De omgeving van het Gaṣr al-Goebba-hotel in noordoostelijke richting. Achter deze ‘tafelberg’ ligt Tarīm. De bebouwing ervoor is van de wijk Aydīd. Aydīd is vele malen groter dan Tarīm.
Links is nog een stukje te zien van de weg die ik iedere werkdag ’s ochtends liep naar de Aḥgāf-bibliotheek. (Dit is een dia die ik in het voorjaar van 1996 maakte, toen ik de eerste keer in Ḥaḍramaut was.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9438) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek was vanaf verleden week donderdag gesloten en zou met ingang van vandaag weer open zijn, maar ook nu moet ik het gebouw voortijdig verlaten. – Ik vrees dat ik niet genoeg geld bij me heb. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Maandag, 1 december 1997.
Tariem: 13/35.
Minimumtemperatuur: 17,1°C. [Luchtvochtigheid:] 65%.
Op 6.10 uur. Database bijwerken.
Hotelontbijt.
Ik ga naar al-Aḥgāf-bibliotheek. Omdat de trap wordt gecementeerd, moeten we weg, anders komen we er vandaag niet meer uit. Er was toch geen elektriciteit.
Tweehonderd dollar wisselen à 132 rial = 26.400 YER.
Thuis [hotel]: de verslagen bijwerken.
Lunch: brood, yoghurt, banaan.
Zwemmen.
Heb ik wel privé dollars genoeg bij mij? Van [de meegebrachte] 1.745 US$ is nog minder dan 1.000 over. (958!) Ṣanaᶜā’ was duur.
Nu 15.30 uur: 29,6°C, 25%. [Luchtvochtigheid.] Licht bewolkt.
Ik word langzaam ziek. Ik neem toch een warme maaltijd in het hotel, met enorm zoute soep, rijst, een beetje groente en een homp vis.
Ik lag op bed tussen 15.30 en 18.00 uur. Daarna werkte ik aan de brief naar Nederland, te verzenden over ongeveer twee weken, maar ik heb nu al vijf bladzijdes.
Pas na 01.00 uur naar bed, nog aan de database gewerkt.
De ‘ziekte’ is weer voorbij.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
De dagen worden hier ook in ras tempo korter. Hoorde ik enkele dagen geleden de aḏān (azaan: gebedsoproep) nog even voor twaalven, nu was hij even over half twaalf*.
Tussen half zeven en half acht verbeter ik nog enkele zaken in de database.
Ik ben rond kwart over negen in de bibliotheek. Ik kan echter niet lang blijven. De metselaar, die een nieuwe trap maakte, wil deze nu van een pleisterlaag voorzien. Wil ik vandaag nog uit de bibliotheek kunnen, dan moet ik nu gaan. Al weer een vakantiedag. Die ene week die ik hier was werkte ik alleen maar op dinsdag en woensdag in de bibliotheek. (Alle andere dagen werkte ik meer dan tien uur [per dag] ‘thuis’ in het hotel).
Voordat ik naar het hotel ging wisselde ik nog tweehonderd dollar voor zesentwintigduizend vierhonderd rial. De koers is veel stabieler dan verleden jaar. Maar onbegrijpelijk is, is dat de dollar sinds voorjaar 1996 in het westen enorm gestegen is. In Nederland bijna veertig cent, maar hier is hij maar zeven rial gestegen, ongeveer een dubbeltje. Verleden jaar werd gezegd dat Saoedi-Arabië de koers van de rial bepaalt. Ik ben geneigd dat te geloven. Maar hoe doen ze dat dan?
Afgelopen nacht was de minimumtemperatuur: 17,1°C en vochtigheid: 65%.
Om half zeven was het nog maar goed 18°C. Een uur later al 25°C.
Tussen 11.00 uur en 12.00 uur was het maximum 40,4°C. en de luchtvochtigheid 22%.
Ik zit onder het afdakje [op mijn terras], daaronder is het nog veel warmer dan ‘buiten’, maar hier zit ik in de schaduw. ‘Buiten’ is geen schaduw, maar wel ‘frisser’, in de volle zon, 5 graden koeler.
Om 12.25 uur 35,5°C ‘buiten’ en 39,4°C ‘binnen’. Het is al enkele dagen licht bewolkt.
Ik neem een paar uur rust. In het zwembad blijkt het water kouder dan ik dacht. Ik warm me op in de aangename warmte van de zon.
Ik voelde me plotseling snel ziek worden. Daarom nam ik maar een rijstmaaltijd met vis in het restaurant. Na een paar uur was ik weer opgeknapt.
Van ongeveer 21.00 uur tot circa 01.00 uur nog aan de verbeteringen van de database werken.
al-Aḏān. (ﺍﻟﺄﺫﺍﻥ). De gebedsoproep. De tijd van islamitische gebedsoproep en dus ook de tijd van het gebed (de ṣalāt: ﺍﻟﺼﻠﺎﺓ), is afhankelijk van de stand van de zon.
Wikipedia: al-aḏān.
Wikipedia: al-ṣalāt.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
In de cirkel is het Gaṣr al-Goebba-hotel te zien. De foto is genomen vanaf de Yool, die vanuit mijn kamer zichtbaar is en die ik met enkele vrienden op 14 december 1997 (bezocht) zal bezoeken. De dia is dus ook op die datum gemaakt.
De Yool op de achtergrond, achter het hotel, bezocht ik samen met een chauffeur op 31 mei 1996.
Het dorp dat op de dia te zien is, is een wijk ten westen van Tarīm en heet Aydīd.
De weg naar het stadje Tarīm loop ik iedere werkdag ’s ochtends, maar terug, rond het middaguur, neem ik meestal een taxi, omdat dan de zon op het hoogste punt staat en de temperatuur vaak rond de 40°C ligt.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9437) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten. Vandaag is een nationale feestdag. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zondag, 30 november 1997.
Tariem: 12/36. Yaum al-Istiglāl [Onafhankelijkheidsdag]: dertig jaar geleden vertrokken hier (uit Aden*) de Engelsen.
Laagste temperatuur afgelopen nacht: 18,4°C. Hoogste luchtvochtigheid: 65%.
Nu 9.15 uur: 33,4°C. 36%.
Ontbijt op mijn kamer.
Ik kom de hele dag niet buiten mijn kamer, behalve om een uurtje te gaan zwemmen.
Ik beveiligde de database zo goed, dat ik er zelf niet meer in kwam. Gelukkig had ik nog kopieën.
Bed circa 01.00 uur.
Temperatuur maximaal: 37,9°C. Minimaal: 20,9°C. Vochtigheid, max: 65%, min: 23%.
Om 00.00 uur: 20,9°C, 63%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Vandaag verder met de Database. Het begint nu wel te vervelen. Onbewust maak ik het echter weer spannend. Met het toepassen van de beveiliging, dat wil zeggen, het toepassen van een wachtwoord, zodat niet iedereen toegang heeft tot veranderbare gegevens, kan ik op gegeven moment zelf niet meer in de database komen. Wat ik ook probeer, het lukt niet meer. Ik gebruik het goede password, maar de database staat me niet toe dat ik ook zelfs maar een tabel bekijk, laat staan gebruik.
Ik raak zelfs even in paniek. Is dit het einde van de Fihrist [Catalogus] voor de bibliotheek? (Thuis, in Nederland, heb ik nog wel kopieën beschikbaar). Ik besluit eerst maar even te gaan zwemmen. In het paradijselijke water vergeet ik de problemen. Na het bad blijkt dat ik hier ook nog voldoende kopieën heb om zonder problemen verder te kunnen, maar ik moet wel een gedeelte dat ik programmeerde in die andere database opnieuw doen. Ik verlies daarmee toch gauw een paar uur. Daar staat tegenover, dat ik door dat extra werk weer enkele nieuwe mogelijkheden van Microsoft Access ontdekte.
Ik gebruikte vandaag alle maaltijden op mijn kamer, dat wil zeggen op het terras, achter de lakens en doeken die me voor de felle zon moeten beschermen. Ik kwam alleen buiten de deur om te gaan zwemmen.
Protectoraat ᶜAden. Op 30 november 1997 verlieten de Engelsen, die deze stad en regio al meer dan honderd jaar ‘in bezit’ hadden, de stad / staat ᶜAden definitief. Zie Wikipedia: Aden en Protectoraat ᶜAden.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Vlnr.: Ḥusayn al-A., receptionist in 1996, de Bawwāb, (de poortwachter, wiens naam ik niet weet), Manṣūr, beheerder van de Cafetaria in 1996, Sālim al-T, receptionist, zowel in 1996 als in 1997. Een mij onbekende man. (Vermoedelijk uit Noord-Jemen, gezien zijn kledingstijl.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9436) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten wegens een islamitische feestdag, eergisteren. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zaterdag, 29 november 1997.
Tariem: 11/37.
Afgelopen nacht, buiten minimumtemperatuur: 18,9°C en 71% luchtvochtigheid.
Om 7.00 uur: 23,0°C en 65%. Om 9.30 uur: 33,9°C en 41%.
Ontbijt in het hotel.
Ik werk tot 00.30 uur aan de database en vorder een heel eind.
Ik zwom en ik at in het restaurant een kip met rijst.
Manṣūr van de Cafetaria, verleden jaar [1996], kwam mij opzoeken. Ik kan met hem praten, maar alleen over eenvoudige dingen. Hij werkt nu, evenals Ḥusayn al-A. in het Salām-hotel [Say’ūn], maar in tegenstelling met Ḥusayn, woont Manṣūr nog wel in Tarīm.
Het Salām-hotel is van de regering. Daar heeft men rechten (en pensioen). Het Gaṣr al-Goebba-hotel is privé, daar gelden geen rechten.
Manṣūr wist nog precies welke foto’s gemaakt waren. Ik had er slechts één bij me met hem erop. Het is onbegrijpelijk voor mezelf dat ik de andere (ook nog met andere mensen erop) niet heb laten afdrukken. Ik heb alleen maar aan mezelf gedacht!
Ik ben de enige gast in het hotel. Ik zwom dus alleen. Geen mooie vrouw of man in de buurt.
Ik gaf 13.200 rial aan Sālim al-T. Het hotel kost tot nu toe 13.077 rial. [Circa f. 196,00, voor vier nachten en vijf maaltijden.]
De hoogste temperatuur was vandaag 40,4°C.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Het Gaṣr al-Goebba-hotel in Tarīm op de achtergrond en het zwembad op de voorgrond.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9435) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten. Het was gisteren 27 Raǧab. Dat is een islamitische feestdag. – Vandaag is het vrijdag, wat de wekelijkse rustdag is in een groot deel van de islamitische wereld. Hier zijn de overheidsinstellingen, dus ook de bibliotheek, gesloten. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Vrijdag, 28 november 1997.
Tariem: 10/38.
Buitentemperatuur, vannacht circa 19°C.
Op 8.00 uur.
Ontbijt in het hotel.
Dagboek bijwerken. (In dit katern.)
Nu circa 32°C en 41% luchtvochtigheid.
De mooiste jongen van het hotel werkt in het restaurant, maar hij rookt. (En draagt een trouwring.) Ḥāmid van de cafetaria is ook mooi, maar erg mager.
Ik werk de hele dag aan de beveiliging van de database om me die eigen te maken.
Circa één uur blijf ik in het zwembad.
Een groep welgestelde middenklassers, Frans sprekend, voelt aan het water. De juiste temperatuur, maar niet schoon.
Het water, dat diep uit de grond komt, zit er nog maar net een paar uur in. Natuurlijk ligt er wat stof op het oppervlak, maar stof is inherent aan Tarīm. Zonder stof zou er geen Tarīm* zijn.
De oudjes gaan dus niet uit de kleren omdat één onder hen oordeelde dat het water smerig is. Af en toe komen ze wel kijken. Zij zouden er graag in springen, maar vrezen de meest ernstige ziektes. Misschien komen ze wel kijken om te zien of ik nog niet opgelost ben.
Verder aan de database werken.
Ik eet een broodmaaltijd op mijn kamer. (Brood uit de keuken van het hotel.)
Na 21.00 uur begin ik aan de brief voor alle relaties.
Bed circa 00.30 uur.
Van 12.00 tot 13.00 uur: 40°C, vochtigheid 22%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Geen enkele Fransman dook in het water. Wel kwamen ze af en toe jaloers naar mij kijken en zij zouden zeer tevreden zijn geweest als ik al dood was en half vergaan of helemaal opgelost zou zijn geweest. Dan hadden ze toch gelijk gehad.
Verleden jaar zwom ik hier drie maanden bijna dagelijks en het enige wat ik eraan overhield waren prettige herinneringen. Dit is het paradijs. Waar ter wereld kun je eind november zwemmen onder de dadelpalmen, met overal waar je kijken kunt bloemen, zoals rozen, bougainvilles en onbekende pracht?
Stof in Tarīm. Tarīm bestaat helemaal uit stof. Alle huizen daar zijn van leem gebouwd (mud brick), dat in essentie ‘stof’ is. Het stof waait van de Yool (dat is de bovenkant van de tafelbergen, waaruit vrijwel de hele Ḥaḍramaut bestaat), voortdurend naar beneden. Als je in de avond door Tarīm loopt zie je in het licht van de auto- en bromfietskoplampen het stof overal dwarrelen, als motsneeuw. Er komen daar echter geen ambtenaren van het milieuministerie om het fijnstof te meten. De meters zouden meteen kapot gaan.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Dit is mijn werkplek op het terras dat bij mijn kamer in het Gaṣr al-Goebba-hotel hoort en zich dus achter de lakens bevindt die op de dia van gisteren te zien zijn. De doeken dienen om overdag mijn werkplek tegen de koperen ploert te beschermen.
Deze dia is in de avond genomen, want de lamp brandt. Op de tafel staat mijn Toshiba-laptop en links ernaast de temperatuurmeter die tot op een tiende graad nauwkeurig meet. Hier werk ik vaak tot in de kleine uurtjes aan de verbetering van de Access-database voor de Aḥgāf-bibliotheek.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9434) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten. Het is vandaag 27 Raǧab, een islamitische feestdag. – In Leiden, mijn woonplaats, ga ik op vrijdagavond altijd dansen in het Leids Vrijetijdscentrum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jonge vrouw, wier naam ik niet weet en daarom ‘Ennefea’ heb genoemd. Ik droom deze nacht indirect van haar. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Donderdag, 27 november 1997.
Tariem: 9/39.
Het is 27 Raǧab: het feest van al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ* genoemd: de Nachtreis van de profeet Muḥammad. Iedereen in de bibliotheek heeft vrij en het gebouw is gesloten.
Ik droomde dat ik voor de PTT-Telecom (mijn voormalige werkgever van medio 1966 tot en met 1989) een storing moest oplossen in een gebouw met een alarminstallatie. Ik wist niet hoe ik het alarm moest omzeilen, maar [collega] BG. had een plattegrond waar op stond hoe je moest lopen. (BG. vond ik altijd intrigerend en bijzonder aardig, maar niet mooi.) BG. ging naast me op de vloer zitten om me de route te wijzen. Toen vlijde hij zich tegen mij aan. Hij was [in deze droom] niet ouder dan twintig jaar. Ik pakte zijn hoofd vast en zoende hem. Hij zuchtte van genot. Ik vroeg hem, terwijl mijn hoofd op zijn ontblote borst lag, wat hij met zo’n oude kerel als ik moest. Hij zei dat hij van mijn manier van doen hield. (Alles wat hij zei en deed, was dat wat Anna bij mij in het verleden in werkelijkheid zei en deed.) Ik knuffelde hem om hem een plezier te doen. Hij was verschrikkelijk sexy, maar het deed me niet veel. Ik overwoog hem te vertellen dat er ook nog iemand anders is, namelijk Ennefea, op wie ik verliefd ben, maar zag daar om verschillende redenen van af. Een en ander zou de zaak ernstig compliceren. Meer geredeneerd vanuit de verwachting van deze jongeman dan dat ik er zelf behoefte aan had, maakte ik zijn broek open. Zelf trok hij snel zijn slipje omlaag. Ik wilde niet verder gaan. Voordat de jongeman teleurgesteld kon raken over mijn afwijzende reactie, werd ik gelukkig wakker. Nu ligt hij daar in dromenland half naakt op mijn tong te wachten, die nooit zal komen. Het was net 06.00 uur.
Daarna sliep ik nog tot 8.00 uur en nam een hotelontbijt.
De temperaturen, afgelopen nacht buiten (minimum) 29,4°C, binnen: 22,6°C.)
Er is weer eens geen elektriciteit. Ik wil de benzine van de generator betalen, maar niemand begrijpt me.
De generator zal om 12.00 uur gerepareerd worden en, zowaar, om 13.00 uur is er elektriciteit. Hij zal, zo is mij beloofd, niet meer onderbroken worden.
Van Ḥusayn al-K., de manager, neem ik de servo-gestuurde volledig automatische spanningsregulator over. Dit apparaat stond nog in de verpakking. Hij zal een nieuwe kopen en mij de rekening overhandigen, die ik dan zal betalen: circa 80 US$.
Na 13.00 uur maak ik op de computer de administratie van het project en mijzelf.
Persoonlijk gaf ik in de eerste week al circa 500 US$ uit. Ik heb maar 1.745 dollars meegenomen voor mijzelf, dus ik moet voorzichtig zijn. Het grootste deel verdween bij Taj Sheba in Ṣanaᶜā’ en de aanschaf van een extra koffer. Overnachting 185 US$ (per ongeluk gaf ik 5 US$ te veel, zo bleek achteraf.) Diners f. 200,00 (100 US$) en het koffer: 6.500 YER (f. 97,50, circa 50 US$.) Al-Gasmi-hotel: 50 US$.
Namiddag: verbeteringen aanbrengen in de database van de bibliotheek.
Avondeten met vis (erg droog) in het restaurant.
Doorwerken tot circa 23.00 uur.
Bed circa 00.30 uur.
De temperatuur is dan nog zo’n 25°C. Rond 12.00 uur was het 40°C in de zon. (En ook in de schaduw.) Rond 16.00 uur: 35°C.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Niets doen
Om zes uur stopte de energievoorziening en ik dacht dat de ellende van een jaar geleden weer begon. Toen was er alleen tussen half twee en half vier ’s nachts elektriciteit. Ik wist meteen weer wat ik vergeten had aan te schaffen in Nederland: een zonnestroomvoorziening voor mijn computer. Nu was ik gedwongen tot niets doen tot na 13 uur.
Natuurlijk kan ik het stadje ingaan, maar bij 40°C is dat geen pretje. Er is bijna geen schaduw, of die is in beslag genomen door groepen mannen, met wie ik niets te bepraten heb, want het is vandaag een religieuze feestdag.
Van dit stadje heb ik het meeste al gezien. Wat ik nog niet gezien heb, daar ben ik ook niet welkom. Verleden jaar werd ik uit de binnenstad met een regen van stenen verdreven door kinderen, meisjes en jongens. De volwassenen zaten erbij en keken ernaar, maar ondernamen niets. Het gebeurde dus kennelijk met hun toestemming.
De omgeving wil ik nog wel bereizen, maar zal dat doen als [collega] Tawfīq hier is, samen met hem en in een auto.
Zodra de elektriciteit er weer is (rond 13 uur) ga ik aan het werk. Zwemmen is niet mogelijk omdat het bad wordt schoongemaakt. Gisteren vond ik dat al nodig. Er wordt geen reinigingsmiddel gebruikt omdat het water de dadelplantages bevloeit.
Ik maak een overzicht van de financiën. Het blijkt dat ik privé veel meer geld gebruikt heb dan mag op grond van het meegenomen bedrag voor de hele tijd. Ik zal het dus een beetje rustiger aan moeten doen. Ik nam ongeveer drieënhalf duizend gulden mee.
Ik pas de database aan aan de mogelijkheden die Microsoft Access biedt en die het gebruikersgemak ten goede komen.
Eerst was ik van plan te koken, maar omdat ik vanochtend al de hele tijd verloor met niets doen, besluit ik om toch maar weer in het restaurant te eten.
Koude, harde patatten, dezelfde groenteprut als altijd en een grote homp droge vis. Salade als gisteren en eergisteren, maar nu ook nog grote stukken komkommer erbij. Als toetje een sinaasappel. Eergisteren kreeg ik een banaan en een sinaasappel, gisteren niks.
Er zit een groep Fransen in het hotel. Gisteren waren hier Oostenrijkers, die ook in al-Gasmi-hotel zaten in Ṣanaᶜā’.
Temperaturen: nu 23°C buiten. Overdag was het 41°C rond 12.00 uur. Later in de middag werd het 35°C. Nu is het aangenaam en doodstil, op krekels, kikkers en een af en toe balkende ezel na.
al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ. Raǧab is de zevende maand van de islamitische maankalender. Op 27 Raǧab wordt al-Isrā’ wa’l-Miᶜrāǧ gevierd. In de nacht van deze dag vond de Nachtreis van de profeet Muḥammad naar de zeven hemelen plaats.
Wikipedia: Nachtreis.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Dit is het dakterras dat bij mijn kamer in het Gaṣr al-Goebba-hotel hoort. Mijn kamer ligt achter de doeken, maar tussen de kamer en de doeken is nog voldoende terrasruimte om te werken. Daar staat een tafel (met stoel), waaraan ik mijn administratieve verplichtingen kan verrichten.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9433) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Woensdag, 26 november 1997.
Tariem: 8/40.
Goed geslapen.
Op 7.00 uur.
Dagboek bijwerken.
Circa 9.00 op weg naar de [al-Aḥgāf-] bibliotheek. Ik ontmoet Ḥassan al-A., de oom van Ḥusayn al-A. (Niet de receptionist van het hotel, maar die knappe, sexy boy van de telefoonwinkel, verleden jaar.)
Deze Hassan al-A. brengt mij in zijn persoonlijk wrak naar de bibliotheek. Desgevraagd wil hij me wel helpen bij het afdingen als ik een sarong wil kopen.
We rijden de vijftig meter met veel moeite achteruit, ernaartoe. Ik mag niet uitstappen.
Het door hem behaalde voordeel voor twee goede sarongs (merk Atlas uit Indonesië) wil hij niet aannemen, maar ik laat het bedrag in zijn auto vallen: 400 rial. Ik betaalde 1.600 rial. (Circa 24 gulden.)
Ik print de fax die ik gisteren op mijn laptop maakte en verstuur die via de fax van het postkantoor*(1) naar de Ambassade met het verzoek aan DK. om die door te sturen naar Jan Just Witkam.
Als ik om 11.30 uur naar huis ga vraagt Ḥusayn al-Ḥ. of hij me een van deze dagen (er is vakantie tot maandag) mag komen opzoeken. Omdat ik vrees dat hij vandaag al daad bij het woord zal voegen, luister ik na het zwemmen alleen nog maar luide Walkman-muziek, zodat ik een excuus heb waarom ik zijn geklop niet hoorde. Ik heb nog zoveel te doen. (Dagboek bijwerken, de database op een fout testen, het dagelijks verslag schrijven.) Ik wil niet gestoord worden.
Temperatuur vandaag: afgelopen nacht buiten circa 19°C buiten en 27°C binnen.
Circa 13.00 uur buiten 35°C, ook in de schaduw!
Circa 16.00 uur: zon en schaduw: 30°C.
Circa 17.20: onder het afdakje [bij mijn kamer] 28,1°C, rest 26,3°C. De zon is al bijna onder.
Nu 17.25 uur. Het wordt nu snel donker.
Goede Vegas en Underworld Techno-muziek op de Walkman [mini radio-cassetterecorder].
Ik moet naar een fout in de database voor de Aḥgāf-bibliotheek zoeken. Als je meerdere sorteeracties hebt ondernomen, wordt op gegeven moment niet meer gesorteerd.
Vóór het diner lukt het me niet de oorzaak te vinden.
Diner: soep, een soort pasta met kip en een beetje (deze keer wel, gisteren niet) warme groente.
Na het diner ontdek ik op gegeven moment dat de tellers [database], die het adres in een array bepalen, na gebruik niet op nul gezet worden. Met een extra programmaregel is het probleem opgelost.
Bed rond 01.00 uur. Het is dan nog 20°C buiten.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Ik printte de fax, die ik gisteren maakte voor Nederland en verstuurde die vanuit het postkantoor naar de Nederlandse Ambassade in Ṣanaᶜā’ met het verzoek die door te sturen naar Nederland. Vanuit het postkantoor moest de fax tweemaal verstuurd worden om foutloos in Ṣanaᶜā’ aan te komen. Althans, dat mag ik hopen. De kosten waren beduidend minder dan een fax naar Nederland. Die kost per pagina 800 rial (verleden jaar) wat nu zo’n twaalf gulden zou zijn. Naar Ṣanaᶜā’ kosten twee pagina’s maar 70 rial, nog goedkoper dan een brief. (70 rial is ongeveer 1 gulden). Vanuit Ṣanaᶜā’ kan hopelijk wel foutloos gefaxed worden. Ik hoop dat DK. van de Nederlandse Ambassade enige medewerking wil verlenen.
Ik ontmoette Ḥassan al-A., een collega van Abd al-Raḥmān, onderweg naar de bibliotheek en hij reed me in zijn persoonlijk wrak naar de bibliotheek. Toen ik hem vertelde dat ik een sarong wilde kopen, (om in het hotel te dragen, dat is veel frisser dan een broek) zou hij me wel naar de winkel rijden, ongeveer dertig meter, die met veel moeite afgelegd moest worden en veel gesodemieter om iedereen aan de kant te krijgen, maar ik mocht niet uitstappen. Alleen gekken lopen hier.
Hij vertelde mij dat ik over de prijs zou moeten onderhandelen. Ik vroeg hem dat voor mij te doen. Dat deed hij met verve. Ik genoot ervan, hoewel ik bijna die sarong niet kreeg die ik wilde hebben. Uiteindelijk kreeg ik twee sarongs samen ruim 400 rial goedkoper. Het door hem behaalde voordeel wilde hij niet van mij aannemen, maar ik liet het in zijn auto vallen. Voor mij is dat een druppel op de gloeiende plaat, voor hem een half weekloon. Ik betaalde de marktkoopman 1.600 rial, ongeveer 24 gulden. Hij was erg tevreden.
De sarongs, koele kleding, draag ik alleen op mijn kamer en terras in het hotel. Niet daarbuiten. Ik ben geen Ḥaḍramī [inwoner van de Ḥaḍramaut], maar men heeft mij tot Moewallad gemaakt. Dat is een Ḥaḍramī van oorsprong (zijn roots liggen hier), maar die in den vreemde geboren is en die het Arabisch niet goed beheerst. Daar zijn er hier heel veel van. Studenten uit Maleisië, Singapore en Indonesië, die hier godsdienst studeren. Hun voorvaderen waren Ḥadārim [meervoud van Ḥaḍramī]. Die studenten moeten hier eerst Arabisch leren.
Na lang zoeken vond ik de oorzaak van de fout bij het sorteren in de database. Ik moest ervoor zorgen dat de sorteervolgordetellers op nul gezet worden als in het betreffende veld de sorteerfunctie wordt uitgeschakeld. Snap je? (??)
Ik voegde ook nog een extra veld toe bij de auteurs voor de šoehra.*(2)
Postkantoor. Ik vermeld het nergens in mijn dagboek maar Tarīm heeft dit jaar een postkantoor. Verleden jaar moest ik, om een fax te versturen, naar Say’ūn reizen, of die aan iemand meegeven die in die plaats woonde.
Šoehra. (ﺍﻟﺸﻬﺮﺓ) De šoehra is een onderdeel van het complexe persoonsnamen-systeem van de Arabische eigennamen. Zie voor een uitleg daarvan Wikipedia. De term šoehra wordt in dit Wikipedia-artikel niet genoemd, maar is dat deel van een naam van de persoon waarmee hij / zij algemeen bekend, of beroemd is.
Een beroemde Tunesische zangeres Ṣalīḥa (1914-1958 :ﺻﻠﻴﺤﺔ) kreeg een Tunesische / Algerijnse navolgster (1943-2005), die ook de naam Ṣalīḥa adopteerde, maar het publiek noemde haar Ṣalīḥa(t) al-ṣaġīra (ﺻﻠﻴﺤﺔ ﺍﻟﺻﻐﻴﺮﺓ): de kleine / de jonge Ṣalīḥa. Zij was dus bekend met de extra toevoeging al-ṣaġīra, dat was haar šoehra.
De Tunesische ṢalīḥaWikipedia (Frans). YouTube.
De Tunesische / Algerijnse Ṣalīḥa(t) al-ṣaġīraYouTube.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Het Gaṣr al-Goebba-hotel te Tarīm. Mijn ‘residentie’ in het voorjaar van 1996 en ook dit jaar, 1997.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9432) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken zal ik daar logeren in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Ik heb veel contant geld bij me. Waar ik verleden jaar, met een nog veel groter bedrag aan baar geld, daar zorgeloos verbleef, ben ik vandaag uiterst bezorgd over mijn veiligheid. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Dinsdag, 25 november 1997.
Tariem: 7/41.
Op 7.00 uur. Koffie. Douche.
Goed geslapen.
Ontbijt van het hotel.
Dagboek bijwerken tot circa 10.00 uur.
Temperatuur binnen / buiten: 31°C.
Met Abd al-Raḥmān [directeur van al-Aḥgāf-bibliotheek] besprak ik het te volgen programma. (Het spreekt me niet aan dat ik instructie in boekbinden moet geven. Gelukkig komt er iemand uit Ṣanaᶜā’ die van wanten weet en die Arabisch en Engels spreekt.)
Ik werkte van circa 10.00 tot circa 23.00 uur in / aan de bibliotheek, slechts onderbroken door enkele korte pauzes. Verslagen maken en een fax-bericht voorbereiden.
Ik at in het restaurant van het hotel en werkte door.
Bed circa 00.00 uur. Ongeveer 20°C om 00.30 uur.
Ik voel me een stuk beter nu ik veel minder geld heb, maar weten potentiële bandieten dat wel?
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Ik sliep als een blok.
De begroeting in de Aḥgāf-bibliotheek is hartelijk. Het lukt me zowaar om met Abd Allāh A. enkele woorden te wisselen, hoewel hij, als ik hem niet goed begrijp, geen andere woorden gaat gebruiken, maar harder begint te praten, alsof ik doof ben. Husayn al-K. is ook blij met mijn bezoek. Ik heb het gevoel niet weg te zijn geweest, hoewel er bijna anderhalf jaar zit tussen beide keren dat ik hier was. (Thuis, in Nederland, had ik al vaak het gevoel alsof ik door de deur uit te stappen en een hoekje om te lopen, al weer buiten het Gaṣr al-Goebba-hotel stond en de stoffige weg, met links en rechts de lemen muren, naar de Aḥgāf-bibliotheek voor mij lag).
Ik vroeg Abd al-Raḥmān naar de gezondheid van zijn vrouw. (Veel mannen reageren ongemakkelijk en lacherig als je naar (de gezondheid van) hun echtgenote informeert. Het is hier not done om over de echtgenote te spreken. Daar trek ik me niets van aan. Ook zij heeft recht op mijn belangstelling, vind ik. Abd al-Raḥmān, die al in Nederland is geweest, weet waarschijnlijk beter en reageert normaal.)
Gisteren zei hij dat hij mij niet naar Tarīm kon begeleiden omdat hij in de keuken nog vanalles moest doen. Ik veronderstelde toen, ten onrechte, dat hij zijn vrouw hielp met het huishouden. Hij zei dat Jemenitische vrouwen de eigenaardigheid hebben dat als ze ziek zijn er de voorkeur aan geven terug te keren naar het huis van hun vader. Ook zijn kinderen waren met de moeder meegegaan, maar kwamen af en toe nog op bezoek. Vooral zijn zoon Hassan trok erg naar hem, maar zijn dochter Miriam bleef liever bij de moeder. Wie zorgde dan nu voor Abd al-Raḥmān? De vrouw van zijn broer, die zelf al jaren in Canada woont en daar een bestaan probeert op te bouwen. Zijn vrouw zou hij dan later over laten komen.
Na enig zoeken vind ik een vertrouwd iemand die bereid is het grootste deel van het geldbedrag tegen ondertekening van een ontvangstbewijs over te nemen en op te bergen in een kluis.
Ik voel me meteen een stuk veiliger, maar is dat wel terecht? (De persoon in kwestie, niet meer, vertelde hij me later). Eventuele bandieten weten niet dat ik het geld niet meer heb. Ik kan moeilijk een groot spandoek op het hotel hangen met de mededeling dat Mister Hanis (zoals ik hier heet) geen geld meer heeft en dat hij, als hij wil wisselen eerst iemand anders moet verzoeken hem een bedrag te verstrekken.
Er zijn in dit dorp toch een heleboel mensen die weten dat ik verleden jaar veel geld bij mij had. Niet in de laatste plaats de geldwisselaars, die soms twee keer per week grote bedragen van mij ontvingen. Ook anderen hebben mij zien lopen met de enorme pakken Jemenitische rials in grote doorzichtige plastic zakken. (Toen 125 rial voor 1 dollar, het grootste biljet was toen 200 rial. Nu 500 rial.) De mensen die het geld ontvingen wisten dat ik over veel geld moest beschikken. Hun personeel, die arme sloebers, ook, want die stonden er vaak met de neus bovenop als ik hun patroons betaalde. Ik was ook ruim met de fooien. Ik heb me er nooit zorgen over gemaakt, ik vertrouwde hier zelfs de duivel en die heeft mij dan ook nooit bedrogen. Drie maanden was ik hier, dat doe je niet met een paar honderd gulden.
Allen zullen veronderstellen dat er weer veel geld is, nu ik hier voor de tweede keer ben.
Temperatuur binnen: 27,1°C, buiten: 22,1°C. Overdag was het lang niet zo heet als verleden voorjaar, maar toch nog altijd zo’n 32°C. Misschien was het verleden jaar wel veel warmer dan de door mij veronderstelde 40°C.
Abd al-Raḥmān en ik bespraken vandaag de streefdoelen van deze fase, zoals vastgelegd in mijn document ‘Doelstelling van de tweede fase.’
Er komt binnen anderhalve week, op kosten van het project, een ervaren boekbinder uit Ṣanaᶜā’ die zowel Engels en Arabisch spreekt en die samen met mij de instructie van het binden van boeken volgens westerse standaard zal uitvoeren.
Totdat die man hier is zal ik, samen met Ḥusayn al-Ḥ., het gebruik van de database aan het personeel uitleggen en in de praktijk brengen. Voor [collega] Tawfīq geldt dan dat hij moet uitleggen hoe de camera’s werken en hoe men op verantwoorde wijze goede foto’s kan maken. Daarna zullen we werken aan het catalogiseren van de handschriften. Door intensief onderzoek van alle handschriften zijn er sinds mijn vertrek, verleden jaar, een enorm aantal teksten gevonden die nu niet in de fihrist [catalogus] voorkomen. Die zal ik proberen allemaal aan de database toe te voegen.
De computers doen het nog allemaal. De nieuwe computer (die ik 1996 in Ṣanaᶜā’ kocht) wordt intensief gebruikt door Husayn al-H. die een opleiding in moderne technologieën in Kiev, Oekraïne, genoten heeft. Hij heeft behoefte aan een krachtigere wordprocessor. Ik zal op 26 november Windows 95 en Word 97 op de nieuwe computer installeren. Spoedig zullen we het geheugen van die computer ook moeten uitbreiden. (Zie hier beneden).
Abd al-Raḥmān en het personeel achten het geboden alternatief voor microfilms*, namelijk gewone camera’s en gewone kleinbeeldfilms, onwerkbaar. Als iemand een kopie wil hebben van een beetje handschrift zijn er een enorm aantal films nodig, omdat iedere film maar 36 pagina’s kan bevatten. Daarnaast is het, na dure ontwikkeling, niet goed mogelijk om te bepalen of de foto’s scherp zijn of niet. Het laten afdrukken van de foto’s kan de bibliotheek niet betalen. Er is geen mogelijkheid om de negatieven te controleren of te projecteren.
Onlangs kwam een Tarīmī in de bibliotheek met een digitale camera en hij maakte zonder veel poespas een mooie kopie van een foto op de laserprinter. Een digitale camera is via relaties in Dubai gemakkelijk aan te schaffen. We overwegen dat nu te doen. Digitaliseren van de collectie ligt nu binnen handbereik. Daar is ook de Nederlandse ambassadeur in Ṣanaᶜā’ een voorstander van. Een camera is te preferen boven een flatbed scanner wegens de breekbare ruggen van de handschriften. Voor gebrek aan adequate kennis hoeven we niet bang te zijn. In Tarīm zijn een heleboel mensen die het laatste jaar een computer hebben aangeschaft en er zijn er veel die over voldoende kennis beschikken van soft- en hardware.
Het probleem is dat het werkgeheugen van de computer en het vrije geheugen op de harde schijf te gering is. We overwegen nu het werkgeheugen uit te breiden tot 16 of 24 MB. Er is geen andere oplossing voor het geheugenprobleem van de harde schijf dan de aanschaf van een CD-ROM-lezer en schrijver. Naar de prijzen van deze spullen zal in Dubai geïnformeerd worden.
We zullen een geluidsarme generator van 3 KW aanschaffen, in overleg met de moskee.
Er wordt nu een nieuwe ingang gemaakt voor de bibliotheek. Het moskeebestuur protesteerde tegen de vele ‘schaamteloos‘ geklede toeristes, die hun klim naar de bibliotheek moeten maken vanaf de deur naar de moskee. De mannen raken er te opgewonden van. Een gedeelte van de kosten komt tijdelijk voor rekening van het project, omdat de metselaar al bezig is, maar de regering nog niet over de brug is gekomen. Dat zal nog enige tijd duren.
De kosten voor de ruimte voor de gewapende nachtwaker komt voor rekening van het project. Abd al-Raḥmān wil de nachtwaker niet in de bibliotheek hebben omdat die man niet zal stoppen met roken en er ook niet van zal afzien eten en drinken in de bibliotheek te gebruiken. Goede nachtwakers liggen niet voor het oprapen en men moet genoegen nemen met het exemplaar dat men nu al aangenomen heeft. [Tot zover een gedeelte uit mijn fax-bericht naar Nederland.]
Microfilms. Het vervaardigen van microfilms is vooral een wens uit de hoek van de bibliotheekpartners in Nederland. Er is in Tarīm geen goede werkomstandigheid om iets dergelijks te verwezenlijken, blijkt uit de tekst hierboven. Overigens is al 70% van de handschriften (manuscripten) ge-microfilmd. Zie 3 mei 1996.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Dit is een foto die ik vanuit het vliegtuig nam vanuit Ṣanaᶜā’ op weg naar de luchthaven van Say’ūn. Te zien is het dendritisch drainagepatroon*(1) van het landschap van de zogenoemde Yool.*(2) De Yool is de bovenkant van de heuvels die zo kenmerkend zijn voor de Ḥaḍramaut.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9431) Ik ben in Sana’a, de hoofdstad van Jemen en ik logeer in het Gasmi-hotel. – In Leiden, mijn woonplaats, in het uitgaanscircuit zag ik een paar keer een mooie jonge vrouw, wier naam ik niet weet en daarom ‘Ennefea’ heb genoemd. Ik denk deze nacht een tijdje aan haar. – Vandaag ga ik per vliegtuig naar Say’ūn in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) en vandaar naar mijn bestemming Tarīm. De komende weken zal ik daar logeren in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Ik heb veel contant geld bij me. Waar ik verleden jaar, met een nog veel groter bedrag aan baar geld, daar zorgeloos verbleef, ben ik vandaag uiterst bezorgd over mijn veiligheid. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Maandag, 24 november 1997.
Sana’a – Say’oen – Tariem: 6/42.
Ik sliep weer slecht. Ik fantaseerde weer over Ennefea.
Op 5.45 uur. Met de grootste moeite sleepte ik mijn zware nieuwe koffer met computerboeken en UPS (voor de spanningsverzorging van een computer, na uitval van het net) van de vijfde verdieping naar beneden.
De taxichauffeur komt met zijn vehikel*(3) om 7.00 uur.
Ik betaalde 15 US$ aan Ǧasm, de Irakees van het hotel, waarvan de taxichauffeur 10 US$ krijgt.
Eerst haalt hij op het plein achter / binnen de Baab al-Yemen koffie (boenn) in een conservenpotje. (Hij spreekt alleen maar Arabisch.)
Naast taxichauffeur is hij ook ‘kunstenaar’. Hij maakt prullaria, zoals hij mij laat zien. Hij vertelt ongehuwd te zijn, want een vrouw kost 400.000 rial. (3.000 US$ = 6.000 gulden.) Een nicht [als vrouw] is niet goed, zegt hij. Ik vergeet te vragen waarom een nicht niet deugt.
Het passeren van de security van de luchthaven is een fluitje van een cent, in tegenstelling met andere keren, toen het erg arbeidsintensief was.
Ik moet 67 US$ overgewicht betalen voor de 20 kg. (In Amsterdam 420 US$ voor 15 kg!)
In de wachthal zit een sexy / knappe jongeman. Ik meen hem ergens van te kennen. Hij ziet er goed verzorgd uit.
We vliegen in vijftig minuten naar Say’ūn. Ik zit naast / tussen dokters uit de Elzas, die naar al-Mukalla moeten voor een klein medisch congres.
Voordat we vertrekken zie ik dat alleen mijn koffers nog op de grond staan. Ik spreek de purser erover aan en hij stuurt iemand die mij vraagt mee naar buiten te komen. Dan worden mijn koffers ingeladen. Ik vroeg of ik voor die diensten moest betalen, maar die wees dat af. Toch stopte de bus, die ons als passagiers naar het vliegtuig had gebracht bij de laders en niet aan de andere zijde, bij de trap naar het vliegtuig. Er bleek naast mijn koffer ook nog een aantal rugzakken te liggen, waarvan de eigenaar onbekend was. (Alsof de laders de eigenaar moeten kennen.) Uiteindelijk kwam alles in Say’ūn aan.
Ik maakte een tiental dia’s van de Djool [Yool] van boven. Op sommige plaatsen leek het zand zo dichtbij dat het net was alsof je zou kunnen uitstappen en een stukje meelopen.
In Say’ūn duurde het even voordat ik mijn bagage ontving. Ondertussen was Abd al-Raḥmān al binnengekomen. De ontvangst was vriendelijk en aardig. Hij was niet veranderd.
Later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had op het terras gestaan en had me zien lopen. Ik was als laatste uitgestapt.
Abd al-Raḥmān had hem deze ochtend geprobeerd te bereiken, maar hij was niet thuis. Nu maak ik gebruik van de diensten van een andere chauffeur: Aḥmad MB. Die na veel vijven en zessen ’s avonds uiteindelijk 4.000 rial voor zijn diensten durft te vragen.
Ik had hem via Abd al-Raḥmān gezegd dat hij het bedrag moest noemen als ik hem zou vragen hoe hoog de kosten zijn en dat hij niet moest zeggen: “Jij weet wel wat mijn diensten waard zijn.” (Ik weet het niet.)
Ik bleef een tijdje op het kantoor van Abd al-Raḥmān [Museum Say’ūn] en probeerde hem de database uit te leggen.
Om met mij te kletsen stuurde hij iemand die alleen maar Arabisch sprak. Goed van hem, snel leerde ik bij wat ik vergeten was. (Of dat allemaal grammaticaal correct was, weet ik niet.)
Toen we [in het gesprek] bij echtgenotes uitkwamen vroeg ik hem naar zijn kinderen. Hij had er drie, twee meisjes en een jongen. De oudste, een meisje, heet Fayrūz.
Hij hield van de vrouwen van Ṣanaᶜā’.
Ik vroeg hem of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij antwoordde niet rechtstreeks, maar zei dat het nu, na zeven jaar huwelijk, wel ging tussen hen beiden.
Abd al-Raḥmān en een hulpje moeten het slot van een ruimte openbreken om bij mijn kist met ‘nagelaten’ spullen (uit 1996) te komen. De sleutel [van de ruimte] is bij Muḥammad al-H. en die is in al-Šiḥr [al-Shihr], een paar honderd kilometer van hier.
Daarna gaan we naar het huis van Abd al-Raḥmān, waar ook Ḥussain al-A. is, de receptionist van het Gaṣr al-Goebba-hotel. [in Tarīm: 1996.] Ik zag hem hedenochtend ook al op de luchthaven. Hij woont en werkt nu bij het Salama-hotel in Say’ūn, waar hij hetzelfde verdient, maar omdat het hotel van de staat is, heeft hij meer rechten dan in het in privébezit zijnde Gaṣr al-Goebba. Bovendien heeft hij nu recht op pensioen.
Ook hij spreekt alleen maar Arabisch.
Ik maak op dat hij nu een vier maanden oude baby heeft, zijn derde kind. Zijn vrouw is nog steeds onderwijzeres, maar leert nu zelf ook nog voor een diploma. (Hoe en wat, weet ik niet.)
In de afgelopen tijd overleed zijn vader, die ik eens in zijn huis ontmoette. Ḥussain doet er niet moeilijk over: het was zijn tijd.
Evenals verleden jaar is het eten bij Abd al-Raḥmān niet lekker (bij Ḥussain thuis wel), de vrouw van Abd al-Raḥmān kan er nog steeds niets van, van koken. (Op dinsdag hoor ik dat zijn vrouw (tijdelijk) niet meer bij hem woont en dat nu de vrouw van zijn broer, die in Canada woont, voor hem zorgt.)
Aḥmad MB. brengt me voor 4.000 rial naar Tarīm. In het hotel word ik allerhartelijkst ontvangen, want er zijn, hoewel veel nieuw personeel, toch nog enkele oude bekenden.
Het hotel is helemaal opgeknapt. (En zal dus duurder zijn, maar ik weet niet hoeveel mijn kamer kost, nog niet eens op 26-11-97.) Het is geschilderd. Nieuwe bedden en gordijnen, nieuwe vloerbedekking, mooi, nieuw mannelijk personeel, allemaal ongeveer hetzelfde gekleed. Verleden jaar liep iedereen erbij zoals hij wilde, ongewassen en in smerige kleren, waarin men ook sliep. Nu zijn er een paar schone en sexy jongens, met wie ik wel eens zou willen ‘spelen’, ondanks mijn verliefdheid op Ennefea.
’s Avonds herinnerde ik me de berichten die ik van collega’s van Abd al-Raḥmān hoorde. Mensen worden op klaarlichte dag op straat (in de steden) overvallen en gedwongen hun geld af te geven, aan gewapende bandieten, die ook al iemand doodschoten. Op last van Abd al-Raḥmān is het Museum [Say’ūn] gesloten, omdat de meest waardevolle stukken op onverklaarbare wijze gestolen werden.
Abd al-Raḥmān verstopte de waardevolle manuscripten [handschriften] van de al-Aḥgāf-bibliotheek tussen de andere. Hij toont alleen foto’s. Hij vreest dat gewapende soldaten de bibliotheek gewapenderhand van die stukken zal ontdoen om ze voor veel geld te verkopen.
De bibliotheek krijgt een bewaker, een ongewapende. (Maar in mijn verslag en fax naar Nederland op 26 november schreef ik bewust: een gewapende bewaker om de dramatische van het geheel te verhogen en de ernst van de situatie hier te benadrukken.) Wat moet een ongewapende bewaker tegen bewapende soldaten? (Wat moet een bewapende bewaker tegen soldaten?)
Met een nog veel groter geldbedrag sliep ik hier verleden jaar 89 van de 90 nachten zonder angst. (Slechts eenmaal, toen Ḥussain al-A. zei dat ik hier al zeven maanden was, kregen Ali Baba’s (noorderlingen) belangstelling voor mijn geld.) Ik sliep de laatste weken zonder angst buiten.
Nu bekruipt me grote angst en ik wil van het geld af. Ik sluit me op in mijn kamer, alsof me dat zou helpen, achter deze bordkartonnen deuren, die niet of nauwelijks gesloten kunnen worden.
Op mijn kamer is het 28°C. Ik schakel de airco niet aan, want die maakt zoveel lawaai dat ik daar niet van slapen kan.
Bed 00.30 uur.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Steekpenningen?
Toen ik al lang en breed aan boord zat [vliegtuig] zag ik dat alle bagage ingeladen was behalve die van mij. Omdat ik me herinnerde de Abd ar-Raḥmān verleden jaar steekpenningen / fooi betaalde aan de laders, vroeg ik aan de purser of dat nu ook van mij verlangd werd. Ik werd naar buiten geleid en moest mijn bagage aanwijzen (er bleken nog enkele rugzakken te liggen). Alles werd netjes ingeladen. De purser en ander personeel ontkenden dat ik moest ‘schuiven’ dus deed ik het ook niet. (Maar dat iets dergelijks toch de bedoeling was bleek uit het feit dat de bus die de passagiers van de terminal naar het vliegtuig bracht niet bij de vliegtuigtrap stopte maar naar de andere kant van de machine reed waar de laders stonden te wachten op de betalende passagiers. Ik bedacht toen al dat Nico en ik verleden keer daar helemaal niet bij stilgestaan hadden en onze bagage toch aangekomen was). Uiteindelijk kwam alle bagage, ook de losliggende rugzakken, in Say’ūn aan.
Vijftig minuten deed de Boeing 737 erover om van Ṣanaᶜā’ naar Say’ūn te vliegen. Ik maakte een tiental dia’s van het landschap onder mij, voornamelijk van de Yool en de omgeving van Say’ūn. Op sommige plaatsen leek het zand zo dichtbij dat ik dacht dat ik kon uitstappen en een stukje erin lopen. Het was alsof je in de benedenverdieping van een dubbeldekstrein zat.
In Say’ūn duurde het even voordat ik de bagage had. Ondertussen was Abd al-Raḥmān, de directeur van de al-Aḥgāf-bibliotheek in Tarīm, al binnengekomen. Hij was niet veranderd, niet in uiterlijk en niet in gedrag. Nog altijd even vriendelijk en aardig.
Evenals in Nederland maakte men ook hier veel opmerkingen over mijn gemillimeterde haar. Dat is hier dus kennelijk even ongewoon als in Nederland.
Even later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had boven op het terras gestaan en had me uit het vliegtuig zien komen, zo vertelde hij tegen Abd al-Raḥmān. Ik stond erbij en luisterde ernaar. Ik was als laatste uit het vliegtuig gekomen en het was dus niet moeilijk voor hem om mij waar te nemen.
Abd al-Raḥmān had hem deze ochtend geprobeerd te bereiken, maar hij was niet thuis. Nu was er een andere chauffeur: Aḥmad MB. Wat mij betreft ga ik deze fase [van het project] in zee met deze Aḥmad. Hij beschikt niet alleen over een veel betere auto, een Landcruiser (maar geen Layla Alwi*(4), omdat dat een nieuwer en sterker model is), maar is ook veel rustiger en rijdt erg bedachtzaam, want hij wil zijn dure auto natuurlijk niet in de prak rijden. Ik kan hem echter niet altijd verstaan, niettemin doet hij zijn best om zich verstaanbaar te maken.
Ik beschouwde Ḥaimid B. toch al als een klein probleem. Hij eiste voor een taxirit van Say’ūn naar Tarīm 1.500 rial, terwijl het normale tarief 800 rial is. Ik vroeg mij af hoe ik verlost kon worden van deze Ḥaimid. Dat is dus nu opgelost. Hij had het nakijken en keek dan ook teleurgesteld.
Abd al-Raḥmān stuurde Sālim naar mij toe die alleen maar Arabisch spreekt, om met mij te kletsen. Wat goed van hem. Snel leerde ik weer veel woorden die ik vergeten was. Toen de man de vrouwen van Ṣanaᶜā’ prees, vroeg ik hem expliciet of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij deed een beetje moeilijk daarover, maar ze waren nu zeven jaar bij elkaar en ze begonnen wel aan elkaar te wennen. Daar betaal je dan als man een bijna niet op te brengen bedrag voor, om na zeven jaar tot de conclusie te komen dat je inmiddels wel aan elkaar begint te wennen.
Maar het kan ook anders. Sālim T., die als receptionist bij het Gaṣr al-Goebba-hotel in Tarīm werkt, vertelde me de vorige keer (1996) dat hij misschien bij een oliemaatschappij een baantje zou kunnen krijgen. Daar werd veel betaald. Hij rekende zich binnen vijf jaar miljonair (in Jemeni rials). Toen ik hem daarop zei dat hij dan genoeg geld had om een tweede vrouw te nemen, riep hij verontwaardigd: “Ik wil geen tweede vrouw, ik hou van mijn vrouw!” Hij had haar op school ontmoet, want hij is leraar Engels. (Het baantje bij de oliemaatschappij is niet doorgegaan, vertelt hij me desgevraagd enkele dagen later. Daarvoor had hij een kruiwagen nodig. Die had hij niet).
De Sālim van vanochtend had drie kinderen bij de vrouw waar hij niet van hield, twee meisjes en een jongen. Het oudste kind, een meisje heet Fayrūz, naar die Libanese zangeres*(5), die hij zeer bewonderde.
Ook hier [Tarīm] zijn de vrouwen duur, maar niet zo duur als in Ṣanaᶜā’, bleek mij.
Een jongeman, Abd Allāh, die in Bulgarije architectuur gestudeerd had wist het klappen van de zweep in Europa, nietemin kon hij voorlopig nog niet trouwen omdat hij nog geen geld genoeg had om de mahr, de bruidsprijs, te betalen voor een vrouw van de ‘Alawī, zijn familieclan, waartoe ook Abd al-Raḥmān blijkt te behoren. Sāda [Sayyid’s]*(6) dus.
Rond kwart over vier brengt de bedachtzaam rijdende Aḥmad MB. mij naar Tarīm. Ik voel het als een soort thuiskomst.
De ontvangst in het hotel is allerhartelijkst, hoewel er veel nieuwe mensen werken, maar die zijn ook allemaal vriendelijk, zoals alle Arabieren. Sālim, de leraar Engels, is er nog en de bawwāb [poortwachter], wiens naam ik niet meer weet. De directeur is er nog … al-Kāff. Hij stelt mij voor aan de eigenaar. Ook een al-Kāff. Van hem zie ik later een foto in de gang hangen, waarop deze bij een theesessie op één na naast de president van Jemen zit.
Aan Abd al-Raḥmān had ik de opdracht gegeven tegen Aḥmad MB., de chauffeur die mij naar Tarīm zou brengen, te zeggen dat als ik vraag: “kam?” [hoeveel?] ik niet zoiets horen wil als: “Je weet wel wat mijn diensten waard zijn”. Dat weet ik niet. Ik wil het bedrag horen dat hij van mij wil ontvangen. Ik ben Nederlander en zo gaat dat bij ons. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde, Aḥmad wordt er verlegen van, maar uiteindelijk blijkt dat hij voor zijn diensten aan toeristen 5.000 rial vraagt. Hij vraagt nu 4.000 rial, want hij wil graag in de toekomst ook aan mij zijn diensten aanbieden. Ik wil wel van zijn diensten gebruik maken.
In het hotel pak ik de spullen uit de houten kist uit, die ik meenam uit Say’ūn. Er blijken nog ‘verrassingen’ in te zitten, zoals theedoeken, afwasmiddel en verlengsnoeren. Er is ook nog een echte gaslamp. Die gebruikten Nico en ik verleden jaar, maar nadat Nico vertrokken was kocht ik een elektrische lamp met twee TL-buizen en een ingebouwde accu. Die lamp doet het meteen als ik hem aanschakel. Na anderhalf jaar is de accu nog niet leeg.
In het restaurant van het hotel gebruik ik een ‘lichte’ maaltijd. Brood, gebakken ei en rauwe tomaat. Er zitten Nederlanders op het terras die uit een reisgids Arabisch leren. Ik maak geen contact. Ik ben nog niet lang genoeg hier om weer eens Nederlands te willen kletsen. Ik wil nu wel Arabisch praten, in tegenstelling met Ṣanaᶜā’, waar ik dat niet wilde.
Ik moest denken aan de berichten die ik vandaag hoorde over het gewelddadige klimaat hier in de Ḥaḍramaut. Overvallen op argeloze reizigers op klaarlichte dag, midden op straat in de steden, die gewapenderhand van al hun geld worden ontdaan. (Abd ar-Raḥmān vertelde op dinsdag 25 november van een dodelijk slachtoffer van zulk een overval.) Hoe groter de stilte rond het hotel, hoe onveiliger ik me voelde. Van de gemoedelijke rust die ik hier verleden jaar voelde was niets meer over. Ik zit hier in een hotel met groot geldbedrag in contanten in een kunststoffen koffer, met een simpel nummerslot, in een kamer waarvan het slot niet naar behoren werkt. De twee achterdeuren zijn voorzien van twee simpele schuifjes, als vergrendeling. Die achterdeuren zelf zijn nog net niet van bordkarton.
Het bedrag is groot genoeg om de directeur van de bibliotheek meer dan negen en een half jaar maandelijks van zijn reguliere salaris te voorzien. Een medewerker van het hotel kan ik met dit bedrag zelfs bijna zesentwintig jaar zijn maandelijkse salaris uitbetalen, vooropgesteld dat ik geen rente ontvang, hij geen loonsverhoging krijgt en de koers van de dollar op 132 rial blijft staan.
Verleden jaar sliep ik zorgeloos buiten, met een nog veel groter bedrag (negenendertig jaar salaris voor een hotelmedewerker, vijftien jaar voor de directeur,) in mijn koffer in dezelfde kamer met hetzelfde slechte slot, zonder me ook maar een moment onveilig te voelen. Ik wilde dit jaar weer buiten slapen, maar dat durfde ik plotseling niet meer. Ik sloot mij op (zover daar sprake van kon zijn in dit kaartenhuis) in mijn kamer. De gordijnen stijf dicht. Ik kroop snel onder de klamboe, als extra beveiliging, tegen de zwaar bewapende muggen.
Buiten slapen zou geen succes zijn geweest. De temperatuur zakte deze nacht tot 18°C, zo bleek dinsdag. Niet echt koud, maar toch ook niet erg aangenaam. Maar ook niet erg aangenaam was de temperatuur in mijn kamer. Ongeveer 28°C. De airco gebruik ik niet want die maakt een hels kabaal. Dan lig ik wakker van het lawaai.
Een dendritisch drainagepatroon ontstaat wanneer waterstromen in de bodem minder of meer diepe geulen uitslijten: erosie. Daar waar die stroompjes samenvloeien ontstaan bredere geulen. Uiteindelijk zullen veel in een gezamenlijke bedding terecht komen. De structuur van al die stroompjes samen lijkt op de takken van een boom of struik. Dat heet dan dendritisch en dat woord stamt uit het Grieks. Wikipedia.
al-Yool. (ﺍﻟﺟﻮﻝ) De Yool is de naam van de bovenkant van de heuvels die over de hele Ḥaḍramaut verspreidt liggen. Het patroon van deze bovenkant is het hierboven besproken dendritisch drainagepatroon.
Wanneer het op de Yool regent ontstaat een dramatische situatie in de dalen, zoals hier te zien is in Wādī Doeᶜan in een (schokkerige, maar vooral schokkende amateur-) video op YouTube. Duidelijk is de vernietigende kracht van het water te zien en de schade die het aanricht in dit dal van de Ḥaḍramaut. Er zijn huizen van golfplaten die volledig ondergelopen zijn, maar in deze regio zijn heel veel huizen gebouwd van in de zon gebakken lemen tichels: (Mud brick). Die constructies kunnen zo’n zware regenbui nauwelijks aan en veel huizen storten er dan ook (gedeeltelijk) in. Wat een drama! Bovendien zijn die kleine dorpsgemeenschappen vaak op zichzelf aangewezen. Burenhulp is ontzettend belangrijk.
Layla Alwi. Laila Alwi, de naar dikke, zeer populaire, Egyptische actrice vernoemde (door het volk, niet officieel) four-wheel drive van elk Japans merk.
Fayrūz / Fayroez (ﻓﻴﺮﻭﺯ). Fayroez is niet alleen in Libanon, of in de Arabische wereld bekend. Zij treed op in alle grote zalen in de wereld. Wikipedia: Fayruz.
Sayyid (meerv., meer dan twee: sāda). Een sayyid behoort tot de elite binnen een islamitische gemeenschap, want is een rechtstreekse afstammeling van de profeet Muhammad, via zijn dochter Fatima. Sayyids trouwen alleen onder elkaar. Zo verwatert de (vermeende) bloedverwantschap niet.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Huis in de oude stad van Sana’a, de hoofdstad van Jemen.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9430) Ik ben in Sana’a, de hoofdstad van Jemen en ik logeer in het Gasmi-hotel. – Ik maak ’s nachts en in de ochtend geluidsopnames vanuit mijn hotelkamer. – In Leiden, mijn woonplaats, ga ik op vrijdagavond altijd dansen in het Leids Vrijetijdscentrum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jonge vrouw, wier naam ik niet weet en daarom ‘Ennefea’ heb genoemd. Ik denk deze nacht een tijdje aan haar. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zondag, 23 november 1997.
Sana’a: 5/43.
Ik lig lang wakker en dagdroom over Ennefea.
Om 4.00 uur start ik met het maken van een geluidsopname ’s nachts tot 05.30 uur. Er zit één mooie gebedsoproep bij van een moe’azzin met licht trillende stem.
Ik ‘verdenk’ één moskee ervan gebruik te maken van een bandopname, want zowel de lofprijzingen als de gebedsoproep is identiek met gisterennacht en ook verleden jaar.
Op circa 8.00 uur, weer moe.
Nu pas begint langzaam het gevoel te komen dat ik ‘in den vreemde’ ben.
Maar ook komt het gevoel dat ik er genoeg van heb, met name de hoofdstad begint me de keel uit te hangen, deze grote, krioelende mierenhoop, mensen die door het stof kruipen of er zelfs in slapen. Ik heb er genoeg van en ben blij dat ik nu naar de Ḥaḍramaut kan.
Wat moet ik hier in eigenlijk doen in de Ramaḍān, van 28 december tot 4 januari. Geluidsopnames maken? Ja!
Op zoek naar een geldwisselaar, dwaal ik een tijdje door de soek. Ik zie een zwart gesluierd meisje koket, vlot, zelfbewust bewegend door de straten lopen. Dus niet alleen maar onderdanigheid!
Ik wissel US-dollar 200 voor 26.400 YER. Tellen is niet nodig, het klopt altijd. Wat zou er niet allemaal gebeuren als je de geldwisselaar niet meer zou kunnen vertrouwen? Dan zou de economie instorten.
Het hotel kost 6.215 YER. Ik geef 6.500 YER.
Het Bilquis-restaurant van Taj Sheba kost circa 3.477 YER. Ik geef 3.700 YER en loop naar huis. [Hotel.]
Spullen inpakken en over twee koffers verdelen.
De database*(1) voor de Aḥgāf-bibliotheek sorteert niet altijd goed. Moet ik opnieuw controleren.
Nu 22.30 uur.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Geluidsopnames
Om kwart voor vier stond ik op en begon om vier uur met het maken van geluidsopnames van het godsdienstig ontwaken van Sana’a. Verleden jaar maakte ik over twee nachten verspreid een ongeveer twee uur durend geluidsdocument van Sana’a in het ochtendgloren, wanneer de moe’azzin wakker wordt en vindt dat de rest van de stad ook wakker moet worden.
Aan die geluidsopnames voegde ik vannacht anderhalf uur toe. Het lijkt erop dat er niet veel veranderd is vergeleken met verleden jaar. De moe’azzins van de diverse moskeeën prijzen om de beurt de grootsheid van God. Ze moeten allemaal (?) aan de beurt zijn geweest voordat rond 5.00 uur de gebedsoproep begint. Kennelijk niet helemaal bij de tijd riep één moe’azzin al even na vieren op voor het gebed. Hij had zeker nog last van ‘zomertijd’.
Ik verdenk één moskee ervan een cassettetape te gebruiken. Een evenwichtige lofprijzing zonder haperen of geluid van het rammelen van de microfoon. Ook de gebedsoproep gebeurt daar automatisch. Geen verschil met gisteren. In alle andere moskeeën roept de moe’azzin persoonlijk op. Vaak hoor je een kuchje voordat hij begint. Eentje maakte er een bewogen oproep van met een enigszins trillende stem.
Al dat vroege gedoe maakt dat ik een behoorlijk slaaptekort heb en ik zakte dan ook achter mijn computer, toen ik bezig was de database van Tarīm aan te passen, in slaap.
YouTube: de gebedsoproep (al-aḏān) in Ṣanaᶜā’ voor het ochtendgebed ṣalāt al-faǧr vanaf alle actieve moskeeën die de oude stad rijk is.
Vanmiddag belde ik met DK. [Nederlandse Ambassade] en verzocht haar een e-mail naar Jan Just Witkam te sturen met een mededeling voor [collega] Tawfīq.
Een reservering voor een ticket op 6 december naar Say’ūn ligt voor hem gereed op het kantoor van Yemenia in Hadda Street, onder nummer RG98C.
Ik reserveerde een kamer in het Taj Sheba-hotel voor hem voor 3 december aan de zwembadzijde van het hotel, zoals hij me gevraagd had. Ik laat hem mededelen dat een kamer 180 US$ kost.
Ik ontdekte dat de sorteerfunctie van de database in bepaalde situaties niet goed werkt. Daar moet ik in Tarīm eens goed naar kijken. Ik hoop dat ik daar, net als verleden jaar een stoel en een tafel ter beschikking heb (uit de bibliotheek). Als ik op de grond moet zitten werken, naar Arabische gewoonte, doe ik er niet veel aan. (Dan is de computer geen laptop maar een groundtop). Ik kan alleen maar aan een tafel werken.
De taxi’s van Sana’a en ook die van het Zuiden zijn een aparte beschrijving waard. Ik zat in taxi’s waarvan een van de achterwielen waarschijnlijk ovaal van vorm was want bij iedere omwenteling werd de auto iets omhoog geworpen. Dat hinderde de chauffeur niet om toch hard te rijden. Een andere taxi had kennelijk een los achterwiel, want de auto slingerde heen en weer. Ook deze chauffeur taalde niet om toch hard te scheuren. Ik zat in een taxi waar je door de vloer de straat kon zien. Ik zag een taxi waarvan, terwijl hij mij passeerde, iets losraakte en als gevolg daarvan vuur en vonken in het rond vlogen. Ik zat in een taxi die een botsing met ruim voor hem dwars op de weg staande andere auto alleen maar kon voorkomen door uit te wijken naar de andere weghelft, omdat zijn remmen het niet of nauwelijks deden. Gelukkig was er geen verkeer op de andere weghelft, hoewel dat misschien helemaal niet gevaarlijk zou zijn geweest. Die chauffeurs zouden dan ook een kunststukje hebben uitgehaald om ons te ontwijken.
De verlichting van de auto’s doet het over het algemeen niet, wat geen bezwaar is, want ook auto’s waarvan de verlichting wel in orde is (een wonder) rijden vaak zonder licht in het aardedonker. Verlichting komt hier in allerlei denkbare en ondenkbare combinaties voor.
Er zijn auto’s waarvan je zou denken dat die helemaal in orde zijn, omdat ze zo nieuw uitzien. Dat zijn de grote landcruisers waarvan er hier veel zijn en die worden gebruikt voor het transport van toeristen. Maar ik zag al vaak chauffeurs onder die auto’s liggen om met ijzeren staven en touwen alle gebroken delen weer aan elkaar te ‘knopen’.
Er is hier, volgens mij, geen enkel vervoermiddel in orde. De vliegtuigen voor binnenlands vervoer zien er behoorlijk verzorgd uit. Ik heb de piloten nog niet onder hun machines zien liggen, maar ik denk dat uiterlijke schijn, net zoals bij de landcruisers, bedriegt.
Van die machines moet ik toch gebruik maken. Ik heb geen keus. Anders moet ik met zo’n autowrak door de woestijn om in Tarīm te komen, waar onderweg ook nog het gevaar van kidnapping door ‘wilde’ nomadenstammen*(2) schuilt.
Ik vroeg de rekening van het hotel en ik moet 6.215 rial betalen. Ongeveer negentig gulden, inclusief die slechte lunchkip van gisteren.
Database en catalogus. Ik maakte in Nederland al een database van de catalogus van de Aḥgāf-bibliotheek in Tarīm. Die is nog niet helemaal af. Ik moet er nog enig werk aan verrichten.
Woestijn en ‘wilde’ nomadenstammen. Het gebeurt in Jemen geregeld dat toeristen gekidnapt worden, wanneer die en reis door de woestijn maken. Dit is een middel van de nomaden om de regering onder druk te zetten, om eisen ingewilligd te krijgen. De toeristen in kwestie worden meestal goed behandeld en overkomt niets. In de laatste jaren van de twintigste eeuw is er maar één toerist vermoord, terwijl er vele tientallen ontvoerd zijn. Na onderhandelingen met de overheid komen alle toeristen weer ongeschonden vrij.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
(Dag 9429) Ik ben in Ṣanaᶜā’, de hoofdstad van Jemen en ik logeer in het Gasmi-hotel. – In Leiden, mijn woonplaats, ga ik op vrijdagavond altijd dansen in het Leids Vrijetijdscentrum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jonge vrouw, wier naam ik niet weet en daarom ‘Ennefea’ heb genoemd. Ik denk deze nacht aan haar en het LVC. – Het tijdsverschil met Nederland is (in ‘onze’ winter) twee uur. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zaterdag, 22 november 1997.
Sana’a: 4/44.
Ik word al om 4.00 uur wakker. Het LVC loopt leeg (02.00 uur), maar dat is niet de reden dat ik wakker word. Het zijn de diverse gebedsoproepen die mijn slaap verstoren. Dit duurt tot circa 05.30 uur.
Ik slaap niet meer, maar dagdroom over Ennefea.
Op 7.30 uur.
Ontbijt van het hotel. Yemenia. Ambassade. UPS. Hotel. Ambassade: DK.: een stuk! Yemenia. Hotel. Yemenia. Koffer. Hotel. Taj Sheba: diner.
Hotel circa 21.30.
Deze dag verschillende malen naar Yemenia in Hadda Street. Uiteindelijk krijg ik een ticket naar Say’ūn voor US-dollar 127, dezelfde prijs als in 1996.
Ik kocht een koffer voor 6.500 rial (circa f. 95,00), redelijk stevig, maar het nummerslot werkt niet, blijkt in het hotel.
Ik was twee keer in de [Nederlandse] Ambassade. DK. (Eerste secretaris) was er pas rond 13.00 uur. Wat een mooie, leuke, jonge vrouw en vlot! Ik bleef er anderhalf uur.
Ik ontmoette ook de ambassadeur Alex …?
Hij blijkt een voorstander van het scannen van de manuscripten van Tarīm. (Ik namelijk ook. In het najaar van 1995 probeerde ik dat er voor dit project al door te drukken.)
Ik lunchte in het hotel: patat en kip. Wat een vreselijk smakende kip!
Diner in Taj Sheba. De taxichauffeur vroeg 400 rial. Na een paar weigeringen betaalde ik. Een rit van Bāb al-Yemen naar Taj Sheba kost niet meer dan 100 rial. (f. 1,50) Mijn minimumbedrag is echter 200 rial. Ik vind 100 YER wel erg weinig.
Bed rond 21.30 uur, moe, maar ik kan niet slapen.
Ik kocht voor US-dollar 257 een UPS voor de Ahgāf-bibliotheek van 500 AV. Daarmee kan na een spanningsuitval nog even doorgewerkt worden. (Computer.) UPS = Uninterruptible Power Supply, voor de computer. [of ook: Uninterruptible Power Source.]
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Ik werd al om kwart over vier wakker en luisterde tot ongeveer zes uur naar allerlei uitingen van god-prijzen en gebedsoproepen [elke van de vele moskeeën een oproep]. Komende nacht zal ik weer geluidsopnames maken, zoals ik ook anderhalf jaar geleden deed. Ik geloof dat er niet zoveel veranderd is in de wijze van nachtelijk lawaai maken.
Na het ontbijt ga ik de stad in en probeer een vlucht naar Say’ūn te boeken. Dat lukt niet, omdat het computergestuurd boekingssysteem nog steeds buiten dienst is. Al minstens sinds donderdag. Ik overweeg een reis door de woestijn te maken, met mijn zware spullen, in plaats van bij de luchtvaartmaatschappij weer overgewicht te moeten betalen.
DK. is niet op de ambassade maar ik maak een afspraak via PD. Ik zal om 13.00 uur terugkomen.
Bij twee bedrijven bekijk ik de UPS’en. Power supply bij spanningsuitval voor computers. Op een plaats kost 500 VA (volt/ampere) 500 US$, op een andere plaats 257 US$. Ik koop er een voor 250 US$ en 927 YER (= 7 US$). Elf kilo gewicht erbij. Nu meer dan 60 kg bij me!
Om het Gasmi-hotel ook een keer de eer te gunnen, neem ik de lunch hier. Ik bestel een halve kip met patat. Dat zal ik dus niet meer doen. Een halfzwarte kip, gebarbecued, halfgare kip, van onduidelijke makelij en waarschijnlijk al lang over de uiterste datum heen krijg ik voorgezet. (Van een verdere beschrijving zie ik af).
Over het algemeen lunch ik hier niet. Ik eet uit Nederland meegebrachte verantwoorde koeken als ik na de middag honger krijg. In Tarīm zal ik, als geschikt eten tenminste verkrijgbaar is, weer middagmaaltijden ‘scoren’.
Rond 13.00 uur betreed ik het Nederlands grondgebied in den vreemde voor de tweede maal vandaag. Ik word ontvangen door de uiterst charmante DK., met wie ik de stand van zaken doorspreek. Via haar bemiddeling en iemand in de ambassade kan ik een vlucht naar Say’ūn boeken op maandag 24 november.
Ik ontmoet de ambassadeur die met belangstelling informeert naar de stand van zaken van het Tarīm-project. Ook hij denkt, net als ik, dat het interessanter is om alle handschriften te scannen in plaats van te microfilmen. In het najaar van 1995 deed ik al research naar de mogelijkheden op dat gebied, maar een en ander struikelde over de kosten van de apparatuur. Gedigitaliseerde manuscripten / handschriften kunnen als plaatjes op internet gezet worden.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.