28 september 1976

Ezels
Dit is de noor­de­lij­ke rand van de Sa­ha­ra.
Deze man­nen zijn met ei­gen ver­voer on­der­weg en kun­nen stop­pen wan­neer ze wil­len. Wij zijn af­han­ke­lijk van an­de­ren.

Dagboek 1976

(Dag 1704) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko. We zijn in de oa­se Erfoud en ver­trek­ken van­daag eerst in zui­de­lij­ke rich­ting naar Ris­sa­ni en la­ter in noor­de­lij­ke rich­ting, lo­pend en lif­tend, naar Er­ra­chi­dia.

MenuIndex en het einde.

Dinsdag, 28 september 1976.
Om 8.00 uur op­ge­staan. We be­ta­len on­ze kamer: 10 Dir­ham (Dh) en eten aan de rand van het dorp, circa 5.000 in­wo­ners. In Er­foud pos­ten we de kaar­ten uit Ouar­za­za­te.
Ik zie de jon­gen van het ho­tel nog een keer.
Cees ziet zijn boy van gis­te­ren en ze groe­ten el­kaar. Die jon­gen lacht vrien­de­lijk. Hij heeft een hel­de­re blik.
We lo­pen cir­ca één uur in een steeds he­ter wor­den­de zon de Sa­ha­ra in, naar Ris­sa­ni.
Circa vijf ki­lo­me­ter heb­ben we ge­lo­pen als we een lift krij­gen van een vracht­wa­gen. We kun­nen drie ki­lo­me­ter voor Ris­sa­ni uit­stap­pen en lo­pen nog 100 me­ter. We ko­men de Hol­lan­ders uit Tin­ghir te­gen en pra­ten nog even. We had­den ze ’s mor­gens, toen we za­ten te eten, zien rij­den in hun groe­ne VW Por­sche.
We blij­ven een uur ge­de­mo­ra­li­seerd langs de rand van de weg zit­ten. Een jon­get­je be­delt en ik geef hem een hal­ve Dir­ham. We heb­ben geen puf om ver­der te gaan. De post­ze­gels, 8 stuks (4 van 0,65 Dh en 4 van 0,40 Dh) zijn weg.
Die van 0,40 Dh zijn zo te­rug­ge­von­den. Die an­de­re niet.
Cees kijkt rond en ik zoek on­der het brug­get­je waar we op zit­ten. Cir­ca 20 me­ter ver­der ziet Cees ze lig­gen, te­gen een stuik en met de beeld­zij­de naar vo­ren, als een mooi vier­kant­je. Het waait af en toe en zand zit tus­sen de on­ze tan­den.
Na een uur bes­lui­ten we ver­der te gaan en na cir­ca een half uur lo­pen zijn we in Ris­sa­ni, waar wel en geen, of wel een ho­tel is. Gid­sen wil­len ons naar de ka­me­len­markt stu­ren. Er zijn er die je niet meer met rust la­ten en we ne­ge­ren ze maar he­le­maal.
In een café drin­ken we kof­fie en co­la.
Ik wandel het dorpje in. Cees blijft bij de ba­ga­ge. Ik koop een fles Si­di Ha­ra­zem-wa­ter. Ga kij­ken of ik dia’s kan ko­pen, want ik ben aan de laat­ste rol­let­jes be­zig. Ik spreek even met een Zwit­ser.
In­for­meer hoe laat de bus naar Ksar es-Souk [Er­ra­chi­dia] ver­trekt: “Om 6.00 uur.” En ga te­rug naar Cees.
We ver­la­ten het ca­fé en gaan sa­men naar de bus­hal­te om kaart­jes te ko­pen. Er ver­trekt plot­se­ling niet eer­der dan om 24.00 uur een bus.
We zullen pro­be­ren een ta­xi naar Er­foud te krij­gen, want ik heb mijn buik vol van dit gat in de woes­tijn.
Cees spreekt met de Zwit­ser en we kun­nen met zijn lift­ge­vers mee. Duit­sers (ro­kers van hasj, “Das ver­steht sich, ja.”)
Als we Ris­sa­ni ver­la­ten heb­ben we geen ka­me­len­markt ge­zien, zijn er nog geen an­der­half uur ge­ble­ven, maar we zijn wel in de Sa­ha­ra ge­weest.
De lift­ge­vers: twee Duit­sers, dat wil zeg­gen man en vrouw met een Volks­wa­gen-bus, oud mo­del. Vijf lif­ters: de Zwit­ser, een Schot, een Duit­ser en twee Ne­der­lan­ders (wij).
We rijden door Er­foud en vra­gen of we ver­der mee noord­waarts kun­nen. En ja hoor, zij gaan naar Mes­ki, 40 km voor Ksar es-Souk en wij gaan mee. On­der­weg maak ik di­ver­se foto’s [dia’s] van kash­bahs.
In Meski rij­den we mee tot op de cam­ping, maar wij kun­nen daar zon­der tent niet over­nach­ten. De be­wa­kers: “Weg, weg, vi­te [snel!].”
We kun­nen van hen een één vier­kan­te me­ter over­dekt hok hu­ren voor 20 Dh per per­soon.
We besluiten te gaan en wil­len naar de gro­te weg lo­pen. De trap op en we wan­de­len op een rond­weg. Er komt een man aan­ge­lo­pen: “Toe­ris­ten! Waar ko­men jul­lie van­daan?”
“Hoe­lan­da.””
“Kom bij mij. Ik heb net ver­se munt ge­plukt. Moet je eens rui­ken. Kom een kop thee drin­ken. Vijf mi­nuut­jes maar.”
Cees aarzelt, maar ik stem toe. We lopen achter hem aan.
“Deze kant op,” zegt hij nors.
‘He, oei,” denk ik, ‘dat kost geld.’
We lopen met hem mee, be­tre­den zijn aar­den huis in de Ksar. Hij gaat thee zet­ten. Klopt met een ha­mer gro­te stuk­ken sui­ker van een brood­vor­mi­ge sui­ker­klomp af, zoekt wel tien mi­nu­ten naar lu­ci­fers. Wij heb­ben er ook geen.
We drin­ken on­ze eer­ste kop thee van hem. De whis­ky van Ma­rok­ko. “Shuk­ran” is “proost”.
“Geef me jul­lie ad­res, dan krij­gen jul­lie het mij­ne.” Ik schrijf on­ze ad­res­sen op en krijg van hem een brief met het zij­ne. Het ad­res mag ik over­schrij­ven. Hij laat tien­tal­len fo­to’s zien en ad­res­sen van vrien­den.
We krij­gen elk een ket­ting om­ge­han­gen, van da­dels, rood ge­verfd.
Zijn adres is: Mon­sieur Ali B M., Mes­ki, Er­ra­chi­dia, Ma­roc.
Hij ver­telt dat zijn doch­ter bin­nen­kort gaat trou­wen.
“Wat heb jij een mooi hor­lo­ge,”* zegt hij, wij­zend op het mij­ne. Cees laat het zij­ne zien en praat ver­der. We drin­ken drie kop­pen thee en eten brood met anijs er­in. En hij begint weer over het hor­lo­ge.
Ik zeg: “Het is van mijn vader.” [Dat is de waar­heid.] Hij be­grijpt het ver­keerd: “Een sou­ve­nir van jouw va­der.” en hij praat niet meer over het hor­lo­ge.
Of we fo­to’s wil­len ma­ken. Met zijn doch­ter Fa­ti­ma er­op, een meis­je van cir­ca vijf jaar en of we niet wat geld over heb­ben voor zijn oud­ste doch­ter, die bin­nen­kort gaat trou­wen.
‘Wat had ik gedacht.’
We maken fo­to’s met de flit­ser.
“Zijn dat niet toe­val­lig de­zelf­de bat­te­rij­en als in zijn ra­dio”, vraagt Cees en ja hoor, het zijn de­zelf­de. Ik heb vier re­ser­ve­bat­te­rij­en en geef er twee aan Cees, die ze aan Ali geeft.
Fo­to’s bin­nen, fo­to’s bui­ten, fo­to’s van de ezel, fo­to’s van de scha­pen.
“Heb­ben jul­lie geen zoem, zoem, zoem.” Hij maakt het ge­baar van elek­trisch sche­ren.
“Nee, dat heb­ben we niet.”
“En een ander sou­ve­nir?”
“Nou, we kun­nen niets mis­sen. Dit is onze over­le­ving.”
We geven 15 Dh. (F. 9,00)
Hij vraagt of we niet wil­len blij­ven sla­pen en of we niet cous­cous wil­len eten.
“We wil­len voor het don­ker in Ksar es-Souk [Er­ra­chi­dia] zijn.”
“Ja, ik stuur jul­lie da­dels, als jul­lie die fo­to’s stu­ren.”
We gaan en zien een prach­ti­ge zons­on­der­gang met er te­gen­over gou­den wol­ken. Geen fo­to’s ge­maakt, om­dat dat vol­gens Cees te veel tijd in be­slag zou ne­men.
Ach­ter­na ge­ze­ten door be­de­len­de kin­de­ren, ver­la­ten we Mes­ki en lo­pen rich­ting Ksar es-Souk.
Een jon­gen biedt ons da­dels aan en zegt: “Er is een Oued [ri­vier] over de weg en je kunt be­ter naar de cam­ping gaan.”
“We heb­ben geen tent.” En we lo­pen door en groe­ten vrien­de­lijk.
We heb­ben zo’n goed mo­reel dat ik best nog tot Ksar es-Souk zou wil­len lo­pen.
Na cir­ca drie ki­lo­me­ter krij­gen we een lift van een vracht­wa­gen. Ik help Cees mijn zak in de bak te gooi­en en wil ook met de zij­ne hel­pen. Hij snauwt dat ik moet in­stap­pen en ik be­grijp dat hij bang is dat de vracht­wa­gen zon­der ons, maar met ba­ga­ge zou kun­nen door­rij­den.
On­der­weg komt er nog een lif­ter bij.
We rij­den door een ho­ge Oued. Het gro­te voor­deel van de­ze lift: geen nat­te voe­ten.
In Ksar es-Souk stap­pen we bij de mos­kee uit en lo­pen te­rug naar het duur­ste ho­tel uit on­ze va­kan­tie: 55 Dh per nacht (f. 33,00) Het is er een be­kak­te boel, zon­der warm wa­ter.
“Warm wa­ter is er wel.”
“Nee, dat is er niet.” De re­cep­ti­o­nist gaat voe­len en wa­rem­pel, er is geen warm wa­ter.
“Mor­gen is er warm wa­ter.
“Hoe laat?”
“Morgen.”
En kwart voor twaalf is er nog geen warm wa­ter, maar om vijf over mid­der­nacht wel, maar zo­ver was het nog niet.
Tegen 20.00 uur gaan we in het dorp in­ko­pen doen voor mor­gen en soep eten. We ver­ge­ten kof­fie te drin­ken en gaan te­rug. We ko­men de twee Hol­lan­ders te­gen en een jon­gen die ze van twee jaar ge­le­den ken­den.
Ze spre­ken bij­na geen Frans en de sym­pa­thiek­ste van de twee kent een paar woord­jes Ara­bisch. We gaan kof­fie drinken in een ca­fé en pra­ten er wat.
De jon­gen (zijn naam weet ik niet) vraagt wat ik van Ma­rok­ko vind.
Ik zeg: “Na­tuur: een prach­tig land, maar veel ar­moede en veel be­de­laars.”
Hij ver­telt dat er geen ech­te mos­lims zijn, dat ie­der­een in de ko­ran ge­lijk is. Dat de rij­ken van de ar­men ste­len. Dat veel Ma­rok­ka­nen lui zijn. Ze gaan in het leger om be­taald niets te doen. Dat die luie Ma­rok­kanen ui­ter­aard kin­de­ren heb­ben die nog lui­er zijn en die hun kin­de­ren nog lui­er. Hij ver­telt mij dat hij zich op­ge­slo­ten had en zich voor­be­reid had op de ge­van­ge­nis en ik be­grijp er uit dat hij zich te­gen het re­gi­me wil­de ver­zet­ten. Kor­tom, hij noemt al­le­maal din­gen die in on­ze ‘Chris­te­lij­ke’ we­reld niet an­ders zijn.
Ik kan hem moei­lijk vol­gen, mijn Frans is erg slecht, bovendien heb ik wei­nig zin in een zo zwaar ge­sprek, maar wil niet zo on­be­leefd zijn door het af te bre­ken en ik word ge­hin­derd door Cees en die twee Hol­lan­ders die het in het Ne­der­lands ook on­der an­de­re over po­li­tiek en Den Uyl hebb­en.
Tegen 00.45 uur op bed. Cees zit in bad.
(Ik heb een Ko­dak­film voor 50 Dh. (f. 30,00) ge­kocht. In Er­foud kost­ten ze van­mor­gen 45 Dh en dat vond ik al te duur.)
Weer: de he­le dag droog. Tus­sen Ris­sa­ni en Mes­ki veel zand­stor­men.

*
Be­gin ja­ren ne­gen­tig, toen ik Sy­rië be­zocht, leer­de ik, dat wan­neer je iets van ie­mand prijst, een ding, een goed, of een klei­nood, de­ze per­soon ver­plicht is dat goed aan jou te ge­ven. Mo­ge­lijk speel­de dit prin­ci­pe ook mee bij de­ze boer, die mijn hor­lo­ge prees. Ik weet het niet, maar acht het mo­ge­lijk.

Index

In­dex van ter­men:
In­dex van per­so­nen:
Cees.
In­dex van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.