29 juli 1992

Portretfoto
Por­tret­fo­to, ge­maakt op 28 juli 1992 in Alep­po. Ik zie er op de­ze fo­to zo jong uit dat ik mij­zelf bij­na niet her­ken­de.

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7487) Dit wordt mijn twee­de dag in Alep­po in Sy­rië. Even­als gis­te­ren­och­tend, ver­wis­sel ik de­ze och­tend weer van ho­tel. – In de loop van de dag koop ik een nieuwe broek en maak ook ken­nis met en­ke­le aar­di­ge jon­ge­ren van Alep­po. – Ik leer dat je niet zo maar mag zeg­gen dat je iets mooi vindt, want dan is de be­zit­ter van dit goed mo­reel ver­plicht het aan jou te ge­ven. (Daar­om zijn mis­schien ook al­le vrou­wen ge­slui­erd, op­dat nie­mand kan zeg­gen: “Wat heb jij een mooie vrouw!”) – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Woensdag, 29 juli 1992.
Aleppo.
Op 7.45 uur.
Direct op zoek naar een ander ho­tel.
Verschillende kosten 22, of 25 US$. Als ik ein­de­lijk een ho­tel vind van 18 US$ neem ik de ka­mer. Ik be­kijk hem en ga mijn spul­len uit het Sy­ria-ho­tel ha­len.
Hotel Ragh­dan, douche en air­con­di­tio­ning. Wat een prijs­ver­schil met ho­tel Sy­ria. Over het prijs­ver­schil pie­ker ik: f. 7,50 en f. 34,00 en zo­veel bij­zon­ders is de­ze ka­mer ook niet. (De ka­mer in het Kıyı-ho­tel in Is­ken­de­run (Tur­kije) (f. 22,50) was veel mooi­er en be­ter en ook nog mooi uit­zicht.) Hier heb ik een hoog, maar on­be­reik­baar raam. Ik kan niets zien.
Ik eet het ont­bijt in dit ho­tel. Ge­niet van een twee­tal sexy kna­pen en ver­tel met een Ar­me­nische Ha­la­bi. [Ha­la­bi: in­wo­ner van Ha­lab = Alep­po.]
Na een douche ga ik naar de ba­zaar. En­ke­le kor­te ge­sprek­ken met ba­za­ris en krijg een thee, maar ik koop niets.
Ik wil een broek kopen, maar dat kan al­leen maar op Sha­ri’ Baab al-Fardj. [De Fardj-poort­straat]*(1) waar ik voor £. 200 een iets ruim­val­len­de ka­toe­nen broek koop (die ik op 18-8-92 in Is­tan­bul ach­ter­laat) in een PTT-grij­ze kleur. (Dat wel weer war­mer dan een lich­te kleur is, maar min­der be­smet­te­lijk in dit stof­fi­ge, sme­ri­ge land.)
Omdat ik moeite doe Ara­bisch te spre­ken krijg ik de broek met kor­ting. (Ei­gen­lijk was hij duur­der dan £. 200.) Ik vraag er een stuk­je ga­ren bij en in het ho­tel naai ik er twee ‘ge­hei­me’ bin­nen­zak­ken in. Ik val daar in slaap, cir­ca twee uur.
Dan ga ik de stad in. Eet er mijn eer­ste fa­la­fil en ga met J. (toe­ris­ten­gids), die ik op staat ont­moet­te, naar Da’irat al-Si­ya­ha [Toe­ris­ten­bu­reau] waar ik met A. uit Buenos Aires een uur of an­der­half ver­tel over de rom­mel hier en het ‘sys­teem’ in Ar­gen­ti­nië. Hij is so­cio­lo­gie- en film­kuns­ten­stu­dent en al vier maan­den on­der­weg.
Ik heb mijn pas­fo­to’s op­ge­haald (zie gis­te­ren) en ik her­ken­de mij­zelf nau­we­lijks. Zie ik er zo jong uit? Ze zul­len wel een beet­je ge­re­tou­cheerd zijn.
Hotelkamer: douche.
Lezen over Syrië.
Eten in het res­tau­rant hier: ou­de kip. To­taal £. 185. (Ik geef £. 200.)
Hotelkamer.
Wandelen. Dezelfde weg als met S. [de Egyp­te­naar], gis­te­ren. (Mo­dern stads­deel: Sha­ri’ al-Azima.) Nu zie ik en­ke­le stuk­ken en de re­cep­tio­nist (een van de twee) van ho­tel Sy­ria. De­ze spreekt slecht En­gels, wil het wel le­ren, want gaat naar de USA, Los An­ge­les, over een maand om er te wer­ken. Hij is met twee vrien­den, waar­van één knap (met eigen zaak: shirts) en een rech­ten­stu­dent.
Als ik op het Le­nin-speld­je van de knap­pe za­ken­man wijs, biedt hij het me on­mid­del­lijk aan en kan ik het niet meer wei­ge­ren. Ik kan slechts voor­ko­men dat ik het moet op­spel­den.*(2)
We (de rech­ten­stu­dent en ik) ma­ken een af­spraak voor mor­gen­mid­dag. Hij bood me een zoe­te soort Se­ven-up aan en ik ga daar­na naar het ho­tel.
Bed rond 00.00 uur.
Over £. 2.655. Ik gaf dus 3.276 – 2.655 = £. 621 uit. (f. 25,10)


*(1).
In steden in het Mid­den-Oos­ten zijn de mark­ten ge­se­gre­geerd, zo­als dat in Ne­der­land vroe­ger ook was: Bo­ter­markt, Vis­markt, Boom­markt, Ga­ren­markt etc. Als je in een Ara­bische stad een me­loen wilt ko­pen ga je naar de groen­te­markt en zult zien dat de me­loe­nen­ver­ko­pers al­le­maal op een kluit­je bij el­kaar zit­ten, zo ook met de krui­den­ver­ko­pers, de stof­fen­han­de­la­ren, de mes­sen­slij­pers, maar ook de hand­werks­lie­den, zo­als kleer­ma­kers, zit­ten al­le­maal naast en bij el­kaar. Van enige con­cu­ren­tie kan daar­om geen spra­ke zijn. Ie­der­een blijft even arm.

Te­rug.

*(2).
Het speld­je van de za­ken­man is een por­tret van Le­nin. Als hij de be­te­ke­nis er­van kent (waar­om niet?) zal hij atheïst of com­mu­nist zijn en is een sup­por­ter van het Ba’ath-re­gime. Ba’ath is im­mers so­cia­lis­me.
Ik her­in­ner me in dit ka­der, het mo­reel ver­plicht zijn een goed te ge­ven aan die­ge­ne die dat goed prijst, ook de ou­de boer in Mes­ki in Ma­rok­ko, op 28 sep­tem­ber 1976, die mijn hor­lo­ge als ‘mooi’ prees, mo­ge­lijk om het te krij­gen.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

28 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7486) Af­ge­lo­pen nacht sliep voor de eer­ste keer in mijn le­ven in Sy­rië. Ik ben in Alep­po. – In Ne­der­land stu­deer ik Ara­bisch en wil in Sy­rië prak­tijk­er­va­ring op­doen met die taal. – Ik spreek met veel ver­schil­len­de man­nen, waar­van één me con­fron­teert met het, in Sy­rië, veel­vul­dig voor­ko­men­de vi­ru­lent anti­se­mi­tis­me. – Een gek­ke Egyp­te­naar ver­telt me in de­tail over zijn re­la­tie­pe­ri­ke­len. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Dinsdag, 28 juli 1992.
Aleppo. In het Ara­bisch: Halab.
Op 7.00 uur.
Mezelf een beetje was­sen, zo­ver mo­ge­lijk is.
Ik ga daarna naar Hotel Sy­ria in de Ma­’ari-straat Sha­ri’ al-Ma­’ari, waar ik de ka­mer van AI. over­neem. Mijn ka­mer in ho­tel al-Ham­ra al-Dja­died vond ik niet schoon, om­dat er in het ho­tel geen douche was. Ik had niet ge­vraagd, maar nam dat aan om­dat ik er geen vond en om­dat ik een moe­der haar kind op de gang zag was­sen. Na­dat ik de £. 75 goed­ko­pe­re ka­mer in Ho­tel Sy­ria (prijs: £. 150) had over­ge­no­men vond ik de ka­mer in al-Ham­ra al-Dja­died heel schoon.
Deze was heel sme­rig, geen bed­den­goed ver­schoond en een stin­ken­de vie­ze ma­tras, die ik er­van ver­dacht vol beest­jes te zit­ten en weer geen douche. De­ze ka­mer was goed­koper, maar veel vie­zer. Het per­so­neel was ech­ter wel heel vrien­de­lijk en de re­cep­tio­nist sprak per­fect En­gels.
In een thee­huis in Sha­ri’ al-Ma­’ari drink ik twee thee en be­kijk al­ler­lei man­nen met Koe­fiy­ya + Iqaal + Dja­la­biy­ya.
Koefiyya in rood of wit. Dit is de Ara­bische we­reld!
In een ander re­stau­rant laat ik me Foel als ont­bijt aan­pra­ten. War­me ge­kook­te tuin­bo­nen in een soort yog­hurt met olie. Zwaar op de vroe­ge och­tend en niet erg lek­ker, maar wel voed­zaam.
Met het oog op het ver­len­gen van het vi­sum laat ik zes pas­fo­to’s ma­ken. £. 50. (f. 2,00) (Zes klei­ne en één grote.)
Ik ga naar Da­’irat al-Si­ya­ha (Toe­ris­ten­bu­reau) en ont­moet er J. (toe­ris­ten­gids) en A. uit Am­ster­dam. Kof­fie drin­ken met z’n drieën en J. ver­telt over de hu­we­lijks­pro­ble­ma­tiek. Hij, 33 jaar, on­ge­huwd, om­dat zijn fa­mi­lie niet goed be­grijpt wat hij voor een vrouw wil heb­ben. Zij bren­gen hem steeds de ver­keer­de. Hij wil een vrouw met brains. Een ge­stu­deer­de vrouw kost wel 20.000 dol­lar als bruids­schat en als twee­de prijs (bij schei­ding) nog eens 20.000 US-dol­lar. (Bo­ven­dien moet ze een vol­le­dig in­ge­richt huis heb­ben.) A. en ik ver­tel­len ook over Ne­der­land.
J. vertelt dat de ge­nea­lo­gie be­lang­rijk is en dat een zoon de­ze lijn kan voort­zet­ten. De va­der be­moeit zich niet met de op­voe­ding van de kin­de­ren. Dat is voor de moe­der. Dat staat ook in de ko­ran.
Als A. vertelt dat in Ne­der­land de man soms de op­voe­ding ter hand neemt, als de vrouw een be­te­re baan heeft rea­geert hij ver­baasd en zegt (tot on­ze hi­la­ri­teit): “Die man moet een pro­bleem heb­ben.”
A. en ik spre­ken af om ’s avonds er­gens te gaan eten. J. staat er­bij en voelt zich mee uit­ge­no­digd.
A. en ik spre­ken dus la­ter er­gens an­ders af.
Ik ga naar het park en heb al snel con­tact met een prach­ti­ge knap­pe jon­gen. (Dat wil zeg­gen: hij sprak mij aan.) Het park is al-Ha­di­qa al-‘Aamma. (Het Open­ba­re park.) Hij spreekt ge­bro­ken En­gels en ik ge­bro­ken Ara­bisch. Hij is zeer goed ge­kleed en van goe­de kom­af. (Zijn va­der is le­raar Ara­bisch.)
Later spreek ik met twee man­nen. Eén van hen geeft me een ma­cron en spreekt met me in al-Fus­ha [stan­daard Ara­bisch] en ver­taalt mijn ant­woor­den voor de an­der in al-‘aammiyya [dia­lect].
Weer een ander, die ik niet kan ver­staan, pro­beert me te ver­sie­ren, met ge­ba­ren. Hij be­valt me niet, dus ga ik er niet op in.
Een man met wil­de baard­groei wil al­les over mijn fi­nan­ciële toe­stand we­ten. Ik ver­tel hem dat mijn va­der de­ze reis be­taalt. Hij heeft vier of vijf zo­nen. Hij zegt: Az­baab in plaats van ‘zo­nen’. [Pe­nis­sen. Het en­kel­voud is: zibb, meer dan twee pe­nis­sen is: az­baab.]
En ik spreek nog met twee an­de­ren. On­der­tus­sen wan­de­len en­ke­le stuk­ken langs. Een jon­gen stu­deert Adab [li­te­ra­tuur], maar blijkt later toch ge­woon zes da­gen per week in een fa­briek (naai­ate­lier) te wer­ken voor £. 700: f. 28,30 per week. (f. 4,70 per dag.) (£. 150 voor een ho­tel­kamer vindt hij duur. Hij niet al­leen, veel an­de­ren ook, want meer dan een dag­loon.)
Zijn vader is sla­ger en werk­te in ver­schil­len­de Ara­bische bui­ten­landen.
Ik word bijna kwaad en spreek ver­der in het En­gels met hem, als hij me ver­telt dat Hit­ler een goede vent was, een krach­tig figuur, die ten­min­ste de jo­den om zeep hielp.* Als ik vraag waar­om de jo­den dood moe­ten zegt hij dat de jo­den on­schul­di­ge Pa­les­tij­nen ver­moor­den. Hij weet niet dat de Pa­les­tij­nen ook on­schul­di­ge jo­den ver­moor­den. Hij weet wel dat Ne­der­land pro-Is­raël is. Ik ver­tel hem dat de we­reld niet zwart-wit is. Slech­te en goe­de jo­den zijn er zo­als slech­te en goe­de Pa­les­tij­nen. Ik ver­tel hem dat er in Ne­der­land ook groe­pe­rin­gen zijn die de Pa­les­tij­nen hel­pen. Niet met wa­pens, maar op het hu­ma­ni­tai­re vlak. En ik ver­tel hem ook wat over on­ze rechts­staat en on­ze vrij­heid en over on­ze po­li­tie. (Sy­rië is een po­li­tie­staat.) Als het tij­dens ons ge­sprek achter mij rit­selt, kijk ik ver­schrikt om.
“Wat is er?” vraagt hij.
“Is het hier niet ge­vaar­lijk om over po­li­tiek te pra­ten?” vraag ik hem.
Hij: “Ja.”
Over twee dingen zijn ze zeer ver­baasd: als ik op­sta om af­val in de prul­len­bak te gaan gooi­en, vra­gen ze mij waar­om ik dat doe.
Ook als ik op­sta als ik ie­mand be­groet (of af­scheid neem) bij het han­den schud­den wekt ver­ba­zing, maar ik merk­te als spoe­dig dat die Ha­la­bis als eni­gen blij­ven zit­ten. In de rest van Sy­rië staat ie­der­een bij het han­den schud­den op. [Halabi: inwoner van Halab = Aleppo.]
Tegen half zeven wil ik naar mijn af­spraak met A., maar weet de weg niet meer uit het park. Hij moet de­zelf­de rich­ting uit en zal me wel bren­gen. Dat is / wordt een dra­maa­tje. Want, hoe­wel hij be­weert de zelf­de kant uit te moe­ten, weet hij de weg niet en slechts met veel lo­pen (slen­te­ren, want ik er­ger me aan zijn la­ge tem­po) en twee keer vra­gen be­reik ik cir­ca 19.05 het ho­tel. (Ho­tel Toe­rist), waar A. ge­luk­kig nog staat te wach­ten.
Ik bedank mijn (slech­te) gids en stel A. voor om J. toch maar mee te ne­men, an­ders is het toch een beet­je sneu ten op­zich­te van hem, want hij is een vrien­de­lij­ke gast.
We eten op het dak­ter­ras van het Al-Anda­lus / Id­lib. Ik eet ook kip. Shish­taw? (Kip­stuk­jes op een spies.) Het eten kost £. 150.
Om 21.00 uur sta ik al­leen op straat. Wat moet ik nu? Ik word weer aan­ge­spro­ken. Ik spreek Ara­bisch met een le­raar En­gels uit Cai­ro. Hij heet S. Als ik hem vraag of het mo­ge­lijk is voor een Ne­der­land­se stu­den­te (ik denk aan NB.) om in Egyp­te bij een fa­mi­lie te wo­nen, ter­wijl ze Ara­bisch stu­deert, biedt hij zich aan als toe­ver­laat en hu­we­lijks­part­ner. Hij is 46 jaar (NB. is 21 jaar en ver­loofd.) Dat ze ge­bon­den is, hoort hij niet. Adres uit­wis­se­len. Ik moet zijn hu­we­lijk or­ga­ni­se­ren. (Zijn adres heb ik niet meer.)
Hij nodigt me uit wat te gaan drin­ken en ver­telt me in de­tail zijn mis­luk­te re­la­tie met een in Egyp­te in geld­nood ge­raak­te Ve­ne­zo­laan­se. Hij wil­de haar fi­nan­cieel hel­pen, dan moest zij hem hu­wen. Tot in de de­tails van het hu­we­lijks­con­tract ver­telt hij er­over. Zijn ge­zeur ir­ri­teert me ma­te­loos, maar voor goed fat­soen kan ik niet weg. Hij heeft (in re­la­ties) een dik­ke is­la­mi­tische plank voor zijn kop. Met hem hier­over pra­ten heeft geen zin. Hij luis­tert al­leen naar wat hij ho­ren wil.
Tot 23.00 uur duurt zijn ge­zeur.
Hotel rond 00.00 in bed: vies, het stinkt.
Al twee dagen niet meer ge­doucht. Ik wil weg. Het is smoor­heet in de ka­mer.
Over: £. 3.276.
£. 4.175 – 3.276 = £. 899 op­ge­maakt. (([ge­deeld door] 24,75) = f. 36,30)


*
Dat anti­se­mi­tis­me een ge­me­ne uit­was is in vrij­wel de ge­he­le is­la­mi­tische we­reld is een be­kend ge­ge­ven. Maar als je in een dic­ta­tuur woont met ge­lijk­ge­scha­kel­de pers en an­de­re me­dia en je het land niet uit mag, is er geen en­ke­le ma­nier om ook van an­de­re op­vat­tin­gen ken­nis te ne­men. Dan moet je toch wel over een zeer sterk ka­rak­ter en per­soon­lijk­heid be­schik­ken, wil je je ont­rek­ken aan de al­ge­meen gang­ba­re op­vat­ting die je da­ge­lijks, van­af je ge­boor­te, hoort, ook op school en uni­ver­si­teit.
Ik maakte in Sy­rië va­ker mee dat de jo­den de schuld krij­gen als er iets mis gaat: valt de elek­tri­ci­teit (voor de zo­veel­ste keer de­ze week) uit: dat komt door de jo­den!
Is er voor het ver­bou­wen van jouw huis geen ce­ment, of kun je de ko­men­de maan­den geen bak­ste­nen ko­pen: dat is de schuld van de jo­den.
Etcetera.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ

Koe­fiy­ya:
:ﻛﻮﻓﻴﺔ
‘Iqaal:
:ﻋﻘﺎﻝ
‘Djallabiyya:
:ﺟﻼﺑﻴﺔ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

27 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7485) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. heeft me de af­ge­lo­pen da­gen rond­ge­leid. Van­daag neem ik af­scheid van hem en pas­seer een paar uur la­ter de Sy­rische grens. – Ik kom in Alep­po aan en word daar on­der de hoe­de ge­no­men van een an­de­re toe­ris­ten­gids: J. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus. – De munt­een­heid in Sy­rië is het Sy­rische Pond: (£.). De koers is: £. 1.00 = f. 0,05. (Een stui­ver.)

MenuIndex en het einde.

Maandag, 27 juli 1992.
Antakya – Aleppo.
Op 8.00 uur.
Ontbijt in een winkel. (Toast met kaas: warm en thee. TL. 3.500.)
Rond 9.30 is SK. in het ho­tel. Hij ver­telt me dat M. [uit Ant­wer­pen] zijn ho­tel ’s mor­gens om 06.00 uur ver­la­ten heeft. SK. be­grijpt het niet.
“Om het geld”, veronderstel ik. M. voel­de mis­schien een fi­nan­cieel comp­lot tus­sen SK. en mij om hem (M.) te be­ro­ven.(?)
Samen met H. [uit Bar­ne­veld] en SK. naar het Bus­sta­tion, na TL. 135.000 in het ho­tel be­taald te heb­ben. Drie nach­ten à TL. 40.000 en TL. 15.000 voor mijn was. (Ge­stre­ken en ge­vou­wen en na­tuur­lijk ge­was­sen.)
Op SK.’s aanbeveling kies ik de ‘HAS‘-maat­schap­pij. (Ook al geen suc­ces.) TL. 75.000 (Geen ISC-kor­ting mo­ge­lijk.) [ISC: In­ter­na­tio­nal Stu­dent Card.]
Wat kletsen met H. SK. wordt ir­ri­tant met zijn ge-com­man­deer.
Om 11.00 vertrekt de bus. Tot de Tur­kse grens ben ik de eni­ge pas­sa­gier. Dan ko­men er en­ke­le Sy­riërs bij.
De reis tot de grens (50 km) duurt an­der­half uur. De bus heeft pro­ble­men met de mo­tor en rijdt erg lang­zaam. Er is ook een zin­lo­ze stop van cir­ca tien mi­nu­ten.
Op weg naar de grens rij­den we door droog land­schap en zie ik veel jon­ge kin­de­ren als vee­hoe­ders. Ook man­nen met koefiyya en ‘iqaal.
De Turkse grens is zo ge­pas­seerd. De Sy­rische grens [Bab al-Ha­wa] le­vert pro­ble­men. Het duurt lang voor­dat de grens­po­li­tie mijn pas­poort onder han­den neemt en ook de con­tro­le van de ba­ga­ge duurt lang.
De eerste controle bij ons stelt niets voor (bij an­de­ren wordt uit­voe­rig ge­con­tro­leerd), maar als de bus op weg naar Sy­rië is, wordt hij, voor­dat hij het grens­sta­tion ver­laat, te­gen­ge­hou­den en moet ach­ter­uit rij­den, waar­na we on­ze ba­ga­ge weer moe­ten uit­pak­ken. Hier­bij spreek ik mijn eerste woord­jes Ara­bisch op Sy­risch grond­ge­bied.
Een van de medepassagiers heeft zijn han­den zwart ge­maakt en ik geef hem een pa­pie­ren zak­doek­je. Na een poos­je vraag ik aan hem Akh­ar? [Nog een?], wat niet no­dig is, maar het ijs is ge­bro­ken en met be­hulp van een beet­je Engels en Ara­bisch kun­nen we wat ver­tel­len.
De tweede douane­con­tro­le stelt nog min­der voor. On­ge­con­tro­leerd kun­nen we al­les weer in­la­den. Als de Sy­rische grens voor­bij is haalt ie­der­een op­ge­lucht adem en ste­ken ve­len, ook de chauf­feur, een si­ga­ret op. Ken­ne­lijk is het een heel moei­lij­ke hin­der­nis.
Het Arabisch klet­sen gaat nog maar moei­lijk voor mij.
Ook nu kruipt de bus naar Alep­po, vijf­tig ki­lo­me­ter in an­der­half uur.
Twee Halabis [men­sen uit Alep­po: de Ara­bische naam voor Alep­po is Ha­lab] hel­pen me bij het zoe­ken van een ho­tel. Zij kun­nen al­leen maar twin­tig dol­lar-ho­tels vin­den en dat wil ik niet be­ta­len. Na een ho­tel of vijf, waar­bij ik ie­de­re keer ver­geefs naar bo­ven moet sjou­wen (want de re­cep­tie ligt op de eer­ste of twee­de ver­die­ping, bo­ven een an­de­re zaak) ge­ven M. en H. de moed op. Zij ge­ven mij hun te­le­foon­num­mer en druk­ken me op het hart be­slist met hen te bel­len, zo­dra ik een ho­tel ge­von­den heb. Dat be­loof ik. (Maar weet al dat ik dat niet zal doen, want ik heb geen be­ge­lei­der no­dig.)
J. is toe­ris­ten­gids, die zich bij ons ge­voegd had en die mij nu helpt aan een goed­koop ho­tel.
Al-Hamra Hotel Newo (sic)
Aleppo Pab alfarag (sic)
Arabisch: Funduq al-Ham­ra’ al-Dja­did – Ha­leb – Baab al-Fa­radj.
Kamer 14. Die kost £. 250. [Sy­risch pond] per nacht. Een twee­per­soons­ka­mer met stro­mend wa­ter en een ven­ti­la­tor, die ik de he­le tijd op ho­ge snel­heid laat draai­en. Ka­mers zijn moei­lijk te krij­gen om­dat Alep­po vol zit met Rus­sen, Geor­giërs en Ar­me­niërs die hier han­del­drij­ven / in­ko­pen doen.
J. wisselt US$ 100 van mij voor £. 4.175. Meer had hij niet. (Of­fi­ciële koers: $ 1 = £. 42. (f. 1,00 = £. 24,75.) (£. 1 = f. 0,0404. Ik zal al­les door 20 delen, wat mak­ke­lij­ker re­ke­nen is. £. 1 is dan f. 0,05 voor mij.)
Omdat ik zeg wel een maand in Alep­po te wil­len blij­ven stelt J. voor een ap­par­te­ment te hu­ren. Dat wil ik wel. Hij heeft een oom die een ap­par­te­ment voor £. 6.000 ver­huurt (f. 300,00 per maand.)
’s Avonds ga ik kij­ken. Het is een aar­dig ap­par­te­ment bij vrien­de­lij­ke men­sen. Zij zul­len met mij ver­tel­len en voor me ko­ken. Ik zal er­over na­den­ken, zeg ik, want ik vind het toch wat duur. Mis­schien wil ik toch wel door Sy­rië rei­zen.
Voordat ik met J. bij zijn oom en vrien­de­lij­ke neef was gaan kij­ken, maak­te ik ken­nis met de Ca­na­dees AI., met wie J. drie da­gen door Sy­rië reis­de. Met hen be­zoek ik een deel van Alep­po en tij­dens hun ge­sprek­ken be­sluit ik ook an­de­re de­len van Sy­rië te be­zoe­ken.
Mijn oorspronkelijke reis­plan was zo­veel mo­ge­lijk met de men­sen pra­ten. His­to­rische be­ziens­waar­dig­he­den heb­ben niet mijn in­te­res­se. Pra­ten, dat moet mijn va­kan­tie wor­den. Al is het één maand in één plaats. Maar nu ik in Sy­rië ben, moet ik toch maar wat van het land zien, denk ik dus later en be­sluit daar­om het ap­par­te­ment maar niet te ne­men. Me­de om­dat het no­gal ver bui­ten het cen­trum in een volks­buurt ligt. (Hoe­wel dit laat­ste mis­schien meer een voor­deel dan een na­deel is.) De neef van J. bracht mij ook bij een broer met een par­fu­me­rie­zaak. Trots ver­tel­de hij me dat al­le pro­duc­ten uit Sy­rië ko­men. (‘Schmeiß es doch gleich zum Fen­ster hin­aus‘ dacht ik.) [Di­xit A. op 25 juli jl. in An­tak­ya.]
Na het bezoek aan het ap­par­te­ment gaan we naar het Ba­ron-ho­tel in de Ba­ron street waar ik op het ter­ras een Ar­cheo­lo­gie­stu­dent uit Lei­den te­gen­kom. Met hem had ik nog nooit ge­spro­ken, maar we groet­ten el­kaar wel. Hij heet P. en spreekt heel snel. Ik heb moei­te om hem te vol­gen. We ver­tel­len wat.
Als AI. komt gaan we met z’n drie­ën eten, J. AI. en ik. P. wil niet mee. We eten tot cir­ca 01.00 uur en be­ta­len to­taal £. 375. Ik be­taal £. 100.
Ook AI. heeft moeite met het na­ïef gods­ge­loof van de mos­lims, blijkt als J. even weg is.
Opmerkelijk is dat J., die in de ar­chi­tec­tuur be­zig is en daar­voor zelfs drie maan­den in Ita­lië (on­langs) door­bracht, toch veel waar­de hecht aan het le­zen van (kin­der-) boek­jes over het le­ven van al­ler­lei Bij­bel­se en Ko­ra­nische pro­fe­ten en ons met vol­le ernst die zo­juist ge­koch­te boek­jes toont en se­rieus ver­telt dat het zeer be­lang­rijk is de­ze ver­ha­len goed te ken­nen.*
Voor zijn rondleiding in de stad (sa­men met AI.) geef ik J. en­ke­le pon­den (Sy­rische Li­ra’s), maar rea­li­seer me dat dat slechts een schijn­tje is, een paar cen­ten. Ik be­loof hem meer, wat ik hem la­ter tij­dens mijn ver­blijf ook geef.
Bed 01.30 uur. Smerig bed. Het ho­tel heeft geen douche, denk ik.
AI. koopt op mijn aan­ra­den het woor­den­boek van Hans Wehr, 3e druk. Ik leg hem wat uit over de ver­voe­ging van het Ara­bische werk­woord. J. kan het niet vol­gen. Hij snapt het niet.


*
J, de toe­ris­ten­gids: ik weet niet ze­ker of ik goed op de hoogte ben, maar de func­tie van J. is om mij in de ga­ten te hou­den. Hij is een ver­te­gen­woor­di­ger van de re­ge­ring, de ge­hei­me dienst, want in Syrië mag je als toe­rist niet on­be­waakt over straat. Ook die twee an­de­ren, M. en H., die mij hiel­pen bij het zoe­ken van een ho­tel, zul­len zulk een func­tie heb­ben. Ook ie­de­re Sy­riër wordt in de ga­ten ge­hou­den. Ik hoor­de la­ter wel ver­tel­len dat er in Sy­rië ze­ven (!) ge­hei­me diens­ten zijn, die ook el­kaar moe­ten be­spio­ne­ren, en al­le le­den van de Sy­rische sa­men­le­ving.

Te­rug.

Profeten: binnen de islam geldt het als blas­fe­mie / gods­las­ter­lijk wan­neer je geen waar­de hecht aan de ver­ha­len over de pro­fe­ten. Het ken­nen van het le­ven van de pro­fe­ten is een be­lang­rijk deel van de is­lam. On­der de is­la­mi­tische wet, de Sha­ria staat op blas­fe­mie de dood­straf, dus als je de ver­ha­len over de pro­fe­ten weg­wuift, heb je een le­vens­groot / le­vens­ge­vaar­lijk pro­bleem.
Nu geldt in Sy­rië de Sharia niet, maar Sy­rië is natuurlijk wel een is­la­mi­tisch land, zij het met een se­cu­lier re­gi­me: Ba’ath.
Bovendien heeft ieder­een ge­lo­vi­ge fa­mi­lie­le­den, waar­mee ook moei­lijk­he­den kun­nen ont­staan, als je je niet aan de gods­diens­ti­ge re­gels houdt. Daar­naast is er nog de so­cia­le con­tro­le in de wijk waar je woont.

Te­rug.


Voor een summiere uitleg over het Arabisch: klik hier.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Baab al-Ha­wa:
GM., Wi.
:ﺑﺎﺏ ﺍﻟﻬﻮﻯ
Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Alep­po:
GM., Wi.
:ﺣﻠﺐ
Ba­ron Ho­tel:
GM., Wi.
Baab al-Fa­radj:
GM., Wi.
:ﺑﺎﺏ ﺍﻟﻔﺮﺝ

Koe­fiy­ya:
:ﻛﻮﻓﻴﺔ
‘Iqaal:
:ﻋﻘﺎﻝ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

26 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7484) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. leidt me in de om­ge­ving rond. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Zondag, 26 juli 1992.
Antakya.
In bed fantaseer ik over de dik­ke pros­ti­tu­ees die hier in het ho­tel wo­nen. Zij zijn niet knap, maar hun ‘vrouw zijn’ maakt me geil.
Als ik slaap droom ik dat ik weer thuis ben en ik vraag me ver­baasd af hoe ik zo stom kan zijn om naar huis te gaan. Ik wil zo snel mo­ge­lijk weer te­rug naar Tur­kije. Ik ben er­gens in een huis met mooie naak­te vrou­wen.
Gelukkig blijkt, als ik wak­ker word, dat ik nog in An­tak­ya ben. Ik slaap ver­der, met on­der­bre­kin­gen van­wege het ver­keers­la­waai.
Op rond 9.00 uur. Ik zoek een mo­ge­lij­ke te­rug­reis (per trein) uit. Met de trein naar Athe­ne en van­daar met bus en boot naar Brin­di­si, Ita­lië en dan via Bo­log­na naar Pa­rijs en Lei­den.
Als SK. er om 10.30 uur nog niet is (10.00 uur was af­ge­spro­ken, maar mis­schien voelt hij zich be­le­digd door gis­te­ren. Ik hoef ech­ter niet al­tijd met hem op te trek­ken en heb recht om ook an­de­re men­sen dan hem te ont­moe­ten), ga ik al­leen op stap om eten te zoe­ken. Dat valt niet mee. Vrij­wel al­le win­kels zijn ge­slo­ten, om­dat het zon­dag is. Er­gens eet ik twee toasts (warm) met kaas en drink ik süt. (Melk.)
In het park zit ik daar­na twee uur rus­tig. Er is slechts één knap­pe jon­ge­man. Als ik van hem ten vol­le ge­niet staat SK. plot­se­ling naast me.
Met hem trek ik dan weer een uur of vier op, tot cir­ca 17.00 uur.
We gaan naar de prij­zen voor de bus­tocht naar Alep­po in­for­me­ren. Alle­maal kos­ten ze TL. 75.000.
SK. leerde een an­de­re Ne­der­lan­der ken­nen, H. uit Bar­ne­veld.
H. is niet zo ingenomen met de toch wel (dat valt mij nu eerst echt be­wust op) agres­sief-op­drin­ge­ri­ge SK.
We drinken thee met zijn drieën. (Maar H. is zo weer weg. Hij be­taalt de re­ke­ning en wacht niet op het wis­sel­geld: TL. 5.000 voor SK. Daar­van koopt hij een brood­je dat hij met mij deelt.)
We lopen nog wat rond.
In het hotel geef ik SK. US$ 20,00 als bij­dra­ge voor zijn reis naar Fran­krijk. Hij kan niet ge­lo­ven dat het bil­jet echt is. (Cir­ca TL. 140.000.) [Cir­ca f. 35,00.]
We gaan brood, yog­hurt en wa­ter ko­pen.
Hij gaat naar huis. Ik ga in het hotel eten. (Op mijn ka­mer: brood met yog­hurt.)

Ik slaap wat, neem een douche en ga naar het park.
SK. komt langs met het vol­gen­de slacht­of­fer: M. uit Ant­wer­pen.
SK. gaat naar zijn huis en no­digt mij sa­men met M. uit. Ik voel me nu van mijn be­ta­lings­ver­plich­tin­gen ver­lost en M. be­taalt dus TL. 10.000 voor de ta­xi.
SK., zijn zeer leu­ke jon­ge­re zus­je en zijn moe­der wo­nen in een best aar­dig ap­par­te­ment. Zijn va­der, die een han­de­laar is, is op za­ken­reis. Zijn moe­der ziet er oud en ver­wor­den uit, maar vol­gens SK. is zij nog jon­ger dan ik.
We drinken koe­le ay­ran (kar­ne­melk).
M. krijgt folders van Tur­kije van SK.
We lopen de stad in. On­der­weg speelt SK. de clown met de zon­ne­bril van M.
In een duur re­stau­rant (ik zie de bui al han­gen) gaan we eten. Ik spreek van te vo­ren de prijs al af, die uit­ein­de­lijk dub­bel zo duur blijkt (TL. 32.500), door en­ke­le ex­traat­jes en een pils. We eten in de­ze zaak op een ter­ras van circa 21.00 tot 00.00 uur.
SK. com­man­deert, tot schaam­te van M. en ik, de knap­pe en zeer be­leef­de en zeer goed En­gels spre­ken­de ober.
SK. klaagt over het ver­keer­de ge­recht dat hij ge­kre­gen heeft. (Het­zelf­de als M., maar had waar­schijn­lijk een duur­der be­steld.)
Er volgt even een span­nend mo­ment als bei­de broers / ei­ge­naars van het re­stau­rant ru­zie heb­ben, waar­van we niets zien, maar wel wat mer­ken, door de re­ac­tie van SK.
De rekening is TL. 130.000. Hier­van be­taal ik TL. 32.500 en M. de rest.
M. begrijpt een en an­der niet.
Ik zeg: “Jij betaalt de rest.”
Hij is uit zijn even­wicht ge­bracht.
SK. somt op wat ze al­le­maal sa­men kun­nen doen.
Ik voel aandrang om M. voor de fi­nan­ciële ge­vol­gen voor hem te waar­schu­wen. Ik zeg: “Dat be­taal jij al­le­maal.”
M. begint dan tegen SK. over zijn klei­ne bud­get te zeu­ren.
Hij spreekt met SK., op ei­gen ver­zoek, al ’s mor­gens om 8.00 uur af. (SK. wil­de om 10.00 uur ko­men.)
Als ik van M. af­scheid neem, zeg ik: “Pas op je cen­ten.”
SK. wil dan weten wat ik ge­zegd heb. Na enige aar­ze­ling (Ik: “Ik zei: goe­de reis.”), zeg ik hem dat M. no­gal over­stuur was, dat hij, SK., niet mee deel­de in de prijs van het eten, zoals bij ons in Eu­ro­pa, nor­maal is.
SK. heeft een plank voor zijn kop, of doet als­of. Het dringt niet tot hem door.
Ik ben blij dat ik mor­gen ga. Hij be­gint me lang­zaam te ver­ve­len en rea­li­seer­de me dat zijn agres­sief, op­drin­ge­rig ge­drag veel toe­ris­ten van hem af­stoot. Ook zijn voort­du­rend ge­com­man­deer te­gen land­ge­no­ten (en soms ook mij) be­gint me te ir­ri­te­ren. Mijn om­gang met hem is net lang ge­noeg ge­weest. Laat hij an­de­ren gaan ir­ri­te­ren.

In het park sprak ik met hulp van SK. met een jon­get­je van twaalf jaar. Hij werkt zes da­gen per week in een ga­ra­ge en op zon­dag poetst schoe­nen in het park.

Over TL. 271.000. 323.500 – 271.000 = 52.500 uitgegeven. (f. 13,15.)
Hotel rond 00.00 uur.
Slapen tegen 01.00 uur.
Weer: warm, veel wind, zoals va­ker hier in An­tak­ya.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

25 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7483) Ik ben in An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay) in Turkije. Toe­ris­ten­gids SK. leidt me in de om­ge­ving rond, maar ik ga ook met een an­de­re jon­ge­man op stap. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 25 juli 1992.
Antakya.
Wakker rond 6.15 uur. Doezelen tot 08.00 uur.
Douche.
Ontbijt: brood met kaas.
Rond 10.00 komt SK.
Ik koop de Herald Tri­bune: TL. 8.000.
We drinken wat in het park: TL. 7.000.
Met de dolmuş naar Sa­man­dağ voor TL. 4.000 (twee per­so­nen) en ver­der met de dol­muş naar Çev­lik (Ka­pı­suyu) om de Tü­nel van Ves­pi­a­nus Ti­tus te zien.
We eten samen voor TL. 37.000 (f. 9,25).
We gaan met de dol­muş te­rug naar Sa­man­dağ. Vóór ons zit­ten twee jon­gens met el­kaar een beet­je te vrij­en. Een van hen is een nich­te­rig ty­pe met oor­ring. SK. spreekt ze aan. Een van de twee heet A. en komt uit Duits­land en is Duit­ser, de an­der heet I. en is een lo­ka­le be­kend­heid (zan­ger). De ou­ders van A. zijn van hier. Hij is een Turk­se Ara­bier en Ala­wiet. Met A. trek ik ver­der op. SK. zit er ver­der voor Piet Snot bij. Hij wordt zelfs kwaad als A. (en ik dus ook, want A. is dan wel geen ho­mo, maar wel erg mooi) be­sluit om een an­de­re reis­rou­te naar An­tak­ya te ne­men dan SK. wil. In An­tak­ya wil ik SK. kwijt, wat lukt en A. en ik gaan naar Har­bye (Def­ne) waar we wat drin­ken en ver­tel­len. A. be­taalt bij­na al­les. Ik maar een beet­je.
Terug in Antakya gaan we naar de Pi­za­ra­de van D. in de Ata­türk Cad. D., die toch ja­ren in Duits­land werk­te, spreekt maar ge­brek­kig Duits. (“Al­les ver­ge­ten”, ver­ont­schul­digt hij zich.)
A. (circa 18 jaar), is net als al­le an­de­re Turk­se man­nen, hij praat over vrou­wen al­leen in sek­su­ele ter­men. (Ik doe voor de vorm mee.) A. wil even naar huis en zal bin­nen een half uur te­rug zijn.
Ik ga in het ho­tel dou­chen en ga te­rug naar de Pi­za­ra­de. A. komt niet meer. D. belt naar zijn ou­ders, maar daar is hij niet.
A. zou van zijn neef I. een vrouw voor een nacht ca­deau krij­gen, dus daar zal hij wel meer trek in heb­ben dan met mij en D. in de (du­re?) dis­co rond te sprin­gen.
Bij D. eet ik een piz­za (TL. 12.000) en wan­del door het park
Ik zou om 22.00 uur te­rug zijn om sa­men met hem uit te gaan, maar ik heb er niet veel zin in en ga naar hem om de af­spraak af te zeg­gen. Zijn Duits is nog slech­ter dan ik dacht. Hij be­grijpt me nau­we­lijks. Hij maakt een nieu­we af­spraak voor mor­gen­mid­dag, maar ik weet nu al dat ik daar niet op in zal gaan. Ie­der­een wil wel een graant­je mee­pik­ken uit mijn beurs, be­hal­ve A., die rom­mel koopt om ar­me men­sen te hel­pen.
A., die over ‘Ma­de in Tur­key‘ zegt: “Schmeiß es doch gleich zum Fen­ster hi­naus.” [Gooi het maar me­teen uit het raam.] (en waar ik la­ter in Sy­rië en Tur­kije vaak aan moet den­ken) is een iet­wat sim­plis­tisch fi­guur. Hij, als Ala­wiet, vind hij Ha­fez al-As­sad een goe­de lei­der en is ook be­zorgd (als al­le Ala­wie­ten) over de op­vol­ging van de­ze dic­ta­tor. Ala­wie­ten zijn vol­gens hem de eni­ge ech­te ge­lo­vi­gen. (Hij leert op een gym­na­sium in Frank­furt en moet, vol­gens mij, nog veel le­ren.)
Tegen D. zeg ik dat ik naar bed ga, maar ik zit in het park van circa 22.30 tot 00.00 uur. De man­nen zijn hier niet in­te­res­sant.
A. kende hier enkele vrien­den, die mij wel eens even Ara­bisch wil­den le­ren, maar zelf kon­den ze het niet le­zen of schrij­ven.
Verschillende mensen wil­den met mij naar Ne­der­land. Waar­om kun­nen die jon­ge­man­nen niet al­leen rei­zen? Ze wil­len al­tijd een be­ge­lei­der, ook al zijn ze ou­der dan 25 jaar? (Ook in Sy­rië wil­den ze met mij mee­rei­zen en niet al­leen. Zijn ze zo on­zelf­stan­dig?)
In het park in An­tak­ya komt een ou­de man naast mij zit­ten en spreekt me in het Turks aan. Als ik het En­gels ant­woord geef, schudt hij ver­baasd zij hoofd. Hij gaat ver­der in het Turks en wordt kwaad als ik En­gels blijf praten. Hij grijpt me krach­tig bij de arm en wijst in een rich­ting. Ik sta op en loop weg. Ik ga on­der een lamp zit­ten en wil niet meer las­tig ge­val­len wor­den. Ik luis­ter naar de mu­ziek en zang van het na­bu­rig hu­we­lijks­feest. Die zijn er nu veel. SK. was ook al naar een brui­loft.
Eén bier in het ho­tel (blik, want fles is een pro­bleem, we­gens het sta­tie­geld): TL. 6.000.
Over TL. 323.500. Ik heb dus f. 25,00 uit­ge­ge­ven van­daag. (TL. 100.000.)


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­tak­ya:
GM., Wi.
Sa­man­dağ:
GM., Wi.
Ka­pı­suyu:
GM., Wi.
Ti­tus Tü­neli:
GM., Wi.
Def­ne:
GM., Wi.

Ala­wie­ten:
Ha­fez Al-As­sad:

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

24 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7482) Gis­te­ren­mid­dag kwam ik in Is­ken­de­run aan. ’s Avonds pro­beer­de taxi­chauf­feur ET. druk op me uit te oe­fe­nen om van hem ‘an­tie­ke mun­ten’ te ko­pen (ver­val­sinvgen). Is­ken­de­run be­zorgt me dus een on­ge­mak­ke­lijk ge­voel en ik be­sluit een dag eer­der te ver­trek­ken dan ik van plan was. Ik ga naar An­tak­ya (An­tiochië / Ha­tay). Daar ‘val’ ik in han­den van ‘toe­ris­ten­gids’ SK. die ge­deel­te­lijk op mijn kos­ten gaat le­ven, maar die wel aar­dig is. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Vrijdag, 24 juli 1992.
Iskenderun – Antakya.
Op 7.30 uur.
Ik besloot te vertrekken. Om 9.00 sta ik be­ne­den en be­taal. De ho­tel­baas sput­tert te­gen en zegt dat ik gis­te­ren nog zei twee da­gen te blij­ven.
“I don’t remember”, zeg ik.
Dat hij zich daar­op niet kan her­in­ne­ren dat hij gis­te­ren TL. 1.500 te veel van mij nam, ver­won­dert me niet.
Eerst kan hij niet te­rug­ge­ven van TL. 100.000, maar na een poos­je krijg ik toch nog TL. 10.000.
Bij het Toerist In­fo vraag ik naar het mi­ni­bus­sta­tion en zij [meis­je] vraagt mij naar het Kıyı-ho­tel.
Ik zeg: “No com­ment.” Zij lacht uit­bun­dig. (Zie ook gis­te­ren.)
De bus naar An­ta­kya kan ik niet di­rect vin­den, maar een man brengt me er­heen.
Daar vertelt mij iemand de ge­brui­ke­lij­ke praat­jes, na­me­lijk dat Is­ken­de­run toch veel mooier is dan An­ta­kya.
Bus naar Antakya kost TL. 8.000 (f. 2,00) (Ver­ge­lijk gis­te­ren in Is­ken­de­run lo­kaal: TL. 20.000!) (58 ki­lo­me­ter voor f. 2,00!)
In de bus heb ik een cri­sis: Wat doe ik hier? Ik kan wel jan­ken. Wat doe ik hier in dit stof­fi­ge, he­te land, zo moe­der­ziel al­leen?
Mooi uitzicht bij het pas­se­ren van een berg­pas en mooie re­li­gieu­ze mu­ziek doen mijn down­stem­ming snel ver­dwij­nen.
Een echtelijke ruzie wordt in de bus, tot ont­stel­te­nis van de me­de­pas­sa­giers, met over en weer hand­tas­te­lijk­he­den, uit­ge­voch­ten. Een luid hui­len­de echt­ge­no­te schreeuwt naar de af en toe zeer kwa­de en mep­pen­de echt­ge­noot, maar zij slaat ook te­rug.
Het speet me voor mijn af­spraak met M., he­den­avond om 22.00 uur, maar ik vrees dat hij er niet al­leen zal zijn, maar met veel vrien­den, die ook kun­nen mee­drin­ken van een rij­ke bui­ten­lan­der.
Eigenlijk was ik op de vlucht en zo voel­de ik het ook. Op de vlucht voor de zich om mij slui­ten­de druk van men­sen die op een (vol­gens mij) on­re­de­lij­ke ma­nier geld van mij wil­len be­mach­ti­gen. ET. is na­tuur­lijk heel arm, maar dat hij denkt dat hij mij waar­de­lo­ze rom­mel kan ver­ko­pen, ir­ri­teert me en maakt dat ik uit Is­ken­de­run weg wil, maar ik wil er best nog wel eens te­rug, want ’s avonds is het er lek­ker. Ik wil ech­ter niet meer al­leen daar naar toe.
Circa 11.00 uur Antakya Toe­rist In­for­ma­tie. (In het Frans.)
SK., student, leeft van toe­ris­ten. Trekt tot cir­ca 18.00 uur met me op. Hij be­zorgt me in ho­tel Gü­ney een ka­mer, een­per­soons, douche, toi­let: TL. 40.000.
Voor TL. 15.000 wordt mijn was ge­was­sen.
In het hotel vraag ik hem of ik voor zijn dienst­en moet be­ta­len, maar dat wijst hij ver­ont­waar­digd af.
Ik neem een douche en ga dan met hem eten, wat ik betaal. (TL. 44.000: f. 11,00)
Mu­seum: stu­den­ten­prijs, TL. 5.000 (helft). Hij heeft vrij toe­gang.
Bar: hij kiest er de duur­ste (20.000) sand­wich.
Sint Pieterskerk met de dol­muş. We blijven er cir­ca twee uur. Ver­tel­len met men­sen in Duits, Frans en En­gels.
Een Duitse vrouw (Turks van ge­boor­te) ver­telt me over de waar­de­lo­ze me­dia in Tur­kije, met voort­du­rend naak­te vrou­wen in de kran­ten en po­si­tie­ve be­richt­ge­ving over Tur­kije. Al­les wat de kran­ten schrij­ven ge­lo­ven de Tur­ken.
“De Turken zijn als hon­den die men een been voor smijt, dat naar vlees smaakt, maar er zit geen vlees op.”, zegt zij. Dat been zijn de im­mer lo­ze be­lof­ten van de re­ge­ring.
Hotel: rond 17.30 uur.
SK.: “Zal ik thuis eten of met jou?”
Ik: “Eet maar thuis, ik ben niet zo rijk.” Hij is te­leur­ge­steld en zegt dat hij het zich zal her­in­ne­ren. (Zal ont­hou­den.)
Met SK. gaf ik TL. 71.000 uit. Ik heb nog TL. 449.000 over. Ik wil voor Sy­rië geen geld meer af­ha­len.
Douche.
Brood, yoghurt en wa­ter eten en drin­ken.
De winkel­be­dien­de moest aan de baas de (toe­ris­ten-)­prijs van de yog­hurt vra­gen. (TL. 3.000.)
Rond 20.00 uur komt SK. Hij droomt om naar Frank­rijk op va­kan­tie te gaan. In mijn boek van Tho­mas Cook*(1) zoekt hij al­le trei­nen uit die (even­tueel via Praag) naar Pa­rijs gaan.
Een Jeugdherberg kost circa f. 12,00 per nacht. “Niet duur,” zeg ik, “cir­ca TL. 48.000.”
Hij valt bij­na ach­ter­over. Zo duur. Dat is on­be­taal­baar.
Hij wil van zijn vader een sub­si­die van een half mil­joen TL. krij­gen. (f. 125,00.) (In­ter­rail*(2) kost (in Ne­der­land) al f. 570,00.)
SK. wil met zijn va­der rei­zen, die geen In­ter­rail zal krij­gen, maar de vol­le prijs moet be­ta­len. Ik ver­tel hem maar niet dat ik in Bu­da­pest in The Guar­dian las, dat van­af vol­gend jaar de zui­de­lij­ke lan­den niet meer met In­ter­rail mee­doen.
Hij droomt en ik laat hem dro­men. Hij spaart zijn geld, be­ter dan dat hij het aan de gok­kast uit­geeft. Ik ad­vi­seer hem el­ke ge­spaar­de TL. om te zet­ten in Dol­lars of Mar­ken, we­gens de vre­se­lij­ke in­fla­tie in Tur­kije. (Een pas­poort, voor de mees­te Tur­ken on­mo­ge­lijk te krij­gen, is voor hem, als toe­kom­stig stu­dent me­di­cij­nen niet on­mo­ge­lijk.)
SK. zit, net als ie­de­re man in Tur­kije (en Sy­rië) con­stant aan zijn lul te pluk­ken. Ik word er ech­ter niet heet van. Hij is niet on­knap, op jeugd­puist­jes na, maar ik zag bloed stro­men uit zijn tand­vlees, rond zijn tan­den en hij heeft el­ke twee mi­nu­ten last van een droog hoest­je. Bo­ven­dien kan hij geen kou­de dran­ken drin­ken, an­ders heeft hij last van keel­pijn. Toch loopt hij (naar ei­gen zeg­gen) de ma­ra­thon en is al­tijd in trai­ning.
Later wandelen we door het park, waar al­les met la­waai en mu­ziek is (veel hu­we­lijks­par­tijt­jes), drink­hal­len waar man­nen en fa­mi­lies ge­schei­den moe­ten zit­ten. Man­nen met een (of meer) vrouw(en) moe­ten in het fa­mi­lie­deel zit­ten. Man­nen al­léén [zon­der vrouw] moe­ten in het man­nen­deel zit­ten.
We aten ’s lands mier­zoe­te spijs: meel, kaas, sui­ker. (Met ’s lands be­doel ik: An­ta­ki­aans.)
Bier en Fanta, maar SK. drinkt geen al­co­hol en kan ook de kou­de Fan­ta niet drin­ken.
Hotel. We zoeken nog trei­nen naar Pa­rijs uit.
Ik zocht ook kran­ten met we­reld­nieuws. Hoe zit het met Tsjechië en Slo­wa­kije? Ik hoor­de dat ze uit el­kaar zijn. Komt er oor­log van? Ik weet het niet.
SK. gaat rond 23.00 uur.
SK. wil arts worden. Hij is pas 17 jaar, maar ziet er (na­tuur­lijk) veel ou­der uit.
Ik besluit hem US$ 20,00 te ge­ven, voor­dat ik ga, want hij is echt aar­dig en droomt van Frank­rijk. (En zijn ma­ger 17-jarig vrien­din­net­je, daar.)
Bed tegen 00.00 uur.
Over: TK. 423.500 (f. 105,88)


*(1)
Thomas Cook European Rail Ti­me­table. Tho­mas Cook. Zoals de ti­tel van het boek al zegt is dit een pub­li­ca­tie met de dienst­re­ge­ling van al­le trei­nen in Eu­ro­pa en zeer nut­tig als je met de trein dit con­ti­nent wil ver­ken­nen.

Te­rug.

*(2)
Interrail-ers rei­zen voor f. 570,00 dwars door Eu­ro­pa, Tur­kije en Ma­rok­ko, één maand lang. Zij ne­men bij voor­keur lan­ge trein­tra­jec­ten ’s nachts en spa­ren zo ho­tel­kos­ten. Het na­deel be­staat hier­uit: zij wil­len nie­mand in de cou­pé er­bij heb­ben en hou­den de deur dus ge­slo­ten. Zo is de kans om an­de­re men­sen te ont­moe­ten erg klein.
Wikipedia: Interrail/Geschiedenis.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.
Antakya:
GM., Wi.
Sint Pieterskerk:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

23 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7481) Ik ben in Tur­kije op door­reis naar mijn va­kan­tie­be­stem­ming Syrië. Ik zit in de Ex­pres­trein (Çu­ku­ro­va Eks­presi) tus­sen An­ka­ra en Ada­na, maar reis van­daag nog door tot Is­ken­de­run, ook in Tur­kije. (De­ze land­streek heet Çu­ku­ro­va.) In Is­ken­de­run pro­beert ie­mand mij ‘an­tie­ke’ mun­ten te ver­kopen. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Donderdag, 23 juli 1992.
Iskenderun.
[In de trein tus­sen An­ka­ra en Ada­na.] Tot 03.00 uur slaap ik heel vast. Dan floept het licht aan en dat blijft zo, tot­dat de groep van vier uit­stapt. (Is dit Kay­se­ri?) De lan­ge ma­ge­re blijkt toch wel vrien­de­lijk. Hij ge­baart me dat hij ook naar Ada­na gaat. (Voor­dat we sla­pen gin­gen, dus toen de groep van vier er ook nog bij was, was het feit dat ik een toe­rist uit ‘Ho­lan­da’ was, een lang on­der­werp van ge­sprek tus­sen de vijf. Dat was ook het ge­val toen ik vroeg Ta­ta­kal­lam Ara­biyya? (Spreekt u Ara­bisch?). Ze spra­ken geen Ara­bisch. Ze wil­den we­ten of ik mos­lim was en toen dat niet het ge­val bleek von­den ze het ken­ne­lijk maar vreemd dat ik Ara­bisch sprak en ze dis­cus­si­eer­den er lang over.)
Tot 07.00 uur slaap ik ver­der (met on­der­bre­kin­gen). Dan ko­men er steeds meer men­sen in de cou­pé. Op ge­ge­ven mo­ment zit­ten we zelfs met z’n ze­ve­nen. Ik vind dat Tur­ken, als ze op leef­tijd zijn en ze zijn goed ver­zorgd, zo­als de­ze man­nen hier, dat ze knap­per zijn dan de jon­ge­man­nen. (De jon­ge Tur­ken.)
De weg naar Ada­na is lang en de lange Turk (uit An­ka­ra) er­gert zich steeds meer aan het bij ie­de­re boom stop­pen van de trein. Hij scham­pert steeds over het woord: “Eks­presi!”
Rond 09.00 uur zijn we in Ada­na. De trein naar Is­ken­de­run ver­trekt pas rond 11.30 uur (of 12.30 uur?)
Ik ga wat rond­han­gen, maar voor­na­me­lijk in de scha­duw.
Ik eet een brood­je en drink twee thee en ik be­taal TL. 2.000. De ver­ko­per zegt na­me­lijk 3, maar ge­baart 2.
Een schoen­poet­ser poetst het wit­te plas­tic van mijn gym­schoe­nen, maar hij kan mijn gro­te geld niet wis­se­len, zo­dat iemand an­ders hem be­taalt.
Als ik de kaart van Klein Azië be­kijk, komt er iemand naast mij zit­ten, die ei­gen­lijk al­leen maar Turks spreekt. Di­rect er­na komt iemand die ook En­gels spreekt.
De 29-jarige MO. uit Os­ma­niye (nabij Ada­na). Hij heeft de we­reld­at­las van bui­ten ge­leerd en een aard­rijks­kun­di­ge en­cy­clo­pe­die door­ge­lezen.
Ik zeg te­gen hem 31 te zijn, maar als ik het trein­kaart­je koop, grijpt hij mijn stu­den­ten­kaart waar­op staat dat ik in 1951 ge­bo­ren ben. Hij ziet het niet.
Enkel Ada­na – Is­ken­de­run: TL 6.500 (70% van de nor­ma­le prijs).
Een ‘stu­dent’ (in lom­pen) uit Diyar­ba­kir be­delt bij mij, na over­leg met MO., om dol­lars, na­dat hij mij, te­gen mijn wil, ge­hol­pen heeft met het om­doen van mijn rug­zak en hem bij­na ka­pot maak­te, door hem aan de bind­ban­den op te til­len.
Op het sta­tion van Ada­na pre­ten­deert MO. al­les te we­ten en zo stap­pen we bij­na in de ver­keer­de trein.
In de trein moet ik, door het ge­klets van MO., die de con­tro­leur er­op wijst dat ik stu­den­ten­kor­ting heb, mijn In­ter­na­ti­o­nal Stu­dent Card (ISC) tot mijn er­ger­nis nog­maals te­voor­schijn ha­len.
Voor MO. was ik ge­trouwd, had een kind van acht jaar. Vrouw niet mee, want ziek en reis te duur. (Dit is een slech­te smoes.)
Hij is vrij­ge­zel, niets ge­leerd, geen werk, geen be­roep.
Hij wil mijn adres en ik geef hem: A. de Hoo­ge­bou­lev. 346, Lei­den, Ho­lan­da. Ik vraag niet en krijg zijn adres ook niet.
Hij heeft een sta­pel pas­fo­to’s in kleur. Ik krijg er een van, die ik la­ter in Is­tan­bul (17-8-92) weg­gooi.
Hij stapt in To­prak­ka­le uit.
Ik ver­wis­sel van plaats, want ik zag en­ke­le leu­ke jon­gens. Nu blij­ken er ook en­ke­le leu­ke meis­jes te zit­ten die Ara­bisch bloed heb­ben en al­le­maal een beet­je op FJ. (Lei­den) lij­ken. Ze heb­ben mijn be­lang­stel­ling en ik de hun­ne, maar het blijft nog bij­na twee uur lang bij kij­ken (in­clu­sief ver­tra­ging) voor­dat ik, om hen nog­maals te zien, in Is­ken­de­run aan de ver­keer­de kant van de trein uit­stap. Tot con­tact komt het niet, want ik denk aan de woor­den van M. in An­ka­ra.* Bo­ven­dien wa­ren de meis­jes niet al­leen, maar met nog een heel stel ou­dere en jon­ge­re vrou­wen. (Twee had­den mijn spe­ci­a­le aan­dacht. Af en toe glim­lach­ten ze in mijn rich­ting of ke­ken naar mij.)
Rond 16.00 in Is­ken­de­run, wil de dol­muş mij van het Sta­tion naar de Ata­türk Bou­le­vard bren­gen voor 2 US$ of TL. 20.000. Ik kies voor het laat­ste, maar ge­zien de leng­te van de rit komt me dit toch voor als pu­re op­lich­ting. Ik ging er­mee ak­koord, dus be­taal ik de te­gen­waar­de van een klei­ne vijf gul­den.
Hotel Kıyı wis­ten zij twee (van de dol­muş) ook niet, dus loop ik naar het Toe­ris­ten­bu­reau. Het meis­je daar is vrien­de­lijk en wijst me en­ke­le ho­tels. Ik vraag naar het Kıyı-ho­tel en zij maakt een af­wij­zend ge­baar. Ik vraag of het een goed ho­tel is en zij zegt: “No com­ment.” Ik be­grijpt dat wel, zij ver­te­gen­woor­digt im­mers de plaat­se­lij­ke mid­den­stand.
De straat staat on­der wa­ter van een stort­bui, de vo­rige avond. Dat nood­zaakt au­to­mo­bi­lis­ten niet af te rem­men voor een over­ste­ken­de moe­der met kind. Die wor­den nat-ge­re­den, als­of het zo hoort.
Bij het Kıyı-hotel word ik aan­ge­spro­ken met “My friend”, dat maakt me al­tijd iets kre­ge­lig.
Ik laat me een ka­mer op de zee­zijde, met douche en toi­let door de knap­pe ge­rant(?) / be­dien­de to­nen. Die kost niet US$ 1, zo­als Lone­ly Pla­net (L.P.) schrijft, maar TL. 90.000 (twee­per­soons) = f. 22,50. Ik neem hem. [Lone­ly Pla­net schrijft: US$ 11!]
Douche. Hoe­wel ik warm wa­ter op de ka­mer heb, douche ik toch met koud wa­ter, want dat is veel fris­ser.
De bediende wek­te met zijn ver­schij­ning mijn sek­su­ele lust op.
De reis Istan­bul – Is­ken­de­run kost­te:
TL. 42.000 + 57.000 + 6.500 = TL. 105.500 (f. 26,38), voor ruim 1.300 km. (Am­ster­dam – Arn­hem (grens) kost­te f. 28,00!)
Ik wil eten en het re­stau­rant kan me van al­les bie­den, met vlees, wel te ver­staan. Zon­der vlees is moei­lijk. Nou, vis, met groen­te en friet dan maar. En een bier.
Er zitten er twee aan een na­bu­ri­ge ta­fel. Een kar­ren­voer­der uit Is­ken­de­run en een chris­te­lij­ke Li­ba­nees uit Bei­rut, die nu in Ita­lië woont en die de vol­gen­de op­mer­king te­gen de kar­ren­voer­man, die geen al­co­hol wil drin­ken, maakt: “Al­co­hol is ha­raam, maar klei­ne jon­get­jes neu­ken, no pro­blem.”
De kar­ren­voer­man lacht ver­legen en zegt: “Hij is cra­zy, dat is al­leen in Sa­oe­di-Ara­bië.”
Hun Ara­bisch kan ik niet ver­staan.
Met een ou­de au­to komt taxi­chauf­feur ET. erbij, die in Duits­land bij de NAVO ge­werkt heeft. Hij spreekt En­gels en Duits. Hij geeft me zijn vi­si­te­kaart­je.
Hij biedt me gra­tis en voor niets een rit door Is­ken­de­run (waar vol­gens Lone­ly Pla­net niets te zien is) aan.
Ik geef hem en de an­de­re twee een bier.
Eten en drin­ken, to­taal TL. 98.000 (f. 24,50)
De rit door don­ker Is­ken­de­run stelt niets voor. Twee stra­ten in en uit.
Hij stelt voor bij zijn vrouw een kop kof­fie te gaan drin­ken. Zijn vrouw is ziek en ligt met di­ar­ree (ze at van de bu­ren) (…) op bed. Zij brengt na een poos­je kof­fie.
Hij: “Wat stu­deer je ook al weer? Mis­schien heb je ook ver­stand van ar­che­o­lo­gie?”
Hij komt met een stel ou­de mun­ten op de prop­pen. Die zijn niet ge­sla­gen, maar ge­go­ten en bo­ven­dien heel licht van ge­wicht. “Een boer vond ze, bij een ou­de muur, toen hij er aan het gra­ven was.”
ET. kreeg ze, want die wist er wel geld mee te ma­ken.
‘Zink,’ denk ik, ‘prul­la­ria.’ Hij weet pre­cies wat er op de mun­ten staat, die met ce­ment ‘oud’ ge­maakt zijn. “Je moet ze schoon­ma­ken”, zegt hij.
“Waarom hebt u ze niet schoon­ge­maakt?”, vraag ik.
Hij: “Ze zijn toch niet van mij.”
Hij probeert mijn be­geer­te op te wek­ken, maar dat lukt hem niet. (Ik wil vrij zijn van ma­te­riële be­geer­te en al­leen nog maar in­tel­lec­tu­ele en sek­su­ele be­geer­te heb­ben, maar ik be­gin er niet eens aan om hem dat te ver­tel­len. Hoe zal hij dat kun­nen be­grij­pen?)
Ik word niet be­ge­rig na die mooie praat­jes over veel geld ver­die­nen en mun­ten die in de ca­ta­lo­gus staan.
Ik ver­on­der­stel dat ze vals zijn. (“Ver­valst in ou­de tijd,” zeg ik, om hem niet van op­lich­ting hoe­ven te be­schul­di­gen.)
Een Hollandse ‘fei­ne la­dy‘ kocht er ver­schil­len­de, en bel­de la­ter, van­uit Ne­der­land, voor nog meer, maar daar kon hij niet aan be­gin­nen. Ik kon er en­ke­le ko­pen en dan zou die ‘fei­ne la­dy‘ ze ze­ker van mij over­ne­men. Hij com­man­deert zijn vrouw naar het adres van die ‘fei­ne la­dy‘ te zoe­ken, maar het lukt haar niet het adres te vin­den. Als ik wei­ger­ach­tig blijf, stelt hij voor dat ik, als ik uit Alep­po [Sy­rië] te­rug­kom, bij die boer ga kij­ken en er fo­to’s van maak. Dat ik geen ca­me­ra heb brengt hem nau­we­lijks in ver­war­ring. Hij zal er een le­nen. Hij brengt meer en meer mun­ten. Eén is er be­scha­digd. Ik zie dat het giet­ij­zer is en ver­vol­gens kan ik ze al­le­maal als giet­ij­zer iden­ti­fi­ce­ren.
Hij blijft aan­drin­gen en ik stel hem voor dat ik mor­gen een be­slis­sing zal ne­men. Daar gaat hij mee ak­koord.
We klet­sen nog wat over de de is­lam en hij brengt me te­rug naar het ho­tel. Daar drinkt hij nog mi­ne­raal­wa­ter op mijn kos­ten en gaat naar huis. (Tij­dens de rit naar het ho­tel klaag­de hij over het du­re le­ven en de ziek­te­kos­ten van zijn vrouw.)
Bij het ho­tel wordt de sexy kok door zijn knap vriend­je op­ge­haald en lo­pen ze arm in arm het don­ke­re park in.
De kar­ren­voer­man die me op zijn kar Is­ken­de­run voor min­stens TL. 40.000 wil la­ten zien, vraagt of ik ET. (die een goe­de jon­gen is) iets ge­ge­ven heb.
“Tomorrow”, zeg ik.
Er wordt rap ver­der ver­teld tus­sen de an­de­ren. Ik heb de aan­vech­ting om nog een toe­lich­ting te ge­ven, maar doe dat ge­luk­kig niet.
Later zeg ik dat ik naar bed ga, maar loop met sek­su­ele lust door het zee­zij­de­park. Uit­ein­de­lijk ont­moet ik M., met wie ik wat Ara­bisch praat. Ik wil wel en ook niet met hem (want mijn zak­ken pui­len uit van het pa­pier­geld en por­te­feuil­les) en in mijn ho­tel­ka­mer durf ik hem niet mee te ne­men, want ik vrees prijs­toe­na­me. Ik maak een af­spraak met hem voor mor­gen­avond 22.00 uur op het ter­ras.
Bed 01.00 uur
Weer: warm, droog. ’s Avonds aan zee lek­ker.


*
De woorden van M., gis­te­ren, in An­ka­ra wa­ren: “Het con­tact tussen man­nen en vrou­wen is niet zon­der ge­vaar. Als zij je ver­keerd be­grijpt, komt de po­li­tie er­bij en wordt je op het bu­reau fi­naal in el­kaar ge­sla­gen, ook als je een bui­ten­lan­der bent.”
Ook de man die gis­te­ren seks met mij wil­de, ver­tel­de dat con­tact tussen man­nen en vrou­wen zeer moei­lijk ligt / ge­vaar­lijk is.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Çu­ku­ro­va:
Wi., Wi.
Ada­na:
GM., Wi.
To­prak­kale:
GM., Wi.
Is­ken­de­run:
GM., Wi.

Ge­noem­de, niet be­zoch­te, plaat­sen in Tur­kije.

Kay­se­ri:
GM., Wi.
Os­ma­niye:
GM., Wi.
Di­yar­ba­kir:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

22 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7480) Ik ben met de trein on­der­weg voor een va­kan­tie in Sy­rië. Gis­te­ren­avond ver­trok ik uit Istan­bul en ge­du­ren­de de­ze nacht reis ik naar An­ka­ra, waar ik een dag wil blij­ven. Ik ont­dek ech­ter dat het be­ter is di­rect ver­der te rei­zen. Ko­men­de nacht zal ik daar­om weer in de trein door­bren­gen, op weg naar Ada­na, in het zuid­oos­ten van Tur­kije, maar over­dag blijf ik nog in An­ka­ra en be­zoek het ‘Jeugd­park’. Ik heb daar twee op­val­len­de ont­moe­tin­gen met ken­ne­lijk ty­pische Turk­se man­nen. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Woensdag, 22 juli 1992.
Ankara – Adana.
[In de trein:] In de stoel sla­pen.
Vlak voor An­ka­ra, in de ber­gen, zie ik veel ooie­vaars en hun nes­ten. Het blijkt dat ook in Tur­kije de ooie­vaars de kin­de­ren af­le­ve­ren, ver­telt des­ge­vraagd de stu­dent [me­de­pas­sa­gier].
In An­ka­ra wijst hij me de weg naar Ulus. (Het cen­trum?) (De trein ar­ri­veer­de circa 07.15 uur, on­ge­veer 10 mi­nu­ten te laat: niet slecht voor die rit.)
In Ulus zoek ik naar ho­tel Sa­hil Pa­la­sa [Hal Sokak 5] en huur er een twee­per­soons­ka­mer voor TL. 60.000. Ik be­kijk de ka­mer niet eerst. Nu blijkt er geen douche, dus me­zelf op de gang op pri­mi­tie­ve wij­ze was­sen en sche­ren. Een krant met fo­to’s van naak­te mei­den maakt me geil en ik trek me af.
Brood eten.
Lezen in de Lone­ly Pla­net. [Reis­gids.]
Het blijkt dat er maar om de dag een trein naar Ada­na gaat en in die rich­ting moet ik. Ik heb een en an­der dus slecht voor­be­reid. Ik be­sluit de ho­tel­prijs voor lief te ne­men en de trein naar Ada­na te boe­ken en dan zo snel mo­ge­lijk naar Is­ken­de­run te rei­zen.
Op het station blij­ken al­le niet- en wel ro­ken ze­tels vol­ge­boekt. Ik neem dus de slaap­wa­gen voor de stu­den­ten­prijs van TL. 57.000. (Dit is met 30% ISC-korting.) Wel is het een ro­kers­coupé. Ku­şet­li [cou­chet­te] in de Çu­ku­ro­va Eks­presi, ver­trek 20.10 uur uit An­ka­ra. [ISC: In­ter­na­tio­nal Stu­dent Card.]
Ik onderneem niets meer en breng de dag door in het ‘Jeugdpark’ van An­ka­ra. [Genç­lik Par­kı.] Ik kom in con­tact (hij spreekt me aan) met een in Duits­land wer­ken­de be­ton­vlech­ter. Hij spreekt goed Duits. Spreekt over vrou­wen al­leen maar in ‘neu­ken-ter­men’. Hij ver­telt me dat con­tact zoe­ken met vrou­wen ge­vaar­lijk is. Als zij je ver­keerd be­grijpt, of je nu Turk bent, of bui­ten­lan­der, dan komt er po­li­tie bij en dan word je op het bu­reau zo in el­kaar ge­ramd, dat je niet meer kunt lo­pen. De rest van de va­kan­tie heb ik niet uit­ge­pro­beerd of het waar is.
In de ‘Theetuin’ be­stelt hij een ‘sa­mo­var* thee en be­kijkt met in­te­res­se een ‘moord en dood­slag-film’. Gis­te­ren­avond zag hij al een goe­de film op Tv met Syl­ves­ter Stal­lo­ne. In de­ze thee­tuin staan de Tv’s te brul­len en al­le stoe­len staan in de rich­ting van de Tv’s.
Hij becommentarieert el­ke pas­se­ren­de vrouw in sek­su­ele ter­men.
Hij wil mijn adres in Lei­den heb­ben en me be­zoe­ken, maar ik maak be­zwa­ren, omdat ik niet al­leen woon. Als ik vertel dat ik Ara­bische cul­tuur en li­te­ra­tuur stu­deer, gaat zijn vlam uit. Op de kin­der­ker­mis voel ik er niets voor aan zijn kin­der­pret­jes mee te doen en schei­den on­ze wegen.
Weer op een bankje in het park, komt een ou­de­re Turk (cir­ca 45 jaar) naast me zit­ten. Ik weet ge­lijk wat voor vlees ik in de kuip heb. [Ik weet me­teen wat hij wil.] Hij kent en­ke­le woor­den En­gels, Frans en Spaans en met be­hulp van mijn woor­den­boek Turks-Ne­der­lands-Turks komen we een heel eind. Hij is Mukh­tar [bur­ge­mees­ter / wijk­hoofd] in G. Der­de ver­ant­woor­de­lij­ke on­der de Wa­li [gou­ver­neur] en con­tro­leert 9.000 nü­füs. (Zie­len.) Ge­trouwd, vijf kin­de­ren.
Ik vertel ge­trouwd te zijn, één kind te heb­ben en te stu­de­ren.
Hij vindt mij aardig en wil seks met mij. In Tur­kije is seks tus­sen man en vrouw een pro­bleem. Niet tus­sen man­nen. Des­ge­vraagd lieg ik dat seks tussen man­nen in Ne­der­land een pro­bleem is. Hij vraagt of ik seks met hem wil.
Ik zeg: “Sağol.” (Neen, dank u vrien­de­lijk.) Even la­ter schudt hij vrien­de­lijk mijn hand en stapt op.
‘Gekoppeld’ wordt er in dit park tus­sen man­nen. De man­nen zijn al­le­maal macho’s, met hun ede­le de­len los in de broek, waar gre­tig in ge­kne­pen wordt, door hen­zelf.
Hotel tegen 16.00 uur.
Weg tegen 17.00 uur. Het be­taal­de be­drag [ho­tel] vraag ik niet terug.
Op weg naar het station word ik ge­volgd door een stel leu­ke jon­get­jes, die geen En­gels spre­ken en een Ja­pan­ner, die een on­ver­staan­baar En­gels spreekt.
Station tegen 17.20 uur.
Over het perron van­waar mijn trein moet ver­trek­ken be­staat nog­al wat on­dui­de­lijk­heid.
Wat vertellen met vrien­de­lij­ke men­sen op het per­ron.
Als de trein uit Istan­bul naar Kars aan­komt zie ik een ver­won­der­lijk ta­fe­reel. Nog voor­dat de pas­sa­giers, die in An­ka­ra moe­ten zijn, kun­nen uit­stap­pen vliegt de meu­te die wil in­stap­pen, naar bin­nen. Ge­volg: een gro­te con­ges­tie in de trein. Zij die hun plaats wil­len ver­la­ten kun­nen dat niet, zij die een plaats wil­len be­rei­ken, kun­nen dat ook niet.
Ik besluit in het ver­volg al­leen maar van be­gin­pun­ten naar eind­pun­ten te rei­zen om een der­ge­lijke chaos niet mee te ma­ken. Ge­luk­kig is mijn reis een ‘be­gin­punt-eind­punt’ reis.
In mijn com­par­ti­ment blijk / lijk ik niet wel­kom te zijn. Als ik voor­stel, door mid­del van ge­ba­ren, te rui­len wordt dat aan­bod gre­tig aan­ge­no­men, maar het komt er niet van. Een van de pas­sa­giers spreekt drie of vier woor­den Duits. Een an­der heeft lang een lang ge­zicht, denk ik, maar hij blijkt niet bij de groep van vier te horen.
Tegen 22.00 uur gaan we sla­pen en ik vrees niet te kun­nen sla­pen, maar ik slaap als een roos.
Over TL. 762.000: 973.700 – 762.000 = 211.700 is f. 52,93 in twee da­gen uit­ge­ge­ven.
Algemene infor­ma­tie.
Bij navraag op het Station Sir­ke­ci in Istan­bul bleek dat een en­kel­tje Mün­chen, via Beo­grad (per trein) TL. 1.350.000 kost (f. 338,00) zon­der kor­ting van de In­ter­na­tio­nal Stu­dent Card: ISC. (Als dat op zul­ke tra­jec­ten al mo­ge­lijk is.)
Weer: half bewolkt, zon­der zon fris, met zon warm.


*
Samovar. De Samovar (Turks: Semaver) is van oor­sprong Rus­sische wa­ter­ko­ker, die wordt ge­bruikt bij de be­rei­ding van thee.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
An­ka­ra:
GM., Wi.
Ulus:
GM., Wi.
Genç­lik Parkı:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

21 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7479) Dit is mijn vijf­de dag in Istan­bul in Tur­kije. Van­daag dwaal ik wat door de stad. ’s Avonds neem ik de trein naar An­ka­ra, van­daar zal ik verder rei­zen naar Sy­rië. Ik lo­geer in Ho­tel Ana­do­lu. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Dinsdag, 21 juli 1992.
Istanbul – Ankara.
Op 7.00 uur. Nu moet ik in de rij staan voor de douche.
Om 9.45 verlaat ik het ho­tel. (Mijn ba­ga­ge, de rug­zak, laat ik er ach­ter.)
Ontbijt: twee sand­wiches / kaas plus een gro­te kop thee: TL. 8.000.
Boekenmarkt zoe­ken, vin­den.
Istanbul Uni­ver­si­teit: per on­ge­luk.
Regen.
Dezelfde weg terug­lo­pen, zon­der kaart, maar ik ver­dwaal en raak de weg kwijt. Ik kom in de wijk Saraç­hane en koop ge­le kaas: TL. 32.500 en brood: TL. 1.200.
Sultan Ahmet [plein], circa 13.45 tot 15.15 uur.
Ik haal mijn ba­ga­ge en ga over de nieuwe Ga­la­ta­brug (de oude ver­brand­de in mei / juni) naar Ka­ra­köy. Ik neem de veer­boot naar Hay­dar­paşa. Eet aan de wa­ter­kant onder an­de­re ay­ran: kar­ne­melk. (Die ik in Ne­der­land niet lust en hier lek­ker vind.)
Circa 20.00 uur zit ik in de trein op een ge­re­ser­veer­de plaats in niet-ro­kers coupé. De trein ver­trekt pre­cies op tijd. (21.00 uur.) (Ana­do­lu Eks­presi.)
Even buiten Istan­bul krijg ik een me­de­pas­sa­gier naast me. Een jon­ge­man die met on­der­bre­kin­gen tien jaar stu­deer­de. Dus zal hij 28 of 30 jaar zijn.
Mijn Engels is iets be­ter dan het zij­ne (hij is ci­viel in­ge­nieur), maar zijn in­tel­li­gen­tie is gro­ter dan het mij­ne. Hij is heel slim en weet veel meer dan ik.
Hij vertelt mij des­ge­vraagd over het po­li­tiek sys­teem in Tur­kije en de ‘af­han­ke­lij­ke on­af­han­ke­lij­ke’ me­dia die al­le nieuws met een sek­su­ele on­der­toon breng­en. De groot­ste krant Cum­hu­ri­yet heeft een op­lage van 200.000 stuks. (In een land met 60 mil­joen men­sen.) De kran­ten kun je niet echt ge­lo­ven.
Slapen in de stoel. Krij­sen­de kin­de­ren sto­ren me niet echt.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Turkije:
GM., Wi.
Istanbul:
GM., Wi.
Hotel Ana­dolu:
GM., Web.
Universiteit:
GM., Wi.
Saraçhane:
Sultan Ahmet:
GM., Wi.
Galatabrug:
GM., Wi.
Gouden Hoorn:
GM., Wi.
Karaköy:
GM., Wi.
Bospo­rus:
GM., Wi.
Haydar­paşa:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.

20 julı 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7478) Dit is mijn vier­de dag in Istan­bul in Tur­kije. Van­daag trek ik erop uit om een trein­bil­jet te ko­pen voor het ver­volg van mijn reis, waar­van het eind­doel Syrië is. Ik lo­geer in Ho­tel Ana­do­lu. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Maandag, 20 juli 1992.
Istanbul.
Op 9.00 uur.
De dak-slapers sliepen in de hal [van­wege de re­gen] en ik beeld­de me in (en mis­schien was het ook wel zo) dat som­mi­gen wat te kla­gen had­den over mijn snur­ken, dus bleef ik wat lan­ger op mijn ka­mer.
Rond 10.00 de stad in.
Zestien ansicht­kaar­ten pos­ten: TL. 16.000. (f. 0,25 per stuk per lucht­post!)
Als ik tegen Hol­lan­ders zeg dat ik naar Sy­rië ga, krijg ik de­zelf­de re­ac­ties als toen ik [in Budapest] ver­telde door Joe­go­sla­vië te rei­zen: ter­ro­ris­me. Ik zal ver­moord wor­den en ik zal constant be­dreigd wor­den, met na­me door de Pa­les­tij­nen. Eentje wist er al­les van, want hij was in Is­raël ge­weest.(!) In de Ga­za­strook was hij be­ko­geld, hij, een toe­rist: on­be­trouw­ba­re Ara­bie­ren!
“Succes in Sy­rië!”, zegt er één.
“Succes in Am­ster­dam!”, zeg ik.
TL. 800.000 afgehaald.
Aan de overkant van de Gou­den Hoorn (voor het eerst daar) de veer­boot naar Hay­dar­paşa-sta­tion (Azië, maar vol­gens de Tur­ken ge­woon Euro­pa. Ik gun ze het, want het Oeral­ge­berg­te ligt nog veel ver­der naar het oos­ten, dan de oost­grens van Tur­kije.)
Azië / Euro­pa. De over­zij­de van de Bos­po­rus. Ik blijf cir­ca an­der­half uur op dit sta­tion* en boek voor mor­gen­avond naar An­ka­ra [trein]. Nor­maal TL. 60.000. (Met ISC: TL. 42.000. Dat is 30% kor­ting.) (De veer­boot kost­te TL. 3.500.)
Door de volks­wijk van Ha­rem naar de mo­der­ne wijk van Üs­kü­dar lo­pen. Af en toe re­gent het een beet­je.
Ik eet een sand­wich / kaas en koop fe­ta­kaas en yog­hurt.
De veer­boot naar Be­şik­taş. Ik loop naar het bij­na ver­la­ten Yıl­dız-park (wel ver­schil­len­de vrij­en­de paart­jes en gluur­ders). De yog­hurt blijkt be­dor­ven te zijn. (De uiter­ste ver­koop­da­tum was 25-6-92!) In Yıl­dız geen ‘ac­ti­vi­teit‘ van man­nen.
Ik loop naar Or­ta­köy, maar de eer­ste veer­boot naar Emi­nö­nü ver­trekt pas mor­gen­och­tend. Ik loop te­rug naar Be­şik­taş, waar ik voor de­zel­fde ver­ras­sing kom te staan.
Ik neem de bus terug: TL. 2.500. Een jon­ge­man vraag ik naar Emi­nö­nü. Hij helpt me. Een an­der dringt zich aan mij op, maar daar heb ik geen be­hoef­te aan en ga mijn ei­gen weg.
Hotel: nieuw ge­kochte yog­hurt eten.
Kamer, tegen 19.30 uur.

Bed circa 22.30 uur.
Over: 973.700
343.200 + 800.000 = 1.143.200 – 973.700 = 169.500: uit­ga­ven. (f. 42,80)


*
Met be­trek­king tot Azië en de Oeral: wat ik noem is geo­gra­fisch waar, maar Tur­kije is, wat cul­tuur be­treft, niet Euro­pa en de Oeral wel.
Op dit sta­tion, Hay­dar­pa­şa leer­de ik iets wat van pas kwam in de he­le oos­ter­se we­reld. Ik hield na­me­lijk net­jes af­stand ach­ter de per­soon voor mij, maar toen een nieuwe klant kwam sloot die zich di­rect aan ach­ter die­ge­ne die op dat mo­ment voor de ba­lie stond, zon­der naar mij om te zien. Hier was be­leefd wach­ten niet aan de orde.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Turkije:
GM., Wi.
Istanbul:
GM., Wi.
Hotel Ana­dolu:
GM., Web.
Gouden Hoorn:
GM., Wi.
Haydar­paşa:
GM., Wi.
Bospo­rus:
GM., Wi.
Harem:
GM., Wi.
Üsküdar:
GM., Wi.
Beşik­taş:
GM., Wi.
Yıldız Parkı:
GM., Wi.
Orta­köy:
GM., Wi.
Emi­nönü:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.