Jemen, 25 mei 1996

Dadelpalmen.
Dadelpalmen in de tuin voor mijn terras, mijn uitzicht.
Om de takken van de dadelpalmen te bescher­men tegen doorbuigen en afbreken werden de trossen dadels ondersteund door ze op andere takken te laten leunen. Rechts op de dia zien we een man in de palmboom staan die daarmee bezig is. Hij staat op zijn blote voeten op de tak­ken, die zo sterk zijn dat ze hem zonder probleem kunnen dragen. Hij is hard aan het werk met het behandelen van de trossen dadels.
Links gaat de man zonder klimijzers of hulp­touwen en op blote voeten langs de stam naar be­neden, alsof het niets bijzonders is en hij gewoon een ‘ommetje’ maakte naar de top van de boom.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 25 mei 1996 (zaterdag).

Naar het einde of de index.

Tariem.
Op 05.30 uur.
FoxPro tot 06.30 uur. Dan houdt de spanning op te bestaan. Normaal gesproken duurt het spannigsloze tijd­perk tot 18.30 uur.
Rond 8.45 in de bibliotheek.
Ik hoor dat telefooncentrale is afge­brand, zowel de oude als de nieuwe.(1)
Een groen uniform met Kalasjnikov verbiedt me een foto te maken, nadat hij door de omstanders is wakker geschud. Waarom wordt niet duidelijk. Het is overigens niet spectaculair. De lange grijze contai­ner van de Hongaarse telefoon­maatschappij is aan de voorkant licht geblakerd en het dak is inge­stort. Binnen zal het wel spectaculair zijn. Op tweehonderd meter afstand rook het wel naar verbrande kabels.

Na de middag naar het zwembad. Dat ligt vol met mooie kastanje­bruine jongenslijven. Als ik erbij wil stappen om te genieten, komt Salim, de receptionist, om dat heerlijks weg te jagen. Dit bad is ‘slegs vir blankes’. Dan trek ik me terug. Dat wil ik die schoonheden niet aandoen, die hier voor 120 rial betaalden. (f. 1,50) (Waarschijnlijk rijkeluiszoontjes.)
Met FoxPro database werken, want er is wonder boven wonder elektri­citeit.
Zwemmen na 16.30 uur.
FoxPro.
Eten in het restaurant van het hotel.
Ik voer een discussie over het geloof met mijn samier Moehammad al-S. Later zitten we nog wat te vertellen.

De jonge jenever schonk ik in waterflessen en de whisky in flessen voor appelsap. Alles ligt nu in het vriesvak van mijn koelkast. De oorspronkelijke flessen sloeg ik aan gruzelementen.
Nu 23.00 uur.
Iemand op straat noemde me van­morgen ḵinzīr. Ik had al vriendelijk goeiedag geknikt voordat ik me realiseerde wat hij zei: “Varken, zwijn.”(2)

Vanochtend, in de bibliotheek pro­beerde ik verschillende mensen te betalen met een briefje van 100 rial, waar een hoekje vanaf was. Iedereen weigerde. Ook Ahmad, de elektri­cien.
Aboe Alawi (van de bibliotheek) stond er bij en zei ook dat het niets waard was. Ik legde het op tafel, voor hem neer. Langzaam pakte hij het op en stopte het weg in zijn sarong.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 25 mei.
Afgelopen donderdag ging de hele Hadramaut over op een nieuw telefoonsysteem, met zes cijfers. Een ‘deskundige’ (Hoessein al-A. van de telefoonwinkel) had me verteld dat daarmee de telefoonproblemen voor eens en altijd uit de wereld waren: “Zie Sana’a, daar hebben ze zes cijfers.”
Ik had een hard hoofd in het welslagen van die operatie, maar misschien ben ik bevooroordeld, omdat ik bijna vijfentwintig jaar bij een goed lopend telefoonbedrijf heb gewerkt. (PTT-Telecom.)(3)
Ze hebben hier een unieke methode ontwikkeld om zo’n overgang tot stand te brengen. Een groen uni­form met een Kalasjnikov verbood me het resultaat te fotograferen. Over twintig jaar [sic!] zullen ze er spijt van hebben dat er niemand een foto heeft van de … uitgebrande telefoon­centrale.
Er zijn nu dus zes cijfers, maar helaas geen centrale. Je zou kunnen zeggen: alle storingen zijn opge­heven, geen gekraak meer op de lijnen.
Het leven hier heeft zo zijn beper­kingen.

[…]

Abd al-Rahmaan en ik bespreken de dingen die er nog moeten gebeuren. Hij wil onder andere acht kasten laten maken voor de opslag van de naslag­werken en de gedrukte boe­ken.
Ik ga daarmee akkoord.
De prijs (wisselkoers) van de dollar is gekelderd naar 120 rial. Ik weet niet wat te doen. Nu, in ‘paniek’, wisselen, of rustig afwachten.
De mensen hier zijn blij met de daling. Alles zal goedkoper worden. Voor mij wordt alles duurder.
In het faxbericht aan Jan Just Witkam, de projecleider in Neder­land, stel ik het als volgt.
‘Wat ik van je wil weten is: is het je gelukt, of lukt het je binnenkort geld over te maken naar de ambassade? (Zo niet, dan moet ik hier op een dag met de noorderzon vertrekken, anders houdt men mij vast als gijzelaar, om losgeld te vragen.)

[…]

Ahmad, de elektricien uit Say’un was hier en we bespraken wat er nog moet gebeuren. Ik stelde duidelijk dat ze (het personeel van Ahmad) alles wat er is moeten gebruiken en dat er geen geld voor nieuwe spullen is.
Overmorgen moet ik een groot bedrag klaar hebben liggen voor het betalen van steekpenningen (rashwa) aan het elektriciteitsbedrijf. Zonder factuur, natuurlijk.

[…]

De timmerman kwam ook. Hij hoopt de houten deur volgende week zo ver te hebben dat we die kunnen foto­graferen. De week daarna zal hij hem inhangen. (Tarkieb.)
Abd al-Rahmaan vertelde hem, dat als de deur er over twee weken niet is, hij hem in zijn eigen huis mag ophangen, want de bibliotheek heeft geen geld om te betalen.

[…]

Abd al-Rahmaan zegt dat de mensen voorheen alleen maar voor zich uit staarden. Nu zijn ze allemaal aan het werk. Dat moet met een extraatje betaald worden, vindt hij. Ik was al van plan bij mijn vertrek duizend rial (f. 12,00) te geven.Ik weet niet of zij dat genoeg vinden, ik in elk geval wel. Zij krijgen immers een salaris van 7.000 rial per maand om in de bibliotheek te werken en niet om voor zich uit te zitten staren, neem ik aan.

[…]

Hoessein al-H., de medewerker die in Kiev studeerde, is voorlopig voor zes maanden door zijn werkgever (het Ministerie van Onderwijs) met behoud van salaris aan de biblio­theek uitgeleend. Het is aan mij om hem zijn reiskosten te vergoeden en enkele extra’s die hij mist omdat hij nu in de bibliotheek werkt.
Bij zijn werkgever in al-Mukalla had men een apparaat dat stroom­storingen een half uur lang opving. Ik laat nu uitzoeken wat dat is en of dat betaalbaar is. Hier valt sinds kort de stroom vijf keer per vier minuten uit, daarna blijft het weer een kwartier of zo goed, om daarna naar 110 Volt terug te zakken, zodat de printer niet meer werkt. Misschien wordt het beter als de bibliotheek op het openbare net wordt aangesloten. De spanning van de moskee, nu de leverancier, werk alleen goed rond de gebedstijd van de middag (Salaat al-zoehoer) De moe’azzin heeft dan spanning nodig voor zijn adhaan en daar kan de bibliotheek van pro­fiteren.

[…]

De kabels van het openbare net zijn al aan het gebouw de bibliotheek bevestigd. Op z’n Arabisch, natuur­lijk, vlak langs de toegangstrap. Dat is niet gevaarlijk als er geen spanning is, wat vaak voor komt, maar al die er wel is, staat er ‘slechts’ 380 Volt op de (blootligende) draden. Het is de bedoeling dat de biblio­theek een eigen meter, dus een eigen aansluiting, krijgt.

Dit is het einde van het verslag van 25 mei.

(1) Alleen de nieuwe telefooncentrale was afgebrand.

(2) Die man die mij ḵinzīr noemde, zat op een brommer en reed daarna meteen weg. Wat zal hij in z’n eentje gegniffeld hebben over zijn durf en veel plezier hebben gehad en luid gelachen met zijn vrienden over zijn daad. Die zullen hem schouder­klopjes hebben gegeven voor zijn moed.

(3) PTT-Telecom heet sinds 1989 KPN.

Index: ḵinzīr, moe’azzinrashwa, salaat, samier, tarkieb.

Index van locaties: Hadramaut, Tariem.

Dit is het einde van dag 70 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.