct na aankomst. Voor mij was er plaats. Voor Abd al-Rahmaan niet. Hij was de eerste op de wachtlijst.
    We moeten nog een uur wachten voordat blijkt dat we samen (met onze ba­gage, want daarover waren ook problemen) kunnen reizen.
    We moeten 1.400 rial voor over­gewicht betalen.
    Op de luchthaven moeten we zelf zorgen dat onze spullen ingeladen wor­den. (De bagagedragers willen ook wat verdienen.)
    In het vliegtuig zitten we weer achterstevoren, net zoals eergis­teren.
    Abd al-Rahmaan is ziek.
    Ik kijk een gesluierde dame zo lang aan dat ze naar mij wijst, als ze haar buurvrouw op mij attent maakt. Ik verminder mijn aandacht.
    Na anderhalf uur in Say’un. Hamid (taxi) haalt ons op en brengt ons naar het huis van Abd al-Rahmaan. Daar word ik weer tijdelijk gelogeerd in de grote kamer.
    Ik lees weer, net zoals eergisteren, in een Arabisch boek en evenals eergis­teren val ik in de benauwde kamer, (alle deuren staan open!) in slaap.
    Het duurt wel een uur voordat ik de beloofde thee krijg.
    Abd al-Rahmaan begint over zijn detachering te zeuren. (Ik ben moe en wil naar Tarim, naar het hotel. Hij is ziek, daarom dring ik niet aan.)
    Enkele dagen geleden al zei hij dat medewerkers van buitenlandse projecten naast hun  loon ook een salaris uit het project krijgen. Ik besprak deze zaak met MN (Nederlandse Ambassade), maar die zei dat dit niet de gewoonte was, maar ik mocht wel wat geven.
    Abd al-Rahmaan vertelde mij eens dat een salarisverhoging één- of twee­honderd rial per maand bedraagt. Hij zei nu dat mensen werken naar wat ze betaald krijgen. Hij steekt veel extra tijd in dit project. Hij wilde niet drei­gen, maar vond wel dat die extra tijd betaald moet worden.
    Ik vraag hem hoeveel hij wil hebben en vertel hem het antwoord van MN erbij.
    Hij zegt dat ik moet beslissen.
    Ik bied hem 1.000 rial per week. Dat is te weinig, vindt hij en begint weer over de extra tijd die hij erin steekt. Het verhaal begint me te vervelen.
    Ik vraag hem of 12.000 rial per maand (zijn loon) extra voldoende is. Hij rea­geert niet echt enthousiast.(1)
    Na de middag, in het hotel in Tarim, maak ik een berekening van mijn financiële speelruimte.
    Ik heb nog 4.270 dollar over. Daarvan heb ik er zelf 1.500 nodig.
    Ik schat de koers: 1 dollar voor 120 rial. (Koersrisico!)
    Hotel Tarim (vier weken) 48.000 rial: 400$. Geschenk aan het personeel [hotel]: 30.000 rial: 250$. Vlucht Say’un – Sana’a: 125$. Hotel Sana’a 12.000 rial: 100$. Eten in Sana’a 12.000 rial: 100$. Vijf keyboards: 125$. Boeken ko­pen in Sana’a, circa 20.000 rial: 165$. Overgewicht tijdens de vlucht naar Nederland: 235$.
    Totaal 1.500$.
    4.270 – 1.500 = 2.770$ over voor het project.
    Ik heb al enkele weken geleden Abd al-Rahmaan 8.000 rial per week als reis­kosten toegezegd. Voor de komende vier weken is dat 32.000 rial: 265$.
    Ik heb toegezegd om na mijn vertrek enkele maanden loon voor de twee nieuwe medewerkers door te betalen. Ik besluit om dit tot twee maanden beperken. Dit is 48.000 rial: 400$.
    2.770 – 665 = 2.105$ over voor lopende kosten en een vergoeding voor Abd al-Rahmaan.
    Nog betaald moeten worden: de timmerman en Ahmad, de elek­tricien.
    Die laatste kwam bij Abd al-Rahmaan thuis, toen ik wilde slapen, zeuren over het geld dat hij had verloren door verleden week 800$ te accepteren in plaats van 100.000 rial.
    Ik wees hem erop dat dit business is. Evenzo goed had hij er flink aan kunnen verdienen.
    Nu wilde hij, geloof ik, nog eens 100.000 rial, om allerlei spullen nieuw te kopen, maar ik wil hebben dat hij alles gebruikt wat we meebrachten, in de container uit Nederland.
    Hij wil nieuwe bedrading kopen: “… want de kabel past niet in de buis.”
    (Nou, dan bevestigt hij de kabel maar op de muur of stript de mantel eraf, dan past die wel in de buis. Gereedschap daarvoor is er ook.)
    Uiteindelijk krijg ik toestemming om naar Tarim te gaan. Abd al-Rahmaan blijft ziek thuis.
    Ik laad het materiaal uit in de bibliotheek en krijg niet te horen wat ik in het hotel wel te horen krijg: dat er in de bibliotheek een brief voor mij is aan­gekomen. Ze hadden naar het hotel gebeld om me te waarschuwen, hoewel ze wisten dat ik naar Sana’a was.
    Ik ga zwemmen.
    De financiën berekenen, zoals boven weer­gegeven.
    Ik gaf de cursus Engels aan Muhammad al-S. Hij is er oprecht blij mee, maar als hij later komt buurten, moet ik hem, met veel excuses, de toegang weigeren. Ik zit midden in de planning en de financiële berekeningen van het project en wil die voor donker af hebben.
    Ik eet op mijn kamer brood met witte bonen in tomatensap, koud.
    ’s Avonds buiten zitten met Muhammad al-S. en Hussain al-A. en een vriend van Muhammad, die Salaah(2) heet en die hier in Tarim op de Koelliyat al-shar’iyya (Roebaat) studeert om ‘alim te worden. Hij komt evenals Muham­mad uit een dorp ergens bij al-Mukalla. Nadat anderen hem erop gewezen hebben dat de gebruikelijke discussie over godsdienst mij enorm stoort, blijkt hij een aardige, intelligente jonge­man te zijn.
    Er is nog een andere knaap, zwart, sexy en analfabeet, ook uit dat dorp. Die zegt alleen maar lokaal dialect te kennen. Hoewel niet helemaal schoon, als illegale grensoversteker zat hij vier dagen in Saoedi-Arabië in de gevangenis, zou ik met hem wel het bed willen delen.
    Iedereen zegt me dat ze me twee dagen gemist hebben en ter gelegenheid van mijn terugkomst hebben ze droge broodjes met ei en suiker gebakken. (In het vet waarin men normaal al die kippen bakt, kennelijk, want daar smaken deze broodjes naar.)
    Bed: 00.30 uur.
    Weer: fris in Sana’a. Smoorheet in Tarim.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 16 mei (Slachtfeest, Nieuwjaarsdag, Dag van de Eenheid).
    ’s Nachts komt Abd al-Rahmaan met een taxi naar mijn hotel in Sana’a. Hij is laat omdat hij onderweg door de politie is aangehouden. Hij kon geen factuur overleggen van al dat materiaal dat in de taxi lag. (De facturen had ik. Ik heb niet aan zulk een voorval gedacht.)
    Na het betalen van 150 rial ‘bespoedigingskosten’ kon hij doorrijden.

    […]

    In Say’un gaan we naar het huis van Abd al-Rahmaan. Hoewel erg ziek, begint hij weer over dat extra salaris (detachering). Hij stelt dat iedere werknemer werkt naar het salaris dat hij ontvangt en niets extra’s wil ondernemen als daar niet een extra beloning aan vast zit. Hij steekt nu veel energie in het project. (Ik kan dat niet helemaal volgen, want hij wordt toch gewoon betaald om met ons samen te werken en het project tot een succes te maken. Ik zeg dat echter niet.)(3)
    Abd al-Rahmaan is niet van plan minder energie in het project te steken. Hij is niet zoals de anderen, maar zou graag zien dat die extra energie beloond werd.
    Ik vertel hem dat het niet tot de Nederlandse gewoonte behoort om dat te betalen, zoals MN (Nederlandse Ambassade) vertelde, maar dat ik niettemin een bedrag mag betalen.

    […]

    Van het geld dat na mijn berekening overblijft kan Abd al-Rahmaan zijn detachering krijgen, maar niet meer dan 12.000 rial per maand. (f. 160,00, per maand.)
    Het is bijzonder ongunstig dat Nico die resterende 4.000 dollar mee naar Nederland heeft genomen. Door de vertragingen is het nu onmogelijk ge­worden dat ik het elektriciteitsnet in de al-Ahgaaf-bibliotheek zelf aanleg, zoals in de eerste opzet het plan was. De elektriciteitsvoorziening moet nu door een elektricien gemaakt worden. Door deze extra kosten en de aan­schaf  van de nieuwe computer ontstaat er een situatie waardoor ik mis­schien niet meer aan mijn betalingsverplichtingen kan voldoen.
    De vertraging komt door de late komst van de container, maar ook de week vakantie voor het Slachtfeest, de reis naar Sana’a en volgende week: Nieuwjaarsdag, de Dag van de Eenheid en het bezoek van de Nederlandse Ambassadeur aan Say’un en Tarim, waarbij  men van mij verwacht dat ik daar­bij aanwezig ben.

    Dit is het einde van het verslag van 16 mei.

    (1) Wat de mensen in Jemen, misschien wel de hele Arabische wereld, niet vertellen, omdat ze waarschijnlijk aannemen dat wij westerlingen in een zelfde situatie leven als zij en wat wij westerlingen niet vragen, ik dus ook niet, omdat wij aannemen dat zij in een zelfde situatie leven als wij (zij het met een lager loon), is hoe de betaling van verricht werk moet worden geregeld. “Je weet wat mijn dienst waard is”, zegt men. Nou, dat weten wij niet. Er wordt in gesprekken nogal moeilijk, versluierd, over geld gedaan.

    (2) De volledige voornaam van Salaah is Salaah al-dien en wordt uitgespro­ken als Salaah ad-Dien, in een westerse taal (ook) geschreven als Saladin. Deze naam kan het beste vertaald worden met ‘Rechtschapenheid van de godsdienst, waarbij ‘de godsdienst’ staat voor ‘de islam’.

    (3) Had ik dat maar wel gezegd, dan was misschien een van de grote ge­heimen van Jemen voor mij één maand eerder opgelost, dan pas tijdens mijn allerlaatste uren in Jemen!

    Dit is het einde van dag 61 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 17 mei 1996
    Jongen in water.
    Een puber bij een waterplas in het oostelijk deel van de Wadi. Dit water is erg breed en bijna kniediep. Zoals veel Jemenieten in de Hadramaut is deze jongeman ook nogal mager.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 17 mei 1996 (vrijdag).

    Tarim (Tarim).
    Op 9.00 uur.
    Twee uur tekenen.
    De hele ochtend (wat ervan restte) en vrijwel de hele middag mijn dag­boek bijwerken.
    Circa één uur computer en ongeveer één uur zwemmen. Ik zwem veel, voor­al om wat beweging te hebben.
    Nu 19.15 uur.

    Koken en eten.
    Ik at te veel en blijf nog even boven, want ik vrees dat ik weer koekjes zal moeten eten, zoals gisteren, wat echter niet het geval zal blijken te zijn, als ik van 21.00 tot 00.30 bene­den zit.
    Ik kan nu eenvoudige gesprekken enigszins volgen, als Muhammad al-S. met iemand uit het noorden van Jemen praat.
    Nu 00.45 uur.
    Ik heb nooit veel zin om naar bene­den te gaan om te praten. Ik ga omdat ik weet dat Muhammad op me wacht. Toch geniet ik iedere keer weer van deze gezellige avonden, waar ik Arabisch leer, steeds meer.
    Ik geef hem het Oxford English – Arabic woordenboek dat ik van thuis mee­bracht. De Engelse woorden wor­den fonetisch weergegeven, want voor het Engels geldt: ‘Wat geschreven staat, wordt niet uitge­sproken.’ Ik hoop dat al mijn inspanningen vruchten afwerpen.
    Ik kreeg op 10 mei jl. van hem een kopie van een boek waarvan de auteur ongeveer zevenhonderd jaar geleden overleed.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen in­te­res­san­te informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 17 mei.
    Vrijdag, de wekelijkse rustdag.
    In de reeks feiten en feitjes wil ik hier nog het volgende vermelden. Zoals Nederland een grote aantrek­kingskracht uitoefent op econo­mische vluchte­lingen uit grote delen van de wereld, vervult Saoedi-Arabië die functie voor de regio hier.
    Verleden week al ontmoette ik hier in het hotel een jongen die niet lezen of schrijven kon, maar wel wist dat er in Saoedi-Arabië meer te ver­dienen valt dan in Jemen en daarom illegaal de grens tussen beide landen passeerde. De Saoe­dische politie sliep echter niet. De jongen, Hassan, bracht vier dagen in een cel door alvorens hij naar Jemen werd terug­gestuurd.
    Een van de medewerkers van het hotel heeft zijn baan (tijdelijk?) opgezegd om met zijn zieke zoon legaal naar Saoedi-Arabië te gaan, naar een hospi­taal. Als hij slim is, zo zei men mij, blijft hij in dat land, want daar is goed geld te verdienen. Hij is slim.
    Hier, in de Hadramaut, is het niet mogelijk met je verdiensten een ‘boterham’ te beleggen.
    Later hoor ik van Abd al-Rahmaan dat de gunstige economische tijden in Saoedi-Arabië ook voorbij zijn en dat nog meer mensen uit het arme Jemen niet gewenst zijn. Liever hebben ze daar Pakistanen of In­diërs. Die mensen hebben geen familie in het land en voelen zich niet thuis in het strenge isla­mitische klimaat. Daarom willen ze met hard werken zo vlug mogelijk zo veel mogelijk verdienen om dan weer gauw naar het eigen land terug te keren. Een werkgever kan van deze mensen alles eisen, ze zullen het zonder meer uitvoeren.
    Veel geld in Tarim komt uit de Golfstaten of uit Saoedi-Arabië. Dat hoor ik keer op keer vertellen. Een gedeelte van het straatbeeld in Tarim en Say’un wordt bepaald door goed uitziende (in tegenstelling tot de lokale) grote auto’s met nummer­platen uit die landen. Vooral uit de oostzijde van de Wadi gaan veel mensen naar de Golfstaten om fortuin te maken. De anderen zitten in Saoedi-Arabië.
    Er werkt nu een vervanger van de naar Saoedi-Arabië vertrokken me­dewerker, ook een onderwijzer Engels. Salim al-T. Het duurt een paar dagen voordat ik aan de uitspraak van zijn Engels gewend ben. Hij is een heel aardige jongeman, die echter een extreme kijk op het Europese leven heeft. Het Europese seksleven, natuurlijk.

    Dit is het einde van het verslag van 17 mei.

    Dit is het einde van dag 62 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 18 mei 1996
    Paleis van de Kathiri-sultans.
    Say’un. Op de achtergrond staat het imposante Gasr al-thawra (het paleis van de (communis­tische) revolutie), of, zoals het oorspronkelijk heette: Gasr al-Kathiri (het paleis van de Kathiri-sultans). Dat paleis werd niet zo lang geleden gerestaureerd, maar de witte beschermlaag (noera) begint al weer af te bladderen. Het hele paleis is van ‘modder’ gebouwd. (Mudbrick.) Op de voorgrond kan men zien wat er met gebouwen gebeurt die niet op tijd gerestaureerd wor­den.
    De eigenaar van de woning links heeft dat deel van de muur dat ingestort is, vervangen met betonblokken, zodat die bij een volgende regenbui in elk geval blijft staan.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 18 mei 1996 (zaterdag).

    Tarim, Nieuwjaar (Tarim, Say’un, Revolutie in Zuid-Jemenmudbrick, Ka­thiriIslami­tisch Nieuwjaar, Anno Hidjra, Hidj­raAnno Domini).
    Vandaag is het Nieuwjaar, Yawm Ra’s al-sana. Dat is dus een vrije dag.(1)
    Ik werk van 7.00 tot 11.30 uur op de computer (het verslag van de laatste da­gen), zolang er nog elektriciteit is.
    Nu 12.00 uur.

    Namiddag zwemmen en op het ter­ras Hollanders uitluisteren. Daar­na een fax voor Jan Just Witkam (de projectleider in Neder­land) maken. Ik probeer ook nog te tekenen, maar ik val in slaap.
    Koken en beneden zitten. Niet zo lang, circa anderhalf uur, Engels en Ara­bisch met Muhammad al-S.
    Nu 23.00 uur.
    De laatste tijd is het niet meer voortdurend onbewolkt. Elke dag zijn er wel slierten van wolken zicht­baar.
    Ik ben moe.
    Ik drink één glas rum / lemontina.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 18 mei.
    In de fax naar de projectleider in Nederland, Jan Just Witkam, meld ik dat ik niet zoals gepland op 7 juni naar Sana’a zal reizen, maar pas op 12 juni, omdat er nog veel moet ge­beuren in de al-Ahgaaf-biblio­theek in Tarim. Er is misschien niet één, zoals eerst was gemeld, maar moge­lijk twee Nieuw­jaarsdagen waarop niet gewerkt wordt, wat extra ver­traging oplevert. Vandaag, zaterdag, is de eerste Nieuwjaars­dag. Voor zondag is het dus af­wachten.
    Maandag en dinsdag is de Neder­landse Ambassadeur hier, waar ik bij moet zijn. Woensdag is de Dag van de Eenheid, die als een vrije dag geldt. Donderdag is dan deze week de enige werkdag voor mij, want op vrijdag, de vrije dag in islamitische landen, is de bibliotheek gesloten.

    […]

    De twee nieuwe medewerkers van de biblio­theek komen vier maanden ten laste van projectbudget, vanaf mei tot met augustus, elk voor 6.000 rial per maand (f.80,00) [€ 36,00].
    Bovendien wordt er binnenkort een derde medewerker aangesteld met een universitaire graad, die ook uit dat geld loon moet ontvangen.

    Verder schrijf ik in de fax dat het projectgeld nog voor mijn vertrek dreigt op te raken. Nico en ik hebben er verkeerd aan gedaan om te be­sluiten dat hij bij zijn vertrek uit Tarim 4.000 dollar mee terug zou ne­men naar Nederland. Door onver­wachte kosten (nieuwe computer) en extra vertraging, zaken die bij het vertrek van Nico niet te verwachten of in te schatten waren, ziet het er nu naar uit dat ik niet aan mijn beta­lingsverplichtingen kan voldoen. Ik vraag dan ook of dat geld op een of andere manier weer terug naar Jemen kan komen.

    Dit is het einde van het verslag van 18 mei.

    (1) Het nieuwe islamitische jaar be­gint op eerste dag van de maand Muhar­ram. In 1996 was dat het jaar 1417 volgens de islamitische jaartel­ling, in het westen aangeduid met 1417 AH: Anno Hidjra, naar analogie met het ‘onze’ AD: Anno Domini.

    Dit is het einde van dag 63 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 19 mei 1996
    Bed buiten opgesteld.
    Mijn bed met klamboe op het dakterras dat bij mijn kamer in het Gasr al-goebba-hotel in Ta­rim hoort. (Het koepelpaleis.) De foto is ge­nomen op een moment dat de zon even niet scheen.
    Links staat mijn werktafel en op het blad ligt mijn laptop.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 19 mei 1996 (zondag).

    Tarim (Tarim, Islami­tisch Nieuw­jaar).
    Opstaan om 7.00 uur.
    Ik wijzig de fax naar Jan Just Wit­kam, de projectleider / -coördinator in Ne­derland.
    Rond 9.00 ben ik in de al-Ahgaaf-bibliotheek en stel daar de nieuwe com­puter op. Om 12.00 uur is het echter einde werktijd, want vandaag is het 1 Mu­harram, dus Nieuwjaar, in plaats van gisteren. De mensen we­ten het hier zelf niet precies, maar ja, ze leven ook nog maar aan het begin van de vijf­tiende eeuw. (1417 AH.)
    In het hotel werken met de computer, zolang er elektriciteit is.
    Een tijdje zwemmen.
    Slapen.
    Koken.
    Slapen.
    Ik zet mijn bed buiten op het terras dat bij mijn kamer hoort.
    Beneden met Muhammad al-S. ver­tellen.
    De laatste twee dagen ben ik moe en heb ik het gevoel dat ik alle Arabisch vergeet.
    Nu 23.30 uur.
    Ik sliep heerlijk fris en koel, onder de klamboe, in mijn bed dat nu buiten stond. Ik heb de prachtige sterren­hemel onder handbereik.

    Ik ontving in de bibliotheek en brief van MvdS. Die was er al rond 15 mei. Zij verzond die op 24 april 96.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 19 mei.
    Er meldde zich vandaag een zekere Ahmad in de bibliotheek, die de elek­triciteit kwam aanleggen, maar aan­gezien hij niet de Ahmad was uit Say’un, die het werk heeft aangeno­men, wist ik niet wat ik met de man moest beginnen. Na een poosje ver­trok hij weer.

    […]

    Ik vind het ’s nachts te benauwd op mijn kamer, hoewel ik met de deu­ren (naar mijn terras) open slaap. Ik stel het bed dus buiten op.
    Ik gebruikte al enkele weken geen air­co meer. Niet alleen is de elektri­citeit daar niet krachtig genoeg voor, ook het temperatuurverschil tussen buiten en binnen is dan onwerkelijk groot.
    De uitlaat van het apparaat, die onder het afdakje voor mijn terras­deur uit­komt, veroorzaakt daar een warme luchtkolom. Dan heb ik het nog niet gehad over het lawaai dat die machine produceert.

    Dit is het einde van het verslag van 19 mei.

    Dit is het einde van dag 64 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 20 mei 1996
    Mihdaar-minaret.
    De Mihdar, de minaret van de gelijknamige moskee van Tarim. Daniël van der Meulen schrijft in ‘The Hadramaut, some of its myste­ries unveiled’ (1932) dat hij de minaret beklom. Dat is nu niet meer mogelijk. Het bouwwerk is voor niet-moslims gesloten.
    De minaret is drieën­vijftig meter hoog en helemaal uit leem opge­trokken. (Mudbrick.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 20 mei 1996 (maandag).

    Tarim. Say’un (Tarim, Say’un, Mihdaar(1), mudbrick, haraam, Roebaat).
    Op 7.30 uur.
    Ik loop om 8.45 naar het taxistation in Tarim. Ik ga naar Say’un om een fax te verzenden, maar bij de beken­de winkel is de machine verdwenen.
    In Gasr al-thawra, bezoek ik Abd al-Rahmaan A. om aan hem naar an­dere faxen te vragen. Er zijn er twee, maar die blijken niet te werken om­dat er geen elektriciteit is: ma fihi kaharba. (Er is geen elektriciteit.)
    Met Abd al-Rahmaan naar het Sa­laam-hotel, waar zijn baas, dr. Ah­mad Sh. logeert. Die man brengen we de stad in en gaan dan op weg naar Tarim. De fax (het papier) hebben we achtergelaten in een betrouwbare faxwinkel.
    In Tarim brengen we de bibliotheek in gereedheid voor de komst van de Ne­derlandse ambassadeur, morgen­ochtend.
    Lunch in mijn hotelkamer.
    Zwemmen.
    Voor Muhammad al-S. spreek ik de fonetische symbolen voor het Engels in op een een cassettebandje.
    FoxPro Database programmeren.
    Slapen op het bed, dat ik gisteren­avond buiten opstelde.
    Avondeten: voor de derde keer vandaag, yoghurt met twee bananen en brood. (Ook ontbijt en lunch.)
    Verslag van het werk schrijven.
    Slapen.
    Van circa 21.00 tot 23.30 uur beneden met Muhammad al-S. Arabisch en Engels van elkaar leren. Zijn sexy vriendje (niet schoon, want krabt zich voortdurend) zit er bij. Hij is uit hetzelfde dorp als Muhammad en kan lezen noch schrijven. Hij ging slechts vier jaar naar school en besteedde die tijd aan voetballen. Hij vindt dat onderwijs aan God toe­behoort. Hij kent alle Ne­derlandse voetballers, anders dan Muhammad, die niet van voetballen houdt en gedichten leest en zingt.
    Muhammad studeerde een half jaar op de Koelliyat al-Shari’yya (Roebaat in Tarim), maar vertrok daar na pro­blemen. (Welke?) Zingen was daar haraam, in elk geval.

    Ik ontving in het hotel een brief uit Nederland, die op 23 april jl. ver­zonden was.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 20 mei. (Aden, Koefisch, Koefa, Arabische calligrafie, al-Foerqaan, Himyari­tisch, BA, MA.)
    Ik reis naar Say’un om de fax naar Jan Just Witkam te versturen. Bij eerder faxen spendeerde ik al enkele uren in Tarim, zonder dat de lijn naar Aden tot stand kwam, laat staan dat de fax naar Nederland ver­zonden zou kunnen worden.
    Abd al-Rahmaan had in Say’un meer succes en nu wilde ik in dit succes delen. Vergeefs. Het kantoor van waaruit Nico en ik eerder een fax ver­stuurden, had geen machine meer en de twee andere kantoren, adressen die ik vandaag van Abd al-Rahmaan kreeg, hadden problemen met de elektriciteit. Dat wil zeggen: er was geen elektriciteit beschikbaar en de generator gaf geen vermogen genoeg om de fax te laten werken. We lieten de twee velletjes achter met het verzoek het te proberen zodra de spanning weer aanwezig was.

    Abd al-Rahmaan was weer geheel hersteld van de de verkoudheid die hij verleden week in Sana’a opliep.
    Hij vertelde mij dat hij vandaag voor het eerst zijn handtekening onder een stuk zette in de functie van di­recteur van de al-Ahgaaf-biblio­theek.
    Hij studeerde geschiedenis in Aden en haalde daar zijn BA. Door allerlei, mij niet duidelijke omstandigheden, was hij niet in staat om door te studeren voor een MA. Niettemin is hij nu directeur van een bibliotheek. Een functie die hij, volgens mij, naar beste kunnen en vermogen zal uitvoeren.

    Hij had een idee voor een nieuw lettertype in de computer: het Sana’a Koefi. Ik moest hem erop wijzen dat het niet eenvoudig is een lettertype te wij­zigen en dat daarvoor pro­gram­meurskennis nodig is. Hij liet zich niet ont­moedigen.

    Ik vertelde hem over de al-Foerqaan-cursus in Londen en het voorstel daar­voor dat ik aan Jan Just Witkam had gedaan. (al-Foerqaan in Londen bood een catalogiseringscursus aan voor Arabische handschriften. Ik had daarover in de fax geschreven, die nu in Say’un op verzending lag te wachten.)

    Over de oorsprong van het Koefisch schrift heeft hij (volgens mij) een unieke gedacht. Ik ried hem dat op papier te zetten en eventueel aan de ‘Manuscripts of the Middle-East’ aan te bieden.
    Hij weet dat het oud-Arabisch-schrift in de begintijd van de islam nog rond van vorm was. Hij be­studeerde de geschiedenis van Koefa en ontdekte dat daar veel Jeme­nieten in het leger zaten.
    Tot kort voor de islam gebruikten die Jemenieten nog het himyaritisch schrift. Volgens Abd al-Rahmaan zou er sprake kunnen zijn van beïnvloeding van het Jemenitisch Himyaritisch op het gebruikelijke Arabische schrift van die tijd.

    […]

    Volgens Abd al-Rahmaan willen er nu een aantal personen genoemd worden op het bord dat het geschenk aankondigt dat op de bibliotheek komt te hangen: dr. Yoe­soef A., dr. Ahmad Sh. en Abd al-Rah­maan zelf. Dr. Ahmad wil als be­langrijkste persoon genoemd wor­den, dr. Yoesoef wil als belang­rijkste persoon genoemd wor­den. Abd al-Rahmaan besluit (voorlopig) dat er dan maar helemaal geen namen op het bord moeten komen. (Bij mijn vertrek uit de bibliotheek op 11 juni waren de borden gereed en stonden er geen per­soonsnamen op.)

    In de bibliotheek bereiden we de komst van de ambassadeur voor door enkele tafels op te stellen met wat stoelen erbij, zodat er een toe­spraakje kan worden gehouden. (Wat niet zal gebeuren.)

    Het blijkt dat gisteren wel een verlofdag was, maar dat het per­soneel het beter achtte te komen, omdat ik er ook zou zijn. Tegen betaling, uiteraard. Betaling door mij, zo blijkt vandaag, maar ik weet nog niet hoeveel. Wel protesteerde ik hiertegen bij Abd al-Rahmaan, want het personeel had donderdag gezegd dat zondag wel gewerkt zou worden.

    Dit is het einde van het verslag van 20 mei.

    (1) De Mihdaar-minaret en moskee wordt ook vaak, abusievelijk, de Muhdaar genoemd.

    Dit is het einde van dag 65 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 21 mei 1996
    De Nederlandse ambassadeur.
    De Nederlandse ambassadeur, de heer Pij­pers, in gesprek met Abd al-Rahmaan (de directeur van de al-Ahgaaf-bibliotheek in Tarim) bij de opening van de tentoonstelling met foto’s van de Nederlander Daniel van der Meulen die in de jaren dertig in de Hadra­maut reisde, samen met de Duitse geo­graaf Hermann von Wissmann.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 21 mei 1996 (dinsdag).

    Tariem – Say’un (TariemSay’un, Daniel van der Meulen, Hermann von Wiss­mann, Gasr al-Kathiri, nigaab, hidjaab, al-Kaaf-paleis, Mih­daar, Daan Ha­drami: YouTube).
    Op 7.00 uur.
    Met de taxi van voor de deur van het hotel in Tarim tot voor de deur van het Gasr al-Thawra / Gasr al-Kathiri in Say’un.
    Gisteren geloofde ik dat ik vrijwel al mijn Arabisch vergeten was, nu, met de­ze taxichauffeur, kan ik weer heel veel praten en begrijp ik zeker 95% van zijn verhaal.
    Als dank gaf ik hem 200 rial fooi. Hij vroeg 500 rial voor deze rit. Special (?) voor Jemeni’s is circa 480 rial. Voor toeristen tussen de 700 en 800 rial.
    In het Gasr al-Thawra was de komst van de Nederlandse Ambassadeur al voorbereid. Er stonden stoelen gereed in de koele kamer van Muhammad al-H. Ik ging op het eveneens koele dakterras staan en bekeek de bedrijvigheid beneden op de autoparkeerplaats. Er liepen twee vrouwen. Een geheel in het zwart, de andere kleuriger gekleed, met een rode sluier. (Nigaab.)
    Zij spraken allerlei mannen in auto’s aan. Waren het bedelaarsters (muta­sawwilaat) of hoeren?
    Ik dacht dat het mogelijk moet zijn van een bedelaarster het gezicht te zien te krijgen voor geld. Zelfs te kunnen neuken voor geld, alleen: waar? Die vrou­wen intrigeerden me bijzonder.
    Rond 10.00 kon Abd al-Rahmaan A. met zijn onverstaanbare aankondi­ging beginnen. (Onverstaanbaar omdat hij zo zacht sprak.) Zijn chef en tweede spreker was beter verstaanbaar. De vertaler kwam te laat en vertaalde voor mevrouw Pijpers in plaats voor ambassadeur Pijpers.
    Er was een mooie Arabische in de zaal, zonder nigaab maar wel een hidjaab.(1)
    Ik was de enige die foto’s maakte van de bijeenkomst. Wel was er een came­raman van de Jemenitische televisie. Die zei echter niet naar Tarim te willen gaan. Deze gelegenheid was de belangrijkste, vond hij. Hierna werd de tentoonstelling met de foto’s van Daniel van der Meulen geopend en even later konden we richting Tarim gaan. Althans, dat dachten we, maar de am­bassadeur werd eerst voor een krant geïnterviewd. Daar wilde hij nie­mand bij hebben. Dat duurde meer dan een half uur.
    Ik onderhield me met zijn vrouw, haar broer en haar vriendelijke en leuke schoonzusje.
    Na veel vijven en zessen waren we tegen 12.45 uur in Tarim. Ik in de auto van Abd al-Rahmaan, met ook dr. Ahmad al-Sh., vicedirecteur van de Algemene Or­ganisatie van Oudheden, Handschriften en Musea. (De directeur is Yusuf MA., die Nico en ik in de eerste week van ons bezoek aan Jemen ontmoet­ten.)
    In Tarim, in de al-Ahgaaf-biblio­theek, was een informele bijeen­komst. Ik fo­tografeerde weer, nu ook met de flitser van de zwager van de ambas­sadeur, Hans?
    Een uitstekende maaltijd in het restaurant van het Gasr al-goebba-hotel.
    Na een korte rusttijd gingen we naar het Gasr al-Kaaf (al-Kaaf-paleis) in de binnenstad. Het gezelschap was niet uit de ge-airco-de auto te krijgen.
    Bij de Mihdaar, volgens Abd al-Rahmaan, die met hen sprak in de koude Ford, hadden ze opmerkingen in de trant van christendom versus islam. (Mihdaar is de naam van een minaret en moskee in Tarim. Op andere plaat­sen ook wel Muhdaar genoemd.)
    Het bezoek aan het al-Kaaf-paleis was snel afgelopen, omdat de koude auto lonkte.
    Ik ging in m’n eentje naar de hogere verdiepingen, waar het mooier is dan op de lagere.
    Toen ik buiten kwam zat het gezelschap al weer in hun ijskar en zwaaiden uitbundig en ook zeer overdreven ten afscheid.
    Hoewel hij me (Abd al-Rahmaan) uitnodigde voor een avondje traditionele Daan Hadrami muziek bij hem thuis, protesteerde hij niet toen ik zei dat ik niet mee wilde. Het probleem is de thuisreis, omdat die avond pas om 20.30 uur begint. Ik blijf in het hotel, hoewel ik er graag heen was gegaan als het eve­nement in Tarim was geweest.
    Zwemmen en het dag-verslag schrijven.
    ’s Avonds hoorde ik buiten: “Jaja, jaja.” Ik weet dan dat er Nederlan­ders in het hotel zijn. Ik heb hier geleerd dat dit het typische geluid is dat Neder­landers maken. Uitein­delijk bleken er geen Nederlanders te zijn.
    Ik at slechts een bekertje yoghurt en viel rond 20.00 zwaar vermoeid in bed.
    Rond 22.20 uur werd ik wakker en om half elf ging ik definitief naar bed.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 21 mei. (Qat / gaat, rashwa.)
    Een taxi van voor het Gasr al-goebba-hotel tot voor het Gasr al-Thawra in Say’un. Wat een geluk! Het is ’s morgens om acht uur al te warm om op straat te gaan, maar ik moet iedere dag buiten de hotelpoort komen. Meestal is er geen taxi in velden of wegen te bekenen en loop ik de twee kilometer, zwaar zwetend, naar de bibliotheek, om daar te constateren dat er ook deze dag geen elektriciteit is die de ventilatoren kan laten draaien voor enige ver­koeling.
    Vandaag passeert dus een taxi en kan ik van het hotel in Tarim tot in Say’un voor de deur van mijn bestemming rijden. Ik ben al om kwart voor negen in Say’un.
    In het kantoor van Muhammad al-H. staan de stoelen opgesteld voor de komst van de ambassadeur. Die komt rond 10.00 uur binnen.
    Abd al-Rahmaan begint een onver­staanbaar zachte speech om de ambas­sadeur en de andere spreker, dr. Ahmad al-Sh.(2) in te leiden.

    Eerst houdt dr. Ahmad een duidelijk hoorbare speech en daarna is am­bassadeur Pijpers aan de beurt. Dr. Ahmad wordt vertaald door een vertaler die te laat arriveert. Er is geen andere plaats meer voor hem dan naast de ambassadeursvrouw, die dus de vertaling hoort van de speech van dr. Ahmad.
    Ambassadeur Pijpers heeft een Arabische vertaling van zijn speech, die de vertaler voorleest. Ik ben de enige die de gebeurtenissen fotografeert. Ook in het museum en de tentoonstellingsruimte maak ik foto’s van de voor­naamste aanwe­zigen.

    Er is ook iemand van de Jeme­nitische televisie en ik probeer hem te in­teresseren voor Tarim, maar hij vindt dit de belangrijkste gebeur­tenis. Beleefd, naar Arabische gewoonte, zegt hij niet dat hij niet naar Tarim zal gaan, maar dat hij misschien zal gaan. Hij verscheen (dus) niet.
    Na afloop van van de opening wordt de ambassadeur geïnterviewd. Daar mag niemand bij aanwezig zijn, behalve Abd al-Rahmaan.

    Na enige vertraging gaan we naar Tarim. We arriveren rond 12.45 uur in de al-Ahgaaf-bibliotheek en blijven tot ongeveer 14.00 uur. Ik fotografeer ook hier weer en maak van de gelegenheid gebruik om met de geleende flitser van Hans(?) om de donkere plekken van de bibliotheek vast te leggen.

    De lunch wordt genoten in het restaurant van het Gasr al-goebba-hotel. Er wordt een voor mij ongekende overvloed geserveerd. Een uitstekende maal­tijd. Die mening zijn ook de ander gasten toegedaan. Hun maaltijd in dit eenvoudige hotel is vele malen beter dan de maaltijd in het (dollar-)dure Samah-hotel in Say’un. Ik ben benieuwd wie dat moet betalen. (Ongeveer 8.000 rial, circa f. 100,00.) Niet op mijn rekening, heb ik al duidelijk gezegd.

    Na enige rust gaan we rond vier uur naar het al-Kaaf-paleis. Het Neder­land­se gezelschap is een beetje onwillig om hun koele (airco) auto te verlaten. Hun bezoek aan het in slechte staat van onderhoud verke­rende paleis is snel afgelopen.

    […]

    Vanavond is er een traditionele Daan Hadrami bijeenkomst bij Abd al-Rah­maan thuis. Ik ben uitgenodigd en ik vind dat ik ook moet gaan, maar hoe kom ik weer thuis, als de avond pas om 20.30 uur begint? Ik kan niet bij Abd al-Rahmaan blijven logeren.

    Van de taxichauffeur vanochtend leerde ik dat de huisjes die langs de weg staan op de weg naar Say’un graven zijn, waarheen ook ziyaraat(3) naar toe georganiseerd worden. Hijzelf neemt ieder jaar deel aan de ziyara naar Gabr Nabi Hoed en gaat dan op een kameel. Hij heeft daar ook een huis.  Daar brengt hij de dag door met eten en bidden. (Zie voor Gabr Nabi Hoed 19 april jl.)
    Toeristen zijn welkom, maar mogen natuurlijk niet de moskee binnen of het graf betreden.
    Hij is getrouwd en heeft twee jonge kinderen. Hij heeft geen tweede baan en houdt geen dieren, zoals Hussain al-K. van de bibliotheek wel doet. Hij leeft van zijn taxiwerk alleen.
    Ik vraag naar het werk dat zijn vrouw doet. Zij blijkt thuis te zitten en het eten te verzorgen.
    Dat is anders dan bij Hussain al-A. van de hotelreceptie. Zijn vrouw werkt als onderwijzeres, gymnas­tieklerares, in de meisjesschool in de wijk Aidied, even buiten Tarim.
    De taxichauffeur vertelt dat het land in de Wadi vruchtbaar was, maar dat de regen al drie tot vijf jaar uitbleef. Nu is het eigenlijk het regenseizoen en hij hoopt dat het spoedig gaat regenen.(4)
    Vroeger pompte de socialistische regering het water op, maar de nieuwe re­gering in het Noorden houdt zich daar niet mee bezig. Gevolg is dat het land verdroogd en er geen landbouw meer bedreven wordt. Er is sprake van uit­droging van het land. (Morgen is de Yawm al-wahda, de dag der eenwor­ding: wat valt er te vieren?)

    Van dr. Ahmad al-Sh. begrijp ik dat Abd al-Rahmaan nu niet alleen directeur is van de al-Ahgaaf-bibliotheek, maar ook van een deel (welk deel?) van de Algemene Organisatie van Oudheden etc. in Say’un. Wellicht is dat een ‘politieke’ beslissing om Abd al-Rahmaan boven Sjeik AB(5) te plaatsen. Deze man is niet meer in Sana’a, maar al drie dagen thuis. Dat weet men in de bibliotheek kennelijk niet. Daar hoorde ik dat hij nog steeds in Sana’a is. Zijn benoeming tot moestashaar (adviseur) is een poging om hem weg te promo­veren. Niet moestashaar van de bibliotheek, maar moestashaar nergens van.

    Dr. Ahmad is van mening dat de Jemenieten te lui zijn om hard te werken, omdat zij door de regering lui wordt gemaakt. Alle mannen krijgen van de regering een toelage als ze in het leger zijn geweest, dus iedereen krijgt geld van de regering.

    Vroeger werd er in Jemen ook qat (uitspraak als ‘gaat‘) gekauwd(6), maar slechts een half uurtje per dag, tussen half drie en drie uur. Daarna moest men naar het land om te gaan werken. Nu krijgt men geld (hoeveel wil of kan hij niet zeggen) van de regering en is het niet meer nodig om na het half uur kauwen van het kussen op te staan en te gaan werken. De regering betaalt deze mannen op voorwaarde dat, wanneer ze opgeroepen worden, ze ook komen. Voor dit systeem van ‘standby’ ontvangen ze dus maandelijk soldij, ook als er niets te vechten is. Dr. Ahmad zegt het beter te vinden als dit systeem afgeschaft wordt, zodat van de mensen wordt verlangd dat ze weer gaan werken voor de kost. Op mijn vraag of er voor al die mensen werk is, antwoordt hij bevestigend.

    Hij is ervan op de hoogte dat het zuiden niet alleen goede dingen uit het Noorden importeerde, maar ook de rashwa, steekpenningen. Aan­vaarding daarvan was vroeger ten strengste verboden.

    Hij denkt dat de mensen uit het Zuiden een andere, betere menta­liteit hebben dan uit het Noorden. Hij noemt het afvalprobleem. In het Noorden gooit men maar weg. In het Zuiden is men voorzichtiger.
    Ik las in de reisgids dat het in het Zuiden voor de eenheid veel schoner was dan nu. Voor de eenheid deed de regering er (dus) wat aan en niet de men­sen zelf, of er waren eenvoudig geen milieuvervuilings­spullen te krijgen.
    Muhammad al-H. (zuiderling), die er bij zit en dus uitsluitsel zou kunnen geven, zwijgt, ook als ik hem naar een antwoord vraag.

    Dit is het einde van het verslag van 21 mei.

    (1) Het volgende staat bij de beschrijving van dia die ik van die vrouw zonder nigaab maakte.
    De enige Jemenitische vrouw die bij de opening van de tentoonstelling aanwezig was. Zij was in het gezelschap van een, vermoedelijk Nederlandse, dame wier verschij­ning mij niet nodigde voor een conversatie. Deze Jemenitische dame leek mij daarentegen veel vriendelijker, niettemin heb ik geen woord met haar gewisseld. Naar goede Jemenitische gewoonte begon ik geen gesprek met mij onbekende lokale vrouwen. Daar komen vaak alleen maar moeilijkheden uit voort, met mannen, werd mij verteld.

    (2) Dr. Ahmad al-Sh. studeerde zeven jaar Geografie aan de universiteit van Colorado in de Verenigde Staten en doceert nu nog, naast zijn baan als vicedirecteur van de Algemene Organisatie van Oudheden etc., aan de universtiteit in Sana’a.

    (3) Ziyaraat is het meervoud van ziyara: bezoek. In religieuze context betekent dit een soort pelgrims­tocht, of grafbezoek. (Voor verdere uitleg van grafbezoek zie Aanvulling.)

    (4) Zijn hoop zal medio juni 1996, op desastreuze, alles vernietigende wij­ze, ‘vervuld’ worden. Ik had Jemen één dag ervoor verlaten.

    (5) Sjeik AB. was de vorige directeur van de al-Ahgaaf-bibliotheek in Tarim. Hij werd vervangen omdat hij zich bij zijn leiding, maar ook bij een deel van de bevolking in Tarim, ‘onmogelijk’ had gemaakt door zijn funda­menta­listische opvattingen en zijn politieke werk voor de fundamentalistische al-Islah-partij. Werk dat hij vanuit de bibliotheek verrichtte (al-Islah-partij).

    (6) Qat (uitgesproken als gaat)-kauwen heet in Jemen overigens chazn al-gaat: de opslag van gaat. Dat is ook wat er gebeurt: men kauwt het blad fijn en slaat deze brei op in de mond, in de wang, zodat die daar in uitbolt. Ik zag in Sana’a ook vrouwen, met de nigaab strak om hun gezicht gespannen, maar wel met een duidelijke bolle wang aan één kant van hun gezicht. Van het woord chazn (chzn) wordt in het Arabisch ook het woord machzan gevormd, waarvan het meervoud machaazin is en in het westen is overgenomen met dezelfde betekenis: opslagruimte, namelijk ‘magazijn’.

    Dit is het einde van dag 66 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

    De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
    In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
    De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ق) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 22 mei 1996
    Say'un: bedelaarsters.
    De parkeerplaats naast het Gasr al-Thawra (Gasr al-Kathiri) in Say’un. De vrouwen die in het midden op deze dia te zien zijn hadden mijn aandacht, iedere keer als ik Say’un was en ze zag. Anders dan de andere vrouwen is een van de twee niet helemaal in het zwart gekleed, hoewel ze wel gesluierd is. Zij draagt een opvallende rode nigaab. Haar metgezellin draagt een roze zak over haar schouder. Deze vrouwen, zo werd mij verteld, waren mutasa­wwilaat, bedelaarsters, uit de Tihama. Die waren pas na de unificatie van Noord- en Zuid-Jemen in 1990, naar het zuiden geko­men. Naar Say’un, want in Tarim heb ik nau­welijks bedelaarsters gezien. Deze vrouwen spraken veel mannen aan, op de parkeer­plaats. Vooral die, die in de buurt van auto’s waren. Ze maakten dan een praatje. Misschien boden ze ook andere diensten aan. Prostitutie, zo werd mij verteld, was een voorkomend verschijnsel. Dat moet dan oogluikend worden toegelaten, want seks buiten het huwelijk en overspel kan dodelijke gevolgen hebben. Vlak voor onze komst naar het zuiden waren zowel in Say’un als in Tarim nog (ongehuwde) mannen en vrouwen in het openbaar afgeranseld na ontucht. (Zinaa’.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 22 mei 1996 (woensdag).

    Tarim (Tarim, zinaa’, steniging, ni­gaabgaat (qat)).
    Yaum al-wahda, Dag van de eenwor­ding, dus vrij.
    Op 04.45 uur.
    Werken: financiën en aan de FoxPro Database.
    Dagboek bijwerken.
    Vannacht geheel gekleed onder de klamboe. Alles wat bloot is, handen en hoofd, jeukt (iedere nacht), maar het jeuken houdt op als ik onder een (dun­ne) deken lig. Welke beestjes zijn voor dat jeuken verantwoor­delijk en waar­om houdt het jeuken onder een deken / laken op?
    Het zijn geen muggen, die komen niet door de mazen van de klamboe.
    In tegenstelling met alle andere ke­ren die ik in het buitenland verbleef ben ik nu alleen maar dikker ge­worden, anders werd ik altijd magerder.
    Thuis in Nederland moet ik weer gaan sporten.
    Nu 13.00 uur.
    Hotel betalen: 7.350 rial is de prijs voor afgelopen week. Ik geef, zoals ge­bruikelijk, fooi. Ik betaal 8.000 rial.
    Zwemmen in het zwembad voor Jemenitische mannen, omdat het bad voor Europeanen groen is.
    Verder de hele middag vertellen met Muhammad al-S. en later ook twee vrienden van hem, waarvan ik er één verwissel met Salaah, die ik verleden week sprak. Deze studeert ook op de Koelliyat al-Shar’iyya (De Faculteit van het islamitisch recht) en ook deze wil over het geloof beginnen. (Wat betreft uiterlijk lijkt hij op Salaah.)
    Zij vertellen over seks en over hoeren, die hier ook zijn en die met mannen in de auto buiten de stad gaan.
    ’s Avonds koken.
    Nu 20.00 uur.

    Gisterenavond kauwde Muhammad gaat (qat) en kon de hele nacht niet sla­pen, daarom wil hij nu naar bed. Gelukkig, want ik ben immers ook moe. Ik stond al voor 05.00 uur op.
    Zijn vriend geeft me een boekje cadeau. Hij prees mijn gift aan Muhammad: het Oxford English-Arabic woordenboek. Hij wilde ook zoiets hebben en gaf me nu een flutboekje. Ik verdenk hem van slijmen, want ik ken hem slechts anderhalf uur.
    Nu 22.00 uur.
    Iedere avond, tussen 19.00 en 20.00 uur, waait het stevig. Dat is al zo sinds het begin van mijn verblijf hier.
    ’s Nachts is het fris buiten. ’s Avonds blijft het lang warm.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 22 mei.
    Van mijn samier (gesprekspartner in de avond) Muhammad al-S. leer ik dat prostitutie ook hier voorkomt. Natuurlijk gaan de prostituées geheel gekleed in de tent (ḵayma) zoals onze aanduiding is voor de kleding van de lokale vrouwen.
    Zij bieden zich aan op parkeer­plaatsen, hoor ik later van Belgische toeristen, die dat gadesloegen.
    Ik herinner me dat ik zoiets ook al gezien had, op autoparkeerplaats naast het Gasr al-thawra in Say’un.
    Lokale mannen vertellen steevast dat dat geen vrouwen uit Say’un zijn, maar bedelaarsters uit de Tihama.(1)
    De prostituée gaat met de man mee, in zijn auto, naar een afgelegen plek. Het is kennelijk een publiek geheim, dat getolereerd wordt, want overspel en seks buiten het huwelijk (zinaa’) is een gevaarlijke aangelegenheid, hier in dit streng islamtische land, en kan dodelijke gevolgen hebben: steniging.
    Ik vraag of Muhammad weet of er moorden op prostituées voorkomen. Hij zegt dat het zelden gebeurt.

    Dit is het einde van het verslag van 22 mei.

    (1) Volgens The Encyclopaedia of Islam zijn er drie streken met de naam Tihama. Twee ervan liggen langs de westkust van Saoedi-Arabië, aan de Rode Zee. De derde Tihama ligt aan de westkust van Jemen, ook aan de Rode Zee en strekt zich uit langs de kust van de Golf van Aden tot aan de kust van de Indische Oceaan. Ik neem nu aan dat met de mededeling: “De bede­laarsters komen uit de Tihama”, deze laatste streek bedoeld wordt.

    Index: ḵayma, Koelliyat al-shar’iyya, mutasawwil, samier.

    Dit is het einde van dag 67 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

    De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
    In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
    De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ق) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 23 mei 1996
    Stalen deur.
    Een mooie stalen deur, nog in de werkplaats die vlak bij het hotel was. Ik wilde deze deur niet fotograferen, maar een jongetje van de werkplaats riep me naar hem toe. Het was dringend, deed hij voorkomen. Toen ik bij hem was drong hij aan om deze deur te foto­graferen. Nog steeds wilde ik niet. Hij drong nog meer aan en toen ik dan eindelijk een foto gemaakt had, wilde hij 50 rial hebben. Ik ben toen weggelopen. (50 rial = f. 0,65!)
    De afbeeldingen aan de bovenkant van de beide helften is een gestyleerde moskee te zien. Ik weet niet welke, maar de afbeelding doet mij denken aan de Omayyadenmoskee in Damascus, Syrië, die ik in 1992 bezocht.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 23 mei 1996 (donderdag).

    Naar het einde of de index.

    Tariem – Say’un.
    Op 05.00 uur.
    FoxPro.
    Rond 9.00 bel ik met Jan Just Wit­kam. Hij zal proberen nog voor drie­duizend dollar te zorgen. Hij wil dat ik me geen zorgen maak. Dat doe ik niet echt. Hij is, geloof ik, een beetje gepikeerd dat ik niet het num­mer weet van de dollarrekening van de Ambassade, maar de ambassa­deur, eergis­teren, wist niet eens bij welke bank ze die rekening had­den.
    In de al-Ahgaaf-bibliotheek werd een jongeman aangenomen die in Kiev (Oe­kraïne) informatiekunde ge­studeerd heeft en in al-Mukalla met Win­dows gewerkt had. Hiermee ben ik verlost van de uitleg van de werking van de computer.

    In het zwembad is een sexy rond­borstige Française.
    Vanavond zat ik weer lang (vanaf 17.30 tot 22.00 uur) buiten met Mu­ham­mad al-S. en zijn vriend Salaah. Die laatste is erg vriendelijk en ik vind hem met de minuut sexyer.
    Hij en Muhammad vertellen over een geval van zina (ontucht) in Say-un, waarna ste­ni­ging (radjm) volgde, drie maan­den geleden!

    Boven een beetje eten en het dag­boek bijwerken.
    Nu 00.15 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 23 mei.
    Hoessein al-A. van de telefoonwinkel wil mij nog een handschrift verko­pen, maar dit document is zwaar beschadigd, met een steeds groter wor­dend (naarmate het boek vor­dert) gat in het midden van de blad­spiegel.
    Ik kan natuurlijk geen handschrift meer betalen, maar dat zeg ik hem niet.

    […]

    In de bibliotheek licht ik Abd al-Rahmaan A. in over de financiële situatie. Het wordt hem nu pas dui­delijk dat elke cent onkostenver­goe­ding die hij ont­vangt van de totale som van van het project af­gaat.

    […]

    Vandaag was er een nieuwe medewerker in voor de bibliotheek. Hoessein al-H. die is afgestudeerd aan de universiteit van Kiev (Oekraïne) in de boek­drukkunst. Daarnaast deed hij computercur­sussen en heeft ervaring met Win­dows en aanverwante program­ma’s. Hij spreekt naast Arabisch per­fect Russisch en Oekraïns (volgens zijn bul) en verstaat wat Engels. Als hij wordt aangenomen hoef ik de werking van de computers niet meer uit te leggen.

    […]

    Vanavond hoor ik van mijn vrienden Muhammad al-S. en zijn vriend Salaah dat een drietal maanden geleden nog een man en een vrouw in Say’un gestenigd zijn na een veroordeling wegens zina.
    (Dat moet ik eens aan Abd al-Rahmaan vragen. Die zegt op 25 mei dat het geen steniging (radjm) betrof, maar dat de schuldigen, drie vrouwen en twee(?) mannen met de zweep afgeranseld werden. Ze wa­ren ongehuwd.(1) Er waren geen ge­tuigen voor deze zaak, maar de ‘daders’ hadden uit zichzelf bekend.(2) Dit was de tweede keer sinds het bestaan van de islam dat dit voor­kwam, volgens Abd al-Rahmaan. Vaak vluchten de ‘daders’ (volgens mij ‘slachtoffers’) als ze beschuldigd worden. (Worden ze misschien in de gele­genheid gesteld tot vluchten?))
    Salaah zegt, dat als hij een geval van zina kent, dit zonder meer zal aan­geven bij de gadi (islamitische rechter) of een andere verant­woor­delijke. Hij is ove­rigens een aardige, intelligente student (22 jaar) van de Koelliyat al-shariyya in Tarim.
    Hoewel hij weet dat zijn gedachten en blikken (en zijn geheime verlan­gens) haraam zijn, kan hij zijn ogen toch niet afhouden van de westerse (mooie, schaars geklede Franse) toe­ristes. Hij is dus ook ‘in’ voor zina. Wie zou hem aangeven? Hijzelf?

    Dit is het einde van het verslag van 23 mei.

    (1) Als ontucht geldt ook wanneer pubers elkaar zoenen, met beider goedvinden. Wanneer ze betrapt worden en het voorval wordt aan de islamitische autoriteiten gemeld, dan volgt een veroordeling, zoals die geldt voor ongehuwden: een open­bare afranseling met een zweep of knuppel: 100 slagen. (Die je wellicht niet overleeft.) De gadi heeft niet de vrijheid om dit pubergedrag af te doen als een ‘jeugdzonde’, want de de sharia (de islamitische wet) kent geen uitzonderingen. Wel geldt dat beiden agil en baligh moeten zijn. (Agil: in het bezit van verstandelijke vermogens en baligh: volwassen. Volwassen is een moslim, volgens de islamtische wet, vanaf het 15e levensjaar, tenzij geslachts­rijpheid zich eerder voordoet, maar nooit voor het 9e levensjaar.)
    Gehuwden, die ontucht plegen, wor­den gestenigd. Als gehuwd geldt ook iemand die op het moment van de ontucht ongehuwd was, maar eerder wel gehuwd is geweest.

    (2) Aangezien aan getuigen hoge eisen worden gesteld (vier manne­lijke getuigen van onbesproken gedrag, die tot in details de ontucht kunnen beschrijven) en zonder ge­tuigenis geen straf mag volgen, tenzij de ‘daders’ zelf bekennen, komt het vaak niet tot een straf.

    (Uitleg van de gehele islamitische wet op dit gebied valt buiten het bestek van mijn dagboekbijdrage. Zie Wikipedia: Sharia, of The Encyclopaedia of Islam in een weten­schappelijke bibliotheek bij u in de buurt: WorldCat.)

    Index: agil, baligh, gadi, haraam, Koelliyat al-shari’yya, radjm, zina.

    Index van locaties: Omayyadenmoskee, Say’un, Tariem.

    Dit is het einde van dag 68 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
    De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 24 mei 1996
    Zelfportret.
    Een zelfportret op mijn hotelterras.
    Na 07.00 ’s ochtends, als het op het terras, in de volle zon, te warm was werkte ik onder dat afdakje. Hier dronk ik dan ook mijn Engelse, dure, Earl Grey thee die Abd ar-Rahmaan al-A. me gegeven had nadat ik hem een kilo jas­mijnthee, die ik uit Nederland had meege­stuurd, gegeven had.
    Een maand in de gloeiend hete container had het goedje smakeloos gemaakt, vond ik. Hij en zijn vrouw daarentegen, vonden die thee heerlijk. Ik hun Earl Grey thee. Zo waren we allemaal gelukkig.
    Te zien is dat ik een sarong draag, het kle­dingstuk dat ik op 25 april gekocht had, voor dagelijks gebruik in en rond mijn hotelkamer. Vrijwel alle mannen in deze regio dragen een sarong.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 24 mei 1996 (vrijdag).

    Naar het einde of de index.

    Tariem.
    Vrijdag: de wekelijkse vrije dag.
    Op 05.15 uur.
    Werken aan FoxPro database, tot rond 09.00 uur, wanneer de elektri­citeit uitvalt.
    Lezen in het boek van Daniel van der Meulen over de Hadramaut.
    Bezig met de theorie van FoxPro.
    Na de middag zwemmen: de door­zichtige Bh (door het water) van een rondborstige Duitse vrouw maakt me geil.
    Muhammad al-S. en zijn mooie vriend Salaah komen ook in het zwembad voor blanken zwemmen, maar worden eruit gestuurd.
    Beneden zitten vertellen met die nieuwe receptionist Salim, leraar Engels. Zijn Engels is moeilijk te verstaan.
    ’s Avonds op mijn terras, nog werken aan FoxPro.
    Koken uit Italiaans / Nederlands blik. (Uit de voedselvoorraad die op 23 april jl. met de container uit Nederland kwam.)
    Weer beneden, nog enige tijd vertellen met Muhammad.
    Rond 23.00 naar boven.
    Er komen nog nieuwe toeristen. Arabische mannen. Een met een baard, de ander, een jongen, met sluikhaar. Ze zeggen met z’n vieren te zijn. Wat doen ze hier, zo laat? Mij? Of mijn geld?
    Ik drink een rum met Lemontina en eet enkele Ligakoekjes. Vrijwel on­middellijk word ik ziek. Het wordt steeds erger en dan besluit ik een vinger in mijn keel te steken, want ik vrees een voedselvergiftiging. Het brengt enige verlichting. Nu gaat het weer.
    Vermoeiend, zo’n dag zonder stroom.
    Nu 00.00 uur.

    Voor Salaah, die ik beloofde te leren zwemmen (wat niet lukte, omdat ik al die termen niet ken in het Arabisch), maakte ik een zevental tekeningen waarop ik de bewegin­gen van armen en benen van de schoolslag aangaf. Muhammad zal die aan hem geven.

    Ik voel me nu, een kwartier na het overgeven, veel beter.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 24 mei.
    Van mijn samier Muhammad al-S. hoor ik dat er in Tariem veel proble­men zijn tussen de Wahhabiyya en de Soefi‘s. Soms komt het tot open­lijke geweldpleging. Zoiets vindt dan plaats na de salaat in de moskee.(1)

    […]

    Muhammad studeerde ook aan de Koelliyat al-shar’iyya in Tarim, maar stopte ermee omdat hij daar geen toekomst meer in zag. Het manage­ment van die school bestaat geheel uit Soefi‘s. De bevolking staat daar afwijzend tegen­over. Als hij afge­studeerd zou zijn, kan hij waar­schijnlijk geen werk vinden, omdat Soefisme stuit op afwijzing bij de Wahhabi’s waarmee de Hadra­maut voornamelijk bevolkt is.
    Die Wahhabi’s noemen zichzelf geen Wahhabi, maar mensen die de echte islam volgen: al-islaam al-sahieh.
    Het grote en belangrijke strijdpunt is het bezoek aan graven (ziyara) door de Soefi‘s. De Wahhabiyya be­schouwt dit als polytheïsme (shirk) en dat is dus strafbaar.

    Toen ik Muhammad vertelde wat Hoessein al-K. (van de al-Ahgaaf-bibliotheek) gezegd had (zie 7 mei jl.) over de ‘baarden’, wist hij al na twee voorbeelden dat genoemde Hoessein een Soefi is, of er niet af­wijzend tegen­over staat.

    Er is hier veel meer gaande dan op het eerste gezicht duidelijk wordt. (De geheimen van Tarim?)

    Dit is het einde van het verslag van 24 mei.

    (1) Ik las op 18 juni, in Leiden, in het rapport van Amnesty International dat er verleden jaar in Tarim twee doden zijn gevallen bij een schiet­partij naar aanleiding van een con­frontatie tussen mensen die het graf van een heilige bezochten en ande­ren die dat wilden verhinderen.

    IndexIslaam al-sahieh, al-, Koelliyat al-shar’iyya, salaat, samier, shirk, Soe­fis­me, Wahhabiyya, ziyara.

    Index van locaties: Hadramaut, Tariem

    Dit is het einde van dag 69 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
    Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
    Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

    In alle gevallen wordt in Arabische woorden de ‘u’ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken. De ‘g’, die in het Standaard Arabisch niet voorkomt, maar wel in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut, wordt als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 25 mei 1996
    Dadelpalmen.
    Dadelpalmen in de tuin voor mijn terras, mijn uitzicht.
    Om de takken van de dadelpalmen te bescher­men tegen doorbuigen en afbreken werden de trossen dadels ondersteund door ze op andere takken te laten leunen. Rechts op de dia zien we een man in de palmboom staan die daarmee bezig is. Hij staat op zijn blote voeten op de tak­ken, die zo sterk zijn dat ze hem zonder probleem kunnen dragen. Hij is hard aan het werk met het behandelen van de trossen dadels.
    Links gaat de man zonder klimijzers of hulp­touwen en op blote voeten langs de stam naar be­neden, alsof het niets bijzonders is en hij gewoon een ‘ommetje’ maakte naar de top van de boom.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 25 mei 1996 (zaterdag).

    Naar het einde of de index.

    Tariem.
    Op 05.30 uur.
    FoxPro tot 06.30 uur. Dan houdt de spanning op te bestaan. Normaal gesproken duurt het spannigsloze tijd­perk tot 18.30 uur.
    Rond 8.45 in de bibliotheek.
    Ik hoor dat telefooncentrale is afge­brand, zowel de oude als de nieuwe.(1)
    Een groen uniform met Kalasjnikov verbiedt me een foto te maken, nadat hij door de omstanders is wakker geschud. Waarom wordt niet duidelijk. Het is overigens niet spectaculair. De lange grijze contai­ner van de Hongaarse telefoon­maatschappij is aan de voorkant licht geblakerd en het dak is inge­stort. Binnen zal het wel spectaculair zijn. Op tweehonderd meter afstand rook het wel naar verbrande kabels.

    Na de middag naar het zwembad. Dat ligt vol met mooie kastanje­bruine jongenslijven. Als ik erbij wil stappen om te genieten, komt Salim, de receptionist, om dat heerlijks weg te jagen. Dit bad is ‘slegs vir blankes’. Dan trek ik me terug. Dat wil ik die schoonheden niet aandoen, die hier voor 120 rial betaalden. (f. 1,50) (Waarschijnlijk rijkeluiszoontjes.)
    Met FoxPro database werken, want er is wonder boven wonder elektri­citeit.
    Zwemmen na 16.30 uur.
    FoxPro.
    Eten in het restaurant van het hotel.
    Ik voer een discussie over het geloof met mijn samier Moehammad al-S. Later zitten we nog wat te vertellen.

    De jonge jenever schonk ik in waterflessen en de whisky in flessen voor appelsap. Alles ligt nu in het vriesvak van mijn koelkast. De oorspronkelijke flessen sloeg ik aan gruzelementen.
    Nu 23.00 uur.
    Iemand op straat noemde me van­morgen ḵinzīr. Ik had al vriendelijk goeiedag geknikt voordat ik me realiseerde wat hij zei: “Varken, zwijn.”(2)

    Vanochtend, in de bibliotheek pro­beerde ik verschillende mensen te betalen met een briefje van 100 rial, waar een hoekje vanaf was. Iedereen weigerde. Ook Ahmad, de elektri­cien.
    Aboe Alawi (van de bibliotheek) stond er bij en zei ook dat het niets waard was. Ik legde het op tafel, voor hem neer. Langzaam pakte hij het op en stopte het weg in zijn sarong.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 25 mei.
    Afgelopen donderdag ging de hele Hadramaut over op een nieuw telefoonsysteem, met zes cijfers. Een ‘deskundige’ (Hoessein al-A. van de telefoonwinkel) had me verteld dat daarmee de telefoonproblemen voor eens en altijd uit de wereld waren: “Zie Sana’a, daar hebben ze zes cijfers.”
    Ik had een hard hoofd in het welslagen van die operatie, maar misschien ben ik bevooroordeld, omdat ik bijna vijfentwintig jaar bij een goed lopend telefoonbedrijf heb gewerkt. (PTT-Telecom.)(3)
    Ze hebben hier een unieke methode ontwikkeld om zo’n overgang tot stand te brengen. Een groen uni­form met een Kalasjnikov verbood me het resultaat te fotograferen. Over twintig jaar [sic!] zullen ze er spijt van hebben dat er niemand een foto heeft van de … uitgebrande telefoon­centrale.
    Er zijn nu dus zes cijfers, maar helaas geen centrale. Je zou kunnen zeggen: alle storingen zijn opge­heven, geen gekraak meer op de lijnen.
    Het leven hier heeft zo zijn beper­kingen.

    […]

    Abd al-Rahmaan en ik bespreken de dingen die er nog moeten gebeuren. Hij wil onder andere acht kasten laten maken voor de opslag van de naslag­werken en de gedrukte boe­ken.
    Ik ga daarmee akkoord.
    De prijs (wisselkoers) van de dollar is gekelderd naar 120 rial. Ik weet niet wat te doen. Nu, in ‘paniek’, wisselen, of rustig afwachten.
    De mensen hier zijn blij met de daling. Alles zal goedkoper worden. Voor mij wordt alles duurder.
    In het faxbericht aan Jan Just Witkam, de projecleider in Neder­land, stel ik het als volgt.
    ‘Wat ik van je wil weten is: is het je gelukt, of lukt het je binnenkort geld over te maken naar de ambassade? (Zo niet, dan moet ik hier op een dag met de noorderzon vertrekken, anders houdt men mij vast als gijzelaar, om losgeld te vragen.)

    […]

    Ahmad, de elektricien uit Say’un was hier en we bespraken wat er nog moet gebeuren. Ik stelde duidelijk dat ze (het personeel van Ahmad) alles wat er is moeten gebruiken en dat er geen geld voor nieuwe spullen is.
    Overmorgen moet ik een groot bedrag klaar hebben liggen voor het betalen van steekpenningen (rashwa) aan het elektriciteitsbedrijf. Zonder factuur, natuurlijk.

    […]

    De timmerman kwam ook. Hij hoopt de houten deur volgende week zo ver te hebben dat we die kunnen foto­graferen. De week daarna zal hij hem inhangen. (Tarkieb.)
    Abd al-Rahmaan vertelde hem, dat als de deur er over twee weken niet is, hij hem in zijn eigen huis mag ophangen, want de bibliotheek heeft geen geld om te betalen.

    […]

    Abd al-Rahmaan zegt dat de mensen voorheen alleen maar voor zich uit staarden. Nu zijn ze allemaal aan het werk. Dat moet met een extraatje betaald worden, vindt hij. Ik was al van plan bij mijn vertrek duizend rial (f. 12,00) te geven.Ik weet niet of zij dat genoeg vinden, ik in elk geval wel. Zij krijgen immers een salaris van 7.000 rial per maand om in de bibliotheek te werken en niet om voor zich uit te zitten staren, neem ik aan.

    […]

    Hoessein al-H., de medewerker die in Kiev studeerde, is voorlopig voor zes maanden door zijn werkgever (het Ministerie van Onderwijs) met behoud van salaris aan de biblio­theek uitgeleend. Het is aan mij om hem zijn reiskosten te vergoeden en enkele extra’s die hij mist omdat hij nu in de bibliotheek werkt.
    Bij zijn werkgever in al-Mukalla had men een apparaat dat stroom­storingen een half uur lang opving. Ik laat nu uitzoeken wat dat is en of dat betaalbaar is. Hier valt sinds kort de stroom vijf keer per vier minuten uit, daarna blijft het weer een kwartier of zo goed, om daarna naar 110 Volt terug te zakken, zodat de printer niet meer werkt. Misschien wordt het beter als de bibliotheek op het openbare net wordt aangesloten. De spanning van de moskee, nu de leverancier, werk alleen goed rond de gebedstijd van de middag (Salaat al-zoehoer) De moe’azzin heeft dan spanning nodig voor zijn adhaan en daar kan de bibliotheek van pro­fiteren.

    […]

    De kabels van het openbare net zijn al aan het gebouw de bibliotheek bevestigd. Op z’n Arabisch, natuur­lijk, vlak langs de toegangstrap. Dat is niet gevaarlijk als er geen spanning is, wat vaak voor komt, maar al die er wel is, staat er ‘slechts’ 380 Volt op de (blootligende) draden. Het is de bedoeling dat de biblio­theek een eigen meter, dus een eigen aansluiting, krijgt.

    Dit is het einde van het verslag van 25 mei.

    (1) Alleen de nieuwe telefooncentrale was afgebrand.

    (2) Die man die mij ḵinzīr noemde, zat op een brommer en reed daarna meteen weg. Wat zal hij in z’n eentje gegniffeld hebben over zijn durf en veel plezier hebben gehad en luid gelachen met zijn vrienden over zijn daad. Die zullen hem schouder­klopjes hebben gegeven voor zijn moed.

    (3) PTT-Telecom heet sinds 1989 KPN.

    Index: ḵinzīr, moe’azzinrashwa, salaat, samier, tarkieb.

    Index van locaties: Hadramaut, Tariem.

    Dit is het einde van dag 70 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
    In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
    De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 26 mei 1996
    Tariem.
    Uitzicht vanaf het Aal Kaaf-paleis in Tariem, in oostelijke richting. Vanuit de Wadi Hadra­maut de blik gericht op de Wadi Masila.
    Tariem, wat ben je mooi.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 26 mei 1996 (zondag).

    Naar het einde of de index.

    Tariem.
    Op 05.30 uur.
    Tekenen.
    Circa 8.20 uur in de bibliotheek, om ruimte te maken voor de elektricien, die niet komt opdagen.
    Ik schiet vier fotorolletjes vol voor medestudent DO met foto’s van twee handschriften van al-Soeyoeti. (Djalaal al-Dien al-Soeyoeti.)
    Ik ben circa 10.00 uur terug in het hotel. Er was geen elektriciteit in de bibliotheek, dus de ventilatoren draaiden niet en ik deed niet anders dan zweten, hoewel ik bijna niets gedronken had.
    Nu 10.30 uur.
    Gelukkig kan ik in het hotel wel een koude douche nemen. Twee dagen geleden liet ik een grote wasteil vol­lopen met water. Dat is nu heerlijk koud.

    Ik ben vandaag erg geil en teken daarom veel jongens- en vrouwen­lijven.
    Ik denk daarbij veel aan BQ en ook aan (het lichaam van) AS.
    Werken aan de FoxPro database.
    Koken.
    FoxPro.
    Ik ga maar een kwartier naar be­neden, naar het terras voor het hotel.
    FoxPro.
    Nu 23.45 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 26 mei.
    In de bibliotheek is geen elektriciteit en het is er bijna niet vol te houden van de hitte en het lawaai.
    Door de hitte gutst het zweet langs mijn hoofd wanneer ik de hand­schrif­ten fotografeer en na iedere drie of vier foto’s moet ik stoppen om mijn hoofd af te drogen, om te voorkomen dat de bladzijden van de documenten kletsnat worden.
    Het lawaai komt van buiten, want het personeel van de bibliotheek zet­te de ramen open om de hitte de baas te kunnen blijven. Achter de bibliotheek is een winkel waar reli­gieuze muziek en preken op casset­tes verkocht worden. Voor de deur van die zaak staat een generator luid brullend elektriciteit te produceren. Het religieus geluid moet hier nog bovenuit schreeuwen. Ik word er gek van en vlucht spoedig naar het hotel.

    […]

    Hoewel ik verliefd ben op Tariem, krijg ik langzaam maar zeker ge­noeg van mijn verblijf hier. Die vrese­lijke hitte is daar schuld aan. Ik sta met gemengde gevoelens tegen­over mijn vertrek. Aan de ene kant ben ik blij dat er nog maar drie weken over zijn, soms is me dat nog te lang. Aan de andere kant vind ik het jammer om te gaan, want het is hier erg mooi en ik heb een aantal aardige vrienden. Ik kom graag terug in een minder warm seizoen.

    […]

    In de bibliotheek wil men geen gene­rator, als die niet sterk genoeg is om de hele bibliotheek van stroom te voorzien. Dat kost meer dan onze begroting kan dragen. Voor een kleine generator is geen plaats en die maakt ook teveel lawaai.

    Dit is het einde van het verslag van 26 mei.

    Index van personen: al-Soeyoeti.

    Index van locaties: Tariem.

    Dit is het einde van dag 71 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
    In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
    De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch‘ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 27 mei 1996
    Minaretten.
    Twee minaretten en dus twee moskeeën op zo een korte afstand in Bawr (Boor), dit piepklei­ne dorp, dat in betere tijden de hoofdstad van de Hadramaut was. De minaret op de voor­grond is een traditioneel Jemenitische, de mi­naret op de achtergrond is er een met Malei­sische invloed. Alle bouwwerken op deze foto zijn van ‘modder’ gemaakt. (Mudbrick.)

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 mei 1996 (maandag).

    Naar het einde of de index.

    Tariem.
    Vandaag over drie weken ga ik naar huis.
    Op 7.00 uur.
    Op weg naar de bibliotheek zegt een jongetje dat mij ziet, tegen zijn vriendje, die mij niet ziet: Adoew (een vijand) en het knaapje springt opzij.
    Tegen 8.00 in de bibliotheek. Er is geen spanning tot 11.45 uur, als de azaan begint. Voor het gebed is elek­triciteit nodig: luidsprekers en koe­ling. (Ven­tilatoren.)
    Ik print nog snel wat en ga rond 13.30 uur met Abd al-Rahmaan A. naar het hotel. Hij daarna gaat naar huis.
    Ik doe de administratie en maak shakshoeka: een gebakken gerecht van ui, tomaat en geklopte eieren.
    Na de middag zwemmen.
    FoxPro database
    Tekenen.
    Avondeten: brood, yoghurt en ba­naan.
    De administratie verfijnen.
    Nu 21.00 uur.
    Even tekenen.
    Muhammad al-S. kauwde gisteren gaat (qat). Daar blijf je lang wakker van. Hij is nu dus erg moe.
    Bed 23.00 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 27 mei.
    De hiërarchie binnen de organi­saties in Jemen, die zich met Cultuur bezig houden.
    Minister van Cultuur en Toerisme.
    De directeur van de Algemene Or­ga­nisatie van Archeologie, Hand­schrif­ten en Musea.
    De vicedirecteur van deze organi­sa­tie.
    De administratieve directeur.
    De algemene directeuren, (daar zijn er 28(!) van), onder andere Ahmad al-Gh., die goed Frans spreekt.
    Laatstgenoemde heeft twee assis­tenten, beide met de titel Algemeen vice­directeur.
    Een van die assistenten is AM, de directeur van het Museum voor Handschriften in Sana’a, die Nico en ik ontmoetten op 25 maart jl. en Abd al-Rahmaan A, de directeur van de al-Ahgaaf-bibliotheek te Tariem.
    Het museum dat in het Gasr al-Thawra in Say’un gevestigd is valt ook onder deze organisatie en Abd al-Rahmaan is daar ook de ‘baas’, daarom zal hij twee dagen in de week in Say’un werken en vier dagen in Tariem. Hij zoekt vervangende woongelegenheid in Tariem, maar dat is erg duur. Dat kost circa 7.000 tot 9.000 rial per maand. (1.000 rial is f. 13,00)

    […]

    Vandaag werd weer een nieuwe kracht in de bibliotheek aangesteld: Mu­hammad Alawi Sh. Hij is moe­handis (ingenieur). Hij zegt ook boek­binder te zijn, maar heeft nog nooit een boek gebonden. Zo komen we van de regen in de drup.
    Ik vroeg hem waar hij boekbinden geleerd heeft en hij antwoordt: “Hier.” Hij was toen net een half uur binnen.
    “Welke opleiding?”
    “Ervaring,” zei hij en vond dat belangrijker dan opleiding.
    Ik heb geen hoge pet van hem op. Hij zal zich moeten bewijzen voor­dat ik wegga. Misschien ben ik bevooroordeeld. Deze is in zekere zin luidruchtig, de andere drie zijn meer ingetogen.
    Die drie zijn:
    Hoessein al-H., boekdrukker en in­formatiedeskundige, die in Kiev stu­deerde. De Jemenitische regering beschouwt zijn diploma als een BA, om­dat hij maar vijf jaar studeerde en daarvan één voor taalverwerving. In de Oekraïne geldt zijn diploma als een MA.
    Hoessein HB., met een mooie tul­band en baardje, maar daarom nog geen extremist.
    Ali ZB., met bril. Hij werkte een maand in Mekka met een computer.

    […]

    Vandaag probeerde we de boek­binderstafels op te zetten. Die kwamen met de container uit Nederland. De onderdelen schijnen niet bij elkaar te horen. Die passen van geen kant. Het is zwaar staal en het wordt nog een hele klus er wat van te maken.

    […]

    Hoessein al-K. vertelt dat er vandaag een inspecteur van de telefoon­maatschappij uit al-Mukalla zou komen om de mensen hier te ondervragen naar de oorzaak van de brand in de nieuwe telefooncentrale, eergisteren.
    Hij is een vriend (…?) van de dochter van Hoessein en zal daarom bij hem logeren.
    Later vertelt die man dat hij niet de vriend van die dochter is, maar de echtgenoot.
    Hoessein heeft maar twee kinderen. De oudste is een zoon, Ibrahiem, die in Algerije (niet Algiers) zeven jaar lang medicijnen studeerde en nu in Tariem als arts werkt. Die heeft drie kinderen, waarvan Ahmad, veertien jaar, de oudste is.

    […]

    Abd al-Rahmaan vertelt dat, als we de volgende keer naar Tariem komen, we een huis kunnen huren in het centrum. Dat zal ongeveer 10.000 rial per maand kosten, wat 3,5 keer goedkoper is dan het Gasr al-goebba-hotel. (Een nadeel zou kun­nen zijn dat er geen zwembad direct voorhanden is en dat we minder landgenoten ontmoeten. (Is dag een nadeel?) Het (grote) voordeel is dat we vlak bij het werk zitten en meer kans hebben om mensen (mannen) uit de stad te leren kennen en ook kunnen uitnodigen.)

    Het ontmoeten van landgenoten heb ik niet altijd als een overdeeld ge­noegen ervaren. Zeker in het zwembad gedragen ze zich als apen. Altijd moeten ze het grootste woord hebben, maken het meeste lawaai en eisen alle ruimte en aandacht.
    Vrouwelijke Duitse toeristen zijn soms ook vervelend. Die zijn haast altijd van mening dat het zwembad van hen is, voor vrouwen alleen. Als je gaat zwemmen roepen ze je toe, met een lichte ondertoon van paniek, dat dit het bad voor vrouwen is en dat mannen het zwem­genoegen maar in het andere bad moeten zoeken. Er is altijd enige overtuigingskracht nodig om hen erop te wijzen dat ze het bij het verkeerde eind hebben.

    […]

    Abd al-Rahmaan is ook begonnen met het noteren van de afschriftdata van de handschriften. De catalogus komt in zicht, aan de horizon.

    Dit is het einde van het verslag van 27 mei.

    Index: adoew, azaan, BA, gaat (qat)MA, minaret, moehandis, mudbrickshakshoeka, zonsteen.

    Index van plaatsnamenBawr, Gasr al-goebba-hotel, Gasr al-Thawra, Hadra­maut, Tariem.

    Dit is het einde van dag 72 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
    In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
    De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.


  • Jemen, 28 mei 1996
    Traditionele minaret.
    Dit is de derde moskee die ik op mijn weg naar de bibliotheek moest passeren. Deze moskee lag een paar honderd meter van het plein waar Sjeik AB woont (De vorige direc­teur van de al-Ah­gaaf-bibliotheek). Tussen dit plein, waar ook een moskee staat, en deze moskee staat er nog een. (In Tariem zouden 365 moskeeën staan, zo wordt be­weerd.) De minaret op deze dia heeft een tra­ditionele Hadramitische vorm.
    De jongeman op de fiets draagt een broek. Dat is de dracht van scholieren, die zijn verplicht een broek te dragen. De lera­ren niet.
    Vrijwel de gehele mannelijke bevolking van Tariem draagt een sarong, als ze niet naar school hoeven te gaan, tenminste.
    Deze dia is ‘s ochtends rond half acht geno­men. Ik ging toen vroeg op weg om onge­stoord in de binnenstad stalen deuren te fotograferen.

    Athaaf al-Nadiem AR en NL

    Twintig jaar geleden: dagboekfragment 28 mei 1996 (dinsdag).

    Naar het einde of de index.

    Tariem.
    Op 7.00 uur.
    Ik ga niet naar de bibliotheek. Hier, in het hotel, is elektriciteit en het dus mogelijk te werken voor de bi­bliotheek, hoewel, op het moment dat de com­puter veel energie nodig heeft, de elektriciteit uitvalt.
    Nu 14.00 uur.
    Ik ga zwemmen en blijf meer dan twee uur in het water. Ik ben hele­maal al­leen. Morgen komt een groep toeristen.
    In het zwembad zwem ik, zoals ge­woonlijk, niet veel. Ik zit vaak on­der wa­ter, met alleen mijn neus boven de waterlijn of ik loop rond en red insecten die in het water liggen, door ze met mijn vinger ze uit het bad te schieten. Dat laatste is mijn hoofdbezigheid sinds ik hier ben.
    Salim, van de receptie, zit nu zonder telefoon na de brand van zaterdag jl. en heeft niets meer te doen. Hij komt me een paar keer bezighou­den. Onder andere vervelen over Aids en overspel en het straffen voor overspel (zina) op vrijdag na de Salaat al-zoehoer (het middagge­bed) voor de moskee met de almania, want daar komt die knuppel van­daan: uit (Oost-) Duitsland. Drie maan­den geleden nog werden en­kele mannen afgeranseld bij de deur van het politiebureau, op het plein voor de moskee.
    Onze seksuele vrijheid is voor Ara­bieren een frustratie, dus Aids is een straf van God. De profeet had het al aangekondigd. (Helaas vergat die de belan­grijke details te noemen.)
    Op mijn terras kook ik een spinazie­schotel uit een pakje, uit Nederland. Niet vies, maar ook niet echt lekker.
    Verder werk ik tot circa 00.30 aan de de catalogus (fihrist) van de biblio­theek, evenals vanochtend, om hem presentabel te maken voor het com­puter­scherm.
    Bed rond 00.45 uur.

    Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

    Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

    Fragment uit het verslag van 28 mei.
    Salim, (de receptionist van het hotel en leraar Engels) heeft vandaag niet veel te doen, omdat ik, zoals zo vaak de laatste tijd, de enige gast in het hotel ben. Er komen door de brand in de telefooncentrale ook geen tele­foontjes binnen.
    Van hem hoor ik vandaag voor de zoveelste keer dat Aids een straf van God is, tegen overspel, voornamelijk in het Westen. (De westerse seksuele vrij­heid is een enorme frustratie, hier. Als er dan een ziekte komt, kan men zeggen: “Zie je wel, het is toch niet goed, al die vrijheid.”) Men heeft jaren­lang met afgunst naar het Wes­ten gekeken en misschien gehoopt daar ook nog eens van te profiteren.

    Volgens Salim wisselen mannen en vrouwen in het Westen van partner zoals mensen van oude kleren wisselen. Overspel en zelfs seks op straat, dat is het algemeen heersend beeld dat ze hier over het Westen hebben.

    Hij vertelde ook dat voor de eenwording van Noord en Zuid-Je­men, in het Zuiden jongens en meis­jes in dezelfde klas van de school zaten. Een andere moder­niteit, hier in het zuiden is, dat scholieren (jongens) verplicht zijn een broek te dragen. De docent is vrij in zijn kledingkeuze.

    Dit is het einde van het verslag van 28 mei.

    Index: Almania, fihristProfeet, salaatzina.

    Index van locaties: Tariem.

    Dit is het einde van dag 73 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

    Top

    De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
    In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
    De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
    De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.


Maart: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
April: 31, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Mei: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31.
Juni: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17.

MenuEinde.