Jemen, 12 juni 1996

Paleis in Tariem.
Uitzicht uit het Aal Kaaf-paleis. Het naburige paleis. Wat een kolos, helemaal van mudbrick, van modder / leem.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 12 juni 1996 (woensdag).

Naar het einde of de index.

Say’oen – Sana’a.
Ik lig nog rustig te lezen in “They dare to speak out” van Paul Findley, als Abd al-Rahmaan A. me komt vertellen dat het 6.10 uur is. Op mijn wekker is het nog geen vijf uur.
Ik kleed me snel aan en we laden onze spullen in de auto van Hamid B., die nu weer op tijd was.
Uit het Gasr al-goebba-hotel in Tariem kwam een telefonisch bericht (hoe is dat mogelijk? Er is immers geen telefooncentrale) dat ik de sleutel vergat in te leveren. Hamid zal hem terugbrengen. Ik betaal hem 2.000 rial hiervoor.
We vliegen weer met de Havilland Dash 7, maar ik kan slechts wazige foto’s van de Yool maken, omdat het bewolkt is.(1)
In het vliegtuig begint Abd al-Rahmaan weer over het voorval met Hoesein B., gisteren en ik vertel hem dat ik ongelovig ben. Geheel volgens het boekje (maar dat had ik niet verwacht) valt dat bij hem ook niet goed. Hij is zeer gelovig, maar geen fanaticus.
In Sana’a ga ik eerst naar het al-Gasmi-hotel in de wijk al-Gasmi van de oude stad (ik was er twee keer eerder) en dan naar de Nederlandse Ambassade, waar ik bijna driedui­zend dollar contant uitbetaald krijg en waar CR van schoonheid staat te schitteren.
“Wat zie je er goed uit,” zeg ik. Ze was een weekje in Indonesië ge­weest.
Ze had een poging ondernomen om naar Tariem te gaan, maar de tocht was op de dag van het vertrek afgezegd.
Ik kijk naar haar mooie figuur en maak een afspraak voor zaterdag in de Ambassade en zondagavond in het Taj Sheba-restaurant.
Abd al-Rahmaan en ik worden door Ambassadeur Pijpers ontvangen. We evolueren het bezoek aan de Hadra­maut en bespreken de lethargie van de Jemenitische autoriteiten bij het oplossen van de elektriciteitsproble­men.
Ik word verliefd op CR en kan urenlang niet anders dan aan haar denken.
Er is een fax van Jan Just Witkam voor mij.
Ik heb het gevoel: de directeur achter zijn bureau in een koele kamer beslist wat vijfduizend kilometer verderop moet gebeuren.
Hotel: financiën en slapen.
Ik wissel 200 dollar voor 117 rial per dollar.
Eten in het Taj Sheba hotel. Anders was ik in een half uur klaar, nu neem ik de tijd en doe een uur over de maaltijd.
Hotel rond 21.30 uur.
Spoedig daarna (circa 22.30) naar bed. Ik ben nog steeds verliefd op CR.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Vanaf 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante infor­matie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 12 juni.
Abd al-Rahmaan A. vertelt dat minder dan 1% van de vrouwen zou willen scheiden, als ze de kans zouden krijgen. Ik vraag hem of hij vrouwen ondervraagd heeft. Dat heeft hij niet.
Misschien willen inderdaad minder dan 1% scheiden, omdat de kans dat ooit nog een echtgenoot vinden, niet erg groot is. Vrouwen vinden hun lot (gisma) moeten dragen als ze niet gelukkig zijn. (Een dochter van Hamid B., de taxichauffeur in Say’oen, scheidde en hij nam haar terug in huis. Haar echtgenoot behandelde haar slecht.)
Voor in het huwelijk ongelukkige mannen ligt het lot toch anders. Als ze het zich kunnen veroorloven nemen ze een tweede vrouw, maar Salim al-T. van de receptie van het Gasr al-goebba-hotel in Tariem, was zeer gelukkig en wilde beslist geen andere, laat staan, een tweede. Ook Abd al-Rahmaan zegt dat hij gelukkig is met zijn echtgenote.

[…]

In de Hadramaut wordt veel werk, vooral op agrarisch vlak, door vrouwen gedaan.(2) Als de vrouwen niet zouden werken, zouden veel mannen van de honger omkomen. Mannen zitten vaak in grote drommen de hele dag bij elkaar te kletsen. Maar het zijn niet alleen de vrouwen die werken. Veel zwaar werk wordt door mannen gedaan. Het bouwen van huizen, bijvoor­beeld, is natuurlijk mannenwerk. Zij werken de hele ochtend tot de salaat al-zoehoer. Na de salaat al-asr gaat hun werk tot zonsondergang door.

[…]

’s Ochtends na onze aankomst in Sana’a gaat Abd al-Rahmaan mee naar hotel al-Gasmi. Onderweg zien we een troep geiten op een vuilnisbelt staan smullen. Verleden week, toen we in Wadi Do’an waren begon chauffeur Moehammad er­over dat wij varkens eten. Ik zei toen dat dat gezond vlees is, want zie de Chinezen, die eten allemaal var­kensvlees en er zijn meer dan een miljard Chinezen.
Abd al-Rahmaan zei toen dat een varken alles eet, ook afval. Nu, in Sana’a, wijs ik hem op de vuilnisbelt, vol met geiten. De geit als varken van het Midden-Oosten.
Hij zegt dat hij nooit geitenvlees eet. Een non-antwoord.
Ik nam me voor om, als een gastheer me ooit geitenvlees voorzet dat te weigeren en hem erop te wijzen dat een geit een onrein dier is, omdat dit dier zich te goed doet aan allerlei soorten afval.

[…]

Jan Just Witkam schrijft in zijn fax, die ik op de Nederlandse Ambassade ontvang, dat ik niet altijd het koersrisico van een lage dollar moet dragen, maar dat mensen ook maar dollars moeten accepteren. Dat blijft natuurlijk hetzelfde en verandert niets. Als iemand met een rekening bij mij komt wil hij geld. Als dat dollars zijn, moet dat volgens de koers van de dag. Dan maakt het niets uit of ik die dollars nu wissel, of de indiener van de rekening. Het bedrag in rial moet overeenkomen met de waarde van de dollar op de dag van betaling.(3)

Dit is het einde van het verslag van 12 juni.

(1) In het vliegtuig bleek een stoelleuning los te zitten. Een man die met de rug naar de piloot zat, pakte die op en deed alsof het een mitrailleur was, waarmee hij de andere passagiers doodschoot. Abd al-Rahmaan zei toen dat Jemenieten alleen maar aan wapens kunnen denken.
(2) Een van de nieuwe medewerkers van de bibliotheek vertelde mij dat vrouwen niet werken. Ik wees hem erop dat ik iedere ochtend, wanneer ik naar de bibliotheek loop, gepasseerd word door een kar met veel vrouwen erop en dat ik die even verder op het land zie werken, waarop hij, met minachting in zijn stem, zei: “Boerinnen!”
(3) Ik deed dat één keer, zoals Jan Just Witkam in zijn fax voorstelt, namelijk op 12 mei jl. toen ik in dollars uitbetaalde en dat leidde alleen maar tot een hoop gezeur, toen de ontvanger, elektricien Ahmad uit Say’oen, daar veel geld mee verloor en wilde dat ik zijn verlies vergoedde.

IndexHavilland, mudbrick, gisma, salaat.

Index van personen: Abd al-Rahmaan A., Paul Findley, Hamid B., Hoesein B., Jan Just Witkam.

Index van plaatsnamen: al-Gasmi-wijk, Sana’a, Say’oen, Tariem, Yool.

Dit is het einde van dag 88 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
De ‘g‘ zoals die in deze tekst voor­komt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
De ‘ch’ klinkt zoals in het Neder­lands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s