1 december 1997

Aydied

De om­ge­ving van het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel in noord­oos­te­lij­ke rich­ting. Ach­ter de­ze ‘ta­fel­berg’ ligt Tarīm. De be­bou­wing er­voor is van de wijk Aydīd. Aydīd is ve­le ma­len gro­ter dan Tarīm.
Links is nog een stuk­je te zien van de weg die ik ie­de­re werk­dag ’s och­tends liep naar de Aḥ­gāf-bi­blio­theek. (Dit is een dia die ik in het voor­jaar van 1996 maak­te, toen ik de eer­ste keer in Ḥa­ḍra­maut was.)

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9438) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek was van­af ver­le­den week don­der­dag ge­slo­ten en zou met in­gang van van­daag weer open zijn, maar ook nu moet ik het ge­bouw voor­tij­dig ver­la­ten. – Ik vrees dat ik niet ge­noeg geld bij me heb. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Maandag, 1 december 1997.
Tariem: 13/35.
Minimumtemperatuur: 17,1°C. [Lucht­voch­tig­heid:] 65%.
Op 6.10 uur. Da­ta­ba­se bij­wer­ken.
Hotelontbijt.
Ik ga naar al-Aḥ­­gāf-bi­blio­theek. Om­dat de trap wordt ge­ce­men­teerd, moe­ten we weg, an­ders ko­men we er van­daag niet meer uit. Er was toch geen elek­tri­ci­teit.
Tweehonderd dol­lar wis­se­len à 132 rial = 26.400 YER.
Thuis [hotel]: de ver­sla­gen bij­wer­ken.
Lunch: brood, yoghurt, ba­naan.
Zwemmen.
Heb ik wel privé dol­lars ge­noeg bij mij? Van [de mee­ge­brach­te] 1.745 US$ is nog min­der dan 1.000 over. (958!) Ṣanaᶜā’ was duur.
Nu 15.30 uur: 29,6°C, 25%. [Lucht­voch­tig­heid.] Licht be­wolkt.
Ik word langzaam ziek. Ik neem toch een war­me maal­tijd in het ho­tel, met enorm zou­te soep, rijst, een beet­je groen­te en een homp vis.
Ik lag op bed tus­sen 15.30 en 18.00 uur. Daar­na werk­te ik aan de brief naar Ne­der­land, te ver­zen­den over on­geveer twee we­ken, maar ik heb nu al vijf blad­zij­des.
Pas na 01.00 uur naar bed, nog aan de da­ta­ba­se ge­werkt.
De ‘ziekte’ is weer voor­bij.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

De dagen worden hier ook in ras tem­po korter. Hoor­de ik en­ke­le da­gen ge­le­den de aḏān (azaan: ge­beds­op­roep) nog even voor twaal­ven, nu was hij even over half twaalf*.
Tussen half zeven en half acht ver­be­ter ik nog en­ke­le za­ken in de da­ta­ba­se.
Ik ben rond kwart over ne­gen in de bi­blio­theek. Ik kan ech­ter niet lang blij­ven. De met­se­laar, die een nieuwe trap maak­te, wil de­ze nu van een pleis­ter­laag voor­zien. Wil ik van­daag nog uit de bi­blio­theek kun­nen, dan moet ik nu gaan. Al weer een va­kan­tie­dag. Die ene week die ik hier was werkte ik al­leen maar op dins­dag en woens­dag in de bi­blio­theek. (Al­le an­de­re da­gen werk­te ik meer dan tien uur [per dag] ‘thuis’ in het ho­tel).
Voordat ik naar het ho­tel ging wis­sel­de ik nog twee­hon­derd dol­lar voor zes­en­twin­tig­dui­zend vier­hon­derd rial. De koers is veel sta­bie­ler dan ver­le­den jaar. Maar on­be­grij­pe­lijk is, is dat de dol­lar sinds voor­jaar 1996 in het wes­ten enorm ge­ste­gen is. In Ne­der­land bij­na veer­tig cent, maar hier is hij maar ze­ven rial ge­ste­gen, on­ge­veer een dub­bel­tje. Ver­le­den jaar werd ge­zegd dat Sa­oedi-Ara­bië de koers van de rial be­paalt. Ik ben ge­neigd dat te ge­lo­ven. Maar hoe doen ze dat dan?
Afgelopen nacht was de mi­ni­mum­tem­pe­ra­tuur: 17,1°C en voch­tig­heid: 65%.
Om half zeven was het nog maar goed 18°C. Een uur la­ter al 25°C.
Tussen 11.00 uur en 12.00 uur was het ma­xi­mum 40,4°C. en de lucht­voch­tig­heid 22%.
Ik zit onder het af­dak­je [op mijn ter­ras], daar­on­der is het nog veel war­mer dan ‘bui­ten’, maar hier zit ik in de scha­duw. ‘Bui­ten’ is geen scha­duw, maar wel ‘fris­ser’, in de vol­le zon, 5 gra­den koe­ler.
Om 12.25 uur 35,5°C ‘bui­ten’ en 39,4°C ‘bin­nen’. Het is al en­ke­le da­gen licht be­wolkt.
Ik neem een paar uur rust. In het zwem­bad blijkt het wa­ter kou­der dan ik dacht. Ik warm me op in de aan­ge­na­me warm­te van de zon.
Ik voelde me plot­se­ling snel ziek wor­den. Daar­om nam ik maar een rijst­maal­tijd met vis in het res­tau­rant. Na een paar uur was ik weer op­ge­knapt.
Van ongeveer 21.00 uur tot cir­ca 01.00 uur nog aan de ver­be­te­rin­gen van de da­ta­ba­se wer­ken.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*
al-Aḏān. (ﺍﻟﺄﺫﺍﻥ). De ge­beds­op­roep. De tijd van is­la­mi­tische ge­beds­op­roep en dus ook de tijd van het ge­bed (de ṣalāt: ﺍﻟﺼﻠﺎﺓ), is af­han­ke­lijk van de stand van de zon.
Wikipedia: al-aḏān.
Wikipedia: al-ṣalāt.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

30 november 1997

Hotel

In de cir­kel is het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel te zien. De fo­to is ge­no­men van­af de Yool, die van­uit mijn ka­mer zicht­baar is en die ik met en­ke­le vrien­den op 14 de­cem­ber 1997 (be­zocht) zal be­zoe­ken. De dia is dus ook op die da­tum ge­maakt.
De Yool op de ach­ter­grond, ach­ter het ho­tel, be­zocht ik sa­men met een chauf­feur op 31 mei 1996.
Het dorp dat op de dia te zien is, is een wijk ten wes­ten van Tarīm en heet Ay­dīd.
De weg naar het stad­je Tarīm loop ik ie­de­re werk­dag ’s och­tends, maar te­rug, rond het mid­dag­uur, neem ik meest­al een taxi, om­dat dan de zon op het hoog­ste punt staat en de tem­pe­ra­tuur vaak rond de 40°C ligt.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9437) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten. Van­daag is een na­tio­na­le feest­dag. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zondag, 30 november 1997.
Tariem: 12/36.
Yaum al-Istiglāl [On­af­han­ke­lijk­heids­dag]: der­tig jaar ge­le­den ver­trok­ken hier (uit Aden*) de En­gel­sen.
Laagste temperatuur af­ge­lo­pen nacht: 18,4°C. Hoog­ste lucht­voch­tig­heid: 65%.
Nu 9.15 uur: 33,4°C. 36%.
Ontbijt op mijn ka­mer.
Ik kom de hele dag niet bui­ten mijn ka­mer, be­hal­ve om een uur­tje te gaan zwem­men.
Ik beveiligde de da­ta­ba­se zo goed, dat ik er zelf niet meer in kwam. Ge­luk­kig had ik nog ko­pie­ën.
Bed circa 01.00 uur.
Temperatuur maxi­maal: 37,9°C. Mi­ni­maal: 20,9°C. Vochtigheid, max: 65%, min: 23%.
Om 00.00 uur: 20,9°C, 63%.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Vandaag verder met de Da­ta­ba­se. Het be­gint nu wel te ver­ve­len. On­be­wust maak ik het ech­ter weer span­nend. Met het toe­pas­sen van de be­vei­li­ging, dat wil zeg­gen, het toe­pas­sen van een wacht­woord, zo­dat niet ieder­een toe­gang heeft tot ver­an­der­ba­re ge­ge­vens, kan ik op ge­ge­ven mo­ment zelf niet meer in de da­ta­ba­se ko­men. Wat ik ook pro­beer, het lukt niet meer. Ik ge­bruik het goe­de pass­word, maar de da­ta­ba­se staat me niet toe dat ik ook zelfs maar een ta­bel be­kijk, laat staan ge­bruik.
Ik raak zelfs even in pa­niek. Is dit het ein­de van de Fih­rist [Ca­ta­lo­gus] voor de bi­blio­theek? (Thuis, in Ned­er­land, heb ik nog wel ko­pie­ën be­schik­baar). Ik be­sluit eerst maar even te gaan zwem­men. In het pa­ra­dij­se­lij­ke wa­ter ver­geet ik de pro­ble­men. Na het bad blijkt dat ik hier ook nog vol­doen­de ko­pie­ën heb om zon­der pro­ble­men ver­der te kun­nen, maar ik moet wel een ge­deel­te dat ik pro­gram­meer­de in die an­de­re da­ta­ba­se op­nieuw doen. Ik ver­lies daar­mee toch gauw een paar uur. Daar staat te­gen­over, dat ik door dat ex­tra werk weer en­ke­le nieuwe mo­ge­lijk­he­den van Mi­cro­soft Ac­cess ont­dek­te.
Ik gebruikte van­daag al­le maal­tij­den op mijn ka­mer, dat wil zeg­gen op het ter­ras, ach­ter de la­kens en doe­ken die me voor de fel­le zon moe­ten be­scher­men. Ik kwam al­leen bui­ten de deur om te gaan zwem­men.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*
Protectoraat ᶜAden. Op 30 no­vem­ber 1997 ver­lie­ten de En­gel­sen, die de­ze stad en re­gio al meer dan hon­derd jaar ‘in be­zit’ had­den, de stad / staat ᶜAden de­fi­ni­tief. Zie Wi­ki­pe­dia: Aden en Pro­tec­to­raat ᶜAden.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

29 november 1997

Personeel

Vlnr.: Ḥusayn al-A., re­ce­ptio­nist in 1996, de Bawwāb, (de poort­wach­ter, wiens naam ik niet weet), Manṣūr, be­heer­der van de Ca­fe­ta­ria in 1996, Sālim al-T, re­cep­tio­nist, zo­wel in 1996 als in 1997. Een mij on­be­ken­de man. (Ver­moe­delijk uit Noord-Je­men, ge­zien zijn kle­ding­stijl.)

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9436) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten we­gens een is­la­mi­tische feest­dag, eer­gis­te­ren. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

Zaterdag, 29 november 1997.
Tariem: 11/37.
Afgelopen nacht, bui­ten mi­ni­mum­tem­pe­ra­tuur: 18,9°C en 71% lucht­voch­tig­heid.
Om 7.00 uur: 23,0°C en 65%. Om 9.30 uur: 33,9°C en 41%.
Ontbijt in het ho­tel.
Ik werk tot 00.30 uur aan de da­ta­ba­se en vor­der een heel eind.
Ik zwom en ik at in het res­tau­rant een kip met rijst.
Manṣūr van de Ca­fe­ta­ria, ver­le­den jaar [1996], kwam mij op­zoe­ken. Ik kan met hem pra­ten, maar al­leen over een­vou­di­ge din­gen. Hij werkt nu, even­als Ḥu­sayn al-A. in het Salām-ho­tel [Say’ūn], maar in te­gen­stel­ling met Ḥusayn, woont Manṣūr nog wel in Tarīm.
Het Salām-hotel is van de re­ge­ring. Daar heeft men rech­ten (en pen­sioen). Het Gaṣr al-Goeb­ba-hotel is pri­vé, daar gel­den geen rech­ten.
Manṣūr wist nog pre­cies wel­ke fo­to’s ge­maakt wa­ren. Ik had er slechts één bij me met hem er­op. Het is on­be­grij­pe­lijk voor me­zelf dat ik de an­de­re (ook nog met an­de­re men­sen er­op) niet heb la­ten af­druk­ken. Ik heb al­leen maar aan me­zelf ge­dacht!
Ik ben de enige gast in het ho­tel. Ik zwom dus al­leen. Geen mooie vrouw of man in de buurt.
Ik gaf 13.200 rial aan Sā­lim al-T. Het ho­tel kost tot nu toe 13.077 rial. [Cir­ca f. 196,00, voor vier nach­ten en vijf maal­tij­den.]
De hoogste tem­pe­ra­tuur was van­daag 40,4°C.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

28 november 1997

Hotel

Het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel in Tarīm op de ach­ter­grond en het zwem­bad op de voor­grond.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9435) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten. Het was gisteren 27 Raǧab. Dat is een is­la­mi­tische feest­dag. – Van­daag is het vrij­dag, wat de we­ke­lijk­se rust­dag is in een groot deel van de is­la­mi­tische we­reld. Hier zijn de over­heids­in­stel­lin­gen, dus ook de bi­blio­theek, ge­slo­ten. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Vrijdag, 28 november 1997.
Tariem: 10/38.
Buitentemperatuur, van­nacht circa 19°C.
Op 8.00 uur.
Ontbijt in het hotel.
Dagboek bijwerken. (In dit katern.)
Nu circa 32°C en 41% lucht­voch­tig­heid.
De mooiste jongen van het ho­tel werkt in het res­tau­rant, maar hij rookt. (En draagt een trouw­ring.) Ḥāmid van de ca­fe­ta­ria is ook mooi, maar erg ma­ger.
Ik werk de hele dag aan de be­vei­li­ging van de da­ta­ba­se om me die ei­gen te ma­ken.
Circa één uur blijf ik in het zwem­bad.
Een groep wel­ge­stel­de mid­den­klas­sers, Frans spre­kend, voelt aan het water. De juis­te tem­pe­ra­tuur, maar niet schoon.
Het wa­ter, dat diep uit de grond komt, zit er nog maar net een paar uur in. Na­tuur­lijk ligt er wat stof op het op­per­vlak, maar stof is in­he­rent aan Ta­rīm. Zon­der stof zou er geen Ta­rīm* zijn.
De oudjes gaan dus niet uit de kle­ren om­dat één on­der hen oor­deel­de dat het wa­ter sme­rig is. Af en toe ko­men ze wel kij­ken. Zij zou­den er graag in sprin­gen, maar vre­zen de meest ern­sti­ge ziek­tes. Mis­schien komen ze wel kij­ken om te zien of ik nog niet op­ge­lost ben.
Verder aan de da­ta­ba­se wer­ken.
Ik eet een brood­maal­tijd op mijn ka­mer. (Brood uit de keu­ken van het ho­tel.)
Na 21.00 uur begin ik aan de brief voor al­le re­la­ties.
Bed circa 00.30 uur.
Van 12.00 tot 13.00 uur: 40°C, voch­tig­heid 22%.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Geen enkele Frans­man dook in het wa­ter. Wel kwa­men ze af en toe ja­loers naar mij kij­ken en zij zou­den zeer te­vre­den zijn ge­weest als ik al dood was en half ver­gaan of he­le­maal op­ge­lost zou zijn ge­weest. Dan had­den ze toch ge­lijk ge­had.
Verleden jaar zwom ik hier drie maan­den bij­na da­ge­lijks en het eni­ge wat ik er­aan over­hield wa­ren pret­ti­ge her­in­ne­rin­gen. Dit is het pa­ra­dijs. Waar ter we­reld kun je eind no­vem­ber zwem­men on­der de da­del­pal­men, met over­al waar je kij­ken kunt bloe­men, zo­als ro­zen, bou­gain­vil­les en on­be­ken­de pracht?

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*
Stof in Tarīm. Tarīm be­staat he­le­maal uit stof. Al­le hui­zen daar zijn van leem ge­bouwd (mud brick), dat in essentie ‘stof’ is. Het stof waait van de Yool (dat is de bo­ven­kant van de ta­fel­ber­gen, waar­uit vrij­wel de he­le Ḥa­ḍra­maut be­staat), voort­du­rend naar be­ne­den. Als je in de avond door Ta­rīm loopt zie je in het licht van de au­to- en brom­fiets­kop­lam­pen het stof over­al dwar­re­len, als mot­sneeuw. Er ko­men daar ech­ter geen amb­te­na­ren van het mi­li­eu­mi­ni­ste­rie om het fijn­stof te me­ten. De me­ters zou­den me­teen ka­pot gaan.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

27 november 1997

Computertafel

Dit is mijn werk­plek op het ter­ras dat bij mijn ka­mer in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel hoort en zich dus ach­ter de la­kens be­vindt die op de dia van gis­te­ren te zien zijn. De doe­ken die­nen om over­dag mijn werk­plek te­gen de ko­pe­ren ploert te be­scher­men.
Deze dia is in de avond ge­no­men, want de lamp brandt. Op de ta­fel staat mijn To­shi­ba-lap­top en links er­naast de tem­pe­ra­tuur­meter die tot op een tien­de graad nauw­keu­rig meet. Hier werk ik vaak tot in de klei­ne uurt­jes aan de ver­be­te­ring van de Ac­cess-da­ta­ba­se voor de Aḥ­gāf-bi­blio­theek.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9434) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en zal er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – De bi­blio­theek is tot maan­dag ge­slo­ten. Het is van­daag 27 Raǧab, een is­la­mi­tische feest­dag. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik droom de­ze nacht in­di­rect van haar. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Donderdag, 27 november 1997.
Tariem: 9/39.
Het is 27 Raǧab: het feest van al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ* ge­noemd: de Nacht­reis van de pro­feet Muḥ­am­mad. Ieder­een in de bi­blio­theek heeft vrij en het ge­bouw is ge­slo­ten.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Mijn nacht­reis

Ik droomde dat ik voor de PTT-Te­le­com (mijn voor­ma­li­ge werk­ge­ver van me­dio 1966 tot en met 1989) een sto­ring moest op­los­sen in een ge­bouw met een alarm­in­stal­la­tie. Ik wist niet hoe ik het alarm moest om­zei­len, maar [col­le­ga] BG. had een plat­te­grond waar op stond hoe je moest lo­pen. (BG. vond ik al­tijd in­tri­ge­rend en bij­zon­der aar­dig, maar niet mooi.) BG. ging naast me op de vloer zit­ten om me de rou­te te wij­zen. Toen vlij­de hij zich tegen mij aan. Hij was [in de­ze droom] niet ou­der dan twin­tig jaar. Ik pak­te zijn hoofd vast en zoen­de hem. Hij zucht­te van ge­not. Ik vroeg hem, ter­wijl mijn hoofd op zijn ont­blo­te borst lag, wat hij met zo’n ou­de ke­rel als ik moest. Hij zei dat hij van mijn ma­nier van doen hield. (Al­les wat hij zei en deed, was dat wat An­na bij mij in het ver­le­den in wer­ke­lijk­heid zei en deed.) Ik knuf­fel­de hem om hem een ple­zier te doen. Hij was ver­schrik­ke­lijk sexy, maar het deed me niet veel. Ik over­woog hem te ver­tel­len dat er ook nog ie­mand an­ders is, na­me­lijk Enne­fea, op wie ik ver­liefd ben, maar zag daar om ver­schil­len­de re­de­nen van af. Een en ander zou de zaak ern­stig com­pli­ce­ren. Meer ge­re­de­neerd van­uit de ver­wach­ting van de­ze jon­ge­man dan dat ik er zelf be­hoef­te aan had, maak­te ik zijn broek open. Zelf trok hij snel zijn slip­je om­laag. Ik wil­de niet ver­der gaan. Voor­dat de jon­ge­man te­leur­ge­steld kon ra­ken over mijn af­wij­zen­de re­actie, werd ik ge­luk­kig wak­ker. Nu ligt hij daar in dro­men­land half naakt op mijn tong te wach­ten, die nooit zal ko­men. Het was net 06.00 uur.
Daarna sliep ik nog tot 8.00 uur en nam een ho­tel­ont­bijt.
De temperaturen, af­ge­lo­pen nacht bui­ten (mi­ni­mum) 29,4°C, bin­nen: 22,6°C.)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Geld

Er is weer eens geen elek­tri­ci­teit. Ik wil de ben­zi­ne van de ge­ne­ra­tor be­ta­len, maar nie­mand be­grijpt me.
De generator zal om 12.00 uur ge­re­pa­reerd wor­den en, zo­waar, om 13.00 uur is er elek­tri­ci­teit. Hij zal, zo is mij be­loofd, niet meer on­der­bro­ken wor­den.
Van Ḥu­sayn al-K., de ma­na­ger, neem ik de ser­vo-ge­stuur­de vol­le­dig au­to­ma­tische span­nings­re­gu­la­tor over. Dit ap­paraat stond nog in de ver­pak­king. Hij zal een nieuwe ko­pen en mij de re­ke­ning over­han­di­gen, die ik dan zal be­ta­len: cir­ca 80 US$.
Na 13.00 uur maak ik op de com­pu­ter de ad­mi­ni­stra­tie van het pro­ject en mij­zelf.
Persoonlijk gaf ik in de eer­ste week al cir­ca 500 US$ uit. Ik heb maar 1.745 dol­lars mee­ge­no­men voor mij­zelf, dus ik moet voor­zich­tig zijn. Het groot­ste deel ver­dween bij Taj She­ba in Ṣanaᶜā’ en de aan­schaf van een ex­tra kof­fer. Over­nach­ting 185 US$ (per on­ge­luk gaf ik 5 US$ te veel, zo bleek ach­ter­af.) Di­ners f. 200,00 (100 US$) en het kof­fer: 6.500 YER (f. 97,50, cir­ca 50 US$.) Al-Gas­mi-ho­tel: 50 US$.
Namiddag: ver­be­te­rin­gen aan­bren­gen in de da­ta­base van de bi­blio­theek.
Avondeten met vis (erg droog) in het re­stau­rant.
Doorwerken tot cir­ca 23.00 uur.
Bed circa 00.30 uur.
De temperatuur is dan nog zo’n 25°C. Rond 12.00 uur was het 40°C in de zon. (En ook in de scha­duw.) Rond 16.00 uur: 35°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Niets doen

Om zes uur stop­te de ener­gie­voor­zie­ning en ik dacht dat de el­len­de van een jaar ge­le­den weer be­gon. Toen was er al­leen tus­sen half twee en half vier ’s nachts elek­tri­ci­teit. Ik wist me­teen weer wat ik ver­ge­ten had aan te schaf­fen in Ne­der­land: een zon­ne­stroom­voor­zie­ning voor mijn com­pu­ter. Nu was ik ge­dwon­gen tot niets doen tot na 13 uur.
Natuurlijk kan ik het stad­je in­gaan, maar bij 40°C is dat geen pret­je. Er is bijna geen scha­duw, of die is in be­slag ge­no­men door groe­pen man­nen, met wie ik niets te be­pra­ten heb, want het is van­daag een re­li­gi­euze feest­dag.
Van dit stad­je heb ik het mees­te al ge­zien. Wat ik nog niet ge­zien heb, daar ben ik ook niet wel­kom. Ver­le­den jaar werd ik uit de bin­nen­stad met een re­gen van ste­nen ver­dre­ven door kin­de­ren, meis­jes en jon­gens. De vol­was­se­nen za­ten er­bij en ke­ken er­naar, maar on­der­na­men niets. Het ge­beur­de dus ken­ne­lijk met hun toe­stem­ming.
De omgeving wil ik nog wel be­rei­zen, maar zal dat doen als [col­le­ga] Taw­fīq hier is, sa­men met hem en in een au­to.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Werken

Zodra de elek­tri­ci­teit er weer is (rond 13 uur) ga ik aan het werk. Zwem­men is niet mo­ge­lijk om­dat het bad wordt schoon­ge­maakt. Gis­te­ren vond ik dat al no­dig. Er wordt geen rei­ni­gings­mid­del ge­bruikt om­dat het wa­ter de da­del­plan­ta­ges be­vloeit.
Ik maak een over­zicht van de fi­nan­ciën. Het blijkt dat ik pri­vé veel meer geld ge­bruikt heb dan mag op grond van het mee­ge­no­men be­drag voor de he­le tijd. Ik zal het dus een beet­je rus­ti­ger aan moeten doen. Ik nam on­ge­veer drie­ën­half dui­zend gul­den mee.
Ik pas de database aan aan de mo­ge­lijk­he­den die Mi­cro­soft Ac­cess biedt en die het ge­brui­kers­ge­mak ten goe­de ko­men.
Eerst was ik van plan te ko­ken, maar om­dat ik van­och­tend al de he­le tijd ver­loor met niets doen, be­sluit ik om toch maar weer in het res­tau­rant te eten.
Kou­de, har­de pa­tat­ten, de­zelf­de groen­te­prut als al­tijd en een gro­te homp dro­ge vis. Sa­la­de als gis­te­ren en eer­gis­te­ren, maar nu ook nog gro­te stuk­ken kom­kom­mer er­bij. Als toet­je een si­naas­ap­pel. Eer­gis­te­ren kreeg ik een ba­naan en een si­naas­ap­pel, gis­te­ren niks.
Er zit een groep Fransen in het ho­tel. Gis­te­ren wa­ren hier Oos­ten­rij­kers, die ook in al-Gas­mi-hotel za­ten in Ṣanaᶜā’.
Temperaturen: nu 23°C buiten. Over­dag was het 41°C rond 12.00 uur. La­ter in de mid­dag werd het 35°C. Nu is het aan­ge­naam en dood­stil, op kre­kels, kik­kers en een af en toe bal­ken­de ezel na.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*
al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ. Raǧab is de ze­ven­de maand van de is­la­mi­tische maan­ka­len­der. Op 27 Raǧab wordt al-Isrā’ wa’l-Miᶜrāǧ ge­vierd. In de nacht van de­ze dag vond de Nacht­reis van de pro­feet Mu­ḥam­mad naar de ze­ven he­me­len plaats.
Wi­ki­pe­dia: Nach­treis.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

26 november 1997

Terras

Dit is het dak­ter­ras dat bij mijn ka­mer in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel hoort. Mijn ka­mer ligt ach­ter de doe­ken, maar tus­sen de kamer en de doe­ken is nog vol­doen­de ter­ras­ruim­te om te wer­ken. Daar staat een ta­fel (met stoel), waar­aan ik mijn ad­mi­ni­stra­tie­ve ver­plich­tin­gen kan ver­rich­ten.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9433) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Woensdag, 26 november 1997.
Tariem: 8/40.
Goed geslapen.
Op 7.00 uur.
Dagboek bijwerken.
Circa 9.00 op weg naar de [al-Aḥgāf-] bi­blio­theek. Ik ont­moet Ḥas­san al-A., de oom van Ḥusayn al-A. (Niet de re­cep­tio­nist van het ho­tel, maar die knap­pe, sexy boy van de te­le­foon­win­kel, ver­le­den jaar.)
Deze Has­san al-A. brengt mij in zijn per­soon­lijk wrak naar de bi­blio­theek. Des­ge­vraagd wil hij me wel hel­pen bij het af­din­gen als ik een sa­rong wil ko­pen.
We rijden de vijf­tig me­ter met veel moei­te ach­ter­uit, er­naar­toe. Ik mag niet uit­stap­pen.
Het door hem behaal­de voor­deel voor twee goe­de sa­rongs (merk At­las uit In­do­ne­sië) wil hij niet aan­ne­men, maar ik laat het bed­rag in zijn au­to val­len: 400 rial. Ik be­taal­de 1.600 rial. (Cir­ca 24 gul­den.)
Ik print de fax die ik gis­te­ren op mijn lap­top maak­te en ver­stuur die via de fax van het post­kan­toor*(1) naar de Am­bas­sa­de met het ver­zoek aan DK. om die door te stu­ren naar Jan Just Wit­kam.
Als ik om 11.30 uur naar huis ga vraagt Ḥusayn al-Ḥ. of hij me een van de­ze da­gen (er is va­kan­tie tot maan­dag) mag ko­men op­zoe­ken. Om­dat ik vrees dat hij van­daag al daad bij het woord zal voe­gen, luis­ter ik na het zwem­men al­leen nog maar lui­de Walk­man-mu­ziek, zodat ik een ex­cuus heb waar­om ik zijn gek­lop niet hoor­de. Ik heb nog zo­veel te doen. (Dag­boek bij­wer­ken, de da­ta­ba­se op een fout tes­ten, het da­ge­lijks ver­slag schrij­ven.) Ik wil niet ge­stoord wor­den.
Temperatuur vandaag: af­ge­lo­pen nacht bui­ten cir­ca 19°C bui­ten en 27°C bin­nen.
Circa 13.00 uur bui­ten 35°C, ook in de scha­duw!
Circa 16.00 uur: zon en scha­duw: 30°C.
Circa 17.20: onder het af­dak­je [bij mijn ka­mer] 28,1°C, rest 26,3°C. De zon is al bij­na onder.
Nu 17.25 uur. Het wordt nu snel don­ker.
Goede Vegas en Un­der­world Tech­no-mu­ziek op de Wal­kman [mini ra­dio-cas­set­te­re­cor­der].
Ik moet naar een fout in de da­ta­ba­se voor de Aḥ­gāf-bi­blio­theek zoe­ken. Als je meer­de­re sor­teer­ac­ties hebt on­der­no­men, wordt op ge­ge­ven mo­ment niet meer ge­sor­teerd.
Vóór het diner lukt het me niet de oor­zaak te vin­den.
Diner: soep, een soort pas­ta met kip en een beet­je (de­ze keer wel, gis­te­ren niet) war­me groen­te.
Na het di­ner ont­dek ik op ge­ge­ven mo­ment dat de tel­lers [da­ta­ba­se], die het ad­res in een ar­ray be­pa­len, na ge­bruik niet op nul ge­zet wor­den. Met een ex­tra pro­gram­ma­regel is het pro­bleem op­ge­lost.
Bed rond 01.00 uur. Het is dan nog 20°C bui­ten.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Computerverslag: Fax

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik printte de fax, die ik gis­te­ren maak­te voor Ne­der­land en ver­stuur­de die van­uit het post­kan­toor naar de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de in Ṣanaᶜā’ met het ver­zoek die door te stu­ren naar Ne­der­land. Van­uit het post­kan­toor moest de fax twee­maal ver­stuurd wor­den om fout­loos in Ṣanaᶜā’ aan te ko­men. Al­thans, dat mag ik ho­pen. De kos­ten wa­ren be­dui­dend min­der dan een fax naar Ne­der­land. Die kost per pa­gi­na 800 rial (ver­le­den jaar) wat nu zo’n twaalf gul­den zou zijn. Naar Ṣanaᶜā’ kos­ten twee pa­gi­na’s maar 70 rial, nog goed­ko­per dan een brief. (70 rial is on­ge­veer 1 gul­den). Van­uit Ṣanaᶜā’ kan ho­pe­lijk wel fout­loos ge­fax­ed wor­den. Ik hoop dat DK. van de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de eni­ge me­de­wer­king wil ver­le­nen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Moewallad

Ik ont­moet­te Ḥas­san al-A., een col­le­ga van Abd al-Raḥmān, on­der­weg naar de bi­blio­theek en hij reed me in zijn per­soon­lijk wrak naar de bi­blio­theek. Toen ik hem ver­tel­de dat ik een sa­rong wil­de ko­pen, (om in het ho­tel te dra­gen, dat is veel fris­ser dan een broek) zou hij me wel naar de win­kel rij­den, on­ge­veer der­tig me­ter, die met veel moei­te af­ge­legd moest wor­den en veel ge­so­de­mie­ter om ieder­een aan de kant te krij­gen, maar ik mocht niet uit­stap­pen. Al­leen gek­ken lo­pen hier.
Hij vertelde mij dat ik over de prijs zou moe­ten on­der­han­de­len. Ik vroeg hem dat voor mij te doen. Dat deed hij met ver­ve. Ik ge­noot er­van, hoe­wel ik bij­na die sa­rong niet kreeg die ik wil­de heb­ben. Uit­ein­de­lijk kreeg ik twee sa­rongs sa­men ruim 400 rial goed­ko­per. Het door hem be­haal­de voor­deel wil­de hij niet van mij aan­ne­men, maar ik liet het in zijn au­to val­len. Voor mij is dat een drup­pel op de gloei­en­de plaat, voor hem een half week­loon. Ik be­taal­de de markt­koop­man 1.600 rial, on­ge­veer 24 gul­den. Hij was erg te­vre­den.
De sarongs, koe­le kle­ding, draag ik al­leen op mijn ka­mer en ter­ras in het ho­tel. Niet daar­bui­ten. Ik ben geen Ḥa­ḍra­mī [in­wo­ner van de Ḥa­ḍra­maut], maar men heeft mij tot Moe­wal­lad ge­maakt. Dat is een Ḥa­ḍra­mī van oor­sprong (zijn roots lig­gen hier), maar die in den vreem­de ge­bo­ren is en die het Ara­bisch niet goed be­heerst. Daar zijn er hier heel veel van. Stu­den­ten uit Ma­lei­sië, Sin­ga­po­re en In­do­ne­sië, die hier gods­dienst stu­de­ren. Hun voor­va­de­ren wa­ren Ḥa­dā­rim [meer­voud van Ḥa­ḍra­mī]. Die stu­den­ten moe­ten hier eerst Ara­bisch le­ren.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Šoehra

Na lang zoe­ken vond ik de oor­zaak van de fout bij het sor­te­ren in de da­ta­ba­se. Ik moest er­voor zor­gen dat de sor­teer­volg­or­de­tel­lers op nul ge­zet wor­den als in het be­tref­fen­de veld de sor­teer­func­tie wordt uit­ge­scha­keld. Snap je? (??)
Ik voeg­de ook nog een ex­tra veld toe bij de au­teurs voor de šoeh­ra.*(2)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Postkantoor. Ik ver­meld het ner­gens in mijn dag­boek maar Tarīm heeft dit jaar een post­kan­toor. Ver­le­den jaar moest ik, om een fax te ver­stu­ren, naar Say’ūn rei­zen, of die aan ie­mand mee­ge­ven die in die plaats woon­de.

Te­rug.

*(2)
Šoehra. (ﺍﻟﺸﻬﺮﺓ) De šoehra is een on­der­deel van het com­ple­xe per­soons­na­men-sys­teem van de Ara­bische eigen­na­men. Zie voor een uit­leg daar­van Wi­ki­pe­dia. De term šoehra wordt in dit Wi­ki­pe­dia-ar­ti­kel niet ge­noemd, maar is dat deel van een naam van de per­soon waar­mee hij / zij al­ge­meen be­kend, of be­roemd is.
Een be­roem­de Tu­ne­sische zan­ge­res Ṣa­lī­ḥa (1914-1958 :ﺻﻠﻴﺤﺔ) kreeg een Tu­ne­sische / Al­ge­rijn­se na­volg­ster (1943-2005), die ook de naam Ṣalīḥa adop­teer­de, maar het pu­bliek noem­de haar Ṣa­lī­ḥa(t) al-ṣa­ġī­ra (ﺻﻠﻴﺤﺔ ﺍﻟﺻﻐﻴﺮﺓ): de klei­ne / de jon­ge Ṣa­lī­ḥa. Zij was dus be­kend met de ex­tra toe­voe­ging al-ṣa­ġī­ra, dat was haar šoeh­ra.
De Tunesische Ṣalīḥa Wikipedia (Frans). YouTube.
De Tunesische / Algerijnse Ṣalīḥa(t) al-ṣaġīra YouTube.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

25 november 1997

Hotel

Het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel te Ta­rīm. Mijn ‘re­si­den­tie’ in het voor­jaar van 1996 en ook dit jaar, 1997.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9432) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken zal ik daar lo­ge­ren in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Ik heb veel con­tant geld bij me. Waar ik ver­le­den jaar, met een nog veel gro­ter be­drag aan baar geld, daar zor­ge­loos ver­bleef, ben ik van­daag ui­terst be­zorgd over mijn vei­lig­heid. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Dinsdag, 25 november 1997.
Tariem: 7/41.
Op 7.00 uur. Koffie. Douche.
Goed geslapen.
Ontbijt van het ho­tel.
Dagboek bij­wer­ken tot cir­ca 10.00 uur.
Temperatuur binnen / buiten: 31°C.
Met Abd al-Raḥmān [di­rec­teur van al-Aḥgāf-bi­blio­theek] be­sprak ik het te vol­gen pro­gram­ma. (Het spreekt me niet aan dat ik in­struc­tie in boek­bin­den moet ge­ven. Ge­luk­kig komt er iemand uit Ṣanaᶜā’ die van wan­ten weet en die Ara­bisch en En­gels spreekt.)
Ik werkte van cir­ca 10.00 tot cir­ca 23.00 uur in / aan de bi­blio­theek, slechts on­der­bro­ken door en­ke­le kor­te pau­zes. Ver­sla­gen ma­ken en een fax-be­richt voor­be­rei­den.
Ik at in het res­tau­rant van het ho­tel en werk­te door.
Bed circa 00.00 uur. On­ge­veer 20°C om 00.30 uur.
Ik voel me een stuk be­ter nu ik veel min­der geld heb, maar we­ten po­ten­tiële ban­die­ten dat wel?

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik sliep als een blok.
De begroeting in de Aḥgāf-bi­blio­theek is har­te­lijk. Het lukt me zo­waar om met Abd Allāh A. en­ke­le woor­den te wis­se­len, hoe­wel hij, als ik hem niet goed be­grijp, geen an­de­re woor­den gaat ge­brui­ken, maar har­der be­gint te pra­ten, als­of ik doof ben. Husayn al-K. is ook blij met mijn be­zoek. Ik heb het ge­voel niet weg te zijn ge­weest, hoe­wel er bij­na an­der­half jaar zit tus­sen bei­de ke­ren dat ik hier was. (Thuis, in Ne­der­land, had ik al vaak het ge­voel als­of ik door de deur uit te stap­pen en een hoek­je om te lo­pen, al weer bui­ten het Gaṣr al-Goeb­ba-hotel stond en de stof­fi­ge weg, met links en rechts de le­men mu­ren, naar de Aḥgāf-bi­blio­theek voor mij lag).

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Huwelijksgeluk?

Ik vroeg Abd al-Raḥ­mān naar de ge­zond­heid van zijn vrouw. (Veel man­nen re­a­ge­ren on­ge­mak­ke­lijk en lache­rig als je naar (de ge­zond­heid van) hun echt­ge­no­te in­for­meert. Het is hier not done om over de echt­ge­no­te te spre­ken. Daar trek ik me niets van aan. Ook zij heeft recht op mijn be­lang­stel­ling, vind ik. Abd al-Raḥ­mān, die al in Ne­der­land is ge­weest, weet waar­schijn­lijk be­ter en re­a­geert nor­maal.)
Gis­te­ren zei hij dat hij mij niet naar Tarīm kon be­ge­lei­den om­dat hij in de keu­ken nog van­al­les moest doen. Ik ver­on­der­stel­de toen, ten on­rech­te, dat hij zijn vrouw hielp met het huis­hou­den. Hij zei dat Je­me­ni­tische vrou­wen de ei­gen­aar­dig­heid heb­ben dat als ze ziek zijn er de voor­keur aan ge­ven te­rug te ke­ren naar het huis van hun va­der. Ook zijn kin­de­ren wa­ren met de moe­der mee­ge­gaan, maar kwa­men af en toe nog op be­zoek. Voor­al zijn zoon Has­san trok erg naar hem, maar zijn doch­ter Mir­iam bleef lie­ver bij de moe­der. Wie zor­gde dan nu voor Abd al-Raḥ­mān? De vrouw van zijn broer, die zelf al ja­ren in Ca­na­da woont en daar een be­staan pro­beert op te bou­wen. Zijn vrouw zou hij dan la­ter over la­ten ko­men.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Geld

Na enig zoe­ken vind ik een ver­trouwd ie­mand die be­reid is het groot­ste deel van het geld­be­drag te­gen on­der­te­ke­ning van een ont­vangst­be­wijs over te ne­men en op te ber­gen in een kluis.
Ik voel me met­een een stuk vei­li­ger, maar is dat wel te­recht? (De per­soon in kwes­tie, niet meer, ver­tel­de hij me la­ter). Eventuele ban­die­ten we­ten niet dat ik het geld niet meer heb. Ik kan moei­lijk een groot span­doek op het ho­tel han­gen met de me­de­de­ling dat Mis­ter Ha­nis (zo­als ik hier heet) geen geld meer heeft en dat hij, als hij wil wis­se­len eerst ie­mand an­ders moet ver­zoe­ken hem een be­drag te ver­strek­ken.
Er zijn in dit dorp toch een he­le­boel men­sen die we­ten dat ik ver­le­den jaar veel geld bij mij had. Niet in de laat­ste plaats de geld­wis­se­laars, die soms twee keer per week gro­te be­dra­gen van mij ont­vin­gen. Ook an­de­ren heb­ben mij zien lo­pen met de enor­me pak­ken Je­me­ni­tische rials in gro­te door­zich­ti­ge plas­tic zak­ken. (Toen 125 rial voor 1 dol­lar, het groot­ste bil­jet was toen 200 rial. Nu 500 rial.) De men­sen die het geld ont­vin­gen wis­ten dat ik over veel geld moest be­schik­ken. Hun per­so­neel, die ar­me sloe­bers, ook, want die ston­den er vaak met de neus bo­ven­op als ik hun pa­troons be­taal­de. Ik was ook ruim met de fooi­en. Ik heb me er nooit zor­gen over ge­maakt, ik ver­trouw­de hier zelfs de dui­vel en die heeft mij dan ook nooit be­dro­gen. Drie maan­den was ik hier, dat doe je niet met een paar hon­derd gul­den.
Allen zul­len ver­on­der­stel­len dat er weer veel geld is, nu ik hier voor de twee­de keer ben.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Zon

Temperatuur bin­nen: 27,1°C, bui­ten: 22,1°C. Over­dag was het lang niet zo heet als ver­le­den voor­jaar, maar toch nog al­tijd zo’n 32°C. Mis­schien was het ver­le­den jaar wel veel war­mer dan de door mij ver­on­der­stel­de 40°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Fax naar Nederland

Abd al-Raḥ­mān en ik be­spra­ken van­daag de streef­doe­len van deze fa­se, zo­als vast­ge­legd in mijn do­cu­ment ‘Doel­stel­ling van de twee­de fase.’
Er komt bin­nen an­der­hal­ve week, op kos­ten van het pro­ject, een er­va­ren boek­bin­der uit Ṣanaᶜā’ die zo­wel En­gels en Ara­bisch spreekt en die sa­men met mij de in­struc­tie van het bin­den van boe­ken vol­gens wes­ter­se stan­daard zal uit­voe­ren.
Totdat die man hier is zal ik, samen met Ḥusayn al-Ḥ., het ge­bruik van de da­ta­ba­se aan het per­so­neel uit­leg­gen en in de prak­tijk brengen. Voor [col­le­ga] Taw­fīq geldt dan dat hij moet uit­leg­gen hoe de ca­me­ra’s wer­ken en hoe men op ver­ant­woor­de wij­ze goe­de fo­to’s kan ma­ken. Daar­na zul­len we wer­ken aan het ca­ta­lo­gi­se­ren van de hand­schrif­ten. Door in­ten­sief on­der­zoek van al­le hand­schrif­ten zijn er sinds mijn ver­trek, ver­le­den jaar, een enorm aan­tal teks­ten ge­von­den die nu niet in de fih­rist [ca­ta­lo­gus] voor­ko­men. Die zal ik pro­be­ren al­le­maal aan de da­ta­ba­se toe te voe­gen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Fax: microfilms

De com­pu­ters doen het nog al­le­maal. De nieu­we com­pu­ter (die ik 1996 in Ṣanaᶜā’ kocht) wordt in­ten­sief ge­bruikt door Husayn al-H. die een op­lei­ding in mo­der­ne tech­no­lo­gie­ën in Kiev, Oe­kra­ïne, ge­no­ten heeft. Hij heeft be­hoef­te aan een krach­ti­ge­re word­pro­ces­sor. Ik zal op 26 no­vem­ber Win­dows 95 en Word 97 op de nieu­we com­pu­ter in­stal­le­ren. Spoe­dig zul­len we het ge­heu­gen van die com­pu­ter ook moe­ten uit­brei­den. (Zie hier be­ne­den).
Abd al-Raḥ­mān en het per­so­neel ach­ten het ge­bo­den al­ter­na­tief voor mi­cro­films*, na­me­lijk ge­wo­ne ca­me­ra’s en ge­wo­ne klein­beeld­films, on­werk­baar. Als ie­mand een ko­pie wil heb­ben van een beet­je hand­schrift zijn er een en­orm aan­tal films no­dig, om­dat ie­dere film maar 36 pa­gi­na’s kan be­vat­ten. Daar­naast is het, na du­re ont­wik­ke­ling, niet goed mo­ge­lijk om te be­pa­len of de fo­to’s scherp zijn of niet. Het la­ten af­druk­ken van de fo­to’s kan de bi­blio­theek niet be­ta­len. Er is geen mo­ge­lijk­heid om de ne­ga­tie­ven te con­tro­le­ren of te pro­jec­te­ren.
Onlangs kwam een Tarīmī in de bi­blio­theek met een di­gi­ta­le ca­me­ra en hij maak­te zon­der veel poes­pas een mooie ko­pie van een fo­to op de la­ser­prin­ter. Een di­gi­ta­le ca­me­ra is via re­la­ties in Du­bai ge­mak­ke­lijk aan te schaf­fen. We over­we­gen dat nu te doen. Di­gi­ta­li­se­ren van de col­lec­tie ligt nu bin­nen hand­be­reik. Daar is ook de Ne­der­land­se am­bas­sa­deur in Ṣanaᶜā’ een voor­stan­der van. Een ca­me­ra is te pre­fe­ren bo­ven een flat­bed scan­ner we­gens de breek­ba­re rug­gen van de hand­schrif­ten. Voor ge­brek aan ade­quate ken­nis hoe­ven we niet bang te zijn. In Tarīm zijn een he­le­boel men­sen die het laat­ste jaar een com­pu­ter heb­ben aan­ge­schaft en er zijn er veel die over vol­doen­de ken­nis be­schik­ken van soft- en hard­ware.
Het probleem is dat het werk­ge­heugen van de com­pu­ter en het vrije ge­heu­gen op de har­de schijf te ge­ring is. We over­we­gen nu het werk­ge­heu­gen uit te brei­den tot 16 of 24 MB. Er is geen an­de­re op­los­sing voor het ge­heu­gen­pro­bleem van de har­de schijf dan de aan­schaf van een CD-ROM-le­zer en schrij­ver. Naar de prij­zen van de­ze spul­len zal in Du­bai ge­ïn­for­meerd wor­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Fax: mannen!

We zul­len een ge­luids­ar­me ge­ne­ra­tor van 3 KW aan­schaf­fen, in over­leg met de mos­kee.
Er wordt nu een nieu­we in­gang ge­maakt voor de bi­blio­theek. Het mos­kee­be­stuur pro­tes­teer­de te­gen de ve­le ‘schaam­te­loos‘ ge­kle­de toe­ris­tes, die hun klim naar de bi­blio­theek moe­ten ma­ken van­af de deur naar de mos­kee. De man­nen ra­ken er te op­ge­won­den van. Een ge­deel­te van de kos­ten komt tij­de­lijk voor re­ke­ning van het pro­ject, om­dat de met­se­laar al be­zig is, maar de re­ge­ring nog niet over de brug is ge­ko­men. Dat zal nog eni­ge tijd du­ren.
De kosten voor de ruim­te voor de ge­wa­pen­de nacht­waker komt voor re­ke­ning van het pro­ject. Abd al-Raḥ­mān wil de nacht­wa­ker niet in de bi­blio­theek heb­ben om­dat die man niet zal stop­pen met ro­ken en er ook niet van zal af­zien eten en drin­ken in de bi­blio­theek te ge­brui­ken. Goe­de nacht­wa­kers lig­gen niet voor het op­ra­pen en men moet ge­noe­gen ne­men met het exem­plaar dat men nu al aan­ge­no­men heeft. [Tot zo­ver een ge­deel­te uit mijn fax-be­richt naar Ne­der­land.]

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*
Microfilms. Het ver­vaar­di­gen van mi­cro­films is voor­al een wens uit de hoek van de bi­blio­theek­part­ners in Ne­der­land. Er is in Tarīm geen goe­de wer­kom­stan­dig­heid om iets der­ge­lijks te ver­we­zen­lijken, blijkt uit de tekst hier­bo­ven. Ove­ri­gens is al 70% van de hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten) ge-mi­cro­filmd. Zie 3 mei 1996.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Dubai:
GM., Wi.
:ﺩﺑﻲ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

24 november 1997

Drainagepatroon

Dit is een fo­to die ik van­uit het vlieg­tuig nam van­uit Ṣanaᶜā’ op weg naar de lucht­ha­ven van Say’ūn. Te zien is het den­dri­tisch drai­na­ge­pa­troon*(1) van het land­schap van de zo­ge­noem­de Yool.*(2) De Yool is de bo­ven­kant van de heu­vels die zo ken­mer­kend zijn voor de Ḥa­ḍra­maut.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9431) Ik ben in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – In Lei­den, mijn woon­plaats, in het uit­gaans­cir­cuit zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht een tijd­je aan haar. – Van­daag ga ik per vlieg­tuig naar Say’ūn in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) en van­daar naar mijn be­stem­ming Tarīm. De ko­men­de we­ken zal ik daar lo­ge­ren in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Ik heb veel con­tant geld bij me. Waar ik ver­le­den jaar, met een nog veel gro­ter be­drag aan baar geld, daar zor­ge­loos ver­bleef, ben ik van­daag ui­terst be­zorgd over mijn vei­lig­heid. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 
 
 

Maandag, 24 november 1997.
Sana’a – Say’oen – Tariem: 6/42.
Ik sliep weer slecht. Ik fan­ta­seer­de weer over Enne­fea.
Op 5.45 uur. Met de grootste moeite sleep­te ik mijn zwa­re nieuwe kof­fer met com­pu­ter­boe­ken en UPS (voor de span­nings­ver­zor­ging van een com­pu­ter, na uit­val van het net) van de vijf­de ver­die­ping naar be­ne­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Taxi

De taxichauf­feur komt met zijn ve­hi­kel*(3) om 7.00 uur.
Ik betaalde 15 US$ aan Ǧasm, de Ira­kees van het ho­tel, waar­van de ta­xi­chauf­feur 10 US$ krijgt.
Eerst haalt hij op het plein ach­ter / bin­nen de Baab al-Ye­men kof­fie (boenn) in een con­ser­ven­pot­je. (Hij spreekt al­leen maar Ara­bisch.)
Naast taxichauffeur is hij ook ‘kun­ste­naar’. Hij maakt prul­la­ria, zoals hij mij laat zien. Hij ver­telt on­ge­huwd te zijn, want een vrouw kost 400.000 rial. (3.000 US$ = 6.000 gul­den.) Een nicht [als vrouw] is niet goed, zegt hij. Ik ver­geet te vra­gen waar­om een nicht niet deugt.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Say’ūn

Het passeren van de security van de lucht­haven is een fluit­je van een cent, in te­gen­stel­ling met an­dere ke­ren, toen het erg ar­beids­in­ten­sief was.
Ik moet 67 US$ over­ge­wicht be­ta­len voor de 20 kg. (In Am­ster­dam 420 US$ voor 15 kg!)
In de wacht­hal zit een sexy / knap­pe jon­ge­man. Ik meen hem er­gens van te ken­nen. Hij ziet er goed ver­zorgd uit.
We vliegen in vijf­tig mi­nu­ten naar Say’ūn. Ik zit naast / tus­sen dok­ters uit de El­zas, die naar al-Mu­kal­la moe­ten voor een klein me­disch con­gres.
Voordat we ver­trek­ken zie ik dat al­leen mijn kof­fers nog op de grond staan. Ik spreek de pur­ser er­over aan en hij stuurt iemand die mij vraagt mee naar bui­ten te ko­men. Dan wor­den mijn kof­fers in­ge­la­den. Ik vroeg of ik voor die diens­ten moest be­ta­len, maar die wees dat af. Toch stop­te de bus, die ons als pas­sa­giers naar het vlieg­tuig had ge­bracht bij de la­ders en niet aan de an­de­re zij­de, bij de trap naar het vlieg­tuig. Er bleek naast mijn kof­fer ook nog een aan­tal rug­zak­ken te lig­gen, waar­van de ei­ge­naar on­be­kend was. (Als­of de la­ders de ei­ge­naar moe­ten ken­nen.) Uit­ein­de­lijk kwam al­les in Say’ūn aan.
Ik maakte een tien­tal dia’s van de Djool [Yool] van bo­ven. Op som­mi­ge plaat­sen leek het zand zo dicht­bij dat het net was als­of je zou kun­nen uit­stap­pen en een stuk­je mee­lopen.
In Say’ūn duur­de het even voor­dat ik mijn ba­ga­ge ont­ving. On­der­tus­sen was Abd al-Raḥ­mān al bin­nen­ge­ko­men. De ont­vangst was vrien­de­lijk en aar­dig. Hij was niet ver­an­derd.
Later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had op het ter­ras ge­staan en had me zien lo­pen. Ik was als laat­ste uit­ge­stapt.
Abd al-Raḥ­mān had hem deze och­tend ge­pro­beerd te be­rei­ken, maar hij was niet thuis. Nu maak ik ge­bruik van de diens­ten van een an­de­re chauf­feur: Aḥmad MB. Die na veel vij­ven en zes­sen ’s avonds uit­ein­de­lijk 4.000 rial voor zijn diens­ten durft te vra­gen.
Ik had hem via Abd al-Raḥ­mān ge­zegd dat hij het be­drag moest noe­men als ik hem zou vra­gen hoe hoog de kos­ten zijn en dat hij niet moest zeg­gen: “Jij weet wel wat mijn diens­ten waard zijn.” (Ik weet het niet.)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Abd al-Raḥ­mān

Ik bleef een tijdje op het kantoor van Abd al-Raḥ­mān [Mu­seum Say’ūn] en pro­beer­de hem de da­ta­base uit te leg­gen.
Om met mij te kletsen stuur­de hij iemand die al­leen maar Ara­bisch sprak. Goed van hem, snel leer­de ik bij wat ik ver­ge­ten was. (Of dat al­le­maal gram­ma­ti­caal cor­rect was, weet ik niet.)
Toen we [in het ge­sprek] bij echt­ge­no­tes uit­kwa­men vroeg ik hem naar zijn kin­de­ren. Hij had er drie, twee meis­jes en een jon­gen. De oud­ste, een meis­je, heet Fayrūz.
Hij hield van de vrouwen van Ṣanaᶜā’.
Ik vroeg hem of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij ant­woord­de niet recht­streeks, maar zei dat het nu, na ze­ven jaar hu­we­lijk, wel ging tus­sen hen bei­den.
Abd al-Raḥ­mān en een hulp­je moeten het slot van een ruim­te open­bre­ken om bij mijn kist met ‘na­ge­la­ten’ spul­len (uit 1996) te ko­men. De sleu­tel [van de ruim­te] is bij Mu­ḥam­mad al-H. en die is in al-Šiḥr [al-Shihr], een paar hon­derd ki­lo­me­ter van hier.
Daarna gaan we naar het huis van Abd al-Raḥ­mān, waar ook Ḥus­sain al-A. is, de re­cep­ti­o­nist van het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel. [in Tarīm: 1996.] Ik zag hem he­den­och­tend ook al op de lucht­ha­ven. Hij woont en werkt nu bij het Sa­la­ma-ho­tel in Say’ūn, waar hij het­zelf­de ver­dient, maar om­dat het ho­tel van de staat is, heeft hij meer rech­ten dan in het in pri­vé­be­zit zijn­de Gaṣr al-Goeb­ba. Bo­ven­dien heeft hij nu recht op pen­sioen.
Ook hij spreekt al­leen maar Ara­bisch.
Ik maak op dat hij nu een vier maan­den ou­de ba­by heeft, zijn der­de kind. Zijn vrouw is nog steeds on­der­wij­ze­res, maar leert nu zelf ook nog voor een di­plo­ma. (Hoe en wat, weet ik niet.)
In de afgelopen tijd over­leed zijn va­der, die ik eens in zijn huis ont­moet­te. Ḥus­sain doet er niet moei­lijk over: het was zijn tijd.
Evenals verleden jaar is het eten bij Abd al-Raḥ­mān niet lek­ker (bij Ḥus­sain thuis wel), de vrouw van Abd al-Raḥ­mān kan er nog steeds niets van, van ko­ken. (Op dins­dag hoor ik dat zijn vrouw (tij­de­lijk) niet meer bij hem woont en dat nu de vrouw van zijn broer, die in Ca­na­da woont, voor hem zorgt.)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Tarīm

Aḥmad MB. brengt me voor 4.000 rial naar Tarīm. In het ho­tel word ik al­ler­har­te­lijkst ont­van­gen, want er zijn, hoe­wel veel nieuw per­so­neel, toch nog en­ke­le ou­de be­ken­den.
Het hotel is helemaal op­ge­knapt. (En zal dus duur­der zijn, maar ik weet niet hoe­veel mijn ka­mer kost, nog niet eens op 26-11-97.) Het is ge­schil­derd. Nieu­we bed­den en gor­dij­nen, nieuwe vloer­be­dek­king, mooi, nieuw man­ne­lijk per­so­neel, al­le­maal on­ge­veer het­zelf­de ge­kleed. Ver­le­den jaar liep ieder­een er­bij zo­als hij wil­de, on­ge­was­sen en in sme­ri­ge kle­ren, waar­in men ook sliep. Nu zijn er een paar scho­ne en sexy jon­gens, met wie ik wel eens zou wil­len ‘spe­len’, on­danks mijn ver­liefd­heid op Enne­fea.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Gevaar?

’s Avonds her­in­ner­de ik me de be­rich­ten die ik van col­le­ga’s van Abd al-Raḥ­mān hoor­de. Men­sen wor­den op klaar­lich­te dag op straat (in de ste­den) over­val­len en ge­dwon­gen hun geld af te geven, aan ge­wa­pen­de ban­die­ten, die ook al iemand dood­scho­ten. Op last van Abd al-Raḥ­mān is het Mu­seum [Say’ūn] ge­slo­ten, om­dat de meest waar­de­vol­le stuk­ken op on­ver­klaar­ba­re wij­ze ge­sto­len wer­den.
Abd al-Raḥ­mān ver­stop­te de waar­de­vol­le ma­nu­scrip­ten [hand­schrif­ten] van de al-Aḥgāf-bi­blio­theek tussen de an­de­re. Hij toont al­leen fo­to’s. Hij vreest dat ge­wa­pen­de sol­da­ten de bi­blio­theek ge­wa­pen­der­hand van die stuk­ken zal ont­doen om ze voor veel geld te ver­kopen.
De bibliotheek krijgt een be­wa­ker, een on­ge­wa­pen­de. (Maar in mijn ver­slag en fax naar Ne­der­land op 26 no­vem­ber schreef ik be­wust: een ge­wa­pen­de be­wa­ker om de dra­ma­tische van het ge­heel te ver­ho­gen en de ernst van de si­tua­tie hier te be­na­druk­ken.) Wat moet een on­ge­wa­pen­de be­wa­ker tegen be­wa­pen­de sol­da­ten? (Wat moet een be­wa­pen­de be­wa­ker te­gen sol­da­ten?)
Met een nog veel gro­ter geld­be­drag sliep ik hier ver­le­den jaar 89 van de 90 nach­ten zonder angst. (Slechts een­maal, toen Ḥus­sain al-A. zei dat ik hier al ze­ven maan­den was, kregen Ali Baba’s (noor­der­lin­gen) be­lang­stel­ling voor mijn geld.) Ik sliep de laat­ste we­ken zon­der angst bui­ten.
Nu bekruipt me gro­te angst en ik wil van het geld af. Ik sluit me op in mijn ka­mer, als­of me dat zou hel­pen, ach­ter deze bord­kar­ton­nen deu­ren, die niet of nau­we­lijks ge­sloten kun­nen wor­den.
Op mijn kamer is het 28°C. Ik scha­kel de air­co niet aan, want die maakt zo­veel la­waai dat ik daar niet van sla­pen kan.
Bed 00.30 uur.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Steekpenningen?

Toen ik al lang en breed aan boord zat [vlieg­tuig] zag ik dat al­le ba­ga­ge in­ge­la­den was be­hal­ve die van mij. Om­dat ik me her­in­ner­de de Abd ar-Raḥ­mān ver­le­den jaar steek­pen­nin­gen / fooi be­taal­de aan de la­ders, vroeg ik aan de pur­ser of dat nu ook van mij ver­langd werd. Ik werd naar bui­ten ge­leid en moest mijn ba­ga­ge aan­wij­zen (er ble­ken nog en­ke­le rug­zak­ken te lig­gen). Al­les werd net­jes in­ge­la­den. De purser en an­der per­so­neel ont­ken­den dat ik moest ‘schui­ven’ dus deed ik het ook niet. (Maar dat iets der­ge­lijks toch de be­doe­ling was bleek uit het feit dat de bus die de pas­sa­giers van de ter­mi­nal naar het vlieg­tuig bracht niet bij de vlieg­tuig­trap stop­te maar naar de an­de­re kant van de ma­chi­ne reed waar de la­ders ston­den te wach­ten op de be­ta­len­de pas­sa­giers. Ik be­dacht toen al dat Nico en ik ver­le­den keer daar he­le­maal niet bij stil­ge­staan had­den en on­ze ba­ga­ge toch aan­ge­ko­men was). Uit­ein­de­lijk kwam al­le ba­ga­ge, ook de los­lig­gen­de rug­zak­ken, in Say’ūn aan.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Layla Alwi

Vijftig minuten deed de Boeing 737 er­over om van Ṣanaᶜā’ naar Say’ūn te vlie­gen. Ik maak­te een tien­tal dia’s van het land­schap on­der mij, voor­na­me­lijk van de Yool en de om­ge­ving van Say’ūn. Op som­mi­ge plaat­sen leek het zand zo dicht­bij dat ik dacht dat ik kon uit­stap­pen en een stuk­je erin lo­pen. Het was alsof je in de be­ne­den­ver­die­ping van een dub­bel­deks­trein zat.
In Say’ūn duur­de het even voor­dat ik de ba­ga­ge had. On­der­tus­sen was Abd al-Raḥ­mān, de di­rec­teur van de al-Aḥgāf-bi­blio­theek in Tarīm, al bin­nen­ge­komen. Hij was niet ver­an­derd, niet in ui­ter­lijk en niet in ge­drag. Nog al­tijd even vrien­de­lijk en aar­dig.
Evenals in Ne­der­land maak­te men ook hier veel op­mer­kin­gen over mijn ge­mil­li­me­ter­de haar. Dat is hier dus ken­ne­lijk even on­ge­woon als in Ne­der­land.
Even later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had bo­ven op het ter­ras ge­staan en had me uit het vlieg­tuig zien ko­men, zo ver­tel­de hij te­gen Abd al-Raḥ­mān. Ik stond er­bij en luis­ter­de er­naar. Ik was als laat­ste uit het vlieg­tuig ge­ko­men en het was dus niet moei­lijk voor hem om mij waar te nemen.
Abd al-Raḥ­mān had hem de­ze och­tend ge­pro­beerd te be­rei­ken, maar hij was niet thuis. Nu was er een an­de­re chauf­feur: Aḥmad MB. Wat mij be­treft ga ik de­ze fa­se [van het pro­ject] in zee met deze Aḥmad. Hij be­schikt niet al­leen over een veel be­te­re au­to, een Land­cruiser (maar geen Layla Alwi*(4), om­dat dat een nieu­wer en ster­ker mo­del is), maar is ook veel rus­ti­ger en rijdt erg be­dacht­zaam, want hij wil zijn du­re au­to na­tuur­lijk niet in de prak rij­den. Ik kan hem ech­ter niet al­tijd ver­staan, niet­te­min doet hij zijn best om zich ver­staan­baar te ma­ken.
Ik beschouwde Ḥaimid B. toch al als een klein pro­bleem. Hij eis­te voor een taxi­rit van Say’ūn naar Tarīm 1.500 rial, ter­wijl het nor­ma­le ta­rief 800 rial is. Ik vroeg mij af hoe ik ver­lost kon wor­den van de­ze Ḥaimid. Dat is dus nu op­ge­lost. Hij had het na­kij­ken en keek dan ook te­leur­ge­steld.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Huwelijksgeluk

Abd al-Raḥ­mān stuur­de Sālim naar mij toe die al­leen maar Ara­bisch spreekt, om met mij te klet­sen. Wat goed van hem. Snel leer­de ik weer veel woor­den die ik ver­ge­ten was. Toen de man de vrou­wen van Ṣanaᶜā’ prees, vroeg ik hem ex­pli­ciet of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij deed een beet­je moei­lijk daar­over, maar ze wa­ren nu ze­ven jaar bij el­kaar en ze be­gon­nen wel aan el­kaar te wen­nen. Daar be­taal je dan als man een bij­na niet op te bren­gen be­drag voor, om na ze­ven jaar tot de con­clu­sie te ko­men dat je in­mid­dels wel aan el­kaar be­gint te wen­nen.
Maar het kan ook an­ders. Sālim T., die als re­cep­ti­o­nist bij het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel in Tarīm werkt, ver­tel­de me de vo­ri­ge keer (1996) dat hij mis­schien bij een olie­maat­schap­pij een baan­tje zou kun­nen krij­gen. Daar werd veel be­taald. Hij re­ken­de zich bin­nen vijf jaar mil­jo­nair (in Je­me­ni rials). Toen ik hem daar­op zei dat hij dan ge­noeg geld had om een twee­de vrouw te ne­men, riep hij ver­ont­waar­digd: “Ik wil geen twee­de vrouw, ik hou van mijn vrouw!” Hij had haar op school ont­moet, want hij is le­raar En­gels. (Het baan­tje bij de olie­maat­schap­pij is niet door­ge­gaan, ver­telt hij me des­ge­vraagd en­ke­le da­gen la­ter. Daar­voor had hij een krui­wa­gen no­dig. Die had hij niet).
De Sālim van van­och­tend had drie kin­de­ren bij de vrouw waar hij niet van hield, twee meis­jes en een jon­gen. Het oud­ste kind, een meis­je heet Fay­rūz, naar die Libanese zangeres*(5), die hij zeer bewonderde.
Ook hier [Tarīm] zijn de vrou­wen duur, maar niet zo duur als in Ṣanaᶜā’, bleek mij.
Een jongeman, Abd Allāh, die in Bul­ga­rije ar­chi­tec­tuur ge­stu­deerd had wist het klap­pen van de zweep in Eu­ro­pa, nie­te­min kon hij voor­lo­pig nog niet trou­wen om­dat hij nog geen geld ge­noeg had om de mahr, de bruidsprijs, te betalen voor een vrouw van de ‘Alawī, zijn familieclan, waartoe ook Abd al-Raḥ­mān blijkt te be­ho­ren. Sāda [Say­yid’s]*(6) dus.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Gaṣr al-Goebba

Rond kwart over vier brengt de be­dacht­zaam rij­dende Aḥmad MB. mij naar Tarīm. Ik voel het als een soort thuis­komst.
De ont­vangst in het ho­tel is al­ler­har­te­lijkst, hoe­wel er veel nieuwe men­sen wer­ken, maar die zijn ook al­le­maal vrien­de­lijk, zo­als al­le Ara­bieren. Sālim, de le­raar En­gels, is er nog en de bawwāb [poortwachter], wiens naam ik niet meer weet. De di­rec­teur is er nog … al-Kāff. Hij stelt mij voor aan de ei­ge­naar. Ook een al-Kāff. Van hem zie ik la­ter een fo­to in de gang han­gen, waar­op de­ze bij een thee­ses­sie op één na naast de pre­si­dent van Je­men zit.
Aan Abd al-Raḥ­mān had ik de op­dracht ge­ge­ven te­gen Aḥmad MB., de chauf­feur die mij naar Tarīm zou brengen, te zeg­gen dat als ik vraag: “kam?” [hoe­veel?] ik niet zo­iets ho­ren wil als: “Je weet wel wat mijn diens­ten waard zijn”. Dat weet ik niet. Ik wil het be­drag ho­ren dat hij van mij wil ont­van­gen. Ik ben Ne­der­lan­der en zo gaat dat bij ons. Dat heeft no­gal wat voe­ten in de aar­de, Aḥmad wordt er ver­le­gen van, maar uit­ein­de­lijk blijkt dat hij voor zijn diens­ten aan toe­ris­ten 5.000 rial vraagt. Hij vraagt nu 4.000 rial, want hij wil graag in de toe­komst ook aan mij zijn diens­ten aan­bie­den. Ik wil wel van zijn diens­ten ge­bruik ma­ken.
In het hotel pak ik de spul­len uit de hou­ten kist uit, die ik mee­nam uit Say’ūn. Er blij­ken nog ‘ver­ras­sin­gen’ in te zit­ten, zo­als thee­doe­ken, af­was­mid­del en ver­leng­snoe­ren. Er is ook nog een ech­te gas­lamp. Die ge­bruik­ten Nico en ik ver­le­den jaar, maar na­dat Nico ver­trok­ken was kocht ik een elek­tri­sche lamp met twee TL-bui­zen en een in­ge­bouw­de ac­cu. Die lamp doet het me­teen als ik hem aan­scha­kel. Na an­der­half jaar is de ac­cu nog niet leeg.
In het res­tau­rant van het ho­tel ge­bruik ik een ‘lich­te’ maal­tijd. Brood, ge­bak­ken ei en rau­we to­maat. Er zit­ten Ne­der­lan­ders op het ter­ras die uit een reis­gids Ara­bisch le­ren. Ik maak geen con­tact. Ik ben nog niet lang ge­noeg hier om weer eens Ne­der­lands te wil­len klet­sen. Ik wil nu wel Ara­bisch pra­ten, in te­gen­stel­ling met Ṣanaᶜā’, waar ik dat niet wilde.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Veiligheid

Ik moest den­ken aan de be­rich­ten die ik van­daag hoor­de over het geweld­da­di­ge kli­maat hier in de Ḥa­ḍra­maut. Over­val­len op ar­ge­lo­ze rei­zi­gers op klaar­lich­te dag, mid­den op straat in de ste­den, die ge­wa­pen­der­hand van al hun geld wor­den ont­daan. (Abd ar-Raḥmān ver­tel­de op dins­dag 25 no­vem­ber van een do­de­lijk slacht­of­fer van zulk een over­val.) Hoe gro­ter de stil­te rond het ho­tel, hoe on­vei­li­ger ik me voel­de. Van de ge­moe­de­lij­ke rust die ik hier ver­le­den jaar voel­de was niets meer over. Ik zit hier in een ho­tel met groot geld­be­drag in con­tan­ten in een kunst­stof­fen kof­fer, met een sim­pel num­mer­slot, in een ka­mer waar­van het slot niet naar be­ho­ren werkt. De twee ach­ter­deu­ren zijn voor­zien van twee sim­pe­le schuif­jes, als ver­gren­de­ling. Die ach­ter­deu­ren zelf zijn nog net niet van bord­kar­ton.
Het bedrag is groot ge­noeg om de di­rec­teur van de bi­blio­theek meer dan ne­gen en een half jaar maan­de­lijks van zijn re­gu­lie­re sa­la­ris te voor­zien. Een me­de­wer­ker van het ho­tel kan ik met dit be­drag zelfs bijna zes­en­twin­tig jaar zijn maan­de­lijk­se sa­la­ris uit­be­ta­len, voor­op­ge­steld dat ik geen ren­te ont­vang, hij geen loons­ver­ho­ging krijgt en de koers van de dol­lar op 132 rial blijft staan.
Verleden jaar sliep ik zor­ge­loos buiten, met een nog veel gro­ter be­drag (ne­gen­en­der­tig jaar sa­la­ris voor een ho­tel­me­de­wer­ker, vijf­tien jaar voor de di­rec­teur,) in mijn kof­fer in de­zelf­de ka­mer met het­zelf­de slech­te slot, zon­der me ook maar een mo­ment on­vei­lig te voe­len. Ik wil­de dit jaar weer bui­ten sla­pen, maar dat durf­de ik plot­se­ling niet meer. Ik sloot mij op (zo­ver daar spra­ke van kon zijn in dit kaar­ten­huis) in mijn ka­mer. De gor­dij­nen stijf dicht. Ik kroop snel onder de klam­boe, als ex­tra be­vei­li­ging, tegen de zwaar be­wa­pen­de mug­gen.
Buiten slapen zou geen suc­ces zijn ge­weest. De tem­pe­ra­tuur zak­te de­ze nacht tot 18°C, zo bleek dins­dag. Niet echt koud, maar toch ook niet erg aan­ge­naam. Maar ook niet erg aan­ge­naam was de tem­pe­ra­tuur in mijn ka­mer. On­ge­veer 28°C. De air­co ge­bruik ik niet want die maakt een hels ka­baal. Dan lig ik wak­ker van het la­waai.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Een dend­ri­tisch drai­na­ge­pa­troon ont­staat wan­neer wa­ter­stro­men in de bo­dem min­der of meer die­pe geu­len uit­slij­ten: ero­sie. Daar waar die stroomp­jes sa­men­vloei­en ont­staan bre­de­re geu­len. Uit­ein­de­lijk zul­len veel in een ge­za­men­lij­ke bed­ding te­recht ko­men. De struc­tuur van al die stroom­pjes sa­men lijkt op de tak­ken van een boom of struik. Dat heet dan den­dri­tisch en dat woord stamt uit het Grieks. Wikipedia.

Te­rug.

*(2)
al-Yool. (ﺍﻟﺟﻮﻝ) De Yool is de naam van de bo­ven­kant van de heu­vels die over de he­le Ḥaḍ­ra­maut ver­spreidt lig­gen. Het pa­troon van de­ze bo­ven­kant is het hier­bo­ven be­spro­ken den­dri­tisch drai­na­ge­pa­troon.
Wan­neer het op de Yool re­gent ont­staat een dra­ma­tische si­tu­a­tie in de da­len, zo­als hier te zien is in Wā­dī Doe­ᶜan in een (schok­ke­ri­ge, maar vooral schok­ken­de ama­teur-) vi­deo op You­Tube. Dui­de­lijk is de ver­nie­ti­gen­de kracht van het wa­ter te zien en de scha­de die het aan­richt in dit dal van de Ḥaḍ­ra­maut. Er zijn hui­zen van golf­pla­ten die vol­le­dig on­der­ge­lo­pen zijn, maar in de­ze re­gio zijn heel veel hui­zen ge­bouwd van in de zon ge­bak­ken le­men ti­chels: (Mud brick). Die con­struc­ties kun­nen zo’n zwa­re re­gen­bui nau­we­lijks aan en veel hui­zen stor­ten er dan ook (ge­deel­te­lijk) in. Wat een dra­ma! Bo­ven­dien zijn die klei­ne dorps­ge­meen­schap­pen vaak op zich­zelf aan­ge­we­zen. Bu­ren­hulp is ont­zet­tend be­lang­rijk.

Te­rug.

*(3)
Taxi’s. Zie over de taxi’s in Je­men de be­tref­fen­de bij­dra­ge over dit ver­voer­mid­del, gis­te­ren, 23 no­vem­ber.

Te­rug.

*(4)
Layla Alwi. Laila Alwi, de naar dik­ke, zeer po­pu­lai­re, Egyp­tische ac­tri­ce ver­noem­de (door het volk, niet of­fi­ci­eel) four-wheel drive van elk Ja­pans merk.

Te­rug.

*(5)
Fayrūz / Fayroez (ﻓﻴﺮﻭﺯ). Fay­roez is niet al­leen in Li­ba­non, of in de Ara­bische we­reld be­kend. Zij treed op in al­le gro­te za­len in de we­reld. Wi­ki­pe­dia: Fay­ruz.

Te­rug.

*(6)
Sayyid (meerv., meer dan twee: sā­da). Een say­yid be­hoort tot de eli­te bin­nen een is­lami­tische ge­meen­schap, want is een recht­streek­se af­stam­me­ling van de pro­feet Mu­ham­mad, via zijn doch­ter Fa­ti­ma. Say­yids trou­wen al­leen on­der el­kaar. Zo ver­wa­tert de (ver­meen­de) bloed­ver­want­schap niet.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Wādī Doeᶜan:
:ﻭﺍﺩﻱ ﺩﻭﻋﻦ
al-Mukallā:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻤﻜﻠﺎ
al-Šiḥr:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺸﺤﺮ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

23 november 1997

Sana'a
Huis in de oude stad van Sana’a, de hoofd­stad van Jemen.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9430) Ik ben in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – Ik maak ’s nachts en in de ochtend ge­luids­op­na­mes van­uit mijn ho­tel­kamer. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht een tijdje aan haar. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zondag, 23 november 1997.
Sana’a: 5/43.
Ik lig lang wakker en dag­droom over Enne­fea.
Om 4.00 uur start ik met het ma­ken van een ge­luids­op­name ’s nachts tot 05.30 uur. Er zit één mooie ge­beds­op­roep bij van een moe’az­zin met licht tril­len­de stem.
Ik ‘verdenk’ één moskee er­van ge­bruik te ma­ken van een band­op­name, want zo­wel de lof­prij­zin­gen als de ge­beds­op­roep is iden­tiek met gis­te­ren­nacht en ook ver­le­den jaar.
Op circa 8.00 uur, weer moe.
Nu pas begint lang­zaam het ge­voel te ko­men dat ik ‘in den vreem­de’ ben.
Maar ook komt het ge­voel dat ik er ge­noeg van heb, met na­me de hoofd­stad be­gint me de keel uit te han­gen, de­ze gro­te, kri­oe­len­de mie­ren­hoop, men­sen die door het stof krui­pen of er zelfs in sla­pen. Ik heb er ge­noeg van en ben blij dat ik nu naar de Ḥaḍramaut kan.
Wat moet ik hier in eigen­lijk doen in de Ra­ma­ḍān, van 28 de­cem­ber tot 4 ja­nu­a­ri. Ge­luids­op­na­mes ma­ken? Ja!
Op zoek naar een geld­wis­se­laar, dwaal ik een tijd­je door de soek. Ik zie een zwart ge­slui­erd meis­je ko­ket, vlot, zelf­be­wust be­we­gend door de stra­ten lo­pen. Dus niet al­leen maar on­der­da­nig­heid!
Ik wissel US-dollar 200 voor 26.400 YER. Tel­len is niet no­dig, het klopt al­tijd. Wat zou er niet al­le­maal ge­beu­ren als je de geld­wis­se­laar niet meer zou kun­nen ver­trou­wen? Dan zou de eco­no­mie in­stor­ten.
Het hotel kost 6.215 YER. Ik geef 6.500 YER.
Het Bilquis-res­tau­rant van Taj She­ba kost cir­ca 3.477 YER. Ik geef 3.700 YER en loop naar huis. [Hotel.]
Spullen in­pak­ken en over twee kof­fers ver­de­len.
De database*(1) voor de Aḥgāf-bi­blio­theek sor­teert niet al­tijd goed. Moet ik op­nieuw con­tro­le­ren.
Nu 22.30 uur.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Geluidsopnames

Om kwart voor vier stond ik op en be­gon om vier uur met het ma­ken van ge­luids­op­na­mes van het gods­dien­stig ont­wa­ken van Sana’a. Ver­le­den jaar maak­te ik over twee nach­ten ver­spreid een on­ge­veer twee uur du­rend ge­luids­do­cu­ment van Sana’a in het och­tend­glo­ren, wan­neer de moe’az­zin wak­ker wordt en vindt dat de rest van de stad ook wak­ker moet wor­den.
Aan die geluids­op­na­mes voeg­de ik van­nacht an­der­half uur toe. Het lijkt er­op dat er niet veel ver­an­derd is ver­ge­le­ken met ver­le­den jaar. De moe’az­zins van de di­ver­se mos­kee­ën prij­zen om de beurt de groots­heid van God. Ze moe­ten al­le­maal (?) aan de beurt zijn ge­weest voor­dat rond 5.00 uur de ge­beds­op­roep be­gint. Ken­ne­lijk niet he­le­maal bij de tijd riep één moe’az­zin al even na vie­ren op voor het ge­bed. Hij had ze­ker nog last van ‘zo­mer­tijd’.
Ik verdenk één mos­kee er­van een cas­set­te­ta­pe te ge­brui­ken. Een even­wich­ti­ge lof­prij­zing zon­der ha­pe­ren of ge­luid van het ram­me­len van de mi­cro­foon. Ook de ge­beds­op­roep ge­beurt daar au­to­ma­tisch. Geen ver­schil met gis­te­ren. In al­le an­de­re mos­kee­ën roept de moe’az­zin per­soon­lijk op. Vaak hoor je een kuch­je voor­dat hij be­gint. Een­tje maak­te er een be­wo­gen op­roep van met een enigs­zins tril­len­de stem.
Al dat vroe­ge ge­doe maakt dat ik een be­hoor­lijk slaap­te­kort heb en ik zak­te dan ook ach­ter mijn com­pu­ter, toen ik be­zig was de da­ta­ba­se van Tarīm aan te pas­sen, in slaap.
YouTube: de ge­beds­op­roep (al-aḏān) in Ṣanaᶜā’ voor het och­tend­ge­bed ṣa­lāt al-faǧr van­af al­le ac­tie­ve mos­kee­ën die de ou­de stad rijk is.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Reservering

Vanmid­dag bel­de ik met DK. [Ne­der­land­se Am­bas­sa­de] en ver­zocht haar een e-mail naar Jan Just Wit­kam te stu­ren met een me­de­de­ling voor [col­le­ga] Tawfīq.
Een reservering voor een tic­ket op 6 de­cem­ber naar Say’ūn ligt voor hem ge­reed op het kan­toor van Ye­me­nia in Had­da Street, on­der num­mer RG98C.
Ik reserveerde een ka­mer in het Taj She­ba-ho­tel voor hem voor 3 de­cem­ber aan de zwem­bad­zij­de van het ho­tel, zo­als hij me ge­vraagd had. Ik laat hem me­de­de­len dat een ka­mer 180 US$ kost.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Database

Ik ont­dek­te dat de sor­teer­func­tie van de da­ta­ba­se in be­paal­de si­tu­a­ties niet goed werkt. Daar moet ik in Tarīm eens goed naar kij­ken. Ik hoop dat ik daar, net als ver­le­den jaar een stoel en een ta­fel ter be­schik­king heb (uit de bi­blio­theek). Als ik op de grond moet zit­ten wer­ken, naar Ara­bische ge­woon­te, doe ik er niet veel aan. (Dan is de com­pu­ter geen lap­top maar een ground­top). Ik kan al­leen maar aan een ta­fel wer­ken.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Taxi’s

De taxi’s van Sana’a en ook die van het Zui­den zijn een apar­te be­schrij­ving waard. Ik zat in taxi’s waar­van een van de ach­ter­wie­len waar­schijn­lijk ovaal van vorm was want bij ie­de­re om­wen­te­ling werd de auto iets om­hoog ge­wor­pen. Dat hin­der­de de chauf­feur niet om toch hard te rij­den. Een an­de­re taxi had ken­ne­lijk een los ach­ter­wiel, want de au­to slin­ger­de heen en weer. Ook de­ze chauf­feur taal­de niet om toch hard te scheu­ren. Ik zat in een taxi waar je door de vloer de straat kon zien. Ik zag een taxi waar­van, ter­wijl hij mij pas­seer­de, iets los­raak­te en als ge­volg daar­van vuur en von­ken in het rond vlo­gen. Ik zat in een taxi die een bot­sing met ruim voor hem dwars op de weg staan­de an­de­re au­to al­leen maar kon voor­ko­men door uit te wij­ken naar de an­de­re weg­helft, om­dat zijn rem­men het niet of nau­we­lijks de­den. Ge­luk­kig was er geen ver­keer op de an­de­re weg­helft, hoe­wel dat mis­schien he­le­maal niet ge­vaar­lijk zou zijn ge­weest. Die chauf­feurs zou­den dan ook een kunst­stuk­je heb­ben uit­ge­haald om ons te ont­wij­ken.
De verlichting van de au­to’s doet het over het al­ge­meen niet, wat geen be­zwaar is, want ook au­to’s waar­van de ver­lich­ting wel in or­de is (een won­der) rij­den vaak zon­der licht in het aar­de­don­ker. Ver­lich­ting komt hier in al­ler­lei denk­ba­re en on­denk­ba­re com­bi­na­ties voor.
Er zijn auto’s waar­van je zou den­ken dat die he­le­maal in or­de zijn, om­dat ze zo nieuw uit­zien. Dat zijn de gro­te land­crui­sers waar­van er hier veel zijn en die wor­den ge­bruikt voor het trans­port van toe­ris­ten. Maar ik zag al vaak chauf­feurs on­der die auto’s lig­gen om met ijze­ren sta­ven en tou­wen al­le ge­bro­ken de­len weer aan el­kaar te ‘kno­pen’.
Er is hier, volgens mij, geen en­kel ver­voer­mid­del in or­de. De vlieg­tui­gen voor bin­nen­lands ver­voer zien er be­hoor­lijk ver­zorgd uit. Ik heb de pi­lo­ten nog niet on­der hun ma­chi­nes zien lig­gen, maar ik denk dat uiter­lij­ke schijn, net zo­als bij de land­crui­sers, be­driegt.
Van die machines moet ik toch ge­bruik maken. Ik heb geen keus. An­ders moet ik met zo’n au­to­wrak door de woes­tijn om in Tarīm te ko­men, waar on­der­weg ook nog het ge­vaar van kid­nap­ping door ‘wil­de’ no­ma­den­stam­men*(2) schuilt.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Hotelrekening

Ik vroeg de re­ke­ning van het ho­tel en ik moet 6.215 rial be­ta­len. On­ge­veer ne­gen­tig gul­den, in­clu­sief die slech­te lunch­kip van gis­te­ren.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Database en cata­lo­gus. Ik maak­te in Ne­der­land al een da­ta­base van de ca­ta­lo­gus van de Aḥgāf-bi­blio­theek in Ta­rīm. Die is nog niet he­le­maal af. Ik moet er nog enig werk aan ver­rich­ten.

Te­rug.

*(2)
Woestijn en ‘wilde’ no­ma­den­stam­men. Het ge­beurt in Je­men ge­re­geld dat toe­ris­ten ge­kid­napt wor­den, wan­neer die en reis door de woes­tijn ma­ken. Dit is een mid­del van de no­ma­den om de re­ge­ring on­der druk te zetten, om ei­sen in­ge­wil­ligd te krij­gen. De toe­ris­ten in kwes­tie wor­den meest­al goed be­han­deld en over­komt niets. In de laat­ste ja­ren van de twin­tig­ste eeuw is er maar één toe­rist ver­moord, ter­wijl er ve­le tien­tal­len ont­voerd zijn. Na on­der­han­de­lin­gen met de over­heid ko­men al­le toe­ris­ten weer on­ge­schon­den vrij.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

22 november 1997

Sana'a
Sfeer­beeld in de ou­de stad van Sa­na’a.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9429) Ik ben in Ṣanaᶜā’, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht aan haar en het LVC. – Het tijds­ver­schil met Ne­der­land is (in ‘on­ze’ win­ter) twee uur. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zaterdag, 22 november 1997.
Sana’a: 4/44.
Ik word al om 4.00 uur wakker. Het LVC loopt leeg (02.00 uur), maar dat is niet de re­den dat ik wak­ker word. Het zijn de di­ver­se ge­beds­op­roe­pen die mijn slaap ver­sto­ren. Dit duurt tot cir­ca 05.30 uur.
Ik slaap niet meer, maar dag­droom over Enne­fea.
Op 7.30 uur.
Ontbijt van het hotel.
Yemenia. Ambas­sade. UPS. Ho­tel. Am­bas­sa­de: DK.: een stuk! Ye­me­nia. Ho­tel. Ye­me­nia. Kof­fer. Ho­tel. Taj She­ba: di­ner.
Hotel circa 21.30.
Deze dag ver­schil­len­de ma­len naar Ye­me­nia in Had­da Street. Uit­ein­de­lijk krijg ik een tic­ket naar Say’ūn voor US-dol­lar 127, de­zelf­de prijs als in 1996.
Ik kocht een kof­fer voor 6.500 rial (circa f. 95,00), re­de­lijk ste­vig, maar het num­mer­slot werkt niet, blijkt in het ho­tel.
Ik was twee keer in de [Ne­der­land­se] Am­bas­sa­de. DK. (Eer­ste se­cre­ta­ris) was er pas rond 13.00 uur. Wat een mooie, leu­ke, jon­ge vrouw en vlot! Ik bleef er an­der­half uur.
Ik ontmoette ook de am­bas­sa­deur Alex …?
Hij blijkt een voor­stan­der van het scan­nen van de ma­nus­crip­ten van Tarīm. (Ik na­me­lijk ook. In het na­jaar van 1995 pro­beer­de ik dat er voor dit pro­ject al door te druk­ken.)
Ik lunchte in het ho­tel: pa­tat en kip. Wat een vre­se­lijk sma­ken­de kip!
Diner in Taj Sheba. De taxi­chauf­feur vroeg 400 rial. Na een paar wei­ge­rin­gen be­taal­de ik. Een rit van Bāb al-Ye­men naar Taj She­ba kost niet meer dan 100 rial. (f. 1,50) Mijn mi­ni­mum­be­drag is ech­ter 200 rial. Ik vind 100 YER wel erg wei­nig.
Bed rond 21.30 uur, moe, maar ik kan niet sla­pen.
Ik kocht voor US-dol­lar 257 een UPS voor de Ahgāf-bi­blio­theek van 500 AV. Daar­mee kan na een span­nings­uit­val nog even door­ge­werkt wor­den. (Com­pu­ter.) UPS = Un­inter­rup­tible Power Sup­ply, voor de com­pu­ter. [of ook: Un­inter­rup­tible Power Sour­ce.]

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik werd al om kwart over vier wak­ker en luis­ter­de tot on­ge­veer zes uur naar al­ler­lei ui­tin­gen van god-prij­zen en ge­beds­op­roe­pen [el­ke van de vele mos­kee­ën een op­roep]. Ko­men­de nacht zal ik weer ge­luids­op­na­mes ma­ken, zo­als ik ook an­der­half jaar ge­le­den deed. Ik ge­loof dat er niet zo­veel ver­an­derd is in de wij­ze van nach­te­lijk la­waai ma­ken.
Na het ontbijt ga ik de stad in en probeer een vlucht naar Say’ūn te boe­ken. Dat lukt niet, om­dat het com­pu­ter­ge­stuurd boe­kings­sys­teem nog steeds bui­ten dienst is. Al min­stens sinds don­der­dag. Ik over­weeg een reis door de woes­tijn te ma­ken, met mijn zwa­re spul­len, in plaats van bij de lucht­vaart­maat­schap­pij weer over­ge­wicht te moe­ten be­ta­len.
DK. is niet op de am­bas­sa­de maar ik maak een af­spraak via PD. Ik zal om 13.00 uur te­rug­ko­men.
Bij twee be­drij­ven be­kijk ik de UPS’en. Po­wer sup­ply bij span­nings­uit­val voor com­pu­ters. Op een plaats kost 500 VA (volt­/­ampere) 500 US$, op een an­de­re plaats 257 US$. Ik koop er een voor 250 US$ en 927 YER (= 7 US$). Elf ki­lo ge­wicht er­bij. Nu meer dan 60 kg bij me!
Om het Gasmi-ho­tel ook een keer de eer te gun­nen, neem ik de lunch hier. Ik be­stel een hal­ve kip met pa­tat. Dat zal ik dus niet meer doen. Een half­zwar­te kip, ge­bar­be­cu­ed, half­ga­re kip, van on­dui­de­lij­ke ma­ke­lij en waar­schijn­lijk al lang over de uiter­ste da­tum heen krijg ik voor­ge­zet. (Van een ver­de­re be­schrij­ving zie ik af).
Over het al­ge­meen lunch ik hier niet. Ik eet uit Ne­der­land mee­ge­brach­te ver­ant­woor­de koe­ken als ik na de mid­dag hon­ger krijg. In Tarīm zal ik, als ge­schikt eten ten­min­ste ver­krijg­baar is, weer mid­dag­maal­tij­den ‘sco­ren’.
Rond 13.00 uur be­treed ik het Ne­der­lands grond­ge­bied in den vreem­de voor de twee­de maal van­daag. Ik word ont­van­gen door de ui­terst char­man­te DK., met wie ik de stand van za­ken door­spreek. Via haar be­mid­de­ling en iemand in de am­bas­sa­de kan ik een vlucht naar Say’ūn boeken op maan­dag 24 no­vem­ber.
Ik ontmoet de am­bas­sa­deur die met be­lang­stel­ling in­for­meert naar de stand van za­ken van het Tarīm-pro­ject. Ook hij denkt, net als ik, dat het in­te­res­san­ter is om al­le hand­schrif­ten te scan­nen in plaats van te mi­cro­fil­men. In het najaar van 1995 deed ik al re­search naar de mo­ge­lijk­he­den op dat ge­bied, maar een en ander strui­kel­de over de kos­ten van de ap­pa­ra­tuur. Ge­di­gi­ta­li­seer­de ma­nus­crip­ten / hand­schrif­ten kun­nen als plaat­jes op in­ter­net ge­zet wor­den.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.