21 november 1997

Sana'a-huis
Tra­di­tio­ne­le ho­ge hui­zen in Sa­na’a, de hoofd­stad van Je­men.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9428) Ik ar­ri­veer­de eer­gis­te­ren in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Vrijdag, 21 november 1997.
Sana’a: 3/45.
Ik kan de slaap slecht vat­ten, maar als het dan ook lukt, slaap ik een gat in de dag. Om 10.45 sta ik op.
Ontbijt: het laatste brood uit Ne­der­land.
Beneden: data­ba­se­boe­ken be­stu­de­ren.
De Irakees, die me nog ken­de van de vo­ri­ge keer [1996], bood me kamer 501 aan, vre­se­lijk hoog, maar erg rus­tig en twee ra­men.*(1)
Lopen naar Baab al-Yemen.
Eten in Taj Sheba. (Buffet: 2.300 YER, plus 300 YER fooi.)
Terug via Bab al-Yemen.
Thuis [hotel]: ver­slag schrij­ven [op mijn lap­top] en een stuk­je brief voor de men­sen thuis.
Nu 00.00 uur.
Het begint nu pas lang­zaam tot me door te drin­gen dat ik niet meer thuis ben, maar in de mid­del­eeu­wen in de hoofd­stad van Je­men: Sana’a.
Temperatuur op mijn ka­mer: circa 21°C, bui­ten, op cir­ca 20 me­ter hoog, 17°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik ging gis­te­ren­avond rond mid­der­nacht naar bed en sliep tot on­ge­veer 11 uur. Gis­te­ren over­dag sliep ik ook al drie uur. Waar komt die ver­moeid­heid van­daan? Komt het door het zuur­stof­ge­brek? Sana’a ligt namelijk 2.200 meter hoog in de ber­gen. Hoe­wel de stad in de tro­pen ligt, kan het hier ’s win­ters wel vrie­zen. Soms valt er sneeuw. Op de berg­top­pen die de stad om­ge­ven ligt ’s win­ters soms lan­ge­re tijd sneeuw.
De buitentemperatuur zak­te af­ge­lo­pen nacht naar 14,5°C, maar is nu 23°C. In mijn ka­mer is het on­ver­an­der­lijk 20,5°C.
Overdag lekker weer, met een beet­je zon. ‘s Avonds zag ik een keer een blik­sem­schicht maar het bleef droog. Tem­pe­ra­tuur rond 23.00 uur: bin­nen 20,9°C, bui­ten: 16,9°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Geheimen van Jemen

Het duurt weer even voor­dat ik in de ga­ten heb hoe het wa­ter­kra­nen­sys­teem hier in el­kaar zit. Ik vrees­de weer een kou­de dou­che, zo­als gis­te­ren in het Taj She­ba-ho­tel. Maar na een poosje wist ik het weer. Ik had in dit ho­tel al eer­der ge­lo­geerd, in 1996.
De rode kraan kan de warme zijn, maar ook de kou­de. Ik be­grijp niet waar­om hier in de ene dou­che de ro­de kraan de warm­wa­ter­kraan is en in de dou­che vlak er­naast de koud­wa­ter­kraan. Daar­naast zit in de ene dou­che de ro­de kraan links en in de an­de­re dou­che rechts. Ara­bische lo­gi­ca? Mis­schien zijn we in het over­ge­re­gu­leer­de Ne­der­land wel te zeer ver­wend.
Wat ik ook niet be­grijp is waar­om in Noord-Je­men, dat nooit on­der Eu­ro­pees ko­lo­ni­aal be­stuur heeft ge­staan, de stop­con­tac­ten al­le­maal van het En­gel­se mo­del zijn en in Zuid-Je­men, dat ja­ren­lang on­der En­gels be­stuur stond, al­le stop­con­tac­ten Eu­ro­pees zijn.
Verleden jaar lie­pen Nico en ik ve­le ma­len door smal­le stra­ten en ste­gen van de ou­de stad Sana’a, maar we klets­ten dan veel en had­den geen oog voor de om­ge­ving. Toen is me in ie­der ge­val niet op­ge­val­len wat me nu wel op­valt als ik ’s avonds al­leen door de on­ver­lich­te stra­ten van de ou­de bin­nen­stad loop, op weg naar de Baab al-Ye­men. Daar neem ik dan een ta­xi naar een re­stau­rant. Ook op de te­rug­weg loop ik van­af deze poort naar het ho­tel, hoe­wel de taxi best be­reid is me voor de deur van het ho­tel af te le­ve­ren, voor 1,50 gul­den. Ik ge­niet van de bij­zon­de­re sfeer die in de­ze bij­zon­de­re stad hangt.
De oude bin­nen­stad van Sana’a is een stad in de mid­del­eeu­wen. Dit deel wordt om­ge­ven door een le­men stads­wal, die mo­men­teel met geld van de UNESCO weer ge­heel ge­res­tau­reerd wordt.
De hoofdingang van de ou­de stad is de Baab al-Ye­men, de Poort van Je­men. Dit is het sym­bo­lische cen­trum van het land. Op het plein voor en bin­nen de poort is het een druk­te van be­lang. Dui­zen­den men­sen bie­den van al­les te koop aan. Hier kun je de Je­me­nie­ten be­stu­de­ren. De Sana’ani man­nen en vrou­wen zijn ten­ger, ma­ger en klein van stuk. Niet gro­ter dan 1,50 m of 1,60 m. Ze­ker komt dat voor een deel door de slech­te voe­ding, maar ook de ver­sla­ving aan gaat*(2) speelt een rol.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Kleding

Wat bin­nen de poort di­rect op­valt is de hon­der­den ver­ko­pers van col­bert­jas­jes. Al­le Noord-Je­me­nie­ten dra­gen over hun dish­da­sha*(3) (een lan­ge “jurk”) een col­bert­jas­je. Al­le man­nen dra­gen bo­ven­dien een djam­bia*(4) op hun buik, een gro­te krom­me dolk. Met man­nen be­doel ik ook kin­de­ren van­af een jaar of veer­tien.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ar­chi­tec­tuur

De hui­zen van Sana’a zijn van steen. De be­gane grond en de eer­ste ver­dieping zijn van na­tuur­steen ge­maakt en heb­ben geen ra­men, wel uit­spa­rin­gen voor fris­se lucht. Ze die­nen als op­slag­plaats van goe­de­ren en in veel ge­val­len ook gei­ten.
Aan de straat­zijde heeft de be­ga­ne grond een of meer nis­sen, zo­als in de he­le Ara­bische we­reld, van Ma­rok­ko tot Sy­rië en dus ook Je­men. Hier­in zijn win­kels ge­ves­tigd. In die win­kels kan van al­les wor­den ver­kocht. Van de groot­ste rom­mel tot le­vens­mid­de­len of ge­reed­schap­pen. Zo­als ook in de he­le Ara­bische we­reld wor­den die nis­sen met een blauw ge­verf­de sta­len deur ge­slo­ten.
De twee­de ver­die­ping en ho­ger zijn van bak­steen, met ra­men. De hui­zen ste­ken hoog boven de stra­ten uit. Ze zien er­uit als mid­del­eeu­wse ves­tin­gen. Door die ho­ge, soms ran­ke, hui­zen lij­ken de stra­ten nog smal­ler dan ze al zijn. Soms zijn die hui­zen twin­tig me­ter breed.
De buitenwanden van vrij­wel al­le hui­zen in de bin­nen­stad van Sana’a zijn prach­tig ver­sierd met wit­te kalk in mooie ab­strac­te pa­tronen. Soms staan er tek­sten uit de ko­ran, in mooie cal­li­gra­fische let­ters op de mu­ren, even­eens met wit­te kalk ge­schre­ven. In het schaar­se licht krijgt dit al­les een sprook­jes­ach­ti­ge sfeer, zoals op ou­de te­ke­nin­gen van bij­voor­beeld bij [Duit­se schil­der] Al­brecht Dürer. Of zoals op plaat­jes die bij som­mi­ge 1001-nacht ver­haal­tjes staan. Mis­schien dien­de Sana’a wel als voor­beeld voor die te­ke­nin­gen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Middeleeuwen

In deze mid­del­eeu­wse stad zit­ten, han­gen of lig­gen mid­del­eeu­wse man­nen in sjo­fe­le kle­ding in groep­jes of al­leen langs de mu­ren van de hui­zen, voor zich uit sta­rend vaak onder in­vloed van de gaat. Een ver­sle­ten tul­band (koefiyya/imama*(5)) op een ver­weer­de kop, vaak een ge­le. (Be­ter ge­si­tu­eer­den dra­gen een rode). Een grij­ze baard of een on­ge­scho­ren ge­zicht. In de mond slechts en­ke­le tan­den. Het on­ver­mij­de­lij­ke, maar sme­ri­ge col­bert­jas­je over hun even­eens reeds lang ge­le­den ge­was­sen dish­da­sha. De djam­bia man­haf­tig op de buik. Sme­ri­ge voe­ten in met touw­tjes aan el­kaar ge­bon­den stuk­jes leer dat een san­daal moet voor­stel­len. Ze schra­pen hun keel en spu­wen de laat­ste rest­jes gaat met een wij­de boog op straat. De straat­ste­nen glim­men er groen­ach­tig van in het licht van de pas­se­ren­de auto’s.
Kinderen ren­nen op blo­te voe­ten spe­lend door de stra­ten en sprin­gen over trap­pen en ber­gen rom­mel. Ook klei­ne meis­jes doen mee. Ou­de­re meis­jes en vrou­wen zie je na zons­on­der­gang niet meer op straat.
In deze middeleeuwse don­ke­re ste­gen gloeit hier en daar een oran­je neon­lamp of een TL-buis, soms wel tien me­ter boven het straat­ni­veau. Zon­der het licht van de au­to’s zou het moei­lijk zijn de weg naar huis te vin­den. Hoe­wel de stra­ten erg smal zijn ko­men over­al au­to’s. Au­to’s heb­ben al­tijd en over­al voor­rang. Al­les wat wie­len heeft gaat voor dat wat geen wie­len heeft.
De stra­ten zijn ge­pla­veid met gro­te vier­kan­te na­tuur­ste­nen, gro­te kin­der­kop­jes die het lo­pen ern­stig be­moei­lij­ken. Ho­pen vuil ver­sper­ren ver­der de weg. Over­al is vuil, huis­hou­de­lijk af­val, le­ge plas­tic wa­ter­fles­sen, pa­pier en an­de­re rom­mel. Ge­luk­kig stinkt het niet. Hon­den zijn er bij­na niet, maar wel veel brood­ma­ge­re poe­zen. Ook veel gei­ten die zich te­goed doen aan het af­val.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Veiligheid

Als man al­leen heb je hier ’s avonds in het don­ker niet veel te vre­zen. Ik ge­loof ech­ter niet dat het voor vrouwen al­leen zo laat nog aan­ge­naam is. Dit ba­seer ik op het feit dat er in het don­ker erg wei­nig vrou­wen te zien zijn en ook her­in­ner ik mij de woor­den van de mooie In­di­a­se re­cep­ti­o­nis­te bij het Taj Sheba-ho­tel die het voor­al ver­ve­lend vond dat je hier na zes­sen niet meer op straat kan ko­men. Na zes­sen be­te­kent: na in­val van de duis­ter­nis. Die valt hier zo­mer en win­ter al­tijd rond zes uur in.
In het moder­ne deel van Sana’a zie ik ver­schil­len­de vrou­wen on­ge­slui­erd. Het schijnt me toe dat het er veel meer zijn dan an­der­half jaar ge­le­den. De door de man­nen ge­plaat­ste stel­ling dat de Je­me­ni­tische vrou­wen de mooi­ste ter we­reld zijn lijkt mij sterk over­dre­ven. Of lo­pen al­leen die vrou­wen on­ge­slui­erd die toch niet voor een schoon­heids­prijs in aan­mer­king ko­men?
Gasmi-hotel: ik kreeg een ka­mer op de vijf­de ver­die­ping aan­ge­bo­den. Voor de klim, we­gens zuur­stof­ge­brek niet ge­wenst, wel voor de rust en de mo­ge­lijk­heid tot het ma­ken van band­op­na­mes van nach­te­lijk Sana’a.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
De Irakees ken­de mij nog van het voor­jaar 1996 toen ik ook en­ke­le ke­ren in het Gasmi-ho­tel lo­geer­de. De ka­mer ligt op de vijf­de ver­die­ping. Dat is in Sana’a vre­se­lijk hoog in een ho­tel zon­der lift. Dan moet je veel trap­pen klim­men. Bo­ven­dien ligt de­ze stad meer dan twee ki­lo­me­ter bo­ven de zee­spie­gel, dus is er spra­ke van zuur­stof­ge­brek. El­ke klei­ne in­span­ning ver­oor­zaakt dan ‘gro­te’ ver­moeid­heid.

Te­rug.

*(2)
De gaat / qat. (ﺍﻟﻗﺎﺕ) is een plant die in Je­men op gro­te schaal ver­bouwd wordt en waar­van op de blaad­jes ge­kauwd word­en voor een ver­do­vend ef­fect. Ik zal op 29 de­cem­ber 1997 bij een gaat-ses­sie met veel man­nen mee­ma­ken en ook en­ke­le blaad­jes kau­wen. In Wi­ki­pe­dia (Engels) wordt uit­ge­breid in­ge­gaan op dit roes­mid­del.

Te­rug.

*(3)
De dish­da­sha is de lan­ge wit­te ‘jurk’ die man­nen in de Ara­bische we­reld dra­gen en heeft ver­schil­lende na­men, die af­han­ke­lijk van de re­gio zijn. Zo wordt die dish­da­sha ge­noemd, of ook wel thawb. Bij Wi­ki­pe­dia wor­den ver­schil­len­de na­men op­ge­somd. (Engels)

Te­rug.

*(4)
De djam­bia is een krom­me dolk die er ver­vaar­lijk uit­ziet om­dat de sche­de nog­al groot is. Al­le man­nen, van­af veer­tien jaar (al­leen in Noord-Je­men) dra­gen de­ze dolk op hun buik. Zie Wikipedia voor meer in­for­ma­tie. (Engels.)

Te­rug.

*(5)
Een koefiyya / imama is de rood-wit of zwart-wit ge­blok­te Ara­bische hoofd­doek die met na­me in Sa­oedi-Ara­bië en de Golf­sta­ten door man­nen ge­dra­gen wordt. Soms met een zwar­te band op het hoofd als een soort ‘plaats­houder’, die agaal heet. Zie Wikipedia voor meer in­for­ma­tie. (Engels.)

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Nico.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

20 november 1997

Sana'a
Traditionele huizen in Sana’a, bij bewolkt weer.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9427) Gis­te­ren ar­ri­veer­de ik in Sana’a en over­nacht­te in het du­re Taj She­ba-ho­tel. – Van­daag ver­kas ik naar het goed­ko­pe­re al-Gas­mi-ho­tel in de oude stad van Sana’a, bin­nen de stads­mu­ren. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial. (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Donderdag, 20 november 1997.
Sana’a: 2/46.
Op 7.00 uur. Ontbijt.
Dagboek bijwerken.
Nu 9.00 uur.
Eerst ga ik naar het Gas­mi-ho­tel om een ka­mer te re­ser­ve­ren. Dan ga ik naar Dr. AS., hoofd van De Al­ge­me­ne Or­ga­ni­sa­tie van An­ti­qui­tei­ten, Mu­sea en Hand­schrif­ten*(1) die me kort ont­vangt, want hij moet naar een ver­ga­de­ring. Daar­na terug naar Taj She­ba-ho­tel en uit­chec­ken.
Ik vertel wat met de mooie In­di­ase re­cep­tio­nis­te die 25 no­vem­ber terug­gaat naar haar woon­plaats Ban­ga­lore, na an­der­half jaar Sana’a. Hier kan ze na zes uur ’s avonds niet meer al­leen op straat ver­schij­nen, daar kan ze gaan en staan waar ze wil en zelfs naar de dis­co gaan.
In Taj Sheba, dat tot een In­di­ase hotel­ke­ten be­hoort, wer­ken veel In­diërs.
Er is geen taxi die mij naar het Gas­mi-hotel wil bren­gen. Uit­ein­de­lijk wil iemand dat voor 500 rial doen. Bij het Gas­mi vraagt hij 600 rial. Ik be­taal zon­der pro­test. (’s Avonds, na het di­ner in Taj She­ba wil hij me weer voor 600 rial bren­gen. Ik zeg hem dat ik niet meer dan 100 rial wil be­ta­len. (De nor­ma­le prijs.) Hij wil dan niet.
In het hotel val ik twee uur in slaap.
Ik probeer in diverse kan­to­ren van Ye­menia een vlucht naar Say’un te boe­ken, maar over­al ligt de com­pu­ter plat. De re­den krijg ik al­leen maar op twee kan­to­ren te ho­ren: er wordt nieuwe soft­ware ge­ïn­stal­leerd.
Het Yemen Com­pu­ter Cen­ter is ge­slo­ten. Ik wil­de daar een UPS (en ap­pa­raat dat bij stroom­uit­val de span­ning vol­doen­de lang in stand houdt om een com­pu­ter nor­maal af te slui­ten) ko­pen.
Ik wissel 200 US-dollar voor 26.400 rial en ga te­le­fo­ne­ren in straat nr. 36 naar Pa en Ma. Ik voel me ver­plicht ook XX. te bel­len.
Circa 18.00 uur di­ner in Taj Sheba. Ik ben an­der­half uur te vroeg voor het buf­fet, dus eet ik à la car­te, wat me slecht be­komt, dat wil zeg­gen: het is niet zo lek­ker en het kost toch 3.600 rial. f. 54,00. Niet goed­koop.
Ik loop naar het Gas­mi-ho­tel en val op mijn ka­mer tussen 20.00 en 21.00 uur in slaap. Nu 22.00 uur.
Bed 00.00 uur.
Temperatuur: 17,4°C bui­ten en 20,5°C bin­nen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

In het Taj Sheba-hotel pro­beer ik een war­me dou­che te ne­men, maar er is in dit du­re ho­tel geen warm wa­ter! On­be­grij­pe­lijk. Een kou­de dou­che, let­ter­lijk en fi­guur­lijk. La­ter, na be­stu­de­ring van de kraan ont­dek ik dat, als je die open­draait er eerst koud wa­ter uit­komt. Als je die dan maar steeds ver­der open­draait komt er op een ge­ge­ven mo­ment lauw wa­ter. In de ui­ter­ste stand ‘open’ komt er gloei­end heet wa­ter. Bij­zon­der.
De taxichauffeur, een jon­ge­man, is een van de wei­ni­ge Je­me­nie­ten die geen qat ge­bruikt. Hij is sport­man en doet ken­ne­lijk aan hard­lo­pen, want zo’n ge­baar maakt hij er bij. (Wat is hard­lo­pen in het Ara­bisch? Ik ben zo­veel ver­ge­ten.) Taxichauf­feurs zijn mijn oe­fen­ob­jec­ten en moe­ten mijn krom­me Ara­bisch maar aan­ho­ren, tot­dat ik het weer een beet­je onder de knie heb. Ik wil ech­ter niet al­tijd maar pra­ten.
Als ik een aantal ki­lo­me­ters terug naar het Gasmi-hotel loop, valt het me op dat er zo­veel win­kels ge­slo­ten zijn. Is dat het ge­volg van de qat­ses­sies? Of draait de Je­me­ni­tische eco­no­mie zo goed, dat men zich een vrije za­ter­dag­mid­dag*(2) per­mit­te­ren kan? Dat laat­ste kan niet het ge­val zijn. Je­men hoort toch bij de top­tien van de arm­ste lan­den ter we­reld. Staat het niet op de vier­de plaats, van on­de­ren? Ik las gis­te­ren in The Ye­men Times dat de Mi­nis­ter van Fi­nan­ciën mo­men­teel al­le do­nor­lan­den af­reist om uit­stel van be­ta­ling van de schul­den te vra­gen, want het land kan niets op­bren­gen.
Ergens vlak over de brug over de Sayla [ri­vier], in de rich­ting van de nieuwe stad, aan de Zu­bayr­straat staat een groot huis waar van­af het dak luid­spre­kers al­ler­lei soort tra­di­ti­o­ne­le mu­ziek knoert­hard de straat in tet­te­ren. Er zijn men­sen die daar nog on­der blij­ven zit­ten. Die zijn ze­ker al doof. Wat dat al­le­maal be­te­kent weet ik niet. Op het ge­bouw hangt een Je­me­ni­tische vlag. Het pand ligt te­gen­over het Avia­tion en Meteo­ro­lo­gi­cal In­sti­tute.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Deze Algemene Organisatie is de for­me­le ont­van­ger van het ge­schenk van de Ne­der­land­se re­ge­ring. Dr. AS. is ver­ant­woor­de­lijk voor het be­leid in de Ha­dra­maut.

Te­rug.

*(2)
Het is vandaag don­der­dag, maar omdat in veel is­la­mi­tische lan­den en ook Je­men, de vrij­dag als ‘zon­dag’ (een vrije dag) geldt, spreek ik over don­der­dag als ‘za­ter­dag’, de dag vóór de vrije ‘zon­dag’.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

19 november 1997

Typische huizen in de oude stad van Sana’a.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9426) Ik ver­trek van­daag naar Ṣanaᶜā’, de hoofd­stad van Je­men, om later in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm te gaan wer­ken. Ik zal 48 da­gen van huis zijn. Dit is de twee­de keer dat ik in Je­men ben voor werk. In het voor­jaar van 1996 ver­bleef ik al drie maan­den in Ta­rīm. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Woensdag, 19 november 1997.
Leiden – Sana’a: 1/47.
Op 5.00 uur.
Afspraak is dat de taxi 7.50 uur zal ko­men. [Ver­ver­straat.]
Ik bel rond 8.00 uur. De taxi zou er zijn, maar mijn huis­num­mer niet kun­nen vin­den. Dat komt, zegt de chauf­feur la­ter te­recht, om­dat de straat aan het an­de­re eind West-Ha­ven­straat heet.
We halen XX. op. (Ik laat er een zak vuil­nis ach­ter, ver­pakt in een C&A-zak, om de taxi­chauf­feur niet te ‘schof­feren’.)

Trein

XX. gaat mee naar het Sta­tion. Als de trein van 8.31 uur (met vijf mi­nu­ten ver­tra­ging) komt, blijkt de in­gang naar het Eer­ste­klas com­par­ti­ment toch wel erg smal. (Smal­ler dan de Twee­de­klas?) Ik kocht Eer­ste­klas kaart­jes voor ons bei­den, maar het is druk en het por­taal [bal­kon] staat ook vol met Twee­de­klas­sers. Na enig ge­doe, lukt het ons om in de bij­na vol­le Eer­ste­klas toch een krap plaats­je te vin­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Schiphol

Inchecken in Schip­hol kan di­rect. Ik zet 40,8 kg. op de weeg­schaal en be­weer glas­hard dat de hand­ba­ga­ge lich­ter is dan 10 kg. (Was on­ge­veer 15 kg.) Ik moet 792 gul­den over­ge­wicht be­ta­len voor 15 kg. Ik doe dat met 420 US-dol­lar en 30 Ne­der­land­se cen­ten.
In afwachting van het ver­trek in het dak­res­tau­rant pro­beert XX. in een bij­na niet af­la­ten­de woor­den­stroom haar kwa­li­tei­ten aan te prij­zen en de kwa­li­tei­ten van al­le an­de­re be­ken­de vrou­wen te mi­ni­ma­li­se­ren. Het liefst zou ik zwij­gend en stil voor mij uit wil­len heb­ben sta­ren, dro­men en ge­nie­ten van dat sexy kont­je van dat blond­je voor me in haar strak­ke zwar­te broek. Slechts een expres uit­ge­breid toi­let­be­zoek brengt de ver­lang­de rust. Me­teen als het tijd is ga ik in­stap­pen en ga bij­na aan boord van het vlieg­tuig naar Mon­treal, Ga­te F. 8, ter­wijl ik bij Ga­te F. 7 moet zijn. Ik was al door de me­taal­de­tec­tor.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Vlucht

Mijn stoel is 34 A, bij een raam, niet ro­ken, niet bo­ven een vleu­gel en aan de lin­ker­kant. (Van­we­ge de zon.)
Naast mij komt nie­mand. Het vlieg­tuig is bij lan­ge na niet vol.
Er zijn half­naak­te mos­lims op weg naar Mek­ka, in staat van Ih­raam*(1), met hun wit­te doe­ken om. (Hoe heet dat ook al weer?)
Verder zijn er veel ‘olie­boe­ren’ van Yemen Hunt*(2) en met een van hen be­gin ik een ge­sprek, tij­dens de tus­sen­stop in Djed­dah [Saoe­di-Ara­bië].
Hij en een ander wer­ken off­shore in de Ro­de Zee op een ter­mi­nal waar tan­kers de in de woes­tijn ge­von­den olie la­den. De rest van die man­nen werkt daar, in de woes­tijn.
Hij werkt al drieën­half jaar in Je­men. 28 da­gen op zijn me­ta­len ei­land en 28 da­gen bij zijn vrouw in En­ge­land. (Het be­taalt niet veel, maar hij heeft dus per jaar een half jaar vrij.) Het moet uit de leng­te of de breed­te ko­men.) Van Je­men zag hij niet meer dan Baab al-Yemen en (van­uit de he­li­kop­ter die hem van­uit Sana’a naar zijn ei­land brengt) en het berg­land­schap met de ter­ras­cul­tuur.
Boven de Nijl maakte ik dia’s van het Nijl­dal. Een van de Ro­de Zee.
Ik verbaas me over de zee van licht in het enorm gro­te uit­ge­strek­te Jed­da. Ik maak en­kele dia’s.
Ik verbaas me over de zee van duis­ter­nis van Sana’a, an­der­half uur na het ver­trek uit Jed­dah.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Sana’a

In no time sta ik bui­ten de lucht­ha­ven en neem voor twin­tig dol­lar een taxi naar het Taj Sheba ho­tel waar ik voor 160 US-dol­lar plus 12% be­las­ting (20 US-dol­lar) voor één nacht een kamer huur.
Na enige rust over­valt mij de slaap en ik ga rond 00.00 uur naar bed.
Weer in Sana’a: droog na een regen­bui.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

We vliegen een stuk over / langs de Nijl. Ik maak en­kele dia’s. Ook een van de Rode Zee en ver­schil­len­de van het in een zee van licht ba­den­de Jed­da. Een enorm gro­te stad. Van­uit de lucht zie ik ver­schil­len­de luna parks. Dat ver­baast me. De Sy­rische chi­rurg uit al-Ri­yaad had me ver­le­den jaar in het vlieg­tuig uit Am­man toch ver­teld dat er in Saoe­di-Ara­bië geen an­der ple­zier is dan win­ke­len. Nu blijkt er nog meer ple­zier te zijn. Ker­mis­sen. Wat een los­ban­dig­heid. Welk ge­not zal er in dat land nog meer te ge­nie­ten zijn?
Een van de pas­sa­giers van het KLM-vlieg­tuig is een me­ca­ni­cien op een olie­ter­mi­nal in de Ro­de Zee. Hij ver­tel­de me dat hij in de buurt van Dah­ran had ge­werkt, in Saoe­di-Ara­bië, vanaf no­vem­ber 1990. Vast per­so­neel vlucht­te toen weg uit angst voor Irak (in­va­sie in Koe­weit). Hij, van de En­gel­se oost­kust, had geen er­va­ring in de olie-in­dus­trie en sprak ook al­leen maar En­gels, maar werd tocht aan­ge­no­men. Het werk be­taal­de goed, maar het stren­ge re­li­gieu­ze kli­maat had hem ver­dre­ven. Nu werkt hij voor Yemen Hunt Oil Com­pany. Veel min­der verdien­sten, dat wel, maar 28 da­gen op en 28 da­gen af. Dat wil zeg­gen dat hij per jaar een half jaar vrij had. (Dat ver­schil zat in zijn be­dui­dend la­ge­re loon).
Hoewel hij al meer dan drie­ën­half jaar in Je­men werk­te had hij van het land niet meer ge­zien dan Bab al-Yemen in Sana’a en dat deel van het land dat on­der de he­li­kop­ter door­gleed, tus­sen Sana’a en zijn gro­te, tien­tal­len me­ters hoge en een kwart mijl lan­ge me­ta­len ei­land in de Ro­de Zee, als hij er­heen ge­bracht werd of er van­af ge­haald werd. Hij ver­tel­de dat het land­schap erg mooi is. Ho­ge ber­gen, waar men­sen op de rand van de rot­sen in ste­nen hui­zen le­ven en waar het land be­werkt was met ter­ras­bouw.
Het vliegtuig was al niet vol. In Djed­da stap­ten ook nog veel men­sen uit. Ook mos­lims in staat van Ihram, met de doe­ken om hun naak­te li­chaam. Er kwa­men geen nieuwe pas­sa­giers bij. De vlucht naar Djedda duur­de 5 uur en een kwar­tier. De vlucht van Djed­da naar Sana’a 1 uur en 25 mi­nuten.
Uitstappen en bagage op­ha­len, doua­ne en taxi. Al­les ging veel snel­ler dan in maart 1996, toen ik hier voor het eerst kwam. Het is al­le­maal in een kwar­tier ge­beurd. Voor 20 US $ word ik in de stad af­ge­le­verd bij het Taj She­ba ho­tel.
Het Taj Sheba heeft nog ka­mers vrij. 160US$ per stuk en daar­bij komt nog 12% be­las­ting. Ik be­sluit maar één nacht te blij­ven.
Op de kamer eten (brood uit Ne­der­land) en een ar­ti­kel le­zen van Sheikh AB. in The Ye­men Ti­mes. Het ar­ti­kel gaat over de ad­mi­ni­stra­tie­ve op­de­ling van de Ha­dra­maut, waar­van de Sheikh een te­gen­stan­der is. Hij is hoofd van de Is­lah-partij*(3) van de Ha­dra­maut. [Sheikh AB. was de vo­ri­ge di­rec­teur van de hand­schrif­ten­bi­blio­theek in Ta­riem, mijn reis­doel.]
Ik herkende zijn gezicht op de foto di­rect. Hij ziet er waar­dig uit. Een echt ge­leerd ie­mand. Een echte Sheikh.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Ihraam / Iḥrām. (ﺇﺣﺮﺍﻡ)
Wan­neer mos­lims / mos­li­ma’s op pel­grim­stocht naar Mek­ka gaan, moe­ten ze op een be­paal­de ma­nier ge­kleed zijn en ook op een be­paal­de ma­nier ri­tueel rein zijn. Dit heet Iḥrām.
(Wikipedia: Ihram.)

Te­rug.

*(2)
Yemen Hunt Oil Company. De maat­schap­pij die olie uit de Je­me­ni­tische bo­dem haalt.
Wikipedia: Yemen Hunt Com­pany.
De olievelden in Jemen. (Af­beel­ding van petrolitico.blogspot.nl)

Te­rug.

*(3)
Islah-partij. (De islaah: al-Iṣlāḥ (ﺍﻟﺈﺻﻠﺎﺡ) be­te­kent ‘de her­vor­ming’, in de zin van ‘ver­be­te­ring’.) De Is­lah-par­tij is een par­tij met een con­ser­va­tie­ve / fun­da­men­ta­lis­tische agen­da, ge­lieerd aan / on­der­steund door Saoe­di-Ara­bië.
(Wikipedia: al-Islah (Yemen).

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Dahran (al-Ẓahrān):
GM., Wi.
:ﺍﻟﻈﻬﺮﺍﻥ

MenuFo­toBe­ginEindeTranscriptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­criptie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

18 november 1997

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9425) Ik woon in Lei­den. – Mor­gen ver­trek ik naar Je­men, om daar ze­ven we­ken in de Ḥa­ḍra­maut (Zuid-Je­men) in de plaats Ta­rīm te gaan wer­ken in een bi­blio­theek. Ver­le­den jaar werk­te ik daar drie maan­den. – Ik ga op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. – Ik ga uit eten met XX. Zij is he­vig ver­liefd op mij, ik niet op haar.

MenuIndex en het einde.

Dinsdag, 18 november 1997.
Ik regel de laatste za­ken, al­le ver­ge­ten in­ko­pen en ga ’s avonds met XX. eten. Het is ge­zel­lig (bij Mal­le Jan aan de Nieuw­steeg): f. 113,00. (f. 12,00 fooi.)
Zij vloeit over van lief­de. Ik voel niets.
Ik vertel een beet­je, in be­dek­te ter­men, over En­ne­fea, maar noem die naam niet. Zij gaat na­tuur­lijk door de grond van ja­loe­zie.
Het leven is hard. Zij is zo lief, ik voel geen lief­de voor haar.
Nu circa 00.30 uur. Over 24 uur zit ik in Ṣanaᶜā’. [De hoofd­stad van Je­men.]
Er is geen hotel ge­re­ser­veerd. De [Ne­der­land­se] Am­bas­sa­de liet het af­we­ten. Ver­le­den jaar was er wel me­de­wer­king.

MenuBe­ginEindeTrans­criptie.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Jemen (al-Yaman):
GM., Wi., F.
:ﺍﻟﻴﻤﻦ
Ṣanaᶜā’:
GM., Wi., F.
:ﺻﻨﻌﺎﺀ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dexJemen 1997/98-over­zicht.

Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dexJemen 1997/98-over­zicht.

18 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7507) Ik over­nacht in het Ana­do­lu-ho­tel in Istan­bul op een over­dekt ge­deel­te van het dak­ter­ras. – Van­daag vlieg ik van Istan­bul naar Am­ster­dam Schip­hol. Mijn dag­boek ver­meldt het he­le­maal niet, maar dit is mijn eer­ste vlucht ooit (met uit­zon­de­ring van een kor­te vlucht in een zweef­vlieg­tuig, eind ja­ren zes­tig) in een vlieg­tuig. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus. – Ik sluit het dag­boek­ver­slag van deze va­kan­tie naar Tur­kije en Sy­rië af met een be­schou­wing van mijn ver­blijf in bei­de lan­den, dan volgt het Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990 over Sy­rië en Tur­kije en daar­na een ver­slag uit het tijd­schrift Sum van sep­tem­ber 1992 over de dic­ta­tuur in Syrië.

MenuIndex en het einde.


 
 

Dinsdag, 18 augustus 1992.
Istanbul – Amsterdam – Leiden.
Slecht slapen.
Op rond 02.45 uur. Douche. (Ik moet wach­ten, want er zit iemand in.)
Om 03.45 uur op de stoep bij het reis­bu­reau. Het bus­je zou om 04.00 uur ko­men. Het bus­je dat komt houd ik aan. (Ik ben zon­dag 16 au­gus­tus jl. wijs ge­wor­den.) De chauf­feur weet ner­gens van.
Om circa 04.15 komt een bus­je. Een knap­pe Ne­der­land­se meid met een jon­gen en ook an­de­ren zit­ten er in. Ik zwijg in al­le ta­len na mijn “Morgen“.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Luchthaven

Rond 04.45 uur: lucht­haven.
Bij het omwis­se­len van TL. 100.000 in Istan­bul kreeg ik US$ 12. Toen ik de re­ke­ning vroeg, moest ik mijn pas­poort la­ten zien en kreeg ik er nog een dol­lar bij!
Ik word aangesproken door een Turks jon­getje dat uit Woen­sel bij Eind­ho­ven komt. We ver­tel­len wat.
Ook hier, op de luchthaven, hebben Tur­ken moei­te om in de rij te staan, wat on­der­ling no­gal wat ir­ri­ta­tie op­wekt.
Mijn bagage is 42 kilo, hand­ba­ga­ge waar ook nog een paar ki­lo in zit, niet mee­ge­re­kend. Nie­mand maakt zich er druk om. Som­mi­ge Tur­ken heb­ben meer dan 200 kilo bij zich en nie­mand zegt er wat van.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Vliegtuig

Ik begin nu ook voor te drin­gen en krijg daar­door een mooie plaats bij het raam van de niet-ro­kers af­de­ling in deze Aero­flot Tu­po­lev 154, die twin­tig mi­nu­ten te laat ver­trekt, maar pre­cies op tijd in Am­ster­dam aan­komt.
De vlucht is even spec­ta­cu­lair. Ik kijk veel in de­ze fris­se en veel la­waai ma­ken­de ma­chi­ne. Een klein ont­bijt stilt mijn hon­ger.
Landschap en wolken, ik zie van al­le soor­ten. Ik heb dat dus ge­zien. Hoe­wel ik op een mo­ment­je na, niet bang ge­weest ben, ga ik toch lie­ver met de trein. Bij het lan­den leek het toes­tel een mo­ment stil te staan. Ik dacht: ‘Nu flik­kert hij naar be­ne­den.’
Ik denk dat de rou­te van de vlucht de­zelf­de is als de trein­rou­te. We vlo­gen over Bel­gra­do en niet over de Al­pen, die ik in de ver­te wel meen­de te zien. We vlo­gen op tien ki­lo­me­ter hoog­te. Het was op het la­waai bin­nen na, een rus­ti­ge vlucht. Va­naf Zuid-Duits­land al­les be­wolkt.
Amsterdam 11.00 Turk­se tijd, dat is 10.00 uur Ne­der­land­se tijd.
De vlucht duurde 3 uur en 15 minuten!
Op Schiphol roept een stem mij. Het is TS. uit Maas­tricht en we ver­tel­len event­jes. Ik ken bij­na geen Lim­burgs meer, na meer dan twee jaar het niet ge­spro­ken te heb­ben. Hij zit nog steeds bij de Rijks­po­li­tie en nu bij de be­wa­king van Schip­hol. (Eén keer per jaar, een paar we­ken.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Thuis

Trein: f. 7,50.
Treintaxi: f. 5,00.
In Leiden geef ik de chauf­feur fooi (f. 2,50).*(1) Ik zag dat ook een an­de­re pas­sa­gier doen. (Zelf zou ik er niet aan ge­dacht heb­ben.) Hij reed ach­ter­uit de ge­blok­keer­de straat in om me voor de deur af te zet­ten.
Thuis: 12.00 uur.
Ik bel BW. (op zijn werk) en Pa en Ma.
Op de fiets naar het Post­kan­toor. On­der­weg met GZ. ver­tel­len, die met AH. vier­en­hal­ve week in Ma­rok­ko was.
In de winkel ver­tel­len met de mooie en aar­di­ge LM.
Verleden week viel de elek­tri­ci­teit uit, ver­tel­de BW. aan de te­le­foon. Sinds­dien is er geen warm wa­ter meer, zegt hij. Bu­ren pro­beer­den ver­geefs te hel­pen.
Ik onderzoek de boiler. De pomp blijkt vast te zit­ten. La­gers wel­licht ver­sle­ten. Ik krijg hem wel weer aan het lo­pen.
Van 15.30 tot 19.30 uur slapen.
Douche.
Eten.
Tv.
Nederland: circa 18 of 20°C.
Bed circa 22.00 uur?

MenuBe­ginIndex en het einde.

Kos­ten van de­ze va­kan­tie

Berekening: ik heb f. 2.900,00 to­taal uit­ge­ge­ven voor de reis en de voor­be­rei­din­gen.
Ik heb niet mee­ge­re­kend de nieuwe jeans, ver­an­de­ring van de bril, ver­band­doos, scheer­ge­rei, toi­let­zak­je en der­ge­lij­ke, om­dat die din­gen ook la­ter van pas ko­men en ik ze niet als on­kos­ten bij vol­gen­de rei­zen zal aan­mer­ken.
32 overnachtingen in hotels kost­ten f. 391,40.
Vijf nachten gereisd: nacht van 12 op 13 juli, nacht van 16 op 17 juli, nacht van 21 op 22 juli, nacht van 22 op 23 juli, nacht van 14 op 15 au­gus­tus.
Deze vakantie duurde to­taal 37 nach­ten.
Ik gaf f. 683,00 uit voor ple­zier, ver­maak en eten en drin­ken.

MenuBe­ginIndex en het einde.


Evaluatie van mijn reis door Sy­rië en Tur­kije

Drie beschouwingen
Amnesty International Report 1990: Sy­riëTur­kijeSum: Sy­rië.


Evaluatie
Mijn reis door Tur­kije en Sy­rië in 1992

Omdat de maat­schap­pij in Tur­kije en Sy­rië an­ders is ge­or­dend dan de on­ze is het vol­gens mij in­te­res­san­ter om bei­de Azia­tische lan­den te eva­lu­e­ren dan te be­rich­ten over de Hon­ga­ren in Bu­da­pest, waar ik ook en­ke­le da­gen ver­bleef. Hun sa­men­le­ving wijkt niet zo­veel af van de on­ze.
In Turkije moet je voor je­zelf op­ko­men, veel meer dan dat wij ge­wend zijn. Er is veel cor­rup­tie en de po­li­tie daar is een be­duch­te / be­ruch­te te­gen­stan­der van de bur­ger. Po­li­ti­ci be­lo­ven van al­les, maar er ge­beurd niets. Kran­ten ne­men de po­li­tiek (daar­om?) niet se­rieus of be­rich­ten er­over met een sek­sue­le on­der­toon. Er is ver­plicht on­der­wijs, maar dat schijnt ma­tig te zijn en de ver­plich­ting duurt niet lan­ger dan vijf jaar.
Syrië is een re­gel­rech­te, se­cu­liere, so­cia­lis­tische dic­ta­tuur, met daar­bij de be­ken­de per­soons­ver­heer­lij­king van de al­leen­heer­ser Ha­fez al-As­sad. In Sy­rië over­heerst de angst. Sy­riërs moe­ten al­tijd op hun woor­den let­ten en tel­kens er­voor zor­gen ze niets ver­keerds zeg­gen. Zij kun­nen nie­mand ver­trou­wen, zelfs hun ei­gen fa­mi­lie niet. Men kan daar de aan­dacht geen mo­ment la­ten ver­slap­pen, want ook als je per on­ge­luk iets ver­keerds zegt, moet je voor je le­ven vre­zen. Er zijn in Sy­rië ze­ven ge­hei­me diens­ten die el­kaar in de ga­ten hou­den, maar ook ieder­een die zich op het Sy­risch grond­ge­bied be­vindt, dus ook toe­ris­ten, bui­ten­land­se werk­ne­mers en an­de­ren die in Sy­rië ver­blij­ven, vluch­te­lin­gen bij­voor­beeld. On­der­wijs is er al­leen voor de ge­goe­de bur­ge­rij, zij die aan het po­li­tie­ke re­gi­me zijn ge­li­eerd. Al­le an­de­ren moe­ten wer­ken. Zo­dra jon­ge­tjes kun­nen luis­te­ren moe­ten ze aan de slag.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.

Onderwerpen in de evaluatie
Waarover wilt u lezen?

 
 

 
Amnesty Inter­na­tional Report 1990
SyriëTurkije
Sum 1992: Land in een ver­stik­ken­de houd­greep: Syrië
 

Kinderarbeid

Syrië
Het is schrik­ba­rend te zien hoe­veel jon­ge­tjes wer­ken. Ik denk dat ze, zo­dra ze kun­nen lo­pen en luis­te­ren (pra­ten is niet no­dig), moe­ten wer­ken. In Alep­po viel het me op dat in die straat waar ho­tel Tou­rist ligt, en waar dus au­to­ban­den ver­wis­seld wor­den, de jon­ge­tjes van vijf, zes of ze­ven jaar maat­over­alls dra­gen met de naam van de ga­ra­ge erop.
Wat zouden ze ver­die­nen? (Ver­die­nen ze wel?)
Waar werken de meisjes? In huis? Als wat?
Slechts jongetjes van de goe­de klas­se, klei­ne dik­ker­tjes, wer­ken niet. Wat doen die? Spe­len?
 
Turkije
Kinderen in Turkije moe­ten vijf jaar naar school. Na hun twaalf­de is ver­volg­on­der­wijs mo­ge­lijk, maar de kos­ten daar­van zijn voor veel ou­ders niet op te bren­gen. Ik zag in An­tak­ya een jon­ge­tje van twaalf jaar die zes da­gen in de week (vol­gens ei­gen zeg­gen) in een ga­ra­ge werkt en op de ze­ven­de dag (zon­dag) voor TL. 1.000 (f. 0,25) schoe­nen poetst.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Werkloosheid

Syrië
Volgens mij is er een enor­me werk­loos­heid, maar die is ver­bor­gen. In ieder klein win­kel­tje staan wel twee of drie men­sen die met z’n al­len even­veel werk heb­ben als één per­soon, maar om be­zig te blij­ven vaak zin­lo­ze ta­ken uit­voe­ren. Zo moet je in een res­tau­rant eerst een bon­net­je ko­pen waar­bij je te­gen de kas­sier ver­telt wat je wilt drin­ken of eten. Dan be­taal je en je krijgt het bon­net­je en dan zeg jij (of de kas­sier) te­gen de man ach­ter de toon­bank wat je wilt heb­ben en je geeft hem dan het bon­net­je.
 
Turkije
Ook in Turkije wer­ken er veel men­sen in res­tau­rants, maar de (ver­bor­gen) werk­loos­heid is toch min­der, denk ik, dan in Sy­rië.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Inflatie

Syrië
De inflatie is groot. Een Sy­risch pond (Lira Soe­riyya) is U$ 0,0238 of­te­wel 1 dollar is £. 42. Eén gulden is £. 24,75.
 
Turkije
De waarde van de Tur­kse Lira (TL.) is wei­nig: TL. 1.000 is een kwart­je (f. 0,247).

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Mensenrechten

Syrië
Zie Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990, Sy­rië.
 
Turkije
Zie Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990, Tur­kije.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Paspoorten en legitimatie

Syrië
Het verkrijgen van een pas­poort is een voor­recht, maar dat wil niet zeg­gen dat je ook zo­maar naar het bui­ten­land kunt rei­zen. Eerst moet je je dienst­plicht van twee­ën­half jaar (voor ieder­een ver­plicht, be­hal­ve de eni­ge zoon in een ge­zin) ver­vuld heb­ben. Voor het rei­zen naar het bui­ten­land moe­ten een aan­tal pro­ce­du­res af­ge­legd wor­den. (Vol­gens J. in Alep­po.)
Zelfs het reizen in het bin­nen­land kan niet zon­der le­gi­ti­ma­tie­be­wijs.*(2) Ik moest iedere keer mijn pas­poort to­nen (be­hal­ve in Ha­ma) als ik kaart­je wil­de ko­pen. Bo­ven­dien con­tro­leer­de de po­li­tie op het sta­tion van Alep­po (30 juli jl.) twee keer de le­gi­ti­ma­tie­be­wij­zen van mij en de me­de­pas­sa­giers. De bus van Deir al-Zor naar Da­mas­cus op 2 au­gus­tus jl. werd drie keer voor po­li­tie­con­tro­le (op de split­sing der we­gen) aan­ge­hou­den.
 
Turkije
Volgens SK. in An­tak­ya zijn er in Tur­kije twee soor­ten pas­poor­ten: groene en blauwe. Een van de twee soor­ten is voor ieder­een en dus waar­de­loos. De an­de­re is al­leen voor over­heids­func­tio­na­ris­sen en die kun­nen dus naar het bui­ten­land rei­zen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Media

Syrië
Ik heb in Syrië geen krant ge­kocht, noch ge­le­zen. Re­ge­rings­pro­pa­gan­da wil­de ik niet le­zen. al-Hayat [Het leven, een dag­blad uit­ge­ge­ven in Lon­den] hing ook aan de lijnt­jes, waar de kran­ten aan hin­gen. Was dit de ech­te of een Sy­rische imi­ta­tie, vraag ik me nu pas (1-9-92) af. In Sy­rië dacht ik dat het een spe­cia­le Sy­rië-edi­tie was, maar ik heb het niet ge­con­tro­leerd.
Op 14 augustus jl. las ik in An­tak­ya in Tur­kije de Sy­rische kran­ten al-Thaw­ra [de Re­vo­lu­tie] en Tish­rien [Ok­to­ber] bei­de van 6 au­gus­tus ’92, die al­le twee al­le hoofd­ar­ti­ke­len met pre­cies de­zel­fde woor­den weer­ga­ven. De kop­pen ver­schil­den een beet­je.
Buitenlandse kran­ten wa­ren in Sy­rië niet te koop. Ik heb niet echt ge­zocht, maar men heeft mij dat ook ver­teld. Al­leen bui­ten­land­se week­bla­den als ‘News­week‘ was ver­krijg­baar. Van Fran­se toe­ris­ten hoor­de ik dat dag­blad ‘Le Mon­de‘ ver­krijg­baar was, maar de po­li­tiek ge­voe­li­ge blad­zij­den wa­ren er uit­ge­scheurd.
De televisie prijst het le­ger uren­lang. Dat zag ik op 1 augustus jl. Ver­der slap­pe ko­me­dies.
Volgens de ‘communist‘ in Da­mas­cus (5 augustus jl.) wa­ren er maar drie be­lang­rij­ke din­gen in het le­ven van de mens: brood, seks en vrij­heid
Over brood hoeven we het niet te heb­ben, dat is zo­wel in Sy­rië als in Tur­kije in rui­me ma­te voor­han­den en ook goed­koop.
Zonder nieuws van de bui­ten­we­reld zou ik het daar niet lang kun­nen uit­hou­den.
 
Turkije
Volgens mijn zegslieden: stu­dent in de trein naar An­ka­ra (21 juli jl.) en Duits-Turk­se vrouw in An­tak­ya (24 juli jl.) stelt de be­richt­ge­ving over po­li­tiek, in Tur­kije niets voor. Po­li­tiek wordt niet se­rieus be­na­derd of met een sek­sue­le on­der­toon. Al­leen maar be­rich­ten over de groots­heid van Tur­kije en con­stant ver­nieu­win­gen, die op po­li­tiek ge­bied ove­ri­gens niet uit­ge­voerd wor­den.
Tv heb ik er nau­we­lijks ge­ke­ken.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Vrijheid

Syrië
Syrië: lees dit dagboekverslag, lees ook het verslag ‘Land in een verstikkende houdgreep‘ in SUM, september 1992 en het rapport van Amnesty International Report 1990: Sy­rië.
MG. in Damascus en an­de­ren be­dach­ten na­men als ‘Dis­ney­land’ (Is­raël) en Mi­chel Pla­ti­ni (Hafiz al-Asad) om vrij te kun­nen spre­ken over an­ders dan nor­male (wat is nor­maal in zo’n land?) za­ken.
J. in Aleppo ver­tel­de over een oom die tien jaar ge­le­den gear­res­teerd was en waar­van men sinds­dien niets meer ver­no­men had.
 
Turkije
In Turkije is de vrij­heid is gro­ter dan in Sy­rië, maar lees toch Amnesty International Report 1990: Tur­kije.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Godsdienst

Syrië
Het kritiek­loos ge­lo­ven in de vol­le­di­ge waar­heid van de ko­ran was me op de Uni­ver­si­teit Lei­den ver­teld. Toch was ik ver­bijs­terd toen ik con­sta­teer­de dat de soep wél zo heet ge­ge­ten wordt als die wordt op­ge­diend.
De mensen die ik sprak ge­lo­ven zeer se­rieus en zon­der spoor­tje van twij­fel in de waar­heid van de ko­ran.
Kritiekloos ver­tel­den ze mij (wat hen ook ver­teld was) dat de ko­ran al­leen maar waar­heid be­vat en dat al­les wat er­in staat ook nog op al­le tij­den, dus ook de­ze tijd, toe­pas­baar is.
 
Turkije
Jongeren in Istanbul ver­tel­den mij dat je zon­der pro­ble­men atheïst kunt zijn in Tur­kije, maar je mag niet aan de leer van de stich­ter van de staat, Mus­ta­fa Ke­mal Ata­türk, twij­fe­len.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Seks

Syrië
Ik ben naar Syrië ge­gaan om mijn Ara­bisch in de prak­tijk te toet­sen. (Ma­rok­ko be­hoorde niet tot de mo­ge­lijk­he­den, om­dat het Ma­rok­kaans dia­lect / Ara­bisch sterk af­wijkt van het Ara­bisch dat el­ders ge­spro­ken wordt.)
Dat wat de Syriërs van een wes­ter­ling wil­len we­ten is voor hen in­te­res­sant, maar voor de wes­ter­ling niet, want hun vra­gen gaan al­tijd over de­zelf­de on­der­wer­pen: vrou­wen, kin­de­ren, geld en gods­dienst. Ik had geen ken­nis ge­noeg van de Ara­bische taal, om over an­de­re din­gen te spre­ken, dus kreeg ik op den duur een he­kel om met men­sen Ara­bisch te pra­ten.
Seks en dus, vrou­wen, is een pro­bleem. Man­nen zijn met niets an­ders be­zig. Elke wes­ter­se vrouw moet ‘ge­pakt’ kun­nen wor­den.
J. in Aleppo wilde met A. en T. sa­men rei­zen naar de ‘rest’ van Sy­rië om een sek­sue­le re­la­tie met A. te heb­ben, zei hij te­gen mij. Ik ge­loof niet dat hij dat te­gen A. ge­zegd heeft. Zij wim­pel­de hem af, ver­tel­de hij mij ook. Vol­gens hem ko­men al­le vrou­wen uit het wes­ten om met Ara­bische man­nen te neu­ken.
Ik zeg tegen J. dat de­ze in­druk ont­staat uit wes­ter­se films, die slechts an­der­half of hoog­uit twee uur du­ren, maar het ver­haal strekt zich soms uit over een maand of zelfs een jaar. (En, vol­gens XX. be­vat­ten on­ze films ook ex­pli­ciet of im­pli­ciet uit­ge­druk­te co­des, die ie­der van ons be­grijpt, maar voor men­sen uit een an­de­re cul­tuur niet te be­grij­pen zijn en / of on­op­ge­merkt blij­ven.)
Ik zeg tegen J. dat meis­jes die een Ara­bische vrij­er wil­len, over het al­ge­meen in uit­gaans­cen­tra, zoals de kust, zul­len zoe­ken en geen moei­za­me toch­ten langs cul­tu­re­le en ar­cheo­lo­gische be­ziens­waar­dig­he­den zul­len on­der­ne­men.
Naast seks is het al of niet heb­ben van een vrouw erg be­lang­rijk. On­ge­huwd is on­be­grij­pe­lijk. Ze­ker op mijn leef­tijd. En ook geen kin­de­ren, nog on­be­grij­pe­lij­ker. Zelfs één kind is nog te wei­nig, heb ik ge­merkt.
J. vroeg me in het res­tau­rant iets over mijn le­ven. Ik zei, tot zijn schrik en hi­la­ri­teit van A.: “Ik weet niet meer wat ik je ver­teld heb, maar ik zal je nu de waar­heid ver­tel­len.” Dat deed ik dus, in­clu­sief een klein leu­gen­tje, dat ik in Ne­der­land wel een vrien­din heb. (Ik ge­loof dat ik dat gezegd heb.)
 
Turkije
In Turkije is de si­tua­tie het­zelf­de. Het voort­du­rend ver­tel­len over mijn samen­le­vings­vorm hing me al spoe­dig de keel uit. Ik heb tien­tal­len ver­hal­en ver­teld. Ik was 31 of 26 of 41. Ik had een vrien­din, een / geen vrouw. Geen kind of een kind. Mijn vrouw / vrien­din was thuis, in het ho­tel, enzovoorts. Nooit was het goed.
Maar in Tur­kije is pros­ti­tu­tie le­gaal en door de over­heid ge­con­tro­leerd. (Wat houdt dat in?)
In Antakya is een por­no­bios­coop. Meis­jes mo­gen niet naar bin­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Helpen

Syrië / Turkije
Verder is het in bei­de lan­den zo, dat als je iemand iets vraagt, het vol­ko­men on­dui­de­lijk is of hij je wil hel­pen of niet. Soms hel­pen ze al­weer een vol­gen­de, soms zijn ze nog met je be­zig. Soms lo­pen ze weg om je wat te wij­zen. Soms lo­pen ze weg om iemand an­ders te hel­pen. De bij­be­ho­ren­de co­de en / of het ge­baar heb ik niet kun­nen ont­dek­ken.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Voordringen

Syrië / Turkije.
Zowel in Turkije als in Sy­rië drin­gen de men­sen voor om aan de beurt te ko­men bij lo­ket­ten en ba­lies. Als je dat niet doet kom je niet aan de beurt.
Ik zie dit drin­gen als sym­bool voor hun sa­men­le­ving. (Hoe­wel het mo­ge­lijk ook een ge­volg is van hun sa­men­le­ving.) Als je op je beurt wacht, kom je nooit aan de beurt. Je moet con­stant vech­ten voor je beurt, je plaats (ook in de maat­schap­pij), voor je rech­ten, voor je brood. Je moet vech­ten voor je le­ven, om te over­le­ven. Het le­ven is er hard. Het heeft wel wat. Als je goed ter been bent en wel­be­spraakt, dan is het een uit­da­ging, maar als je niet tot die groep be­hoort en ook geen geld hebt …

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Verkeer en lawaai

Syrië / Turkije
Zoals ik ook schreef bij het ‘drin­gen voor lo­ket­ten’ zijn de ge­drags­re­gels hier no­gal af­wij­kend van het wes­ten.
In Boe­da­pest wach­ten de voet­gan­gers net­jes voor de ver­keers­lich­ten tot­dat die groen wor­den, dat doen ook de auto­mo­bi­lis­ten.
In Turkije probeert ieder­een zo snel mo­ge­lijk aan de over­kant te ko­men, of de voet­gan­gers­lich­ten nu groen of rood zijn.
Auto’s rij­den zo­ver door dat voet­gan­gers­over­steek­plaat­sen vol­le­dig ge­blok­keerd zijn.
In Syrië zijn met uit­zon­de­ring van Da­mas­cus en Alep­po geen voet­gan­gers­lich­ten. Ver­der rijdt iedere auto erg hard.
In Syrië en Turkije steek je over op ei­gen ri­si­co. Er is geen en­ke­le au­to [au­to­mo­bi­list!] die een voet­gan­ger voor laat gaan.
Alles op wie­len, zelfs fiet­sen en kar­ret­jes schijnt voor­rang te heb­ben op voet­gan­gers. Ook hier geldt het prin­ci­pe van drin­gen. Je moet drin­gen om aan de over­kant te ko­men. Dring je niet, dan kom je er niet.
Dit zijn mis­schien luxe­pro­blemen van een ver­wen­de wes­ter­ling, die boven­dien lang­zaam gek wordt van het voort­du­ren­de la­waai van auto­ge­toe­ter en an­der ge­raas. Een idi­oot ra­zend ver­keer en er is ner­gens (met uit­zon­de­ring van in de mos­kee en de bin­nen­plaats van het ho­tel) een rus­tig, stil plek­je te vin­den.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Keelschrapen

Syrië / Turkije
De mensen schra­pen hier vaak en zeer luid (hoor­baar) hun keel en kot­sen op de meest ‘on­mo­ge­lij­ke’ plaat­sen. Daar kan ik maar moei­lijk aan wen­nen, hoe­wel ik dat fe­no­meen al ken­de van mijn va­kan­tie in Por­tu­gal waar ik in au­gus­tus 1983 was.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Electriciteitsuitval

Syrië
In heel Syrië valt één keer per dag de elek­tri­ci­teit een paar uur per dag uit. In ver­schil­len­de plaat­sen op ver­schil­len­de tijd­stip­pen, om­dat ze niet ge­noeg kun­nen pro­du­ce­ren. Als ze er niet meer pro­du­ce­ren zal het al­leen maar er­ger wor­den.
In computerwinkels kun je ap­pa­ra­tuur ko­pen om de 220V net­span­ning te sta­bi­li­se­ren. Veel win­kels heb­ben een eigen ge­ne­ra­tor.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Rommel

Syrië
Syrië / Turkije. Om­dat de over­heid niet veel voor de bur­ger doet, doet de bur­ger ook niets (vrij­wil­lig) voor de over­heid. Ge­volg: over­al een enor­me rot­zooi en ver­vui­ling.
Zelfs als pu­blie­ke wer­ken een straat open­breekt ziet het er­uit als een bom­krater. (Deir al-Zor en Da­mas­cus.)
In West-Da­mas­cus (al-Mazza) was er een mo­der­ne scho­ne woonwijk.
 
Turkije
In Istanbul kon ik zien dat de over­heid moei­te deed om het stads­beeld te mo­der­ni­se­ren.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Natuurschoon?

Syrië
Vele Syriërs vonden dat ik naar La­ta­kia moest gaan, naar zee. Daar was het heel mooi, zei­den ze.
Omdat ik al van me­de­stu­den­ten en an­de­re toe­ris­ten had ge­hoord dat het een gro­te af­val­berg is, hield ik al­tijd de boot af met de me­de­de­ling dat ik in Ne­der­land slechts acht ki­lo­meter van de zee woon, dus geen zee meer hoef te zien.
Sy­riërs die nooit een an­der strand za­gen dan hun ei­gen strand, ge­loven dat dat zo hoort: dat af­val, want bij hen om de hoek is dat ook zo: over­al ligt af­val. Wij, wes­ter­lin­gen, die scho­ne stran­den ge­wend zijn, vin­den een sme­rig strand on­aan­trek­ke­lijk.)
 
Turkije
In Cevlik (Turkije) heb ik aan SK. ge­vraagd of het strand uit zand of uit mod­der be­stond. Op cir­ca vijf­tig meter af­stand leek het een gro­te mod­der­zooi. Vol­gens hem was het zand.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Vroeg oud

Syrië / Turkije
Zowel in Syrië als in Turkije zien kin­de­ren, jon­gens en jon­ge­man­nen, er in hun jeugd (al vroeg) oud uit.
Komt dit door de voe­ding (of het ge­brek aan voe­ding), het op jeug­di­ge leef­tijd al hard wer­ken of / en de al­tijd he­te zon, of het har­de le­ven?
Ik zag de moeder van SK. in An­tak­ya: ’n oud vrouwt­je, maar zij was nog jon­ger dan dan ik. Ik ben 41 jaar.
Ik vind in beide lan­den de ou­de­re man­nen (hoe oud zijn die ou­de­re man­nen?) vaak knap­per dan de jon­ge­man­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Alleen op de wereld

Syrië
Ik heb geen geschik­te reis­maten ge­von­den, on­der­weg. Al­leen met C. (die ik heel aar­dig vond) uit Keulen en A. (uit Münster) zou ik wel ge­reisd wil­len heb­ben. (Jon­ge vrou­wen! Voor­na­me­lijk we­gens C.) Al­le an­de­ren had­den niet zo’n reis­rou­te als ik. Daar­om voelde ik me soms een­zaam. Ik kon nooit eens een keer te­gen iemand kla­gen over de enor­me rot­zooi in Sy­rië en Tur­kije. Een an­der na­deel is dat je al­le be­slis­sin­gen al­leen moet ne­men en dus ook wel eens dom­me din­gen doet, zoals de reis naar We­nen boe­ken per bus na twee sla­pe­lo­ze nach­ten en de daar­op vol­gen­de bij­na stom­me fout van de reis van bij­na dui­zend gul­den per Luft­han­sa naar Mün­chen met twin­tig ki­lo te zwa­re ba­ga­ge.
Met z’n twee­ën is al­tijd beter, ze­ker in si­tua­ties als die in Deir al-Zor, waar ik drin­gend hulp van een maat no­dig had. (31 juli jl.)
(Na dat on­ge­luk in Deir al-Zor heb ik bui­ten, op straat, al­tijd met ge­slo­ten schoe­nen ge­lo­pen, dat was veel vei­li­ger.)
Ik was alleen op reis ge­gaan, om­dat de kans dat ik Ara­bisch zou kun­nen spre­ken dan veel gro­ter is dan wan­neer ik met iemand an­ders was, dacht ik en daar­om was ik soms bang dat iemand zou zeg­gen: “Nou, ik wil wel mee.”
Er zijn veel heel mooie men­sen (m/v) in Sy­rië en Tur­kije, maar meer dan een op­per­vlak­kig con­tact zit er tij­dens zo’n va­kan­tie niet in.
Op gegeven moment wil­de ik weer eens ge­woon Ne­der­lands spre­ken. Ik begon dus sterk naar Ne­der­land te ver­lan­gen.
Het is onaangenaam warm in Sy­rië, veel te warm. Tus­sen 11.00 en 18.00 uur is het on­houd­baar warm: 40°C in de scha­duw zon­der een zucht­je wind.
Het voort­du­ren­de la­waai, het ge­toe­ter / claxo­ne­ren van au­to’s. Het is er geen mo­ment stil.
Toch bleef ik nog een tijd­je in Sy­rië want ik wist dat te­rug­keer einde van de ‘va­kan­tie-on­be­zorgd­heid’ be­te­ken­de en thuis weer sleur zou be­te­ke­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Voeding

Syrië
Waarom ben ik niet de ge­plan­de vier we­ken in Syrië ge­ble­ven, maar niet meer dan twee­ën­hal­ve week?
In Nederland ben ik ve­ge­ta­riër, in Sy­rië moest ik vlees eten, kip, om iets warms bin­nen te krij­gen en het eten is er over het al­ge­meen een­to­nig. Steeds weer het­zelf­de. (Als je er je ei­gen pot­je kunt ko­ken is het ze­ker, wat dit punt be­treft, wel uit te hou­den.)
Tijdens deze reis heb ik (mi­ne­raal-) wa­ter le­ren waar­de­ren. Kraan­wa­ter is niet te ver­trou­wen, al­thans, ik ver­trouw­de het niet.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Comfort

Syrië / Turkije
Na Budapest tot Edirne, heb ik geen war­me douche meer ge­had, met uit­zon­de­ring van in Deir al-Zor. In veel plaat­sen was er geen warm wa­ter. Ho­tel Ana­do­lu had op de eer­ste ver­die­ping wel warm wa­ter, ont­dek­te ik de laat­ste nacht dat ik er was. In Istanbul was het koud wa­ter let­ter­lijk adem­be­ne­mend. In al­le an­de­re plaat­sen was koud wa­ter een ge­not.
In Deir al-Zor, ho­tel Groot Ara­bië, had ik koud wa­ter wil­len heb­ben, maar er was al­leen maar warm wa­ter. (In de win­ter zal er al­leen maar koud wa­ter zijn, ver­moed ik.)

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Deir al-Zor

Syrië
In Deir al-Zor heb ik mooie no­ma­den, man­nen en vrou­wen, ge­zien.
Naar deze stad wil ik be­slist nog eens te­rug, in een voor­jaar en dan ver­der langs de Foe­raat [Euf­raat] in de rich­ting van Irak rei­zen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


*(1)
Ik geef de taxi­chauf­feur in Ne­der­land een fooi. In Tur­kije en Sy­rië, was ik nog­al zui­nig met fooi­en ge­ven aan die ar­me sloe­bers. Daar was ik bang een paar stui­vers te veel te be­ta­len, maar hier geef ik aan de re­de­lijk goed ver­die­nen­de taxi­chauf­feur zon­der veel om­haal een fooi van 50% van de rit­prijs. Ik zou me moe­ten scha­men, maar dat heb ik ner­gens ver­meld, dus dat zal ik ook wel niet ge­daan heb­ben.

Te­rug.

*(2)
In Nederland hebben we een le­gi­ti­ma­tie­be­wijs sinds 2005, ver­plicht van­af de 14-ja­ri­ge leef­tijd.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Istan­bul:
GM., Wi.

Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Deir al-Zor:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eu­fraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
BW.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

17 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7506) Ik over­nacht­te in het Ana­do­lu-ho­tel in een slaap­zaal (dor­mi­to­ry). – Ik boek voor mor­gen een vlucht van Istan­bul naar Am­ster­dam. – Ik spreek met en­ke­le jon­ge Tur­ken over de (po­li­tie­ke) si­tua­tie in Tur­kije. – Een Ier legt me uit wat er in Am­ster­dam al­le­maal kan. – Ko­men­de nacht slaap ik over­dekt, op het dak­ter­ras. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.

MenuIndex en het einde.

Eer­ste ge­sprekTwee­de ge­sprekHotel.

Maandag, 17 augustus 1992.
Istanbul.
Op 7.00 uur.
De hotelstaf is zoals ge­woon­lijk, on­vrien­de­lijk en com­man­de­rend.
Na douche, ontbijt: toast met kaas en thee voor TL. 8.000.
Naar reisbureau Highlander. Ik boek voor f. 510,00 een vlucht naar Am­ster­dam. (Salz­burg of We­nen is na­tuur­lijk goed­koper.) (Van­uit We­nen moet ik dan nog een kaar­tje naar Salz­burg ne­men. [Van­uit Salz­burg heb ik nog een gel­dig reis­bil­jet naar Ne­der­land.])
Ik betaal TL. 1.135.000 plus US$ 150 plus TL. 30.000 voor ver­voer naar de lucht­ha­ven. (f. 259 plus circa f. 240: f. 499,00 voor de vlucht.)
Ik vlieg met Sultan Air. Hoofd­kan­toor: Maas­tricht Air­port.
In hotel Anadolu blijf ik nog een nacht, want de an­de­re ho­tels zijn vol. Voor een bed op het dak, maar wel on­der­dak (bin­nen dus, in de gang naar het dak) TL. 25.000.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Eerste gesprek

Van 10.30 tot 14.15 uur: Sul­tan Ah­met. Twee Turk­se jon­gens, een knap­pe stu­dent van Istan­bul Uni­ver­si­teit (eco­no­mie) en de an­der, een stu­dent eco­no­mie mid­del­ba­re school, be­gin­nen een praat­je met me.
We vertellen wat en ik zeg dat ik erg van de Ara­bische en ook Tur­kse klas­sie­ke mu­ziek hou, maar dat ik niet zo van de mu­ziek van Bü­lent Er­soy*(1) hou.
Hij vertelt me dat die na zijn sekse­ver­an­de­ring tot voor en­ke­le ja­ren niet meer mocht op­tre­den.
“Waarom niet?”
De regering waakt over de mo­raal. Als kin­de­ren dat zien stel­len ze vra­gen en wat moe­ten ou­ders dan zeg­gen?
“En wat dan met die naak­te vrou­wen in de kran­ten?”
“De kinderen kun­nen dat niet lezen.”
“Maar zien wel.”
“Ze begrij­pen het niet.”
“En wat met die por­no­films die in An­tak­ya in de bios­coop draai­en?”
“Wel, dat is ver­bo­den, maar de re­ge­ring kan daar niet te­gen op­tre­den. Dat is zo ver weg van An­ka­ra, dat ligt bui­ten de macht van de re­ge­ring.”
(Zo lust ik er nog wel een, in de­ze po­li­tie­staat.)
Dan wil hij weten wat ik denk dat de pro­ble­men van Tur­kije zijn. Daar wil ik niet op in­gaan. Ik pro­beer een Sy­rische uit­vlucht: “Is over po­li­tiek pra­ten niet erg ge­vaar­lijk?”, maar dat zet geen zo­den aan de dijk. Vol­gens hem is het niet ge­vaar­lijk om over po­li­tiek te pra­ten.
Ik probeer nog wat: “Ik spreek en lees geen Turks. Ik kan je al­leen ver­tel­len wat an­de­ren mij ver­tel­den.”
Hij zegt: “Ik sprak een ou­der echt­paar, die in In­dia wa­ren ge­weest. Een In­diër had de vrouw ge­vraagd wat zij dacht dat de pro­ble­men van In­dia waren. Nu vraag ik jou: wat zijn vol­gens jou de pro­ble­men van Tur­kije?”
Ja, nu moest ik er­aan ge­lo­ven.
“Volgens mij heb­ben jul­lie een gro­te in­fla­tie door een te groot le­ger.” (Vol­gens hem slechts ‘zes­hon­derd­dui­zend’ man (in oor­logs­tijd het dub­be­le)).
Een te korte tijd voor on­der­wijs. (Vol­gens hem wordt dat vol­gend jaar van vijf naar acht jaar ge­bracht.) (Hoe wil­len ze dat rea­li­se­ren?)
Ik vertel over wat ik ge­hoord heb over de kran­ten.
Hij vindt dat ik me he­le­maal ba­seer op in­for­ma­tie van an­de­ren. Daar moet ik hem ge­lijk in ge­ven.
Hij vraagt of ik Tur­kije een de­mo­cra­tie vind.
Ik heb mijn twij­fels (ge­ba­seerd op de me­ning van an­de­ren).
Hij is kwaad en vraagt of ik de de­mo­cra­tie van de USA een de­mo­cra­tie vind. Ook over de Ame­ri­kaan­se de­mo­cra­tie heb ik mijn twij­fels.
Nu, Turkije heeft een de­mo­cra­tie vol­gens het Ame­ri­kaan­se sys­teem.
Ze gaan weg. Dit was voor mij een hoogst on­be­vre­di­gend ge­sprek. Wat weet ik van Tur­kije?

MenuBe­ginIndex en het einde.

Twee­de ge­sprek

Ik geniet van man­nen en vrou­wen.
Na een uurtje komt een jon­ge­man van wie ik het ge­voel heb dat hij met op­zet komt. Hij gaat op de bank naast me zit­ten. Eet een ba­naan, staat plot­se­ling op en roept iemand en be­groet de uni­ver­si­tai­re stu­dent van daar straks. Die doet als­of hij me niet ziet. Na een mi­nuut of vijf spreekt de nieuw­ko­mer die A. blijkt te he­ten, me aan.
Na een inleidend praat­je wordt het ge­sprek se­rieu­zer. Hij stu­deert En­gels (An­ka­ra Uni­ver­si­teit) en ik vraag hem wat hij er­mee wil. Hij wil ver­ta­ler wor­den en ze­ker geen le­raar, want daar is niets mee te ver­die­nen. Om­dat hij het al over Allahs goed­heid had ge­had, wijs ik hem er­op dat hij van Allah de ga­ve en de kans heeft ge­kre­gen om te stu­de­ren, waar­om hij dan niet Allah een dienst be­wijst en an­de­re leer­lin­gen ook een kans geeft En­gels te le­ren van een goe­de le­raar en niet van een slech­te (want slecht be­taal­de ba­nen trek­ken over het al­ge­meen slech­te leer­krach­ten) en nu eens niet ach­ter het gro­te geld aan jaagt.
Hij is het eerst niet met mij eens, la­ter een beet­je en nog la­ter zegt hij dat hij mij niet ver­tel­de wat hij met het gro­te geld zou doen: na­me­lijk een school stich­ten.
Nu de economiestudent zich ook met het ge­sprek be­moeit ko­men we weer op de de­mo­cra­tie en nu ko­men ze zelf tot de con­clu­sie dat de de­mo­cra­tie in Tur­kije niets voor­stelt!
De student Engels meent dat is­lam de bes­te de­mo­cra­tie is: als je iets meer hebt dan een an­der, dan moet je dat met een an­der de­len.
Ik zeg dat hij iets meer kan­sen heeft om te le­ren, dus dan moet hij die maar de­len met an­de­ren en an­de­ren En­gels le­ren. Hij luis­tert eerst niet naar me. Hij geeft daar­na toe am­bi­tieus te zijn en komt dan met zijn (hier­voor be­schre­ven) school-stich­tings­plan op de prop­pen.
De economiestudent vindt dat de­mo­cra­tie niet al­tijd kan, want waar twee man­nen met el­kaar kun­nen trou­wen, daar deugt het niet en daar komt maar Aids van.
Ik wijs hem op Afrika waar Aids door he­te­ro­sek­su­ele re­la­ties komt.
“Maar dat is Afrika.”, zegt hij.
A. houdt ook mij op het juis­te on­der­werp, want an­ders was ik ook in de Aids-dis­cus­sie af­ge­gle­den.
“Praten we over Aids of over de­mo­cra­tie?”, vraag ik, na­dat ik zijn af­keu­rend ge­mom­pel op de op­mer­king van de eco­no­mie­stu­dent had ge­hoord.
Volgens hem bestaat geen echte de­mo­cratie. Ik zeg dat ook in een de­mo­cra­tie niet al­les 100% in or­de is, maar hun ge­brek aan er­va­ring met een ech­te de­mo­cra­tie geeft hen een ver­te­kend beeld over de­mo­cra­tie.
A. zegt dat je in Tur­kije rus­tig kunt zeg­gen dat je geen mos­lim meer bent en niet meer in God ge­looft, maar je mag niet zeg­gen dat je niet meer in Mus­ta­fa Kemal Ata­türk*(2) ge­looft.
A. werkt in de zomer­maan­den als ta­pijt­ver­ko­per in de ba­zaar ach­ter de Blau­we Mos­kee.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Hotel

In het hotel heb ik een uren­lang ge­sprek met een Ier die in Glas­gow stu­deert (wat ook al weer?) Zijn moe­der werkt in Brus­sel bij de EG. Hij komt veel in Am­ster­dam voor drugs en we spre­ken veel over de ‘stuf’, waar ik bij­na niets van­af weet en hij heel veel.
Voor US$ 50(!) gaat hij met de bus naar We­nen, mor­gen­avond en ik licht hem voor over mijn er­va­rin­gen. [15-08-92.] Ik geef hem die 17 Lev, die ik voor mijn va­kan­tie van NB. ge­kre­gen had. (Bul­gaar­se Lev: “Wat zijn die waard?” Ik weet het niet.)
Verder vertellen met een Frans­man uit Nice, die in Pa­rijs voor Al­ca­tel aan te­le­foon­cen­tra­les werk­te. We ver­tel­len over te­le­foon­cen­tra­les*(3) en is­lam.
Het uitzicht uit het ho­tel van­af het dak op Aya So­fia en Gou­den Hoorn is fan­tas­tisch.
Volgens de Ier mag ik maar twin­tig ki­lo in het vlieg­tuig mee­ne­men, dus sor­teer ik al­les wat ik wil hou­den en even­tu­eel kan weg­gooi­en, want ie­de­re ki­lo over­ge­wicht is f. 50,00 boe­te. (Vol­gens hem.)
Zo gooi ik weg: la­ken­zak, de broek die ik in Alep­po kocht (op 29-7-92), de san­da­len die ik in Deir al-Zor kocht op 31-7-92, de gym­pies die ik in Istan­bul kocht op 17-7-92 gooi­de ik al in Alep­po op 30-7-92 weg, want ik droeg de ro­de gym­pies (de Ne­der­land­se) zon­der sok­ken en zon­der pro­ble­men.)
Ik laat nog wat prul­la­ria ach­ter in de ho­tel­ka­mer in Istan­bul.
Bed 00.00 uur.
Weer: ’s Avonds lekker fris.

MenuBe­ginIndex en het einde.


*(1)
Bülent Ersoy (Wi.) Turk­se zan­ge­res, die als man ge­bo­ren werd.

Te­rug.

*(2)
Mustafa Kemal Atatürk: (Wi.) Turk­se le­ger­of­fi­cier, schrij­ver, po­li­ti­cus en grond­leg­ger van de re­pu­bliek Tur­kije, waar­van hij de eer­ste pre­si­dent was.

Te­rug.

*(3)
Ik werkte van medio 1966 tot begin 1990 bij PTT-Te­le­com en van­af au­gus­tus 1978 aan / met (be­drijfs-­)te­le­foon­cen­tra­les bij de af­de­ling PHTF, van het ge­noem­de Staats­be­drijf.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Istan­bul:
GM., Wi.

Ho­tel Ana­do­lu:
GM., Web.
Sul­tan Ah­met:
GM., Wi.

In de tekst ge­noemd.

Blauwe mos­kee:
GM., Wi.
Aya So­fia:
GM., Wi.
Gou­den Hoorn:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

16 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7505) Gis­teren was ik in een lijn­bus op weg naar Salz­burg, maar ik stap­te in Edir­ne uit en over­nacht­te daar in een ho­tel. Van­daag keer ik met een an­de­re lijn­bus te­rug naar Istan­bul. In die bus zit­ten on­der an­de­re Rus­sische vrou­wen die als pros­ti­tuees die in Tur­kije ‘aan de slag’ wil­len. – Ik ga naar de lucht­haven en wil on­mid­del­lijk rich­ting huis vlie­gen, maar ik rea­li­seer me op tijd dat dit een te du­re op­los­sing is. Ik ga eerst in de stad om daar nog eens een nacht­je over sla­pen.

MenuIndex en het einde.

Zondag, 16 augustus 1992.
Edirne – Istanbul.
Wakker 7.00 uur. Op rond 8.30 uur.
Ontbijt, maar de be­rei­ding is traag. Een beet­je ver­tel­len met een Duits-Turk­se fa­mi­lie. De Duit­se Turk re­gelt dat er een bus komt, om 10.00 uur, die me bij het ho­tel zal op­pik­ken.
Circa 10.15 uur rijdt een bus lang­zaam langs en toe­tert. Nie­mand rea­geert. (De Duit­se Turk is al weg.)
Als ik opsta en de re­cep­tie vraag, zeg­gen ze: “Your bus.”, maar dan heeft de chauf­feur al gas ge­ge­ven en zwaai­en heeft dan geen zin meer. Het in­te­res­seert de re­cep­tie geen fluit. Ze staan wat te lach­en*.
Er staat een bus die naar Istan­bul gaat en ik vraag of ik mee mag. Dat mag voor TL. 70.000 en dat doe ik dan maar.
Drieënhalf uur duurt de rit en ik ver­tel lang met een jon­ge­man die han­delt en goed En­gels spreekt. Hij weet ook wat er mis is met Tur­kije. Dat de kran­ten zo slecht zijn en dat het on­der­wijs met vijf jaar ver­plich­ting veel te kort is en niets voor­stelt.
In de bus zit­ten en­ke­le Rus­sische vrou­wen, van wie drie knap­pe die naar Tur­kije ko­men om in de pros­ti­tu­tie te wer­ken. (Die hier le­gaal is.) Eén vrouw zelfs uit Oez­be­ki­stan, die 6.000 ki­lo­me­ter reis­de naar Tur­kije. Vol­gens mijn zegs­man is rei­zen via Oost-Tur­kije wel kor­ter, maar duur­der en ge­vaar­lij­ker.
Als ik begrijp dat de bus in de buurt van de lucht­ha­ven zal ko­men, vraag ik of het mo­ge­lijk is dat de bus daar stopt. Hij zegt dat hij dat kan vra­gen en be­gint dan te pra­ten over dien­sten die geld kos­ten en dat mensen niets voor niets doen. Dat is zeer ver­war­rend voor mij.
Eerst denk ik: ‘Ik betaal je niet.’
Hij vertelt ook dat de ta­xi van Istan­bul naar de lucht­haven erg duur is.
Dan vraag ik hem hoe­veel hij voor zijn dienst wil heb­ben, maar hij be­grijpt me niet, waar­op ik hem zon­der om­haal vraag hoe­veel geld hij van mij wil om het de chauf­feur te vra­gen. Hij rea­geert ver­ont­waar­digd en ik moet wat leu­gens ver­tel­len ( “Tij­dens mijn hele reis wil­den men­sen al­les be­taald heb­ben“, wat niet waar is), om het weer recht te trek­ken.
De bus rijdt niet langs de lucht­haven.
In Istanbul wijst hij me zelfs het bus­sta­tion, maar ik neem een ta­xi. TL. 45.000 naar de lucht­haven.
Ik loop wat rond en be­sluit een ticket te ko­pen van de Luft­han­sa naar Mün­chen. Het toestel ver­trekt over drie kwar­tier.
Als ik voor het bank­lo­ket sta om $ 545 met ne­gen Tra­vel­ler­che­ques op te ne­men rea­li­seer ik me, in de tijd die ik moet wach­ten voor de En­gel­sen die nog maar een Tra­vel­ler­che­que meer wil­len in­wis­se­len en die even moe­ten zoe­ken, dat het wel erg veel geld is, te­meer daar een trein­kaart­je Istan­bul-Mün­chen maar TL. 1.350.000 kost. [Cir­ca f. 337,50]
Ik zeg tegen Luft­han­sa dat ik geen geld ge­noeg heb. “Geen pro­bleem.”
Ik besluit naar het trein­sta­tion te gaan en met gi­ro­be­taal­kaar­ten neem ik TL. 1.500.000 op. [Cir­ca f. 375.]
Met een taxi wil ik naar sta­tion Sir­ke­ci, maar on­der­weg be­sluit ik naar het Ana­do­lu-ho­tel te gaan. Taxi: TL. 58.000. (In­clu­sief TL. 8.000 fooi.)
Hotel dormitory [slaap­zaal] TL. 50.000. (Met twee leu­ke En­gel­se meis­jes op de ka­mer.)
Ik neem een douche.
Vertellen met de meis­jes.
In de stad eten en drin­ken.
Reisbureau: een vlucht naar Am­ster­dam kost 410 of 510 gulden.
In het park Sultan Ahmet, een paar uur.
Bed 11.00 uur. (23.00 uur) De meis­jes (knap) zijn er al.
Weer: ’s morgens lekker. ’s Mid­dags heet. Op de lucht­ha­ven, air­con­di­tio­ning, was het lek­ker.
Istanbul en dus ook hotel Ana­do­lu is meer toe­ris­tisch dan vier we­ken ge­le­den.


*
Dat ik de bus mis­te in Edir­ne, was toch voor­al mijn ei­gen schuld. Ik had na­tuur­lijk bui­ten moe­ten staan en niet bin­nen suf­fig zit­ten wach­ten tot­dat men mij per­soon­lijk zou mel­den dat het voor hen een eer was dat ik met hen mee wil­de rei­zen.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Turkije:
GM., Wi.
Edirne:
GM., Wi.
Istanbul:
GM., Wi.

Sta­tion Sir­ke­ci:
GM., Wi.
Ho­tel Ana­do­lu:
GM., Web.
Sultan Ahmet:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

15 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7504) Ik zit in een lijn­bus en ben on­der­weg naar Istan­bul. Ik slaap on­der­weg in mijn stoel en droom. Ik be­schrijf een nacht­mer­rie. – In Istan­bul, op Top­ka­pı Oto­gar boek ik me­teen voor het ver­volg van mijn reis naar Salz­burg. – In de stad zelf be­zoek ik een ham­mam (bad­huis). – De bus­rit rich­ting Salz­burg ver­loopt slecht en ik stap in Edir­ne uit en over­nacht daar een ho­tel. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 15 augustus 1992.
Ankara – Istanbul – Edir­ne.
Om 00.00 uur Ankara Oto­gar. Zo’n groot bus­sta­tion. In de­ze cha­os stap ik niet uit. De bus blijft maar even.
Er stappen nu wel twee knap­pe meis­jes en een knap­pe jon­gen in.
De weg na Ankara is in­druk­wek­kend, in het don­ker, maar ook erg slecht. Ik word op de­ze hob­be­lige weg steeds wak­ker ge­ram­meld, maar erg vind ik dat niet. Ik heb veel nacht­mer­ries. Een er­van kan ik me nog her­in­ne­ren: ik zit vast­ge­bon­den op een stoel en kan niets, maar dan ook niets van mijn li­chaam be­we­gen. De stoel wordt door iemand rond­ge­dra­gen en de­ze dreigt me met gro­te kracht te­gen een muur te smak­ken. Ik pro­beer met te ver­zet­ten, maar kan geen en­ke­le be­we­ging uit­voe­ren. Wak­ker wor­den is een op­luch­ting.
Om 04.00 de eerste stop na An­ka­ra, die ik be­merk. (Stop­ten we eer­der? Ik weet het niet.)
Toilet: hoef niet echt. Kan dus ook niet.
Om 07.08 uur: met grote snel­heid den­dert de bus over de twee­de Bos­po­rus­brug en zijn we in Euro­pa. (De Tur­ken zelf vin­den heel Tur­kije Euro­pa. De Oer­al ligt oos­te­lij­ker dan de oost­grens van Tur­kije en dus gun ik ze het voor­deel van de twij­fel. Wie be­paal­de wat Euro­pa is, waar en wan­neer? We­nen? 1815?)
Om 07.30 Topkapı Otogar / Ana­do­lu Oto­gar.
Ik wilde naar Euro­pa vlie­gen, maar de Ara­bisch spre­ken­de man in An­tak­ya zei dat zijn be­drijf ook voor $ 15 men­sen naar Boe­ka­rest trans­por­teer­de. Mis­schien, zo dacht ik, kan ik ook wel de bus naar Salz­burg ne­men. Van­daar af heb ik nog een trein­kaart­je naar de Ne­der­land­se grens.
Ik informeer bij ver­schil­len­de be­drij­ven naar de prijs Istan­bul-Salz­burg. Het is een gek­ken­huis, daar. Een re­kent $ 100, een an­der wat an­ders. Zij zijn kwaad dat ik niet di­rect boek. Een stel vrien­de­lij­ke men­sen doet het voor $ 85. (DM. 160.) Ik ga er­mee ak­koord.
Vertrek om 17.00 uur. (Ik be­taal $ 80 en TL. 40.000.)
Ik neem de dolmuş naar Ak­sa­ray en loop naar Sul­tan Ah­met. Ik wil en krijg, na lang zeu­ren, een douche in Ham­mam Nu­ri (?) in de buurt van Sul­tan Ah­met. (En vlak­bij de ba­zaar ach­ter de Blauwe Mos­kee.) Een leu­ke jon­gen tolkt in het En­gels. Mas­sa­ge kost TL. 50.000. Een­vou­dig bad TL. 25.0000. Ik heb niet meer dan TL. 15.000. De bad­mees­ter is kwaad. Ik neem mijn douche en ga weg. Nu zag ik toch een bad­huis van bin­nen.
Het baden gaat primitief. Geen douches. Rok­je aan­hou­den en wa­ter met schaalt­je (van plas­tic) over je heen gie­ten. Bin­nen is het heel warm en al­les is van mar­mer.
Op Sultan Ahmet wissel ik met een Ne­der­lan­der (Uit Lei­den, buurt van Ho­ge­woerd) US$ 2 voor TL. 10.000. Hier ver­die­nen ze f. 0,70 aan. (Hoe­wel?)
Ik wacht in de scha­duw van het park­je naast de ach­ter­kant van de Blauwe Mos­kee op de klok van 13.00 uur. Voor TL. 4.000 koop ik een hal­ve ki­lo (te du­re) drui­ven en loop de ki­lo­me­ters lan­ge weg te­rug in de zon (want vrees de af­slag te mis­sen) naar Ana­do­lu Oto­gar. De douche was voor niets, want ik ben nu weer klets­nat. Ik nam geen dol­muş want ik wil­de die TL. 1.500 spa­ren voor toi­let en wa­ter, on­der­weg naar Salz­burg. Ik had nog maar TL. 8.000.
Onderweg toilet: TL. 1.000. (Oto­gar toilet TL. 1.500.)

Otogar van 14.15 uur tot 17.30. Bus ver­trekt een half uur te laat. Al­le­maal Tur­ken. Slechts met en­ke­len kan ik en­ke­le woor­den Duits wis­se­len. Ik krijg niet de mij op het bil­jet toe­ge­we­zen stoel, maar een bij het raam. Pas als de bus vol is merk ik dat dit de slecht­ste plaats is. On­der de stoel voor mij zit de ra­dia­tor van de bus (de koe­ling) het ding stoot al­leen maar war­me lucht uit. Bo­ven­dien is hij zo groot dat ik mijn be­nen niet kan strek­ken. Moet ik zo der­tig uur rei­zen? Als de bus rijdt blijkt dat de air­con­di­tio­ning niet werkt. Het wa­ter loopt in stro­men van mijn ge­zicht. Het heeft geen zin het op te sop­pen, laat maar lo­pen. Tij­dens de vier uur du­ren­de rit in de he­te zon naar Edir­ne (200 km!) pro­beer ik te sla­pen, wat lukt. Op de stop­plaats blij­ven we veel lan­ger staan dan het ge­plan­de half uur. (Mijn ge­luk.) Van mijn laat­ste geld koop ik wa­ter, want in deze bus wordt geen wa­ter ver­strekt. De chauf­feur en zijn bij­zit re­pa­re­ren de bus. (Op de­ze tocht met een bus die ook nog niet in or­de is!)
Een Weense Turk zegt me dat bus wel tien uur aan de Bul­gaar­se grens kan staan. Een an­der zegt me dat het wel twee keer vier uur kan zijn aan bei­de gren­zen. Bo­ven­dien is het der­tig uur naar We­nen en 36 uur naar Salz­burg. (On­ge­veer, in­clu­sief of ex­clu­sief de wacht­tij­den aan de Bul­gaar­se grens? Ik weet het niet.) Ik kan de ge­dach­te er­aan al niet ver­dra­gen en in­for­meer in het ho­tel hoe­veel een ka­mer kost, maar ik heb niet ge­noeg dol­lars meer. Ik kan er niet met Tur­kse Li­ra be­ta­len en ook niet met Tra­vel­ler­che­ques. Ik her­in­ner me ge­luk­kig dat ik nog f. 100,00 bij me heb.
f. 46,00 kost de kamer, in­clu­sief ont­bijt en ik be­sluit er een te ne­men.
Ik licht de ‘kapitan’ in. Die wil me eerst drie le­ge zit­tin­gen ach­ter in de bus ge­ven, maar die had ik al ge­pro­beerd, on­der­weg, daar was het nog slech­ter. De stoel was niet ver­stel­baar. Daar werd je door­el­kaar ge­schud, daar was ook zo’n ver­war­mings­ele­ment en je zat op de mo­tor.
Hij zegt dat hij me geen geld kan te­rug­ge­ven. (Dat had ik wel ge­hoopt, maar niet ver­wacht.)
Ik neem mijn bagage, tot ver­ba­zing van mijn me­de­pas­sa­giers en stap het ho­tel bin­nen.
Ik wis­sel geld en krijg in het to­taal TL. 158.500. (Ik had nog TL. 1.000, dus heb ik TL. 159.500.)
De schade van deze rit Istanbul – Edirne be­draagt f. 213,50. Jam­mer, maar niets aan te doen.
In de bus voelde ik me ver­la­ten en ver­lo­ren. Ieder uur tel­de ik van die 36 uur af. Het schoot niet op en de ki­lo­me­ters wa­ren lan­ger dan ik dacht.
Vanaf het begin had ik me ge­ër­gerd. Zo vrien­de­lijk als ze op het kan­toor wa­ren, zo ruw waren ze met de ba­ga­ge. Mijn doos met boe­ken werd er­gens tus­sen ge­perst.
Jammer van het geld, maar ik was blij in het ho­tel in een mooie ka­mer te lig­gen. Er was geen wa­ter, maar dat deer­de me niet.
Na 23.00 was er wel wa­ter en nam ik een douche, op mijn ka­mer.
Bed 23.30 uur.
Doodmoe. Niet goed ge­sla­pen sinds de eer­ste nacht in Alep­po: 12-8-92 / 13-8-92.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Turkije:
GM., Wi.
Istanbul:
GM., Wi.
Edirne:
GM., Wi.

Sultan Ahmet:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

14 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7503) Ik over­nacht­te in het Tou­rist-ho­tel in Alep­po in Sy­rië. Van­daag reis ik via An­tak­ya (Tur­kije) rich­ting Istan­bul, een tocht van 1.350 km. die nog geen ne­gen­en­der­tig gul­den kost! Ik ver­trek om 06.30 uur uit Alep­po en zal pas mor­gen­ochtend 07.30 uur in Istanbul zijn. Ik zit dus meer dan twin­tig uur in een lijn­bus. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.) – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus.
(Tij­dens mijn reis hield ik een reis­dag­boek bij. Na­dat ik op 18 au­gus­tus thuis was ge­ko­men, be­gon ik met het op­schrij­ven van mijn we­der­waar­dig­he­den in mijn ei­gen­lij­ke dag­boek. In de tekst hier­be­ne­den staan af en toe te­rug­blik­ken op de­ze va­kan­tie, ge­daan van­af mijn bu­reau­stoel thuis.)

MenuIndex en het einde.

SmokkelwaarAntakyaBerg en dalJongeman.

Vrijdag, 14 augustus 1992.
Aleppo.
Wakker om circa 4.00 uur.
In de kamer is het smoor­heet hoe­wel ik de ven­ti­la­tor aan heb. Ik heb al­le ra­men dicht, want ik ben bang voor mug­gen. Nu zie ik pas dat in een deel van het raam geen glas zit. Dus daar kon­den die mug­gen toch naar bin­nen, als ze er ge­weest wa­ren.
Ik heb diar­ree en neem twee pil­len Imo­dium. Ik kan niet meer sla­pen en sta op om 4.15 uur.
Douche.
Eten.
Rugzak gereed maken.
Circa 6.00 uur bij het bus­sta­tion. Het is heer­lijk in Alep­po, koel en rus­tig.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Smok­kel­waar

De bus vertrekt om 6.30 uur pre­cies op tijd. Pas om 10.45 uur zijn we in het 100 km ver­der ge­le­gen An­tak­ya. De twee­kop­pi­ge be­man­ning heeft veel tijd no­dig met haar smok­kel­prak­tij­ken.
Aan de grens stouwt een van de twee mijn uit­ge­pak­te spul­len weer in mijn rug­zak, als­of zijn le­ven er­van af­hangt, maar aan de Turk­se zij­de heb­ben bei­de meer dan één uur no­dig om hun smok­kel­waar, voor­na­me­lijk whis­ky, in te la­den. Iedere pas­sa­gier (we zijn he­laas voor hen maar met z’n drie­ën) krijgt zes of ze­ven fles­sen whis­ky, zo­ge­naamd als per­soon­lij­ke ba­ga­ge. Was de bus vol ge­weest, dan …
Ik wissel £. 230 (f. 9,30) voor TL. 30.000. (f. 7,50) in de slij­te­rij. (Ik heb nu TL. 78.000. (f. 19,50.))
Vanaf de grens wordt eens af­ge­weken van het rech­te pad om de smok­kel­waar te le­ve­ren, ook voor de grens, om de spul­len op te ha­len.
Ik erger me groen en geel, mis­schien we­gens het ge­brek aan vol­doen­de nacht­rust, aan de­ze prak­tij­ken en vrees de bus naar Istan­bul (die om 11.00 ver­trekt) te mis­sen.
(Vol­gens Pa ver­die­nen die ar­me men­sen zo wat bij, met de­ze smok­kel. Wel­licht ja, maar kun­nen ze dan niet wat vrien­de­lij­ker zijn te­gen de pas­sa­giers?)

MenuBe­ginIndex en het einde.

An­tak­ya

In Antakya spreek ik nog wat Ara­bisch. Krijg een thee aan­ge­bo­den en ver­ge­lijk twee ver­schil­len­de Sy­rische kran­ten van 6 au­gus­tus 1992, die bei­de let­ter­lijk de­zel­fde ar­ti­ke­len heb­ben, on­der een klein beet­je van el­kaar af­wij­ken­de kop.
Ik heb tijd genoeg. De bus ver­trekt niet om 11.00 uur, maar om 13.00 uur en zal mor­gen­och­tend om 07.00 uur in Istan­bul zijn.
Ik had in Alep­po brood­jes (sand­wich­brood) ge­smeerd en eet er nu van. Ik drink 2x thee: TL. 2.000 en 2x toi­let: TL. 2.000.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Berg en dal

We vertrekken op tijd. Naast me zit een jon­ge­man met een pro­fe­ten­baard­je. Hij ziet er oud uit, maar mis­schien is hij niet de broer, maar de va­der van de jon­ge vrouw (mooi) die met haar moe­der voor me zit. Bei­den heb­ben een hoofd­doek­je en een pas­poort met Cy­ril­lische let­ters. (Rus­sen?)
In de bergen tussen An­tak­ya en Is­ken­de­run een prach­tig uit­zicht. (Net als op de heen­weg, trou­wens, op 24 juli jl., nu drie we­ken ge­le­den.)
In Antakya was het erg warm en on­be­wolkt. Voor Is­ken­de­run is het zwaar be­wolkt en het re­gent een poos­je.
Bij een pas­poort­con­tro­le on­der­weg wor­den de pas­sen van de twee Zwe­den (met wie ik niet meer dan tien woor­den wis­sel­de) en mij niet ge­con­tro­leerd. Van al­le an­de­re pas­sa­giers wel.
Na Adana (toilet, snel, want de bus blijft maar even. Ik hoef­de niet echt, maar vrees­de over­druk, want hoe lang duurt het voor de vol­gen­de stop?) klimt de bus in noor­de­lij­ke rich­ting fors om­hoog en heb­ben we een prach­tig uit­zicht. He­laas zit ik niet naast een raam. Het land­schap is als een ro­man­tisch schil­de­rij. Er zijn wol­ken, maar we zit­ten toch voor­na­me­lijk in de he­te zon. De air­con­di­tio­ning werkt per­fect. Het land­schap heeft ho­ge top­pen en die­pe da­len. De weg volgt een deel van de spoor­weg, dus ik heb er al een deel van ge­zien, uit een an­de­re hoek. Het berg­land­schap lijkt op het Cen­traal Mas­sief* in Frank­rijk. De weg op de berg­we­gen in Spanje, we­gens de ein­de­lo­ze ko­lon­nes vracht­wa­gens: in bei­de rich­tin­gen.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Jongeman

Een leuke jon­gen gaf me ei­kels en la­ter cola, die ik ei­gen­lijk niet wil, want dat is geen dorst­les­ser, maar een dorst­ver­oor­za­ker. De ei­kels at ik niet. (Ik dacht dat dat niet meer mag in Ne­der­land, maar ik was in de war met beu­ken­noot­jes.) La­ter gaf ik de jon­ge­man drui­ven. Te laat zag ik dat ik die tros al zelf half ‘af­ge­klo­ven’ had. Nou ja, de gro­te tros die ik nog over had wil­de ik hem niet ge­ven. Ik at één druif per hap droog brood om het naar be­ne­den te krij­gen. Nog la­ter geef ik hem een gro­te (zu­re) ap­pel.
De jongen was sexy, met krach­ti­ge be­nen. He­laas sprak hij niets an­ders dan Turks.
Om 19.00 uur rust, een half uur. (De rust­tij­den wor­den me in het Ara­bisch ver­teld, want een van de twee bij­rij­ders spreekt Ara­bisch.) (Er wa­ren ook twee chauf­feurs.) Op de­ze rust­plaats kocht ik de drui­ven en de ap­pels, waar ik hier­boven al van sprak.
Na het ver­trek wordt het lang­zaam don­ker en ik ge­niet van het kij­ken naar de krach­ti­ge be­nen van de leu­ke jon­gen in zijn mooie broek. Ook de Ara­bisch spre­ken­de bij­rij­der is sexy.
De jongen kwam uit Sa­man­dağ en A. had me al ver­teld dat ze daar zo’n mooie broe­ken heb­ben. De broek van de jon­gen is een broek uit Sa­man­dağ. [Voor A. zie: 25 juli jl.]
De 19.00 uur-rust was 372 km voor An­ka­ra.
Rond 22.00 uur de laat­ste stop voor An­ka­ra, twin­tig mi­nu­ten voor het toi­let, na­tuur­lijk.
Weer: warm, af en toe be­wolkt.
In de bus is gratis ge­koeld wa­ter be­schik­baar. Omdat ik denk dat het geen mi­ne­raal­wa­ter is, drink ik uit mijn ei­gen fles. (Als we al in Istan­bul zijn lees ik in de Lone­ly Pla­net, Tra­vel sur­vival kit Tur­key, dat het wel mi­ne­raal­wa­ter is.)

MenuBe­ginIndex en het einde.


*
Ik weet niet wel­ke rou­te de bus volg­de. Om­dat we rond mid­der­nacht in An­ka­ra zijn, neem ik aan dat die de kort­ste weg daar­heen volg­de. Dan kom je door de plaats Po­zan­tı. Die heb ik nu ge­ko­zen om fo­to’s uit Goog­le Maps te to­nen, om een in­druk te krij­gen van het land­schap waar we op de­ze dag, ten noor­den van Ada­na, door­heen rij­den.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.
Ada­na:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

13 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7502) Gis­te­ren kwam ik, voor de twee­de keer in de­ze va­kan­tie, aan in de stad Alep­po. (Sy­rië). Ik over­nacht in het Tou­rist-ho­tel. – Ik boek voor mor­gen een bus­reis naar Istan­bul. – Tij­dens mijn reis door Sy­rië leer­de ik een ‘to­ver­for­mu­le’ waar­mee ik op­drin­gerige lui, zoals hier in Alep­po de schoen­poet­ser­tjes, voor­goed kan weg­ja­gen. Ik ge­bruik die ‘for­mu­le’ van­daag voor het eerst en sta ver­steld van het ef­fect. – Ik maak ken­nis met een jonge Sy­riër die al enige tijd in Duits­land me­di­cij­nen stu­deert en toch nog steeds ge­brek­kig Duits spreekt. – Ik ge­niet van de open­lij­ke ho­mo­sek­sua­li­teit van de jon­ge­man­nen in Alep­po. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Imshi!ToeristengidsenStu­dentToe­ris­tenHomo’s!Re­stau­rantBa­ron­hotel.

Donderdag, 13 augustus 1992.
Halab. (Alep­po.)
Op rond 6.00 uur.
Het dagboek (reis­jour­naal) bij­wer­ken tot 6.30 uur.
Om 7.00 valt de elek­tri­ci­teit uit.
Ik eet mijn ontbijt (brood, kaas, ba­naan) op mijn ka­mer en neem daar­na een kou­de douche.
Ik boek een bus­reis van Alep­po naar Istan­bul voor mor­gen­och­tend 6.30 uur. Prijs £. 950. (f. 38,40 voor cir­ca 1.350 km!)

Imshi!

Ik wacht in het park bij het Toe­ris­ten­bu­reau op de klok van 9.00 uur. Ik wil J. [toe­rist­en­gids] ont­moe­ten.
Toen ik hier vijf­tien da­gen ge­le­den zat had ik heel snel schoen­poetser­tjes om me heen (heel veel), die me niet meer met rust lie­ten. Ik ver­an­der­de toen van lo­ca­tie en spoe­dig za­ten er nog meer om mij heen. Hoe­wel ik stof­fen gym­pen droeg, wil­den ze de plastic / rub­be­ren rand wel wit maken en één wil­de zelfs het stof in­sme­ren. Ik vlucht­te toen uit het park. Nu komt een van die ‘grap­pen­ma­kers‘ weer op­da­gen, maar nu weet ik een af­we­rings­for­mu­le imshi! (Ga weg!) Ik had hem nog nooit ge­bruikt en sta ver­steld van het ef­fect. Hij (wel een aar­dig joch) ver­trekt spoor­slags en zijn ka­me­raad­je neemt niet meer de moei­te om bij mij te ko­men.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Toe­ris­ten­gid­sen

Ik ga naar het Toe­ris­ten­bureau, maar ik zie J. niet. Hij zegt dat hij er werkt, maar dat is na­tuur­lijk niet zo. Als hij iets moet heb­ben dan moet hij het altijd vra­gen en hij komt na­tuur­lijk niet op de kan­to­ren. Daar zit de po­li­tie. (De toe­ris­ten­po­li­tie.)
Op straat kom ik J. tegen en hij zegt “al-Ham­doe li’l-Llah ‘ala-s-sa­la­ma.” (Dank Allah voor de veiligheid / de veilige aankomst.)
Ik vraag hem welk ant­woord ik moet ge­ven: “Al­la­hoe yoe­sal­li­mak.” (Moge Allah je be­scher­men te­gen het kwaad.) [Yoe­sal­li­mik te­gen vrou­wen!])
Bij het toeristenbureau in­tro­du­ceert J. me bij een le­raar En­gels van de Uni­ver­si­teit van Alep­po, die ook goed Duits spreekt.
J. heeft twee Ne­der­land­se meis­jes (uit Den Haag) ont­moet, die ech­ter zeer koel en af­stan­de­lijk zijn. (Ook te­gen mij.) Zij gaan hun ei­gen weg.
De toeristengidsen J. en de Duits spre­ken­de zijn ei­gen­lijk slijm­bal­len. De laat­ste nog wat meer dan J. Als toe­rist moet je wel het ge­voel krij­gen dat je ge­paaid wordt of een an­der on­pret­tig ge­voel.
Zij kla­gen er­over dat zo­veel toe­ris­ten hun ei­gen weg zoe­ken en ook van­daag zul­len ze niets te doen heb­ben.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Stu­dent

J. in­tro­du­ceert me bij MS. uit Bonn. Hij stu­deert daar me­di­cij­nen. Ik spreek Duits met hem. Hij be­grijpt me maar half. Als aca­de­mi­cus legt hij een bij­zon­de­re be­lang­stel­ling aan de dag voor de prij­zen van klei­ne huis­hou­de­lij­ke ar­ti­ke­len in ver­schil­len­de su­per­mark­ten in Bonn en om­ge­ving.
Ook heeft hij op het prijs­ver­schil ge­let van de ben­zi­ne bij en­ke­le tank­sta­tions (van ver­schil­len­de mer­ken) in Duits­land.
We zitten thee te drin­ken op een ter­ras, ik denk: “Hoe kom ik van de­ze zeur­piet af?”
Hij studeert tien maan­den in Duits­land en twee maan­den per jaar brengt hij door in Alep­po. Hij werkt ook vijf da­gen in de week in het ho­tel van zijn oom. (In Duits­land.) Hij moet toch wel een dui­zend­poot zijn.
Hij ge­bruikt vreem­de uit­druk­kin­gen. Als hij twee­ën­half be­doelt, zegt hij half drie. Dat doet hij ver­schil­len­de ke­ren, ook met an­de­re ge­tal­len. Ik moet de aca­de­mi­cus dan uit­leg­gen dat ter­men als half twaalf (11,5) en half drie (2,5) alleen maar bij de tijds­aan­dui­ding op de klok wor­den ge­bruikt. Hij wist het niet en is me zeer dank­baar voor de uit­leg.
(Desgevraagd beweert J. la­ter toch dat MS. me­di­cij­nen stu­deert in Duits­land. Al­thans, MS. had hem dat zelf ver­teld.)
Als ik in het café wil gaan be­ta­len staat MS. er­op dat hij be­taalt. Ik dring niet aan. Hij werkt en ver­dient geld in een ho­tel en rijdt au­to. (In Duits­land.)
Bij het Toe­ris­ten­bureau be­gint de Duits­ta­li­ge gids er­over wie de thee be­taald heeft. (Heeft MS. zich in een on­be­waakt ogen­blik be­klaagd?)
“Hij, na­tuur­lijk,” zeg ik, “hij ver­dient, want werkt in het ho­tel van zijn oom.”
“Nee, hij is stu­dent. ”
We zitten een tijdje in de scha­duw en de Duits­spre­ken­de gids klaagt dat te­gen­woor­dig de gid­sen aan de toe­ris­ten moe­ten be­talen.
Ik trek het me aan en no­dig hem, MS. en J. voor de thee, maar J. heeft an­de­re be­zig­he­den en komt niet. Ik kan wach­ten en doe dat an­der­half uur. De Duits­ta­li­ge gaat al naar huis en la­ter wil­len M. en J. geen fa­la­fil met mij eten. Vol­gens J. moet je een ster­ke maag hebben om fa­la­fil te eten.
Ik eet een fa­la­fil, drink ‘asier al-boer­toe­qaal (si­naas­ap­pel­sap) en asier al-‘inab (drui­ven­sap).

MenuBe­ginIndex en het einde.

Toeristen

Hotel.
Koude douche.
Winkel: Kiri-kaas £. 80. (f. 3,25.)
Ik heb nu een goed­ko­pe­re ka­mer (een­per­soons) in het ho­tel, met douche en toi­let. De­ze ka­mer is, in te­gen­stel­ling tot de vo­ri­ge ka­mer, wel af­sluit­baar.
Met een Aus­tra­lische en een Ame­ri­kaan (die sa­men rei­zen en die ik ook al in Hama ge­zien had) thee en li­mo drin­ken en reis­ge­ge­vens uit­wis­se­len over de trein van Ga­zi­an­tep [een stad in Tur­kije] naar Istan­bul Haydarpaşa station. (Ach­ter­af ge­zien had ik be­ter zo’n reis kun­nen maken. Ik was dat oor­spron­ke­lijk ook van plan ge­weest, maar nu wil­de ik toch snel naar huis.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Homo’s!

Circa 15.00 uur in het ho­tel tot plus­mi­nus 19.00 uur. Ik neem ver­schil­len­de ke­ren een snel­le kou­de douche.
Ik ga over de leu­ning van het bal­kon de be­nauw­de straat in koe­ke­loe­ren. Aan de over­kant zit­ten in een ho­tel en­ke­le ‘schaars’ ge­kle­de dik­ke da­mes. Zij zijn in on­der­jurk. (Vol­gens de Aus­tra­lische is het een bor­deel. Vol­gens J., la­ter, zijn het dan­se­res­sen in een nacht­club, die daar op man­nen ja­gen. Het zij zo. Het in­te­res­seert me niet.)
Beneden in de straat, dat in­te­res­seert me. Een leu­ke jon­gen plukt bij­na voort­du­rend aan zijn pik en af en toe aan een an­der zijn pik. Met zijn vast vriend­je flirt hij bij­na con­stant. Nie­mand kijkt er­van op of om. Na twee uur krij­gen ze mij in de ga­ten. Ze vra­gen of ik kof­fie wil. Ik ga er niet op in. Ik ben geil op de mooiste, de meest hand­tas­te­lij­ke, en ik zal me dus niet vast­be­ra­den, onaf­han­ke­lijk van mijn emo­ties kun­nen ge­dra­gen.
De straat gonst van be­drij­vig­heid in de bui­ten­ban­den-voor-au­to’s-sfeer*.
De twee schrijven woord­jes op het stof­fi­ge raam van een au­to. Een klein jon­getje staat er bij te kij­ken. Ze ve­gen de woord­jes weer uit en de knap­ste maakt neuk­be­we­gin­gen voor de kont van de an­de­re, in ge­za­men­lij­ke over­een­stem­ming. (Dat wil zeg­gen: de an­der ging er spe­ciaal zo voor staan.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Res­tau­rant

Ik eet een beetje brood met smeer­kaas.
In de stad ga ik brood kopen en daar­na naar het res­tau­rant Al-Anda­lus / Id­lib. Het dak­ter­ras waar A., J. en ik veer­tien da­gen ge­le­den ook al aten.
Salade, bier, humus en shis­tao (kip­stuk­jes op spies). Even la­ter ko­men er ook de Aus­tra­lische H. uit Sid­ney en de Ame­ri­kaan C. uit Los An­ge­les (geo­gra­fie­leraar) en Thier­ry Belt en zijn vrouw. (Hij is de­signer van meu­bels, on­der an­de­re voor Ar­ti­fort in Maas­tricht) en N., een dik­ke ou­de­re da­me uit Ca­na­da. We eten ge­za­men­lijk, maar de Aus­tra­lische be­taalt voor zich­zelf. Ik zou £. 200 moe­ten be­ta­len. Dat wil ik niet. Ik be­taal £. 175. (Waar­schijn­lijk meer dan ik at.) (£. 175 = f. 7,10.)
De Canadese: “Wat maakt dat uit, zo’n beet­je geld.”
‘Nou betaal jij dan maar!’, denk ik.
Het was gezel­lig, maar we gaan weg om­dat een groep man­nen zich steeds ‘in­tie­mer’ met ons be­moeit, maar niet op de fo­to wil. (“Om­dat we van de po­li­tie zijn.”, zei­den ze ken­ne­lijk. Dat heb ik niet ge­hoord.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Ba­ron­ho­tel

We gaan naar Ba­ron­ho­tel, binnen [niet op het ter­ras]. Ik kom J. op straat te­gen. (Toe­val? Ik kwam hem va­ker toe­val­lig (?) te­gen.) In Ba­ron­ho­tel be­taal ik een fris voor hem £. 30 en om­dat het on­der­ling con­tact (met de groep) stroef be­gint te ver­lo­pen en de men­sen ad­res­sen be­gin­nen uit te wis­se­len. (Ik geef mijn adres, maar post­bus­adres, zoals ik al­tijd heb ge­daan als ik mijn echt adres gaf. Twee keer gaf ik een vals adres: 23-7-92 en 5-8-92.) Ook aan J. geef ik later mijn post­bus­adres. Ik neem geen adres om­dat de con­tac­ten vluch­tig en op­per­vlak­kig zijn.
Ik koop twee keer an­der­hal­ve li­ter wa­ter: 2x £. 20. (Inf­la­tie of ander merk? Eerst was het £. 15.)
Hotel.
Ik betaal 300 plus 200 = £. 500.
Douche.
Bed rond 01.15 uur.
Weer: ik zag een klein so­li­tair wolk­je aan de he­mel, de­ze mid­dag, en vroeg mij af wat dat be­te­ken­de. Een wolk­je dat zijn weg kwijt was of een ver­ken­ner?
C., de Ame­ri­kaan, had een ther­mo­me­ter. Van­mid­dag rond 13.00 uur was het 40°C in de scha­duw.
Over £. 245. (En TL. 48.000.) [Turkse lira.]

MenuBe­ginIndex en het einde.


*
In steden in het Mid­den-Oos­ten zijn de mark­ten ge­se­gre­geerd, zo­als dat in Ne­der­land vroe­ger ook was: Bo­ter­markt, Vis­markt, Boom­markt, Ga­ren­markt etc. Als je in een Ara­bische stad een me­loen wilt ko­pen ga je naar de groen­te­markt en zult zien dat de me­loe­nen­ver­ko­pers al­le­maal op een kluit­je bij el­kaar zit­ten, zo ook met de krui­den­ver­ko­pers, de stof­fen­han­de­la­ren, de mes­sen­slij­pers, maar ook de hand­werks­lie­den, zo­als kleer­ma­kers, zit­ten al­le­maal naast en bij el­kaar en dus ook de een­mans­be­drij­ven die au­to­ban­den ver­van­gen. Van enige con­cu­ren­tie kan daar­om geen spra­ke zijn. Ie­der­een blijft even arm. Vaak is er ook spra­ke van kin­der­ar­beid.

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ
Ba­ron Ho­tel:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.