Jemen, 13 juni 1996

Wadi Do'an.
Een impressie uit Wadi Do’an, die ik op 7 juni jl. bezocht. Daniël van der Meulen fotogra­feerde (in de jaren dertig) onderweg diverse gebouwen. Abd al-Rahmaan heeft fotokopieën van die foto’s. Wij foto­graferen dat wat Van der Meulen ook al fotografeerde. Het blijkt dat er sindsdien nogal wat veranderd is. Een enorm kasteel (toentertijd) was nu ‘ineenge­schrompeld’ tot de afmetingen van een nor­maal Zuid-Jemenitisch huis. Alle gebouwen zijn van mudbrick (madar) gebouwd. Links op de voorgrond liggen nog enkele bouwstenen op gestapeld

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 13 juni 1996 (donderdag).

Naar het einde of de index.

Sana’a.
Gewekt door de salaat al-fadjr.
Op 05.45 uur.
Dagboek bijwerken.
Nu 7.30 uur.

Na het ontbijt ga ik naar het moderne telefoonkantoor, waar ik op 15 mei ook was tussen Zubayri street en Qasr street (Straat nr. 36?) om daar weer op een ‘ouderwetse’ manier (met telefoonkaarten) te bellen. Telecommunicatie en Jemen, dat gaat niet goed samen. Het moderne systeem, waar ik een maand geleden versteld van stond en waar iedereen bij stond te glunderen, werkt niet meer: “Fout in de software,” heet het, ‘maar je kunt me nog meer vertellen, dat geloof ik niet,’ denk ik.
Ik bel met Jan Just Witkam en met Pa en Ma. Alles ik o.k.

Ik koop The Yemen Times en lees in een kantoor van de Algemene Organisatie van Archeologie, Musea en Handschriften, waar ik nog voor Abd al-Rahmaan A. arriveer, alles over de achtergrond van het nog steeds voortdurende oproer in al-Moekalla. Een politieofficier van het bureau Zeden en Openbaar Goed Gedrag verkrachtte daar een vijf­tienjarig meisje en zijn baas en verdediger beschreef alle vrouwen van de Hadramaut als hoeren. De man is een Noorderling en wekte met zijn uitspraak de ressenti­menten van de zuiderlingen op, waarna de vlam in de pan sloeg, met als gevolg een nu al ongeveer één week durend oproer.

In diverse andere kantoren de Algemene Organisatie maak ik kennis met het als bureaucratisch (…) omschreven systeem van de Organisatie.
Veel geld zou gespendeerd worden aan administratie, terwijl er voor onderzoek niets overblijft.
Volgens mij echter, wordt er ook vrijwel niets aan administratie uitgegeven, maar slechts aan lonen, gezien de talloze volkomen lege bureaus waarachter enkele mensen zitten te thee lurken en te kletsen. De directeur van het hoofdkantoor is zelfs voor niemand aanspreekbaar, hoewel talloze mensen dat doen, al dan niet tegelijkertijd en over wisselende onderwerpen.
De directeur zit voortdurend te glimlachen, kijkt wazig rond, moet zich bij iedere vraag vermannen en antwoord met een afwezige glim­lach. Hij heeft wel wat op zijn bureau liggen, netjes opgestapeld, alsof er maandenlang niemand meer aan is geweest.
We, Abd al-Rahmaan en ik, wachten op een gesprek met het hoofd van de Organisatie, dr. Yoesoef A., die echter voorlopig geen tijd voor ons heeft en vele gasten ontvangt, onder andere dr. Hans-Caspar Graf von Bothmer van de Universiteit van Tübingen, die onderzoek doet naar illuminaties (verluchtingen) in hand­schriften in het Daar al-Mach­toetaat (het Museum van Hand­schriften), zo vertelt dr. AM. (de directeur van dat museum) mij, naast wie ik op de bank zit en met wie ik pas binnengekomen hand­schriften bekijk.
Eerst nog even naar het kantoor van al-oestaaz Moehammad al-S, die naast ons ook nog twee of drie anderen ontvangt, waar hij zich mee bezighoudt. Dit is natuurlijk de reden dat hier absoluut niets gebeurt, niet alleen hier, maar overal in de Arabische wereld. Nog voordat je uitgesproken bent met de ene, ben je, vaak zonder adempauze, al weer in gesprek met een ander, over een totaal verschillend onderwerp, die nauwelijks zijn zaak aangekaart heeft, alweer overstemd wordt door een derde. Enzovoorts. Er is geen gelegenheid om over dingen na te denken en wellicht wil men dat ook niet, gewoon lekker kletsen en verder niets.

Dr. Yoesoef A, uiteindelijk, wil details van de inhoud van de gift, maar gesterkt door de fax van Jan Just Witkam, zeg ik nogal brutaal tegen hem, dat hij blij moet zijn met het cadeau en als hij details wil hebben moet hij maar zelf gaan tellen.
Hij is in zijn wiek geschoten, maar wil niet weten welke boutjes en schroeven er zijn, alleen welke boe­ken er zijn en welk meubilair. Daar heeft Abd al-Rahmaan lijsten van.
Dr. Yoesoef blijft goed gehumeurd en wil me zaterdag of zondag voor de lunch uitnodigen, maar ik zeg dat ik al een afspraak heb. (Ik wil nu vooral afkicken van het zware, vermoeiende leven in de Hadramaut en geen gekrakeel en geklets aan mijn oren.)
Hij wil weten wat ik in de namiddag doe en ik zeg hem dat Abd al-Rahmaan en ik naar een rustige plaats gaan (zonder voortdurende storende personen) om het pro­gramma voor de nabije toekomst uit te werken.
Desgevraagd zeg ik hem dat er voor deze fase van het project geen geld meer over is.
Dat is waar en niet waar. Mijn beurs zit vol dollars, maar dat geld moet nog gedeeltelijk betaald worden aan mensen voor geleverde diensten en de rest is bestemd voor nood­zakelijke vervolgoperaties om het geleverde te kunnen gebruiken.
Abd al-Rahmaan en ik nemen een ‘zakenlunch’ (zo boek ik die) in een Palestijns restaurant al-Bostani, wat een mooi restaurant is en niet duur.
De hele verdere middag werken we aan de evaluatie van het project op korte termijn.
We vragen de koers van de dollar en trekken er één rial vanaf, wegens het koersverschil in Say’oen en komen aldus op een koers van 116 rial per dollar.

’s Avonds eet ik alleen: een vieze kip, maar wellicht kwam dat omdat ik bachoer (wierook) had gegeten. (Dat zou goed zijn voor het denk­vermogen.) De smaak was nog in mijn mond.
Hotel om 22.00 uur.
Financiën tot 00.30 uur.
Bed 01.00 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Vanaf 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante infor­matie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 13 juni.
Bij de Algemene Organisatie van Archeologie, Musea en Hand­schriften schijnt enig tijd geleden ophef te zijn ontstaan door een voormalig medewerkster van die organisatie, die al langer weg wilde en nu een positie bij het Institut du Monde Arabe in Parijs aangeboden heeft gekregen. Zij klaagt in het interview over het feit dat bij de Organisatie de geldstroom voor­namelijk in de richting van de adminstratie vloeit en niet naar het onderzoek. (Volgens Abd al-Rahmaan is dat ook een klacht van dr. Yoesoef A.)
Ik denk echter dat er niets naar de adminstratie vloeit, maar slechts naar de salarissen. Administratie wordt er volgens mij niet bedreven, gezien de vele lege bureaus.

[…]

Dr. Yoesoef vertelt ook dat Sjeik AB. bij de minister-president ging pro­testeren omdat hij zijn functie in de al-Ahgaaf-bibliotheek in Tariem zou verliezen. Hij zou strijden tegen de ‘seperatisten’.
Abd al-Rahmaan vertelt later dat de minister-president dr. Yoesoef ver­weet een probleem te creëren. Dr. Yoesoef zou geantwoord hebben dat slechts het belang van de bibliotheek in Tariem in het geding was en dat de minister-president met Sjeik AB. kon doen wat hij wilde.
Een zelfde soort gesprek vond plaats met de vicegouverneur in al-Moe­kalla, die met dr. Ahmad al-Sh. sprak, na diens bezoek aan de Ha­dramaut tijdens het verblijf van de Nederlandse Ambassadeur, medio mei jl.,
Deze vicegouverneur, lid van de al-Islah-partij (waar ook sjeik AB. lid van is) wilde dr. Ahmad onder vier ogen spreken over de directie­wisseling bij de al-Ahgaaf-biblio­theek in Tariem. Hij wilde weten wat er achter deze wisseling zat en waarom juist Abd al-Rahmaan gekozen was, terwijl er zoveel belangrijke mensen in Tariem waren. Ook dr. Ahmad wees op het belang van de bibliotheek en de capaciteiten van Abd al-Rahmaan op dit gebied.


Dit is het einde van het verslag van 13 juni.

Indexal-Islah-partij, al-Ahgaaf-bibliotheek, Institut du Monde Arabe, salaat.

Index van personen: Sjeik AB., Abd al-Rahmaan A., Hans-Caspar Graf von Bothmer, Daniel van der Meulen.

Index van plaatsnamen: Sana’a, Tariem, al-Moekalla, Sana’a.

Dit is het einde van dag 89 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
De ‘g‘ zoals die in deze tekst voor­komt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
De ‘ch’ klinkt zoals in het Neder­lands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s