14 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7503) Ik over­nacht­te in het Tou­rist-ho­tel in Alep­po in Sy­rië. Van­daag reis ik via An­tak­ya (Tur­kije) rich­ting Istan­bul, een tocht van 1.350 km. die nog geen ne­gen­en­der­tig gul­den kost! Ik ver­trek om 06.30 uur uit Alep­po en zal pas mor­gen­ochtend 07.30 uur in Istanbul zijn. Ik zit dus meer dan twin­tig uur in een lijn­bus. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.) – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.
(Tij­dens mijn reis hield ik een reis­dag­boek bij. Na­dat ik op 18 au­gus­tus thuis was ge­ko­men, be­gon ik met het op­schrij­ven van mijn we­der­waar­dig­he­den in mijn ei­gen­lij­ke dag­boek. In de tekst hier­be­ne­den staan af en toe te­rug­blik­ken op de­ze va­kan­tie, ge­daan van­af mijn bu­reau­stoel thuis.)

MenuIndex en het einde.

SmokkelwaarAntakyaBerg en dalJongeman.

Vrijdag, 14 augustus 1992.
Aleppo.
Wakker om circa 4.00 uur.
In de kamer is het smoor­heet hoe­wel ik de ven­ti­la­tor aan heb. Ik heb al­le ra­men dicht, want ik ben bang voor mug­gen. Nu zie ik pas dat in een deel van het raam geen glas zit. Dus daar kon­den die mug­gen toch naar bin­nen, als ze er ge­weest wa­ren.
Ik heb diar­ree en neem twee pil­len Imo­dium. Ik kan niet meer sla­pen en sta op om 4.15 uur.
Douche.
Eten.
Rugzak gereed maken.
Circa 6.00 uur bij het bus­sta­tion. Het is heer­lijk in Alep­po, koel en rus­tig.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Smok­kel­waar

De bus vertrekt om 6.30 uur pre­cies op tijd. Pas om 10.45 uur zijn we in het 100 km ver­der ge­le­gen An­tak­ya. De twee­kop­pi­ge be­man­ning heeft veel tijd no­dig met haar smok­kel­prak­tij­ken.
Aan de grens stouwt een van de twee mijn uit­ge­pak­te spul­len weer in mijn rug­zak, als­of zijn le­ven er­van af­hangt, maar aan de Turk­se zij­de heb­ben bei­de meer dan één uur no­dig om hun smok­kel­waar, voor­na­me­lijk whis­ky, in te la­den. Iedere pas­sa­gier (we zijn he­laas voor hen maar met z’n drie­ën) krijgt zes of ze­ven fles­sen whis­ky, zo­ge­naamd als per­soon­lij­ke ba­ga­ge. Was de bus vol ge­weest, dan …
Ik wissel £. 230 (f. 9,30) voor TL. 30.000. (f. 7,50) in de slij­te­rij. (Ik heb nu TL. 78.000. (f. 19,50.))
Vanaf de grens wordt eens af­ge­weken van het rech­te pad om de smok­kel­waar te le­ve­ren, ook voor de grens, om de spul­len op te ha­len.
Ik erger me groen en geel, mis­schien we­gens het ge­brek aan vol­doen­de nacht­rust, aan de­ze prak­tij­ken en vrees de bus naar Istan­bul (die om 11.00 ver­trekt) te mis­sen.
(Vol­gens Pa ver­die­nen die ar­me men­sen zo wat bij, met de­ze smok­kel. Wel­licht ja, maar kun­nen ze dan niet wat vrien­de­lij­ker zijn te­gen de pas­sa­giers?)

MenuBe­ginIndex en het einde.

An­tak­ya

In Antakya spreek ik nog wat Ara­bisch. Krijg een thee aan­ge­bo­den en ver­ge­lijk twee ver­schil­len­de Sy­rische kran­ten van 6 au­gus­tus 1992, die bei­de let­ter­lijk de­zel­fde ar­ti­ke­len heb­ben, on­der een klein beet­je van el­kaar af­wij­ken­de kop.
Ik heb tijd genoeg. De bus ver­trekt niet om 11.00 uur, maar om 13.00 uur en zal mor­gen­och­tend om 07.00 uur in Istan­bul zijn.
Ik had in Alep­po brood­jes (sand­wich­brood) ge­smeerd en eet er nu van. Ik drink 2x thee: TL. 2.000 en 2x toi­let: TL. 2.000.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Berg en dal

We vertrekken op tijd. Naast me zit een jon­ge­man met een pro­fe­ten­baard­je. Hij ziet er oud uit, maar mis­schien is hij niet de broer, maar de va­der van de jon­ge vrouw (mooi) die met haar moe­der voor me zit. Bei­den heb­ben een hoofd­doek­je en een pas­poort met Cy­ril­lische let­ters. (Rus­sen?)
In de bergen tussen An­tak­ya en Is­ken­de­run een prach­tig uit­zicht. (Net als op de heen­weg, trou­wens, op 24 juli jl., nu drie we­ken ge­le­den.)
In Antakya was het erg warm en on­be­wolkt. Voor Is­ken­de­run is het zwaar be­wolkt en het re­gent een poos­je.
Bij een pas­poort­con­tro­le on­der­weg wor­den de pas­sen van de twee Zwe­den (met wie ik niet meer dan tien woor­den wis­sel­de) en mij niet ge­con­tro­leerd. Van al­le an­de­re pas­sa­giers wel.
Na Adana (toilet, snel, want de bus blijft maar even. Ik hoef­de niet echt, maar vrees­de over­druk, want hoe lang duurt het voor de vol­gen­de stop?) klimt de bus in noor­de­lij­ke rich­ting fors om­hoog en heb­ben we een prach­tig uit­zicht. He­laas zit ik niet naast een raam. Het land­schap is als een ro­man­tisch schil­de­rij. Er zijn wol­ken, maar we zit­ten toch voor­na­me­lijk in de he­te zon. De air­con­di­tio­ning werkt per­fect. Het land­schap heeft ho­ge top­pen en die­pe da­len. De weg volgt een deel van de spoor­weg, dus ik heb er al een deel van ge­zien, uit een an­de­re hoek. Het berg­land­schap lijkt op het Cen­traal Mas­sief* in Frank­rijk. De weg op de berg­we­gen in Spanje, we­gens de ein­de­lo­ze ko­lon­nes vracht­wa­gens: in bei­de rich­tin­gen.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Jongeman

Een leuke jon­gen gaf me ei­kels en la­ter cola, die ik ei­gen­lijk niet wil, want dat is geen dorst­les­ser, maar een dorst­ver­oor­za­ker. De ei­kels at ik niet. (Ik dacht dat dat niet meer mag in Ne­der­land, maar ik was in de war met beu­ken­noot­jes.) La­ter gaf ik de jon­ge­man drui­ven. Te laat zag ik dat ik die tros al zelf half ‘af­ge­klo­ven’ had. Nou ja, de gro­te tros die ik nog over had wil­de ik hem niet ge­ven. Ik at één druif per hap droog brood om het naar be­ne­den te krij­gen. Nog la­ter geef ik hem een gro­te (zu­re) ap­pel.
De jongen was sexy, met krach­ti­ge be­nen. He­laas sprak hij niets an­ders dan Turks.
Om 19.00 uur rust, een half uur. (De rust­tij­den wor­den me in het Ara­bisch ver­teld, want een van de twee bij­rij­ders spreekt Ara­bisch.) (Er wa­ren ook twee chauf­feurs.) Op de­ze rust­plaats kocht ik de drui­ven en de ap­pels, waar ik hier­boven al van sprak.
Na het ver­trek wordt het lang­zaam don­ker en ik ge­niet van het kij­ken naar de krach­ti­ge be­nen van de leu­ke jon­gen in zijn mooie broek. Ook de Ara­bisch spre­ken­de bij­rij­der is sexy.
De jongen kwam uit Sa­man­dağ en A. had me al ver­teld dat ze daar zo’n mooie broe­ken heb­ben. De broek van de jon­gen is een broek uit Sa­man­dağ. [Voor A. zie: 25 juli jl.]
De 19.00 uur-rust was 372 km voor An­ka­ra.
Rond 22.00 uur de laat­ste stop voor An­ka­ra, twin­tig mi­nu­ten voor het toi­let, na­tuur­lijk.
Weer: warm, af en toe be­wolkt.
In de bus is gratis ge­koeld wa­ter be­schik­baar. Omdat ik denk dat het geen mi­ne­raal­wa­ter is, drink ik uit mijn ei­gen fles. (Als we al in Istan­bul zijn lees ik in de Lone­ly Pla­net, Tra­vel sur­vival kit Tur­key, dat het wel mi­ne­raal­wa­ter is.)

MenuBe­ginIndex en het einde.


*
Ik weet niet wel­ke rou­te de bus volg­de. Om­dat we rond mid­der­nacht in An­ka­ra zijn, neem ik aan dat die de kort­ste weg daar­heen volg­de. Dan kom je door de plaats Po­zan­tı. Die heb ik nu ge­ko­zen om fo­to’s uit Goog­le Maps te to­nen, om een in­druk te krij­gen van het land­schap waar we op de­ze dag, ten noor­den van Ada­na, door­heen rij­den.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.
Ada­na:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

27 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7485) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. heeft me de af­ge­lo­pen da­gen rond­ge­leid. Van­daag neem ik af­scheid van hem en pas­seer een paar uur la­ter de Sy­rische grens. – Ik kom in Alep­po aan en word daar on­der de hoe­de ge­no­men van een an­de­re toe­ris­ten­gids: J. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Maandag, 27 juli 1992.
Antakya – Aleppo.
Op 8.00 uur.
Ontbijt in een winkel. (Toast met kaas: warm en thee. TL. 3.500.)
Rond 9.30 is SK. in het ho­tel. Hij ver­telt me dat M. [uit Ant­wer­pen] zijn ho­tel ’s mor­gens om 06.00 uur ver­la­ten heeft. SK. be­grijpt het niet.
“Om het geld”, veronderstel ik. M. voel­de mis­schien een fi­nan­cieel comp­lot tus­sen SK. en mij om hem (M.) te be­ro­ven.(?)
Samen met H. [uit Bar­ne­veld] en SK. naar het Bus­sta­tion, na TL. 135.000 in het ho­tel be­taald te heb­ben. Drie nach­ten à TL. 40.000 en TL. 15.000 voor mijn was. (Ge­stre­ken en ge­vou­wen en na­tuur­lijk ge­was­sen.)
Op SK.’s aanbeveling kies ik de ‘HAS‘-maat­schap­pij. (Ook al geen suc­ces.) TL. 75.000 (Geen ISC-kor­ting mo­ge­lijk.) [ISC: In­ter­na­tio­nal Stu­dent Card.]
Wat kletsen met H. SK. wordt ir­ri­tant met zijn ge-com­man­deer.
Om 11.00 vertrekt de bus. Tot de Tur­kse grens ben ik de eni­ge pas­sa­gier. Dan ko­men er en­ke­le Sy­riërs bij.
De reis tot de grens (50 km) duurt an­der­half uur. De bus heeft pro­ble­men met de mo­tor en rijdt erg lang­zaam. Er is ook een zin­lo­ze stop van cir­ca tien mi­nu­ten.
Op weg naar de grens rij­den we door droog land­schap en zie ik veel jon­ge kin­de­ren als vee­hoe­ders. Ook man­nen met koefiyya en ‘iqaal.
De Turkse grens is zo ge­pas­seerd. De Sy­rische grens [Bab al-Ha­wa] le­vert pro­ble­men. Het duurt lang voor­dat de grens­po­li­tie mijn pas­poort onder han­den neemt en ook de con­tro­le van de ba­ga­ge duurt lang.
De eerste controle bij ons stelt niets voor (bij an­de­ren wordt uit­voe­rig ge­con­tro­leerd), maar als de bus op weg naar Sy­rië is, wordt hij, voor­dat hij het grens­sta­tion ver­laat, te­gen­ge­hou­den en moet ach­ter­uit rij­den, waar­na we on­ze ba­ga­ge weer moe­ten uit­pak­ken. Hier­bij spreek ik mijn eerste woord­jes Ara­bisch op Sy­risch grond­ge­bied.
Een van de medepassagiers heeft zijn han­den zwart ge­maakt en ik geef hem een pa­pie­ren zak­doek­je. Na een poos­je vraag ik aan hem Akh­ar? [Nog een?], wat niet no­dig is, maar het ijs is ge­bro­ken en met be­hulp van een beet­je Engels en Ara­bisch kun­nen we wat ver­tel­len.
De tweede douane­con­tro­le stelt nog min­der voor. On­ge­con­tro­leerd kun­nen we al­les weer in­la­den. Als de Sy­rische grens voor­bij is haalt ie­der­een op­ge­lucht adem en ste­ken ve­len, ook de chauf­feur, een si­ga­ret op. Ken­ne­lijk is het een heel moei­lij­ke hin­der­nis.
Het Arabisch klet­sen gaat nog maar moei­lijk voor mij.
Ook nu kruipt de bus naar Alep­po, vijf­tig ki­lo­me­ter in an­der­half uur.
Twee Halabis [men­sen uit Alep­po: de Ara­bische naam voor Alep­po is Ha­lab] hel­pen me bij het zoe­ken van een ho­tel. Zij kun­nen al­leen maar twin­tig dol­lar-ho­tels vin­den en dat wil ik niet be­ta­len. Na een ho­tel of vijf, waar­bij ik ie­de­re keer ver­geefs naar bo­ven moet sjou­wen (want de re­cep­tie ligt op de eer­ste of twee­de ver­die­ping, bo­ven een an­de­re zaak) ge­ven M. en H. de moed op. Zij ge­ven mij hun te­le­foon­num­mer en druk­ken me op het hart be­slist met hen te bel­len, zo­dra ik een ho­tel ge­von­den heb. Dat be­loof ik. (Maar weet al dat ik dat niet zal doen, want ik heb geen be­ge­lei­der no­dig.)
J. is toe­ris­ten­gids, die zich bij ons ge­voegd had en die mij nu helpt aan een goed­koop ho­tel.
Al-Hamra Hotel Newo (sic)
Aleppo Pab alfarag (sic)
Arabisch: Funduq al-Ham­ra’ al-Dja­did – Ha­leb – Baab al-Fa­radj.
Kamer 14. Die kost £. 250. [Sy­risch pond] per nacht. Een twee­per­soons­ka­mer met stro­mend wa­ter en een ven­ti­la­tor, die ik de he­le tijd op ho­ge snel­heid laat draai­en. Ka­mers zijn moei­lijk te krij­gen om­dat Alep­po vol zit met Rus­sen, Geor­giërs en Ar­me­niërs die hier han­del­drij­ven / in­ko­pen doen.
J. wisselt US$ 100 van mij voor £. 4.175. Meer had hij niet. (Of­fi­ciële koers: $ 1 = £. 42. (f. 1,00 = £. 24,75.) (£. 1 = f. 0,0404. Ik zal al­les door 20 delen, wat mak­ke­lij­ker re­ke­nen is. £. 1 is dan f. 0,05 voor mij.)
Omdat ik zeg wel een maand in Alep­po te wil­len blij­ven stelt J. voor een ap­par­te­ment te hu­ren. Dat wil ik wel. Hij heeft een oom die een ap­par­te­ment voor £. 6.000 ver­huurt (f. 300,00 per maand.)
’s Avonds ga ik kij­ken. Het is een aar­dig ap­par­te­ment bij vrien­de­lij­ke men­sen. Zij zul­len met mij ver­tel­len en voor me ko­ken. Ik zal er­over na­den­ken, zeg ik, want ik vind het toch wat duur. Mis­schien wil ik toch wel door Sy­rië rei­zen.
Voordat ik met J. bij zijn oom en vrien­de­lij­ke neef was gaan kij­ken, maak­te ik ken­nis met de Ca­na­dees AI., met wie J. drie da­gen door Sy­rië reis­de. Met hen be­zoek ik een deel van Alep­po en tij­dens hun ge­sprek­ken be­sluit ik ook an­de­re de­len van Sy­rië te be­zoe­ken.
Mijn oorspronkelijke reis­plan was zo­veel mo­ge­lijk met de men­sen pra­ten. His­to­rische be­ziens­waar­dig­he­den heb­ben niet mijn in­te­res­se. Pra­ten, dat moet mijn va­kan­tie wor­den. Al is het één maand in één plaats. Maar nu ik in Sy­rië ben, moet ik toch maar wat van het land zien, denk ik dus later en be­sluit daar­om het ap­par­te­ment maar niet te ne­men. Me­de om­dat het no­gal ver bui­ten het cen­trum in een volks­buurt ligt. (Hoe­wel dit laat­ste mis­schien meer een voor­deel dan een na­deel is.) De neef van J. bracht mij ook bij een broer met een par­fu­me­rie­zaak. Trots ver­tel­de hij me dat al­le pro­duc­ten uit Sy­rië ko­men. (‘Schmeiß es doch gleich zum Fen­ster hin­aus‘ dacht ik.) [Di­xit A. op 25 juli jl. in An­tak­ya.]
Na het bezoek aan het ap­par­te­ment gaan we naar het Ba­ron-ho­tel in de Ba­ron street waar ik op het ter­ras een Ar­cheo­lo­gie­stu­dent uit Lei­den te­gen­kom. Met hem had ik nog nooit ge­spro­ken, maar we groet­ten el­kaar wel. Hij heet P. en spreekt heel snel. Ik heb moei­te om hem te vol­gen. We ver­tel­len wat.
Als AI. komt gaan we met z’n drie­ën eten, J. AI. en ik. P. wil niet mee. We eten tot cir­ca 01.00 uur en be­ta­len to­taal £. 375. Ik be­taal £. 100.
Ook AI. heeft moeite met het na­ïef gods­ge­loof van de mos­lims, blijkt als J. even weg is.
Opmerkelijk is dat J., die in de ar­chi­tec­tuur be­zig is en daar­voor zelfs drie maan­den in Ita­lië (on­langs) door­bracht, toch veel waar­de hecht aan het le­zen van (kin­der-) boek­jes over het le­ven van al­ler­lei Bij­bel­se en Ko­ra­nische pro­fe­ten en ons met vol­le ernst die zo­juist ge­koch­te boek­jes toont en se­rieus ver­telt dat het zeer be­lang­rijk is de­ze ver­ha­len goed te ken­nen.*
Voor zijn rondleiding in de stad (sa­men met AI.) geef ik J. en­ke­le pon­den (Sy­rische Li­ra’s), maar rea­li­seer me dat dat slechts een schijn­tje is, een paar cen­ten. Ik be­loof hem meer, wat ik hem la­ter tij­dens mijn ver­blijf ook geef.
Bed 01.30 uur. Smerig bed. Het ho­tel heeft geen douche, denk ik.
AI. koopt op mijn aan­ra­den het woor­den­boek van Hans Wehr, 3e druk. Ik leg hem wat uit over de ver­voe­ging van het Ara­bische werk­woord. J. kan het niet vol­gen. Hij snapt het niet.


*
J, de toe­ris­ten­gids: ik weet niet ze­ker of ik goed op de hoogte ben, maar de func­tie van J. is om mij in de ga­ten te hou­den. Hij is een ver­te­gen­woor­di­ger van de re­ge­ring, de ge­hei­me dienst, want in Syrië mag je als toe­rist niet on­be­waakt over straat. Ook die twee an­de­ren, M. en H., die mij hiel­pen bij het zoe­ken van een ho­tel, zul­len zulk een func­tie heb­ben. Ook ie­de­re Sy­riër wordt in de ga­ten ge­hou­den. Ik hoor­de la­ter wel ver­tel­len dat er in Sy­rië ze­ven (!) ge­hei­me diens­ten zijn, die ook el­kaar moe­ten be­spio­ne­ren, en al­le le­den van de Sy­rische sa­men­le­ving.

Te­rug.

Profeten: binnen de islam geldt het als blas­fe­mie / gods­las­ter­lijk wan­neer je geen waar­de hecht aan de ver­ha­len over de pro­fe­ten. Het ken­nen van het le­ven van de pro­fe­ten is een be­lang­rijk deel van de is­lam. On­der de is­la­mi­tische wet, de Sha­ria staat op blas­fe­mie de dood­straf, dus als je de ver­ha­len over de pro­fe­ten weg­wuift, heb je een le­vens­groot / le­vens­ge­vaar­lijk pro­bleem.
Nu geldt in Sy­rië de Sharia niet, maar Sy­rië is natuurlijk wel een is­la­mi­tisch land, zij het met een se­cu­lier re­gi­me: Ba’ath.
Bovendien heeft ieder­een ge­lo­vi­ge fa­mi­lie­le­den, waar­mee ook moei­lijk­he­den kun­nen ont­staan, als je je niet aan de gods­diens­ti­ge re­gels houdt. Daar­naast is er nog de so­cia­le con­tro­le in de wijk waar je woont.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Baab al-Ha­wa:
GM., Wi.
:ﺑﺎﺏ ﺍﻟﻬﻮﻯ
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ
Ba­ron Ho­tel:
GM., Wi.
Baab al-Fa­radj:
GM., Wi.
:ﺑﺎﺏ ﺍﻟﻔﺮﺝ

Koe­fiy­ya:
:ﻛﻮﻓﻴﺔ
‘Iqaal:
:ﻋﻘﺎﻝ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

26 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7484) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. leidt me in de om­ge­ving rond. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Zondag, 26 juli 1992.
Antakya.
In bed fantaseer ik over de dik­ke pros­ti­tu­ees die hier in het ho­tel wo­nen. Zij zijn niet knap, maar hun ‘vrouw zijn’ maakt me geil.
Als ik slaap droom ik dat ik weer thuis ben en ik vraag me ver­baasd af hoe ik zo stom kan zijn om naar huis te gaan. Ik wil zo snel mo­ge­lijk weer te­rug naar Tur­kije. Ik ben er­gens in een huis met mooie naak­te vrou­wen.
Gelukkig blijkt, als ik wak­ker word, dat ik nog in An­tak­ya ben. Ik slaap ver­der, met on­der­bre­kin­gen van­wege het ver­keers­la­waai.
Op rond 9.00 uur. Ik zoek een mo­ge­lij­ke te­rug­reis (per trein) uit. Met de trein naar Athe­ne en van­daar met bus en boot naar Brin­di­si, Ita­lië en dan via Bo­log­na naar Pa­rijs en Lei­den.
Als SK. er om 10.30 uur nog niet is (10.00 uur was af­ge­spro­ken, maar mis­schien voelt hij zich be­le­digd door gis­te­ren. Ik hoef ech­ter niet al­tijd met hem op te trek­ken en heb recht om ook an­de­re men­sen dan hem te ont­moe­ten), ga ik al­leen op stap om eten te zoe­ken. Dat valt niet mee. Vrij­wel al­le win­kels zijn ge­slo­ten, om­dat het zon­dag is. Er­gens eet ik twee toasts (warm) met kaas en drink ik süt. (Melk.)
In het park zit ik daar­na twee uur rus­tig. Er is slechts één knap­pe jon­ge­man. Als ik van hem ten vol­le ge­niet staat SK. plot­se­ling naast me.
Met hem trek ik dan weer een uur of vier op, tot cir­ca 17.00 uur.
We gaan naar de prij­zen voor de bus­tocht naar Alep­po in­for­me­ren. Alle­maal kos­ten ze TL. 75.000.
SK. leerde een an­de­re Ne­der­lan­der ken­nen, H. uit Bar­ne­veld.
H. is niet zo ingenomen met de toch wel (dat valt mij nu eerst echt be­wust op) agres­sief-op­drin­ge­ri­ge SK.
We drinken thee met zijn drieën. (Maar H. is zo weer weg. Hij be­taalt de re­ke­ning en wacht niet op het wis­sel­geld: TL. 5.000 voor SK. Daar­van koopt hij een brood­je dat hij met mij deelt.)
We lopen nog wat rond.
In het hotel geef ik SK. US$ 20,00 als bij­dra­ge voor zijn reis naar Fran­krijk. Hij kan niet ge­lo­ven dat het bil­jet echt is. (Cir­ca TL. 140.000.) [Cir­ca f. 35,00.]
We gaan brood, yog­hurt en wa­ter ko­pen.
Hij gaat naar huis. Ik ga in het hotel eten. (Op mijn ka­mer: brood met yog­hurt.)

Ik slaap wat, neem een douche en ga naar het park.
SK. komt langs met het vol­gen­de slacht­of­fer: M. uit Ant­wer­pen.
SK. gaat naar zijn huis en no­digt mij sa­men met M. uit. Ik voel me nu van mijn be­ta­lings­ver­plich­tin­gen ver­lost en M. be­taalt dus TL. 10.000 voor de ta­xi.
SK., zijn zeer leu­ke jon­ge­re zus­je en zijn moe­der wo­nen in een best aar­dig ap­par­te­ment. Zijn va­der, die een han­de­laar is, is op za­ken­reis. Zijn moe­der ziet er oud en ver­wor­den uit, maar vol­gens SK. is zij nog jon­ger dan ik.
We drinken koe­le ay­ran (kar­ne­melk).
M. krijgt folders van Tur­kije van SK.
We lopen de stad in. On­der­weg speelt SK. de clown met de zon­ne­bril van M.
In een duur re­stau­rant (ik zie de bui al han­gen) gaan we eten. Ik spreek van te vo­ren de prijs al af, die uit­ein­de­lijk dub­bel zo duur blijkt (TL. 32.500), door en­ke­le ex­traat­jes en een pils. We eten in de­ze zaak op een ter­ras van circa 21.00 tot 00.00 uur.
SK. com­man­deert, tot schaam­te van M. en ik, de knap­pe en zeer be­leef­de en zeer goed En­gels spre­ken­de ober.
SK. klaagt over het ver­keer­de ge­recht dat hij ge­kre­gen heeft. (Het­zelf­de als M., maar had waar­schijn­lijk een duur­der be­steld.)
Er volgt even een span­nend mo­ment als bei­de broers / ei­ge­naars van het re­stau­rant ru­zie heb­ben, waar­van we niets zien, maar wel wat mer­ken, door de re­ac­tie van SK.
De rekening is TL. 130.000. Hier­van be­taal ik TL. 32.500 en M. de rest.
M. begrijpt een en an­der niet.
Ik zeg: “Jij betaalt de rest.”
Hij is uit zijn even­wicht ge­bracht.
SK. somt op wat ze al­le­maal sa­men kun­nen doen.
Ik voel aandrang om M. voor de fi­nan­ciële ge­vol­gen voor hem te waar­schu­wen. Ik zeg: “Dat be­taal jij al­le­maal.”
M. begint dan tegen SK. over zijn klei­ne bud­get te zeu­ren.
Hij spreekt met SK., op ei­gen ver­zoek, al ’s mor­gens om 8.00 uur af. (SK. wil­de om 10.00 uur ko­men.)
Als ik van M. af­scheid neem, zeg ik: “Pas op je cen­ten.”
SK. wil dan weten wat ik ge­zegd heb. Na enige aar­ze­ling (Ik: “Ik zei: goe­de reis.”), zeg ik hem dat M. no­gal over­stuur was, dat hij, SK., niet mee deel­de in de prijs van het eten, zoals bij ons in Eu­ro­pa, nor­maal is.
SK. heeft een plank voor zijn kop, of doet als­of. Het dringt niet tot hem door.
Ik ben blij dat ik mor­gen ga. Hij be­gint me lang­zaam te ver­ve­len en rea­li­seer­de me dat zijn agres­sief, op­drin­ge­rig ge­drag veel toe­ris­ten van hem af­stoot. Ook zijn voort­du­rend ge­com­man­deer te­gen land­ge­no­ten (en soms ook mij) be­gint me te ir­ri­te­ren. Mijn om­gang met hem is net lang ge­noeg ge­weest. Laat hij an­de­ren gaan ir­ri­te­ren.

In het park sprak ik met hulp van SK. met een jon­get­je van twaalf jaar. Hij werkt zes da­gen per week in een ga­ra­ge en op zon­dag poetst schoe­nen in het park.

Over TL. 271.000. 323.500 – 271.000 = 52.500 uitgegeven. (f. 13,15.)
Hotel rond 00.00 uur.
Slapen tegen 01.00 uur.
Weer: warm, veel wind, zoals va­ker hier in An­tak­ya.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

25 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7483) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. leidt me in de om­ge­ving rond, maar ik ga ook met een an­de­re jon­ge­man op stap. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 25 juli 1992.
Antakya.
Wakker rond 6.15 uur. Doezelen tot 08.00 uur.
Douche.
Ontbijt: brood met kaas.
Rond 10.00 komt SK.
Ik koop de Herald Tri­bune: TL. 8.000.
We drinken wat in het park: TL. 7.000.
Met de dolmuş naar Sa­man­dağ voor TL. 4.000 (twee per­so­nen) en ver­der met de dol­muş naar Çev­lik (Ka­pı­suyu) om de Tü­nel van Ves­pi­a­nus Ti­tus te zien.
We eten samen voor TL. 37.000 (f. 9,25).
We gaan met de dol­muş te­rug naar Sa­man­dağ. Vóór ons zit­ten twee jon­gens met el­kaar een beet­je te vrij­en. Een van hen is een nich­te­rig ty­pe met oor­ring. SK. spreekt ze aan. Een van de twee heet A. en komt uit Duits­land en is Duit­ser, de an­der heet I. en is een lo­ka­le be­kend­heid (zan­ger). De ou­ders van A. zijn van hier. Hij is een Turk­se Ara­bier en Ala­wiet. Met A. trek ik ver­der op. SK. zit er ver­der voor Piet Snot bij. Hij wordt zelfs kwaad als A. (en ik dus ook, want A. is dan wel geen ho­mo, maar wel erg mooi) be­sluit om een an­de­re reis­rou­te naar An­tak­ya te ne­men dan SK. wil. In An­tak­ya wil ik SK. kwijt, wat lukt en A. en ik gaan naar Har­bye (Def­ne) waar we wat drin­ken en ver­tel­len. A. be­taalt bij­na al­les. Ik maar een beet­je.
Terug in Antakya gaan we naar de Pi­za­ra­de van D. in de Ata­türk Cad. D., die toch ja­ren in Duits­land werk­te, spreekt maar ge­brek­kig Duits. (“Al­les ver­ge­ten”, ver­ont­schul­digt hij zich.)
A. (circa 18 jaar), is net als al­le an­de­re Turk­se man­nen, hij praat over vrou­wen al­leen in sek­su­ele ter­men. (Ik doe voor de vorm mee.) A. wil even naar huis en zal bin­nen een half uur te­rug zijn.
Ik ga in het ho­tel dou­chen en ga te­rug naar de Pi­za­ra­de. A. komt niet meer. D. belt naar zijn ou­ders, maar daar is hij niet.
A. zou van zijn neef I. een vrouw voor een nacht ca­deau krij­gen, dus daar zal hij wel meer trek in heb­ben dan met mij en D. in de (du­re?) dis­co rond te sprin­gen.
Bij D. eet ik een piz­za (TL. 12.000) en wan­del door het park
Ik zou om 22.00 uur te­rug zijn om sa­men met hem uit te gaan, maar ik heb er niet veel zin in en ga naar hem om de af­spraak af te zeg­gen. Zijn Duits is nog slech­ter dan ik dacht. Hij be­grijpt me nau­we­lijks. Hij maakt een nieu­we af­spraak voor mor­gen­mid­dag, maar ik weet nu al dat ik daar niet op in zal gaan. Ie­der­een wil wel een graant­je mee­pik­ken uit mijn beurs, be­hal­ve A., die rom­mel koopt om ar­me men­sen te hel­pen.
A., die over ‘Ma­de in Tur­key‘ zegt: “Schmeiß es doch gleich zum Fen­ster hi­naus.” [Gooi het maar me­teen uit het raam.] (en waar ik la­ter in Sy­rië en Tur­kije vaak aan moet den­ken) is een iet­wat sim­plis­tisch fi­guur. Hij, als Ala­wiet, vind hij Ha­fez al-As­sad een goe­de lei­der en is ook be­zorgd (als al­le Ala­wie­ten) over de op­vol­ging van de­ze dic­ta­tor. Ala­wie­ten zijn vol­gens hem de eni­ge ech­te ge­lo­vi­gen. (Hij leert op een gym­na­sium in Frank­furt en moet, vol­gens mij, nog veel le­ren.)
Tegen D. zeg ik dat ik naar bed ga, maar ik zit in het park van circa 22.30 tot 00.00 uur. De man­nen zijn hier niet in­te­res­sant.
A. kende hier enkele vrien­den, die mij wel eens even Ara­bisch wil­den le­ren, maar zelf kon­den ze het niet le­zen of schrij­ven.
Verschillende mensen wil­den met mij naar Ne­der­land. Waar­om kun­nen die jon­ge­man­nen niet al­leen rei­zen? Ze wil­len al­tijd een be­ge­lei­der, ook al zijn ze ou­der dan 25 jaar? (Ook in Sy­rië wil­den ze met mij mee­rei­zen en niet al­leen. Zijn ze zo on­zelf­stan­dig?)
In het park in An­tak­ya komt een ou­de man naast mij zit­ten en spreekt me in het Turks aan. Als ik het En­gels ant­woord geef, schudt hij ver­baasd zij hoofd. Hij gaat ver­der in het Turks en wordt kwaad als ik En­gels blijf praten. Hij grijpt me krach­tig bij de arm en wijst in een rich­ting. Ik sta op en loop weg. Ik ga on­der een lamp zit­ten en wil niet meer las­tig ge­val­len wor­den. Ik luis­ter naar de mu­ziek en zang van het na­bu­rig hu­we­lijks­feest. Die zijn er nu veel. SK. was ook al naar een brui­loft.
Eén bier in het ho­tel (blik, want fles is een pro­bleem, we­gens het sta­tie­geld): TL. 6.000.
Over TL. 323.500. Ik heb dus f. 25,00 uit­ge­ge­ven van­daag. (TL. 100.000.)


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Sa­man­dağ:
GM., Wi.
Ka­pı­suyu:
GM., Wi.
Ti­tus Tü­neli:
GM., Wi.
Def­ne:
GM., Wi.

Ala­wie­ten:
Ha­fez Al-As­sad:

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

24 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7482) Gis­te­ren­mid­dag kwam ik in Is­ken­de­run aan. ’s Avonds pro­beer­de taxi­chauf­feur ET. druk op me uit te oe­fe­nen om van hem ‘an­tie­ke mun­ten’ te ko­pen (ver­val­sinvgen). Is­ken­de­run be­zorgt me dus een on­ge­mak­ke­lijk ge­voel en ik be­sluit een dag eer­der te ver­trek­ken dan ik van plan was. Ik ga naar An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay). Daar ‘val’ ik in han­den van ‘toe­ris­ten­gids’ SK. die ge­deel­te­lijk op mijn kos­ten gaat le­ven, maar die wel aar­dig is. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Vrijdag, 24 juli 1992.
Iskenderun – Antakya.
Op 7.30 uur.
Ik besloot te vertrekken. Om 9.00 sta ik be­ne­den en be­taal. De ho­tel­baas sput­tert te­gen en zegt dat ik gis­te­ren nog zei twee da­gen te blij­ven.
“I don’t remember”, zeg ik.
Dat hij zich daar­op niet kan her­in­ne­ren dat hij gis­te­ren TL. 1.500 te veel van mij nam, ver­won­dert me niet.
Eerst kan hij niet te­rug­ge­ven van TL. 100.000, maar na een poos­je krijg ik toch nog TL. 10.000.
Bij het Toerist In­fo vraag ik naar het mi­ni­bus­sta­tion en zij [meis­je] vraagt mij naar het Kıyı-ho­tel.
Ik zeg: “No com­ment.” Zij lacht uit­bun­dig. (Zie ook gis­te­ren.)
De bus naar An­ta­kya kan ik niet di­rect vin­den, maar een man brengt me er­heen.
Daar vertelt mij iemand de ge­brui­ke­lij­ke praat­jes, na­me­lijk dat Is­ken­de­run toch veel mooier is dan An­ta­kya.
Bus naar Antakya kost TL. 8.000 (f. 2,00) (Ver­ge­lijk gis­te­ren in Is­ken­de­run lo­kaal: TL. 20.000!) (58 ki­lo­me­ter voor f. 2,00!)
In de bus heb ik een cri­sis: Wat doe ik hier? Ik kan wel jan­ken. Wat doe ik hier in dit stof­fi­ge, he­te land, zo moe­der­ziel al­leen?
Mooi uitzicht bij het pas­se­ren van een berg­pas en mooie re­li­gieu­ze mu­ziek doen mijn down­stem­ming snel ver­dwij­nen.
Een echtelijke ruzie wordt in de bus, tot ont­stel­te­nis van de me­de­pas­sa­giers, met over en weer hand­tas­te­lijk­he­den, uit­ge­voch­ten. Een luid hui­len­de echt­ge­no­te schreeuwt naar de af en toe zeer kwa­de en mep­pen­de echt­ge­noot, maar zij slaat ook te­rug.
Het speet me voor mijn af­spraak met M., he­den­avond om 22.00 uur, maar ik vrees dat hij er niet al­leen zal zijn, maar met veel vrien­den, die ook kun­nen mee­drin­ken van een rij­ke bui­ten­lan­der.
Eigenlijk was ik op de vlucht en zo voel­de ik het ook. Op de vlucht voor de zich om mij slui­ten­de druk van men­sen die op een (vol­gens mij) on­re­de­lij­ke ma­nier geld van mij wil­len be­mach­ti­gen. ET. is na­tuur­lijk heel arm, maar dat hij denkt dat hij mij waar­de­lo­ze rom­mel kan ver­ko­pen, ir­ri­teert me en maakt dat ik uit Is­ken­de­run weg wil, maar ik wil er best nog wel eens te­rug, want ’s avonds is het er lek­ker. Ik wil ech­ter niet meer al­leen daar naar toe.
Circa 11.00 uur Antakya Toe­rist In­for­ma­tie. (In het Frans.)
SK., student, leeft van toe­ris­ten. Trekt tot cir­ca 18.00 uur met me op. Hij be­zorgt me in ho­tel Gü­ney een ka­mer, een­per­soons, douche, toi­let: TL. 40.000.
Voor TL. 15.000 wordt mijn was ge­was­sen.
In het hotel vraag ik hem of ik voor zijn dienst­en moet be­ta­len, maar dat wijst hij ver­ont­waar­digd af.
Ik neem een douche en ga dan met hem eten, wat ik betaal. (TL. 44.000: f. 11,00)
Mu­seum: stu­den­ten­prijs, TL. 5.000 (helft). Hij heeft vrij toe­gang.
Bar: hij kiest er de duur­ste (20.000) sand­wich.
Sint Pieterskerk met de dol­muş. We blijven er cir­ca twee uur. Ver­tel­len met men­sen in Duits, Frans en En­gels.
Een Duitse vrouw (Turks van ge­boor­te) ver­telt me over de waar­de­lo­ze me­dia in Tur­kije, met voort­du­rend naak­te vrou­wen in de kran­ten en po­si­tie­ve be­richt­ge­ving over Tur­kije. Al­les wat de kran­ten schrij­ven ge­lo­ven de Tur­ken.
“De Turken zijn als hon­den die men een been voor smijt, dat naar vlees smaakt, maar er zit geen vlees op.”, zegt zij. Dat been zijn de im­mer lo­ze be­lof­ten van de re­ge­ring.
Hotel: rond 17.30 uur.
SK.: “Zal ik thuis eten of met jou?”
Ik: “Eet maar thuis, ik ben niet zo rijk.” Hij is te­leur­ge­steld en zegt dat hij het zich zal her­in­ne­ren. (Zal ont­hou­den.)
Met SK. gaf ik TL. 71.000 uit. Ik heb nog TL. 449.000 over. Ik wil voor Sy­rië geen geld meer af­ha­len.
Douche.
Brood, yoghurt en wa­ter eten en drin­ken.
De winkel­be­dien­de moest aan de baas de (toe­ris­ten-)­prijs van de yog­hurt vra­gen. (TL. 3.000.)
Rond 20.00 uur komt SK. Hij droomt om naar Frank­rijk op va­kan­tie te gaan. In mijn boek van Tho­mas Cook*(1) zoekt hij al­le trei­nen uit die (even­tueel via Praag) naar Pa­rijs gaan.
Een Jeugdherberg kost circa f. 12,00 per nacht. “Niet duur,” zeg ik, “cir­ca TL. 48.000.”
Hij valt bij­na ach­ter­over. Zo duur. Dat is on­be­taal­baar.
Hij wil van zijn vader een sub­si­die van een half mil­joen TL. krij­gen. (f. 125,00.) (In­ter­rail*(2) kost (in Ne­der­land) al f. 570,00.)
SK. wil met zijn va­der rei­zen, die geen In­ter­rail zal krij­gen, maar de vol­le prijs moet be­ta­len. Ik ver­tel hem maar niet dat ik in Bu­da­pest in The Guar­dian las, dat van­af vol­gend jaar de zui­de­lij­ke lan­den niet meer met In­ter­rail mee­doen.
Hij droomt en ik laat hem dro­men. Hij spaart zijn geld, be­ter dan dat hij het aan de gok­kast uit­geeft. Ik ad­vi­seer hem el­ke ge­spaar­de TL. om te zet­ten in Dol­lars of Mar­ken, we­gens de vre­se­lij­ke in­fla­tie in Tur­kije. (Een pas­poort, voor de mees­te Tur­ken on­mo­ge­lijk te krij­gen, is voor hem, als toe­kom­stig stu­dent me­di­cij­nen niet on­mo­ge­lijk.)
SK. zit, net als ie­de­re man in Tur­kije (en Sy­rië) con­stant aan zijn lul te pluk­ken. Ik word er ech­ter niet heet van. Hij is niet on­knap, op jeugd­puist­jes na, maar ik zag bloed stro­men uit zijn tand­vlees, rond zijn tan­den en hij heeft el­ke twee mi­nu­ten last van een droog hoest­je. Bo­ven­dien kan hij geen kou­de dran­ken drin­ken, an­ders heeft hij last van keel­pijn. Toch loopt hij (naar ei­gen zeg­gen) de ma­ra­thon en is al­tijd in trai­ning.
Later wandelen we door het park, waar al­les met la­waai en mu­ziek is (veel hu­we­lijks­par­tijt­jes), drink­hal­len waar man­nen en fa­mi­lies ge­schei­den moe­ten zit­ten. Man­nen met een (of meer) vrouw(en) moe­ten in het fa­mi­lie­deel zit­ten. Man­nen al­léén [zon­der vrouw] moe­ten in het man­nen­deel zit­ten.
We aten ’s lands mier­zoe­te spijs: meel, kaas, sui­ker. (Met ’s lands be­doel ik: An­ta­ki­aans.)
Bier en Fanta, maar SK. drinkt geen al­co­hol en kan ook de kou­de Fan­ta niet drin­ken.
Hotel. We zoeken nog trei­nen naar Pa­rijs uit.
Ik zocht ook kran­ten met we­reld­nieuws. Hoe zit het met Tsjechië en Slo­wa­kije? Ik hoor­de dat ze uit el­kaar zijn. Komt er oor­log van? Ik weet het niet.
SK. gaat rond 23.00 uur.
SK. wil arts worden. Hij is pas 17 jaar, maar ziet er (na­tuur­lijk) veel ou­der uit.
Ik besluit hem US$ 20,00 te ge­ven, voor­dat ik ga, want hij is echt aar­dig en droomt van Frank­rijk. (En zijn ma­ger 17-jarig vrien­din­net­je, daar.)
Bed tegen 00.00 uur.
Over: TK. 423.500 (f. 105,88)


*(1)
Thomas Cook European Rail Ti­me­table. Tho­mas Cook. Zoals de ti­tel van het boek al zegt is dit een pub­li­ca­tie met de dienst­re­ge­ling van al­le trei­nen in Eu­ro­pa en zeer nut­tig als je met de trein dit con­ti­nent wil ver­ken­nen.

Te­rug.

*(2)
Interrail-ers rei­zen voor f. 570,00 dwars door Eu­ro­pa, Tur­kije en Ma­rok­ko, één maand lang. Zij ne­men bij voor­keur lan­ge trein­tra­jec­ten ’s nachts en spa­ren zo ho­tel­kos­ten. Het na­deel be­staat hier­uit: zij wil­len nie­mand in de cou­pé er­bij heb­ben en hou­den de deur dus ge­slo­ten. Zo is de kans om an­de­re men­sen te ont­moe­ten erg klein.
Wikipedia: Interrail/Geschiedenis.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.
Antakya:
GM., Wi.
Sint Pieterskerk:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.