Jemen, 30 mei 1996

Tariem, binnenstad.
De Sayla in het oude gedeelte van Tariem. Sayla betekent ‘stroom’ (rivier). Wanneer het buiten­sporig regent en het water van de om­rin­gende heuvels naar beneden gutst, vult zich de sayla tot een heuse stroom. De bewo­ners rekenen kennelijk niet op zo’n gebeurte­nis, zo te zien.
Op de achtergrond is een van de vele paleizen van madar (mudbrick) die er in Tariem zijn, te zien.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 30 mei 1996 (donderdag).

Naar het einde of de index.

Tariem, Say’un.
Ik slaap slecht. Een van de Fran­çai­ses, gisteren, maakte een grote in­druk op mij. Ik lig zowat de hele nacht aan haar te denken.
Op 05.30 uur.
Mijn indruk over die vrouw ont­stond gisteren in het donker. Van­middag in het zwembad blijkt ze het aankijken niet waard en wordt door een van de chauffeurs van de groep als djadda (oma) omschreven. Dat zal ze nog niet zijn.
Hedenochtend ben ik om 9.00 in Say’un. Ik bel met Jan Just Witkam in Nederland, daarna met de Neder­landse Ambassade in Sana’a, om te verifiëren of de gevraagde bedrag aankwam. (Ik vergat de vijfdaagse werkweek en het is dus nu de vrije donderdag.)
Ik kreeg Pieter (?) aan de telefoon. Hem was niets bekend, maar hij zou het uitzoeken. Zondag kan ik terug­bellen. Ik maak er woensdag a.s. van.
Ik bel Jan Just over het resultaat.
Ik ga naar Gasr al-Thawra en daar spreek ik met Abd al-Rahmaan A. Met Muhammad al-H. ga ik de stad in om ventilatoren te kopen.
Met Hamid B. (taxichauffeur) terug naar Tarim. Ik maak een afspraak om morgen naar de Yool te gaan.
Na de middag zwemmen en werken aan de fihrist (catalogus) van de bi­bliotheek, namelijk de bestaande lijst in mijn computer overtypen.
Ik krijg bezoek van Hussain al-A. die ik al eens eerder ontmoette. Hij komt zijn brief met taalfouten, die hij niet wil verbeteren, aanbieden om aan de Nederlandse Ambassade af te geven, zodat die spoorslags het gevraagde geld voor de privéclub (naar hem) kan sturen.
Ik was onaangenaam verrast met zijn komst en ik laat het hem ook merken. Bovendien heeft zijn actie geen zin, nog afgezien van allerlei be­perkingen ten opzichte van dit privé-initiatief (een dak voor een loods en wat kantoorbenodigdheden om analfabete kinderen (alleen jon­gens dus) iets te leren), werkt de Nederlandse regering in het zuiden van Jemen alleen in de provincie Shabwa.
Deze Hussain zit niet op feiten te wachten en wil dat ik zijn wens (namelijk geld) vervul. Ik licht hem over de feiten in, waarna hij bijna kwaad wordt. Ik zeg hem dat hij andere geldschieters moet zoeken, zoals Japan, of Saoedi-Arabië, of Egypte. In ieder geval een land dat in de Hadramaut werkt. Hij denkt dat ik hem belachelijk maak. Hij wil daar niet naar zoeken en verlangt van mij dat ik dat doe.
Ik werk hem de deur uit.
Hij is niet Hussain van de calligrafie, maar Hussain die hier enkele weken geleden (8 mei jl.) met de Canadees was. Hij is leraar Engels met vijftien jaar ‘experiance after the university’.
Verder werken aan de fihrist.
Eten in het restaurant van het hotel.
Fihrist.
Beneden even praten met de mooie Salaah.
Tussen 22.30 en 23.00 het verslag van deze dag schrijven.
Bed 23.15 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 30 mei.
Ik loop, op weg naar de taxi­stand­plaats, even bij Hussein al-A. (van de telefoonwinkel) naar binnen. Hij wil nu allerlei soorten manuscripten verkopen.Ik zeg hem dat ik over een half jaar terugkom en dan wel wat bij hem zal kopen. Volgens hem is dan alles verkocht. (Good for you, denk ik.)

[…]

Om 9.00 ben ik in Say’un en bel met Jan Just Witkam. (De project­coördinator in Nederland.) Hij wil dat de kaartcatalogus van de al-Ah­gaaf-bibliotheek in Tariem gefoto­kopieerd wordt.

[…]

Met Muhammad al-H., een onder­geschikte van Abd al-Rahmaan A., ga ik op zoek naar een winkel waar tafelventilatoren verkocht worden. We besluiten één staande ventilator, drie wand- en twee tafelmodellen te kopen. Dat is wat Abd al-Rahmaan wil. Zaterdag zal hij die ophalen. Ik betaal daarvoor 39.300 rial, nadat we 300 rial korting kregen. (1.000 rial = f. 13,00.)

[…]

Ik wissel 500 dollar voor 61.000 rial (wisselkoers 122 rial). Hiervan betaal ik de ventilatoren en van de rest moet ik 20.000 rial aan Ahmad, de elektricien uit Say’un, geven, die hiermee de rashwa (steekpenningen) aan het elektriciteitsbedrijf gaat betalen.

[…]

Ik verneem dat juli de heetste maand in Tariem is. Dan blijft het zelfs ’s nachts gloeiend heet en ook de Hadaarim hebben er last van. Die hitte duurt ongeveer veertig dagen en die periode wordt daarom de al-arba’iniyya (de veertig (dagen)) of ook wel al-Samoem genoemd.

[…]

Over de Koelliyyat al-sharia (de Faculteit van het islamitisch recht) hoor ik dat die dit jaar startte en ongeveer 75 leerlingen heeft. Deze faculteit zit in een gebouw van de Aal Kaaf-familie. Het is een groot wit gebouw, niet ver van de pas geleden afgebrande telefooncentrale.
De leerlingen hebben in de maanden augustus en september vrij. Verder studeren ze zes dagen per week.
Een studiedag begint om vijf uur, na de Salaat al-fadjr. Er volgen vier colleges van elk ander­half uur. Om 6.30 is er pauze voor het ontbijt. Om 7.30 begint het tweede college, dat tot 9.00 duurt. Er volgt dan een pauze van tien mi­nuten. Het daaropvolgende college duurt tot twintig voor elf. Er volgen nogmaals tien mi­nuten pauze en het laatste college loopt tot 12.20 uur.
Dan is het lunchtijd en na de middag wordt er gestudeerd.
Om 10.00 is het bedtijd, maar veel leerlingen blijven nog een paar uur studeren.
Er wordt een beetje aan sport gedaan: volleybal.
Er zijn zes onderwerpen die be­studeerd worden.
Figh (jurisprudentie) is belangrijkste en komt op de eerste plaats. In het eerste jaar bestudeert men alleen de Shafa’itische (al-Shafa’i) richting van de vier Soennitische Rechtsscholen (madhab). Daarna vergelijkend de vier richtingen (madha­hib). Naast figh bestudeert men de figh-wetenschap­pen (Oeloem al-figh), de grammatica (al-nahw), de hadith (handelingen van de profeet Mu­hammad), Hadith-wetenschappen (Oeloem al-hadith) en de soennat al-nabi (de levensweg van de profeet). Er wordt geen aandacht besteed aan logica of algebra / wiskunde. Ook filosofie komt niet aan bod.

Mijn informant, Salaah, bestudeerde de Griekse filosofie op de mid­delbare school, alsmede de socia­listische filosofie en hij trekt er zijn neus bij op.
Op school had Salaah geen be­langstelling voor Engels, nu hij deze belangstelling wel heeft, wordt die niet onderwezen. Op de Koelliyyat zal hij alleen in het vierde jaar passieve kennis van het Engels leren.
Hij kent vrijwel geen enkel woord Engels, wat natuurlijk veel van mijn inlevingsvermogen eist. Hij spreekt bovendien erg snel. Goed om veel te leren.

[…]

Salaah wil echt leren zwemmen. (Veel Arabieren zwemmen als honden, Salaah kan echter alleen maar onder water vooruit komen.) Mijn kennis van het Arabisch is te beperkt om hem allerlei nood­zakelijke lichaamsbewe­gingen uit te leggen. Ik maak tekeningen waarop ik aangeef wat hij moet doen om boven te blijven. Hij is heel erg dankbaar voor mijn werk.

[…]

Vanmiddag kreeg ik bezoek van de leraar Engels Hussain al-A. Ik ben niet op zijn bezoek gesteld en behandel hem ietwat ruw. Te ruw voor de gevoelige Arabische ziel.
Dit sujet is echter niet in mij geïnteresseerd, maar wel in het geld dat ik te bieden zou hebben. Ge­lukkig niet voor hemzelf. Niet direct, althans, maar als hij erin zou slagen geld van de Neder­landse overheid voor zijn vrijetijdsclub los te krijgen zal zijn ster in het dorp Taribah zeker rijzen.
Enkele weken geleden vroeg hij om een bijdrage uit het Tariem-project voor een dak boven loods van zijn sportclub. Om een en ander een cultureel cachet te geven spreekt hij van de inrichting van een bi­bliotheek voor de analfabeten, ten einde hen te onderwijzen. Ik stelde hem voor een brief te schrijven en die aan diverse ambassades te richten. Ook de Nederlandse.
Nu staat hij daar met een kort briefje, na vijftien jaar ‘experiance’ in het Engels, met verschillende taalfouten, onder meer ‘itmes’. Als ik hem erop wijs, wil hij dat niet meer verbeteren, want hij maakte de brief op een computer en dat is veel werk, bovendien zal ‘itmes’ niet tot verwarring leiden.
(Abd al-Rahmaan vroeg om Nederlandse assistentie voor het archief in Say’un en MN van de Nederlandse Ambassade vertelde me enkele weken geleden dat dit verzoek weinig kans maakte omdat Nederland in Jemen maar twee regio’s ondersteunt (een in het Noorden en Shabwa in het zuiden) en daar hoort de Hadramaut niet bij.)
Ik zeg dus tegen meneer Hussain dat zijn verzoek aan de Nederlandse Ambassade geen zin heeft en dat hij andere ambassades moet proberen. Een fluitje van een cent, de brief is immers op de computer gemaakt. Als hij ‘Dutch’ vervangt door ‘Saoedi’ heeft hij al een heel nieuw en rijk land bij de kladden. Hij wordt kwaad en denkt dat ik hem bespot. (Hij heeft gelijk.) Hij denkt dat ik hem laat vallen, alsof ik over de bijdrage moet beslissen. Kwaad zegt hij dat hij niet wil uitzoeken welke andere regeringen de Hadramaut bij de hand hebben genomen en verlangt van mij dat ik hem daarover inlicht.
Zij ongewenste bezoek had me boos gemaakt en met zijn opmerkingen word ik niet vriendelijker.
Wat denken ze wel, hier. Ze vragen een bijdrage voor een dak en wat kantoormateriaal. Er zijn hier rijke families genoeg die wel een paar stuivers kunnen missen. Hun rijke broer in het geloof, Saoedi-Arabië, heeft meer te makken. Waarom moet alles bij die mensen wegkomen die ziek zijn omdat ze varkens eten, die maar niet willen deugen omdat ze het ware geloof niet willen aanvaarden, waar overspel en wilde seksuele lust hoogtij viert, waar Aids een zegenrijke straf van God is om de bandeloosheid te beteugelen, maar ondertussen wel de hand ophouden bij dat vervloekte volk!

Dit is het einde van het verslag van 30 mei.

Index: Aal Kaaf, Ahgaaf, al-, Arba’i­niyya, al-, djadda, Figh, fihrist, Hadaarim, Hadith, Koelliyyat al-sharia, madar, madhab / madhahib, mudbrick, nahw, al-, Oeloem al-figh, Oeloem al-hadith, rashwa, salaat, Sa­moem, al-, Sayla, Shafa’i, al-, Soen­nat al-Nabi, Soennitisch, zonsteen.

Index van personen: Ahmad (elek­tri­cien), Abd al-Rahmaan A., Hamid B., Hussain al-A. (telefoon­winkel), Hussain al-A. (leraar Engels), Mu­ham­mad al-H.,  Salaah, Witkam, Jan Just.

Index van plaatsnamen: Gasr al-thawra, Hadramaut, Say’un, Shabwa, Taribah, Tariem, Yool.

Dit is het einde van dag 75 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.