Jemen, 16 mei 1996

Huis in Say'un.
Het huis van de overburen, gezien vanaf de binnenplaats van het huis van Abd ar-Rahmaan in Say’un.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 16 mei 1996 (donderdag).

Sana’a – Say’un – Tarim (Sana’a, Say’un, Tarim, Roebaat, alim, Ara­bische na­men, Koelliyat al-shariyya).
Ik besloot om niet te gaan slapen, maar rond 01.00 ben ik zo moe dat ik toch naar bed ga.
Om 03.00 moet ik Abd al-Rahmaan A. bellen. Mijn wekker loopt om 02.40 af. Ik besluit om nog even te blijven liggen. Om 03.40 schiet ik wakker, ren naar beneden en bel naar de broer van Abd al-Rahmaan.
“Die is al weg,” krijg ik te horen.
Ik neem snel een douche en ga naar beneden.
Abd al-Rahmaan is er niet. Binnen de muren van het hotel wacht ik tot 04.10 uur, voordat hij komt. Hij is onderweg door de politie gestopt en die wilde problemen maken, want Abd al-Rahmaan kon geen factuur overleggen voor al die goederen waarmee de taxi volgeladen was. (Ik had de nota’s.) Smeer­geld bespoe­digde de zaak enorm.
Luchthaven. De taxirit kost 1.000 rial. Per ongeluk geef ik de vriend van Abd al-Rahmaan 2.000 rial. Zowel hij (de taxichauffeur) als ik merken de vergis­sing onmiddellijk. Ik maak er 1.100 rial van (f. 14,30).
Op de luchthaven is het nog even spannend voor Abd al-Rahmaan. We koch­ten de tickets eergisteren op de luchthaven, direct na aankomst. Voor mij was er plaats. Voor Abd al-Rahmaan niet. Hij was de eerste op de wachtlijst.
We moeten nog een uur wachten voordat blijkt dat we samen (met onze ba­gage, want daarover waren ook problemen) kunnen reizen.
We moeten 1.400 rial voor over­gewicht betalen.
Op de luchthaven moeten we zelf zorgen dat onze spullen ingeladen wor­den. (De bagagedragers willen ook wat verdienen.)
In het vliegtuig zitten we weer achterstevoren, net zoals eergis­teren.
Abd al-Rahmaan is ziek.
Ik kijk een gesluierde dame zo lang aan dat ze naar mij wijst, als ze haar buurvrouw op mij attent maakt. Ik verminder mijn aandacht.
Na anderhalf uur in Say’un. Hamid (taxi) haalt ons op en brengt ons naar het huis van Abd al-Rahmaan. Daar word ik weer tijdelijk gelogeerd in de grote kamer.
Ik lees weer, net zoals eergisteren, in een Arabisch boek en evenals eergis­teren val ik in de benauwde kamer, (alle deuren staan open!) in slaap.
Het duurt wel een uur voordat ik de beloofde thee krijg.
Abd al-Rahmaan begint over zijn detachering te zeuren. (Ik ben moe en wil naar Tarim, naar het hotel. Hij is ziek, daarom dring ik niet aan.)
Enkele dagen geleden al zei hij dat medewerkers van buitenlandse projecten naast hun  loon ook een salaris uit het project krijgen. Ik besprak deze zaak met MN (Nederlandse Ambassade), maar die zei dat dit niet de gewoonte was, maar ik mocht wel wat geven.
Abd al-Rahmaan vertelde mij eens dat een salarisverhoging één- of twee­honderd rial per maand bedraagt. Hij zei nu dat mensen werken naar wat ze betaald krijgen. Hij steekt veel extra tijd in dit project. Hij wilde niet drei­gen, maar vond wel dat die extra tijd betaald moet worden.
Ik vraag hem hoeveel hij wil hebben en vertel hem het antwoord van MN erbij.
Hij zegt dat ik moet beslissen.
Ik bied hem 1.000 rial per week. Dat is te weinig, vindt hij en begint weer over de extra tijd die hij erin steekt. Het verhaal begint me te vervelen.
Ik vraag hem of 12.000 rial per maand (zijn loon) extra voldoende is. Hij rea­geert niet echt enthousiast.(1)
Na de middag, in het hotel in Tarim, maak ik een berekening van mijn financiële speelruimte.
Ik heb nog 4.270 dollar over. Daarvan heb ik er zelf 1.500 nodig.
Ik schat de koers: 1 dollar voor 120 rial. (Koersrisico!)
Hotel Tarim (vier weken) 48.000 rial: 400$. Geschenk aan het personeel [hotel]: 30.000 rial: 250$. Vlucht Say’un – Sana’a: 125$. Hotel Sana’a 12.000 rial: 100$. Eten in Sana’a 12.000 rial: 100$. Vijf keyboards: 125$. Boeken ko­pen in Sana’a, circa 20.000 rial: 165$. Overgewicht tijdens de vlucht naar Nederland: 235$.
Totaal 1.500$.
4.270 – 1.500 = 2.770$ over voor het project.
Ik heb al enkele weken geleden Abd al-Rahmaan 8.000 rial per week als reis­kosten toegezegd. Voor de komende vier weken is dat 32.000 rial: 265$.
Ik heb toegezegd om na mijn vertrek enkele maanden loon voor de twee nieuwe medewerkers door te betalen. Ik besluit om dit tot twee maanden beperken. Dit is 48.000 rial: 400$.
2.770 – 665 = 2.105$ over voor lopende kosten en een vergoeding voor Abd al-Rahmaan.
Nog betaald moeten worden: de timmerman en Ahmad, de elek­tricien.
Die laatste kwam bij Abd al-Rahmaan thuis, toen ik wilde slapen, zeuren over het geld dat hij had verloren door verleden week 800$ te accepteren in plaats van 100.000 rial.
Ik wees hem erop dat dit business is. Evenzo goed had hij er flink aan kunnen verdienen.
Nu wilde hij, geloof ik, nog eens 100.000 rial, om allerlei spullen nieuw te kopen, maar ik wil hebben dat hij alles gebruikt wat we meebrachten, in de container uit Nederland.
Hij wil nieuwe bedrading kopen: “… want de kabel past niet in de buis.”
(Nou, dan bevestigt hij de kabel maar op de muur of stript de mantel eraf, dan past die wel in de buis. Gereedschap daarvoor is er ook.)
Uiteindelijk krijg ik toestemming om naar Tarim te gaan. Abd al-Rahmaan blijft ziek thuis.
Ik laad het materiaal uit in de bibliotheek en krijg niet te horen wat ik in het hotel wel te horen krijg: dat er in de bibliotheek een brief voor mij is aan­gekomen. Ze hadden naar het hotel gebeld om me te waarschuwen, hoewel ze wisten dat ik naar Sana’a was.
Ik ga zwemmen.
De financiën berekenen, zoals boven weer­gegeven.
Ik gaf de cursus Engels aan Muhammad al-S. Hij is er oprecht blij mee, maar als hij later komt buurten, moet ik hem, met veel excuses, de toegang weigeren. Ik zit midden in de planning en de financiële berekeningen van het project en wil die voor donker af hebben.
Ik eet op mijn kamer brood met witte bonen in tomatensap, koud.
’s Avonds buiten zitten met Muhammad al-S. en Hussain al-A. en een vriend van Muhammad, die Salaah(2) heet en die hier in Tarim op de Koelliyat al-shar’iyya (Roebaat) studeert om ‘alim te worden. Hij komt evenals Muham­mad uit een dorp ergens bij al-Mukalla. Nadat anderen hem erop gewezen hebben dat de gebruikelijke discussie over godsdienst mij enorm stoort, blijkt hij een aardige, intelligente jonge­man te zijn.
Er is nog een andere knaap, zwart, sexy en analfabeet, ook uit dat dorp. Die zegt alleen maar lokaal dialect te kennen. Hoewel niet helemaal schoon, als illegale grensoversteker zat hij vier dagen in Saoedi-Arabië in de gevangenis, zou ik met hem wel het bed willen delen.
Iedereen zegt me dat ze me twee dagen gemist hebben en ter gelegenheid van mijn terugkomst hebben ze droge broodjes met ei en suiker gebakken. (In het vet waarin men normaal al die kippen bakt, kennelijk, want daar smaken deze broodjes naar.)
Bed: 00.30 uur.
Weer: fris in Sana’a. Smoorheet in Tarim.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen inte­ressante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 16 mei (Slachtfeest, Nieuwjaarsdag, Dag van de Eenheid).
’s Nachts komt Abd al-Rahmaan met een taxi naar mijn hotel in Sana’a. Hij is laat omdat hij onderweg door de politie is aangehouden. Hij kon geen factuur overleggen van al dat materiaal dat in de taxi lag. (De facturen had ik. Ik heb niet aan zulk een voorval gedacht.)
Na het betalen van 150 rial ‘bespoedigingskosten’ kon hij doorrijden.

[…]

In Say’un gaan we naar het huis van Abd al-Rahmaan. Hoewel erg ziek, begint hij weer over dat extra salaris (detachering). Hij stelt dat iedere werknemer werkt naar het salaris dat hij ontvangt en niets extra’s wil ondernemen als daar niet een extra beloning aan vast zit. Hij steekt nu veel energie in het project. (Ik kan dat niet helemaal volgen, want hij wordt toch gewoon betaald om met ons samen te werken en het project tot een succes te maken. Ik zeg dat echter niet.)(3)
Abd al-Rahmaan is niet van plan minder energie in het project te steken. Hij is niet zoals de anderen, maar zou graag zien dat die extra energie beloond werd.
Ik vertel hem dat het niet tot de Nederlandse gewoonte behoort om dat te betalen, zoals MN (Nederlandse Ambassade) vertelde, maar dat ik niettemin een bedrag mag betalen.

[…]

Van het geld dat na mijn berekening overblijft kan Abd al-Rahmaan zijn detachering krijgen, maar niet meer dan 12.000 rial per maand. (f. 160,00, per maand.)
Het is bijzonder ongunstig dat Nico die resterende 4.000 dollar mee naar Nederland heeft genomen. Door de vertragingen is het nu onmogelijk ge­worden dat ik het elektriciteitsnet in de al-Ahgaaf-bibliotheek zelf aanleg, zoals in de eerste opzet het plan was. De elektriciteitsvoorziening moet nu door een elektricien gemaakt worden. Door deze extra kosten en de aan­schaf  van de nieuwe computer ontstaat er een situatie waardoor ik mis­schien niet meer aan mijn betalingsverplichtingen kan voldoen.
De vertraging komt door de late komst van de container, maar ook de week vakantie voor het Slachtfeest, de reis naar Sana’a en volgende week: Nieuwjaarsdag, de Dag van de Eenheid en het bezoek van de Nederlandse Ambassadeur aan Say’un en Tarim, waarbij  men van mij verwacht dat ik daar­bij aanwezig ben.

Dit is het einde van het verslag van 16 mei.

(1) Wat de mensen in Jemen, misschien wel de hele Arabische wereld, niet vertellen, omdat ze waarschijnlijk aannemen dat wij westerlingen in een zelfde situatie leven als zij en wat wij westerlingen niet vragen, ik dus ook niet, omdat wij aannemen dat zij in een zelfde situatie leven als wij (zij het met een lager loon), is hoe de betaling van verricht werk moet worden geregeld. “Je weet wat mijn dienst waard is”, zegt men. Nou, dat weten wij niet. Er wordt in gesprekken nogal moeilijk, versluierd, over geld gedaan.

(2) De volledige voornaam van Salaah is Salaah al-dien en wordt uitgespro­ken als Salaah ad-Dien, in een westerse taal (ook) geschreven als Saladin. Deze naam kan het beste vertaald worden met ‘Rechtschapenheid van de godsdienst, waarbij ‘de godsdienst’ staat voor ‘de islam’.

(3) Had ik dat maar wel gezegd, dan was misschien een van de grote ge­heimen van Jemen voor mij één maand eerder opgelost, dan pas tijdens mijn allerlaatste uren in Jemen!

Dit is het einde van dag 61 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

Jemen, 15 mei 1996

Sana'a.
Een detailopname van het grote huis dat op de foto bij dag 1, 17 maart jl., te zien.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 15 mei 1996 (woensdag).

Sana’a (Sana’a, diskette, mudbrick, qat).
Ik lig in bed en vraag mij af wat ik al die tijd in Sana’a moet doen als ik de 7e ju­ni terugkom naar de hoofdstad. Na een korte overdenking besluit ik tot 12 juni in Tarim te blijven.
Een half uurtje tekenen.
Ontbijt.
Ik bel met Joe, de Amerikaan die een anderhalve week geleden met Ka­the­rine in Tarim was, en ik vraag hem naar de mogelijkheid van een cursus En­gels op cas­set­te. Hij zegt dat hij twee cursusboeken heeft en weet waar de bij­be­ho­ren­de cassettes te koop zijn. We spreken af tussen 9.30 en 10.00 uur bij het al-Kumayn-gebouw, in de Hadda-straat.
Ik neem het ontbijt en een Duits stel uit Ulm wil bij mij aan tafel zitten. Zij is ouder dan hij. Zij reizen individueel, want dan zien ze meer.
Zij blijkt vooral bezeten door de angst voor de Jemenieten en vertelt voort­durend (vooral na de middag, als ik hen nogmaals ontmoet) over moorden en overvallen, waarvan ze van zeker twee(!) andere toeristen gehoord heeft. Ze zegt het gevaar al op twintig kilometer afstand te kunnen waarnemen.
Goed, ze reizen dus individueel om meer te kunnen zien. Ze ziet (behalve ge­vaar) twee belangrijke dingen. De vreselijke armoede en het onvermogen van de mensen om hun vuilnis op te ruimen.
Zij is echter niet in staat die dingen te combineren. Welke armoedzaaier zal er over denken de rommel om hem heen (voor niets) op te ruimen, terwijl hij die tijd zou kunnen gebruiken om geld te verdienen.
Zij zegt dat in India alles opgeruimd wordt(?). (Maar daar leeft ook een groep van slaven, die dat kunnen of moeten. [Dalit.])
Welke moslim zal zich, nutteloos, onrein maken.
Ik wordt een beetje kwaad van dat gezeur. Al die ‘oude troep’ is toch de aan­lei­ding dat ze hier zijn, zeg ik. Onze maatschappij is schoon. Wie van ons gaat naar Parijs om rijke Fransen te gaan bekijken. (Wel de mooie ge­bou­wen.) We kijken in armoedig Jemen rond in de wetenschap dat we spoedig weer terug gaan naar ons mooie en schone landje, dat we één keer per jaar verlaten omdat het geregelde leven ons een tijdje de keel uithangt en we eens wat anders willen zien dan rechte straten en op tijd rijdende treinen.
We willen het liefst primitief levende mensen zien, waarvan we vinden dat die zo primitief moeten blijven en geen moderne huizen en moderne spullen, die ons het leven veraangenamen, mogen kopen.
Bedoeïenen moe­ten kamelen be­rij­den en Jemenieten moeten in duur in onderhoud en on­com­for­ta­be­le leemhuizen(1) blijven wonen. Daar­om gaan we dus niet naar Parijs, maar reizen we individueel naar Jemen om vooral overal gevaar te zien. Gevaar van arme Jemenieten, die hun huisvuil niet opruimen.
Ik ga met een taxi naar het tele­foonkantoor, waar ik niet naar toe wilde (ik wil­de naar het centrale kantoor), maar dit is veel beter. In het Centrale kantoor moest je eind maart met een telefoonkaart bellen. Hier deponeer je een bedrag en kun je bellen. Na afloop krijg je een geprinte rekening.
Ik belde met Jan Just Witkam, met Pa en Ma. Daar is alles in orde.
De lijn is uitstekend, duidelijk en helder.
[…]
Rond 9.40 uur ontmoet ik Joe bij het al-Kumayn-gebouw en we gaan in een cassettewinkel de bij zijn boeken horende cassettes kopen. Vier stuks, voor 450 rial. Ze worden ter plekke van de bron gekopieerd.
Ik drink met hem een coke. Hij vliegt vanavond terug naar de Verenigde Staten, waar hij in zijn woonplaats (welke?) in Californië archeoloog wordt. Dat is zijn beroep.
Toen hij en Katherine terugkwamen in Sana’a bleek dat het leer­lin­gen­aantal van hun privé-school voor Engels zo dramatisch was terug­gelopen dat er nog slechts werk was voor Katherine en haar baas.
Ook zijn geplande opgraving in al-Mukalla gaat waarschijnlijk niet door.
Hij werkt in de VS acht maanden per jaar.
Circa 10.40 uur ben ik in het gebouw de Algemene Organisatie voor An­ti­qui­tei­ten en Musea, de werkgever van Abd al-Rahmaan A. (Er werken daar veel vrouwen, van wie veel zonder sluier, niet allemaal even mooi. Ik zag in nieuw-Sana’a veel vrouwen in gekleurde kleding, gebloemde sluiers en een aantal met ontbloot gezicht. De moderne tijd dringt langzaam door.)
[…]
Ik ben een beetje gepikeerd dat men mij zo lang op Abd al-Rahmaan laat wachten. Ik voel mezelf belangrijk. Ik ben immers een geldschieter. Ik klaag maar niet.
Na circa twintig minuten komt Abd al-Rahmaan en van zijn ziekte is niets meer te merken.
Ik word door de vicedirecteur van de Organisatie ontvangen en moet een lange lofrede aanhoren, zowel over Abd al-Rahmaan en over mijzelf. Hierna gaat Abd al-Rahmaan op­ge­wekt op bezoek bij allerlei collega’s, maar als hij na een uur eindelijk buitenkomt is hij doodziek en in de boekhandel moet ik het alleen uitzoeken. Hij zit op de grond met zijn hoofd tussen zijn handen. (Is hier sprake van toneelspel, of is hij echt ziek? Waarom was daar niets van te merken tijdens zijn bezoek aan talloze collega’s in de Organisa­tie?)
We kopen voor 28.650 rial (circa 365 gulden) Arabische naslagwerken voor de bibliotheek.
Ik ga terug naar het hotel en moet daar de rest van het Duitse geklaag (zie hierboven) aanhoren.
De individueel reizende Duitsers, die zo reizen om meer in contact te ko­men met de lokale bevolking, hebben vooral behoefte aan contact met wes­ter­lin­gen. Behalve met mij hebben ze ook contact gezocht met een Frans stel. De man, Gilles, is schilder en bezocht Jemen verschil­lende malen. Hij en zijn mooie, frêle vrouw zijn fervente qat-kauwers.
Toen de Duitse vroeg wat hij zoal schilderde, zei ik: “Zijn vrouw!” en tegen haar: “You are very beautiful.” Wat waar is, want zij is erg mooi.
Hij zou het eerste portret van de huidige president in zeventiger (of zes­ti­ger?) jaren geschilderd hebben. Zijn vrouw is nog niet zo oud.
Ik ga naar de computershop. De afspraak met Abd al-Rahmaan is om 16.00 uur, maar hij komt pas rond 16.20 uur.
We gaan nu eerst naar de een kantoorboekhandel waar we veel tijd verliezen omdat het personeel (twee sexy jongens) niet weet of ze nu wel of niet vijf­duizend systeemkaarten in voorraad hebben. Uiteindelijk hebben ze die wel. Dan moet er nog onderhandeld worden of de prijs: 1 of 2 rial per honderd kaarten. Dus 50 of 100 rial verschil op de totaalprijs, oftewel f. 0,65 of f. 1,30 verschil!
Met een paar pennen erbij kost alles 11.900 rial. (14 pennen à 100 rial.)
Ik bel met MN, van de Nederlandse ambassade, omdat ik niet op tijd kan zijn voor onze afspraak van 17.00 uur.
Naar de computerwinkel, waar de bediening langzaam te werk gaat en de financieel-directeur onvriendelijk is.
Diverse software is geïnstalleerd, maar er zijn geen diskettes bij. Wel de di­skettes van de tekstverwerker al-Ustadh.
Uiteindelijk ben ik circa 17.45 bij MN.
Ik liet haar wachten, zij laat mij nu wachten.
Ik bespreek de financiële kanten van de het werk. In haar huis is het gezellig druk: er is een bijeenkomst van allemaal ambassadepersoneel.
Het is de bedoeling dat we bij de broer van Abd al-Rahmaan, Solei­man, In­do­nesisch gaan eten.
Ik begrijp van MN dat het mogelijk is, dat als ik volgend jaar terugkom, ik een salaris van Buitenlandse Zaken kan krijgen om in Tarim te werken.
Ik heet de belangrijkste gast van de avond te zijn, maar als ik uit het toilet kom, zit iedereen al in de auto, om naar Soleiman te gaan, zonder aan mij gedacht te hebben.
Achteraf gezien had ik beter vijf minuten later uit het toilet kunnen komen.
De avond was niet echt gezellig. Hoewel we met veertien mensen waren vie­len er geregeld lange stil­tes. De uitnodiging zal een rib uit het lijf van So­leiman zijn geweest. Ik stelde aan MN voor om een bijdrage te geven, want Soleiman nodigde enkele mensen uit, geen tien of meer. De hele avond (van 20.00 tot 22.00 uur, vóór het diner) kregen we slechts één glaasje tamarinde aangeboden, verder niets.
Het diner, lekker, stond op de vloer. Er waren geen tafels. Veel was voor mij onbereikbaar en nog moeilijker te eten. Er was voldoende bestek. (Abd al-Rah­maan had me verteld dat de hele familie maar 5 lepels bezat. Die had zich nu dus in de onkosten gestort!)
Na de maaltijd krijgen we twee kopjes thee.
Tegen 00.00 ben ik in het hotel.
Het heeft vandaag niet geregend.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen in­te­res­sante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 15 mei.
Ik haal informatie bij The British Council over hun cursussen. Die kosten 250 USD, ongeacht het niveau. Drie dagen per week, twee uur per dag, zes weken lang.

[…]

Abd al-Rahmaan vertelt dat Sjeik AB tot adviseur benoemd zal worden. Iemand maakte de minister wijs dat de man in Tarim alle notabelen en alle bedoeïenenstammen achter zich heeft staan en dat een overplaatsing veel op­roer zou veroorzaken.
Volgens Abd al-Rahmaan is dat van die bedoeïenen niet waar. Boven­dien zou de Sjeik de belangen van de bibliotheek niet willen schaden.

[…]

Bij MN (van de Nederlandse Ambassade) thuis, informeer ik naar de vol­gende mogelijkheden.
1.) Ben ik gerechtigd het loon van twee nieuwe medewerkers enige tijd na mijn vertrek door te betalen?
2.) Het extra salaris dat Abd al-Rahmaan wenst te ontvangen, is dat ge­bruikelijk en mag ik dat betalen?

Ad 1.) MN heeft geen bezwaar.
Ad 2.) MN deelt mee dat dit niet gebruikelijk is en dat ik daarmee zeer terughoudend moet zijn. Geld geven schept op korte termijn financiële mogelijkheden, die na het einde van het project niet voorgezet kunnen worden. Niettemin vindt ze het goed dat ik een klein bedrag aan Abd al-Rahmaan uitkeer. (Helaas vergeet ik te informeren naar wat ‘klein’ is.)

[…]

MN meent dat ik volgend jaar, bij een eventuele terugkeer naar Tarim als ambtenaar van Buitenlandse Zaken betaald kan worden. (Dat is wel wat gunstiger dan het lage loontje dat ik nu krijg.)

[…]

De cassettebandjes die ik koop en het stu­die­boek Engels dat ik van Joe, de Amerikaanse archeoloog krijg, zijn voor mijn ‘samier‘(2) Mu­ham­mad al-S. in Tarim. Al eerder sprak ik voor hem een heel Engels stu­die­boek in, op een aantal cas­set­tes.

Dit is het einde van het verslag van 15 mei.

(1) Dat Jemenieten hun lemen huizen vervingen door betonnen woningen was vooral de klacht van Nico. Die wilde dat de Hadaarim hun traditionele levensstijl be­hiel­den. Ik meen te mogen stellen dat dit ook de wens van veel toeristen zal zijn geweest. Ze zouden nooit naar Jemen reizen als de lokale bevolking in betonnen woningen zou wonen.
Abd al-Rahmaan vertelde mij dat sommige mensen voor de on­der­houd van hun huis zoveel geld moesten uitgeven, dat er niets meer overbleef om voed­sel van te kopen. Mede daardoor hadden sommige mensen niets te eten.
Leemhuizen (mudbrick) zijn ex­treem onderhoudsgevoelig: na ie­de­re forse regenbui moeten er al herstelwerkzaamheden uitgevoerd worden. Gelukkig regent het niet zo vaak in de Hadramaut.

(2) ‘Samier‘ is iemand met wie je ’s avonds, als de zon onder is en de temperatuur tot een aangename waarde gedaald is, gezellig kletst en drinkt.

Dit is het einde van dag 60 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

Jemen, 14 mei 1996

Sana'a, Jemen.
Een huis in de oude stad van Sana’a, de hoofd­stad van Jemen.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 14 mei 1996 (dinsdag).

Say’un, Sana’a (Say’un, Sana’a, Dash 7, diskette).
Ik droom dat de vrouw van Abd al-Rahmaan A. met slechts een bad­hand­doek omgeslagen langsloopt op weg naar de badkamer. Even later komt ze eruit. Ik zie de welving van haar borsten door de handdoek heen.
Op 5.45 uur. Ik sliep uitstekend, on­danks dat ik gisterenavond sterke kof­fie dronk.
Hamid B., de taxichauffeur in Say’un, komt pas om 7.00 uur in plaats van 6.30 uur. Hij had ver­tra­ging opgelopen bij zijn vorige klant.
Op de luchthaven geniet ik van de mysterieus mooie ogen van enkele ge­sluier­de vrouwen en van een enkel strak en sexy jongenslichaam.
In het vliegtuig is een sexy ste­wardess gewoon westers gekleed. Is zij een Je­me­nitische, zoals Abd al-Rahmaan zegt, of een Syrische, zoals ik later in Tar­im hoor? Alle ste­wardessen zouden Syrisch zijn.
Ik zit in de omgekeerde richting in het vliegtuig een Havilland Dash 7, met de rug naar de piloot! Helemaal voorin, dus kan ik al die zwarte doe­ken en prachtige mannenkoppen goed zien.
In het vliegtuig vroeg Abd al-Rah­maan naar mijn werk- en slaap­tij­den. Toen ik zei dat ik hier vaak al om 6.00 uur opsta, vroeg hij of ik dan al aan het werk ging. Heel dom zei ik toen dat ik dan ga tekenen. (Om niet als een work alcoholic over te komen.)
“Om nog meer bevriend te raken,” zei hij, wilde hij mijn tekeningen zien. Ik werd rood, bloosde. Al die por­no­gra­fie, die ik teken!
“Niet mogelijk,” zei ik, maar hij bleef aandringen.
Toen ik zei dat het al­le­maal li­cha­men en lichaamsdelen wa­ren, was zijn belangstelling ge­luk­kig voor­bij.
Rond 10.30 uur zijn we in Sana’a.
De taxichauffeur doet veel moeite om de Mogadishustraat te vinden, maar wei­nig mensen hebben daar­van gehoord. De enkeling die het wel zegt te we­ten, legt om­stan­dig uit hoe de chauffeur moet rijden en zegt ter afsluiting: “Daar is de Nouak­chott­straat.”(!)
Volgens Abd al-Rahmaan is onze ta­xi­chauffeur een rijk man. De grond van de luchthaven was van hem en hij werd voor een groot bedrag ont­eigend. Het is hem niet aan te zien en zijn auto valt bijna uit elkaar.(1)
We zoeken een computerwinkel en de taxichauffeur zet ons uiteindelijk af voor een zaak in de Mo­ga­di­shu­straat. Ik weet dat dit niet de zaak is waar Nico en ik onze keyboards koch­ten, enige tijd geleden, maar we zouden hier ook kunnen kijken.
Het is meteen raak: een mooie vrouw die goed Engels spreekt. Zij heet Roe­may­la Shaahir en is Man­doeb taswieq: Marketing officer. Zij verkoopt twee merken computers. Packard Bell (thuis heb ik ook dit merk) en AST. De Packard Bell com­pu­ters zijn multi­media­com­pu­ters. Voor ons doel is de AST vol­doen­de. (Tekstverwerking.)
We besluiten de AST Advantage Pen­tium 75 MHz te kopen. Die kost 1.995 US dollar. Die is morgen gereed, met Arabische software.
We gaan naar de Nederlandse Am­bas­sade, maar MN heeft com­pu­ter­cur­sus.
British Council: ik informeer naar een cursus Engels op cassettes. (Die wil ik kopen voor Muhammad al-S., als cadeau.) Zoiets hebben ze niet.
Abd al-Rahmaan wil op bezoek gaan bij familie, in plaats van nood­za­ke­lijke spullen te gaan kopen. Ik ga naar het al-Gasmi-hotel. Ik logeerde daar tij­dens de eerste week van mijn verblijf in Jemen, in de tweede helft van maart.
Circa één uur slapen.
Abd al-Rahmaan heeft van 18.00 tot 19.00 uur cursus in tekstverwerken met het programma al-Ustadh. Een leuke jongen geeft uitleg.
Rond 19.00 uur, volgens telefonische afspraak, bij MN thuis.
We bespreken het programma van de reis van de Nederlandse am­bas­sa­deur die op 21 en 22 mei naar de Ha­dramaut komt, met zijn auto, drie da­gen rij­den, in plaats van an­der­half uur vliegen.
MN is moe en wil niet over financiën spreken, maar niet zo moe om de nu erg zieke (rillend en koorts) Abd al-Rahmaan een oordeel te laten vellen over oude kistjes die ze wil ko­pen: echt of niet echt.
MN heeft een zwarte bediende, Abd al-Kariem, met wie ik zo zou willen knuf­felen. Hij is een stevige ne­gro­ïde jon­ge­man.
Van 21.00 tot 21.30 uur eten in het Taj Sheba Hotel.
Met de taxi terug. Als ik de chauffeur 200 rial (f. 2,60 / € 1,20) geef, mom­pelt die: “Wa-llaahi!” (Mijn god: wer­ke­lijk?)
Na de middag en ’s avonds veel re­gen en fris.
Ik hoorde van Abd al-Rahmaan dat een ambtenaar in het Noorden voor de Golfoorlog 1.500 dollar verdiende, maar nu nog maar 200 dollar.
Een ambtenaar in het Zuiden ver­dient 7.000 rial. (Zoals de meesten in de bibliotheek.)
Abd al-Rahmaan verdient 12.000 rial per maand. (1.000 rial: f. 13,00.)

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen in­te­res­san­te informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 14 mei.
Op de luchthaven van Say’un zegt Abd al-Rahmaan dat tus­sen­per­so­nen, zoals hij, bij andere (bui­ten­land­se) projecten betaald worden uit het project door de (geld-) ver­strek­ken­de instantie. Dit naast het re­gu­lie­re salaris dat ze ontvangen van hun lokale werkgever.
Ik heb daar nog nooit van gehoord. Dit is immers mijn eerste project. Ik be­loof een en ander met MN in Sana’a te bespreken.

[…]

De AST Advantage met Pentium pro­ces­sor en een snelheid van 75 MHz, met 8 MB werkgeheugen en 850 MB harde schijf is een ge­schik­te com­pu­ter voor een redelijke prijs: 1.995 USD (Naar de betaalde koers in maart 1996 van f. 1,68 is dat f. 3.350) Geïnstalleerd is Windows 95 en Win­dows 3.1 met A­ra­bische soft­ware. We kunnen gratis Mi­cro­soft Office met Arabische software, zoals Word 6, krijgen. Als goede tekst­ver­wer­ker kan ook al-Ustadh(2) van Sachr dienen. Dat programma kost 265 USD.
Ik besluit zowel de computer als het al-Ustadh programma te kopen. Ik wil niet lang zeuren over de prijs of op zoek gaan naar een goedkopere firma, om daar te constateren dat het prijsverschil slechts in de tientjes loopt. We hebben bovendien een vol programma in Sana’a af te wer­ken, waarbij tijdverlies niet gewenst is.
Vanavond, om 18.00 uur kan Abd al-Rahmaan een korte introductie in al-Ustadh krijgen.

[…]

Rond 17.30 uur komt Abd al-Rah­maan. Hij blijkt ernstig ziek. Het frisse kli­maat in Sana’a lijkt voor hem fataal. Het wordt er niet beter op als het ’s avonds ook nog hard gaat regenen.
We gaan samen naar The Yemen Computer Centre in de Mo­ga­di­shu­straat. Er is een probleempje. (Waarom ook niet?) De al-Ustadh-software is niet beschikbaar. Pas volgende week, maar Roemayla Shaahir kan de software die op een demonstratie PC staat, de-in­stal­le­ren en ons de diskettes mee­geven. Dat is de beveiliging van Sachr. Eenmaal geïnstalleerd kan de soft­ware niet nog eens op een andere computer geïnstalleerd worden. Pas als die gede-ïnstalleerd is, kan die weer ergens anders geïnstalleerd wor­den.
Oecht Roemayla (zus Roemayla) zal kijken wat ze kan doen. (Alle man­nen worden aangesproken met Ach: broer!)
Abd al-Rahmaan, werkpaard, maakt van de demonstratiegelegenheid ge­bruik om op de Arabische tekst­ver­wer­ker de aankondiging voor het bezoek van de Nederlandse am­bas­sa­deur in Say’un om de Van der Meu­len-ten­toon­stel­ling te openen, gedeeltelijk zelf en gedeeltelijk door anderen te laten typen en uit­prin­ten.

[…]

MN, van de Nederlandse ambassade, zegt dat een cursus Engels voor Abd al-Rahmaan niet op bezwaar stuit. Ze is uitgeput en wil niet meer over geld­za­ken, die ons werk betreffen, spreken.

Dit is het einde van het verslag van 14 mei.

(Sadaqa.)
(1) Het verhaal over die straatarme ‘miljonair’ kende ik al van mijn va­kan­ties in Turkije. Daar werd mij verteld dat veel bedelaars in wer­ke­lijk­heid heel rijk zijn, maar te gie­rig om geld uit te geven. Dat is na­tuur­lijk mogelijk, maar het lijkt mij eer­der een fabel, een excuus om niet de, in de islam min of meer ver­plich­te, aalmoes (sadaqa) te hoe­ven geven.

(2) Ustadh betekent: leraar, on­der­wij­zer, pro­fes­sor.

Dit is het einde van dag 59 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

Jemen, 27 maart 1996

Wadi Hadramaut
Een eerste indruk van de Wadi Hadramaut. Geologisch gezien: dit is een onderdeel van een den­dri­tisch drainagepatroon. Ook vanuit de lucht ziet het er interessant uit.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 maart 1996 (woensdag).

Sana’a – Tarim (Sana’a, Tarim, Wadi Hadramaut, drainagepatroon). (Satellietweergave en uitzoomen!)
Op 03.00 uur.
Douche.
Om 04.00 met een taxi naar de luchthaven. (De taxi kwam bij het hotel.) Een en ander kost 15 $. Sjouwers (twee) kosten elk 100 rial. In de vertrekhal is het een puinhoop met Italianen en Arabieren.
Driehonderd rial ben ik kwijt om twee jongens mijn spullen op de lopende band van het doorlichtapparaat te laten plaatsen.
In de vertrekhal is het rustig. [sic]
We vertrekken niet om 06.00 maar rond 06.20 uur. Tot 07.00 vliegen we rich­ting Say’un en praten even met een leuke Canadese stewardess, die op deze vlucht werkt om de kwaliteit van de service te verbeteren. (Op meerdere vluch­ten.)
Een kwartier voor de landing horen we over een zware zandstorm in Say’un en het vliegtuig wijkt uit naar al-Mukalla, om daar anderhalf uur in de zon te blij­ven staan, met de motoren uit. (En dus de airco uit.) Dan vliegen we in twintig minuten naar Say’un.
Met een taxi voor 1.500 rial naar Tarim.
In het hotel Gasr al-goebba(1) is voor ons niets gereserveerd en we worden dus tijdelijk geplaatst. Morgenochtend moeten we naar een andere kamer ver­kas­sen.
We lopen de stad in en onderweg komen we de curator van de al-Ahgaaf-bi­blio­theek tegen, Sjeik AB. Hij informeert [onleesbaar] in het hotel waar iemand zijn hand kust.

Hij praat met de manager. Daarna gaan Nico en ik naar de bibliotheek. Onderweg drinken we wat.
In de bibliotheek constateren we dat er nieuwe vloerbedekking wordt gelegd. Later horen we dat dit een geschenk is van een Saoediër van Hadramitische oorsprong. (Tarim ligt in de Wadi Hadramaut.)
Al snel kom ik tot de conclusie dat al die geschenken te veel is. We presenteren nu de helft. Volgend jaar nog meer, dat is ‘overdone’. Ik bespreek mijn idee met Nico en we zijn het erover eens.
Al eerder, met MN (van de Nederlandse Ambassade), hadden we het erover ge­had dat het Museum van Handschriften in Sana’a wel wat referentiewerken zou kunnen gebruiken. MN stelde toen voor om vijftienduizend gulden zo­ge­naam­de ‘Kleine Projecten’ in Sana’a te besteden voor meubilair.
Wij denken nu dat een ‘ombuiging’ van het geld van Tarim naar Sana’a zeker te prefereren is, temeer daar, zoals ons donderdag (28 maart) bekend werd, de bi­blio­theek bijna geen bezoekers(2) meer ontvangt wegens de fun­da­men­ta­lis­tische praktijken van sjeik AB. (Hij houdt toespraken in de bibliotheek. Als hij er niet is zijn alle boekenkasten afgesloten: dus zonder sleutel.)
Na een tijdje bezoeken we een ‘cafeetje’. (Nico en ik.) We wandelen door de stad.
Meer nog dan in Sana’a heb ik hier het gevoel in de middeleeuwen te zijn be­land. Er zijn auto’s en veel motorfietsen. Er zijn gemotoriseerde waterpompen en er is elektrisch licht. Op een enkel dak staat een schotelantenne. In de stad brandt sporadisch een lamp. Na zonsondergang (circa 18.00 uur) is alles don­ker.
Vrijwel alle vrouwen zijn in het zwart. De boerinnen dragen over hun gesluierd hoofd strooien hoeden(3). Slechts een enkele laat haar gezicht zien. Kinderen en vrouwen stuiven weg als je hen nadert. (Sommige niet.) Mannen (veel zien er uit als Indonesiërs(4), sommige zijn donkerbruin) dragen tulbanden en sa­rongs. Veel mannen zijn exotisch mooi. In lange rijen zitten ze op de stoep, voor de moskee, op de gebedstijd te wachten, in het halfdonker.
Overal ligt afval en op de meeste straten ligt een dikke laag stuifzand.(5)
Negenennegentig procent van de huizen is van modder, ‘mudbrick'(6), gebouwd. Er is veel verval. Veel huizen hebben waterschade, sommige zijn gedeeltelijk ingestort. Veel paleizen(7) zijn onbewoond.
In het hotel komt een personeelslid van de bibliotheek informatie verstrekken en om geld bedelen. (Beide ongevraagd.)
Warm eten in het hotel. Nico vertelt (en ik luister) met Jemenieten.
Bed tegen 23.00 uur.
Moe.
Weer: heet, heet, heet.

(Arabische Singaporezen, Arabische Indonesiërs, mudbrickCommunistisch Zuid-Jemen)
(1) Het hotel heet in het Hadramitisch Arabisch Gasr al-goebba (Het koe­pel­pa­leis), maar in het Arabische schrift wordt die naam geschreven met de Qaaf: de ‘q’ dus, als Qasr al-qoebba. Dit geldt ook voor ons reisdoel in Tarim: al-Ahgaaf-bibliotheek, geschreven staat er al-Ahqaaf. Ik hou mij in mijn verslag aan de lokale uitspraak van de woorden.

(2) Door de fundamentalistische toespraken van de curator, sjeik AB, kwamen er maar weinig lokale bewoners, maar de bibliotheek was wel een trekpleister voor toeristen van alle nationaliteiten. Er kwamen in de tijd dat ik er was re­la­tief veel toeristen.

(3) De hoeden van de boerinnen zijn een soort hoge puntmutsen en een brede rand.

(4) De Hadarim (meervoud van Hadrami: een mannelijke bewoner van de Ha­dra­maut) zijn van oudsher handelslieden. Zij dreven handel met Singapore en Indonesië, velen van hen gingen daar ook wonen en trouwden met lokale schoon­heden. Een van die mannen vertelde mij dat hij als kind zijn oma niet kon verstaan, want die sprak gebrekkig Arabisch, omdat ze een Indonesische was.

(5) In een brief naar Nederland schreef ik toentertijd dat het lijkt alsof je in een sneeuwstorm terecht bent gekomen, wanneer je ’s avonds, in het donker, door Tarim loopt. In het lamplicht van de auto’s hangt het stuifzand als een bijna on­doorzichtige waas in de straten. Tarim ligt in het midden van de woestijn en stuifzand is er altijd. Als je een weeklang een tafelblad niet schoon zou maken ligt er al gauw een halve centimeter, of meer, stof op.

(6) Alle traditionele huizen zijn van mudbrick gebouwd. Een huis ziet er voor een toerist aan de buitenkant romantisch en groot uit, maar de buitenmuren zijn zo’n 80 centimeter dik en binnen staan massieve pilaren om de boven­ver­diepingen te dragen, waardoor er binnen maar een beperkte ruimte is. Verder bestaat het gevaar dat na een stevige regenbui (het regent niet veel in de Ha­dra­maut) een pand gedeeltelijk, of helemaal, kan instorten. Vandaar dat te­gen­woor­dig beton favoriet is. Dat scheelt handen vol geld voor het on­der­houd. (Bovendien: over honderd jaar is beton ook ‘traditioneel’.)

(7) Omdat veel Hadarim erg rijk waren geworden met hun handel op zuid-oost Azië en zij hun oude dag in hun geboortestreek wilden doorbrengen, stopten ze veel geld in de bouw van paleizen (ook van mudbrick gebouwd). De ‘hele’ Wadi Hadramaut staat vol met in suikertaartkleuren opschilderde machtig grote pa­lei­zen, met een architectuur die aan India doet denken. De paleizen staan leeg en vervallen dus, omdat alle rijke lieden na de communistische machts­over­na­me in 1970 zijn gevlucht of verdreven.

Dit is het einde van dag 11 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 26 maart 1996

25 jaar geleden

26 maart 1996 / 26 maart 2021

Werken in Jemen

Sana'a: oude stad.

Sana’a (oude stad)

De dia van 25 jaar ge­le­den is een beet­je ver­geeld, maar het stuc­werk op de hui­zen, rond de ra­men, is in wer­ke­lijk­heid sneeuw­wit. De he­le oude stad ziet er­uit als een sprook­je uit 1001 nacht. (Zoek op YouTube naar: Le Mura Di Sana’a – Pier Paolo Pa­so­li­ni (1971), een do­cu­men­tai­re over Sana’a, met een po­li­tie­ke bood­schap, want Pa­so­li­ni was een com­mu­nist, Ita­li­aans ge­spro­ken, na­tuur­lijk.)


Menu – 26/03-96: BeginEinde.


Dit verslag is ge­ba­seerd op mijn dag­boek en an­de­re no­ti­ties uit 1996 en is mijn in­ter­pre­ta­tie van de wer­ke­lijk­heid.


Dag 10 van 93 dagen in Jemen

Mijn collega Nico en ik ma­ken ons van­daag reis­vaar­dig, want mor­gen vlie­gen we naar de Ha­dra­maut, ons reis­doel, waar we in Tariem gaan wer­ken.


Dinsdag, 26 maart 1996
Ik sliep voor het eerst door de Azaan (ge­beds­op­roep) heen, zo ver­moeid was ik.

Opstaan rond 7.00 uur.
Na het ont­bijt gaan Nico en ik naar de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de om daar ons ge­stal­de con­tant geld op te ha­len. Mor­gen­och­tend vlie­gen we naar Sei­yun in de Ha­dra­maut.
We nodigen CR uit om ons daar te be­zoe­ken, na­tuur­lijk op haar kos­ten, sa­men met LA, die zelfs een week daar wil blij­ven. (Bei­de da­mes zul­len uit­ein­de­lijk niet ko­men.)

In het al-Gasmi-hotel betalen we onze rekening. Die be­draagt voor ons bei­den ge­za­me­lijk 48.170 Rial (f. 703.30), al­les in­be­gre­pen.

Het wisselen van van 500 USD blijkt niet ge­noeg op te le­ve­ren en we wis­se­len een uur la­ter nog­maals zo’n be­drag. Door de koers­val be­draagt de scha­de f. 125,00 (f. 6,25 per per­soon, per dag.) De koers van de rial is nu 115 voor 1 dol­lar. Een week ge­le­den kre­gen we nog 138 Rial voor 1 dol­lar.

Koffers inpakken en ik schrijf ne­gen an­sicht­kaar­ten voor fa­mi­lie en vrien­den. Daar­na be­zoe­ken we kort de Cul­tu­reel At­ta­ché MN thuis, rond 17.00 uur en gaan in het Taj She­ba ho­tel eten.

Op het binnenterras van het ho­tel zit een Bel­gi­sche gast en we ver­tel­len een tijd­je met haar voor­dat we te­gen 22.45 uur ie­der naar onze ei­gen ka­mer gaan.

Weer: vandaag regende het weer eens, nu pij­pen­ste­len. Het was erg fris, van­daag.


Menu – 26/03-96: BeginEinde.


Index personen.

Personen: CRNico.

Index locaties.

Locaties: HadramautSana’aSeiyun – Say’unTariem – Tarim.

Index termen.

Termen: Guldenal-Gasmi-HotelRial.


Dit is het einde van dag 10 van 93 dagen totaal van mijn verblijf in Jemen in 1996.
Naar alle gepubliceerde dagen.

Menu – 26/03-96: BeginEinde.


Mobiele telefoon / Smartphone
the-face.com

Voor be­zoe­kers die via the-face.com op deze web­si­te ko­men: als de in­ter­ne links (me­nu, be­gin, ein­de) niet wer­ken (mo­bie­le te­le­foon / smart­phone) klikt u voor het ori­gi­ne­le adres van dit be­richt op: ira­da.com.


Jemen, 25 maart 1996

25 jaar geleden

25 maart 1996 / 25 maart 2021

Werken in Jemen

Museum van manuscripten.

Sana’a

V.r.n.l.: dr. AM, directeur van de Daar al-Makh­toe­taat (Huis / Mu­se­um van de Ma­nu­scrip­ten), dr. Nico, drs. LA en een tolk Ara­bisch-Engels, al­le­maal op het dak van het mu­se­um. Dr. AM is tra­di­tio­neel Ara­bisch-Je­me­ni­tisch ge­kleed in een thawb met een col­bert­jas­je er over­heen en een djambia (dolk) op zijn buik. Zon­der djam­bia gaat een zich­zelf res­pec­te­ren­de Noord-Je­me­niet niet op straat, als hij in tra­di­ti­o­ne­le kle­ding is.


Menu – 25/03-96: BeginEinde.


Dit verslag is ge­ba­seerd op mijn dag­boek en an­de­re no­ti­ties uit 1996 en is mijn in­ter­pre­ta­tie van de wer­ke­lijk­heid.


Dag 9 van 93 dagen in Jemen

Ik maak geluidsopnames op cassettebandjes. – Van­daag be­zoeken we het Mu­se­um van Hand­schrif­ten / Ma­nu­scrip­ten.


Maandag, 25 maart 1996
Opstaan, rond 4.00 uur. Tot circa 05.00 het geluid van het nachtleven van Sana’a op­ne­men op een cas­set­te.

Om 8.45 uur is de Cultureel Attaché MN hier, sa­men met de Kan­se­lier van de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de. Met zijn al­len, en ook met LA, gaan we naar Daar al-Makh­toe­taat, waar we door de di­rec­teur AM wor­den rond­ge­leid, van 9.00 tot 11.30 uur. We wor­den ook op het dak van het mu­se­um toe­ge­laten.

In het museum leest Nico zo maar cor­rect voor uit niet-ge­vo­ca­li­seer­de oude ko­ran­teks­ten. (Wel voor­zien van de nu ob­so­le­te kleu­ren­co­des uit de be­gin­jaren van het ko­ran-ko­piëren.).

Na afloop gaan LA, Nico en ik gaan de stad in en lun­chen we in het res­tau­rant van het Taj She­ba ho­tel.
We halen onze visitekaartjes op, die we ver­le­den week be­stel­den. Daar­na gaan we te­rug naar het ho­tel.
Ik ben moe*1 en slaap twee uur.

Ik neem muziek op van het enige ra­dio­sta­tion dat we hier kun­nen ont­van­gen (FM en AM): Radio Sana’a.
We gaan eten in Taj She­ba.
De wisselkoers van de dollar kel­der­de van 138 naar 120 rial. Nu is 1 rial niet meer 1,2 cent waard, maar 1,4 cent.

Nico en ik maken een verslag van de ma­nu­scrip­ten die we gis­te­ren bij de fixer van de Am­bas­sa­de zagen.


Menu – 25/03-96: BeginEinde.


Noten:

Noot *: moe.

Sana’s ligt op 2.300 meter boven de zee­spie­gel, dus er is per­ma­nent ‘zuur­stof­te­kort’ in die ijle lucht, wat zich voor­al uit in snel­le ver­moeid­heid bij eni­ge in­span­ning.

Terug naar de tekst.


Menu – 25/03-96: BeginEinde.


Index personen.

Personen: Nico.

Index locaties.

Locaties: Sana’a.

Index termen.

Termen: GuldenRial.


Dit is het einde van dag 9 van 93 dagen totaal van mijn verblijf in Jemen in 1996.
Naar alle gepubliceerde dagen.

Menu – 25/03-96: BeginEinde.


Mobiele telefoon / Smartphone
the-face.com

Voor be­zoe­kers die via the-face.com op deze web­si­te ko­men: als de in­ter­ne links (me­nu, be­gin, ein­de) niet wer­ken (mo­bie­le te­le­foon / smart­phone) klikt u voor het ori­gi­ne­le adres van dit be­richt op: ira­da.com.


Jemen, 24 maart 1996

25 jaar geleden

24 maart 1996 / 24 maart 2021

Werken in Jemen

Graffiti in Sana'a.

Sana’a

Graffiti in Sana’a.


Menu – 24/03-96: BeginEinde.


Dit verslag is ge­ba­seerd op mijn dag­boek en an­de­re no­ti­ties uit 1996 en is mijn in­ter­pre­ta­tie van de wer­ke­lijk­heid.


Dag 8 van 93 dagen in Jemen

Collega Nico en ik kopen software en ’s avond be­zoe­ken we een ‘al­co­holic par­ty’. – Er is uit Ne­der­land een con­tai­ner on­der­weg naar Je­men, met spul­len voor de bi­blio­theek waar wij in de loop van de week gaan werken.


Zondag, 24 maart 1996
’s Ochtends na het ontbijt gaan we in de di­plo­ma­ten­wijk kij­ken / in­for­me­ren naar soft­ware: tekst­ver­wer­kers. Zo­als ge­woon­lijk is Nico erg con­ser­va­tief en durft tekst­ver­wer­ken on­der Win­dows niet aan. Een­vou­di­ge tekst­ver­wer­kers voor MS-DOS heeft deze Apple Macintosh dealer niet.

Nederlandse Ambassade: de in­stal­la­tie van soft­ware van de Ara­bi­sche ver­sie van Word­Per­fect op de com­pu­ter van CR mis­lukt door een fout op een van de schij­ven.

Via het handelskantoor dat het trans­port van de con­tai­ner uit Ne­der­land in al-Mu­kal­la moet re­ge­len, gaan we naar ons ho­tel.

Rond 16.30 uur op bezoek bij de ad­vi­seur (fixer*1) van de Ne­der­land­se am­bas­sa­de, die voor drieën­half dui­zend gul­den drie ma­nus­crip­ten te koop heeft. (Hier­over is over­leg met JJW, de pro­ject­lei­der in Ne­der­land, no­dig.)
Rond 18.30 uur zijn we weer in ons hotel.

Tegen 19.30 uur, vinden we, na lang zoe­ken, het woon­huis van de Cul­tu­reel At­ta­ché MN. Er is daar, ter on­zer ere, een party waar­bij en­ke­le bin­nen- en bui­ten­land­se gas­ten aan­we­zig zijn. Men­sen van de Ame­ri­kaan­se am­bas­sa­de, Ne­der­lan­ders en dr. BY uit Tariem.
Er is ruimschoots alcohol beschik­baar en vrij­wel ie­der­een maakt er ge­bruik van, ook BY en zijn chris­te­lij­ke echt­ge­no­te.
Een Jemenitische man die jaren­lang oog­arts in Bei­roet was ge­weest, dronk wis­ky uit een long­drink­glas dat tot de rand ge­vuld was. Hij had aan één glas niet genoeg.
Ik val rond 01.00 uur in mijn hotelbed.
Weer: de hele dag droog!


Menu – 24/03-96: BeginEinde.


Noten:

Noot *: fixer.

De adviseur in kwes­tie werd door de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de een fixer ge­noemd en zo noem­de hij zich­zelf ook, maar vol­gens Wi­ki­pe­dia is een fi­xer ie­mand die in het cri­mi­ne­le cir­cuit ope­reert. Een fixer was, vol­gens de am­bas­sa­de, ie­mand die ‘con­nec­ties’ had bij de lo­ka­le over­heid en za­ken snel kon re­ge­len, die an­ders, in het cor­rup­te sys­teem in Jemen, lang kon­den du­ren.
Aan het einde van mijn verblijf in Jemen maak ik ken­nis met nog een an­de­re fixer. Toen werd me min of meer dui­de­lijk dat ‘ie­der­een’ die wat ge­re­geld moet heb­ben met een fixer werkt. Zo houd je een cor­rupt sys­teem in stand.

Terug naar de tekst.


Index personen.

Personen: CRNicoJJW: Witkam, J.J.

Index locaties.

Locaties: Sana’aal-Mukalla.

Index termen.

Termen: Gulden.


Dit is het einde van dag 8 van 93 dagen totaal van mijn verblijf in Jemen in 1996.
Naar alle gepubliceerde dagen.

Menu – 24/03-96: BeginEinde.


Mobiele telefoon / Smartphone
the-face.com

Voor be­zoe­kers die via the-face.com op deze web­si­te ko­men: als de in­ter­ne links (me­nu, be­gin, ein­de) niet wer­ken (mo­bie­le te­le­foon / smart­phone) klikt u voor het ori­gi­ne­le adres van dit be­richt op: ira­da.com.


Jemen, 23 maart 1996

25 jaar geleden

23 maart 1996 / 23 maart 2021

Werken in Jemen

Toegangspoort van het al-Gasmi-hotel in Sana'a.

Sana’a

De toegangspoort tot het al-Gasmi-hotel.

De calligrafie boven de poort is las­tig te le­zen om­dat de let­ters in el­kaar ge­vloch­ten zijn en de pun­ten vaak niet on­der of bo­ven de let­ter staan waar ze bij ho­ren. Het eer­ste woord staat rechts, om­dat Ara­bisch nu een­maal van rechts naar links ge­schre­ven wordt.
In vrijwel alle Arabische cal­li­gra­fiën zijn de let­ters kun­stig in el­kaar ge­vloch­ten, om op zo wei­nig mo­ge­lijk ruim­te zo­veel mo­ge­lijk te kun­nen schrij­ven en ook van­we­ge de schoon­heid van zo’n cal­li­gra­fie.


Menu – 23/03-96: BeginEinde.


Dit verslag is gebaseerd op mijn dag­boek en an­de­re no­ti­ties uit 1996 en is mijn in­ter­pre­ta­tie van de wer­ke­lijk­heid.


Dag 7 van 93 dagen in Jemen

Collega Nico en ik werken van­daag veel in het ho­tel, want het re­gent zowat de hele dag.


Zaterdag, 23 maart 1996
Opstaan tegen 8.15 uur. Ik ben nog steeds erg moe.
Omdat het slecht weer is blij­ven Nico en ik binnen. Ik werk op mijn lap­top aan Fox­Pro, tot een uur of vijf, ’s middags.

Nico ik wandelen een tijd­je door de oude stad, maar de re­gen ver­drijft ons.

We eten in het Taj Sheba hotel voor 2.000 Rial per per­soon, cir­ca f. 20,00. Daar­na wan­de­len we nog even door de stad.
Weer: eerst benauwd, daarna veel re­gen en fris.


Het al-Gasmi-hotel schijnt ook het Hol­land House te he­ten. Ik heb me la­ten ver­tel­len dat een Ne­der­land­se club het ou­de pand he­le­maal ge­res­tau­reerd had met de be­doe­ling er club­ac­ti­vi­tei­ten in te or­ga­ni­se­ren. He­laas had­den de da­mes en he­ren ver­ge­ten een en an­der in een con­tract vast te leg­gen, of mis­schien he­le­maal geen con­tract la­ten ma­ken. In ie­der ge­val, toen de res­tau­ra­tie ge­reed was heeft de ei­ge­naar de res­tau­ra­teurs be­dankt en hen vrien­de­lijk doch drin­gend ver­zocht het pand te ver­la­ten. De club had geen (ju­ri­di­sche) poot om op te staan.


Menu – 23/03-96: BeginEinde.


Index personen.

Personen: Nico.

Index locaties.

Locaties: Sana’a.

Index termen.

Termen: GuldenRial.


Dit is het einde van dag 7 van 93 dagen totaal van mijn verblijf in Jemen in 1996.
Naar alle gepubliceerde dagen.

Menu – 23/03-96: BeginEinde.


Mobiele telefoon / Smartphone
the-face.com

Voor be­zoe­kers die via the-face.com op deze web­si­te ko­men: als de in­ter­ne links (me­nu, be­gin, ein­de) niet wer­ken (mo­bie­le te­le­foon / smart­phone) klikt u voor het ori­gi­ne­le adres van dit be­richt op: ira­da.com.


Jemen, 22 maart 1996

25 jaar geleden

22 maart 1996 / 22 maart 2021

Werken in Jemen

Kawkabaan Jemen

Kawkabaan

Deze twee schoonheden, (ik heb hun ge­zicht niet ge­zien, maar hun kle­ren zijn in ieder ge­val mooi) wil­den wel op de foto. Eerst ke­ken ze rond of er geen Je­me­ni­ti­sche man­nen in de buurt wa­ren. Toen dat niet het ge­val was, moch­ten we fo­to­gra­fe­ren. Na het druk­ken van de slui­ter rie­pen ze in koor Baksjisj (fooi) en vroe­gen 50 rial. (on­geveer ƒ 0,55) per per­soon.
Nico zit op de ach­ter­grond te wach­ten en is in het he­le ge­beu­ren ken­ne­lijk niet geïn­te­res­seerd.


Menu – 22/03-96: BeginEinde.


Dit verslag is gebaseerd op mijn dag­boek en an­de­re no­ti­ties uit 1996 en is mijn in­ter­pre­ta­tie van de wer­ke­lijk­heid.


Vrijdag 6 van 93 dagen in Jemen

Vandaag bezoeken Nico en ik, met nog twee an­de­ren, en­ke­le dor­pen ten noor­den van Sa­na’a: Shi­baam, Kaw­kab­aan en Thula.


Vrijdag, 22 maart 1996
Om 7.40 uur op Maidan al-Tahrir (het Be­vrij­dings­plein) waar Brian en LA al zijn.
Nico gaat direct akkoord met de prijs van USD 50, die een chauf­feur vraagt voor een dag Shi­baam, Kaw­kab­aan en Thula. We had­den dat al af­ge­spro­ken. Brian is het daar niet mee eens en ook LA eigen­lijk niet. We ver­trek­ken uit­ein­de­lijk voor een prijs van 1.250 rial voor hen bei­den en USD 20 voor ons bei­den. (To­taal: USD 38) We rij­den door een prach­tig land­schap noord­waarts.

Vanuit Shibaam beklimmen we de berg naar Kaw­kab­aan. Met ons mee loopt een heel klein, elf­jarig jon­getje, die Hamid heet. Hij is aar­dig en niet op­drin­ge­rig. Dat ver­an­dert als zijn broer(?) Hoesein er­bij komt. Ze wil­len dat ik voor hen schoe­nen koop, in Ne­der­land, en die naar Kaw­kab­aan op­stuur. Ik ben in­mid­dels ver ach­ter­op ge­raakt van de an­de­ren.
De con­ver­sa­tie ver­loopt in het En­gels en het Ara­bisch. Hun ken­nis van het En­gels is ge­ring, mijn ken­nis van het Ara­bisch laat te wen­sen over. (Hun schoen­ma­ten zijn res­pec­tie­ve­lijk 32 en 40.)

Het uitzicht na de lange klim is fan­tas­tisch. De af­da­ling en het be­zoek aan Thula ma­ken me ge­luk­kig. Bij bei­de ge­le­gen­he­den la­ten jon­ge meis­jes zich fo­to­gra­fe­ren, wel­is­waar te­gen be­ta­ling en ge­slui­erd, maar toch!
Vrouwen op de foto: dat lukt over het al­ge­meen niet. Dat het nu wel lukt, maakt de dag echt waar­de­vol. Een fo­to kost 50 rial baksjisj, (Geen Ara­bisch woord, maar het be­te­kent ‘fooi’ of ‘ge­schenk’.)
De gesluierde meisjes letten goed op dat er geen man­nen in de buurt zijn.
Echt confuus waren ze toen ik riep “Baksjisj!”, na­dat ze mij ge­fo­to­gra­feerd had­den.

Tegen 18.uur zijn we weer in ons hotel in Sana’a.

Tussen 19.45 en 20.30 uur eten in Taj Sheba: 1.400 rial. (f. 16,80)
Bij de Muwaasalaat (de telefoonmaatschappij) koop ik voor 760 rial een kaart met 40 units om naar Nederland te kunnen bellen.

Weer: fris, behalve in Thula.

In Kawkabaan gaf ik een (gesluierd) meisje een rijks­daal­der. Zij pro­beer­de ons zil­ver­werk te ver­ko­pen. (Zij wilde nog niet voor 1.000 rial op de foto.)

Wat opviel is dat zowel in Thula als in Kaw­kab­aan (en ook in Shi­baam) de vrou­wen ge­woon in de toe­ris­ten­in­dus­trie wer­ken. (Als ver­koop­sters van waren, of als ‘bak­sjisj-vraag­sters’.)

Het zal me later duidelijk worden dat in de regio waar wij gaan wer­ken, in de Wadi Hadramaut in het zui­den van Je­men, ook nog een an­der Shi­baam ligt en dat we­reld­be­roemd is als cul­tu­reel erf­goed.

Kawkabaan, uitgesproken als kaw­ke­baan, be­te­kent: ‘twee ster­ren’. Het Ara­bisch kent een en­kel­voud: kaw­kab, (ster) een twee­voud: kaw­ka­baan of kaw­ka­bayn, af­han­ke­lijk van de naam­val. Het meer­voud is ka­waa­kib: ster­ren.


Menu – 22/03-96: BeginEinde.


Index personen.

Personen: Nico.

Index locaties.

Locaties: KawabaanSana’aShibaamTula / Thula.

Index termen.

Termen: GuldenRial.


Dit is het einde van dag 6 van 93 dagen totaal van mijn verblijf in Jemen in 1996.
Naar alle gepubliceerde dagen.

Menu – 22/03-96: BeginEinde.


Mobiele telefoon / Smartphone
the-face.com

Voor be­zoe­kers die via the-face.com op deze web­si­te ko­men: als de in­ter­ne links (me­nu, be­gin, ein­de) niet wer­ken (mo­bie­le te­le­foon / smart­phone) klikt u voor het ori­gi­ne­le adres van dit be­richt op: ira­da.com.


Jemen, 21 maart 1996

25 jaar geleden

21 maart 1996 / 21 maart 2021

Werken in Jemen

Binnendeuren.

Sana’a

Een prachtig beslagen deur in het Gasmi-hotel. Duidelijk is te zien tot welke godsdienst de vroegere eigenaars van dit pand behoorden.


Menu – 21/03-96: BeginEinde.


Dit verslag is gebaseerd op mijn dagboek en andere notities uit 1996 en is mijn interpretatie van de werkelijkheid.


Dag 5 van 93 dagen in Jemen

Collega Nico en ik zoeken Arabisch toetsenborden voor een computer. Vrouwen in Sana’a zijn iets ‘losser’ dan verwacht. Het regent veel in Sana’a.


Donderdag, 21 maart 1996
Ik sta al om 4.30 op en neem in drie kwartier een cassettebandje op met straat- en moskeegeluiden van deze ontwakende stad.
Ik slaap weer tussen 5.30 en 7.30 uur.

Na het douchen ontbijten Nico en ik samen. Vervolgens gaan we de nieuwe stad in en beginnen we aan een zoektocht naar toetsenborden. We slagen uiteindelijk voor USD 25 voor een gemengd Arabisch-Latijns toetsenbord.

In een winkel waar we landkaarten kopen wordt ik opmerkzaam op een paar glimmende ogen in de spleet van een niqaab. Zij knikt mij toe. Ik krijg een lichte blos van deze onverwachte ontmoeting en ik knik haar ook toe. In het Duits vraagt ze of we Duitsers zijn. (Ze hoorde ons praten.)
“Holland,” zeg ik en vraag: “Und du?”
Nee, natuurlijk niet. Dan zou ze er toch niet zo bij lopen, zegt ze en wijst naar haar niqaab.
Dit is, helaas, al het einde van het gesprek. Waarschijnlik omdat ze geen opzien wil veroorzaken bij de mannen in deze winkel. Vrouwen horen niet met vreemde mannen te praten.


Menu – 21/03-96: BeginEinde.


Later, in de stad, staat een meisje in een deur, met een hand houdt ze haar sluier half voor haar gezicht. Als we dichtbij komen laat ze de sluier vallen. Ik zwaai goeiedag. Ze lacht vriendelijk en zwaait ook. Ze is niet uitzonderlijk mooi, maar: ‘it’s what’s inside that counts’.

In het hotel werk ik met mijn laptop. Ik heb geen tafel en zit dus met dat ding op bed, wat erg ongemakkelijk is.

Nico en ik lopen door de stromende regen (pijpenstelen) naar het restaurant van het Taj Sheba hotel. We houden de Nederlandse Arabiste, die na een half uurtje komt, vrij. Deze keer is alles heel erg duur. We betalen samen 6.600 Rial (f. 66,00), zonder fooi. We zijn tegen 22.30 uur weer terug in ons hotel.


Conclusie van vandaag: enkele vrouwen worden dus iets losser, maar … LA, met haar Arabische uiterlijk (Arabische vader, Nederlandse moeder, wel donkerblond haar), kreeg op straat van vrijwel alle mannen “eeb” te horen (schande), omdat ze geen niqaab droeg, wel een hoofddoek. Daar staat tegenover dat alle Somalische vrouwen in Sana’a wel een hoofddoek dragen, maar geen niqaab. Dat wordt kennelijk wel geaccepteerd.


Menu – 21/03-96: BeginEinde.


Index personen.

Personen: Nico.

Index locaties.

Locaties: Sana’a.

Index termen.

Termen: GuldenGasmi-hotelNiqaabRial.


Dit is het einde van dag 5 van 93 dagen totaal van mijn verblijf in Jemen in 1996.
Naar alle gepubliceerde dagen.

Menu – 21/03-96: BeginEinde.


Mobiele telefoon / Smartphone
the-face.com

Voor be­zoe­kers die via the-face.com op deze web­si­te ko­men: als de in­ter­ne links (me­nu, be­gin, ein­de) niet wer­ken (mo­bie­le te­le­foon / smart­phone) klikt u voor het ori­gi­ne­le adres van dit be­richt op: ira­da.com.