28 december 1997


Militaire post

Dit is de mi­li­tai­re post aan de zij­de van de Ḥa­ḍra­maut. De per­soon, in het mid­den van het beeld, is mis­schien wel die jon­ge­man die ons om een lift ver­zocht en die door een mi­li­tair werd weg­ge­voerd. Ik weet het niet meer.
De ta­fel­ber­gen op de ach­ter­grond ho­ren nog bij de laat­ste Ḥa­ḍra­mi­tische ken­mer­ken. Links (niet in beeld) ligt de woes­tijn, de Ram­lat al-Sab­­ᶜa­tayn, die we zul­len door­krui­sen op weg naar Ma­’rib en Ṣa­naᶜā’.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9465) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) even buiten de stad Šibām en lo­geer daar in het Gaṣr al-Ḥaw­ṭa-ho­tel (Het Ḥaw­ṭa Pa­la­ce Ho­tel). Van­daag gaan mijn col­lega Taw­fīq en ik met een au­to en Be­doe­ïe­nen­gids door de woes­tijn naar de hoofd­stad van Je­men: Ṣa­naᶜā’. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zondag, 28 december 1997.
Šibām (Šibām: Gaṣr al-Ḥaw­ṭa-hotel) – Ṣanaᶜā’: 40/8.
’s Nachts werd ik een paar keer wak­ker, maar om 04.15 uur liep de wek­ker af en maak­te me de­fi­ni­tief wak­ker.
Op circa 04.30 uur.
Om 05.00 uur vertrek­ken Taw­fīq en ik met een Land­crui­ser (zon­der ont­bijt) naar Ṣa­naᶜā’, waar we om 17.00 uur het Gas­mi-ho­tel betreden.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Nā­ǧī, on­ze chauf­feur

Onze chauf­feur tot Ma­’rib is Nā­ǧī van de Aš­rāf-stam uit Ma­’rib. Hij heeft twee doch­ters en ze­ven ka­me­len. Deze au­to is niet van hem, maar van de ša­rīf.(?)
We rijden west­waarts, maar Ši­bām zien we niet.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Maṭ­ᶜam al-Maḵ­nag

We ko­men rond 06.00 uur aan bij het res­tau­rant al-Maḵ­nag, waar ik ver­le­den jaar met Abd al-Raḥ­mān en de chauf­feur Mu­ham­mad drie keer kwam, op de dag dat we Wā­dī Dū­ᶜan be­zoch­ten*(01).
Daar stapt de tweede Be­doe­ïen­, die van­af Gaṣr al-Ḥaw­ṭa in de au­to zat, uit. We blij­ven een uur in het res­tau­rant en eten er ḵoebz (het gro­te plat­te brood, dat al­leen smaakt als het warm is, maar an­ders als kar­ton is) met ge­bak­ken ei.
Omdat ik ge­volg moet ge­ven aan de roep van de na­tuur, ben ik geen ge­tui­ge van het ri­tu­eel slach­ten van een ka­meel. Ik zie wel het ont­ziel­de li­chaam han­gen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Pro­to-his­to­ri­ca

Van­uit al-Maḵ­nag ‘dui­ken’ we om cir­ca 07.00 uur het zand in: de Ram­lat al-Sab­ᶜa­tayn*(02).
Nā­ǧī heeft be­hal­ve een pis­tool, ook een Ka­lasj­ni­kov*(03) (voor de show?) bij zich.
Tot circa 13.00 uur duurt het voor­dat we in Ma­’rib zijn.
We maken ken­nis (al in het al-Maḵ­nag res­tau­rant) met een stel Fran­sen. Een jon­ge­man, die nog moet af­stu­de­ren in het Ara­bisch, zijn vrouw, een pro­to-his­to­ri­ca en een vrien­din, die op be­zoek is bij hen.
De jongeman rijdt zelf in een Mit­su­bi­shi Pa­je­ro door de woes­tijn, ter­wijl Nā­ǧī hen ook gidst. De kennismaking blijft op het oppervlakkige niveau.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Tanks

Nā­ǧī is een knap­pe jon­ge­man, een ech­te Be­doe­ïe­ne, met een kop zo­als die op de fo­to’s van Wil­fred The­si­ger*(04) voor­ko­men. Een ka­rak­te­ris­tie­ke Be­doe­ïe­nen­kop, een en an­der wordt ver­sterkt door de ro­de koe­fiy­ya*(05) die hij draagt.
De weg door de woes­tijn be­gint daar waar de tanks in­ge­gra­ven zijn, met de loop de woes­tijn in ge­richt, waar een aan­tal sol­da­ten staan, een thee­huis is en twee man­nen in ba­rak­ken wo­nen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Jongen (in de war?)

Een jon­gen, dui­de­lijk in de war, vraagt aan ons een lift. Taw­fīq wei­gert die. Hoe zou ik heb­ben ge­re­a­geerd? Ik was er niet tuk op om hem mee te ne­men. Hoe komt zo ie­mand zo­ver van de be­woon­de we­reld, hier te­recht?
Na een woor­den­wis­se­ling met Nā­ǧī wordt de jon­gen door een mi­li­tair af­ge­voerd / mee­ge­no­men.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ram­lat al-Sab­ᶜa­tayn

De andere kant van de woes­tijn wordt ook be­grensd door tanks, niet in­ge­gra­ven, de­ze keer, maar de lo­pen ook rich­ting woes­tijn.
Tussen die lo­pen, in oost en west, één gro­te zand­vlak­te met op som­mi­ge plaat­sen au­to­ban­den­spo­ren, meer dan vijf­tig me­ter breed.
Soms rijden ‘kolonnes’ van vijf of zes Land­cruisers in te­gen­ge­stel­de rich­ting met ho­ge snel­heid langs. De ‘weg’ (pis­te) is heel breed en de af­stand met te­gen­lig­gers (ook tank­au­to’s) is soms meer dan hon­derd me­ter. (Links of rechts, ieder kiest zijn ei­gen pad.)
Soms rijden we in één spoor en en­ke­le te­gen­lig­gers zijn mooie jon­gens.
De aanleg van een ver­keers­weg vor­dert al in oost en west.
Op een zandrug houden we halt. Het lijkt Kat­wijk aan Zee wel. Er staan tien­tal­len au­to’s en de men­sen lo­pen rond om de be­nen te strek­ken. (Of om hun be­hoef­te te doen?) Veel pri­va­cy is er niet.
Volgens de Fran­se pro­to-his­to­ri­ca zijn hier veel gra­ven, ge­ken­merkt door rond ge­plaat­ste ste­nen.
Op sommige plaat­sen ka­meel­kud­des, ka­meel­kleu­rig en zwart. Het land­schap: zand­kleur­ig zand, dat wil zeg­gen: ka­meel­kleu­rig zand, maar ook zwart en soms wit. Nā­ǧī denkt dat het van schel­pen is. Ik denk dat het zout is.
We stop­pen niet. We jak­ke­ren maar voort, soms 130 km per uur.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ge­wicht­loos?

Als Nā­ǧī even niet op­let en met de cas­set­te­spe­ler be­zig is, doemt plot­se­ling een dro­ge sloot op. De klap is enorm. De au­to vliegt door de lucht en stui­tert ver­schil­len­de ke­ren voor­dat hij weer zijn weg ver­volgt. Wij, Nā­ǧī, Taw­fīq en ik vlo­gen nog net niet ‘ge­wicht­loos’ rond. Daar­na rijdt hij niet meer zo snel, maar toch nog snel ge­noeg om niet in de plaat­sen met rul zand weg te zak­ken.
Op sommige plaat­sen is het groen ge­noeg om ka­me­len te wei­den. Op an­de­re plaat­sen staat veel klein struik­ge­was.
Twee der­de van de rit zit ik voor­in en Taw­fīq op de ach­ter­bank. We mo­gen de ra­men al­leen maar open­doen als de weg zo hard is dat het niet stoft, an­ders moe­ten de ra­men dicht blij­ven*(06). Het wordt dus steeds war­mer in de au­to. Nā­ǧī be­gint dan ook steeds meer te knik­ke­bol­len en valt zelfs ge­re­geld in slaap. Veel kwaad kan dat niet. Voor ons ligt een enor­me plat­te zand­vlak­te.
We steken dwars door de Ram­lat al-Sab­ᶜa­tayn. Rechts naast ons al-ᶜAbr, voor ons Ǧabal al-Ṯa­niy­ya, [de Ṯa­niy­ya-berg] die op berg­top­pen lij­ken die uit­ste­ken bo­ven de wol­ken en op die wol­ken, heel vlak, rij­den wij.
Ik zou het niet ge­mist wil­len heb­ben, maar ik hoef geen twee­de keer en het was dus niet spec­ta­cu­lair.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ma’­rib

In Ma­’rib eten we in een la­waai­ig res­tau­rant de be­ken­de kip met rijst.
Ik probeer een stel goed ver­zorg­de toe­ris­ten te cho­que­ren door ook met mijn han­den te eten*(07). Rijst, met na­me. Het gaat erg goed, hoe­wel het geen kleef­rijst is en ik het voor de eer­ste keer in mijn le­ven doe.
Een rondrit door Ma­’rib slaan we af. Taw­fīq zag het al een keer en ik hou niet van do­de ste­nen in de woes­tijn.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Rij­den­de bom

Voor 3.400 rial [f. 51,00] wil een chauf­feur ons wel naar Ṣa­naᶜā’ bren­gen.
De vele mi­li­tai­re con­tro­les on­der­weg zijn een kriem, maar de chauf­feur ver­telt steeds dat we van de Šir­ka (fir­ma) zijn. Ze­ker de olie­maat­schap­pij, die in de woes­tijn lag, be­waakt door veel ge­schut. (Vol­gens Taw­fīq, want ik sliep.)
Na enige tijd is er een an­de­re re­den waar­om men ons met spoed door­laat: we zit­ten in een rij­den­de bom!
De volkomen gek­ke, schreeu­wen­de, in plaats van pra­ten­de, chauf­feur rijdt on­der­weg over een steen. Een enor­me klap.
Hij kijkt om. De au­to ram­melt een beet­je.
Ik kijk om: er ligt een spoor van ben­zi­ne en de au­to ram­melt steeds meer.
De chauffeur stopt. Er moet eerst een steen ach­ter een van de wie­len gel­egd wor­den, an­ders loopt de auto de stei­le hel­ling ach­ter­waarts naar be­ne­den.
We blijken een lek­ke band te heb­ben en uit de tank gutst de ben­zi­ne.
De chauffeur com­man­deert, maar Taw­fīq be­grijpt hem niet, laat staan ik.
Het gat in de tank wordt uit­ein­de­lijk ge­dicht met een zak­doek van Taw­fīq en smeer van een an­de­re au­to, waar­van de chauf­feur wel stop­te om ons te hel­pen, ter­wijl on­ze chauf­feur niet stop­te om an­de­ren te hel­pen, voor­dat wij pech kre­gen. Wel­licht was on­ze aan­we­zig­heid daar de­bet aan.
De chauffeur kan met zijn lek­ke tank vrij­wel al­le vol­gen­de weg­con­tro­les snel pas­se­ren.
Voor het bren­gen naar het Gas­mi-ho­tel wil hij nog ex­tra heb­ben en ik geef hem nog eens 400 rial.
Circa 17.00.
Er is door Taw­fīq be­gin de­cem­ber al een ka­mer ge­re­ser­veerd voor ie­der van ons. We ne­men on­ze in­trek en gaan de stad in. Over­leg­gen in het ho­tel en ik ga rond 23.30 uur moe naar bed.
Weer: ’s och­tends en ’s avonds fris. Over­dag warm.
Ondanks een ‘ge­vaar­lij­ke’ woes­tijn en een lek­ke ben­zi­ne­tank, geen span­nen­de dag.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Verslag

Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, nog een ver­slag dat be­doeld was voor een brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Dat be­vat soms meer ach­ter­grond­in­for­ma­tie, maar ge­deel­te­lijk be­vat het ook tekst die hier­bo­ven al staat. Ik ci­teer hier uit dat ver­slag.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ge­zichts­be­drog

Op het dashboard lag het pistool van Nā­ǧī en tus­sen hem en mij lag zijn Ka­lash­ni­kov. Een rit door de­ze woes­tijn geldt als bij­zon­der ge­vaar­lijk. Er wor­den ge­re­geld toe­ris­ten ont­voerd*(08).
Honderdtien dol­lar be­taal­den Taw­fīq en ik per per­soon voor een rit door die gro­te zand­bak, die me ove­ri­gens erg te­gen­viel. Van­uit de lucht had ik het ge­bied reeds ve­le ma­len ge­zien. De laat­ste keer dat ik er over­heen vloog was op 24 november jl. Toen leek het net als­of ik in de be­ne­den­ver­die­ping van een lang­zaam rij­den­de dub­bel­deks trein zat. Het zand was zo dicht­bij dat ik dacht dat ik kon uit­stap­pen en een stuk­je kon mee­lo­pen. Ge­zichts­be­drog vanaf tien ki­lo­meter hoog­te.
Die zondagochtend ston­den we in dat zand, maar mee­lo­pen was er niet bij.
Het laatste teken van de be­scha­ving aan de Ḥa­ḍra­mi­tische zij­de, the mid­dle of no­where, zijn de twee lo­pen van in het zand in­ge­gra­ven tanks. Naar het wes­ten ge­richt, de woes­tijn in.
In het thee­huis naast die tanks, waar een man he­le­maal al­leen woont met slechts een paar mi­li­tai­ren in zijn di­rec­te na­bij­heid, dron­ken we net een glaas­je thee toen een jon­ge­man ge­kleed in vod­den aan ons vroeg of we hem een lift kon­den ge­ven. In zijn hand had hij een plas­tic zak met wat rom­mel er­in. Hij maak­te een ver­war­de in­druk. Nā­ǧī sprak met hem en noem­de hem maǧ­nūn (gek). Hoe kwam een gek in dit van God ver­la­ten oord te­recht?
Een van de mi­li­tai­ren kwam naar de jon­gen toe, sloeg een arm om hem heen en voer­de hem met zach­te dwang weg. Toen we wil­den we­ten wat dat al­le­maal te be­te­ke­nen had, werd ons te ver­staan ge­ge­ven dat het niet on­ze za­ken wa­ren.
Het eer­ste te­ke­nen van be­scha­ving aan de Ṣa­naᶜānī-zij­de zijn twee lo­pen, niet in­ge­gra­ven, maar wel weer van tanks, nu naar het oos­ten ge­richt, de woes­tijn in.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Woes­tijn­rit

Wat was er nu tus­sen die vier lo­pen te zien? Zand, grind, ka­me­len, fa­ta mor­ga­na’s, en­ke­le heu­vels, struik­ge­was, veel Land­crui­sers met nog veel meer toe­ris­ten en voor­al enor­me stof­wol­ken.
Het was warm in de au­to. We moch­ten van Nāǧī de ra­men niet open doen van­wege het stof dat als een dik­ke mist door de au­to op­ge­wor­pen werd. De rit door de Ram­lat al-Sab­ᶜa­tayn was voor­al voor Nā­ǧī erg zwaar. Waar hij de nacht had door­ge­bracht weet ik niet, maar dat hij niet goed ge­sla­pen had was dui­de­lijk. In de warm­te van de au­to be­gon hij af en toe te knik­ke­bol­len. Na een tijd­je viel hij ge­woon in slaap, bij een snel­heid van hon­derd ki­lo­me­ter per uur. Dat maak­te niet veel uit. De weg was vlak en het eer­ste ob­sta­kel dat voor ons lag, lag op meer dan vijf ki­lo­me­ter af­stand. Af en toe open­de hij de ogen om te zien of het nog goed ging.
Af en toe moest Nā­ǧī ook in de spie­gel kij­ken om te zien of de drie Fran­sen, twee vrou­wen en een man, die zelf zijn Mit­su­bi­shi Pa­je­ro reed, ons nog wel bij kon hou­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Woes­tijn­land­schap

We leg­den de weg door de woes­tijn waar­schijn­lijk met een kor­te boog naar het noor­den af. Nā­ǧī wees op­ge­geven mo­ment rechts van ons en zei dat daar al-ᶜAbr lag, aan de ho­ri­zon. La­ter re­den we door Ǧa­bal al-Ṯa­niy­yah. Ber­gen waar­van al­leen de top­pen bo­ven het zand uit­ste­ken. Het lijkt als­of het on­der­ste deel in de wol­ken zit. Wij re­den dan over het vlak­ke bo­ven­dek van die wol­ken.
Het landschap werd na verloop van tijd een­to­nig. Aan de Ḥa­ḍra­mi­tische kant wa­ren er de be­ken­de ta­fel­ber­gen, die ik nog al­tijd mys­te­rieus mooi vind, maar die we­ken steeds ver­der uit­een, tot­dat ze ach­ter de ho­ri­zon ver­dwe­nen. Voor ons lag al­leen maar zand. Ka­meel­kleu­rig zand. (We za­gen veel ka­me­len, een groot deel daar­van was zwart). En wit zand. Mis­schien is dat wel zout?
Onderweg zagen we veel ka­me­len, al­le­maal zand­kleu­rig. Die dool­den on­be­waakt rond, maar be­hoor­den toch aan ie­mand, ver­tel­de Nā­ǧī. Hij­zelf had ze­ven ka­me­len, twee doch­ters en een vrouw.
Af en toe waren er op gro­te af­stand bo­men te zien, ver­spreid in het land­schap. Soms werd de weg be­grensd door la­ge ge­le en groe­ne strui­ken en klei­ner gewas. Op som­mi­ge plaat­sen was het zand dui­de­lijk har­der dan op an­de­re plaat­sen. Er wa­ren rul­le plek­ken waar Nā­ǧī hard over­heen moest rij­den om niet vast te lo­pen. Op gro­te af­stand le­ken gro­te me­ren te lig­gen. Zon­der dat we ver­gin­gen van de dorst za­gen we toch fa­ta mor­ga­na’s.
Een en­ke­le keer ont­moet­ten we een te­gen­lig­ger, als de pis­te smal was en we uit moes­ten wij­ken voor de te­gen­lig­ger. In al­le ge­val­len een stam­lid van Nā­ǧī, jon­ge jon­gens vaak, maar met net zo’n mooie ka­rak­te­ris­tie­ke kop als on­ze chauf­feur.
Op sommige plaat­sen was de pis­te meer dan hon­derd me­ter breed en he­le­maal be­dekt met spo­ren van an­de­re Land­crui­sers. Tien­tal­len daar­van za­gen we. Al­le­maal ge­vuld met zes of acht toe­ris­ten die een tocht door de woes­tijn on­der­na­men, van­uit Ṣa­naᶜā’ naar de Ḥa­ḍra­maut. Soms za­gen we gro­te tank­au­to’s rij­den, die ons te­ge­moet kwa­men of die we kon­den in­ha­len om­dat die niet zo snel voor­uit kon­den ko­men. Al­le­maal wier­pen ze enor­me stof­wol­ken op.
Onderweg was een lan­ge zand­rug. Daar stop­ten al­le au­to’s. Het leek wel de par­keer­plaats van een bad­plaats aan de kust. De (la­ge) zand­rug als duin en de voor­lig­gen­de zand­vlak­te als zee. Vol­gens de Fran­çai­se in de Pa­je­ro, een pro­to-his­to­ri­ca, dui­den de ve­le ste­nen rond en bij de zand­rug op pre­his­to­rische gra­ven.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Cul­tuur­bar­baar?

Om één uur waren we in Ma’­rib. Rond de­ze stad zijn veel his­to­rische mo­nu­men­ten te zien uit een tijd ver voor Chris­tus, onder an­de­re de be­roem­de stuw­dam van Ma­’rib*(09). Ik ben er niet heen ge­gaan, want ik hou niet van ou­de ste­nen, do­de ste­den in de woes­tijn. (Ik schijn de eni­ge toe­rist ter we­reld te zijn die in Jor­da­nië (juli / augustus 1994) is ge­weest en Pe­tra niet be­zocht heeft en ik ben in Sy­rië (1992) niet bij Pal­my­ra / Tad­mor uit de bus ge­stapt toen ik er uit Deir az-Zor, op weg naar Da­mas­cus, langs reed (2 au­gu­stus 1992). Ben ik een cul­tuur­bar­baar? Le­ven­de ste­den in de woes­te­nij, dat wil zeg­gen daar waar men­sen wo­nen, daar hou ik wel van. Zo wil ik wel graag naar het dorp Ṯa­mūd, in de woes­tijn ten noord­oos­ten van Ta­rīm, gaan. Dit jaar kwam het er niet van, vol­gen­de keer, mis­schien).
In Ma’­rib stap­ten we dus in die taxi die in een rij­den­de bom zou ver­an­de­ren.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ka­lash­ni­kov

Van de Ḥa­ḍra­maut naar Ṣa­naᶜā’ re­den we de laat­ste twee­hon­derd ki­lo­me­ter door een ruw berg­land­schap, over een as­falt­weg, maar dat wil niet zo­veel zeg­gen in Je­men. De we­gen zijn slecht on­der­hou­den en er zijn op ver­wach­te en on­ver­wach­te plaat­sen gro­te kui­len of grep­pels in het weg­dek. Ook rond de hoofd­stad.
De weg van Ma’­rib naar Ṣa­naᶜā’ was soms ge­deel­te­lijk ver­sperd door ste­nen. Een en­ke­le keer wa­ren die van de ber­gen ge­rold, de mees­te ke­ren wa­ren die er door mi­li­tai­ren neer­ge­legd. Daar­ach­ter be­vond zich dan een con­tro­le­post van het le­ger. De­ze streek schijnt ge­vaar­lijk te zijn.
Wilde Be­doe­ïe­nen­stam­men be­heer­sen het ge­bied. Wes­ter­lin­gen kun­nen een ge­wa­pen­de sol­daat mee­krij­gen om hen te be­scher­men te­gen over­val­len. Je­me­nie­ten hoe­ven niet be­schermd te wor­den, want zij rei­zen al­tijd zon­der mi­li­tai­ren. [Zij zijn waar­schijn­lijk geen in­te­res­san­te ‘ont­voe­rings-ob­jec­ten‘, of heb­ben een wa­pen bij zich.] We kon­den een Ka­lash­ni­kov krij­gen, zei de sol­daat aan het be­gin van on­ze rit door het Wil­de Wes­ten ten zuid­oos­ten van Ṣa­naᶜā’, toen Taw­fīq zei dat we mi­li­tai­re be­ge­lei­ding niet op prijs stel­den. Een Ka­lash­ni­kov hoef­den we ook niet.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

De hand­rem, waar…?


Een Ka­lash­ni­kov had ons niet kun­nen hel­pen toen we na on­ge­veer hon­derd ki­lo­me­ter op een stil­le berg­hel­ling tot stil­stand wer­den ge­dwon­gen. Een klei­ne weg­ver­sper­ring die door on­ze drif­tig gāt*(10) kau­wen­de chauf­feur niet werd op­ge­merkt ver­oor­zaak­te veel el­len­de, … voor hem. Het was een na­tuur­lij­ke weg­ver­sper­ring, een steen die van de ber­gen ge­rold was. Met zijn ach­ter­wiel reed hij er­over­heen. De au­to sprong een eind­je om­hoog en we hoor­den een flin­ke klap. De chauf­feur keek even be­zorgd in de spie­gel en reed toen ver­der. Kor­te tijd daar­na be­gon de au­to te slin­ge­ren en toen ik ach­ter­om keek zag ik dat een ben­zi­ne­spoor op het as­falt de au­to volg­de. Nog voor­dat ik de man kon waar­schu­wen be­gon hij al te rem­men om te stop­pen. We had­den een lek­ke band.
Eerst moest Taw­fīq uit­stap­pen om een flin­ke steen te zoe­ken om ach­ter een wiel te leg­gen. Zon­der steen zou de au­to ach­ter­uit de berg af­rol­len. De hand­rem was on­be­reik­baar, want als voor­bank was een ach­ter­bank in de au­to ge­mon­teerd, zo­als in al­le Je­me­ni­tische taxi’s. Dan kun­nen er ook nog twee of drie pas­sa­giers naast de chauf­feur zit­ten, want hoe meer pas­sa­giers hoe meer ver­diens­ten.
De ach­ter­band was zo plat als een dub­bel­tje, maar dat was niet zo erg, want er was een re­ser­ve band. Er­ger was dat de tank door de steen door­boord was. De ben­zi­ne gut­ste er­uit. Ge­luk­kig had on­ze chauf­feur zijn bran­den­de si­ga­ret een paar mi­nu­ten er­voor uit de au­to ge­gooid. Nu lag hij vloe­kend on­der zijn auto en vroeg om iets, waar­van wij niet wis­ten wat hij be­doel­de. Taw­fīq gaf hem zijn zak­doek en de man stop­te die in het gat van de tank. Het erg­ste stro­men hield op, maar de tank drup­pel­de nog. De chauf­feur stop­te er een plas­tic zak bij. Dat hielp al­weer een beet­je meer.
Een pas­se­ren­de col­le­ga par­keer­de zijn auto in de berm, maar stap­te niet eer­der uit dan na­dat een van de pas­sa­giers een steen ach­ter een wiel had ge­legd. Daar­na kwa­men er ook een tien­tal Je­me­nie­ten uit die sta­tion­car. En­ke­len be­gon­nen naar een op­los­sing voor ons pro­bleem te zoe­ken. Na een tijd­je kon­den we on­ze reis met een nieuwe band en een nog maar wei­nig lek­ken­de tank ver­vol­gen.
Het op­ont­houd van on­ge­veer een half uur le­ver­de ons uit­ein­de­lijk een flin­ke tijd­winst op. We za­ten in een rijd­en­de bom (een Mo­lo­tov-cock­tail?) en daar­om moch­ten we bij de ve­le mi­li­tai­re weg­ver­sper­rin­gen lan­ge rij­en wach­ten­de au­to’s zelfs rechts pas­se­ren. De sol­da­ten wil­den niet het ri­si­co lo­pen op­ge­bla­zen te wor­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(01)
Res­tau­rant al-Maḵ­nag. al-Maḵ­nag (ﺍﻟﻤﺨﻨﻖ) be­te­kent: de nek. Dit, om­dat de Wādī daar smal­ler is dan in de rest van dit ge­bied, dus een as­so­ci­a­tie op­roept met een nek in een li­chaam. [De wordt als de ch uit­ge­spro­ken zo­als in de Ne­der­land­se uit­spraak van het woord chaos.]
Ik be­zocht dit res­tau­rant drie keer op 7 juni 1996.

Te­rug.

*(02)
Ram­lat al-Sab­ᶜa­tayn. De­ze woes­tijn Ram­lat al-Sab­ᶜa­tayn, zo­als ik hem meen­de te ken­nen, blijkt (vol­gens de Ara­bische ver­sie van Wi­ki­pe­dia) in wer­ke­lijk­heid Ṣayhad, sec, te he­ten, zelfs zon­der het lid­woord al-: ﺻﻴﻬﺪ
Wi­ki­pe­dia: Ram­lat al-Say­had (Sa­baᶜtayn) (Duits).

Te­rug.

*(03)
Pistool en Kalasjnikov. Dit spreekt ei­gen­lijk voor zich­zelf. Het ge­bied dat wij door­krui­sen, heet ge­vaar­lijk te zijn, zie noot 8, hier be­ne­den. Be­doe­ïe­nen, zo­als on­ze chauf­feur en gids Nā­ǧī er ook een is, dra­gen al­tijd een pis­tool bij zich, zo­als ik al ver­meld­de op 22 de­cem­ber jl.
(In Je­men zijn veel wa­pens in om­loop: het land staat in de top­tien van de lan­den met het hoog­ste wa­pen­be­zit op de twee­de plaats na de Ver­enig­de Sta­ten van Ame­ri­ka. Ove­ri­gens staat Zwit­ser­land op de der­de plaats en Fin­land op de vier­de plaats!)

Te­rug.

*(04)
Wilfred Thesiger (1910-2003) was een ‘ou­der­wet­se’ ont­dek­kings­rei­zi­ger in de mo­der­ne tijd, met na­me op het Ara­bisch schier­ei­land waar hij sa­men met (door hem be­taal­de) Be­doe­ïe­nen door de woes­tijn trok en al­daar pro­beer­de te le­ven zo­als hun voor­va­de­ren ge­leefd had­den.
Wi­ki­pe­dia: Wilfred Patrick Thesiger.

Te­rug.

*(05)
Koefiyya. De koe­fiy­ya is de be­ken­de rood / wit­te hoofd­doek zo­als vrij­wel al­le Saoe­dische man­nen die dra­gen. (An­de­re kleu­ren zijn ook mo­ge­lijk.)

Te­rug.

*(06)
Stof. Bij een ver­ge­lijk­bare rit naar het Mau­so­le­um van Sjeik ᶜOe­mar (zie 12 de­cem­ber jl.), had­den we wel de ra­men van de au­to con­stant open. Toen we in Ta­rīm uit­stap­ten za­gen we er­uit als­of we een tun­nel in de woes­tijn ge­gra­ven had­den. Het stof lijkt wel van mo­le­cu­lai­re groot­te en dringt over­al door­heen.

Te­rug.

*(07)
Eten met de han­den. Men­sen uit een Ara­bische / Per­zische cul­tuur zit­ten op de grond / vloer op een kleed tij­dens het eten. Veel men­sen in het Mid­den-Oos­ten ‘graai­en’ met hun rech­ter hand het eten van een ge­za­men­lijke scho­tel, of heb­ben elk hun ei­gen bord. Men kneedt een bol­let­je van het be­schik­ba­re voed­sel en brengt dat naar de mond, of men ge­bruikt een af­ge­scheurd stuk het plat­te, on­ge­re­zen brood ḵoebz om het eten naar bin­nen te wer­ken. Let op! Dit mag al­leen met de rech­ter­hand en niet met de lin­ker­hand, want die geldt als on­rein: daar veegt men zijn / haar gat mee af tij­dens het toi­let­be­zoek en die mag dus NOOIT met eten in aan­ra­king ko­men, ook niet tij­dens de voor­be­rei­ding of ge­du­ren­de het kook­pro­ces.
Mensen die ge­woon­lijk met hun han­den eten ge­brui­ken dus geen be­stek, maar als ze het wel doen dan al­leen vork en le­pel, want mes en vork dwingt tot het eten met de lin­ker­hand (de vork) en men vindt een mes aan ta­fel een on­ge­wenst voor­werp, zo ver­tel­de mij eens een In­do­ne­sische mos­li­ma.

Te­rug.

*(08)
Woestijn en ‘wilde’ no­ma­den­stam­men. Het ge­beurt in Je­men ge­re­geld dat toe­ris­ten ge­kid­napt wor­den, wan­neer die een reis door de woes­tijn ma­ken. Dit is een mid­del van de no­ma­den om de re­ge­ring on­der druk te zetten, om ei­sen in­ge­wil­ligd te krij­gen. De toe­ris­ten in kwes­tie wor­den meest­al goed be­han­deld en over­komt niets. In de laat­ste ja­ren van de twin­tig­ste eeuw is er maar één toe­rist ver­moord, ter­wijl er ve­le tien­tal­len ont­voerd zijn. Na on­der­han­de­lin­gen met de over­heid ko­men al­le toe­ris­ten weer on­ge­schon­den vrij.

Te­rug.

*(09)
Stuwdam van Ma’rib. Die heb ik niet ge­zien, ook niet de his­to­rische res­ten, dus daar kan ik niets over ver­tel­len.
Wi­ki­pe­dia: Gro­te dam van Ma’­rib (En­gels).

Te­rug.

*(10)
De gaat / qat. (ﺍﻟﻗﺎﺕ) is een plant die in Je­men op gro­te schaal ver­bouwd wordt en waar­van op de blaad­jes ge­kauwd word­en voor een ver­do­vend ef­fect. Op 29 de­cem­ber a.s. ben ik bij een gaat-ses­sie met veel man­nen aan­we­zig en ook en­ke­le blaad­jes kau­wen.
Wi­ki­pe­dia: Gāt (Engels) (Uit­ge­brei­de be­han­de­ling van dit roes­mid­del.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer infor­matie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
al-Ḥawṭa Palace Hotel:
GM., F.
:ﻓﻨﺪﻕ ﻗﺼﺮ ﺍﻟﺤﻮﻃﺔ
Wādī Doeᶜan:
GM., Wi., F.
:ﻭﺍﺩﻱ ﺩﻭﻋﻦ
Ram­lat al-Sab­ᶜa­tayn:
GM., Wi.
:ﺭﻣﻠﺔ ﺍﻟﺴﺒﻌﺘﻴﻦ
al-ᶜAbr:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻌﺒﺮ
al-Ṯaniyya:
:ﺍﻟﺜﻨﻴﺔ
Ma’­rib:
GM., Wi.
:ﻣﺄﺭﺏ

Ṯa­mūd:
GM., Wi.
:ﺛﻤﻮﺩ
Petra:
GM., Wi., F.
:ﺍﻟﺒﺘﺮﺍﺀ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.