Dit is het zusje van Abd Allāh, de eigenaar van het benzinestation in Rāwoek, in de Wādī ᶜAdm, dat wij op weg naar het mausoleum van Sjeik ᶜOemar op 12 december jl. bezochten.
Meisjes hoeven voor hun 15e jaar geen hoofddoek te dragen, zo leerde ik verleden jaar tijdens mijn verblijf in deze regio, maar dit meisje lijkt me toch jonger te zijn.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9458) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Mijn collega heet Tawfīq: hij is de eerstverantwoordelijke in deze periode van dit project. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zondag, 21 december 1997.
Tariem: 33/15.
Op 7.00 uur.
Bibliotheek: computer en vergadering over geld.
Boekbinden: dinsdag gaf ik opdracht enkele boekblokken te binden. Tot nu toe is er niets gebeurd.
Na de middag met Abd al-Raḥmān in [het] hotel werken. Hij krijgt het maar niet voor elkaar, ook niet met onze nadrukkelijke hulp, om een begroting op te stellen voor het nog aanwezige bedrag.
Ik word er moedeloos van en ga de administratie doen.
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 16,5°C. / 40,3°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] 73% / 23%.
Circa één uur vast slapen.
‘Ontbijt’ als avondeten.
Database bewerken.
Nu 00.00 uur.
Moe.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Een mooie bloem van een mij onbekende plant die ik in de Wādī ᶜAdm zag op 12 december jl. Het lijkt wel een soort vetplant, maar ik heb helaas niet veel verstand van planten.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9457) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zaterdag, 20 december 1997.
Tariem: 32/16.
Ik lig lang wakker. Pas na twee uur val ik in slaap, terwijl de wekker alweer om 6.00 uur afloopt.
’s Ochtends ben ik ben enorm moe.
Afgelopen nacht: 15,1°C. / 59% vochtigheid.
Uitgeput ga ik naar de Bibliotheek en constateer onderweg, bij het restaurant, dat die mooie zwarte afwasser wel erg jong is en ik vergeet hem prompt.
Om 8.30 in de Bibliotheek tot 13.00 uur. Met de computer werken.
Eten in het hotel.
Van 15.00 uur tot 17.00 uur in de Bibliotheek werken: boekbindinstructies geven aan Ḥusayn al-Ḥ en Abd al-Gādir.
Om 19.00 uur avondeten.
Van 21.00 uur tot 01.00 uur werken Tawfīq en ik aan een begroting voor Abd al-Raḥmān.
Bed 01.30 uur.
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 15,1°C. / 39,9°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] / 22% / 59%.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Boven het rechthoekig gebouw, op straatniveau, is op de heuvel het Ḥuṣn al-Ḵātim te zien. Die naam betekent ‘Afsluitend fort’. Het is het fort dat aan het einde van de stadswal ligt. Die stadswal (sūr), van mud brick, werd, volgens de geschiedenisboeken, gebouwd in 1204 AD, maar werd daarna geregeld neergehaald en weer opnieuw opgetrokken. Er waren in die regio veel conflicten, dus een stadswal was geen overbodige luxe. Pas na de communistische revolutie (midden jaren ’60) kon men zich veroorloven het onderhoud aan de muur te verwaarlozen of die zelfs, gedeeltelijk, af te breken. Bron: The valley of mud brick architecture: Shibām, Tarīm & Wādī Ḥaḍramūt, Salma Samar Damluji. (Blz. 266-68.) WorldCat.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9456) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Mijn brief naar Nederland bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Vrijdag, 19 december 1997.
Tariem: 31/17.
Op 7.45 uur.
Ontbijt.
Tawfīq en ik maken een wandeling door Tarīm van circa 9.00 tot circa 16.00 uur. De beloning krijgen we al om circa 10.00 uur als RI. blijkt zich te willen laten fotograferen door mij. Twee keer zelfs. Tawfīq wil dat met de telelens doen, als een oude kerel roet in het eten gooit. Uiteindelijk, als die weer weg is, poseert ze voor Tawfīq, wel met hoofddoek, maar met ontbloot gezicht. Ze is erg mooi. Alles is spannend, want een vrouw die zich wil laten fotograferen is zeldzaam. (Of niet, als er maar geen man in de buurt is?) Eerst wil ze haar naam niet noemen, daarna dus wel: RI. Tawfīq en ik zoeken daarna de weg uit om precies bij haar huis te komen, om haar later de foto’s via een vrouw te kunnen overhandigen. Ze woont in [de wijk] Aydīd.
Tawfīq blijkt zijn foto’s niet zomaar te willen verstrekken. Hij laat copyright gelden. Hij wil echter wel over databases weten. Dat is mijn kennis. Daar moet dus handel in zitten.
Later krijg ik nog een soort beloning als we weer in het restaurant eten waar die mooie zwarte jongen afwast. Hij loopt nu duidelijk een paar keer voor mij langs en we kijken elkaar verschillende keren in de ogen. Ook draait hij zich een paar keer naar me om. Ik weet echter niet hoe ik de situatie moet aanpakken om mijn hand eens over zijn blote benen en billen te kunnen laten glijden. Wat is de weg naar de binnenkant van zijn sarong?
Een andere sexy jongen zie ik bij het theehuis. Hij draagt zijn sarong laag, tot net boven zijn schaamhaar, met bloot bovenlijf. Hij is mooi, maar heeft een vreemd kuchje.
Tawfīq en ik lopen een groot deel ‘boven’ Tarīm, over de bergwand. Een deel door de wijk Noewaydara en we komen op zoek naar de oude stadswal zelfs bij Ḥuṣn al-Ḵātim en tot aan de rand van Dammoen, waar vervelende kinderen ons met stenen bombarderen. Door de Mayyāf-straat (ﺍﻟﻣﺠﺎﻑ), waar de kamelenrace verleden week was, (zaterdag jl.) komen we via de Miḥdār-minaret*(1) / -moskee weer in het restaurant van de mooie afwassende zwarte jongen. Daarna via de ‘oase’ palmbomenplantage geraken we na verloop van tijd in het hotel.
Zwemmen.
Douchen.
Dagboek bijwerken en drie kwartier slapen.
Mijn gelaat is verbrand in de felle zon.
Als ik volgend jaar eens een vriendin zou kunnen meenemen dan heb ik misschien die zwoele blik van die zwarte jongen niet nodig.
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 15,6°C. / 39,8°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] 43%. / 21%.
19.00 uur avondeten in ontbijtstijl.
Dorp in.
Hotel: onder andere vertellen met een Belg.
Nu 23.00 uur.
Ik schreef, op mijn laptopcomputer, een tien bladzijden (A4) lange brief voor mijn relaties in Nederland. Die bevat interessante achtergrondinformatie, die eigenlijk te veel was om ook nog eens extra in mijn dagboek neer te pennen. Ik citeer hier uit die brief.
In de Aḥgāf-bibliotheek zou ik de westerse wijze van boekbinden instrueren en verzocht diegenen die het wilden leren van blanke A4-tjes een tiental katernen met twintig bladzijden te vouwen zodat ik het naaien daarvan zou kunnen demonstreren. Na twee dagen was er een stapeltje van tien katernen klaar en ik deed voor hoe volgens de westerse methode katernen aan elkaar genaaid moeten worden. De meest geïnteresseerde maakte de rest af. Niet helemaal goed, maar voor een beginner ook niet slecht. Om het beter in de vingers te krijgen verzocht ik hem nog een aantal stapeltjes katernen te vouwen, waarop hij zou kunnen oefenen. Hij keek mij aan alsof ik stond te vloeken.
Na verder aandringen was een week later het volgende stapeltje klaar, maar veel animo om die katernen tot een boekblokje te naaien was er niet. Men vond dat maar onzin. Ik was toch gekomen om hen te leren hoe je manuscripten moest binden, nietwaar? “Nou, dan beginnen we toch te oefenen met manuscripten en niet met blank papier!” (Hgaaah! Ben ik wel geschikt voor de Arabische wereld?)
Tawfīq en ik wilden Tarīm verkennen aan de hand van de plattegrond die Hermann von Wissmann in de jaren dertig als bijlage maakte voor het boek Hadramaut, some of its mysteries unveiled van Daniël van der Meulen*(2). Hoewel meer dan zestig jaar oud is die kaart nog steeds aardig bij de tijd, zo ontdekten we tijdens onze wandeling door Tarīm.
Op zoek naar de oude stadsmuur die op de plattegrond voorkomt, maar die nu grotendeels tussen de bebouwing verdwenen is, kwamen we bij een berghelling uit. De voet van de helling was bebouwd met (lemen: mud brick) huizen. Een slecht onderhouden trap, die eigenlijk bestond uit losse brokken beton, leidde naar de hoger gelegen huizen. Wij klommen naar boven, terwijl we er ons degelijk van bewust waren dat we binnendrongen in de privé-sfeer van de mensen die er woonden.
Uit het laatste huis kwam plotseling een ongesluierd meisje naar buiten. Zij keek naar ons en trok haar hoofd weer terug. We dachten dat we te ver gingen, maar toen keek ze weer om de hoek van haar huis en bleef kijken. Voorzichtig klommen we nog wat hoger. Ze bleef zitten. We naderden haar en Tawfīq vroeg of we nog verder mochten, de heuvel op. Zij had geen bezwaar.
We gingen haar voorbij en beklommen de kale, uit los/vast grind bestaande helling van de bergvoet. Vandaar hadden we een prachtig uitzicht over Tarīm en de Wādī Ḥaḍramaut*(3) die helemaal vol staat met groene dadelpalmen.
Ongeveer vijfentwintig meter lager stond het meisje nog steeds voor de ijzeren deur van haar huis naar ons te kijken. Met een gebaar vroeg ik haar of ik een foto van haar mocht maken. Zij bewoog niet, dus waagde ik het erop. Even later maakte ik een tweede foto. Zij bleef gewoon staan. Daarop besloot Tawfīq ook een foto van haar te maken.
Terwijl hij de gewone lens voor een telelens verwisselde kwam er een grijs bebaarde oude man met kromme benen en een stok de helling naar het huis opgestrompeld. Hij hield ons drieën scherp in de gaten. Onmiddellijk nadat ze hem had gezien vloog het meisje als een flits naar binnen. We waren hevig teleurgesteld en kwaad op die oude man. (De positie van oud wijf is in deze regio kennelijk vacant, daarom zijn er oude mannen die deze functie vervullen).
Even later stond die schoonheid op het plat dak van haar huis. Omdat de oude nog steeds naderbij kwam, deden Tawfīq en ik of we nog hoger de berg opklommen, wat maar moeizaam ging. Het meisje sprak met de oude man, die daarna verdween. Het meisje stond nu op het dak (quasi?) verlegen, verleidelijk naar ons te glimlachen en verborg haar gezicht af en toe in haar zwarte sluier.
Toen wij de helling weer af gingen kwam ze opnieuw naar buiten en ging voor de deur van haar huis staan. Het was duidelijk dat ze gefotografeerd wilde worden. Tawfīq ging vlak voor haar staan en maakte close-up opnames. Ik lette op de omgeving, maar maakte ook nog een foto van haar. Het meisje poseerde voor Tawfīq, waarbij ze een geraffineerd spel speelde met haar zwarte hoofddoek om haar schoonheid volledig tot uiting te laten komen. Ze was misschien net 15 jaar. Dat is volgens de normen hier al een huwbare vrouw.
Ze had geen naam, zei ze eerst, maar even later zei ze haar naam toch. Ook haar achternaam, dat wil hier zeggen: de voornaam van haar vader, gaf ze prijs.
Een onvergetelijke ervaring. Wij fotografeerden in het streng godsdienstige Tarīm dat wat voor mannen verboden is te fotograferen of te zien.
Later maakten een plattegrond van de omgeving om de positie van haar huis in de wirwar van straatjes, stegen en gebouwen vast te leggen. Dan kunnen we een volgende keer de foto’s misschien (laten) bezorgen.
De muur die op de kaart van Von Wissmann voorkomt konden we die ochtend niet vinden, maar aan het eind van onze zeven uur durende verkenningstocht door Tarīm (zo groot is het stadje) zagen we toch nog een flink stuk ervan.
Miḥdār-minaret en moskee. Google foto’s. Deze constructie is ook helemaal van in de zon gedroogde lemen tichels gemaakt, zoals vrijwel alles wat in de Ḥaḍramaut gebouwd wordt. (Op diverse plaatsen, ook in Wikipedia, staat al-Muḥdār in plaats van al-Miḥdār, maar de laatste naam is de correcte naam, dus met een ‘i’ na de ‘M’.)
Wādī Ḥaḍramaut. Ḥaḍramaut is de naam van de provincie waar wij verblijven, ook is het de naam van de streek, maar er is ook nog de Wādī Ḥaḍramaut: de over het algemeen uitgedroogde rivierbedding waarin tal van plaatsen liggen, zoals Say’ūn en Tarīm. Wādī: rivier(bedding).
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Dit is een dia van de achterkant van de stad Šibām in de Ḥaḍramaut. Gewoonlijk wordt die alleen aan de voorkant gefotografeerd, maar de achterkant is net zo spectaculair.
Nog meer foto’s van Šibām, zowel buitenom als in de stad, 1996: april, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 12.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9455) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Donderdag, 18 december 1997.
Tariem: 30/18.
’s Nachts heb ik een opgeblazen gevoel en ik voel me licht misselijk. Ik overweeg een vinger in mijn keel te steken, maar doe het toch maar niet. Na een langdurig toiletbezoek gaat het iets beter.
Op circa 6.00 uur.
Dagboek bijwerken.
Tawfīq wil zich laten registeren als zijnde in Jemen [We zijn nu in Say’ūn], maar dat gaat niet, want de ambtenaren moeten plots naar de kazerne. Ik denk aan een staatsgreep, maar later blijkt dat de president vandaag op bezoek komt.
Tawfīq en ik gaan naar Šibām en blijven daar circa twee uur. (Voor Tawfīq is dit de eerste keer.)*(1).
Circa 13.00 uur, volgens afspraak, bij Abd al-Raḥmān in zijn kantoor. [Museum Say’ūn.] Vandaar naar hem thuis, met Caterina Borelli*(2), haar chauffeur en Tawfīq.
Lunch, niet slecht, bij hem thuis.
Dan naar de Hadramaut Art Gallery, zijn galerie in oprichting.
De blote mannenlijven van werklieden op enige afstand fascineren me. (Blote bovenlijven.)
Rond 18.00 zijn we per taxi terug in Tarīm en Tawfīq en ik eten in het stadsrestaurant in de al-Tawḥīdī-straat. (Richting moskee en al-Aḥgāf-bibliotheek.)
De jongen die daar de afwas verzorgt, mooi diep zwart, heeft al die keren dat ik er kom, mijn aandacht.
We eten er shekshoeka (uien, ei en tomaat) en vertellen met een bekende van Tawfīq uit Singapore, die in Tarīm godsdienst studeert. Hij is een Indiër en hij spreekt perfect Engels, maar heeft grote moeite met het Arabisch.
Hotel.
Terras.
Bed circa 23.00 uur. Moe.
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 13,9°C. / 39,1°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] 43% / LO%.
Šibām. Een stad in de Ḥaḍramaut. Deze plaats wordt ook het Manhattan van de woestijn genoemd, omdat vrijwel alle huizen zeven, of soms zelfs meer, verdiepingen hebben, terwijl ze toch helemaal van leem (mud brick) zijn gebouwd. Voor Tawfīq is het de eerste keer dat hij deze plaats bezoekt. Voor mij is het de derde keer, want ik was er in 1996 ook al twee keer.
1996: april, 5 en 12.
Caterina Borelli. Caterina Borelli is cineaste en is in de Ḥaḍramaut om een film te maken over de leembouw (Mud brick) in deze streek. Het resultaat van haar werk is op Vimeo te zien en heet The Architecture of Mud.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Deze foto (dia) is gemaakt nabij het Mausoleum van Sjeik ᶜOemar, waar we op 12 december jl. waren. In de rode cirkel is de wachttoren te zien vanwaaruit geschoten werd. Helemaal op de voorgrond, langs de onderrand van de dia is het water van de rivier Wādī ᶜAdm te zien. Vrijwel alle gewassen, die op de voorgrond en op de verre achtergrond, die groen zijn of een beetje bruin, zijn dadelpalmen.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9454) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Woensdag, 17 december 1997.
Tariem: 29/19.
Op 4.45 uur.
Dagboek bijwerken.
Rond 5.30 uur: 12,6°C!
Rond 8.30 in de bibliotheek. Ḥusayn al-Ḥ. heeft een boekblok gebonden. Ik laat het gaas aanbrengen. Het zoeken van het stijfsel en het mengen met water van de bijna uitgedroogde substantie neemt enige tijd in beslag. Er zitten veel harde stukjes in het stijfsel die ḥoergoeṣ [ev.] / ḥarāgieṣ [mv.]*(1) heten, (een Tarīmī woord, dat zelfs Abd al-Raḥmān niet kent) die fijn gemaakt moeten worden.
Met Abd al-Gādir over het maken van nog meer lege boekblokken ontstaat enige wrijving. (Niet met ons, maar tussen hem en Abd al-Raḥmān.) Hij wil aan manuscripten werken.
Als hij daarna een proeve van zijn werk laat zien kan ik niet anders constateren dat hij het nog beter kan dan ik, een half lederen band met op de rug ribben. De enige opmerking die ik kan maken is dat hij slechts een half schutblad gebruikt, dat de kneep niet groot genoeg is omdat hij het boekblok opschuurde, om het op te schonen. Dat kan voor handschriften [manuscripten] ‘dodelijk’ zijn omdat marginalia*(2) kunnen verdwijnen of beschadigd raken. Verder is zijn werk perfect. Na mijn prijzen is na anderhalf jaar toch een beetje ijs [tussen ons beiden] gebroken.
Nico beweerde verleden jaar dat die vreselijk slecht gebonden boeken het werk van Abd al-Gādir was. Dat heb ik blindelings aangenomen, zonder dat te controleren*(3). Abd al-Gādir is een vertrouweling van de fundamentalistische sjeik AB. [De vorige directeur / curator van de bibliotheek.]
Caterina Borelli*(4) komt haar Sony DCR V1000 digitale filmcamera demonstreren voor het gebruik van het scannen van manuscripten.
Een lichte teleurstelling dat Pamela Jerome*(5) er niet bij is (zij is al naar huis) probeer ik snel te onderdrukken door op een ander onderwerp over te stappen.
Caterina blijkt bijzonder aardig en aangenaam.
Met haar, haar chauffeur, Abd al-Raḥmān, Ḥusayn al-Ḥ, eten Tawfīq en ik op kosten van het project in het Gaṣr al-Goebba.
Van circa 15.30 tot 19.30 uur blijven we nog in de Bibliotheek, onder andere een meer dan twee uur durende vergadering met Abd al-Raḥmān waar Ḥusayn al-Ḥ. en Abd al-Gādir ook lange tijd bij aanwezig zijn.
Hotel: ‘ontbijt’ als avondmaal.
Uitwerken bespreking.
Bed 23.00 uur.
—
Sālim T., de avond-receptionist van het Gaṣr al-Goebba-hotel, is nu 32 jaar en zijn vrouw 19 jaar. Hij trouwde haar in 1992. (Toen was ze dus 14 jaar.) Hij koos haar toen ze 12 jaar was en bij hem in de klas Engels leerde. Zij is een bint al-ᶜamm: een nicht van vaderszijde. [Zie ook 24 november jl. waar Sālim verklaart dat hij van zijn vrouw houdt.]
Hij woont in Dammoen, waar volgens hem vijftig procent van de bevolking Swahili*(6) spreekt.
Ḥoergoeṣ. Men kan daar in Tarīm wel beweren dat dit een specifiek woord uit dat stadje is en het kan zijn dat ook Abd al-Raḥmān het niet kent, maar het staat wel in de Lisān al-ᶜArab (De tong (=taal) van de Arabieren) van Ibn Manẓoer (1233-1312 AD) onder de wortel: ḥ-r-q-ṣ: al-ḥoerqoeṣ, met de mededeling dat het om een dingetje (hunay-un :ﻫﻨﻲﱞ) gaat, zoals steentjes.
Marginalia. Marginalia zijn aantekeningen in de kantlijn of op de vrije witte plekken van een boekbladzijde, die dienen als commentaar of aanvulling van de geschreven of gedrukte tekst. De aantekeningen zijn afkomstig van lezers van die boeken en niet van de auteur van het werk. De term marginalia slaat op de marge van de bladzijde, de kantlijn dus, dat wat zich in de kantlijn bevindt.
Wikipedia: marginalia
Boekbinden: ik. Toen ik in 1996 in Tarīm was, kon ik nog niet boekbinden en kon dus ook niet oordelen over de kwaliteit het werk van de boekbinder(s) van de Aḥgāf-bibliotheek. In het najaar van 1996 heb ik speciaal een cursus gevolgd om het boekbinden te leren: recht toe, recht aan. Boeken met een rechte rug. Tot het binden van boeken in die kunstige vorm als Abd al-Gādir het doet, ben ik helemaal niet in staat.
Caterina Borelli. Caterina Borelli is cineaste en is in de Ḥaḍramaut om een film te maken over de leembouw (Mud brick) in deze streek. Het resultaat van haar werk is op Vimeo te zien en heet The Architecture of Mud.
Pamela Jerome. Patricia Jerome is als architect gespecialiseerd is in leembouw, overal ter wereld. Zie haar C.V. hier: Pamela Jerome. Ik vind haar een mooie, aantrekkelijke vrouw, maar ze heeft Tarīm dus al verlaten.
Swahili. Swahili / Kiswahili is een oost-Afrikaanse taal. Wikipedia: Swahili.
Waarom wordt er zoveel Swahili gesproken in de Ḥaḍramaut?
Verleden jaar op 6 juni 1996 (nabij het einde van die bladzijde) noteerde ik de volgende tekst. Onderweg vertelde Abd al-Raḥmān over de opkomst van de Islah-partij, die steeds machtiger wordt in dit economisch steeds verder achteruitgaande Jemen. De basis van de verbetering van de economie van het land ligt in beter onderwijs, terwijl de Islah-partij, die nu ook het onderwijs verzorgt, afziet van het onderwijzen in de westerse wetenschappen en kennis en zelfs afziet in het onderwijzen van wiskunde. Belangrijk voor hen is de godsdienstwetenschap.
Voor Jemenitische arbeiders is er niet veel kans en hoop op verbetering van de arbeidsomstandigheden. Ze zijn slecht onderwezen en niet allemaal bereidt even hard te werken. Westerse oliemaatschappijen nemen geen Jemenieten in dienst, maar Oost-Afrikanen, omdat die Engels zouden spreken en, natuurlijk, eerder bereid zijn een order op te volgen, dan de socialistisch onderwezen Zuid-Jemenieten. [Vroeger werd een leerling dus socialistisch-communistisch onderwezen en nu godsdienstig-islamitisch, beide ideologieën waar je niet veel aan hebt in een moderne economie, als je vooruit wilt komen.]
Zie hier een van de oorzaken waarom er zoveel Swahili-sprekende mensen in Dammoen zijn. Behalve Swahili spreken die natuurlijk ook Engels.
Voor de islah-patij: zie hier.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Detail van een grafzerk in het mausoleum van Sjeik ᶜOemar, dat we op 12 december jl. bezochten. Het rechter paneel op maximale grootte. Negatieve weergave.
Detail van een grafzerk in het mausoleum van Sjeik ᶜOemar, dat we op 12 december jl. bezochten. Het linker paneel op maximale grootte. Negatieve weergave.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9453) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Dinsdag, 16 december 1997.
Tariem: 28/20.
Op circa 5.00 uur.
Onder andere dagboek bijwerken, nu 6.00 uur.
14,9°C rond 05.30 uur. 54% luchtvochtigheid.
Om 9.00 uur: Bibliotheek.
Ik koop op het postkantoor voor 3.280 rial postzegels voor post naar relaties. Twintig brieven à 140 rial en negen ansichtkaarten.
Ik bel voor 650 rial met Pa en Ma. (Een paar minuten.)
Tawfīq belt later voor 6.935 rial voor het project met Nederland.
Ik begin met het uitleggen van het boekbinden aan Ḥusayn al-Ḥ. en Ḥusayn al-K. Abd al-Gādir, voor wie deze informatie eigenlijk bestemd is, loopt al snel weg. Misschien omdat Tawfīq en ik ons concentreren op Ḥusayn al-Ḥ.
We nemen de lunch in het restaurant ‘van’ Abd al-Raḥmān, dat wil zeggen, waar ik al eens vaker met hem at. Rijst met een flink stuk kip, een deel sappig, een deel vreselijk droog.
Hotel: een half uur zwemmen.
Samen gaan we, op mijn voorstel, de enorm grote (zo blijkt nu) dadelpalmplantage rond het hotel verkennen. Daar zijn we wel anderhalf tot twee uur mee zoet.
Hotel: we nemen ons eigen eten (brood etc.) mee op het terras en drinken daar koffie van het hotel bij. [Het terras bij mijn hotelkamer.]
Van circa 18.30 tot 20.30 werken aan de beveiliging van de database.
Ik val dan zowat achter mijn computer in slaap, ondanks de koffie die ik dronk.
Om 20.45 uur lig ik in bed, zo moe dat ik zelfs aan vriendinnen niet meer denk. (Ik slaap als een blok, ondanks de koffie die ik vanavond dronk.)
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 14,6°C. / 36,9°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] 56% / 20%
Rond 23.30 nog even wakker van de ‘wilde’ poes die mijn eten wil opeten op het terras.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
De grafzerk van Sjeik ᶜOemar in zijn mausoleum dat we op 12 december jl. bezochten. Ik heb deze foto bewerkt: lichter gemaakt, waardoor het lijkt alsof hij overbelicht is, maar nu is de tekst beter te lezen.
De grafzerk van Sjeik ᶜOemar in zijn mausoleum dat we op 12 december jl. bezochten, maar nu heb ik de foto negatief gemaakt, zodat de tekst in zwart naar voren komt.
Wat er staat? Nou de tekst is niet zo eenvoudig te lezen, maar er staat een datum. Vermoedelijk 23 in de maand Ǧoemada al-Awwal van het jaar 24 en nog wat en honderd en duizend, in het rechterpaneel.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9452) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Maandag, 15 december 1997.
Tariem: 27/21.
Op 4.45 uur.
Computer: brieven printklaar maken.
Bibliotheek: Ḥusayn al-Ḥ. helpen met het invullen van het formulier [van de database] voor de invoer van nieuwe titels. Het gaat langzaam, want hij heeft maar één titel in te voeren, voorlopig.
Verder: printen van achttien brieven, vijf vellen dubbelzijdig. (En twee van zes vellen enkelzijdig.)
Hotel: uitgebreide lunch op het terras met eigen brood en koffie van het hotel.
Na de Ṣalāt al-ᶜaṣr* [Middaggebed] komt R. op bezoek. Hij was op 3 december jl. in de Bibliotheek. Hij komt uit Kaapstad.
In tegenstelling met de vorige keer begint hij nu wel met een preek. Een bijna twee uur durende. Ik word bijna kwaad dat ik naar al die onzin moet luisteren, terwijl ik nog zoveel werk heb. Mijn tegenwerpingen snijden niet altijd hout, of zijn niet goed onderbouwd. Ik opponeer maar twee of drie keer.
Nadat hij eindelijk opgesodemieterd is, vouw ik mijn brieven en schrijf de enveloppen.
Ik eet brood op mijn kamer en werk mijn dagboek bij.
Bed 22.30 uur.
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 16,6°C. / 38,6°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] 39% / LO %.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
They bring the action.
When you hear this with the club
They turn the shit up
All eyes on us
See the boys from the club
They watchin’ us
They watchin’ us
They watchin’ us
Everybody of the club
All eyes on us
All eyes on us
All eyes on us
They scream and shout, and let it all out
We sayin’, oh wee oh wee oh wee oh
The rocks roll, everybody loses control
When you hear this from the club
They turn the shit up
All eyes on us
All eyes on us
All eyes on us
You see them boys of the club
They lookin’, at us
They scream and shout, and let it all out
We sayin’, oh wee oh wee oh wee oh
etc.
—
Vrij naar Scream & Shout: Will.i.am. ft. Britney Spears.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9451) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Deze ochtend gaan we met een drietal andere hotelgasten te voet naar de Yool. (Dat is de bovenzijde van de tafelbergen van de Ḥaḍramaut.) – We zijn ook getuige van de Soefi’s, die de graven in Tarīm bezoeken, waar door onze aanwezigheid een opstootje ontstaat met de jeugd van het dorp. – Mijn brief voor Nederland, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zondag, 14 december 1997.
Tariem: 26/22.
Moeilijk slapen. Ik lig voortdurend aan de mooie, maar wel erg magere, Pamela Jerome te denken.
Op rond 4.30 uur.
Soep eten.
Om 5.00 uur met Tawfīq, Y., F. en M., via het oude voetpad naar Say’ūn, naar de Yool, hier direct achter mijn hotelterras. Na ongeveer anderhalf uur zijn we boven. Daar blijven we circa anderhalf uur.
Rond 9.00 zijn we weer in het hotel. Ik liep alles op mijn sandalen.
Ik fotografeerde veel, ook een graf.
Boven hadden we ontbijt. Tawfīq en ik beneden nog een keer.
In de Bibliotheek tegen 10.30 uur. Abd al-Raḥmān wil dat we spijkers met koppen slaan en onderwijs geven in boekbinden. De mensen die die training krijgen in de tijd van de baas, dus in de tijd dat ze al loon krijgen, moeten daarvoor betaald worden. Wij beiden (Tawfīq en ik) weigeren dat.
Dat geeft een gespannen sfeer tussen ons enerzijds en Abd al-Raḥmān anderzijds.
Na de middag bezoeken Tawfīq en ik Ḥusayn al-A. die ons een manuscript (handschrift) toont: al-Taḏkira bi-Maᶜrifat … *(1)
Zowel hij als het manuscript zien er mooi uit.
We gaan de soefibijeenkomst op de begraafplaatsen bekijken.
Weer zijn de soefi’s van gisteren in de weer, nu met vlaggen voorop, in plaats van een symbolisch omgekeerde ui. [Zoals gisteren.]
Tawfīq beklimt op aanraden van Y. een grote zandhoop tussen de begraafplaats voor de sayyid’s (Magbara Zanbal)*(2) en die voor het gemene volk.
Daar speelt hij in zekere zin met de kinderen die met stenen gooien. Hiermee overschrijdt hij de lijn van gezagsverhoudingen en tegen de tijd dat M. en ik ook boven zijn, is het stenengooien al vrijwel uit de hand gelopen. Een gewone man die de orde probeert te herstellen, heeft niet veel succes. Een politieman verdrijft dan iedereen, behalve ons drieën en zegt dat we de kinderen moeten slaan.
Nu staan er drie ongelovigen op de top van de heuvel en de gelovigen zien niets meer van de rituelen.
Misschien daarom ontstaat er een vechtpartij tussen een jongen en de agent. De agent blijkt sterker dan ik dacht. Hij sleurt de jongen mee. Er komt een geblindeerde auto aangestoven. De jongen wordt erin geslagen.
Ik moet Tawfīq eerst uitleggen dat wij vermoedelijk de aanleiding van dit opstootje zijn, voordat hij naar beneden wil gaan.
Met z’n vijven: Tawfīq, Y., F., M. en ik drinken we thee.
Ik ga alleen naar huis. [Hotel.]
Brood eten.
Bed circa 20.30 uur.
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 14,1°C. / 40,1°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] 21% / 62%.
Ik schreef, op mijn laptopcomputer, een tien bladzijden (A4) lange brief voor mijn relaties in Nederland. Die bevat interessante achtergrondinformatie, die eigenlijk te veel was om ook nog eens extra in mijn dagboek neer te pennen. Ik citeer hier uit die brief.
Zondag 14 december was het hier een feestdag. Soefi’s bezochten massaal de graven (dat is hier feest). Ze voerden daarna in de straten een eenvoudige rituele dans uit*(3). Om een en ander beter te kunnen zien en te fotograferen (iets wat tot onze verbazing door veel mensen werd aangemoedigd), beklom eerst Tawfīq en later M. en ik de hoge zandheuvel tussen de twee begraafplaatsen in het centrum van Tarīm. Terwijl wij daar stonden begonnen steeds meer kinderen, die ook op de heuvel stonden, met stenen naar ons te gooien. Tawfīq pakte af en toe een jongetje vast. Die was dan vreselijk bang, terwijl de andere kinderen dat leuk vonden. Die begonnen Tawfīq uit te dagen door nog meer stenen te gooien. Inmiddels groeide de groep tot meer dan honderd van die, langzaam erg vervelend wordende, snuiters. Om een eind aan het gegooi te maken beklom een politieman de heuvel, die met enkele woorden de hele heuvel leegmaakte en ons vervolgens aanmoedigde alles op de gevoelige plaat vast te leggen. Onderwijl verbood hij ieder ander mens de heuvel te betreden.
Het was natuurlijk ook niet juist dat de hele heuvel voor ons alleen was terwijl de lokale bevolking niet meer kon genieten van de aanblik van zwijgende, biddende mannen bij graven. Een van de jongemannen die aan de voet van de heuvel ergerde zich waarschijnlijk aan deze discriminatie, waarbij ongelovigen (wij dus) meer voorrechten hadden dan de gelovigen. Zijn protest liep uit op een handgemeen met de politieman, dat zoveel omstanders trok, dat wij binnen de kortste keren weer omringd waren met meer dan honderd kijkers. De magere politieman bleek sterker dan ik gedacht had. Hij sleurde de protestant de heuvel af, hoewel hij gehinderd werd door anderen. Vrijwel onmiddellijk hierna stopte een geblindeerde personenauto naast de agent. De jongeman werd door het geopende portier naar binnen geslagen. Ik nam aan dat deze behandeling op het politiebureau op dezelfde wijze werd voortgezet.
Wij begrepen snel dat wij zeer waarschijnlijk de aanleiding waren van dit opstootje en zijn toen maar van de heuvel afgegaan en even verder een kop thee gaan drinken om de mensen de kans te geven de gemoederen te laten bedaren.
Ik ben nu al over de helft van mijn verblijf hier en nog steeds niet overvallen. Ik geloof al lang niet meer in al die “Wild West” verhalen*(4). Ik leef al weken weer zoals verleden jaar, zij het dat ik toen wat meer vrije tijd had. Ik slaap niet meer buiten, maar dat heeft te maken met de temperatuur. Die zakt ‘s nachts soms tot 14°C.
Taḏkira bi-maᶜrifat…
Het gaat hierbij vrijwel zeker om de titel (Kitāb:) Taḏkira bi-maᶜrifat riǧāl al-kutub al-ᶜašara van de auteur Abu’l-Maḥāsin Masᶜūd b. Alī al-Bahaiqī Faḵr al-Zamān. (Overleden: 1149 AD.) Geschichte der arabischen Literatur, Carl Brockelmann. GAL: Supplement I, blz. 623. [Ik weet niet zeker of de naam van de auteur helemaal goed is in de GAL.]
De vertaling van de titel van Taḏkira bi-maᶜrifat […] is (Boek:) Memorandum tot kennis van de mannen van de tien boeken. De tien boeken zijn de tien (en enkele meer) verzamelingen van overleveringen / tradities van de profeet Muhammad opgeschreven door even zoveel auteurs die overal in de islamitische wereld mensen opzochten die beweerden zulke overleveringen te kennen en ook te weten wie ze aan hen overgedragen had. Die overgeleverde tradities hebben die tien auteurs elk in een eigen boek neergepend.
De Taḏkira bi-maᶜrifat […] bevat de namen van bijna tienduizend mannen (en enkele vrouwen) die zo’n traditie van de profeet overgeleverd hebben aan één van die tien auteurs en de namen van hen van wie zij die traditie overgenomen hadden. Daarnaast staat vermeld aan welke van die tien auteurs zij die traditie verteld hebben.
In gedrukte vorm bestaat deze titel uit vier delen, maar ik kan nu niet meer achterhalen of het aangeboden handschrift volledig was of dat het slechts om één deel ging. Hier is de link naar de Taḏkira, maar de tekst is (uiteraard) helemaal in het Arabisch.
Bij de overleveringen / tradities gaat het om daden en uitspraken van de profeet Muhammad en heten (in het Nederlands-Arabisch) hadith’s en in het Arabisch (ev.): Ḥadīṯ / (mv.): Aḥādiṯ.
Sayyid. Een Sayyid (mv.: Asyād / Sāda / Sadāt) is een afstammeling van de profeet Muhammad.
Wikipedia: Sayyid. Zanbal is de naam van de begraafplaats voor sayyid’s in Tarīm. Magbara Zanbal (ﺭﺳﻮﻡ ﻟﻘﺒﻮﺭ ﺍﻟﺴﺎﺩﺓ ﺍﻟﻌﻠﻮﻳﻴﻦ ﻓﻲ ﻣﻘﺒﺮﺓ ﺯﻧﺒﻞ ﺑﻌﻴﺪﻳﺪ ﻣﺪﻳﻨﺔ ﺗﺮﻳﻢ)
Vertaling: Tekeningen van de graven van de sayyids van de Alawiyya [soefi-orde] op de begraafplaats Zanbal van Aydīd in de stad Tarīm.
Ik hoorde trouwens op YouTube verschillende keren dat men spreekt van een Karnifaal Sjabaabi al-Karnifāl al-šabābī (jongerencarnaval / festiviteiten) wanneer een religieuze en / of politieke bijeenkomst plaatsvindt. (ﺍﻟﻜﺮﻧﻔﺎﻝ ﺍﻟﺸﺒﺎﺑﻲ)
Veiligheid. Volgens de berichten die mij op 24 november jl. bij mijn aankomst in de Ḥaḍramaut werden verteld, zou hier sprake zijn van een Wild West-situatie: een grote wetteloze bende waarin overvallen op klaarlichte dag aan de lopende band plaats hadden, waardoor ik, door deze paniekverhalen, erg bang werd, omdat een grote som contant geld bij mij had, bestemd voor het Bibliotheek-project. Verleden jaar (1996) leefde ik hier onbezorgd een lekker leventje met een nog veel grotere som contant geld op mijn hotelkamer, dan ik nu voor het hele project bij me had. Ik maakte me toen nergens druk over en dat was ook niet nodig, net zoals dit jaar, zoals blijkt. Ik sliep toen wel buiten, op het terras bij mijn hotelkamer, maar ik was er toen in het voorjaar en dit jaar in de ‘winter’.
Zie de subtitel Gevaar? op 24 november jl.
Zie de subtitel Veiligheid ook op 24 november jl.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
De pelgrims naar het graf van de profeet Hoed keren terug in Tarīm. De mannen die een groene sjerp dragen zijn sayyid‘s.
Zoek de vrouwen in dit plaatje.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9450) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – In het dorp zijn allerlei religieuze en profane activiteiten, die zijn verbonden aan 14 Shaᶜbān, want de soefi’s, die op pelgrimstocht waren, keren vandaag terug. Er is een kamelenrace en mannen voeren een dans met stokken uit op straat. – Is er bij de kamelenrace sprake van dierenmishandeling? – In Leiden, mijn woonplaats, ga ik op vrijdagavond altijd dansen in het Leids Vrijetijdscentrum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jonge vrouw, wier naam ik niet weet en daarom ‘Ennefea’ heb genoemd. Ik ben verliefd op haar. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zaterdag, 13 december 1997.
Tariem: 25/23.
[13 december komt dit jaar overeen met 14 Shaᶜbān*(1). Dit is de achtste maand van de islamitische kalender.]
Om circa 9.30 uur in de Bibliotheek en ik leer Ḥusayn al-Ḥ. hoe hij een formulier voor de database moet maken.
Na de middag gaan Tawfīq en ik het dorp in.
In de straat waar de Sharia-faculteit / Al-Kāf Universiteit*(2) ligt, wordt een kamelenrace*(3) gehouden. De hele straat staat bomvol met mensen, ook heel veel vrouwen. Wij zijn ook een bezienswaardigheid.
Het heet dat de pelgrims die van de Ziyāra*(4) [Pelgrimstocht] naar Gabr al-Nabī Hūd*(5) terugkomen en op hun kameel het dorp in racen. Dat gebeurt, dat racen, maar de kamelen staan opgesteld ten oosten van het dorp, zo blijkt ons als we daarheen lopen. En sommige kamelen moeten meerdere keren racen, want aan het eind worden ze waarschijnlijk achter het dorp omgeleid.
Er is een kameel die het schuim op de bek heeft staan en die door vier of vijf sterke mannen in bedwang moet worden gehouden. Het dier wil zijn berijder afwerpen. De kameel probeert tussen het publiek te komen of de andere kant op te rennen. Dat doet ons terugdeinzen, want het dier vertrapt je zeker. De kameel blaast slierten spuug de lucht in, als een fontein. Hij wordt afgerammeld en besluit alsnog weg te racen.
Na een poosje komt een groep mannen reciterend (wat?) aangelopen. Ze lopen met stokken en voeren een eenvoudige dans uit. (Plotseling weet ik wat Ḥusayn al-K., van de Bibliotheek, bedoelde toen hij me uitlegde dat de Wahhabiyya [fundamentalisten] deze stokkendans*(6) wil verbieden, als on-islamitisch.)
Soefi’s zijn dit, van de Tarīqat al-Alawiyya*(7). Een groep van enkele mannen gevolgd door Sayyid‘s*(8) in het wit, met een groene sjaal. De groep wordt groter. Onverstaanbaar reciteren ze.
We volgen ze een tijdje.
Dan lopen we tegen R. uit Kaapstad aan, die op 3 december in de Bibliotheek was. Vervolgens zien we de jongelui Y., F. en M. Dan een Duits stel archeologen dat in ons hotel logeert.
Vervolgens Pamela Jerome*(9) en Caterina Borelli*(10). Ik ontmoette hen beiden al mijn tweede dag in Tarīm en sprak even met hen.
Nu staar ik me blind op de levendige en mooie Pamela. (Die op 14 december jarig is.)
We gaan theedrinken en zij kletst bijna voortdurend. Ze is architecte en ‘doet’ mud brick, overal op de wereld.
Meer dan twee uur geniet ik van haar schoonheid en vergeet Ennefea in Leiden helemaal.
Hotel: een tijdje samen kletsen met Tawfīq, Y. (uit Genève, internist) en M. (Medewerker van Oxfam in Melbourne.)
Brief [voor mijn Nederlandse relaties] bewerken.
Bed rond 22.30 uur.
[Temperaturen, minimaal, maximaal:] 15,5°C. / 38,6°C.
[Luchtvochtigheid, minimaal, maximaal:] 20% / 59%.
Kamelenrace.
Zie hier mooie amateurbeelden (een beetje schokkerig) van een kamelenrace in Tarīm op YouTube. Duidelijk is te zien dat het niet om kamelen gaat, maar om dromedarissen, want deze dieren hebben maar één bult. Let ook op de dracht van de mannen. Vrijwel allemaal dragen ze sarongs (Made in Indonesia). Dat komt omdat hun handelsbelangen van oudsher in Singapore en Indonesië liggen.
Wikipedia: Singapore.
Wikipedia: Indonesië.
Ziyāra. De Ḥaḍramitische pelgrimstocht / bedevaart gaat naar het graf van heilige personen. Ziyāra betekent letterlijk ‘bezoek’, maar in islamitische context duidt dit op een pelgrims- of bedevaartstocht naar het graf van een heilige
Interne link: Ziyāra.
Gabr al-Nabī Hūd
Het graf van de profeet Hoed. Dit graf ligt in de Wādī Masilah, ten oosten van Tarīm. De profeet Hoed, die in het christendom niet voorkomt, (sommige profeten hebben de islam en het christendom gemeenschappelijk) wordt in de koran genoemd als de waarschuwer van het volk van ᶜĀd. Deze waarschuwing is onder andere neergeschreven in het hoofdstuk De Zandduinen (Soerat al-Aḥgāf) van de koran. De bibliotheek in Tarīm, waar ik dus werk, is naar deze soera vernoemd: al-Aḥgāf, maar in de oudheid bestond ook een gebied in deze streken van zuidoost Jemen dat al-Aḥgāf heette, dus het hoofdstuk in de koran is naar die streek genoemd.
Wikipedia: De profeet Hūd.
Wikipedia: ᶜĀd: het Volk van ᶜĀd.
Mijn bezoek aan Gabr al-Nabī Hūd in 1996: 19 april 1996.
Ṭarīqat Alawiyya (Ṭarīqat Āl BāᶜAlawī :ﻃﺮﻳﻘﺔ ﺁﻝ ﺑﺎﻋﻠﻮﻱ) dat ongeveer betekent: De te volgen weg / methode / de ‘orde’ van het volk van vader Alawi en is een Ḥaḍramitische soefi-orde. Zo’n soefi-orde heet over het algemeen een ṭarīqa (mv.: ṭarīqāt of ook wel ṭoeroeq: ṭuruq).
Wikipedia: Alawiyya (Engels).
Wikipedia: Ṭarīqāt.
Wikipedia: Sufism (Engels). met een uitgebreide beschrijving van soefisme en verschillende soefi-ordes.
Pamela Jerome. Patricia Jerome is als architect gespecialiseerd is in leembouw, overal ter wereld. Zie haar C.V. hier: Pamela Jerome. Ik vind haar een mooie, aantrekkelijke vrouw.
Caterina Borelli. Caterina Borelli is cineaste en is in de Ḥaḍramaut om een film te maken over de leembouw (Mud brick) in deze streek. Het resultaat van haar werk is op Vimeo te zien en heet The Architecture of Mud.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Het mausoleum van Sjeik ᶜOemar in de Wādī ᶜAdm.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9449) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Vandaag is het vrijdag, de gebruikelijke vrije dag in de islamitische wereld en we bezoeken een grafmonument (ḍarīḥ al-Šayḵ ᶜOemar: het mausoleum van Sjeik ᶜOemar) ten zuiden van Tarīm, in de Wādī ᶜAdm. Deze Sjeik leefde ongeveer vijfhonderd jaar geleden. – Mijn verslag op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Vrijdag, 12 december 1997.
Tariem: 24/24.
Op 6.00 uur.
Werken aan mijn brief. Die kort ik met vier bladzijden in. Volgens Tawfīq, tegen wie ik dat vertel, willen de mensen best lange verslagen lezen. Ik heb die andere, extra tekst nog wel ergens op mijn laptop.
We gaan met Y. en F. naar de taxistandplaats en proberen daar een auto naar de Yool te krijgen. Niemand wil dat doen.
We besluiten het in Say’ūn te proberen. Ondertussen probeert Ḥoesein al-A., (leraar Engels) ons een Landcruiser aan te smeren via een broer.
We gaan naar Say’ūn. Daar lukt het niet een auto, Landcruiser, te krijgen. Met dezelfde taxi als we kwamen (chauffeur Maḥfoeẓ) gaan we naar Wādī ᶜAdm*(1) voor 6.000 YER.
Circa 10.45 uur: het wordt een lange, stoffige rit, maar heel erg mooi.
We eindigen bij Qabr Šayḵ ᶜOemar*(2): het graf van Sjeik Oemar (Qabr Nabi Omar staat op de landkaart van Hermann von Wissmann [1895-1979], waarvan Tawfīq een kopie meebracht. [Nabi betekent ‘profeet’, maar Sjeik Oemar was geen profeet.]
Ervoor liepen we langs een riviertje [de Wādī ᶜAdm] met een flinke poel koel groen water.
Van boven, bij het graf, zagen we een dorp waarvandaan geschoten werd, in de lucht. (Zie hierbeneden, bij ‘Vervolg’.)
Voordat we bij die rivier waren, waren we in Rāwoek bij het pompstation van Abd Allāh, die perfect Engels spreekt, ons voor de thee nodigde en van wiens zusje ik twee foto’s [dia’s] mocht maken. Engels, zo zei hij, had hij van de Tv geleerd*(3).
Ik maakte veel dia’s van de omgeving.
Circa 17.30 uur: Hotel. Zwemmen om ons af te stoffen.
Brief [naar Nederland] bewerken.
Warm eten met Y., F., M. (uit Australië) en Tawfīq.
Nakaarten.
Nu 22.30 uur.
[Temperaturen, respectievelijk minimaal, maximaal:] 17,6°C. / 39,4°C.
[Luchtvochtigheid, respectievelijk minimaal, maximaal:] 21%. / 56%.
Zowel F. als ik vragen ons af wat die schoten betekenen. Wordt er gejaagd of wordt er nog gewerkt op het olieplatform in de buurt, dat we niet zien, maar waarvan we weten dat het in de buurt ligt?
Ik zoek in de bodem naar sporen van overblijfselen van schelpen. De Ḥaḍramaut was vroeger zeebodem. Ik vind een gedraaid ‘slakkenhuisje’, waar een stuk van afbreekt [als ik het oppak] en een platte schelp.
Ik zie aan de overkant in en om het groene palmenbos, rond het dorp Ġayl ᶜOemar*(4) dat er veel mensen op straat zijn. Ze lopen allemaal naar hetzelfde punt en een tijdlang denk ik dat er een gezamenlijke sportmanifestatie zal zijn.
Dan vraagt Y. of het niet gevaarlijk begint te worden. Ik kijk en zie een grote groep mensen onze kant op turen. Meer dan honderd mensen op meer dan een kilometer afstand (in vogelvlucht) kwekken hoorbaar, maar onverstaanbaar over onze aanwezigheid op de berg. Omdat we op de top staan, zijn we voor hen duidelijk zichtbaar.
Met die twee schoten, waarschijnlijk uit de wachttoren, links naast het dorp, werden ze natuurlijk gewekt.
Ik zeg [als grapje] tegen Y. dat ze zich verzamelen en dat ze ons dan zullen aanvallen*(5). Hij vindt dat, geloof ik, niet leuk.
Uit respect voor die mensen, we staan immers op het graf van hun heilige, besluiten we weg te gaan. Helaas vergeet ik een dia te maken van de groep mensen.
Het hele gebeuren wekt een soort mysterieuze opwinding in mij op. Spanning, die ik wil beleven.
Ik had het gevoel een ontdekkingsreiziger te zijn in Nieuw Guinea, die voor het eerst in contact komt met een groep druk pratende Papoea’s.
De terugweg met chauffeur Maḥfoeẓ maakt van ons in anderhalf uur spoken van stof.*(6)
Hotel rond 17.00 uur.
In het restaurant van het hotel maken we kennis met de Australiër M. (Sri Lankaan / Singalees van geboorte.)
Na een tijdje ga ik aan mijn brief voor Nederland werken.
Ik schreef, op mijn laptopcomputer, een tien bladzijden (A4) lange brief voor mijn relaties in Nederland. Die bevat interessante achtergrondinformatie, die eigenlijk te veel was om ook nog eens extra in mijn dagboek neer te pennen. Ik citeer hier uit die brief.
Wādī ᶜAdm is erg mooi. Een deel van het landschap lijkt op de Wādī Ḥaḍramaut, maar er is plaatselijk meer groen. Op andere plaatsen is het meer verlaten en droger dan de Wādī Ḥaḍramaut*(7). Prachtig was een plotseling opdoemend riviertje. Beide oevers waren groen en er was een dadelpalmenbos.
Waar begint die rivier en waar eindigt die? Waarschijnlijk liggen begin en einde gewoon in de woestijn. Het water wordt behalve door palmen omringd met mooie, maar mij onbekende planten met prachtige bloemen.
We bezoeken het graf van Sjeik ᶜOemar, een plaatselijke heilige. Dat was ons reisdoel. We beklimmen de hoge berg waarop het graf ligt. Het uitzicht over de groene wādī, waar de rivier doorheen slingert is overweldigend. Vrijwel recht onder ons ligt de rivier die aan onze zijde begrensd wordt door een weg en aan de andere kant door een dadelpalmenbos. De dadelpalmen volgen de loop van het vruchtbare water. Tegen de bergen aan de overkant van deze wādī liggen enkele huizen. Er is een opvallende (vierkante) witte minaret te zien en links, ten westen van het dorp, een grote ronde wachttoren. Voor het dorp ligt ook een palmenbos.
Tussen het palmenbos voor het dorp, dat Ġayl ᶜOemar heet [Neen! Het heet vermoedelijk Noewaydra] en het palmenbos langs de rivier ligt een open ruimte, gedeeltelijk begroeid met gras, gedeeltelijk met struiken en gedeeltelijk onbegroeid.
Plotseling klinkt een hard schot, dat door de hele wādī zijn echo verspreidt en lang nagalmt. Even daarna nog een. We vragen ons af wat dat is. Wordt er gejaagd of is men nog aan het werk bij de nabij gelegen oliemaatschappij?
Ik maak een panoramaopname van de hele groene wādī en zoek in de grond naar bewijzen dat dit gebied vroeger zeebodem was. Ik vind twee verschillende soorten schelpen, waarvan er een hele grote bij het blootleggen helaas breekt.
Terwijl ik bezig ben hoor ik steeds meer stemmen. Aan de overkant van de rivier bij het dorpje lopen groepjes mensen naar de open ruimte aan de rand van het dorp, alsof ze op weg zijn naar een voetbalwedstrijd. Het aantal mensen wordt steeds groter en dan valt me pas op dat meer dan honderd mensen samen drommen en allemaal onze kant op staan te kijken. Wij zijn voor hen waarschijnlijk goed zichtbaar, althans in silhouet, want we staan op de top van de berg. Zij staan op een afstand van meer dan een kilometer, in vogelvlucht.
Y. vraagt zich hardop af of dit een dreigende situatie is. We zijn immers als niet-moslims op een begraafplaats (wat in Jemen verboden is) en ook nog van een heilige.
De samenscholing van die vele mensen bezorgt mij een soort mysterieus gevoel, opwindend, aangenaam bedreigend. We horen de stemmen van de mensen, maar kunnen niets verstaan. Die twee schoten zijn zeker afkomstig geweest van de wachttoren, vanwaaruit de bevolking gewaarschuwd werd, nadat ze ons vandaar bij de graftombe gezien hadden.
Wādī ᶜAdm Rivier(bedding) ᶜAdm. In het Arabisch wordt ᶜAdm (ﻋﺪﻡ) zonder klinkers geschreven, daarom staan er in vertalingen naar het Latijns schrift allerlei mogelijke varianten: Adam, Adim, Idm en ook Adm, al naar gelang het inzicht van de auteur. Volgens het woordenboek Lisān al-ᶜArab (De tong (=taal) van de Arabieren) van Ibn Manẓoer (1233-1312 AD) is het ᶜAdm, dus dat is de spelling die ik gebruik. (ﻟﺴﺎﻥ ﺭﻟﻌﺮﺏ ﻟ … ﺍﺑﻦ ﻣﻨﻈﻮﺭ)
Ḍarīḥ al-Šayḵ ᶜUmar. Ik heb urenlang intensief in Google Earth en in Google Maps gezocht naar de juiste locatie, maar ik kan de plaats niet vinden. Vermoedelijk gaat het om deze locatie, maar het gebouw lijkt, van boven gezien, niet op dat wat op mijn foto staat. Bovendien zeggen mensen van het dorpje Sāh, dat wat zuiderlijker ligt, hier, ervan dat het mausoleum (al-ḍarīḥ) bij hun gemeenschap hoort. Het mausoleum is hier te zien, op YouTube: vanaf 4.22″.
Abd Allāh van het tankstation in Rāwoek vertelde dat hij op de Tv de uitvaart van prinses Diana (1961-1997) live had gezien. Hij was daar zeer van onder de indruk.
Aanvallen? Enige tijd later hoor ik dat de mensen in dat dorp erg vredelievend zijn en dat ze toeristen toestaan in de weide voor het dorp te kamperen.
Weg. Tegenwoordig (2017) ligt daar een geasfalteerde weg, maar in de tekst is het 1997: we rijden we over stoffige zandwegen. – Maḥfoeẓ rijdt heel snel. (Ik herinner me nog dat ik dacht dat hij zo’n haast had, omdat hij in Tarīm wilde zijn, voordat de benzine op was. 😁)
Wādī Ḥaḍramaut. Ḥaḍramaut is de naam van de provincie waar wij verblijven, ook is het de naam van de streek, maar er is ook nog de Wādī Ḥaḍramaut: de over het algemeen uitgedroogde rivierbedding waarin tal van plaatsen liggen, zoals Say’ūn en Tarīm.
Wādī: rivier(bedding).
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.