Jemen, 7 mei 1996

De weg naar het werk.
Rond het hotel. Deze foto maakte ik vanaf het dak van het Gasr al-goebba-hotel. Dit is een ge­deelte van de wijk `Aidid. Tarim is niet te zien. Het stadje ligt achter de heuvel die van links de dia ‘in­loopt.’ De weg links op de voorgrond is de weg die naar Tarim leidt. Die heb ik vele malen ge­lo­pen, in de richting van Tarim. Terug nam ik meestal een taxi, omdat het rond het middag­uur veel te heet was om te lopen. Ook ‘s ochtends was het vanaf half mei te warm, maar vanaf het hotel was het erg moeilijk een taxi te vinden. Ik heb geen afspraak gemaakt met een taxi­chauf­feur, omdat ik iedere dag op een ander tijdstip van ‘huis’ ging.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 7 mei 1996 (dinsdag).

Tarim (Tarim, notebook).
Tekenen vanaf 6.30 tot 8.00 uur. Het lukt niet goed.
Dollars tellen. Ik heb nog achtduizend acht­hon­derd­vier­en­twin­tig.
Ik ga naar de bibliotheek.
Mijn notebook kan sneller printen dan die twee oude beestjes, die met de con­tai­ner uit Ne­der­land kwamen.
Notebook: vier minuten per A4. De oude com­pu­ters: twintig minuten per pa­gi­na.
In het hotel om 12.30 uur.
Er zijn leuke vrouwen in het zwembad.
FoxPro database programmeren.
Kamer: koken.
Een faxbericht voor Jan Just Witkam (de pro­ject­lei­der in Nederland) voor­be­rei­den.
Beneden op het terras zitten.
Anderhalf uur in het zwembad vertellen met Muhammad al-S.(1)
Financiën: boekhouden en het verslag schrijven.
Nu 00.15 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 7 mei.
(Wahhaabi, bid’a, haraam, Arabische Singaporezen, Arabische Indonesiërs, alim/ulama’, sharia, figh, Koelliyat al-shariyya, YouTube: dans met stokken.)
Hussain al-K. (van de al-Ahgaaf-bibliotheek) en zijn kleinzoon Ahmad (veertien jaar oud) ver­tel­len over het leven in en om Tarim in het Ara­bisch en Engels. (Hussain kent een paar Engelse woorden. In zijn jeugd leerde hij Engels, maar: “Mijn vrouw, al mijn vrienden en alle mensen hier spreken alleen maar Ara­bisch.”)
De tendens in Tarim is dat de extremisten (Wahhaabi) steeds verder gaan in hun afwijzing van dingen. Vrijwel alles wat het leven ver­aan­ge­naamd is bid’a. (Een verboden ver­nieu­wing.) Alle vreugde wordt tot haraam verklaard. Zingt een man met zijn vrouw in huis, dan is dat haraam. De traditionele dans van man­nen, met stokken op hun schou­ders, is haraam. (Haraam: dat wat verboden is.)
Hussain bevestigt het verhaal van Abd al-Rah­maan over de al-Hadad-moskee van de in Sin­ga­po­re en Saoedi-Arabië met vervaardiging van a­lu­mi­nium rijk ge­worden Hadrami, die zijn mos­kee door een Marokkaan liet versieren en nu pro­ble­men ondervindt met de extremisten, die de decoratie tot haraam ver­­klaar­­den. (Zie 27 april. jl.)
Alles wat de profeet niet had, of niet deed, is haraam. Ik vraag of die extremisten geen auto heb­ben. Dat hebben ze wel, maar voor henzelf geldt geen haraam, al­leen voor anderen.

[…]

Sinds dit jaar is er gratis onderwijs voor jongens die alim willen worden.
Hiervoor is in Tarim de Koelliyat al-shariyy’a op­ge­richt en ook veel bezocht door jongeren uit het Verre Oosten, van oorsprong Hadarim. (Sharia: islamitische wet, koelliyat: faculteit.)
De ulama’ in spe ondergaan een jaar lang een spar­taans regime. Vier uur slaap per dag is vol­doen­de. (Oelama’ is het meervoud van alim: een geleerde op re­li­gieus gebied.)
Iedere dag een uur sport: judo, tafeltennis en scha­ken. Behalve de tijd voor bid­den en eten is de rest van de dag bedoeld voor studie.
Iemand die dik naar binnen gaat, komt er brood­mager, maar zeer geleerd uit. De jongeren leren Arabisch, maar geen Engels of andere mo­der­ne taal. De op­lei­ding wordt als zeer belanrijk en ook als zeer zwaar ervaren.
Enkele dagen later spreek ik studenten van deze opleiding. Dan blijkt dat er wel hard gestudeerd moet worden, maar dat het regime niet zo spar­taans is als Hus­sain en zijn kleinzoon mij voor­ge­spie­geld hebben.
Weer later hoor ik van Abd al-Rahmaan dat het de bedoeling is een vol­waardige universiteit in Tarim op te richten en dat deze faculteit slechts het begin is. In Tarim zijn alle docenten aan­we­zig die bedreven zijn in de figh en het lag daar­om voor de hand eerst met deze faculteit te be­gin­nen.

Dit is het einde van het verslag van 7 mei.

(1) ’s Avonds, wanneer er geen toeristen waren, mochten de medewerkers van het hotel ook in het zwembad voor westerlingen. Dat vond ik wel aangenaam, want daar kon ik ook Arabisch in de praktijk oefenen. Ik weet nog dat er een grote spraakverwarring was tussen Muhammad al-S, die geen Engels kende, en ik, omdat ik sprak over iets dat ‘op de wereld’ was, en gebruikte daarvoor ‘ala al-‘aalam, zoals wij dat gebruiken, maar in het Arabisch blijkt dat fi al-‘aalam te moeten zijn: ‘in de wereld.’ Pas toen deze kwestie geklaard was, konden we onze conversatie voortzetten.

Dit is het einde van dag 52 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s