Het mausoleum van Sjeik ᶜOemar in de Wādī ᶜAdm.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9449) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Vandaag is het vrijdag, de gebruikelijke vrije dag in de islamitische wereld en we bezoeken een grafmonument (ḍarīḥ al-Šayḵ ᶜOemar: het mausoleum van Sjeik ᶜOemar) ten zuiden van Tarīm, in de Wādī ᶜAdm. Deze Sjeik leefde ongeveer vijfhonderd jaar geleden. – Mijn verslag op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Menu – Foto – Index en het einde – Transcriptie.
Dagafsluiting – Vervolg – Spannend!
Brief naar Nederland – Stromend water.
Mysterieuze dreiging.
Vrijdag, 12 december 1997.
Tariem: 24/24.
Op 6.00 uur.
Werken aan mijn brief. Die kort ik met vier bladzijden in. Volgens Tawfīq, tegen wie ik dat vertel, willen de mensen best lange verslagen lezen. Ik heb die andere, extra tekst nog wel ergens op mijn laptop.
We gaan met Y. en F. naar de taxistandplaats en proberen daar een auto naar de Yool te krijgen. Niemand wil dat doen.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Naar Say’ūn
We besluiten het in Say’ūn te proberen. Ondertussen probeert Ḥoesein al-A., (leraar Engels) ons een Landcruiser aan te smeren via een broer.
We gaan naar Say’ūn. Daar lukt het niet een auto, Landcruiser, te krijgen. Met dezelfde taxi als we kwamen (chauffeur Maḥfoeẓ) gaan we naar Wādī ᶜAdm*(1) voor 6.000 YER.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Qabr Sjeik Oemar
Circa 10.45 uur: het wordt een lange, stoffige rit, maar heel erg mooi.
We eindigen bij Qabr Šayḵ ᶜOemar*(2): het graf van Sjeik Oemar (Qabr Nabi Omar staat op de landkaart van Hermann von Wissmann [1895-1979], waarvan Tawfīq een kopie meebracht. [Nabi betekent ‘profeet’, maar Sjeik Oemar was geen profeet.]
Ervoor liepen we langs een riviertje [de Wādī ᶜAdm] met een flinke poel koel groen water.
Van boven, bij het graf, zagen we een dorp waarvandaan geschoten werd, in de lucht. (Zie hierbeneden, bij ‘Vervolg’.)
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Rāwoek / Rāwik
Voordat we bij die rivier waren, waren we in Rāwoek bij het pompstation van Abd Allāh, die perfect Engels spreekt, ons voor de thee nodigde en van wiens zusje ik twee foto’s [dia’s] mocht maken. Engels, zo zei hij, had hij van de Tv geleerd*(3).
Ik maakte veel dia’s van de omgeving.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Dagafsluiting
Circa 17.30 uur: Hotel. Zwemmen om ons af te stoffen.
Brief [naar Nederland] bewerken.
Warm eten met Y., F., M. (uit Australië) en Tawfīq.
Nakaarten.
Nu 22.30 uur.
[Temperaturen, respectievelijk minimaal, maximaal:] 17,6°C. / 39,4°C.
[Luchtvochtigheid, respectievelijk minimaal, maximaal:] 21%. / 56%.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Vervolg
Zowel F. als ik vragen ons af wat die schoten betekenen. Wordt er gejaagd of wordt er nog gewerkt op het olieplatform in de buurt, dat we niet zien, maar waarvan we weten dat het in de buurt ligt?
Ik zoek in de bodem naar sporen van overblijfselen van schelpen. De Ḥaḍramaut was vroeger zeebodem. Ik vind een gedraaid ‘slakkenhuisje’, waar een stuk van afbreekt [als ik het oppak] en een platte schelp.
Ik zie aan de overkant in en om het groene palmenbos, rond het dorp Ġayl ᶜOemar*(4) dat er veel mensen op straat zijn. Ze lopen allemaal naar hetzelfde punt en een tijdlang denk ik dat er een gezamenlijke sportmanifestatie zal zijn.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Spannend!
Dan vraagt Y. of het niet gevaarlijk begint te worden. Ik kijk en zie een grote groep mensen onze kant op turen. Meer dan honderd mensen op meer dan een kilometer afstand (in vogelvlucht) kwekken hoorbaar, maar onverstaanbaar over onze aanwezigheid op de berg. Omdat we op de top staan, zijn we voor hen duidelijk zichtbaar.
Met die twee schoten, waarschijnlijk uit de wachttoren, links naast het dorp, werden ze natuurlijk gewekt.
Ik zeg [als grapje] tegen Y. dat ze zich verzamelen en dat ze ons dan zullen aanvallen*(5). Hij vindt dat, geloof ik, niet leuk.
Uit respect voor die mensen, we staan immers op het graf van hun heilige, besluiten we weg te gaan. Helaas vergeet ik een dia te maken van de groep mensen.
Het hele gebeuren wekt een soort mysterieuze opwinding in mij op. Spanning, die ik wil beleven.
Ik had het gevoel een ontdekkingsreiziger te zijn in Nieuw Guinea, die voor het eerst in contact komt met een groep druk pratende Papoea’s.
De terugweg met chauffeur Maḥfoeẓ maakt van ons in anderhalf uur spoken van stof.*(6)
Hotel rond 17.00 uur.
In het restaurant van het hotel maken we kennis met de Australiër M. (Sri Lankaan / Singalees van geboorte.)
Na een tijdje ga ik aan mijn brief voor Nederland werken.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Brief naar Nederland
Ik schreef, op mijn laptopcomputer, een tien bladzijden (A4) lange brief voor mijn relaties in Nederland. Die bevat interessante achtergrondinformatie, die eigenlijk te veel was om ook nog eens extra in mijn dagboek neer te pennen. Ik citeer hier uit die brief.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Stromend water!
Wādī ᶜAdm is erg mooi. Een deel van het landschap lijkt op de Wādī Ḥaḍramaut, maar er is plaatselijk meer groen. Op andere plaatsen is het meer verlaten en droger dan de Wādī Ḥaḍramaut*(7). Prachtig was een plotseling opdoemend riviertje. Beide oevers waren groen en er was een dadelpalmenbos.
Waar begint die rivier en waar eindigt die? Waarschijnlijk liggen begin en einde gewoon in de woestijn. Het water wordt behalve door palmen omringd met mooie, maar mij onbekende planten met prachtige bloemen.
We bezoeken het graf van Sjeik ᶜOemar, een plaatselijke heilige. Dat was ons reisdoel. We beklimmen de hoge berg waarop het graf ligt. Het uitzicht over de groene wādī, waar de rivier doorheen slingert is overweldigend. Vrijwel recht onder ons ligt de rivier die aan onze zijde begrensd wordt door een weg en aan de andere kant door een dadelpalmenbos. De dadelpalmen volgen de loop van het vruchtbare water. Tegen de bergen aan de overkant van deze wādī liggen enkele huizen. Er is een opvallende (vierkante) witte minaret te zien en links, ten westen van het dorp, een grote ronde wachttoren. Voor het dorp ligt ook een palmenbos.
Tussen het palmenbos voor het dorp, dat Ġayl ᶜOemar heet [Neen! Het heet vermoedelijk Noewaydra] en het palmenbos langs de rivier ligt een open ruimte, gedeeltelijk begroeid met gras, gedeeltelijk met struiken en gedeeltelijk onbegroeid.
Plotseling klinkt een hard schot, dat door de hele wādī zijn echo verspreidt en lang nagalmt. Even daarna nog een. We vragen ons af wat dat is. Wordt er gejaagd of is men nog aan het werk bij de nabij gelegen oliemaatschappij?
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Mysterieuze dreiging
Ik maak een panoramaopname van de hele groene wādī en zoek in de grond naar bewijzen dat dit gebied vroeger zeebodem was. Ik vind twee verschillende soorten schelpen, waarvan er een hele grote bij het blootleggen helaas breekt.
Terwijl ik bezig ben hoor ik steeds meer stemmen. Aan de overkant van de rivier bij het dorpje lopen groepjes mensen naar de open ruimte aan de rand van het dorp, alsof ze op weg zijn naar een voetbalwedstrijd. Het aantal mensen wordt steeds groter en dan valt me pas op dat meer dan honderd mensen samen drommen en allemaal onze kant op staan te kijken. Wij zijn voor hen waarschijnlijk goed zichtbaar, althans in silhouet, want we staan op de top van de berg. Zij staan op een afstand van meer dan een kilometer, in vogelvlucht.
Y. vraagt zich hardop af of dit een dreigende situatie is. We zijn immers als niet-moslims op een begraafplaats (wat in Jemen verboden is) en ook nog van een heilige.
De samenscholing van die vele mensen bezorgt mij een soort mysterieus gevoel, opwindend, aangenaam bedreigend. We horen de stemmen van de mensen, maar kunnen niets verstaan. Die twee schoten zijn zeker afkomstig geweest van de wachttoren, vanwaaruit de bevolking gewaarschuwd werd, nadat ze ons vandaar bij de graftombe gezien hadden.
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Noten
Wādī: rivier(bedding).
Menu – Foto – Begin – Index en het einde – Transcriptie.
Meer informatie.
Menu – Foto – Begin – Einde – Transcriptie.
Index
Menu – Foto – Begin – Hoofdindex.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
Menu – Foto – Begin – Hoofdindex.
Jemen 1997
Jemen 1997 (beknopt overzicht).
Jemen 1997: de dagen in chronologische volgorde.
Jemen 1997: alle foto’s.
Jemen 1996
Jemen 1996 (beknopt overzicht).
Jemen 1996: de dagen in chronologische volgorde.
Jemen 1996: alle foto’s.
