21 december 1997

Meisje

Dit is het zus­je van Abd Al­lāh, de ei­ge­naar van het ben­zi­ne­sta­tion in Rā­woek, in de Wādī ᶜAdm, dat wij op weg naar het mau­so­le­um van Sjeik ᶜOe­mar op 12 de­cem­ber jl. be­zoch­ten.
Meis­jes hoe­ven voor hun 15e jaar geen hoofd­doek te dra­gen, zo leer­de ik ver­le­den jaar tij­dens mijn ver­blijf in de­ze re­gio, maar dit meis­je lijkt me toch jon­ger te zijn.


Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9458) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Mijn col­le­ga heet Taw­fīq: hij is de eerst­ver­ant­woor­de­lij­ke in de­ze pe­rio­de van dit pro­ject. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

Zondag, 21 december 1997.
Tariem: 33/15.
Op 7.00 uur.
Bibliotheek: com­pu­ter en ver­ga­de­ring over geld.
Boekbinden: dins­dag gaf ik op­dracht en­ke­le boek­blok­ken te bin­den. Tot nu toe is er niets ge­beurd.
Na de middag met Abd al-Raḥ­mān in [het] ho­tel wer­ken. Hij krijgt het maar niet voor el­kaar, ook niet met on­ze na­druk­ke­lij­ke hulp, om een be­gro­ting op te stel­len voor het nog aan­we­zi­ge be­drag.
Ik word er moedeloos van en ga de ad­mi­ni­stra­tie doen.
[Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 16,5°C. / 40,3°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 73% / 23%.
Circa één uur vast sla­pen.
‘Ontbijt’ als avond­eten.
Database bewer­ken.
Nu 00.00 uur.
Moe.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Wādī ᶜAdm: Sāh:
GM., Wi., F. (Sāh.)
:ﻭﺍﺩﻱ ﻋﺪﻡ (ﺳﺍﻩ)
Rāwoek / Rāwik:
GM., Wi (Ara­bisch).
:ﺭﺍﻭﻙ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

20 december 1997

Bloem

Een mooie bloem van een mij on­be­ken­de plant die ik in de Wā­dī ᶜAdm zag op 12 december jl. Het lijkt wel een soort vet­plant, maar ik heb he­laas niet veel ver­stand van plan­ten.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9457) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

Zaterdag, 20 december 1997.
Tariem: 32/16.
Ik lig lang wak­ker. Pas na twee uur val ik in slaap, ter­wijl de wek­ker al­weer om 6.00 uur af­loopt.
’s Ochtends ben ik ben enorm moe.
Afgelopen nacht: 15,1°C. / 59% voch­tig­heid.
Uitgeput ga ik naar de Bi­blio­theek en con­sta­teer on­der­weg, bij het res­tau­rant, dat die mooie zwarte af­was­ser wel erg jong is en ik ver­geet hem prompt.
Om 8.30 in de Bi­blio­theek tot 13.00 uur. Met de com­pu­ter wer­ken.
Eten in het hotel.
Van 15.00 uur tot 17.00 uur in de Bi­blio­theek wer­ken: boek­bind­in­struc­ties geven aan Ḥu­sayn al-Ḥ en Abd al-Gā­dir.
Om 19.00 uur avond­eten.
Van 21.00 uur tot 01.00 uur werken Taw­fīq en ik aan een be­gro­ting voor Abd al-Raḥ­mān.
Bed 01.30 uur.
[Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 15,1°C. / 39,9°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] / 22% / 59%.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

19 december 1997

9456-1997-12-19 (Tarim 97-XI_004 kopie)

Boven het recht­hoe­kig ge­bouw, op straat­ni­veau, is op de heu­vel het Ḥuṣn al-Ḵātim te zien. Die naam be­te­kent ‘Af­slui­tend fort’. Het is het fort dat aan het ein­de van de stads­wal ligt. Die stads­wal (sūr), van mud brick, werd, vol­gens de ge­schie­de­nis­boe­ken, ge­bouwd in 1204 AD, maar werd daar­na ge­re­geld neer­ge­haald en weer op­nieuw op­ge­trok­ken. Er wa­ren in die re­gio veel con­flic­ten, dus een stads­wal was geen over­bo­di­ge lu­xe. Pas na de com­mu­nis­tische re­vo­lu­tie (mid­den ja­ren ’60) kon men zich ver­oor­lo­ven het on­der­houd aan de muur te ver­waar­lo­zen of die zelfs, ge­deel­te­lijk, af te bre­ken. Bron: The val­ley of mud brick ar­chi­tec­tu­re: Shibām, Tarīm & Wādī Ḥaḍramūt, Sal­ma Sa­mar Dam­luji. (Blz. 266-68.) WorldCat.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9456) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Mijn brief naar Ne­der­land be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Vrijdag, 19 december 1997.
Tariem: 31/17.
Op 7.45 uur.
Ontbijt.
Taw­fīq en ik ma­ken een wan­de­ling door Tarīm van cir­ca 9.00 tot cir­ca 16.00 uur. De be­lo­ning krij­gen we al om cir­ca 10.00 uur als RI. blijkt zich te wil­len la­ten fo­to­gra­fe­ren door mij. Twee keer zelfs. Taw­fīq wil dat met de te­le­lens doen, als een ou­de ke­rel roet in het eten gooit. Uit­ein­de­lijk, als die weer weg is, po­seert ze voor Taw­fīq, wel met hoofd­doek, maar met ont­bloot ge­zicht. Ze is erg mooi. Al­les is span­nend, want een vrouw die zich wil la­ten fo­to­gra­fe­ren is zeld­zaam. (Of niet, als er maar geen man in de buurt is?) Eerst wil ze haar naam niet noe­men, daar­na dus wel: RI. Taw­fīq en ik zoe­ken daar­na de weg uit om pre­cies bij haar huis te ko­men, om haar la­ter de fo­to’s via een vrouw te kun­nen over­han­di­gen. Ze woont in [de wijk] Aydīd.
Taw­fīq blijkt zijn foto’s niet zo­maar te wil­len ver­strek­ken. Hij laat copy­right gel­den. Hij wil ech­ter wel over da­ta­ba­ses weten. Dat is mijn ken­nis. Daar moet dus han­del in zit­ten.
Later krijg ik nog een soort be­lo­ning als we weer in het res­tau­rant eten waar die mooie zwar­te jon­gen af­wast. Hij loopt nu dui­de­lijk een paar keer voor mij langs en we kij­ken el­kaar ver­schil­len­de ke­ren in de ogen. Ook draait hij zich een paar keer naar me om. Ik weet ech­ter niet hoe ik de si­tu­a­tie moet aan­pak­ken om mijn hand eens over zijn blo­te be­nen en bil­len te kun­nen la­ten glij­den. Wat is de weg naar de bin­nen­kant van zijn sa­rong?
Een andere sexy jon­gen zie ik bij het thee­huis. Hij draagt zijn sa­rong laag, tot net bo­ven zijn schaam­haar, met bloot bo­ven­lijf. Hij is mooi, maar heeft een vreemd kuch­je.
Taw­fīq en ik lo­pen een groot deel ‘bo­ven’ Tarīm, over de berg­wand. Een deel door de wijk Noe­way­da­ra en we ko­men op zoek naar de ou­de stads­wal zelfs bij Ḥuṣn al-Ḵātim en tot aan de rand van Dam­moen, waar ver­ve­len­de kin­de­ren ons met ste­nen bom­bar­de­ren. Door de May­yāf-straat (ﺍﻟﻣﺠﺎﻑ), waar de ka­me­len­ra­ce ver­le­den week was, (zaterdag jl.) komen we via de Miḥdār-minaret*(1) / -moskee weer in het res­tau­rant van de mooie af­was­sen­de zwar­te jon­gen. Daar­na via de ‘oa­se’ palm­bo­men­plan­ta­ge ge­ra­ken we na ver­loop van tijd in het ho­tel.
Zwemmen.
Douchen.
Dagboek bij­wer­ken en drie kwar­tier sla­pen.
Mijn gelaat is ver­brand in de fel­le zon.
Als ik volgend jaar eens een vriend­in zou kun­nen mee­ne­men dan heb ik mis­schien die zwoe­le blik van die zwar­te jon­gen niet no­dig.
[Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 15,6°C. / 39,8°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 43%. / 21%.
19.00 uur avond­eten in ont­bijt­stijl.
Dorp in.
Hotel: onder andere ver­tel­len met een Belg.
Nu 23.00 uur.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Brief

Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, een tien blad­zij­den (A4) lan­ge brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Die be­vat in­te­res­san­te ach­ter­grond­in­for­ma­tie, die ei­gen­lijk te veel was om ook nog eens ex­tra in mijn dag­boek neer te pen­nen. Ik ci­teer hier uit die brief.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Boekbinden

In de Aḥgāf-bi­blio­theek zou ik de wes­ter­se wij­ze van boek­bin­den in­stru­e­ren en ver­zocht die­ge­nen die het wil­den le­ren van blan­ke A4-tjes een tien­tal ka­ter­nen met twin­tig blad­zij­den te vou­wen zo­dat ik het naai­en daar­van zou kun­nen de­mon­stre­ren. Na twee da­gen was er een sta­pel­tje van tien ka­ter­nen klaar en ik deed voor hoe vol­gens de wes­ter­se me­tho­de ka­ter­nen aan el­kaar ge­naaid moe­ten wor­den. De meest ge­ïn­te­res­seer­de maak­te de rest af. Niet he­le­maal goed, maar voor een be­gin­ner ook niet slecht. Om het be­ter in de vin­gers te krij­gen ver­zocht ik hem nog een aan­tal sta­pel­tjes ka­ter­nen te vou­wen, waar­op hij zou kun­nen oe­fe­nen. Hij keek mij aan als­of ik stond te vloe­ken.
Na ver­der aan­drin­gen was een week la­ter het vol­gen­de sta­pel­tje klaar, maar veel ani­mo om die ka­ter­nen tot een boek­blok­je te naai­en was er niet. Men vond dat maar on­zin. Ik was toch ge­ko­men om hen te le­ren hoe je ma­nus­crip­ten moest bin­den, niet­waar? “Nou, dan be­gin­nen we toch te oe­fe­nen met ma­nus­crip­ten en niet met blank pa­pier!” (Hgaaah! Ben ik wel ge­schikt voor de Ara­bische we­reld?)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Vrouwelijk schoon

Taw­fīq en ik wil­den Tarīm ver­ken­nen aan de hand van de plat­te­grond die Her­mann von Wiss­mann in de jaren der­tig als bij­lage maak­te voor het boek Ha­dra­maut, so­me of its mys­te­ries un­vei­led van Da­niël van der Meu­len*(2). Hoe­wel meer dan zes­tig jaar oud is die kaart nog steeds aar­dig bij de tijd, zo ont­dek­ten we tij­dens on­ze wan­de­ling door Tarīm.
Op zoek naar de ou­de stads­muur die op de plat­te­grond voor­komt, maar die nu gro­ten­deels tus­sen de be­bou­wing ver­dwe­nen is, kwa­men we bij een berg­hel­ling uit. De voet van de hel­ling was be­bouwd met (le­men: mud brick) hui­zen. Een slecht on­der­hou­den trap, die ei­gen­lijk be­stond uit los­se brok­ken be­ton, leid­de naar de ho­ger ge­le­gen hui­zen. Wij klom­men naar bo­ven, ter­wijl we er ons de­ge­lijk van be­wust wa­ren dat we bin­nen­dron­gen in de pri­vé-sfeer van de men­sen die er woon­den.
Uit het laatste huis kwam plot­se­ling een on­ge­slui­erd meis­je naar bui­ten. Zij keek naar ons en trok haar hoofd weer te­rug. We dach­ten dat we te ver gin­gen, maar toen keek ze weer om de hoek van haar huis en bleef kij­ken. Voor­zich­tig klom­men we nog wat ho­ger. Ze bleef zit­ten. We na­der­den haar en Taw­fīq vroeg of we nog ver­der moch­ten, de heu­vel op. Zij had geen be­zwaar.
We gingen haar voor­bij en be­klom­men de ka­le, uit los­/­vast grind be­staan­de hel­ling van de berg­voet. Van­daar had­den we een prach­tig uit­zicht over Ta­rīm en de Wādī Ḥa­ḍra­maut*(3) die he­le­maal vol staat met groe­ne da­del­pal­men.
Ongeveer vijfentwin­tig me­ter la­ger stond het meis­je nog steeds voor de ijze­ren deur van haar huis naar ons te kij­ken. Met een ge­baar vroeg ik haar of ik een fo­to van haar mocht ma­ken. Zij be­woog niet, dus waag­de ik het er­op. Even la­ter maak­te ik een twee­de foto. Zij bleef ge­woon staan. Daar­op be­sloot Taw­fīq ook een fo­to van haar te ma­ken.
Terwijl hij de ge­wo­ne lens voor een te­le­lens ver­wis­sel­de kwam er een grijs be­baar­de ou­de man met krom­me be­nen en een stok de hel­ling naar het huis op­ge­strom­peld. Hij hield ons drie­ën scherp in de ga­ten. On­mid­del­lijk na­dat ze hem had ge­zien vloog het meis­je als een flits naar bin­nen. We wa­ren he­vig te­leur­ge­steld en kwaad op die ou­de man. (De po­si­tie van oud wijf is in de­ze re­gio ken­ne­lijk va­cant, daar­om zijn er ou­de man­nen die de­ze func­tie ver­vul­len).
Even later stond die schoon­heid op het plat dak van haar huis. Om­dat de ou­de nog steeds na­der­bij kwam, de­den Taw­fīq en ik of we nog ho­ger de berg op­klom­men, wat maar moei­zaam ging. Het meis­je sprak met de ou­de man, die daar­na ver­dween. Het meis­je stond nu op het dak (qua­si?) ver­le­gen, ver­lei­de­lijk naar ons te glim­la­chen en ver­borg haar ge­zicht af en toe in haar zwar­te slui­er.
Toen wij de hel­ling weer af gin­gen kwam ze op­nieuw naar bui­ten en ging voor de deur van haar huis staan. Het was dui­de­lijk dat ze ge­fo­to­gra­feerd wil­de wor­den. Taw­fīq ging vlak voor haar staan en maak­te clo­se-up op­na­mes. Ik let­te op de om­ge­ving, maar maak­te ook nog een fo­to van haar. Het meis­je po­seer­de voor Taw­fīq, waar­bij ze een ge­raf­fi­neerd spel speel­de met haar zwar­te hoofd­doek om haar schoon­heid vol­le­dig tot ui­ting te la­ten ko­men. Ze was mis­schien net 15 jaar. Dat is vol­gens de nor­men hier al een huw­ba­re vrouw.
Ze had geen naam, zei ze eerst, maar even la­ter zei ze haar naam toch. Ook haar ach­ter­naam, dat wil hier zeg­gen: de voor­naam van haar va­der, gaf ze prijs.
Een onverge­te­lij­ke er­va­ring. Wij fo­to­gra­feer­den in het streng gods­diens­ti­ge Ta­rīm dat wat voor man­nen ver­bo­den is te fo­to­gra­fe­ren of te zien.
Later maak­ten een plat­te­grond van de om­ge­ving om de po­si­tie van haar huis in de wir­war van straat­jes, ste­gen en ge­bou­wen vast te leg­gen. Dan kun­nen we een vol­gen­de keer de fo­to’s mis­schien (la­ten) be­zor­gen.
De muur die op de kaart van Von Wiss­mann voor­komt kon­den we die och­tend niet vin­den, maar aan het eind van on­ze ze­ven uur du­ren­de ver­ken­nings­tocht door Ta­rīm (zo groot is het stad­je) za­gen we toch nog een flink stuk er­van.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Miḥdār-mi­na­ret en mos­kee. Google foto’s. De­ze con­struc­tie is ook he­le­maal van in de zon ge­droog­de le­men ti­chels ge­maakt, zo­als vrij­wel al­les wat in de Ḥa­ḍra­maut ge­bouwd wordt. (Op di­ver­se plaat­sen, ook in Wi­ki­pe­dia, staat al-Muḥ­dār in plaats van al-Miḥ­dār, maar de laat­ste naam is de cor­rec­te naam, dus met een ‘i’ na de ‘M’.)

Te­rug.

*(2)
Ha­dra­maut, so­me of its mys­te­ries un­vei­led van Daniël van der Meu­len.
WorldCat: Ha­dra­maut, so­me of its mys­te­ries un­vei­led.
Daniël van der Meulen. Ne­der­lands di­plo­maat en ont­dek­kings­rei­zi­ger (1894-1989).
Wi­ki­pe­dia: Da­niel van der Meu­len.
Hermann von Wissmann. Duits geo­graaf en ont­dek­kings­rei­zi­ger.
Wi­ki­pe­dia: Her­mann von Wiss­mann.

Te­rug.

*(3)
Wādī Ḥa­ḍra­maut. Ḥa­ḍra­maut is de naam van de pro­vin­cie waar wij ver­blij­ven, ook is het de naam van de streek, maar er is ook nog de Wā­dī Ḥa­ḍra­maut: de over het al­ge­meen uit­ge­droog­de ri­vier­bed­ding waar­in tal van plaat­sen lig­gen, zo­als Say’ūn en Ta­rīm.
Wā­dī: ri­vier­(bed­ding).

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Dammoen:
GM., Wi. (Arabisch.)
:ﺩﻣﻮﻥ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

18 december 1997

Shibam

Dit is een dia van de ach­ter­kant van de stad Ši­bām in de Ḥa­ḍra­maut. Ge­woon­lijk wordt die al­leen aan de voor­kant ge­fo­to­gra­feerd, maar de ach­ter­kant is net zo spec­ta­cu­lair.
Nog meer foto’s van Ši­bām, zo­wel bui­ten­om als in de stad, 1996: april, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9455) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

Donderdag, 18 december 1997.
Tariem: 30/18.
’s Nachts heb ik een op­ge­bla­zen ge­voel en ik voel me licht mis­se­lijk. Ik over­weeg een vin­ger in mijn keel te ste­ken, maar doe het toch maar niet. Na een lang­durig toi­let­be­zoek gaat het iets be­ter.
Op circa 6.00 uur.
Dagboek bijwerken.
Taw­fīq wil zich la­ten re­gi­ste­ren als zijn­de in Je­men [We zijn nu in Say’ūn], maar dat gaat niet, want de amb­te­na­ren moe­ten plots naar de ka­zer­ne. Ik denk aan een staats­greep, maar la­ter blijkt dat de pre­si­dent van­daag op be­zoek komt.
Taw­fīq en ik gaan naar Ši­bām en blij­ven daar cir­ca twee uur. (Voor Taw­fīq is dit de eer­ste keer.)*(1).
Circa 13.00 uur, vol­gens af­spraak, bij Abd al-Raḥ­mān in zijn kan­toor. [Mu­se­um Say’ūn.] Van­daar naar hem thuis, met Ca­te­ri­na Bo­rel­li*(2), haar chauf­feur en Taw­fīq.
Lunch, niet slecht, bij hem thuis.
Dan naar de Hadramaut Art Gal­le­ry, zijn ga­le­rie in op­rich­ting.
De blote man­nen­lij­ven van werk­lie­den op eni­ge af­stand fas­ci­ne­ren me. (Blo­te bo­ven­lij­ven.)
Rond 18.00 zijn we per taxi te­rug in Tarīm en Taw­fīq en ik eten in het stads­res­tau­rant in de al-Taw­ḥī­dī-straat. (Ri­ch­ting mos­kee en al-Aḥ­gāf-bi­blio­theek.)
De jongen die daar de af­was ver­zorgt, mooi diep zwart, heeft al die ke­ren dat ik er kom, mijn aan­dacht.
We eten er shek­shoeka (ui­en, ei en to­maat) en ver­tel­len met een be­ken­de van Taw­fīq uit Sin­ga­po­re, die in Ta­rīm gods­dienst stu­deert. Hij is een In­diër en hij spreekt per­fect En­gels, maar heeft gro­te moei­te met het Ara­bisch.
Hotel.
Terras.
Bed circa 23.00 uur. Moe.
[Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 13,9°C. / 39,1°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 43% / LO%.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Šibām. Een stad in de Ḥa­ḍra­maut. De­ze plaats wordt ook het Man­hat­tan van de woes­tijn ge­noemd, om­dat vrij­wel al­le hui­zen ze­ven, of soms zelfs meer, ver­die­pin­gen heb­ben, ter­wijl ze toch he­le­maal van leem (mud brick) zijn ge­bouwd. Voor Taw­fīq is het de eer­ste keer dat hij deze plaats be­zoekt. Voor mij is het de der­de keer, want ik was er in 1996 ook al twee keer.
1996: april, 5 en 12.

Te­rug.

*(2)
Cate­ri­na Bo­rel­li. Cate­rina Bo­rel­li is ci­ne­as­te en is in de Ḥa­ḍra­maut om een film te ma­ken over de leem­bouw (Mud brick) in deze streek. Het re­sul­taat van haar werk is op Vi­meo te zien en heet The Archi­tec­ture of Mud.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

17 december 1997

Wachttoren

De­ze fo­to (dia) is ge­maakt na­bij het Mau­so­leum van Sjeik ᶜOe­mar, waar we op 12 de­cem­ber jl. wa­ren. In de ro­de cir­kel is de wacht­to­ren te zien van­waar­uit ge­scho­ten werd. He­le­maal op de voor­grond, langs de on­der­rand van de dia is het wa­ter van de rivier Wādī ᶜAdm te zien. Vrij­wel al­le ge­was­sen, die op de voor­grond en op de ver­re ach­ter­grond, die groen zijn of een beet­je bruin, zijn da­del­pal­men.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9454) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

Woensdag, 17 december 1997.
Tariem: 29/19.
Op 4.45 uur.
Dagboek bijwerken.
Rond 5.30 uur: 12,6°C!
Rond 8.30 in de bibliotheek. Ḥusayn al-Ḥ. heeft een boek­blok ge­bon­den. Ik laat het gaas aan­bren­gen. Het zoe­ken van het stijf­sel en het men­gen met wa­ter van de bij­na uit­ge­droog­de sub­stan­tie neemt eni­ge tijd in be­slag. Er zit­ten veel har­de stuk­jes in het stijf­sel die ḥoergoeṣ [ev.] / ḥarāgieṣ [mv.]*(1) he­ten, (een Ta­rī­mī woord, dat zelfs Abd al-Raḥ­mān niet kent) die fijn ge­maakt moe­ten wor­den.
Met Abd al-Gādir over het maken van nog meer le­ge boek­blok­ken ont­staat eni­ge wrij­ving. (Niet met ons, maar tus­sen hem en Abd al-Raḥ­mān.) Hij wil aan ma­nus­crip­ten wer­ken.
Als hij daar­na een proe­ve van zijn werk laat zien kan ik niet an­ders con­sta­te­ren dat hij het nog be­ter kan dan ik, een half le­de­ren band met op de rug rib­ben. De enige op­mer­king die ik kan ma­ken is dat hij slechts een half schut­blad ge­bruikt, dat de kneep niet groot ge­noeg is om­dat hij het boek­blok op­schuur­de, om het op te scho­nen. Dat kan voor hand­schrif­ten [ma­nus­crip­ten] ‘do­de­lijk’ zijn om­dat mar­gi­na­lia*(2) kun­nen ver­dwij­nen of be­scha­digd ra­ken. Ver­der is zijn werk per­fect. Na mijn prij­zen is na an­der­half jaar toch een beet­je ijs [tus­sen ons bei­den] ge­bro­ken.
Nico beweerde ver­le­den jaar dat die vre­se­lijk slecht ge­bon­den boe­ken het werk van Abd al-Gādir was. Dat heb ik blin­de­lings aan­ge­no­men, zon­der dat te con­tro­le­ren*(3). Abd al-Gādir is een ver­trou­we­ling van de fun­da­men­ta­lis­tische sjeik AB. [De vo­ri­ge di­rec­teur / cu­ra­tor van de bi­blio­theek.]
Caterina Borelli*(4) komt haar So­ny DCR V1000 di­gi­ta­le film­ca­me­ra de­mon­stre­ren voor het ge­bruik van het scan­nen van ma­nus­crip­ten.
Een lichte te­leur­stel­ling dat Pa­me­la Je­ro­me*(5) er niet bij is (zij is al naar huis) pro­beer ik snel te on­der­druk­ken door op een an­der on­der­werp over te stap­pen.
Caterina blijkt bij­zon­der aar­dig en aan­ge­naam.
Met haar, haar chauf­feur, Abd al-Raḥ­mān, Ḥusayn al-Ḥ, eten Taw­fīq en ik op kos­ten van het pro­ject in het Gaṣr al-Goeb­ba.
Van circa 15.30 tot 19.30 uur blij­ven we nog in de Bi­blio­theek, on­der an­de­re een meer dan twee uur du­ren­de ver­ga­de­ring met Abd al-Raḥ­mān waar Ḥusayn al-Ḥ. en Abd al-Gādir ook lan­ge tijd bij aan­we­zig zijn.
Hotel: ‘ontbijt’ als avond­maal.
Uitwerken be­spre­king.
Bed 23.00 uur.

Sālim T., de avond-re­cep­tio­nist van het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel, is nu 32 jaar en zijn vrouw 19 jaar. Hij trouw­de haar in 1992. (Toen was ze dus 14 jaar.) Hij koos haar toen ze 12 jaar was en bij hem in de klas En­gels leer­de. Zij is een bint al-ᶜamm: een nicht van va­ders­zijde. [Zie ook 24 no­vem­ber jl. waar Sālim ver­klaart dat hij van zijn vrouw houdt.]
Hij woont in Dam­moen, waar vol­gens hem vijf­tig pro­cent van de be­vol­king Swa­hi­li*(6) spreekt.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Ḥoergoeṣ. Men kan daar in Tarīm wel be­we­ren dat dit een spe­ci­fiek woord uit dat stad­je is en het kan zijn dat ook Abd al-Raḥ­mān het niet kent, maar het staat wel in de Lisān al-ᶜArab (De tong (=taal) van de Ara­bieren) van Ibn Man­ẓoer (1233-1312 AD) on­der de wor­tel: ḥ-r-q-ṣ: al-ḥoer­qoeṣ, met de me­de­de­ling dat het om een dingetje (hunay-un :ﻫﻨﻲﱞ) gaat, zo­als steen­tjes.

Te­rug.

*(2)
Marginalia. Mar­gi­na­lia zijn aan­te­ke­nin­gen in de kant­lijn of op de vrije wit­te plek­ken van een boek­blad­zij­de, die die­nen als com­men­taar of aan­vul­ling van de ge­schre­ven of ge­druk­te tekst. De aan­te­ke­nin­gen zijn af­kom­stig van le­zers van die boe­ken en niet van de au­teur van het werk. De term mar­gi­na­lia slaat op de mar­ge van de blad­zij­de, de kant­lijn dus, dat wat zich in de kant­lijn be­vindt.
Wi­ki­pe­dia: mar­gi­na­lia

Te­rug.

*(3)
Boekbinden: ik. Toen ik in 1996 in Tarīm was, kon ik nog niet boek­bin­den en kon dus ook niet oor­de­len over de kwa­li­teit het werk van de boek­bin­der(s) van de Aḥ­gāf­-bi­blio­theek. In het na­jaar van 1996 heb ik spe­ciaal een cur­sus ge­volgd om het boek­bin­den te le­ren: recht toe, recht aan. Boe­ken met een rech­te rug. Tot het bin­den van boe­ken in die kun­sti­ge vorm als Abd al-Gādir het doet, ben ik he­le­maal niet in staat.

Te­rug.

*(4)
Cate­ri­na Bo­rel­li. Cate­rina Bo­rel­li is ci­ne­as­te en is in de Ḥa­ḍra­maut om een film te ma­ken over de leem­bouw (Mud brick) in deze streek. Het re­sul­taat van haar werk is op Vi­meo te zien en heet The Archi­tec­ture of Mud.

Te­rug.

*(5)
Pa­me­la Je­ro­me. Patricia Je­ro­me is als ar­chi­tect ge­spe­cia­li­seerd is in leem­bouw, over­al ter wer­eld. Zie haar C.V. hier: Pa­me­la Je­ro­me. Ik vind haar een mooie, aan­trek­ke­lijke vrouw, maar ze heeft Tarīm dus al ver­la­ten.

Te­rug.

*(6)
Swahili. Swahili / Ki­swa­hi­li is een oost-Afri­kaan­se taal. Wi­ki­pe­dia: Swa­hi­li.
Waarom wordt er zo­veel Swa­hi­li ge­spro­ken in de Ḥa­ḍra­maut?
Verleden jaar op 6 juni 1996 (na­bij het ein­de van die blad­zij­de) no­teer­de ik de vol­gen­de tekst.
On­der­weg ver­tel­de Abd al-Raḥ­mān over de op­komst van de Is­lah-par­tij, die steeds mach­ti­ger wordt in dit eco­no­misch steeds ver­der ach­ter­uit­gaan­de Je­men. De ba­sis van de ver­be­te­ring van de eco­no­mie van het land ligt in be­ter on­der­wijs, ter­wijl de Is­lah-par­tij, die nu ook het on­der­wijs ver­zorgt, af­ziet van het on­der­wij­zen in de wes­ter­se we­ten­schap­pen en ken­nis en zelfs af­ziet in het on­der­wij­zen van wis­kun­de. Be­lang­rijk voor hen is de gods­dienst­we­ten­schap.
Voor Jemenitische ar­bei­ders is er niet veel kans en hoop op ver­be­te­ring van de ar­beids­om­stan­dig­he­den. Ze zijn slecht on­der­we­zen en niet al­le­maal be­reidt even hard te wer­ken. Wes­ter­se olie­maat­schap­pij­en ne­men geen Je­me­nie­ten in dienst, maar Oost-Afri­ka­nen, om­dat die En­gels zou­den spre­ken en, na­tuur­lijk, eer­der be­reid zijn een or­der op te vol­gen, dan de so­cia­lis­tisch on­der­we­zen Zuid-Je­me­nie­ten.
[Vroe­ger werd een leer­ling dus so­cia­lis­tisch-com­mu­nis­tisch on­der­we­zen en nu gods­diens­tig-is­la­mi­tisch, bei­de ideo­lo­gie­ën waar je niet veel aan hebt in een mo­der­ne eco­no­mie, als je voor­uit wilt ko­men.]
Zie hier een van de oor­za­ken waar­om er zo­veel Swa­hi­li-spre­ken­de mensen in Dam­moen zijn. Be­hal­ve Swa­hi­li spre­ken die natuur­lijk ook En­gels.
Voor de islah-patij: zie hier.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Dammoen:
GM., Wi. (Arabisch.)
:ﺩﻣﻮﻥ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

16 december 1997

Grafzerk

Detail van een grafzerk in het mausoleum van Sjeik ᶜOemar, dat we op 12 december jl. bezochten. Het rechter paneel op maximale grootte. Negatieve weergave.

Grafzerk

Detail van een grafzerk in het mausoleum van Sjeik ᶜOemar, dat we op 12 december jl. bezochten. Het linker paneel op maximale grootte. Negatieve weergave.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9453) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

Dinsdag, 16 december 1997.
Tariem: 28/20.
Op circa 5.00 uur.
Onder andere dag­boek bij­wer­ken, nu 6.00 uur.
14,9°C rond 05.30 uur. 54% lucht­voch­tig­heid.
Om 9.00 uur: Biblio­theek.
Ik koop op het post­kan­toor voor 3.280 rial post­ze­gels voor post naar re­la­ties. Twin­tig brie­ven à 140 rial en ne­gen an­sicht­kaar­ten.
Ik bel voor 650 rial met Pa en Ma. (Een paar mi­nu­ten.)
Taw­fīq belt la­ter voor 6.935 rial voor het pro­ject met Ne­der­land.
Ik begin met het uit­leg­gen van het boek­bin­den aan Ḥu­sayn al-Ḥ. en Ḥu­sayn al-K. Abd al-Gā­dir, voor wie de­ze in­for­ma­tie ei­gen­lijk be­stemd is, loopt al snel weg. Mis­schien om­dat Taw­fīq en ik ons con­cen­tre­ren op Ḥu­sayn al-Ḥ.
We nemen de lunch in het res­tau­rant ‘van’ Abd al-Raḥ­mān, dat wil zeg­gen, waar ik al eens va­ker met hem at. Rijst met een flink stuk kip, een deel sap­pig, een deel vre­se­lijk droog.
Hotel: een half uur zwem­men.
Samen gaan we, op mijn voor­stel, de enorm gro­te (zo blijkt nu) da­del­palm­plan­ta­ge rond het ho­tel ver­ken­nen. Daar zijn we wel an­der­half tot twee uur mee zoet.
Hotel: we nemen ons ei­gen eten (brood etc.) mee op het ter­ras en drin­ken daar kof­fie van het ho­tel bij. [Het ter­ras bij mijn ho­tel­ka­mer.]
Van circa 18.30 tot 20.30 wer­ken aan de be­vei­li­ging van de da­ta­ba­se.
Ik val dan zowat ach­ter mijn com­pu­ter in slaap, on­danks de kof­fie die ik dronk.
Om 20.45 uur lig ik in bed, zo moe dat ik zelfs aan vrien­din­nen niet meer denk. (Ik slaap als een blok, on­danks de kof­fie die ik van­avond dronk.)
[Tempe­raturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 14,6°C. / 36,9°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 56% / 20%
Rond 23.30 nog even wak­ker van de ‘wil­de’ poes die mijn eten wil op­eten op het ter­ras.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

15 december 1997

Grafzerk

De graf­zerk van Sjeik ᶜOemar in zijn mau­so­leum dat we op 12 de­cem­ber jl. be­zoch­ten. Ik heb de­ze fo­to be­werkt: lich­ter ge­maakt, waar­door het lijkt als­of hij over­be­licht is, maar nu is de tekst be­ter te le­zen.

Grafzerk

De graf­zerk van Sjeik ᶜOemar in zijn mau­so­leum dat we op 12 de­cem­ber jl. be­zoch­ten, maar nu heb ik de foto ne­ga­tief ge­maakt, zo­dat de tekst in zwart naar vo­ren komt.
Wat er staat? Nou de tekst is niet zo een­vou­dig te le­zen, maar er staat een da­tum. Ver­moe­de­lijk 23 in de maand Ǧoe­ma­da al-Aw­wal van het jaar 24 en nog wat en honderd en dui­zend, in het rech­ter­pa­neel.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9452) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

Maandag, 15 december 1997.
Tariem: 27/21.
Op 4.45 uur.
Computer: brieven print­klaar maken.
Bibliotheek: Ḥusayn al-Ḥ. hel­pen met het in­vul­len van het for­mu­lier [van de da­ta­ba­se] voor de in­voer van nieuwe ti­tels. Het gaat lang­zaam, want hij heeft maar één ti­tel in te voe­ren, voor­lopig.
Verder: prin­ten van acht­tien brie­ven, vijf vel­len dub­bel­zij­dig. (En twee van zes vel­len en­kel­zij­dig.)
Hotel: uitge­breide lunch op het ter­ras met eigen brood en kof­fie van het ho­tel.
Na de Ṣalāt al-ᶜaṣr* [Mid­dag­ge­bed] komt R. op be­zoek. Hij was op 3 de­cem­ber jl. in de Bi­blio­theek. Hij komt uit Kaap­stad.
In tegenstelling met de vo­ri­ge keer be­gint hij nu wel met een preek. Een bij­na twee uur du­ren­de. Ik word bij­na kwaad dat ik naar al die on­zin moet luis­te­ren, ter­wijl ik nog zo­veel werk heb. Mijn te­gen­wer­pin­gen snij­den niet al­tijd hout, of zijn niet goed on­der­bouwd. Ik op­po­neer maar twee of drie keer.
Nadat hij ein­de­lijk op­ge­so­de­mie­terd is, vouw ik mijn brie­ven en schrijf de en­ve­lop­pen.
Ik eet brood op mijn ka­mer en werk mijn dag­boek bij.
Bed 22.30 uur.
[Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 16,6°C. / 38,6°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 39% / LO %.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*
Ṣalāt al-ᶜaṣr.
Wi­ki­pe­dia: gebedstijden. (De is­la­mi­tische ge­beds­tij­den en de bij­zon­der­he­den daar­bij.)

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

14 december 1997

9451-1997-12-14 (Tarim 97-VIII_002 kopie)
They bring the action.
When you hear this with the club
They turn the shit up
All eyes on us
See the boys from the club
They watchin’ us
They watchin’ us
They watchin’ us
Everybody of the club
All eyes on us
All eyes on us
All eyes on us
They scream and shout, and let it all out
We sayin’, oh wee oh wee oh wee oh
The rocks roll, everybody loses control
When you hear this from the club
They turn the shit up
All eyes on us
All eyes on us
All eyes on us
You see them boys of the club
They lookin’, at us
They scream and shout, and let it all out
We sayin’, oh wee oh wee oh wee oh
etc.

Vrij naar Scream & Shout: Will.i.am. ft. Britney Spears.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9451) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Deze och­tend gaan we met een drie­tal an­de­re ho­tel­gas­ten te voet naar de Yool. (Dat is de bo­ven­zij­de van de ta­fel­ber­gen van de Ḥaḍra­maut.) – We zijn ook ge­tui­ge van de Soe­fi’s, die de gra­ven in Tarīm be­zoe­ken, waar door on­ze aan­we­zig­heid een op­stoot­je ont­staat met de jeugd van het dorp. – Mijn brief voor Ne­der­land, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zondag, 14 december 1997.
Tariem: 26/22.
Moeilijk slapen. Ik lig voort­du­rend aan de mooie, maar wel erg ma­ge­re, Pa­me­la Je­ro­me te den­ken.
Op rond 4.30 uur.
Soep eten.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Naar de Yool

Om 5.00 uur met Taw­fīq, Y., F. en M., via het ou­de voet­pad naar Say’ūn, naar de Yool, hier di­rect ach­ter mijn ho­tel­ter­ras. Na on­ge­veer an­der­half uur zijn we bo­ven. Daar blij­ven we cir­ca an­der­half uur.
Rond 9.00 zijn we weer in het ho­tel. Ik liep al­les op mijn san­da­len.
Ik fo­to­gra­feer­de veel, ook een graf.
Boven hadden we ont­bijt. Taw­fīq en ik be­ne­den nog een keer.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Mot?

In de Bi­blio­theek te­gen 10.30 uur. Abd al-Raḥ­mān wil dat we spij­kers met kop­pen slaan en on­der­wijs ge­ven in boek­bin­den. De men­sen die die trai­ning krij­gen in de tijd van de baas, dus in de tijd dat ze al loon krij­gen, moe­ten daar­voor be­taald wor­den. Wij bei­den (Taw­fīq en ik) wei­ge­ren dat.
Dat geeft een ge­span­nen sfeer tus­sen ons ener­zijds en Abd al-Raḥ­mān an­der­zijds.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Handschrift

Na de mid­dag be­zoe­ken Taw­fīq en ik Ḥusayn al-A. die ons een ma­nus­cript (hand­schrift) toont: al-Taḏ­ki­ra bi-Maᶜ­ri­fat … *(1)
Zowel hij als het ma­nus­cript zien er mooi uit.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Scream and Shout

We gaan de soe­fi­bij­een­komst op de be­graaf­plaat­sen be­kij­ken.
Weer zijn de soefi’s van gis­te­ren in de weer, nu met vlag­gen voor­op, in plaats van een sym­bo­lisch om­ge­keer­de ui. [Zo­als gis­te­ren.]
Taw­fīq beklimt op aan­ra­den van Y. een gro­te zand­hoop tus­sen de be­graaf­plaats voor de say­yid’s (Mag­ba­ra Zan­bal)*(2) en die voor het ge­me­ne volk.
Daar speelt hij in ze­ke­re zin met de kin­de­ren die met ste­nen gooi­en. Hier­mee over­schrijdt hij de lijn van ge­zags­ver­hou­din­gen en te­gen de tijd dat M. en ik ook bo­ven zijn, is het ste­nen­gooi­en al vrij­wel uit de hand ge­lo­pen. Een ge­wo­ne man die de or­de pro­beert te her­stel­len, heeft niet veel suc­ces. Een po­li­tie­man ver­drijft dan ie­der­een, be­hal­ve ons drie­ën en zegt dat we de kin­de­ren moe­ten slaan.
Nu staan er drie on­ge­lo­vi­gen op de top van de heu­vel en de ge­lo­vi­gen zien niets meer van de ri­tu­e­len.
Mis­schien daar­om ont­staat er een vecht­par­tij tus­sen een jon­gen en de agent. De agent blijkt ster­ker dan ik dacht. Hij sleurt de jon­gen mee. Er komt een ge­blin­deer­de au­to aan­ge­sto­ven. De jon­gen wordt er­in ge­sla­gen.
Ik moet Taw­fīq eerst uit­leg­gen dat wij ver­moe­de­lijk de aan­lei­ding van dit op­stoot­je zijn, voor­dat hij naar be­ne­den wil gaan.
Met z’n vijven: Taw­fīq, Y., F., M. en ik drin­ken we thee.
Ik ga al­leen naar huis. [Ho­tel.]
Brood eten.
Bed circa 20.30 uur.
[Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 14,1°C. / 40,1°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 21% / 62%.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Brief

Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, een tien blad­zij­den (A4) lan­ge brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Die be­vat in­te­res­san­te ach­ter­grond­in­for­ma­tie, die ei­gen­lijk te veel was om ook nog eens ex­tra in mijn dag­boek neer te pen­nen. Ik ci­teer hier uit die brief.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Zandduin

Zondag 14 de­cem­ber was het hier een feest­dag. Soe­fi’s be­zoch­ten mas­saal de gra­ven (dat is hier feest). Ze voer­den daar­na in de stra­ten een een­vou­di­ge ri­tu­e­le dans uit*(3). Om een en an­der be­ter te kun­nen zien en te fo­to­gra­fe­ren (iets wat tot on­ze ver­ba­zing door veel men­sen werd aan­ge­moe­digd), be­klom eerst Taw­fīq en la­ter M. en ik de ho­ge zand­heu­vel tus­sen de twee be­graaf­plaat­sen in het cen­trum van Ta­rīm. Ter­wijl wij daar ston­den be­gon­nen steeds meer kin­de­ren, die ook op de heu­vel ston­den, met ste­nen naar ons te gooi­en. Taw­fīq pak­te af en toe een jon­ge­tje vast. Die was dan vre­se­lijk bang, ter­wijl de an­de­re kin­de­ren dat leuk von­den. Die be­gon­nen Taw­fīq uit te da­gen door nog meer ste­nen te gooi­en. In­mid­dels groei­de de groep tot meer dan hon­derd van die, lang­zaam erg ver­ve­lend wor­den­de, snui­ters. Om een eind aan het ge­gooi te ma­ken be­klom een po­li­tie­man de heu­vel, die met en­ke­le woor­den de he­le heu­vel leeg­maak­te en ons ver­vol­gens aan­moe­dig­de al­les op de ge­voe­li­ge plaat vast te leg­gen. On­der­wijl ver­bood hij ie­der an­der mens de heu­vel te be­tre­den.
Het was na­tuur­lijk ook niet juist dat de he­le heu­vel voor ons al­leen was ter­wijl de lo­ka­le be­vol­king niet meer kon ge­nie­ten van de aan­blik van zwij­gen­de, bid­den­de man­nen bij gra­ven. Een van de jon­ge­man­nen die aan de voet van de heu­vel er­ger­de zich waar­schijn­lijk aan de­ze dis­cri­mi­na­tie, waar­bij on­ge­lo­vi­gen (wij dus) meer voor­rech­ten had­den dan de ge­lo­vi­gen. Zijn pro­test liep uit op een hand­ge­meen met de po­li­tie­man, dat zo­veel om­stan­ders trok, dat wij bin­nen de kort­ste ke­ren weer om­ringd wa­ren met meer dan hon­derd kij­kers. De ma­ge­re po­li­tie­man bleek ster­ker dan ik ge­dacht had. Hij sleur­de de pro­tes­tant de heu­vel af, hoe­wel hij ge­hin­derd werd door an­de­ren. Vrij­wel on­mid­del­lijk hier­na stop­te een ge­blin­deer­de per­so­nen­au­to naast de agent. De jon­ge­man werd door het ge­open­de por­tier naar bin­nen ge­sla­gen. Ik nam aan dat de­ze be­han­de­ling op het po­li­tie­bu­reau op de­zelf­de wij­ze werd voort­ge­zet.
Wij begrepen snel dat wij zeer waar­schijn­lijk de aan­lei­ding wa­ren van dit op­stoot­je en zijn toen maar van de heu­vel af­ge­gaan en even ver­der een kop thee gaan drin­ken om de men­sen de kans te ge­ven de ge­moe­de­ren te la­ten be­da­ren.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Veiligheid

Ik ben nu al over de helft van mijn ver­blijf hier en nog steeds niet over­val­len. Ik ge­loof al lang niet meer in al die “Wild West” ver­ha­len*(4). Ik leef al we­ken weer zo­als ver­le­den jaar, zij het dat ik toen wat meer vrije tijd had. Ik slaap niet meer bui­ten, maar dat heeft te ma­ken met de tem­pe­ra­tuur. Die zakt ‘s nachts soms tot 14°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat
Het gaat hier­bij vrij­wel ze­ker om de ti­tel (Ki­tāb:) Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat ri­ǧāl al-ku­tub al-ᶜa­ša­ra van de au­teur Abu’l-Ma­ḥā­sin Mas­ᶜūd b. Alī al-Ba­ha­i­qī Faḵr al-Za­mān. (Over­le­den: 1149 AD.) Ge­schich­te der ara­bi­schen Li­te­ra­tur, Carl Broc­kel­mann. GAL: Sup­ple­ment I, blz. 623. [Ik weet niet ze­ker of de naam van de au­teur he­le­maal goed is in de GAL.]
De vertaling van de ti­tel van Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat […] is (Boek:) Me­mo­ran­dum tot ken­nis van de man­nen van de tien boe­ken. De tien boe­ken zijn de tien (en en­ke­le meer) ver­za­me­lin­gen van over­le­ve­rin­gen / tra­di­ties van de pro­feet Mu­ham­mad op­ge­schre­ven door even zo­veel au­teurs die over­al in de is­la­mi­tische we­reld men­sen op­zoch­ten die be­weer­den zul­ke over­le­ve­rin­gen te ken­nen en ook te we­ten wie ze aan hen over­ge­dra­gen had. Die over­ge­le­ver­de tra­di­ties heb­ben die tien au­teurs elk in een ei­gen boek neer­ge­pend.
De Taḏ­ki­ra bi-maᶜ­ri­fat […] be­vat de na­men van bij­na tien­dui­zend man­nen (en en­ke­le vrou­wen) die zo’n tra­di­tie van de pro­feet over­ge­le­verd heb­ben aan één van die tien au­teurs en de na­men van hen van wie zij die tra­di­tie over­ge­no­men had­den. Daar­naast staat ver­meld aan wel­ke van die tien au­teurs zij die tra­di­tie ver­teld heb­ben.
In gedrukte vorm be­staat deze ti­tel uit vier de­len, maar ik kan nu niet meer ach­ter­ha­len of het aan­ge­boden hand­schrift vol­le­dig was of dat het slechts om één deel ging.
Hier is de link naar de Taḏ­ki­ra, maar de tekst is (ui­ter­aard) he­le­maal in het Ara­bisch.
Bij de over­le­ve­rin­gen / tra­di­ties gaat het om da­den en uit­spra­ken van de pro­feet Mu­ham­mad en he­ten (in het Ne­der­lands-Ara­bisch) ha­dith’s en in het Ara­bisch (ev.): Ḥa­dīṯ / (mv.): Aḥā­diṯ.

Te­rug.

*(2)
Sayyid. Een Sayyid (mv.: Asyād / Sāda / Sadāt) is een af­stam­me­ling van de pro­feet Mu­ham­mad.
Wi­ki­pe­dia: Sayyid.
Zanbal is de naam van de be­graaf­plaats voor say­yid’s in Tarīm.
Mag­bara Zan­bal (ﺭﺳﻮﻡ ﻟﻘﺒﻮﺭ ﺍﻟﺴﺎﺩﺓ ﺍﻟﻌﻠﻮﻳﻴﻦ ﻓﻲ ﻣﻘﺒﺮﺓ ﺯﻧﺒﻞ ﺑﻌﻴﺪﻳﺪ ﻣﺪﻳﻨﺔ ﺗﺮﻳﻢ)
Vertaling: Te­ke­nin­gen van de gra­ven van de say­yids van de Ala­wiy­ya [soefi-or­de] op de be­graaf­plaats Zan­bal van Aydīd in de stad Ta­rīm.
Ik hoor­de trou­wens op You­Tube ver­schil­len­de ke­ren dat men spreekt van een Kar­ni­faal Sja­baa­bi al-Kar­ni­fāl al-ša­bā­bī (jon­ge­ren­car­na­val / fes­ti­vi­tei­ten) wan­neer een re­li­gi­eu­ze en / of po­li­tie­ke bij­een­komst plaats­vindt. (ﺍﻟﻜﺮﻧﻔﺎﻝ ﺍﻟﺸﺒﺎﺑﻲ)

Te­rug.

*(3)
De Stokkendans heet in het Ara­bisch: Šabwānī (ﺷﺒﻮﺍﻧﻲ). Hier een mooi voor­beeld daar­van uit Tarīm op You­Tube.

Te­rug.

*(4)
Veiligheid. Vol­gens de be­rich­ten die mij op 24 no­vem­ber jl. bij mijn aan­komst in de Ḥa­ḍra­maut wer­den ver­teld, zou hier spra­ke zijn van een Wild West-si­tu­a­tie: een gro­te wet­te­lo­ze ben­de waar­in over­val­len op klaar­lich­te dag aan de lo­pen­de band plaats had­den, waar­door ik, door de­ze pa­niek­ver­ha­len, erg bang werd, omdat een gro­te som con­tant geld bij mij had, be­stemd voor het Bi­blio­theek-pro­ject. Ver­le­den jaar (1996) leef­de ik hier on­be­zorgd een lek­ker le­ven­tje met een nog veel gro­te­re som con­tant geld op mijn ho­tel­kamer, dan ik nu voor het he­le pro­ject bij me had. Ik maak­te me toen ner­gens druk over en dat was ook niet no­dig, net zo­als dit jaar, zo­als blijkt. Ik sliep toen wel bui­ten, op het ter­ras bij mijn ho­tel­kamer, maar ik was er toen in het voor­jaar en dit jaar in de ‘win­ter’.
Zie de subtitel Gevaar? op 24 november jl.
Zie de subtitel Veiligheid ook op 24 november jl.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

13 december 1997

Pelgrims

De pel­grims naar het graf van de pro­feet Hoed ke­ren te­rug in Ta­rīm. De man­nen die een groe­ne sjerp dra­gen zijn say­yid‘s.
Zoek de vrou­wen in dit plaat­je.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9450) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – In het dorp zijn al­ler­lei re­li­gi­euze en pro­fa­ne ac­ti­vi­tei­ten, die zijn ver­bon­den aan 14 Shaᶜbān, want de soe­fi’s, die op pel­grims­tocht wa­ren, ke­ren van­daag te­rug. Er is een ka­me­len­ra­ce en man­nen voe­ren een dans met stok­ken uit op straat. – Is er bij de ka­me­len­ra­ce spra­ke van die­ren­mis­han­de­ling? – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘En­ne­fea’ heb ge­noemd. Ik ben ver­liefd op haar. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zaterdag, 13 december 1997.
Tariem: 25/23.
[13 de­ce­mber komt dit jaar over­een met 14 Shaᶜbān*(1). Dit is de acht­ste maand van de is­la­mi­tische ka­len­der.]
Om circa 9.30 uur in de Bi­blio­theek en ik leer Ḥu­sayn al-Ḥ. hoe hij een for­mu­lier voor de da­ta­ba­se moet ma­ken.
Na de middag gaan Taw­fīq en ik het dorp in.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Kamelenrace

In de straat waar de Sha­ria-fa­cul­teit / Al-Kāf Uni­ver­si­teit*(2) ligt, wordt een ka­me­len­ra­ce*(3) ge­hou­den. De he­le straat staat bom­vol met men­sen, ook heel veel vrou­wen. Wij zijn ook een be­ziens­waar­dig­heid.
Het heet dat de pel­grims die van de Zi­yā­ra*(4) [Pel­grims­tocht] naar Gabr al-Nabī Hūd*(5) te­rug­ko­men en op hun ka­meel het dorp in ra­cen. Dat ge­beurt, dat ra­cen, maar de ka­me­len staan op­ge­steld ten oos­ten van het dorp, zo blijkt ons als we daar­heen lo­pen. En som­mi­ge ka­me­len moe­ten meer­de­re ke­ren ra­cen, want aan het eind wor­den ze waar­schijn­lijk ach­ter het dorp om­ge­leid.
Er is een kameel die het schuim op de bek heeft staan en die door vier of vijf ster­ke man­nen in be­dwang moet wor­den ge­hou­den. Het dier wil zijn be­rij­der af­wer­pen. De ka­meel pro­beert tus­sen het pu­bliek te ko­men of de an­de­re kant op te ren­nen. Dat doet ons te­rug­dein­zen, want het dier ver­trapt je ze­ker. De ka­meel blaast slier­ten spuug de lucht in, als een fon­tein. Hij wordt af­ge­ram­meld en be­sluit als­nog weg te ra­cen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Stokken­dans

Na een poos­je komt een groep man­nen re­ci­te­rend (wat?) aan­ge­lo­pen. Ze lo­pen met stok­ken en voe­ren een een­vou­di­ge dans uit. (Plot­se­ling weet ik wat Ḥu­sayn al-K., van de Bi­blio­theek, be­doel­de toen hij me uit­leg­de dat de Wah­ha­biyya [fun­da­men­ta­lis­ten] de­ze stok­ken­dans*(6) wil ver­bie­den, als on-is­la­mi­tisch.)
Soefi’s zijn dit, van de Ta­rī­qat al-Ala­wiy­ya*(7). Een groep van en­ke­le man­nen ge­volgd door Say­yid‘s*(8) in het wit, met een groe­ne sjaal. De groep wordt gro­ter. On­ver­staan­baar re­ci­te­ren ze.
We volgen ze een tij­dje.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Wester­lingen

Dan lo­pen we tegen R. uit Kaap­stad aan, die op 3 de­cem­ber in de Bi­blio­theek was. Ver­vol­gens zien we de jon­ge­lui Y., F. en M. Dan een Duits stel ar­cheo­lo­gen dat in ons ho­tel lo­geert.
Vervolgens Pa­me­la Je­ro­me*(9) en Ca­te­ri­na Bo­rel­li*(10). Ik ont­moet­te hen bei­den al mijn twee­de dag in Ta­rīm en sprak even met hen.
Nu staar ik me blind op de le­ven­dige en mooie Pa­me­la. (Die op 14 de­cem­ber ja­rig is.)
We gaan thee­drin­ken en zij kletst bij­na voort­du­rend. Ze is ar­chi­tec­te en ‘doet’ mud brick, over­al op de we­reld.
Meer dan twee uur ge­niet ik van haar schoon­heid en ver­geet En­ne­fea in Lei­den he­le­maal.
Hotel: een tijd­je sa­men klet­sen met Taw­fīq, Y. (uit Ge­nè­ve, in­ter­nist) en M. (Me­de­wer­ker van Ox­fam in Mel­bour­ne.)
Brief [voor mijn Ne­der­land­se re­la­ties] be­wer­ken.
Bed rond 22.30 uur.
[Temperaturen, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 15,5°C. / 38,6°C.
[Luchtvochtig­heid, mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 20% / 59%.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Sha­ᶜ­bān (šaᶜbān :ﺷﻌﺒﻮﻥ) šaᶜbān is de acht­ste maand van de is­la­mi­tische ka­len­der.
Wi­ki­pe­dia: Is­la­mi­ti­sche ka­len­der.

Te­rug.

*(2)
Sharia Faculteit.
Koelliyat al-Šariyya: Sharia Fa­cul­teit.
Ǧāmiᶜat al-Kāf: al-Kāf-Uni­ver­si­teit.

Te­rug.

*(3)
Kamelenrace.
Zie hier mooie ama­teur­beel­den (een beet­je schok­ke­rig) van een ka­me­len­race in Ta­rīm op You­Tube. Dui­de­lijk is te zien dat het niet om ka­me­len gaat, maar om dro­me­da­ris­sen, want de­ze die­ren heb­ben maar één bult. Let ook op de dracht van de man­nen. Vrij­wel al­le­maal dra­gen ze sa­rongs (Ma­de in In­do­ne­sia). Dat komt om­dat hun han­dels­be­lan­gen van ouds­her in Sin­ga­po­re en In­do­ne­sië lig­gen.
Wi­ki­pe­dia: Sin­ga­po­re.
Wi­ki­pe­dia: In­do­ne­sië.

Te­rug.

*(4)
Ziyāra. De Ḥaḍra­mi­tische pel­grims­tocht / be­de­vaart gaat naar het graf van hei­li­ge per­so­nen. Ziyāra betekent let­ter­lijk ‘be­zoek’, maar in is­la­mi­tische con­text duidt dit op een pel­grims- of be­de­vaarts­tocht naar het graf van een hei­lige
Interne link: Ziyāra.

Te­rug.

*(5)
Gabr al-Nabī Hūd
Het graf van de pro­feet Hoed. Dit graf ligt in de Wādī Masilah, ten oos­ten van Tarīm. De pro­feet Hoed, die in het chris­ten­dom niet voor­komt, (som­mi­ge pro­fe­ten heb­ben de is­lam en het chris­ten­dom ge­meen­schap­pe­lijk) wordt in de ko­ran ge­noemd als de waar­schu­wer van het volk van ᶜĀd. De­ze waar­schu­wing is on­der an­de­re neer­ge­schre­ven in het hoofd­stuk De Zand­dui­nen (Soe­rat al-Aḥ­gāf) van de ko­ran. De bi­blio­theek in Tarīm, waar ik dus werk, is naar de­ze soe­ra ver­noemd: al-Aḥ­gāf, maar in de oud­heid be­stond ook een ge­bied in deze stre­ken van zuid­oost Je­men dat al-Aḥgāf heet­te, dus het hoofd­stuk in de ko­ran is naar die streek ge­noemd.
Wi­ki­pe­dia: De pro­feet Hūd.
Wi­ki­pe­dia: ᶜĀd: het Volk van ᶜĀd.
Mijn bezoek aan Gabr al-Nabī Hūd in 1996: 19 april 1996.

Te­rug.

*(6)
De Stokkendans heet in het Ara­bisch: Šabwānī (ﺷﺒﻮﺍﻧﻲ). Hier een mooi voor­beeld daar­van uit Tarīm op You­Tube: Stokkendans.

Te­rug.

*(7)
Ṭarīqat Ala­wiy­ya (Ṭarīqat Āl BāᶜAlawī :ﻃﺮﻳﻘﺔ ﺁﻝ ﺑﺎﻋﻠﻮﻱ) dat on­ge­veer be­te­kent: De te vol­gen weg / me­tho­de / de ‘or­de’ van het volk van va­der Ala­wi en is een Ḥa­ḍra­mi­tische soe­fi-or­de. Zo’n soe­fi-or­de heet over het al­ge­meen een ṭa­rī­qa (mv.: ṭa­rī­qāt of ook wel ṭoe­roeq: ṭu­ruq).
Wi­ki­pe­dia: Ala­wiy­ya (Engels).
Wi­ki­pe­dia: Ṭa­rī­qāt.
Wi­ki­pe­dia: Su­fism (Engels). met een uit­ge­brei­de be­schrij­ving van soe­fisme en ver­schil­len­de soe­fi-or­des.

Te­rug.

*(8)
Sayyid. Een Sayyid (mv.: Asyād / Sāda / Sadāt) is een af­stam­me­ling van de pro­feet Mu­ham­mad.
Wi­ki­pe­dia: Sayyid.

Te­rug.

*(9)
Pa­me­la Je­ro­me. Patricia Je­ro­me is als ar­chi­tect ge­spe­cia­li­seerd is in leem­bouw, over­al ter wer­eld. Zie haar C.V. hier: Pa­me­la Je­ro­me. Ik vind haar een mooie, aan­trek­ke­lijke vrouw.

Te­rug.

*(10)
Cate­ri­na Bo­rel­li. Cate­rina Bo­rel­li is ci­ne­as­te en is in de Ḥa­ḍra­maut om een film te ma­ken over de leem­bouw (Mud brick) in deze streek. Het re­sul­taat van haar werk is op Vi­meo te zien en heet The Archi­tec­ture of Mud.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

12 december 1997

Mausoleum

Het mau­so­leum van Sjeik ᶜOe­mar in de Wā­dī ᶜAdm.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9449) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. Ik lo­geer daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en werk in de Mak­ta­bat al-Aḥgāf li-l-maḵ­ṭū­ṭāt: al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten). – Van­daag is het vrij­dag, de ge­brui­ke­lij­ke vrije dag in de is­la­mi­tische we­reld en we be­zoe­ken een graf­mo­nu­ment (ḍarīḥ al-Šayḵ ᶜOemar: het mau­so­leum van Sjeik ᶜOe­mar) ten zui­den van Tarīm, in de Wādī ᶜAdm. Deze Sjeik leef­de on­ge­veer vijf­hon­derd jaar ge­le­den. – Mijn ver­slag op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Vrijdag, 12 december 1997.
Tariem: 24/24.
Op 6.00 uur.
Werken aan mijn brief. Die kort ik met vier blad­zij­den in. Vol­gens Taw­fīq, te­gen wie ik dat ver­tel, wil­len de men­sen best lan­ge ver­sla­gen le­zen. Ik heb die an­de­re, ex­tra tekst nog wel er­gens op mijn lap­top.
We gaan met Y. en F. naar de taxi­stand­plaats en pro­be­ren daar een au­to naar de Yool te krij­gen. Nie­mand wil dat doen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Naar Say’ūn

We be­slui­ten het in Say’ūn te pro­be­ren. On­der­tus­sen pro­beert Ḥoe­sein al-A., (le­raar En­gels) ons een Land­crui­ser aan te sme­ren via een broer.
We gaan naar Say’ūn. Daar lukt het niet een au­to, Land­crui­ser, te krij­gen. Met de­zelf­de taxi als we kwa­men (chauf­feur Maḥ­foeẓ) gaan we naar Wādī ᶜAdm*(1) voor 6.000 YER.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Qabr Sjeik Oemar

Circa 10.45 uur: het wordt een lange, stoffige rit, maar heel erg mooi.
We eindigen bij Qabr Šayḵ ᶜOemar*(2): het graf van Sjeik Oe­mar (Qabr Nabi Omar staat op de land­kaart van Her­mann von Wiss­mann [1895-1979], waar­van Taw­fīq een ko­pie mee­bracht. [Nabi be­te­kent ‘pro­feet’, maar Sjeik Oe­mar was geen pro­feet.]
Ervoor lie­pen we langs een ri­vier­tje [de Wādī ᶜAdm] met een flin­ke poel koel groen wa­ter.
Van boven, bij het graf, za­gen we een dorp waar­van­daan ge­scho­ten werd, in de lucht. (Zie hier­be­ne­den, bij ‘Ver­volg’.)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Rāwoek / Rāwik

Voor­dat we bij die ri­vier wa­ren, wa­ren we in Rāwoek bij het pomp­sta­tion van Abd Allāh, die per­fect En­gels spreekt, ons voor de thee no­dig­de en van wiens zus­je ik twee fo­to’s [dia’s] mocht ma­ken. En­gels, zo zei hij, had hij van de Tv ge­leerd*(3).
Ik maakte veel dia’s van de om­ge­ving.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Dag­af­slui­ting

Circa 17.30 uur: Hotel. Zwem­men om ons af te stof­fen.
Brief [naar Ne­der­land] be­wer­ken.
Warm eten met Y., F., M. (uit Aus­tra­lië) en Taw­fīq.
Nakaarten.
Nu 22.30 uur.
[Temperaturen, res­pec­tie­ve­lijk mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 17,6°C. / 39,4°C.
[Luchtvochtig­heid, res­pec­tie­ve­lijk mi­ni­maal, ma­xi­maal:] 21%. / 56%.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ver­volg

Zowel F. als ik vra­gen ons af wat die scho­ten be­te­ke­nen. Wordt er ge­jaagd of wordt er nog ge­werkt op het olie­plat­form in de buurt, dat we niet zien, maar waar­van we we­ten dat het in de buurt ligt?
Ik zoek in de bodem naar spo­ren van over­blijf­se­len van schel­pen. De Ḥa­ḍra­maut was vroeger zeebodem. Ik vind een ge­draaid ‘slak­ken­huis­je’, waar een stuk van af­breekt [als ik het op­pak] en een plat­te schelp.
Ik zie aan de over­kant in en om het groe­ne pal­men­bos, rond het dorp Ġayl ᶜOemar*(4) dat er veel men­sen op straat zijn. Ze lo­pen al­le­maal naar het­zelf­de punt en een tijd­lang denk ik dat er een ge­za­men­lij­ke sport­ma­ni­fes­ta­tie zal zijn.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Span­nend!

Dan vraagt Y. of het niet ge­vaar­lijk be­gint te wor­den. Ik kijk en zie een gro­te groep mens­en on­ze kant op tu­ren. Meer dan hon­derd men­sen op meer dan een ki­lo­me­ter af­stand (in vo­gel­vlucht) kwek­ken hoor­baar, maar on­ver­staan­baar over on­ze aan­we­zig­heid op de berg. Om­dat we op de top staan, zijn we voor hen dui­de­lijk zicht­baar.
Met die twee scho­ten, waar­schijn­lijk uit de wacht­to­ren, links naast het dorp, wer­den ze na­tuur­lijk ge­wekt.
Ik zeg [als grap­je] te­gen Y. dat ze zich ver­za­me­len en dat ze ons dan zul­len aan­val­len*(5). Hij vindt dat, geloof ik, niet leuk.
Uit respect voor die men­sen, we staan im­mers op het graf van hun hei­li­ge, be­slui­ten we weg te gaan. He­laas ver­geet ik een dia te ma­ken van de groep men­sen.
Het hele ge­beu­ren wekt een soort mys­te­ri­eu­ze op­win­ding in mij op. Span­ning, die ik wil be­le­ven.
Ik had het ge­voel een ont­dek­kings­rei­zi­ger te zijn in Nieuw Gui­nea, die voor het eerst in con­tact komt met een groep druk pra­ten­de Pa­poea’s.
De terugweg met chauf­feur Maḥfoeẓ maakt van ons in an­der­half uur spo­ken van stof.*(6)
Hotel rond 17.00 uur.
In het res­tau­rant van het ho­tel ma­ken we ken­nis met de Aus­tra­liër M. (Sri Lan­kaan / Sin­ga­lees van ge­boor­te.)
Na een tijd­je ga ik aan mijn brief voor Ne­der­land werken.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Brief naar Nederland

Ik schreef, op mijn lap­top­com­pu­ter, een tien blad­zij­den (A4) lan­ge brief voor mijn re­la­ties in Ne­der­land. Die be­vat in­te­res­san­te ach­ter­grond­in­for­ma­tie, die ei­gen­lijk te veel was om ook nog eens ex­tra in mijn dag­boek neer te pen­nen. Ik ci­teer hier uit die brief.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Stromend water!

Wādī ᶜAdm is erg mooi. Een deel van het land­schap lijkt op de Wādī Ḥa­ḍra­maut, maar er is plaat­se­lijk meer groen. Op an­de­re plaat­sen is het meer ver­la­ten en dro­ger dan de Wādī Ḥa­ḍra­maut*(7). Prach­tig was een plot­se­ling op­doe­mend ri­vier­tje. Bei­de oe­vers wa­ren groen en er was een da­del­pal­men­bos.
Waar be­gint die ri­vier en waar ein­digt die? Waar­schijn­lijk lig­gen be­gin en ein­de ge­woon in de woes­tijn. Het wa­ter wordt be­halve door pal­men om­ringd met mooie, maar mij on­be­ken­de plan­ten met prach­ti­ge bloe­men.
We bezoeken het graf van Sjeik ᶜOemar, een plaat­se­lij­ke hei­li­ge. Dat was ons reis­doel. We be­klim­men de ho­ge berg waar­op het graf ligt. Het uit­zicht over de groe­ne wā­dī, waar de ri­vier door­heen slin­gert is over­wel­di­gend. Vrij­wel recht on­der ons ligt de ri­vier die aan on­ze zij­de be­grensd wordt door een weg en aan de an­de­re kant door een da­del­pal­men­bos. De da­del­pal­men vol­gen de loop van het vrucht­ba­re wa­ter. Te­gen de ber­gen aan de over­kant van de­ze wā­dī lig­gen en­ke­le hui­zen. Er is een op­val­len­de (vier­kan­te) wit­te mi­na­ret te zien en links, ten wes­ten van het dorp, een gro­te ron­de wacht­to­ren. Voor het dorp ligt ook een pal­men­bos.
Tussen het pal­men­bos voor het dorp, dat Ġayl ᶜOemar heet [Neen! Het heet ver­moe­de­lijk Noe­way­dra] en het pal­men­bos langs de ri­vier ligt een open ruim­te, ge­deel­te­lijk be­groeid met gras, ge­deel­te­lijk met strui­ken en ge­deel­te­lijk on­be­groeid.
Plotseling klinkt een hard schot, dat door de he­le wādī zijn echo ver­spreidt en lang na­galmt. Even daar­na nog een. We vra­gen ons af wat dat is. Wordt er ge­jaagd of is men nog aan het werk bij de na­bij ge­le­gen olie­maat­schap­pij?

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Mys­te­rieu­ze drei­ging

Ik maak een pa­no­ra­ma­op­na­me van de he­le groe­ne wā­dī en zoek in de grond naar be­wij­zen dat dit ge­bied vroe­ger zee­bo­dem was. Ik vind twee ver­schil­len­de soor­ten schel­pen, waar­van er een hele gro­te bij het bloot­leg­gen he­laas breekt.
Terwijl ik be­zig ben hoor ik steeds meer stem­men. Aan de over­kant van de ri­vier bij het dorp­je lo­pen groep­jes men­sen naar de open ruim­te aan de rand van het dorp, als­of ze op weg zijn naar een voet­bal­wed­strijd. Het aan­tal men­sen wordt steeds gro­ter en dan valt me pas op dat meer dan hon­derd men­sen sa­men drom­men en al­le­maal on­ze kant op staan te kij­ken. Wij zijn voor hen waar­schijn­lijk goed zicht­baar, al­thans in sil­hou­et, want we staan op de top van de berg. Zij staan op een afstand van meer dan een ki­lo­me­ter, in vo­gel­vlucht.
Y. vraagt zich hard­op af of dit een drei­gen­de si­tu­a­tie is. We zijn im­mers als niet-mos­lims op een be­graaf­plaats (wat in Je­men ver­bo­den is) en ook nog van een hei­li­ge.
De sa­men­scho­ling van die ve­le men­sen be­zorgt mij een soort mys­te­rieus ge­voel, op­win­dend, aan­ge­naam be­drei­gend. We ho­ren de stem­men van de men­sen, maar kun­nen niets ver­staan. Die twee scho­ten zijn ze­ker af­kom­stig ge­weest van de wacht­to­ren, van­waar­uit de be­vol­king ge­waar­schuwd werd, na­dat ze ons van­daar bij de graf­tombe ge­zien had­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Wādī ᶜAdm Ri­vier(bed­ding) ᶜAdm. In het Ara­bisch wordt ᶜAdm (ﻋﺪﻡ) zon­der klin­kers ge­schre­ven, daar­om staan er in ver­ta­lin­gen naar het La­tijns schrift al­ler­lei mo­ge­lij­ke va­ri­an­ten: Adam, Adim, Idm en ook Adm, al naar ge­lang het in­zicht van de au­teur. Vol­gens het woor­den­boek Lisān al-ᶜArab (De tong (=taal) van de Ara­bieren) van Ibn Man­ẓoer (1233-1312 AD) is het ᶜAdm, dus dat is de spel­ling die ik ge­bruik. (ﻟﺴﺎﻥ ﺭﻟﻌﺮﺏ ﻟ … ﺍﺑﻦ ﻣﻨﻈﻮﺭ)

Te­rug.

*(2)
Ḍarīḥ al-Šayḵ ᶜUmar. Ik heb uren­lang in­ten­sief in Goog­le Earth en in Goog­le Maps ge­zocht naar de juis­te lo­ca­tie, maar ik kan de plaats niet vin­den. Ver­moe­de­lijk gaat het om deze lo­ca­tie, maar het ge­bouw lijkt, van bo­ven ge­zien, niet op dat wat op mijn fo­to staat. Bo­ven­dien zeg­gen men­sen van het dorp­je Sāh, dat wat zui­der­lij­ker ligt, hier, er­van dat het mau­so­leum (al-ḍarīḥ) bij hun ge­meen­schap hoort. Het mau­so­leum is hier te zien, op You­Tube: vanaf 4.22″.

Te­rug.

*(3)
Abd Allāh van het tank­sta­tion in Rā­woek ver­tel­de dat hij op de Tv de uit­vaart van prin­ses Di­ana (1961-1997) live had ge­zien. Hij was daar zeer van on­der de in­druk.

Te­rug.

*(4)
Ġayl ᶜOemar. Neen, het dorp heet niet Ġayl ᶜOemar, want dat ligt zui­de­lij­ker. Ver­moe­de­lijk is het Noe­way­dra.

Te­rug.

*(5)
Aanvallen? Enige tijd la­ter hoor ik dat de men­sen in dat dorp erg vre­de­lie­vend zijn en dat ze toe­ris­ten toe­staan in de wei­de voor het dorp te kam­pe­ren.

Te­rug.

*(6)
Weg. Tegen­woor­dig (2017) ligt daar een ge­as­fal­teer­de weg, maar in de tekst is het 1997: we rijden we over stof­fi­ge zand­we­gen. – Maḥfoeẓ rijdt heel snel. (Ik herinner me nog dat ik dacht dat hij zo’n haast had, om­dat hij in Ta­rīm wil­de zijn, voor­dat de ben­zi­ne op was. 😁)

Te­rug.

*(7)
Wādī Ḥa­ḍra­maut. Ḥa­ḍra­maut is de naam van de pro­vin­cie waar wij ver­blij­ven, ook is het de naam van de streek, maar er is ook nog de Wā­dī Ḥa­ḍra­maut: de over het al­ge­meen uit­ge­droog­de ri­vier­bed­ding waar­in tal van plaat­sen lig­gen, zo­als Say’ūn en Ta­rīm.
Wā­dī: ri­vier­(bed­ding).

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Wādī ᶜAdm: Sāh:
GM., Wi., F. (Sāh.)
:ﻭﺍﺩﻱ ﻋﺪﻡ (ﺳﺍﻩ)
Rāwoek / Rāwik:
GM., Wi (Ara­bisch).
:ﺭﺍﻭﻙ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.