Jemen 1997: chronologische volgorde


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 19 november

  • 19 november 1997

    Typische huizen in de oude stad van Sana’a.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9426) Ik ver­trek van­daag naar Ṣanaᶜā’, de hoofd­stad van Je­men, om later in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm te gaan wer­ken. Ik zal 48 da­gen van huis zijn. Dit is de twee­de keer dat ik in Je­men ben voor werk. In het voor­jaar van 1996 ver­bleef ik al drie maan­den in Ta­rīm. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Woensdag, 19 november 1997.
    Leiden – Sana’a: 1/47.
    Op 5.00 uur.
    Afspraak is dat de taxi 7.50 uur zal ko­men. [Ver­ver­straat.]
    Ik bel rond 8.00 uur. De taxi zou er zijn, maar mijn huis­num­mer niet kun­nen vin­den. Dat komt, zegt de chauf­feur la­ter te­recht, om­dat de straat aan het an­de­re eind West-Ha­ven­straat heet.
    We halen XX. op. (Ik laat er een zak vuil­nis ach­ter, ver­pakt in een C&A-zak, om de taxi­chauf­feur niet te ‘schof­feren’.)

    Trein

    XX. gaat mee naar het Sta­tion. Als de trein van 8.31 uur (met vijf mi­nu­ten ver­tra­ging) komt, blijkt de in­gang naar het Eer­ste­klas com­par­ti­ment toch wel erg smal. (Smal­ler dan de Twee­de­klas?) Ik kocht Eer­ste­klas kaart­jes voor ons bei­den, maar het is druk en het por­taal [bal­kon] staat ook vol met Twee­de­klas­sers. Na enig ge­doe, lukt het ons om in de bij­na vol­le Eer­ste­klas toch een krap plaats­je te vin­den.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Schiphol

    Inchecken in Schip­hol kan di­rect. Ik zet 40,8 kg. op de weeg­schaal en be­weer glas­hard dat de hand­ba­ga­ge lich­ter is dan 10 kg. (Was on­ge­veer 15 kg.) Ik moet 792 gul­den over­ge­wicht be­ta­len voor 15 kg. Ik doe dat met 420 US-dol­lar en 30 Ne­der­land­se cen­ten.
    In afwachting van het ver­trek in het dak­res­tau­rant pro­beert XX. in een bij­na niet af­la­ten­de woor­den­stroom haar kwa­li­tei­ten aan te prij­zen en de kwa­li­tei­ten van al­le an­de­re be­ken­de vrou­wen te mi­ni­ma­li­se­ren. Het liefst zou ik zwij­gend en stil voor mij uit wil­len heb­ben sta­ren, dro­men en ge­nie­ten van dat sexy kont­je van dat blond­je voor me in haar strak­ke zwar­te broek. Slechts een expres uit­ge­breid toi­let­be­zoek brengt de ver­lang­de rust. Me­teen als het tijd is ga ik in­stap­pen en ga bij­na aan boord van het vlieg­tuig naar Mon­treal, Ga­te F. 8, ter­wijl ik bij Ga­te F. 7 moet zijn. Ik was al door de me­taal­de­tec­tor.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Vlucht

    Mijn stoel is 34 A, bij een raam, niet ro­ken, niet bo­ven een vleu­gel en aan de lin­ker­kant. (Van­we­ge de zon.)
    Naast mij komt nie­mand. Het vlieg­tuig is bij lan­ge na niet vol.
    Er zijn half­naak­te mos­lims op weg naar Mek­ka, in staat van Ih­raam*(1), met hun wit­te doe­ken om. (Hoe heet dat ook al weer?)
    Verder zijn er veel ‘olie­boe­ren’ van Yemen Hunt*(2) en met een van hen be­gin ik een ge­sprek, tij­dens de tus­sen­stop in Djed­dah [Saoe­di-Ara­bië].
    Hij en een ander wer­ken off­shore in de Ro­de Zee op een ter­mi­nal waar tan­kers de in de woes­tijn ge­von­den olie la­den. De rest van die man­nen werkt daar, in de woes­tijn.
    Hij werkt al drieën­half jaar in Je­men. 28 da­gen op zijn me­ta­len ei­land en 28 da­gen bij zijn vrouw in En­ge­land. (Het be­taalt niet veel, maar hij heeft dus per jaar een half jaar vrij.) Het moet uit de leng­te of de breed­te ko­men.) Van Je­men zag hij niet meer dan Baab al-Yemen en (van­uit de he­li­kop­ter die hem van­uit Sana’a naar zijn ei­land brengt) en het berg­land­schap met de ter­ras­cul­tuur.
    Boven de Nijl maakte ik dia’s van het Nijl­dal. Een van de Ro­de Zee.
    Ik verbaas me over de zee van licht in het enorm gro­te uit­ge­strek­te Jed­da. Ik maak en­kele dia’s.
    Ik verbaas me over de zee van duis­ter­nis van Sana’a, an­der­half uur na het ver­trek uit Jed­dah.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Sana’a

    In no time sta ik bui­ten de lucht­ha­ven en neem voor twin­tig dol­lar een taxi naar het Taj Sheba ho­tel waar ik voor 160 US-dol­lar plus 12% be­las­ting (20 US-dol­lar) voor één nacht een kamer huur.
    Na enige rust over­valt mij de slaap en ik ga rond 00.00 uur naar bed.
    Weer in Sana’a: droog na een regen­bui.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    We vliegen een stuk over / langs de Nijl. Ik maak en­kele dia’s. Ook een van de Rode Zee en ver­schil­len­de van het in een zee van licht ba­den­de Jed­da. Een enorm gro­te stad. Van­uit de lucht zie ik ver­schil­len­de luna parks. Dat ver­baast me. De Sy­rische chi­rurg uit al-Ri­yaad had me ver­le­den jaar in het vlieg­tuig uit Am­man toch ver­teld dat er in Saoe­di-Ara­bië geen an­der ple­zier is dan win­ke­len. Nu blijkt er nog meer ple­zier te zijn. Ker­mis­sen. Wat een los­ban­dig­heid. Welk ge­not zal er in dat land nog meer te ge­nie­ten zijn?
    Een van de pas­sa­giers van het KLM-vlieg­tuig is een me­ca­ni­cien op een olie­ter­mi­nal in de Ro­de Zee. Hij ver­tel­de me dat hij in de buurt van Dah­ran had ge­werkt, in Saoe­di-Ara­bië, vanaf no­vem­ber 1990. Vast per­so­neel vlucht­te toen weg uit angst voor Irak (in­va­sie in Koe­weit). Hij, van de En­gel­se oost­kust, had geen er­va­ring in de olie-in­dus­trie en sprak ook al­leen maar En­gels, maar werd tocht aan­ge­no­men. Het werk be­taal­de goed, maar het stren­ge re­li­gieu­ze kli­maat had hem ver­dre­ven. Nu werkt hij voor Yemen Hunt Oil Com­pany. Veel min­der verdien­sten, dat wel, maar 28 da­gen op en 28 da­gen af. Dat wil zeg­gen dat hij per jaar een half jaar vrij had. (Dat ver­schil zat in zijn be­dui­dend la­ge­re loon).
    Hoewel hij al meer dan drie­ën­half jaar in Je­men werk­te had hij van het land niet meer ge­zien dan Bab al-Yemen in Sana’a en dat deel van het land dat on­der de he­li­kop­ter door­gleed, tus­sen Sana’a en zijn gro­te, tien­tal­len me­ters hoge en een kwart mijl lan­ge me­ta­len ei­land in de Ro­de Zee, als hij er­heen ge­bracht werd of er van­af ge­haald werd. Hij ver­tel­de dat het land­schap erg mooi is. Ho­ge ber­gen, waar men­sen op de rand van de rot­sen in ste­nen hui­zen le­ven en waar het land be­werkt was met ter­ras­bouw.
    Het vliegtuig was al niet vol. In Djed­da stap­ten ook nog veel men­sen uit. Ook mos­lims in staat van Ihram, met de doe­ken om hun naak­te li­chaam. Er kwa­men geen nieuwe pas­sa­giers bij. De vlucht naar Djedda duur­de 5 uur en een kwar­tier. De vlucht van Djed­da naar Sana’a 1 uur en 25 mi­nuten.
    Uitstappen en bagage op­ha­len, doua­ne en taxi. Al­les ging veel snel­ler dan in maart 1996, toen ik hier voor het eerst kwam. Het is al­le­maal in een kwar­tier ge­beurd. Voor 20 US $ word ik in de stad af­ge­le­verd bij het Taj She­ba ho­tel.
    Het Taj Sheba heeft nog ka­mers vrij. 160US$ per stuk en daar­bij komt nog 12% be­las­ting. Ik be­sluit maar één nacht te blij­ven.
    Op de kamer eten (brood uit Ne­der­land) en een ar­ti­kel le­zen van Sheikh AB. in The Ye­men Ti­mes. Het ar­ti­kel gaat over de ad­mi­ni­stra­tie­ve op­de­ling van de Ha­dra­maut, waar­van de Sheikh een te­gen­stan­der is. Hij is hoofd van de Is­lah-partij*(3) van de Ha­dra­maut. [Sheikh AB. was de vo­ri­ge di­rec­teur van de hand­schrif­ten­bi­blio­theek in Ta­riem, mijn reis­doel.]
    Ik herkende zijn gezicht op de foto di­rect. Hij ziet er waar­dig uit. Een echt ge­leerd ie­mand. Een echte Sheikh.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Ihraam / Iḥrām. (ﺇﺣﺮﺍﻡ)
    Wan­neer mos­lims / mos­li­ma’s op pel­grim­stocht naar Mek­ka gaan, moe­ten ze op een be­paal­de ma­nier ge­kleed zijn en ook op een be­paal­de ma­nier ri­tueel rein zijn. Dit heet Iḥrām.
    (Wikipedia: Ihram.)

    Te­rug.

    *(2)
    Yemen Hunt Oil Company. De maat­schap­pij die olie uit de Je­me­ni­tische bo­dem haalt.
    Wikipedia: Yemen Hunt Com­pany.
    De olievelden in Jemen. (Af­beel­ding van petrolitico.blogspot.nl)

    Te­rug.

    *(3)
    Islah-partij. (De islaah: al-Iṣlāḥ (ﺍﻟﺈﺻﻠﺎﺡ) be­te­kent ‘de her­vor­ming’, in de zin van ‘ver­be­te­ring’.) De Is­lah-par­tij is een par­tij met een con­ser­va­tie­ve / fun­da­men­ta­lis­tische agen­da, ge­lieerd aan / on­der­steund door Saoe­di-Ara­bië.
    (Wikipedia: al-Islah (Yemen).

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Meer informatie.

    GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
    Dahran (al-Ẓahrān):
    GM., Wi.
    :ﺍﻟﻈﻬﺮﺍﻥ

    MenuFo­toBe­ginEindeTranscriptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­criptie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 20 november

  • 20 november 1997

    Sana'a
    Traditionele huizen in Sana’a, bij bewolkt weer.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9427) Gis­te­ren ar­ri­veer­de ik in Sana’a en over­nacht­te in het du­re Taj She­ba-ho­tel. – Van­daag ver­kas ik naar het goed­ko­pe­re al-Gas­mi-ho­tel in de oude stad van Sana’a, bin­nen de stads­mu­ren. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial. (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Donderdag, 20 november 1997.
    Sana’a: 2/46.
    Op 7.00 uur. Ontbijt.
    Dagboek bijwerken.
    Nu 9.00 uur.
    Eerst ga ik naar het Gas­mi-ho­tel om een ka­mer te re­ser­ve­ren. Dan ga ik naar Dr. AS., hoofd van De Al­ge­me­ne Or­ga­ni­sa­tie van An­ti­qui­tei­ten, Mu­sea en Hand­schrif­ten*(1) die me kort ont­vangt, want hij moet naar een ver­ga­de­ring. Daar­na terug naar Taj She­ba-ho­tel en uit­chec­ken.
    Ik vertel wat met de mooie In­di­ase re­cep­tio­nis­te die 25 no­vem­ber terug­gaat naar haar woon­plaats Ban­ga­lore, na an­der­half jaar Sana’a. Hier kan ze na zes uur ’s avonds niet meer al­leen op straat ver­schij­nen, daar kan ze gaan en staan waar ze wil en zelfs naar de dis­co gaan.
    In Taj Sheba, dat tot een In­di­ase hotel­ke­ten be­hoort, wer­ken veel In­diërs.
    Er is geen taxi die mij naar het Gas­mi-hotel wil bren­gen. Uit­ein­de­lijk wil iemand dat voor 500 rial doen. Bij het Gas­mi vraagt hij 600 rial. Ik be­taal zon­der pro­test. (’s Avonds, na het di­ner in Taj She­ba wil hij me weer voor 600 rial bren­gen. Ik zeg hem dat ik niet meer dan 100 rial wil be­ta­len. (De nor­ma­le prijs.) Hij wil dan niet.
    In het hotel val ik twee uur in slaap.
    Ik probeer in diverse kan­to­ren van Ye­menia een vlucht naar Say’un te boe­ken, maar over­al ligt de com­pu­ter plat. De re­den krijg ik al­leen maar op twee kan­to­ren te ho­ren: er wordt nieuwe soft­ware ge­ïn­stal­leerd.
    Het Yemen Com­pu­ter Cen­ter is ge­slo­ten. Ik wil­de daar een UPS (en ap­pa­raat dat bij stroom­uit­val de span­ning vol­doen­de lang in stand houdt om een com­pu­ter nor­maal af te slui­ten) ko­pen.
    Ik wissel 200 US-dollar voor 26.400 rial en ga te­le­fo­ne­ren in straat nr. 36 naar Pa en Ma. Ik voel me ver­plicht ook XX. te bel­len.
    Circa 18.00 uur di­ner in Taj Sheba. Ik ben an­der­half uur te vroeg voor het buf­fet, dus eet ik à la car­te, wat me slecht be­komt, dat wil zeg­gen: het is niet zo lek­ker en het kost toch 3.600 rial. f. 54,00. Niet goed­koop.
    Ik loop naar het Gas­mi-ho­tel en val op mijn ka­mer tussen 20.00 en 21.00 uur in slaap. Nu 22.00 uur.
    Bed 00.00 uur.
    Temperatuur: 17,4°C bui­ten en 20,5°C bin­nen.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    In het Taj Sheba-hotel pro­beer ik een war­me dou­che te ne­men, maar er is in dit du­re ho­tel geen warm wa­ter! On­be­grij­pe­lijk. Een kou­de dou­che, let­ter­lijk en fi­guur­lijk. La­ter, na be­stu­de­ring van de kraan ont­dek ik dat, als je die open­draait er eerst koud wa­ter uit­komt. Als je die dan maar steeds ver­der open­draait komt er op een ge­ge­ven mo­ment lauw wa­ter. In de ui­ter­ste stand ‘open’ komt er gloei­end heet wa­ter. Bij­zon­der.
    De taxichauffeur, een jon­ge­man, is een van de wei­ni­ge Je­me­nie­ten die geen qat ge­bruikt. Hij is sport­man en doet ken­ne­lijk aan hard­lo­pen, want zo’n ge­baar maakt hij er bij. (Wat is hard­lo­pen in het Ara­bisch? Ik ben zo­veel ver­ge­ten.) Taxichauf­feurs zijn mijn oe­fen­ob­jec­ten en moe­ten mijn krom­me Ara­bisch maar aan­ho­ren, tot­dat ik het weer een beet­je onder de knie heb. Ik wil ech­ter niet al­tijd maar pra­ten.
    Als ik een aantal ki­lo­me­ters terug naar het Gasmi-hotel loop, valt het me op dat er zo­veel win­kels ge­slo­ten zijn. Is dat het ge­volg van de qat­ses­sies? Of draait de Je­me­ni­tische eco­no­mie zo goed, dat men zich een vrije za­ter­dag­mid­dag*(2) per­mit­te­ren kan? Dat laat­ste kan niet het ge­val zijn. Je­men hoort toch bij de top­tien van de arm­ste lan­den ter we­reld. Staat het niet op de vier­de plaats, van on­de­ren? Ik las gis­te­ren in The Ye­men Times dat de Mi­nis­ter van Fi­nan­ciën mo­men­teel al­le do­nor­lan­den af­reist om uit­stel van be­ta­ling van de schul­den te vra­gen, want het land kan niets op­bren­gen.
    Ergens vlak over de brug over de Sayla [ri­vier], in de rich­ting van de nieuwe stad, aan de Zu­bayr­straat staat een groot huis waar van­af het dak luid­spre­kers al­ler­lei soort tra­di­ti­o­ne­le mu­ziek knoert­hard de straat in tet­te­ren. Er zijn men­sen die daar nog on­der blij­ven zit­ten. Die zijn ze­ker al doof. Wat dat al­le­maal be­te­kent weet ik niet. Op het ge­bouw hangt een Je­me­ni­tische vlag. Het pand ligt te­gen­over het Avia­tion en Meteo­ro­lo­gi­cal In­sti­tute.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Deze Algemene Organisatie is de for­me­le ont­van­ger van het ge­schenk van de Ne­der­land­se re­ge­ring. Dr. AS. is ver­ant­woor­de­lijk voor het be­leid in de Ha­dra­maut.

    Te­rug.

    *(2)
    Het is vandaag don­der­dag, maar omdat in veel is­la­mi­tische lan­den en ook Je­men, de vrij­dag als ‘zon­dag’ (een vrije dag) geldt, spreek ik over don­der­dag als ‘za­ter­dag’, de dag vóór de vrije ‘zon­dag’.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 21 november

  • 21 november 1997

    Sana'a-huis
    Tra­di­tio­ne­le ho­ge hui­zen in Sa­na’a, de hoofd­stad van Je­men.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9428) Ik ar­ri­veer­de eer­gis­te­ren in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Vrijdag, 21 november 1997.
    Sana’a: 3/45.
    Ik kan de slaap slecht vat­ten, maar als het dan ook lukt, slaap ik een gat in de dag. Om 10.45 sta ik op.
    Ontbijt: het laatste brood uit Ne­der­land.
    Beneden: data­ba­se­boe­ken be­stu­de­ren.
    De Irakees, die me nog ken­de van de vo­ri­ge keer [1996], bood me kamer 501 aan, vre­se­lijk hoog, maar erg rus­tig en twee ra­men.*(1)
    Lopen naar Baab al-Yemen.
    Eten in Taj Sheba. (Buffet: 2.300 YER, plus 300 YER fooi.)
    Terug via Bab al-Yemen.
    Thuis [hotel]: ver­slag schrij­ven [op mijn lap­top] en een stuk­je brief voor de men­sen thuis.
    Nu 00.00 uur.
    Het begint nu pas lang­zaam tot me door te drin­gen dat ik niet meer thuis ben, maar in de mid­del­eeu­wen in de hoofd­stad van Je­men: Sana’a.
    Temperatuur op mijn ka­mer: circa 21°C, bui­ten, op cir­ca 20 me­ter hoog, 17°C.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Ik ging gis­te­ren­avond rond mid­der­nacht naar bed en sliep tot on­ge­veer 11 uur. Gis­te­ren over­dag sliep ik ook al drie uur. Waar komt die ver­moeid­heid van­daan? Komt het door het zuur­stof­ge­brek? Sana’a ligt namelijk 2.200 meter hoog in de ber­gen. Hoe­wel de stad in de tro­pen ligt, kan het hier ’s win­ters wel vrie­zen. Soms valt er sneeuw. Op de berg­top­pen die de stad om­ge­ven ligt ’s win­ters soms lan­ge­re tijd sneeuw.
    De buitentemperatuur zak­te af­ge­lo­pen nacht naar 14,5°C, maar is nu 23°C. In mijn ka­mer is het on­ver­an­der­lijk 20,5°C.
    Overdag lekker weer, met een beet­je zon. ‘s Avonds zag ik een keer een blik­sem­schicht maar het bleef droog. Tem­pe­ra­tuur rond 23.00 uur: bin­nen 20,9°C, bui­ten: 16,9°C.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Geheimen van Jemen

    Het duurt weer even voor­dat ik in de ga­ten heb hoe het wa­ter­kra­nen­sys­teem hier in el­kaar zit. Ik vrees­de weer een kou­de dou­che, zo­als gis­te­ren in het Taj She­ba-ho­tel. Maar na een poosje wist ik het weer. Ik had in dit ho­tel al eer­der ge­lo­geerd, in 1996.
    De rode kraan kan de warme zijn, maar ook de kou­de. Ik be­grijp niet waar­om hier in de ene dou­che de ro­de kraan de warm­wa­ter­kraan is en in de dou­che vlak er­naast de koud­wa­ter­kraan. Daar­naast zit in de ene dou­che de ro­de kraan links en in de an­de­re dou­che rechts. Ara­bische lo­gi­ca? Mis­schien zijn we in het over­ge­re­gu­leer­de Ne­der­land wel te zeer ver­wend.
    Wat ik ook niet be­grijp is waar­om in Noord-Je­men, dat nooit on­der Eu­ro­pees ko­lo­ni­aal be­stuur heeft ge­staan, de stop­con­tac­ten al­le­maal van het En­gel­se mo­del zijn en in Zuid-Je­men, dat ja­ren­lang on­der En­gels be­stuur stond, al­le stop­con­tac­ten Eu­ro­pees zijn.
    Verleden jaar lie­pen Nico en ik ve­le ma­len door smal­le stra­ten en ste­gen van de ou­de stad Sana’a, maar we klets­ten dan veel en had­den geen oog voor de om­ge­ving. Toen is me in ie­der ge­val niet op­ge­val­len wat me nu wel op­valt als ik ’s avonds al­leen door de on­ver­lich­te stra­ten van de ou­de bin­nen­stad loop, op weg naar de Baab al-Ye­men. Daar neem ik dan een ta­xi naar een re­stau­rant. Ook op de te­rug­weg loop ik van­af deze poort naar het ho­tel, hoe­wel de taxi best be­reid is me voor de deur van het ho­tel af te le­ve­ren, voor 1,50 gul­den. Ik ge­niet van de bij­zon­de­re sfeer die in de­ze bij­zon­de­re stad hangt.
    De oude bin­nen­stad van Sana’a is een stad in de mid­del­eeu­wen. Dit deel wordt om­ge­ven door een le­men stads­wal, die mo­men­teel met geld van de UNESCO weer ge­heel ge­res­tau­reerd wordt.
    De hoofdingang van de ou­de stad is de Baab al-Ye­men, de Poort van Je­men. Dit is het sym­bo­lische cen­trum van het land. Op het plein voor en bin­nen de poort is het een druk­te van be­lang. Dui­zen­den men­sen bie­den van al­les te koop aan. Hier kun je de Je­me­nie­ten be­stu­de­ren. De Sana’ani man­nen en vrou­wen zijn ten­ger, ma­ger en klein van stuk. Niet gro­ter dan 1,50 m of 1,60 m. Ze­ker komt dat voor een deel door de slech­te voe­ding, maar ook de ver­sla­ving aan gaat*(2) speelt een rol.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Kleding

    Wat bin­nen de poort di­rect op­valt is de hon­der­den ver­ko­pers van col­bert­jas­jes. Al­le Noord-Je­me­nie­ten dra­gen over hun dish­da­sha*(3) (een lan­ge “jurk”) een col­bert­jas­je. Al­le man­nen dra­gen bo­ven­dien een djam­bia*(4) op hun buik, een gro­te krom­me dolk. Met man­nen be­doel ik ook kin­de­ren van­af een jaar of veer­tien.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Ar­chi­tec­tuur

    De hui­zen van Sana’a zijn van steen. De be­gane grond en de eer­ste ver­dieping zijn van na­tuur­steen ge­maakt en heb­ben geen ra­men, wel uit­spa­rin­gen voor fris­se lucht. Ze die­nen als op­slag­plaats van goe­de­ren en in veel ge­val­len ook gei­ten.
    Aan de straat­zijde heeft de be­ga­ne grond een of meer nis­sen, zo­als in de he­le Ara­bische we­reld, van Ma­rok­ko tot Sy­rië en dus ook Je­men. Hier­in zijn win­kels ge­ves­tigd. In die win­kels kan van al­les wor­den ver­kocht. Van de groot­ste rom­mel tot le­vens­mid­de­len of ge­reed­schap­pen. Zo­als ook in de he­le Ara­bische we­reld wor­den die nis­sen met een blauw ge­verf­de sta­len deur ge­slo­ten.
    De twee­de ver­die­ping en ho­ger zijn van bak­steen, met ra­men. De hui­zen ste­ken hoog boven de stra­ten uit. Ze zien er­uit als mid­del­eeu­wse ves­tin­gen. Door die ho­ge, soms ran­ke, hui­zen lij­ken de stra­ten nog smal­ler dan ze al zijn. Soms zijn die hui­zen twin­tig me­ter breed.
    De buitenwanden van vrij­wel al­le hui­zen in de bin­nen­stad van Sana’a zijn prach­tig ver­sierd met wit­te kalk in mooie ab­strac­te pa­tronen. Soms staan er tek­sten uit de ko­ran, in mooie cal­li­gra­fische let­ters op de mu­ren, even­eens met wit­te kalk ge­schre­ven. In het schaar­se licht krijgt dit al­les een sprook­jes­ach­ti­ge sfeer, zoals op ou­de te­ke­nin­gen van bij­voor­beeld bij [Duit­se schil­der] Al­brecht Dürer. Of zoals op plaat­jes die bij som­mi­ge 1001-nacht ver­haal­tjes staan. Mis­schien dien­de Sana’a wel als voor­beeld voor die te­ke­nin­gen.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Middeleeuwen

    In deze mid­del­eeu­wse stad zit­ten, han­gen of lig­gen mid­del­eeu­wse man­nen in sjo­fe­le kle­ding in groep­jes of al­leen langs de mu­ren van de hui­zen, voor zich uit sta­rend vaak onder in­vloed van de gaat. Een ver­sle­ten tul­band (koefiyya/imama*(5)) op een ver­weer­de kop, vaak een ge­le. (Be­ter ge­si­tu­eer­den dra­gen een rode). Een grij­ze baard of een on­ge­scho­ren ge­zicht. In de mond slechts en­ke­le tan­den. Het on­ver­mij­de­lij­ke, maar sme­ri­ge col­bert­jas­je over hun even­eens reeds lang ge­le­den ge­was­sen dish­da­sha. De djam­bia man­haf­tig op de buik. Sme­ri­ge voe­ten in met touw­tjes aan el­kaar ge­bon­den stuk­jes leer dat een san­daal moet voor­stel­len. Ze schra­pen hun keel en spu­wen de laat­ste rest­jes gaat met een wij­de boog op straat. De straat­ste­nen glim­men er groen­ach­tig van in het licht van de pas­se­ren­de auto’s.
    Kinderen ren­nen op blo­te voe­ten spe­lend door de stra­ten en sprin­gen over trap­pen en ber­gen rom­mel. Ook klei­ne meis­jes doen mee. Ou­de­re meis­jes en vrou­wen zie je na zons­on­der­gang niet meer op straat.
    In deze middeleeuwse don­ke­re ste­gen gloeit hier en daar een oran­je neon­lamp of een TL-buis, soms wel tien me­ter boven het straat­ni­veau. Zon­der het licht van de au­to’s zou het moei­lijk zijn de weg naar huis te vin­den. Hoe­wel de stra­ten erg smal zijn ko­men over­al au­to’s. Au­to’s heb­ben al­tijd en over­al voor­rang. Al­les wat wie­len heeft gaat voor dat wat geen wie­len heeft.
    De stra­ten zijn ge­pla­veid met gro­te vier­kan­te na­tuur­ste­nen, gro­te kin­der­kop­jes die het lo­pen ern­stig be­moei­lij­ken. Ho­pen vuil ver­sper­ren ver­der de weg. Over­al is vuil, huis­hou­de­lijk af­val, le­ge plas­tic wa­ter­fles­sen, pa­pier en an­de­re rom­mel. Ge­luk­kig stinkt het niet. Hon­den zijn er bij­na niet, maar wel veel brood­ma­ge­re poe­zen. Ook veel gei­ten die zich te­goed doen aan het af­val.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Veiligheid

    Als man al­leen heb je hier ’s avonds in het don­ker niet veel te vre­zen. Ik ge­loof ech­ter niet dat het voor vrouwen al­leen zo laat nog aan­ge­naam is. Dit ba­seer ik op het feit dat er in het don­ker erg wei­nig vrou­wen te zien zijn en ook her­in­ner ik mij de woor­den van de mooie In­di­a­se re­cep­ti­o­nis­te bij het Taj Sheba-ho­tel die het voor­al ver­ve­lend vond dat je hier na zes­sen niet meer op straat kan ko­men. Na zes­sen be­te­kent: na in­val van de duis­ter­nis. Die valt hier zo­mer en win­ter al­tijd rond zes uur in.
    In het moder­ne deel van Sana’a zie ik ver­schil­len­de vrou­wen on­ge­slui­erd. Het schijnt me toe dat het er veel meer zijn dan an­der­half jaar ge­le­den. De door de man­nen ge­plaat­ste stel­ling dat de Je­me­ni­tische vrou­wen de mooi­ste ter we­reld zijn lijkt mij sterk over­dre­ven. Of lo­pen al­leen die vrou­wen on­ge­slui­erd die toch niet voor een schoon­heids­prijs in aan­mer­king ko­men?
    Gasmi-hotel: ik kreeg een ka­mer op de vijf­de ver­die­ping aan­ge­bo­den. Voor de klim, we­gens zuur­stof­ge­brek niet ge­wenst, wel voor de rust en de mo­ge­lijk­heid tot het ma­ken van band­op­na­mes van nach­te­lijk Sana’a.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    De Irakees ken­de mij nog van het voor­jaar 1996 toen ik ook en­ke­le ke­ren in het Gasmi-ho­tel lo­geer­de. De ka­mer ligt op de vijf­de ver­die­ping. Dat is in Sana’a vre­se­lijk hoog in een ho­tel zon­der lift. Dan moet je veel trap­pen klim­men. Bo­ven­dien ligt de­ze stad meer dan twee ki­lo­me­ter bo­ven de zee­spie­gel, dus is er spra­ke van zuur­stof­ge­brek. El­ke klei­ne in­span­ning ver­oor­zaakt dan ‘gro­te’ ver­moeid­heid.

    Te­rug.

    *(2)
    De gaat / qat. (ﺍﻟﻗﺎﺕ) is een plant die in Je­men op gro­te schaal ver­bouwd wordt en waar­van op de blaad­jes ge­kauwd word­en voor een ver­do­vend ef­fect. Ik zal op 29 de­cem­ber 1997 bij een gaat-ses­sie met veel man­nen mee­ma­ken en ook en­ke­le blaad­jes kau­wen. In Wi­ki­pe­dia (Engels) wordt uit­ge­breid in­ge­gaan op dit roes­mid­del.

    Te­rug.

    *(3)
    De dish­da­sha is de lan­ge wit­te ‘jurk’ die man­nen in de Ara­bische we­reld dra­gen en heeft ver­schil­lende na­men, die af­han­ke­lijk van de re­gio zijn. Zo wordt die dish­da­sha ge­noemd, of ook wel thawb. Bij Wi­ki­pe­dia wor­den ver­schil­len­de na­men op­ge­somd. (Engels)

    Te­rug.

    *(4)
    De djam­bia is een krom­me dolk die er ver­vaar­lijk uit­ziet om­dat de sche­de nog­al groot is. Al­le man­nen, van­af veer­tien jaar (al­leen in Noord-Je­men) dra­gen de­ze dolk op hun buik. Zie Wikipedia voor meer in­for­ma­tie. (Engels.)

    Te­rug.

    *(5)
    Een koefiyya / imama is de rood-wit of zwart-wit ge­blok­te Ara­bische hoofd­doek die met na­me in Sa­oedi-Ara­bië en de Golf­sta­ten door man­nen ge­dra­gen wordt. Soms met een zwar­te band op het hoofd als een soort ‘plaats­houder’, die agaal heet. Zie Wikipedia voor meer in­for­ma­tie. (Engels.)

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Nico.
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 22 november

  • 22 november 1997

    Sana'a
    Sfeer­beeld in de ou­de stad van Sa­na’a.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9429) Ik ben in Ṣanaᶜā’, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht aan haar en het LVC. – Het tijds­ver­schil met Ne­der­land is (in ‘on­ze’ win­ter) twee uur. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Zaterdag, 22 november 1997.
    Sana’a: 4/44.
    Ik word al om 4.00 uur wakker. Het LVC loopt leeg (02.00 uur), maar dat is niet de re­den dat ik wak­ker word. Het zijn de di­ver­se ge­beds­op­roe­pen die mijn slaap ver­sto­ren. Dit duurt tot cir­ca 05.30 uur.
    Ik slaap niet meer, maar dag­droom over Enne­fea.
    Op 7.30 uur.
    Ontbijt van het hotel.
    Yemenia. Ambas­sade. UPS. Ho­tel. Am­bas­sa­de: DK.: een stuk! Ye­me­nia. Ho­tel. Ye­me­nia. Kof­fer. Ho­tel. Taj She­ba: di­ner.
    Hotel circa 21.30.
    Deze dag ver­schil­len­de ma­len naar Ye­me­nia in Had­da Street. Uit­ein­de­lijk krijg ik een tic­ket naar Say’ūn voor US-dol­lar 127, de­zelf­de prijs als in 1996.
    Ik kocht een kof­fer voor 6.500 rial (circa f. 95,00), re­de­lijk ste­vig, maar het num­mer­slot werkt niet, blijkt in het ho­tel.
    Ik was twee keer in de [Ne­der­land­se] Am­bas­sa­de. DK. (Eer­ste se­cre­ta­ris) was er pas rond 13.00 uur. Wat een mooie, leu­ke, jon­ge vrouw en vlot! Ik bleef er an­der­half uur.
    Ik ontmoette ook de am­bas­sa­deur Alex …?
    Hij blijkt een voor­stan­der van het scan­nen van de ma­nus­crip­ten van Tarīm. (Ik na­me­lijk ook. In het na­jaar van 1995 pro­beer­de ik dat er voor dit pro­ject al door te druk­ken.)
    Ik lunchte in het ho­tel: pa­tat en kip. Wat een vre­se­lijk sma­ken­de kip!
    Diner in Taj Sheba. De taxi­chauf­feur vroeg 400 rial. Na een paar wei­ge­rin­gen be­taal­de ik. Een rit van Bāb al-Ye­men naar Taj She­ba kost niet meer dan 100 rial. (f. 1,50) Mijn mi­ni­mum­be­drag is ech­ter 200 rial. Ik vind 100 YER wel erg wei­nig.
    Bed rond 21.30 uur, moe, maar ik kan niet sla­pen.
    Ik kocht voor US-dol­lar 257 een UPS voor de Ahgāf-bi­blio­theek van 500 AV. Daar­mee kan na een span­nings­uit­val nog even door­ge­werkt wor­den. (Com­pu­ter.) UPS = Un­inter­rup­tible Power Sup­ply, voor de com­pu­ter. [of ook: Un­inter­rup­tible Power Sour­ce.]

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Ik werd al om kwart over vier wak­ker en luis­ter­de tot on­ge­veer zes uur naar al­ler­lei ui­tin­gen van god-prij­zen en ge­beds­op­roe­pen [el­ke van de vele mos­kee­ën een op­roep]. Ko­men­de nacht zal ik weer ge­luids­op­na­mes ma­ken, zo­als ik ook an­der­half jaar ge­le­den deed. Ik ge­loof dat er niet zo­veel ver­an­derd is in de wij­ze van nach­te­lijk la­waai ma­ken.
    Na het ontbijt ga ik de stad in en probeer een vlucht naar Say’ūn te boe­ken. Dat lukt niet, om­dat het com­pu­ter­ge­stuurd boe­kings­sys­teem nog steeds bui­ten dienst is. Al min­stens sinds don­der­dag. Ik over­weeg een reis door de woes­tijn te ma­ken, met mijn zwa­re spul­len, in plaats van bij de lucht­vaart­maat­schap­pij weer over­ge­wicht te moe­ten be­ta­len.
    DK. is niet op de am­bas­sa­de maar ik maak een af­spraak via PD. Ik zal om 13.00 uur te­rug­ko­men.
    Bij twee be­drij­ven be­kijk ik de UPS’en. Po­wer sup­ply bij span­nings­uit­val voor com­pu­ters. Op een plaats kost 500 VA (volt­/­ampere) 500 US$, op een an­de­re plaats 257 US$. Ik koop er een voor 250 US$ en 927 YER (= 7 US$). Elf ki­lo ge­wicht er­bij. Nu meer dan 60 kg bij me!
    Om het Gasmi-ho­tel ook een keer de eer te gun­nen, neem ik de lunch hier. Ik be­stel een hal­ve kip met pa­tat. Dat zal ik dus niet meer doen. Een half­zwar­te kip, ge­bar­be­cu­ed, half­ga­re kip, van on­dui­de­lij­ke ma­ke­lij en waar­schijn­lijk al lang over de uiter­ste da­tum heen krijg ik voor­ge­zet. (Van een ver­de­re be­schrij­ving zie ik af).
    Over het al­ge­meen lunch ik hier niet. Ik eet uit Ne­der­land mee­ge­brach­te ver­ant­woor­de koe­ken als ik na de mid­dag hon­ger krijg. In Tarīm zal ik, als ge­schikt eten ten­min­ste ver­krijg­baar is, weer mid­dag­maal­tij­den ‘sco­ren’.
    Rond 13.00 uur be­treed ik het Ne­der­lands grond­ge­bied in den vreem­de voor de twee­de maal van­daag. Ik word ont­van­gen door de ui­terst char­man­te DK., met wie ik de stand van za­ken door­spreek. Via haar be­mid­de­ling en iemand in de am­bas­sa­de kan ik een vlucht naar Say’ūn boeken op maan­dag 24 no­vem­ber.
    Ik ontmoet de am­bas­sa­deur die met be­lang­stel­ling in­for­meert naar de stand van za­ken van het Tarīm-pro­ject. Ook hij denkt, net als ik, dat het in­te­res­san­ter is om al­le hand­schrif­ten te scan­nen in plaats van te mi­cro­fil­men. In het najaar van 1995 deed ik al re­search naar de mo­ge­lijk­he­den op dat ge­bied, maar een en ander strui­kel­de over de kos­ten van de ap­pa­ra­tuur. Ge­di­gi­ta­li­seer­de ma­nus­crip­ten / hand­schrif­ten kun­nen als plaat­jes op in­ter­net ge­zet wor­den.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 23 november

  • 23 november 1997

    Sana'a
    Huis in de oude stad van Sana’a, de hoofd­stad van Jemen.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9430) Ik ben in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – Ik maak ’s nachts en in de ochtend ge­luids­op­na­mes van­uit mijn ho­tel­kamer. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht een tijdje aan haar. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Zondag, 23 november 1997.
    Sana’a: 5/43.
    Ik lig lang wakker en dag­droom over Enne­fea.
    Om 4.00 uur start ik met het ma­ken van een ge­luids­op­name ’s nachts tot 05.30 uur. Er zit één mooie ge­beds­op­roep bij van een moe’az­zin met licht tril­len­de stem.
    Ik ‘verdenk’ één moskee er­van ge­bruik te ma­ken van een band­op­name, want zo­wel de lof­prij­zin­gen als de ge­beds­op­roep is iden­tiek met gis­te­ren­nacht en ook ver­le­den jaar.
    Op circa 8.00 uur, weer moe.
    Nu pas begint lang­zaam het ge­voel te ko­men dat ik ‘in den vreem­de’ ben.
    Maar ook komt het ge­voel dat ik er ge­noeg van heb, met na­me de hoofd­stad be­gint me de keel uit te han­gen, de­ze gro­te, kri­oe­len­de mie­ren­hoop, men­sen die door het stof krui­pen of er zelfs in sla­pen. Ik heb er ge­noeg van en ben blij dat ik nu naar de Ḥaḍramaut kan.
    Wat moet ik hier in eigen­lijk doen in de Ra­ma­ḍān, van 28 de­cem­ber tot 4 ja­nu­a­ri. Ge­luids­op­na­mes ma­ken? Ja!
    Op zoek naar een geld­wis­se­laar, dwaal ik een tijd­je door de soek. Ik zie een zwart ge­slui­erd meis­je ko­ket, vlot, zelf­be­wust be­we­gend door de stra­ten lo­pen. Dus niet al­leen maar on­der­da­nig­heid!
    Ik wissel US-dollar 200 voor 26.400 YER. Tel­len is niet no­dig, het klopt al­tijd. Wat zou er niet al­le­maal ge­beu­ren als je de geld­wis­se­laar niet meer zou kun­nen ver­trou­wen? Dan zou de eco­no­mie in­stor­ten.
    Het hotel kost 6.215 YER. Ik geef 6.500 YER.
    Het Bilquis-res­tau­rant van Taj She­ba kost cir­ca 3.477 YER. Ik geef 3.700 YER en loop naar huis. [Hotel.]
    Spullen in­pak­ken en over twee kof­fers ver­de­len.
    De database*(1) voor de Aḥgāf-bi­blio­theek sor­teert niet al­tijd goed. Moet ik op­nieuw con­tro­le­ren.
    Nu 22.30 uur.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Geluidsopnames

    Om kwart voor vier stond ik op en be­gon om vier uur met het ma­ken van ge­luids­op­na­mes van het gods­dien­stig ont­wa­ken van Sana’a. Ver­le­den jaar maak­te ik over twee nach­ten ver­spreid een on­ge­veer twee uur du­rend ge­luids­do­cu­ment van Sana’a in het och­tend­glo­ren, wan­neer de moe’az­zin wak­ker wordt en vindt dat de rest van de stad ook wak­ker moet wor­den.
    Aan die geluids­op­na­mes voeg­de ik van­nacht an­der­half uur toe. Het lijkt er­op dat er niet veel ver­an­derd is ver­ge­le­ken met ver­le­den jaar. De moe’az­zins van de di­ver­se mos­kee­ën prij­zen om de beurt de groots­heid van God. Ze moe­ten al­le­maal (?) aan de beurt zijn ge­weest voor­dat rond 5.00 uur de ge­beds­op­roep be­gint. Ken­ne­lijk niet he­le­maal bij de tijd riep één moe’az­zin al even na vie­ren op voor het ge­bed. Hij had ze­ker nog last van ‘zo­mer­tijd’.
    Ik verdenk één mos­kee er­van een cas­set­te­ta­pe te ge­brui­ken. Een even­wich­ti­ge lof­prij­zing zon­der ha­pe­ren of ge­luid van het ram­me­len van de mi­cro­foon. Ook de ge­beds­op­roep ge­beurt daar au­to­ma­tisch. Geen ver­schil met gis­te­ren. In al­le an­de­re mos­kee­ën roept de moe’az­zin per­soon­lijk op. Vaak hoor je een kuch­je voor­dat hij be­gint. Een­tje maak­te er een be­wo­gen op­roep van met een enigs­zins tril­len­de stem.
    Al dat vroe­ge ge­doe maakt dat ik een be­hoor­lijk slaap­te­kort heb en ik zak­te dan ook ach­ter mijn com­pu­ter, toen ik be­zig was de da­ta­ba­se van Tarīm aan te pas­sen, in slaap.
    YouTube: de ge­beds­op­roep (al-aḏān) in Ṣanaᶜā’ voor het och­tend­ge­bed ṣa­lāt al-faǧr van­af al­le ac­tie­ve mos­kee­ën die de ou­de stad rijk is.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Reservering

    Vanmid­dag bel­de ik met DK. [Ne­der­land­se Am­bas­sa­de] en ver­zocht haar een e-mail naar Jan Just Wit­kam te stu­ren met een me­de­de­ling voor [col­le­ga] Tawfīq.
    Een reservering voor een tic­ket op 6 de­cem­ber naar Say’ūn ligt voor hem ge­reed op het kan­toor van Ye­me­nia in Had­da Street, on­der num­mer RG98C.
    Ik reserveerde een ka­mer in het Taj She­ba-ho­tel voor hem voor 3 de­cem­ber aan de zwem­bad­zij­de van het ho­tel, zo­als hij me ge­vraagd had. Ik laat hem me­de­de­len dat een ka­mer 180 US$ kost.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Database

    Ik ont­dek­te dat de sor­teer­func­tie van de da­ta­ba­se in be­paal­de si­tu­a­ties niet goed werkt. Daar moet ik in Tarīm eens goed naar kij­ken. Ik hoop dat ik daar, net als ver­le­den jaar een stoel en een ta­fel ter be­schik­king heb (uit de bi­blio­theek). Als ik op de grond moet zit­ten wer­ken, naar Ara­bische ge­woon­te, doe ik er niet veel aan. (Dan is de com­pu­ter geen lap­top maar een ground­top). Ik kan al­leen maar aan een ta­fel wer­ken.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Taxi’s

    De taxi’s van Sana’a en ook die van het Zui­den zijn een apar­te be­schrij­ving waard. Ik zat in taxi’s waar­van een van de ach­ter­wie­len waar­schijn­lijk ovaal van vorm was want bij ie­de­re om­wen­te­ling werd de auto iets om­hoog ge­wor­pen. Dat hin­der­de de chauf­feur niet om toch hard te rij­den. Een an­de­re taxi had ken­ne­lijk een los ach­ter­wiel, want de au­to slin­ger­de heen en weer. Ook de­ze chauf­feur taal­de niet om toch hard te scheu­ren. Ik zat in een taxi waar je door de vloer de straat kon zien. Ik zag een taxi waar­van, ter­wijl hij mij pas­seer­de, iets los­raak­te en als ge­volg daar­van vuur en von­ken in het rond vlo­gen. Ik zat in een taxi die een bot­sing met ruim voor hem dwars op de weg staan­de an­de­re au­to al­leen maar kon voor­ko­men door uit te wij­ken naar de an­de­re weg­helft, om­dat zijn rem­men het niet of nau­we­lijks de­den. Ge­luk­kig was er geen ver­keer op de an­de­re weg­helft, hoe­wel dat mis­schien he­le­maal niet ge­vaar­lijk zou zijn ge­weest. Die chauf­feurs zou­den dan ook een kunst­stuk­je heb­ben uit­ge­haald om ons te ont­wij­ken.
    De verlichting van de au­to’s doet het over het al­ge­meen niet, wat geen be­zwaar is, want ook au­to’s waar­van de ver­lich­ting wel in or­de is (een won­der) rij­den vaak zon­der licht in het aar­de­don­ker. Ver­lich­ting komt hier in al­ler­lei denk­ba­re en on­denk­ba­re com­bi­na­ties voor.
    Er zijn auto’s waar­van je zou den­ken dat die he­le­maal in or­de zijn, om­dat ze zo nieuw uit­zien. Dat zijn de gro­te land­crui­sers waar­van er hier veel zijn en die wor­den ge­bruikt voor het trans­port van toe­ris­ten. Maar ik zag al vaak chauf­feurs on­der die auto’s lig­gen om met ijze­ren sta­ven en tou­wen al­le ge­bro­ken de­len weer aan el­kaar te ‘kno­pen’.
    Er is hier, volgens mij, geen en­kel ver­voer­mid­del in or­de. De vlieg­tui­gen voor bin­nen­lands ver­voer zien er be­hoor­lijk ver­zorgd uit. Ik heb de pi­lo­ten nog niet on­der hun ma­chi­nes zien lig­gen, maar ik denk dat uiter­lij­ke schijn, net zo­als bij de land­crui­sers, be­driegt.
    Van die machines moet ik toch ge­bruik maken. Ik heb geen keus. An­ders moet ik met zo’n au­to­wrak door de woes­tijn om in Tarīm te ko­men, waar on­der­weg ook nog het ge­vaar van kid­nap­ping door ‘wil­de’ no­ma­den­stam­men*(2) schuilt.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Hotelrekening

    Ik vroeg de re­ke­ning van het ho­tel en ik moet 6.215 rial be­ta­len. On­ge­veer ne­gen­tig gul­den, in­clu­sief die slech­te lunch­kip van gis­te­ren.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Database en cata­lo­gus. Ik maak­te in Ne­der­land al een da­ta­base van de ca­ta­lo­gus van de Aḥgāf-bi­blio­theek in Ta­rīm. Die is nog niet he­le­maal af. Ik moet er nog enig werk aan ver­rich­ten.

    Te­rug.

    *(2)
    Woestijn en ‘wilde’ no­ma­den­stam­men. Het ge­beurt in Je­men ge­re­geld dat toe­ris­ten ge­kid­napt wor­den, wan­neer die en reis door de woes­tijn ma­ken. Dit is een mid­del van de no­ma­den om de re­ge­ring on­der druk te zetten, om ei­sen in­ge­wil­ligd te krij­gen. De toe­ris­ten in kwes­tie wor­den meest­al goed be­han­deld en over­komt niets. In de laat­ste ja­ren van de twin­tig­ste eeuw is er maar één toe­rist ver­moord, ter­wijl er ve­le tien­tal­len ont­voerd zijn. Na on­der­han­de­lin­gen met de over­heid ko­men al­le toe­ris­ten weer on­ge­schon­den vrij.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 24 november

  • 24 november 1997

    Drainagepatroon

    Dit is een fo­to die ik van­uit het vlieg­tuig nam van­uit Ṣanaᶜā’ op weg naar de lucht­ha­ven van Say’ūn. Te zien is het den­dri­tisch drai­na­ge­pa­troon*(1) van het land­schap van de zo­ge­noem­de Yool.*(2) De Yool is de bo­ven­kant van de heu­vels die zo ken­mer­kend zijn voor de Ḥa­ḍra­maut.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9431) Ik ben in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – In Lei­den, mijn woon­plaats, in het uit­gaans­cir­cuit zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht een tijd­je aan haar. – Van­daag ga ik per vlieg­tuig naar Say’ūn in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) en van­daar naar mijn be­stem­ming Tarīm. De ko­men­de we­ken zal ik daar lo­ge­ren in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Ik heb veel con­tant geld bij me. Waar ik ver­le­den jaar, met een nog veel gro­ter be­drag aan baar geld, daar zor­ge­loos ver­bleef, ben ik van­daag ui­terst be­zorgd over mijn vei­lig­heid. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     
     
     

    Maandag, 24 november 1997.
    Sana’a – Say’oen – Tariem: 6/42.
    Ik sliep weer slecht. Ik fan­ta­seer­de weer over Enne­fea.
    Op 5.45 uur. Met de grootste moeite sleep­te ik mijn zwa­re nieuwe kof­fer met com­pu­ter­boe­ken en UPS (voor de span­nings­ver­zor­ging van een com­pu­ter, na uit­val van het net) van de vijf­de ver­die­ping naar be­ne­den.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Taxi

    De taxichauf­feur komt met zijn ve­hi­kel*(3) om 7.00 uur.
    Ik betaalde 15 US$ aan Ǧasm, de Ira­kees van het ho­tel, waar­van de ta­xi­chauf­feur 10 US$ krijgt.
    Eerst haalt hij op het plein ach­ter / bin­nen de Baab al-Ye­men kof­fie (boenn) in een con­ser­ven­pot­je. (Hij spreekt al­leen maar Ara­bisch.)
    Naast taxichauffeur is hij ook ‘kun­ste­naar’. Hij maakt prul­la­ria, zoals hij mij laat zien. Hij ver­telt on­ge­huwd te zijn, want een vrouw kost 400.000 rial. (3.000 US$ = 6.000 gul­den.) Een nicht [als vrouw] is niet goed, zegt hij. Ik ver­geet te vra­gen waar­om een nicht niet deugt.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Say’ūn

    Het passeren van de security van de lucht­haven is een fluit­je van een cent, in te­gen­stel­ling met an­dere ke­ren, toen het erg ar­beids­in­ten­sief was.
    Ik moet 67 US$ over­ge­wicht be­ta­len voor de 20 kg. (In Am­ster­dam 420 US$ voor 15 kg!)
    In de wacht­hal zit een sexy / knap­pe jon­ge­man. Ik meen hem er­gens van te ken­nen. Hij ziet er goed ver­zorgd uit.
    We vliegen in vijf­tig mi­nu­ten naar Say’ūn. Ik zit naast / tus­sen dok­ters uit de El­zas, die naar al-Mu­kal­la moe­ten voor een klein me­disch con­gres.
    Voordat we ver­trek­ken zie ik dat al­leen mijn kof­fers nog op de grond staan. Ik spreek de pur­ser er­over aan en hij stuurt iemand die mij vraagt mee naar bui­ten te ko­men. Dan wor­den mijn kof­fers in­ge­la­den. Ik vroeg of ik voor die diens­ten moest be­ta­len, maar die wees dat af. Toch stop­te de bus, die ons als pas­sa­giers naar het vlieg­tuig had ge­bracht bij de la­ders en niet aan de an­de­re zij­de, bij de trap naar het vlieg­tuig. Er bleek naast mijn kof­fer ook nog een aan­tal rug­zak­ken te lig­gen, waar­van de ei­ge­naar on­be­kend was. (Als­of de la­ders de ei­ge­naar moe­ten ken­nen.) Uit­ein­de­lijk kwam al­les in Say’ūn aan.
    Ik maakte een tien­tal dia’s van de Djool [Yool] van bo­ven. Op som­mi­ge plaat­sen leek het zand zo dicht­bij dat het net was als­of je zou kun­nen uit­stap­pen en een stuk­je mee­lopen.
    In Say’ūn duur­de het even voor­dat ik mijn ba­ga­ge ont­ving. On­der­tus­sen was Abd al-Raḥ­mān al bin­nen­ge­ko­men. De ont­vangst was vrien­de­lijk en aar­dig. Hij was niet ver­an­derd.
    Later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had op het ter­ras ge­staan en had me zien lo­pen. Ik was als laat­ste uit­ge­stapt.
    Abd al-Raḥ­mān had hem deze och­tend ge­pro­beerd te be­rei­ken, maar hij was niet thuis. Nu maak ik ge­bruik van de diens­ten van een an­de­re chauf­feur: Aḥmad MB. Die na veel vij­ven en zes­sen ’s avonds uit­ein­de­lijk 4.000 rial voor zijn diens­ten durft te vra­gen.
    Ik had hem via Abd al-Raḥ­mān ge­zegd dat hij het be­drag moest noe­men als ik hem zou vra­gen hoe hoog de kos­ten zijn en dat hij niet moest zeg­gen: “Jij weet wel wat mijn diens­ten waard zijn.” (Ik weet het niet.)

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Abd al-Raḥ­mān

    Ik bleef een tijdje op het kantoor van Abd al-Raḥ­mān [Mu­seum Say’ūn] en pro­beer­de hem de da­ta­base uit te leg­gen.
    Om met mij te kletsen stuur­de hij iemand die al­leen maar Ara­bisch sprak. Goed van hem, snel leer­de ik bij wat ik ver­ge­ten was. (Of dat al­le­maal gram­ma­ti­caal cor­rect was, weet ik niet.)
    Toen we [in het ge­sprek] bij echt­ge­no­tes uit­kwa­men vroeg ik hem naar zijn kin­de­ren. Hij had er drie, twee meis­jes en een jon­gen. De oud­ste, een meis­je, heet Fayrūz.
    Hij hield van de vrouwen van Ṣanaᶜā’.
    Ik vroeg hem of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij ant­woord­de niet recht­streeks, maar zei dat het nu, na ze­ven jaar hu­we­lijk, wel ging tus­sen hen bei­den.
    Abd al-Raḥ­mān en een hulp­je moeten het slot van een ruim­te open­bre­ken om bij mijn kist met ‘na­ge­la­ten’ spul­len (uit 1996) te ko­men. De sleu­tel [van de ruim­te] is bij Mu­ḥam­mad al-H. en die is in al-Šiḥr [al-Shihr], een paar hon­derd ki­lo­me­ter van hier.
    Daarna gaan we naar het huis van Abd al-Raḥ­mān, waar ook Ḥus­sain al-A. is, de re­cep­ti­o­nist van het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel. [in Tarīm: 1996.] Ik zag hem he­den­och­tend ook al op de lucht­ha­ven. Hij woont en werkt nu bij het Sa­la­ma-ho­tel in Say’ūn, waar hij het­zelf­de ver­dient, maar om­dat het ho­tel van de staat is, heeft hij meer rech­ten dan in het in pri­vé­be­zit zijn­de Gaṣr al-Goeb­ba. Bo­ven­dien heeft hij nu recht op pen­sioen.
    Ook hij spreekt al­leen maar Ara­bisch.
    Ik maak op dat hij nu een vier maan­den ou­de ba­by heeft, zijn der­de kind. Zijn vrouw is nog steeds on­der­wij­ze­res, maar leert nu zelf ook nog voor een di­plo­ma. (Hoe en wat, weet ik niet.)
    In de afgelopen tijd over­leed zijn va­der, die ik eens in zijn huis ont­moet­te. Ḥus­sain doet er niet moei­lijk over: het was zijn tijd.
    Evenals verleden jaar is het eten bij Abd al-Raḥ­mān niet lek­ker (bij Ḥus­sain thuis wel), de vrouw van Abd al-Raḥ­mān kan er nog steeds niets van, van ko­ken. (Op dins­dag hoor ik dat zijn vrouw (tij­de­lijk) niet meer bij hem woont en dat nu de vrouw van zijn broer, die in Ca­na­da woont, voor hem zorgt.)

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Tarīm

    Aḥmad MB. brengt me voor 4.000 rial naar Tarīm. In het ho­tel word ik al­ler­har­te­lijkst ont­van­gen, want er zijn, hoe­wel veel nieuw per­so­neel, toch nog en­ke­le ou­de be­ken­den.
    Het hotel is helemaal op­ge­knapt. (En zal dus duur­der zijn, maar ik weet niet hoe­veel mijn ka­mer kost, nog niet eens op 26-11-97.) Het is ge­schil­derd. Nieu­we bed­den en gor­dij­nen, nieuwe vloer­be­dek­king, mooi, nieuw man­ne­lijk per­so­neel, al­le­maal on­ge­veer het­zelf­de ge­kleed. Ver­le­den jaar liep ieder­een er­bij zo­als hij wil­de, on­ge­was­sen en in sme­ri­ge kle­ren, waar­in men ook sliep. Nu zijn er een paar scho­ne en sexy jon­gens, met wie ik wel eens zou wil­len ‘spe­len’, on­danks mijn ver­liefd­heid op Enne­fea.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Gevaar?

    ’s Avonds her­in­ner­de ik me de be­rich­ten die ik van col­le­ga’s van Abd al-Raḥ­mān hoor­de. Men­sen wor­den op klaar­lich­te dag op straat (in de ste­den) over­val­len en ge­dwon­gen hun geld af te geven, aan ge­wa­pen­de ban­die­ten, die ook al iemand dood­scho­ten. Op last van Abd al-Raḥ­mān is het Mu­seum [Say’ūn] ge­slo­ten, om­dat de meest waar­de­vol­le stuk­ken op on­ver­klaar­ba­re wij­ze ge­sto­len wer­den.
    Abd al-Raḥ­mān ver­stop­te de waar­de­vol­le ma­nu­scrip­ten [hand­schrif­ten] van de al-Aḥgāf-bi­blio­theek tussen de an­de­re. Hij toont al­leen fo­to’s. Hij vreest dat ge­wa­pen­de sol­da­ten de bi­blio­theek ge­wa­pen­der­hand van die stuk­ken zal ont­doen om ze voor veel geld te ver­kopen.
    De bibliotheek krijgt een be­wa­ker, een on­ge­wa­pen­de. (Maar in mijn ver­slag en fax naar Ne­der­land op 26 no­vem­ber schreef ik be­wust: een ge­wa­pen­de be­wa­ker om de dra­ma­tische van het ge­heel te ver­ho­gen en de ernst van de si­tua­tie hier te be­na­druk­ken.) Wat moet een on­ge­wa­pen­de be­wa­ker tegen be­wa­pen­de sol­da­ten? (Wat moet een be­wa­pen­de be­wa­ker te­gen sol­da­ten?)
    Met een nog veel gro­ter geld­be­drag sliep ik hier ver­le­den jaar 89 van de 90 nach­ten zonder angst. (Slechts een­maal, toen Ḥus­sain al-A. zei dat ik hier al ze­ven maan­den was, kregen Ali Baba’s (noor­der­lin­gen) be­lang­stel­ling voor mijn geld.) Ik sliep de laat­ste we­ken zon­der angst bui­ten.
    Nu bekruipt me gro­te angst en ik wil van het geld af. Ik sluit me op in mijn ka­mer, als­of me dat zou hel­pen, ach­ter deze bord­kar­ton­nen deu­ren, die niet of nau­we­lijks ge­sloten kun­nen wor­den.
    Op mijn kamer is het 28°C. Ik scha­kel de air­co niet aan, want die maakt zo­veel la­waai dat ik daar niet van sla­pen kan.
    Bed 00.30 uur.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Steekpenningen?

    Toen ik al lang en breed aan boord zat [vlieg­tuig] zag ik dat al­le ba­ga­ge in­ge­la­den was be­hal­ve die van mij. Om­dat ik me her­in­ner­de de Abd ar-Raḥ­mān ver­le­den jaar steek­pen­nin­gen / fooi be­taal­de aan de la­ders, vroeg ik aan de pur­ser of dat nu ook van mij ver­langd werd. Ik werd naar bui­ten ge­leid en moest mijn ba­ga­ge aan­wij­zen (er ble­ken nog en­ke­le rug­zak­ken te lig­gen). Al­les werd net­jes in­ge­la­den. De purser en an­der per­so­neel ont­ken­den dat ik moest ‘schui­ven’ dus deed ik het ook niet. (Maar dat iets der­ge­lijks toch de be­doe­ling was bleek uit het feit dat de bus die de pas­sa­giers van de ter­mi­nal naar het vlieg­tuig bracht niet bij de vlieg­tuig­trap stop­te maar naar de an­de­re kant van de ma­chi­ne reed waar de la­ders ston­den te wach­ten op de be­ta­len­de pas­sa­giers. Ik be­dacht toen al dat Nico en ik ver­le­den keer daar he­le­maal niet bij stil­ge­staan had­den en on­ze ba­ga­ge toch aan­ge­ko­men was). Uit­ein­de­lijk kwam al­le ba­ga­ge, ook de los­lig­gen­de rug­zak­ken, in Say’ūn aan.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Layla Alwi

    Vijftig minuten deed de Boeing 737 er­over om van Ṣanaᶜā’ naar Say’ūn te vlie­gen. Ik maak­te een tien­tal dia’s van het land­schap on­der mij, voor­na­me­lijk van de Yool en de om­ge­ving van Say’ūn. Op som­mi­ge plaat­sen leek het zand zo dicht­bij dat ik dacht dat ik kon uit­stap­pen en een stuk­je erin lo­pen. Het was alsof je in de be­ne­den­ver­die­ping van een dub­bel­deks­trein zat.
    In Say’ūn duur­de het even voor­dat ik de ba­ga­ge had. On­der­tus­sen was Abd al-Raḥ­mān, de di­rec­teur van de al-Aḥgāf-bi­blio­theek in Tarīm, al bin­nen­ge­komen. Hij was niet ver­an­derd, niet in ui­ter­lijk en niet in ge­drag. Nog al­tijd even vrien­de­lijk en aar­dig.
    Evenals in Ne­der­land maak­te men ook hier veel op­mer­kin­gen over mijn ge­mil­li­me­ter­de haar. Dat is hier dus ken­ne­lijk even on­ge­woon als in Ne­der­land.
    Even later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had bo­ven op het ter­ras ge­staan en had me uit het vlieg­tuig zien ko­men, zo ver­tel­de hij te­gen Abd al-Raḥ­mān. Ik stond er­bij en luis­ter­de er­naar. Ik was als laat­ste uit het vlieg­tuig ge­ko­men en het was dus niet moei­lijk voor hem om mij waar te nemen.
    Abd al-Raḥ­mān had hem de­ze och­tend ge­pro­beerd te be­rei­ken, maar hij was niet thuis. Nu was er een an­de­re chauf­feur: Aḥmad MB. Wat mij be­treft ga ik de­ze fa­se [van het pro­ject] in zee met deze Aḥmad. Hij be­schikt niet al­leen over een veel be­te­re au­to, een Land­cruiser (maar geen Layla Alwi*(4), om­dat dat een nieu­wer en ster­ker mo­del is), maar is ook veel rus­ti­ger en rijdt erg be­dacht­zaam, want hij wil zijn du­re au­to na­tuur­lijk niet in de prak rij­den. Ik kan hem ech­ter niet al­tijd ver­staan, niet­te­min doet hij zijn best om zich ver­staan­baar te ma­ken.
    Ik beschouwde Ḥaimid B. toch al als een klein pro­bleem. Hij eis­te voor een taxi­rit van Say’ūn naar Tarīm 1.500 rial, ter­wijl het nor­ma­le ta­rief 800 rial is. Ik vroeg mij af hoe ik ver­lost kon wor­den van de­ze Ḥaimid. Dat is dus nu op­ge­lost. Hij had het na­kij­ken en keek dan ook te­leur­ge­steld.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Huwelijksgeluk

    Abd al-Raḥ­mān stuur­de Sālim naar mij toe die al­leen maar Ara­bisch spreekt, om met mij te klet­sen. Wat goed van hem. Snel leer­de ik weer veel woor­den die ik ver­ge­ten was. Toen de man de vrou­wen van Ṣanaᶜā’ prees, vroeg ik hem ex­pli­ciet of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij deed een beet­je moei­lijk daar­over, maar ze wa­ren nu ze­ven jaar bij el­kaar en ze be­gon­nen wel aan el­kaar te wen­nen. Daar be­taal je dan als man een bij­na niet op te bren­gen be­drag voor, om na ze­ven jaar tot de con­clu­sie te ko­men dat je in­mid­dels wel aan el­kaar be­gint te wen­nen.
    Maar het kan ook an­ders. Sālim T., die als re­cep­ti­o­nist bij het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel in Tarīm werkt, ver­tel­de me de vo­ri­ge keer (1996) dat hij mis­schien bij een olie­maat­schap­pij een baan­tje zou kun­nen krij­gen. Daar werd veel be­taald. Hij re­ken­de zich bin­nen vijf jaar mil­jo­nair (in Je­me­ni rials). Toen ik hem daar­op zei dat hij dan ge­noeg geld had om een twee­de vrouw te ne­men, riep hij ver­ont­waar­digd: “Ik wil geen twee­de vrouw, ik hou van mijn vrouw!” Hij had haar op school ont­moet, want hij is le­raar En­gels. (Het baan­tje bij de olie­maat­schap­pij is niet door­ge­gaan, ver­telt hij me des­ge­vraagd en­ke­le da­gen la­ter. Daar­voor had hij een krui­wa­gen no­dig. Die had hij niet).
    De Sālim van van­och­tend had drie kin­de­ren bij de vrouw waar hij niet van hield, twee meis­jes en een jon­gen. Het oud­ste kind, een meis­je heet Fay­rūz, naar die Libanese zangeres*(5), die hij zeer bewonderde.
    Ook hier [Tarīm] zijn de vrou­wen duur, maar niet zo duur als in Ṣanaᶜā’, bleek mij.
    Een jongeman, Abd Allāh, die in Bul­ga­rije ar­chi­tec­tuur ge­stu­deerd had wist het klap­pen van de zweep in Eu­ro­pa, nie­te­min kon hij voor­lo­pig nog niet trou­wen om­dat hij nog geen geld ge­noeg had om de mahr, de bruidsprijs, te betalen voor een vrouw van de ‘Alawī, zijn familieclan, waartoe ook Abd al-Raḥ­mān blijkt te be­ho­ren. Sāda [Say­yid’s]*(6) dus.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Gaṣr al-Goebba

    Rond kwart over vier brengt de be­dacht­zaam rij­dende Aḥmad MB. mij naar Tarīm. Ik voel het als een soort thuis­komst.
    De ont­vangst in het ho­tel is al­ler­har­te­lijkst, hoe­wel er veel nieuwe men­sen wer­ken, maar die zijn ook al­le­maal vrien­de­lijk, zo­als al­le Ara­bieren. Sālim, de le­raar En­gels, is er nog en de bawwāb [poortwachter], wiens naam ik niet meer weet. De di­rec­teur is er nog … al-Kāff. Hij stelt mij voor aan de ei­ge­naar. Ook een al-Kāff. Van hem zie ik la­ter een fo­to in de gang han­gen, waar­op de­ze bij een thee­ses­sie op één na naast de pre­si­dent van Je­men zit.
    Aan Abd al-Raḥ­mān had ik de op­dracht ge­ge­ven te­gen Aḥmad MB., de chauf­feur die mij naar Tarīm zou brengen, te zeg­gen dat als ik vraag: “kam?” [hoe­veel?] ik niet zo­iets ho­ren wil als: “Je weet wel wat mijn diens­ten waard zijn”. Dat weet ik niet. Ik wil het be­drag ho­ren dat hij van mij wil ont­van­gen. Ik ben Ne­der­lan­der en zo gaat dat bij ons. Dat heeft no­gal wat voe­ten in de aar­de, Aḥmad wordt er ver­le­gen van, maar uit­ein­de­lijk blijkt dat hij voor zijn diens­ten aan toe­ris­ten 5.000 rial vraagt. Hij vraagt nu 4.000 rial, want hij wil graag in de toe­komst ook aan mij zijn diens­ten aan­bie­den. Ik wil wel van zijn diens­ten ge­bruik ma­ken.
    In het hotel pak ik de spul­len uit de hou­ten kist uit, die ik mee­nam uit Say’ūn. Er blij­ken nog ‘ver­ras­sin­gen’ in te zit­ten, zo­als thee­doe­ken, af­was­mid­del en ver­leng­snoe­ren. Er is ook nog een ech­te gas­lamp. Die ge­bruik­ten Nico en ik ver­le­den jaar, maar na­dat Nico ver­trok­ken was kocht ik een elek­tri­sche lamp met twee TL-bui­zen en een in­ge­bouw­de ac­cu. Die lamp doet het me­teen als ik hem aan­scha­kel. Na an­der­half jaar is de ac­cu nog niet leeg.
    In het res­tau­rant van het ho­tel ge­bruik ik een ‘lich­te’ maal­tijd. Brood, ge­bak­ken ei en rau­we to­maat. Er zit­ten Ne­der­lan­ders op het ter­ras die uit een reis­gids Ara­bisch le­ren. Ik maak geen con­tact. Ik ben nog niet lang ge­noeg hier om weer eens Ne­der­lands te wil­len klet­sen. Ik wil nu wel Ara­bisch pra­ten, in te­gen­stel­ling met Ṣanaᶜā’, waar ik dat niet wilde.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Veiligheid

    Ik moest den­ken aan de be­rich­ten die ik van­daag hoor­de over het geweld­da­di­ge kli­maat hier in de Ḥa­ḍra­maut. Over­val­len op ar­ge­lo­ze rei­zi­gers op klaar­lich­te dag, mid­den op straat in de ste­den, die ge­wa­pen­der­hand van al hun geld wor­den ont­daan. (Abd ar-Raḥmān ver­tel­de op dins­dag 25 no­vem­ber van een do­de­lijk slacht­of­fer van zulk een over­val.) Hoe gro­ter de stil­te rond het ho­tel, hoe on­vei­li­ger ik me voel­de. Van de ge­moe­de­lij­ke rust die ik hier ver­le­den jaar voel­de was niets meer over. Ik zit hier in een ho­tel met groot geld­be­drag in con­tan­ten in een kunst­stof­fen kof­fer, met een sim­pel num­mer­slot, in een ka­mer waar­van het slot niet naar be­ho­ren werkt. De twee ach­ter­deu­ren zijn voor­zien van twee sim­pe­le schuif­jes, als ver­gren­de­ling. Die ach­ter­deu­ren zelf zijn nog net niet van bord­kar­ton.
    Het bedrag is groot ge­noeg om de di­rec­teur van de bi­blio­theek meer dan ne­gen en een half jaar maan­de­lijks van zijn re­gu­lie­re sa­la­ris te voor­zien. Een me­de­wer­ker van het ho­tel kan ik met dit be­drag zelfs bijna zes­en­twin­tig jaar zijn maan­de­lijk­se sa­la­ris uit­be­ta­len, voor­op­ge­steld dat ik geen ren­te ont­vang, hij geen loons­ver­ho­ging krijgt en de koers van de dol­lar op 132 rial blijft staan.
    Verleden jaar sliep ik zor­ge­loos buiten, met een nog veel gro­ter be­drag (ne­gen­en­der­tig jaar sa­la­ris voor een ho­tel­me­de­wer­ker, vijf­tien jaar voor de di­rec­teur,) in mijn kof­fer in de­zelf­de ka­mer met het­zelf­de slech­te slot, zon­der me ook maar een mo­ment on­vei­lig te voe­len. Ik wil­de dit jaar weer bui­ten sla­pen, maar dat durf­de ik plot­se­ling niet meer. Ik sloot mij op (zo­ver daar spra­ke van kon zijn in dit kaar­ten­huis) in mijn ka­mer. De gor­dij­nen stijf dicht. Ik kroop snel onder de klam­boe, als ex­tra be­vei­li­ging, tegen de zwaar be­wa­pen­de mug­gen.
    Buiten slapen zou geen suc­ces zijn ge­weest. De tem­pe­ra­tuur zak­te de­ze nacht tot 18°C, zo bleek dins­dag. Niet echt koud, maar toch ook niet erg aan­ge­naam. Maar ook niet erg aan­ge­naam was de tem­pe­ra­tuur in mijn ka­mer. On­ge­veer 28°C. De air­co ge­bruik ik niet want die maakt een hels ka­baal. Dan lig ik wak­ker van het la­waai.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Een dend­ri­tisch drai­na­ge­pa­troon ont­staat wan­neer wa­ter­stro­men in de bo­dem min­der of meer die­pe geu­len uit­slij­ten: ero­sie. Daar waar die stroomp­jes sa­men­vloei­en ont­staan bre­de­re geu­len. Uit­ein­de­lijk zul­len veel in een ge­za­men­lij­ke bed­ding te­recht ko­men. De struc­tuur van al die stroom­pjes sa­men lijkt op de tak­ken van een boom of struik. Dat heet dan den­dri­tisch en dat woord stamt uit het Grieks. Wikipedia.

    Te­rug.

    *(2)
    al-Yool. (ﺍﻟﺟﻮﻝ) De Yool is de naam van de bo­ven­kant van de heu­vels die over de he­le Ḥaḍ­ra­maut ver­spreidt lig­gen. Het pa­troon van de­ze bo­ven­kant is het hier­bo­ven be­spro­ken den­dri­tisch drai­na­ge­pa­troon.
    Wan­neer het op de Yool re­gent ont­staat een dra­ma­tische si­tu­a­tie in de da­len, zo­als hier te zien is in Wā­dī Doe­ᶜan in een (schok­ke­ri­ge, maar vooral schok­ken­de ama­teur-) vi­deo op You­Tube. Dui­de­lijk is de ver­nie­ti­gen­de kracht van het wa­ter te zien en de scha­de die het aan­richt in dit dal van de Ḥaḍ­ra­maut. Er zijn hui­zen van golf­pla­ten die vol­le­dig on­der­ge­lo­pen zijn, maar in de­ze re­gio zijn heel veel hui­zen ge­bouwd van in de zon ge­bak­ken le­men ti­chels: (Mud brick). Die con­struc­ties kun­nen zo’n zwa­re re­gen­bui nau­we­lijks aan en veel hui­zen stor­ten er dan ook (ge­deel­te­lijk) in. Wat een dra­ma! Bo­ven­dien zijn die klei­ne dorps­ge­meen­schap­pen vaak op zich­zelf aan­ge­we­zen. Bu­ren­hulp is ont­zet­tend be­lang­rijk.

    Te­rug.

    *(3)
    Taxi’s. Zie over de taxi’s in Je­men de be­tref­fen­de bij­dra­ge over dit ver­voer­mid­del, gis­te­ren, 23 no­vem­ber.

    Te­rug.

    *(4)
    Layla Alwi. Laila Alwi, de naar dik­ke, zeer po­pu­lai­re, Egyp­tische ac­tri­ce ver­noem­de (door het volk, niet of­fi­ci­eel) four-wheel drive van elk Ja­pans merk.

    Te­rug.

    *(5)
    Fayrūz / Fayroez (ﻓﻴﺮﻭﺯ). Fay­roez is niet al­leen in Li­ba­non, of in de Ara­bische we­reld be­kend. Zij treed op in al­le gro­te za­len in de we­reld. Wi­ki­pe­dia: Fay­ruz.

    Te­rug.

    *(6)
    Sayyid (meerv., meer dan twee: sā­da). Een say­yid be­hoort tot de eli­te bin­nen een is­lami­tische ge­meen­schap, want is een recht­streek­se af­stam­me­ling van de pro­feet Mu­ham­mad, via zijn doch­ter Fa­ti­ma. Say­yids trou­wen al­leen on­der el­kaar. Zo ver­wa­tert de (ver­meen­de) bloed­ver­want­schap niet.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Meer informatie.

    GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
    Wādī Doeᶜan:
    :ﻭﺍﺩﻱ ﺩﻭﻋﻦ
    al-Mukallā:
    GM., Wi.
    :ﺍﻟﻤﻜﻠﺎ
    al-Šiḥr:
    GM., Wi.
    :ﺍﻟﺸﺤﺮ

    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 25 november

  • 25 november 1997

    Hotel

    Het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel te Ta­rīm. Mijn ‘re­si­den­tie’ in het voor­jaar van 1996 en ook dit jaar, 1997.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9432) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken zal ik daar lo­ge­ren in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Ik heb veel con­tant geld bij me. Waar ik ver­le­den jaar, met een nog veel gro­ter be­drag aan baar geld, daar zor­ge­loos ver­bleef, ben ik van­daag ui­terst be­zorgd over mijn vei­lig­heid. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Dinsdag, 25 november 1997.
    Tariem: 7/41.
    Op 7.00 uur. Koffie. Douche.
    Goed geslapen.
    Ontbijt van het ho­tel.
    Dagboek bij­wer­ken tot cir­ca 10.00 uur.
    Temperatuur binnen / buiten: 31°C.
    Met Abd al-Raḥmān [di­rec­teur van al-Aḥgāf-bi­blio­theek] be­sprak ik het te vol­gen pro­gram­ma. (Het spreekt me niet aan dat ik in­struc­tie in boek­bin­den moet ge­ven. Ge­luk­kig komt er iemand uit Ṣanaᶜā’ die van wan­ten weet en die Ara­bisch en En­gels spreekt.)
    Ik werkte van cir­ca 10.00 tot cir­ca 23.00 uur in / aan de bi­blio­theek, slechts on­der­bro­ken door en­ke­le kor­te pau­zes. Ver­sla­gen ma­ken en een fax-be­richt voor­be­rei­den.
    Ik at in het res­tau­rant van het ho­tel en werk­te door.
    Bed circa 00.00 uur. On­ge­veer 20°C om 00.30 uur.
    Ik voel me een stuk be­ter nu ik veel min­der geld heb, maar we­ten po­ten­tiële ban­die­ten dat wel?

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Ik sliep als een blok.
    De begroeting in de Aḥgāf-bi­blio­theek is har­te­lijk. Het lukt me zo­waar om met Abd Allāh A. en­ke­le woor­den te wis­se­len, hoe­wel hij, als ik hem niet goed be­grijp, geen an­de­re woor­den gaat ge­brui­ken, maar har­der be­gint te pra­ten, als­of ik doof ben. Husayn al-K. is ook blij met mijn be­zoek. Ik heb het ge­voel niet weg te zijn ge­weest, hoe­wel er bij­na an­der­half jaar zit tus­sen bei­de ke­ren dat ik hier was. (Thuis, in Ne­der­land, had ik al vaak het ge­voel als­of ik door de deur uit te stap­pen en een hoek­je om te lo­pen, al weer bui­ten het Gaṣr al-Goeb­ba-hotel stond en de stof­fi­ge weg, met links en rechts de le­men mu­ren, naar de Aḥgāf-bi­blio­theek voor mij lag).

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Huwelijksgeluk?

    Ik vroeg Abd al-Raḥ­mān naar de ge­zond­heid van zijn vrouw. (Veel man­nen re­a­ge­ren on­ge­mak­ke­lijk en lache­rig als je naar (de ge­zond­heid van) hun echt­ge­no­te in­for­meert. Het is hier not done om over de echt­ge­no­te te spre­ken. Daar trek ik me niets van aan. Ook zij heeft recht op mijn be­lang­stel­ling, vind ik. Abd al-Raḥ­mān, die al in Ne­der­land is ge­weest, weet waar­schijn­lijk be­ter en re­a­geert nor­maal.)
    Gis­te­ren zei hij dat hij mij niet naar Tarīm kon be­ge­lei­den om­dat hij in de keu­ken nog van­al­les moest doen. Ik ver­on­der­stel­de toen, ten on­rech­te, dat hij zijn vrouw hielp met het huis­hou­den. Hij zei dat Je­me­ni­tische vrou­wen de ei­gen­aar­dig­heid heb­ben dat als ze ziek zijn er de voor­keur aan ge­ven te­rug te ke­ren naar het huis van hun va­der. Ook zijn kin­de­ren wa­ren met de moe­der mee­ge­gaan, maar kwa­men af en toe nog op be­zoek. Voor­al zijn zoon Has­san trok erg naar hem, maar zijn doch­ter Mir­iam bleef lie­ver bij de moe­der. Wie zor­gde dan nu voor Abd al-Raḥ­mān? De vrouw van zijn broer, die zelf al ja­ren in Ca­na­da woont en daar een be­staan pro­beert op te bou­wen. Zijn vrouw zou hij dan la­ter over la­ten ko­men.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Geld

    Na enig zoe­ken vind ik een ver­trouwd ie­mand die be­reid is het groot­ste deel van het geld­be­drag te­gen on­der­te­ke­ning van een ont­vangst­be­wijs over te ne­men en op te ber­gen in een kluis.
    Ik voel me met­een een stuk vei­li­ger, maar is dat wel te­recht? (De per­soon in kwes­tie, niet meer, ver­tel­de hij me la­ter). Eventuele ban­die­ten we­ten niet dat ik het geld niet meer heb. Ik kan moei­lijk een groot span­doek op het ho­tel han­gen met de me­de­de­ling dat Mis­ter Ha­nis (zo­als ik hier heet) geen geld meer heeft en dat hij, als hij wil wis­se­len eerst ie­mand an­ders moet ver­zoe­ken hem een be­drag te ver­strek­ken.
    Er zijn in dit dorp toch een he­le­boel men­sen die we­ten dat ik ver­le­den jaar veel geld bij mij had. Niet in de laat­ste plaats de geld­wis­se­laars, die soms twee keer per week gro­te be­dra­gen van mij ont­vin­gen. Ook an­de­ren heb­ben mij zien lo­pen met de enor­me pak­ken Je­me­ni­tische rials in gro­te door­zich­ti­ge plas­tic zak­ken. (Toen 125 rial voor 1 dol­lar, het groot­ste bil­jet was toen 200 rial. Nu 500 rial.) De men­sen die het geld ont­vin­gen wis­ten dat ik over veel geld moest be­schik­ken. Hun per­so­neel, die ar­me sloe­bers, ook, want die ston­den er vaak met de neus bo­ven­op als ik hun pa­troons be­taal­de. Ik was ook ruim met de fooi­en. Ik heb me er nooit zor­gen over ge­maakt, ik ver­trouw­de hier zelfs de dui­vel en die heeft mij dan ook nooit be­dro­gen. Drie maan­den was ik hier, dat doe je niet met een paar hon­derd gul­den.
    Allen zul­len ver­on­der­stel­len dat er weer veel geld is, nu ik hier voor de twee­de keer ben.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Zon

    Temperatuur bin­nen: 27,1°C, bui­ten: 22,1°C. Over­dag was het lang niet zo heet als ver­le­den voor­jaar, maar toch nog al­tijd zo’n 32°C. Mis­schien was het ver­le­den jaar wel veel war­mer dan de door mij ver­on­der­stel­de 40°C.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Fax naar Nederland

    Abd al-Raḥ­mān en ik be­spra­ken van­daag de streef­doe­len van deze fa­se, zo­als vast­ge­legd in mijn do­cu­ment ‘Doel­stel­ling van de twee­de fase.’
    Er komt bin­nen an­der­hal­ve week, op kos­ten van het pro­ject, een er­va­ren boek­bin­der uit Ṣanaᶜā’ die zo­wel En­gels en Ara­bisch spreekt en die sa­men met mij de in­struc­tie van het bin­den van boe­ken vol­gens wes­ter­se stan­daard zal uit­voe­ren.
    Totdat die man hier is zal ik, samen met Ḥusayn al-Ḥ., het ge­bruik van de da­ta­ba­se aan het per­so­neel uit­leg­gen en in de prak­tijk brengen. Voor [col­le­ga] Taw­fīq geldt dan dat hij moet uit­leg­gen hoe de ca­me­ra’s wer­ken en hoe men op ver­ant­woor­de wij­ze goe­de fo­to’s kan ma­ken. Daar­na zul­len we wer­ken aan het ca­ta­lo­gi­se­ren van de hand­schrif­ten. Door in­ten­sief on­der­zoek van al­le hand­schrif­ten zijn er sinds mijn ver­trek, ver­le­den jaar, een enorm aan­tal teks­ten ge­von­den die nu niet in de fih­rist [ca­ta­lo­gus] voor­ko­men. Die zal ik pro­be­ren al­le­maal aan de da­ta­ba­se toe te voe­gen.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Fax: microfilms

    De com­pu­ters doen het nog al­le­maal. De nieu­we com­pu­ter (die ik 1996 in Ṣanaᶜā’ kocht) wordt in­ten­sief ge­bruikt door Husayn al-H. die een op­lei­ding in mo­der­ne tech­no­lo­gie­ën in Kiev, Oe­kra­ïne, ge­no­ten heeft. Hij heeft be­hoef­te aan een krach­ti­ge­re word­pro­ces­sor. Ik zal op 26 no­vem­ber Win­dows 95 en Word 97 op de nieu­we com­pu­ter in­stal­le­ren. Spoe­dig zul­len we het ge­heu­gen van die com­pu­ter ook moe­ten uit­brei­den. (Zie hier be­ne­den).
    Abd al-Raḥ­mān en het per­so­neel ach­ten het ge­bo­den al­ter­na­tief voor mi­cro­films*, na­me­lijk ge­wo­ne ca­me­ra’s en ge­wo­ne klein­beeld­films, on­werk­baar. Als ie­mand een ko­pie wil heb­ben van een beet­je hand­schrift zijn er een en­orm aan­tal films no­dig, om­dat ie­dere film maar 36 pa­gi­na’s kan be­vat­ten. Daar­naast is het, na du­re ont­wik­ke­ling, niet goed mo­ge­lijk om te be­pa­len of de fo­to’s scherp zijn of niet. Het la­ten af­druk­ken van de fo­to’s kan de bi­blio­theek niet be­ta­len. Er is geen mo­ge­lijk­heid om de ne­ga­tie­ven te con­tro­le­ren of te pro­jec­te­ren.
    Onlangs kwam een Tarīmī in de bi­blio­theek met een di­gi­ta­le ca­me­ra en hij maak­te zon­der veel poes­pas een mooie ko­pie van een fo­to op de la­ser­prin­ter. Een di­gi­ta­le ca­me­ra is via re­la­ties in Du­bai ge­mak­ke­lijk aan te schaf­fen. We over­we­gen dat nu te doen. Di­gi­ta­li­se­ren van de col­lec­tie ligt nu bin­nen hand­be­reik. Daar is ook de Ne­der­land­se am­bas­sa­deur in Ṣanaᶜā’ een voor­stan­der van. Een ca­me­ra is te pre­fe­ren bo­ven een flat­bed scan­ner we­gens de breek­ba­re rug­gen van de hand­schrif­ten. Voor ge­brek aan ade­quate ken­nis hoe­ven we niet bang te zijn. In Tarīm zijn een he­le­boel men­sen die het laat­ste jaar een com­pu­ter heb­ben aan­ge­schaft en er zijn er veel die over vol­doen­de ken­nis be­schik­ken van soft- en hard­ware.
    Het probleem is dat het werk­ge­heugen van de com­pu­ter en het vrije ge­heu­gen op de har­de schijf te ge­ring is. We over­we­gen nu het werk­ge­heu­gen uit te brei­den tot 16 of 24 MB. Er is geen an­de­re op­los­sing voor het ge­heu­gen­pro­bleem van de har­de schijf dan de aan­schaf van een CD-ROM-le­zer en schrij­ver. Naar de prij­zen van de­ze spul­len zal in Du­bai ge­ïn­for­meerd wor­den.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Fax: mannen!

    We zul­len een ge­luids­ar­me ge­ne­ra­tor van 3 KW aan­schaf­fen, in over­leg met de mos­kee.
    Er wordt nu een nieu­we in­gang ge­maakt voor de bi­blio­theek. Het mos­kee­be­stuur pro­tes­teer­de te­gen de ve­le ‘schaam­te­loos‘ ge­kle­de toe­ris­tes, die hun klim naar de bi­blio­theek moe­ten ma­ken van­af de deur naar de mos­kee. De man­nen ra­ken er te op­ge­won­den van. Een ge­deel­te van de kos­ten komt tij­de­lijk voor re­ke­ning van het pro­ject, om­dat de met­se­laar al be­zig is, maar de re­ge­ring nog niet over de brug is ge­ko­men. Dat zal nog eni­ge tijd du­ren.
    De kosten voor de ruim­te voor de ge­wa­pen­de nacht­waker komt voor re­ke­ning van het pro­ject. Abd al-Raḥ­mān wil de nacht­wa­ker niet in de bi­blio­theek heb­ben om­dat die man niet zal stop­pen met ro­ken en er ook niet van zal af­zien eten en drin­ken in de bi­blio­theek te ge­brui­ken. Goe­de nacht­wa­kers lig­gen niet voor het op­ra­pen en men moet ge­noe­gen ne­men met het exem­plaar dat men nu al aan­ge­no­men heeft. [Tot zo­ver een ge­deel­te uit mijn fax-be­richt naar Ne­der­land.]

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    Microfilms. Het ver­vaar­di­gen van mi­cro­films is voor­al een wens uit de hoek van de bi­blio­theek­part­ners in Ne­der­land. Er is in Tarīm geen goe­de wer­kom­stan­dig­heid om iets der­ge­lijks te ver­we­zen­lijken, blijkt uit de tekst hier­bo­ven. Ove­ri­gens is al 70% van de hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten) ge-mi­cro­filmd. Zie 3 mei 1996.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Meer informatie.

    GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
    Dubai:
    GM., Wi.
    :ﺩﺑﻲ

    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 26 november

  • 26 november 1997

    Terras

    Dit is het dak­ter­ras dat bij mijn ka­mer in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel hoort. Mijn ka­mer ligt ach­ter de doe­ken, maar tus­sen de kamer en de doe­ken is nog vol­doen­de ter­ras­ruim­te om te wer­ken. Daar staat een ta­fel (met stoel), waar­aan ik mijn ad­mi­ni­stra­tie­ve ver­plich­tin­gen kan ver­rich­ten.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9433) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Woensdag, 26 november 1997.
    Tariem: 8/40.
    Goed geslapen.
    Op 7.00 uur.
    Dagboek bijwerken.
    Circa 9.00 op weg naar de [al-Aḥgāf-] bi­blio­theek. Ik ont­moet Ḥas­san al-A., de oom van Ḥusayn al-A. (Niet de re­cep­tio­nist van het ho­tel, maar die knap­pe, sexy boy van de te­le­foon­win­kel, ver­le­den jaar.)
    Deze Has­san al-A. brengt mij in zijn per­soon­lijk wrak naar de bi­blio­theek. Des­ge­vraagd wil hij me wel hel­pen bij het af­din­gen als ik een sa­rong wil ko­pen.
    We rijden de vijf­tig me­ter met veel moei­te ach­ter­uit, er­naar­toe. Ik mag niet uit­stap­pen.
    Het door hem behaal­de voor­deel voor twee goe­de sa­rongs (merk At­las uit In­do­ne­sië) wil hij niet aan­ne­men, maar ik laat het bed­rag in zijn au­to val­len: 400 rial. Ik be­taal­de 1.600 rial. (Cir­ca 24 gul­den.)
    Ik print de fax die ik gis­te­ren op mijn lap­top maak­te en ver­stuur die via de fax van het post­kan­toor*(1) naar de Am­bas­sa­de met het ver­zoek aan DK. om die door te stu­ren naar Jan Just Wit­kam.
    Als ik om 11.30 uur naar huis ga vraagt Ḥusayn al-Ḥ. of hij me een van de­ze da­gen (er is va­kan­tie tot maan­dag) mag ko­men op­zoe­ken. Om­dat ik vrees dat hij van­daag al daad bij het woord zal voe­gen, luis­ter ik na het zwem­men al­leen nog maar lui­de Walk­man-mu­ziek, zodat ik een ex­cuus heb waar­om ik zijn gek­lop niet hoor­de. Ik heb nog zo­veel te doen. (Dag­boek bij­wer­ken, de da­ta­ba­se op een fout tes­ten, het da­ge­lijks ver­slag schrij­ven.) Ik wil niet ge­stoord wor­den.
    Temperatuur vandaag: af­ge­lo­pen nacht bui­ten cir­ca 19°C bui­ten en 27°C bin­nen.
    Circa 13.00 uur bui­ten 35°C, ook in de scha­duw!
    Circa 16.00 uur: zon en scha­duw: 30°C.
    Circa 17.20: onder het af­dak­je [bij mijn ka­mer] 28,1°C, rest 26,3°C. De zon is al bij­na onder.
    Nu 17.25 uur. Het wordt nu snel don­ker.
    Goede Vegas en Un­der­world Tech­no-mu­ziek op de Wal­kman [mini ra­dio-cas­set­te­re­cor­der].
    Ik moet naar een fout in de da­ta­ba­se voor de Aḥ­gāf-bi­blio­theek zoe­ken. Als je meer­de­re sor­teer­ac­ties hebt on­der­no­men, wordt op ge­ge­ven mo­ment niet meer ge­sor­teerd.
    Vóór het diner lukt het me niet de oor­zaak te vin­den.
    Diner: soep, een soort pas­ta met kip en een beet­je (de­ze keer wel, gis­te­ren niet) war­me groen­te.
    Na het di­ner ont­dek ik op ge­ge­ven mo­ment dat de tel­lers [da­ta­ba­se], die het ad­res in een ar­ray be­pa­len, na ge­bruik niet op nul ge­zet wor­den. Met een ex­tra pro­gram­ma­regel is het pro­bleem op­ge­lost.
    Bed rond 01.00 uur. Het is dan nog 20°C bui­ten.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Computerverslag: Fax

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Ik printte de fax, die ik gis­te­ren maak­te voor Ne­der­land en ver­stuur­de die van­uit het post­kan­toor naar de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de in Ṣanaᶜā’ met het ver­zoek die door te stu­ren naar Ne­der­land. Van­uit het post­kan­toor moest de fax twee­maal ver­stuurd wor­den om fout­loos in Ṣanaᶜā’ aan te ko­men. Al­thans, dat mag ik ho­pen. De kos­ten wa­ren be­dui­dend min­der dan een fax naar Ne­der­land. Die kost per pa­gi­na 800 rial (ver­le­den jaar) wat nu zo’n twaalf gul­den zou zijn. Naar Ṣanaᶜā’ kos­ten twee pa­gi­na’s maar 70 rial, nog goed­ko­per dan een brief. (70 rial is on­ge­veer 1 gul­den). Van­uit Ṣanaᶜā’ kan ho­pe­lijk wel fout­loos ge­fax­ed wor­den. Ik hoop dat DK. van de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de eni­ge me­de­wer­king wil ver­le­nen.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Moewallad

    Ik ont­moet­te Ḥas­san al-A., een col­le­ga van Abd al-Raḥmān, on­der­weg naar de bi­blio­theek en hij reed me in zijn per­soon­lijk wrak naar de bi­blio­theek. Toen ik hem ver­tel­de dat ik een sa­rong wil­de ko­pen, (om in het ho­tel te dra­gen, dat is veel fris­ser dan een broek) zou hij me wel naar de win­kel rij­den, on­ge­veer der­tig me­ter, die met veel moei­te af­ge­legd moest wor­den en veel ge­so­de­mie­ter om ieder­een aan de kant te krij­gen, maar ik mocht niet uit­stap­pen. Al­leen gek­ken lo­pen hier.
    Hij vertelde mij dat ik over de prijs zou moe­ten on­der­han­de­len. Ik vroeg hem dat voor mij te doen. Dat deed hij met ver­ve. Ik ge­noot er­van, hoe­wel ik bij­na die sa­rong niet kreeg die ik wil­de heb­ben. Uit­ein­de­lijk kreeg ik twee sa­rongs sa­men ruim 400 rial goed­ko­per. Het door hem be­haal­de voor­deel wil­de hij niet van mij aan­ne­men, maar ik liet het in zijn au­to val­len. Voor mij is dat een drup­pel op de gloei­en­de plaat, voor hem een half week­loon. Ik be­taal­de de markt­koop­man 1.600 rial, on­ge­veer 24 gul­den. Hij was erg te­vre­den.
    De sarongs, koe­le kle­ding, draag ik al­leen op mijn ka­mer en ter­ras in het ho­tel. Niet daar­bui­ten. Ik ben geen Ḥa­ḍra­mī [in­wo­ner van de Ḥa­ḍra­maut], maar men heeft mij tot Moe­wal­lad ge­maakt. Dat is een Ḥa­ḍra­mī van oor­sprong (zijn roots lig­gen hier), maar die in den vreem­de ge­bo­ren is en die het Ara­bisch niet goed be­heerst. Daar zijn er hier heel veel van. Stu­den­ten uit Ma­lei­sië, Sin­ga­po­re en In­do­ne­sië, die hier gods­dienst stu­de­ren. Hun voor­va­de­ren wa­ren Ḥa­dā­rim [meer­voud van Ḥa­ḍra­mī]. Die stu­den­ten moe­ten hier eerst Ara­bisch le­ren.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Šoehra

    Na lang zoe­ken vond ik de oor­zaak van de fout bij het sor­te­ren in de da­ta­ba­se. Ik moest er­voor zor­gen dat de sor­teer­volg­or­de­tel­lers op nul ge­zet wor­den als in het be­tref­fen­de veld de sor­teer­func­tie wordt uit­ge­scha­keld. Snap je? (??)
    Ik voeg­de ook nog een ex­tra veld toe bij de au­teurs voor de šoeh­ra.*(2)

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Postkantoor. Ik ver­meld het ner­gens in mijn dag­boek maar Tarīm heeft dit jaar een post­kan­toor. Ver­le­den jaar moest ik, om een fax te ver­stu­ren, naar Say’ūn rei­zen, of die aan ie­mand mee­ge­ven die in die plaats woon­de.

    Te­rug.

    *(2)
    Šoehra. (ﺍﻟﺸﻬﺮﺓ) De šoehra is een on­der­deel van het com­ple­xe per­soons­na­men-sys­teem van de Ara­bische eigen­na­men. Zie voor een uit­leg daar­van Wi­ki­pe­dia. De term šoehra wordt in dit Wi­ki­pe­dia-ar­ti­kel niet ge­noemd, maar is dat deel van een naam van de per­soon waar­mee hij / zij al­ge­meen be­kend, of be­roemd is.
    Een be­roem­de Tu­ne­sische zan­ge­res Ṣa­lī­ḥa (1914-1958 :ﺻﻠﻴﺤﺔ) kreeg een Tu­ne­sische / Al­ge­rijn­se na­volg­ster (1943-2005), die ook de naam Ṣalīḥa adop­teer­de, maar het pu­bliek noem­de haar Ṣa­lī­ḥa(t) al-ṣa­ġī­ra (ﺻﻠﻴﺤﺔ ﺍﻟﺻﻐﻴﺮﺓ): de klei­ne / de jon­ge Ṣa­lī­ḥa. Zij was dus be­kend met de ex­tra toe­voe­ging al-ṣa­ġī­ra, dat was haar šoeh­ra.
    De Tunesische Ṣalīḥa Wikipedia (Frans). YouTube.
    De Tunesische / Algerijnse Ṣalīḥa(t) al-ṣaġīra YouTube.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 27 november

  • 27 november 1997

    Computertafel

    Dit is mijn werk­plek op het ter­ras dat bij mijn ka­mer in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel hoort en zich dus ach­ter de la­kens be­vindt die op de dia van gis­te­ren te zien zijn. De doe­ken die­nen om over­dag mijn werk­plek te­gen de ko­pe­ren ploert te be­scher­men.
    Deze dia is in de avond ge­no­men, want de lamp brandt. Op de ta­fel staat mijn To­shi­ba-lap­top en links er­naast de tem­pe­ra­tuur­meter die tot op een tien­de graad nauw­keu­rig meet. Hier werk ik vaak tot in de klei­ne uurt­jes aan de ver­be­te­ring van de Ac­cess-da­ta­ba­se voor de Aḥ­gāf-bi­blio­theek.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9434) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten. Het is van­daag 27 Raǧab, een is­la­mi­tische feest­dag. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik droom de­ze nacht in­di­rect van haar. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Donderdag, 27 november 1997.
    Tariem: 9/39.
    Het is 27 Raǧab: het feest van al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ* ge­noemd: de Nacht­reis van de pro­feet Muḥ­am­mad. Ieder­een in de bi­blio­theek heeft vrij en het ge­bouw is ge­slo­ten.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Mijn nacht­reis

    Ik droomde dat ik voor de PTT-Te­le­com (mijn voor­ma­li­ge werk­ge­ver van me­dio 1966 tot en met 1989) een sto­ring moest op­los­sen in een ge­bouw met een alarm­in­stal­la­tie. Ik wist niet hoe ik het alarm moest om­zei­len, maar [col­le­ga] BG. had een plat­te­grond waar op stond hoe je moest lo­pen. (BG. vond ik al­tijd in­tri­ge­rend en bij­zon­der aar­dig, maar niet mooi.) BG. ging naast me op de vloer zit­ten om me de rou­te te wij­zen. Toen vlij­de hij zich tegen mij aan. Hij was [in de­ze droom] niet ou­der dan twin­tig jaar. Ik pak­te zijn hoofd vast en zoen­de hem. Hij zucht­te van ge­not. Ik vroeg hem, ter­wijl mijn hoofd op zijn ont­blo­te borst lag, wat hij met zo’n ou­de ke­rel als ik moest. Hij zei dat hij van mijn ma­nier van doen hield. (Al­les wat hij zei en deed, was dat wat An­na bij mij in het ver­le­den in wer­ke­lijk­heid zei en deed.) Ik knuf­fel­de hem om hem een ple­zier te doen. Hij was ver­schrik­ke­lijk sexy, maar het deed me niet veel. Ik over­woog hem te ver­tel­len dat er ook nog ie­mand an­ders is, na­me­lijk Enne­fea, op wie ik ver­liefd ben, maar zag daar om ver­schil­len­de re­de­nen van af. Een en ander zou de zaak ern­stig com­pli­ce­ren. Meer ge­re­de­neerd van­uit de ver­wach­ting van de­ze jon­ge­man dan dat ik er zelf be­hoef­te aan had, maak­te ik zijn broek open. Zelf trok hij snel zijn slip­je om­laag. Ik wil­de niet ver­der gaan. Voor­dat de jon­ge­man te­leur­ge­steld kon ra­ken over mijn af­wij­zen­de re­actie, werd ik ge­luk­kig wak­ker. Nu ligt hij daar in dro­men­land half naakt op mijn tong te wach­ten, die nooit zal ko­men. Het was net 06.00 uur.
    Daarna sliep ik nog tot 8.00 uur en nam een ho­tel­ont­bijt.
    De temperaturen, af­ge­lo­pen nacht bui­ten (mi­ni­mum) 29,4°C, bin­nen: 22,6°C.)

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Geld

    Er is weer eens geen elek­tri­ci­teit. Ik wil de ben­zi­ne van de ge­ne­ra­tor be­ta­len, maar nie­mand be­grijpt me.
    De generator zal om 12.00 uur ge­re­pa­reerd wor­den en, zo­waar, om 13.00 uur is er elek­tri­ci­teit. Hij zal, zo is mij be­loofd, niet meer on­der­bro­ken wor­den.
    Van Ḥu­sayn al-K., de ma­na­ger, neem ik de ser­vo-ge­stuur­de vol­le­dig au­to­ma­tische span­nings­re­gu­la­tor over. Dit ap­paraat stond nog in de ver­pak­king. Hij zal een nieuwe ko­pen en mij de re­ke­ning over­han­di­gen, die ik dan zal be­ta­len: cir­ca 80 US$.
    Na 13.00 uur maak ik op de com­pu­ter de ad­mi­ni­stra­tie van het pro­ject en mij­zelf.
    Persoonlijk gaf ik in de eer­ste week al cir­ca 500 US$ uit. Ik heb maar 1.745 dol­lars mee­ge­no­men voor mij­zelf, dus ik moet voor­zich­tig zijn. Het groot­ste deel ver­dween bij Taj She­ba in Ṣanaᶜā’ en de aan­schaf van een ex­tra kof­fer. Over­nach­ting 185 US$ (per on­ge­luk gaf ik 5 US$ te veel, zo bleek ach­ter­af.) Di­ners f. 200,00 (100 US$) en het kof­fer: 6.500 YER (f. 97,50, cir­ca 50 US$.) Al-Gas­mi-ho­tel: 50 US$.
    Namiddag: ver­be­te­rin­gen aan­bren­gen in de da­ta­base van de bi­blio­theek.
    Avondeten met vis (erg droog) in het re­stau­rant.
    Doorwerken tot cir­ca 23.00 uur.
    Bed circa 00.30 uur.
    De temperatuur is dan nog zo’n 25°C. Rond 12.00 uur was het 40°C in de zon. (En ook in de scha­duw.) Rond 16.00 uur: 35°C.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Niets doen

    Om zes uur stop­te de ener­gie­voor­zie­ning en ik dacht dat de el­len­de van een jaar ge­le­den weer be­gon. Toen was er al­leen tus­sen half twee en half vier ’s nachts elek­tri­ci­teit. Ik wist me­teen weer wat ik ver­ge­ten had aan te schaf­fen in Ne­der­land: een zon­ne­stroom­voor­zie­ning voor mijn com­pu­ter. Nu was ik ge­dwon­gen tot niets doen tot na 13 uur.
    Natuurlijk kan ik het stad­je in­gaan, maar bij 40°C is dat geen pret­je. Er is bijna geen scha­duw, of die is in be­slag ge­no­men door groe­pen man­nen, met wie ik niets te be­pra­ten heb, want het is van­daag een re­li­gi­euze feest­dag.
    Van dit stad­je heb ik het mees­te al ge­zien. Wat ik nog niet ge­zien heb, daar ben ik ook niet wel­kom. Ver­le­den jaar werd ik uit de bin­nen­stad met een re­gen van ste­nen ver­dre­ven door kin­de­ren, meis­jes en jon­gens. De vol­was­se­nen za­ten er­bij en ke­ken er­naar, maar on­der­na­men niets. Het ge­beur­de dus ken­ne­lijk met hun toe­stem­ming.
    De omgeving wil ik nog wel be­rei­zen, maar zal dat doen als [col­le­ga] Taw­fīq hier is, sa­men met hem en in een au­to.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Werken

    Zodra de elek­tri­ci­teit er weer is (rond 13 uur) ga ik aan het werk. Zwem­men is niet mo­ge­lijk om­dat het bad wordt schoon­ge­maakt. Gis­te­ren vond ik dat al no­dig. Er wordt geen rei­ni­gings­mid­del ge­bruikt om­dat het wa­ter de da­del­plan­ta­ges be­vloeit.
    Ik maak een over­zicht van de fi­nan­ciën. Het blijkt dat ik pri­vé veel meer geld ge­bruikt heb dan mag op grond van het mee­ge­no­men be­drag voor de he­le tijd. Ik zal het dus een beet­je rus­ti­ger aan moeten doen. Ik nam on­ge­veer drie­ën­half dui­zend gul­den mee.
    Ik pas de database aan aan de mo­ge­lijk­he­den die Mi­cro­soft Ac­cess biedt en die het ge­brui­kers­ge­mak ten goe­de ko­men.
    Eerst was ik van plan te ko­ken, maar om­dat ik van­och­tend al de he­le tijd ver­loor met niets doen, be­sluit ik om toch maar weer in het res­tau­rant te eten.
    Kou­de, har­de pa­tat­ten, de­zelf­de groen­te­prut als al­tijd en een gro­te homp dro­ge vis. Sa­la­de als gis­te­ren en eer­gis­te­ren, maar nu ook nog gro­te stuk­ken kom­kom­mer er­bij. Als toet­je een si­naas­ap­pel. Eer­gis­te­ren kreeg ik een ba­naan en een si­naas­ap­pel, gis­te­ren niks.
    Er zit een groep Fransen in het ho­tel. Gis­te­ren wa­ren hier Oos­ten­rij­kers, die ook in al-Gas­mi-hotel za­ten in Ṣanaᶜā’.
    Temperaturen: nu 23°C buiten. Over­dag was het 41°C rond 12.00 uur. La­ter in de mid­dag werd het 35°C. Nu is het aan­ge­naam en dood­stil, op kre­kels, kik­kers en een af en toe bal­ken­de ezel na.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ. Raǧab is de ze­ven­de maand van de is­la­mi­tische maan­ka­len­der. Op 27 Raǧab wordt al-Isrā’ wa’l-Miᶜrāǧ ge­vierd. In de nacht van de­ze dag vond de Nacht­reis van de pro­feet Mu­ḥam­mad naar de ze­ven he­me­len plaats.
    Wi­ki­pe­dia: Nach­treis.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 28 november

  • 28 november 1997

    Hotel

    Het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel in Tarīm op de ach­ter­grond en het zwem­bad op de voor­grond.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9435) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten. Het was gisteren 27 Raǧab. Dat is een is­la­mi­tische feest­dag. – Van­daag is het vrij­dag, wat de we­ke­lijk­se rust­dag is in een groot deel van de is­la­mi­tische we­reld. Hier zijn de over­heids­in­stel­lin­gen, dus ook de bi­blio­theek, ge­slo­ten. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Vrijdag, 28 november 1997.
    Tariem: 10/38.
    Buitentemperatuur, van­nacht circa 19°C.
    Op 8.00 uur.
    Ontbijt in het hotel.
    Dagboek bijwerken. (In dit katern.)
    Nu circa 32°C en 41% lucht­voch­tig­heid.
    De mooiste jongen van het ho­tel werkt in het res­tau­rant, maar hij rookt. (En draagt een trouw­ring.) Ḥāmid van de ca­fe­ta­ria is ook mooi, maar erg ma­ger.
    Ik werk de hele dag aan de be­vei­li­ging van de da­ta­ba­se om me die ei­gen te ma­ken.
    Circa één uur blijf ik in het zwem­bad.
    Een groep wel­ge­stel­de mid­den­klas­sers, Frans spre­kend, voelt aan het water. De juis­te tem­pe­ra­tuur, maar niet schoon.
    Het wa­ter, dat diep uit de grond komt, zit er nog maar net een paar uur in. Na­tuur­lijk ligt er wat stof op het op­per­vlak, maar stof is in­he­rent aan Ta­rīm. Zon­der stof zou er geen Ta­rīm* zijn.
    De oudjes gaan dus niet uit de kle­ren om­dat één on­der hen oor­deel­de dat het wa­ter sme­rig is. Af en toe ko­men ze wel kij­ken. Zij zou­den er graag in sprin­gen, maar vre­zen de meest ern­sti­ge ziek­tes. Mis­schien komen ze wel kij­ken om te zien of ik nog niet op­ge­lost ben.
    Verder aan de da­ta­ba­se wer­ken.
    Ik eet een brood­maal­tijd op mijn ka­mer. (Brood uit de keu­ken van het ho­tel.)
    Na 21.00 uur begin ik aan de brief voor al­le re­la­ties.
    Bed circa 00.30 uur.
    Van 12.00 tot 13.00 uur: 40°C, voch­tig­heid 22%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Geen enkele Frans­man dook in het wa­ter. Wel kwa­men ze af en toe ja­loers naar mij kij­ken en zij zou­den zeer te­vre­den zijn ge­weest als ik al dood was en half ver­gaan of he­le­maal op­ge­lost zou zijn ge­weest. Dan had­den ze toch ge­lijk ge­had.
    Verleden jaar zwom ik hier drie maan­den bij­na da­ge­lijks en het eni­ge wat ik er­aan over­hield wa­ren pret­ti­ge her­in­ne­rin­gen. Dit is het pa­ra­dijs. Waar ter we­reld kun je eind no­vem­ber zwem­men on­der de da­del­pal­men, met over­al waar je kij­ken kunt bloe­men, zo­als ro­zen, bou­gain­vil­les en on­be­ken­de pracht?

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    Stof in Tarīm. Tarīm be­staat he­le­maal uit stof. Al­le hui­zen daar zijn van leem ge­bouwd (mud brick), dat in essentie ‘stof’ is. Het stof waait van de Yool (dat is de bo­ven­kant van de ta­fel­ber­gen, waar­uit vrij­wel de he­le Ḥa­ḍra­maut be­staat), voort­du­rend naar be­ne­den. Als je in de avond door Ta­rīm loopt zie je in het licht van de au­to- en brom­fiets­kop­lam­pen het stof over­al dwar­re­len, als mot­sneeuw. Er ko­men daar ech­ter geen amb­te­na­ren van het mi­li­eu­mi­ni­ste­rie om het fijn­stof te me­ten. De me­ters zou­den me­teen ka­pot gaan.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 29 november

  • 29 november 1997

    Personeel

    Vlnr.: Ḥusayn al-A., re­ce­ptio­nist in 1996, de Bawwāb, (de poort­wach­ter, wiens naam ik niet weet), Manṣūr, be­heer­der van de Ca­fe­ta­ria in 1996, Sālim al-T, re­cep­tio­nist, zo­wel in 1996 als in 1997. Een mij on­be­ken­de man. (Ver­moe­delijk uit Noord-Je­men, ge­zien zijn kle­ding­stijl.)

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9436) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten we­gens een is­la­mi­tische feest­dag, eer­gis­te­ren. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Zaterdag, 29 november 1997.
    Tariem: 11/37.
    Afgelopen nacht, bui­ten mi­ni­mum­tem­pe­ra­tuur: 18,9°C en 71% lucht­voch­tig­heid.
    Om 7.00 uur: 23,0°C en 65%. Om 9.30 uur: 33,9°C en 41%.
    Ontbijt in het ho­tel.
    Ik werk tot 00.30 uur aan de da­ta­ba­se en vor­der een heel eind.
    Ik zwom en ik at in het res­tau­rant een kip met rijst.
    Manṣūr van de Ca­fe­ta­ria, ver­le­den jaar [1996], kwam mij op­zoe­ken. Ik kan met hem pra­ten, maar al­leen over een­vou­di­ge din­gen. Hij werkt nu, even­als Ḥu­sayn al-A. in het Salām-ho­tel [Say’ūn], maar in te­gen­stel­ling met Ḥusayn, woont Manṣūr nog wel in Tarīm.
    Het Salām-hotel is van de re­ge­ring. Daar heeft men rech­ten (en pen­sioen). Het Gaṣr al-Goeb­ba-hotel is pri­vé, daar gel­den geen rech­ten.
    Manṣūr wist nog pre­cies wel­ke fo­to’s ge­maakt wa­ren. Ik had er slechts één bij me met hem er­op. Het is on­be­grij­pe­lijk voor me­zelf dat ik de an­de­re (ook nog met an­de­re men­sen er­op) niet heb la­ten af­druk­ken. Ik heb al­leen maar aan me­zelf ge­dacht!
    Ik ben de enige gast in het ho­tel. Ik zwom dus al­leen. Geen mooie vrouw of man in de buurt.
    Ik gaf 13.200 rial aan Sā­lim al-T. Het ho­tel kost tot nu toe 13.077 rial. [Cir­ca f. 196,00, voor vier nach­ten en vijf maal­tij­den.]
    De hoogste tem­pe­ra­tuur was van­daag 40,4°C.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 30 november

  • 30 november 1997

    Hotel

    In de cir­kel is het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel te zien. De fo­to is ge­no­men van­af de Yool, die van­uit mijn ka­mer zicht­baar is en die ik met en­ke­le vrien­den op 14 de­cem­ber 1997 (be­zocht) zal be­zoe­ken. De dia is dus ook op die da­tum ge­maakt.
    De Yool op de ach­ter­grond, ach­ter het ho­tel, be­zocht ik sa­men met een chauf­feur op 31 mei 1996.
    Het dorp dat op de dia te zien is, is een wijk ten wes­ten van Tarīm en heet Ay­dīd.
    De weg naar het stad­je Tarīm loop ik ie­de­re werk­dag ’s och­tends, maar te­rug, rond het mid­dag­uur, neem ik meest­al een taxi, om­dat dan de zon op het hoog­ste punt staat en de tem­pe­ra­tuur vaak rond de 40°C ligt.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9437) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten. Van­daag is een na­tio­na­le feest­dag. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Zondag, 30 november 1997.
    Tariem: 12/36.
    Yaum al-Istiglāl [On­af­han­ke­lijk­heids­dag]: der­tig jaar ge­le­den ver­trok­ken hier (uit Aden*) de En­gel­sen.
    Laagste temperatuur af­ge­lo­pen nacht: 18,4°C. Hoog­ste lucht­voch­tig­heid: 65%.
    Nu 9.15 uur: 33,4°C. 36%.
    Ontbijt op mijn ka­mer.
    Ik kom de hele dag niet bui­ten mijn ka­mer, be­hal­ve om een uur­tje te gaan zwem­men.
    Ik beveiligde de da­ta­ba­se zo goed, dat ik er zelf niet meer in kwam. Ge­luk­kig had ik nog ko­pie­ën.
    Bed circa 01.00 uur.
    Temperatuur maxi­maal: 37,9°C. Mi­ni­maal: 20,9°C. Vochtigheid, max: 65%, min: 23%.
    Om 00.00 uur: 20,9°C, 63%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Vandaag verder met de Da­ta­ba­se. Het be­gint nu wel te ver­ve­len. On­be­wust maak ik het ech­ter weer span­nend. Met het toe­pas­sen van de be­vei­li­ging, dat wil zeg­gen, het toe­pas­sen van een wacht­woord, zo­dat niet ieder­een toe­gang heeft tot ver­an­der­ba­re ge­ge­vens, kan ik op ge­ge­ven mo­ment zelf niet meer in de da­ta­ba­se ko­men. Wat ik ook pro­beer, het lukt niet meer. Ik ge­bruik het goe­de pass­word, maar de da­ta­ba­se staat me niet toe dat ik ook zelfs maar een ta­bel be­kijk, laat staan ge­bruik.
    Ik raak zelfs even in pa­niek. Is dit het ein­de van de Fih­rist [Ca­ta­lo­gus] voor de bi­blio­theek? (Thuis, in Ned­er­land, heb ik nog wel ko­pie­ën be­schik­baar). Ik be­sluit eerst maar even te gaan zwem­men. In het pa­ra­dij­se­lij­ke wa­ter ver­geet ik de pro­ble­men. Na het bad blijkt dat ik hier ook nog vol­doen­de ko­pie­ën heb om zon­der pro­ble­men ver­der te kun­nen, maar ik moet wel een ge­deel­te dat ik pro­gram­meer­de in die an­de­re da­ta­ba­se op­nieuw doen. Ik ver­lies daar­mee toch gauw een paar uur. Daar staat te­gen­over, dat ik door dat ex­tra werk weer en­ke­le nieuwe mo­ge­lijk­he­den van Mi­cro­soft Ac­cess ont­dek­te.
    Ik gebruikte van­daag al­le maal­tij­den op mijn ka­mer, dat wil zeg­gen op het ter­ras, ach­ter de la­kens en doe­ken die me voor de fel­le zon moe­ten be­scher­men. Ik kwam al­leen bui­ten de deur om te gaan zwem­men.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    Protectoraat ᶜAden. Op 30 no­vem­ber 1997 ver­lie­ten de En­gel­sen, die de­ze stad en re­gio al meer dan hon­derd jaar ‘in be­zit’ had­den, de stad / staat ᶜAden de­fi­ni­tief. Zie Wi­ki­pe­dia: Aden en Pro­tec­to­raat ᶜAden.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 01 december

  • 1 december 1997

    Aydied

    De om­ge­ving van het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel in noord­oos­te­lij­ke rich­ting. Ach­ter de­ze ‘ta­fel­berg’ ligt Tarīm. De be­bou­wing er­voor is van de wijk Aydīd. Aydīd is ve­le ma­len gro­ter dan Tarīm.
    Links is nog een stuk­je te zien van de weg die ik ie­de­re werk­dag ’s och­tends liep naar de Aḥ­gāf-bi­blio­theek. (Dit is een dia die ik in het voor­jaar van 1996 maak­te, toen ik de eer­ste keer in Ḥa­ḍra­maut was.)

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9438) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek was van­af ver­le­den week don­der­dag ge­slo­ten en zou met in­gang van van­daag weer open zijn, maar ook nu moet ik het ge­bouw voor­tij­dig ver­la­ten. – Ik vrees dat ik niet ge­noeg geld bij me heb. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Maandag, 1 december 1997.
    Tariem: 13/35.
    Minimumtemperatuur: 17,1°C. [Lucht­voch­tig­heid:] 65%.
    Op 6.10 uur. Da­ta­ba­se bij­wer­ken.
    Hotelontbijt.
    Ik ga naar al-Aḥ­­gāf-bi­blio­theek. Om­dat de trap wordt ge­ce­men­teerd, moe­ten we weg, an­ders ko­men we er van­daag niet meer uit. Er was toch geen elek­tri­ci­teit.
    Tweehonderd dol­lar wis­se­len à 132 rial = 26.400 YER.
    Thuis [hotel]: de ver­sla­gen bij­wer­ken.
    Lunch: brood, yoghurt, ba­naan.
    Zwemmen.
    Heb ik wel privé dol­lars ge­noeg bij mij? Van [de mee­ge­brach­te] 1.745 US$ is nog min­der dan 1.000 over. (958!) Ṣanaᶜā’ was duur.
    Nu 15.30 uur: 29,6°C, 25%. [Lucht­voch­tig­heid.] Licht be­wolkt.
    Ik word langzaam ziek. Ik neem toch een war­me maal­tijd in het ho­tel, met enorm zou­te soep, rijst, een beet­je groen­te en een homp vis.
    Ik lag op bed tus­sen 15.30 en 18.00 uur. Daar­na werk­te ik aan de brief naar Ne­der­land, te ver­zen­den over on­geveer twee we­ken, maar ik heb nu al vijf blad­zij­des.
    Pas na 01.00 uur naar bed, nog aan de da­ta­ba­se ge­werkt.
    De ‘ziekte’ is weer voor­bij.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    De dagen worden hier ook in ras tem­po korter. Hoor­de ik en­ke­le da­gen ge­le­den de aḏān (azaan: ge­beds­op­roep) nog even voor twaal­ven, nu was hij even over half twaalf*.
    Tussen half zeven en half acht ver­be­ter ik nog en­ke­le za­ken in de da­ta­ba­se.
    Ik ben rond kwart over ne­gen in de bi­blio­theek. Ik kan ech­ter niet lang blij­ven. De met­se­laar, die een nieuwe trap maak­te, wil de­ze nu van een pleis­ter­laag voor­zien. Wil ik van­daag nog uit de bi­blio­theek kun­nen, dan moet ik nu gaan. Al weer een va­kan­tie­dag. Die ene week die ik hier was werkte ik al­leen maar op dins­dag en woens­dag in de bi­blio­theek. (Al­le an­de­re da­gen werk­te ik meer dan tien uur [per dag] ‘thuis’ in het ho­tel).
    Voordat ik naar het ho­tel ging wis­sel­de ik nog twee­hon­derd dol­lar voor zes­en­twin­tig­dui­zend vier­hon­derd rial. De koers is veel sta­bie­ler dan ver­le­den jaar. Maar on­be­grij­pe­lijk is, is dat de dol­lar sinds voor­jaar 1996 in het wes­ten enorm ge­ste­gen is. In Ne­der­land bij­na veer­tig cent, maar hier is hij maar ze­ven rial ge­ste­gen, on­ge­veer een dub­bel­tje. Ver­le­den jaar werd ge­zegd dat Sa­oedi-Ara­bië de koers van de rial be­paalt. Ik ben ge­neigd dat te ge­lo­ven. Maar hoe doen ze dat dan?
    Afgelopen nacht was de mi­ni­mum­tem­pe­ra­tuur: 17,1°C en voch­tig­heid: 65%.
    Om half zeven was het nog maar goed 18°C. Een uur la­ter al 25°C.
    Tussen 11.00 uur en 12.00 uur was het ma­xi­mum 40,4°C. en de lucht­voch­tig­heid 22%.
    Ik zit onder het af­dak­je [op mijn ter­ras], daar­on­der is het nog veel war­mer dan ‘bui­ten’, maar hier zit ik in de scha­duw. ‘Bui­ten’ is geen scha­duw, maar wel ‘fris­ser’, in de vol­le zon, 5 gra­den koe­ler.
    Om 12.25 uur 35,5°C ‘bui­ten’ en 39,4°C ‘bin­nen’. Het is al en­ke­le da­gen licht be­wolkt.
    Ik neem een paar uur rust. In het zwem­bad blijkt het wa­ter kou­der dan ik dacht. Ik warm me op in de aan­ge­na­me warm­te van de zon.
    Ik voelde me plot­se­ling snel ziek wor­den. Daar­om nam ik maar een rijst­maal­tijd met vis in het res­tau­rant. Na een paar uur was ik weer op­ge­knapt.
    Van ongeveer 21.00 uur tot cir­ca 01.00 uur nog aan de ver­be­te­rin­gen van de da­ta­ba­se wer­ken.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    al-Aḏān. (ﺍﻟﺄﺫﺍﻥ). De ge­beds­op­roep. De tijd van is­la­mi­tische ge­beds­op­roep en dus ook de tijd van het ge­bed (de ṣalāt: ﺍﻟﺼﻠﺎﺓ), is af­han­ke­lijk van de stand van de zon.
    Wikipedia: al-aḏān.
    Wikipedia: al-ṣalāt.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 02 december

  • 2 december 1997

    Tarim

    Over­zicht van de stad Tarīm. Rechts op de foto zijn twee ho­ge mi­na­ret­ten te zien. De link­se van die twee is de mi­na­ret van de Gro­te Mos­kee van Tarīm en on­der het dak van dat ge­bouw is de Aḥ­gāf-bi­blio­theek ge­ves­tigd. De­ze mos­kee is ge­bouwd van steen en be­ton. De recht­se lan­ge mi­na­ret is de mi­na­ret is de Miḥ­ḍār*(1), van de ge­lijk­na­mi­ge mos­kee. De­ze mi­na­ret is ge­heel van leem ge­bouwd. (Mud brick.)
    Ove­ri­gens zijn op YouTube on­der het zoek­woord ﺗﺮﻳﻢ (=Tarīm)
    links en rechts prach­ti­ge video­beel­den van Tarīm en om­ge­ving, men­sen en hun be­zig­he­den, te zien. (He­laas wei­nig vrou­wen: die wo­nen er ken­ne­lijk niet.)

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 3439) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Het ge­schenk van de Ne­der­land­se re­ge­ring aan de­ze bi­blio­theek in Tarīm be­droeg 250.000 gul­den. Di­rec­teur van de bi­blio­theek, Abd al-Raḥ­mān, wil we­ten waar­aan dat geld is be­steed en hoe groot het res­tant ervan is. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Dinsdag, 2 december 1997.
    Tariem: 14/34.
    Op 6.00 uur. (Zoals ge­woon­lijk.) Tot 8.00 uur de da­ta­ba­se ver­be­te­ren.
    Ontbijt in het hotel en naar de bi­blio­theek.
    Ik installeer Microsoft Access 2.0 Ara­bisch, maar het pro­gram­ma kan mijn da­ta­base, die ik op de lap­top on­der Win­dows 95 maak­te, niet le­zen, dus in­stal­leer ik ook mijn ko­pie van Win­dows 95. Daar­na gaat al­les goed.
    Abd al-Raḥ­mān is vandaag in de bi­blio­theek en vraagt naar de rest van het geld van het ge­schenk.
    Ik zeg dat er slechts 7.500 US$ over is en dat een ge­deelte van het geld aan sa­la­ris­sen is be­steed, ook in 1996, om­dat wij, Ne­der­lan­ders, net zo­als hij ook, voor het werk aan het pro­ject be­taald moe­ten wor­den. Ik ga ech­ter niet in op de de­tails. Mijn col­le­ga Tawfīq, die op 6 de­cem­ber komt, krijgt ook een ver­goe­ding en zal ook kos­ten ma­ken. Ook de vlucht per KLM moet er­van be­taald wor­den. Tienduizend dollar nam ik mee en be­steed­de daar­van op Schip­hol 420 voor over­ge­wicht.
    Ik zwem maar even, want het wa­ter is koud. Daar­na werk ik tot laat aan de brief naar Ne­der­land.
    Ik at brood op mijn ka­mer.
    Bed 01.00 uur.
    Temperaturen: mini­maal 17,0°C. Lucht­voch­tig­heid: 59%. Ma­xi­maal ?°C. [Lucht­voch­tig­heid] circa 20%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Het geschenk

    Bij de be­spre­king van de voort­gang van het Tarīm-pro­ject vraagt Abd al-Raḥ­mān waaraan die 250.000 gul­den*(2) van het Ne­der­land­se ge­schenk zijn be­steed. Voor­al om­dat niet al­le doel­stel­lin­gen, zo­als ge­noemd in het oor­spron­ke­lij­ke pro­ject­voor­stel, zijn be­haald. Des­on­danks is er bij­na geen geld meer over. Ik ver­mijd om over de­tails te spre­ken.
    De Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten) wil graag nog en­ke­le za­ken in de na­bije toe­komst ge­re­geld zien.
    Men wil graag een apart ge­bouw heb­ben, sa­men met de bi­blio­theek voor ge­druk­te boe­ken. [De Aḥgāf-bi­blio­theek is nu ge­huis­vest op de eer­ste ver­die­ping van de Gro­te Mos­kee in Tarīm maar het mos­kee­be­stuur is on­wil­lig en de bi­blio­theek heeft vaak bon­je met hem.]
    Ik stel voor dat Abd al-Raḥ­mān zijn wen­sen in een nieuw voor­stel op pa­pier zet en het aan mij te over­han­digt voor­dat ik naar Ne­der­land te­rug­keer.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Eigendomsrechten

    Er moe­ten ook no­gal wat za­ken uit het ver­le­den recht ge­zet wor­den voor­dat de bi­blio­theek als zo­da­nig goed kan func­tio­ne­ren.
    In de be­gin­tijd van het com­mu­nis­me in Zuid-Je­men*(3) heb­ben som­mi­ge groe­pen re­vo­lu­tio­nai­ren (fir­qa / meerv.: fi­raq) he­le par­ti­cu­lie­re bi­blio­the­ken met (re­li­gi­eu­ze) hand­schrif­ten ge­plun­derd, met het doel al de­ze gods­dien­stig ge­ïn­spi­reer­de boe­ken te ver­bran­den. Een van de lei­ders in de­ze com­mu­nis­tische dic­ta­tuur ver­bood dat, want het was mo­ge­lijk dat daar­bij nog teks­ten zou­den kun­nen zijn die het com­mu­nis­me recht­vaar­dig­den of nog iets bij zou­den kun­nen dra­gen aan de ge­schie­de­nis van Je­men.
    De boeken wer­den ja­ren­lang op­ge­sla­gen in ou­de zak­ken en uit­ein­de­lijk in de Gro­te Mos­kee van Tarīm ge­plaatst, waar­mee de Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten ont­stond.
    De oor­spron­ke­lijke ei­ge­na­ren van die boe­ken wer­den be­schouwd als re­vi­sio­nis­ten*(3).
    Van de familie al-Ay­darūs in al-Ḥazm werd de ge­he­le bi­blio­theek leeg­ge­roofd, met meer dan hon­derd hand­schrif­ten. De vroe­ge­re ei­ge­naars wil­len nu hun boe­ken te­rug. Ook de Roe­bāṭ*(4) (de re­li­gi­eu­ze school in Tarīm) wil zijn boe­ken te­rug.
    Abd al-Raḥ­mān denkt dat de over­heid de­ze kwes­tie moet re­ge­len met het be­ta­len van een ver­goe­ding. Hij wil ook een Raad van Be­stuur voor de Aḥgāf-bi­blio­theek in­stel­len waar­in le­den van die fa­mi­lie’s waar­van boe­ken ge­dwon­gen wer­den on­tei­gend, zit­ting moe­ten heb­ben, uit vrije wil, of ge­dwon­gen. [Nog meer dwang!] De boe­ken kun­nen ech­ter niet meer ge­re­tour­neerd wor­den.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    De Miḥḍār is de be­roem­de mi­na­ret van de ge­lijk­na­mi­ge mos­kee in Tarīm. De­ze is ge­heel van leem (mud brick) ge­bouwd en is 46 me­ter hoog.
    Wi­ki­pe­dia: Ta­rim, Mos­ques_and_li­bra­ries. (Waar de­ze mi­na­ret abu­sie­ve­lijk Muḥ­ḍār (= Moeḥ­ḍār) wordt ge­noemd.)

    Te­rug.

    *(2)
    Nederlands geschenk. Lees de ge­schie­de­nis van het Ne­der­land­se ge­schenk aan de Aḥ­gāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten in Tarīm

    Te­rug.

    *(3)
    Democratische Volksrepubliek Jemen. (DPRY.) Tot 1990 be­stond er een Noord-Je­men en een Zuid-Je­men. Noord-Je­men was re­li­gi­eus ge­ïn­spi­reerd en Zuid-Je­men was sinds 1832 een ko­lo­nie van het Brit­se rijk, maar van­af 30 no­vem­ber 1967 vol­le­dig on­af­han­ke­lijk en com­mu­nis­tisch: Mos­kou-ge­zind.
    Wi­ki­pe­dia: Volks­re­pu­bliek Je­men

    Te­rug.

    *(4)
    Revisionisten. De be­schul­di­ging een re­vi­si­o­nist te zijn kon ver­strek­ken­de na­de­li­ge ge­vol­gen voor een per­soon heb­ in een com­mu­nis­tisch ge­ïn­spi­reer­de maat­schap­pij.
    Wi­ki­pe­dia: Re­vi­sio­nis­me.

    Te­rug.

    *(5)
    Roebāṭ Tarīm. Dit is de re­li­gi­eu­ze school in Tarīm. Wi­ki­pe­dia.
    In het klas­siek Ara­bisch heet zulk een in­stel­ling Ri­bāṭ. Bij Wi­ki­pe­dia heet de­ze Ra­bāṭ en zelf spre­ken ze over Ru­bāṭ (= Roebāṭ). Wie het weet mag het zeg­gen.
    Vol­gens dit on­li­ne-woor­den­boek al-Maᶜānī (ﺍﻟﻤﻌﺎﻧﻲ) be­staat het woord Rubāṭ niet. Noch­tans schrijft dit in­sti­tuut op Face­book Ru­bat Ta­reem (dus: Roebāṭ Tarīm), maar op hun web­site staat in de cal­li­gra­fie: Ri­bāṭ
    (ﺭﺑﺎﻁ ﺗﺮﻳﻢ ﻟﺘﺪﺭﻳﺲ ﺍﻟﻌﻠﻮﻡ ﺍﻟﺪﻳﻨﻴﺔ ﻭﺍﻟﻌﺮﺑﻴﺔ) Deze lan­ge tekst in het Ara­bisch (op Face­book en de web­site) be­te­kent: Gast­huis (= Ribāṭ) Tarīm voor de stu­die van de gods­dienst­we­ten­schap­pen en het Ara­bisch.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

    Tarim

    Over­zicht van de stad Tarīm. Rechts op de foto zijn twee ho­ge mi­na­ret­ten te zien. De link­se van die twee is de mi­na­ret van de Gro­te Mos­kee van Tarīm en on­der het dak van dat ge­bouw is de Aḥ­gāf-bi­blio­theek ge­ves­tigd. De­ze mos­kee is ge­bouwd van steen en be­ton. De recht­se lan­ge mi­na­ret is de mi­na­ret is de Miḥ­ḍār*(1), van de ge­lijk­na­mi­ge mos­kee. De­ze mi­na­ret is ge­heel van leem ge­bouwd. (Mud brick.)
    Ove­ri­gens zijn op YouTube on­der het zoek­woord ﺗﺮﻳﻢ (=Tarīm)
    links en rechts prach­ti­ge video­beel­den van Tarīm en om­ge­ving, men­sen en hun be­zig­he­den, te zien. (He­laas wei­nig vrou­wen: die wo­nen er ken­ne­lijk niet.)

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 3439) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Het ge­schenk van de Ne­der­land­se re­ge­ring aan de­ze bi­blio­theek in Tarīm be­droeg 250.000 gul­den. Di­rec­teur van de bi­blio­theek, Abd al-Raḥ­mān, wil we­ten waar­aan dat geld is be­steed en hoe groot het res­tant ervan is. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Dinsdag, 2 december 1997.
    Tariem: 14/34.
    Op 6.00 uur. (Zoals ge­woon­lijk.) Tot 8.00 uur de da­ta­ba­se ver­be­te­ren.
    Ontbijt in het hotel en naar de bi­blio­theek.
    Ik installeer Microsoft Access 2.0 Ara­bisch, maar het pro­gram­ma kan mijn da­ta­base, die ik op de lap­top on­der Win­dows 95 maak­te, niet le­zen, dus in­stal­leer ik ook mijn ko­pie van Win­dows 95. Daar­na gaat al­les goed.
    Abd al-Raḥ­mān is vandaag in de bi­blio­theek en vraagt naar de rest van het geld van het ge­schenk.
    Ik zeg dat er slechts 7.500 US$ over is en dat een ge­deelte van het geld aan sa­la­ris­sen is be­steed, ook in 1996, om­dat wij, Ne­der­lan­ders, net zo­als hij ook, voor het werk aan het pro­ject be­taald moe­ten wor­den. Ik ga ech­ter niet in op de de­tails. Mijn col­le­ga Tawfīq, die op 6 de­cem­ber komt, krijgt ook een ver­goe­ding en zal ook kos­ten ma­ken. Ook de vlucht per KLM moet er­van be­taald wor­den. Tienduizend dollar nam ik mee en be­steed­de daar­van op Schip­hol 420 voor over­ge­wicht.
    Ik zwem maar even, want het wa­ter is koud. Daar­na werk ik tot laat aan de brief naar Ne­der­land.
    Ik at brood op mijn ka­mer.
    Bed 01.00 uur.
    Temperaturen: mini­maal 17,0°C. Lucht­voch­tig­heid: 59%. Ma­xi­maal ?°C. [Lucht­voch­tig­heid] circa 20%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Het geschenk

    Bij de be­spre­king van de voort­gang van het Tarīm-pro­ject vraagt Abd al-Raḥ­mān waaraan die 250.000 gul­den*(2) van het Ne­der­land­se ge­schenk zijn be­steed. Voor­al om­dat niet al­le doel­stel­lin­gen, zo­als ge­noemd in het oor­spron­ke­lij­ke pro­ject­voor­stel, zijn be­haald. Des­on­danks is er bij­na geen geld meer over. Ik ver­mijd om over de­tails te spre­ken.
    De Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten) wil graag nog en­ke­le za­ken in de na­bije toe­komst ge­re­geld zien.
    Men wil graag een apart ge­bouw heb­ben, sa­men met de bi­blio­theek voor ge­druk­te boe­ken. [De Aḥgāf-bi­blio­theek is nu ge­huis­vest op de eer­ste ver­die­ping van de Gro­te Mos­kee in Tarīm maar het mos­kee­be­stuur is on­wil­lig en de bi­blio­theek heeft vaak bon­je met hem.]
    Ik stel voor dat Abd al-Raḥ­mān zijn wen­sen in een nieuw voor­stel op pa­pier zet en het aan mij te over­han­digt voor­dat ik naar Ne­der­land te­rug­keer.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Eigendomsrechten

    Er moe­ten ook no­gal wat za­ken uit het ver­le­den recht ge­zet wor­den voor­dat de bi­blio­theek als zo­da­nig goed kan func­tio­ne­ren.
    In de be­gin­tijd van het com­mu­nis­me in Zuid-Je­men*(3) heb­ben som­mi­ge groe­pen re­vo­lu­tio­nai­ren (fir­qa / meerv.: fi­raq) he­le par­ti­cu­lie­re bi­blio­the­ken met (re­li­gi­eu­ze) hand­schrif­ten ge­plun­derd, met het doel al de­ze gods­dien­stig ge­ïn­spi­reer­de boe­ken te ver­bran­den. Een van de lei­ders in de­ze com­mu­nis­tische dic­ta­tuur ver­bood dat, want het was mo­ge­lijk dat daar­bij nog teks­ten zou­den kun­nen zijn die het com­mu­nis­me recht­vaar­dig­den of nog iets bij zou­den kun­nen dra­gen aan de ge­schie­de­nis van Je­men.
    De boeken wer­den ja­ren­lang op­ge­sla­gen in ou­de zak­ken en uit­ein­de­lijk in de Gro­te Mos­kee van Tarīm ge­plaatst, waar­mee de Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten ont­stond.
    De oor­spron­ke­lijke ei­ge­na­ren van die boe­ken wer­den be­schouwd als re­vi­sio­nis­ten*(3).
    Van de familie al-Ay­darūs in al-Ḥazm werd de ge­he­le bi­blio­theek leeg­ge­roofd, met meer dan hon­derd hand­schrif­ten. De vroe­ge­re ei­ge­naars wil­len nu hun boe­ken te­rug. Ook de Roe­bāṭ*(4) (de re­li­gi­eu­ze school in Tarīm) wil zijn boe­ken te­rug.
    Abd al-Raḥ­mān denkt dat de over­heid de­ze kwes­tie moet re­ge­len met het be­ta­len van een ver­goe­ding. Hij wil ook een Raad van Be­stuur voor de Aḥgāf-bi­blio­theek in­stel­len waar­in le­den van die fa­mi­lie’s waar­van boe­ken ge­dwon­gen wer­den on­tei­gend, zit­ting moe­ten heb­ben, uit vrije wil, of ge­dwon­gen. [Nog meer dwang!] De boe­ken kun­nen ech­ter niet meer ge­re­tour­neerd wor­den.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    De Miḥḍār is de be­roem­de mi­na­ret van de ge­lijk­na­mi­ge mos­kee in Tarīm. De­ze is ge­heel van leem (mud brick) ge­bouwd en is 46 me­ter hoog.
    Wi­ki­pe­dia: Ta­rim, Mos­ques_and_li­bra­ries. (Waar de­ze mi­na­ret abu­sie­ve­lijk Muḥ­ḍār (= Moeḥ­ḍār) wordt ge­noemd.)

    Te­rug.

    *(2)
    Nederlands geschenk. Lees de ge­schie­de­nis van het Ne­der­land­se ge­schenk aan de Aḥ­gāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten in Tarīm

    Te­rug.

    *(3)
    Democratische Volksrepubliek Jemen. (DPRY.) Tot 1990 be­stond er een Noord-Je­men en een Zuid-Je­men. Noord-Je­men was re­li­gi­eus ge­ïn­spi­reerd en Zuid-Je­men was sinds 1832 een ko­lo­nie van het Brit­se rijk, maar van­af 30 no­vem­ber 1967 vol­le­dig on­af­han­ke­lijk en com­mu­nis­tisch: Mos­kou-ge­zind.
    Wi­ki­pe­dia: Volks­re­pu­bliek Je­men

    Te­rug.

    *(4)
    Revisionisten. De be­schul­di­ging een re­vi­si­o­nist te zijn kon ver­strek­ken­de na­de­li­ge ge­vol­gen voor een per­soon heb­ in een com­mu­nis­tisch ge­ïn­spi­reer­de maat­schap­pij.
    Wi­ki­pe­dia: Re­vi­sio­nis­me.

    Te­rug.

    *(5)
    Roebāṭ Tarīm. Dit is de re­li­gi­eu­ze school in Tarīm. Wi­ki­pe­dia.
    In het klas­siek Ara­bisch heet zulk een in­stel­ling Ri­bāṭ. Bij Wi­ki­pe­dia heet de­ze Ra­bāṭ en zelf spre­ken ze over Ru­bāṭ (= Roebāṭ). Wie het weet mag het zeg­gen.
    Vol­gens dit on­li­ne-woor­den­boek al-Maᶜānī (ﺍﻟﻤﻌﺎﻧﻲ) be­staat het woord Rubāṭ niet. Noch­tans schrijft dit in­sti­tuut op Face­book Ru­bat Ta­reem (dus: Roebāṭ Tarīm), maar op hun web­site staat in de cal­li­gra­fie: Ri­bāṭ
    (ﺭﺑﺎﻁ ﺗﺮﻳﻢ ﻟﺘﺪﺭﻳﺲ ﺍﻟﻌﻠﻮﻡ ﺍﻟﺪﻳﻨﻴﺔ ﻭﺍﻟﻌﺮﺑﻴﺔ) Deze lan­ge tekst in het Ara­bisch (op Face­book en de web­site) be­te­kent: Gast­huis (= Ribāṭ) Tarīm voor de stu­die van de gods­dienst­we­ten­schap­pen en het Ara­bisch.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 03 december

  • 3 december 1997

    Toegangsdeur

    Tim­mer­man ᶜAwaḍ (in 1996) be­zig met het af­wer­ken van de, door hem ge­maak­te, nieuwe tra­di­tio­ne­le toe­gangs­deur van de Aḥgāf-bi­blio­theek. De per­soon op de ach­ter­grond is een me­de­wer­ker van de bi­blio­theek die me naar de werk­plaats van ᶜAwaḍ be­gleid­de.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9440) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Ik ont­moet van­daag een aar­di­ge Zuid-Afri­kaan die in Tarīm gods­dienst wil gaan stu­de­ren. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Woensdag, 3 december 1997.
    Tariem 15/33.
    Ik werkte tussen 6 en 8 aan de da­ta­base.
    Ik installeer Word 97 op de com­pu­ter van de bi­blio­theek.
    Ik ontving een brief uit Ne­der­land, die ne­gen da­gen (aan­ge­te­kend) on­der­weg was en die al-Mu­kal­la, in te­gen­stel­ling met ver­le­den jaar, niet aan­ge­daan had.
    (Maandag) 24 no­vem­ber ge­post in Leiden, 27 no­vem­ber in Ṣanaᶜā’. (Dus per KLM ge­ko­men, want vluch­ten zijn op zon­dag en woens­dag.) 29 No­vem­ber: Say’ūn. 3 de­cem­ber in Tarīm.
    De inhoud? Wat ze de af­ge­lo­pen da­gen ge­daan heeft. KV. stu­deer­de af en zij hielp bij de ca­te­ring.
    Ik zwem niet, want het wa­ter is bij­na groen.
    In de bibliotheek ont­moet­te ik van­daag R. (mos­lim sinds ’92), die uit Kaap­stad, Zuid-Afri­ka, komt. We spra­ken een tijd­je on­ze moers­taal.
    Hij gaat hier fiqh* stu­de­ren en wil dan pro­mo­ve­ren in Lei­den bij Is­la­mi­tische Stu­dies. Hij gaat hier met vrouw en drie kin­de­ren vier jaar wo­nen.
    Hij zag eruit als een stren­ge fun­da­men­ta­list, maar viel me toch op door een on-Ta­rīm­se zwier en vrien­de­lijk­heid. Hij was in het wit, als een soort Pash­toen(?) / of Pesh­mer­ga(?) ge­kleed, met een flin­ke baard.
    Hij was / is bij­zon­der aar­dig. Werk­te in het ver­le­den in prin­ting en is dus in fei­te een col­le­ga van Ḥusayn al-Ḥ., die dat stu­deer­de op de aca­de­mie van Lvov [Lviv] in de Oe­kra­ïne. (Lem­berg?)
    Nu 17.30 uur.
    Minimum tem­pe­ra­tuur: 17,3°C. Ma­xi­ma­le lucht­voch­tig­heid: 67%.
    Maximum tem­pe­ra­tuur: 39,5°C. Mi­ni­ma­le lucht­voch­tig­heid: 21%.
    Op mijn kamer brood eten.
    De verslagen schrijven.
    De brief, bestemd voor Ne­der­land, bij­scha­ven.
    Bed circa 00.00 uur.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Verleden jaar be­zocht ik de werk­plaats van ᶜAwaḍ B., de tim­mer­man die de mooie tra­di­tio­ne­le toe­gangs­deur voor de bi­blio­theek maak­te. Hij toon­de mij toen hoe een Tarīmī tim­mer­man ga­ten in hout boort. Met een soort strijk­stok, waar­van de snaar een­maal om het hou­ten heft van een boor wordt ge­sla­gen. Door zaag­be­we­gin­gen te ma­ken (op en neer of heen en weer) draait de boor een gat in het hout. Ik ge­loof­de toen dat ᶜAwaḍ een goe­de to­neel­spe­ler was en een kunst­stuk­je voor mij op­voer­de.
    Hedenochtend, op weg naar de bi­blio­theek zag ik on­der­weg een tim­mer­man zo aan het werk. Het is hier toch echt de mid­del­eeu­wen, hoe­wel som­mi­gen een di­gi­ta­le ca­me­ra heb­ben.
    Ook onder­weg zag ik dat er weer een nieu­we mos­kee bij­komt. Dat is hoog no­dig, ze heb­ben hier maar 365 mos­kee­ën. [Echt waar!] Het ge­bouw is he­le­maal van be­ton ge­maakt. [In te­gen­stel­ling met de mees­te an­de­re ge­bou­wen. Die zijn van leem (mud brick) ge­maakt.]
    Vroeg opstaan, laat naar bed eist zijn tol. In het ho­tel sliep ik een paar uur in de mid­dag.
    Evenals gisteren­avond neem ik geen maal­tijd in het ho­tel, maar vol­sta met een brood­maal­tijd op mijn ka­mer.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    *
    Noten

    GrondslagᶜIlm al-fighMadhhabsBron.

    Figh (Plichtenleer) (ﺍﻟﻔﻘﻪ)
    In­lei­ding.

    De ge­open­baar­de of ca­no­nische wet van de is­lam, de is­la­mi­tische wet, heet Sha­ri’a en wordt be­schouwd als van god­de­lij­ke oor­sprong en is tot stand ge­ko­men zon­der tus­sen­komst en / of in­vloed van de mens. De Sha­ri’a is ge­ba­seerd op de ko­ran en de over­le­ve­rin­gen / tra­di­ties: van de profeet Mu­ham­mad. Deze over­le­ve­rin­gen / tra­di­ties zijn de da­den en uit­spra­ken van de pro­feet Mu­ham­mad en he­ten (in het Ne­der­lands-Ara­bisch) ha­dith‘s. (Ara­bisch (ev.): Ḥa­dīṯ / (mv.): Aḥā­diṯ.

    Figh of de plich­ten­leer wordt bin­nen de is­lam ge­zien als de ju­ris­pru­den­tie van de Šarīᶜa (Sha­ria: is­la­mi­tische wet). Let­ter­lijk be­te­kent dit het goe­de in­zicht in iets heb­ben, het we­ten en het be­grij­pen van wat iets be­te­kent. Figh gaat zo­wel over is­la­mi­tische ri­tu­e­len als over het is­la­mi­tisch recht.
    [Wi­ki­pe­dia: figh.]

    MenuFo­toBe­gin FighIndex en het eindeTrans­criptie.

    Te­rug.

    Grondslag

    De ken­nis van de ge­wij­de tek­sten, hoe ge­wenst ook op zich zelf, ver­schaf­te de mos­lim op den duur toch niet ten vol­le wat hij no­dig had. Daar­ge­la­ten, dat na ver­loop van tijd bij­na nie­mand meer in staat was be­hal­ve de ko­ran ook nog de steeds aan­groei­en­de mas­sa over­le­ve­rin­gen be­hoor­lijk in het ge­heu­gen te pren­ten, was het bo­ven­dien niet vol­doen­de, al­leen de let­ter­lij­ke zin van de tekst te ken­nen. Ook de be­doe­ling van die tek­sten moest wor­den be­gre­pen. Juist daar­over was dik­wijls een groot ver­schil van in­zicht mo­ge­lijk ge­ble­ken en waar het ten­slot­te toch op aan­kwam was im­mers te we­ten, wat uit de tek­sten moest wor­den af­ge­leid en wel­ke leer daar­in lag op­ge­slo­ten.

    MenuFo­toBe­gin FighIndex en het eindeTrans­criptie.

    Te­rug.

    ᶜIlm al-figh

    Het vak van we­ten­schap, dat zich de be­ant­woor­ding van die vra­gen ten doel stelt, wordt in het Ara­bisch de ᶜilm al-figh (ﻋﻠﻢ ﺍﻟﻔﻘﻪ), dit is de we­ten­schap van de plich­ten­leer, ge­noemd. Een ge­leerde die de stu­die van de figh be­oe­fent, heet daar­naar fa­gīh. [(mv.): foe­ga­hā’]
    De figh-we­ten­schap ont­wik­kel­de zich aan­van­ke­lijk in het nauw­ste ver­band met de stu­die van de ko­ran en tra­di­tie, daar zij im­mers be­stond in het vast­stel­len van de re­gels van de plich­ten­leer over­een­koms­tig het­geen men uit de teks­ten meen­de te moe­ten af­lei­den. Toch werd de figh op den duur voor de gro­te meer­der­heid der mos­lims een op zich­zelf staand vak van we­ten­schap. Voor de mees­ten was het im­mers vol­doen­de, om een­vou­dig de re­sul­ta­ten te ken­nen, waar­toe de in­ter­pre­ta­tie van de ge­wij­de tekst leid­de. De stu­die van de bron­nen kon­den zij wel aan an­de­ren over­la­ten. De figh op zich­zelf vol­deed reeds aan al­le prak­tische be­hoef­ten en werd dan ook steeds meer dé we­ten­schap bij uit­ne­mend­heid in de is­lam.[…]

    MenuFo­toBe­gin FighIndex en het eindeTrans­criptie.

    Te­rug.

    Maḏhab‘s

    [De foe­ga­hā’ ope­reer­den zelf­stan­dig en al­leen, daar­door ont­ston­den er in­ter­pre­ta­tie­ver­schil­len.]
    Deze zelf­stan­di­ge werk­zaam­heid [van de foe­ga­hā’] duur­de in ze­ke­re ma­te nog voort tot in de 3e eeuw van de hi­ǧra [de is­la­mi­tische jaar­tel­ling, cir­ca 850 AD.] Toch acht­te de gro­te meer­der­heid der ge­leer­den zich reeds toen niet meer be­voegd tot zelf­stan­dig on­der­zoek van de bron­nen en meen­de, dat daar­voor een mate van ken­nis, ge­leerd­heid en scherp­zin­nig­heid werd ver­eist, dat al­leen het voor­ge­slacht be­ze­ten had. Men be­gon zich dus steeds meer bij de re­sul­ta­ten, door vroe­ge­re co­ry­fee­ën ver­kre­gen, neer te leg­gen en placht zich in al­le hoofd­za­ken van de plich­ten­leer bij de­ze of ge­ne be­roem­de figh-au­to­ri­teit aan te slui­ten, wiens me­nin­gen en uit­spra­ken in ze­ke­re kring als ge­zag­heb­bend gol­den.
    Dit leidde tot het ont­staan van een aan­tal zo­ge­naam­de figh-scho­len [Ara­bisch: (ev.) Maḏ­hab), (mv.): Maḏā­hib. Ne­der­lands-Ara­bisch: Maḏ­hab‘s, dit is: ‘rich­tin­gen’] die ie­der in een [ge­o­gra­fisch] deel van de is­lam­tische we­reld een ze­ke­re aan­hang kre­gen. [Ve­le van de­ze gin­gen weer ten on­der, maar in de Soen­ni­tische is­lam ble­ven er vier over.]
    Te weten de:
    1. Wi­ki­pe­dia: Ṣāfiᶜie­ten.
    2. Wi­ki­pe­dia: Ḥa­na­fie­ten.
    3. Wi­ki­pe­dia: Ma­li­kie­ten.
    4. Wi­ki­pe­dia: Han­ba­lie­ten.
    Wi­ki­pe­dia: Madh­hab / Maḏ­hab.
    [In Tarīm geldt de Soen­ni­tische is­lam, dus ik be­perk me tot daar­toe. Er be­staat ook nog de Sji­’i­tische is­lam, maar daar gel­den weer enigs­zins an­de­re re­gels.
    Soen­ni­tische mos­lims mo­gen, wan­neer hen dat be­ter uit­komt, kie­zen wel­ke Soen­ni­tische Maḏ­hab ze wil­len vol­gen in een spe­ci­fiek ge­val, maar zeer gro­te ver­schil­len on­der­ling zijn er ech­ter niet. Het gaat om de­tails.]

    MenuFo­toBe­gin FighIndex en het eindeTrans­criptie.

    Te­rug.

    Bron

    [Bo­ven­staande tekst, van­af de tus­sen­kop ‘Grond­slag’ is gro­ten­deels ge­ba­seerd op:
    Hand­lei­ding tot de ken­nis van De Mo­ham­me­daan­sche wet vol­gens de leer der Sjā­fiᶜi­tische school, door Dr. Th. W. Juyn­boll. 4e druk. Lei­den, E.J. Brill (1930).
    WorldCat: Hand­lei­ding tot de ken­nis ….
    Ik heb de spel­ling ge­mo­der­ni­seerd en hier en daar de tekst iets in­ge­kort of, waar ik dat no­dig acht­te, iets uit­ge­breid. Tekst­blok­ken tus­sen vier­kan­te ha­ken zijn van mijn hand, ook de ver­wij­zin­gen naar Wi­ki­pe­dia, na­tuur­lijk.]

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 04 december

  • 4 december 1997

    Qabr al-Nabi Hoed

    Een im­pres­sie van Qabr al-Na­bi Hoed, een stad­je / dorp ten oos­ten van Tarīm en een be­de­vaarts­oord voor de pro­feet Hoed / Hūd. Het dorp is buiten de twee da­gen van de be­de­vaart (9 en 10 Ša’abān, jaar­lijks) on­be­woond. Een spook­stad­je dus.
    (Foto: 19 april 1996.)

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9441) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Een me­de­wer­ker van de bi­blio­theek wil mij on­der­wij­zen in de groots­heid en de wijs­heid van de is­lam. Een en­ke­le vraag van mij brengt hem ver­ward tot zwij­gen. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Donderdag, 4 december 1997.
    Tariem: 16/32.
    Uit de bibliotheek loop ik naar huis. Er is bij de taxi’s geen chauf­feur te be­ken­nen.
    Ik denk dat ik lo­pend mis­schien nog in­te­res­san­te men­sen kan ont­moe­ten, maar ik ben daar ech­ter niet ge­heel van over­tuigd. Toch ge­beurt het.
    Ḥusayn al-A., de jon­ge­man die ver­le­den jaar de te­le­foon-win­kel (bel-win­kel) had, zit bij een vriend in de auto. Ik krijg een lift. Net zo­als in de te­le­foon­win­kel, in het ver­le­den, zit hij met een deel van zijn mooie sexy be­nen bloot. Hij is vrien­de­lijk en voor­al knap. Wat zou ik graag het bed met hem wil­len de­len en aan zijn to­ver­staf wil­len zui­gen.
    Ik was al om 04.30 uur wakker.
    Ik probeerde vanochtend Jan Just Wit­kam [in Ne­der­land] te bel­len. Toen er ein­de­lijk ver­bin­ding was, na cir­ca twin­tig mi­nu­ten en toen ik al veel mooie vrou­wen­ogen had ge­zien, pak­te een mij on­be­ken­de vrouw op. Ik vroeg of Jan Just thuis was. Zij zou gaan kij­ken, maar keer­de niet meer terug. Na een poos­je werd de lijn ver­bro­ken. Ik had geen zin in nog een twee­de keer te wach­ten.
    Onderweg naar de bi­blio­theek zag ik een meis­je he­le­maal in het zwart, [ni­qāb] met een bre­de gouden rand over haar kle­ding. Zij had bloe­men in haar hand.
    Toen haar broertje vrien­de­lijk groet­te en ik dat ook deed, deed zij dat ook.
    In de bibliotheek wil Alī B. mij van de kracht van de is­lam over­tui­gen en be­gint over Adam en Eva*(01).
    Ik vraag hem hoe die ene over­ge­ble­ven zoon van Adam en Eva voor na­ge­slacht kon zor­gen. Alī ver­zint de schep­ping van een meis­je, maar daar­over staat niets in de ko­ran en, bo­ven­dien, dan zou het een zus­ter zijn ge­weest en een hu­we­lijk met een zus­ter is ḥarām [streng ver­bo­den]. Hij is over­vraagd. Heeft hier nooit eer­der aan ge­dacht en zal dat aan een ge­leer­de gaan vra­gen. Vol­gen­de week za­ter­dag zal ik ant­woord krij­gen. Eerst gaat hij vier da­gen op pel­grims­tocht (Ziyāra) naar Gabr al-Nabī Hūd*(02) [het graf van de pro­feet Hoed], op 9 en 10 Ša’abān. (10 en 11 december, plus één dag heen en één dag terug.) Het is daar ver­bo­den voor vrou­wen.
    Ik at pa­tat met een stuk­je kip in het res­tau­rant van het ho­tel. Soep voor­af, brood en sa­la­de, twee ba­na­nen na.
    Weer: min: 17,1°C. Max: 40,4°C. [Bui­ten­tem­pe­ra­tuur.] Max: 66%. Min: 21%. [Lucht­voch­tig­heid.]

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computerverslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Ra­ma­ḍān

    Ik sprak met Ḥussein al-K., in de bi­blio­theek, over de is­lam. Hij ver­tel­de over Ra­maḍān, die nu in de win­ter niet zo zwaar is, maar in de zo­mer wel. Hij zei, de zo vaak ge­hoor­de on­zin, dat de maand Ra­ma­ḍān zo ge­zond is voor de men­sen. Toen ik te­gen hem zei dat ik in al-Zi­rik­ly, al-ᶜĀ­lām*(03) vaak ge­le­zen had dat fulān fulān [die en die: zo ve­len] ge­stor­ven wa­ren in Ra­maḍān, zei hij dat de men­sen in Ra­maḍān niet dood gaan.
    Hij vertelde ook over de ied al-fiṭr*(04), maar had daar een an­de­re naam voor (soen­na, geloof ik). Dan slacht hij vier scha­pen, per stuk voor meer dan 12.000 rial, (on­ge­veer 180 gul­den, twee maand­lo­nen voor één schaap).
    Meer over de vastenmaand Ra­ma­ḍān, zie 29 december a.s.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Bedevaart

    Alī B. werk­te ver­le­den jaar en­ke­le maan­den op kos­ten van Ha­re Ma­je­steit de Ko­nin­gin der Ne­der­lan­den [geld uit het Tarīm-pro­ject] in de Bi­blio­theek. Hij zou een vas­te aan­stel­ling krij­gen, maar die is er, nu an­der­half jaar la­ter, nog steeds niet en die zal ook ze­ker niet plaats­vin­den voor 1 ja­nu­a­ri 1998, mo­ge­lijk nog veel later. Op dit mo­ment is hij, 25 jaar oud en va­der van twee kin­de­ren, werk­loos. (Hij trouw­de vijf jaar ge­le­den met een vijf­tien­ja­rig meis­je dat hij niet ken­de, pas na het hu­we­lijk be­gon hij van haar te hou­den, maar dit ter­zij­de).
    Hij vertelde dat hij over een week op be­de­vaart gaat naar het graf van de pro­feet Hūd. De be­de­vaart is op 9 en 10 Ša’abān (dit jaar over­een­ko­mend met 10 en 11 de­cem­ber). Het feit dat hij op be­de­vaart gaat bij een graf geeft aan dat hij soe­fi is. Hij behoort tot de Tarīqat Alawiyya*(05).
    Het graf van Hūd be­vindt zich on­ge­veer hon­derd ki­lo­me­ter ten oos­ten van Ta­rīm. Nico en ik be­zoch­ten het ver­le­den jaar, maar het graf en de bij­be­ho­ren­de stad is ei­gen­lijk ver­bo­den ge­bied voor niet-mos­lims (en voor is­la­mi­tische vrou­wen, hoor­de ik nu van Alī, en dat was maar goed ook vond hij, dat zou maar af­lei­den van de ḏikr (het prij­zen van God)). Maar om­dat het een spook­stad is en er al­leen tij­dens de da­gen van de be­de­vaart men­sen wo­nen, was er [in 1996] nie­mand die ons een stro­breed in de weg kon leg­gen.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Adam en zijn vrouw

    Alī ver­tel­de met vuur over de is­lam. Nor­maal ge­spro­ken ben ik geen voor­stan­der van gods­diens­ti­ge dis­cus­sies. Maar dit was goed voor mijn Ara­bisch en voor ver­de­re uit­die­ping van mijn ken­nis van die gods­dienst en het soe­fis­me.
    Het ging op ge­ge­ven mo­ment over de schep­ping. Waar kom je van­daan? Van je moe­der, en waar komt die van­daan? Enz. Na­tuur­lijk was het de be­doe­ling dat we bij Adam en Eva uit­kwa­men. Dat luk­te on­der lei­ding van Alī pro­bleem­loos en hij was in zijn nop­jes toen ik con­sta­teer­de dat we ei­gen­lijk broers wa­ren.
    Ik vroeg hem hoe het nu ei­gen­lijk met dat na­ge­slacht zat van Adam en Eva zat. Zij had­den slechts twee zo­nen (waar­van de een de an­der ook nog ver­moord­de). Met wie was die ar­me jon­gen ei­gen­lijk ge­trouwd, om voor zo­veel na­ge­slacht te kun­nen zor­gen? Alī zei dat God ook nog meis­jes ge­scha­pen had. Ik wees hem er­op dat daar niets van in de ko­ran staat en dat hij dat hier ter plek­ke, in de Bi­blio­theek, ver­zon. Bo­ven­dien, als die meis­jes er wa­ren ge­weest dan wa­ren dat zus­ters van Kaïn. Een hu­we­lijk met je zus­ter heeft Al­lah ten streng­ste ver­bo­den (harām). Uit­zon­de­rings­re­gels zijn er niet.
    Met nauwelijks te ver­hul­len dui­vels ge­noe­gen con­sta­teer­de ik dat hij het ant­woord niet wist. Over de­ze kwes­tie had hij nog nooit na­ge­dacht, zei hij. Dit was iets dat hij aan zijn le­raar moest gaan vra­gen. Za­ter­dag over een week zal hij mij het ant­woord ge­ven.
    Ongetwijfeld zal hij met een ge­smeerd ant­woord ko­men, mis­schien vaag, mis­schien fi­lo­so­fisch, maar van zulk een aard dat ik het niet zal be­grij­pen, om­dat mijn ken­nis van het Ara­bisch te ge­ring is. Niet­te­min is het toch mee­ge­no­men dat ie­mand ook eens an­de­re vraag ge­steld krijgt dan de voor de hand lig­gen­de vra­gen die men el­kaar stelt en waar­van het ant­woord van te vo­ren al be­kend is.
    (Hoe heten ze ook al weer de is­lam, die twee zo­nen van Adam en Eva. Ik kan hen niet vin­den in de tafsīr*(06) die ik mee­bracht).

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Sheikh AB.

    Sheikh AB., de vo­ri­ge di­rec­teur van de Bi­blio­theek be­zocht zijn voor­ma­li­ge werk­plek. Ik sprak kort met hem en ver­tel­de hem dat ik het in­ter­view met hem in The Ye­men Ti­mes*(07) ge­le­zen had.
    Alī B. ver­tel­de even la­ter dat de sheikh*(08) vroe­ger een soe­fi was, maar dat hij dat al­le­maal op­ge­ge­ven heeft en nu over­ge­stapt is naar het Wah­hab­isme, waar­van hij nu de hoog­ste lei­der is in Tarīm en om­ge­ving. De Wah­ha­biyya is sterk ge­kant te­gen het soe­fis­me en de maw­lids*(09) bij de gra­ven van hei­li­gen. Toch zit het ver­schil niet in het ge­loof of de ge­loofs­op­vat­ting maar in de furūᶜ*(10), zo ver­telt Alī.
    Verleden jaar al la­gen op het bu­reau van sheikh AB. boek­jes van Hamas*(11). Hij had de Bi­blio­theek ver­an­derd in een hoofd­kan­toor van zijn po­li­tie­ke be­zig­heden. Soefis wil­len zich niet met po­li­tiek be­zig hou­den. De we­reld (al-dunyā) gaat aan hen voor­bij. Zij wer­ken slechts aan ont­hech­ting.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Boerinnen.

    Alī zit dus werk­loos thuis. Ex­pres, om­dat ik wel be­ter weet, vroeg ik hem of zijn vrouw niet kon wer­ken.
    Ver­ont­waar­digd wees hij die ge­dachte van de hand. “Vrou­wen wer­ken niet bui­tens­huis.”
    “Maar”, zei ik, “ik zie toch over­al vrou­wen in de vel­den wer­ken.”
    Hij trok zijn neus op en zei: “Dat zijn boe­rin­nen.”

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(01)
    Adam en Eva. Moslims spre­ken ook over Adam en Eva (Ādam en Ḥawā’) maar in de ko­ran heeft zij geen naam. Daar is het slechts Adam en zijn vrouw. (Ge­heel vol­gens de tra­di­tie zo­als ik die in de Ḥa­ḍra­maut ont­moet­te. Daar heeft de echt­ge­no­te ook geen naam en je mag, als bui­ten­staan­der, ook niet naar haar (wel­zijn) in­for­me­ren en als je het wel doet, zo­als ik al­tijd op­zet­te­lijk doe, zorgt dat tel­kens voor veel hi­la­ri­teit en ver­le­gen re­ac­ties, ook bij die men­sen bij wie ik het da­ge­lijks doe, zo­als de me­de­wer­kers van het ho­tel.)

    Te­rug.

    *(02)
    Gabr al-Nabī Hūd Het graf van de pro­feet Hoed. Dit graf ligt in de Wādī Masilah, ten oos­ten van Tarīm. De pro­feet Hoed, die in het chris­ten­dom niet voor­komt, (som­mi­ge pro­fe­ten heb­ben de is­lam en het chris­ten­dom ge­meen­schap­pe­lijk) wordt in de ko­ran ge­noemd als de waar­schu­wer van het volk van ᶜĀd. De­ze waar­schu­wing is on­der an­de­re neer­ge­schre­ven in het hoofd­stuk De Zand­dui­nen (Sū­rat al-Aḥ­gāf) van de ko­ran. De bi­blio­theek in Tarīm, waar ik dus werk, is naar de­ze soe­ra ver­noemd: al-Aḥ­gāf, maar in de oud­heid be­stond ook een ge­bied in deze stre­ken van zuid­oost Je­men dat al-Aḥgāf heet­te, dus het hoofd­stuk in de ko­ran is naar die streek ge­noemd.
    Wi­ki­pe­dia: de profeet Hūd.
    Wi­ki­pe­dia: het volk van ᶜĀd.
    Mijn bezoek aan Gabr al-Nabī Hūd in 1996. 19 april 1996.
    Sha­’a­baan (Šaᶜbān :ﺷﻌﺒﻮﻥ). Šaᶜbān is de acht­ste maand van de is­la­mi­tische ka­len­der.
    Zie Wi­ki­pe­dia: de is­la­mi­tische ka­len­der.

    Te­rug.

    *(03)
    al-Ziriklī: Ḵayr al-Dīn al-Ziriklī (1893 – 1976) is de auteur van ﻣﻌﺠﻢ ﺗﺮﺍﺟﻢ ﻷﺷﻬﺮ ﺍﻟﺮﺟﺎﻝ ﻭﺍﻟﻨﺴﺎﺀ ﻣﻦ ﺍﻟﻌﺮﺏ ﻭﺍﻟﻤﺴﺘﻌﺮﺑﻴﻦ ﻭﺍﻟﻤﺴﺘﺸﺮﻗﻴﻦ (Muᶜǧam tarāǧim li-a’šhar al-riǧāl wa-l-nisā’ min al-ᶜarab wa-l-mustaᶜribīn wa-l-mustašriqīn) En­cy­clo­pe­die van emi­nen­te per­soon­lijk­he­den: bio­gra­fisch le­xi­con van de be­roemd­ste man­nen en vrou­wen on­der de Ara­bie­ren, de Ara­bis­ten en de oriën­ta­lis­ten. WorldCat.
    Deze en­cy­clo­pe­die be­vat (dus) de na­men van de meest be­roem­de per­so­nen uit de groep men­sen zo­als in de ti­tel wordt weer­ge­ge­ven. Vaak, maar niet al­tijd, wordt be­hal­ve hun sterf­jaar ook de maand weer­ge­ge­ven waar­in zij over­le­den. Ik weet dat om­dat ik de en­cyc­lo­pe­die, die uit acht de­len be­staat van elk cir­ca 350 blad­zij­den, bij­na ge­heel heb over­ge­typt in een da­ta­ba­se.

    Te­rug.

    *(04)
    Ied al-fiṭr. Het ᶜĪd al-fiṭr is de Ara­bische naam van wat in on­ze stre­ken te­gen­woordig een ver­taal­de Turk­se naam heeft, na­me­lijk het Sui­ker­feest dat ge­vierd wordt aan het ein­de van de Ra­ma­dan, de is­la­mi­tische vas­ten­maand. ᶜĪd al-fiṭr be­te­kent: het feest van het vas­ten­bre­ken. Ied: feest.
    Wi­ki­pe­dia: Sui­ker­feest.

    Te­rug.

    *(05)
    Ṭarīgat Ala­wiy­ya (Ṭarīgat Āl BāᶜAlawī :ﻃﺮﻳﻘﺔ ﺁﻝ ﺑﺎﻋﻠﻮﻱ) dat on­ge­veer be­te­kent: De te vol­gen weg / me­tho­de / de ‘or­de’ van het volk van va­der Ala­wi en is een Ḥa­ḍra­mi­tische soe­fi-or­de. Zo’n soe­fi-or­de heet over het al­ge­meen een ṭa­rī­ga (mv.: ṭa­rī­gāt of ook wel ṭoe­roeg: ṭu­rug).
    Wi­ki­pe­dia: Ala­wiy­ya soe­fi-or­de (Engels).
    Wi­ki­pe­dia: lijst van ṭa­rī­gāt.
    Wi­ki­pe­dia: Soe­fisme (Engels). (Met een uit­ge­brei­de be­schrij­ving van soe­fis­me en ver­schil­len­de soe­fi-or­des.)

    Te­rug.

    *(06)
    Tafsīr (ﺗﻔﺴﻴﺮ) Een Tafsīr (mv. tafāsīr) is een boek (boe­ken­se­rie) waar­in een po­ging tot exe­ge­se en in­ter­pre­ta­tie van de ko­ran wordt ge­daan, een ver­kla­ring van de ko­ran­tekst wordt ge­ge­ven.
    De al­mach­ti­ge en al­we­ten­de god van de is­lam heeft een boek naar de ge­lo­vi­gen ne­der­ge­zon­den dat geen van hen be­grijpt en ook de on­ge­lo­vi­gen niet. Daar­om zijn er in de loop der eeu­wen tien­tal­len me­ters lan­ge rij­en aan tafāsīr vol ge­schre­ven die al­le pro­be­ren te ver­kla­ren wat god nu ei­gen­lijk be­doeld heeft. Voor­waar, het is nog steeds on­dui­de­lijk, an­ders wa­ren zo­veel boe­ken niet no­dig ge­weest, dan had één vol­staan en had de rest weg­ge­gooid kun­nen wor­den.
    Wi­ki­pe­dia: Tafsīr.

    Te­rug.

    *(07)
    The Yemen Times is een week­blad in Je­men dat in het En­gels ver­schijnt. Ik las het ar­ti­kel over Sheikh AB. op 19 november jl.

    Te­rug.

    *(08)
    Sheikh / sjeik: Šayḵ, mv. Šoeyoeḵ / Šuyūḵ (ﺷﻴﺦ / ﺷﻴﻮﺥ mv.) be­te­kent let­ter­lijk ‘ou­de man’. Aan­ge­zien in de Ara­bische / is­la­mi­tische cul­tuur ou­de­re men­sen over het al­ge­meen ge­waar­deerd wor­den we­gens hun le­vens­er­va­ring, is de aan­dui­ding ook een soort ere­ti­tel, om aan te ge­ven dat de per­soon in kwes­tie als een wijs man wordt be­schouwd. (Voor de ou­de­re / wij­ze vrou­wen be­staat de term Šayḵa, mv. Šayḵāt.)
    Wi­ki­pe­dia: Sjeik.

    Te­rug.

    *(09)
    Mawlid, mv.: mawālid (ﻣﻮﻟﺪ / ﻣﻮﺍﻟﺪ) be­te­kent let­ter­lijk ge­boor­te­dag (ver­jaar­dag). Wan­neer een hei­li­ge bin­nen de is­lam ja­rig is, wordt zijn graf be­zocht door soe­fi’s. Dit ri­tu­eel, namelijk gra­ven be­zoe­ken, is een doorn in het oog van de fun­da­men­ta­lis­ten / de Wah­ha­biy­ya.
    Dit fun­da­men­te­le ver­schil kan lei­den tot hoog­op­lo­pen­de ru­zies. Abd al-Raḥ­mān, de di­rec­teur van de Aḥ­gāf-bi­blio­theek in Tarām ver­tel­de me ver­le­den jaar (1996) dat en­ke­le we­ken voor on­ze komst er in de Gro­te Mos­kee een scho­ten­wis­se­ling had plaats­ge­von­den tus­sen een soe­fi en een lid van de Wah­ha­biy­ya over een maw­lid. In Je­men zijn veel wa­pens in om­loop: het land staat in de top­tien van de lan­den met het hoog­ste wa­pen­be­zit op de twee­de plaats na de Ver­enig­de Sta­ten van Ame­ri­ka. Ove­ri­gens staat Zwit­ser­land op de der­de plaats en Fin­land op de vier­de plaats!
    Interne link: Ziyāra.
    Wi­ki­pe­dia: Wa­ha­bis­me.
    Wi­ki­pe­dia (uitgebreide versie): Wah­ha­bism (Engels).
    Mens en samenleving: Wapenbezit in de wereld.

    Te­rug.

    *(10)
    Foeroeᶜ / Furūᶜ / (ev.: ﻓﺮﻉ / mv.: ﻓﺮﻭﻉ)
    Uit het feit dat ik in 1997 het woord Foe­roeᶜ ge­woon neer­pen­de zon­der ver­de­re vra­gen te stel­len, duidt er­op dat ik toen­ter­tijd niet wist wat dit be­grip in­hield, an­ders had ik wel naar de de­tails ge­vraagd. Ook nu, in 2017, heb ik eni­ge moei­te om een goed ant­woord te for­mu­le­ren wat foe­roeᶜ ei­gen­lijk is.
    Bij de be­stu­de­ring van de figh voor de noot met die­zelf­de naam, gis­te­ren, 3 de­cem­ber 1997, kwam ik wel wat meer te we­ten, maar het blijft een moei­lijk on­der­werp, voor een niet-in­ge­voer­de in de fi­nes­ses van de is­la­mi­tische wet­teks­ten, zo­als ik.
    Lees eerst de noot over de figh van gis­te­ren.
    Onthoud daar­na het vol­gen­de.
    Verschillende van de foe­ga­hā’ die zich bij een co­ry­fee met ge­zag­heb­ben­de me­ning had­den aan­ge­slo­ten heb­ben daar­na toch nog nieuwe figh-re­gels vast­ge­steld voor on­be­slist ge­ble­ven ge­val­len. Hun ar­beid wordt door la­te­re schrij­vers wel om­schre­ven als: “het af­lei­den van ver­tak­kin­gen (foe­roeᶜ) uit de wor­te­len (oe­ṣoel) van de mees­ter.” [dixit TH. W. Jyun­boll.]
    Belangrijk om te we­ten is dat de re­li­gi­eu­ze stro­ming, de Wah­ha­biy­ya, die zich­zelf Sa­la­fiy­ya (Sa­la­fis­ten) noe­men, op zoek zijn naar, en wil­len le­ven vol­gens, de strik­te re­gels van de oor­spron­ke­lij­ke is­lam en daar hoort per­soons­ver­heer­lij­king niet bij. Dat is nu juist wat de soe­fi’s doen, na­me­lijk zij be­zoe­ken de gra­ven van vroe­ge­re hei­li­gen (pel­grims­toch­ten), voor con­tem­pla­tie en ont­hech­ting. Ook ma­ken zij [het gaat bij de soe­fi’s in Tarīm uit­slui­tend om man­nen] trom­mel­mu­ziek en voe­ren op straat een dans uit (die Šab­wā­ni heet ﺷﺒﻮﺍﻧﻲ) met stok­ken, die zwaar­den re­pre­sen­te­ren en zin­gen daar­bij ou­de re­li­gi­eu­ze lie­de­ren.
    Het ma­ken van mu­ziek en zin­gen is in de Sa­la­fis­tische vorm van de is­lam ver­bo­den. Trom­mel­mu­ziek is slechts toe­ge­staan wan­neer men ten strij­de trekt in de hei­li­ge oor­log: ǧi­hād. (Ji­haad.)
    Ik meen hier­uit te mo­gen af­lei­den dat dit on­der­deel dan het punt van (soms ge­wel­da­di­ge) dis­cus­sies is tus­sen soe­fi’s en de Wah­ha­biy­ya, na­me­lijk het graf­be­zoek, zin­gen en dan­sen, te­meer daar Bi­blio­theek­me­de­wer­ker Ḥu­sayn al-K. me ver­le­den jaar ver­tel­de dat een man niet met zijn vrouw thuis mag zin­gen. Hij of zij mag ook niet in zijn of haar een­tje zin­gen, ove­ri­gens. Dat wordt ver­bo­den door de ex­tre­mis­ten. 7 mei 1996.
    Wi­ki­pe­dia: (En­ke­le ar­ti­ke­len zijn in het En­gels, omdat die veel uit­ge­brei­der, meer ge­de­tail­leerd, zijn dan de Ne­der­land­se ver­sie, als die er al is.)
    You­Tube: Šabwāni in Tarīm: dans.
    Wi­ki­pe­dia: Ǧi­hād / jihad.
    Wi­ki­pe­dia: Oeṣoel al-figh (En­gels).
    Wi­ki­pe­dia: Sa­la­fisme.
    Wi­ki­pe­dia: Soe­fis­me.
    Wi­ki­pe­dia: Wah­ha­biy­ya (En­gels).
    Interne link: Ziyāra (graf­be­zoek, pel­gri­ma­ge).
    New York Ti­mes: Who Are Sufi Mus­lims and Why Do Some Ex­tre­mists Hate Them? (Pu­bli­ca­tie: 24 no­vem­ber 2017.)
    Een deel van bo­ven­staan­de tekst is ge­ba­seerd op:
    Hand­lei­ding tot de ken­nis van De Mo­ham­me­daan­sche wet vol­gens de leer der Sjā­fiᶜi­tische school, door Dr. Th. W. Juyn­boll. 4e druk. Lei­den, E.J. Brill (1930).
    WorldCat: Hand­lei­ding tot de ken­nis … etc.
    (Ik heb de spel­ling ge­mo­der­ni­seerd.)

    Te­rug.

    *(11)
    Hamas. Wi­ki­pe­dia: Hamas (Engels).

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 05 december

  • 5 december 1997

    Moske

    Een mos­kee in Tarīm, één van de 365 die het stad­je rijk is. De­ze is, even­als zo­veel ge­bou­wen in Tarīm, ge­heel van leem (mud brick) ge­bouwd. In de bo­gen van het por­taal is te zien hoe dik de mu­ren moe­ten zijn om de con­struc­tie zon­der in­stor­tings­ge­vaar te dra­gen. De wit­te kalk, die over de leem is aan­ge­bracht heet nū­rah en kan, mits bin­nen ge­bruikt, wel vijf­tig jaar mee­gaan. Bui­ten dient de­ze voor­al om de le­men ti­chels te­gen het (spo­ra­disch voor­ko­men­de) re­gen­wa­ter te be­scher­men.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9442) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten), maar van­daag is het vrij­dag, de is­la­mi­tische rust­dag. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Vrijdag, 5 december 1997.
    Tariem: 17/31.
    Van­nacht was het 16,4°C en 68%. [Lucht­voch­tig­heid.]
    Op circa 8.00 uur.
    Ontbijt in het ho­tel.
    Brief naar Neder­land bij­scha­ven.
    Ik hoor verschil­lende vo­gels flui­ten.
    Circa tweeënhalf uur aan de da­ta­ba­se wer­ken.
    Ik blijf bijna twee uur in het heer­lijk war­me zwem­bad, on­der an­de­re met En­gels­ta­lige toe­ris­tes ver­tel­len, waar­van er een (een Aus­tra­lische) in Sa­oedi-Ara­bië werkt.
    Weer scha­ven aan de brief naar Ne­der­land, ge­pland voor rond 14-12-97.
    Tempera­tuur, mi­ni­maal: 16,4°C., ma­xi­maal vocht: 65%.
    Tempera­tuur, ma­xi­maal: 39,4°C., mi­ni­maal vocht: LO% (??).

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Computer­verslag

    De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
    Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

    Hāšim, de och­tend­re­cep­tio­nist (Sā­lim T. is de avond­re­cep­tio­nist) ver­telt me on­ge­vraagd, maar daar­om niet min­der ge­wenst, dat hij vijf jaar in Irak Land­bouw­eco­no­mie stu­deer­de in de stad Mo­sul [Mawṣoel].
    Hij is zeer te spre­ken over het land, want on­danks de ver­schrik­ke­lij­ke dic­ta­tuur heerst er toch een sys­teem. Als je je daar be­klaagt over wan­ge­drag van een an­der wordt er wat aan ge­daan. Hier in Je­men is geen sys­teem. Het is een land zon­der wet­ten, of wet­ten die niet toe­ge­past [ge­hand­haafd] wor­den.
    Daar staat te­gen­over dat je hier wel vrij­heid van me­nings­ui­ting hebt. An­ders dan in de rest van de Ara­bische we­reld. Hij zegt dat het in Jor­da­nië ver­boden is over de ko­ning te spre­ken even­als in Sy­rië waar het ver­bo­den is de naam van Ha­fez al-As­sad*(1) te noe­men. Als je dat in Irak doet gaat je kop er­af. In Je­men spreekt men ge­woon over de pre­si­dent.
    Hāšhim ver­telt dat voor de Golf­oor­log*(2) de di­nar drie dol­lar waard was. Nu is de 3.000 dinar één dol­lar waard. Hāšhim kreeg 100 dol­lar per maand van de Je­me­ni­tische am­bas­sa­de per maand. Dat was dan 300.000 di­nar. Daar was hij een rijk man. Hier in Je­men is er geen werk in zijn dis­ci­pli­ne en moet hij in zijn le­vens­on­der­houd voor­zien als ho­tel­re­cep­tio­nist.
    Hij noemt zich mijn vriend en daar ga ik wel mee ak­koord. Ik vrees ech­ter dat hij mij, een­maal te­rug in Ne­der­land, zal be­sto­ken met brie­ven om hem te hel­pen een toe­gang tot Ne­der­land te ver­schaf­fen, want hij zal ze­ker we­ten van on­ze ster­ke land­bouw­po­si­tie. Maar mis­schien valt het wel mee.
    Minimum tem­pe­ra­tuur af­ge­lo­pen nacht: 16,4°C, ma­xi­mum tem­pe­ra­tuur over­dag: 39,4°C. Ma­xi­mum voch­tig­heid ’s nachts: 68%, mi­ni­mum: L0% (wat be­te­kent: L?)

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Ḥāfiẓ al-‘Asad. Wi­ki­pe­dia: (Ḥāfiẓ al-‘Asad). De president van Syrië.

    Te­rug.

    *(2)
    De Golfoorlog. Wi­ki­pe­dia: Golfoorlog. 1990 – 1991.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Meer informatie.

    GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
    Mawṣoel:
    GM., Wi., F.
    :ﺍﻟﻤﻮﺻﻞ

    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 06 december

  • 6 december 1997

    9443-1997-12-05 (Tarim 97-XI_020 kopie)

    Dit is het ᶜIššah-pa­leis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ)* te Tarīm. Dit pa­leis is he­le­maal van leem ge­bouwd (mud brick) en de ar­chi­tec­tuur is be­ïn­vloed door de een In­dia­se is­lam­stijl (Moghul). Te­gen­woor­dig (2017) zijn de kleu­ren, die hier, op deze dia uit 1997, vaal­blauw zijn, weer fel don­ker­blauw ge­schil­derd.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9443) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Zaterdag, 6 december 1997.
    Tariem: 18/30.
    Toen ik om 8.00 naar be­ne­den kwam om te gaan ont­bij­ten, stond [col­le­ga] Taw­fiq in de re­cep­tie. Even had ik een mo­ment dat ik dacht dat ik droom­de, maar dat was niet zo. Hij en de si­tu­a­tie was echt.
    Ik had voor 9.00 uur een taxi be­steld om cir­ca 10.00 uur op de lucht­ha­ven van Say’ūn te zijn om hem te ont­van­gen.
    DK. van de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de had be­weerd dat men te­gen­woor­dig om 9.00 uur ver­trekt uit Ṣanaᶜā’. Ik had Abd al-Raḥ­mān twee­maal ver­geefs ver­zocht dat te ve­ri­fië­ren.
    We namen samen het ont­bijt in het ho­tel en Taw­fiq ging mee naar de lucht­ha­ven, waar ik ook met Abd al-Raḥ­mān had af­ge­spro­ken.
    We kochten daar­na een ge­ne­ra­tor voor de bi­blio­theek van 1.810 US$: 3 KW / Ben­zi­ne / vrij stil.
    Dan gaan we naar de bi­blio­theek waar Taw­fiq veel in­druk maakt met zijn feil­loos Ara­bisch.
    In het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel bied ik Taw­fiq, Abd al-Raḥ­mān en de taxi­chauf­feur een lunch aan.
    Daarna bespreken we met Abd al-Raḥ­mān het pro­ject en la­ter Taw­fiq en ik sa­men.
    We wandelen door het don­ke­re stad­je en drin­ken er­gens thee.
    We eten in het res­tau­rant [van het ho­tel] een lich­te maal­tijd en ver­bren­gen de avond door, al klet­send, op mijn ter­ras tot cir­ca mid­der­nacht.
    Daarna doe ik de pro­ject­ad­mi­ni­stra­tie.
    Bed circa 01.30 uur.
    Max 39,4°C., min: 17,3°C.
    Max: 54%, min: LO%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    ᶜIššah-pa­leis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ).
    Klik hier voor een aan­tal re­cen­te fo­to’s. De tekst is in het Ara­bisch.
    Wi­ki­pe­dia: Moghul-stijl / -achitectuur. Mughal (Engels).

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 07 december

  • 7 december 1997

    Bibliotheek

    Deze enigs­zins over­be­lich­te dia, ge­maakt op 21 mei 1996 met een groot­hoek­lens, tij­dens mijn eer­ste ver­blijf in Tarīm, geeft een in­druk van de in­de­ling de Aḥ­gāf-bi­blio­theek. De ijze­ren kas­ten met de hand­schrif­ten staan langs de wan­den, links en rechts, op­ge­steld en heb­ben gla­zen deu­ren.
    Ik schoot deze dia tij­dens het be­zoek van de Ne­der­land­se Am­bas­sa­deur aan de bi­blio­theek. De man­nen / me­de­wer­kers van de bi­blio­theek zit­ten schijn­baar niets te doen, maar wach­ten tot­dat de Am­bas­sa­deur ver­trekt, zo­dat ze weer aan het werk kun­nen gaan.
    Links in de hoek zit de heer Ḥu­sayn al-K. die el­ke ge­le­gen­heid aan­greep om de ge­druk­te boe­ken, die een on­der­deel van het Ne­der­land­se ge­schenk aan de bi­blio­theek vorm­den, te be­stu­de­ren. De­ze boe­ken heb­ben be­trek­king op Je­men in het al­ge­meen en de Ha­dra­maut in het bij­zon­der. Na­slag­wer­ken vorm­en te­vens een be­lang­rijk on­der­deel van het ge­schenk.
    Het meu­bi­lair, zo­als de ta­fels links op de ach­ter­grond, maak­ten deel uit van het ge­schenk. Al­les uit Ne­der­land was per con­tai­ner aan­ge­voerd. (Zie daar­voor 23 april 1996.)
    De man­nen dra­gen al­le­maal een sa­rong (voor­na­me­lijk van In­do­ne­sische ma­ke­lij), want dat is de tra­di­tio­ne­le kle­ding in de Ḥaḍramaut.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9444) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Zondag, 7 december 1997.
    Tariem: 19/29.
    Op 6.45 uur.
    Circa 9.30 uur in de bi­blio­theek. Er zijn men­sen van de We­reld­bank.
    Thuis [hotel] cir­ca 13.30 uur.
    Lunch.
    Zwemmen.
    Nu 16.30 uur.
    Ik voer veel be­spre­kin­gen met [col­le­ga] Taw­fīq. Hij wil zeer door­tas­tend op­tre­den en over ie­de­re stui­ver on­der­han­de­len. Hij heeft veel idee­ën om een en an­der hier aan te pak­ken. Hij is zeer ge­dre­ven.
    Met het be­spre­ken van al­ler­lei za­ken ver­lies ik veel werk­tijd waar­in ik de da­ta­ba­se zou kun­nen ver­be­te­ren.
    Van circa 21.30 tot 00.00 uur werk ik er­aan.
    Weer:
    Min: 17,5°C. / 21% [Lucht­voch­tig­heid.]
    Max: 39,9°C. / 52%.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 08 december

  • 8 december 1997

    Eerstedagenveloppe
    Eer­ste­dag­en­ve­lop­pe van 30 no­vem­ber 1996 met bij­zon­de­re plan­ten in Je­men en op het Je­me­ni­tische ei­land So­co­tra.
    www.ohmygosh.on.ca/stamps/yemen/roy96.htm

    30 November 1996
    Rare Yemeni plants
    20 rials – Parodia maasii
    50 rials – Notocatus cris­tata
    60 rials – Adenium obessum So­co­tra­numi
    70 rials – Dracaena cin­na­bari
    100 rials – Mammil­la­ria erythro­sper­ma

    Bovenstaande tekst komt van ge­noem­de web­si­te, maar de na­men van de plan­ten ko­men niet he­le­maal over­een met de tekst op de post­ze­gels.


    Post­zegel (uiterst links bo­ven): 70 rials. Dra­caena Cin­na­bari is een plant die al­leen voor­komt op het eiland So­co­tra voor de kust van Je­men. Hier zijn plaat­se­lijk nog re­de­lijk gro­te po­pu­la­ties te vin­den, met na­me op de Hagh­ier-ber­gen en de na­bij­ge­le­gen kalk­steen­pla­teaus. El­ders op het ei­land zijn nog enige re­lict­po­pu­la­ties en de soort is he­le­maal ver­dwe­nen van het wes­te­lijk uit­ein­de van het ei­land. (Bron: Wi­ki­pe­dia.)
    Post­zegel (vier­kant, links bo­ven): 50 rials. No­to­ca­tus Cris­tata. (Ver­moe­de­lijk gaat het hier­bij om een druk­fout en moet de naam zijn: No­to­cac­tus Cris­tata), maar een plant met slechts de­ze (een­vou­di­ge) aan­dui­ding is op in­ter­net niet be­kend.
    Post­zegel (vier­kant, rechts bo­ven): 20 rials. Pa­ro­dia Maasii.
    Post­zegel (vier­kant, links be­ne­den): 60 rials. Ade­nium Obe­sum So­co­tra­num. Ade­nium is een ge­slacht uit de maag­den­palm­fa­mi­lie (Apo­cy­na­ceae). De soor­ten ko­men voor in Afri­ka en op het Ara­bisch Schier­ei­land. Een be­ken­de soort is de woes­tijn­roos (Ade­nium obe­sum). (Bron: Wi­ki­pe­dia.)
    Post­zegel (vier­kant, rechts be­ne­den): 100 rials. Mam­mil­la­ria Erythro­sper­ma ist ei­ne Pflan­zen­art aus der Gat­tung Mam­mil­la­ria in der Fa­mi­lie der Kak­teen­ge­wächse (Cac­taceae). Das Arte­pi­the­ton erythro­sper­ma be­deu­tet mit ro­tem Sa­men. (Bron: Wi­ki­pe­dia.)

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9445) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Maandag, 8 december 1997.
    Tariem: 20/28.
    Op 5.15 uur!
    Werken aan de da­ta­ba­se tot 8.00 uur. Dit is te gek. Ik wil niet meer zo vroeg be­gin­nen, maar al die be­spre­kin­gen met Taw­fīq kos­ten veel an­de­re werk­tijd, hoe­wel al­les zeer nut­tig is.
    Taw­fīq maakt me at­tent op mooie Je­me­ni­tische post­zegels en ik be­sluit er over­al twee van te ko­pen, sa­men voor 6.480 Rial, cir­ca f. 100,00.
    Ik begin met het on­der­wij­zen van Ḥu­sayn al-H. over het ge­bruik van de da­ta­ba­se.
    Op mijn ter­ras eten met Taw­fīq.
    Even met een Duit­ser, Hans Die­ter …, apo­the­ker uit Bie­le­feld pra­ten.
    Even zwemmen.
    Dagboek bij­wer­ken.
    Min: 17,5°C. 21%.
    Max: 37,4°C. 48%.
    Ik werk tot circa 23.30 aan de da­ta­base en weet daar­bij de be­vei­li­ging te re­ge­len.
    Ik at brood op mijn ka­mer.
    Bed circa 00.00 uur.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Meer informatie.

    GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
    Socotra:
    GM., Wi., F.
    :ﺳﻘﻄﺮﻯ

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 09 december

  • 9 december 1997

    Krot

    Er staan niet alleen prach­tige pa­lei­zen in Tarīm, zo­als het ᶜIššah-pa­leis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ) waar­van ik op 6 december jl. een fo­to toon­de, maar ook krot­ten. Wan­neer zo’n le­men huis niet voort­du­rend on­der­hou­den wordt, stort het op ge­ge­ven mo­ment in. De ‘bouw­ste­nen’ zijn per slot van re­ke­ning al­leen maar ge­maakt van in de zon ge­droog­de mod­der: mud brick.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9446) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Dinsdag, 9 december 1997.
    Tariem: 21/27.
    Op 6.30 uur. Het is 14,3°C., koud dus. Tot circa 8.00 uur werk ik aan de brief naar huis.
    Van 8.00 tot 10.00 uur werk­ont­bijt sa­men met Taw­fīq.
    Daar­na blijft hij nog zeker twee uur ‘han­gen’ in de boek­han­del Mak­ta­bat Ta­rīm al-Ḥa­dī­ṯa. [De Nieu­we / Mo­der­ne Ta­riem­se Boek­han­del.] Ik word er zelfs ner­veus van.
    We komen pas om 12.00 uur in de bi­blio­theek, waar Abd al-Raḥ­mān op ons wacht, al de he­le och­tend en ook zijn on­ge­noe­gen ven­ti­leert.
    Taw­fīq be­gint nog een be­spre­king met Abd al-Raḥ­mān in het En­gels, om het per­so­neel niet van al­le ins and outs op de hoog­te te bren­gen.
    De door ons he­den­och­tend, door brain­stor­men, bij­een ge­brach­te idee­ën slaan niet aan. Abd al-Raḥ­mān wil een nieuw ge­bouw als eer­ste.
    Taw­fīq wil spij­kers met kop­pen slaan. Dat gaat ech­ter niet in de­ze cul­tuur.
    Enerzijds ben ik voor de veel con­cre­te­re aan­pak van Taw­fīq. An­der­zijds be­te­kent dat ook dat Abd al-Raḥ­mān, be­te­kent voel ik een ze­ke­re … Ik weet het nu (23.00 uur) niet meer. We wa­ren vre­se­lijk laat in de bi­blio­theek.
    Ik wilde van­daag Ḥu­sayn al-Ḥ. hel­pen om een for­mu­lier te con­stru­e­ren in de da­ta­ba­se.
    Hotel rond 14.00 uur.
    Lunch op mijn adres. [Ter­ras?]
    Taw­fīq is erg te­leur­ge­steld dat on­ze en­thou­si­as­te idee­ën voor public re­la­tions steeds ver­zan­den in het feit dat dit ge­bouw niet ge­schikt is en het on­wil­li­ge mos­kee­be­stuur, dat geen bij­zon­de­re ac­ti­vi­tei­ten toe­staat. Dat het geld al­le­maal van een over­heid moet ko­men en dat er niet aan fund­rai­sing ge­daan wordt.
    Na de mid­dag gaan we nog eens naar de Mak­ta­bat Ta­rīm al-Ḥa­dī­ṯa, waar ik koop, vijf woor­den­boe­ken*.
    Teaching Dic­tio­nary Iron and Steel In­dus­try.
    Teaching Dic­tio­nary Textile In­dus­try.
    Teaching Dic­tio­nary In­dus­trial Fur­naces and Re­frac­to­ries.
    Teaching Dic­tio­nary Agri­cul­tu­ral En­gi­nee­ring.
    (Uit een se­rie waar­van ik er al drie van in Lei­den heb.) Elk 200 Rial – f. 3,00 per stuk.
    Van alle vier is de kaft [band] ern­stig be­scha­digd. Ze zijn zo goed­koop om­dat ze uit de DDR ko­men, an­ders zou­den ze ze­ker f. 15,00 kos­ten.
    Ik koop ook nog Eng­lish – Ara­bic Rea­ders Dic­tio­na­ry: 400 Rial. (f. 6,00)
    Thee drinken op het taxi­chauf­feurs­ter­ras.
    Hotel: warm eten in het res­tau­rant.
    Daar op het ter­ras nog klet­sen.
    Nu circa 23.30 uur. Ik luis­ter Underworld Acid Music. [Op mijn Walk­man.]
    Temperaturen: 14,3°C en 39,8°C.
    Lucht­voch­tig­heid: 45% en LO%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    De woor­den­boe­ken zijn Ara­bisch naar En­gels, Frans en Duits en En­gels naar Ara­bisch, Frans naar Ara­bisch en Duits naar Ara­bisch. Edi­tion Leip­zig, Leip­zig. (Ver­schil­len­de jaar­tal­len van uit­gif­te.)

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 10 december

  • 10 december 1997

    Tarim

    Tarīm vanaf een heu­vel ge­zien. Dit is een sa­men­stel van ze­ven fo­to’s.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9427) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Woensdag, 10 december 1997.
    Tariem: 22/26.
    Op 6.30 uur.
    Ik schaaf aan de brief naar huis en werk aan de da­ta­ba­se.
    Bibliotheek van cir­ca 10.00 tot 13.00 uur. Ḥu­sayn al-Ḥ. is pas na 11.30 uur be­schik­baar om te wer­ken aan de op­zet van de da­ta­ba­se.
    Na werktijd lo­pen Taw­fīq en ik door het dorp, zien en­ke­le vrou­we­lij­ke schoon­he­den en be­klim­men (Taw­fīq veel ho­ger dan ik) een stei­le berg­hel­ling, die uit­zicht geeft over Tarīm.
    Hotel.
    Zwembad.
    Lunchen.
    Dorp in.
    Thee drin­ken en on­der an­de­re klet­sen met de in­te­res­san­te en ook wel knap­pe Abd al-Ka­rīm, on­der an­de­re over hun [de men­sen hier] op­vat­ting over toe­ris­tes.
    Om 20.00 uur eten in het res­tau­rant. Nog met Taw­fīq klet­sen tot 22.00 uur.
    Maximale tem­pe­ra­tuur: 39,4°C. [Ma­xi­ma­le] lucht­voch­tig­heid: 69%.
    Mini­ma­le tem­pe­ra­tuur: 16,5°C. [Mi­ni­ma­le] lucht­voch­tig­heid: 21%.
    Nu 22.34 [sic] uur: 19,9°C. / 37%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Brief

    Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, een tien blad­zij­den (A4) lan­ge brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Die be­vat in­te­res­san­te ach­ter­grond­in­for­ma­tie, die ei­gen­lijk te veel was om ook nog eens ex­tra in mijn dag­boek neer te pen­nen. Ik ci­teer hier uit die brief.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Werk, maar geen sa­la­ris

    Een an­de­re in­wo­ner van Tarīm, Abd al-Ka­rīm, stu­deer­de En­gels aan de uni­ver­si­teit van Ṣanaᶜā’ [de hoofd­stad van Je­men]. Daar gaf hij ook cur­sus­sen En­gels, soms wel aan hon­derd(!) leer­lin­gen te­ge­lijk. Nu werkt hij als le­raar En­gels in een school in een bui­ten­wijk van Ta­rīm. Hij ont­vangt daar geen sa­la­ris. Hij mag zich ge­luk­kig prij­zen dat hij werk vond. Als hij maar lang ge­noeg bij die school blijft wer­ken komt er een mo­ment dat een van de ou­de­re le­ra­ren met pen­si­oen gaat, waar­na Abd al-Ka­rīm mis­schien kan wor­den aan­ge­no­men en dan een sa­la­ris zal gaan ont­van­gen. Vol dank­baar­heid sprak hij over de hem ge­bo­den kans. Me­ni­ge le­raar vindt geen werk, zo zei hij, ook geen on­be­taald werk.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Geheime missies

    Hij licht­te ons in over de op­vat­ting van de Ta­rīmī’s over bui­ten­land­se toe­ris­ten. Veel be­wo­ners vra­gen zich af wat al die bui­ten­lan­ders hier ko­men doen. Die be­schik­ken over veel geld en ko­men toch naar die ar­moe­di­ge om­ge­ving en ar­me men­sen kij­ken. Er zijn hier men­sen die er­van over­tuigd zijn dat al die vreem­de­lin­gen op een ge­hei­me mis­sie zijn*. Dat idee werd on­langs ‘be­we­zen’ toen in Jor­da­nië twee toe­ris­ten in wer­ke­lijk­heid le­den van de Is­ra­ë­lische ge­hei­me dienst ble­ken te zijn en daar een (mis­luk­te) po­ging on­der­namen om een te­gen­stan­der van Is­raël te ver­moor­den. (Was dat niet in ok­to­ber ’97?) Dit voor­val had een enor­me im­pact in Ta­rīm.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Af­schuw

    Abd al-Karīm wees er speciaal op dat vrou­wen die hier al­leen ko­men met af­schuw wor­den be­ke­ken en als min­der­waar­dig wor­den be­schouwd. Een vrouw hoort niet zon­der haar echt­ge­noot te rei­zen. Een vrouw die wel al­leen reist wordt hier ge­zien als be­ho­rend tot het laag­ste soort.
    Ook Abd al-Ka­rīm be­schouwt on­ze mo­raal als ver­dor­ven. Hij kan en wil niet ge­lo­ven dat de ge­mid­del­de toe­rist zich thuis vaak heel an­ders ge­draagt dan op va­kan­tie. Bo­ven­dien zien de mensen hier op de te­le­vi­sie in films en do­cu­men­tai­res (zij kun­nen hier vijf­tig ka­na­len ont­van­gen) dui­de­lijk dat on­ze wes­ter­se maat­schap­pij be­zig is in te stor­ten.
    Ik zie na­tuur­lijk ook dat veel wes­ter­se vrou­we­lij­ke toe­ris­ten zich kle­den in over­een­stem­ming met de tem­pe­ra­tuur hier en zich ge­dra­gen in over­een­stem­ming met hun ge­woon­tes thuis en niet in­stem­men met de hier heer­sen­de gods­dien­sti­ge op­vat­ting over kle­ding en ge­drag. Dit stoort de lo­ka­le be­vol­king enorm en zij be­kijkt dat al­les met toe­ne­men­de af­schuw.
    Zo werd de Bi­blio­theek, die bo­ven de Gro­te Mos­kee ligt, door het mos­kee­be­stuur ge­dwon­gen om op ei­gen kos­ten een an­de­re in­gang te ma­ken, om­dat schaam­te­loos ge­kle­de be­zoek­sters van de Bi­blio­theek voort­du­rend de er­ger­nis op­rie­pen van de man­ne­lij­ke mos­kee­gan­gers. De in­gang van de mos­kee en de in­gang van de Bi­blio­theek la­gen na­me­lijk sa­men aan het be­gin van de­zelf­de trap.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    Geheime missie. De di­plo­maat uit een van de Golf­sta­ten bij wie wij op 29 de­cem­ber a.s. in Ṣanaᶜā’ aan een gaat-ses­sie (qāt) deel­ne­men, fluis­tert mij (toen het over het Ara­bisch – Is­raë­lisch con­flict ging en de rol daar­in van Ne­der­land in de jaren ze­ven­tig), in het oor: “ … de mees­te Ara­bie­ren zoe­ken wat ach­ter al die Wes­ter­se be­lang­stel­ling voor de is­la­mi­tische we­reld, een sa­men­zwe­ring of iets der­ge­lijks“.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 11 december

  • 11 december 1997

    Palmbomenplantage

    Dit is een over­zicht van de palm­boom­plan­ta­ge (da­dels) waar­in ook het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel ligt, links, maar net voor­bij de lin­ker rand van de fo­to. De hui­zen op de ach­ter­grond ho­ren bij de woon­wijk Aydīd en Tarīm zelf ligt rechts in beeld. De bo­ven­kant van de ‘ber­gen’ heet Yool en be­zocht ik op 31 mei 1996. De kijk­rich­ting is naar het noor­den. De po­si­tie van­waar ik de­ze fo­to (dia) maak­te is ook van­af de Yool, die ik op 14 december 1997 zal be­zoe­ken.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9448) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De ont­van­ger van het ge­schenk van de Ne­der­land­se re­ge­ring komt van­daag he­le­maal uit Ṣanaᶜā’ om ons te com­man­de­ren wat wij moe­ten gaan doen. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Donderdag, 11 december 1997.
    Tariem: 23/25.
    Op 6.30 uur. Wer­ken aan mijn brief naar Ne­der­land.
    Om 7.30 uur ont­bijt.
    Met de taxi voor de deur, voor 600 rial (goed­ko­per dan ooit) naar Say’ūn om daar te con­sta­te­ren dat Abd al-Raḥ­mān niet op on­ze af­spraak is, maar Dr. Yoe­soef A. van de lucht­ha­ven af­haalt, die ons zal ko­men ver­tel­len, wat be­te­kent: com­man­de­ren, wat we nog moe­ten doen.
    Ik ga mijn vi­sum la­ten ver­len­gen en vul, waar­schijn­lijk tot er­ger­nis van [col­le­ga] Taw­fīq, het Ara­bische for­mu­lier in het En­gels in. Dat le­vert pro­ble­men op, maar de ka­pi­tein laat zich niet aan­gaan dat hij geen En­gels kent, ten over­staan van het ge­me­ne volk, zo­als Taw­fīq voor­speld had. Een an­de­re l*l, die­zelf­de die de ver­len­ging ver­le­den jaar trai­neer­de, doet dat dit jaar weer.
    Toen vul­den Nico en ik het ook in het En­gels in.
    Na anderhalf uur staan we bui­ten, ruim een uur te laat voor on­ze af­spraak in de Bi­blio­theek, ar­ri­ve­ren we daar, waar tot mijn gro­te er­ger­nis dr. Yoe­soef ons com­man­deert wat er moet ge­beu­ren.
    Tijdens de lunch, op hun kos­ten, in het ho­tel Gaṣr al-Goebba ka­pit­tel ik hem daar­over, mis­schien ook wel tot er­ger­nis van Taw­fīq.
    Ik zeg hem (in­di­rect) dat hij in Ṣanaᶜā’ op zijn luie kont zit en zich door wes­ter­se re­ge­rin­gen van geld laat voor­zien, ter­wijl hier puis­sant rij­ke per­so­nen zijn die geen stui­ver bij­dra­gen. Ik zeg hem dat zijn or­ga­ni­sa­tie die per­so­nen moet aan­spre­ken en geld moet vra­gen als bij­drage in hun cul­tu­reel erf­goed.
    Dr. Yoe­soef zegt dat ze dat niet zul­len doen. Hij zegt dit zon­der dat hij hen ooit ge­vraagd heeft.
    Later in de avond ben ik nog kwaad over zijn on­ge­hoord ge­com­man­deer. Ik be­denk dat dr. Yoe­soef A. geld moet gaan ver­za­me­len. Als hij niets vindt, krijgt hij van Ne­der­land ook niets. Vindt hij één rial, dan krijgt hij van ons ook één rial. Vindt hij een mil­joen, dan krijgt hij van ons ook een mil­joen rial. En­zo­voorts.
    Dan zal de geld­schie­ter mis­schien eni­ge con­tro­le uit­oe­fe­nen.
    Dat zou wel eens het ein­de van mijn in­kom­sten kun­nen be­te­ke­nen en ze­ker het ein­de van mijn er­ger­nis. Dus dr. Yoe­soef A. zelf uit zijn luie stoel la­ten op­staan. (En hem niet hel­pen!)
    Zwemmen.
    Brief naar Ne­der­land tot tien blad­zij­den vol­schrij­ven, maar ik zal hem in­krim­pen of niet?
    Anderhalf uur sla­pen.
    Met Taw­fīq brood eten op het ter­ras.
    Nu 23.30 uur.
    Op het vi­sum­kan­toor was een mooie zwar­te jon­gen. Ik zou met die wel eens heb­ben wil­len ‘spe­len’.
    Temperatuur, ma­xi­mum: 39,5°C. Vocht, mi­ni­mum: 21%.
    Temperatuur, mi­ni­mum: 15,6°C. Vocht, ma­xi­mum: 54%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Brief

    Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, een tien blad­zij­den (A4) lan­ge brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Die be­vat in­te­res­san­te ach­ter­grond­in­for­ma­tie, die ei­gen­lijk te veel was om ook nog eens ex­tra in mijn dag­boek neer te pen­nen. Ik ci­teer hier uit die brief, maar uit een ge­deel­te dat ik niet ver­stuur­de.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Succes?

    Is het Tarīm-pro­ject nu een suc­ces of niet? Ver­le­den jaar le­ver­den we meu­bi­lair, com­pu­ters, ge­reed­schap en na­slag­wer­ken. Dat spul is er nog al­lemaal. Maar is in die an­der­half jaar dat ik weg was ook wat ge­beurd? Is er pro­gres­sie bij het per­so­neel zelf wat be­treft ken­nis en vaar­dig­heid in het wer­ken met ma­nus­crip­ten en ge­le­ver­de ap­pa­ra­tuur? Heb­ben ze enig idee hoe het ver­der moet in de toe­komst en zelfs plan­nen daar­voor ont­wik­keld? Heb­ben ze zelf in­kom­sten­bron­nen kun­nen aan­bo­ren voor het ge­val de geld­stroom uit het rij­ke west­en op­droogt? Heb­ben ze dat werk uit­ge­voerd waar­voor ik de vo­ri­ge keer geld heb ach­ter­ge­la­ten en waar­voor ik een con­tract had ge­maakt?

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Commandant

    Op don­der­dag 11 de­cem­ber stond hier to­taal on­ver­wacht en voor ons on­aan­ge­kon­digd de hoog­ste baas van de Al­ge­me­ne Or­ga­ni­sa­tie van An­ti­qui­tei­ten, Mu­sea en Hand­schrif­ten, die ver­leden jaar het Ne­der­land­se ge­schenk van 250 dui­zend gul­den, na­mens de Aḥgāf-bi­blio­theek, in ont­vangst nam, op de lucht­ha­ven van Say’ūn. Die man, dr. Yoesoef A. uit Ṣanaᶜā’, kwam niet met ons over­leg­gen waar­voor wij het res­te­ren­de geld zou­den kun­nen ge­brui­ken. Ook kwam hij niet vra­gen hoe we dat sa­men het bes­te zou­den kun­nen doen. Nee, hij kwam ons op­dra­gen wat er nog ge­kocht moest wor­den en wel­ke per­so­nen er­van be­taald moe­ten wor­den. (Niet dat we zijn oe­ka­ze zul­len op­vol­gen, wij heb­ben ver­ant­woor­ding af te leg­gen bij dr. Jan Just Wit­kam en niet bij eni­ge Je­me­niet).

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Miljonairs

    Ik hoop hier nog ve­le ma­len te ko­men, des­noods op kos­ten van Ḥaḍra-ma­je­steit de Ko­ning­in der Ne­der­lan­den. Als free­lan­cer heb ik er zelfs fi­nan­ci­eel be­lang bij dat het pro­ject tot in leng­te van ja­ren wordt voort­ge­zet. Maar als mij zou wor­den ge­vraagd de Mi­ni­ster van Ont­wik­ke­lings­sa­men­wer­king te ad­vi­se­ren over dit pro­ject, dan weet ik wel wat ik te­gen hem zou wil­len zeg­gen. Dat zou mis­schien niet in het be­lang zijn van mij als free­lan­cer, maar wel als be­las­ting­be­ta­ler.
    Er zitten in het rijke wes­ten, op re­ge­rings­ni­veau, waar­schijn­lijk veel men­sen met een soort van schuld­ge­voel om­dat wij ken­ne­lijk puis­sant rijk zijn en dat er an­de­ren zijn die dat niet zijn. Ik denk dat de wes­ter­se re­ge­rin­gen in hun ijver gro­te hoe­veel­he­den geld te slij­ten, bij ar­me lan­den in de rij staan. Dr. Yoe­soef hoeft maar “Ja” te zeg­gen op de vraag of er in Je­men nog er­gens geld ge­dumpt kan wor­den. Waar komt an­ders die on­ge­hoor­de bru­ta­li­teit van­daan om ons, ge­vers van een ge­schenk, op te dra­gen waar­aan wij het moe­ten be­ste­den? Ter­wijl we ons ui­ter­ste best doen die Bi­blio­theek in te rich­ten en te la­ten draai­en zo­als het een mo­der­ne bi­blio­theek be­taamt en de “coun­ter­part” in Je­men het op al­le fron­ten laat af­we­ten.
    Hier in Tarīm zijn men­sen die er trots op zijn in Sin­ga­po­re en in Sa­oedi-Ara­bië ve­le mil­jar­den dol­lars ver­diend te heb­ben. Geen een van hen draagt ook maar één rial (an­der­hal­ve cent) bij aan het be­houd van de ei­gen cul­tuur. Al­les, el­ke stui­ver, wordt door de be­las­ting­be­ta­ler in de Euro­pe­se Ge­meen­schap be­taald.
    Ik heb dr. Yoe­soef ge­vraagd of hij niet eens met die, wer­ke­lijk puis­sant rij­ke, men­sen kan gaan pra­ten over een bij­drage in de kos­ten van het on­der­houd van die, door hen zelf zo ge­pre­zen, rij­ke cul­tuur. Mijn op­mer­king werd door hem zon­der meer van de ta­fel ge­veegd om­dat die rijkaards toch niet zou­den wil­len bij­dra­gen. Maar dr. Yoe­soef heeft er tot nu toe niet eens over ge­dacht dat te vra­gen. Zo ver­wend is hij en zo ge­mak­ke­lijk stroomt het geld uit het wes­ten bin­nen dat je als Je­me­niet zelfs ei­sen gaat stel­len over de be­ste­ding van dat ge­schon­ken geld.
    De ontvanger zal er­op ge­we­zen moe­ten wor­den dat wij van hem wat ei­sen en niet om­ge­keerd, na­me­lijk dat hij zijn ui­ter­ste best doet dit pro­ject tot een suc­ces te ma­ken door zelf ook ini­tia­tie­ven te to­nen en te ont­wik­ke­len.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 12 december

  • 12 december 1997

    Mausoleum

    Het mau­so­leum van Sjeik ᶜOe­mar in de Wā­dī ᶜAdm.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9449) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Van­daag is het vrij­dag, de ge­brui­ke­lij­ke vrije dag in de is­la­mi­tische we­reld en we be­zoe­ken een graf­mo­nu­ment (ḍarīḥ al-Šayḵ ᶜOemar: het mau­so­leum van Sjeik ᶜOe­mar) ten zui­den van Tarīm, in de Wādī ᶜAdm. Deze Sjeik leef­de on­ge­veer vijf­hon­derd jaar ge­le­den. – Mijn ver­slag op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Vrijdag, 12 december 1997.
    Tariem: 24/24.
    Op 6.00 uur.
    Werken aan mijn brief. Die kort ik met vier blad­zij­den in. Vol­gens Taw­fīq, te­gen wie ik dat ver­tel, wil­len de men­sen best lan­ge ver­sla­gen le­zen. Ik heb die an­de­re, ex­tra tekst nog wel er­gens op mijn lap­top.
    We gaan met Y. en F. naar de taxi­stand­plaats en pro­be­ren daar een au­to naar de Yool te krij­gen. Nie­mand wil dat doen.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Naar Say’ūn

    We be­slui­ten het in Say’ūn te pro­be­ren. On­der­tus­sen pro­beert Ḥoe­sein al-A., (le­raar En­gels) ons een Land­crui­ser aan te sme­ren via een broer.
    We gaan naar Say’ūn. Daar lukt het niet een au­to, Land­crui­ser, te krij­gen. Met de­zelf­de taxi als we kwa­men (chauf­feur Maḥ­foeẓ) gaan we naar Wādī ᶜAdm*(1) voor 6.000 YER.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Qabr Sjeik Oemar

    Circa 10.45 uur: het wordt een lange, stoffige rit, maar heel erg mooi.
    We eindigen bij Qabr Šayḵ ᶜOemar*(2): het graf van Sjeik Oe­mar (Qabr Nabi Omar staat op de land­kaart van Her­mann von Wiss­mann [1895-1979], waar­van Taw­fīq een ko­pie mee­bracht. [Nabi be­te­kent ‘pro­feet’, maar Sjeik Oe­mar was geen pro­feet.]
    Ervoor lie­pen we langs een ri­vier­tje [de Wādī ᶜAdm] met een flin­ke poel koel groen wa­ter.
    Van boven, bij het graf, za­gen we een dorp waar­van­daan ge­scho­ten werd, in de lucht. (Zie hier­be­ne­den, bij ‘Ver­volg’.)

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Rāwoek / Rāwik

    Voor­dat we bij die ri­vier wa­ren, wa­ren we in Rāwoek bij het pomp­sta­tion van Abd Allāh, die per­fect En­gels spreekt, ons voor de thee no­dig­de en van wiens zus­je ik twee fo­to’s [dia’s] mocht ma­ken. En­gels, zo zei hij, had hij van de Tv ge­leerd*(3).
    Ik maakte veel dia’s van de om­ge­ving.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Dag­af­slui­ting

    Circa 17.30 uur: Hotel. Zwem­men om ons af te stof­fen.
    Brief [naar Ne­der­land] be­wer­ken.
    Warm eten met Y., F., M. (uit Aus­tra­lië) en Taw­fīq.
    Nakaarten.
    Nu 22.30 uur.
    [Temperaturen, res­pec­tie­ve­lijk mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 17,6°C. / 39,4°C.
    [Luchtvochtig­heid, res­pec­tie­ve­lijk mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 21%. / 56%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Ver­volg

    Zowel F. als ik vra­gen ons af wat die scho­ten be­te­ke­nen. Wordt er ge­jaagd of wordt er nog ge­werkt op het olie­plat­form in de buurt, dat we niet zien, maar waar­van we we­ten dat het in de buurt ligt?
    Ik zoek in de bodem naar spo­ren van over­blijf­se­len van schel­pen. De Ḥa­ḍra­maut was vroeger zeebodem. Ik vind een ge­draaid ‘slak­ken­huis­je’, waar een stuk van af­breekt [als ik het op­pak] en een plat­te schelp.
    Ik zie aan de over­kant in en om het groe­ne pal­men­bos, rond het dorp Ġayl ᶜOemar*(4) dat er veel men­sen op straat zijn. Ze lo­pen al­le­maal naar het­zelf­de punt en een tijd­lang denk ik dat er een ge­za­men­lij­ke sport­ma­ni­fes­ta­tie zal zijn.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Span­nend!

    Dan vraagt Y. of het niet ge­vaar­lijk be­gint te wor­den. Ik kijk en zie een gro­te groep mens­en on­ze kant op tu­ren. Meer dan hon­derd men­sen op meer dan een ki­lo­me­ter af­stand (in vo­gel­vlucht) kwek­ken hoor­baar, maar on­ver­staan­baar over on­ze aan­we­zig­heid op de berg. Om­dat we op de top staan, zijn we voor hen dui­de­lijk zicht­baar.
    Met die twee scho­ten, waar­schijn­lijk uit de wacht­to­ren, links naast het dorp, wer­den ze na­tuur­lijk ge­wekt.
    Ik zeg [als grap­je] te­gen Y. dat ze zich ver­za­me­len en dat ze ons dan zul­len aan­val­len*(5). Hij vindt dat, geloof ik, niet leuk.
    Uit respect voor die men­sen, we staan im­mers op het graf van hun hei­li­ge, be­slui­ten we weg te gaan. He­laas ver­geet ik een dia te ma­ken van de groep men­sen.
    Het hele ge­beu­ren wekt een soort mys­te­ri­eu­ze op­win­ding in mij op. Span­ning, die ik wil be­le­ven.
    Ik had het ge­voel een ont­dek­kings­rei­zi­ger te zijn in Nieuw Gui­nea, die voor het eerst in con­tact komt met een groep druk pra­ten­de Pa­poea’s.
    De terugweg met chauf­feur Maḥfoeẓ maakt van ons in an­der­half uur spo­ken van stof.*(6)
    Hotel rond 17.00 uur.
    In het res­tau­rant van het ho­tel ma­ken we ken­nis met de Aus­tra­liër M. (Sri Lan­kaan / Sin­ga­lees van ge­boor­te.)
    Na een tijd­je ga ik aan mijn brief voor Ne­der­land werken.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Brief naar Nederland

    Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, een tien blad­zij­den (A4) lan­ge brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Die be­vat in­te­res­san­te ach­ter­grond­in­for­ma­tie, die ei­gen­lijk te veel was om ook nog eens ex­tra in mijn dag­boek neer te pen­nen. Ik ci­teer hier uit die brief.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Stromend water!

    Wādī ᶜAdm is erg mooi. Een deel van het land­schap lijkt op de Wādī Ḥa­ḍra­maut, maar er is plaat­se­lijk meer groen. Op an­de­re plaat­sen is het meer ver­la­ten en dro­ger dan de Wādī Ḥa­ḍra­maut*(7). Prach­tig was een plot­se­ling op­doe­mend ri­vier­tje. Bei­de oe­vers wa­ren groen en er was een da­del­pal­men­bos.
    Waar be­gint die ri­vier en waar ein­digt die? Waar­schijn­lijk lig­gen be­gin en ein­de ge­woon in de woes­tijn. Het wa­ter wordt be­halve door pal­men om­ringd met mooie, maar mij on­be­ken­de plan­ten met prach­ti­ge bloe­men.
    We bezoeken het graf van Sjeik ᶜOemar, een plaat­se­lij­ke hei­li­ge. Dat was ons reis­doel. We be­klim­men de ho­ge berg waar­op het graf ligt. Het uit­zicht over de groe­ne wā­dī, waar de ri­vier door­heen slin­gert is over­wel­di­gend. Vrij­wel recht on­der ons ligt de ri­vier die aan on­ze zij­de be­grensd wordt door een weg en aan de an­de­re kant door een da­del­pal­men­bos. De da­del­pal­men vol­gen de loop van het vrucht­ba­re wa­ter. Te­gen de ber­gen aan de over­kant van de­ze wā­dī lig­gen en­ke­le hui­zen. Er is een op­val­len­de (vier­kan­te) wit­te mi­na­ret te zien en links, ten wes­ten van het dorp, een gro­te ron­de wacht­to­ren. Voor het dorp ligt ook een pal­men­bos.
    Tussen het pal­men­bos voor het dorp, dat Ġayl ᶜOemar heet [Neen! Het heet ver­moe­de­lijk Noe­way­dra] en het pal­men­bos langs de ri­vier ligt een open ruim­te, ge­deel­te­lijk be­groeid met gras, ge­deel­te­lijk met strui­ken en ge­deel­te­lijk on­be­groeid.
    Plotseling klinkt een hard schot, dat door de he­le wādī zijn echo ver­spreidt en lang na­galmt. Even daar­na nog een. We vra­gen ons af wat dat is. Wordt er ge­jaagd of is men nog aan het werk bij de na­bij ge­le­gen olie­maat­schap­pij?

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Mys­te­rieu­ze drei­ging

    Ik maak een pa­no­ra­ma­op­na­me van de he­le groe­ne wā­dī en zoek in de grond naar be­wij­zen dat dit ge­bied vroe­ger zee­bo­dem was. Ik vind twee ver­schil­len­de soor­ten schel­pen, waar­van er een hele gro­te bij het bloot­leg­gen he­laas breekt.
    Terwijl ik be­zig ben hoor ik steeds meer stem­men. Aan de over­kant van de ri­vier bij het dorp­je lo­pen groep­jes men­sen naar de open ruim­te aan de rand van het dorp, als­of ze op weg zijn naar een voet­bal­wed­strijd. Het aan­tal men­sen wordt steeds gro­ter en dan valt me pas op dat meer dan hon­derd men­sen sa­men drom­men en al­le­maal on­ze kant op staan te kij­ken. Wij zijn voor hen waar­schijn­lijk goed zicht­baar, al­thans in sil­hou­et, want we staan op de top van de berg. Zij staan op een afstand van meer dan een ki­lo­me­ter, in vo­gel­vlucht.
    Y. vraagt zich hard­op af of dit een drei­gen­de si­tu­a­tie is. We zijn im­mers als niet-mos­lims op een be­graaf­plaats (wat in Je­men ver­bo­den is) en ook nog van een hei­li­ge.
    De sa­men­scho­ling van die ve­le men­sen be­zorgt mij een soort mys­te­rieus ge­voel, op­win­dend, aan­ge­naam be­drei­gend. We ho­ren de stem­men van de men­sen, maar kun­nen niets ver­staan. Die twee scho­ten zijn ze­ker af­kom­stig ge­weest van de wacht­to­ren, van­waar­uit de be­vol­king ge­waar­schuwd werd, na­dat ze ons van­daar bij de graf­tombe ge­zien had­den.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Wādī ᶜAdm Ri­vier(bed­ding) ᶜAdm. In het Ara­bisch wordt ᶜAdm (ﻋﺪﻡ) zon­der klin­kers ge­schre­ven, daar­om staan er in ver­ta­lin­gen naar het La­tijns schrift al­ler­lei mo­ge­lij­ke va­ri­an­ten: Adam, Adim, Idm en ook Adm, al naar ge­lang het in­zicht van de au­teur. Vol­gens het woor­den­boek Lisān al-ᶜArab (De tong (=taal) van de Ara­bieren) van Ibn Man­ẓoer (1233-1312 AD) is het ᶜAdm, dus dat is de spel­ling die ik ge­bruik. (ﻟﺴﺎﻥ ﺭﻟﻌﺮﺏ ﻟ … ﺍﺑﻦ ﻣﻨﻈﻮﺭ)

    Te­rug.

    *(2)
    Ḍarīḥ al-Šayḵ ᶜUmar. Ik heb uren­lang in­ten­sief in Goog­le Earth en in Goog­le Maps ge­zocht naar de juis­te lo­ca­tie, maar ik kan de plaats niet vin­den. Ver­moe­de­lijk gaat het om deze lo­ca­tie, maar het ge­bouw lijkt, van bo­ven ge­zien, niet op dat wat op mijn fo­to staat. Bo­ven­dien zeg­gen men­sen van het dorp­je Sāh, dat wat zui­der­lij­ker ligt, hier, er­van dat het mau­so­leum (al-ḍarīḥ) bij hun ge­meen­schap hoort. Het mau­so­leum is hier te zien, op You­Tube: vanaf 4.22″.

    Te­rug.

    *(3)
    Abd Allāh van het tank­sta­tion in Rā­woek ver­tel­de dat hij op de Tv de uit­vaart van prin­ses Di­ana (1961-1997) live had ge­zien. Hij was daar zeer van on­der de in­druk.

    Te­rug.

    *(4)
    Ġayl ᶜOemar. Neen, het dorp heet niet Ġayl ᶜOemar, want dat ligt zui­de­lij­ker. Ver­moe­de­lijk is het Noe­way­dra.

    Te­rug.

    *(5)
    Aanvallen? Enige tijd la­ter hoor ik dat de men­sen in dat dorp erg vre­de­lie­vend zijn en dat ze toe­ris­ten toe­staan in de wei­de voor het dorp te kam­pe­ren.

    Te­rug.

    *(6)
    Weg. Tegen­woor­dig (2017) ligt daar een ge­as­fal­teer­de weg, maar in de tekst is het 1997: we rijden we over stof­fi­ge zand­we­gen. – Maḥfoeẓ rijdt heel snel. (Ik herinner me nog dat ik dacht dat hij zo’n haast had, om­dat hij in Ta­rīm wil­de zijn, voor­dat de ben­zi­ne op was. 😁)

    Te­rug.

    *(7)
    Wādī Ḥa­ḍra­maut. Ḥa­ḍra­maut is de naam van de pro­vin­cie waar wij ver­blij­ven, ook is het de naam van de streek, maar er is ook nog de Wā­dī Ḥa­ḍra­maut: de over het al­ge­meen uit­ge­droog­de ri­vier­bed­ding waar­in tal van plaat­sen lig­gen, zo­als Say’ūn en Ta­rīm.
    Wā­dī: ri­vier­(bed­ding).

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Meer informatie.

    GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
    Wādī ᶜAdm: Sāh:
    GM., Wi., F. (Sāh.)
    :ﻭﺍﺩﻱ ﻋﺪﻡ (ﺳﺍﻩ)
    Rāwoek / Rāwik:
    GM., Wi (Ara­bisch).
    :ﺭﺍﻭﻙ

    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 13 december

  • 13 december 1997

    Pelgrims

    De pel­grims naar het graf van de pro­feet Hoed ke­ren te­rug in Ta­rīm. De man­nen die een groe­ne sjerp dra­gen zijn say­yid‘s.
    Zoek de vrou­wen in dit plaat­je.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9450) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – In het dorp zijn al­ler­lei re­li­gi­euze en pro­fa­ne ac­ti­vi­tei­ten, die zijn ver­bon­den aan 14 Shaᶜbān, want de soe­fi’s, die op pel­grims­tocht wa­ren, ke­ren van­daag te­rug. Er is een ka­me­len­ra­ce en man­nen voe­ren een dans met stok­ken uit op straat. – Is er bij de ka­me­len­ra­ce spra­ke van die­ren­mis­han­de­ling? – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘En­ne­fea’ heb ge­noemd. Ik ben ver­liefd op haar. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Zaterdag, 13 december 1997.
    Tariem: 25/23.
    [13 de­ce­mber komt dit jaar over­een met 14 Shaᶜbān*(1). Dit is de acht­ste maand van de is­la­mi­tische ka­len­der.]
    Om circa 9.30 uur in de Bi­blio­theek en ik leer Ḥu­sayn al-Ḥ. hoe hij een for­mu­lier voor de da­ta­ba­se moet ma­ken.
    Na de middag gaan Taw­fīq en ik het dorp in.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Kamelenrace

    In de straat waar de Sha­ria-fa­cul­teit / Al-Kāf Uni­ver­si­teit*(2) ligt, wordt een ka­me­len­ra­ce*(3) ge­hou­den. De he­le straat staat bom­vol met men­sen, ook heel veel vrou­wen. Wij zijn ook een be­ziens­waar­dig­heid.
    Het heet dat de pel­grims die van de Zi­yā­ra*(4) [Pel­grims­tocht] naar Gabr al-Nabī Hūd*(5) te­rug­ko­men en op hun ka­meel het dorp in ra­cen. Dat ge­beurt, dat ra­cen, maar de ka­me­len staan op­ge­steld ten oos­ten van het dorp, zo blijkt ons als we daar­heen lo­pen. En som­mi­ge ka­me­len moe­ten meer­de­re ke­ren ra­cen, want aan het eind wor­den ze waar­schijn­lijk ach­ter het dorp om­ge­leid.
    Er is een kameel die het schuim op de bek heeft staan en die door vier of vijf ster­ke man­nen in be­dwang moet wor­den ge­hou­den. Het dier wil zijn be­rij­der af­wer­pen. De ka­meel pro­beert tus­sen het pu­bliek te ko­men of de an­de­re kant op te ren­nen. Dat doet ons te­rug­dein­zen, want het dier ver­trapt je ze­ker. De ka­meel blaast slier­ten spuug de lucht in, als een fon­tein. Hij wordt af­ge­ram­meld en be­sluit als­nog weg te ra­cen.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Stokken­dans

    Na een poos­je komt een groep man­nen re­ci­te­rend (wat?) aan­ge­lo­pen. Ze lo­pen met stok­ken en voe­ren een een­vou­di­ge dans uit. (Plot­se­ling weet ik wat Ḥu­sayn al-K., van de Bi­blio­theek, be­doel­de toen hij me uit­leg­de dat de Wah­ha­biyya [fun­da­men­ta­lis­ten] de­ze stok­ken­dans*(6) wil ver­bie­den, als on-is­la­mi­tisch.)
    Soefi’s zijn dit, van de Ta­rī­qat al-Ala­wiy­ya*(7). Een groep van en­ke­le man­nen ge­volgd door Say­yid‘s*(8) in het wit, met een groe­ne sjaal. De groep wordt gro­ter. On­ver­staan­baar re­ci­te­ren ze.
    We volgen ze een tij­dje.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Wester­lingen

    Dan lo­pen we tegen R. uit Kaap­stad aan, die op 3 de­cem­ber in de Bi­blio­theek was. Ver­vol­gens zien we de jon­ge­lui Y., F. en M. Dan een Duits stel ar­cheo­lo­gen dat in ons ho­tel lo­geert.
    Vervolgens Pa­me­la Je­ro­me*(9) en Ca­te­ri­na Bo­rel­li*(10). Ik ont­moet­te hen bei­den al mijn twee­de dag in Ta­rīm en sprak even met hen.
    Nu staar ik me blind op de le­ven­dige en mooie Pa­me­la. (Die op 14 de­cem­ber ja­rig is.)
    We gaan thee­drin­ken en zij kletst bij­na voort­du­rend. Ze is ar­chi­tec­te en ‘doet’ mud brick, over­al op de we­reld.
    Meer dan twee uur ge­niet ik van haar schoon­heid en ver­geet En­ne­fea in Lei­den he­le­maal.
    Hotel: een tijd­je sa­men klet­sen met Taw­fīq, Y. (uit Ge­nè­ve, in­ter­nist) en M. (Me­de­wer­ker van Ox­fam in Mel­bour­ne.)
    Brief [voor mijn Ne­der­land­se re­la­ties] be­wer­ken.
    Bed rond 22.30 uur.
    [Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 15,5°C. / 38,6°C.
    [Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 20% / 59%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Sha­ᶜ­bān (šaᶜbān :ﺷﻌﺒﻮﻥ) šaᶜbān is de acht­ste maand van de is­la­mi­tische ka­len­der.
    Wi­ki­pe­dia: Is­la­mi­ti­sche ka­len­der.

    Te­rug.

    *(2)
    Sharia Faculteit.
    Koelliyat al-Šariyya: Sharia Fa­cul­teit.
    Ǧāmiᶜat al-Kāf: al-Kāf-Uni­ver­si­teit.

    Te­rug.

    *(3)
    Kamelenrace.
    Zie hier mooie ama­teur­beel­den (een beet­je schok­ke­rig) van een ka­me­len­race in Ta­rīm op You­Tube. Dui­de­lijk is te zien dat het niet om ka­me­len gaat, maar om dro­me­da­ris­sen, want de­ze die­ren heb­ben maar één bult. Let ook op de dracht van de man­nen. Vrij­wel al­le­maal dra­gen ze sa­rongs (Ma­de in In­do­ne­sia). Dat komt om­dat hun han­dels­be­lan­gen van ouds­her in Sin­ga­po­re en In­do­ne­sië lig­gen.
    Wi­ki­pe­dia: Sin­ga­po­re.
    Wi­ki­pe­dia: In­do­ne­sië.

    Te­rug.

    *(4)
    Ziyāra. De Ḥaḍra­mi­tische pel­grims­tocht / be­de­vaart gaat naar het graf van hei­li­ge per­so­nen. Ziyāra betekent let­ter­lijk ‘be­zoek’, maar in is­la­mi­tische con­text duidt dit op een pel­grims- of be­de­vaarts­tocht naar het graf van een hei­lige
    Interne link: Ziyāra.

    Te­rug.

    *(5)
    Gabr al-Nabī Hūd
    Het graf van de pro­feet Hoed. Dit graf ligt in de Wādī Masilah, ten oos­ten van Tarīm. De pro­feet Hoed, die in het chris­ten­dom niet voor­komt, (som­mi­ge pro­fe­ten heb­ben de is­lam en het chris­ten­dom ge­meen­schap­pe­lijk) wordt in de ko­ran ge­noemd als de waar­schu­wer van het volk van ᶜĀd. De­ze waar­schu­wing is on­der an­de­re neer­ge­schre­ven in het hoofd­stuk De Zand­dui­nen (Soe­rat al-Aḥ­gāf) van de ko­ran. De bi­blio­theek in Tarīm, waar ik dus werk, is naar de­ze soe­ra ver­noemd: al-Aḥ­gāf, maar in de oud­heid be­stond ook een ge­bied in deze stre­ken van zuid­oost Je­men dat al-Aḥgāf heet­te, dus het hoofd­stuk in de ko­ran is naar die streek ge­noemd.
    Wi­ki­pe­dia: De pro­feet Hūd.
    Wi­ki­pe­dia: ᶜĀd: het Volk van ᶜĀd.
    Mijn bezoek aan Gabr al-Nabī Hūd in 1996: 19 april 1996.

    Te­rug.

    *(6)
    De Stokkendans heet in het Ara­bisch: Šabwānī (ﺷﺒﻮﺍﻧﻲ). Hier een mooi voor­beeld daar­van uit Tarīm op You­Tube: Stokkendans.

    Te­rug.

    *(7)
    Ṭarīqat Ala­wiy­ya (Ṭarīqat Āl BāᶜAlawī :ﻃﺮﻳﻘﺔ ﺁﻝ ﺑﺎﻋﻠﻮﻱ) dat on­ge­veer be­te­kent: De te vol­gen weg / me­tho­de / de ‘or­de’ van het volk van va­der Ala­wi en is een Ḥa­ḍra­mi­tische soe­fi-or­de. Zo’n soe­fi-or­de heet over het al­ge­meen een ṭa­rī­qa (mv.: ṭa­rī­qāt of ook wel ṭoe­roeq: ṭu­ruq).
    Wi­ki­pe­dia: Ala­wiy­ya (Engels).
    Wi­ki­pe­dia: Ṭa­rī­qāt.
    Wi­ki­pe­dia: Su­fism (Engels). met een uit­ge­brei­de be­schrij­ving van soe­fisme en ver­schil­len­de soe­fi-or­des.

    Te­rug.

    *(8)
    Sayyid. Een Sayyid (mv.: Asyād / Sāda / Sadāt) is een af­stam­me­ling van de pro­feet Mu­ham­mad.
    Wi­ki­pe­dia: Sayyid.

    Te­rug.

    *(9)
    Pa­me­la Je­ro­me. Patricia Je­ro­me is als ar­chi­tect ge­spe­cia­li­seerd is in leem­bouw, over­al ter wer­eld. Zie haar C.V. hier: Pa­me­la Je­ro­me. Ik vind haar een mooie, aan­trek­ke­lijke vrouw.

    Te­rug.

    *(10)
    Cate­ri­na Bo­rel­li. Cate­rina Bo­rel­li is ci­ne­as­te en is in de Ḥa­ḍra­maut om een film te ma­ken over de leem­bouw (Mud brick) in deze streek. Het re­sul­taat van haar werk is op Vi­meo te zien en heet The Archi­tec­ture of Mud.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 14 december

  • 14 december 1997

    9451-1997-12-14 (Tarim 97-VIII_002 kopie)
    They bring the action.
    When you hear this with the club
    They turn the shit up
    All eyes on us
    See the boys from the club
    They watchin’ us
    They watchin’ us
    They watchin’ us
    Everybody of the club
    All eyes on us
    All eyes on us
    All eyes on us
    They scream and shout, and let it all out
    We sayin’, oh wee oh wee oh wee oh
    The rocks roll, everybody loses control
    When you hear this from the club
    They turn the shit up
    All eyes on us
    All eyes on us
    All eyes on us
    You see them boys of the club
    They lookin’, at us
    They scream and shout, and let it all out
    We sayin’, oh wee oh wee oh wee oh
    etc.

    Vrij naar Scream & Shout: Will.i.am. ft. Britney Spears.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9451) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Deze och­tend gaan we met een drie­tal an­de­re ho­tel­gas­ten te voet naar de Yool. (Dat is de bo­ven­zij­de van de ta­fel­ber­gen van de Ḥaḍra­maut.) – We zijn ook ge­tui­ge van de Soe­fi’s, die de gra­ven in Tarīm be­zoe­ken, waar door on­ze aan­we­zig­heid een op­stoot­je ont­staat met de jeugd van het dorp. – Mijn brief voor Ne­der­land, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

     
     

    Zondag, 14 december 1997.
    Tariem: 26/22.
    Moeilijk slapen. Ik lig voort­du­rend aan de mooie, maar wel erg ma­ge­re, Pa­me­la Je­ro­me te den­ken.
    Op rond 4.30 uur.
    Soep eten.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Naar de Yool

    Om 5.00 uur met Taw­fīq, Y., F. en M., via het ou­de voet­pad naar Say’ūn, naar de Yool, hier di­rect ach­ter mijn ho­tel­ter­ras. Na on­ge­veer an­der­half uur zijn we bo­ven. Daar blij­ven we cir­ca an­der­half uur.
    Rond 9.00 zijn we weer in het ho­tel. Ik liep al­les op mijn san­da­len.
    Ik fo­to­gra­feer­de veel, ook een graf.
    Boven hadden we ont­bijt. Taw­fīq en ik be­ne­den nog een keer.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Mot?

    In de Bi­blio­theek te­gen 10.30 uur. Abd al-Raḥ­mān wil dat we spij­kers met kop­pen slaan en on­der­wijs ge­ven in boek­bin­den. De men­sen die die trai­ning krij­gen in de tijd van de baas, dus in de tijd dat ze al loon krij­gen, moe­ten daar­voor be­taald wor­den. Wij bei­den (Taw­fīq en ik) wei­ge­ren dat.
    Dat geeft een ge­span­nen sfeer tus­sen ons ener­zijds en Abd al-Raḥ­mān an­der­zijds.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Handschrift

    Na de mid­dag be­zoe­ken Taw­fīq en ik Ḥusayn al-A. die ons een ma­nus­cript (hand­schrift) toont: al-Taḏ­ki­ra bi-Maᶜ­ri­fat … *(1)
    Zowel hij als het ma­nus­cript zien er mooi uit.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Scream and Shout

    We gaan de soe­fi­bij­een­komst op de be­graaf­plaat­sen be­kij­ken.
    Weer zijn de soefi’s van gis­te­ren in de weer, nu met vlag­gen voor­op, in plaats van een sym­bo­lisch om­ge­keer­de ui. [Zo­als gis­te­ren.]
    Taw­fīq beklimt op aan­ra­den van Y. een gro­te zand­hoop tus­sen de be­graaf­plaats voor de say­yid’s (Mag­ba­ra Zan­bal)*(2) en die voor het ge­me­ne volk.
    Daar speelt hij in ze­ke­re zin met de kin­de­ren die met ste­nen gooi­en. Hier­mee over­schrijdt hij de lijn van ge­zags­ver­hou­din­gen en te­gen de tijd dat M. en ik ook bo­ven zijn, is het ste­nen­gooi­en al vrij­wel uit de hand ge­lo­pen. Een ge­wo­ne man die de or­de pro­beert te her­stel­len, heeft niet veel suc­ces. Een po­li­tie­man ver­drijft dan ie­der­een, be­hal­ve ons drie­ën en zegt dat we de kin­de­ren moe­ten slaan.
    Nu staan er drie on­ge­lo­vi­gen op de top van de heu­vel en de ge­lo­vi­gen zien niets meer van de ri­tu­e­len.
    Mis­schien daar­om ont­staat er een vecht­par­tij tus­sen een jon­gen en de agent. De agent blijkt ster­ker dan ik dacht. Hij sleurt de jon­gen mee. Er komt een ge­blin­deer­de au­to aan­ge­sto­ven. De jon­gen wordt er­in ge­sla­gen.
    Ik moet Taw­fīq eerst uit­leg­gen dat wij ver­moe­de­lijk de aan­lei­ding van dit op­stoot­je zijn, voor­dat hij naar be­ne­den wil gaan.
    Met z’n vijven: Taw­fīq, Y., F., M. en ik drin­ken we thee.
    Ik ga al­leen naar huis. [Ho­tel.]
    Brood eten.
    Bed circa 20.30 uur.
    [Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 14,1°C. / 40,1°C.
    [Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 21% / 62%.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


    Brief

    Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, een tien blad­zij­den (A4) lan­ge brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Die be­vat in­te­res­san­te ach­ter­grond­in­for­ma­tie, die ei­gen­lijk te veel was om ook nog eens ex­tra in mijn dag­boek neer te pen­nen. Ik ci­teer hier uit die brief.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Zandduin

    Zondag 14 de­cem­ber was het hier een feest­dag. Soe­fi’s be­zoch­ten mas­saal de gra­ven (dat is hier feest). Ze voer­den daar­na in de stra­ten een een­vou­di­ge ri­tu­e­le dans uit*(3). Om een en an­der be­ter te kun­nen zien en te fo­to­gra­fe­ren (iets wat tot on­ze ver­ba­zing door veel men­sen werd aan­ge­moe­digd), be­klom eerst Taw­fīq en la­ter M. en ik de ho­ge zand­heu­vel tus­sen de twee be­graaf­plaat­sen in het cen­trum van Ta­rīm. Ter­wijl wij daar ston­den be­gon­nen steeds meer kin­de­ren, die ook op de heu­vel ston­den, met ste­nen naar ons te gooi­en. Taw­fīq pak­te af en toe een jon­ge­tje vast. Die was dan vre­se­lijk bang, ter­wijl de an­de­re kin­de­ren dat leuk von­den. Die be­gon­nen Taw­fīq uit te da­gen door nog meer ste­nen te gooi­en. In­mid­dels groei­de de groep tot meer dan hon­derd van die, lang­zaam erg ver­ve­lend wor­den­de, snui­ters. Om een eind aan het ge­gooi te ma­ken be­klom een po­li­tie­man de heu­vel, die met en­ke­le woor­den de he­le heu­vel leeg­maak­te en ons ver­vol­gens aan­moe­dig­de al­les op de ge­voe­li­ge plaat vast te leg­gen. On­der­wijl ver­bood hij ie­der an­der mens de heu­vel te be­tre­den.
    Het was na­tuur­lijk ook niet juist dat de he­le heu­vel voor ons al­leen was ter­wijl de lo­ka­le be­vol­king niet meer kon ge­nie­ten van de aan­blik van zwij­gen­de, bid­den­de man­nen bij gra­ven. Een van de jon­ge­man­nen die aan de voet van de heu­vel er­ger­de zich waar­schijn­lijk aan de­ze dis­cri­mi­na­tie, waar­bij on­ge­lo­vi­gen (wij dus) meer voor­rech­ten had­den dan de ge­lo­vi­gen. Zijn pro­test liep uit op een hand­ge­meen met de po­li­tie­man, dat zo­veel om­stan­ders trok, dat wij bin­nen de kort­ste ke­ren weer om­ringd wa­ren met meer dan hon­derd kij­kers. De ma­ge­re po­li­tie­man bleek ster­ker dan ik ge­dacht had. Hij sleur­de de pro­tes­tant de heu­vel af, hoe­wel hij ge­hin­derd werd door an­de­ren. Vrij­wel on­mid­del­lijk hier­na stop­te een ge­blin­deer­de per­so­nen­au­to naast de agent. De jon­ge­man werd door het ge­open­de por­tier naar bin­nen ge­sla­gen. Ik nam aan dat de­ze be­han­de­ling op het po­li­tie­bu­reau op de­zelf­de wij­ze werd voort­ge­zet.
    Wij begrepen snel dat wij zeer waar­schijn­lijk de aan­lei­ding wa­ren van dit op­stoot­je en zijn toen maar van de heu­vel af­ge­gaan en even ver­der een kop thee gaan drin­ken om de men­sen de kans te ge­ven de ge­moe­de­ren te la­ten be­da­ren.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Veiligheid

    Ik ben nu al over de helft van mijn ver­blijf hier en nog steeds niet over­val­len. Ik ge­loof al lang niet meer in al die “Wild West” ver­ha­len*(4). Ik leef al we­ken weer zo­als ver­le­den jaar, zij het dat ik toen wat meer vrije tijd had. Ik slaap niet meer bui­ten, maar dat heeft te ma­ken met de tem­pe­ra­tuur. Die zakt ‘s nachts soms tot 14°C.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat
    Het gaat hier­bij vrij­wel ze­ker om de ti­tel (Ki­tāb:) Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat ri­ǧāl al-ku­tub al-ᶜa­ša­ra van de au­teur Abu’l-Ma­ḥā­sin Mas­ᶜūd b. Alī al-Ba­ha­i­qī Faḵr al-Za­mān. (Over­le­den: 1149 AD.) Ge­schich­te der ara­bi­schen Li­te­ra­tur, Carl Broc­kel­mann. GAL: Sup­ple­ment I, blz. 623. [Ik weet niet ze­ker of de naam van de au­teur he­le­maal goed is in de GAL.]
    De vertaling van de ti­tel van Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat […] is (Boek:) Me­mo­ran­dum tot ken­nis van de man­nen van de tien boe­ken. De tien boe­ken zijn de tien (en en­ke­le meer) ver­za­me­lin­gen van over­le­ve­rin­gen / tra­di­ties van de pro­feet Mu­ham­mad op­ge­schre­ven door even zo­veel au­teurs die over­al in de is­la­mi­tische we­reld men­sen op­zoch­ten die be­weer­den zul­ke over­le­ve­rin­gen te ken­nen en ook te we­ten wie ze aan hen over­ge­dra­gen had. Die over­ge­le­ver­de tra­di­ties heb­ben die tien au­teurs elk in een ei­gen boek neer­ge­pend.
    De Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat […] be­vat de na­men van bij­na tien­dui­zend man­nen (en en­ke­le vrou­wen) die zo’n tra­di­tie van de pro­feet over­ge­le­verd heb­ben aan één van die tien au­teurs en de na­men van hen van wie zij die tra­di­tie over­ge­no­men had­den. Daar­naast staat ver­meld aan wel­ke van die tien au­teurs zij die tra­di­tie ver­teld heb­ben.
    In gedrukte vorm be­staat deze ti­tel uit vier de­len, maar ik kan nu niet meer ach­ter­ha­len of het aan­ge­boden hand­schrift vol­le­dig was of dat het slechts om één deel ging.
    Hier is de link naar de Taḏ­ki­ra, maar de tekst is (ui­ter­aard) he­le­maal in het Ara­bisch.
    Bij de over­le­ve­rin­gen / tra­di­ties gaat het om da­den en uit­spra­ken van de pro­feet Mu­ham­mad en he­ten (in het Ne­der­lands-Ara­bisch) ha­dith’s en in het Ara­bisch (ev.): Ḥa­dīṯ / (mv.): Aḥā­diṯ.

    Te­rug.

    *(2)
    Sayyid. Een Sayyid (mv.: Asyād / Sāda / Sadāt) is een af­stam­me­ling van de pro­feet Mu­ham­mad.
    Wi­ki­pe­dia: Sayyid.
    Zanbal is de naam van de be­graaf­plaats voor say­yid’s in Tarīm.
    Mag­bara Zan­bal (ﺭﺳﻮﻡ ﻟﻘﺒﻮﺭ ﺍﻟﺴﺎﺩﺓ ﺍﻟﻌﻠﻮﻳﻴﻦ ﻓﻲ ﻣﻘﺒﺮﺓ ﺯﻧﺒﻞ ﺑﻌﻴﺪﻳﺪ ﻣﺪﻳﻨﺔ ﺗﺮﻳﻢ)
    Vertaling: Te­ke­nin­gen van de gra­ven van de say­yids van de Ala­wiy­ya [soefi-or­de] op de be­graaf­plaats Zan­bal van Aydīd in de stad Ta­rīm.
    Ik hoor­de trou­wens op You­Tube ver­schil­len­de ke­ren dat men spreekt van een Kar­ni­faal Sja­baa­bi al-Kar­ni­fāl al-ša­bā­bī (jon­ge­ren­car­na­val / fes­ti­vi­tei­ten) wan­neer een re­li­gi­eu­ze en / of po­li­tie­ke bij­een­komst plaats­vindt. (ﺍﻟﻜﺮﻧﻔﺎﻝ ﺍﻟﺸﺒﺎﺑﻲ)

    Te­rug.

    *(3)
    De Stokkendans heet in het Ara­bisch: Šabwānī (ﺷﺒﻮﺍﻧﻲ). Hier een mooi voor­beeld daar­van uit Tarīm op You­Tube.

    Te­rug.

    *(4)
    Veiligheid. Vol­gens de be­rich­ten die mij op 24 no­vem­ber jl. bij mijn aan­komst in de Ḥa­ḍra­maut wer­den ver­teld, zou hier spra­ke zijn van een Wild West-si­tu­a­tie: een gro­te wet­te­lo­ze ben­de waar­in over­val­len op klaar­lich­te dag aan de lo­pen­de band plaats had­den, waar­door ik, door de­ze pa­niek­ver­ha­len, erg bang werd, omdat een gro­te som con­tant geld bij mij had, be­stemd voor het Bi­blio­theek-pro­ject. Ver­le­den jaar (1996) leef­de ik hier on­be­zorgd een lek­ker le­ven­tje met een nog veel gro­te­re som con­tant geld op mijn ho­tel­kamer, dan ik nu voor het he­le pro­ject bij me had. Ik maak­te me toen ner­gens druk over en dat was ook niet no­dig, net zo­als dit jaar, zo­als blijkt. Ik sliep toen wel bui­ten, op het ter­ras bij mijn ho­tel­kamer, maar ik was er toen in het voor­jaar en dit jaar in de ‘win­ter’.
    Zie de subtitel Gevaar? op 24 november jl.
    Zie de subtitel Veiligheid ook op 24 november jl.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 15 december

  • 15 december 1997

    Grafzerk

    De graf­zerk van Sjeik ᶜOemar in zijn mau­so­leum dat we op 12 de­cem­ber jl. be­zoch­ten. Ik heb de­ze fo­to be­werkt: lich­ter ge­maakt, waar­door het lijkt als­of hij over­be­licht is, maar nu is de tekst be­ter te le­zen.

    Grafzerk

    De graf­zerk van Sjeik ᶜOemar in zijn mau­so­leum dat we op 12 de­cem­ber jl. be­zoch­ten, maar nu heb ik de foto ne­ga­tief ge­maakt, zo­dat de tekst in zwart naar vo­ren komt.
    Wat er staat? Nou de tekst is niet zo een­vou­dig te le­zen, maar er staat een da­tum. Ver­moe­de­lijk 23 in de maand Ǧoe­ma­da al-Aw­wal van het jaar 24 en nog wat en honderd en dui­zend, in het rech­ter­pa­neel.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9452) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Maandag, 15 december 1997.
    Tariem: 27/21.
    Op 4.45 uur.
    Computer: brieven print­klaar maken.
    Bibliotheek: Ḥusayn al-Ḥ. hel­pen met het in­vul­len van het for­mu­lier [van de da­ta­ba­se] voor de in­voer van nieuwe ti­tels. Het gaat lang­zaam, want hij heeft maar één ti­tel in te voe­ren, voor­lopig.
    Verder: prin­ten van acht­tien brie­ven, vijf vel­len dub­bel­zij­dig. (En twee van zes vel­len en­kel­zij­dig.)
    Hotel: uitge­breide lunch op het ter­ras met eigen brood en kof­fie van het ho­tel.
    Na de Ṣalāt al-ᶜaṣr* [Mid­dag­ge­bed] komt R. op be­zoek. Hij was op 3 de­cem­ber jl. in de Bi­blio­theek. Hij komt uit Kaap­stad.
    In tegenstelling met de vo­ri­ge keer be­gint hij nu wel met een preek. Een bij­na twee uur du­ren­de. Ik word bij­na kwaad dat ik naar al die on­zin moet luis­te­ren, ter­wijl ik nog zo­veel werk heb. Mijn te­gen­wer­pin­gen snij­den niet al­tijd hout, of zijn niet goed on­der­bouwd. Ik op­po­neer maar twee of drie keer.
    Nadat hij ein­de­lijk op­ge­so­de­mie­terd is, vouw ik mijn brie­ven en schrijf de en­ve­lop­pen.
    Ik eet brood op mijn ka­mer en werk mijn dag­boek bij.
    Bed 22.30 uur.
    [Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 16,6°C. / 38,6°C.
    [Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 39% / LO %.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *
    Ṣalāt al-ᶜaṣr.
    Wi­ki­pe­dia: gebedstijden. (De is­la­mi­tische ge­beds­tij­den en de bij­zon­der­he­den daar­bij.)

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 16 december

  • 16 december 1997

    Grafzerk

    Detail van een grafzerk in het mausoleum van Sjeik ᶜOemar, dat we op 12 december jl. bezochten. Het rechter paneel op maximale grootte. Negatieve weergave.

    Grafzerk

    Detail van een grafzerk in het mausoleum van Sjeik ᶜOemar, dat we op 12 december jl. bezochten. Het linker paneel op maximale grootte. Negatieve weergave.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9453) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Dinsdag, 16 december 1997.
    Tariem: 28/20.
    Op circa 5.00 uur.
    Onder andere dag­boek bij­wer­ken, nu 6.00 uur.
    14,9°C rond 05.30 uur. 54% lucht­voch­tig­heid.
    Om 9.00 uur: Biblio­theek.
    Ik koop op het post­kan­toor voor 3.280 rial post­ze­gels voor post naar re­la­ties. Twin­tig brie­ven à 140 rial en ne­gen an­sicht­kaar­ten.
    Ik bel voor 650 rial met Pa en Ma. (Een paar mi­nu­ten.)
    Taw­fīq belt la­ter voor 6.935 rial voor het pro­ject met Ne­der­land.
    Ik begin met het uit­leg­gen van het boek­bin­den aan Ḥu­sayn al-Ḥ. en Ḥu­sayn al-K. Abd al-Gā­dir, voor wie de­ze in­for­ma­tie ei­gen­lijk be­stemd is, loopt al snel weg. Mis­schien om­dat Taw­fīq en ik ons con­cen­tre­ren op Ḥu­sayn al-Ḥ.
    We nemen de lunch in het res­tau­rant ‘van’ Abd al-Raḥ­mān, dat wil zeg­gen, waar ik al eens va­ker met hem at. Rijst met een flink stuk kip, een deel sap­pig, een deel vre­se­lijk droog.
    Hotel: een half uur zwem­men.
    Samen gaan we, op mijn voor­stel, de enorm gro­te (zo blijkt nu) da­del­palm­plan­ta­ge rond het ho­tel ver­ken­nen. Daar zijn we wel an­der­half tot twee uur mee zoet.
    Hotel: we nemen ons ei­gen eten (brood etc.) mee op het ter­ras en drin­ken daar kof­fie van het ho­tel bij. [Het ter­ras bij mijn ho­tel­ka­mer.]
    Van circa 18.30 tot 20.30 wer­ken aan de be­vei­li­ging van de da­ta­ba­se.
    Ik val dan zowat ach­ter mijn com­pu­ter in slaap, on­danks de kof­fie die ik dronk.
    Om 20.45 uur lig ik in bed, zo moe dat ik zelfs aan vrien­din­nen niet meer denk. (Ik slaap als een blok, on­danks de kof­fie die ik van­avond dronk.)
    [Tempe­raturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 14,6°C. / 36,9°C.
    [Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 56% / 20%
    Rond 23.30 nog even wak­ker van de ‘wil­de’ poes die mijn eten wil op­eten op het ter­ras.


    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    .
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 17 december

  • 17 december 1997

    Wachttoren

    De­ze fo­to (dia) is ge­maakt na­bij het Mau­so­leum van Sjeik ᶜOe­mar, waar we op 12 de­cem­ber jl. wa­ren. In de ro­de cir­kel is de wacht­to­ren te zien van­waar­uit ge­scho­ten werd. He­le­maal op de voor­grond, langs de on­der­rand van de dia is het wa­ter van de rivier Wādī ᶜAdm te zien. Vrij­wel al­le ge­was­sen, die op de voor­grond en op de ver­re ach­ter­grond, die groen zijn of een beet­je bruin, zijn da­del­pal­men.

    Het Tarīm-project 1997

    1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

    Tarīm: Hadramaut, Jemen

    Dagboek 1997

    (Dag 9454) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

    MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

    Woensdag, 17 december 1997.
    Tariem: 29/19.
    Op 4.45 uur.
    Dagboek bijwerken.
    Rond 5.30 uur: 12,6°C!
    Rond 8.30 in de bibliotheek. Ḥusayn al-Ḥ. heeft een boek­blok ge­bon­den. Ik laat het gaas aan­bren­gen. Het zoe­ken van het stijf­sel en het men­gen met wa­ter van de bij­na uit­ge­droog­de sub­stan­tie neemt eni­ge tijd in be­slag. Er zit­ten veel har­de stuk­jes in het stijf­sel die ḥoergoeṣ [ev.] / ḥarāgieṣ [mv.]*(1) he­ten, (een Ta­rī­mī woord, dat zelfs Abd al-Raḥ­mān niet kent) die fijn ge­maakt moe­ten wor­den.
    Met Abd al-Gādir over het maken van nog meer le­ge boek­blok­ken ont­staat eni­ge wrij­ving. (Niet met ons, maar tus­sen hem en Abd al-Raḥ­mān.) Hij wil aan ma­nus­crip­ten wer­ken.
    Als hij daar­na een proe­ve van zijn werk laat zien kan ik niet an­ders con­sta­te­ren dat hij het nog be­ter kan dan ik, een half le­de­ren band met op de rug rib­ben. De enige op­mer­king die ik kan ma­ken is dat hij slechts een half schut­blad ge­bruikt, dat de kneep niet groot ge­noeg is om­dat hij het boek­blok op­schuur­de, om het op te scho­nen. Dat kan voor hand­schrif­ten [ma­nus­crip­ten] ‘do­de­lijk’ zijn om­dat mar­gi­na­lia*(2) kun­nen ver­dwij­nen of be­scha­digd ra­ken. Ver­der is zijn werk per­fect. Na mijn prij­zen is na an­der­half jaar toch een beet­je ijs [tus­sen ons bei­den] ge­bro­ken.
    Nico beweerde ver­le­den jaar dat die vre­se­lijk slecht ge­bon­den boe­ken het werk van Abd al-Gādir was. Dat heb ik blin­de­lings aan­ge­no­men, zon­der dat te con­tro­le­ren*(3). Abd al-Gādir is een ver­trou­we­ling van de fun­da­men­ta­lis­tische sjeik AB. [De vo­ri­ge di­rec­teur / cu­ra­tor van de bi­blio­theek.]
    Caterina Borelli*(4) komt haar So­ny DCR V1000 di­gi­ta­le film­ca­me­ra de­mon­stre­ren voor het ge­bruik van het scan­nen van ma­nus­crip­ten.
    Een lichte te­leur­stel­ling dat Pa­me­la Je­ro­me*(5) er niet bij is (zij is al naar huis) pro­beer ik snel te on­der­druk­ken door op een an­der on­der­werp over te stap­pen.
    Caterina blijkt bij­zon­der aar­dig en aan­ge­naam.
    Met haar, haar chauf­feur, Abd al-Raḥ­mān, Ḥusayn al-Ḥ, eten Taw­fīq en ik op kos­ten van het pro­ject in het Gaṣr al-Goeb­ba.
    Van circa 15.30 tot 19.30 uur blij­ven we nog in de Bi­blio­theek, on­der an­de­re een meer dan twee uur du­ren­de ver­ga­de­ring met Abd al-Raḥ­mān waar Ḥusayn al-Ḥ. en Abd al-Gādir ook lan­ge tijd bij aan­we­zig zijn.
    Hotel: ‘ontbijt’ als avond­maal.
    Uitwerken be­spre­king.
    Bed 23.00 uur.

    Sālim T., de avond-re­cep­tio­nist van het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel, is nu 32 jaar en zijn vrouw 19 jaar. Hij trouw­de haar in 1992. (Toen was ze dus 14 jaar.) Hij koos haar toen ze 12 jaar was en bij hem in de klas En­gels leer­de. Zij is een bint al-ᶜamm: een nicht van va­ders­zijde. [Zie ook 24 no­vem­ber jl. waar Sālim ver­klaart dat hij van zijn vrouw houdt.]
    Hij woont in Dam­moen, waar vol­gens hem vijf­tig pro­cent van de be­vol­king Swa­hi­li*(6) spreekt.

    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Noten

    *(1)
    Ḥoergoeṣ. Men kan daar in Tarīm wel be­we­ren dat dit een spe­ci­fiek woord uit dat stad­je is en het kan zijn dat ook Abd al-Raḥ­mān het niet kent, maar het staat wel in de Lisān al-ᶜArab (De tong (=taal) van de Ara­bieren) van Ibn Man­ẓoer (1233-1312 AD) on­der de wor­tel: ḥ-r-q-ṣ: al-ḥoer­qoeṣ, met de me­de­de­ling dat het om een dingetje (hunay-un :ﻫﻨﻲﱞ) gaat, zo­als steen­tjes.

    Te­rug.

    *(2)
    Marginalia. Mar­gi­na­lia zijn aan­te­ke­nin­gen in de kant­lijn of op de vrije wit­te plek­ken van een boek­blad­zij­de, die die­nen als com­men­taar of aan­vul­ling van de ge­schre­ven of ge­druk­te tekst. De aan­te­ke­nin­gen zijn af­kom­stig van le­zers van die boe­ken en niet van de au­teur van het werk. De term mar­gi­na­lia slaat op de mar­ge van de blad­zij­de, de kant­lijn dus, dat wat zich in de kant­lijn be­vindt.
    Wi­ki­pe­dia: mar­gi­na­lia

    Te­rug.

    *(3)
    Boekbinden: ik. Toen ik in 1996 in Tarīm was, kon ik nog niet boek­bin­den en kon dus ook niet oor­de­len over de kwa­li­teit het werk van de boek­bin­der(s) van de Aḥ­gāf­-bi­blio­theek. In het na­jaar van 1996 heb ik spe­ciaal een cur­sus ge­volgd om het boek­bin­den te le­ren: recht toe, recht aan. Boe­ken met een rech­te rug. Tot het bin­den van boe­ken in die kun­sti­ge vorm als Abd al-Gādir het doet, ben ik he­le­maal niet in staat.

    Te­rug.

    *(4)
    Cate­ri­na Bo­rel­li. Cate­rina Bo­rel­li is ci­ne­as­te en is in de Ḥa­ḍra­maut om een film te ma­ken over de leem­bouw (Mud brick) in deze streek. Het re­sul­taat van haar werk is op Vi­meo te zien en heet The Archi­tec­ture of Mud.

    Te­rug.

    *(5)
    Pa­me­la Je­ro­me. Patricia Je­ro­me is als ar­chi­tect ge­spe­cia­li­seerd is in leem­bouw, over­al ter wer­eld. Zie haar C.V. hier: Pa­me­la Je­ro­me. Ik vind haar een mooie, aan­trek­ke­lijke vrouw, maar ze heeft Tarīm dus al ver­la­ten.

    Te­rug.

    *(6)
    Swahili. Swahili / Ki­swa­hi­li is een oost-Afri­kaan­se taal. Wi­ki­pe­dia: Swa­hi­li.
    Waarom wordt er zo­veel Swa­hi­li ge­spro­ken in de Ḥa­ḍra­maut?
    Verleden jaar op 6 juni 1996 (na­bij het ein­de van die blad­zij­de) no­teer­de ik de vol­gen­de tekst.
    On­der­weg ver­tel­de Abd al-Raḥ­mān over de op­komst van de Is­lah-par­tij, die steeds mach­ti­ger wordt in dit eco­no­misch steeds ver­der ach­ter­uit­gaan­de Je­men. De ba­sis van de ver­be­te­ring van de eco­no­mie van het land ligt in be­ter on­der­wijs, ter­wijl de Is­lah-par­tij, die nu ook het on­der­wijs ver­zorgt, af­ziet van het on­der­wij­zen in de wes­ter­se we­ten­schap­pen en ken­nis en zelfs af­ziet in het on­der­wij­zen van wis­kun­de. Be­lang­rijk voor hen is de gods­dienst­we­ten­schap.
    Voor Jemenitische ar­bei­ders is er niet veel kans en hoop op ver­be­te­ring van de ar­beids­om­stan­dig­he­den. Ze zijn slecht on­der­we­zen en niet al­le­maal be­reidt even hard te wer­ken. Wes­ter­se olie­maat­schap­pij­en ne­men geen Je­me­nie­ten in dienst, maar Oost-Afri­ka­nen, om­dat die En­gels zou­den spre­ken en, na­tuur­lijk, eer­der be­reid zijn een or­der op te vol­gen, dan de so­cia­lis­tisch on­der­we­zen Zuid-Je­me­nie­ten.
    [Vroe­ger werd een leer­ling dus so­cia­lis­tisch-com­mu­nis­tisch on­der­we­zen en nu gods­diens­tig-is­la­mi­tisch, bei­de ideo­lo­gie­ën waar je niet veel aan hebt in een mo­der­ne eco­no­mie, als je voor­uit wilt ko­men.]
    Zie hier een van de oor­za­ken waar­om er zo­veel Swa­hi­li-spre­ken­de mensen in Dam­moen zijn. Be­hal­ve Swa­hi­li spre­ken die natuur­lijk ook En­gels.
    Voor de islah-patij: zie hier.

    Te­rug.


    MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

    Meer informatie.

    GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
    Dammoen:
    GM., Wi. (Arabisch.)
    :ﺩﻣﻮﻥ

    MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

    Index

    Index van ter­men:
    Index van per­so­nen:
    Index van lo­ca­ties:

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

    Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

    A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
    Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

    Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

    Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


    Jemen 1997
    Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1997: al­le foto’s.


    Jemen 1996
    Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
    Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
    Je­men 1996: al­le foto’s.


    De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
    Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 18 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 19 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 20 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 21 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 22 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 23 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 24 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 25 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.


1997: 26 december


November: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30. December: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31. Januari: 1, 2, 3, 4, 5.

MenuNaar het ein­de van het chro­no­lo­gisch over­zicht 1997.