Jemen, 16 mei 1996

Huis in Say'un.
Het huis van de overburen, gezien vanaf de binnenplaats van het huis van Abd ar-Rahmaan in Say’un.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 16 mei 1996 (donderdag).

Sana’a – Say’un – Tarim (Sana’a, Say’un, Tarim, Roebaat, alim, Ara­bische na­men, Koelliyat al-shariyya).
Ik besloot om niet te gaan slapen, maar rond 01.00 ben ik zo moe dat ik toch naar bed ga.
Om 03.00 moet ik Abd al-Rahmaan A. bellen. Mijn wekker loopt om 02.40 af. Ik besluit om nog even te blijven liggen. Om 03.40 schiet ik wakker, ren naar beneden en bel naar de broer van Abd al-Rahmaan.
“Die is al weg,” krijg ik te horen.
Ik neem snel een douche en ga naar beneden.
Abd al-Rahmaan is er niet. Binnen de muren van het hotel wacht ik tot 04.10 uur, voordat hij komt. Hij is onderweg door de politie gestopt en die wilde problemen maken, want Abd al-Rahmaan kon geen factuur overleggen voor al die goederen waarmee de taxi volgeladen was. (Ik had de nota’s.) Smeer­geld bespoe­digde de zaak enorm.
Luchthaven. De taxirit kost 1.000 rial. Per ongeluk geef ik de vriend van Abd al-Rahmaan 2.000 rial. Zowel hij (de taxichauffeur) als ik merken de vergis­sing onmiddellijk. Ik maak er 1.100 rial van (f. 14,30).
Op de luchthaven is het nog even spannend voor Abd al-Rahmaan. We koch­ten de tickets eergisteren op de luchthaven, direct na aankomst. Voor mij was er plaats. Voor Abd al-Rahmaan niet. Hij was de eerste op de wachtlijst.
We moeten nog een uur wachten voordat blijkt dat we samen (met onze ba­gage, want daarover waren ook problemen) kunnen reizen.
We moeten 1.400 rial voor over­gewicht betalen.
Op de luchthaven moeten we zelf zorgen dat onze spullen ingeladen wor­den. (De bagagedragers willen ook wat verdienen.)
In het vliegtuig zitten we weer achterstevoren, net zoals eergis­teren.
Abd al-Rahmaan is ziek.
Ik kijk een gesluierde dame zo lang aan dat ze naar mij wijst, als ze haar buurvrouw op mij attent maakt. Ik verminder mijn aandacht.
Na anderhalf uur in Say’un. Hamid (taxi) haalt ons op en brengt ons naar het huis van Abd al-Rahmaan. Daar word ik weer tijdelijk gelogeerd in de grote kamer.
Ik lees weer, net zoals eergisteren, in een Arabisch boek en evenals eergis­teren val ik in de benauwde kamer, (alle deuren staan open!) in slaap.
Het duurt wel een uur voordat ik de beloofde thee krijg.
Abd al-Rahmaan begint over zijn detachering te zeuren. (Ik ben moe en wil naar Tarim, naar het hotel. Hij is ziek, daarom dring ik niet aan.)
Enkele dagen geleden al zei hij dat medewerkers van buitenlandse projecten naast hun  loon ook een salaris uit het project krijgen. Ik besprak deze zaak met MN (Nederlandse Ambassade), maar die zei dat dit niet de gewoonte was, maar ik mocht wel wat geven.
Abd al-Rahmaan vertelde mij eens dat een salarisverhoging één- of twee­honderd rial per maand bedraagt. Hij zei nu dat mensen werken naar wat ze betaald krijgen. Hij steekt veel extra tijd in dit project. Hij wilde niet drei­gen, maar vond wel dat die extra tijd betaald moet worden.
Ik vraag hem hoeveel hij wil hebben en vertel hem het antwoord van MN erbij.
Hij zegt dat ik moet beslissen.
Ik bied hem 1.000 rial per week. Dat is te weinig, vindt hij en begint weer over de extra tijd die hij erin steekt. Het verhaal begint me te vervelen.
Ik vraag hem of 12.000 rial per maand (zijn loon) extra voldoende is. Hij rea­geert niet echt enthousiast.(1)
Na de middag, in het hotel in Tarim, maak ik een berekening van mijn financiële speelruimte.
Ik heb nog 4.270 dollar over. Daarvan heb ik er zelf 1.500 nodig.
Ik schat de koers: 1 dollar voor 120 rial. (Koersrisico!)
Hotel Tarim (vier weken) 48.000 rial: 400$. Geschenk aan het personeel [hotel]: 30.000 rial: 250$. Vlucht Say’un – Sana’a: 125$. Hotel Sana’a 12.000 rial: 100$. Eten in Sana’a 12.000 rial: 100$. Vijf keyboards: 125$. Boeken ko­pen in Sana’a, circa 20.000 rial: 165$. Overgewicht tijdens de vlucht naar Nederland: 235$.
Totaal 1.500$.
4.270 – 1.500 = 2.770$ over voor het project.
Ik heb al enkele weken geleden Abd al-Rahmaan 8.000 rial per week als reis­kosten toegezegd. Voor de komende vier weken is dat 32.000 rial: 265$.
Ik heb toegezegd om na mijn vertrek enkele maanden loon voor de twee nieuwe medewerkers door te betalen. Ik besluit om dit tot twee maanden beperken. Dit is 48.000 rial: 400$.
2.770 – 665 = 2.105$ over voor lopende kosten en een vergoeding voor Abd al-Rahmaan.
Nog betaald moeten worden: de timmerman en Ahmad, de elek­tricien.
Die laatste kwam bij Abd al-Rahmaan thuis, toen ik wilde slapen, zeuren over het geld dat hij had verloren door verleden week 800$ te accepteren in plaats van 100.000 rial.
Ik wees hem erop dat dit business is. Evenzo goed had hij er flink aan kunnen verdienen.
Nu wilde hij, geloof ik, nog eens 100.000 rial, om allerlei spullen nieuw te kopen, maar ik wil hebben dat hij alles gebruikt wat we meebrachten, in de container uit Nederland.
Hij wil nieuwe bedrading kopen: “… want de kabel past niet in de buis.”
(Nou, dan bevestigt hij de kabel maar op de muur of stript de mantel eraf, dan past die wel in de buis. Gereedschap daarvoor is er ook.)
Uiteindelijk krijg ik toestemming om naar Tarim te gaan. Abd al-Rahmaan blijft ziek thuis.
Ik laad het materiaal uit in de bibliotheek en krijg niet te horen wat ik in het hotel wel te horen krijg: dat er in de bibliotheek een brief voor mij is aan­gekomen. Ze hadden naar het hotel gebeld om me te waarschuwen, hoewel ze wisten dat ik naar Sana’a was.
Ik ga zwemmen.
De financiën berekenen, zoals boven weer­gegeven.
Ik gaf de cursus Engels aan Muhammad al-S. Hij is er oprecht blij mee, maar als hij later komt buurten, moet ik hem, met veel excuses, de toegang weigeren. Ik zit midden in de planning en de financiële berekeningen van het project en wil die voor donker af hebben.
Ik eet op mijn kamer brood met witte bonen in tomatensap, koud.
’s Avonds buiten zitten met Muhammad al-S. en Hussain al-A. en een vriend van Muhammad, die Salaah(2) heet en die hier in Tarim op de Koelliyat al-shar’iyya (Roebaat) studeert om ‘alim te worden. Hij komt evenals Muham­mad uit een dorp ergens bij al-Mukalla. Nadat anderen hem erop gewezen hebben dat de gebruikelijke discussie over godsdienst mij enorm stoort, blijkt hij een aardige, intelligente jonge­man te zijn.
Er is nog een andere knaap, zwart, sexy en analfabeet, ook uit dat dorp. Die zegt alleen maar lokaal dialect te kennen. Hoewel niet helemaal schoon, als illegale grensoversteker zat hij vier dagen in Saoedi-Arabië in de gevangenis, zou ik met hem wel het bed willen delen.
Iedereen zegt me dat ze me twee dagen gemist hebben en ter gelegenheid van mijn terugkomst hebben ze droge broodjes met ei en suiker gebakken. (In het vet waarin men normaal al die kippen bakt, kennelijk, want daar smaken deze broodjes naar.)
Bed: 00.30 uur.
Weer: fris in Sana’a. Smoorheet in Tarim.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 16 mei (Slachtfeest, Nieuwjaarsdag, Dag van de Eenheid).
’s Nachts komt Abd al-Rahmaan met een taxi naar mijn hotel in Sana’a. Hij is laat omdat hij onderweg door de politie is aangehouden. Hij kon geen factuur overleggen van al dat materiaal dat in de taxi lag. (De facturen had ik. Ik heb niet aan zulk een voorval gedacht.)
Na het betalen van 150 rial ‘bespoedigingskosten’ kon hij doorrijden.

[…]

In Say’un gaan we naar het huis van Abd al-Rahmaan. Hoewel erg ziek, begint hij weer over dat extra salaris (detachering). Hij stelt dat iedere werknemer werkt naar het salaris dat hij ontvangt en niets extra’s wil ondernemen als daar niet een extra beloning aan vast zit. Hij steekt nu veel energie in het project. (Ik kan dat niet helemaal volgen, want hij wordt toch gewoon betaald om met ons samen te werken en het project tot een succes te maken. Ik zeg dat echter niet.)(3)
Abd al-Rahmaan is niet van plan minder energie in het project te steken. Hij is niet zoals de anderen, maar zou graag zien dat die extra energie beloond werd.
Ik vertel hem dat het niet tot de Nederlandse gewoonte behoort om dat te betalen, zoals MN (Nederlandse Ambassade) vertelde, maar dat ik niettemin een bedrag mag betalen.

[…]

Van het geld dat na mijn berekening overblijft kan Abd al-Rahmaan zijn detachering krijgen, maar niet meer dan 12.000 rial per maand. (f. 160,00, per maand.)
Het is bijzonder ongunstig dat Nico die resterende 4.000 dollar mee naar Nederland heeft genomen. Door de vertragingen is het nu onmogelijk ge­worden dat ik het elektriciteitsnet in de al-Ahgaaf-bibliotheek zelf aanleg, zoals in de eerste opzet het plan was. De elektriciteitsvoorziening moet nu door een elektricien gemaakt worden. Door deze extra kosten en de aan­schaf  van de nieuwe computer ontstaat er een situatie waardoor ik mis­schien niet meer aan mijn betalingsverplichtingen kan voldoen.
De vertraging komt door de late komst van de container, maar ook de week vakantie voor het Slachtfeest, de reis naar Sana’a en volgende week: Nieuwjaarsdag, de Dag van de Eenheid en het bezoek van de Nederlandse Ambassadeur aan Say’un en Tarim, waarbij  men van mij verwacht dat ik daar­bij aanwezig ben.

Dit is het einde van het verslag van 16 mei.

(1) Wat de mensen in Jemen, misschien wel de hele Arabische wereld, niet vertellen, omdat ze waarschijnlijk aannemen dat wij westerlingen in een zelfde situatie leven als zij en wat wij westerlingen niet vragen, ik dus ook niet, omdat wij aannemen dat zij in een zelfde situatie leven als wij (zij het met een lager loon), is hoe de betaling van verricht werk moet worden geregeld. “Je weet wat mijn dienst waard is”, zegt men. Nou, dat weten wij niet. Er wordt in gesprekken nogal moeilijk, versluierd, over geld gedaan.

(2) De volledige voornaam van Salaah is Salaah al-dien en wordt uitgespro­ken als Salaah ad-Dien, in een westerse taal (ook) geschreven als Saladin. Deze naam kan het beste vertaald worden met ‘Rechtschapenheid van de godsdienst, waarbij ‘de godsdienst’ staat voor ‘de islam’.

(3) Had ik dat maar wel gezegd, dan was misschien een van de grote ge­heimen van Jemen voor mij één maand eerder opgelost, dan pas tijdens mijn allerlaatste uren in Jemen!

Dit is het einde van dag 61 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.