14 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7503) Ik over­nacht­te in het Tou­rist-ho­tel in Alep­po in Sy­rië. Van­daag reis ik via An­tak­ya (Tur­kije) rich­ting Istan­bul, een tocht van 1.350 km. die nog geen ne­gen­en­der­tig gul­den kost! Ik ver­trek om 06.30 uur uit Alep­po en zal pas mor­gen­ochtend 07.30 uur in Istanbul zijn. Ik zit dus meer dan twin­tig uur in een lijn­bus. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.) – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.
(Tij­dens mijn reis hield ik een reis­dag­boek bij. Na­dat ik op 18 au­gus­tus thuis was ge­ko­men, be­gon ik met het op­schrij­ven van mijn we­der­waar­dig­he­den in mijn ei­gen­lij­ke dag­boek. In de tekst hier­be­ne­den staan af en toe te­rug­blik­ken op de­ze va­kan­tie, ge­daan van­af mijn bu­reau­stoel thuis.)

MenuIndex en het einde.

SmokkelwaarAntakyaBerg en dalJongeman.

Vrijdag, 14 augustus 1992.
Aleppo.
Wakker om circa 4.00 uur.
In de kamer is het smoor­heet hoe­wel ik de ven­ti­la­tor aan heb. Ik heb al­le ra­men dicht, want ik ben bang voor mug­gen. Nu zie ik pas dat in een deel van het raam geen glas zit. Dus daar kon­den die mug­gen toch naar bin­nen, als ze er ge­weest wa­ren.
Ik heb diar­ree en neem twee pil­len Imo­dium. Ik kan niet meer sla­pen en sta op om 4.15 uur.
Douche.
Eten.
Rugzak gereed maken.
Circa 6.00 uur bij het bus­sta­tion. Het is heer­lijk in Alep­po, koel en rus­tig.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Smok­kel­waar

De bus vertrekt om 6.30 uur pre­cies op tijd. Pas om 10.45 uur zijn we in het 100 km ver­der ge­le­gen An­tak­ya. De twee­kop­pi­ge be­man­ning heeft veel tijd no­dig met haar smok­kel­prak­tij­ken.
Aan de grens stouwt een van de twee mijn uit­ge­pak­te spul­len weer in mijn rug­zak, als­of zijn le­ven er­van af­hangt, maar aan de Turk­se zij­de heb­ben bei­de meer dan één uur no­dig om hun smok­kel­waar, voor­na­me­lijk whis­ky, in te la­den. Iedere pas­sa­gier (we zijn he­laas voor hen maar met z’n drie­ën) krijgt zes of ze­ven fles­sen whis­ky, zo­ge­naamd als per­soon­lij­ke ba­ga­ge. Was de bus vol ge­weest, dan …
Ik wissel £. 230 (f. 9,30) voor TL. 30.000. (f. 7,50) in de slij­te­rij. (Ik heb nu TL. 78.000. (f. 19,50.))
Vanaf de grens wordt eens af­ge­weken van het rech­te pad om de smok­kel­waar te le­ve­ren, ook voor de grens, om de spul­len op te ha­len.
Ik erger me groen en geel, mis­schien we­gens het ge­brek aan vol­doen­de nacht­rust, aan de­ze prak­tij­ken en vrees de bus naar Istan­bul (die om 11.00 ver­trekt) te mis­sen.
(Vol­gens Pa ver­die­nen die ar­me men­sen zo wat bij, met de­ze smok­kel. Wel­licht ja, maar kun­nen ze dan niet wat vrien­de­lij­ker zijn te­gen de pas­sa­giers?)

MenuBe­ginIndex en het einde.

An­tak­ya

In Antakya spreek ik nog wat Ara­bisch. Krijg een thee aan­ge­bo­den en ver­ge­lijk twee ver­schil­len­de Sy­rische kran­ten van 6 au­gus­tus 1992, die bei­de let­ter­lijk de­zel­fde ar­ti­ke­len heb­ben, on­der een klein beet­je van el­kaar af­wij­ken­de kop.
Ik heb tijd genoeg. De bus ver­trekt niet om 11.00 uur, maar om 13.00 uur en zal mor­gen­och­tend om 07.00 uur in Istan­bul zijn.
Ik had in Alep­po brood­jes (sand­wich­brood) ge­smeerd en eet er nu van. Ik drink 2x thee: TL. 2.000 en 2x toi­let: TL. 2.000.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Berg en dal

We vertrekken op tijd. Naast me zit een jon­ge­man met een pro­fe­ten­baard­je. Hij ziet er oud uit, maar mis­schien is hij niet de broer, maar de va­der van de jon­ge vrouw (mooi) die met haar moe­der voor me zit. Bei­den heb­ben een hoofd­doek­je en een pas­poort met Cy­ril­lische let­ters. (Rus­sen?)
In de bergen tussen An­tak­ya en Is­ken­de­run een prach­tig uit­zicht. (Net als op de heen­weg, trou­wens, op 24 juli jl., nu drie we­ken ge­le­den.)
In Antakya was het erg warm en on­be­wolkt. Voor Is­ken­de­run is het zwaar be­wolkt en het re­gent een poos­je.
Bij een pas­poort­con­tro­le on­der­weg wor­den de pas­sen van de twee Zwe­den (met wie ik niet meer dan tien woor­den wis­sel­de) en mij niet ge­con­tro­leerd. Van al­le an­de­re pas­sa­giers wel.
Na Adana (toilet, snel, want de bus blijft maar even. Ik hoef­de niet echt, maar vrees­de over­druk, want hoe lang duurt het voor de vol­gen­de stop?) klimt de bus in noor­de­lij­ke rich­ting fors om­hoog en heb­ben we een prach­tig uit­zicht. He­laas zit ik niet naast een raam. Het land­schap is als een ro­man­tisch schil­de­rij. Er zijn wol­ken, maar we zit­ten toch voor­na­me­lijk in de he­te zon. De air­con­di­tio­ning werkt per­fect. Het land­schap heeft ho­ge top­pen en die­pe da­len. De weg volgt een deel van de spoor­weg, dus ik heb er al een deel van ge­zien, uit een an­de­re hoek. Het berg­land­schap lijkt op het Cen­traal Mas­sief* in Frank­rijk. De weg op de berg­we­gen in Spanje, we­gens de ein­de­lo­ze ko­lon­nes vracht­wa­gens: in bei­de rich­tin­gen.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Jongeman

Een leuke jon­gen gaf me ei­kels en la­ter cola, die ik ei­gen­lijk niet wil, want dat is geen dorst­les­ser, maar een dorst­ver­oor­za­ker. De ei­kels at ik niet. (Ik dacht dat dat niet meer mag in Ne­der­land, maar ik was in de war met beu­ken­noot­jes.) La­ter gaf ik de jon­ge­man drui­ven. Te laat zag ik dat ik die tros al zelf half ‘af­ge­klo­ven’ had. Nou ja, de gro­te tros die ik nog over had wil­de ik hem niet ge­ven. Ik at één druif per hap droog brood om het naar be­ne­den te krij­gen. Nog la­ter geef ik hem een gro­te (zu­re) ap­pel.
De jongen was sexy, met krach­ti­ge be­nen. He­laas sprak hij niets an­ders dan Turks.
Om 19.00 uur rust, een half uur. (De rust­tij­den wor­den me in het Ara­bisch ver­teld, want een van de twee bij­rij­ders spreekt Ara­bisch.) (Er wa­ren ook twee chauf­feurs.) Op de­ze rust­plaats kocht ik de drui­ven en de ap­pels, waar ik hier­boven al van sprak.
Na het ver­trek wordt het lang­zaam don­ker en ik ge­niet van het kij­ken naar de krach­ti­ge be­nen van de leu­ke jon­gen in zijn mooie broek. Ook de Ara­bisch spre­ken­de bij­rij­der is sexy.
De jongen kwam uit Sa­man­dağ en A. had me al ver­teld dat ze daar zo’n mooie broe­ken heb­ben. De broek van de jon­gen is een broek uit Sa­man­dağ. [Voor A. zie: 25 juli jl.]
De 19.00 uur-rust was 372 km voor An­ka­ra.
Rond 22.00 uur de laat­ste stop voor An­ka­ra, twin­tig mi­nu­ten voor het toi­let, na­tuur­lijk.
Weer: warm, af en toe be­wolkt.
In de bus is gratis ge­koeld wa­ter be­schik­baar. Omdat ik denk dat het geen mi­ne­raal­wa­ter is, drink ik uit mijn ei­gen fles. (Als we al in Istan­bul zijn lees ik in de Lone­ly Pla­net, Tra­vel sur­vival kit Tur­key, dat het wel mi­ne­raal­wa­ter is.)

MenuBe­ginIndex en het einde.


*
Ik weet niet wel­ke rou­te de bus volg­de. Om­dat we rond mid­der­nacht in An­ka­ra zijn, neem ik aan dat die de kort­ste weg daar­heen volg­de. Dan kom je door de plaats Po­zan­tı. Die heb ik nu ge­ko­zen om fo­to’s uit Goog­le Maps te to­nen, om een in­druk te krij­gen van het land­schap waar we op de­ze dag, ten noor­den van Ada­na, door­heen rij­den.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.
Ada­na:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

13 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7502) Gis­te­ren kwam ik, voor de twee­de keer in de­ze va­kan­tie, aan in de stad Alep­po. (Sy­rië). Ik over­nacht in het Tou­rist-ho­tel. – Ik boek voor mor­gen een bus­reis naar Istan­bul. – Tij­dens mijn reis door Sy­rië leer­de ik een ‘to­ver­for­mu­le’ waar­mee ik op­drin­gerige lui, zoals hier in Alep­po de schoen­poet­ser­tjes, voor­goed kan weg­ja­gen. Ik ge­bruik die ‘for­mu­le’ van­daag voor het eerst en sta ver­steld van het ef­fect. – Ik maak ken­nis met een jonge Sy­riër die al enige tijd in Duits­land me­di­cij­nen stu­deert en toch nog steeds ge­brek­kig Duits spreekt. – Ik ge­niet van de open­lij­ke ho­mo­sek­sua­li­teit van de jon­ge­man­nen in Alep­po. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Imshi!ToeristengidsenStu­dentToe­ris­tenHomo’s!Re­stau­rantBa­ron­hotel.

Donderdag, 13 augustus 1992.
Halab. (Alep­po.)
Op rond 6.00 uur.
Het dagboek (reis­jour­naal) bij­wer­ken tot 6.30 uur.
Om 7.00 valt de elek­tri­ci­teit uit.
Ik eet mijn ontbijt (brood, kaas, ba­naan) op mijn ka­mer en neem daar­na een kou­de douche.
Ik boek een bus­reis van Alep­po naar Istan­bul voor mor­gen­och­tend 6.30 uur. Prijs £. 950. (f. 38,40 voor cir­ca 1.350 km!)

Imshi!

Ik wacht in het park bij het Toe­ris­ten­bu­reau op de klok van 9.00 uur. Ik wil J. [toe­rist­en­gids] ont­moe­ten.
Toen ik hier vijf­tien da­gen ge­le­den zat had ik heel snel schoen­poetser­tjes om me heen (heel veel), die me niet meer met rust lie­ten. Ik ver­an­der­de toen van lo­ca­tie en spoe­dig za­ten er nog meer om mij heen. Hoe­wel ik stof­fen gym­pen droeg, wil­den ze de plastic / rub­be­ren rand wel wit maken en één wil­de zelfs het stof in­sme­ren. Ik vlucht­te toen uit het park. Nu komt een van die ‘grap­pen­ma­kers‘ weer op­da­gen, maar nu weet ik een af­we­rings­for­mu­le imshi! (Ga weg!) Ik had hem nog nooit ge­bruikt en sta ver­steld van het ef­fect. Hij (wel een aar­dig joch) ver­trekt spoor­slags en zijn ka­me­raad­je neemt niet meer de moei­te om bij mij te ko­men.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Toe­ris­ten­gid­sen

Ik ga naar het Toe­ris­ten­bureau, maar ik zie J. niet. Hij zegt dat hij er werkt, maar dat is na­tuur­lijk niet zo. Als hij iets moet heb­ben dan moet hij het altijd vra­gen en hij komt na­tuur­lijk niet op de kan­to­ren. Daar zit de po­li­tie. (De toe­ris­ten­po­li­tie.)
Op straat kom ik J. tegen en hij zegt “al-Ham­doe li’l-Llah ‘ala-s-sa­la­ma.” (Dank Allah voor de veiligheid / de veilige aankomst.)
Ik vraag hem welk ant­woord ik moet ge­ven: “Al­la­hoe yoe­sal­li­mak.” (Moge Allah je be­scher­men te­gen het kwaad.) [Yoe­sal­li­mik te­gen vrou­wen!])
Bij het toeristenbureau in­tro­du­ceert J. me bij een le­raar En­gels van de Uni­ver­si­teit van Alep­po, die ook goed Duits spreekt.
J. heeft twee Ne­der­land­se meis­jes (uit Den Haag) ont­moet, die ech­ter zeer koel en af­stan­de­lijk zijn. (Ook te­gen mij.) Zij gaan hun ei­gen weg.
De toeristengidsen J. en de Duits spre­ken­de zijn ei­gen­lijk slijm­bal­len. De laat­ste nog wat meer dan J. Als toe­rist moet je wel het ge­voel krij­gen dat je ge­paaid wordt of een an­der on­pret­tig ge­voel.
Zij kla­gen er­over dat zo­veel toe­ris­ten hun ei­gen weg zoe­ken en ook van­daag zul­len ze niets te doen heb­ben.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Stu­dent

J. in­tro­du­ceert me bij MS. uit Bonn. Hij stu­deert daar me­di­cij­nen. Ik spreek Duits met hem. Hij be­grijpt me maar half. Als aca­de­mi­cus legt hij een bij­zon­de­re be­lang­stel­ling aan de dag voor de prij­zen van klei­ne huis­hou­de­lij­ke ar­ti­ke­len in ver­schil­len­de su­per­mark­ten in Bonn en om­ge­ving.
Ook heeft hij op het prijs­ver­schil ge­let van de ben­zi­ne bij en­ke­le tank­sta­tions (van ver­schil­len­de mer­ken) in Duits­land.
We zitten thee te drin­ken op een ter­ras, ik denk: “Hoe kom ik van de­ze zeur­piet af?”
Hij studeert tien maan­den in Duits­land en twee maan­den per jaar brengt hij door in Alep­po. Hij werkt ook vijf da­gen in de week in het ho­tel van zijn oom. (In Duits­land.) Hij moet toch wel een dui­zend­poot zijn.
Hij ge­bruikt vreem­de uit­druk­kin­gen. Als hij twee­ën­half be­doelt, zegt hij half drie. Dat doet hij ver­schil­len­de ke­ren, ook met an­de­re ge­tal­len. Ik moet de aca­de­mi­cus dan uit­leg­gen dat ter­men als half twaalf (11,5) en half drie (2,5) alleen maar bij de tijds­aan­dui­ding op de klok wor­den ge­bruikt. Hij wist het niet en is me zeer dank­baar voor de uit­leg.
(Desgevraagd beweert J. la­ter toch dat MS. me­di­cij­nen stu­deert in Duits­land. Al­thans, MS. had hem dat zelf ver­teld.)
Als ik in het café wil gaan be­ta­len staat MS. er­op dat hij be­taalt. Ik dring niet aan. Hij werkt en ver­dient geld in een ho­tel en rijdt au­to. (In Duits­land.)
Bij het Toe­ris­ten­bureau be­gint de Duits­ta­li­ge gids er­over wie de thee be­taald heeft. (Heeft MS. zich in een on­be­waakt ogen­blik be­klaagd?)
“Hij, na­tuur­lijk,” zeg ik, “hij ver­dient, want werkt in het ho­tel van zijn oom.”
“Nee, hij is stu­dent. ”
We zitten een tijdje in de scha­duw en de Duits­spre­ken­de gids klaagt dat te­gen­woor­dig de gid­sen aan de toe­ris­ten moe­ten be­talen.
Ik trek het me aan en no­dig hem, MS. en J. voor de thee, maar J. heeft an­de­re be­zig­he­den en komt niet. Ik kan wach­ten en doe dat an­der­half uur. De Duits­ta­li­ge gaat al naar huis en la­ter wil­len M. en J. geen fa­la­fil met mij eten. Vol­gens J. moet je een ster­ke maag hebben om fa­la­fil te eten.
Ik eet een fa­la­fil, drink ‘asier al-boer­toe­qaal (si­naas­ap­pel­sap) en asier al-‘inab (drui­ven­sap).

MenuBe­ginIndex en het einde.

Toeristen

Hotel.
Koude douche.
Winkel: Kiri-kaas £. 80. (f. 3,25.)
Ik heb nu een goed­ko­pe­re ka­mer (een­per­soons) in het ho­tel, met douche en toi­let. De­ze ka­mer is, in te­gen­stel­ling tot de vo­ri­ge ka­mer, wel af­sluit­baar.
Met een Aus­tra­lische en een Ame­ri­kaan (die sa­men rei­zen en die ik ook al in Hama ge­zien had) thee en li­mo drin­ken en reis­ge­ge­vens uit­wis­se­len over de trein van Ga­zi­an­tep [een stad in Tur­kije] naar Istan­bul Haydarpaşa station. (Ach­ter­af ge­zien had ik be­ter zo’n reis kun­nen maken. Ik was dat oor­spron­ke­lijk ook van plan ge­weest, maar nu wil­de ik toch snel naar huis.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Homo’s!

Circa 15.00 uur in het ho­tel tot plus­mi­nus 19.00 uur. Ik neem ver­schil­len­de ke­ren een snel­le kou­de douche.
Ik ga over de leu­ning van het bal­kon de be­nauw­de straat in koe­ke­loe­ren. Aan de over­kant zit­ten in een ho­tel en­ke­le ‘schaars’ ge­kle­de dik­ke da­mes. Zij zijn in on­der­jurk. (Vol­gens de Aus­tra­lische is het een bor­deel. Vol­gens J., la­ter, zijn het dan­se­res­sen in een nacht­club, die daar op man­nen ja­gen. Het zij zo. Het in­te­res­seert me niet.)
Beneden in de straat, dat in­te­res­seert me. Een leu­ke jon­gen plukt bij­na voort­du­rend aan zijn pik en af en toe aan een an­der zijn pik. Met zijn vast vriend­je flirt hij bij­na con­stant. Nie­mand kijkt er­van op of om. Na twee uur krij­gen ze mij in de ga­ten. Ze vra­gen of ik kof­fie wil. Ik ga er niet op in. Ik ben geil op de mooiste, de meest hand­tas­te­lij­ke, en ik zal me dus niet vast­be­ra­den, onaf­han­ke­lijk van mijn emo­ties kun­nen ge­dra­gen.
De straat gonst van be­drij­vig­heid in de bui­ten­ban­den-voor-au­to’s-sfeer*.
De twee schrijven woord­jes op het stof­fi­ge raam van een au­to. Een klein jon­getje staat er bij te kij­ken. Ze ve­gen de woord­jes weer uit en de knap­ste maakt neuk­be­we­gin­gen voor de kont van de an­de­re, in ge­za­men­lij­ke over­een­stem­ming. (Dat wil zeg­gen: de an­der ging er spe­ciaal zo voor staan.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Res­tau­rant

Ik eet een beetje brood met smeer­kaas.
In de stad ga ik brood kopen en daar­na naar het res­tau­rant Al-Anda­lus / Id­lib. Het dak­ter­ras waar A., J. en ik veer­tien da­gen ge­le­den ook al aten.
Salade, bier, humus en shis­tao (kip­stuk­jes op spies). Even la­ter ko­men er ook de Aus­tra­lische H. uit Sid­ney en de Ame­ri­kaan C. uit Los An­ge­les (geo­gra­fie­leraar) en Thier­ry Belt en zijn vrouw. (Hij is de­signer van meu­bels, on­der an­de­re voor Ar­ti­fort in Maas­tricht) en N., een dik­ke ou­de­re da­me uit Ca­na­da. We eten ge­za­men­lijk, maar de Aus­tra­lische be­taalt voor zich­zelf. Ik zou £. 200 moe­ten be­ta­len. Dat wil ik niet. Ik be­taal £. 175. (Waar­schijn­lijk meer dan ik at.) (£. 175 = f. 7,10.)
De Canadese: “Wat maakt dat uit, zo’n beet­je geld.”
‘Nou betaal jij dan maar!’, denk ik.
Het was gezel­lig, maar we gaan weg om­dat een groep man­nen zich steeds ‘in­tie­mer’ met ons be­moeit, maar niet op de fo­to wil. (“Om­dat we van de po­li­tie zijn.”, zei­den ze ken­ne­lijk. Dat heb ik niet ge­hoord.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Ba­ron­ho­tel

We gaan naar Ba­ron­ho­tel, binnen [niet op het ter­ras]. Ik kom J. op straat te­gen. (Toe­val? Ik kwam hem va­ker toe­val­lig (?) te­gen.) In Ba­ron­ho­tel be­taal ik een fris voor hem £. 30 en om­dat het on­der­ling con­tact (met de groep) stroef be­gint te ver­lo­pen en de men­sen ad­res­sen be­gin­nen uit te wis­se­len. (Ik geef mijn adres, maar post­bus­adres, zoals ik al­tijd heb ge­daan als ik mijn echt adres gaf. Twee keer gaf ik een vals adres: 23-7-92 en 5-8-92.) Ook aan J. geef ik later mijn post­bus­adres. Ik neem geen adres om­dat de con­tac­ten vluch­tig en op­per­vlak­kig zijn.
Ik koop twee keer an­der­hal­ve li­ter wa­ter: 2x £. 20. (Inf­la­tie of ander merk? Eerst was het £. 15.)
Hotel.
Ik betaal 300 plus 200 = £. 500.
Douche.
Bed rond 01.15 uur.
Weer: ik zag een klein so­li­tair wolk­je aan de he­mel, de­ze mid­dag, en vroeg mij af wat dat be­te­ken­de. Een wolk­je dat zijn weg kwijt was of een ver­ken­ner?
C., de Ame­ri­kaan, had een ther­mo­me­ter. Van­mid­dag rond 13.00 uur was het 40°C in de scha­duw.
Over £. 245. (En TL. 48.000.) [Turkse lira.]

MenuBe­ginIndex en het einde.


*
In steden in het Mid­den-Oos­ten zijn de mark­ten ge­se­gre­geerd, zo­als dat in Ne­der­land vroe­ger ook was: Bo­ter­markt, Vis­markt, Boom­markt, Ga­ren­markt etc. Als je in een Ara­bische stad een me­loen wilt ko­pen ga je naar de groen­te­markt en zult zien dat de me­loe­nen­ver­ko­pers al­le­maal op een kluit­je bij el­kaar zit­ten, zo ook met de krui­den­ver­ko­pers, de stof­fen­han­de­la­ren, de mes­sen­slij­pers, maar ook de hand­werks­lie­den, zo­als kleer­ma­kers, zit­ten al­le­maal naast en bij el­kaar en dus ook de een­mans­be­drij­ven die au­to­ban­den ver­van­gen. Van enige con­cu­ren­tie kan daar­om geen spra­ke zijn. Ie­der­een blijft even arm. Vaak is er ook spra­ke van kin­der­ar­beid.

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ
Ba­ron Ho­tel:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

12 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7501) Gis­te­ren kwam ik in de stad Hama, (Sy­rië), aan. Ik sliep in het Cai­ro-ho­tel op het dak, bui­ten. Van­daag reis ik ver­der naar Alep­po. Ik boek­te een bus­reis, maar het wordt uit­ein­de­lijk de trein die me naar die stad brengt. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond (Lira): (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Woensdag, 12 augustus 1992.
HamaHalab: Aleppo.
Op rond 7.00 uur.
Ontbijt: brood, ba­naan, kaas.
Douche.
Om 8.30 uur worden de bed­den, op het dak, bui­ten, op­ge­ruimd.
Ik ga naar het bus­station en laat de reis­datum van mor­gen in van­daag wij­zigen. Bus: 17.30 uur. Kos­ten van de wij­zi­ging: £. 5.
Er volgt een lan­ge dag van wach­ten, van scha­duw­plek­je naar scha­duw­plek­je in het park. An­der­half uur in het res­tau­rant Afa­mia (waar het Kar­nak-bus­sta­tion zit), wat eten en wat drin­ken. Bui­ten is het on­draag­lijk warm en wind­stil.
In het Hotel Cairo mag ik op een bed sla­pen, in een ka­mer met ven­ti­la­tor. Ik doe dit maar even.
Hedenochtend bleef ik ook al zo lang mo­ge­lijk in het ho­tel, ver­tel­len met de Frans­man Thier­ry Belt en zijn vrouw. Hij is de­signer van meu­bels, on­der an­de­re voor Ar­ti­fort in Maas­tricht. En met een Ame­ri­kaan: C.
Om 16.50 op het bus­sta­tion. Wach­ten op de bus naar Alep­po tot 19.15 uur. De bus komt niet. Ik krijg mijn geld terug.
Zeer vervelend is dat ik de jon­ge­man van 30-7-92, die me zijn ad­res gaf, ont­moet­te. (Tien mi­nu­ten er­voor dacht ik aan hem, voor het eerst sinds­dien, maar was hem niet ver­ge­ten.) Hij was te­leur­ge­steld, dacht ik. La­ter op de avond ont­moet­te ik hem nog­maals. Ik zal hem schrij­ven.
Bij het busstation kwam ik in con­tact met de uni­ver­si­teits­stu­dent TJ. die in Alep­po ‘Ho­tel­we­ten­schap­pen’ stu­deert. (Wat mis­sen wij toch al­le­maal op onze uni­ver­si­teit.) Hij leert daar ook En­gels en Frans. Ken­ne­lijk schiet dat niet op. Zijn adres luidt na­me­lijk Xx-Ho­tel: Pastry Keetchin. [sic] (Alep­po.) Hij werkt dus in het een ho­tel in de pa­tis­se­rie­keu­ken. Hij is er kok / bak­ker.
Niettemin ben ik blij met zijn con­tact, an­ders was ik ver­lo­ren (of had iemand an­ders om hulp moe­ten vra­gen) in de­ze bus­sen­chaos.
Met een bus naar het sta­tion en met de trein (1e klas is vol­ge­boekt) naar Alep­po £. 21. Op het sta­tion wil de po­li­tie we­ten wat ik in mijn doos heb. (Boe­ken!)
Er ontspint zich een dis­cus­sie on­der de an­de­re pas­sa­giers over geld. Ik kan er vrij­wel niets van vol­gen. Een van de pas­sa­giers ver­ge­lijkt Ve­ne­zue­la met Sy­rië. Die is ken­ne­lijk over de grens ge­weest. Een voor­recht.
In een volkscoupé wil TJ. eerst wat over geld we­ten: hoe duur al­les in Ne­der­land is, dat wil zeg­gen, hij wil het sa­la­ris van mij we­ten. Als moe­han­dis [in­ge­nieur / tech­ni­cus] bij de PTT*. Ik moet dus een en an­der re­la­ti­veren, door ook over de prij­zen te ver­tel­len.
Dan gaat hij eerst 1e klas en daar­na ‘be­ter 2e klas’ zit­ten. De ba­ga­ge loopt vol­gens hem geen ge­vaar. Ik had er toch lie­ver in de buurt van ge­zeten.
Hij wil Nederlands geld zien. Ik geef hem mijn laat­ste gul­den. Die vind hij mooi, maar wil een pa­pie­ren heb­ben. Ik leg hem uit dat het ‘klein­ste’ pa­pier tien gul­den is (£. 247,50)
Op het station ‘bezorgt’ hij me een ta­xi. Twee on­gu­re ty­pes. Hoe zit het met de me­ter?
TJ. vraagt en de chauf­feur zegt dat hij aan het ein­de van de rit met mij zal af­re­ke­nen. (Daar twij­fel ik niet aan.) Ik stap in. De me­ter staat op 31.57. Ik wijs erop.
“Geen probleem”, zegt de chauf­feur.
In de taxi vra­gen ze waar ik heen wil.
“Tourist hotel.”
“Maar daar moet je met dol­lars be­ta­len.”
“Nee, nee, ik be­taal­de twee we­ken ge­le­den met Li­ra’s.”, bluf ik, want ik was er niet ge­weest, maar [de zus­sen] A. en T. wel.
Ze brengen me naar Hotel At­las. Ik stap niet uit, maar zeg te­gen hen: “Rij naar Ho­tel Syria.”
Dat doen ze.
De meter staat op cir­ca 40.50.
Ik pak mijn spullen en zeg: Bikam? (Hoe­veel?)
“£. 100”, zegt hij. Ik geef hem £. 25. (£. 20 te veel.) Hij wei­gert en wil £. 100 hebben.
Er komen men­sen bij. Er val­len woor­den. Ik bied £. 25. Iemand doet er nog £. 25 bij. Dat wil ik niet, maar die per­soon zegt: “Geen pro­bleem.”
Ik ge­loof dat de chauf­feur to­taal £. 50 kreeg. (De bij­rij­der deed niets.) Ik loop weg. (Het ges­prek met de ta­xi­chauf­feurs en om­stan­ders in het Ara­bisch.)
Hotel Toerist heeft geen een­per­soons­ka­mer en ik ver­geet naar een meer-per­soons­ka­mer te vra­gen. Ik krijg ge­luk­kig een twee­per­soons­ka­mer aan­ge­bo­den.
Douche.
Water kopen.
Brood eten op de kamer.
Bed circa 23.00 uur.
Over: £. 2.175.


*
Ik werkte als tech­ni­cus bij PTT-Te­le­com (in 2017: KPN) van 1966 tot en met 1989. In het bui­ten­land ver­tel ik meest­al dat ik dat werk doe, hoe­wel ik al sinds 1990 aan de Uni­ver­si­teit Lei­den Ta­len en Cul­tu­ren van het Is­la­mi­tisch Mid­den-Oos­ten stu­deer.

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Ha­ma:
GM., Wi., GM. (Foto’s.)
:ﺣﻤﺎﺓ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

30 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7488) Ik ben in Alep­po in Sy­rië. Van­daag reis ik per trein naar het oos­ten van het land, naar Deir al-Zor, een stad die aan de ri­vier de Eu­fraat ligt. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Donderdag, 30 juli 1992.
Aleppo – Deir al-Zor.
Op 7.30 uur.
Ik heb een cri­sis. Ik wil naar huis. Al die el­len­de met die ho­tels, slecht eten, vie­ze rot­zooi, la­waai, een­zaam­heid, geen seks.
Alle gespreken gaan steeds over het­zelf­de: vrou­wen, kin­de­ren, ge­loof, geld.
Moet ik nu ver­der rei­zen naar Deir ar-Zor of Gazi­an­tep [in Tur­kije] – Istan­bul – We­nen (vlieg­tuig?) en dan naar Pa en Ma?
Ik ben ervan over­tuigd dat ik Ara­bisch wel zal le­ren als ik er maar lang ge­noeg blijf. Ik zou wel wat wil­len hui­len.
Ik zoek rust in het park.
Na ronddolen in de stad, want ik was te vroeg voor het ont­bijt (fa­toer), neem ik om 8.45 het ont­bijt.
Ik besluit om naar Deir ez-Zor te gaan.
Met J. [toeristen­gids] ga ik thee drin­ken en ver­tel hem mijn plan. Hij heeft wei­nig tijd voor mijn ge­praat. Als een spie­den­de vo­gel kijkt hij steeds naar Da­’irat al-Si­ya­ha [Toe­ris­ten­bu­reau], zijn in­ko­men. Daar­na ga ik naar ho­tel Sy­ria om af­scheid te ne­men van de jon­ge re­cep­tio­nist, die ik gis­te­ren­avond op straat ont­moet­te. Ik ga mijn ho­tel be­ta­len.

Ik betaal met een bil­jet van twin­tig dol­lar en krijg twee dol­lar terug. ($. 18 was met ont­bijt.)
In hotel Syria ga ik in de hal zit­ten, drink on­ge­wild op de kos­ten van de Rus­sen, die ik be­kijk. De re­ceptionist heeft geen tijd voor me. Ik neem rond 13.00 uur af­scheid en be­loof over veer­tien da­gen te­rug te ko­men.
Ik ga naar het station, koop een eer­ste klas bil­jet Moem­taaz [Uit­ste­kend] (hier­op is geen stu­den­ten­kor­ting mo­ge­lijk) van Alep­po naar Deir al-Zor. Dit kost £. 85. (f. 3,43.) Circa 325 km! Eer­ste klas plus air­con­di­tio­ning.
De trein zal 15.28! ver­trek­ken!
Weer: warm en veel wind, zoals ook in Tur­kije. (Pro­vin­cie Ha­tay.)
In de stationshal sta ik direct in het mid­del­punt. Veel men­sen wil­len veel we­ten. Onder an­de­re: Vrouw? Kin­de­ren? Geld en ge­loof en of mijn va­der het wel goed vond dat ik zo­ver, zo al­leen reis­de.*(1)
Zij hebben al­le­maal een Bi­ta­qa shakh­siyya [Per­soons­be­wijs / le­gi­ti­ma­tie­be­wijs] [Wij] In Ne­der­land niet. On­be­grij­pe­lijk is het voor hen dat je bin­nen een uur een pas­poort kan krij­gen en dat je on­ge­con­tro­leerd (in Eu­ro­pa) kan rei­zen. (Zon­der de po­li­tie in te lich­ten, zo­als ik hier op het sta­tion wel moet doen.)
Door de leuke con­tac­ten spijt het me dat ik Moem­taaz ge­ko­zen heb. De an­de­ren reiz­en al­le­maal Dar­dja tha­niyya [twee­de klas], want veel goed­ko­per. (Moem­taaz heet of­fi­ci­eel Dar­djat oela [eer­ste klas].)
Een jongen uit Hama geeft mij di­rect zijn adres. Hij stu­deer­de in Qa­tar en was daar in 1989 de bes­te, snel­ste zwem­mer. En der­de in Hama.
Hama, al-Shari’a moe­qa­bil mas­djid al-Imaan, dja­nib say­da­liyya al-Lail. [Hama, [wijk] al-Sha­ri’a, te­gen­over de mos­kee al-Imaan, naast de apo­theek ‘De Nacht’ (niet: de nacht­apo­theek.)]
Twee keer pas­poort­con­tro­le voor­dat ik in de trein mag.
De eerste klas blijkt vrij­wel vol te zit­ten, met de ‘be­te­re’ klas­se van de be­vol­king. Mid­den­ka­der, of iets der­ge­lijks. Hau­tain. Pas ver na al-Raqqa krijg ik enig con­tact met de men­sen.*(2) Niet veel. De mees­te pas­sa­giers in mijn om­ge­ving moe­ten naar al-Hassaka en an­de­ren (die twee­de klas rei­zen) gaan naar al-Qa­mishli.
De grote roer­gan­ger [dic­ta­tor] kan niet ver­hin­de­ren dat de trein niet oo 15.28 uur ver­trekt, maar pas ruim een half uur la­ter. On­der­weg staat hij [de trein] ook nog twee keer een half uur.
In de buurt van mij zit­ten twee knap­pe meis­jes en een knap­pe / sexy jon­gen. Al­len Sy­rische jet­set.
Er is een fa­mi­lie waar­van de opa elke vijf mi­nu­ten slijm op­hoest. (Luid­ruch­tig.)
Een van de knap­pe sol­da­ten be­taalt de mi­ni­bus voor mij. Met mijn heup sta ik in zijn kruis.
Hij helpt me een ho­tel te zoe­ken: 24 US-$. Dat is met te duur. Ho­tel al-Arabi al-Kabier [Groot Ara­bië] kost £. 100 met stro­mend wa­ter en een ven­ti­la­tor. Ik vraag aan de sol­daat (die fi­lo­so­fie stu­deer­de in Tsje­cho-Slo­wa­kije) wan­neer ik hem weer zie. Hij is bang. Sol­da­ten mo­gen geen con­tact met bui­ten­lan­ders heb­ben.
Douche.
Ik kijk Tv. Deel mee in een me­loen en spreek met het jon­get­je van de re­cep­tie. Hij heet U.
Bed 01.30 uur.
Het landschap on­der­weg: kurk­droog, le­men hut­ten, geen elek­tri­ci­teit, kleur­rijk ge­kle­de kin­de­ren die naar de trein zwaai­en. Ar­moe­de alom.
Al-Foe­raat [de Eu­fraat] is een mach­tige en mooie ri­vier, de trein ging er voor al-Raqqa over heen. Groen was het daar.
Daarna werd het snel don­ker.
Rond tien uur in Deir al-Zor.
Over: 2.210. Uit­ge­ge­ven: 445 = f. 18,00.


*(1).
Ik meen mij te her­in­ne­ren dat ik op het sta­tion in Alep­po ge­vraagd werd hoe­veel koei­en mijn va­der had, want ze ken­den Ne­der­land van­we­ge de melk. Toen ik zei dat mijn va­der geen koei­en had, maar dat er boer­de­rij­en zijn met meer dan hon­derd koei­en werd daar met on­ge­loof op ge­rea­geerd.

Te­rug.

*(2).
In mijn reis­dag­boek staat dat ik via een kind con­tact kreeg met de men­sen. Het kind kreeg in op­dracht vra­gen in het En­gels. Ik had ook con­tact met en­ke­le man­nen en met sol­da­ten. – Ik weet nog dat ik in het don­ker in Deir al-Zor ar­ri­veer­de. Het sta­tion ligt ver bui­ten de stad.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ
Deir al-Zor:
GM., Wi.
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eufraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ

Niet be­zocht, maar wel in de tekst ge­noemd.

al-Raqqa:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺮﻗﺔ
al-Hasaka:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺤﺴﻜﺔ
al-Qamishli:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻘﺎﻣﺸﻠﻲ
Hama:
GM., Wi.
:ﺣﻤﺎﺓ
Qatar:
GM., Wi.
:ﻗﻄﺮ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

29 juli 1992

Portretfoto
Por­tret­fo­to, ge­maakt op 28 juli 1992 in Alep­po. Ik zie er op de­ze fo­to zo jong uit dat ik mij­zelf bij­na niet her­ken­de.

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7487) Dit wordt mijn twee­de dag in Alep­po in Sy­rië. Even­als gis­te­ren­och­tend, ver­wis­sel ik de­ze och­tend weer van ho­tel. – In de loop van de dag koop ik een nieuwe broek en maak ook ken­nis met en­ke­le aar­di­ge jon­ge­ren van Alep­po. – Ik leer dat je niet zo maar mag zeg­gen dat je iets mooi vindt, want dan is de be­zit­ter van dit goed mo­reel ver­plicht het aan jou te ge­ven. (Daar­om zijn mis­schien ook al­le vrou­wen ge­slui­erd, op­dat nie­mand kan zeg­gen: “Wat heb jij een mooie vrouw!”) – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Woensdag, 29 juli 1992.
Aleppo.
Op 7.45 uur.
Direct op zoek naar een ander ho­tel.
Verschillende kosten 22, of 25 US$. Als ik ein­de­lijk een ho­tel vind van 18 US$ neem ik de ka­mer. Ik be­kijk hem en ga mijn spul­len uit het Sy­ria-ho­tel ha­len.
Hotel Ragh­dan, douche en air­con­di­tio­ning. Wat een prijs­ver­schil met ho­tel Sy­ria. Over het prijs­ver­schil pie­ker ik: f. 7,50 en f. 34,00 en zo­veel bij­zon­ders is de­ze ka­mer ook niet. (De ka­mer in het Kıyı-ho­tel in Is­ken­de­run (Tur­kije) (f. 22,50) was veel mooi­er en be­ter en ook nog mooi uit­zicht.) Hier heb ik een hoog, maar on­be­reik­baar raam. Ik kan niets zien.
Ik eet het ont­bijt in dit ho­tel. Ge­niet van een twee­tal sexy kna­pen en ver­tel met een Ar­me­nische Ha­la­bi. [Ha­la­bi: in­wo­ner van Ha­lab = Alep­po.]
Na een douche ga ik naar de ba­zaar. En­ke­le kor­te ge­sprek­ken met ba­za­ris en krijg een thee, maar ik koop niets.
Ik wil een broek kopen, maar dat kan al­leen maar op Sha­ri’ Baab al-Fardj. [De Fardj-poort­straat]*(1) waar ik voor £. 200 een iets ruim­val­len­de ka­toe­nen broek koop (die ik op 18-8-92 in Is­tan­bul ach­ter­laat) in een PTT-grij­ze kleur. (Dat wel weer war­mer dan een lich­te kleur is, maar min­der be­smet­te­lijk in dit stof­fi­ge, sme­ri­ge land.)
Omdat ik moeite doe Ara­bisch te spre­ken krijg ik de broek met kor­ting. (Ei­gen­lijk was hij duur­der dan £. 200.) Ik vraag er een stuk­je ga­ren bij en in het ho­tel naai ik er twee ‘ge­hei­me’ bin­nen­zak­ken in. Ik val daar in slaap, cir­ca twee uur.
Dan ga ik de stad in. Eet er mijn eer­ste fa­la­fil en ga met J. (toe­ris­ten­gids), die ik op staat ont­moet­te, naar Da’irat al-Si­ya­ha [Toe­ris­ten­bu­reau] waar ik met A. uit Buenos Aires een uur of an­der­half ver­tel over de rom­mel hier en het ‘sys­teem’ in Ar­gen­ti­nië. Hij is so­cio­lo­gie- en film­kuns­ten­stu­dent en al vier maan­den on­der­weg.
Ik heb mijn pas­fo­to’s op­ge­haald (zie gis­te­ren) en ik her­ken­de mij­zelf nau­we­lijks. Zie ik er zo jong uit? Ze zul­len wel een beet­je ge­re­tou­cheerd zijn.
Hotelkamer: douche.
Lezen over Syrië.
Eten in het res­tau­rant hier: ou­de kip. To­taal £. 185. (Ik geef £. 200.)
Hotelkamer.
Wandelen. Dezelfde weg als met S. [de Egyp­te­naar], gis­te­ren. (Mo­dern stads­deel: Sha­ri’ al-Azima.) Nu zie ik en­ke­le stuk­ken en de re­cep­tio­nist (een van de twee) van ho­tel Sy­ria. De­ze spreekt slecht En­gels, wil het wel le­ren, want gaat naar de USA, Los An­ge­les, over een maand om er te wer­ken. Hij is met twee vrien­den, waar­van één knap (met eigen zaak: shirts) en een rech­ten­stu­dent.
Als ik op het Le­nin-speld­je van de knap­pe za­ken­man wijs, biedt hij het me on­mid­del­lijk aan en kan ik het niet meer wei­ge­ren. Ik kan slechts voor­ko­men dat ik het moet op­spel­den.*(2)
We (de rech­ten­stu­dent en ik) ma­ken een af­spraak voor mor­gen­mid­dag. Hij bood me een zoe­te soort Se­ven-up aan en ik ga daar­na naar het ho­tel.
Bed rond 00.00 uur.
Over £. 2.655. Ik gaf dus 3.276 – 2.655 = £. 621 uit. (f. 25,10)


*(1).
In steden in het Mid­den-Oos­ten zijn de mark­ten ge­se­gre­geerd, zo­als dat in Ne­der­land vroe­ger ook was: Bo­ter­markt, Vis­markt, Boom­markt, Ga­ren­markt etc. Als je in een Ara­bische stad een me­loen wilt ko­pen ga je naar de groen­te­markt en zult zien dat de me­loe­nen­ver­ko­pers al­le­maal op een kluit­je bij el­kaar zit­ten, zo ook met de krui­den­ver­ko­pers, de stof­fen­han­de­la­ren, de mes­sen­slij­pers, maar ook de hand­werks­lie­den, zo­als kleer­ma­kers, zit­ten al­le­maal naast en bij el­kaar. Van enige con­cu­ren­tie kan daar­om geen spra­ke zijn. Ie­der­een blijft even arm.

Te­rug.

*(2).
Het speld­je van de za­ken­man is een por­tret van Le­nin. Als hij de be­te­ke­nis er­van kent (waar­om niet?) zal hij atheïst of com­mu­nist zijn en is een sup­por­ter van het Ba’ath-re­gime. Ba’ath is im­mers so­cia­lis­me.
Ik her­in­ner me in dit ka­der, het mo­reel ver­plicht zijn een goed te ge­ven aan die­ge­ne die dat goed prijst, ook de ou­de boer in Mes­ki in Ma­rok­ko, op 28 sep­tem­ber 1976, die mijn hor­lo­ge als ‘mooi’ prees, mo­ge­lijk om het te krij­gen.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.