Orient Express 1992-overzicht

Chronologisch overzicht Orient Express.

Hongarije, Turkije, Syrië.



1992


Juli: 12, 1926. Augustus: 2, 9, 16.
MenuEinde.


De trein­reis van­uit Am­ster­dam via Ut­recht, door Duits­land rich­ting We­nen. Me­de­pas­sa­giers zijn de Interrail-ers M. en haar vriend JM., bei­den uit de om­ge­ving van Ut­recht.


Van­daag kom ik per trein, via We­nen, in Bu­da­pest aan en huur daar een bed in een hos­tel Fel­vin­ci. ’s Avonds ga ik met een in­ter­na­tio­naal groep­je uit. En­ke­len in mijn ge­zel­schap wor­den lad­der­zat.

Dit is mijn tweede dag in Bu­da­pest. Ik ver­blijf in hos­tel Fel­vin­ci. Van­daag be­zoek ik Mar­gits­zi­get (Mar­gits-ei­land) en be­won­der daar het sexy vrou­we­lijk schoon.

Ik ver­blijf in Bu­da­pest. Van­daag be­zoek het park Vá­ros­li­get en zie daar dat oude men­sen in de bos­jes neu­ken. Ver­der be­won­der ik het vrou­we­lijk schoon. – Ik schrijf ook nog iets over de man­nen in Bu­da­pest.

Deze och­tend ver­trek ik al vroeg uit Bu­da­pest. Van­daag ga ik met de trein op weg naar Istan­bul. In de trein ont­moet ik niet al­leen een ‘en­gel­tje‘, maar ook ar­moe­de en ‘po­li­tie­ke toe­stan­den’ in een in­een­stor­tend Joe­go­sla­vië.


In de och­tend kom ik in Istan­bul aan. Daar neem ik mijn in­trek in Ho­tel Ana­do­lu, dat op loop­af­stand ligt van de voor­naam­ste be­ziens­waar­dig­he­den in die stad.

Mijn twee­de dag in Istan­bul. Ik be­zoek de Aya So­fia en de Blauwe Mos­kee (Sul­tan Ah­met­mos­kee). Ik stoor me aan wes­ter­se toe­ris­ten die wes­ter­se mu­ziek wil­len ho­ren.

Juli: 12, 1926. Augustus: 2, 9, 16.
MenuEinde.


De der­de dag in Istan­bul. Ik be­zoek het Top­kapı-pa­leis en be­won­der daar voor­al de mooie vrou­we­lijke toe­ris­ten.

Op deze vier­de dag in Istan­bul be­zoek ik het Azi­a­tische deel van de stad, aan de over­zij­de van de Bos­po­rus, want daar ligt het trein­sta­tion van­waar ik ver­der moet rei­zen als ik in Sy­rië wil ge­ra­ken.

Dit is mijn vijf­de en (voor­lo­pig) laat­ste dag in Istan­bul. Ik dwaal wat door de stad. ’s Avonds ga ik naar Hay­dar­paşa, aan de over­kant van de Bos­po­rus, in het Azi­a­tische deel van Istan­bul, van­waar mijn trein naar An­ka­ra vertrekt. Ik heb een in­te­res­san­te me­de­rei­zi­ger.


Deze och­tend kom ik per trein aan in An­ka­ra en van­avond zal ik al weer ver­der rei­zen (ook met de trein: Çu­ku­ro­va Eks­presi) naar mid­den-zui­den van Tur­kije (Çu­ku­ro­va). Maar eerst ont­moet ik twee, ken­ne­lijk ty­pische, Turk­se man­nen in het Genç­lik Par­kı (Jeugd­park) in het ou­de cen­trum van An­ka­ra.
Ook leer ik dat het ge­vaar­lijk kan zijn om zo­maar con­tact pro­be­ren te leg­gen met vrou­wen.


Deze och­tend ar­ri­veer ik in de streek Çu­ku­ro­va, in de stad Ada­na, waar ik en­ke­le jon­ge Tur­ken ont­moet. Ik reis ver­der, weer met de trein, naar de stad Is­ken­de­run, in de pro­vin­cie Ha­tay. In de­ze trein zit een heel stel mooie meis­jes. In Is­ken­de­run wil een ar­me man zijn in­ko­men ver­be­te­ren door te pro­be­ren mij giet­ij­ze­ren mun­ten te ver­ko­pen, zo­ge­naamd ‘eeuw­en oud’.


Ik vlucht uit Is­ken­de­run, per bus en ga naar An­tak­ya (An­ti­ochië / Ha­tay). On­der­weg heb ik een cri­sis, maar kom er weer boven­op. In An­tak­ya word ik on­der de ‘hoe­de’ ge­no­men van een toe­ris­ten­gids, die daar­mee een paar cen­ten ver­dient.

Ik ben in An­tak­ya (An­ti­ochië / Ha­tay) en sa­men met de toe­ris­ten­gids SK., maar ook een an­de­re jon­ge­man, ver­ken ik de om­ge­ving. Ik hoor ook kri­tiek op Tur­kije, door de Tur­ken zelf.

Juli: 12, 1926. Augustus: 2, 9, 16.
MenuEinde.


Dit wordt voor­lo­pig mijn laat­ste dag in An­tak­ya (An­ti­ochië / Ha­tay). Ik ga mor­gen naar Sy­rië en daar­om on­der­neem niet meer zo­veel in de­ze stad. De toe­ris­ten­gids SK. wiens on­kos­ten ik be­taal­de, heeft een nieuwe melk­koe ge­von­den.


Van­daag ver­laat ik An­tak­ya (An­ti­ochië / Ha­tay) in Tur­kije. Ik ver­trek naar Alep­po in Sy­rië en zoek daar een goed­koop ho­tel. Ik maak ken­nis met de toe­ris­ten­gids J.

Van­daag is mijn twee­de dag in Alep­po (Sy­rië). Het ho­tel be­valt me niet en ik ga naar een an­der, maar dat blijkt nog slech­ter, rond­uit sme­rig. – Ik leer wat over de hu­we­lijks- en op­voe­dings­pro­ble­ma­tiek in Sy­rië. – In een park spreek ik met veel men­sen Ara­bisch. Dat gaat moei­zaam, want ik be­heers die taal nog niet goed ge­noeg. – Ik hoor daar ook dat, vol­gens de Sy­riërs, Adolf Hit­ler een goe­de man was, om­dat hij de jo­den ver­moord­de. Ik kan mijn oren niet ge­lo­ven.

Op deze der­de dag in Alep­po (Sy­rië) zoek ik weer een an­der ho­tel. Ik kies voor een (re­la­tief) duur ho­tel, maar wel met douche. – Ik haal de pas­fo­to’s op die ik gis­te­ren liet ma­ken, maar her­ken mij­zelf daar niet op. Ben ik zo jong (ge­wor­den)? – Ik praat met een aan­tal men­sen op de markt en koop een nieuwe broek.


Ik ben in Alep­po (Sy­rië). – Tij­dens de ge­sprek­ken met al­ler­lei men­sen valt het me op dat er al­tijd de­zel­fde on­der­wer­pen wor­den aan­ge­sne­den: vrou­wen (echt­ge­no­tes), kin­deren, geld en geloof. Ik begin dat saai te vin­den. – Ik ver­trek deze mid­dag naar het oos­ten van het land, naar de stad Deir al-Zor. Ik kies he­laas voor de eer­ste klas, om­dat die zo spot­goed­koop is, maar het blijkt dat de meest in­te­res­san­te men­sen in de twee­de klas zit­ten. – In het don­ker be­reik ik mijn be­stem­ming en een sol­daat helpt mij bij het zoe­ken van een ho­tel.

Ik ben in Deir al-Zor, een stad in het oos­ten van Sy­rië, die aan de ri­vier de Eu­fraat ligt en niet zo ver ver­wij­derd is van de grens met Irak. (100 km.) – Ik slen­ter door de stad en ont­moet er een jong meis­je dat me bij haar thuis uit­no­digt en ik maak ken­nis met haar fa­mi­lie en met nog een an­der meis­je waar ik, door haar spon­ta­ne ge­drag een beet­je ver­liefd op wordt. – Rond en op de voet­gan­gers hang­brug over de Eu­fraat han­gen veel knap­pe jon­ge­man­nen. Op die brug word ik ook door een jon­ge­man met een mes be­dreigd. Ik trek me er niets van aan en loop door. Dat heeft geen con­se­quen­ties, maar wel het vol­gen­de. Ik bega he­laas de fout om in een res­tau­rant, met uit­zicht over de Eu­fraat, rauw­kost te eten. Dat breekt me le­lijk op.

Ik ben in Deir al-Zor, een stad in het oos­ten van Sy­rië, die aan de ri­vier de Eu­fraat ligt en niet zo ver ver­wij­derd is van de grens met Irak. (100 km.) – Door het eten van rauw­kost (sa­la­de) gis­te­ren heb ik een voed­sel­ver­gif­ti­ging op­ge­lo­pen. Ik be­zoek het lo­ka­le zie­ken­huis op zoek naar me­dische hulp en krijg een in­jec­tie en een hand­vol pil­len voor­ge­schre­ven. Ik mag voor­lo­pig niets an­ders meer eten dan to­ma­ten en yoghurt. In de loop van de dag word ik nog twee keer mis­se­lijk.


Juli: 12, 1926. Augustus: 2, 9, 16.
MenuEinde.


Ik ben in Deir al-Zor, een stad in het oos­ten van Sy­rië, die aan de ri­vier de Eu­fraat ligt en niet zo ver ver­wij­derd is van de grens met Irak. (100 km.). – De­ze och­tend ver­trek ik naar Da­mas­cus en ont­moet daar A. die ik op 28 juli jl. in Alep­po ont­moet­te en die mij naar het ho­tel mee­neemt waar zij en haar zus­ter ook lo­ge­ren: het Len­te­ho­tel, een oa­se van rust in het la­waai­e­ri­ge cen­trum van de hoofd­stad.

Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. Ik lo­geer in het Foen­doeq al-Rabie’ (het Len­te­ho­tel) in het cen­trum van de stad. Ik werd al vroeg ge­wekt door na­bu­ri­ge sloop­werk­zaam­he­den. Om­dat er een bij­zon­der knap­pe jon­ge­man aan het werk is, blijf ik lan­ger in het ho­tel, maar ’s mid­dags trek ik er toch op uit. Ik dwaal een beet­je door de stad. Kom in twee ver­schil­len­de parken, maar ook in een zeer mo­der­ne au­to­vrije wijk, waar jon­gens en meis­jes vol­gens de laat­ste mo­de ge­kleed zijn.

Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. Ik lo­geer in het Foen­doeq al-Rabie’ (het Len­te­ho­tel) in het cen­trum van de stad. – Bij het om­wis­se­len van Tra­vel­ler­che­ques moet ik veel ge­duld op­bren­gen. – Ik ga met twee vrien­din­nen ijs eten in de soek en la­ter (een­vou­dig) di­ne­ren in een bui­ten­wijk van Da­mas­cus. Tus­sen­door zoek ik nog en­ke­le boe­ken voor mijn stu­die van het Ara­bisch.

Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. Ik lo­geer in het Foen­doeq al-Rabie’ (het Len­te­ho­tel) in het cen­trum van de stad. – Ik be­zoek van­daag het mu­seum voor kunst en volks­tra­di­ties in het Azm-pa­leis, maar heb daar meer be­lang­stel­ling voor de be­zoe­kers van bei­der­lei kun­ne dan voor het ten­toon­ge­stel­de. – Ik koop een bruik­baar boek voor mijn stu­die Ara­bisch. – Ik ont­moet een aan­tal Koer­den van de PKK die Hit­ler en de dic­ta­tor van Sy­rië, Ha­fiz al-Asad, fan­tas­tische ke­rels vin­den. – Ik stel een mooie, maar ma­ge­re, Soe­da­nees te­ver­geefs voor om met mij het bed te delen.

Ik ben nog steeds in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. Ik lo­geer in het Foen­doeq al-Rabie’ (het Len­te­ho­tel) in het cen­trum van de stad. – Er komt een aan­trek­ke­lij­ke Fran­se jon­ge vrouw in het ho­tel. – Op straat moet ik tel­kens de­zef­de soort ge­sprek­ken voe­ren over ge­loof, vrou­wen, kin­de­ren en geld. Het be­gint me stier­lijk te ver­ve­len.

Ik ben nog steeds in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. Ik lo­geer in het Foen­doeq al-Rabie’ (het Len­te­ho­tel) in het cen­trum van de stad. – Ik maak nieuwe vrien­den in het ho­tel. – Wij al­len den­ken dat we door de ge­hei­me po­li­tie in de ga­ten wor­den ge­hou­den. – Op straat biedt een jon­ge­man me een pros­ti­tuee aan.

Ik ben nog steeds in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. Ik lo­geer in het Foen­doeq al-Rabie’ (het Len­te­ho­tel) in het cen­trum van de stad. – Ik laat van­daag mijn vi­sum ver­len­gen maak daar mee wat ech­te bu­reau­cra­tie in­houdt. – Met mijn in­ter­na­tio­na­le vrien­den dis­cus­sieer ik over de Eu­ro­pe­se de­mo­cra­tieën en over gods­dienst. – ’s Avonds gaan we duur, maar wel lek­ker eten.

Juli: 12, 1926. Augustus: 2, 9, 16.
MenuEinde.


Ik ben nog steeds in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. Ik lo­geer in het Foen­doeq al-Rabie’ (het Len­te­ho­tel) in het cen­trum van de stad. – Ik haal van­daag mijn pas­poort weer op bij de po­li­tie. – Tij­dens mijn be­zoek aan het Na­tio­naal Mu­se­um kom ik die ‘gek­ke’ Egyp­te­naar weer te­gen die me in Alep­po ook al ver­veel­de. – In de Omaj­ja­den­mos­kee ga ik een paar uur sla­pen en ‘schui­len’ te­gen de hit­te. (Er lig­gen daar veel meer men­sen te sla­pen.) – ’s Avonds speelt de vrouw uit mijn ge­zel­schap op de pia­no in een duur ho­tel.

Van­daag blijf ik voor­na­me­lijk in mijn ho­tel in Da­mas­cus sla­pen. Ik ver­tel een tijd­je met een Ala­wiet die werkt als be­wa­ker van een ge­bouw is en die ze­ker weet dat in Euro­pa al­le vrou­wen pro­mis­cue zijn. – Voor het eerst tij­dens de­ze va­kan­tie heb­ben de mug­gen mij te gra­zen ge­no­men.


Van­daag ga ik met de bus naar de stad Hama, ten noor­den van Da­mas­cus. Deze stad is be­roemd van­we­ge zijn wa­ter­ra­de­ren / wa­ter­wie­len: Nawa’ier (noeria’s). – Ik over­nacht op het dak­ter­ras van het ho­tel, bui­ten.


Ik ben in Hama en boek een bus­reis naar Alep­po, laat in de mid­dag. Ik blijf de he­le dag in de scha­duw, want het is smoor­heet in Hama. ’s Avonds komt de bus niet. Ik ga dan met de trein naar Alep­po.

Van­daag ben ik in Alep­po, voor de twee­de keer, deze va­kan­tie. Ik boek een bus­rit naar Istan­bul voor mor­gen. Ik blijf van­daag nog in Alep­po ‘han­gen’. – Op straat zie ik twee jon­gens uren­lang met el­kaar flir­ten, be­tas­ten, ook tus­sen de be­nen, en sek­su­eel ge­tin­te spel­let­jes met el­kaar spe­len en plein pu­blic. Nie­mand zegt er wat van of stoort zich er­aan. Ken­ne­lijk doet ieder­een dat!

Om 6.30 uur in de och­tend ver­laat de bus een heer­lijk koel en aan­ge­naam Alep­po. De chauf­feurs van de bus heb­ben meer aan­dacht voor hun smok­kel­waar, whis­ky, dan voor de pas­sa­giers. In de Turk­se plaats An­tak­ya, waar ik van 24 tot 27 juli ook ver­bleef, stap ik over in de bus naar Istan­bul. De rit gaat door een fan­tas­tisch mooi, ro­man­tisch land­schap. Rond mid­der­nacht zijn we op Au­to­gar An­ka­ra, maar de bus blijft er maar kort. Ver­der gaat het, rich­ting Istan­bul.


Om 7.30 ’s Och­tends zijn we in Istan­bul: Top­ka­pı Au­to­gar / Ana­do­lu Au­to­gar, de eind­hal­te van de­ze 1.350 km lan­ge bus­rit. Ik boek me­teen een nieuwe bus­rit, naar Salz­burg in Oos­ten­rijk. – In het cen­trum van Istan­bul ga ik me in een ham­mam (bad­huis) ver­fris­sen en dou­chen. Om geld te be­spa­ren loop ik de gro­te af­stand naar de Ana­do­lu Au­to­gar terug. Als de bus ver­trekt blijkt dat men mij een plaats toe­ge­we­zen heeft bo­ven op de ra­dia­tor, die alleen maar war­me lucht uit­stoot en bo­ven­dien kan ik mijn voe­ten niet ver­plaat­sen. Na vier uur stap ik uit en over­nacht in een ho­tel in de plaats Edir­ne.


Juli: 12, 1926. Augustus: 2, 9, 16.
MenuEinde.


Ik over­nacht­te in een ho­tel in Edir­ne. Van­daag neem ik een bus te­rug naar Istan­bul. In de­ze bus zit­ten ook vrou­wen die als pros­ti­tuee in Tur­kije (pros­ti­tu­tie is daar le­gaal) wil­len gaan wer­ken. Er is zelfs een vrouw uit Oez­be­ki­stan bij, die meer dan 6.000 km reis­de om in Tur­kije te ko­men. – Van­uit het bus­sta­tion in Istan­bul neem ik een ta­xi naar de lucht­ha­ven en wil daar me­teen een vlucht naar Mün­chen boe­ken, maar rea­li­seer me dat de tic­kets wel erg duur zijn, veel duur­der dan de trein. Daar­op ga ik te­rug naar het cen­trum en huur een bed in de slaap­zaal van het ho­tel Ana­do­lu, waar ook twee aar­di­ge En­gel­se meis­jes zijn. Ik ver­bleef eer­der in dit ho­tel, na­me­lijk van 17 tot 21 juli jl.

Het ein­de van mijn va­kan­tie in het Mid­den-Oos­ten en Tur­kije is in zicht. Ik boek van­daag een vlieg­reis van­uit Istan­bul naar Am­ster­dam Schip­hol, vet­rek: mor­gen­och­tend. – Ik voer van­daag een twee­tal ge­sprek­ken met jon­ge Tur­ken over hun land en leer dat het in Tur­kije mo­ge­lijk is om atheïst te zijn, zon­der dat je daar na­de­len van on­der­vindt, maar dat je niet mag twij­fe­len aan de leer van de stich­ter van de staat: Mus­ta­fa Ke­mal Ata­türk.

Al vroeg in de och­tend ver­trek ik per vlieg­tuig uit Istan­bul naar Am­ster­dam Schip­hol. – Dit is mijn eer­ste vlucht ooit met een ver­keers­vlieg­tuig. Ik was een beet­je on­ge­rust over het over­ge­wicht van mijn ba­ga­ge, maar er zijn Tur­ken die meer dan twee­hon­derd ki­lo aan ba­ga­ge bij zich heb­ben en er kraait geen haan naar, dus ook niet bij mij.

Juli: 12, 1926. Augustus: 2, 9, 16.
Menu Over­zicht 1972-1990.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s