Jemen, 25 april 1996

Markt, Tarim
De markt schuin tegenover de bibliotheek in Tarim. Het aanbod van groente en fruit is maar be­perkt.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 25 april 1996 (donderdag).

 Tarim (Tarim, Arabische Indonesiërs, Arabische Singaporezen, Ied al-Adha).
Op 5.00 uur. Het is heerlijk koel, buiten.
Afwassen en de rommel opruimen.
Rond 9.00 ben ik in de telefoonwinkel van Husayn A. en bel Jan Just Witkam, AS en Pa en Ma.
Werken in de bibliotheek, maar eerst kocht ik twee sarongs van licht katoen. Na het zwemmen en douchen liep ik meestal in een lange badhanddoek, maar dat werd me te warm. Alle mannen lopen hier in een sarong, dus doe ik dat ook, op mijn kamer.(1)
Ik wilde ook een bureaulamp kopen om ’s avonds buiten nog te kunnen werken, maar ik kan alleen een met ingebouwde batterij vinden. Dat is ook veel beter, hier, wegens de frequente stroomuitval.
We werken tot 13.00 uur. Abd al-Rahmaan A. brengt me naar huis (hotel) met een tafel en stoel(2), zodat ik hier kan werken. (Op eigen verzoek.)
Ik geef hem een deel van de overvloed van de levensmiddelen voor vrouw en kinderen. We spreken een vergoeding voor zijn reizen af. (Say’un – Tarim vice versa, dagelijks (ik ga uit van een hele taxi(3) van 800 rial per rit) vijf dagen in de week): 8.000 rial per week. (Circa f. 100,00.)
Ik ga, wegens mijn wond (linker hand), niet zwemmen.
Abd al-Rahmaan nodigt mij uit om samen te eten en ik ga met hem lunchen.
Voor die tijd zie ik nog enkele leuke Chinese jongens in het water liggen. Zij zijn hier uit Indonesië en Singapore om de ‘roots’ met de Hadramaut niet te ver­lie­zen. Hun ouders zijn immers Hadaarim, of anders hun grootouders wel. Zij stu­de­ren hier een jaar op de islamitische universiteit.
In deze door en door mannenmaatschappij verlies ik de vrouwen uit het oog. Er zijn ook weinig vrouwelijke toeristen.
De krachtige boy, die ik enkele dagen geleden al beschreef (21-4-96) zag ik van­mid­dag even. Daarna rende ik als een gek rond (in sarong) om hem nog een keer te zien, wat niet lukte. Ik zou hem willen betasten, naakt, wel te verstaan.
Ik gaf alle medewerkers in de bibliotheek 1.000 rial voor de Ied al-Adha (het Slachtfeest), doch alleen Hussain A., Abd al-Rahmaan en Abd Allah A. be­­dank­ten. Noch Abd al-Gaadir, noch Aboe Alawi bedankten mij. Het was Abd al-Rahmaan die me erop attent maakte. (Van Abd Allah had ik het zelf niet ge­hoord.)
Het eten met Abd al-Rahmaan, hier (hotel) was uitstekend: vis (tonijn), rijst en groente.
‘Thuis’: op mijn kamer, allerlei zaken regelen. Boekhouding en dagboek bij­wer­ken.
Anders dan bijna een jaar geleden, toen ik tot mijn ontsteltenis merkte dat ik (even) verliefd was geworden op een man: Rashid K. uit Canada, vind ik het volkomen natuurlijk dat het welgevormde lichaam van de jongen gisteren (bij de kapperszaak in Say’un) en de krachtige werkman me aantrekt, hoewel ik dat tegen niemand hier of in Nederland zal toegeven. Europese mannen spreken me niet aan. Vrouwen uit alle landen wel.
Nu 19.45 uur.
Ik kan de slaap niet vatten. Het sterke lichaam van de werkman van het hotel houdt me bezig. Na uren komt het gevoel tot ontlading, maar ik blijf nog lang wakker liggen, dus maak ik het verslag van de afgelopen dagen op de computer.
Bed 00.00 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interes­sante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 25 april.
Verschillende onderdelen van het meubilair blijken te zwak voor het harde Ha­dramitische klimaat. Het ziet er naar uit dat een deel van de IKEA-meubelen de tijd van mijn verblijf niet zal overleven. Nu al ging één van de vier (plastic) rol­luiken van het wandmeubel stuk, direct bij het eerste gebruik. De warmte deed het plastic verder uitzetten dan de kast breed was. Daarnaast vormt het stof (deze stad is één grote, hete stofwolk) al na vijf minuten een dunne film van zand op pas uitgepakte spullen. Veel bewegende delen, gemaakt voor de West-Europese schone airco-kantoren, zullen in dit hete stofparadijs spoedig ten on­der gaan. Het dringt zelfs door in de scharnieren van de hoogst geavanceerde spiegelreflex fotocamera’s. Het stof is misschien wel van moleculaire grootte.

[…]

Tijdens een informele bijeenkomst, hier in het hotel, vertelt Abd al-Rahmaan dat Sjeik AB een vriendelijke man is, maar uiterst eigenwijs en soms ruzie­zoe­kend. Hij heeft altijd op alles en iedereen kritiek, ook op het gebeuren in de mos­kee. (Details weet ik niet.) Bovendien is hij niet altijd redelijk en wil nog wel eens onbezonnen te werk gaan. Hij is wegens zijn ‘wilde’ eigen­schappen niet bij iedereen geliefd.

[…]

Na het Slachtfeest wil Abd al-Rahmaan op zoek gaan naar een nieuw gebouw voor de bibliotheek. De huidige locatie is minder geschikt omdat de bibliotheek in het moskeecomplex is gehuisvest en daardoor afhankelijk van de nukken van het moskeebestuur. Ook is de bibliotheek afhankelijk van de elek­trici­teits­­be­hoef­­ten van de moskee.
Ik vraag hem of het dan wel zinvol is om nog een elektriciteits­netwerk in de bibliotheek aan te leggen. Hij zegt dat voordat de bibliotheek daadwerkelijk zal verhuizen er nog vele jaren voorbij zullen gaan.
Hij vertelde ook dat het Hussain al-K. is geweest die in het verleden door de regering benoemd is om een bibliotheek op te zetten en dat hij het is geweest die alle families verzocht heeft hun boeken samen te brengen, om zo boek­ver­bran­ding [door de communisten: IdL], die veelvuldig voorkwamen (niet in Tarim, maar wel in al-Mukalla) te voorkomen.
Uiteindelijk werd Hussain al-K. het slachtoffer van een soort ‘culturele re­vo­lu­tie’, toen men hem ervan beschuldigde slechts in de beloning geïnteresseerd te zijn en niets om die boeken te geven. De man heeft deze vernedering gelaten over zich heen laten gaan en nam zich voor te wachten op betere tijden en on­der­tus­­sen ‘zijn’ boeken zo goed mogelijk te beschermen.
Voor Hussain al-K. is de pil extra bitter omdat hij vroeger de eerste man in de bibliotheek was en nu niet meer meetelt.
Sjeik AB, die tegenwoordig de leiding heeft, was vroeger de bibliothecaris in de bibliotheek van de familie waartoe ook Hussain al-K. behoort.
Hussain al-K. is de enige man die voortdurend boeken leest en bestudeert. Hij spreekt ook een beetje Engels.

Einde van het verslag van 25 april.

(1) Sinds deze dag in 1996 loop ik thuis altijd in een sarong, ook nu, in 2016.

(2) De tafel en stoel waren een onderdeel van het geschenk, dat eergisteren met de container kwam, en die spullen waren dus eigendom van de bibliotheek.

(3) Een ‘hele taxi’. Dat is dus een taxi die je niet deelt met andere personen, die dezelfde bestemming hebben, of een bestemming die ongeveer aan de af te leg­gen route ligt. Je moet dan soms heel lang wachten voordat de auto vol is, of zelfs meer dan vol, voordat de chauffeur vertrekt.

Dit is het einde van dag 40 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.