Jemen, 2 juni 1996

Wadi Dhahab van af de Yool gezien.
Impressies van de Yool. Dit is de Wadi Dha­hab, die ik met Abd ar-Rahmaan A. bezocht op 27 april. In de wadi daarachter ligt vermoede­lijk Say’un.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 2 juni 1996 (zondag).

Naar het einde of de index.

Tariem.
Deze nacht is vreselijk. Ik ver­plaatste mijn bed naar onder het afdakje wegens de regendreiging (de lucht is zwart), omdat ik dat niet vannacht in een plensbui wil doen. Het is benauwd en onder het afdakje nog veel meer, want daar komt geen wind. (Er is helemaal geen wind.) Onder het muskietennet (klamboe) kan ik niet in mijn blootje liggen want talloze stekers kunnen er wel door. Ik lig de hele nacht in het zweet.
Om 03.30 neem ik een douche als kleine verfrissing.
Om 05.00 sta ik op. Het is hier niet aangenaam meer.
Nu 07.30 uur.

In de bibliotheek is elektriciteit en ik print de fax voor Jan Just Witkam. Als ik het tweede en laatste blaadje uit de printer pak, komt Hussain B. langs gelopen en zegt: “Mish al-kaharba.” En inderdaad, die (elek­tri­citeit) is er niet meer en blijft weg tot de azaan van 11.45 uur. Dan kan ik nog wat tekst printen. De rest van de tijd wachtte ik, al lezend in The Encyclopaedia of Islam en The Records of the Yemen, op de nieuwe elektrische teit.(!)
In het hotel circa 12.00 uur.
Slapen op bed tot rond 14.00 uur.
Om 15.20 zwemmen.
Financiën en lezen.
Ik schrijf een brief voor de mooie Sa­laah in het Arabisch.
Koken en computer: Tariem, dage­lijks verslag.
Een uurtje beneden zitten en vertel­len met Muhammad al-S. Hij wil hier weg. Het liefst morgen al. Hij vindt dat hij te weinig verdient en dat hij voor dat weinige geld te hard moet werken. In zijn geboortedorp, waar hij heen, wil is echter geen werk voor hem. Zelf vind ik dat hij niet veel doet en ik zou hem, als ik zijn baas was, zeker aan het werk houden.
Hij wil graag Engels leren en ik gaf hem het Oxford woordenboek. Ik nam me voor hem 15.000 rial te geven en 50 tot 70 dollar om in Sa­na’a Engels te kunnen gaan leren, maar ik vroeg me al enkele dagen af of hij zoveel geld wel waard is. Ik weet het nu zeker. Ik geef hem niks. (Hij verwacht ook niets, want hij wil morgen al vertrekken.) Zoveel lui­heid is geen geld waard.
Boven, op het dak van het hotel, foto’s maken van de volle maan met bewolking. Ik maak ook een opname van het nachtelijk geluid.
Nu 00.00 uur.
Ik ben moe.
De bewolking lost langzaam op.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 2 juni.
Jan Just Witkam (de project­coör­dinator in Nederland) verzocht mij verleden week telefonisch de kaart­catalogus van de al-Ahgaaf-bi­blio­theek te kopiëren. Nu bespreek ik met Abd al-Rahmaan A. deze mo­gelijkheid. Samen met Abd Allah A. komen we tot de conclusie dat van alle kaartjes eigenlijk ook de achter­kant gekopieerd moet wor­den, want daar staan de verwij­zin­gen naar de Arabische referen­tiewerken.
Vijfduizend kaartjes maal twee. Dat betekent tienduizend kopiën à 30 rial. Dat kost 300.000 rial. Met de koers van vandaag (1 US$ = 118 rial) is dat 2.542 dollar. (Dat is de prijs van een gloednieuw kopieerappa­raat.)
Als we de enorm vertragende methode toepassen van drie kaartjes per kopie, zijn we nog altijd 850 dollar kwijt. Dat is een beetje te veel van het goede voor een niet-com­plete en slechte catalogus. Boven­dien kan ik zoveel geld niet missen.

[…]

Een man, de directeur generaal van de telecommunicatiemaatschappij in al-Mukalla, komt vertellen dat er sprake was van kortsluiting in de onlangs afgebrande telefooncen­trale. Hij zegt, desgevraagd, dat er wel foto’s zijn gemaakt, na de brand, van de container waar de telefoon­centrale in zat
Bovendien kan ik nu weer uit Tariem bellen, als ik dat wil. Er is weer één telefooncel in gebruik.
Volgende maand komt er een di­gi­tale centrale van Alcatel (Frans). Dan is de brand misschien wel een zegen geweest.
Deze man is niet erg aangenaam. Zoals veel Arabieren luistert hij niet naar wat een ander zegt, maar wil vooral zelf meedelen.
Abd al-Rahmaan is gelukkig een heel bijzondere uitzondering.

[…]

Hussain al-A. van de hotelreceptie verplaatst de bijeenkomst (het etentje bij hem thuis) van vrijdag a.s. naar morgen, maandag. Dat is een heel gunstige ontwikkeling voor mijn uitstapje naar Wadi Du’an. Ik wil hem vertellen dat ik de hem om een verplaatsing had willen vragen, maar hij is ook een Arabier. Hij luistert alleen naar zijn eigen woorden.

[…]

Mijn samier Muhammad al-S. heeft vandaag aangekondigd dat hij het hier, in het Gasr al-goebba-hotel, niet meer ziet zitten. Van het begin af aan had hij gezegd dat hij maar een paar maanden wilde blijven. Nu wil hij op korte termijn weg.
Verleden week al ging zijn vriend Ahmad naar huis. (Ahmad, met bril, staarde je altijd een beetje dom aan met een grote grijns. Ik vond dat altijd onaangenaam.)
Nu wil Muhammad weg omdat hij te hard moet werken voor te weinig geld. Hij is bediende in het res­tau­rant. Als er toeristen zijn moet hij voor 5.000 rial (ongeveer f. 70,00 per maand) de hele dag aanwezig zijn, maar niet constant werken. Nu er geen toeristen zijn heeft hij niet veel te doen. Af en toe moet hij naar Say’un, naar een ander hotel, om er te helpen. De taxikosten (80 rial) moet hij zelf betalen.
Hij doet niets anders dan het eten op tafel zetten en weer afruimen en dat alleen als er gasten zijn. Die zijn er nu niet en ligt hij veelal urenlang niets te doen.
In het begin van onze kennismaking was hij vaak bezig met het be­stu­deren van het Engels en hij schreef ook een heel studieboek in net Arabisch schrift over, voor mij. Hij deed veel moeite om Engels te leren en om mij Arabisch te leren.
Hij gaf mij ook twee boeken in het Arabisch.
Ik sprak voor hem een heel Engels studieboek in op enkele casset­te­banden en gaf hem mijn Concise Oxford English-Arabic Dicionary.
Nu is hij moe en wil hij niets meer doen in het hotel. Hij wil naar huis en zwemmen in de zee. (Hij woont aan de Golf van Aden.) De laatste tijd was hij lusteloos en kauwde al enkele keren gaat (qat).
Ik had me al voorgenomen om hem de kosten van een cursus Engels in Sana’a te betalen. Een cursus kost in de school van Katherine in Sana’a maar 50 dollar en ik had daar nog 15.000 rial levensonderhoud in Sana’a aan toe willen voegen. Samen met het geld dat hij hier verdiend had kon hij dan in Sana’a kunnen blijven om die cursus af te maken.
Ik was echter al gaan twijfelen over deze gift toen hij me de eerste keer vertelde dat hij gaat had gebruikt. (Hij had zich kennelijk verveeld, want de laatste paar dagen was ik niet naar beneden gekomen, omdat ik, nu het einde van mijn verblijf steeds meer in zicht komt, nog lang op mijn kamer bleef doorwerken, ook ’s avonds, omdat er na zons­on­dergang elektriciteit is door de generator van het hotel. Bovendien had ik het gevoel dat onze verhouding iets bekoeld was nadat ik aan de waarheid van zijn (en het, zogenaamd, mijn) geloof getwijfeld had. (Op 25 mei jl.))
Later had ik mijn twijfel over hem weggewuifd, want ik drink ook wel eens alcohol. Ik neem zelfs iedere avond (hier in dit hotel, op mijn kamer) een glaasje jonge jenever aangelengd met limonade. Waarom zou een ander dan niet wat ver­do­vend middel mogen gebruiken.
Nu toonde hij echter een grote le­thargie en wilde hij de hele dag niets doen en in de schaduw liggen.
Ik was hevig teleurgesteld door dit lusteloos gedrag en besloot hem niet te geven, geen cursusgeld voor een cursus Engels in Sana’a. (Hij verwacht ook niets.) En met hem de rest van het hotel ook niet meer. Ik had nog een tweede fooi van 10.000 rial willen geven, zoals ik al deed op 1 mei jl.

Dit is het einde van het verslag van 2 juni.

Index: al-Ahgaaf, azaan, The encyclopaedia of islam, kaharba, The records of the Yemen, rial, samier.

Index van personenAbd al-Rahmaan A., Abd Allah A., Ahmad, Hussain al-A., Katherine, Mu­ham­mad al-S., Nico, Salaah, Jan Just Witkam.

Index van plaatsnamen: Golf van Aden, Hadramaut, al-Mukalla, Sana’a, Say’un, Tariem, Wadi Dhahab, Wadi Hadramaut, Yool.

Dit is het einde van dag 78 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

De uitspraak van enkele letters en klanken in Arabische woorden.
In alle gevallen wordt de ‘u‘ als een Nederlandse ‘oe’ uitgesproken.
De ‘g‘ zoals die in deze tekst voorkomt is in het Modern Standaard Arabisch de ‘q‘ (qaaf: ﻕ) en wordt in het Arabisch van Jemen en in het bijzonder het Arabisch van de Hadra­maut als de Engelse ‘g’, zoals in ‘good, goal, garlic’, uitge­sproken.
De ‘ch’ klinkt zoals in het Nederlands de ‘ch’ in ‘chaos’ wordt uitgesproken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.