18 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7507) Ik over­nacht in het Ana­do­lu-ho­tel in Istan­bul op een over­dekt ge­deel­te van het dak­ter­ras. – Van­daag vlieg ik van Istan­bul naar Am­ster­dam Schip­hol. Mijn dag­boek ver­meldt het he­le­maal niet, maar dit is mijn eer­ste vlucht ooit (met uit­zon­de­ring van een kor­te vlucht in een zweef­vlieg­tuig, eind ja­ren zes­tig) in een vlieg­tuig. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus. – Ik sluit het dag­boek­ver­slag van deze va­kan­tie naar Tur­kije en Sy­rië af met een be­schou­wing van mijn ver­blijf in bei­de lan­den, dan volgt het Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990 over Sy­rië en Tur­kije en daar­na een ver­slag uit het tijd­schrift Sum van sep­tem­ber 1992 over de dic­ta­tuur in Syrië.

MenuIndex en het einde.


 
 

Dinsdag, 18 augustus 1992.
Istanbul – Amsterdam – Leiden.
Slecht slapen.
Op rond 02.45 uur. Douche. (Ik moet wach­ten, want er zit iemand in.)
Om 03.45 uur op de stoep bij het reis­bu­reau. Het bus­je zou om 04.00 uur ko­men. Het bus­je dat komt houd ik aan. (Ik ben zon­dag 16 au­gus­tus jl. wijs ge­wor­den.) De chauf­feur weet ner­gens van.
Om circa 04.15 komt een bus­je. Een knap­pe Ne­der­land­se meid met een jon­gen en ook an­de­ren zit­ten er in. Ik zwijg in al­le ta­len na mijn “Morgen“.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Luchthaven

Rond 04.45 uur: lucht­haven.
Bij het omwis­se­len van TL. 100.000 in Istan­bul kreeg ik US$ 12. Toen ik de re­ke­ning vroeg, moest ik mijn pas­poort la­ten zien en kreeg ik er nog een dol­lar bij!
Ik word aangesproken door een Turks jon­getje dat uit Woen­sel bij Eind­ho­ven komt. We ver­tel­len wat.
Ook hier, op de luchthaven, hebben Tur­ken moei­te om in de rij te staan, wat on­der­ling no­gal wat ir­ri­ta­tie op­wekt.
Mijn bagage is 42 kilo, hand­ba­ga­ge waar ook nog een paar ki­lo in zit, niet mee­ge­re­kend. Nie­mand maakt zich er druk om. Som­mi­ge Tur­ken heb­ben meer dan 200 kilo bij zich en nie­mand zegt er wat van.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Vliegtuig

Ik begin nu ook voor te drin­gen en krijg daar­door een mooie plaats bij het raam van de niet-ro­kers af­de­ling in deze Aero­flot Tu­po­lev 154, die twin­tig mi­nu­ten te laat ver­trekt, maar pre­cies op tijd in Am­ster­dam aan­komt.
De vlucht is even spec­ta­cu­lair. Ik kijk veel in de­ze fris­se en veel la­waai ma­ken­de ma­chi­ne. Een klein ont­bijt stilt mijn hon­ger.
Landschap en wolken, ik zie van al­le soor­ten. Ik heb dat dus ge­zien. Hoe­wel ik op een mo­ment­je na, niet bang ge­weest ben, ga ik toch lie­ver met de trein. Bij het lan­den leek het toes­tel een mo­ment stil te staan. Ik dacht: ‘Nu flik­kert hij naar be­ne­den.’
Ik denk dat de rou­te van de vlucht de­zelf­de is als de trein­rou­te. We vlo­gen over Bel­gra­do en niet over de Al­pen, die ik in de ver­te wel meen­de te zien. We vlo­gen op tien ki­lo­me­ter hoog­te. Het was op het la­waai bin­nen na, een rus­ti­ge vlucht. Va­naf Zuid-Duits­land al­les be­wolkt.
Amsterdam 11.00 Turk­se tijd, dat is 10.00 uur Ne­der­land­se tijd.
De vlucht duurde 3 uur en 15 minuten!
Op Schiphol roept een stem mij. Het is TS. uit Maas­tricht en we ver­tel­len event­jes. Ik ken bij­na geen Lim­burgs meer, na meer dan twee jaar het niet ge­spro­ken te heb­ben. Hij zit nog steeds bij de Rijks­po­li­tie en nu bij de be­wa­king van Schip­hol. (Eén keer per jaar, een paar we­ken.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Thuis

Trein: f. 7,50.
Treintaxi: f. 5,00.
In Leiden geef ik de chauf­feur fooi (f. 2,50).*(1) Ik zag dat ook een an­de­re pas­sa­gier doen. (Zelf zou ik er niet aan ge­dacht heb­ben.) Hij reed ach­ter­uit de ge­blok­keer­de straat in om me voor de deur af te zet­ten.
Thuis: 12.00 uur.
Ik bel BW. (op zijn werk) en Pa en Ma.
Op de fiets naar het Post­kan­toor. On­der­weg met GZ. ver­tel­len, die met AH. vier­en­hal­ve week in Ma­rok­ko was.
In de winkel ver­tel­len met de mooie en aar­di­ge LM.
Verleden week viel de elek­tri­ci­teit uit, ver­tel­de BW. aan de te­le­foon. Sinds­dien is er geen warm wa­ter meer, zegt hij. Bu­ren pro­beer­den ver­geefs te hel­pen.
Ik onderzoek de boiler. De pomp blijkt vast te zit­ten. La­gers wel­licht ver­sle­ten. Ik krijg hem wel weer aan het lo­pen.
Van 15.30 tot 19.30 uur slapen.
Douche.
Eten.
Tv.
Nederland: circa 18 of 20°C.
Bed circa 22.00 uur?

MenuBe­ginIndex en het einde.

Kos­ten van de­ze va­kan­tie

Berekening: ik heb f. 2.900,00 to­taal uit­ge­ge­ven voor de reis en de voor­be­rei­din­gen.
Ik heb niet mee­ge­re­kend de nieuwe jeans, ver­an­de­ring van de bril, ver­band­doos, scheer­ge­rei, toi­let­zak­je en der­ge­lij­ke, om­dat die din­gen ook la­ter van pas ko­men en ik ze niet als on­kos­ten bij vol­gen­de rei­zen zal aan­mer­ken.
32 overnachtingen in hotels kost­ten f. 391,40.
Vijf nachten gereisd: nacht van 12 op 13 juli, nacht van 16 op 17 juli, nacht van 21 op 22 juli, nacht van 22 op 23 juli, nacht van 14 op 15 au­gus­tus.
Deze vakantie duurde to­taal 37 nach­ten.
Ik gaf f. 683,00 uit voor ple­zier, ver­maak en eten en drin­ken.

MenuBe­ginIndex en het einde.


Evaluatie van mijn reis door Sy­rië en Tur­kije

Drie beschouwingen
Amnesty International Report 1990: Sy­riëTur­kijeSum: Sy­rië.


Evaluatie
Mijn reis door Tur­kije en Sy­rië in 1992

Omdat de maat­schap­pij in Tur­kije en Sy­rië an­ders is ge­or­dend dan de on­ze is het vol­gens mij in­te­res­san­ter om bei­de Azia­tische lan­den te eva­lu­e­ren dan te be­rich­ten over de Hon­ga­ren in Bu­da­pest, waar ik ook en­ke­le da­gen ver­bleef. Hun sa­men­le­ving wijkt niet zo­veel af van de on­ze.
In Turkije moet je voor je­zelf op­ko­men, veel meer dan dat wij ge­wend zijn. Er is veel cor­rup­tie en de po­li­tie daar is een be­duch­te / be­ruch­te te­gen­stan­der van de bur­ger. Po­li­ti­ci be­lo­ven van al­les, maar er ge­beurd niets. Kran­ten ne­men de po­li­tiek (daar­om?) niet se­rieus of be­rich­ten er­over met een sek­sue­le on­der­toon. Er is ver­plicht on­der­wijs, maar dat schijnt ma­tig te zijn en de ver­plich­ting duurt niet lan­ger dan vijf jaar.
Syrië is een re­gel­rech­te, se­cu­liere, so­cia­lis­tische dic­ta­tuur, met daar­bij de be­ken­de per­soons­ver­heer­lij­king van de al­leen­heer­ser Ha­fez al-As­sad. In Sy­rië over­heerst de angst. Sy­riërs moe­ten al­tijd op hun woor­den let­ten en tel­kens er­voor zor­gen ze niets ver­keerds zeg­gen. Zij kun­nen nie­mand ver­trou­wen, zelfs hun ei­gen fa­mi­lie niet. Men kan daar de aan­dacht geen mo­ment la­ten ver­slap­pen, want ook als je per on­ge­luk iets ver­keerds zegt, moet je voor je le­ven vre­zen. Er zijn in Sy­rië ze­ven ge­hei­me diens­ten die el­kaar in de ga­ten hou­den, maar ook ieder­een die zich op het Sy­risch grond­ge­bied be­vindt, dus ook toe­ris­ten, bui­ten­land­se werk­ne­mers en an­de­ren die in Sy­rië ver­blij­ven, vluch­te­lin­gen bij­voor­beeld. On­der­wijs is er al­leen voor de ge­goe­de bur­ge­rij, zij die aan het po­li­tie­ke re­gi­me zijn ge­li­eerd. Al­le an­de­ren moe­ten wer­ken. Zo­dra jon­ge­tjes kun­nen luis­te­ren moe­ten ze aan de slag.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.

Onderwerpen in de evaluatie
Waarover wilt u lezen?

 
 

 
Amnesty Inter­na­tional Report 1990
SyriëTurkije
Sum 1992: Land in een ver­stik­ken­de houd­greep: Syrië
 

Kinderarbeid

Syrië
Het is schrik­ba­rend te zien hoe­veel jon­ge­tjes wer­ken. Ik denk dat ze, zo­dra ze kun­nen lo­pen en luis­te­ren (pra­ten is niet no­dig), moe­ten wer­ken. In Alep­po viel het me op dat in die straat waar ho­tel Tou­rist ligt, en waar dus au­to­ban­den ver­wis­seld wor­den, de jon­ge­tjes van vijf, zes of ze­ven jaar maat­over­alls dra­gen met de naam van de ga­ra­ge erop.
Wat zouden ze ver­die­nen? (Ver­die­nen ze wel?)
Waar werken de meisjes? In huis? Als wat?
Slechts jongetjes van de goe­de klas­se, klei­ne dik­ker­tjes, wer­ken niet. Wat doen die? Spe­len?
 
Turkije
Kinderen in Turkije moe­ten vijf jaar naar school. Na hun twaalf­de is ver­volg­on­der­wijs mo­ge­lijk, maar de kos­ten daar­van zijn voor veel ou­ders niet op te bren­gen. Ik zag in An­tak­ya een jon­ge­tje van twaalf jaar die zes da­gen in de week (vol­gens ei­gen zeg­gen) in een ga­ra­ge werkt en op de ze­ven­de dag (zon­dag) voor TL. 1.000 (f. 0,25) schoe­nen poetst.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Werkloosheid

Syrië
Volgens mij is er een enor­me werk­loos­heid, maar die is ver­bor­gen. In ieder klein win­kel­tje staan wel twee of drie men­sen die met z’n al­len even­veel werk heb­ben als één per­soon, maar om be­zig te blij­ven vaak zin­lo­ze ta­ken uit­voe­ren. Zo moet je in een res­tau­rant eerst een bon­net­je ko­pen waar­bij je te­gen de kas­sier ver­telt wat je wilt drin­ken of eten. Dan be­taal je en je krijgt het bon­net­je en dan zeg jij (of de kas­sier) te­gen de man ach­ter de toon­bank wat je wilt heb­ben en je geeft hem dan het bon­net­je.
 
Turkije
Ook in Turkije wer­ken er veel men­sen in res­tau­rants, maar de (ver­bor­gen) werk­loos­heid is toch min­der, denk ik, dan in Sy­rië.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Inflatie

Syrië
De inflatie is groot. Een Sy­risch pond (Lira Soe­riyya) is U$ 0,0238 of­te­wel 1 dollar is £. 42. Eén gulden is £. 24,75.
 
Turkije
De waarde van de Tur­kse Lira (TL.) is wei­nig: TL. 1.000 is een kwart­je (f. 0,247).

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Mensenrechten

Syrië
Zie Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990, Sy­rië.
 
Turkije
Zie Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990, Tur­kije.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Paspoorten en legitimatie

Syrië
Het verkrijgen van een pas­poort is een voor­recht, maar dat wil niet zeg­gen dat je ook zo­maar naar het bui­ten­land kunt rei­zen. Eerst moet je je dienst­plicht van twee­ën­half jaar (voor ieder­een ver­plicht, be­hal­ve de eni­ge zoon in een ge­zin) ver­vuld heb­ben. Voor het rei­zen naar het bui­ten­land moe­ten een aan­tal pro­ce­du­res af­ge­legd wor­den. (Vol­gens J. in Alep­po.)
Zelfs het reizen in het bin­nen­land kan niet zon­der le­gi­ti­ma­tie­be­wijs.*(2) Ik moest iedere keer mijn pas­poort to­nen (be­hal­ve in Ha­ma) als ik kaart­je wil­de ko­pen. Bo­ven­dien con­tro­leer­de de po­li­tie op het sta­tion van Alep­po (30 juli jl.) twee keer de le­gi­ti­ma­tie­be­wij­zen van mij en de me­de­pas­sa­giers. De bus van Deir al-Zor naar Da­mas­cus op 2 au­gus­tus jl. werd drie keer voor po­li­tie­con­tro­le (op de split­sing der we­gen) aan­ge­hou­den.
 
Turkije
Volgens SK. in An­tak­ya zijn er in Tur­kije twee soor­ten pas­poor­ten: groene en blauwe. Een van de twee soor­ten is voor ieder­een en dus waar­de­loos. De an­de­re is al­leen voor over­heids­func­tio­na­ris­sen en die kun­nen dus naar het bui­ten­land rei­zen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Media

Syrië
Ik heb in Syrië geen krant ge­kocht, noch ge­le­zen. Re­ge­rings­pro­pa­gan­da wil­de ik niet le­zen. al-Hayat [Het leven, een dag­blad uit­ge­ge­ven in Lon­den] hing ook aan de lijnt­jes, waar de kran­ten aan hin­gen. Was dit de ech­te of een Sy­rische imi­ta­tie, vraag ik me nu pas (1-9-92) af. In Sy­rië dacht ik dat het een spe­cia­le Sy­rië-edi­tie was, maar ik heb het niet ge­con­tro­leerd.
Op 14 augustus jl. las ik in An­tak­ya in Tur­kije de Sy­rische kran­ten al-Thaw­ra [de Re­vo­lu­tie] en Tish­rien [Ok­to­ber] bei­de van 6 au­gus­tus ’92, die al­le twee al­le hoofd­ar­ti­ke­len met pre­cies de­zel­fde woor­den weer­ga­ven. De kop­pen ver­schil­den een beet­je.
Buitenlandse kran­ten wa­ren in Sy­rië niet te koop. Ik heb niet echt ge­zocht, maar men heeft mij dat ook ver­teld. Al­leen bui­ten­land­se week­bla­den als ‘News­week‘ was ver­krijg­baar. Van Fran­se toe­ris­ten hoor­de ik dat dag­blad ‘Le Mon­de‘ ver­krijg­baar was, maar de po­li­tiek ge­voe­li­ge blad­zij­den wa­ren er uit­ge­scheurd.
De televisie prijst het le­ger uren­lang. Dat zag ik op 1 augustus jl. Ver­der slap­pe ko­me­dies.
Volgens de ‘communist‘ in Da­mas­cus (5 augustus jl.) wa­ren er maar drie be­lang­rij­ke din­gen in het le­ven van de mens: brood, seks en vrij­heid
Over brood hoeven we het niet te heb­ben, dat is zo­wel in Sy­rië als in Tur­kije in rui­me ma­te voor­han­den en ook goed­koop.
Zonder nieuws van de bui­ten­we­reld zou ik het daar niet lang kun­nen uit­hou­den.
 
Turkije
Volgens mijn zegslieden: stu­dent in de trein naar An­ka­ra (21 juli jl.) en Duits-Turk­se vrouw in An­tak­ya (24 juli jl.) stelt de be­richt­ge­ving over po­li­tiek, in Tur­kije niets voor. Po­li­tiek wordt niet se­rieus be­na­derd of met een sek­sue­le on­der­toon. Al­leen maar be­rich­ten over de groots­heid van Tur­kije en con­stant ver­nieu­win­gen, die op po­li­tiek ge­bied ove­ri­gens niet uit­ge­voerd wor­den.
Tv heb ik er nau­we­lijks ge­ke­ken.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Vrijheid

Syrië
Syrië: lees dit dagboekverslag, lees ook het verslag ‘Land in een verstikkende houdgreep‘ in SUM, september 1992 en het rapport van Amnesty International Report 1990: Sy­rië.
MG. in Damascus en an­de­ren be­dach­ten na­men als ‘Dis­ney­land’ (Is­raël) en Mi­chel Pla­ti­ni (Hafiz al-Asad) om vrij te kun­nen spre­ken over an­ders dan nor­male (wat is nor­maal in zo’n land?) za­ken.
J. in Aleppo ver­tel­de over een oom die tien jaar ge­le­den gear­res­teerd was en waar­van men sinds­dien niets meer ver­no­men had.
 
Turkije
In Turkije is de vrij­heid is gro­ter dan in Sy­rië, maar lees toch Amnesty International Report 1990: Tur­kije.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Godsdienst

Syrië
Het kritiek­loos ge­lo­ven in de vol­le­di­ge waar­heid van de ko­ran was me op de Uni­ver­si­teit Lei­den ver­teld. Toch was ik ver­bijs­terd toen ik con­sta­teer­de dat de soep wél zo heet ge­ge­ten wordt als die wordt op­ge­diend.
De mensen die ik sprak ge­lo­ven zeer se­rieus en zon­der spoor­tje van twij­fel in de waar­heid van de ko­ran.
Kritiekloos ver­tel­den ze mij (wat hen ook ver­teld was) dat de ko­ran al­leen maar waar­heid be­vat en dat al­les wat er­in staat ook nog op al­le tij­den, dus ook de­ze tijd, toe­pas­baar is.
 
Turkije
Jongeren in Istanbul ver­tel­den mij dat je zon­der pro­ble­men atheïst kunt zijn in Tur­kije, maar je mag niet aan de leer van de stich­ter van de staat, Mus­ta­fa Ke­mal Ata­türk, twij­fe­len.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Seks

Syrië
Ik ben naar Syrië ge­gaan om mijn Ara­bisch in de prak­tijk te toet­sen. (Ma­rok­ko be­hoorde niet tot de mo­ge­lijk­he­den, om­dat het Ma­rok­kaans dia­lect / Ara­bisch sterk af­wijkt van het Ara­bisch dat el­ders ge­spro­ken wordt.)
Dat wat de Syriërs van een wes­ter­ling wil­len we­ten is voor hen in­te­res­sant, maar voor de wes­ter­ling niet, want hun vra­gen gaan al­tijd over de­zelf­de on­der­wer­pen: vrou­wen, kin­de­ren, geld en gods­dienst. Ik had geen ken­nis ge­noeg van de Ara­bische taal, om over an­de­re din­gen te spre­ken, dus kreeg ik op den duur een he­kel om met men­sen Ara­bisch te pra­ten.
Seks en dus, vrou­wen, is een pro­bleem. Man­nen zijn met niets an­ders be­zig. Elke wes­ter­se vrouw moet ‘ge­pakt’ kun­nen wor­den.
J. in Aleppo wilde met A. en T. sa­men rei­zen naar de ‘rest’ van Sy­rië om een sek­sue­le re­la­tie met A. te heb­ben, zei hij te­gen mij. Ik ge­loof niet dat hij dat te­gen A. ge­zegd heeft. Zij wim­pel­de hem af, ver­tel­de hij mij ook. Vol­gens hem ko­men al­le vrou­wen uit het wes­ten om met Ara­bische man­nen te neu­ken.
Ik zeg tegen J. dat de­ze in­druk ont­staat uit wes­ter­se films, die slechts an­der­half of hoog­uit twee uur du­ren, maar het ver­haal strekt zich soms uit over een maand of zelfs een jaar. (En, vol­gens XX. be­vat­ten on­ze films ook ex­pli­ciet of im­pli­ciet uit­ge­druk­te co­des, die ie­der van ons be­grijpt, maar voor men­sen uit een an­de­re cul­tuur niet te be­grij­pen zijn en / of on­op­ge­merkt blij­ven.)
Ik zeg tegen J. dat meis­jes die een Ara­bische vrij­er wil­len, over het al­ge­meen in uit­gaans­cen­tra, zoals de kust, zul­len zoe­ken en geen moei­za­me toch­ten langs cul­tu­re­le en ar­cheo­lo­gische be­ziens­waar­dig­he­den zul­len on­der­ne­men.
Naast seks is het al of niet heb­ben van een vrouw erg be­lang­rijk. On­ge­huwd is on­be­grij­pe­lijk. Ze­ker op mijn leef­tijd. En ook geen kin­de­ren, nog on­be­grij­pe­lij­ker. Zelfs één kind is nog te wei­nig, heb ik ge­merkt.
J. vroeg me in het res­tau­rant iets over mijn le­ven. Ik zei, tot zijn schrik en hi­la­ri­teit van A.: “Ik weet niet meer wat ik je ver­teld heb, maar ik zal je nu de waar­heid ver­tel­len.” Dat deed ik dus, in­clu­sief een klein leu­gen­tje, dat ik in Ne­der­land wel een vrien­din heb. (Ik ge­loof dat ik dat gezegd heb.)
 
Turkije
In Turkije is de si­tua­tie het­zelf­de. Het voort­du­rend ver­tel­len over mijn samen­le­vings­vorm hing me al spoe­dig de keel uit. Ik heb tien­tal­len ver­hal­en ver­teld. Ik was 31 of 26 of 41. Ik had een vrien­din, een / geen vrouw. Geen kind of een kind. Mijn vrouw / vrien­din was thuis, in het ho­tel, enzovoorts. Nooit was het goed.
Maar in Tur­kije is pros­ti­tu­tie le­gaal en door de over­heid ge­con­tro­leerd. (Wat houdt dat in?)
In Antakya is een por­no­bios­coop. Meis­jes mo­gen niet naar bin­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Helpen

Syrië / Turkije
Verder is het in bei­de lan­den zo, dat als je iemand iets vraagt, het vol­ko­men on­dui­de­lijk is of hij je wil hel­pen of niet. Soms hel­pen ze al­weer een vol­gen­de, soms zijn ze nog met je be­zig. Soms lo­pen ze weg om je wat te wij­zen. Soms lo­pen ze weg om iemand an­ders te hel­pen. De bij­be­ho­ren­de co­de en / of het ge­baar heb ik niet kun­nen ont­dek­ken.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Voordringen

Syrië / Turkije.
Zowel in Turkije als in Sy­rië drin­gen de men­sen voor om aan de beurt te ko­men bij lo­ket­ten en ba­lies. Als je dat niet doet kom je niet aan de beurt.
Ik zie dit drin­gen als sym­bool voor hun sa­men­le­ving. (Hoe­wel het mo­ge­lijk ook een ge­volg is van hun sa­men­le­ving.) Als je op je beurt wacht, kom je nooit aan de beurt. Je moet con­stant vech­ten voor je beurt, je plaats (ook in de maat­schap­pij), voor je rech­ten, voor je brood. Je moet vech­ten voor je le­ven, om te over­le­ven. Het le­ven is er hard. Het heeft wel wat. Als je goed ter been bent en wel­be­spraakt, dan is het een uit­da­ging, maar als je niet tot die groep be­hoort en ook geen geld hebt …

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Verkeer en lawaai

Syrië / Turkije
Zoals ik ook schreef bij het ‘drin­gen voor lo­ket­ten’ zijn de ge­drags­re­gels hier no­gal af­wij­kend van het wes­ten.
In Boe­da­pest wach­ten de voet­gan­gers net­jes voor de ver­keers­lich­ten tot­dat die groen wor­den, dat doen ook de auto­mo­bi­lis­ten.
In Turkije probeert ieder­een zo snel mo­ge­lijk aan de over­kant te ko­men, of de voet­gan­gers­lich­ten nu groen of rood zijn.
Auto’s rij­den zo­ver door dat voet­gan­gers­over­steek­plaat­sen vol­le­dig ge­blok­keerd zijn.
In Syrië zijn met uit­zon­de­ring van Da­mas­cus en Alep­po geen voet­gan­gers­lich­ten. Ver­der rijdt iedere auto erg hard.
In Syrië en Turkije steek je over op ei­gen ri­si­co. Er is geen en­ke­le au­to [au­to­mo­bi­list!] die een voet­gan­ger voor laat gaan.
Alles op wie­len, zelfs fiet­sen en kar­ret­jes schijnt voor­rang te heb­ben op voet­gan­gers. Ook hier geldt het prin­ci­pe van drin­gen. Je moet drin­gen om aan de over­kant te ko­men. Dring je niet, dan kom je er niet.
Dit zijn mis­schien luxe­pro­blemen van een ver­wen­de wes­ter­ling, die boven­dien lang­zaam gek wordt van het voort­du­ren­de la­waai van auto­ge­toe­ter en an­der ge­raas. Een idi­oot ra­zend ver­keer en er is ner­gens (met uit­zon­de­ring van in de mos­kee en de bin­nen­plaats van het ho­tel) een rus­tig, stil plek­je te vin­den.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Keelschrapen

Syrië / Turkije
De mensen schra­pen hier vaak en zeer luid (hoor­baar) hun keel en kot­sen op de meest ‘on­mo­ge­lij­ke’ plaat­sen. Daar kan ik maar moei­lijk aan wen­nen, hoe­wel ik dat fe­no­meen al ken­de van mijn va­kan­tie in Por­tu­gal waar ik in au­gus­tus 1983 was.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Electriciteitsuitval

Syrië
In heel Syrië valt één keer per dag de elek­tri­ci­teit een paar uur per dag uit. In ver­schil­len­de plaat­sen op ver­schil­len­de tijd­stip­pen, om­dat ze niet ge­noeg kun­nen pro­du­ce­ren. Als ze er niet meer pro­du­ce­ren zal het al­leen maar er­ger wor­den.
In computerwinkels kun je ap­pa­ra­tuur ko­pen om de 220V net­span­ning te sta­bi­li­se­ren. Veel win­kels heb­ben een eigen ge­ne­ra­tor.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Rommel

Syrië
Syrië / Turkije. Om­dat de over­heid niet veel voor de bur­ger doet, doet de bur­ger ook niets (vrij­wil­lig) voor de over­heid. Ge­volg: over­al een enor­me rot­zooi en ver­vui­ling.
Zelfs als pu­blie­ke wer­ken een straat open­breekt ziet het er­uit als een bom­krater. (Deir al-Zor en Da­mas­cus.)
In West-Da­mas­cus (al-Mazza) was er een mo­der­ne scho­ne woonwijk.
 
Turkije
In Istanbul kon ik zien dat de over­heid moei­te deed om het stads­beeld te mo­der­ni­se­ren.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Natuurschoon?

Syrië
Vele Syriërs vonden dat ik naar La­ta­kia moest gaan, naar zee. Daar was het heel mooi, zei­den ze.
Omdat ik al van me­de­stu­den­ten en an­de­re toe­ris­ten had ge­hoord dat het een gro­te af­val­berg is, hield ik al­tijd de boot af met de me­de­de­ling dat ik in Ne­der­land slechts acht ki­lo­meter van de zee woon, dus geen zee meer hoef te zien.
Sy­riërs die nooit een an­der strand za­gen dan hun ei­gen strand, ge­loven dat dat zo hoort: dat af­val, want bij hen om de hoek is dat ook zo: over­al ligt af­val. Wij, wes­ter­lin­gen, die scho­ne stran­den ge­wend zijn, vin­den een sme­rig strand on­aan­trek­ke­lijk.)
 
Turkije
In Cevlik (Turkije) heb ik aan SK. ge­vraagd of het strand uit zand of uit mod­der be­stond. Op cir­ca vijf­tig meter af­stand leek het een gro­te mod­der­zooi. Vol­gens hem was het zand.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Vroeg oud

Syrië / Turkije
Zowel in Syrië als in Turkije zien kin­de­ren, jon­gens en jon­ge­man­nen, er in hun jeugd (al vroeg) oud uit.
Komt dit door de voe­ding (of het ge­brek aan voe­ding), het op jeug­di­ge leef­tijd al hard wer­ken of / en de al­tijd he­te zon, of het har­de le­ven?
Ik zag de moeder van SK. in An­tak­ya: ’n oud vrouwt­je, maar zij was nog jon­ger dan dan ik. Ik ben 41 jaar.
Ik vind in beide lan­den de ou­de­re man­nen (hoe oud zijn die ou­de­re man­nen?) vaak knap­per dan de jon­ge­man­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Alleen op de wereld

Syrië
Ik heb geen geschik­te reis­maten ge­von­den, on­der­weg. Al­leen met C. (die ik heel aar­dig vond) uit Keulen en A. (uit Münster) zou ik wel ge­reisd wil­len heb­ben. (Jon­ge vrou­wen! Voor­na­me­lijk we­gens C.) Al­le an­de­ren had­den niet zo’n reis­rou­te als ik. Daar­om voelde ik me soms een­zaam. Ik kon nooit eens een keer te­gen iemand kla­gen over de enor­me rot­zooi in Sy­rië en Tur­kije. Een an­der na­deel is dat je al­le be­slis­sin­gen al­leen moet ne­men en dus ook wel eens dom­me din­gen doet, zoals de reis naar We­nen boe­ken per bus na twee sla­pe­lo­ze nach­ten en de daar­op vol­gen­de bij­na stom­me fout van de reis van bij­na dui­zend gul­den per Luft­han­sa naar Mün­chen met twin­tig ki­lo te zwa­re ba­ga­ge.
Met z’n twee­ën is al­tijd beter, ze­ker in si­tua­ties als die in Deir al-Zor, waar ik drin­gend hulp van een maat no­dig had. (31 juli jl.)
(Na dat on­ge­luk in Deir al-Zor heb ik bui­ten, op straat, al­tijd met ge­slo­ten schoe­nen ge­lo­pen, dat was veel vei­li­ger.)
Ik was alleen op reis ge­gaan, om­dat de kans dat ik Ara­bisch zou kun­nen spre­ken dan veel gro­ter is dan wan­neer ik met iemand an­ders was, dacht ik en daar­om was ik soms bang dat iemand zou zeg­gen: “Nou, ik wil wel mee.”
Er zijn veel heel mooie men­sen (m/v) in Sy­rië en Tur­kije, maar meer dan een op­per­vlak­kig con­tact zit er tij­dens zo’n va­kan­tie niet in.
Op gegeven moment wil­de ik weer eens ge­woon Ne­der­lands spre­ken. Ik begon dus sterk naar Ne­der­land te ver­lan­gen.
Het is onaangenaam warm in Sy­rië, veel te warm. Tus­sen 11.00 en 18.00 uur is het on­houd­baar warm: 40°C in de scha­duw zon­der een zucht­je wind.
Het voort­du­ren­de la­waai, het ge­toe­ter / claxo­ne­ren van au­to’s. Het is er geen mo­ment stil.
Toch bleef ik nog een tijd­je in Sy­rië want ik wist dat te­rug­keer einde van de ‘va­kan­tie-on­be­zorgd­heid’ be­te­ken­de en thuis weer sleur zou be­te­ke­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Voeding

Syrië
Waarom ben ik niet de ge­plan­de vier we­ken in Syrië ge­ble­ven, maar niet meer dan twee­ën­hal­ve week?
In Nederland ben ik ve­ge­ta­riër, in Sy­rië moest ik vlees eten, kip, om iets warms bin­nen te krij­gen en het eten is er over het al­ge­meen een­to­nig. Steeds weer het­zelf­de. (Als je er je ei­gen pot­je kunt ko­ken is het ze­ker, wat dit punt be­treft, wel uit te hou­den.)
Tijdens deze reis heb ik (mi­ne­raal-) wa­ter le­ren waar­de­ren. Kraan­wa­ter is niet te ver­trou­wen, al­thans, ik ver­trouw­de het niet.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Comfort

Syrië / Turkije
Na Budapest tot Edirne, heb ik geen war­me douche meer ge­had, met uit­zon­de­ring van in Deir al-Zor. In veel plaat­sen was er geen warm wa­ter. Ho­tel Ana­do­lu had op de eer­ste ver­die­ping wel warm wa­ter, ont­dek­te ik de laat­ste nacht dat ik er was. In Istanbul was het koud wa­ter let­ter­lijk adem­be­ne­mend. In al­le an­de­re plaat­sen was koud wa­ter een ge­not.
In Deir al-Zor, ho­tel Groot Ara­bië, had ik koud wa­ter wil­len heb­ben, maar er was al­leen maar warm wa­ter. (In de win­ter zal er al­leen maar koud wa­ter zijn, ver­moed ik.)

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Deir al-Zor

Syrië
In Deir al-Zor heb ik mooie no­ma­den, man­nen en vrou­wen, ge­zien.
Naar deze stad wil ik be­slist nog eens te­rug, in een voor­jaar en dan ver­der langs de Foe­raat [Euf­raat] in de rich­ting van Irak rei­zen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


*(1)
Ik geef de taxi­chauf­feur in Ne­der­land een fooi. In Tur­kije en Sy­rië, was ik nog­al zui­nig met fooi­en ge­ven aan die ar­me sloe­bers. Daar was ik bang een paar stui­vers te veel te be­ta­len, maar hier geef ik aan de re­de­lijk goed ver­die­nen­de taxi­chauf­feur zon­der veel om­haal een fooi van 50% van de rit­prijs. Ik zou me moe­ten scha­men, maar dat heb ik ner­gens ver­meld, dus dat zal ik ook wel niet ge­daan heb­ben.

Te­rug.

*(2)
In Nederland hebben we een le­gi­ti­ma­tie­be­wijs sinds 2005, ver­plicht van­af de 14-ja­ri­ge leef­tijd.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Istan­bul:
GM., Wi.

Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Deir al-Zor:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eu­fraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
BW.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

17 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7506) Ik over­nacht­te in het Ana­do­lu-ho­tel in een slaap­zaal (dor­mi­to­ry). – Ik boek voor mor­gen een vlucht van Istan­bul naar Am­ster­dam. – Ik spreek met en­ke­le jon­ge Tur­ken over de (po­li­tie­ke) si­tua­tie in Tur­kije. – Een Ier legt me uit wat er in Am­ster­dam al­le­maal kan. – Ko­men­de nacht slaap ik over­dekt, op het dak­ter­ras. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.

MenuIndex en het einde.

Eer­ste ge­sprekTwee­de ge­sprekHotel.

Maandag, 17 augustus 1992.
Istanbul.
Op 7.00 uur.
De hotelstaf is zoals ge­woon­lijk, on­vrien­de­lijk en com­man­de­rend.
Na douche, ontbijt: toast met kaas en thee voor TL. 8.000.
Naar reisbureau Highlander. Ik boek voor f. 510,00 een vlucht naar Am­ster­dam. (Salz­burg of We­nen is na­tuur­lijk goed­koper.) (Van­uit We­nen moet ik dan nog een kaar­tje naar Salz­burg ne­men. [Van­uit Salz­burg heb ik nog een gel­dig reis­bil­jet naar Ne­der­land.])
Ik betaal TL. 1.135.000 plus US$ 150 plus TL. 30.000 voor ver­voer naar de lucht­ha­ven. (f. 259 plus circa f. 240: f. 499,00 voor de vlucht.)
Ik vlieg met Sultan Air. Hoofd­kan­toor: Maas­tricht Air­port.
In hotel Anadolu blijf ik nog een nacht, want de an­de­re ho­tels zijn vol. Voor een bed op het dak, maar wel on­der­dak (bin­nen dus, in de gang naar het dak) TL. 25.000.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Eerste gesprek

Van 10.30 tot 14.15 uur: Sul­tan Ah­met. Twee Turk­se jon­gens, een knap­pe stu­dent van Istan­bul Uni­ver­si­teit (eco­no­mie) en de an­der, een stu­dent eco­no­mie mid­del­ba­re school, be­gin­nen een praat­je met me.
We vertellen wat en ik zeg dat ik erg van de Ara­bische en ook Tur­kse klas­sie­ke mu­ziek hou, maar dat ik niet zo van de mu­ziek van Bü­lent Er­soy*(1) hou.
Hij vertelt me dat die na zijn sekse­ver­an­de­ring tot voor en­ke­le ja­ren niet meer mocht op­tre­den.
“Waarom niet?”
De regering waakt over de mo­raal. Als kin­de­ren dat zien stel­len ze vra­gen en wat moe­ten ou­ders dan zeg­gen?
“En wat dan met die naak­te vrou­wen in de kran­ten?”
“De kinderen kun­nen dat niet lezen.”
“Maar zien wel.”
“Ze begrij­pen het niet.”
“En wat met die por­no­films die in An­tak­ya in de bios­coop draai­en?”
“Wel, dat is ver­bo­den, maar de re­ge­ring kan daar niet te­gen op­tre­den. Dat is zo ver weg van An­ka­ra, dat ligt bui­ten de macht van de re­ge­ring.”
(Zo lust ik er nog wel een, in de­ze po­li­tie­staat.)
Dan wil hij weten wat ik denk dat de pro­ble­men van Tur­kije zijn. Daar wil ik niet op in­gaan. Ik pro­beer een Sy­rische uit­vlucht: “Is over po­li­tiek pra­ten niet erg ge­vaar­lijk?”, maar dat zet geen zo­den aan de dijk. Vol­gens hem is het niet ge­vaar­lijk om over po­li­tiek te pra­ten.
Ik probeer nog wat: “Ik spreek en lees geen Turks. Ik kan je al­leen ver­tel­len wat an­de­ren mij ver­tel­den.”
Hij zegt: “Ik sprak een ou­der echt­paar, die in In­dia wa­ren ge­weest. Een In­diër had de vrouw ge­vraagd wat zij dacht dat de pro­ble­men van In­dia waren. Nu vraag ik jou: wat zijn vol­gens jou de pro­ble­men van Tur­kije?”
Ja, nu moest ik er­aan ge­lo­ven.
“Volgens mij heb­ben jul­lie een gro­te in­fla­tie door een te groot le­ger.” (Vol­gens hem slechts ‘zes­hon­derd­dui­zend’ man (in oor­logs­tijd het dub­be­le)).
Een te korte tijd voor on­der­wijs. (Vol­gens hem wordt dat vol­gend jaar van vijf naar acht jaar ge­bracht.) (Hoe wil­len ze dat rea­li­se­ren?)
Ik vertel over wat ik ge­hoord heb over de kran­ten.
Hij vindt dat ik me he­le­maal ba­seer op in­for­ma­tie van an­de­ren. Daar moet ik hem ge­lijk in ge­ven.
Hij vraagt of ik Tur­kije een de­mo­cra­tie vind.
Ik heb mijn twij­fels (ge­ba­seerd op de me­ning van an­de­ren).
Hij is kwaad en vraagt of ik de de­mo­cra­tie van de USA een de­mo­cra­tie vind. Ook over de Ame­ri­kaan­se de­mo­cra­tie heb ik mijn twij­fels.
Nu, Turkije heeft een de­mo­cra­tie vol­gens het Ame­ri­kaan­se sys­teem.
Ze gaan weg. Dit was voor mij een hoogst on­be­vre­di­gend ge­sprek. Wat weet ik van Tur­kije?

MenuBe­ginIndex en het einde.

Twee­de ge­sprek

Ik geniet van man­nen en vrou­wen.
Na een uurtje komt een jon­ge­man van wie ik het ge­voel heb dat hij met op­zet komt. Hij gaat op de bank naast me zit­ten. Eet een ba­naan, staat plot­se­ling op en roept iemand en be­groet de uni­ver­si­tai­re stu­dent van daar straks. Die doet als­of hij me niet ziet. Na een mi­nuut of vijf spreekt de nieuw­ko­mer die A. blijkt te he­ten, me aan.
Na een inleidend praat­je wordt het ge­sprek se­rieu­zer. Hij stu­deert En­gels (An­ka­ra Uni­ver­si­teit) en ik vraag hem wat hij er­mee wil. Hij wil ver­ta­ler wor­den en ze­ker geen le­raar, want daar is niets mee te ver­die­nen. Om­dat hij het al over Allahs goed­heid had ge­had, wijs ik hem er­op dat hij van Allah de ga­ve en de kans heeft ge­kre­gen om te stu­de­ren, waar­om hij dan niet Allah een dienst be­wijst en an­de­re leer­lin­gen ook een kans geeft En­gels te le­ren van een goe­de le­raar en niet van een slech­te (want slecht be­taal­de ba­nen trek­ken over het al­ge­meen slech­te leer­krach­ten) en nu eens niet ach­ter het gro­te geld aan jaagt.
Hij is het eerst niet met mij eens, la­ter een beet­je en nog la­ter zegt hij dat hij mij niet ver­tel­de wat hij met het gro­te geld zou doen: na­me­lijk een school stich­ten.
Nu de economiestudent zich ook met het ge­sprek be­moeit ko­men we weer op de de­mo­cra­tie en nu ko­men ze zelf tot de con­clu­sie dat de de­mo­cra­tie in Tur­kije niets voor­stelt!
De student Engels meent dat is­lam de bes­te de­mo­cra­tie is: als je iets meer hebt dan een an­der, dan moet je dat met een an­der de­len.
Ik zeg dat hij iets meer kan­sen heeft om te le­ren, dus dan moet hij die maar de­len met an­de­ren en an­de­ren En­gels le­ren. Hij luis­tert eerst niet naar me. Hij geeft daar­na toe am­bi­tieus te zijn en komt dan met zijn (hier­voor be­schre­ven) school-stich­tings­plan op de prop­pen.
De economiestudent vindt dat de­mo­cra­tie niet al­tijd kan, want waar twee man­nen met el­kaar kun­nen trou­wen, daar deugt het niet en daar komt maar Aids van.
Ik wijs hem op Afrika waar Aids door he­te­ro­sek­su­ele re­la­ties komt.
“Maar dat is Afrika.”, zegt hij.
A. houdt ook mij op het juis­te on­der­werp, want an­ders was ik ook in de Aids-dis­cus­sie af­ge­gle­den.
“Praten we over Aids of over de­mo­cra­tie?”, vraag ik, na­dat ik zijn af­keu­rend ge­mom­pel op de op­mer­king van de eco­no­mie­stu­dent had ge­hoord.
Volgens hem bestaat geen echte de­mo­cratie. Ik zeg dat ook in een de­mo­cra­tie niet al­les 100% in or­de is, maar hun ge­brek aan er­va­ring met een ech­te de­mo­cra­tie geeft hen een ver­te­kend beeld over de­mo­cra­tie.
A. zegt dat je in Tur­kije rus­tig kunt zeg­gen dat je geen mos­lim meer bent en niet meer in God ge­looft, maar je mag niet zeg­gen dat je niet meer in Mus­ta­fa Kemal Ata­türk*(2) ge­looft.
A. werkt in de zomer­maan­den als ta­pijt­ver­ko­per in de ba­zaar ach­ter de Blau­we Mos­kee.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Hotel

In het hotel heb ik een uren­lang ge­sprek met een Ier die in Glas­gow stu­deert (wat ook al weer?) Zijn moe­der werkt in Brus­sel bij de EG. Hij komt veel in Am­ster­dam voor drugs en we spre­ken veel over de ‘stuf’, waar ik bij­na niets van­af weet en hij heel veel.
Voor US$ 50(!) gaat hij met de bus naar We­nen, mor­gen­avond en ik licht hem voor over mijn er­va­rin­gen. [15-08-92.] Ik geef hem die 17 Lev, die ik voor mijn va­kan­tie van NB. ge­kre­gen had. (Bul­gaar­se Lev: “Wat zijn die waard?” Ik weet het niet.)
Verder vertellen met een Frans­man uit Nice, die in Pa­rijs voor Al­ca­tel aan te­le­foon­cen­tra­les werk­te. We ver­tel­len over te­le­foon­cen­tra­les*(3) en is­lam.
Het uitzicht uit het ho­tel van­af het dak op Aya So­fia en Gou­den Hoorn is fan­tas­tisch.
Volgens de Ier mag ik maar twin­tig ki­lo in het vlieg­tuig mee­ne­men, dus sor­teer ik al­les wat ik wil hou­den en even­tu­eel kan weg­gooi­en, want ie­de­re ki­lo over­ge­wicht is f. 50,00 boe­te. (Vol­gens hem.)
Zo gooi ik weg: la­ken­zak, de broek die ik in Alep­po kocht (op 29-7-92), de san­da­len die ik in Deir al-Zor kocht op 31-7-92, de gym­pies die ik in Istan­bul kocht op 17-7-92 gooi­de ik al in Alep­po op 30-7-92 weg, want ik droeg de ro­de gym­pies (de Ne­der­land­se) zon­der sok­ken en zon­der pro­ble­men.)
Ik laat nog wat prul­la­ria ach­ter in de ho­tel­ka­mer in Istan­bul.
Bed 00.00 uur.
Weer: ’s Avonds lekker fris.

MenuBe­ginIndex en het einde.


*(1)
Bülent Ersoy (Wi.) Turk­se zan­ge­res, die als man ge­bo­ren werd.

Te­rug.

*(2)
Mustafa Kemal Atatürk: (Wi.) Turk­se le­ger­of­fi­cier, schrij­ver, po­li­ti­cus en grond­leg­ger van de re­pu­bliek Tur­kije, waar­van hij de eer­ste pre­si­dent was.

Te­rug.

*(3)
Ik werkte van medio 1966 tot begin 1990 bij PTT-Te­le­com en van­af au­gus­tus 1978 aan / met (be­drijfs-­)te­le­foon­cen­tra­les bij de af­de­ling PHTF, van het ge­noem­de Staats­be­drijf.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Istan­bul:
GM., Wi.

Ho­tel Ana­do­lu:
GM., Web.
Sul­tan Ah­met:
GM., Wi.

In de tekst ge­noemd.

Blauwe mos­kee:
GM., Wi.
Aya So­fia:
GM., Wi.
Gou­den Hoorn:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

16 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7505) Gis­teren was ik in een lijn­bus op weg naar Salz­burg, maar ik stap­te in Edir­ne uit en over­nacht­te daar in een ho­tel. Van­daag keer ik met een an­de­re lijn­bus te­rug naar Istan­bul. In die bus zit­ten on­der an­de­re Rus­sische vrou­wen die als pros­ti­tuees die in Tur­kije ‘aan de slag’ wil­len. – Ik ga naar de lucht­haven en wil on­mid­del­lijk rich­ting huis vlie­gen, maar ik rea­li­seer me op tijd dat dit een te du­re op­los­sing is. Ik ga eerst in de stad om daar nog eens een nacht­je over sla­pen.

MenuIndex en het einde.

Zondag, 16 augustus 1992.
Edirne – Istanbul.
Wakker 7.00 uur. Op rond 8.30 uur.
Ontbijt, maar de be­rei­ding is traag. Een beet­je ver­tel­len met een Duits-Turk­se fa­mi­lie. De Duit­se Turk re­gelt dat er een bus komt, om 10.00 uur, die me bij het ho­tel zal op­pik­ken.
Circa 10.15 uur rijdt een bus lang­zaam langs en toe­tert. Nie­mand rea­geert. (De Duit­se Turk is al weg.)
Als ik opsta en de re­cep­tie vraag, zeg­gen ze: “Your bus.”, maar dan heeft de chauf­feur al gas ge­ge­ven en zwaai­en heeft dan geen zin meer. Het in­te­res­seert de re­cep­tie geen fluit. Ze staan wat te lach­en*.
Er staat een bus die naar Istan­bul gaat en ik vraag of ik mee mag. Dat mag voor TL. 70.000 en dat doe ik dan maar.
Drieënhalf uur duurt de rit en ik ver­tel lang met een jon­ge­man die han­delt en goed En­gels spreekt. Hij weet ook wat er mis is met Tur­kije. Dat de kran­ten zo slecht zijn en dat het on­der­wijs met vijf jaar ver­plich­ting veel te kort is en niets voor­stelt.
In de bus zit­ten en­ke­le Rus­sische vrou­wen, van wie drie knap­pe die naar Tur­kije ko­men om in de pros­ti­tu­tie te wer­ken. (Die hier le­gaal is.) Eén vrouw zelfs uit Oez­be­ki­stan, die 6.000 ki­lo­me­ter reis­de naar Tur­kije. Vol­gens mijn zegs­man is rei­zen via Oost-Tur­kije wel kor­ter, maar duur­der en ge­vaar­lij­ker.
Als ik begrijp dat de bus in de buurt van de lucht­ha­ven zal ko­men, vraag ik of het mo­ge­lijk is dat de bus daar stopt. Hij zegt dat hij dat kan vra­gen en be­gint dan te pra­ten over dien­sten die geld kos­ten en dat mensen niets voor niets doen. Dat is zeer ver­war­rend voor mij.
Eerst denk ik: ‘Ik betaal je niet.’
Hij vertelt ook dat de ta­xi van Istan­bul naar de lucht­haven erg duur is.
Dan vraag ik hem hoe­veel hij voor zijn dienst wil heb­ben, maar hij be­grijpt me niet, waar­op ik hem zon­der om­haal vraag hoe­veel geld hij van mij wil om het de chauf­feur te vra­gen. Hij rea­geert ver­ont­waar­digd en ik moet wat leu­gens ver­tel­len ( “Tij­dens mijn hele reis wil­den men­sen al­les be­taald heb­ben“, wat niet waar is), om het weer recht te trek­ken.
De bus rijdt niet langs de lucht­haven.
In Istanbul wijst hij me zelfs het bus­sta­tion, maar ik neem een ta­xi. TL. 45.000 naar de lucht­haven.
Ik loop wat rond en be­sluit een ticket te ko­pen van de Luft­han­sa naar Mün­chen. Het toestel ver­trekt over drie kwar­tier.
Als ik voor het bank­lo­ket sta om $ 545 met ne­gen Tra­vel­ler­che­ques op te ne­men rea­li­seer ik me, in de tijd die ik moet wach­ten voor de En­gel­sen die nog maar een Tra­vel­ler­che­que meer wil­len in­wis­se­len en die even moe­ten zoe­ken, dat het wel erg veel geld is, te­meer daar een trein­kaart­je Istan­bul-Mün­chen maar TL. 1.350.000 kost. [Cir­ca f. 337,50]
Ik zeg tegen Luft­han­sa dat ik geen geld ge­noeg heb. “Geen pro­bleem.”
Ik besluit naar het trein­sta­tion te gaan en met gi­ro­be­taal­kaar­ten neem ik TL. 1.500.000 op. [Cir­ca f. 375.]
Met een taxi wil ik naar sta­tion Sir­ke­ci, maar on­der­weg be­sluit ik naar het Ana­do­lu-ho­tel te gaan. Taxi: TL. 58.000. (In­clu­sief TL. 8.000 fooi.)
Hotel dormitory [slaap­zaal] TL. 50.000. (Met twee leu­ke En­gel­se meis­jes op de ka­mer.)
Ik neem een douche.
Vertellen met de meis­jes.
In de stad eten en drin­ken.
Reisbureau: een vlucht naar Am­ster­dam kost 410 of 510 gulden.
In het park Sultan Ahmet, een paar uur.
Bed 11.00 uur. (23.00 uur) De meis­jes (knap) zijn er al.
Weer: ’s morgens lekker. ’s Mid­dags heet. Op de lucht­ha­ven, air­con­di­tio­ning, was het lek­ker.
Istanbul en dus ook hotel Ana­do­lu is meer toe­ris­tisch dan vier we­ken ge­le­den.


*
Dat ik de bus mis­te in Edir­ne, was toch voor­al mijn ei­gen schuld. Ik had na­tuur­lijk bui­ten moe­ten staan en niet bin­nen suf­fig zit­ten wach­ten tot­dat men mij per­soon­lijk zou mel­den dat het voor hen een eer was dat ik met hen mee wil­de rei­zen.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Turkije:
GM., Wi.
Edirne:
GM., Wi.
Istanbul:
GM., Wi.

Sta­tion Sir­ke­ci:
GM., Wi.
Ho­tel Ana­do­lu:
GM., Web.
Sultan Ahmet:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

15 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7504) Ik zit in een lijn­bus en ben on­der­weg naar Istan­bul. Ik slaap on­der­weg in mijn stoel en droom. Ik be­schrijf een nacht­mer­rie. – In Istan­bul, op Top­ka­pı Oto­gar boek ik me­teen voor het ver­volg van mijn reis naar Salz­burg. – In de stad zelf be­zoek ik een ham­mam (bad­huis). – De bus­rit rich­ting Salz­burg ver­loopt slecht en ik stap in Edir­ne uit en over­nacht daar een ho­tel. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 15 augustus 1992.
Ankara – Istanbul – Edir­ne.
Om 00.00 uur Ankara Oto­gar. Zo’n groot bus­sta­tion. In de­ze cha­os stap ik niet uit. De bus blijft maar even.
Er stappen nu wel twee knap­pe meis­jes en een knap­pe jon­gen in.
De weg na Ankara is in­druk­wek­kend, in het don­ker, maar ook erg slecht. Ik word op de­ze hob­be­lige weg steeds wak­ker ge­ram­meld, maar erg vind ik dat niet. Ik heb veel nacht­mer­ries. Een er­van kan ik me nog her­in­ne­ren: ik zit vast­ge­bon­den op een stoel en kan niets, maar dan ook niets van mijn li­chaam be­we­gen. De stoel wordt door iemand rond­ge­dra­gen en de­ze dreigt me met gro­te kracht te­gen een muur te smak­ken. Ik pro­beer met te ver­zet­ten, maar kan geen en­ke­le be­we­ging uit­voe­ren. Wak­ker wor­den is een op­luch­ting.
Om 04.00 de eerste stop na An­ka­ra, die ik be­merk. (Stop­ten we eer­der? Ik weet het niet.)
Toilet: hoef niet echt. Kan dus ook niet.
Om 07.08 uur: met grote snel­heid den­dert de bus over de twee­de Bos­po­rus­brug en zijn we in Euro­pa. (De Tur­ken zelf vin­den heel Tur­kije Euro­pa. De Oer­al ligt oos­te­lij­ker dan de oost­grens van Tur­kije en dus gun ik ze het voor­deel van de twij­fel. Wie be­paal­de wat Euro­pa is, waar en wan­neer? We­nen? 1815?)
Om 07.30 Topkapı Otogar / Ana­do­lu Oto­gar.
Ik wilde naar Euro­pa vlie­gen, maar de Ara­bisch spre­ken­de man in An­tak­ya zei dat zijn be­drijf ook voor $ 15 men­sen naar Boe­ka­rest trans­por­teer­de. Mis­schien, zo dacht ik, kan ik ook wel de bus naar Salz­burg ne­men. Van­daar af heb ik nog een trein­kaart­je naar de Ne­der­land­se grens.
Ik informeer bij ver­schil­len­de be­drij­ven naar de prijs Istan­bul-Salz­burg. Het is een gek­ken­huis, daar. Een re­kent $ 100, een an­der wat an­ders. Zij zijn kwaad dat ik niet di­rect boek. Een stel vrien­de­lij­ke men­sen doet het voor $ 85. (DM. 160.) Ik ga er­mee ak­koord.
Vertrek om 17.00 uur. (Ik be­taal $ 80 en TL. 40.000.)
Ik neem de dolmuş naar Ak­sa­ray en loop naar Sul­tan Ah­met. Ik wil en krijg, na lang zeu­ren, een douche in Ham­mam Nu­ri (?) in de buurt van Sul­tan Ah­met. (En vlak­bij de ba­zaar ach­ter de Blauwe Mos­kee.) Een leu­ke jon­gen tolkt in het En­gels. Mas­sa­ge kost TL. 50.000. Een­vou­dig bad TL. 25.0000. Ik heb niet meer dan TL. 15.000. De bad­mees­ter is kwaad. Ik neem mijn douche en ga weg. Nu zag ik toch een bad­huis van bin­nen.
Het baden gaat primitief. Geen douches. Rok­je aan­hou­den en wa­ter met schaalt­je (van plas­tic) over je heen gie­ten. Bin­nen is het heel warm en al­les is van mar­mer.
Op Sultan Ahmet wissel ik met een Ne­der­lan­der (Uit Lei­den, buurt van Ho­ge­woerd) US$ 2 voor TL. 10.000. Hier ver­die­nen ze f. 0,70 aan. (Hoe­wel?)
Ik wacht in de scha­duw van het park­je naast de ach­ter­kant van de Blauwe Mos­kee op de klok van 13.00 uur. Voor TL. 4.000 koop ik een hal­ve ki­lo (te du­re) drui­ven en loop de ki­lo­me­ters lan­ge weg te­rug in de zon (want vrees de af­slag te mis­sen) naar Ana­do­lu Oto­gar. De douche was voor niets, want ik ben nu weer klets­nat. Ik nam geen dol­muş want ik wil­de die TL. 1.500 spa­ren voor toi­let en wa­ter, on­der­weg naar Salz­burg. Ik had nog maar TL. 8.000.
Onderweg toilet: TL. 1.000. (Oto­gar toilet TL. 1.500.)

Otogar van 14.15 uur tot 17.30. Bus ver­trekt een half uur te laat. Al­le­maal Tur­ken. Slechts met en­ke­len kan ik en­ke­le woor­den Duits wis­se­len. Ik krijg niet de mij op het bil­jet toe­ge­we­zen stoel, maar een bij het raam. Pas als de bus vol is merk ik dat dit de slecht­ste plaats is. On­der de stoel voor mij zit de ra­dia­tor van de bus (de koe­ling) het ding stoot al­leen maar war­me lucht uit. Bo­ven­dien is hij zo groot dat ik mijn be­nen niet kan strek­ken. Moet ik zo der­tig uur rei­zen? Als de bus rijdt blijkt dat de air­con­di­tio­ning niet werkt. Het wa­ter loopt in stro­men van mijn ge­zicht. Het heeft geen zin het op te sop­pen, laat maar lo­pen. Tij­dens de vier uur du­ren­de rit in de he­te zon naar Edir­ne (200 km!) pro­beer ik te sla­pen, wat lukt. Op de stop­plaats blij­ven we veel lan­ger staan dan het ge­plan­de half uur. (Mijn ge­luk.) Van mijn laat­ste geld koop ik wa­ter, want in deze bus wordt geen wa­ter ver­strekt. De chauf­feur en zijn bij­zit re­pa­re­ren de bus. (Op de­ze tocht met een bus die ook nog niet in or­de is!)
Een Weense Turk zegt me dat bus wel tien uur aan de Bul­gaar­se grens kan staan. Een an­der zegt me dat het wel twee keer vier uur kan zijn aan bei­de gren­zen. Bo­ven­dien is het der­tig uur naar We­nen en 36 uur naar Salz­burg. (On­ge­veer, in­clu­sief of ex­clu­sief de wacht­tij­den aan de Bul­gaar­se grens? Ik weet het niet.) Ik kan de ge­dach­te er­aan al niet ver­dra­gen en in­for­meer in het ho­tel hoe­veel een ka­mer kost, maar ik heb niet ge­noeg dol­lars meer. Ik kan er niet met Tur­kse Li­ra be­ta­len en ook niet met Tra­vel­ler­che­ques. Ik her­in­ner me ge­luk­kig dat ik nog f. 100,00 bij me heb.
f. 46,00 kost de kamer, in­clu­sief ont­bijt en ik be­sluit er een te ne­men.
Ik licht de ‘kapitan’ in. Die wil me eerst drie le­ge zit­tin­gen ach­ter in de bus ge­ven, maar die had ik al ge­pro­beerd, on­der­weg, daar was het nog slech­ter. De stoel was niet ver­stel­baar. Daar werd je door­el­kaar ge­schud, daar was ook zo’n ver­war­mings­ele­ment en je zat op de mo­tor.
Hij zegt dat hij me geen geld kan te­rug­ge­ven. (Dat had ik wel ge­hoopt, maar niet ver­wacht.)
Ik neem mijn bagage, tot ver­ba­zing van mijn me­de­pas­sa­giers en stap het ho­tel bin­nen.
Ik wis­sel geld en krijg in het to­taal TL. 158.500. (Ik had nog TL. 1.000, dus heb ik TL. 159.500.)
De schade van deze rit Istanbul – Edirne be­draagt f. 213,50. Jam­mer, maar niets aan te doen.
In de bus voelde ik me ver­la­ten en ver­lo­ren. Ieder uur tel­de ik van die 36 uur af. Het schoot niet op en de ki­lo­me­ters wa­ren lan­ger dan ik dacht.
Vanaf het begin had ik me ge­ër­gerd. Zo vrien­de­lijk als ze op het kan­toor wa­ren, zo ruw waren ze met de ba­ga­ge. Mijn doos met boe­ken werd er­gens tus­sen ge­perst.
Jammer van het geld, maar ik was blij in het ho­tel in een mooie ka­mer te lig­gen. Er was geen wa­ter, maar dat deer­de me niet.
Na 23.00 was er wel wa­ter en nam ik een douche, op mijn ka­mer.
Bed 23.30 uur.
Doodmoe. Niet goed ge­sla­pen sinds de eer­ste nacht in Alep­po: 12-8-92 / 13-8-92.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Turkije:
GM., Wi.
Istanbul:
GM., Wi.
Edirne:
GM., Wi.

Sultan Ahmet:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

14 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7503) Ik over­nacht­te in het Tou­rist-ho­tel in Alep­po in Sy­rië. Van­daag reis ik via An­tak­ya (Tur­kije) rich­ting Istan­bul, een tocht van 1.350 km. die nog geen ne­gen­en­der­tig gul­den kost! Ik ver­trek om 06.30 uur uit Alep­po en zal pas mor­gen­ochtend 07.30 uur in Istanbul zijn. Ik zit dus meer dan twin­tig uur in een lijn­bus. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.) – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.
(Tij­dens mijn reis hield ik een reis­dag­boek bij. Na­dat ik op 18 au­gus­tus thuis was ge­ko­men, be­gon ik met het op­schrij­ven van mijn we­der­waar­dig­he­den in mijn ei­gen­lij­ke dag­boek. In de tekst hier­be­ne­den staan af en toe te­rug­blik­ken op de­ze va­kan­tie, ge­daan van­af mijn bu­reau­stoel thuis.)

MenuIndex en het einde.

SmokkelwaarAntakyaBerg en dalJongeman.

Vrijdag, 14 augustus 1992.
Aleppo.
Wakker om circa 4.00 uur.
In de kamer is het smoor­heet hoe­wel ik de ven­ti­la­tor aan heb. Ik heb al­le ra­men dicht, want ik ben bang voor mug­gen. Nu zie ik pas dat in een deel van het raam geen glas zit. Dus daar kon­den die mug­gen toch naar bin­nen, als ze er ge­weest wa­ren.
Ik heb diar­ree en neem twee pil­len Imo­dium. Ik kan niet meer sla­pen en sta op om 4.15 uur.
Douche.
Eten.
Rugzak gereed maken.
Circa 6.00 uur bij het bus­sta­tion. Het is heer­lijk in Alep­po, koel en rus­tig.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Smok­kel­waar

De bus vertrekt om 6.30 uur pre­cies op tijd. Pas om 10.45 uur zijn we in het 100 km ver­der ge­le­gen An­tak­ya. De twee­kop­pi­ge be­man­ning heeft veel tijd no­dig met haar smok­kel­prak­tij­ken.
Aan de grens stouwt een van de twee mijn uit­ge­pak­te spul­len weer in mijn rug­zak, als­of zijn le­ven er­van af­hangt, maar aan de Turk­se zij­de heb­ben bei­de meer dan één uur no­dig om hun smok­kel­waar, voor­na­me­lijk whis­ky, in te la­den. Iedere pas­sa­gier (we zijn he­laas voor hen maar met z’n drie­ën) krijgt zes of ze­ven fles­sen whis­ky, zo­ge­naamd als per­soon­lij­ke ba­ga­ge. Was de bus vol ge­weest, dan …
Ik wissel £. 230 (f. 9,30) voor TL. 30.000. (f. 7,50) in de slij­te­rij. (Ik heb nu TL. 78.000. (f. 19,50.))
Vanaf de grens wordt eens af­ge­weken van het rech­te pad om de smok­kel­waar te le­ve­ren, ook voor de grens, om de spul­len op te ha­len.
Ik erger me groen en geel, mis­schien we­gens het ge­brek aan vol­doen­de nacht­rust, aan de­ze prak­tij­ken en vrees de bus naar Istan­bul (die om 11.00 ver­trekt) te mis­sen.
(Vol­gens Pa ver­die­nen die ar­me men­sen zo wat bij, met de­ze smok­kel. Wel­licht ja, maar kun­nen ze dan niet wat vrien­de­lij­ker zijn te­gen de pas­sa­giers?)

MenuBe­ginIndex en het einde.

An­tak­ya

In Antakya spreek ik nog wat Ara­bisch. Krijg een thee aan­ge­bo­den en ver­ge­lijk twee ver­schil­len­de Sy­rische kran­ten van 6 au­gus­tus 1992, die bei­de let­ter­lijk de­zel­fde ar­ti­ke­len heb­ben, on­der een klein beet­je van el­kaar af­wij­ken­de kop.
Ik heb tijd genoeg. De bus ver­trekt niet om 11.00 uur, maar om 13.00 uur en zal mor­gen­och­tend om 07.00 uur in Istan­bul zijn.
Ik had in Alep­po brood­jes (sand­wich­brood) ge­smeerd en eet er nu van. Ik drink 2x thee: TL. 2.000 en 2x toi­let: TL. 2.000.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Berg en dal

We vertrekken op tijd. Naast me zit een jon­ge­man met een pro­fe­ten­baard­je. Hij ziet er oud uit, maar mis­schien is hij niet de broer, maar de va­der van de jon­ge vrouw (mooi) die met haar moe­der voor me zit. Bei­den heb­ben een hoofd­doek­je en een pas­poort met Cy­ril­lische let­ters. (Rus­sen?)
In de bergen tussen An­tak­ya en Is­ken­de­run een prach­tig uit­zicht. (Net als op de heen­weg, trou­wens, op 24 juli jl., nu drie we­ken ge­le­den.)
In Antakya was het erg warm en on­be­wolkt. Voor Is­ken­de­run is het zwaar be­wolkt en het re­gent een poos­je.
Bij een pas­poort­con­tro­le on­der­weg wor­den de pas­sen van de twee Zwe­den (met wie ik niet meer dan tien woor­den wis­sel­de) en mij niet ge­con­tro­leerd. Van al­le an­de­re pas­sa­giers wel.
Na Adana (toilet, snel, want de bus blijft maar even. Ik hoef­de niet echt, maar vrees­de over­druk, want hoe lang duurt het voor de vol­gen­de stop?) klimt de bus in noor­de­lij­ke rich­ting fors om­hoog en heb­ben we een prach­tig uit­zicht. He­laas zit ik niet naast een raam. Het land­schap is als een ro­man­tisch schil­de­rij. Er zijn wol­ken, maar we zit­ten toch voor­na­me­lijk in de he­te zon. De air­con­di­tio­ning werkt per­fect. Het land­schap heeft ho­ge top­pen en die­pe da­len. De weg volgt een deel van de spoor­weg, dus ik heb er al een deel van ge­zien, uit een an­de­re hoek. Het berg­land­schap lijkt op het Cen­traal Mas­sief* in Frank­rijk. De weg op de berg­we­gen in Spanje, we­gens de ein­de­lo­ze ko­lon­nes vracht­wa­gens: in bei­de rich­tin­gen.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Jongeman

Een leuke jon­gen gaf me ei­kels en la­ter cola, die ik ei­gen­lijk niet wil, want dat is geen dorst­les­ser, maar een dorst­ver­oor­za­ker. De ei­kels at ik niet. (Ik dacht dat dat niet meer mag in Ne­der­land, maar ik was in de war met beu­ken­noot­jes.) La­ter gaf ik de jon­ge­man drui­ven. Te laat zag ik dat ik die tros al zelf half ‘af­ge­klo­ven’ had. Nou ja, de gro­te tros die ik nog over had wil­de ik hem niet ge­ven. Ik at één druif per hap droog brood om het naar be­ne­den te krij­gen. Nog la­ter geef ik hem een gro­te (zu­re) ap­pel.
De jongen was sexy, met krach­ti­ge be­nen. He­laas sprak hij niets an­ders dan Turks.
Om 19.00 uur rust, een half uur. (De rust­tij­den wor­den me in het Ara­bisch ver­teld, want een van de twee bij­rij­ders spreekt Ara­bisch.) (Er wa­ren ook twee chauf­feurs.) Op de­ze rust­plaats kocht ik de drui­ven en de ap­pels, waar ik hier­boven al van sprak.
Na het ver­trek wordt het lang­zaam don­ker en ik ge­niet van het kij­ken naar de krach­ti­ge be­nen van de leu­ke jon­gen in zijn mooie broek. Ook de Ara­bisch spre­ken­de bij­rij­der is sexy.
De jongen kwam uit Sa­man­dağ en A. had me al ver­teld dat ze daar zo’n mooie broe­ken heb­ben. De broek van de jon­gen is een broek uit Sa­man­dağ. [Voor A. zie: 25 juli jl.]
De 19.00 uur-rust was 372 km voor An­ka­ra.
Rond 22.00 uur de laat­ste stop voor An­ka­ra, twin­tig mi­nu­ten voor het toi­let, na­tuur­lijk.
Weer: warm, af en toe be­wolkt.
In de bus is gratis ge­koeld wa­ter be­schik­baar. Omdat ik denk dat het geen mi­ne­raal­wa­ter is, drink ik uit mijn ei­gen fles. (Als we al in Istan­bul zijn lees ik in de Lone­ly Pla­net, Tra­vel sur­vival kit Tur­key, dat het wel mi­ne­raal­wa­ter is.)

MenuBe­ginIndex en het einde.


*
Ik weet niet wel­ke rou­te de bus volg­de. Om­dat we rond mid­der­nacht in An­ka­ra zijn, neem ik aan dat die de kort­ste weg daar­heen volg­de. Dan kom je door de plaats Po­zan­tı. Die heb ik nu ge­ko­zen om fo­to’s uit Goog­le Maps te to­nen, om een in­druk te krij­gen van het land­schap waar we op de­ze dag, ten noor­den van Ada­na, door­heen rij­den.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.
Ada­na:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

27 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7485) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. heeft me de af­ge­lo­pen da­gen rond­ge­leid. Van­daag neem ik af­scheid van hem en pas­seer een paar uur la­ter de Sy­rische grens. – Ik kom in Alep­po aan en word daar on­der de hoe­de ge­no­men van een an­de­re toe­ris­ten­gids: J. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Maandag, 27 juli 1992.
Antakya – Aleppo.
Op 8.00 uur.
Ontbijt in een winkel. (Toast met kaas: warm en thee. TL. 3.500.)
Rond 9.30 is SK. in het ho­tel. Hij ver­telt me dat M. [uit Ant­wer­pen] zijn ho­tel ’s mor­gens om 06.00 uur ver­la­ten heeft. SK. be­grijpt het niet.
“Om het geld”, veronderstel ik. M. voel­de mis­schien een fi­nan­cieel comp­lot tus­sen SK. en mij om hem (M.) te be­ro­ven.(?)
Samen met H. [uit Bar­ne­veld] en SK. naar het Bus­sta­tion, na TL. 135.000 in het ho­tel be­taald te heb­ben. Drie nach­ten à TL. 40.000 en TL. 15.000 voor mijn was. (Ge­stre­ken en ge­vou­wen en na­tuur­lijk ge­was­sen.)
Op SK.’s aanbeveling kies ik de ‘HAS‘-maat­schap­pij. (Ook al geen suc­ces.) TL. 75.000 (Geen ISC-kor­ting mo­ge­lijk.) [ISC: In­ter­na­tio­nal Stu­dent Card.]
Wat kletsen met H. SK. wordt ir­ri­tant met zijn ge-com­man­deer.
Om 11.00 vertrekt de bus. Tot de Tur­kse grens ben ik de eni­ge pas­sa­gier. Dan ko­men er en­ke­le Sy­riërs bij.
De reis tot de grens (50 km) duurt an­der­half uur. De bus heeft pro­ble­men met de mo­tor en rijdt erg lang­zaam. Er is ook een zin­lo­ze stop van cir­ca tien mi­nu­ten.
Op weg naar de grens rij­den we door droog land­schap en zie ik veel jon­ge kin­de­ren als vee­hoe­ders. Ook man­nen met koefiyya en ‘iqaal.
De Turkse grens is zo ge­pas­seerd. De Sy­rische grens [Bab al-Ha­wa] le­vert pro­ble­men. Het duurt lang voor­dat de grens­po­li­tie mijn pas­poort onder han­den neemt en ook de con­tro­le van de ba­ga­ge duurt lang.
De eerste controle bij ons stelt niets voor (bij an­de­ren wordt uit­voe­rig ge­con­tro­leerd), maar als de bus op weg naar Sy­rië is, wordt hij, voor­dat hij het grens­sta­tion ver­laat, te­gen­ge­hou­den en moet ach­ter­uit rij­den, waar­na we on­ze ba­ga­ge weer moe­ten uit­pak­ken. Hier­bij spreek ik mijn eerste woord­jes Ara­bisch op Sy­risch grond­ge­bied.
Een van de medepassagiers heeft zijn han­den zwart ge­maakt en ik geef hem een pa­pie­ren zak­doek­je. Na een poos­je vraag ik aan hem Akh­ar? [Nog een?], wat niet no­dig is, maar het ijs is ge­bro­ken en met be­hulp van een beet­je Engels en Ara­bisch kun­nen we wat ver­tel­len.
De tweede douane­con­tro­le stelt nog min­der voor. On­ge­con­tro­leerd kun­nen we al­les weer in­la­den. Als de Sy­rische grens voor­bij is haalt ie­der­een op­ge­lucht adem en ste­ken ve­len, ook de chauf­feur, een si­ga­ret op. Ken­ne­lijk is het een heel moei­lij­ke hin­der­nis.
Het Arabisch klet­sen gaat nog maar moei­lijk voor mij.
Ook nu kruipt de bus naar Alep­po, vijf­tig ki­lo­me­ter in an­der­half uur.
Twee Halabis [men­sen uit Alep­po: de Ara­bische naam voor Alep­po is Ha­lab] hel­pen me bij het zoe­ken van een ho­tel. Zij kun­nen al­leen maar twin­tig dol­lar-ho­tels vin­den en dat wil ik niet be­ta­len. Na een ho­tel of vijf, waar­bij ik ie­de­re keer ver­geefs naar bo­ven moet sjou­wen (want de re­cep­tie ligt op de eer­ste of twee­de ver­die­ping, bo­ven een an­de­re zaak) ge­ven M. en H. de moed op. Zij ge­ven mij hun te­le­foon­num­mer en druk­ken me op het hart be­slist met hen te bel­len, zo­dra ik een ho­tel ge­von­den heb. Dat be­loof ik. (Maar weet al dat ik dat niet zal doen, want ik heb geen be­ge­lei­der no­dig.)
J. is toe­ris­ten­gids, die zich bij ons ge­voegd had en die mij nu helpt aan een goed­koop ho­tel.
Al-Hamra Hotel Newo (sic)
Aleppo Pab alfarag (sic)
Arabisch: Funduq al-Ham­ra’ al-Dja­did – Ha­leb – Baab al-Fa­radj.
Kamer 14. Die kost £. 250. [Sy­risch pond] per nacht. Een twee­per­soons­ka­mer met stro­mend wa­ter en een ven­ti­la­tor, die ik de he­le tijd op ho­ge snel­heid laat draai­en. Ka­mers zijn moei­lijk te krij­gen om­dat Alep­po vol zit met Rus­sen, Geor­giërs en Ar­me­niërs die hier han­del­drij­ven / in­ko­pen doen.
J. wisselt US$ 100 van mij voor £. 4.175. Meer had hij niet. (Of­fi­ciële koers: $ 1 = £. 42. (f. 1,00 = £. 24,75.) (£. 1 = f. 0,0404. Ik zal al­les door 20 delen, wat mak­ke­lij­ker re­ke­nen is. £. 1 is dan f. 0,05 voor mij.)
Omdat ik zeg wel een maand in Alep­po te wil­len blij­ven stelt J. voor een ap­par­te­ment te hu­ren. Dat wil ik wel. Hij heeft een oom die een ap­par­te­ment voor £. 6.000 ver­huurt (f. 300,00 per maand.)
’s Avonds ga ik kij­ken. Het is een aar­dig ap­par­te­ment bij vrien­de­lij­ke men­sen. Zij zul­len met mij ver­tel­len en voor me ko­ken. Ik zal er­over na­den­ken, zeg ik, want ik vind het toch wat duur. Mis­schien wil ik toch wel door Sy­rië rei­zen.
Voordat ik met J. bij zijn oom en vrien­de­lij­ke neef was gaan kij­ken, maak­te ik ken­nis met de Ca­na­dees AI., met wie J. drie da­gen door Sy­rië reis­de. Met hen be­zoek ik een deel van Alep­po en tij­dens hun ge­sprek­ken be­sluit ik ook an­de­re de­len van Sy­rië te be­zoe­ken.
Mijn oorspronkelijke reis­plan was zo­veel mo­ge­lijk met de men­sen pra­ten. His­to­rische be­ziens­waar­dig­he­den heb­ben niet mijn in­te­res­se. Pra­ten, dat moet mijn va­kan­tie wor­den. Al is het één maand in één plaats. Maar nu ik in Sy­rië ben, moet ik toch maar wat van het land zien, denk ik dus later en be­sluit daar­om het ap­par­te­ment maar niet te ne­men. Me­de om­dat het no­gal ver bui­ten het cen­trum in een volks­buurt ligt. (Hoe­wel dit laat­ste mis­schien meer een voor­deel dan een na­deel is.) De neef van J. bracht mij ook bij een broer met een par­fu­me­rie­zaak. Trots ver­tel­de hij me dat al­le pro­duc­ten uit Sy­rië ko­men. (‘Schmeiß es doch gleich zum Fen­ster hin­aus‘ dacht ik.) [Di­xit A. op 25 juli jl. in An­tak­ya.]
Na het bezoek aan het ap­par­te­ment gaan we naar het Ba­ron-ho­tel in de Ba­ron street waar ik op het ter­ras een Ar­cheo­lo­gie­stu­dent uit Lei­den te­gen­kom. Met hem had ik nog nooit ge­spro­ken, maar we groet­ten el­kaar wel. Hij heet P. en spreekt heel snel. Ik heb moei­te om hem te vol­gen. We ver­tel­len wat.
Als AI. komt gaan we met z’n drie­ën eten, J. AI. en ik. P. wil niet mee. We eten tot cir­ca 01.00 uur en be­ta­len to­taal £. 375. Ik be­taal £. 100.
Ook AI. heeft moeite met het na­ïef gods­ge­loof van de mos­lims, blijkt als J. even weg is.
Opmerkelijk is dat J., die in de ar­chi­tec­tuur be­zig is en daar­voor zelfs drie maan­den in Ita­lië (on­langs) door­bracht, toch veel waar­de hecht aan het le­zen van (kin­der-) boek­jes over het le­ven van al­ler­lei Bij­bel­se en Ko­ra­nische pro­fe­ten en ons met vol­le ernst die zo­juist ge­koch­te boek­jes toont en se­rieus ver­telt dat het zeer be­lang­rijk is de­ze ver­ha­len goed te ken­nen.*
Voor zijn rondleiding in de stad (sa­men met AI.) geef ik J. en­ke­le pon­den (Sy­rische Li­ra’s), maar rea­li­seer me dat dat slechts een schijn­tje is, een paar cen­ten. Ik be­loof hem meer, wat ik hem la­ter tij­dens mijn ver­blijf ook geef.
Bed 01.30 uur. Smerig bed. Het ho­tel heeft geen douche, denk ik.
AI. koopt op mijn aan­ra­den het woor­den­boek van Hans Wehr, 3e druk. Ik leg hem wat uit over de ver­voe­ging van het Ara­bische werk­woord. J. kan het niet vol­gen. Hij snapt het niet.


*
J, de toe­ris­ten­gids: ik weet niet ze­ker of ik goed op de hoogte ben, maar de func­tie van J. is om mij in de ga­ten te hou­den. Hij is een ver­te­gen­woor­di­ger van de re­ge­ring, de ge­hei­me dienst, want in Syrië mag je als toe­rist niet on­be­waakt over straat. Ook die twee an­de­ren, M. en H., die mij hiel­pen bij het zoe­ken van een ho­tel, zul­len zulk een func­tie heb­ben. Ook ie­de­re Sy­riër wordt in de ga­ten ge­hou­den. Ik hoor­de la­ter wel ver­tel­len dat er in Sy­rië ze­ven (!) ge­hei­me diens­ten zijn, die ook el­kaar moe­ten be­spio­ne­ren, en al­le le­den van de Sy­rische sa­men­le­ving.

Te­rug.

Profeten: binnen de islam geldt het als blas­fe­mie / gods­las­ter­lijk wan­neer je geen waar­de hecht aan de ver­ha­len over de pro­fe­ten. Het ken­nen van het le­ven van de pro­fe­ten is een be­lang­rijk deel van de is­lam. On­der de is­la­mi­tische wet, de Sha­ria staat op blas­fe­mie de dood­straf, dus als je de ver­ha­len over de pro­fe­ten weg­wuift, heb je een le­vens­groot / le­vens­ge­vaar­lijk pro­bleem.
Nu geldt in Sy­rië de Sharia niet, maar Sy­rië is natuurlijk wel een is­la­mi­tisch land, zij het met een se­cu­lier re­gi­me: Ba’ath.
Bovendien heeft ieder­een ge­lo­vi­ge fa­mi­lie­le­den, waar­mee ook moei­lijk­he­den kun­nen ont­staan, als je je niet aan de gods­diens­ti­ge re­gels houdt. Daar­naast is er nog de so­cia­le con­tro­le in de wijk waar je woont.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Baab al-Ha­wa:
GM., Wi.
:ﺑﺎﺏ ﺍﻟﻬﻮﻯ
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ
Ba­ron Ho­tel:
GM., Wi.
Baab al-Fa­radj:
GM., Wi.
:ﺑﺎﺏ ﺍﻟﻔﺮﺝ

Koe­fiy­ya:
:ﻛﻮﻓﻴﺔ
‘Iqaal:
:ﻋﻘﺎﻝ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

26 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7484) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. leidt me in de om­ge­ving rond. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Zondag, 26 juli 1992.
Antakya.
In bed fantaseer ik over de dik­ke pros­ti­tu­ees die hier in het ho­tel wo­nen. Zij zijn niet knap, maar hun ‘vrouw zijn’ maakt me geil.
Als ik slaap droom ik dat ik weer thuis ben en ik vraag me ver­baasd af hoe ik zo stom kan zijn om naar huis te gaan. Ik wil zo snel mo­ge­lijk weer te­rug naar Tur­kije. Ik ben er­gens in een huis met mooie naak­te vrou­wen.
Gelukkig blijkt, als ik wak­ker word, dat ik nog in An­tak­ya ben. Ik slaap ver­der, met on­der­bre­kin­gen van­wege het ver­keers­la­waai.
Op rond 9.00 uur. Ik zoek een mo­ge­lij­ke te­rug­reis (per trein) uit. Met de trein naar Athe­ne en van­daar met bus en boot naar Brin­di­si, Ita­lië en dan via Bo­log­na naar Pa­rijs en Lei­den.
Als SK. er om 10.30 uur nog niet is (10.00 uur was af­ge­spro­ken, maar mis­schien voelt hij zich be­le­digd door gis­te­ren. Ik hoef ech­ter niet al­tijd met hem op te trek­ken en heb recht om ook an­de­re men­sen dan hem te ont­moe­ten), ga ik al­leen op stap om eten te zoe­ken. Dat valt niet mee. Vrij­wel al­le win­kels zijn ge­slo­ten, om­dat het zon­dag is. Er­gens eet ik twee toasts (warm) met kaas en drink ik süt. (Melk.)
In het park zit ik daar­na twee uur rus­tig. Er is slechts één knap­pe jon­ge­man. Als ik van hem ten vol­le ge­niet staat SK. plot­se­ling naast me.
Met hem trek ik dan weer een uur of vier op, tot cir­ca 17.00 uur.
We gaan naar de prij­zen voor de bus­tocht naar Alep­po in­for­me­ren. Alle­maal kos­ten ze TL. 75.000.
SK. leerde een an­de­re Ne­der­lan­der ken­nen, H. uit Bar­ne­veld.
H. is niet zo ingenomen met de toch wel (dat valt mij nu eerst echt be­wust op) agres­sief-op­drin­ge­ri­ge SK.
We drinken thee met zijn drieën. (Maar H. is zo weer weg. Hij be­taalt de re­ke­ning en wacht niet op het wis­sel­geld: TL. 5.000 voor SK. Daar­van koopt hij een brood­je dat hij met mij deelt.)
We lopen nog wat rond.
In het hotel geef ik SK. US$ 20,00 als bij­dra­ge voor zijn reis naar Fran­krijk. Hij kan niet ge­lo­ven dat het bil­jet echt is. (Cir­ca TL. 140.000.) [Cir­ca f. 35,00.]
We gaan brood, yog­hurt en wa­ter ko­pen.
Hij gaat naar huis. Ik ga in het hotel eten. (Op mijn ka­mer: brood met yog­hurt.)

Ik slaap wat, neem een douche en ga naar het park.
SK. komt langs met het vol­gen­de slacht­of­fer: M. uit Ant­wer­pen.
SK. gaat naar zijn huis en no­digt mij sa­men met M. uit. Ik voel me nu van mijn be­ta­lings­ver­plich­tin­gen ver­lost en M. be­taalt dus TL. 10.000 voor de ta­xi.
SK., zijn zeer leu­ke jon­ge­re zus­je en zijn moe­der wo­nen in een best aar­dig ap­par­te­ment. Zijn va­der, die een han­de­laar is, is op za­ken­reis. Zijn moe­der ziet er oud en ver­wor­den uit, maar vol­gens SK. is zij nog jon­ger dan ik.
We drinken koe­le ay­ran (kar­ne­melk).
M. krijgt folders van Tur­kije van SK.
We lopen de stad in. On­der­weg speelt SK. de clown met de zon­ne­bril van M.
In een duur re­stau­rant (ik zie de bui al han­gen) gaan we eten. Ik spreek van te vo­ren de prijs al af, die uit­ein­de­lijk dub­bel zo duur blijkt (TL. 32.500), door en­ke­le ex­traat­jes en een pils. We eten in de­ze zaak op een ter­ras van circa 21.00 tot 00.00 uur.
SK. com­man­deert, tot schaam­te van M. en ik, de knap­pe en zeer be­leef­de en zeer goed En­gels spre­ken­de ober.
SK. klaagt over het ver­keer­de ge­recht dat hij ge­kre­gen heeft. (Het­zelf­de als M., maar had waar­schijn­lijk een duur­der be­steld.)
Er volgt even een span­nend mo­ment als bei­de broers / ei­ge­naars van het re­stau­rant ru­zie heb­ben, waar­van we niets zien, maar wel wat mer­ken, door de re­ac­tie van SK.
De rekening is TL. 130.000. Hier­van be­taal ik TL. 32.500 en M. de rest.
M. begrijpt een en an­der niet.
Ik zeg: “Jij betaalt de rest.”
Hij is uit zijn even­wicht ge­bracht.
SK. somt op wat ze al­le­maal sa­men kun­nen doen.
Ik voel aandrang om M. voor de fi­nan­ciële ge­vol­gen voor hem te waar­schu­wen. Ik zeg: “Dat be­taal jij al­le­maal.”
M. begint dan tegen SK. over zijn klei­ne bud­get te zeu­ren.
Hij spreekt met SK., op ei­gen ver­zoek, al ’s mor­gens om 8.00 uur af. (SK. wil­de om 10.00 uur ko­men.)
Als ik van M. af­scheid neem, zeg ik: “Pas op je cen­ten.”
SK. wil dan weten wat ik ge­zegd heb. Na enige aar­ze­ling (Ik: “Ik zei: goe­de reis.”), zeg ik hem dat M. no­gal over­stuur was, dat hij, SK., niet mee deel­de in de prijs van het eten, zoals bij ons in Eu­ro­pa, nor­maal is.
SK. heeft een plank voor zijn kop, of doet als­of. Het dringt niet tot hem door.
Ik ben blij dat ik mor­gen ga. Hij be­gint me lang­zaam te ver­ve­len en rea­li­seer­de me dat zijn agres­sief, op­drin­ge­rig ge­drag veel toe­ris­ten van hem af­stoot. Ook zijn voort­du­rend ge­com­man­deer te­gen land­ge­no­ten (en soms ook mij) be­gint me te ir­ri­te­ren. Mijn om­gang met hem is net lang ge­noeg ge­weest. Laat hij an­de­ren gaan ir­ri­te­ren.

In het park sprak ik met hulp van SK. met een jon­get­je van twaalf jaar. Hij werkt zes da­gen per week in een ga­ra­ge en op zon­dag poetst schoe­nen in het park.

Over TL. 271.000. 323.500 – 271.000 = 52.500 uitgegeven. (f. 13,15.)
Hotel rond 00.00 uur.
Slapen tegen 01.00 uur.
Weer: warm, veel wind, zoals va­ker hier in An­tak­ya.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

25 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7483) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. leidt me in de om­ge­ving rond, maar ik ga ook met een an­de­re jon­ge­man op stap. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 25 juli 1992.
Antakya.
Wakker rond 6.15 uur. Doezelen tot 08.00 uur.
Douche.
Ontbijt: brood met kaas.
Rond 10.00 komt SK.
Ik koop de Herald Tri­bune: TL. 8.000.
We drinken wat in het park: TL. 7.000.
Met de dolmuş naar Sa­man­dağ voor TL. 4.000 (twee per­so­nen) en ver­der met de dol­muş naar Çev­lik (Ka­pı­suyu) om de Tü­nel van Ves­pi­a­nus Ti­tus te zien.
We eten samen voor TL. 37.000 (f. 9,25).
We gaan met de dol­muş te­rug naar Sa­man­dağ. Vóór ons zit­ten twee jon­gens met el­kaar een beet­je te vrij­en. Een van hen is een nich­te­rig ty­pe met oor­ring. SK. spreekt ze aan. Een van de twee heet A. en komt uit Duits­land en is Duit­ser, de an­der heet I. en is een lo­ka­le be­kend­heid (zan­ger). De ou­ders van A. zijn van hier. Hij is een Turk­se Ara­bier en Ala­wiet. Met A. trek ik ver­der op. SK. zit er ver­der voor Piet Snot bij. Hij wordt zelfs kwaad als A. (en ik dus ook, want A. is dan wel geen ho­mo, maar wel erg mooi) be­sluit om een an­de­re reis­rou­te naar An­tak­ya te ne­men dan SK. wil. In An­tak­ya wil ik SK. kwijt, wat lukt en A. en ik gaan naar Har­bye (Def­ne) waar we wat drin­ken en ver­tel­len. A. be­taalt bij­na al­les. Ik maar een beet­je.
Terug in Antakya gaan we naar de Pi­za­ra­de van D. in de Ata­türk Cad. D., die toch ja­ren in Duits­land werk­te, spreekt maar ge­brek­kig Duits. (“Al­les ver­ge­ten”, ver­ont­schul­digt hij zich.)
A. (circa 18 jaar), is net als al­le an­de­re Turk­se man­nen, hij praat over vrou­wen al­leen in sek­su­ele ter­men. (Ik doe voor de vorm mee.) A. wil even naar huis en zal bin­nen een half uur te­rug zijn.
Ik ga in het ho­tel dou­chen en ga te­rug naar de Pi­za­ra­de. A. komt niet meer. D. belt naar zijn ou­ders, maar daar is hij niet.
A. zou van zijn neef I. een vrouw voor een nacht ca­deau krij­gen, dus daar zal hij wel meer trek in heb­ben dan met mij en D. in de (du­re?) dis­co rond te sprin­gen.
Bij D. eet ik een piz­za (TL. 12.000) en wan­del door het park
Ik zou om 22.00 uur te­rug zijn om sa­men met hem uit te gaan, maar ik heb er niet veel zin in en ga naar hem om de af­spraak af te zeg­gen. Zijn Duits is nog slech­ter dan ik dacht. Hij be­grijpt me nau­we­lijks. Hij maakt een nieu­we af­spraak voor mor­gen­mid­dag, maar ik weet nu al dat ik daar niet op in zal gaan. Ie­der­een wil wel een graant­je mee­pik­ken uit mijn beurs, be­hal­ve A., die rom­mel koopt om ar­me men­sen te hel­pen.
A., die over ‘Ma­de in Tur­key‘ zegt: “Schmeiß es doch gleich zum Fen­ster hi­naus.” [Gooi het maar me­teen uit het raam.] (en waar ik la­ter in Sy­rië en Tur­kije vaak aan moet den­ken) is een iet­wat sim­plis­tisch fi­guur. Hij, als Ala­wiet, vind hij Ha­fez al-As­sad een goe­de lei­der en is ook be­zorgd (als al­le Ala­wie­ten) over de op­vol­ging van de­ze dic­ta­tor. Ala­wie­ten zijn vol­gens hem de eni­ge ech­te ge­lo­vi­gen. (Hij leert op een gym­na­sium in Frank­furt en moet, vol­gens mij, nog veel le­ren.)
Tegen D. zeg ik dat ik naar bed ga, maar ik zit in het park van circa 22.30 tot 00.00 uur. De man­nen zijn hier niet in­te­res­sant.
A. kende hier enkele vrien­den, die mij wel eens even Ara­bisch wil­den le­ren, maar zelf kon­den ze het niet le­zen of schrij­ven.
Verschillende mensen wil­den met mij naar Ne­der­land. Waar­om kun­nen die jon­ge­man­nen niet al­leen rei­zen? Ze wil­len al­tijd een be­ge­lei­der, ook al zijn ze ou­der dan 25 jaar? (Ook in Sy­rië wil­den ze met mij mee­rei­zen en niet al­leen. Zijn ze zo on­zelf­stan­dig?)
In het park in An­tak­ya komt een ou­de man naast mij zit­ten en spreekt me in het Turks aan. Als ik het En­gels ant­woord geef, schudt hij ver­baasd zij hoofd. Hij gaat ver­der in het Turks en wordt kwaad als ik En­gels blijf praten. Hij grijpt me krach­tig bij de arm en wijst in een rich­ting. Ik sta op en loop weg. Ik ga on­der een lamp zit­ten en wil niet meer las­tig ge­val­len wor­den. Ik luis­ter naar de mu­ziek en zang van het na­bu­rig hu­we­lijks­feest. Die zijn er nu veel. SK. was ook al naar een brui­loft.
Eén bier in het ho­tel (blik, want fles is een pro­bleem, we­gens het sta­tie­geld): TL. 6.000.
Over TL. 323.500. Ik heb dus f. 25,00 uit­ge­ge­ven van­daag. (TL. 100.000.)


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Sa­man­dağ:
GM., Wi.
Ka­pı­suyu:
GM., Wi.
Ti­tus Tü­neli:
GM., Wi.
Def­ne:
GM., Wi.

Ala­wie­ten:
Ha­fez Al-As­sad:

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

24 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7482) Gis­te­ren­mid­dag kwam ik in Is­ken­de­run aan. ’s Avonds pro­beer­de taxi­chauf­feur ET. druk op me uit te oe­fe­nen om van hem ‘an­tie­ke mun­ten’ te ko­pen (ver­val­sinvgen). Is­ken­de­run be­zorgt me dus een on­ge­mak­ke­lijk ge­voel en ik be­sluit een dag eer­der te ver­trek­ken dan ik van plan was. Ik ga naar An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay). Daar ‘val’ ik in han­den van ‘toe­ris­ten­gids’ SK. die ge­deel­te­lijk op mijn kos­ten gaat le­ven, maar die wel aar­dig is. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Vrijdag, 24 juli 1992.
Iskenderun – Antakya.
Op 7.30 uur.
Ik besloot te vertrekken. Om 9.00 sta ik be­ne­den en be­taal. De ho­tel­baas sput­tert te­gen en zegt dat ik gis­te­ren nog zei twee da­gen te blij­ven.
“I don’t remember”, zeg ik.
Dat hij zich daar­op niet kan her­in­ne­ren dat hij gis­te­ren TL. 1.500 te veel van mij nam, ver­won­dert me niet.
Eerst kan hij niet te­rug­ge­ven van TL. 100.000, maar na een poos­je krijg ik toch nog TL. 10.000.
Bij het Toerist In­fo vraag ik naar het mi­ni­bus­sta­tion en zij [meis­je] vraagt mij naar het Kıyı-ho­tel.
Ik zeg: “No com­ment.” Zij lacht uit­bun­dig. (Zie ook gis­te­ren.)
De bus naar An­ta­kya kan ik niet di­rect vin­den, maar een man brengt me er­heen.
Daar vertelt mij iemand de ge­brui­ke­lij­ke praat­jes, na­me­lijk dat Is­ken­de­run toch veel mooier is dan An­ta­kya.
Bus naar Antakya kost TL. 8.000 (f. 2,00) (Ver­ge­lijk gis­te­ren in Is­ken­de­run lo­kaal: TL. 20.000!) (58 ki­lo­me­ter voor f. 2,00!)
In de bus heb ik een cri­sis: Wat doe ik hier? Ik kan wel jan­ken. Wat doe ik hier in dit stof­fi­ge, he­te land, zo moe­der­ziel al­leen?
Mooi uitzicht bij het pas­se­ren van een berg­pas en mooie re­li­gieu­ze mu­ziek doen mijn down­stem­ming snel ver­dwij­nen.
Een echtelijke ruzie wordt in de bus, tot ont­stel­te­nis van de me­de­pas­sa­giers, met over en weer hand­tas­te­lijk­he­den, uit­ge­voch­ten. Een luid hui­len­de echt­ge­no­te schreeuwt naar de af en toe zeer kwa­de en mep­pen­de echt­ge­noot, maar zij slaat ook te­rug.
Het speet me voor mijn af­spraak met M., he­den­avond om 22.00 uur, maar ik vrees dat hij er niet al­leen zal zijn, maar met veel vrien­den, die ook kun­nen mee­drin­ken van een rij­ke bui­ten­lan­der.
Eigenlijk was ik op de vlucht en zo voel­de ik het ook. Op de vlucht voor de zich om mij slui­ten­de druk van men­sen die op een (vol­gens mij) on­re­de­lij­ke ma­nier geld van mij wil­len be­mach­ti­gen. ET. is na­tuur­lijk heel arm, maar dat hij denkt dat hij mij waar­de­lo­ze rom­mel kan ver­ko­pen, ir­ri­teert me en maakt dat ik uit Is­ken­de­run weg wil, maar ik wil er best nog wel eens te­rug, want ’s avonds is het er lek­ker. Ik wil ech­ter niet meer al­leen daar naar toe.
Circa 11.00 uur Antakya Toe­rist In­for­ma­tie. (In het Frans.)
SK., student, leeft van toe­ris­ten. Trekt tot cir­ca 18.00 uur met me op. Hij be­zorgt me in ho­tel Gü­ney een ka­mer, een­per­soons, douche, toi­let: TL. 40.000.
Voor TL. 15.000 wordt mijn was ge­was­sen.
In het hotel vraag ik hem of ik voor zijn dienst­en moet be­ta­len, maar dat wijst hij ver­ont­waar­digd af.
Ik neem een douche en ga dan met hem eten, wat ik betaal. (TL. 44.000: f. 11,00)
Mu­seum: stu­den­ten­prijs, TL. 5.000 (helft). Hij heeft vrij toe­gang.
Bar: hij kiest er de duur­ste (20.000) sand­wich.
Sint Pieterskerk met de dol­muş. We blijven er cir­ca twee uur. Ver­tel­len met men­sen in Duits, Frans en En­gels.
Een Duitse vrouw (Turks van ge­boor­te) ver­telt me over de waar­de­lo­ze me­dia in Tur­kije, met voort­du­rend naak­te vrou­wen in de kran­ten en po­si­tie­ve be­richt­ge­ving over Tur­kije. Al­les wat de kran­ten schrij­ven ge­lo­ven de Tur­ken.
“De Turken zijn als hon­den die men een been voor smijt, dat naar vlees smaakt, maar er zit geen vlees op.”, zegt zij. Dat been zijn de im­mer lo­ze be­lof­ten van de re­ge­ring.
Hotel: rond 17.30 uur.
SK.: “Zal ik thuis eten of met jou?”
Ik: “Eet maar thuis, ik ben niet zo rijk.” Hij is te­leur­ge­steld en zegt dat hij het zich zal her­in­ne­ren. (Zal ont­hou­den.)
Met SK. gaf ik TL. 71.000 uit. Ik heb nog TL. 449.000 over. Ik wil voor Sy­rië geen geld meer af­ha­len.
Douche.
Brood, yoghurt en wa­ter eten en drin­ken.
De winkel­be­dien­de moest aan de baas de (toe­ris­ten-)­prijs van de yog­hurt vra­gen. (TL. 3.000.)
Rond 20.00 uur komt SK. Hij droomt om naar Frank­rijk op va­kan­tie te gaan. In mijn boek van Tho­mas Cook*(1) zoekt hij al­le trei­nen uit die (even­tueel via Praag) naar Pa­rijs gaan.
Een Jeugdherberg kost circa f. 12,00 per nacht. “Niet duur,” zeg ik, “cir­ca TL. 48.000.”
Hij valt bij­na ach­ter­over. Zo duur. Dat is on­be­taal­baar.
Hij wil van zijn vader een sub­si­die van een half mil­joen TL. krij­gen. (f. 125,00.) (In­ter­rail*(2) kost (in Ne­der­land) al f. 570,00.)
SK. wil met zijn va­der rei­zen, die geen In­ter­rail zal krij­gen, maar de vol­le prijs moet be­ta­len. Ik ver­tel hem maar niet dat ik in Bu­da­pest in The Guar­dian las, dat van­af vol­gend jaar de zui­de­lij­ke lan­den niet meer met In­ter­rail mee­doen.
Hij droomt en ik laat hem dro­men. Hij spaart zijn geld, be­ter dan dat hij het aan de gok­kast uit­geeft. Ik ad­vi­seer hem el­ke ge­spaar­de TL. om te zet­ten in Dol­lars of Mar­ken, we­gens de vre­se­lij­ke in­fla­tie in Tur­kije. (Een pas­poort, voor de mees­te Tur­ken on­mo­ge­lijk te krij­gen, is voor hem, als toe­kom­stig stu­dent me­di­cij­nen niet on­mo­ge­lijk.)
SK. zit, net als ie­de­re man in Tur­kije (en Sy­rië) con­stant aan zijn lul te pluk­ken. Ik word er ech­ter niet heet van. Hij is niet on­knap, op jeugd­puist­jes na, maar ik zag bloed stro­men uit zijn tand­vlees, rond zijn tan­den en hij heeft el­ke twee mi­nu­ten last van een droog hoest­je. Bo­ven­dien kan hij geen kou­de dran­ken drin­ken, an­ders heeft hij last van keel­pijn. Toch loopt hij (naar ei­gen zeg­gen) de ma­ra­thon en is al­tijd in trai­ning.
Later wandelen we door het park, waar al­les met la­waai en mu­ziek is (veel hu­we­lijks­par­tijt­jes), drink­hal­len waar man­nen en fa­mi­lies ge­schei­den moe­ten zit­ten. Man­nen met een (of meer) vrouw(en) moe­ten in het fa­mi­lie­deel zit­ten. Man­nen al­léén [zon­der vrouw] moe­ten in het man­nen­deel zit­ten.
We aten ’s lands mier­zoe­te spijs: meel, kaas, sui­ker. (Met ’s lands be­doel ik: An­ta­ki­aans.)
Bier en Fanta, maar SK. drinkt geen al­co­hol en kan ook de kou­de Fan­ta niet drin­ken.
Hotel. We zoeken nog trei­nen naar Pa­rijs uit.
Ik zocht ook kran­ten met we­reld­nieuws. Hoe zit het met Tsjechië en Slo­wa­kije? Ik hoor­de dat ze uit el­kaar zijn. Komt er oor­log van? Ik weet het niet.
SK. gaat rond 23.00 uur.
SK. wil arts worden. Hij is pas 17 jaar, maar ziet er (na­tuur­lijk) veel ou­der uit.
Ik besluit hem US$ 20,00 te ge­ven, voor­dat ik ga, want hij is echt aar­dig en droomt van Frank­rijk. (En zijn ma­ger 17-jarig vrien­din­net­je, daar.)
Bed tegen 00.00 uur.
Over: TK. 423.500 (f. 105,88)


*(1)
Thomas Cook European Rail Ti­me­table. Tho­mas Cook. Zoals de ti­tel van het boek al zegt is dit een pub­li­ca­tie met de dienst­re­ge­ling van al­le trei­nen in Eu­ro­pa en zeer nut­tig als je met de trein dit con­ti­nent wil ver­ken­nen.

Te­rug.

*(2)
Interrail-ers rei­zen voor f. 570,00 dwars door Eu­ro­pa, Tur­kije en Ma­rok­ko, één maand lang. Zij ne­men bij voor­keur lan­ge trein­tra­jec­ten ’s nachts en spa­ren zo ho­tel­kos­ten. Het na­deel be­staat hier­uit: zij wil­len nie­mand in de cou­pé er­bij heb­ben en hou­den de deur dus ge­slo­ten. Zo is de kans om an­de­re men­sen te ont­moe­ten erg klein.
Wikipedia: Interrail/Geschiedenis.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.
Antakya:
GM., Wi.
Sint Pieterskerk:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

23 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7481) Ik ben in Tur­kije op door­reis naar mijn va­kan­tie­be­stem­ming Syrië. Ik zit in de Ex­pres­trein (Çu­ku­ro­va Eks­presi) tus­sen An­ka­ra en Ada­na, maar reis van­daag nog door tot Is­ken­de­run, ook in Tur­kije. (De­ze land­streek heet Çu­ku­ro­va.) In Is­ken­de­run pro­beert ie­mand mij ‘an­tie­ke’ mun­ten te ver­kopen. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Donderdag, 23 juli 1992.
Iskenderun.
[In de trein tus­sen An­ka­ra en Ada­na.] Tot 03.00 uur slaap ik heel vast. Dan floept het licht aan en dat blijft zo, tot­dat de groep van vier uit­stapt. (Is dit Kay­se­ri?) De lan­ge ma­ge­re blijkt toch wel vrien­de­lijk. Hij ge­baart me dat hij ook naar Ada­na gaat. (Voor­dat we sla­pen gin­gen, dus toen de groep van vier er ook nog bij was, was het feit dat ik een toe­rist uit ‘Ho­lan­da’ was, een lang on­der­werp van ge­sprek tus­sen de vijf. Dat was ook het ge­val toen ik vroeg Ta­ta­kal­lam Ara­biyya? (Spreekt u Ara­bisch?). Ze spra­ken geen Ara­bisch. Ze wil­den we­ten of ik mos­lim was en toen dat niet het ge­val bleek von­den ze het ken­ne­lijk maar vreemd dat ik Ara­bisch sprak en ze dis­cus­si­eer­den er lang over.)
Tot 07.00 uur slaap ik ver­der (met on­der­bre­kin­gen). Dan ko­men er steeds meer men­sen in de cou­pé. Op ge­ge­ven mo­ment zit­ten we zelfs met z’n ze­ve­nen. Ik vind dat Tur­ken, als ze op leef­tijd zijn en ze zijn goed ver­zorgd, zo­als de­ze man­nen hier, dat ze knap­per zijn dan de jon­ge­man­nen. (De jon­ge Tur­ken.)
De weg naar Ada­na is lang en de lange Turk (uit An­ka­ra) er­gert zich steeds meer aan het bij ie­de­re boom stop­pen van de trein. Hij scham­pert steeds over het woord: “Eks­presi!”
Rond 09.00 uur zijn we in Ada­na. De trein naar Is­ken­de­run ver­trekt pas rond 11.30 uur (of 12.30 uur?)
Ik ga wat rond­han­gen, maar voor­na­me­lijk in de scha­duw.
Ik eet een brood­je en drink twee thee en ik be­taal TL. 2.000. De ver­ko­per zegt na­me­lijk 3, maar ge­baart 2.
Een schoen­poet­ser poetst het wit­te plas­tic van mijn gym­schoe­nen, maar hij kan mijn gro­te geld niet wis­se­len, zo­dat iemand an­ders hem be­taalt.
Als ik de kaart van Klein Azië be­kijk, komt er iemand naast mij zit­ten, die ei­gen­lijk al­leen maar Turks spreekt. Di­rect er­na komt iemand die ook En­gels spreekt.
De 29-jarige MO. uit Os­ma­niye (nabij Ada­na). Hij heeft de we­reld­at­las van bui­ten ge­leerd en een aard­rijks­kun­di­ge en­cy­clo­pe­die door­ge­lezen.
Ik zeg te­gen hem 31 te zijn, maar als ik het trein­kaart­je koop, grijpt hij mijn stu­den­ten­kaart waar­op staat dat ik in 1951 ge­bo­ren ben. Hij ziet het niet.
Enkel Ada­na – Is­ken­de­run: TL 6.500 (70% van de nor­ma­le prijs).
Een ‘stu­dent’ (in lom­pen) uit Diyar­ba­kir be­delt bij mij, na over­leg met MO., om dol­lars, na­dat hij mij, te­gen mijn wil, ge­hol­pen heeft met het om­doen van mijn rug­zak en hem bij­na ka­pot maak­te, door hem aan de bind­ban­den op te til­len.
Op het sta­tion van Ada­na pre­ten­deert MO. al­les te we­ten en zo stap­pen we bij­na in de ver­keer­de trein.
In de trein moet ik, door het ge­klets van MO., die de con­tro­leur er­op wijst dat ik stu­den­ten­kor­ting heb, mijn In­ter­na­ti­o­nal Stu­dent Card (ISC) tot mijn er­ger­nis nog­maals te­voor­schijn ha­len.
Voor MO. was ik ge­trouwd, had een kind van acht jaar. Vrouw niet mee, want ziek en reis te duur. (Dit is een slech­te smoes.)
Hij is vrij­ge­zel, niets ge­leerd, geen werk, geen be­roep.
Hij wil mijn adres en ik geef hem: A. de Hoo­ge­bou­lev. 346, Lei­den, Ho­lan­da. Ik vraag niet en krijg zijn adres ook niet.
Hij heeft een sta­pel pas­fo­to’s in kleur. Ik krijg er een van, die ik la­ter in Is­tan­bul (17-8-92) weg­gooi.
Hij stapt in To­prak­ka­le uit.
Ik ver­wis­sel van plaats, want ik zag en­ke­le leu­ke jon­gens. Nu blij­ken er ook en­ke­le leu­ke meis­jes te zit­ten die Ara­bisch bloed heb­ben en al­le­maal een beet­je op FJ. (Lei­den) lij­ken. Ze heb­ben mijn be­lang­stel­ling en ik de hun­ne, maar het blijft nog bij­na twee uur lang bij kij­ken (in­clu­sief ver­tra­ging) voor­dat ik, om hen nog­maals te zien, in Is­ken­de­run aan de ver­keer­de kant van de trein uit­stap. Tot con­tact komt het niet, want ik denk aan de woor­den van M. in An­ka­ra.* Bo­ven­dien wa­ren de meis­jes niet al­leen, maar met nog een heel stel ou­dere en jon­ge­re vrou­wen. (Twee had­den mijn spe­ci­a­le aan­dacht. Af en toe glim­lach­ten ze in mijn rich­ting of ke­ken naar mij.)
Rond 16.00 in Is­ken­de­run, wil de dol­muş mij van het Sta­tion naar de Ata­türk Bou­le­vard bren­gen voor 2 US$ of TL. 20.000. Ik kies voor het laat­ste, maar ge­zien de leng­te van de rit komt me dit toch voor als pu­re op­lich­ting. Ik ging er­mee ak­koord, dus be­taal ik de te­gen­waar­de van een klei­ne vijf gul­den.
Hotel Kıyı wis­ten zij twee (van de dol­muş) ook niet, dus loop ik naar het Toe­ris­ten­bu­reau. Het meis­je daar is vrien­de­lijk en wijst me en­ke­le ho­tels. Ik vraag naar het Kıyı-ho­tel en zij maakt een af­wij­zend ge­baar. Ik vraag of het een goed ho­tel is en zij zegt: “No com­ment.” Ik be­grijpt dat wel, zij ver­te­gen­woor­digt im­mers de plaat­se­lij­ke mid­den­stand.
De straat staat on­der wa­ter van een stort­bui, de vo­rige avond. Dat nood­zaakt au­to­mo­bi­lis­ten niet af te rem­men voor een over­ste­ken­de moe­der met kind. Die wor­den nat-ge­re­den, als­of het zo hoort.
Bij het Kıyı-hotel word ik aan­ge­spro­ken met “My friend”, dat maakt me al­tijd iets kre­ge­lig.
Ik laat me een ka­mer op de zee­zijde, met douche en toi­let door de knap­pe ge­rant(?) / be­dien­de to­nen. Die kost niet US$ 1, zo­als Lone­ly Pla­net (L.P.) schrijft, maar TL. 90.000 (twee­per­soons) = f. 22,50. Ik neem hem. [Lone­ly Pla­net schrijft: US$ 11!]
Douche. Hoe­wel ik warm wa­ter op de ka­mer heb, douche ik toch met koud wa­ter, want dat is veel fris­ser.
De bediende wek­te met zijn ver­schij­ning mijn sek­su­ele lust op.
De reis Istan­bul – Is­ken­de­run kost­te:
TL. 42.000 + 57.000 + 6.500 = TL. 105.500 (f. 26,38), voor ruim 1.300 km. (Am­ster­dam – Arn­hem (grens) kost­te f. 28,00!)
Ik wil eten en het re­stau­rant kan me van al­les bie­den, met vlees, wel te ver­staan. Zon­der vlees is moei­lijk. Nou, vis, met groen­te en friet dan maar. En een bier.
Er zitten er twee aan een na­bu­ri­ge ta­fel. Een kar­ren­voer­der uit Is­ken­de­run en een chris­te­lij­ke Li­ba­nees uit Bei­rut, die nu in Ita­lië woont en die de vol­gen­de op­mer­king te­gen de kar­ren­voer­man, die geen al­co­hol wil drin­ken, maakt: “Al­co­hol is ha­raam, maar klei­ne jon­get­jes neu­ken, no pro­blem.”
De kar­ren­voer­man lacht ver­legen en zegt: “Hij is cra­zy, dat is al­leen in Sa­oe­di-Ara­bië.”
Hun Ara­bisch kan ik niet ver­staan.
Met een ou­de au­to komt taxi­chauf­feur ET. erbij, die in Duits­land bij de NAVO ge­werkt heeft. Hij spreekt En­gels en Duits. Hij geeft me zijn vi­si­te­kaart­je.
Hij biedt me gra­tis en voor niets een rit door Is­ken­de­run (waar vol­gens Lone­ly Pla­net niets te zien is) aan.
Ik geef hem en de an­de­re twee een bier.
Eten en drin­ken, to­taal TL. 98.000 (f. 24,50)
De rit door don­ker Is­ken­de­run stelt niets voor. Twee stra­ten in en uit.
Hij stelt voor bij zijn vrouw een kop kof­fie te gaan drin­ken. Zijn vrouw is ziek en ligt met di­ar­ree (ze at van de bu­ren) (…) op bed. Zij brengt na een poos­je kof­fie.
Hij: “Wat stu­deer je ook al weer? Mis­schien heb je ook ver­stand van ar­che­o­lo­gie?”
Hij komt met een stel ou­de mun­ten op de prop­pen. Die zijn niet ge­sla­gen, maar ge­go­ten en bo­ven­dien heel licht van ge­wicht. “Een boer vond ze, bij een ou­de muur, toen hij er aan het gra­ven was.”
ET. kreeg ze, want die wist er wel geld mee te ma­ken.
‘Zink,’ denk ik, ‘prul­la­ria.’ Hij weet pre­cies wat er op de mun­ten staat, die met ce­ment ‘oud’ ge­maakt zijn. “Je moet ze schoon­ma­ken”, zegt hij.
“Waarom hebt u ze niet schoon­ge­maakt?”, vraag ik.
Hij: “Ze zijn toch niet van mij.”
Hij probeert mijn be­geer­te op te wek­ken, maar dat lukt hem niet. (Ik wil vrij zijn van ma­te­riële be­geer­te en al­leen nog maar in­tel­lec­tu­ele en sek­su­ele be­geer­te heb­ben, maar ik be­gin er niet eens aan om hem dat te ver­tel­len. Hoe zal hij dat kun­nen be­grij­pen?)
Ik word niet be­ge­rig na die mooie praat­jes over veel geld ver­die­nen en mun­ten die in de ca­ta­lo­gus staan.
Ik ver­on­der­stel dat ze vals zijn. (“Ver­valst in ou­de tijd,” zeg ik, om hem niet van op­lich­ting hoe­ven te be­schul­di­gen.)
Een Hollandse ‘fei­ne la­dy‘ kocht er ver­schil­len­de, en bel­de la­ter, van­uit Ne­der­land, voor nog meer, maar daar kon hij niet aan be­gin­nen. Ik kon er en­ke­le ko­pen en dan zou die ‘fei­ne la­dy‘ ze ze­ker van mij over­ne­men. Hij com­man­deert zijn vrouw naar het adres van die ‘fei­ne la­dy‘ te zoe­ken, maar het lukt haar niet het adres te vin­den. Als ik wei­ger­ach­tig blijf, stelt hij voor dat ik, als ik uit Alep­po [Sy­rië] te­rug­kom, bij die boer ga kij­ken en er fo­to’s van maak. Dat ik geen ca­me­ra heb brengt hem nau­we­lijks in ver­war­ring. Hij zal er een le­nen. Hij brengt meer en meer mun­ten. Eén is er be­scha­digd. Ik zie dat het giet­ij­zer is en ver­vol­gens kan ik ze al­le­maal als giet­ij­zer iden­ti­fi­ce­ren.
Hij blijft aan­drin­gen en ik stel hem voor dat ik mor­gen een be­slis­sing zal ne­men. Daar gaat hij mee ak­koord.
We klet­sen nog wat over de de is­lam en hij brengt me te­rug naar het ho­tel. Daar drinkt hij nog mi­ne­raal­wa­ter op mijn kos­ten en gaat naar huis. (Tij­dens de rit naar het ho­tel klaag­de hij over het du­re le­ven en de ziek­te­kos­ten van zijn vrouw.)
Bij het ho­tel wordt de sexy kok door zijn knap vriend­je op­ge­haald en lo­pen ze arm in arm het don­ke­re park in.
De kar­ren­voer­man die me op zijn kar Is­ken­de­run voor min­stens TL. 40.000 wil la­ten zien, vraagt of ik ET. (die een goe­de jon­gen is) iets ge­ge­ven heb.
“Tomorrow”, zeg ik.
Er wordt rap ver­der ver­teld tus­sen de an­de­ren. Ik heb de aan­vech­ting om nog een toe­lich­ting te ge­ven, maar doe dat ge­luk­kig niet.
Later zeg ik dat ik naar bed ga, maar loop met sek­su­ele lust door het zee­zij­de­park. Uit­ein­de­lijk ont­moet ik M., met wie ik wat Ara­bisch praat. Ik wil wel en ook niet met hem (want mijn zak­ken pui­len uit van het pa­pier­geld en por­te­feuil­les) en in mijn ho­tel­ka­mer durf ik hem niet mee te ne­men, want ik vrees prijs­toe­na­me. Ik maak een af­spraak met hem voor mor­gen­avond 22.00 uur op het ter­ras.
Bed 01.00 uur
Weer: warm, droog. ’s Avonds aan zee lek­ker.


*
De woorden van M., gis­te­ren, in An­ka­ra wa­ren: “Het con­tact tussen man­nen en vrou­wen is niet zon­der ge­vaar. Als zij je ver­keerd be­grijpt, komt de po­li­tie er­bij en wordt je op het bu­reau fi­naal in el­kaar ge­sla­gen, ook als je een bui­ten­lan­der bent.”
Ook de man die gis­te­ren seks met mij wil­de, ver­tel­de dat con­tact tussen man­nen en vrou­wen zeer moei­lijk ligt / ge­vaar­lijk is.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Çu­ku­ro­va:
Wi., Wi.
Ada­na:
GM., Wi.
To­prak­kale:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.

Ge­noem­de, niet be­zoch­te, plaat­sen in Tur­kije.

Kay­se­ri:
GM., Wi.
Os­ma­niye:
GM., Wi.
Di­yar­ba­kir:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.