8 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7497) Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. – Ik lo­geer in Foen­doeq al-Rabie’ (Het Len­te­ho­tel). – Ik ga naar het po­li­tie­bu­reau om mijn vi­sum te la­ten ver­len­gen. – Van­af van­daag ver­huur ik één van mijn drie bed­den aan de Belg ER. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 8 augustus 1992.
Dimashq. (Damascus.)
Op 8.00 uur.
Douche.
Naar de bank: twee Tra­vel­ler­cheques wis­se­len: £. 4.200. Nu gaat het be­dui­dend snel­ler dan af­ge­lo­pen dins­dag.
Naar het Post­kan­toor: kaar­ten ver­zen­den. £. 324. (f. 13.10 voor ze­ven­tien kaar­ten.)
Naar het Po­li­tie­bu­reau om me te mel­den en het vi­sum te la­ten ver­len­gen. Ik heb een vi­sum voor drie maan­den, maar na bin­nen­komst in het land moet ik het po­li­tie­bu­reau bin­nen veer­tien da­gen be­zoe­ken en het vi­sum la­ten ver­len­gen. Lan­ger dan drie maan­den mag ik niet in het land blij­ven.
Over de bureau­cra­tie kan ik kort zijn: die is enorm.
Eerst zit ik in het ver­keer­de ge­bouw, bij Sa­hat al-Shoe­ha­da’ (Mar­te­la­ren­plein, ook wel: Sa­hat al-Mar­djah.) Voor­dat ik weet dat ik op al-Ba­raam­ki-plein moet zijn, zijn we al een kwar­tier ver­der. En bij de po­li­tie op al-Ba­raam­ki wordt ik per ver­die­ping om­hoog ge­we­zen, ter­wijl ik op de twee­de moet zijn. (Waar­om niet in één keer?) Vier for­mu­lie­ren waar­van drie de­zelf­de (kos­ten £. 15) met drie pas­fo­to’s. (Niet­jes door mijn ge­zicht?)
Weer een ver­die­ping ho­ger voor een krab­bel, weer om­laag.
Paspoort ach­ter­la­ten, zon­der ook maar één be­wijs op weg.
Bij Kar­nak [Na­tio­na­le bus­maat­schap­pij] kan ik zon­der pas­poort niet boe­ken voor Hama.
De jongen die me het kan­toor wees is sjou­wer en ver­langt geld voor zijn werk. Hij wil £. 25. Ik wil £. 5 ge­ven, maar pak per on­ge­luk 2x £. 5.
Falafil £. 7. Wa­ter £. 15.
Ik zal mijn kamer enkele da­gen met ER. de­len, voor­dat ik naar Hama ga.
Tweeënhalf uur in bed sla­pen: ik was moe!
Met MG. [Française], ER., DS., FS. en H. dis­cus­sië­ren over de Euro­pe­se de­mo­cra­tieën en ont­wik­ke­lings­pro­ble­ma­tiek. In­te­res­sant voor H. (den­ken we), die zelf niet veel, of bij­na niets zegt. We ver­tel­len ook over re­li­gie.
Om 20.30 uur gaan we duur eten. H. eet niet mee. Wor­den we in de ga­ten ge­hou­den?* We den­ken van wel.
Prijs £. 930 voor vijf per­so­nen. Ik be­taal £. 190. (f. 7,70) Duur!, maar wel goed eten. (Ach­ter de Sha­ri’ 29 Ayaar, [29 mei-straat] de oost­zij­de ervan.)
In het hotel nog met Ber­lij­ners (Oost-Duit­sers!) ver­tel­len. Een van hen heeft wel wat, iets dat me aan­trekt.
ER. slaapt sinds van­daag op mijn kamer.
Over £. 5.115.
Bed 01.30 uur.


*
Hoewel ik er geen be­wijs voor heb, wordt door al­le bui­ten­lan­ders be­weerd dat er in Sy­rië ze­ven ge­hei­me diens­ten zijn (mijn reis­gids somt er acht op) die ten eer­ste el­kaar in de ga­ten moe­ten hou­den, maar ook ie­de­re staats­bur­ger en ver­der ieder­een die zich op Sy­rische grond­ge­bied be­vindt, dus ook toe­ris­ten, bui­ten­land­se di­plo­ma­ten, bui­ten­land­se werk­ne­mers en stu­den­ten. De al­ge­me­ne naam voor de ge­hei­me dien­sten is: al-Moe­khaa­ba­raat (ﺍﻟﻤﺨﺎﺑﺮﺍﺕ). (De ‘kh’ wordt uit­ge­spro­ken als in het Ne­der­land­se woord ‘cha­os’. al-Moe­khaa­ba­raat is een meer­voud voor meer dan twee.)

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Da­mas­cus:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻣﺸﻖ
Sahat al-Shoehada’ / Mardjah:
GM., Wi.
:ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﺸﻬﺪﺍﺀ – ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﻤﺮﺟﺔ
Al-Baraamki:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺒﺮﺍﻣﻜﺔ

Foen­doeq al-Rabie’:
:ﻓﻨﺪﻕ ﺍﻟﺮﺑﻴﻊ

In de tekst ge­noemd.

Ha­ma:
GM., Wi.
:ﺣﻤﺎﺓ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

7 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7496) Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. – Ik lo­geer in Foen­doeq al-Rabie’ (Het Len­te­ho­tel). – Ik maak nieuwe (in­ter­na­tio­na­le) vrien­den in het ho­tel. We we­ten dat we door de ge­hei­me po­li­tie af­ge­luis­terd wor­den. ’s Avond gaan we sa­men eten in een (voor mij, duur) res­tau­rant. – Op straat biedt mij iemand een pros­ti­tuee aan. Ik wei­ger, maar wordt wel nieuws­gie­rig naar de prijs. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Vrijdag, 7 augustus 1992.
Dimashq (Damascus.)
Wekelijkse (islamitische) rustdag.
Vandaag kon ik niet op de naam ko­men van de jon­ge vrouw, op wie ik ver­liefd was toen ik Ne­der­land op 12 ju­li jl. ver­liet!
Vertellen met MG. [Fran­çaise] en twee Oos­ten­rij­kers, DS. en FS. (Broers.)
Bij ons zitten men­sen (ge­hei­me po­li­tie) mee te luis­te­ren. De po­li­tie komt om in de ho­tel­ka­mer van MG. te kij­ken. Ieder­een die bij ons in de buurt komt, ver­den­ken we er­van in dienst te zijn van de ge­hei­me po­li­tie*(1), zo ook de men­sen, die al­leen aan een ta­fel­tje zit­ten, om ons heen ’s avonds in een res­tau­rant en ook H., de stu­dent ‘Ver­ge­lij­ken­de Gods­dienst­we­ten­schap­pen’, die met ons mee­loopt en die (vol­gens MG.) Hit­ler*(2) ook goed vindt.
Overdag raak ik nu ge­wond aan mijn rech­ter gro­te teen. Ik stoot hem te­gen een dor­pel. Pre­cies één week na de wond aan de lin­ker teen. Ik ben nu ech­ter in het ho­tel en kan ade­qua­te maat­re­ge­len ne­men.
ER., een Belg, komt ook in ons ho­tel. Hij spreekt ook Ara­bisch. Ik bied hem aan een bed van mij te hu­ren voor £. 75. Hij zal mor­gen ko­men.
Rond 13.00 uur ‘twee­de ont­bijt’ in de ka­mer.
Ik geloof dat de Soe­da­nees M. gis­teren weg­ging. We­gens mijn avan­ces, eer­gis­te­ren?
Ik wandel door de nieuwe stad (dat wil zeg­gen: het wes­ter­se deel van het cen­trum) om wat uit­druk­kin­gen op te schrij­ven.
In de buurt van het Sa­hat al-Shoe­hada (Mar­te­la­ren­plein), bij de win­kels met elek­trische ap­pa­ra­ten vraagt een jon­ge­man aan mij waar mijn ‘Ma­dam’ is.
“In het hotel,” zeg ik.
“In het hotel, of hier. Waar u maar wilt.”
Het duurt even voor­dat ik hem be­grijp. Ik be­dank hem vrien­de­lijk en loop door, maar ik ben toch wel nieuws­gie­rig ge­wor­den naar de prijs er­van. Ik blijf door die stra­ten slen­te­ren en even la­ter komt er weer een. Ik vraag wat het kost.
“£. 500”, zegt hij. (Ik deel al­les door 20 en kom op f. 25,00.) Ik vind dat duur. Ik ga er niet op in. (Om­dat ik met veel geld rond­loop en ziek­tes vrees, maar ik zou mis­schien nog heb­ben kun­nen af­din­gen.)
Met z’n zessen, MG., ER., FS., DS., H. en ik in eten in een res­tau­rant: £. 690. Ie­der be­taalt circa £. 120. IJs eten: £. 50. (Duur.)
Hotel rond 00.00 uur.
Vertellen.
Bed rond 01.00 uur.
Ik besluit naar Hama te rei­zen, zo­dra het mo­ge­lijk is.


*(1)
Hoewel ik er geen be­wijs voor heb, wordt door al­le bui­ten­lan­ders be­weerd dat er in Sy­rië ze­ven ge­hei­me diens­ten zijn (mijn reis­gids somt er acht op) die ten eer­ste el­kaar in de ga­ten moe­ten hou­den, maar ook ie­de­re staats­bur­ger en ver­der ieder­een die zich op Sy­rische grond­ge­bied be­vindt, dus ook toe­ris­ten, bui­ten­land­se di­plo­ma­ten, bui­ten­land­se werk­ne­mers en stu­den­ten. De al­ge­me­ne naam voor de ge­hei­me dien­sten is: al-Moe­khaa­ba­raat (ﺍﻟﻤﺨﺎﺑﺮﺍﺕ). (De ‘kh’ wordt uit­ge­spro­ken als in het Ne­der­land­se woord ‘cha­os’. al-Moe­khaa­ba­raat is een meer­voud voor meer dan twee.)

Te­rug.

*(2)
Dat anti­se­mi­tis­me een ge­me­ne uit­was is in vrij­wel de ge­he­le is­la­mi­tische we­reld is een be­kend ge­ge­ven. Maar als je in een dic­ta­tuur woont met ge­lijk­ge­scha­kel­de pers en an­de­re me­dia en je het land niet uit mag, is er geen en­ke­le ma­nier om ook van an­de­re op­vat­tin­gen ken­nis te ne­men. Dan moet je toch wel over een zeer sterk ka­rak­ter en per­soon­lijk­heid be­schik­ken, wil je je ont­rek­ken aan de al­ge­meen gang­ba­re op­vat­ting die je da­ge­lijks, van­af je ge­boor­te, hoort, ook op school en uni­ver­si­teit.
Ik maakte in Sy­rië va­ker mee dat de jo­den de schuld krij­gen als er iets mis gaat: valt de elek­tri­ci­teit (voor de zo­veel­ste keer de­ze week) uit: dat komt door de jo­den!
Is er voor het ver­bou­wen van jouw huis geen ce­ment, of kun je de ko­men­de maan­den geen bak­ste­nen ko­pen: dat is de schuld van de jo­den.
Etcetera.

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Da­mas­cus:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻣﺸﻖ
Sahat al-Shoehada’ / Mardjah:
GM., Wi.
:ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﺸﻬﺪﺍﺀ – ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﻤﺮﺟﺔ

Foen­doeq al-Rabie’:
:ﻓﻨﺪﻕ ﺍﻟﺮﺑﻴﻊ

In de tekst ge­noemd.

Ha­ma:
GM., Wi.
:ﺣﻤﺎﺓ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

6 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7495) Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. – Ik lo­geer in Foen­doeq al-Rabie’ (Het Len­te­ho­tel). – Ik ga op zoek naar en vind het Ta­len­in­sti­tuut. – Ik wil met een man of met een vrouw naar bed. – Ik laat mijn licht schij­nen over het soort (een­to­ni­ge) con­ver­sa­ties die ik tel­kens moet voe­ren. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)
(Tij­dens mijn reis hield ik een reis­dag­boek bij. Na­dat ik op 18 au­gus­tus thuis was ge­ko­men, be­gon ik met het op­schrij­ven van mijn we­der­waar­dig­he­den in mijn ei­gen­lij­ke dag­boek. In de tekst hier­be­ne­den staan af en toe te­rug­blik­ken op de­ze va­kan­tie, ge­daan van­af mijn bu­reau­stoel thuis.)

MenuIndex en het einde.

Donderdag, 6 augustus 1992.
Dimashq. (Damascus.)
Op 8.30 uur.
Douche.
Brood en banaan kopen.
Ontbijt.
Ik loop naar de Am­bas­sade van Sa­oe­di-Ara­bië. Daar zou het Ta­len­in­sti­tuut te­gen­over lig­gen. Ik vind de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de en vraag daar (in het En­gels, want in de re­cep­tie spreekt men geen Ne­der­lands) naar het adres van het Ta­len­in­sti­tuut.
Ik krijg het adres en met een Ne­der­land­se Sy­riër, zijn Ne­der­land­se vrouw en zijn zus­ter in zijn au­to naar al-Mazza.
Teaching Institute of Arab Lan­guage to Fo­reig­ners: Al-Fa­ra­bi Street, op­po­site to the Sau­di Con­su­la­te. Mez­zé. Da­mas­cus. Sy­ria. Tel.: 221 538.
Het instituut is ge­slo­ten en vol­gens iemand in de straat zal het pas rond 15.00 uur open­gaan.
Ik neem een taxi naar het cen­trum: al-Mar­djah. (Sahat al-Shoe­hada’) (£. 25.)
Appelsap drinken.
Soek.
Postkaarten kopen. Grote £. 260. (f. 10.50)
Aluminium (diep) bord voor £. 50.
IJs £. 10.
Rond 13.00 uur in het ho­tel. Kaar­ten schrij­ven. Al­leen bij Pa en Ma en XX. schrijf ik er wat op. (La­ter ook bij NB., AB. en SK. (in An­tak­ya: Tur­kije) en een beet­je bij BW.)
In het Engels ver­tel­len met de Fran­çai­se MG., met wie ik wel een zou wil­len vrij­en. (Toen, op 6 au­gus­tus. Nu, 30 au­gus­tus, be­grijp ik niet meer waar­om.) Zij heeft be­hoor­lij­ke pro­ble­men met de ge­hei­me po­li­tie. Haar vi­sum is niet in orde.
Na 16.00 uur ga ik een fa­la­fil eten.
De receptie van het ho­tel vraagt ge­re­geld waar ik heen­ga. Ik ver­tel het ze graag, zo kun­nen ze de ge­hei­me po­li­tie in­licht­en, die me als be­scherm­en­gel kan be­waken.
Als ik in het ho­tel te­rug­kom staat de knap­pe re­cep­tio­nist ver­le­gen in de spie­gel te sta­ren. Ik zeg te­gen hem: an­ta dja­miel, (jij bent mooi), wat ook zo is. (Maar hij is man­ne­lijk en niet jon­gens­ach­tig.) Hij dankt me wel drie of vier keer zeer vrien­de­lijk. Mis­schien wordt het wat met hem. Met hem, of met de Fran­çai­se zou ik wel in bed wil­len.
Na 16.00 ben ik be­hoor­lijk geil en met een lang­du­ri­ge erec­tie zit ik op de Fran­çai­se te wach­ten, die ech­ter niet komt.
Tussen 17.30 en 19.00 in bed sla­pen.
Brood, kaas en banaan eten.
Koude douche.
Eten voor morgen kopen, dat wil zeg­gen: brood, banaan en kaas.
Om 20.15 uur overweeg ik de zwoe­le stad in te gaan, waar knap­pe sexy jon­gens arm in arm met hun vriend­je lopen, maar ik heb niet zo­veel zin meer om Ara­bisch te spre­ken. Steeds weer de­zelf­de on­der­wer­pen: waar ik van­daan kom? Ge­volgd door Ruud Gul­lit, (Mar­co) Van Bas­ten en nog ver­schil­len­de an­de­re Ne­der­land­se voet­bal­lers.
Waar mijn vrouw is, waar mijn kin­de­ren zijn, wat mijn geloof is? De prij­zen in Ne­der­land, de lo­nen. (Of ei­gen­lijk: hoe hoog is het loon in Ne­der­land, waar­na ik ook iets over de prij­zen in Ne­der­land moet ver­tel­len, an­ders den­ken ze dat wij al­le­maal ka­pi­ta­lis­ten / mil­jo­nairs zijn. De prij­zen ko­men hen on­waar­schijn­lijk hoog over.)
Of ik van Syrië hou? Armoede hier. Ik be­schik niet over een vol­doen­de gro­te woor­den­schat om al de­ze on­der­wer­pen uit te wer­ken, of om over an­de­re sub­stan­tiële din­gen van het le­ven hier te pra­ten.
Zolang mijn maag gevuld is, voel ik me hier heel pret­tig. Heb ik hon­ger, dan kom ik in een cri­sis te­recht, want niet al­les wat hier te eten is, is even lek­ker. Zelfs een fa­la­fil heeft wel eens een raar bij­smaak­je.
Het zou leuker zijn om met z’n twee­ën te zijn (ge­lijk­ge­stem­den) om hier de stad in te gaan.
Even buiten zit­ten en op bed soezen.
In bed: al om 23.30 uur.
Over £. 1.836: £. 595 uit­ge­ge­ven. (f. 24,00)


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Da­mas­cus:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻣﺸﻖ
al-Mazza:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻤﺰﺓ
Sahat al-Shoehada’ / Mardjah:
GM., Wi.
:ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﺸﻬﺪﺍﺀ – ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﻤﺮﺟﺔ

Foen­doeq al-Rabie’:
:ﻓﻨﺪﻕ ﺍﻟﺮﺑﻴﻊ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

5 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7494) Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. – Ik lo­geer in Foen­doeq al-Rabie’ (Het Len­te­ho­tel). – Ik be­zoek het mu­seum in het al-Azm-pa­leis. – Ik schaf een boek aan. – Ik ir­ri­teer een Koerd. – ’s Avonds vraag ik te­ver­geefs aan een jon­ge­man of hij het bed met mij wil de­len. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Soek al-Ha­mi­diy­yaBoekenKhatr: gevaar! (Grapje!)WandelenGeil.

Woensdag, 5 augustus 1992.
Dimashq. (Damascus.)
’s Morgens heel geil. Ik wil een man, maar vrees dat het er de­ze va­kan­tie niet van komt.
Stad in om brood te ko­pen. Ik vind ‘Frans’ brood, een soort stok­brood. Lang lo­pen zoe­ken, maar toch vlak­bij het ho­tel vind ik Fran­se smeer­kaas: Kiri. £. 35.
Met de Duitse meis­jes C. en A. ont­bij­ten en thee­drin­ken. (De blon­de C. uit Keu­len is leu­ker dan de zwart­ha­ri­ge A. uit Mün­ster.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Soek al-Ha­mi­diy­ya.

Daarna ga ik de soek al-Ha­mi­diy­ya*(1) (de over­dek­te markt) in, waar ik aan­ge­spro­ken word door een jon­gen waar ik een beet­je geil op ben. Ik zou hem wil­len zeg­gen: “An­ta dja­miel. ‘Uhibbak”. (Jij ben mooi. Ik hou van je), maar door zijn in­lei­dend praat­je komt het er niet van. Ik aai hem over zijn wang. Ik zie veel knap­pe stuk­ken, dat wil zeg­gen, man­ne­lij­ke en vrou­we­lij­ke. (Meis­jes dus!) Ik ga naar Mat­haf al-foenoen wa’l-ta­qa­lied al-sha­’abia: Qasr al-‘Azm. (Het mu­se­um van de Kuns­ten en de Volks­tra­di­ties: al-Azm-pa­leis)*(2), waar ik ach­ter leu­ke vrou­wen en jon­gens aan­loop. Het mu­se­um is niet echt veel bij­zon­ders.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Boeken.

In een boek­han­del in de soek koop ik twee exem­pla­ren van al-Moe­’adjam al-mu­fah­ras li’l-al­faazh al-qur­’aan al-ka­riem li-Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi. (De in­dex­lijst van de woor­den in de hei­li­ge kor­an, door Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi.)*(3) 2x £. 450 (één exem­plaar is voor XX) en een kor­an. Ik moet £. 1.700 be­ta­len (de kor­an kost dus £. 800, maar ik heb niet ge­noeg geld en wil één Moe­’adjam ach­ter­laten en la­ter ko­men ko­pen. De boek­han­de­laar vraagt even ge­duld en re­kent even. Dan mag ik de he­le han­del mee­ne­men voor cir­ca £. 1.550. Ik weet het niet pre­cies, omdat ik een hoop klein­geld in de beurs had, dat de man niet wil heb­ben. (Vol­gens be­re­ke­ning ach­ter­af in het ho­tel, kom ik op £. 1.550.)
In de boekhandel spreek ik met een man, ta­me­lijk lang (cir­ca drie kwar­tier) over de kor­an. Hij spreekt per­fect En­gels, is com­pu­ter­des­kun­di­ge, zou graag pro­gram­me­ren wil­len le­ren in de USA, om­dat er voor hem in Sy­rië niet veel mo­ge­lijk­he­den zijn.
Hij weet veel over de is­lam en ge­looft ook on­voor­waar­de­lijk in de kor­an. Hij kijkt al­tijd de zaak in en niet naar de straat. Hij zegt dat hij niet met mij mag pra­ten. Hij zegt niet waar­om. Op mijn sug­ges­tie dat hij voor de re­ge­ring werkt, rea­geert hij ver­ont­waar­digd.
Het gesprek is in­te­res­sant.
De verkoper liet me een kor­an uit Iran zien die kost­te £. 11.000 en was met blad­goud en stof­goud be­han­deld. (f. 444,00.)
Onderweg in een win­kel­tje thee, bij een vrien­de­lij­ke vrouw met dik­ke bril­len­gla­zen.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Khatr: ge­vaar! (Grapje!).

Terug in het hotel ver­tel ik nog een tijd­je met de van­daag naar Hama ver­trek­kende (per trein) C. en A.
Een dikke forse vent in het ho­tel no­digt me voor de thee, maar het blijkt dat hij C. en A. niet vraagt. Zij krij­gen wel thee van hem. Het ge­sprek, in het Ara­bisch, gaat over bei­de meis­jes en zijn sek­su­ele wen­sen met hen. Door zijn vet­ti­ge lach be­grij­pen bei­de meis­jes wel waar het over gaat.
Ik voel me op­ge­la­ten en kan niet de­len in de ‘hu­mor’ van hem en zijn ma­ten. Hij zegt uit al-Ha­sa­ka te ko­men. Hij is dich­ter, com­mu­nist en vindt Hit­ler een goede vent. Ik zeg niet te be­grij­pen waar­om een com­mu­nist Hit­ler een goe­de vent vindt.
Hij: “Rosa Lu­xem­burg en Karl Lieb­knecht*(4) wa­ren geen goe­de com­mu­nis­ten.” (De­ze com­mu­nist gelooft niet in God.)
Zijn ma­ten zijn Koer­den. “Khatr” (ge­vaar­lijk) zeg ik, maar weet ver­vol­gens niet hoe ik ‘grap­je’*(5) in het Arabisch moet zeg­gen, want de ‘he­ren’ rea­ge­ren enigs­zins ver­stoord.
“Van de PKK?”*(6) vraag ik. Dat is zo. En Sy­rië is een heer­lijk land.
Haafiz al-Asad*(7) is een pri­ma ke­rel.
Dan willen ze we­ten of ik nog naar Tur­kije ga.
Uit veilig­heids­over­we­gin­gen zeg ik: “Na Da­mas­cus ga ik naar Am­man [Jor­da­nië], daar­na te­rug naar Da­mas­cus en van­daar met het vlieg­tuig naar huis.” Maar ik heb gro­te moei­te hen te ver­staan.
Een van de Koer­den wil mijn adres. Ik schrijf maar wat op. In mijn woon­plaats, dat wel, en ook mijn naam. (Want de re­cep­tie zou mijn ech­te naam wel eens kun­nen heb­ben.)
Ik krijg zijn adres.
De Marxist zegt dat er in het le­ven maar drie din­gen be­lang­rijk zijn: brood, seks en vrij­heid.
Ik constateer droog dat ze in Sy­rië al­leen maar brood heb­ben. (Hij lacht weer met zijn vet­ti­ge lach.)
Seks is het enige waar de Maa­rik­si (Mar­xist) aan denkt.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Wan­de­len.

Ik ga weer de soek al-Ha­mi­diy­ya in en drink thee in een thee­huis ach­ter de Omaj­ja­den­mos­kee*(8) (die tot het ge­bed twee- en drie­stem­mig op­roept.) Ver­der door de soek lo­pen. De chris­te­lij­ke wijk en bui­ten de mu­ren om, naar een park­je zoe­ken, maar het groen is ver­bo­den ge­bied en stelt boven­dien niets voor. (Par­ken heb­ben vrij­wel al­tijd mijn (ho­mo­sek­su­ele) aan­dacht.) Ik vind al­leen maar stin­ken­de groen­te­mark­ten.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Geil.

Hotel rond 18.00 uur.
Over £. 2.430.
Douche.
Stad in (nieuw ge­deel­te), wei­nig stuk­ken en geen an­sicht­kaar­ten ge­von­den.
Hotel rond 20.15 uur.
Met M. uit Soe­dan ver­tel­len over de mo­ge­lijk­heid in Ne­der­land te stu­de­ren. Ik be­loof hem een en an­der uit te zoeken.
Hij vraagt waar­om ik niet ge­trouwd ben.
Ik zeg: “I love boys, like you.” Ik stel hem voor het bed met mij te de­len. Hij zegt niet nee*(9), maar ook niet ja. Ik stel het hem la­ter nog eens voor, rea­li­seer me dat ik ze­nuw­ach­tig ben, wil eerst naar het toi­let op mijn ka­mer en als ik ga, gaat hij ook, naar zijn ka­mer. Ik zie hem niet meer.
Ervoor lazen we nog wat Ara­bisch. Hij schreef een bij­na poë­tische brief aan zijn zus­ter in Soe­dan. Ik lees met hem sa­men de in­lei­ding. Het is moei­lijk Ara­bisch.
Begin volgende week gaat hij naar Soe­dan. Hij woont in Khar­toem. Hij was er al twee jaar niet meer. Ver­le­den jaar werk­te hij in Grie­ken­land om geld te ver­die­nen. Zijn broer, die in Sa­oedi-Ara­bië werkt, be­taalt zijn stu­die. Zijn va­der heeft ook ge­stu­deerd. Zijn moe­der niet. In Ne­der­land wil hij me­di­cij­nen, of elek­tro­nica / in­for­ma­ti­ca stu­deren.
Nadat hij verdwenen is, ver­tel ik met een Koer­dische vluch­te­ling die geen PKK is en Sy­rië een slecht land vind.
Hij is 26 jaar en va­der van zes kin­de­ren, vluch­te­ling, zon­der werk en zon­der geld.
Als vluchteling was hij al in Iran, Tur­kije en nu Sy­rië, waar hij slecht be­han­deld wordt. Hij komt uit Irak.
Bed 00.30 uur.

MenuBe­ginIndex en het einde.


*(1)
Soek al-Ha­mi­diyya. (ﺳﻮﻕ ﺍﻟﺤﻤﻴﺪﻳﺔ) (GM., Wi.) De altijd drukke, overdekte markt in het centrum van de oude stad in Damascus.

Te­rug.

*(2)
Mathaf al-foenoen wa’l-ta­qa­lied al-sha­’abia: Qasr al-‘Azm. (GM., Wi.)
Het museum van de Kuns­ten en de Volks­tra­di­ties: al-Azm-paleis.
ﻣﺘﺤﻒ ﺍﻟﻔﻨﻮﻥ ﻭﺗﻘﺎﻟﻴﺪ ﺍﻟﺸﻌﺒﻴﺔ: ﻗﺼﺮ ﺍﻟﻌﻈﻢ
 

*(3)
al-Moe’adjam al-mu­fah­ras li’l-al­faazh al-qur­’aan al-ka­riem, li-Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi (ﺍﻟﻤﻌﺠﻢ ﺍﻟﻤﻔﻬﺮﺱ ﻟﺎﻟﻔﺎﻅ ﺍﻟﻘﺮﺁﻥ ﺍﻟﻜﺮﻳﻢ ﻟﻤﺤﻤﺪ ﻓﺆﺍﺩ ﻋﺒﺪ ﺍﻟﺒﺎﻗﻲ) (De index­lijst van de woor­den in de hei­lige kor­an, door Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi.)
Deze index­lijst, ge­schre­ven door de Egyp­tische ko­ran­ge­leerde Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi (1882-1967), be­vat al­le in de ko­ran voor­ko­men­de woor­den, in al­fa­be­tische vol­gor­de, in con­text, met de vind­plaats: in wel­ke soe­ra (hoofd­stuk), zo­wel met num­mer als met de naam van het hoofd­stuk, en in wel­ke aya (vers) dit be­tref­fen­de woord staat.

Te­rug.

*(4)
Dat anti­se­mi­tis­me een ge­me­ne uit­was is in vrij­wel de ge­he­le is­la­mi­tische we­reld is een be­kend ge­ge­ven. Maar als je in een dic­ta­tuur woont met ge­lijk­ge­scha­kel­de pers en an­de­re me­dia en je het land niet uit mag, is er geen en­ke­le ma­nier om ook van an­de­re op­vat­tin­gen ken­nis te ne­men. Dan moet je toch wel over een zeer sterk ka­rak­ter en per­soon­lijk­heid be­schik­ken, wil je je ont­rek­ken aan de al­ge­meen gang­ba­re op­vat­ting die je da­ge­lijks, van­af je ge­boor­te, hoort, ook op school en uni­ver­si­teit.
Ik maakte in Sy­rië va­ker mee dat de jo­den de schuld krij­gen als er iets mis gaat: valt de elek­tri­ci­teit (voor de zo­veel­ste keer de­ze week) uit: dat komt door de jo­den!
Is er voor het ver­bou­wen van jouw huis geen ce­ment, of kun je de ko­men­de maan­den geen bak­ste­nen ko­pen: dat is de schuld van de jo­den.

Rosa Luxemburg (1871-1919). (Wi.) Een Duit­se com­mu­nis­te, ver­moord in 1919.
Karl Liebknecht (1871-1919) (Wi.) Een Duit­se com­mu­nist, ver­moord in 1919.
De man vond bei­de Duit­sers waar­schijn­lijk geen goede com­mu­nis­ten om­dat Ro­sa Lu­xem­burg een Jo­din was en Karl Lieb­knecht met haar om­ging. Maar ik heb de Mar­xist uit al-Ha­sa­ka niet naar zijn be­weeg­re­de­nen ge­vraagd, waar­om hij bei­de personen af­keur­de.

Te­rug.

*(5)
Grapje!: noekta! (ﻧﻜﺘﺔ)

Te­rug.

*(6)
PKK. (Wi.) De Koer­dische Ar­bei­ders­par­tij. Een po­li­tie­ke par­tij die ijvert voor een on­af­han­ke­lijk Koer­di­stan, (Wi.), voor de Koer­den (Wi.)

Te­rug.

*(7)
Haafiz al-Assad. (Wi.) De dic­ta­tor van Sy­rië (1930-2000).

Te­rug.

*(8)
Bij ‘het theehuis ach­ter de Omaj­ja­den­mos­kee’ gaat het zeer waar­schijn­lijk om het Maq­ha al-Naw­fara (ﻣﻘﻬﻰ ﺍﻟﻨﻮﻓﺮﺓ) Het Ca­fé / Kof­fie­huis Naw­fara in de ge­lijk­na­mi­ge straat in de soek van Da­mas­cus. (GM.), (GM.: foto’s.)
In de avon­du­ren zit daar op een ver­ho­ging ook een man in een soort tra­di­tio­ne­le kle­ding die ver­halen ver­telt en voor­leest in Da­mas­ceens dia­lect en de gas­ten ver­maakt met on­der an­de­re de avon­turen van Sul­tan Bai­bars. (Wi.)
De Omajjadenmoskee (ﺍﻟﺠﺎﻣﻊ ﺍﻟﺄﻣﻮﻱ) of ‘Grote Moskee’ te Damascus (GM., Wi.) Dit schit­te­ren­de eeuwen­ou­de mo­nu­ment is een oase van rust en schuil­plaats te­gen de ‘on­draag­lij­ke’ hit­te in het cen­trum van de­ze hec­tische stad Da­mas­cus.
Foto’s van vóór de bur­ger­oor­log. (GM.)
Een foto genomen in de­cem­ber 2016 laat de gru­we­lij­ke scha­de zien die dit eens zo prach­ti­ge ge­bouw ge­le­den heeft. (Fotograaf: Am­mar Mo­ham­mad.)

Te­rug.

*(9)
M. zegt geen “Nee!” om­dat het in een is­la­mi­tische cul­tuur als zeer on­be­leefd geldt om “Nee” te zeg­gen. Bo­ven­dien had ik hem ook ‘in de tang’ (maar dat heb ik me toen vast niet ge­rea­li­seerd), om­dat ik hem be­loofd had te hel­pen naar Ne­der­land te ko­men. (Nu, in 2017, kan ik me niets meer her­in­ne­ren van de­ze jon­ge­man, noch van mijn sek­su­eel ge­tint voor­stel aan hem.)

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Da­mas­cus:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻣﺸﻖ
Omaj­ja­den­mos­kee:
GM., Wi., GM. (Foto’s.)
:ﺍﻟﺠﺎﻣﻊ ﺍﻟﺄﻣﻮﻱ

Foen­doeq al-Rabie’:
:ﻓﻨﺪﻕ ﺍﻟﺮﺑﻴﻊ

In de tekst ge­noemd.

al-Ha­sa­ka:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺤﺴﻜﺔ
Ha­ma:
GM., Wi.
:ﺣﻤﺎﺓ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

4 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7493) Ik ben in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. – Ik lo­geer in Foen­doeq al-Rabie’ (Het Len­te­ho­tel). – Bij het geld­wis­se­len in een bank loop ik te­gen de enor­me bu­reau­cra­tie aan. – Met mijn twee Duit­se (ge­le­gen­heids-)vrien­din­nen ga ik ijs eten in de soek, bij de be­roem­de ijs­sa­lon Bak­dash. – Ik word door ver­schil­len­de man­nen aan­ge­spro­ken, die, al­weer, al­tijd maar de­zelf­de on­der­wer­pen aan­snij­den: geloof, vrou­wen en geld. – Ik ga op boe­ken­jacht. – ’s Avonds weer op stap met mijn Duitse ‘din­net­jes’ om in een bui­ten­wijk van Da­mas­cus te di­ne­ren. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Soek al-Ha­mi­diy­yaGe­loof, vrou­wen, geldBoe­kenCleo­pa­traGeil.

Dinsdag, 04 augustus 1992.
Dimashq. (Damascus.)
Ik ging naar de Com­mer­cial Bank of Sy­ria, maar men heeft daar een vreem­de opi­nie over ‘com­mer­cial’. Er wordt druk ge­kletst, thee ge­dron­ken, ach­ter le­ge bu­reaus ge­staard en rond­ge­lo­pen. Het in­wis­se­len van twee Tra­vel­ler­che­ques van Ame­ri­can Ex­press van elk 50 USD duur­de erg lang. De tijd die een for­mu­lier­tje no­dig had om van het ene bu­reau­tje naar het naast­lig­gen­de bu­reau­tje te gaan duur­de lan­ger dan een half uur. On­der­tus­sen tel­de en her­tel­de de kas­sier al­ler­lei dol­lar­bil­jet­ten en ver­ge­leek ze met an­de­re bil­jet­ten van de­zelf­de waar­de. Hij moet toch ont­dekt heb­ben dat er enig ver­schil was: het num­mer.
Na ongeveer drie kwar­tier kreeg ik £ 4.200. (4.200 / 24,75 = 169,69 dus de dol­lar in Sy­rië stond op f. 1,69.)*(1)
Hotel.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Soek al-Ha­mi­diy­ya.

Ont­bijt: oud brood. De rest van de mor­gen ver­tel­len met A. en C. [uit Duits­land], voor­na­me­lijk over is­lam. Met hen ga ik de Soek al-Ha­mi­diy­ya, de over­dek­te markt, op. We drin­ken vruch­ten­sap en eten een brood­je en ijs ha­lieb (melk) met pis­tache­no­ten (ijs met va­nil­le­smaak). Het ijs lijkt op een be­vro­ren sui­ker­spin en laat zich ook zo be­han­de­len. Het is in stuk­ken te bre­ken.*(2)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Geloof, vrou­wen, geld.

Ik ga alleen verder naar de Omaj­ja­den­moskee.*(3) Bin­nen spreekt een va­der (die drie woor­den En­gels kent) me aan. Hij is met een prach­tig mooie schoon­heid van een zoon, die weer met een vriend is. Het ge­sprek gaat over geld, ge­loof en hu­we­lijk.
Buiten spreek ik met een man die een beet­je Frans kent (meer dan ik). Het ge­sprek gaat over geld en hu­we­lijk.
Twee jongens vertel ik over de lan­ge en kor­te nach­ten in Ne­der­land. Eén vraagt ver­schrikt of je ook, tij­dens de lan­ge da­gen in de zo­mer, zo lang moet wer­ken. Ik leg ze on­ze 40-urige (ei­gen­lijk 38-urige) werk­week uit.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Boeken.

Ik koop voor £. 250 per stuk 2x Taf­sier al-Dja­lalayn. [Exe­ge­se van de ko­ran door de twee Ja­laal’s.]*(4) Eén is er voor XX. Over de prijs van de ko­ran wordt niet on­der­han­deld, maar die twee krijg ik toch voor £. 450. (f. 18,20.)
De banden zijn slecht af­ge­werkt, van ’s mans he­le voor­raad, trou­wens, maar het gaat om de in­houd. Ik wil ook al-Moe’a­djam al-mu­fah­ras li’l-al­faazh al-qur­’aan al-ka­riem, li-Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi. [De in­dex­lijst van de woor­den in de hei­li­ge ko­ran, door Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi.]*(5), maar er zijn geen exem­pla­ren voor­radig.
In een boek­han­del­tje bij mijn ho­tel heb­ben ze een exem­plaar dat bij­na uit el­kaar valt.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Cleopatra.

Douche.
Een beetje lezen en een beet­je doe­ze­len.
Als A., C. en ik in Doem­mar wil­len gaan eten komt een ver­le­gen dik­ke man, die in al-Raq­qa bij het te­le­com­mu­ni­ca­tie­be­drijf in de plaat­se­lij­ke te­le­foon­cen­tra­le werkt, vra­gen waar­om we in ‘gods­naam’ niet naar al-Raq­qa gaan, want daar is het toch zo mooi. Hij heeft thee en pro­beert ons over te ha­len al-Raq­qa te be­zoe­ken. Na een tijd­je gaan we weg en nemen een ta­xi voor £. 100 doe ons naar Doem­mar naar Mat­’am Kli­yoe­baa­tra al-‘Aa’ili (ﻣﻄﻌﻢ ﻛﻠﻴﻮﺑﺎﺓ ﺍﻟﻌﺎﺋﻠﻲ) ‘Fa­mi­lie­res­tau­rant Cleo­pa­tra’ brengt waar we door stuk­ken van obers be­diend wor­den. (Te­gen C. zeg ik dat ik zo­wel van vrou­wen als man­nen ge­char­meerd ben.) Zij vin­den de obers ook sexy.
Een van de obers wil we­ten hoe ik aan mijn wit­te tan­den kom en vraagt wel­ke tand­pas­ta ik ge­bruik. (Pro­dent.) Ik zal hem een tu­be stu­ren, be­loof ik hem. Hij geeft me zijn huis- en werk­adres. (Ma’­djoen al-is­naan: tand­pas­ta.)
We eten frites, sa­la­de, shish­tao (kip op spies), hu­mus en drin­ken Ba­ba Murd­jül bier. Een en an­der voor £. 463. (Heer­lij­ke ster­ke kof­fie.) De bei­de Duit­se da­mes staan er­op te be­ta­len. Ze be­taal­den ook al de ta­xi heen. (Ik be­taal de ta­xi te­rug, die nu, met me­ter, niet meer dan £. 30 kost.
In het thee­huis pro­be­ren ze me back­gam­mon te le­ren, maar dat is ver­spil­de ener­gie. Ik vind er niets aan, bo­ven­dien moe­ten we in het fa­mi­lie­ge­deel­te zit­ten, waar al­leen maar ou­de men­sen zit­ten aan de nar­gi­lah (wa­ter­pijp). Ik denk slechts aan seks met M.
Het thee­huis betaal ik ook: £. 30.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Geil.

Hotel rond 22.30 uur.
Ik spreek er met een stuk met een stuk tus­sen zijn be­nen. Ik zou hem ge­zegd heb­ben dat een stuk is, als er niet iemand an­ders ge­ze­ten had. Ik pro­beer­de hem mee te krij­gen voor heen om­me­tje, maar hij be­greep me niet. Hij is nu in het le­ger, twee­ën­half jaar, zo­als nor­maal is in Syrië, maar hij is wis­kun­de­le­raar in al-Raq­qa. Hij was er met zijn zie­ke moe­der (Zie ook 3-8-92.)
Ik wacht op hem, meer dan een uur, bui­ten, maar zie hem niet meer. Na af­trek­ken is de geil­heid weg.
Bed circa 01.30 uur.
Als ik maar goed eten kan vin­den kan ik het hier lang vol­hou­den. Dit is echt va­kan­tie. Er zijn mooie en sexy jon­gens in Da­mas­cus.

MenuBe­ginIndex en het einde.


*(1)
Misschien had ik bij de Com­mer­cial Bank of Sy­ria bij die twee tra­vel­ler­che­ques ook een bil­jet van £. 100 moe­ten doen, voor de me­de­wer­ker in kwes­tie. Dan zou mis­schien al­les snel­ler ver­lo­pen zijn. (Je weet maar nooit.)

Te­rug.

*(2)
Soek al-Hamidiyya. (ﺳﻮﻕ ﺍﻟﺤﻤﻴﺪﻳﺔ) (GM., Wi.)
Het ijs aten we zeer waar­schijn­lijk in de zaak Bak­dash (ﺑﻜﺪﺍﺵ) in Soek al-Ha­midiy­ya (GM., Wi.) Het ijs heet Boeza. (ﺑﻮﻇﺔ) (Wi.) Het is mas­tiek-ijs en is een elas­tisch, kle­ve­rig, smelt­be­sten­di­ge ijs-melk op hoog ni­veau, dat in de war­me­re kli­ma­ten van de Ara­bische we­reld (waar dit ijs het meest voor­komt) het smel­ten moet ver­tra­gen. Het ijs wordt meest­al tra­di­tio­neel ge­maakt met een in­gre­diënt ge­naamd Sah­lab of Sa­lep, dat snel smel­ten te­gen­werkt, iets waar ‘ge­wo­ne’ ijs­jes last van heb­ben in een war­me om­ge­ving. In het Turks heet dit ijs Don­dur­ma en de Per­zische va­riant heet Bas­ta­ni.

Te­rug.

*(3)
De Omajjadenmoskee (ﺍﻟﺠﺎﻣﻊ ﺍﻟﺄﻣﻮﻱ) of ‘Grote Moskee’ te Damascus (GM., Wi.) Dit schit­te­ren­de eeuwen­ou­de mo­nu­ment is een oase van rust en schuil­plaats te­gen de ‘on­draag­lij­ke’ hit­te in het cen­trum van de­ze hec­tische stad Da­mas­cus.
Foto’s van voor de bur­ger­oor­log, in Google Maps.
Een foto in de­cem­ber 2016 ge­no­men door (de voor mij on­be­ken­de fo­to­graaf) Am­mar Mo­ham­mad laat de gru­we­lij­ke scha­de zien die dit eens zo prach­ti­ge ge­bouw ge­le­den heeft.

Te­rug.

*(4)
Tafsier al-Jalalayn (“ﺗﻔﻴﺮ ﺍﻟﺠﻠﺎﻟﻴﻦ) (Taf­sier van de twee Jalaals”) (Wi.) is een klas­sie­ke Soen­ni­tische taf­sier (Wi.) [exe­ge­se / ver­kla­ring] van de ko­ran, die eerst door Jalal ad-Din al-Ma­ḥal­li (?-1459) werd sa­men­ge­steld en ver­vol­gens door zijn lee­rling Jalal ad-Din al-Su­yuti (1445-1505) (Wi.) aan­ge­vuld werd. Dit boek wordt ge­zien als één van de meest po­pu­lai­re exe­ge­ses van de ko­ran, van­we­ge zijn een­vou­di­ge stijl en zijn be­knopt­heid: het om­vat slechts één band.

Te­rug.

*(5)
al-Moe’adjam al-mu­fah­ras li’l-al­faazh al-qur­’aan al-ka­riem, li-Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi (ﺍﻟﻤﻌﺠﻢ ﺍﻟﻤﻔﻬﺮﺱ ﻟﺎﻟﻔﺎﻅ ﺍﻟﻘﺮﺁﻥ ﺍﻟﻜﺮﻳﻢ ﻟﻤﺤﻤﺪ ﻓﺆﺍﺩ ﻋﺒﺪ ﺍﻟﺒﺎﻗﻲ) [De indexlijst van de woorden in de heilige koran, door Moehammad Foe’aad Abd al-Baqi.]
Deze index­lijst, ge­schre­ven door de Egyp­tische ko­ran­ge­leerde Moe­ham­mad Foe­’aad Abd al-Baqi (1882-1967), be­vat al­le in de ko­ran voor­ko­men­de woor­den, in al­fa­be­tische vol­gor­de, in con­text, met de vind­plaats: in wel­ke soe­ra (hoofd­stuk), zo­wel met num­mer als met de naam van het hoofd­stuk, en in wel­ke aya (vers) dit be­tref­fen­de woord staat.

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Da­mas­cus:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻣﺸﻖ
Omaj­ja­den­mos­kee:
GM., Wi., GM. (Foto’s.)
:ﺍﻟﺠﺎﻣﻊ ﺍﻟﺄﻣﻮﻱ
Doem­mar:
GM., Wi.
:ﺩﹸﻣﱠﺮ

Foen­doeq al-Rabie’:
:ﻓﻨﺪﻕ ﺍﻟﺮﺑﻴﻊ

In de tekst ge­noemd.

al-Raq­qa:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺮﻗﺔ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

3 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7492) Gis­te­ren ar­ri­veer­de ik uit Deir al-Zor in Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. – Ik lo­geer in Foen­doeq al-Rabie’ (Het Len­te­ho­tel). – Door een ver­stoor­de nacht­rust ben ik moe en blijf daar­om nog en­ke­le uren in en rond het ho­tel ‘han­gen’. Ik ga pas laat de stad ver­ken­nen. – In een park voer ik een ge­sprek met en­ke­le vrou­wen en één van hen was ook in Ne­der­land ge­weest. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Tish­reen ParkDjoem­roekaZay­noe­bia ParkGeloof, vrouwen en geld.

Maandag, 3 augustus 1992.
Dimashq. (Damascus.)
Slecht slapen, ik denk aan de leu­ke zwar­te jon­gen die ik op het ter­ras een Euro­pees boek zag lezen.
Midden in de nacht breekt een enorm la­waai los. Er wor­den hui­zen ge­sloopt. Ik heb op mijn ka­mer, op de eer­ste ver­die­ping aan de ach­ter­kant van het ho­tel, een raam zon­der glas, maar met gaas, plan­ken en plas­tic, dus ik hoor al­les goed.
Omdat ik niet wil gaan plas­sen in het al­ge­me­ne toi­let, plas ik in een le­ge mi­ne­raal­wa­ter­fles en schud de in­houd la­ter tus­sen het gaas door naar bui­ten.
Ik neem het ont­bijt op mijn ka­mer: kaas, brood en to­maat, rond 6.30 uur.
Buiten ver­tel­len met A. en C. [Uit Duits­land.] Thee drin­ken.
A. en T. [uit Ne­der­land] heb­ben brood en ba­naan. Hun brood is ‘Frans’ brood. Ik ruil kaas voor een stuk­je brood en ba­naan. (En kaas.)
Ik neem ook hun ka­mer over. Die heeft drie bed­den en kost 3x £. 75 = £. 225, maar er is ook een douche en een toi­let en een was­bak.
Douche: scheren, ver­fris­sen.
Zeep kopen voor £. 16. (Merk: Fa.)
Ik zit in het hotel op de bin­nen­plaats: heer­lijk. (Cir­ca 10.30 uur.)
Op het dak wordt ge­bouwd. Met een en­kel­bloks ka­trol wor­den em­mer­tjes zand naar bo­ven ge­he­sen. Be­ne­den staat een ou­de man met een ze­ker ri­tu­eel de em­mer­tjes vol te schep­pen en hijst ze dan naar bo­ven. (Zou dat ook al­le­maal in de is­la­mi­tische wet vast­lig­gen?*(1))
Boven staat ech­ter een jon­ge­man van wie ik mijn ogen niet kan af­houden.
Als A. en T. de stad in­gaan, vra­gen ze mij mee. Ik doe het voor­ko­men als­of ik nog steeds een beet­je ziek ben en moe ben, we­gens ge­brek aan slaap (wat waar is), maar de wer­ke­lij­ke re­den is die leu­ke jon­ge­man die ik wil blij­ven zien. Hij is niet uit­ge­spro­ken mooi, maar heeft iets dat me aan­trekt. Af en toe glim­lachen we.
Ik word moe en doe­zel af en toe in slaap.
Vertellen met A. en T. die naar Am­man [Jor­da­nië] gaan en een beet­je ver­tel­len met twee Ara­bische vrou­wen uit al-Raq­qa, van wie er één ziek is en hier naar de dok­ter moet. (Hier: Da­mas­cus.)
Ik zie de leuke bouw­vak­ker nog maar even.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Tishreen Park.

Ik ga een uur­tje naar bed en loop daar­na de stad in. Ik wil naar het stads­park: Ha­di­qa Tish­reen. [Tish­reen-park.]
In de stad eet ik twee toast met kaas en drink la­ban ay­ran [ay­ran yog­hurt], maar die van Tur­kije is veel be­ter, deze heeft een vie­ze na­smaak. Ik lust hem niet.
Ondertussen let ik aan­dach­tig op twee knap­pe jon­ge meis­jes, die naast mij staan. Hun va­der of ou­de­re broer en jon­ge­re broer­tje zijn er­bij.
Later koop ik asier boer­toe­qaal. (Si­nas­sap.) Heer­lijk: een hal­ve li­ter(?) vers ge­perst si­nas­sap voor £. 30.
Op weg naar het park loop ik vast in de poort van een ka­zer­ne. Iemand wil me de weg wij­zen, maar de (ge­wa­pen­de) wacht roept me naar bin­nen. Er blijft me niet veel keus. Twee man­nen zit­ten, of be­ter, ‘lig­gen’ in het hok­je. Ze her­schik­ken zich voor mij.
“Waar wil je heen?”
“Ila al-hadiqa.” (Naar het park.)
“Wat wil je daar?”
“Oeried an araha.” (Ik wil haar zien.)
Ze kletsen wat onder el­kaar en la­chen. Ze wij­zen me in Ara­bisch en zeer slecht En­gels de weg.
De Hadiqa Tishreen stelt niet veel voor. Gras als in een ver­waar­loosd wei­land, slecht on­der­hou­den en veel niet af­ge­maak­te nieuwe voor­zie­nin­gen als huis­jes, trap­pen en am­fi­the­ater. Ie­de­re keer als ze aan de af­wer­king moes­ten be­gin­nen, was zeker het geld op.
Enkele oudere nich­ten(?) lo­pen er rond, als­ook jon­ge­re stuk­ken. Maar echt sexy zijn maar wei­nig jon­gens. Ik loop he­le­maal tot het ein­de, tot aan de Shari’ al-Hoer­riyya [de Vrij­heids­straat] (die naam is een chot­spe) en te­rug tot de in­gang, waar ik een Fa­la­fil en een blik­je (kunst­ma­tig) si­nas­sap koop.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Djoemroeka.

Twee vrou­wen met kin­de­ren ko­men naast me zit­ten. Nu, tegen de avond, loopt de ha­di­qa [het park] lang­zaam vol. Leu­ke jon­gens fla­ne­ren langs. Een van de vrou­wen biedt me zoet en la­ter pit­ten aan. Ze be­gint met me te ver­tel­len. Het ge­sprek vlot min­der dan ik ge­dacht had. Ik ken te wei­nig woor­den. We ver­tel­len over ‘de vrouw’, maar ik ver­lies daar­bij even uit het oog dat ik een wes­ter­ling ben, met voor­oor­de­len over de oos­ter­se vrouw.
Als ik haar ver­tel dat de op­voe­ding van het kind in Ne­der­land ook soms door de man ge­schiedt, als de vrouw een be­te­re maat­schap­pe­lij­ke po­si­tie heeft (zie ook 28-7-92) schrikt ze.
Ze vertelt me dat in de ko­ran staat en dat de pro­feet heeft ge­zegd dat de op­voe­ding de taak van de vrouw is en dat de vrouw daar­om be­gif­tigd is met moe­der­lief­de. Het ge­loof be­paalt dat. Ze ver­telt in rap Ara­bisch en hoe­wel ik niet al­les let­ter­lijk kan vol­gen, weet ik waar ze het over heeft. Ik weet nu weer dat er tus­sen het wes­ten en het oos­ten een groot ver­schil is. Er is geen speld tus­sen haar re­de­ne­ring te krij­gen: God be­paal­de het zo, dus is het zo.
Tijdens een ge­deelte van het ge­sprek staat een man naast de bank en luis­tert mee. In en­ke­le woor­den legt ze hem uit waar­over we het had­den. Daar­na zwij­gen we bei­den en dan ver­trekt hij. (Ge­hei­me po­li­tie?)
Ik zeg haar dat in Ne­der­land ge­zin­nen met drie kin­de­ren als groot gel­den, maar dat ik in Deir al-Zor hoor­de dat dat een klein ge­zin is. Tien tot twaalf kin­de­ren is nor­maal. Zij zegt vier kin­de­ren te heb­ben (de jong­ste heeft ze bij zich en ze vraagt of ik haar dja­mila [mooi] vindt. “Dja­mila djid­dan” [zeer mooi] zeg ik) en dat dat voor een fa­mi­lie in de stad erg groot is. Haar man en zij wer­ken bei­den. Haar man pro­du­ceert lam­pen voor Sy­rië en pro­beert die nu ook naar Zwe­den te ex­por­te­ren.
Zij werkt op een kan­toor bij de douane.
“Djoem­roe­ka?” [Vrou­we­lijke dou­ane], vraag ik.
Zij lacht: “Ja, djoem­roe­ka.” (Zij lacht, want het Ara­bisch kent geen vrou­we­lij­ke vorm voor het woord ‘dou­ane’ = djoem­roek.)
Een van de andere, in­mid­dels er­bij ge­ko­men, vrou­wen, was in Ne­der­land ge­weest en vond daar al­les zo schoon en hier al­les zo vies. (In Sy­rië.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Zaynoebia Park.

Na 19.30 uur loop ik te­rug via de wijk rond Ha­di­qa Zay­noe­bia*(2) [het Zei­no­bia-park] waar al­le, of veel, stra­ten voet­gan­gers­ge­bied zijn en dus geen au­to’s ko­men. De wijk is erg mo­dern. Er staan veel wit­te au­to’s van de UN (UN­DAF) en de jon­gens en de meis­jes zijn heel mo­dern ge­kleed (vol­gens de nieuw­ste mo­de), maar toch zijn er ook stra­ten open­ge­bro­ken zon­der waar­schu­wing. Gro­te ga­ten mid­den in de weg, zo­als ge­woon­lijk.
Het oude centrum na­de­rend wordt de wijk min­der ‘mo­dern’. Vol­gens mij zijn er ver­schei­dene Am­bas­sa­des in de­ze wijk. Er is ook een ‘Goethe-in­sti­tuut’.
Ik eet eerst nog een sand­wich met kaas en drink asier boer­toe­qaal, voor­dat ik in het ho­tel een douche neem.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Geloof, vrouwen en geld.

Ik heb weer last van diar­ree, maar neem geen pil­len om­dat ik een eigen toi­let heb.
Buiten, op de ho­tel­bin­nen­plaats, luis­ter ik naar de ge­sprek­ken van de man­nen die daar ba­den. La­ter no­di­gen ze me uit en willen het ge­brui­ke­lijke re­cept we­ten. Waar­om geen vrouw, welk ge­loof, geld. Een van de ge­spreks­part­ners is de zwar­te jon­gen, een vrien­de­lij­ke, ma­ge­re Soe­da­nees. Een an­der, een ou­de­re man en een blon­de, die op een En­gels­man*(3) lijkt, maar geen en­kel woord En­gels spreekt.
De Soedanees heet M. en hij spreekt goed En­gels, want ik kan niet al­les in het Ara­bisch ver­tel­len en ik kan hen ook niet goed ver­staan.
Waarom is ge­loof en hu­we­lijk zo be­lang­rijk?
“Wat is bij jul­lie dan be­lang­rijk?” ant­woordt M. mij.
Ik zeg: “Dat we over po­li­tiek kun­nen pra­ten, en zo.” (Even la­ter be­denk ik, als de ‘ver­ga­de­ring’ al af­ge­lo­pen is, dat bij ons vrij­heid het be­lang­rijk­ste is. Vrij­heid om te den­ken, zeg­gen, ge­lo­ven en doen wat we wil­len. Dat is het be­lang­rijk­ste bij ons.)
Een ander wil we­ten of er ra­cis­me in Euro­pa is en waar­om dan wel?
Ik vraag hem of het hier ook niet voor­komt dat er men­sen zijn die een he­kel aan bui­ten­lan­ders heb­ben?
Het komt voor.
M. studeert me­di­cij­nen in Roe­me­nië. Hij wil graag in Ne­der­land stu­de­ren. Ik be­loof hem een en an­der uit te zoe­ken en hem in­for­ma­tie te stu­ren. La­ter zul­len we on­ze adres­sen uit­wis­se­len. Hij is heel aar­dig, maar wel heel erg ma­ger. Af­ge­lo­pen nacht vrij­de ik in ge­dach­ten met hem.
[Na] 00.00 uur, als al­len naar bed gaan, blijf ik nog in ver­lan­gen naar M. tot 01.00 uur bui­ten zit­ten. Ik zie hem niet meer.
Over £. 667. (Ik gaf £. 161 uit: f. 6,50.)

MenuBe­ginIndex en het einde.


*(1).
“Zou dat ook al­le­maal in de is­la­mi­tische wet vast­lig­gen?”: de is­la­mi­tische wet / Sha­ria is al­om­vat­tend en er is in het le­ven geen han­de­ling of er be­staat een voor­schrift voor. De Sha­ria is vol­le­dig. De Sha­ria schrijft al­le han­de­lin­gen voor, die een mos­lim moet doen bij wel­ke daad dan ook. Daar­om blijft er voor zelf na­den­ken niet veel tijd over. Je moet bij al­les wat je doet er goed over na­den­ken wat de gods­dienst voor­schrijft. Er be­staat ze­ker een voor­schrift hoe je em­mer­tjes met zand moet vul­len: met de rech­ter­hand de schep vast­hou­den, want je lin­ker­hand is on­rein. Bij elke schep moet aan Allah den­ken. Etc. Je moet ho­pen dat Allah het toe­staat dat je het em­mer­tje zon­der on­ge­luk­ken op het dak krijgt en daar­bij moet je na­tuur­lijk zeg­gen / den­ken: in sha Allah: als god het wil.

Te­rug.

*(2).
Ik noem het Zay­noe­bia­park, maar ik weet niet meer waar dat ligt en ik kan het ook niet te­rug­vin­den op in­ter­net. Of ik heb toen­ter­tijd niet goed op­ge­let of de naam van het park is in­mid­dels ver­an­derd. (Het park het in het Ara­bisch / Engels het Sibky Park en ligt hier. (Google Maps). Aanvulling: juli 2019.)

Te­rug.

*(3).
Blonde en rood­ha­rige Sy­riërs zijn af­stam­me­lin­gen van Tsjerkessen, sol­da­ten die er met de Ot­to­maan­se troe­pen kwa­men.

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Da­mas­cus:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻣﺸﻖ

Foendoeq al-Rabie’:
:ﻓﻨﺪﻕ ﺍﻟﺮﺑﻴﻊ
Hadiqa Tishreen:
:ﺣﺪﻳﻘﺔ ﺗﺸﺮﻳﻦ
Goethe Instituut:
Wi., Web.

In de tekst ge­noemd.

Deir al-Zor:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
al-Raqqa:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺮﻗﺔ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

2 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7491) Af­ge­lo­pen don­der­dag ar­ri­veer­de ik in Deir al-Zor, aan de ri­vier de Eu­fraat, in het oos­ten van Sy­rië. Vrij­dag ging ik daar ‘uit’, za­ter­dag (gis­te­ren) was ik dood­ziek en moest naar het zie­ken­huis. Van­daag ga ik met de bus naar Da­mas­cus, de hoofd­stad van Sy­rië. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)
(Tij­dens mijn reis hield ik een reis­dag­boek bij. Na­dat ik op 18 au­gus­tus thuis was ge­ko­men, be­gon ik met het op­schrij­ven van mijn we­der­waar­dig­he­den in mijn ei­gen­lij­ke dag­boek. In de tekst hier­beneden staan af en toe te­rug­blikken op de­ze va­kan­tie, ge­daan vanaf mijn bu­reau­stoel thuis.)

MenuIndex en het einde.

Zondag, 2 augustus 1992.
Deir al-ZorDimashq (Damascus).
Op 6.00 uur.
Douche.
Circa 7.00 uur, naar de Kar­nak-bus­hal­te. [Kar­nak is de Sy­rische na­tio­na­le bus­maat­schap­pij.] Ik ver­tel met een man die er oud uit­ziet, maar nog maar ach­ter in de twin­tig is en die in Bul­ga­rije stu­deert / stu­deer­de. (Voor arts.) Hij is met zijn vriend, die een Bul­gaar­se vrouw en een kind heeft.
De bus ver­trekt en zit stamp­vol. (Dat wil zeg­gen: al­le plaat­sen zijn be­zet.) Van het woes­tijn­land­schap kan ik niet veel zien, want mijn raam is van melk­glas. Mijn buur­man geeft mij no­ten en pit­ten te eten. Met en­ke­le pit­ten heb ik moei­te: ik krijg de in­houd niet uit de schaal.
Na tweeënhalf uur stopt de bus en op kos­ten van de ‘dok­ters’ drink ik thee op een koe­le scha­duw­rij­ke plek (ca­fé) bui­ten.
Het is circa 10.00 uur.
Na deze stop in Tad­moer (Pal­my­ra) zie ik een beet­je van de ou­de ste­nen in de woes­tijn.
Nu kom ik in gesprek (hij spreekt me aan) met een jon­ge­man die in Tad­moer is in­ge­stapt en hij ‘be­veelt’ me om En­gels te pra­ten, an­ders kan hij me niet ver­staan. (La­ter zegt hij dat hij de ‘dok­ter’ ook niet kan ver­staan.) Hij zegt Li­ba­nees te zijn en in de USA in­for­ma­ti­ca ge­stu­deerd te heb­ben. (Maar niet af­ge­maakt, want te duur voor zijn va­der.)
Hij ging naar Pal­my­ra om vrou­wen (toe­ris­ten) te neu­ken. (In het Ara­bisch te­gen de ‘dok­ter’ zegt hij dat hij er werkt.) Hij spreekt en denkt plat­vloers en denkt dat ik van het­zelf­de soort ben.
Met de ‘dok­ter’ voer ik in het Ara­bisch een ge­sprek over ra­cis­me in Ne­der­land en het be­lang van cul­tu­re­le uit­wis­se­ling. (Na mijn va­kan­tie zal blij­ken dat dit mijn enige ge­sprek in het Ara­bisch is ge­weest van enig ni­veau. Een con­ver­sa­tie die over wat an­ders ging dan de steeds weer te­rug­ke­ren­de on­der­wer­pen ‘geld’, ‘ge­loof’ en ‘vrouwen’.)
De Libanees denkt dat het ge­sprek me ver­veeld heeft. Hij is niet goed wijs.
Hij wil in Da­mas­cus een ho­tel­ka­mer met mij de­len. Ik zeg hem dat ik dat niet wil. Of hij dan een ka­mer naast mijn ka­mer mag heb­ben? Wei­nig en­thou­siast zeg ik dat ik hem dat niet kan ver­bie­den.
Bij aankomst in Da­mas­cus wil hij uit­stap­pen en vraagt of ik met hem mee­ga. De dok­ter, ech­ter, zou ook maar en­ke­le da­gen in Da­mas­cus blij­ven en dan via Alep­po naar Bul­ga­rije rei­zen.
Hij had gevraagd: “Mis­schien zou­den we sa­men kun­nen rei­zen?” Hoe­wel dat idee eerst ook het mij­ne was, ver­an­der­de ik in de bus van ge­dach­te. Ik wil toch nog wat lan­ger in Sy­rië blij­ven, maar zei te­gen de ‘dok­ter’ dat ik nog niet ze­ker wist of ik wel met hem mee zou rei­zen. Nu, in de bus, leek het mij ech­ter ver­stan­di­ger bij de ‘dok­ter’ te blij­ven, dan met de­ze idi­ote Li­ba­nees mee te gaan.
Ik stap met de hele meu­te in al-Ba­raam­ki uit en met een ta­xi gaan we naar het cen­trum. De dok­ter brengt me naar een 24 US-Dol­lar-ho­tel, dat ik wei­ger: “Wel, dan moet je zelf maar zoe­ken.”, zegt hij en dat wil ik ook.
Hij zal bij een vriend slapen. (De ‘dok­ters’ be­taal­den de ta­xi en wil­den van kos­ten de­len niets we­ten.)
Verschillende mensen wij­zen in ver­schil­len­de rich­tin­gen naar het Sahat al-Shoe­hada’ (Plein der Mar­te­la­ren) [ook wel Sahat al-Mar­djah ge­he­ten], maar op (de straat) Shari’ al-Itti­haad* (De straat van de Een­heid) kom ik plots A. (uit Alep­po) en haar zus T. te­gen en die ne­men me mee naar hun ho­tel Foen­doeq al-Ra­bie’ (Het Len­te­ho­tel) waar ik voor £. 150 een ou­de ka­mer huur. Het ho­tel is heer­lijk rus­tig met een bin­nen­plaats, een oa­se van rust in het cen­trum van de stad. De straat is een zij­straat van de Shari’ al-Itti­haad, je moet en­ke­le tre­den naar be­ne­den, in de buurt van een nieuw­bouw. De an­de­re kant van de straat komt uit op Ta­rieq al-Sa­roe­dja (de Sa­roe­dja-weg). [Sa­roe­dja is een wijk van Da­mas­cus.] Een en an­der ligt vlak bij Sahat al-Shoe­hada’.
Als er weer elek­tri­ci­teit is (per dag wordt de elek­tri­ci­teit en­ke­le uren af­ge­slo­ten) en dus licht in de douche, neem ik een douche. Daar­na vertel ik met Duit­se meis­jes A. en C,. (Uit Mün­ster en Keu­len.)
Met T. en A. gaan eten in een res­tau­rant. Om­dat ik nog een beet­je ziek ben eet ik niet veel. Zij be­ta­len, want ik be­stel­de niets en at van hun por­ties mee, zo­als ze me voor­ge­steld had­den.
In het hotel bui­ten ver­tel­len. La­ter al­leen bui­ten zit­ten. Een beet­je mij­me­ren over een zwar­te jon­gen, die ik hier in het ho­tel ge­zien had.
Bed circa 00.00 uur.
Over £. 828. 55 Pond op­ge­maakt. (f. 2,25.)


*
De Shari’ al-Ittahaad heet in 2017 Choukry al-Quwatly naar de gelijknamige Syrische politicus. Wikipedia.

Te­rug.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Deir al-Zor:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eu­fraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ
Pal­my­ra:
GM., Wi.
:ﺗﺪﻣﺮ
Da­mas­cus:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻣﺸﻖ

Al-Baraamki:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺒﺮﺍﻣﻜﺔ
Sahat al-Shoehada’ / Mardjah:
GM., Wi.
:ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﺸﻬﺪﺍﺀ – ﺳﺎﺣﺔ ﺍﻟﻤﺮﺟﺔ
Shari’ al-Ittihaad:
:ﺷﺎﺭﻉ ﺍﻟﺈﺗﺤﺎﺩ
Saroedja:
GM., Wi.
:ﺳﺍﺭﻭﺟﺔ
Foendoeq al-Rabie’:
:ﻓﻨﺪﻕ ﺍﻟﺮﺑﻴﻊ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

1 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7490) Eer­gis­te­ren ar­ri­veer­de ik in Deir al-Zor, aan de ri­vier de Eu­fraat, in het oos­ten van Sy­rië. – Gis­te­ren, tij­dens een uit­je langs die mach­ti­ge ri­vier en een daar­op­vol­gend be­zoek aan een res­tau­rant langs de wa­ter­kant, heb ik waar­schijn­lijk een voed­sel­ver­gif­ti­ging op­ge­lopen. Ik ben van­daag zo ziek dat ik naar het zie­ken­huis ga om ge­ne­zing te zoe­ken. Ik ben daar ban­ger voor de spuit van de dok­ter (we­gens Aids-be­smet­tings­ge­vaar), dan voor het mes dat die schurk me gis­te­ren voor de borst hield. In het zie­ken­huis hoef ik niet te be­ta­len, wel voor de me­di­cij­nen in een apo­theek. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 1 augustus 1992.
Deir al-Zor.
Op 10.00 uur.
Ik ben ziek, heb diar­ree en ben mis­se­lijk. Ik kan en durf niets meer te eten.
Na het douchen vraag ik aan U. (de jon­ge­man van de re­cep­tie) waar al-Moes­tash­fa (het zie­ken­huis) is. Hij ant­woord dat het voor­bij de brug over de Eu­fraat is. Hij spreekt van al-Mish­fa al-Wa­ta­ni (Het Na­tio­naal Ge­zond­heids­cen­trum.)
Ik neem een taxi. Het is druk in de stad en het duurt even voor­dat het me lukt een ta­xi te vin­den. Met de­zel­fde au­to gaat, op de ach­ter­bank, nog een he­le fa­mi­lie van vijf of zes per­so­nen mee. De rit naar het zie­ken­huis kost £. 15. Di­rect als ik uit­stap, neemt de va­der van de fa­mi­lie mijn plaats over.
Ik kan de in­gang van het zie­ken­huis niet vin­den en vraag er­naar bij een po­li­tie­man. Die wijst hem me aan.
Het ziekenhuis: ik had me er meer van voor­ge­steld. Ik zie lange rij­en wach­ten­den in een ver­waar­loosd ge­bouw. Ik spreek de re­cep­tio­nis­te aan in En­gels, maar dat ver­staat ze niet. In het Ara­bisch leg ik haar dan uit dat ik ziek ben om­dat ik ver­keerd voed­sel heb ge­ge­ten. Ze vraagt of ik over moet ge­ven. Al­leen door haar ge­baar be­grijp ik haar. Ik zeg “Nee.” en wijs naar be­ne­den. Zij ver­wijst me naar een ruimte en als ik er­naar toe loopt komt een jon­ge­man in smet­te­loos wit ver­ple­gers­uni­form naar me toe. In het Ara­bisch vertel ik wat er met mij is en hij ge­baart me hem te vol­gen. We lo­pen door ver­schil­len­de gan­gen en ik hoop de ver­pleeg­ster van de fa­mi­lie van gis­te­ren te zien. Dat ge­beurt niet.
Een jongeman in groen ver­ple­gers­uni­form blijkt de dok­ter te zijn. Hij spreekt En­gels. We gaan te­rug naar de hoofd­in­gang en in een ka­mer­tje, dat vol zit met men­sen, moet ik op het on­der­zoeks­bed­je gaan lig­gen.
Hij beveelt de mees­ten de ka­mer te ver­la­ten. Wat doet hij met me? Ik weet het niet meer pre­cies. Kneep hij me in de buik?
Er staat iemand klaar met een spuit.
Verschrikt vraag ik of deze wel ste­riel is?
“Ben je bang?” vraagt de dok­ter.
Ik zie dat de spuit­huls van plas­tic is. Is het een een­ma­li­ge spuit?
Ik moet mijn broek la­ten zak­ken. Met al­co­hol wordt op mijn bil­len een plaats schoon­ge­maakt en de spuit ge­zet. Het is zo ge­beurd. Ik heb niets ge­voeld.
Ik zie sterilisatie­ap­pa­ra­tuur staan.
De dokter schrijft op een pa­pier­tje een re­cept, in La­tijn en Ara­bisch.
Ik heb dorst en wil drin­ken, maar er is al­leen kraan­wa­ter. Dat wil ik niet heb­ben.
Eten mag ik: tomaten en la­ban (yoghurt).
Het Na­tio­naal Ge­zond­heids­cen­trum is net iets meer dan een zwij­nen­stal, al­les is oud en ver­sle­ten. (Over mijn ge­won­de teen ver­gat ik te ver­tel­len.)
Teruglopen naar de stad. Ik koop yog­hurt (een kwart ki­lo) in een plas­tic zak en ik mag een slok wa­ter drin­ken uit een gla­zen fles. De ei­ge­naar ver­ze­kert me dat het mi­ne­raal­wa­ter is.
Ik loop ver­der naar het ho­tel, door een straat waar al­leen maar goud en elek­tro­ni­ca ver­kocht wordt. Ik heb een vol­ko­men dro­ge mond. Al­les dreigt aan el­kaar te plak­ken. Er is in de­ze straat ech­ter geen wa­ter te koop.
De apotheker kletst me te lang met de vo­ri­ge klant en ik ga weg. Ik zeg “Sa’ar­dja” (ik zal te­rug­komen), maar wa­ter vind ik pas op mijn ho­tel­kamer.
Ik eet de yoghurt, ga naar de apo­theek en koop daar voor £. 95 drie soor­ten pil­len:
30 capsules Dima­phe­ni­col. (£. 46): 4 ta­blet­ten per 24 uur. (Etmaal.)
20 tabletten Ma­da­pan. (£. 24): 3 ta­blet­ten per et­maal.
20 tabletten Di­oxi­ne. (An­ti­diar­ree.) (£. 25): 3 ta­blet­ten per et­maal.
Terug naar het hotel. Ik drink het ci­troen­sap van een ech­te ci­troen en moet on­mid­del­lijk over­ge­ven, nog voor­dat ik de ka­mer­deur kan slui­ten spat een gro­te golf yog­hurt, ver­dund met wa­ter uit mijn mond. In to­taal drie gol­ven ver­dun­de yog­hurt bra­ken naar bui­ten. Al­leen het laat­ste rest­je krijg ik nog in de was­bak. De rest ligt op de grond.
Aan U. vraag ik een dweil en em­mer (hoe heet dat ook al­weer? sat’? Nee, het is: satl em­mer: ﺳﻄﻞ) en ik zeg er­bij: “‘af’al nafsi” (ik doe het zelf), maar hij zegt “ma’ lish” (het geeft niet) en hij maakt de vloer van mijn ka­mer schoon.
Ik hoop dat van de yog­hurt het voed­za­me deel in mijn maag is ach­ter­ge­ble­ven. Ik neem ook de pil­len.
Ik zet de deur van mijn ka­mer open en slaap van cir­ca 12.30 tot 14.30 uur. Het is smoor­heet en be­nauwd. Ge­luk­kig heb ik geen koorts.
Ik koop fruit (drui­ven) en weer yog­hurt, maar deze stinkt. Met mij mee loopt een an­de­re ho­tel­gast, uit Ma­rok­ko. Hij spreekt Frans. Hij ver­on­der­stelt (wel­licht cor­rect) dat ik de voed­sel­ver­gif­ti­ging van de sa­la­de heb ge­kre­gen (gis­te­ren), want friet en vis wa­ren ge­bak­ken. Al­leen de sa­la­de was koud en met Eu­fraat­wa­ter ge­was­sen.
In de stad, in de soek koop ik een koefiyya (de be­ken­de hoofd­doek voor man­nen in de Ara­bische we­reld) voor £. 125 en een iqaal (hoofd­band) voor £. 30. De koefiyya kan ik de­ze win­ter als sjaal ge­brui­ken. De iqaal is nut­te­loos en al­leen als sou­ve­nir bruik­baar. Ik on­der­han­del­de met twee koop­lie­den. De eer­ste om een over­zicht van de prij­zen van di­ver­se Koefiyaat te krij­gen. Een col­le­ga van de eer­ste koop­man roept iets op de ach­ter­grond en de koop­man roept te­rug: “Ya’arif al-Ara­biyya, ya’arif al-Ara­biyya” (Hij kent Ara­bisch, hij kent Ara­bisch.) Ik ben erg blij met deze uit­spraak en ben trots. Mijn zelf­ver­trou­wen is te­recht: ik zal de­ze taal le­ren, dat weet ik ze­ker. Een an­de­re koop­man ver­koopt mij dus een rood / witte koefiyya en na lang aan­drin­gen ook (de over­bo­di­ge) iqaal.
In een ander thee­huis dan dat van gis­te­ren­och­tend, drink ik thee. Ook hier is de thee bit­ter. (De thee­hui­zen be­trek­ken zeker van de­zelf­de thee­han­de­laar.) Ik ver­tel er met de jong­ste be­dien­de (een leuk jon­get­je) in het En­gels en een beet­je Ara­bisch. Hij klaagt dat hij al­tijd maar moet wer­ken en hij heeft ook wei­nig rust, want rent rond met wa­ter voor de kaar­ten­de gas­ten.
Ik voel me langzaam mis­se­lijk wor­den en be­reik net op tijd mijn ka­mer, want ik moet weer over­ge­ven. Ook nu lukt het me niet om al­les in de was­bak te krij­gen, maar op de vloer ligt niet zo­veel. Ik ruim het zelf op.
In de Tv-ruimte lees ik een beet­je in Cees Noo­te­boom “Het vol­gen­de ver­haal” en spreek even met U. Ik zeg te­gen hem: “Anta dja­miel” (jij bent mooi), nadat hij me ge­vraagd had of ik ge­trouwd was.
Zijn adem­ha­ling is zwaar. Hij lacht vrien­de­lijk, maar daar blijft het bij. We zit­ten naast el­kaar en hij glim­lacht af en toe. (Later op de avond zit er voor en­ke­le uren een echt stuk in de ‘lounge’.)
Douche.
Tv.
Vandaag is Ied al-Djaysh. (Het feest van het le­ger: 1 au­gus­tus) en dus een ver­heer­lij­king van het le­ger van an­der­half uur op de ou­de zwart-wit Tv.
Omdat ik nog steeds last heb van diar­ree slik ik weer Ne­der­land­se an­ti­diar­ree­pil­len Imo­dium. Ik eet niet meer mee van de aan­ge­bo­den me­loen.
Rugzak in­pak­ken en rond 23.00 uur in bed.
Ik neem nog enkele pil­len (vol­gens voor­schrift), maar geen dio­xi­ne meer.
Over £. 883. Sinds gis­te­ren­avond 18.00 uur heb ik £. 777 op­ge­maakt. Een week­loon hier, maar de Ma­rok­kaan ver­tel­de me dat hij hier in Deir al-Zor voor £. 50 per dag kon wer­ken! Dat was ook hem te gek.


Voor een sum­mie­re uit­leg over het Ara­bisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Deir al-Zor:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eu­fraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ

Koe­fiy­ya:
:ﻛﻮﻓﻴﺔ
‘Iqaal:
:ﻋﻘﺎﻝ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

31 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7489) Gis­te­ren­avond kwam ik aan in Deir al-Zor, een stad ge­le­gen aan de ri­vier de Eu­fraat, in het oos­ten van Sy­rië. – Van­daag ver­ken ik het cen­trum en loop langs de Eu­fraat. – Ik koop san­da­len, be­zoek een fa­mi­lie, deel sham­poo uit. Geef een gul­den (munt), word ver­liefd op een meis­je, wil zwem­men in de Eu­fraat, maar doe het niet en ik wil ook nog een jon­gen ver­sie­ren. – Een jon­ge­man be­dreigt me met een mes. – ’s Avonds word ik erns­tig ziek: voed­sel­ver­gif­ti­ging? – Ik laat mijn licht schij­nen op dat, waar­van ik denk dat er mis is in Sy­rië. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)
(Tij­dens mijn reis hield ik een reis­dag­boek bij. Na­dat ik op 18 au­gus­tus thuis was ge­ko­men, be­gon ik met het op­schrij­ven van mijn we­der­waar­dig­he­den in mijn ei­gen­lij­ke dag­boek. In de tekst hier­beneden staan af en toe te­rug­blikken op de­ze va­kan­tie, ge­daan vanaf mijn bu­reau­stoel thuis.)

MenuIndex en het einde.

ShampooVerliefdEufraatHangbrugSmokkelaars?Het mes!Restaurant De BrugZiekKarnakEen nichtje?SjouwersGewondErnstig ziekSyrië.

Vrijdag, 31 juli 1992.
Deir al-Zor.
Ik laat de ven­ti­la­tor de he­le nacht op ho­ge snel­heid draai­en. Hij blaast de warm­te in het rond. Ik zweet er ech­ter niet door, zo­veel af­koe­ling biedt hij nog wel.
Ik ben zelf wel heet. Ik wil een jon­ge­man om de lief­de mee te be­drij­ven.
Ontbijt in een win­kel / res­tau­rant. Ik be­stel Foel bi­la zayt. [Bo­nen­soep zon­der olie.] Dat is nog lek­ker ook.
In het thee­huis, waar on­der an­de­re drie mooie man­nen (mooi door hun Dja­la­biyya en Koe­fiyya) uit een jeep (Nis­san) stap­pen en een ta­fel­tje ver­der gaan zit­ten, drink ik thee. De eer­ste, daar­van roer ik de sui­ker niet op. De twee­de be­stel ik zon­der sui­ker, maar de na­smaak is heel erg bit­ter en bij de der­de be­stel ik weer sui­ker. £. 9 kos­ten de­ze drie glaas­jes thee. Twaalf cent per stuk!
Ik loop langs die ‘sloot’ die de sol­daat gis­te­ren­avond al-Foe­raat [de Eu­fraat] had ge­noemd. Ik kan me niet voor­stel­len dat dat de Eu­fraat is. Ik ga de ech­te ri­vier zoe­ken.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Shampoo.

Ik loop langs het be­waak­te Ba­’ath-par­tij­bu­reau en even la­ter word ik door een meis­je met een hel­de­re blik ge­vraagd: “What’s your name?”
Zij is mis­schien tien jaar. Ik praat met haar en haar broers.
Ik lees woord­jes voor uit een En­gels-Ara­bisch boek­je. Ik moet naar bin­nen, ze ‘sle­pen’ me mee. “Ta­fad­dal, ta­fad­dal.” [Alstu­blieft, alstu­blieft.] In een smal straat­je ont­moet ik de moe­der en drie doch­ters. In huis, in de bes­te ka­mer. De va­der er­bij, die het jon­ge meis­je naast mij weg­jaagt. Hij wil naast me zit­ten. De drie vol­was­sen doch­ters heb­ben ge­stu­deerd. Eent­je is Moe­mar­rida fi’l-moe­stash­fa [Ver­pleeg­ster in het zie­ken­huis], de an­de­re is Moe­han­di­sa [in­ge­nieur] (waar­in ook al weer?) en de der­de doch­ter, wat stu­deer­de die ook al weer? Ik weet het niet meer.
Ik krijg kof­fie (ik had lie­ver thee) en ben een beet­je ze­nuw­ach­tig met zo­veel aan­dacht. Ik heb last van mijn so­cio­fo­bie en dus tril­len­de han­den.
De doch­ters kla­gen over de sham­poo in Sy­rië. (Ma­de in Sy­rië: “Dann schmeiß es doch gleich zum Fen­ster hi­naus“. Dixit A. in An­tak­ya [Tur­kije] op 25 juli jl.) Hun haar is een puin­hoop. Of ik geen ech­te sham­poo heb?
Ze wil­len dat ik een fo­to maak. Ik heb ech­ter he­le­maal geen ca­me­ra mee op reis ge­no­men. Ster­ker nog, ik be­zit he­le­maal geen ca­me­ra. (En ik heb daar op mijn reis geen spijt van ge­had. Echt waard om te fo­to­gra­fe­ren zijn al­leen ge­weest: het 17-ja­rig en­gel­tje in de trein in Joe­go­sla­vië (zie 16 juli jl.) (maar ik zou niet ge­durfd heb­ben om haar te fo­to­gra­fe­ren) en de enor­me droog­te in Noord-Sy­rië, die ik uit het trein­raam zag, tij­dens mijn reis van van Alep­po naar Deir al-Zor, gis­te­ren en, dat be­denk ik me nu, 28 au­gus­tus 1992 [thuis], het meis­je dat ik hier, na mijn twee­de be­zoek aan de­ze fa­mi­lie, nog zou ont­moe­ten.)
Ze ver­tel­len dat er ook wel eens toe­ris­ten (uit welk land in Euro­pa ook al­weer?) slie­pen. Op hun ge­klaag voor sham­poo be­loof ik mijn sham­poo te gaan ha­len. (Een van de man­ne­lij­ke be­wo­ners geeft me een hal­ve ‘munt’ uit Sa­oedi-Ara­bië. Een aan­den­ken aan Deir al-Zor, zegt hij.
Ik loop terug naar het ho­tel. On­der­weg koop ik een paar san­da­len: £. 100. (Zon­der dat ik af­ding, voor zo’n be­drag (f. 4,00))
In het ho­tel laat ik een deel van de sham­poo in een le­ge wa­ter­fles lo­pen, zo­dat ik zelf ook nog wat heb. Ik neem een gul­den mee. Nu ga ik te­rug naar de fa­mi­lie en geef de sham­poo. De drie zus­ters gaan di­rect hun haar was­sen. De waar­de van de gul­den (£. 24,75) ver­baasd de zoon.
Ik ver­tel hem van mijn trein­reis naar van Alep­po naar Deir al-Zor, die goed­ko­per was dan twee bro­den in Ne­der­land.
De zoon, die 33 jaar oud is en er, dat geeft hij zelf toe, tien jaar ou­der uit­ziet, is al zes­tien jaar werk­loos. Hij wil over de si­tua­tie in Sy­rië spre­ken. Ik ga er niet op in want het kan­toor van de Ba­’ath-par­tij is maar en­ke­le hui­zen ver­wij­derd. Nu moet ik thee drin­ken en er wordt aan­ge­dron­gen dat ik ’s avonds kom eten. (Dat wil ik niet.)
De ge­sprek­ken gaan al­weer (het wordt een­to­nig) over vrouw (echt­ge­no­te van mij), geld en le­vens­om­stan­dig­he­den.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Verliefd.

Op straat ont­moet ik een an­der spon­taan meis­je (te­gen wie het jon­ge meis­je di­rect ver­telt dat ik 41 jaar ben.) Zij is heel open, vro­lijk, niet echt mooi (een beet­je ‘kik­ker­ogen’), maar door haar zo open blik en vro­lij­ke ge­drag, een beet­je ‘op­drin­ge­rig’, haar bor­sten voor­uit ste­kend, haar gro­te na­bij­heid, ben ik vrij­wel on­mid­del­lijk een beet­je ver­liefd. Zij wil ook sham­poo heb­ben. Ik ver­wijs haar naar haar fa­mi­lie. Dan wil ze mijn pen heb­ben. (Nu, 28 au­gus­tus, thuis, denk ik pas aan een mo­ge­lij­ke sek­sue­le bij­be­doe­ling.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Eufraat.

Ik ga op weg naar de Eu­fraat. Heer­lijk blauw is het wa­ter, als de zee, en zo aan­lok­ke­lijk in deze hit­te. Eerst enig schaam­te­ge­voel over mijn on­ge­bruin­de, wit­te huid doet me be­slui­ten niet aan de ver­lei­ding ge­volg te ge­ven. Pas la­ter komt het in me op dat zwem­men in de­ze schijn­baar scho­ne ri­vier wel eens mijn dood zou kun­nen be­te­ke­nen. 1.200 km lang is de Eu­fraat al in Deir al-Zor. En in dit land waar al­les en al­les zo maar op straat wordt weg­ge­gooid, is zo’n ri­vier een prach­tig ri­ool.
Er zwem­men wel men­sen in. Veel zelfs. Een jon­gen met een prach­tig bo­ven­li­chaam, ge­spierd, komt in mijn rich­ting, maar ik ben mis­schien niet uit­no­di­gend ge­noeg (ik blijf op mijn hur­ken zit­ten, in plaats van dat ik ga staan en hem uit­no­di­gend aan­kijk), want hij draait weer van mij weg. In zijn broek­je is niets te zien, want dat is een zeer ruim val­lend sport­broek­je. Al­le an­de­re zwem­mers dra­gen ruim­val­len­de sport­broek­jes, die ze, als ze uit het wa­ter ko­men, me­teen van het li­chaam los­trek­ken, zo­dat het niet aan de huid blijft plak­ken en er geen con­tou­ren, die mij zou­den kun­nen op­win­den, te zien zijn.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Hangbrug.

Ik loop over de voet­gan­gers­brug. Een lan­ge hang­brug.*(1). Een groep op­ge­scho­ten jon­gens wil dat ik met hen mee­loop. Zij gaan ech­ter in de rich­ting waar ik van­daan kom en ik wil nu juist over de Eu­fraat lo­pen. Die rich­ting wil­len zij niet uit.
Van de hoge ka­bels van de hang­brug sprin­gen jon­gens naar be­ne­den. Op een ei­land­je zon­nen en­ke­le jon­gens. Slechts één lijkt er (op deze af­stand ge­zien) een strak zwem­broek­je aan te heb­ben. Ik kijk even naar de li­cha­men. Loop naar de over­kant van de brug en daar drink ik een co­la die lek­ker koel is. Het le­ge blik mag ik weg­gooi­en waar ik wil.
Ik loop door een ver­la­ten speel­tuin, een stuk stroom­op­waarts. Ik wil naar die plaats wan­de­len waar ik meer mensen in de ri­vier zag spe­len, maar lang­za­mer­hand raak ik ver­der van de be­woon­de we­reld af (erg be­woond is de ‘be­woon­de we­reld’ ook niet) en ik vind dat ik het ge­vaar ook niet hoef te zoe­ken. Het spijt me wel, maar ik vind het on­ver­stan­dig om nog ver­der het bos­rij­ke ge­bied in te lo­pen. Ik loop een eind­je te­rug tot waar een drie­tal pij­pen de ri­vier in­dui­ken. Ver­beeld ik me dat, of wordt de ri­vier hier in­der­daad brui­ner, langs die pijpen?

MenuBe­ginIndex en het einde.

Smokkelaars?

Aan de over­kant van de ri­vier zie ik no­ma­den op het ei­land met gro­te zak­ken sle­pen. Het heeft iets weg van een film, waar­in de ‘goe­de’ per­soon eni­ge smok­ke­laars op af­stand met hun il­le­ga­le prak­tij­ken be­zig ziet. Vol­gens mijn sub­jec­tie­ve ge­voel klopt er iets niet aan hun ge­dra­gin­gen. Maar slechts de ‘at­mos­feer’ van de om­ge­ving wekt dit ge­voel bij mij op. Te veel film ge­ke­ken, zeker? (Steeds moet ik aan Huck­le­ber­ry Finn van Mark Twain den­ken, de film, be­doel ik.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Het mes!

Er pas­seert een zeer knap­pe jon­gen met drie knap­pe meis­jes (ge­luks­vo­gel) waar­van één met kind. Ze vra­gen mij de tijd. Ik zeg niets, maar laat hen mijn hor­lo­ge zien. Ze kij­ken me ver­baasd aan. Nog later zie ik de knap­pe jon­ge­man, die mij nu vrien­de­lijk groet, al­leen en snel naar de stad lo­pen. (Over de brug.) Waar zijn zijn vrien­din­nen?
Op de brug staan nog de op­ge­scho­ten ben­gels van toen straks. Ik hoor ze zeg­gen: “Money, money.” Als ik bij hen ben grijpt één mijn hand. Hij ziet er sme­rig uit. Hij maakt zoen-­be­we­gin­gen. (Hij be­valt me he­le­maal niet.) Hij zingt een lied­je dat ik niet kan ver­staan. De an­de­ren la­chen luid. Als ik naar het zak­mes van een van hen kijk (hij heeft het in zijn hand) maakt hij het open en houdt het me voor. Ik voel geen angst, loop door zon­der ook maar een­maal om te kij­ken. Ik blijf ech­ter niet meer staan.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Restaurant.

Bij Mat’am al-Djisr (Restaurant the Bredg) (sic) [de brug] drink ik co­la en bier. Mi­ne­raal­water heb­ben ze niet. Al­leen water uit de Eu­fraat. Ik ver­wis­sel steeds van ta­fel om uit de zon te blij­ven. Het duurt lang voor­dat ik de be­stel­de sa­la­de, friet en vis (want kip heb­ben ze niet) krijg. De vis is veel te veel. Ik krijg hem niet op, maar wei­ger hem aan de brood­ma­ge­re kat­ten te ge­ven, die in on­be­waak­te ogen­blik­ken zelfs op de ta­fel sprin­gen om mee te eten.
Een en ander kost £. 300. (f. 12.00), maar van mijn be­taalde £. 500 moet ik zelf de laat­ste £. 200 te­rug gaan ha­len.
Alle obers ren­nen voort­du­rend. Eén van hen vind ik in­te­res­sant. Ik vind hem sexy. Hij merkt wel dat ik naar hem kijk, maar hij moet ren­nen om de gas­ten te be­die­nen. Ver­der zit er een dik­ke Koe­wei­ti (?) met vier knap­pe jon­gens om zich, die al­len raki*(2) drin­ken.
Ik ga even zon­nen (bo­ven­li­chaam) langs de Eu­fraat, cir­ca tien mi­nu­ten en loop dan te­rug naar het ho­tel.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Ziek.

Circa 15.30 uur lig ik dui­ze­lig in bed. Ik ben mis­se­lijk. Van het bier?
Na winden la­ten voel ik me iets be­ter. Kon ik maar boe­ren.
Deze vrijdag 31-7-92 lijkt wel een zon­dag. Ie­der­een heeft vrij.
Ik be­taal de vol­gen­de nacht in het ho­tel.
Ik heb diar­ree en ben moe.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Karnak.

Ik vraag aan U., de sexy re­cep­tio­nist, waar het Kar­nak-bus­sta­tion is. [Kar­nak is de Sy­rische na­tio­na­le bus­maat­schap­pij.] Na enig aan­drin­gen zij­ner­zijds be­grijp ik dat hij me er naar­toe wil be­ge­lei­den. Daar ga ik mee ak­koord. Zwij­gend lo­pen we er­heen.
Ik koop voor £. 62 een bus­kaar­tje naar Tad­moer (Pal­my­ra) voor zon­dag­och­tend. Op de te­rug­weg ver­tel ik eerst een beet­je met een jon­gen op een fiets en dan met U.
Ik koop wa­ter en be­schuit voor res­pec­tie­ve­lijk £. 15 en £. 10.
Ik plan de reis voor­uit, maar al daar­mee doen­de, vraag ik me af wat ik bij die steen­ho­pen van Pal­my­ra moet, bij de­ze hit­te in het mid­den van de woes­tijn en ik loop te­rug naar het Kar­nak-bus­sta­tion en laat de be­stem­ming naar Da­mas­cus wij­zi­gen. Ik moet nog cir­ca £. 62 bij­be­ta­len. Het is in­mid­dels don­ker.
Ik voel me ziek. Het eten, maar toch voor­na­me­lijk de hit­te maakt me ka­pot. Ook het al­leen rei­zen, de ar­moe­de, het voort­du­ren­de la­waai, dat al­les heeft een ne­ga­tie­ve in­vloed op mij.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Een nichtje?

Ik loop wat langs de zij­arm van Eu­fraat, die hier door de stad loopt. Het is er een beet­je koel en er lo­pen wat men­sen. Ik blijf in een nich­te­ri­ge hou­ding staan voor een nich­te­ri­ge jon­gen die voor­bij liep, keek, blijft staan en dan in mijn rich­ting te­rug loopt om ver­vol­gens over te ste­ken. Hij loopt weg zon­der zich om te draai­en.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Sjouwers.

Ik blijf nog even staan kij­ken naar een groep man­nen die met hand­kracht een gro­te vracht­au­to vul­len met de in­houd van gro­te zak­ken. ‘Graan’, denk ik. Sjou­wers ne­men de zak van 100 ki­lo, (denk ik) op hun rug en lo­pen een stei­le plank op. Op de vracht­au­to wordt de zak open­ge­sne­den en ge­leegd. Als het werk ge­beurd is, wordt door de sjou­wers de rest, die op de grond ligt, zorg­vul­dig bij el­kaar ge­veegd en ver­za­meld.
Een van de sjouwers pro­beert een jon­ge­re sjou­wer te ver­sie­ren en ze ko­men naar mij. Ik ver­tel wat met de ou­de­re, over het zwa­re werk.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Gewond.

Als ik loop heb ik pijn aan mijn te­nen, van het leer van de san­da­len en ik moet de won­den met pa­pie­ren zak­doek­jes af­dek­ken en de langs el­kaar schu­ren­de te­nen met pa­pier uit el­kaar per­sen, want ik heb hier geen pleis­ters bij me.
Ik steek de ‘sloot’ over en sta ver­steld van de puin­hoop. De straat is op­ge­bro­ken (er wordt ook al een nieu­we brug ge­bouwd) en het ou­de as­falt ligt in gro­te brok­ken over­al ver­spreid. Aan deze zij­de is niet veel te be­le­ven en ik ga te­rug en loop daar stroom­op­waarts. Ik hoop in een meer homo-­ach­ti­ge om­ge­ving te ko­men, want ik wil met een jon­ge­man vrij­en.
Plotseling stoot ik mijn voet aan een van de over­al voor­ko­men­de on­ge­lijk­he­den en mijn lin­ker dik­ke teen is flink be­scha­digd. Het bloed stroomt er­uit. Ik moet me be­hel­pen met pa­pie­ren zak­doek­jes. Als ik daar­mee be­zig ben komt een jon­gen die de tijd wil we­ten. Als ik geen ant­woord geeft pakt hij mijn lin­ker pols en draait het hor­lo­ge naar zich toe. Ik zeg: “So­de­mie­ter op.”
Hij zegt: “Thank you.”

MenuBe­ginIndex en het einde.

Ernstig ziek.

Ik kan normaal geen bloed zien. Ook nu niet. Ik word dui­ze­lig, wil gaan lig­gen, maar dat kan toch niet in de­ze zwij­nen­zooi. Ik wil wa­ter drin­ken, maar waar haal ik dat van­daan? Ik pro­beer te lo­pen, maar dat gaat niet. Het zweet breekt me uit. Ik moet naar de WC. Mijn diar­ree komt los. Ik steek de straat over, maar zie bij­na niets.
Bij een thee­huis ga ik op de stoep­rand zit­ten. Ik kan niets meer zien. Ik ben dui­ze­lig. Ik sta op, maar zak langs een af­ras­te­ring door mijn knie­ën, be­wust, ik voel het ge­beu­ren, maar kan er niets te­gen on­der­ne­men. Wat een vreem­de ge­waar­wor­ding. Ik wil wa­ter, koel wa­ter en wil het thee­huis bin­nen­gaan. (Dat wil zeg­gen, het is een om­heind open­lucht thee­huis.)
Ik ga erheen. Iemand roept me. Hij staat in de buurt van zo’n stin­ken­de ke­bab-stal. Daar wil ik niet heen. Ik loop door, of strom­pel ik? Ik zie niets. Bij een kraan (met on­ge­twij­feld Eu­fraat-water) ga ik zit­ten. Aan de jon­ge ober vraag ik: Ya sidi, ayna al-mir­haad [Mijn­heer, waar is het toi­let?] Hij ver­staat me niet. Ik zeg waar­schijn­lijk Mir­haad. [Een an­de­re ‘ha‘, het Ara­bisch heeft er twee, nog­al ver­schil­lend.]
Ik ga op de stoep zit­ten, met het hoofd tus­sen de be­nen. Plot­se­ling zit ik mid­den in een wa­ter­stroom. Heeft hier iemand een em­mer om­ge­kiept om mij weg te krij­gen? Nou, dat helpt dan wel. Ik strom­pel te­rug naar het ho­tel, waar ik met jo­dium mijn voet ver­zorg.
Circa 22.00 ben ik in het hotel.
Dat niemand me hielp komt, zo liet ik me zon­dag 2-8 in de bus naar Da­mas­cus uit­leg­gen, om­dat de men­sen bang zijn. Sterf ik op straat, dan wordt de dichtst­bij­zijn­de per­soon van moord be­schul­digd!
Ik ga op bed lig­gen met en nat was­hand­je als kom­pres op mijn hoofd. Na een poos­je gaat het be­ter kijk ik naar de slech­te kwa­li­teit Tv-beel­den en laat mijn ka­mer­deur open, zo­dat er meer fris­se lucht in kan. [Mijn ka­mer komt uit in de lounge.]

MenuBe­ginIndex en het einde.

Syrië.

Ik twijfel er niet meer aan dat ik het Ara­bisch zal le­ren. Er is dus geen en­ke­le re­den om nog in Sy­rië te blij­ven, want de vol­gen­de maand is toch te kort, maar als ik hier een ap­par­te­ment heb met ei­gen keu­ken, dan is het niet meer zo moei­lijk om hier te blij­ven en veel te le­ren.
Ik kan in de­ze zwij­nen­stal ech­ter niet le­ven. De men­sen ma­ken van het le­ven een knoei­boel. De over­heid on­der­neemt niets om de kwa­li­teit van het le­ven te ver­be­te­ren en de be­vol­king doet als ge­volg daar­van daar ook niets aan. De af­wer­king van het ho­tel is slecht. Al­les ziet er on­ver­zorgd uit. Pij­pen die uit de muur ko­men, de ga­ten er­van wor­den ge­vuld (als ze al ge­dicht wor­den) maar de gips of ce­ment wordt niet met de muur glad­ge­stre­ken, maar co­nisch af­gewerkt, in de leng­te van de pijp.
Gescheurde broe­ken, slecht ge­naaid.
Verf: de zak­ken in de verf wor­den niet glad­ge­stre­ken. [Ook: tra­nen, zak­kers, drup­pels, of drui­pers ge­noemd. Het doet er niet toe hoe die he­ten. Ze wor­den niet weg­ge­werkt.]
Ze [de men­sen hier] zijn nog steeds no­ma­den: se­den­tai­re no­ma­den.
Ik vraag me af hoe de kwa­li­teit van het le­ven in de Golf­sta­ten en Koe­weit is?
Deze sta­tische re­li­gie is een ze­gen voor het re­gi­me. De re­ge­ring wordt niet uit­ge­daagd (als dat al mo­ge­lijk is bij de­ze on­der­druk­king), maar bij God wordt toe­vlucht ge­zocht. De men­sen zijn erg re­li­gi­eus.
De eco­no­mie is vol­gens mij zwaar ge­sub­si­di­eerd. Er is veel ver­bor­gen werk­loos­heid (Wi.) en veel kin­der­ar­beid. Van een com­mer­cië­le eco­no­mie heeft nog nooit iemand ge­hoord.
A. in Antakya was blij dat hij over vijf da­gen naar huis (in Duits­land) kon. Ik be­greep hem toen niet. Nu wel.
Ik wil weg en ik wil nooit meer al­leen rei­zen.
Bed rond 01.00 uur. Tem­pe­ra­tuur in de ka­mer: be­nauwd. Ze­ker 25°C, (mo­ge­lijk veel meer: 30°C of nog meer?)

MenuBe­ginIndex en het einde.


*(1).
Genoemde voet­gan­gers­hang­brug: (GM.: foto.)
Op 24 april 2017 ont­moet­te ik in de trein een Sy­rische vluch­te­ling die pas an­der­half jaar in Ne­der­land was en die ver­ba­zend goed Ne­der­lands sprak. Hij kwam uit Deir el-Zor en ver­tel­de mij dat die ou­de, mo­nu­men­ta­le hang­brug, to­taal ver­nie­tigd was tij­dens de bur­ger­oor­log. On­langs zag ik fo­to’s van die brug waar­uit bleek dat hij de waar­heid had ge­spro­ken.

Te­rug.

*(2).
Raki (Wi,) is een sterk al­co­ho­lische drank, van Tur­kse oor­sprong.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Deir al-Zor:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eu­fraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ

Pal­my­ra:
GM., Wi.
:ﺗﺪﻣﺮ
Da­mas­cus:
GM., Wi.
:ﺩﻣﺸﻖ

Koe­fiy­ya:
:ﻛﻮﻓﻴﺔ
Djal­la­biyya:
:ﺟﻼﺑﻴﺔ
Ba’ath-­par­tij:
:ﺣﺰﺏ ﺍﻟﺒﻌﺚ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

30 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7488) Ik ben in Alep­po in Sy­rië. Van­daag reis ik per trein naar het oos­ten van het land, naar Deir al-Zor, een stad die aan de ri­vier de Eu­fraat ligt. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Donderdag, 30 juli 1992.
Aleppo – Deir al-Zor.
Op 7.30 uur.
Ik heb een cri­sis. Ik wil naar huis. Al die el­len­de met die ho­tels, slecht eten, vie­ze rot­zooi, la­waai, een­zaam­heid, geen seks.
Alle gespreken gaan steeds over het­zelf­de: vrou­wen, kin­de­ren, ge­loof, geld.
Moet ik nu ver­der rei­zen naar Deir ar-Zor of Gazi­an­tep [in Tur­kije] – Istan­bul – We­nen (vlieg­tuig?) en dan naar Pa en Ma?
Ik ben ervan over­tuigd dat ik Ara­bisch wel zal le­ren als ik er maar lang ge­noeg blijf. Ik zou wel wat wil­len hui­len.
Ik zoek rust in het park.
Na ronddolen in de stad, want ik was te vroeg voor het ont­bijt (fa­toer), neem ik om 8.45 het ont­bijt.
Ik besluit om naar Deir ez-Zor te gaan.
Met J. [toeristen­gids] ga ik thee drin­ken en ver­tel hem mijn plan. Hij heeft wei­nig tijd voor mijn ge­praat. Als een spie­den­de vo­gel kijkt hij steeds naar Da­’irat al-Si­ya­ha [Toe­ris­ten­bu­reau], zijn in­ko­men. Daar­na ga ik naar ho­tel Sy­ria om af­scheid te ne­men van de jon­ge re­cep­tio­nist, die ik gis­te­ren­avond op straat ont­moet­te. Ik ga mijn ho­tel be­ta­len.

Ik betaal met een bil­jet van twin­tig dol­lar en krijg twee dol­lar terug. ($. 18 was met ont­bijt.)
In hotel Syria ga ik in de hal zit­ten, drink on­ge­wild op de kos­ten van de Rus­sen, die ik be­kijk. De re­ceptionist heeft geen tijd voor me. Ik neem rond 13.00 uur af­scheid en be­loof over veer­tien da­gen te­rug te ko­men.
Ik ga naar het station, koop een eer­ste klas bil­jet Moem­taaz [Uit­ste­kend] (hier­op is geen stu­den­ten­kor­ting mo­ge­lijk) van Alep­po naar Deir al-Zor. Dit kost £. 85. (f. 3,43.) Circa 325 km! Eer­ste klas plus air­con­di­tio­ning.
De trein zal 15.28! ver­trek­ken!
Weer: warm en veel wind, zoals ook in Tur­kije. (Pro­vin­cie Ha­tay.)
In de stationshal sta ik direct in het mid­del­punt. Veel men­sen wil­len veel we­ten. Onder an­de­re: Vrouw? Kin­de­ren? Geld en ge­loof en of mijn va­der het wel goed vond dat ik zo­ver, zo al­leen reis­de.*(1)
Zij hebben al­le­maal een Bi­ta­qa shakh­siyya [Per­soons­be­wijs / le­gi­ti­ma­tie­be­wijs] [Wij] In Ne­der­land niet. On­be­grij­pe­lijk is het voor hen dat je bin­nen een uur een pas­poort kan krij­gen en dat je on­ge­con­tro­leerd (in Eu­ro­pa) kan rei­zen. (Zon­der de po­li­tie in te lich­ten, zo­als ik hier op het sta­tion wel moet doen.)
Door de leuke con­tac­ten spijt het me dat ik Moem­taaz ge­ko­zen heb. De an­de­ren reiz­en al­le­maal Dar­dja tha­niyya [twee­de klas], want veel goed­ko­per. (Moem­taaz heet of­fi­ci­eel Dar­djat oela [eer­ste klas].)
Een jongen uit Hama geeft mij di­rect zijn adres. Hij stu­deer­de in Qa­tar en was daar in 1989 de bes­te, snel­ste zwem­mer. En der­de in Hama.
Hama, al-Shari’a moe­qa­bil mas­djid al-Imaan, dja­nib say­da­liyya al-Lail. [Hama, [wijk] al-Sha­ri’a, te­gen­over de mos­kee al-Imaan, naast de apo­theek ‘De Nacht’ (niet: de nacht­apo­theek.)]
Twee keer pas­poort­con­tro­le voor­dat ik in de trein mag.
De eerste klas blijkt vrij­wel vol te zit­ten, met de ‘be­te­re’ klas­se van de be­vol­king. Mid­den­ka­der, of iets der­ge­lijks. Hau­tain. Pas ver na al-Raqqa krijg ik enig con­tact met de men­sen.*(2) Niet veel. De mees­te pas­sa­giers in mijn om­ge­ving moe­ten naar al-Hassaka en an­de­ren (die twee­de klas rei­zen) gaan naar al-Qa­mishli.
De grote roer­gan­ger [dic­ta­tor] kan niet ver­hin­de­ren dat de trein niet oo 15.28 uur ver­trekt, maar pas ruim een half uur la­ter. On­der­weg staat hij [de trein] ook nog twee keer een half uur.
In de buurt van mij zit­ten twee knap­pe meis­jes en een knap­pe / sexy jon­gen. Al­len Sy­rische jet­set.
Er is een fa­mi­lie waar­van de opa elke vijf mi­nu­ten slijm op­hoest. (Luid­ruch­tig.)
Een van de knap­pe sol­da­ten be­taalt de mi­ni­bus voor mij. Met mijn heup sta ik in zijn kruis.
Hij helpt me een ho­tel te zoe­ken: 24 US-$. Dat is met te duur. Ho­tel al-Arabi al-Kabier [Groot Ara­bië] kost £. 100 met stro­mend wa­ter en een ven­ti­la­tor. Ik vraag aan de sol­daat (die fi­lo­so­fie stu­deer­de in Tsje­cho-Slo­wa­kije) wan­neer ik hem weer zie. Hij is bang. Sol­da­ten mo­gen geen con­tact met bui­ten­lan­ders heb­ben.
Douche.
Ik kijk Tv. Deel mee in een me­loen en spreek met het jon­get­je van de re­cep­tie. Hij heet U.
Bed 01.30 uur.
Het landschap on­der­weg: kurk­droog, le­men hut­ten, geen elek­tri­ci­teit, kleur­rijk ge­kle­de kin­de­ren die naar de trein zwaai­en. Ar­moe­de alom.
Al-Foe­raat [de Eu­fraat] is een mach­tige en mooie ri­vier, de trein ging er voor al-Raqqa over heen. Groen was het daar.
Daarna werd het snel don­ker.
Rond tien uur in Deir al-Zor.
Over: 2.210. Uit­ge­ge­ven: 445 = f. 18,00.


*(1).
Ik meen mij te her­in­ne­ren dat ik op het sta­tion in Alep­po ge­vraagd werd hoe­veel koei­en mijn va­der had, want ze ken­den Ne­der­land van­we­ge de melk. Toen ik zei dat mijn va­der geen koei­en had, maar dat er boer­de­rij­en zijn met meer dan hon­derd koei­en werd daar met on­ge­loof op ge­rea­geerd.

Te­rug.

*(2).
In mijn reis­dag­boek staat dat ik via een kind con­tact kreeg met de men­sen. Het kind kreeg in op­dracht vra­gen in het En­gels. Ik had ook con­tact met en­ke­le man­nen en met sol­da­ten. – Ik weet nog dat ik in het don­ker in Deir al-Zor ar­ri­veer­de. Het sta­tion ligt ver bui­ten de stad.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ
Deir al-Zor:
GM., Wi.
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eufraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ

Niet be­zocht, maar wel in de tekst ge­noemd.

al-Raqqa:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺮﻗﺔ
al-Hasaka:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺤﺴﻜﺔ
al-Qamishli:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻘﺎﻣﺸﻠﻲ
Hama:
GM., Wi.
:ﺣﻤﺎﺓ
Qatar:
GM., Wi.
:ﻗﻄﺮ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.