Dit is het ᶜIššah-paleis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ)* te Tarīm. Dit paleis is helemaal van leem gebouwd (mud brick) en de architectuur is beïnvloed door de een Indiase islamstijl (Moghul). Tegenwoordig (2017) zijn de kleuren, die hier, op deze dia uit 1997, vaalblauw zijn, weer fel donkerblauw geschilderd.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9443) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zaterdag, 6 december 1997.
Tariem: 18/30.
Toen ik om 8.00 naar beneden kwam om te gaan ontbijten, stond [collega] Tawfiq in de receptie. Even had ik een moment dat ik dacht dat ik droomde, maar dat was niet zo. Hij en de situatie was echt.
Ik had voor 9.00 uur een taxi besteld om circa 10.00 uur op de luchthaven van Say’ūn te zijn om hem te ontvangen.
DK. van de Nederlandse Ambassade had beweerd dat men tegenwoordig om 9.00 uur vertrekt uit Ṣanaᶜā’. Ik had Abd al-Raḥmān tweemaal vergeefs verzocht dat te verifiëren.
We namen samen het ontbijt in het hotel en Tawfiq ging mee naar de luchthaven, waar ik ook met Abd al-Raḥmān had afgesproken.
We kochten daarna een generator voor de bibliotheek van 1.810 US$: 3 KW / Benzine / vrij stil.
Dan gaan we naar de bibliotheek waar Tawfiq veel indruk maakt met zijn feilloos Arabisch.
In het Gaṣr al-Goebba-hotel bied ik Tawfiq, Abd al-Raḥmān en de taxichauffeur een lunch aan.
Daarna bespreken we met Abd al-Raḥmān het project en later Tawfiq en ik samen.
We wandelen door het donkere stadje en drinken ergens thee.
We eten in het restaurant [van het hotel] een lichte maaltijd en verbrengen de avond door, al kletsend, op mijn terras tot circa middernacht.
Daarna doe ik de projectadministratie.
Bed circa 01.30 uur.
Max 39,4°C., min: 17,3°C.
Max: 54%, min: LO%.
ᶜIššah-paleis (ﻗﺼﺮ ﻋﺸﺔ). Klik hier voor een aantal recente foto’s. De tekst is in het Arabisch.
Wikipedia: Moghul-stijl / -achitectuur. Mughal (Engels).
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Een moskee in Tarīm, één van de 365 die het stadje rijk is. Deze is, evenals zoveel gebouwen in Tarīm, geheel van leem (mud brick) gebouwd. In de bogen van het portaal is te zien hoe dik de muren moeten zijn om de constructie zonder instortingsgevaar te dragen. De witte kalk, die over de leem is aangebracht heet nūrah en kan, mits binnen gebruikt, wel vijftig jaar meegaan. Buiten dient deze vooral om de lemen tichels tegen het (sporadisch voorkomende) regenwater te beschermen.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9442) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten), maar vandaag is het vrijdag, de islamitische rustdag. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Vrijdag, 5 december 1997.
Tariem: 17/31.
Vannacht was het 16,4°C en 68%. [Luchtvochtigheid.]
Op circa 8.00 uur.
Ontbijt in het hotel.
Brief naar Nederland bijschaven.
Ik hoor verschillende vogels fluiten.
Circa tweeënhalf uur aan de database werken.
Ik blijf bijna twee uur in het heerlijk warme zwembad, onder andere met Engelstalige toeristes vertellen, waarvan er een (een Australische) in Saoedi-Arabië werkt.
Weer schaven aan de brief naar Nederland, gepland voor rond 14-12-97.
Temperatuur, minimaal: 16,4°C., maximaal vocht: 65%.
Temperatuur, maximaal: 39,4°C., minimaal vocht: LO% (??).
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Hāšim, de ochtendreceptionist (Sālim T. is de avondreceptionist) vertelt me ongevraagd, maar daarom niet minder gewenst, dat hij vijf jaar in Irak Landbouweconomie studeerde in de stad Mosul [Mawṣoel].
Hij is zeer te spreken over het land, want ondanks de verschrikkelijke dictatuur heerst er toch een systeem. Als je je daar beklaagt over wangedrag van een ander wordt er wat aan gedaan. Hier in Jemen is geen systeem. Het is een land zonder wetten, of wetten die niet toegepast [gehandhaafd] worden.
Daar staat tegenover dat je hier wel vrijheid van meningsuiting hebt. Anders dan in de rest van de Arabische wereld. Hij zegt dat het in Jordanië verboden is over de koning te spreken evenals in Syrië waar het verboden is de naam van Hafez al-Assad*(1) te noemen. Als je dat in Irak doet gaat je kop eraf. In Jemen spreekt men gewoon over de president.
Hāšhim vertelt dat voor de Golfoorlog*(2) de dinar drie dollar waard was. Nu is de 3.000 dinar één dollar waard. Hāšhim kreeg 100 dollar per maand van de Jemenitische ambassade per maand. Dat was dan 300.000 dinar. Daar was hij een rijk man. Hier in Jemen is er geen werk in zijn discipline en moet hij in zijn levensonderhoud voorzien als hotelreceptionist.
Hij noemt zich mijn vriend en daar ga ik wel mee akkoord. Ik vrees echter dat hij mij, eenmaal terug in Nederland, zal bestoken met brieven om hem te helpen een toegang tot Nederland te verschaffen, want hij zal zeker weten van onze sterke landbouwpositie. Maar misschien valt het wel mee.
Minimum temperatuur afgelopen nacht: 16,4°C, maximum temperatuur overdag: 39,4°C. Maximum vochtigheid ’s nachts: 68%, minimum: L0% (wat betekent: L?)
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Een impressie van Qabr al-Nabi Hoed, een stadje / dorp ten oosten van Tarīm en een bedevaartsoord voor de profeet Hoed / Hūd. Het dorp is buiten de twee dagen van de bedevaart (9 en 10 Ša’abān, jaarlijks) onbewoond. Een spookstadje dus.
(Foto: 19 april 1996.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9441) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Een medewerker van de bibliotheek wil mij onderwijzen in de grootsheid en de wijsheid van de islam. Een enkele vraag van mij brengt hem verward tot zwijgen. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Donderdag, 4 december 1997.
Tariem: 16/32.
Uit de bibliotheek loop ik naar huis. Er is bij de taxi’s geen chauffeur te bekennen.
Ik denk dat ik lopend misschien nog interessante mensen kan ontmoeten, maar ik ben daar echter niet geheel van overtuigd. Toch gebeurt het.
Ḥusayn al-A., de jongeman die verleden jaar de telefoon-winkel (bel-winkel) had, zit bij een vriend in de auto. Ik krijg een lift. Net zoals in de telefoonwinkel, in het verleden, zit hij met een deel van zijn mooie sexy benen bloot. Hij is vriendelijk en vooral knap. Wat zou ik graag het bed met hem willen delen en aan zijn toverstaf willen zuigen.
Ik was al om 04.30 uur wakker.
Ik probeerde vanochtend Jan Just Witkam [in Nederland] te bellen. Toen er eindelijk verbinding was, na circa twintig minuten en toen ik al veel mooie vrouwenogen had gezien, pakte een mij onbekende vrouw op. Ik vroeg of Jan Just thuis was. Zij zou gaan kijken, maar keerde niet meer terug. Na een poosje werd de lijn verbroken. Ik had geen zin in nog een tweede keer te wachten.
Onderweg naar de bibliotheek zag ik een meisje helemaal in het zwart, [niqāb] met een brede gouden rand over haar kleding. Zij had bloemen in haar hand.
Toen haar broertje vriendelijk groette en ik dat ook deed, deed zij dat ook.
In de bibliotheek wil Alī B. mij van de kracht van de islam overtuigen en begint over Adam en Eva*(01).
Ik vraag hem hoe die ene overgebleven zoon van Adam en Eva voor nageslacht kon zorgen. Alī verzint de schepping van een meisje, maar daarover staat niets in de koran en, bovendien, dan zou het een zuster zijn geweest en een huwelijk met een zuster is ḥarām [streng verboden]. Hij is overvraagd. Heeft hier nooit eerder aan gedacht en zal dat aan een geleerde gaan vragen. Volgende week zaterdag zal ik antwoord krijgen. Eerst gaat hij vier dagen op pelgrimstocht (Ziyāra) naar Gabr al-Nabī Hūd*(02) [het graf van de profeet Hoed], op 9 en 10 Ša’abān. (10 en 11 december, plus één dag heen en één dag terug.) Het is daar verboden voor vrouwen.
Ik at patat met een stukje kip in het restaurant van het hotel. Soep vooraf, brood en salade, twee bananen na.
Weer: min: 17,1°C. Max: 40,4°C. [Buitentemperatuur.] Max: 66%. Min: 21%. [Luchtvochtigheid.]
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Ik sprak met Ḥussein al-K., in de bibliotheek, over de islam. Hij vertelde over Ramaḍān, die nu in de winter niet zo zwaar is, maar in de zomer wel. Hij zei, de zo vaak gehoorde onzin, dat de maand Ramaḍān zo gezond is voor de mensen. Toen ik tegen hem zei dat ik in al-Zirikly, al-ᶜĀlām*(03) vaak gelezen had dat fulān fulān [die en die: zo velen] gestorven waren in Ramaḍān, zei hij dat de mensen in Ramaḍān niet dood gaan.
Hij vertelde ook over de ied al-fiṭr*(04), maar had daar een andere naam voor (soenna, geloof ik). Dan slacht hij vier schapen, per stuk voor meer dan 12.000 rial, (ongeveer 180 gulden, twee maandlonen voor één schaap).
Meer over de vastenmaand Ramaḍān, zie 29 december a.s.
Alī B. werkte verleden jaar enkele maanden op kosten van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden [geld uit het Tarīm-project] in de Bibliotheek. Hij zou een vaste aanstelling krijgen, maar die is er, nu anderhalf jaar later, nog steeds niet en die zal ook zeker niet plaatsvinden voor 1 januari 1998, mogelijk nog veel later. Op dit moment is hij, 25 jaar oud en vader van twee kinderen, werkloos. (Hij trouwde vijf jaar geleden met een vijftienjarig meisje dat hij niet kende, pas na het huwelijk begon hij van haar te houden, maar dit terzijde).
Hij vertelde dat hij over een week op bedevaart gaat naar het graf van de profeet Hūd. De bedevaart is op 9 en 10 Ša’abān (dit jaar overeenkomend met 10 en 11 december). Het feit dat hij op bedevaart gaat bij een graf geeft aan dat hij soefi is. Hij behoort tot de Tarīqat Alawiyya*(05).
Het graf van Hūd bevindt zich ongeveer honderd kilometer ten oosten van Tarīm. Nico en ik bezochten het verleden jaar, maar het graf en de bijbehorende stad is eigenlijk verboden gebied voor niet-moslims (en voor islamitische vrouwen, hoorde ik nu van Alī, en dat was maar goed ook vond hij, dat zou maar afleiden van de ḏikr (het prijzen van God)). Maar omdat het een spookstad is en er alleen tijdens de dagen van de bedevaart mensen wonen, was er [in 1996] niemand die ons een strobreed in de weg kon leggen.
Alī vertelde met vuur over de islam. Normaal gesproken ben ik geen voorstander van godsdienstige discussies. Maar dit was goed voor mijn Arabisch en voor verdere uitdieping van mijn kennis van die godsdienst en het soefisme.
Het ging op gegeven moment over de schepping. Waar kom je vandaan? Van je moeder, en waar komt die vandaan? Enz. Natuurlijk was het de bedoeling dat we bij Adam en Eva uitkwamen. Dat lukte onder leiding van Alī probleemloos en hij was in zijn nopjes toen ik constateerde dat we eigenlijk broers waren.
Ik vroeg hem hoe het nu eigenlijk met dat nageslacht zat van Adam en Eva zat. Zij hadden slechts twee zonen (waarvan de een de ander ook nog vermoordde). Met wie was die arme jongen eigenlijk getrouwd, om voor zoveel nageslacht te kunnen zorgen? Alī zei dat God ook nog meisjes geschapen had. Ik wees hem erop dat daar niets van in de koran staat en dat hij dat hier ter plekke, in de Bibliotheek, verzon. Bovendien, als die meisjes er waren geweest dan waren dat zusters van Kaïn. Een huwelijk met je zuster heeft Allah ten strengste verboden (harām). Uitzonderingsregels zijn er niet.
Met nauwelijks te verhullen duivels genoegen constateerde ik dat hij het antwoord niet wist. Over deze kwestie had hij nog nooit nagedacht, zei hij. Dit was iets dat hij aan zijn leraar moest gaan vragen. Zaterdag over een week zal hij mij het antwoord geven.
Ongetwijfeld zal hij met een gesmeerd antwoord komen, misschien vaag, misschien filosofisch, maar van zulk een aard dat ik het niet zal begrijpen, omdat mijn kennis van het Arabisch te gering is. Niettemin is het toch meegenomen dat iemand ook eens andere vraag gesteld krijgt dan de voor de hand liggende vragen die men elkaar stelt en waarvan het antwoord van te voren al bekend is.
(Hoe heten ze ook al weer de islam, die twee zonen van Adam en Eva. Ik kan hen niet vinden in de tafsīr*(06) die ik meebracht).
Sheikh AB., de vorige directeur van de Bibliotheek bezocht zijn voormalige werkplek. Ik sprak kort met hem en vertelde hem dat ik het interview met hem in The Yemen Times*(07) gelezen had.
Alī B. vertelde even later dat de sheikh*(08) vroeger een soefi was, maar dat hij dat allemaal opgegeven heeft en nu overgestapt is naar het Wahhabisme, waarvan hij nu de hoogste leider is in Tarīm en omgeving. De Wahhabiyya is sterk gekant tegen het soefisme en de mawlids*(09) bij de graven van heiligen. Toch zit het verschil niet in het geloof of de geloofsopvatting maar in de furūᶜ*(10), zo vertelt Alī.
Verleden jaar al lagen op het bureau van sheikh AB. boekjes van Hamas*(11). Hij had de Bibliotheek veranderd in een hoofdkantoor van zijn politieke bezigheden. Soefis willen zich niet met politiek bezig houden. De wereld (al-dunyā) gaat aan hen voorbij. Zij werken slechts aan onthechting.
Alī zit dus werkloos thuis. Expres, omdat ik wel beter weet, vroeg ik hem of zijn vrouw niet kon werken.
Verontwaardigd wees hij die gedachte van de hand. “Vrouwen werken niet buitenshuis.”
“Maar”, zei ik, “ik zie toch overal vrouwen in de velden werken.”
Hij trok zijn neus op en zei: “Dat zijn boerinnen.”
Adam en Eva. Moslims spreken ook over Adam en Eva (Ādam en Ḥawā’) maar in de koran heeft zij geen naam. Daar is het slechts Adam en zijn vrouw. (Geheel volgens de traditie zoals ik die in de Ḥaḍramaut ontmoette. Daar heeft de echtgenote ook geen naam en je mag, als buitenstaander, ook niet naar haar (welzijn) informeren en als je het wel doet, zoals ik altijd opzettelijk doe, zorgt dat telkens voor veel hilariteit en verlegen reacties, ook bij die mensen bij wie ik het dagelijks doe, zoals de medewerkers van het hotel.)
Gabr al-Nabī Hūd Het graf van de profeet Hoed. Dit graf ligt in de Wādī Masilah, ten oosten van Tarīm. De profeet Hoed, die in het christendom niet voorkomt, (sommige profeten hebben de islam en het christendom gemeenschappelijk) wordt in de koran genoemd als de waarschuwer van het volk van ᶜĀd. Deze waarschuwing is onder andere neergeschreven in het hoofdstuk De Zandduinen (Sūrat al-Aḥgāf) van de koran. De bibliotheek in Tarīm, waar ik dus werk, is naar deze soera vernoemd: al-Aḥgāf, maar in de oudheid bestond ook een gebied in deze streken van zuidoost Jemen dat al-Aḥgāf heette, dus het hoofdstuk in de koran is naar die streek genoemd.
Wikipedia: de profeet Hūd.
Wikipedia: het volk van ᶜĀd.
Mijn bezoek aan Gabr al-Nabī Hūd in 1996. 19 april 1996. Sha’abaan (Šaᶜbān :ﺷﻌﺒﻮﻥ). Šaᶜbān is de achtste maand van de islamitische kalender.
Zie Wikipedia: de islamitische kalender.
al-Ziriklī: Ḵayr al-Dīn al-Ziriklī (1893 – 1976) is de auteur van ﻣﻌﺠﻢ ﺗﺮﺍﺟﻢ ﻷﺷﻬﺮ ﺍﻟﺮﺟﺎﻝ ﻭﺍﻟﻨﺴﺎﺀ ﻣﻦ ﺍﻟﻌﺮﺏ ﻭﺍﻟﻤﺴﺘﻌﺮﺑﻴﻦ ﻭﺍﻟﻤﺴﺘﺸﺮﻗﻴﻦ (Muᶜǧam tarāǧim li-a’šhar al-riǧāl wa-l-nisā’ min al-ᶜarab wa-l-mustaᶜribīn wa-l-mustašriqīn) Encyclopedie van eminente persoonlijkheden: biografisch lexicon van de beroemdste mannen en vrouwen onder de Arabieren, de Arabisten en de oriëntalisten. WorldCat.
Deze encyclopedie bevat (dus) de namen van de meest beroemde personen uit de groep mensen zoals in de titel wordt weergegeven. Vaak, maar niet altijd, wordt behalve hun sterfjaar ook de maand weergegeven waarin zij overleden. Ik weet dat omdat ik de encyclopedie, die uit acht delen bestaat van elk circa 350 bladzijden, bijna geheel heb overgetypt in een database.
Ied al-fiṭr. Het ᶜĪd al-fiṭr is de Arabische naam van wat in onze streken tegenwoordig een vertaalde Turkse naam heeft, namelijk het Suikerfeest dat gevierd wordt aan het einde van de Ramadan, de islamitische vastenmaand. ᶜĪd al-fiṭr betekent: het feest van het vastenbreken. Ied: feest.
Wikipedia: Suikerfeest.
Ṭarīgat Alawiyya (Ṭarīgat Āl BāᶜAlawī :ﻃﺮﻳﻘﺔ ﺁﻝ ﺑﺎﻋﻠﻮﻱ) dat ongeveer betekent: De te volgen weg / methode / de ‘orde’ van het volk van vader Alawi en is een Ḥaḍramitische soefi-orde. Zo’n soefi-orde heet over het algemeen een ṭarīga (mv.: ṭarīgāt of ook wel ṭoeroeg: ṭurug).
Wikipedia: Alawiyya soefi-orde (Engels).
Wikipedia: lijst van ṭarīgāt.
Wikipedia: Soefisme (Engels). (Met een uitgebreide beschrijving van soefisme en verschillende soefi-ordes.)
Tafsīr (ﺗﻔﺴﻴﺮ) Een Tafsīr (mv. tafāsīr) is een boek (boekenserie) waarin een poging tot exegese en interpretatie van de koran wordt gedaan, een verklaring van de korantekst wordt gegeven.
De almachtige en alwetende god van de islam heeft een boek naar de gelovigen nedergezonden dat geen van hen begrijpt en ook de ongelovigen niet. Daarom zijn er in de loop der eeuwen tientallen meters lange rijen aan tafāsīr vol geschreven die alle proberen te verklaren wat god nu eigenlijk bedoeld heeft. Voorwaar, het is nog steeds onduidelijk, anders waren zoveel boeken niet nodig geweest, dan had één volstaan en had de rest weggegooid kunnen worden.
Wikipedia: Tafsīr.
Sheikh / sjeik: Šayḵ, mv. Šoeyoeḵ / Šuyūḵ (ﺷﻴﺦ / ﺷﻴﻮﺥ mv.) betekent letterlijk ‘oude man’. Aangezien in de Arabische / islamitische cultuur oudere mensen over het algemeen gewaardeerd worden wegens hun levenservaring, is de aanduiding ook een soort eretitel, om aan te geven dat de persoon in kwestie als een wijs man wordt beschouwd. (Voor de oudere / wijze vrouwen bestaat de term Šayḵa, mv. Šayḵāt.)
Wikipedia: Sjeik.
Mawlid, mv.: mawālid (ﻣﻮﻟﺪ / ﻣﻮﺍﻟﺪ) betekent letterlijk geboortedag (verjaardag). Wanneer een heilige binnen de islam jarig is, wordt zijn graf bezocht door soefi’s. Dit ritueel, namelijk graven bezoeken, is een doorn in het oog van de fundamentalisten / de Wahhabiyya.
Dit fundamentele verschil kan leiden tot hoogoplopende ruzies. Abd al-Raḥmān, de directeur van de Aḥgāf-bibliotheek in Tarām vertelde me verleden jaar (1996) dat enkele weken voor onze komst er in de Grote Moskee een schotenwisseling had plaatsgevonden tussen een soefi en een lid van de Wahhabiyya over een mawlid. In Jemen zijn veel wapens in omloop: het land staat in de toptien van de landen met het hoogste wapenbezit op de tweede plaats na de Verenigde Staten van Amerika. Overigens staat Zwitserland op de derde plaats en Finland op de vierde plaats!
Interne link: Ziyāra.
Wikipedia: Wahabisme.
Wikipedia (uitgebreide versie): Wahhabism (Engels).
Mens en samenleving: Wapenbezit in de wereld.
Foeroeᶜ / Furūᶜ / (ev.: ﻓﺮﻉ / mv.: ﻓﺮﻭﻉ)
Uit het feit dat ik in 1997 het woord Foeroeᶜ gewoon neerpende zonder verdere vragen te stellen, duidt erop dat ik toentertijd niet wist wat dit begrip inhield, anders had ik wel naar de details gevraagd. Ook nu, in 2017, heb ik enige moeite om een goed antwoord te formuleren wat foeroeᶜ eigenlijk is.
Bij de bestudering van de figh voor de noot met diezelfde naam, gisteren, 3 december 1997, kwam ik wel wat meer te weten, maar het blijft een moeilijk onderwerp, voor een niet-ingevoerde in de finesses van de islamitische wetteksten, zoals ik.
Lees eerst de noot over de figh van gisteren.
Onthoud daarna het volgende.
Verschillende van de foegahā’ die zich bij een coryfee met gezaghebbende mening hadden aangesloten hebben daarna toch nog nieuwe figh-regels vastgesteld voor onbeslist gebleven gevallen. Hun arbeid wordt door latere schrijvers wel omschreven als: “het afleiden van vertakkingen (foeroeᶜ) uit de wortelen (oeṣoel) van de meester.” [dixit TH. W. Jyunboll.]
Belangrijk om te weten is dat de religieuze stroming, de Wahhabiyya, die zichzelf Salafiyya (Salafisten) noemen, op zoek zijn naar, en willen leven volgens, de strikte regels van de oorspronkelijke islam en daar hoort persoonsverheerlijking niet bij. Dat is nu juist wat de soefi’s doen, namelijk zij bezoeken de graven van vroegere heiligen (pelgrimstochten), voor contemplatie en onthechting. Ook maken zij [het gaat bij de soefi’s in Tarīm uitsluitend om mannen] trommelmuziek en voeren op straat een dans uit (die Šabwāni heet ﺷﺒﻮﺍﻧﻲ) met stokken, die zwaarden representeren en zingen daarbij oude religieuze liederen.
Het maken van muziek en zingen is in de Salafistische vorm van de islam verboden. Trommelmuziek is slechts toegestaan wanneer men ten strijde trekt in de heilige oorlog: ǧihād. (Jihaad.)
Ik meen hieruit te mogen afleiden dat dit onderdeel dan het punt van (soms geweldadige) discussies is tussen soefi’s en de Wahhabiyya, namelijk het grafbezoek, zingen en dansen, temeer daar Bibliotheekmedewerker Ḥusayn al-K. me verleden jaar vertelde dat een man niet met zijn vrouw thuis mag zingen. Hij of zij mag ook niet in zijn of haar eentje zingen, overigens. Dat wordt verboden door de extremisten. 7 mei 1996.
Wikipedia: (Enkele artikelen zijn in het Engels, omdat die veel uitgebreider, meer gedetailleerd, zijn dan de Nederlandse versie, als die er al is.)
YouTube: Šabwāni in Tarīm: dans.
Wikipedia: Ǧihād / jihad.
Wikipedia: Oeṣoel al-figh (Engels).
Wikipedia: Salafisme.
Wikipedia: Soefisme.
Wikipedia: Wahhabiyya (Engels).
Interne link: Ziyāra (grafbezoek, pelgrimage).
New York Times: Who Are Sufi Muslims and Why Do Some Extremists Hate Them? (Publicatie: 24 november 2017.)
Een deel van bovenstaande tekst is gebaseerd op: Handleiding tot de kennis van De Mohammedaansche wet volgens de leer der Sjāfiᶜitische school, door Dr. Th. W. Juynboll. 4e druk. Leiden, E.J. Brill (1930).
WorldCat: Handleiding tot de kennis … etc.
(Ik heb de spelling gemoderniseerd.)
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Timmerman ᶜAwaḍ (in 1996) bezig met het afwerken van de, door hem gemaakte, nieuwe traditionele toegangsdeur van de Aḥgāf-bibliotheek. De persoon op de achtergrond is een medewerker van de bibliotheek die me naar de werkplaats van ᶜAwaḍ begleidde.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9440) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Maktabat al-Aḥgāf li-l-maḵṭūṭāt: al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten). – Ik ontmoet vandaag een aardige Zuid-Afrikaan die in Tarīm godsdienst wil gaan studeren. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Woensdag, 3 december 1997.
Tariem 15/33.
Ik werkte tussen 6 en 8 aan de database.
Ik installeer Word 97 op de computer van de bibliotheek.
Ik ontving een brief uit Nederland, die negen dagen (aangetekend) onderweg was en die al-Mukalla, in tegenstelling met verleden jaar, niet aangedaan had.
(Maandag) 24 november gepost in Leiden, 27 november in Ṣanaᶜā’. (Dus per KLM gekomen, want vluchten zijn op zondag en woensdag.) 29 November: Say’ūn. 3 december in Tarīm.
De inhoud? Wat ze de afgelopen dagen gedaan heeft. KV. studeerde af en zij hielp bij de catering.
Ik zwem niet, want het water is bijna groen.
In de bibliotheek ontmoette ik vandaag R. (moslim sinds ’92), die uit Kaapstad, Zuid-Afrika, komt. We spraken een tijdje onze moerstaal.
Hij gaat hier fiqh* studeren en wil dan promoveren in Leiden bij Islamitische Studies. Hij gaat hier met vrouw en drie kinderen vier jaar wonen.
Hij zag eruit als een strenge fundamentalist, maar viel me toch op door een on-Tarīmse zwier en vriendelijkheid. Hij was in het wit, als een soort Pashtoen(?) / of Peshmerga(?) gekleed, met een flinke baard.
Hij was / is bijzonder aardig. Werkte in het verleden in printing en is dus in feite een collega van Ḥusayn al-Ḥ., die dat studeerde op de academie van Lvov [Lviv] in de Oekraïne. (Lemberg?)
Nu 17.30 uur.
Minimum temperatuur: 17,3°C. Maximale luchtvochtigheid: 67%.
Maximum temperatuur: 39,5°C. Minimale luchtvochtigheid: 21%.
Op mijn kamer brood eten.
De verslagen schrijven.
De brief, bestemd voor Nederland, bijschaven.
Bed circa 00.00 uur.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Verleden jaar bezocht ik de werkplaats van ᶜAwaḍ B., de timmerman die de mooie traditionele toegangsdeur voor de bibliotheek maakte. Hij toonde mij toen hoe een Tarīmī timmerman gaten in hout boort. Met een soort strijkstok, waarvan de snaar eenmaal om het houten heft van een boor wordt geslagen. Door zaagbewegingen te maken (op en neer of heen en weer) draait de boor een gat in het hout. Ik geloofde toen dat ᶜAwaḍ een goede toneelspeler was en een kunststukje voor mij opvoerde.
Hedenochtend, op weg naar de bibliotheek zag ik onderweg een timmerman zo aan het werk. Het is hier toch echt de middeleeuwen, hoewel sommigen een digitale camera hebben.
Ook onderweg zag ik dat er weer een nieuwe moskee bijkomt. Dat is hoog nodig, ze hebben hier maar 365 moskeeën. [Echt waar!] Het gebouw is helemaal van beton gemaakt. [In tegenstelling met de meeste andere gebouwen. Die zijn van leem (mud brick) gemaakt.]
Vroeg opstaan, laat naar bed eist zijn tol. In het hotel sliep ik een paar uur in de middag.
Evenals gisterenavond neem ik geen maaltijd in het hotel, maar volsta met een broodmaaltijd op mijn kamer.
De geopenbaarde of canonische wet van de islam, de islamitische wet, heet Shari’a en wordt beschouwd als van goddelijke oorsprong en is tot stand gekomen zonder tussenkomst en / of invloed van de mens. De Shari’a is gebaseerd op de koran en de overleveringen / tradities: van de profeet Muhammad. Deze overleveringen / tradities zijn de daden en uitspraken van de profeet Muhammad en heten (in het Nederlands-Arabisch) hadith‘s. (Arabisch (ev.): Ḥadīṯ / (mv.): Aḥādiṯ.
Figh of de plichtenleer wordt binnen de islam gezien als de jurisprudentie van de Šarīᶜa (Sharia: islamitische wet). Letterlijk betekent dit het goede inzicht in iets hebben, het weten en het begrijpen van wat iets betekent. Figh gaat zowel over islamitische rituelen als over het islamitisch recht.
[Wikipedia: figh.]
De kennis van de gewijde teksten, hoe gewenst ook op zich zelf, verschafte de moslim op den duur toch niet ten volle wat hij nodig had. Daargelaten, dat na verloop van tijd bijna niemand meer in staat was behalve de koran ook nog de steeds aangroeiende massa overleveringen behoorlijk in het geheugen te prenten, was het bovendien niet voldoende, alleen de letterlijke zin van de tekst te kennen. Ook de bedoeling van die teksten moest worden begrepen. Juist daarover was dikwijls een groot verschil van inzicht mogelijk gebleken en waar het tenslotte toch op aankwam was immers te weten, wat uit de teksten moest worden afgeleid en welke leer daarin lag opgesloten.
Het vak van wetenschap, dat zich de beantwoording van die vragen ten doel stelt, wordt in het Arabisch de ᶜilm al-figh (ﻋﻠﻢ ﺍﻟﻔﻘﻪ), dit is de wetenschap van de plichtenleer, genoemd. Een geleerde die de studie van de figh beoefent, heet daarnaar fagīh. [(mv.): foegahā’]
De figh-wetenschap ontwikkelde zich aanvankelijk in het nauwste verband met de studie van de koran en traditie, daar zij immers bestond in het vaststellen van de regels van de plichtenleer overeenkomstig hetgeen men uit de teksten meende te moeten afleiden. Toch werd de figh op den duur voor de grote meerderheid der moslims een op zichzelf staand vak van wetenschap. Voor de meesten was het immers voldoende, om eenvoudig de resultaten te kennen, waartoe de interpretatie van de gewijde tekst leidde. De studie van de bronnen konden zij wel aan anderen overlaten. De figh op zichzelf voldeed reeds aan alle praktische behoeften en werd dan ook steeds meer dé wetenschap bij uitnemendheid in de islam.[…]
[De foegahā’ opereerden zelfstandig en alleen, daardoor ontstonden er interpretatieverschillen.]
Deze zelfstandige werkzaamheid [van de foegahā’] duurde in zekere mate nog voort tot in de 3e eeuw van de hiǧra [de islamitische jaartelling, circa 850 AD.] Toch achtte de grote meerderheid der geleerden zich reeds toen niet meer bevoegd tot zelfstandig onderzoek van de bronnen en meende, dat daarvoor een mate van kennis, geleerdheid en scherpzinnigheid werd vereist, dat alleen het voorgeslacht bezeten had. Men begon zich dus steeds meer bij de resultaten, door vroegere coryfeeën verkregen, neer te leggen en placht zich in alle hoofdzaken van de plichtenleer bij deze of gene beroemde figh-autoriteit aan te sluiten, wiens meningen en uitspraken in zekere kring als gezaghebbend golden.
Dit leidde tot het ontstaan van een aantal zogenaamde figh-scholen [Arabisch: (ev.) Maḏhab), (mv.): Maḏāhib. Nederlands-Arabisch: Maḏhab‘s, dit is: ‘richtingen’] die ieder in een [geografisch] deel van de islamtische wereld een zekere aanhang kregen. [Vele van deze gingen weer ten onder, maar in de Soennitische islam bleven er vier over.]
Te weten de:
1. Wikipedia: Ṣāfiᶜieten.
2. Wikipedia: Ḥanafieten.
3. Wikipedia: Malikieten.
4. Wikipedia: Hanbalieten.
Wikipedia: Madhhab / Maḏhab.
[In Tarīm geldt de Soennitische islam, dus ik beperk me tot daartoe. Er bestaat ook nog de Sji’itische islam, maar daar gelden weer enigszins andere regels.
Soennitische moslims mogen, wanneer hen dat beter uitkomt, kiezen welke Soennitische Maḏhab ze willen volgen in een specifiek geval, maar zeer grote verschillen onderling zijn er echter niet. Het gaat om details.]
[Bovenstaande tekst, vanaf de tussenkop ‘Grondslag’ is grotendeels gebaseerd op: Handleiding tot de kennis van De Mohammedaansche wet volgens de leer der Sjāfiᶜitische school, door Dr. Th. W. Juynboll. 4e druk. Leiden, E.J. Brill (1930).
WorldCat: Handleiding tot de kennis ….
Ik heb de spelling gemoderniseerd en hier en daar de tekst iets ingekort of, waar ik dat nodig achtte, iets uitgebreid. Tekstblokken tussen vierkante haken zijn van mijn hand, ook de verwijzingen naar Wikipedia, natuurlijk.]
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Overzicht van de stad Tarīm. Rechts op de foto zijn twee hoge minaretten te zien. De linkse van die twee is de minaret van de Grote Moskee van Tarīm en onder het dak van dat gebouw is de Aḥgāf-bibliotheek gevestigd. Deze moskee is gebouwd van steen en beton. De rechtse lange minaret is de minaret is de Miḥḍār*(1), van de gelijknamige moskee. Deze minaret is geheel van leem gebouwd. (Mud brick.)
Overigens zijn op YouTube onder het zoekwoord ﺗﺮﻳﻢ (=Tarīm) links en rechts prachtige videobeelden van Tarīm en omgeving, mensen en hun bezigheden, te zien. (Helaas weinig vrouwen: die wonen er kennelijk niet.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 3439) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Het geschenk van de Nederlandse regering aan deze bibliotheek in Tarīm bedroeg 250.000 gulden. Directeur van de bibliotheek, Abd al-Raḥmān, wil weten waaraan dat geld is besteed en hoe groot het restant ervan is. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Dinsdag, 2 december 1997.
Tariem: 14/34.
Op 6.00 uur. (Zoals gewoonlijk.) Tot 8.00 uur de database verbeteren.
Ontbijt in het hotel en naar de bibliotheek.
Ik installeer Microsoft Access 2.0 Arabisch, maar het programma kan mijn database, die ik op de laptop onder Windows 95 maakte, niet lezen, dus installeer ik ook mijn kopie van Windows 95. Daarna gaat alles goed.
Abd al-Raḥmān is vandaag in de bibliotheek en vraagt naar de rest van het geld van het geschenk.
Ik zeg dat er slechts 7.500 US$ over is en dat een gedeelte van het geld aan salarissen is besteed, ook in 1996, omdat wij, Nederlanders, net zoals hij ook, voor het werk aan het project betaald moeten worden. Ik ga echter niet in op de details. Mijn collega Tawfīq, die op 6 december komt, krijgt ook een vergoeding en zal ook kosten maken. Ook de vlucht per KLM moet ervan betaald worden. Tienduizend dollar nam ik mee en besteedde daarvan op Schiphol 420 voor overgewicht.
Ik zwem maar even, want het water is koud. Daarna werk ik tot laat aan de brief naar Nederland.
Ik at brood op mijn kamer.
Bed 01.00 uur.
Temperaturen: minimaal 17,0°C. Luchtvochtigheid: 59%. Maximaal ?°C. [Luchtvochtigheid] circa 20%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Het geschenk
Bij de bespreking van de voortgang van het Tarīm-project vraagt Abd al-Raḥmān waaraan die 250.000 gulden*(2) van het Nederlandse geschenk zijn besteed. Vooral omdat niet alle doelstellingen, zoals genoemd in het oorspronkelijke projectvoorstel, zijn behaald. Desondanks is er bijna geen geld meer over. Ik vermijd om over details te spreken.
De Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten) wil graag nog enkele zaken in de nabije toekomst geregeld zien.
Men wil graag een apart gebouw hebben, samen met de bibliotheek voor gedrukte boeken. [De Aḥgāf-bibliotheek is nu gehuisvest op de eerste verdieping van de Grote Moskee in Tarīm maar het moskeebestuur is onwillig en de bibliotheek heeft vaak bonje met hem.]
Ik stel voor dat Abd al-Raḥmān zijn wensen in een nieuw voorstel op papier zet en het aan mij te overhandigt voordat ik naar Nederland terugkeer.
Er moeten ook nogal wat zaken uit het verleden recht gezet worden voordat de bibliotheek als zodanig goed kan functioneren.
In de begintijd van het communisme in Zuid-Jemen*(3) hebben sommige groepen revolutionairen (firqa / meerv.: firaq) hele particuliere bibliotheken met (religieuze) handschriften geplunderd, met het doel al deze godsdienstig geïnspireerde boeken te verbranden. Een van de leiders in deze communistische dictatuur verbood dat, want het was mogelijk dat daarbij nog teksten zouden kunnen zijn die het communisme rechtvaardigden of nog iets bij zouden kunnen dragen aan de geschiedenis van Jemen.
De boeken werden jarenlang opgeslagen in oude zakken en uiteindelijk in de Grote Moskee van Tarīm geplaatst, waarmee de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften ontstond.
De oorspronkelijke eigenaren van die boeken werden beschouwd als revisionisten*(3).
Van de familie al-Aydarūs in al-Ḥazm werd de gehele bibliotheek leeggeroofd, met meer dan honderd handschriften. De vroegere eigenaars willen nu hun boeken terug. Ook de Roebāṭ*(4) (de religieuze school in Tarīm) wil zijn boeken terug.
Abd al-Raḥmān denkt dat de overheid deze kwestie moet regelen met het betalen van een vergoeding. Hij wil ook een Raad van Bestuur voor de Aḥgāf-bibliotheek instellen waarin leden van die familie’s waarvan boeken gedwongen werden onteigend, zitting moeten hebben, uit vrije wil, of gedwongen. [Nog meer dwang!] De boeken kunnen echter niet meer geretourneerd worden.
De Miḥḍār is de beroemde minaret van de gelijknamige moskee in Tarīm. Deze is geheel van leem (mud brick) gebouwd en is 46 meter hoog.
Wikipedia: Tarim, Mosques_and_libraries. (Waar deze minaret abusievelijk Muḥḍār (= Moeḥḍār) wordt genoemd.)
Democratische Volksrepubliek Jemen. (DPRY.) Tot 1990 bestond er een Noord-Jemen en een Zuid-Jemen. Noord-Jemen was religieus geïnspireerd en Zuid-Jemen was sinds 1832 een kolonie van het Britse rijk, maar vanaf 30 november 1967 volledig onafhankelijk en communistisch: Moskou-gezind.
Wikipedia: Volksrepubliek Jemen
Revisionisten. De beschuldiging een revisionist te zijn kon verstrekkende nadelige gevolgen voor een persoon heb in een communistisch geïnspireerde maatschappij.
Wikipedia: Revisionisme.
Roebāṭ Tarīm. Dit is de religieuze school in Tarīm. Wikipedia.
In het klassiek Arabisch heet zulk een instelling Ribāṭ. Bij Wikipedia heet deze Rabāṭ en zelf spreken ze over Rubāṭ (= Roebāṭ). Wie het weet mag het zeggen.
Volgens dit online-woordenboek al-Maᶜānī (ﺍﻟﻤﻌﺎﻧﻲ) bestaat het woord Rubāṭ niet. Nochtans schrijft dit instituut op FacebookRubat Tareem (dus: Roebāṭ Tarīm), maar op hun website staat in de calligrafie: Ribāṭ
(ﺭﺑﺎﻁ ﺗﺮﻳﻢ ﻟﺘﺪﺭﻳﺲ ﺍﻟﻌﻠﻮﻡ ﺍﻟﺪﻳﻨﻴﺔ ﻭﺍﻟﻌﺮﺑﻴﺔ) Deze lange tekst in het Arabisch (op Facebook en de website) betekent: Gasthuis (= Ribāṭ) Tarīm voor de studie van de godsdienstwetenschappen en het Arabisch.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Overzicht van de stad Tarīm. Rechts op de foto zijn twee hoge minaretten te zien. De linkse van die twee is de minaret van de Grote Moskee van Tarīm en onder het dak van dat gebouw is de Aḥgāf-bibliotheek gevestigd. Deze moskee is gebouwd van steen en beton. De rechtse lange minaret is de minaret is de Miḥḍār*(1), van de gelijknamige moskee. Deze minaret is geheel van leem gebouwd. (Mud brick.)
Overigens zijn op YouTube onder het zoekwoord ﺗﺮﻳﻢ (=Tarīm) links en rechts prachtige videobeelden van Tarīm en omgeving, mensen en hun bezigheden, te zien. (Helaas weinig vrouwen: die wonen er kennelijk niet.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 3439) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – Het geschenk van de Nederlandse regering aan deze bibliotheek in Tarīm bedroeg 250.000 gulden. Directeur van de bibliotheek, Abd al-Raḥmān, wil weten waaraan dat geld is besteed en hoe groot het restant ervan is. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Dinsdag, 2 december 1997.
Tariem: 14/34.
Op 6.00 uur. (Zoals gewoonlijk.) Tot 8.00 uur de database verbeteren.
Ontbijt in het hotel en naar de bibliotheek.
Ik installeer Microsoft Access 2.0 Arabisch, maar het programma kan mijn database, die ik op de laptop onder Windows 95 maakte, niet lezen, dus installeer ik ook mijn kopie van Windows 95. Daarna gaat alles goed.
Abd al-Raḥmān is vandaag in de bibliotheek en vraagt naar de rest van het geld van het geschenk.
Ik zeg dat er slechts 7.500 US$ over is en dat een gedeelte van het geld aan salarissen is besteed, ook in 1996, omdat wij, Nederlanders, net zoals hij ook, voor het werk aan het project betaald moeten worden. Ik ga echter niet in op de details. Mijn collega Tawfīq, die op 6 december komt, krijgt ook een vergoeding en zal ook kosten maken. Ook de vlucht per KLM moet ervan betaald worden. Tienduizend dollar nam ik mee en besteedde daarvan op Schiphol 420 voor overgewicht.
Ik zwem maar even, want het water is koud. Daarna werk ik tot laat aan de brief naar Nederland.
Ik at brood op mijn kamer.
Bed 01.00 uur.
Temperaturen: minimaal 17,0°C. Luchtvochtigheid: 59%. Maximaal ?°C. [Luchtvochtigheid] circa 20%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Het geschenk
Bij de bespreking van de voortgang van het Tarīm-project vraagt Abd al-Raḥmān waaraan die 250.000 gulden*(2) van het Nederlandse geschenk zijn besteed. Vooral omdat niet alle doelstellingen, zoals genoemd in het oorspronkelijke projectvoorstel, zijn behaald. Desondanks is er bijna geen geld meer over. Ik vermijd om over details te spreken.
De Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften (manuscripten) wil graag nog enkele zaken in de nabije toekomst geregeld zien.
Men wil graag een apart gebouw hebben, samen met de bibliotheek voor gedrukte boeken. [De Aḥgāf-bibliotheek is nu gehuisvest op de eerste verdieping van de Grote Moskee in Tarīm maar het moskeebestuur is onwillig en de bibliotheek heeft vaak bonje met hem.]
Ik stel voor dat Abd al-Raḥmān zijn wensen in een nieuw voorstel op papier zet en het aan mij te overhandigt voordat ik naar Nederland terugkeer.
Er moeten ook nogal wat zaken uit het verleden recht gezet worden voordat de bibliotheek als zodanig goed kan functioneren.
In de begintijd van het communisme in Zuid-Jemen*(3) hebben sommige groepen revolutionairen (firqa / meerv.: firaq) hele particuliere bibliotheken met (religieuze) handschriften geplunderd, met het doel al deze godsdienstig geïnspireerde boeken te verbranden. Een van de leiders in deze communistische dictatuur verbood dat, want het was mogelijk dat daarbij nog teksten zouden kunnen zijn die het communisme rechtvaardigden of nog iets bij zouden kunnen dragen aan de geschiedenis van Jemen.
De boeken werden jarenlang opgeslagen in oude zakken en uiteindelijk in de Grote Moskee van Tarīm geplaatst, waarmee de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften ontstond.
De oorspronkelijke eigenaren van die boeken werden beschouwd als revisionisten*(3).
Van de familie al-Aydarūs in al-Ḥazm werd de gehele bibliotheek leeggeroofd, met meer dan honderd handschriften. De vroegere eigenaars willen nu hun boeken terug. Ook de Roebāṭ*(4) (de religieuze school in Tarīm) wil zijn boeken terug.
Abd al-Raḥmān denkt dat de overheid deze kwestie moet regelen met het betalen van een vergoeding. Hij wil ook een Raad van Bestuur voor de Aḥgāf-bibliotheek instellen waarin leden van die familie’s waarvan boeken gedwongen werden onteigend, zitting moeten hebben, uit vrije wil, of gedwongen. [Nog meer dwang!] De boeken kunnen echter niet meer geretourneerd worden.
De Miḥḍār is de beroemde minaret van de gelijknamige moskee in Tarīm. Deze is geheel van leem (mud brick) gebouwd en is 46 meter hoog.
Wikipedia: Tarim, Mosques_and_libraries. (Waar deze minaret abusievelijk Muḥḍār (= Moeḥḍār) wordt genoemd.)
Democratische Volksrepubliek Jemen. (DPRY.) Tot 1990 bestond er een Noord-Jemen en een Zuid-Jemen. Noord-Jemen was religieus geïnspireerd en Zuid-Jemen was sinds 1832 een kolonie van het Britse rijk, maar vanaf 30 november 1967 volledig onafhankelijk en communistisch: Moskou-gezind.
Wikipedia: Volksrepubliek Jemen
Revisionisten. De beschuldiging een revisionist te zijn kon verstrekkende nadelige gevolgen voor een persoon heb in een communistisch geïnspireerde maatschappij.
Wikipedia: Revisionisme.
Roebāṭ Tarīm. Dit is de religieuze school in Tarīm. Wikipedia.
In het klassiek Arabisch heet zulk een instelling Ribāṭ. Bij Wikipedia heet deze Rabāṭ en zelf spreken ze over Rubāṭ (= Roebāṭ). Wie het weet mag het zeggen.
Volgens dit online-woordenboek al-Maᶜānī (ﺍﻟﻤﻌﺎﻧﻲ) bestaat het woord Rubāṭ niet. Nochtans schrijft dit instituut op FacebookRubat Tareem (dus: Roebāṭ Tarīm), maar op hun website staat in de calligrafie: Ribāṭ
(ﺭﺑﺎﻁ ﺗﺮﻳﻢ ﻟﺘﺪﺭﻳﺲ ﺍﻟﻌﻠﻮﻡ ﺍﻟﺪﻳﻨﻴﺔ ﻭﺍﻟﻌﺮﺑﻴﺔ) Deze lange tekst in het Arabisch (op Facebook en de website) betekent: Gasthuis (= Ribāṭ) Tarīm voor de studie van de godsdienstwetenschappen en het Arabisch.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
De omgeving van het Gaṣr al-Goebba-hotel in noordoostelijke richting. Achter deze ‘tafelberg’ ligt Tarīm. De bebouwing ervoor is van de wijk Aydīd. Aydīd is vele malen groter dan Tarīm.
Links is nog een stukje te zien van de weg die ik iedere werkdag ’s ochtends liep naar de Aḥgāf-bibliotheek. (Dit is een dia die ik in het voorjaar van 1996 maakte, toen ik de eerste keer in Ḥaḍramaut was.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9438) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. Ik logeer daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en werk in de Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek was vanaf verleden week donderdag gesloten en zou met ingang van vandaag weer open zijn, maar ook nu moet ik het gebouw voortijdig verlaten. – Ik vrees dat ik niet genoeg geld bij me heb. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Maandag, 1 december 1997.
Tariem: 13/35.
Minimumtemperatuur: 17,1°C. [Luchtvochtigheid:] 65%.
Op 6.10 uur. Database bijwerken.
Hotelontbijt.
Ik ga naar al-Aḥgāf-bibliotheek. Omdat de trap wordt gecementeerd, moeten we weg, anders komen we er vandaag niet meer uit. Er was toch geen elektriciteit.
Tweehonderd dollar wisselen à 132 rial = 26.400 YER.
Thuis [hotel]: de verslagen bijwerken.
Lunch: brood, yoghurt, banaan.
Zwemmen.
Heb ik wel privé dollars genoeg bij mij? Van [de meegebrachte] 1.745 US$ is nog minder dan 1.000 over. (958!) Ṣanaᶜā’ was duur.
Nu 15.30 uur: 29,6°C, 25%. [Luchtvochtigheid.] Licht bewolkt.
Ik word langzaam ziek. Ik neem toch een warme maaltijd in het hotel, met enorm zoute soep, rijst, een beetje groente en een homp vis.
Ik lag op bed tussen 15.30 en 18.00 uur. Daarna werkte ik aan de brief naar Nederland, te verzenden over ongeveer twee weken, maar ik heb nu al vijf bladzijdes.
Pas na 01.00 uur naar bed, nog aan de database gewerkt.
De ‘ziekte’ is weer voorbij.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
De dagen worden hier ook in ras tempo korter. Hoorde ik enkele dagen geleden de aḏān (azaan: gebedsoproep) nog even voor twaalven, nu was hij even over half twaalf*.
Tussen half zeven en half acht verbeter ik nog enkele zaken in de database.
Ik ben rond kwart over negen in de bibliotheek. Ik kan echter niet lang blijven. De metselaar, die een nieuwe trap maakte, wil deze nu van een pleisterlaag voorzien. Wil ik vandaag nog uit de bibliotheek kunnen, dan moet ik nu gaan. Al weer een vakantiedag. Die ene week die ik hier was werkte ik alleen maar op dinsdag en woensdag in de bibliotheek. (Alle andere dagen werkte ik meer dan tien uur [per dag] ‘thuis’ in het hotel).
Voordat ik naar het hotel ging wisselde ik nog tweehonderd dollar voor zesentwintigduizend vierhonderd rial. De koers is veel stabieler dan verleden jaar. Maar onbegrijpelijk is, is dat de dollar sinds voorjaar 1996 in het westen enorm gestegen is. In Nederland bijna veertig cent, maar hier is hij maar zeven rial gestegen, ongeveer een dubbeltje. Verleden jaar werd gezegd dat Saoedi-Arabië de koers van de rial bepaalt. Ik ben geneigd dat te geloven. Maar hoe doen ze dat dan?
Afgelopen nacht was de minimumtemperatuur: 17,1°C en vochtigheid: 65%.
Om half zeven was het nog maar goed 18°C. Een uur later al 25°C.
Tussen 11.00 uur en 12.00 uur was het maximum 40,4°C. en de luchtvochtigheid 22%.
Ik zit onder het afdakje [op mijn terras], daaronder is het nog veel warmer dan ‘buiten’, maar hier zit ik in de schaduw. ‘Buiten’ is geen schaduw, maar wel ‘frisser’, in de volle zon, 5 graden koeler.
Om 12.25 uur 35,5°C ‘buiten’ en 39,4°C ‘binnen’. Het is al enkele dagen licht bewolkt.
Ik neem een paar uur rust. In het zwembad blijkt het water kouder dan ik dacht. Ik warm me op in de aangename warmte van de zon.
Ik voelde me plotseling snel ziek worden. Daarom nam ik maar een rijstmaaltijd met vis in het restaurant. Na een paar uur was ik weer opgeknapt.
Van ongeveer 21.00 uur tot circa 01.00 uur nog aan de verbeteringen van de database werken.
al-Aḏān. (ﺍﻟﺄﺫﺍﻥ). De gebedsoproep. De tijd van islamitische gebedsoproep en dus ook de tijd van het gebed (de ṣalāt: ﺍﻟﺼﻠﺎﺓ), is afhankelijk van de stand van de zon.
Wikipedia: al-aḏān.
Wikipedia: al-ṣalāt.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
In de cirkel is het Gaṣr al-Goebba-hotel te zien. De foto is genomen vanaf de Yool, die vanuit mijn kamer zichtbaar is en die ik met enkele vrienden op 14 december 1997 (bezocht) zal bezoeken. De dia is dus ook op die datum gemaakt.
De Yool op de achtergrond, achter het hotel, bezocht ik samen met een chauffeur op 31 mei 1996.
Het dorp dat op de dia te zien is, is een wijk ten westen van Tarīm en heet Aydīd.
De weg naar het stadje Tarīm loop ik iedere werkdag ’s ochtends, maar terug, rond het middaguur, neem ik meestal een taxi, omdat dan de zon op het hoogste punt staat en de temperatuur vaak rond de 40°C ligt.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9437) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten. Vandaag is een nationale feestdag. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zondag, 30 november 1997.
Tariem: 12/36. Yaum al-Istiglāl [Onafhankelijkheidsdag]: dertig jaar geleden vertrokken hier (uit Aden*) de Engelsen.
Laagste temperatuur afgelopen nacht: 18,4°C. Hoogste luchtvochtigheid: 65%.
Nu 9.15 uur: 33,4°C. 36%.
Ontbijt op mijn kamer.
Ik kom de hele dag niet buiten mijn kamer, behalve om een uurtje te gaan zwemmen.
Ik beveiligde de database zo goed, dat ik er zelf niet meer in kwam. Gelukkig had ik nog kopieën.
Bed circa 01.00 uur.
Temperatuur maximaal: 37,9°C. Minimaal: 20,9°C. Vochtigheid, max: 65%, min: 23%.
Om 00.00 uur: 20,9°C, 63%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Vandaag verder met de Database. Het begint nu wel te vervelen. Onbewust maak ik het echter weer spannend. Met het toepassen van de beveiliging, dat wil zeggen, het toepassen van een wachtwoord, zodat niet iedereen toegang heeft tot veranderbare gegevens, kan ik op gegeven moment zelf niet meer in de database komen. Wat ik ook probeer, het lukt niet meer. Ik gebruik het goede password, maar de database staat me niet toe dat ik ook zelfs maar een tabel bekijk, laat staan gebruik.
Ik raak zelfs even in paniek. Is dit het einde van de Fihrist [Catalogus] voor de bibliotheek? (Thuis, in Nederland, heb ik nog wel kopieën beschikbaar). Ik besluit eerst maar even te gaan zwemmen. In het paradijselijke water vergeet ik de problemen. Na het bad blijkt dat ik hier ook nog voldoende kopieën heb om zonder problemen verder te kunnen, maar ik moet wel een gedeelte dat ik programmeerde in die andere database opnieuw doen. Ik verlies daarmee toch gauw een paar uur. Daar staat tegenover, dat ik door dat extra werk weer enkele nieuwe mogelijkheden van Microsoft Access ontdekte.
Ik gebruikte vandaag alle maaltijden op mijn kamer, dat wil zeggen op het terras, achter de lakens en doeken die me voor de felle zon moeten beschermen. Ik kwam alleen buiten de deur om te gaan zwemmen.
Protectoraat ᶜAden. Op 30 november 1997 verlieten de Engelsen, die deze stad en regio al meer dan honderd jaar ‘in bezit’ hadden, de stad / staat ᶜAden definitief. Zie Wikipedia: Aden en Protectoraat ᶜAden.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Vlnr.: Ḥusayn al-A., receptionist in 1996, de Bawwāb, (de poortwachter, wiens naam ik niet weet), Manṣūr, beheerder van de Cafetaria in 1996, Sālim al-T, receptionist, zowel in 1996 als in 1997. Een mij onbekende man. (Vermoedelijk uit Noord-Jemen, gezien zijn kledingstijl.)
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9436) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten wegens een islamitische feestdag, eergisteren. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Zaterdag, 29 november 1997.
Tariem: 11/37.
Afgelopen nacht, buiten minimumtemperatuur: 18,9°C en 71% luchtvochtigheid.
Om 7.00 uur: 23,0°C en 65%. Om 9.30 uur: 33,9°C en 41%.
Ontbijt in het hotel.
Ik werk tot 00.30 uur aan de database en vorder een heel eind.
Ik zwom en ik at in het restaurant een kip met rijst.
Manṣūr van de Cafetaria, verleden jaar [1996], kwam mij opzoeken. Ik kan met hem praten, maar alleen over eenvoudige dingen. Hij werkt nu, evenals Ḥusayn al-A. in het Salām-hotel [Say’ūn], maar in tegenstelling met Ḥusayn, woont Manṣūr nog wel in Tarīm.
Het Salām-hotel is van de regering. Daar heeft men rechten (en pensioen). Het Gaṣr al-Goebba-hotel is privé, daar gelden geen rechten.
Manṣūr wist nog precies welke foto’s gemaakt waren. Ik had er slechts één bij me met hem erop. Het is onbegrijpelijk voor mezelf dat ik de andere (ook nog met andere mensen erop) niet heb laten afdrukken. Ik heb alleen maar aan mezelf gedacht!
Ik ben de enige gast in het hotel. Ik zwom dus alleen. Geen mooie vrouw of man in de buurt.
Ik gaf 13.200 rial aan Sālim al-T. Het hotel kost tot nu toe 13.077 rial. [Circa f. 196,00, voor vier nachten en vijf maaltijden.]
De hoogste temperatuur was vandaag 40,4°C.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Het Gaṣr al-Goebba-hotel in Tarīm op de achtergrond en het zwembad op de voorgrond.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9435) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten. Het was gisteren 27 Raǧab. Dat is een islamitische feestdag. – Vandaag is het vrijdag, wat de wekelijkse rustdag is in een groot deel van de islamitische wereld. Hier zijn de overheidsinstellingen, dus ook de bibliotheek, gesloten. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Vrijdag, 28 november 1997.
Tariem: 10/38.
Buitentemperatuur, vannacht circa 19°C.
Op 8.00 uur.
Ontbijt in het hotel.
Dagboek bijwerken. (In dit katern.)
Nu circa 32°C en 41% luchtvochtigheid.
De mooiste jongen van het hotel werkt in het restaurant, maar hij rookt. (En draagt een trouwring.) Ḥāmid van de cafetaria is ook mooi, maar erg mager.
Ik werk de hele dag aan de beveiliging van de database om me die eigen te maken.
Circa één uur blijf ik in het zwembad.
Een groep welgestelde middenklassers, Frans sprekend, voelt aan het water. De juiste temperatuur, maar niet schoon.
Het water, dat diep uit de grond komt, zit er nog maar net een paar uur in. Natuurlijk ligt er wat stof op het oppervlak, maar stof is inherent aan Tarīm. Zonder stof zou er geen Tarīm* zijn.
De oudjes gaan dus niet uit de kleren omdat één onder hen oordeelde dat het water smerig is. Af en toe komen ze wel kijken. Zij zouden er graag in springen, maar vrezen de meest ernstige ziektes. Misschien komen ze wel kijken om te zien of ik nog niet opgelost ben.
Verder aan de database werken.
Ik eet een broodmaaltijd op mijn kamer. (Brood uit de keuken van het hotel.)
Na 21.00 uur begin ik aan de brief voor alle relaties.
Bed circa 00.30 uur.
Van 12.00 tot 13.00 uur: 40°C, vochtigheid 22%.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Geen enkele Fransman dook in het water. Wel kwamen ze af en toe jaloers naar mij kijken en zij zouden zeer tevreden zijn geweest als ik al dood was en half vergaan of helemaal opgelost zou zijn geweest. Dan hadden ze toch gelijk gehad.
Verleden jaar zwom ik hier drie maanden bijna dagelijks en het enige wat ik eraan overhield waren prettige herinneringen. Dit is het paradijs. Waar ter wereld kun je eind november zwemmen onder de dadelpalmen, met overal waar je kijken kunt bloemen, zoals rozen, bougainvilles en onbekende pracht?
Stof in Tarīm. Tarīm bestaat helemaal uit stof. Alle huizen daar zijn van leem gebouwd (mud brick), dat in essentie ‘stof’ is. Het stof waait van de Yool (dat is de bovenkant van de tafelbergen, waaruit vrijwel de hele Ḥaḍramaut bestaat), voortdurend naar beneden. Als je in de avond door Tarīm loopt zie je in het licht van de auto- en bromfietskoplampen het stof overal dwarrelen, als motsneeuw. Er komen daar echter geen ambtenaren van het milieuministerie om het fijnstof te meten. De meters zouden meteen kapot gaan.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
Dit is mijn werkplek op het terras dat bij mijn kamer in het Gaṣr al-Goebba-hotel hoort en zich dus achter de lakens bevindt die op de dia van gisteren te zien zijn. De doeken dienen om overdag mijn werkplek tegen de koperen ploert te beschermen.
Deze dia is in de avond genomen, want de lamp brandt. Op de tafel staat mijn Toshiba-laptop en links ernaast de temperatuurmeter die tot op een tiende graad nauwkeurig meet. Hier werk ik vaak tot in de kleine uurtjes aan de verbetering van de Access-database voor de Aḥgāf-bibliotheek.
Het Tarīm-project 1997
1997 – 2017: twintig jaar geleden
Tarīm: Hadramaut, Jemen
Dagboek 1997
(Dag 9434) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Jemen) in de plaats Tarīm. De komende weken logeer ik daar in het Gaṣr al-Goebba-hotel (Koepelpaleis-hotel) en zal er werken in de al-Aḥgāf-bibliotheek voor handschriften. – De bibliotheek is tot maandag gesloten. Het is vandaag 27 Raǧab, een islamitische feestdag. – In Leiden, mijn woonplaats, ga ik op vrijdagavond altijd dansen in het Leids Vrijetijdscentrum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jonge vrouw, wier naam ik niet weet en daarom ‘Ennefea’ heb genoemd. Ik droom deze nacht indirect van haar. – Mijn verslag, op mijn laptop geschreven, bevat meer (achtergrond)informatie dan mijn dagboekverslag. – De munteenheid in Jemen is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (anderhalve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)
Donderdag, 27 november 1997.
Tariem: 9/39.
Het is 27 Raǧab: het feest van al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ* genoemd: de Nachtreis van de profeet Muḥammad. Iedereen in de bibliotheek heeft vrij en het gebouw is gesloten.
Ik droomde dat ik voor de PTT-Telecom (mijn voormalige werkgever van medio 1966 tot en met 1989) een storing moest oplossen in een gebouw met een alarminstallatie. Ik wist niet hoe ik het alarm moest omzeilen, maar [collega] BG. had een plattegrond waar op stond hoe je moest lopen. (BG. vond ik altijd intrigerend en bijzonder aardig, maar niet mooi.) BG. ging naast me op de vloer zitten om me de route te wijzen. Toen vlijde hij zich tegen mij aan. Hij was [in deze droom] niet ouder dan twintig jaar. Ik pakte zijn hoofd vast en zoende hem. Hij zuchtte van genot. Ik vroeg hem, terwijl mijn hoofd op zijn ontblote borst lag, wat hij met zo’n oude kerel als ik moest. Hij zei dat hij van mijn manier van doen hield. (Alles wat hij zei en deed, was dat wat Anna bij mij in het verleden in werkelijkheid zei en deed.) Ik knuffelde hem om hem een plezier te doen. Hij was verschrikkelijk sexy, maar het deed me niet veel. Ik overwoog hem te vertellen dat er ook nog iemand anders is, namelijk Ennefea, op wie ik verliefd ben, maar zag daar om verschillende redenen van af. Een en ander zou de zaak ernstig compliceren. Meer geredeneerd vanuit de verwachting van deze jongeman dan dat ik er zelf behoefte aan had, maakte ik zijn broek open. Zelf trok hij snel zijn slipje omlaag. Ik wilde niet verder gaan. Voordat de jongeman teleurgesteld kon raken over mijn afwijzende reactie, werd ik gelukkig wakker. Nu ligt hij daar in dromenland half naakt op mijn tong te wachten, die nooit zal komen. Het was net 06.00 uur.
Daarna sliep ik nog tot 8.00 uur en nam een hotelontbijt.
De temperaturen, afgelopen nacht buiten (minimum) 29,4°C, binnen: 22,6°C.)
Er is weer eens geen elektriciteit. Ik wil de benzine van de generator betalen, maar niemand begrijpt me.
De generator zal om 12.00 uur gerepareerd worden en, zowaar, om 13.00 uur is er elektriciteit. Hij zal, zo is mij beloofd, niet meer onderbroken worden.
Van Ḥusayn al-K., de manager, neem ik de servo-gestuurde volledig automatische spanningsregulator over. Dit apparaat stond nog in de verpakking. Hij zal een nieuwe kopen en mij de rekening overhandigen, die ik dan zal betalen: circa 80 US$.
Na 13.00 uur maak ik op de computer de administratie van het project en mijzelf.
Persoonlijk gaf ik in de eerste week al circa 500 US$ uit. Ik heb maar 1.745 dollars meegenomen voor mijzelf, dus ik moet voorzichtig zijn. Het grootste deel verdween bij Taj Sheba in Ṣanaᶜā’ en de aanschaf van een extra koffer. Overnachting 185 US$ (per ongeluk gaf ik 5 US$ te veel, zo bleek achteraf.) Diners f. 200,00 (100 US$) en het koffer: 6.500 YER (f. 97,50, circa 50 US$.) Al-Gasmi-hotel: 50 US$.
Namiddag: verbeteringen aanbrengen in de database van de bibliotheek.
Avondeten met vis (erg droog) in het restaurant.
Doorwerken tot circa 23.00 uur.
Bed circa 00.30 uur.
De temperatuur is dan nog zo’n 25°C. Rond 12.00 uur was het 40°C in de zon. (En ook in de schaduw.) Rond 16.00 uur: 35°C.
De eerste drie weken van dit verblijf in Jemen hield ik op mijn laptopcomputer ook een verslag bij, waarin soms dingen staan die niet in mijn dagboek voorkomen.
Hier volgt een uittreksel daarvan.
Niets doen
Om zes uur stopte de energievoorziening en ik dacht dat de ellende van een jaar geleden weer begon. Toen was er alleen tussen half twee en half vier ’s nachts elektriciteit. Ik wist meteen weer wat ik vergeten had aan te schaffen in Nederland: een zonnestroomvoorziening voor mijn computer. Nu was ik gedwongen tot niets doen tot na 13 uur.
Natuurlijk kan ik het stadje ingaan, maar bij 40°C is dat geen pretje. Er is bijna geen schaduw, of die is in beslag genomen door groepen mannen, met wie ik niets te bepraten heb, want het is vandaag een religieuze feestdag.
Van dit stadje heb ik het meeste al gezien. Wat ik nog niet gezien heb, daar ben ik ook niet welkom. Verleden jaar werd ik uit de binnenstad met een regen van stenen verdreven door kinderen, meisjes en jongens. De volwassenen zaten erbij en keken ernaar, maar ondernamen niets. Het gebeurde dus kennelijk met hun toestemming.
De omgeving wil ik nog wel bereizen, maar zal dat doen als [collega] Tawfīq hier is, samen met hem en in een auto.
Zodra de elektriciteit er weer is (rond 13 uur) ga ik aan het werk. Zwemmen is niet mogelijk omdat het bad wordt schoongemaakt. Gisteren vond ik dat al nodig. Er wordt geen reinigingsmiddel gebruikt omdat het water de dadelplantages bevloeit.
Ik maak een overzicht van de financiën. Het blijkt dat ik privé veel meer geld gebruikt heb dan mag op grond van het meegenomen bedrag voor de hele tijd. Ik zal het dus een beetje rustiger aan moeten doen. Ik nam ongeveer drieënhalf duizend gulden mee.
Ik pas de database aan aan de mogelijkheden die Microsoft Access biedt en die het gebruikersgemak ten goede komen.
Eerst was ik van plan te koken, maar omdat ik vanochtend al de hele tijd verloor met niets doen, besluit ik om toch maar weer in het restaurant te eten.
Koude, harde patatten, dezelfde groenteprut als altijd en een grote homp droge vis. Salade als gisteren en eergisteren, maar nu ook nog grote stukken komkommer erbij. Als toetje een sinaasappel. Eergisteren kreeg ik een banaan en een sinaasappel, gisteren niks.
Er zit een groep Fransen in het hotel. Gisteren waren hier Oostenrijkers, die ook in al-Gasmi-hotel zaten in Ṣanaᶜā’.
Temperaturen: nu 23°C buiten. Overdag was het 41°C rond 12.00 uur. Later in de middag werd het 35°C. Nu is het aangenaam en doodstil, op krekels, kikkers en een af en toe balkende ezel na.
al-Isrā’ wa-l-Miᶜrāǧ. Raǧab is de zevende maand van de islamitische maankalender. Op 27 Raǧab wordt al-Isrā’ wa’l-Miᶜrāǧ gevierd. In de nacht van deze dag vond de Nachtreis van de profeet Muḥammad naar de zeven hemelen plaats.
Wikipedia: Nachtreis.
Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.
A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken. Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.