Jemen, 20 mei 1996

Mihdaar-minaret.
De Mihdar, de minaret van de gelijknamige moskee van Tarim. Daniël van der Meulen schrijft in ‘The Hadramaut, some of its myste­ries unveiled’ (1932) dat hij de minaret beklom. Dat is nu niet meer mogelijk. Het bouwwerk is voor niet-moslims gesloten.
De minaret is drieën­vijftig meter hoog en helemaal uit leem opge­trokken. (Mudbrick.)

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 20 mei 1996 (maandag).

Tarim. Say’un (Tarim, Say’un, Mihdaar(1), mudbrick, haraam, Roebaat).
Op 7.30 uur.
Ik loop om 8.45 naar het taxistation in Tarim. Ik ga naar Say’un om een fax te verzenden, maar bij de beken­de winkel is de machine verdwenen.
In Gasr al-thawra, bezoek ik Abd al-Rahmaan A. om aan hem naar an­dere faxen te vragen. Er zijn er twee, maar die blijken niet te werken om­dat er geen elektriciteit is: ma fihi kaharba. (Er is geen elektriciteit.)
Met Abd al-Rahmaan naar het Sa­laam-hotel, waar zijn baas, dr. Ah­mad Sh. logeert. Die man brengen we de stad in en gaan dan op weg naar Tarim. De fax (het papier) hebben we achtergelaten in een betrouwbare faxwinkel.
In Tarim brengen we de bibliotheek in gereedheid voor de komst van de Ne­derlandse ambassadeur, morgen­ochtend.
Lunch in mijn hotelkamer.
Zwemmen.
Voor Muhammad al-S. spreek ik de fonetische symbolen voor het Engels in op een een cassettebandje.
FoxPro Database programmeren.
Slapen op het bed, dat ik gisteren­avond buiten opstelde.
Avondeten: voor de derde keer vandaag, yoghurt met twee bananen en brood. (Ook ontbijt en lunch.)
Verslag van het werk schrijven.
Slapen.
Van circa 21.00 tot 23.30 uur beneden met Muhammad al-S. Arabisch en Engels van elkaar leren. Zijn sexy vriendje (niet schoon, want krabt zich voortdurend) zit er bij. Hij is uit hetzelfde dorp als Muhammad en kan lezen noch schrijven. Hij ging slechts vier jaar naar school en besteedde die tijd aan voetballen. Hij vindt dat onderwijs aan God toe­behoort. Hij kent alle Ne­derlandse voetballers, anders dan Muhammad, die niet van voetballen houdt en gedichten leest en zingt.
Muhammad studeerde een half jaar op de Koelliyat al-Shari’yya (Roebaat in Tarim), maar vertrok daar na pro­blemen. (Welke?) Zingen was daar haraam, in elk geval.

Ik ontving in het hotel een brief uit Nederland, die op 23 april jl. ver­zonden was.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 20 mei. (Aden, Koefisch, Koefa, Arabische calligrafie, al-Foerqaan, Himyari­tisch, BA, MA.)
Ik reis naar Say’un om de fax naar Jan Just Witkam te versturen. Bij eerder faxen spendeerde ik al enkele uren in Tarim, zonder dat de lijn naar Aden tot stand kwam, laat staan dat de fax naar Nederland ver­zonden zou kunnen worden.
Abd al-Rahmaan had in Say’un meer succes en nu wilde ik in dit succes delen. Vergeefs. Het kantoor van waaruit Nico en ik eerder een fax ver­stuurden, had geen machine meer en de twee andere kantoren, adressen die ik vandaag van Abd al-Rahmaan kreeg, hadden problemen met de elektriciteit. Dat wil zeggen: er was geen elektriciteit beschikbaar en de generator gaf geen vermogen genoeg om de fax te laten werken. We lieten de twee velletjes achter met het verzoek het te proberen zodra de spanning weer aanwezig was.

Abd al-Rahmaan was weer geheel hersteld van de de verkoudheid die hij verleden week in Sana’a opliep.
Hij vertelde mij dat hij vandaag voor het eerst zijn handtekening onder een stuk zette in de functie van di­recteur van de al-Ahgaaf-biblio­theek.
Hij studeerde geschiedenis in Aden en haalde daar zijn BA. Door allerlei, mij niet duidelijke omstandigheden, was hij niet in staat om door te studeren voor een MA. Niettemin is hij nu directeur van een bibliotheek. Een functie die hij, volgens mij, naar beste kunnen en vermogen zal uitvoeren.

Hij had een idee voor een nieuw lettertype in de computer: het Sana’a Koefi. Ik moest hem erop wijzen dat het niet eenvoudig is een lettertype te wij­zigen en dat daarvoor pro­gram­meurskennis nodig is. Hij liet zich niet ont­moedigen.

Ik vertelde hem over de al-Foerqaan-cursus in Londen en het voorstel daar­voor dat ik aan Jan Just Witkam had gedaan. (al-Foerqaan in Londen bood een catalogiseringscursus aan voor Arabische handschriften. Ik had daarover in de fax geschreven, die nu in Say’un op verzending lag te wachten.)

Over de oorsprong van het Koefisch schrift heeft hij (volgens mij) een unieke gedacht. Ik ried hem dat op papier te zetten en eventueel aan de ‘Manuscripts of the Middle-East’ aan te bieden.
Hij weet dat het oud-Arabisch-schrift in de begintijd van de islam nog rond van vorm was. Hij be­studeerde de geschiedenis van Koefa en ontdekte dat daar veel Jeme­nieten in het leger zaten.
Tot kort voor de islam gebruikten die Jemenieten nog het himyaritisch schrift. Volgens Abd al-Rahmaan zou er sprake kunnen zijn van beïnvloeding van het Jemenitisch Himyaritisch op het gebruikelijke Arabische schrift van die tijd.

[…]

Volgens Abd al-Rahmaan willen er nu een aantal personen genoemd worden op het bord dat het geschenk aankondigt dat op de bibliotheek komt te hangen: dr. Yoe­soef A., dr. Ahmad Sh. en Abd al-Rah­maan zelf. Dr. Ahmad wil als be­langrijkste persoon genoemd wor­den, dr. Yoesoef wil als belang­rijkste persoon genoemd wor­den. Abd al-Rahmaan besluit (voorlopig) dat er dan maar helemaal geen namen op het bord moeten komen. (Bij mijn vertrek uit de bibliotheek op 11 juni waren de borden gereed en stonden er geen per­soonsnamen op.)

In de bibliotheek bereiden we de komst van de ambassadeur voor door enkele tafels op te stellen met wat stoelen erbij, zodat er een toe­spraakje kan worden gehouden. (Wat niet zal gebeuren.)

Het blijkt dat gisteren wel een verlofdag was, maar dat het per­soneel het beter achtte te komen, omdat ik er ook zou zijn. Tegen betaling, uiteraard. Betaling door mij, zo blijkt vandaag, maar ik weet nog niet hoeveel. Wel protesteerde ik hiertegen bij Abd al-Rahmaan, want het personeel had donderdag gezegd dat zondag wel gewerkt zou worden.

Dit is het einde van het verslag van 20 mei.

(1) De Mihdaar-minaret en moskee wordt ook vaak, abusievelijk, de Muhdaar genoemd.

Dit is het einde van dag 65 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s