Dit is een overzicht van de palmboomplantage (dadels) waarin ook het Gaṣr al-Goebba-hotel ligt, links, maar net voorbij de linker rand van de foto. De huizen op de achtergrond horen bij de woonwijk Aydīd en Tarīm zelf ligt rechts in beeld. De bovenkant van de ‘bergen’ heet Yool en bezocht ik op 31 mei 1996. De kijkrichting is naar het noorden. De positie vanwaar ik deze foto (dia) maakte is ook vanaf de Yool, die ik op 14 december 1997 zal bezoeken.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9448) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De ontvanger van het geschenk van de Nederlandse regering komt vandaag helemaal uit Ṣanaᶜā’ om ons te commanderen wat wij moeten gaan doen. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Donderdag, 11 december 1997.
Tariem: 23/25.
Op 6.30 uur. Werken aan mijn brief naar Nederland.
Om 7.30 uur ontbijt.
Met de taxi voor de deur, voor 600 rial (goedkoper dan ooit) naar Say’ūn om daar te constateren dat Abd al-Raḥmān niet op onze afspraak is, maar Dr. Yoesoef A. van de luchthaven afhaalt, die ons zal komen vertellen, wat betekent: commanderen, wat we nog moeten doen.
Ik ga mijn visum laten verlengen en vul, waarschijnlijk tot ergernis van [collega] Tawfīq, het Arabische formulier in het Engels in. Dat levert problemen op, maar de kapitein laat zich niet aangaan dat hij geen Engels kent, ten overstaan van het gemene volk, zoals Tawfīq voorspeld had. Een andere l*l, diezelfde die de verlenging verleden jaar traineerde, doet dat dit jaar weer.
Toen vulden Nico en ik het ook in het Engels in.
Na anderhalf uur staan we buiten, ruim een uur te laat voor onze afspraak in de Bibliotheek, arriveren we daar, waar tot mijn grote ergernis dr. Yoesoef ons commandeert wat er moet gebeuren.
Tijdens de lunch, op hun kosten, in het hotel Gaṣr al-Goebba kapittel ik hem daarover, misschien ook wel tot ergernis van Tawfīq.
Ik zeg hem (indirect) dat hij in Ṣanaᶜā’ op zijn luie kont zit en zich door westerse regeringen van geld laat voorzien, terwijl hier puissant rijke personen zijn die geen stuiver bijdragen. Ik zeg hem dat zijn organisatie die personen moet aanspreken en geld moet vragen als bijdrage in hun cultureel erfgoed.
Dr. Yoesoef zegt dat ze dat niet zullen doen. Hij zegt dit zonder dat hij hen ooit gevraagd heeft.
Later in de avond ben ik nog kwaad over zijn ongehoord gecommandeer. Ik bedenk dat dr. Yoesoef A. geld moet gaan verzamelen. Als hij niets vindt, krijgt hij van Nederland ook niets. Vindt hij één rial, dan krijgt hij van ons ook één rial. Vindt hij een miljoen, dan krijgt hij van ons ook een miljoen rial. Enzovoorts.
Dan zal de geldschieter misschien enige controle uitoefenen.
Dat zou wel eens het einde van mijn inkomsten kunnen betekenen en zeker het einde van mijn ergernis. Dus dr. Yoesoef A. zelf uit zijn luie stoel laten opstaan. (En hem niet helpen!)
Zwemmen.
Brief naar Nederland tot tien bladzijden volschrijven, maar ik zal hem inkrimpen of niet?
Anderhalf uur slapen.
Met Tawfīq brood eten op het terras.
Nu 23.30 uur.
Op het visumkantoor was een mooie zwarte jongen. Ik zou met die wel eens hebben willen ‘spelen’.
Temperatuur, maximum: 39,5°C. Vocht, minimum: 21%.
Temperatuur, minimum: 15,6°C. Vocht, maximum: 54%.
Ik schreef, op mijn laptopcomputer, een tien bladzijden (A4) lange brief voor mijn relaties in Nederland. Die bevat interessante achtergrondinformatie, die eigenlijk te veel was om ook nog eens extra in mijn dagboek neer te pennen. Ik citeer hier uit die brief, maar uit een gedeelte dat ik niet verstuurde.
Is het Tarīm-project nu een succes of niet? Verleden jaar leverden we meubilair, computers, gereedschap en naslagwerken. Dat spul is er nog allemaal. Maar is in die anderhalf jaar dat ik weg was ook wat gebeurd? Is er progressie bij het personeel zelf wat betreft kennis en vaardigheid in het werken met manuscripten en geleverde apparatuur? Hebben ze enig idee hoe het verder moet in de toekomst en zelfs plannen daarvoor ontwikkeld? Hebben ze zelf inkomstenbronnen kunnen aanboren voor het geval de geldstroom uit het rijke westen opdroogt? Hebben ze dat werk uitgevoerd waarvoor ik de vorige keer geld heb achtergelaten en waarvoor ik een contract had gemaakt?
Op donderdag 11 december stond hier totaal onverwacht en voor ons onaangekondigd de hoogste baas van de Algemene Organisatie van Antiquiteiten, Musea en Handschriften, die verleden jaar het Nederlandse geschenk van 250 duizend gulden, namens de Aḥgāf-bibliotheek, in ontvangst nam, op de luchthaven van Say’ūn. Die man, dr. Yoesoef A. uit Ṣanaᶜā’, kwam niet met ons overleggen waarvoor wij het resterende geld zouden kunnen gebruiken. Ook kwam hij niet vragen hoe we dat samen het beste zouden kunnen doen. Nee, hij kwam ons opdragen wat er nog gekocht moest worden en welke personen ervan betaald moeten worden. (Niet dat we zijn oekaze zullen opvolgen, wij hebben verantwoording af te leggen bij dr. Jan Just Witkam en niet bij enige Jemeniet).
Ik hoop hier nog vele malen te komen, desnoods op kosten van Ḥaḍra-majesteit de Koningin der Nederlanden. Als freelancer heb ik er zelfs financieel belang bij dat het project tot in lengte van jaren wordt voortgezet. Maar als mij zou worden gevraagd de Minister van Ontwikkelingssamenwerking te adviseren over dit project, dan weet ik wel wat ik tegen hem zou willen zeggen. Dat zou misschien niet in het belang zijn van mij als freelancer, maar wel als belastingbetaler.
Er zitten in het rijke westen, op regeringsniveau, waarschijnlijk veel mensen met een soort van schuldgevoel omdat wij kennelijk puissant rijk zijn en dat er anderen zijn die dat niet zijn. Ik denk dat de westerse regeringen in hun ijver grote hoeveelheden geld te slijten, bij arme landen in de rij staan. Dr. Yoesoef hoeft maar “Ja” te zeggen op de vraag of er in Jemen nog ergens geld gedumpt kan worden. Waar komt anders die ongehoorde brutaliteit vandaan om ons, gevers van een geschenk, op te dragen waaraan wij het moeten besteden? Terwijl we ons uiterste best doen die Bibliotheek in te richten en te laten draaien zoals het een moderne bibliotheek betaamt en de “counterpart” in Jemen het op alle fronten laat afweten.
Hier in Tarīm zijn mensen die er trots op zijn in Singapore en in Saoedi-Arabië vele miljarden dollars verdiend te hebben. Geen een van hen draagt ook maar één rial (anderhalve cent) bij aan het behoud van de eigen cultuur. Alles, elke stuiver, wordt door de belastingbetaler in de Europese Gemeenschap betaald.
Ik heb dr. Yoesoef gevraagd of hij niet eens met die, werkelijk puissant rijke, mensen kan gaan praten over een bijdrage in de kosten van het onderhoud van die, door hen zelf zo geprezen, rijke cultuur. Mijn opmerking werd door hem zonder meer van de tafel geveegd omdat die rijkaards toch niet zouden willen bijdragen. Maar dr. Yoesoef heeft er tot nu toe niet eens over gedacht dat te vragen. Zo verwend is hij en zo gemakkelijk stroomt het geld uit het westen binnen dat je als Jemeniet zelfs eisen gaat stellen over de besteding van dat geschonken geld.
De ontvanger zal erop gewezen moeten worden dat wij van hem wat eisen en niet omgekeerd, namelijk dat hij zijn uiterste best doet dit project tot een succes te maken door zelf ook initiatieven te tonen en te ontwikkelen.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Tarīm vanaf een heuvel gezien. Dit is een samenstel van zeven foto’s.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9427) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Woensdag, 10 december 1997.
Tariem: 22/26.
Op 6.30 uur.
Ik schaaf aan de brief naar huis en werk aan de database.
Bibliotheek van circa 10.00 tot 13.00 uur. Ḥusayn al-Ḥ. is pas na 11.30 uur beschikbaar om te werken aan de opzet van de database.
Na werktijd lopen Tawfīq en ik door het dorp, zien enkele vrouwelijke schoonheden en beklimmen (Tawfīq veel hoger dan ik) een steile berghelling, die uitzicht geeft over Tarīm.
Hotel.
Zwembad.
Lunchen.
Dorp in.
Thee drinken en onder andere kletsen met de interessante en ook wel knappe Abd al-Karīm, onder andere over hun [de mensen hier] opvatting over toeristes.
Om 20.00 uur eten in het restaurant. Nog met Tawfīq kletsen tot 22.00 uur.
Maximale temperatuur: 39,4°C. [Maximale] luchtvochtigheid: 69%.
Minimale temperatuur: 16,5°C. [Minimale] luchtvochtigheid: 21%.
Nu 22.34 [sic] uur: 19,9°C. / 37%.
Ik schreef, op mijn laptopcomputer, een tien bladzijden (A4) lange brief voor mijn relaties in Nederland. Die bevat interessante achtergrondinformatie, die eigenlijk te veel was om ook nog eens extra in mijn dagboek neer te pennen. Ik citeer hier uit die brief.
Een andere inwoner van Tarīm, Abd al-Karīm, studeerde Engels aan de universiteit van Ṣanaᶜā’ [de hoofdstad van Jemen]. Daar gaf hij ook cursussen Engels, soms wel aan honderd(!) leerlingen tegelijk. Nu werkt hij als leraar Engels in een school in een buitenwijk van Tarīm. Hij ontvangt daar geen salaris. Hij mag zich gelukkig prijzen dat hij werk vond. Als hij maar lang genoeg bij die school blijft werken komt er een moment dat een van de oudere leraren met pensioen gaat, waarna Abd al-Karīm misschien kan worden aangenomen en dan een salaris zal gaan ontvangen. Vol dankbaarheid sprak hij over de hem geboden kans. Menige leraar vindt geen werk, zo zei hij, ook geen onbetaald werk.
Hij lichtte ons in over de opvatting van de Tarīmī’s over buitenlandse toeristen. Veel bewoners vragen zich af wat al die buitenlanders hier komen doen. Die beschikken over veel geld en komen toch naar die armoedige omgeving en arme mensen kijken. Er zijn hier mensen die ervan overtuigd zijn dat al die vreemdelingen op een geheime missie zijn*. Dat idee werd onlangs ‘bewezen’ toen in Jordanië twee toeristen in werkelijkheid leden van de Israëlische geheime dienst bleken te zijn en daar een (mislukte) poging ondernamen om een tegenstander van Israël te vermoorden. (Was dat niet in oktober ’97?) Dit voorval had een enorme impact in Tarīm.
Abd al-Karīm wees er speciaal op dat vrouwen die hier alleen komen met afschuw worden bekeken en als minderwaardig worden beschouwd. Een vrouw hoort niet zonder haar echtgenoot te reizen. Een vrouw die wel alleen reist wordt hier gezien als behorend tot het laagste soort.
Ook Abd al-Karīm beschouwt onze moraal als verdorven. Hij kan en wil niet geloven dat de gemiddelde toerist zich thuis vaak heel anders gedraagt dan op vakantie. Bovendien zien de mensen hier op de televisie in films en documentaires (zij kunnen hier vijftig kanalen ontvangen) duidelijk dat onze westerse maatschappij bezig is in te storten.
Ik zie natuurlijk ook dat veel westerse vrouwelijke toeristen zich kleden in overeenstemming met de temperatuur hier en zich gedragen in overeenstemming met hun gewoontes thuis en niet instemmen met de hier heersende godsdienstige opvatting over kleding en gedrag. Dit stoort de lokale bevolking enorm en zij bekijkt dat alles met toenemende afschuw.
Zo werd de Bibliotheek, die boven de Grote Moskee ligt, door het moskeebestuur gedwongen om op eigen kosten een andere ingang te maken, omdat schaamteloos geklede bezoeksters van de Bibliotheek voortdurend de ergernis opriepen van de mannelijke moskeegangers. De ingang van de moskee en de ingang van de Bibliotheek lagen namelijk samen aan het begin van dezelfde trap.
Geheime missie. De diplomaat uit een van de Golfstaten bij wie wij op 29 december a.s. in Ṣanaᶜā’ aan een gaat-sessie (qāt) deelnemen, fluistert mij (toen het over het Arabisch – Israëlisch conflict ging en de rol daarin van Nederland in de jaren zeventig), in het oor: “ … de meeste Arabieren zoeken wat achter al die Westerse belangstelling voor de islamitische wereld, een samenzwering of iets dergelijks“.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Er staan niet alleen prachtige paleizen in Tarīm, zoals het ᶜIššah-paleis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ) waarvan ik op 6 december jl. een foto toonde, maar ook krotten. Wanneer zo’n lemen huis niet voortdurend onderhouden wordt, stort het op gegeven moment in. De ‘bouwstenen’ zijn per slot van rekening alleen maar gemaakt van in de zon gedroogde modder: mud brick.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9446) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Dinsdag, 9 december 1997.
Tariem: 21/27.
Op 6.30 uur. Het is 14,3°C., koud dus. Tot circa 8.00 uur werk ik aan de brief naar huis.
Van 8.00 tot 10.00 uur werkontbijt samen met Tawfīq.
Daarna blijft hij nog zeker twee uur ‘hangen’ in de boekhandel Maktabat Tarīm al-Ḥadīṯa. [De Nieuwe / Moderne Tariemse Boekhandel.] Ik word er zelfs nerveus van.
We komen pas om 12.00 uur in de bibliotheek, waar Abd al-Raḥmān op ons wacht, al de hele ochtend en ook zijn ongenoegen ventileert.
Tawfīq begint nog een bespreking met Abd al-Raḥmān in het Engels, om het personeel niet van alle ins and outs op de hoogte te brengen.
De door ons hedenochtend, door brainstormen, bijeen gebrachte ideeën slaan niet aan. Abd al-Raḥmān wil een nieuw gebouw als eerste.
Tawfīq wil spijkers met koppen slaan. Dat gaat echter niet in deze cultuur.
Enerzijds ben ik voor de veel concretere aanpak van Tawfīq. Anderzijds betekent dat ook dat Abd al-Raḥmān, betekent voel ik een zekere … Ik weet het nu (23.00 uur) niet meer. We waren vreselijk laat in de bibliotheek.
Ik wilde vandaag Ḥusayn al-Ḥ. helpen om een formulier te construeren in de database.
Hotel rond 14.00 uur.
Lunch op mijn adres. [Terras?]
Tawfīq is erg teleurgesteld dat onze enthousiaste ideeën voor public relations steeds verzanden in het feit dat dit gebouw niet geschikt is en het onwillige moskeebestuur, dat geen bijzondere activiteiten toestaat. Dat het geld allemaal van een overheid moet komen en dat er niet aan fundraising gedaan wordt.
Na de middag gaan we nog eens naar de Maktabat Tarīm al-Ḥadīṯa, waar ik koop, vijf woordenboeken*.
Teaching Dictionary Iron and Steel Industry.
Teaching Dictionary Textile Industry.
Teaching Dictionary Industrial Furnaces and Refractories.
Teaching Dictionary Agricultural Engineering.
(Uit een serie waarvan ik er al drie van in Leiden heb.) Elk 200 Rial – f. 3,00 per stuk.
Van alle vier is de kaft [band] ernstig beschadigd. Ze zijn zo goedkoop omdat ze uit de DDR komen, anders zouden ze zeker f. 15,00 kosten.
Ik koop ook nog English – Arabic Readers Dictionary: 400 Rial. (f. 6,00)
Thee drinken op het taxichauffeursterras.
Hotel: warm eten in het restaurant.
Daar op het terras nog kletsen.
Nu circa 23.30 uur. Ik luister Underworld Acid Music. [Op mijn Walkman.]
Temperaturen: 14,3°C en 39,8°C.
Luchtvochtigheid: 45% en LO%.
De woordenboeken zijn Arabisch naar Engels, Frans en Duits en Engels naar Arabisch, Frans naar Arabisch en Duits naar Arabisch. Edition Leipzig, Leipzig. (Verschillende jaartallen van uitgifte.)
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Eerstedagenveloppe van 30 november 1996 met bijzondere planten in Jemen en op het Jemenitische eiland Socotra. www.ohmygosh.on.ca/stamps/yemen/roy96.htm
Bovenstaande tekst komt van genoemde website, maar de namen van de planten komen niet helemaal overeen met de tekst op de postzegels.
Postzegel (uiterst links boven): 70 rials. Dracaena Cinnabari is een plant die alleen voorkomt op het eiland Socotra voor de kust van Jemen. Hier zijn plaatselijk nog redelijk grote populaties te vinden, met name op de Haghier-bergen en de nabijgelegen kalksteenplateaus. Elders op het eiland zijn nog enige relictpopulaties en de soort is helemaal verdwenen van het westelijk uiteinde van het eiland. (Bron: Wikipedia.)
Postzegel (vierkant, links boven): 50 rials. Notocatus Cristata. (Vermoedelijk gaat het hierbij om een drukfout en moet de naam zijn: Notocactus Cristata), maar een plant met slechts deze (eenvoudige) aanduiding is op internet niet bekend.
Postzegel (vierkant, rechts boven): 20 rials. Parodia Maasii.
Postzegel (vierkant, links beneden): 60 rials. Adenium Obesum Socotranum. Adenium is een geslacht uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). De soorten komen voor in Afrika en op het Arabisch Schiereiland. Een bekende soort is de woestijnroos (Adenium obesum). (Bron: Wikipedia.)
Postzegel (vierkant, rechts beneden): 100 rials. Mammillaria Erythrosperma ist eine Pflanzenart aus der Gattung Mammillaria in der Familie der Kakteengewächse (Cactaceae). Das Artepitheton erythrosperma bedeutet mit rotem Samen. (Bron: Wikipedia.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9445) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Maandag, 8 december 1997.
Tariem: 20/28.
Op 5.15 uur!
Werken aan de database tot 8.00 uur. Dit is te gek. Ik wil niet meer zo vroeg beginnen, maar al die besprekingen met Tawfīq kosten veel andere werktijd, hoewel alles zeer nuttig is.
Tawfīq maakt me attent op mooie Jemenitische postzegels en ik besluit er overal twee van te kopen, samen voor 6.480 Rial, circa f. 100,00.
Ik begin met het onderwijzen van Ḥusayn al-H. over het gebruik van de database.
Op mijn terras eten met Tawfīq.
Even met een Duitser, Hans Dieter …, apotheker uit Bielefeld praten.
Even zwemmen.
Dagboek bijwerken.
Min: 17,5°C. 21%.
Max: 37,4°C. 48%.
Ik werk tot circa 23.30 aan de database en weet daarbij de beveiliging te regelen.
Ik at brood op mijn kamer.
Bed circa 00.00 uur.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Deze enigszins overbelichte dia, gemaakt op 21 mei 1996 met een groothoeklens, tijdens mijn eerste verblijf in Tarīm, geeft een indruk van de indeling de Aḥgāf-bibliotheek. De ijzeren kasten met de handschriften staan langs de wanden, links en rechts, opgesteld en hebben glazen deuren.
Ik schoot deze dia tijdens het bezoek van de Nederlandse Ambassadeur aan de bibliotheek. De mannen / medewerkers van de bibliotheek zitten schijnbaar niets te doen, maar wachten totdat de Ambassadeur vertrekt, zodat ze weer aan het werk kunnen gaan.
Links in de hoek zit de heer Ḥusayn al-K. die elke gelegenheid aangreep om de gedrukte boeken, die een onderdeel van het Nederlandse geschenk aan de bibliotheek vormden, te bestuderen. Deze boeken hebben betrekking op Jemen in het algemeen en de Hadramaut in het bijzonder. Naslagwerken vormen tevens een belangrijk onderdeel van het geschenk.
Het meubilair, zoals de tafels links op de achtergrond, maakten deel uit van het geschenk. Alles uit Nederland was per container aangevoerd. (Zie daarvoor 23 april 1996.)
De mannen dragen allemaal een sarong (voornamelijk van Indonesische makelij), want dat is de traditionele kleding in de Ḥaḍramaut.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9444) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zondag, 7 december 1997.
Tariem: 19/29.
Op 6.45 uur.
Circa 9.30 uur in de bibliotheek. Er zijn mensen van de Wereldbank.
Thuis [hotel] circa 13.30 uur.
Lunch.
Zwemmen.
Nu 16.30 uur.
Ik voer veel besprekingen met [collega] Tawfīq. Hij wil zeer doortastend optreden en over iedere stuiver onderhandelen. Hij heeft veel ideeën om een en ander hier aan te pakken. Hij is zeer gedreven.
Met het bespreken van allerlei zaken verlies ik veel werktijd waarin ik de database zou kunnen verbeteren.
Van circa 21.30 tot 00.00 uur werk ik eraan.
Weer:
Min: 17,5°C. / 21% [Luchtvochtigheid.]
Max: 39,9°C. / 52%.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Dit is het ᶜIššah-paleis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ)* te Tarīm. Dit paleis is helemaal van leem gebouwd (mud brick) en de architectuur is beïnvloed door de een Indiase islamstijl (Moghul). Tegenwoordig (2017) zijn de kleuren, die hier, op deze dia uit 1997, vaalblauw zijn, weer fel donkerblauw geschilderd.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9443) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zaterdag, 6 december 1997.
Tariem: 18/30.
Toen ik om 8.00 naar beneden kwam om te gaan ontbijten, stond [collega] Tawfiq in de receptie. Even had ik een moment dat ik dacht dat ik droomde, maar dat was niet zo. Hij en de situatie was echt.
Ik had voor 9.00 uur een taxi besteld om circa 10.00 uur op de luchthaven van Say’ūn te zijn om hem te ontvangen.
DK. van de Nederlandse Ambassade had beweerd dat men tegenwoordig om 9.00 uur vertrekt uit Ṣanaᶜā’. Ik had Abd al-Raḥmān tweemaal vergeefs verzocht dat te verifiëren.
We namen samen het ontbijt in het hotel en Tawfiq ging mee naar de luchthaven, waar ik ook met Abd al-Raḥmān had afgesproken.
We kochten daarna een generator voor de bibliotheek van 1.810 US$: 3 KW / Benzine / vrij stil.
Dan gaan we naar de bibliotheek waar Tawfiq veel indruk maakt met zijn feilloos Arabisch.
In het Gaṣr al-Goebba-hotel bied ik Tawfiq, Abd al-Raḥmān en de taxichauffeur een lunch aan.
Daarna bespreken we met Abd al-Raḥmān het project en later Tawfiq en ik samen.
We wandelen door het donkere stadje en drinken ergens thee.
We eten in het restaurant [van het hotel] een lichte maaltijd en verbrengen de avond door, al kletsend, op mijn terras tot circa middernacht.
Daarna doe ik de projectadministratie.
Bed circa 01.30 uur.
Max 39,4°C., min: 17,3°C.
Max: 54%, min: LO%.
ᶜIššah-paleis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ). Klik hier voor een aantal recente foto’s. De tekst is in het Arabisch.
Wikipedia: Moghul-stijl / -achitectuur. Mughal (Engels).
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Een moskee in Tarīm, één van de 365 die het stadje rijk is. Deze is, evenals zoveel gebouwen in Tarīm, geheel van leem (mud brick) gebouwd. In de bogen van het portaal is te zien hoe dik de muren moeten zijn om de constructie zonder instortingsgevaar te dragen. De witte kalk, die over de leem is aangebracht heet nūrah en kan, mits binnen gebruikt, wel vijftig jaar meegaan. Buiten dient deze vooral om de lemen tichels tegen het (sporadisch voorkomende) regenwater te beschermen.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9442) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten), maar vandaag is het vrijdag, de islamitische rustdag. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Vrijdag, 5 december 1997.
Tariem: 17/31.
Vannacht was het 16,4°C en 68%. [Luchtvochtigheid.]
Op circa 8.00 uur.
Ontbijt in het hotel.
Brief naar Nederland bijschaven.
Ik hoor verschillende vogels fluiten.
Circa tweeënhalf uur aan de database werken.
Ik blijf bijna twee uur in het heerlijk warme zwembad, onder andere met Engelstalige toeristes vertellen, waarvan er een (een Australische) in Saoedi-Arabië werkt.
Weer schaven aan de brief naar Nederland, gepland voor rond 14-12-97.
Temperatuur, minimaal: 16,4°C., maximaal vocht: 65%.
Temperatuur, maximaal: 39,4°C., minimaal vocht: LO% (??).
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Hāšim, de ochtendreceptionist (Sālim T. is de avondreceptionist) vertelt me ongevraagd, maar daarom niet minder gewenst, dat hij vijf jaar in Irak Landbouweconomie studeerde in de stad Mosul [Mawṣoel].
Hij is zeer te spreken over het land, want ondanks de verschrikkelijke dictatuur heerst er toch een systeem. Als je je daar beklaagt over wangedrag van een ander wordt er wat aan gedaan. Hier in Jemen is geen systeem. Het is een land zonder wetten, of wetten die niet toegepast [gehandhaafd] worden.
Daar staat tegenover dat je hier wel vrijheid van meningsuiting hebt. Anders dan in de rest van de Arabische wereld. Hij zegt dat het in Jordanië verboden is over de koning te spreken evenals in Syrië waar het verboden is de naam van Hafez al-Assad*(1) te noemen. Als je dat in Irak doet gaat je kop eraf. In Jemen spreekt men gewoon over de president.
Hāšhim vertelt dat voor de Golfoorlog*(2) de dinar drie dollar waard was. Nu is de 3.000 dinar één dollar waard. Hāšhim kreeg 100 dollar per maand van de Jemenitische ambassade per maand. Dat was dan 300.000 dinar. Daar was hij een rijk man. Hier in Jemen is er geen werk in zijn discipline en moet hij in zijn levensonderhoud voorzien als hotelreceptionist.
Hij noemt zich mijn vriend en daar ga ik wel mee akkoord. Ik vrees echter dat hij mij, eenmaal terug in Nederland, zal bestoken met brieven om hem te helpen een toegang tot Nederland te verschaffen, want hij zal zeker weten van onze sterke landbouwpositie. Maar misschien valt het wel mee.
Minimum temperatuur afgelopen nacht: 16,4°C, maximum temperatuur overdag: 39,4°C. Maximum vochtigheid ’s nachts: 68%, minimum: L0% (wat betekent: L?)
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Een impressie van Qabr al-Nabi Hoed, een stadje / dorp ten oosten van Tarīm en een bedevaartsoord voor de profeet Hoed / Hūd. Het dorp is buiten de twee dagen van de bedevaart (9 en 10 Ša’abān, jaarlijks) onbewoond. Een spookstadje dus.
(Foto: 19 april 1996.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9441) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Een medewerker van de bibliotheek wil mij onderwijzen in de grootsheid en de wijsheid van de islam. Een enkele vraag van mij brengt hem verward tot zwijgen. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Donderdag, 4 december 1997.
Tariem: 16/32.
Uit de bibliotheek loop ik naar huis. Er is bij de taxi’s geen chauffeur te bekennen.
Ik denk dat ik lopend misschien nog interessante mensen kan ontmoeten, maar ik ben daar echter niet geheel van overtuigd. Toch gebeurt het.
Ḥusayn al-A., de jongeman die verleden jaar de telefoon-winkel (bel-winkel) had, zit bij een vriend in de auto. Ik krijg een lift. Net zoals in de telefoonwinkel, in het verleden, zit hij met een deel van zijn mooie sexy benen bloot. Hij is vriendelijk en vooral knap. Wat zou ik graag het bed met hem willen delen en aan zijn toverstaf willen zuigen.
Ik was al om 04.30 uur wakker.
Ik probeerde vanochtend Jan Just Witkam [in Nederland] te bellen. Toen er eindelijk verbinding was, na circa twintig minuten en toen ik al veel mooie vrouwenogen had gezien, pakte een mij onbekende vrouw op. Ik vroeg of Jan Just thuis was. Zij zou gaan kijken, maar keerde niet meer terug. Na een poosje werd de lijn verbroken. Ik had geen zin in nog een tweede keer te wachten.
Onderweg naar de bibliotheek zag ik een meisje helemaal in het zwart, [niqāb] met een brede gouden rand over haar kleding. Zij had bloemen in haar hand.
Toen haar broertje vriendelijk groette en ik dat ook deed, deed zij dat ook.
In de bibliotheek wil Alī B. mij van de kracht van de islam overtuigen en begint over Adam en Eva*(01).
Ik vraag hem hoe die ene overgebleven zoon van Adam en Eva voor nageslacht kon zorgen. Alī verzint de schepping van een meisje, maar daarover staat niets in de koran en, bovendien, dan zou het een zuster zijn geweest en een huwelijk met een zuster is ḥarām [streng verboden]. Hij is overvraagd. Heeft hier nooit eerder aan gedacht en zal dat aan een geleerde gaan vragen. Volgende week zaterdag zal ik antwoord krijgen. Eerst gaat hij vier dagen op pelgrimstocht (Ziyāra) naar Gabr al-Nabī Hūd*(02) [het graf van de profeet Hoed], op 9 en 10 Ša’abān. (10 en 11 december, plus één dag heen en één dag terug.) Het is daar verboden voor vrouwen.
Ik at patat met een stukje kip in het restaurant van het hotel. Soep vooraf, brood en salade, twee bananen na.
Weer: min: 17,1°C. Max: 40,4°C. [Buitentemperatuur.] Max: 66%. Min: 21%. [Luchtvochtigheid.]
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Ik sprak met Ḥussein al-K., in de bibliotheek, over de islam. Hij vertelde over Ramaḍān, die nu in de winter niet zo zwaar is, maar in de zomer wel. Hij zei, de zo vaak gehoorde onzin, dat de maand Ramaḍān zo gezond is voor de mensen. Toen ik tegen hem zei dat ik in al-Zirikly, al-ᶜĀlām*(03) vaak gelezen had dat fulān fulān [die en die: zo velen] gestorven waren in Ramaḍān, zei hij dat de mensen in Ramaḍān niet dood gaan.
Hij vertelde ook over de ied al-fiṭr*(04), maar had daar een andere naam voor (soenna, geloof ik). Dan slacht hij vier schapen, per stuk voor meer dan 12.000 rial, (ongeveer 180 gulden, twee maandlonen voor één schaap).
Meer over de vastenmaand Ramaḍān, zie 29 december a.s.
Alī B. werkte verleden jaar enkele maanden op kosten van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden [geld uit het Tarīm-project] in de Bibliotheek. Hij zou een vaste aanstelling krijgen, maar die is er, nu anderhalf jaar later, nog steeds niet en die zal ook zeker niet plaatsvinden voor 1 januari 1998, mogelijk nog veel later. Op dit moment is hij, 25 jaar oud en vader van twee kinderen, werkloos. (Hij trouwde vijf jaar geleden met een vijftienjarig meisje dat hij niet kende, pas na het huwelijk begon hij van haar te houden, maar dit terzijde).
Hij vertelde dat hij over een week op bedevaart gaat naar het graf van de profeet Hūd. De bedevaart is op 9 en 10 Ša’abān (dit jaar overeenkomend met 10 en 11 december). Het feit dat hij op bedevaart gaat bij een graf geeft aan dat hij soefi is. Hij behoort tot de Tarīqat Alawiyya*(05).
Het graf van Hūd bevindt zich ongeveer honderd kilometer ten oosten van Tarīm. Nico en ik bezochten het verleden jaar, maar het graf en de bijbehorende stad is eigenlijk verboden gebied voor niet-moslims (en voor islamitische vrouwen, hoorde ik nu van Alī, en dat was maar goed ook vond hij, dat zou maar afleiden van de ḏikr (het prijzen van God)). Maar omdat het een spookstad is en er alleen tijdens de dagen van de bedevaart mensen wonen, was er [in 1996] niemand die ons een strobreed in de weg kon leggen.
Alī vertelde met vuur over de islam. Normaal gesproken ben ik geen voorstander van godsdienstige discussies. Maar dit was goed voor mijn Arabisch en voor verdere uitdieping van mijn kennis van die godsdienst en het soefisme.
Het ging op gegeven moment over de schepping. Waar kom je vandaan? Van je moeder, en waar komt die vandaan? Enz. Natuurlijk was het de bedoeling dat we bij Adam en Eva uitkwamen. Dat lukte onder leiding van Alī probleemloos en hij was in zijn nopjes toen ik constateerde dat we eigenlijk broers waren.
Ik vroeg hem hoe het nu eigenlijk met dat nageslacht zat van Adam en Eva zat. Zij hadden slechts twee zonen (waarvan de een de ander ook nog vermoordde). Met wie was die arme jongen eigenlijk getrouwd, om voor zoveel nageslacht te kunnen zorgen? Alī zei dat God ook nog meisjes geschapen had. Ik wees hem erop dat daar niets van in de koran staat en dat hij dat hier ter plekke, in de Bibliotheek, verzon. Bovendien, als die meisjes er waren geweest dan waren dat zusters van Kaïn. Een huwelijk met je zuster heeft Allah ten strengste verboden (harām). Uitzonderingsregels zijn er niet.
Met nauwelijks te verhullen duivels genoegen constateerde ik dat hij het antwoord niet wist. Over deze kwestie had hij nog nooit nagedacht, zei hij. Dit was iets dat hij aan zijn leraar moest gaan vragen. Zaterdag over een week zal hij mij het antwoord geven.
Ongetwijfeld zal hij met een gesmeerd antwoord komen, misschien vaag, misschien filosofisch, maar van zulk een aard dat ik het niet zal begrijpen, omdat mijn kennis van het Arabisch te gering is. Niettemin is het toch meegenomen dat iemand ook eens andere vraag gesteld krijgt dan de voor de hand liggende vragen die men elkaar stelt en waarvan het antwoord van te voren al bekend is.
(Hoe heten ze ook al weer de islam, die twee zonen van Adam en Eva. Ik kan hen niet vinden in de tafsīr*(06) die ik meebracht).
Sheikh AB., de vorige directeur van de Bibliotheek bezocht zijn voormalige werkplek. Ik sprak kort met hem en vertelde hem dat ik het interview met hem in The Yemen Times*(07) gelezen had.
Alī B. vertelde even later dat de sheikh*(08) vroeger een soefi was, maar dat hij dat allemaal opgegeven heeft en nu overgestapt is naar het Wahhabisme, waarvan hij nu de hoogste leider is in Tarīm en omgeving. De Wahhabiyya is sterk gekant tegen het soefisme en de mawlids*(09) bij de graven van heiligen. Toch zit het verschil niet in het geloof of de geloofsopvatting maar in de furūᶜ*(10), zo vertelt Alī.
Verleden jaar al lagen op het bureau van sheikh AB. boekjes van Hamas*(11). Hij had de Bibliotheek veranderd in een hoofdkantoor van zijn politieke bezigheden. Soefis willen zich niet met politiek bezig houden. De wereld (al-dunyā) gaat aan hen voorbij. Zij werken slechts aan onthechting.
Alī zit dus werkloos thuis. Expres, omdat ik wel beter weet, vroeg ik hem of zijn vrouw niet kon werken.
Verontwaardigd wees hij die gedachte van de hand. “Vrouwen werken niet buitenshuis.”
“Maar”, zei ik, “ik zie toch overal vrouwen in de velden werken.”
Hij trok zijn neus op en zei: “Dat zijn boerinnen.”
Adam en Eva. Moslims spreken ook over Adam en Eva (Ādam en Ḥawā’) maar in de koran heeft zij geen naam. Daar is het slechts Adam en zijn vrouw. (Geheel volgens de traditie zoals ik die in de Ḥaḍramaut ontmoette. Daar heeft de echtgenote ook geen naam en je mag, als buitenstaander, ook niet naar haar (welzijn) informeren en als je het wel doet, zoals ik altijd opzettelijk doe, zorgt dat telkens voor veel hilariteit en verlegen reacties, ook bij die mensen bij wie ik het dagelijks doe, zoals de medewerkers van het hotel.)
Gabr al-Nabī Hūd Het graf van de profeet Hoed. Dit graf ligt in de Wādī Masilah, ten oosten van Tarīm. De profeet Hoed, die in het christendom niet voorkomt, (sommige profeten hebben de islam en het christendom gemeenschappelijk) wordt in de koran genoemd als de waarschuwer van het volk van ᶜĀd. Deze waarschuwing is onder andere neergeschreven in het hoofdstuk De Zandduinen (Sūrat al-Aḥgāf) van de koran. De bibliotheek in Tarīm, waar ik dus werk, is naar deze soera vernoemd: al-Aḥgāf, maar in de oudheid bestond ook een gebied in deze streken van zuidoost Jemen dat al-Aḥgāf heette, dus het hoofdstuk in de koran is naar die streek genoemd.
Wikipedia: de profeet Hūd.
Wikipedia: het volk van ᶜĀd.
Mijn bezoek aan Gabr al-Nabī Hūd in 1996. 19 april 1996. Sha’abaan (Šaᶜbān :ﺷﻌﺒﻮﻥ). Šaᶜbān is de achtste maand van de islamitische kalender.
Zie Wikipedia: de islamitische kalender.
al-Ziriklī: Ḵayr al-Dīn al-Ziriklī (1893 – 1976) is de auteur van ﻣﻌﺠﻢ ﺗﺮﺍﺟﻢ ﻷﺷﻬﺮ ﺍﻟﺮﺟﺎﻝ ﻭﺍﻟﻨﺴﺎﺀ ﻣﻦ ﺍﻟﻌﺮﺏ ﻭﺍﻟﻤﺴﺘﻌﺮﺑﻴﻦ ﻭﺍﻟﻤﺴﺘﺸﺮﻗﻴﻦ (Muᶜǧam tarāǧim li-a’šhar al-riǧāl wa-l-nisā’ min al-ᶜarab wa-l-mustaᶜribīn wa-l-mustašriqīn) Encyclopedie van eminente persoonlijkheden: biografisch lexicon van de beroemdste mannen en vrouwen onder de Arabieren, de Arabisten en de oriëntalisten. WorldCat.
Deze encyclopedie bevat (dus) de namen van de meest beroemde personen uit de groep mensen zoals in de titel wordt weergegeven. Vaak, maar niet altijd, wordt behalve hun sterfjaar ook de maand weergegeven waarin zij overleden. Ik weet dat omdat ik de encyclopedie, die uit acht delen bestaat van elk circa 350 bladzijden, bijna geheel heb overgetypt in een database.
Ied al-fiṭr. Het ᶜĪd al-fiṭr is de Arabische naam van wat in onze streken tegenwoordig een vertaalde Turkse naam heeft, namelijk het Suikerfeest dat gevierd wordt aan het einde van de Ramadan, de islamitische vastenmaand. ᶜĪd al-fiṭr betekent: het feest van het vastenbreken. Ied: feest.
Wikipedia: Suikerfeest.
Ṭarīgat Alawiyya (Ṭarīgat Āl BāᶜAlawī :ﻃﺮﻳﻘﺔ ﺁﻝ ﺑﺎﻋﻠﻮﻱ) dat ongeveer betekent: De te volgen weg / methode / de ‘orde’ van het volk van vader Alawi en is een Ḥaḍramitische soefi-orde. Zo’n soefi-orde heet over het algemeen een ṭarīga (mv.: ṭarīgāt of ook wel ṭoeroeg: ṭurug).
Wikipedia: Alawiyya soefi-orde (Engels).
Wikipedia: lijst van ṭarīgāt.
Wikipedia: Soefisme (Engels). (Met een uitgebreide beschrijving van soefisme en verschillende soefi-ordes.)
Tafsīr (ﺗﻔﺴﻴﺮ) Een Tafsīr (mv. tafāsīr) is een boek (boekenserie) waarin een poging tot exegese en interpretatie van de koran wordt gedaan, een verklaring van de korantekst wordt gegeven.
De almachtige en alwetende god van de islam heeft een boek naar de gelovigen nedergezonden dat geen van hen begrijpt en ook de ongelovigen niet. Daarom zijn er in de loop der eeuwen tientallen meters lange rijen aan tafāsīr vol geschreven die alle proberen te verklaren wat god nu eigenlijk bedoeld heeft. Voorwaar, het is nog steeds onduidelijk, anders waren zoveel boeken niet nodig geweest, dan had één volstaan en had de rest weggegooid kunnen worden.
Wikipedia: Tafsīr.
Sheikh / sjeik: Šayḵ, mv. Šoeyoeḵ / Šuyūḵ (ﺷﻴﺦ / ﺷﻴﻮﺥ mv.) betekent letterlijk ‘oude man’. Aangezien in de Arabische / islamitische cultuur oudere mensen over het algemeen gewaardeerd worden wegens hun levenservaring, is de aanduiding ook een soort eretitel, om aan te geven dat de persoon in kwestie als een wijs man wordt beschouwd. (Voor de oudere / wijze vrouwen bestaat de term Šayḵa, mv. Šayḵāt.)
Wikipedia: Sjeik.
Mawlid, mv.: mawālid (ﻣﻮﻟﺪ / ﻣﻮﺍﻟﺪ) betekent letterlijk geboortedag (verjaardag). Wanneer een heilige binnen de islam jarig is, wordt zijn graf bezocht door soefi’s. Dit ritueel, namelijk graven bezoeken, is een doorn in het oog van de fundamentalisten / de Wahhabiyya.
Dit fundamentele verschil kan leiden tot hoogoplopende ruzies. Abd al-Raḥmān, de directeur van de Aḥgāf-bibliotheek in Tarām vertelde me verleden jaar (1996) dat enkele weken voor onze komst er in de Grote Moskee een schotenwisseling had plaatsgevonden tussen een soefi en een lid van de Wahhabiyya over een mawlid. In Jemen zijn veel wapens in omloop: het land staat in de toptien van de landen met het hoogste wapenbezit op de tweede plaats na de Verenigde Staten van Amerika. Overigens staat Zwitserland op de derde plaats en Finland op de vierde plaats!
Interne link: Ziyāra.
Wikipedia: Wahabisme.
Wikipedia (uitgebreide versie): Wahhabism (Engels).
Mens en samenleving: Wapenbezit in de wereld.
Foeroeᶜ / Furūᶜ / (ev.: ﻓﺮﻉ / mv.: ﻓﺮﻭﻉ)
Uit het feit dat ik in 1997 het woord Foeroeᶜ gewoon neerpende zonder verdere vragen te stellen, duidt erop dat ik toentertijd niet wist wat dit begrip inhield, anders had ik wel naar de details gevraagd. Ook nu, in 2017, heb ik enige moeite om een goed antwoord te formuleren wat foeroeᶜ eigenlijk is.
Bij de bestudering van de figh voor de noot met diezelfde naam, gisteren, 3 december 1997, kwam ik wel wat meer te weten, maar het blijft een moeilijk onderwerp, voor een niet-ingevoerde in de finesses van de islamitische wetteksten, zoals ik.
Lees eerst de noot over de figh van gisteren.
Onthoud daarna het volgende.
Verschillende van de foegahā’ die zich bij een coryfee met gezaghebbende mening hadden aangesloten hebben daarna toch nog nieuwe figh-regels vastgesteld voor onbeslist gebleven gevallen. Hun arbeid wordt door latere schrijvers wel omschreven als: “het afleiden van vertakkingen (foeroeᶜ) uit de wortelen (oeṣoel) van de meester.” [dixit TH. W. Jyunboll.]
Belangrijk om te weten is dat de religieuze stroming, de Wahhabiyya, die zichzelf Salafiyya (Salafisten) noemen, op zoek zijn naar, en willen leven volgens, de strikte regels van de oorspronkelijke islam en daar hoort persoonsverheerlijking niet bij. Dat is nu juist wat de soefi’s doen, namelijk zij bezoeken de graven van vroegere heiligen (pelgrimstochten), voor contemplatie en onthechting. Ook maken zij [het gaat bij de soefi’s in Tarīm uitsluitend om mannen] trommelmuziek en voeren op straat een dans uit (die Šabwāni heet ﺷﺒﻮﺍﻧﻲ) met stokken, die zwaarden representeren en zingen daarbij oude religieuze liederen.
Het maken van muziek en zingen is in de Salafistische vorm van de islam verboden. Trommelmuziek is slechts toegestaan wanneer men ten strijde trekt in de heilige oorlog: ǧihād. (Jihaad.)
Ik meen hieruit te mogen afleiden dat dit onderdeel dan het punt van (soms geweldadige) discussies is tussen soefi’s en de Wahhabiyya, namelijk het grafbezoek, zingen en dansen, temeer daar Bibliotheekmedewerker Ḥusayn al-K. me verleden jaar vertelde dat een man niet met zijn vrouw thuis mag zingen. Hij of zij mag ook niet in zijn of haar eentje zingen, overigens. Dat wordt verboden door de extremisten. 7 mei 1996.
Wikipedia: (Enkele artikelen zijn in het Engels, omdat die veel uitgebreider, meer gedetailleerd, zijn dan de Nederlandse versie, als die er al is.)
YouTube: Šabwāni in Tarīm: dans.
Wikipedia: Ǧihād / jihad.
Wikipedia: Oeṣoel al-figh (Engels).
Wikipedia: Salafisme.
Wikipedia: Soefisme.
Wikipedia: Wahhabiyya (Engels).
Interne link: Ziyāra (grafbezoek, pelgrimage).
New York Times: Who Are Sufi Muslims and Why Do Some Extremists Hate Them? (Publicatie: 24 november 2017.)
Een deel van bovenstaande tekst is gebaseerd op: Handleiding tot de kennis van De Mohammedaansche wet volgens de leer der Sjāfiᶜitische school, door Dr. Th. W. Juynboll. 4e druk. Leiden, E.J. Brill (1930).
WorldCat: Handleiding tot de kennis … etc.
(Ik heb de spelling gemoderniseerd.)
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Timmerman ᶜAwaḍ (in 1996) bezig met het afwerken van de, door hem gemaakte, nieuwe traditionele toegangsdeur van de Aḥgāf-bibliotheek. De persoon op de achtergrond is een medewerker van de bibliotheek die me naar de werkplaats van ᶜAwaḍ begleidde.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9440) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Ik ontmoet vandaag een aardige Zuid-Afrikaan die in Tarīm godsdienst wil gaan studeren. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Woensdag, 3 december 1997.
Tariem 15/33.
Ik werkte tussen 6 en 8 aan de database.
Ik installeer Word 97 op de computer van de bibliotheek.
Ik ontving een brief uit Nederland, die negen dagen (aangetekend) onderweg was en die al-Mukalla, in tegenstelling met verleden jaar, niet aangedaan had.
(Maandag) 24 november gepost in Leiden, 27 november in Ṣanaᶜā’. (Dus per KLM gekomen, want vluchten zijn op zondag en woensdag.) 29 November: Say’ūn. 3 december in Tarīm.
De inhoud? Wat ze de afgelopen dagen gedaan heeft. KV. studeerde af en zij hielp bij de catering.
Ik zwem niet, want het water is bijna groen.
In de bibliotheek ontmoette ik vandaag R. (moslim sinds ’92), die uit Kaapstad, Zuid-Afrika, komt. We spraken een tijdje onze moerstaal.
Hij gaat hier fiqh* studeren en wil dan promoveren in Leiden bij Islamitische Studies. Hij gaat hier met vrouw en drie kinderen vier jaar wonen.
Hij zag eruit als een strenge fundamentalist, maar viel me toch op door een on-Tarīmse zwier en vriendelijkheid. Hij was in het wit, als een soort Pashtoen(?) / of Peshmerga(?) gekleed, met een flinke baard.
Hij was / is bijzonder aardig. Werkte in het verleden in printing en is dus in feite een collega van Ḥusayn al-Ḥ., die dat studeerde op de academie van Lvov [Lviv] in de Oekraïne. (Lemberg?)
Nu 17.30 uur.
Minimum temperatuur: 17,3°C. Maximale luchtvochtigheid: 67%.
Maximum temperatuur: 39,5°C. Minimale luchtvochtigheid: 21%.
Op mijn kamer brood eten.
De verslagen schrijven.
De brief, bestemd voor Nederland, bijschaven.
Bed circa 00.00 uur.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Verleden jaar bezocht ik de werkplaats van ᶜAwaḍ B., de timmerman die de mooie traditionele toegangsdeur voor de bibliotheek maakte. Hij toonde mij toen hoe een Tarīmī timmerman gaten in hout boort. Met een soort strijkstok, waarvan de snaar eenmaal om het houten heft van een boor wordt geslagen. Door zaagbewegingen te maken (op en neer of heen en weer) draait de boor een gat in het hout. Ik geloofde toen dat ᶜAwaḍ een goede toneelspeler was en een kunststukje voor mij opvoerde.
Hedenochtend, op weg naar de bibliotheek zag ik onderweg een timmerman zo aan het werk. Het is hier toch echt de middeleeuwen, hoewel sommigen een digitale camera hebben.
Ook onderweg zag ik dat er weer een nieuwe moskee bijkomt. Dat is hoog nodig, ze hebben hier maar 365 moskeeën. [Echt waar!] Het gebouw is helemaal van beton gemaakt. [In tegenstelling met de meeste andere gebouwen. Die zijn van leem (mud brick) gemaakt.]
Vroeg opstaan, laat naar bed eist zijn tol. In het hotel sliep ik een paar uur in de middag.
Evenals gisterenavond neem ik geen maaltijd in het hotel, maar volsta met een broodmaaltijd op mijn kamer.
De geopenbaarde of canonische wet van de islam, de islamitische wet, heet Shari’a en wordt beschouwd als van goddelijke oorsprong en is tot stand gekomen zonder tussenkomst en / of invloed van de mens. De Shari’a is gebaseerd op de koran en de overleveringen / tradities: van de profeet Muhammad. Deze overleveringen / tradities zijn de daden en uitspraken van de profeet Muhammad en heten (in het Nederlands-Arabisch) hadith‘s. (Arabisch (ev.): Ḥadīṯ / (mv.): Aḥādiṯ.
Figh of de plichtenleer wordt binnen de islam gezien als de jurisprudentie van de Šarīᶜa (Sharia: islamitische wet). Letterlijk betekent dit het goede inzicht in iets hebben, het weten en het begrijpen van wat iets betekent. Figh gaat zowel over islamitische rituelen als over het islamitisch recht.
[Wikipedia: figh.]
De kennis van de gewijde teksten, hoe gewenst ook op zich zelf, verschafte de moslim op den duur toch niet ten volle wat hij nodig had. Daargelaten, dat na verloop van tijd bijna niemand meer in staat was behalve de koran ook nog de steeds aangroeiende massa overleveringen behoorlijk in het geheugen te prenten, was het bovendien niet voldoende, alleen de letterlijke zin van de tekst te kennen. Ook de bedoeling van die teksten moest worden begrepen. Juist daarover was dikwijls een groot verschil van inzicht mogelijk gebleken en waar het tenslotte toch op aankwam was immers te weten, wat uit de teksten moest worden afgeleid en welke leer daarin lag opgesloten.
Het vak van wetenschap, dat zich de beantwoording van die vragen ten doel stelt, wordt in het Arabisch de ᶜilm al-figh (ﻋﻠﻢ ﺍﻟﻔﻘﻪ), dit is de wetenschap van de plichtenleer, genoemd. Een geleerde die de studie van de figh beoefent, heet daarnaar fagīh. [(mv.): foegahā’]
De figh-wetenschap ontwikkelde zich aanvankelijk in het nauwste verband met de studie van de koran en traditie, daar zij immers bestond in het vaststellen van de regels van de plichtenleer overeenkomstig hetgeen men uit de teksten meende te moeten afleiden. Toch werd de figh op den duur voor de grote meerderheid der moslims een op zichzelf staand vak van wetenschap. Voor de meesten was het immers voldoende, om eenvoudig de resultaten te kennen, waartoe de interpretatie van de gewijde tekst leidde. De studie van de bronnen konden zij wel aan anderen overlaten. De figh op zichzelf voldeed reeds aan alle praktische behoeften en werd dan ook steeds meer dé wetenschap bij uitnemendheid in de islam.[…]
[De foegahā’ opereerden zelfstandig en alleen, daardoor ontstonden er interpretatieverschillen.]
Deze zelfstandige werkzaamheid [van de foegahā’] duurde in zekere mate nog voort tot in de 3e eeuw van de hiǧra [de islamitische jaartelling, circa 850 AD.] Toch achtte de grote meerderheid der geleerden zich reeds toen niet meer bevoegd tot zelfstandig onderzoek van de bronnen en meende, dat daarvoor een mate van kennis, geleerdheid en scherpzinnigheid werd vereist, dat alleen het voorgeslacht bezeten had. Men begon zich dus steeds meer bij de resultaten, door vroegere coryfeeën verkregen, neer te leggen en placht zich in alle hoofdzaken van de plichtenleer bij deze of gene beroemde figh-autoriteit aan te sluiten, wiens meningen en uitspraken in zekere kring als gezaghebbend golden.
Dit leidde tot het ontstaan van een aantal zogenaamde figh-scholen [Arabisch: (ev.) Maḏhab), (mv.): Maḏāhib. Nederlands-Arabisch: Maḏhab‘s, dit is: ‘richtingen’] die ieder in een [geografisch] deel van de islamtische wereld een zekere aanhang kregen. [Vele van deze gingen weer ten onder, maar in de Soennitische islam bleven er vier over.]
Te weten de:
1. Wikipedia: Ṣāfiᶜieten.
2. Wikipedia: Ḥanafieten.
3. Wikipedia: Malikieten.
4. Wikipedia: Hanbalieten.
Wikipedia: Madhhab / Maḏhab.
[In Tarīm geldt de Soennitische islam, dus ik beperk me tot daartoe. Er bestaat ook nog de Sji’itische islam, maar daar gelden weer enigszins andere regels.
Soennitische moslims mogen, wanneer hen dat beter uitkomt, kiezen welke Soennitische Maḏhab ze willen volgen in een specifiek geval, maar zeer grote verschillen onderling zijn er echter niet. Het gaat om details.]
[Bovenstaande tekst, vanaf de tussenkop ‘Grondslag’ is grotendeels gebaseerd op: Handleiding tot de kennis van De Mohammedaansche wet volgens de leer der Sjāfiᶜitische school, door Dr. Th. W. Juynboll. 4e druk. Leiden, E.J. Brill (1930).
WorldCat: Handleiding tot de kennis ….
Ik heb de spelling gemoderniseerd en hier en daar de tekst iets ingekort of, waar ik dat nodig achtte, iets uitgebreid. Tekstblokken tussen vierkante haken zijn van mijn hand, ook de verwijzingen naar Wikipedia, natuurlijk.]
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Overzicht van de stad Tarīm. Rechts op de foto zijn twee hoge minaretten te zien. De linkse van die twee is de minaret van de Grote Moskee van Tarīm en onder het dak van dat gebouw is de Aḥgāf-bibliotheek gevestigd. Deze moskee is gebouwd van steen en beton. De rechtse lange minaret is de minaret is de Miḥḍār*(1), van de gelijknamige moskee. Deze minaret is geheel van leem gebouwd. (Mud brick.)
Overigens zijn op YouTube onder het zoekwoord ﺗﺮﻳﻢ (=Tarīm) links en rechts prachtige videobeelden van Tarīm en omgeving, mensen en hun bezigheden, te zien. (Helaas weinig vrouwen: die wonen er kennelijk niet.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 3439) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Het geschenk van de Nederlandse regering aan deze bibliotheek in Tarīm bedroeg 250.000 gulden. Directeur van de bibliotheek, Abd al-Raḥmān, wil weten waaraan dat geld is besteed en hoe groot het restant ervan is. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Dinsdag, 2 december 1997.
Tariem: 14/34.
Op 6.00 uur. (Zoals gewoonlijk.) Tot 8.00 uur de database verbeteren.
Ontbijt in het hotel en naar de bibliotheek.
Ik installeer Microsoft Access 2.0 Arabisch, maar het programma kan mijn database, die ik op de laptop onder Windows 95 maakte, niet lezen, dus installeer ik ook mijn kopie van Windows 95. Daarna gaat alles goed.
Abd al-Raḥmān is vandaag in de bibliotheek en vraagt naar de rest van het geld van het geschenk.
Ik zeg dat er slechts 7.500 US$ over is en dat een gedeelte van het geld aan salarissen is besteed, ook in 1996, omdat wij, Nederlanders, net zoals hij ook, voor het werk aan het project betaald moeten worden. Ik ga echter niet in op de details. Mijn collega Tawfīq, die op 6 december komt, krijgt ook een vergoeding en zal ook kosten maken. Ook de vlucht per KLM moet ervan betaald worden. Tienduizend dollar nam ik mee en besteedde daarvan op Schiphol 420 voor overgewicht.
Ik zwem maar even, want het water is koud. Daarna werk ik tot laat aan de brief naar Nederland.
Ik at brood op mijn kamer.
Bed 01.00 uur.
Temperaturen: minimaal 17,0°C. Luchtvochtigheid: 59%. Maximaal ?°C. [Luchtvochtigheid] circa 20%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Het geschenk
Bij de bespreking van de voortgang van het Tarīm-project vraagt Abd al-Raḥmān waaraan die 250.000 gulden*(2) van het Nederlandse geschenk zijn besteed. Vooral omdat niet alle doelstellingen, zoals genoemd in het oorspronkelijke projectvoorstel, zijn behaald. Desondanks is er bijna geen geld meer over. Ik vermijd om over details te spreken.
De Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten) wil graag nog enkele zaken in de nabije toekomst geregeld zien.
Men wil graag een apart gebouw hebben, samen met de bibliotheek voor gedrukte boeken. [De Aḥgāf-bibliotheek is nu gehuisvest op de eerste verdieping van de Grote Moskee in Tarīm maar het moskeebestuur is onwillig en de bibliotheek heeft vaak bonje met hem.]
Ik stel voor dat Abd al-Raḥmān zijn wensen in een nieuw voorstel op papier zet en het aan mij te overhandigt voordat ik naar Nederland terugkeer.
Er moeten ook nogal wat zaken uit het verleden recht gezet worden voordat de bibliotheek als zodanig goed kan functioneren.
In de begintijd van het communisme in Zuid-Jemen*(3) hebben sommige groepen revolutionairen (firqa / meerv.: firaq) hele particuliere bibliotheken met (religieuze) handschriften geplunderd, met het doel al deze godsdienstig geïnspireerde boeken te verbranden. Een van de leiders in deze communistische dictatuur verbood dat, want het was mogelijk dat daarbij nog teksten zouden kunnen zijn die het communisme rechtvaardigden of nog iets bij zouden kunnen dragen aan de geschiedenis van Jemen.
De boeken werden jarenlang opgeslagen in oude zakken en uiteindelijk in de Grote Moskee van Tarīm geplaatst, waarmee de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften ontstond.
De oorspronkelijke eigenaren van die boeken werden beschouwd als revisionisten*(3).
Van de familie al-Aydarūs in al-Ḥazm werd de gehele bibliotheek leeggeroofd, met meer dan honderd handschriften. De vroegere eigenaars willen nu hun boeken terug. Ook de Roebāṭ*(4) (de religieuze school in Tarīm) wil zijn boeken terug.
Abd al-Raḥmān denkt dat de overheid deze kwestie moet regelen met het betalen van een vergoeding. Hij wil ook een Raad van Bestuur voor de Aḥgāf-bibliotheek instellen waarin leden van die familie’s waarvan boeken gedwongen werden onteigend, zitting moeten hebben, uit vrije wil, of gedwongen. [Nog meer dwang!] De boeken kunnen echter niet meer geretourneerd worden.
De Miḥḍār is de beroemde minaret van de gelijknamige moskee in Tarīm. Deze is geheel van leem (mud brick) gebouwd en is 46 meter hoog.
Wikipedia: Tarim, Mosques_and_libraries. (Waar deze minaret abusievelijk Muḥḍār (= Moeḥḍār) wordt genoemd.)
Democratische Volksrepubliek Jemen. (DPRY.) Tot 1990 bestond er een Noord-Jemen en een Zuid-Jemen. Noord-Jemen was religieus geïnspireerd en Zuid-Jemen was sinds 1832 een kolonie van het Britse rijk, maar vanaf 30 november 1967 volledig onafhankelijk en communistisch: Moskou-gezind.
Wikipedia: Volksrepubliek Jemen
Revisionisten. De beschuldiging een revisionist te zijn kon verstrekkende nadelige gevolgen voor een persoon heb in een communistisch geïnspireerde maatschappij.
Wikipedia: Revisionisme.
Roebāṭ Tarīm. Dit is de religieuze school in Tarīm. Wikipedia.
In het klassiek Arabisch heet zulk een instelling Ribāṭ. Bij Wikipedia heet deze Rabāṭ en zelf spreken ze over Rubāṭ (= Roebāṭ). Wie het weet mag het zeggen.
Volgens dit online-woordenboek al-Maᶜānī (ﺍﻟﻤﻌﺎﻧﻲ) bestaat het woord Rubāṭ niet. Nochtans schrijft dit instituut op FacebookRubat Tareem (dus: Roebāṭ Tarīm), maar op hun website staat in de calligrafie: Ribāṭ
(ﺭﺑﺎﻁ ﺗﺮﻳﻢ ﻟﺘﺪﺭﻳﺲ ﺍﻟﻌﻠﻮﻡ ﺍﻟﺪﻳﻨﻴﺔ ﻭﺍﻟﻌﺮﺑﻴﺔ) Deze lange tekst in het Arabisch (op Facebook en de website) betekent: Gasthuis (= Ribāṭ) Tarīm voor de studie van de godsdienstwetenschappen en het Arabisch.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Overzicht van de stad Tarīm. Rechts op de foto zijn twee hoge minaretten te zien. De linkse van die twee is de minaret van de Grote Moskee van Tarīm en onder het dak van dat gebouw is de Aḥgāf-bibliotheek gevestigd. Deze moskee is gebouwd van steen en beton. De rechtse lange minaret is de minaret is de Miḥḍār*(1), van de gelijknamige moskee. Deze minaret is geheel van leem gebouwd. (Mud brick.)
Overigens zijn op YouTube onder het zoekwoord ﺗﺮﻳﻢ (=Tarīm) links en rechts prachtige videobeelden van Tarīm en omgeving, mensen en hun bezigheden, te zien. (Helaas weinig vrouwen: die wonen er kennelijk niet.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 3439) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Het geschenk van de Nederlandse regering aan deze bibliotheek in Tarīm bedroeg 250.000 gulden. Directeur van de bibliotheek, Abd al-Raḥmān, wil weten waaraan dat geld is besteed en hoe groot het restant ervan is. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Dinsdag, 2 december 1997.
Tariem: 14/34.
Op 6.00 uur. (Zoals gewoonlijk.) Tot 8.00 uur de database verbeteren.
Ontbijt in het hotel en naar de bibliotheek.
Ik installeer Microsoft Access 2.0 Arabisch, maar het programma kan mijn database, die ik op de laptop onder Windows 95 maakte, niet lezen, dus installeer ik ook mijn kopie van Windows 95. Daarna gaat alles goed.
Abd al-Raḥmān is vandaag in de bibliotheek en vraagt naar de rest van het geld van het geschenk.
Ik zeg dat er slechts 7.500 US$ over is en dat een gedeelte van het geld aan salarissen is besteed, ook in 1996, omdat wij, Nederlanders, net zoals hij ook, voor het werk aan het project betaald moeten worden. Ik ga echter niet in op de details. Mijn collega Tawfīq, die op 6 december komt, krijgt ook een vergoeding en zal ook kosten maken. Ook de vlucht per KLM moet ervan betaald worden. Tienduizend dollar nam ik mee en besteedde daarvan op Schiphol 420 voor overgewicht.
Ik zwem maar even, want het water is koud. Daarna werk ik tot laat aan de brief naar Nederland.
Ik at brood op mijn kamer.
Bed 01.00 uur.
Temperaturen: minimaal 17,0°C. Luchtvochtigheid: 59%. Maximaal ?°C. [Luchtvochtigheid] circa 20%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Het geschenk
Bij de bespreking van de voortgang van het Tarīm-project vraagt Abd al-Raḥmān waaraan die 250.000 gulden*(2) van het Nederlandse geschenk zijn besteed. Vooral omdat niet alle doelstellingen, zoals genoemd in het oorspronkelijke projectvoorstel, zijn behaald. Desondanks is er bijna geen geld meer over. Ik vermijd om over details te spreken.
De Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten) wil graag nog enkele zaken in de nabije toekomst geregeld zien.
Men wil graag een apart gebouw hebben, samen met de bibliotheek voor gedrukte boeken. [De Aḥgāf-bibliotheek is nu gehuisvest op de eerste verdieping van de Grote Moskee in Tarīm maar het moskeebestuur is onwillig en de bibliotheek heeft vaak bonje met hem.]
Ik stel voor dat Abd al-Raḥmān zijn wensen in een nieuw voorstel op papier zet en het aan mij te overhandigt voordat ik naar Nederland terugkeer.
Er moeten ook nogal wat zaken uit het verleden recht gezet worden voordat de bibliotheek als zodanig goed kan functioneren.
In de begintijd van het communisme in Zuid-Jemen*(3) hebben sommige groepen revolutionairen (firqa / meerv.: firaq) hele particuliere bibliotheken met (religieuze) handschriften geplunderd, met het doel al deze godsdienstig geïnspireerde boeken te verbranden. Een van de leiders in deze communistische dictatuur verbood dat, want het was mogelijk dat daarbij nog teksten zouden kunnen zijn die het communisme rechtvaardigden of nog iets bij zouden kunnen dragen aan de geschiedenis van Jemen.
De boeken werden jarenlang opgeslagen in oude zakken en uiteindelijk in de Grote Moskee van Tarīm geplaatst, waarmee de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften ontstond.
De oorspronkelijke eigenaren van die boeken werden beschouwd als revisionisten*(3).
Van de familie al-Aydarūs in al-Ḥazm werd de gehele bibliotheek leeggeroofd, met meer dan honderd handschriften. De vroegere eigenaars willen nu hun boeken terug. Ook de Roebāṭ*(4) (de religieuze school in Tarīm) wil zijn boeken terug.
Abd al-Raḥmān denkt dat de overheid deze kwestie moet regelen met het betalen van een vergoeding. Hij wil ook een Raad van Bestuur voor de Aḥgāf-bibliotheek instellen waarin leden van die familie’s waarvan boeken gedwongen werden onteigend, zitting moeten hebben, uit vrije wil, of gedwongen. [Nog meer dwang!] De boeken kunnen echter niet meer geretourneerd worden.
De Miḥḍār is de beroemde minaret van de gelijknamige moskee in Tarīm. Deze is geheel van leem (mud brick) gebouwd en is 46 meter hoog.
Wikipedia: Tarim, Mosques_and_libraries. (Waar deze minaret abusievelijk Muḥḍār (= Moeḥḍār) wordt genoemd.)
Democratische Volksrepubliek Jemen. (DPRY.) Tot 1990 bestond er een Noord-Jemen en een Zuid-Jemen. Noord-Jemen was religieus geïnspireerd en Zuid-Jemen was sinds 1832 een kolonie van het Britse rijk, maar vanaf 30 november 1967 volledig onafhankelijk en communistisch: Moskou-gezind.
Wikipedia: Volksrepubliek Jemen
Revisionisten. De beschuldiging een revisionist te zijn kon verstrekkende nadelige gevolgen voor een persoon heb in een communistisch geïnspireerde maatschappij.
Wikipedia: Revisionisme.
Roebāṭ Tarīm. Dit is de religieuze school in Tarīm. Wikipedia.
In het klassiek Arabisch heet zulk een instelling Ribāṭ. Bij Wikipedia heet deze Rabāṭ en zelf spreken ze over Rubāṭ (= Roebāṭ). Wie het weet mag het zeggen.
Volgens dit online-woordenboek al-Maᶜānī (ﺍﻟﻤﻌﺎﻧﻲ) bestaat het woord Rubāṭ niet. Nochtans schrijft dit instituut op FacebookRubat Tareem (dus: Roebāṭ Tarīm), maar op hun website staat in de calligrafie: Ribāṭ
(ﺭﺑﺎﻁ ﺗﺮﻳﻢ ﻟﺘﺪﺭﻳﺲ ﺍﻟﻌﻠﻮﻡ ﺍﻟﺪﻳﻨﻴﺔ ﻭﺍﻟﻌﺮﺑﻴﺔ) Deze lange tekst in het Arabisch (op Facebook en de website) betekent: Gasthuis (= Ribāṭ) Tarīm voor de studie van de godsdienstwetenschappen en het Arabisch.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.