26 november 1997

Terras

Dit is het dak­ter­ras dat bij mijn ka­mer in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel hoort. Mijn ka­mer ligt ach­ter de doe­ken, maar tus­sen de kamer en de doe­ken is nog vol­doen­de ter­ras­ruim­te om te wer­ken. Daar staat een ta­fel (met stoel), waar­aan ik mijn ad­mi­ni­stra­tie­ve ver­plich­tin­gen kan ver­rich­ten.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9433) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken lo­geer ik daar in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Woensdag, 26 november 1997.
Tariem: 8/40.
Goed geslapen.
Op 7.00 uur.
Dagboek bijwerken.
Circa 9.00 op weg naar de [al-Aḥgāf-] bi­blio­theek. Ik ont­moet Ḥas­san al-A., de oom van Ḥusayn al-A. (Niet de re­cep­tio­nist van het ho­tel, maar die knap­pe, sexy boy van de te­le­foon­win­kel, ver­le­den jaar.)
Deze Has­san al-A. brengt mij in zijn per­soon­lijk wrak naar de bi­blio­theek. Des­ge­vraagd wil hij me wel hel­pen bij het af­din­gen als ik een sa­rong wil ko­pen.
We rijden de vijf­tig me­ter met veel moei­te ach­ter­uit, er­naar­toe. Ik mag niet uit­stap­pen.
Het door hem behaal­de voor­deel voor twee goe­de sa­rongs (merk At­las uit In­do­ne­sië) wil hij niet aan­ne­men, maar ik laat het bed­rag in zijn au­to val­len: 400 rial. Ik be­taal­de 1.600 rial. (Cir­ca 24 gul­den.)
Ik print de fax die ik gis­te­ren op mijn lap­top maak­te en ver­stuur die via de fax van het post­kan­toor*(1) naar de Am­bas­sa­de met het ver­zoek aan DK. om die door te stu­ren naar Jan Just Wit­kam.
Als ik om 11.30 uur naar huis ga vraagt Ḥusayn al-Ḥ. of hij me een van de­ze da­gen (er is va­kan­tie tot maan­dag) mag ko­men op­zoe­ken. Om­dat ik vrees dat hij van­daag al daad bij het woord zal voe­gen, luis­ter ik na het zwem­men al­leen nog maar lui­de Walk­man-mu­ziek, zodat ik een ex­cuus heb waar­om ik zijn gek­lop niet hoor­de. Ik heb nog zo­veel te doen. (Dag­boek bij­wer­ken, de da­ta­ba­se op een fout tes­ten, het da­ge­lijks ver­slag schrij­ven.) Ik wil niet ge­stoord wor­den.
Temperatuur vandaag: af­ge­lo­pen nacht bui­ten cir­ca 19°C bui­ten en 27°C bin­nen.
Circa 13.00 uur bui­ten 35°C, ook in de scha­duw!
Circa 16.00 uur: zon en scha­duw: 30°C.
Circa 17.20: onder het af­dak­je [bij mijn ka­mer] 28,1°C, rest 26,3°C. De zon is al bij­na onder.
Nu 17.25 uur. Het wordt nu snel don­ker.
Goede Vegas en Un­der­world Tech­no-mu­ziek op de Wal­kman [mini ra­dio-cas­set­te­re­cor­der].
Ik moet naar een fout in de da­ta­ba­se voor de Aḥ­gāf-bi­blio­theek zoe­ken. Als je meer­de­re sor­teer­ac­ties hebt on­der­no­men, wordt op ge­ge­ven mo­ment niet meer ge­sor­teerd.
Vóór het diner lukt het me niet de oor­zaak te vin­den.
Diner: soep, een soort pas­ta met kip en een beet­je (de­ze keer wel, gis­te­ren niet) war­me groen­te.
Na het di­ner ont­dek ik op ge­ge­ven mo­ment dat de tel­lers [da­ta­ba­se], die het ad­res in een ar­ray be­pa­len, na ge­bruik niet op nul ge­zet wor­den. Met een ex­tra pro­gram­ma­regel is het pro­bleem op­ge­lost.
Bed rond 01.00 uur. Het is dan nog 20°C bui­ten.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Computerverslag: Fax

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik printte de fax, die ik gis­te­ren maak­te voor Ne­der­land en ver­stuur­de die van­uit het post­kan­toor naar de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de in Ṣanaᶜā’ met het ver­zoek die door te stu­ren naar Ne­der­land. Van­uit het post­kan­toor moest de fax twee­maal ver­stuurd wor­den om fout­loos in Ṣanaᶜā’ aan te ko­men. Al­thans, dat mag ik ho­pen. De kos­ten wa­ren be­dui­dend min­der dan een fax naar Ne­der­land. Die kost per pa­gi­na 800 rial (ver­le­den jaar) wat nu zo’n twaalf gul­den zou zijn. Naar Ṣanaᶜā’ kos­ten twee pa­gi­na’s maar 70 rial, nog goed­ko­per dan een brief. (70 rial is on­ge­veer 1 gul­den). Van­uit Ṣanaᶜā’ kan ho­pe­lijk wel fout­loos ge­fax­ed wor­den. Ik hoop dat DK. van de Ne­der­land­se Am­bas­sa­de eni­ge me­de­wer­king wil ver­le­nen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Moewallad

Ik ont­moet­te Ḥas­san al-A., een col­le­ga van Abd al-Raḥmān, on­der­weg naar de bi­blio­theek en hij reed me in zijn per­soon­lijk wrak naar de bi­blio­theek. Toen ik hem ver­tel­de dat ik een sa­rong wil­de ko­pen, (om in het ho­tel te dra­gen, dat is veel fris­ser dan een broek) zou hij me wel naar de win­kel rij­den, on­ge­veer der­tig me­ter, die met veel moei­te af­ge­legd moest wor­den en veel ge­so­de­mie­ter om ieder­een aan de kant te krij­gen, maar ik mocht niet uit­stap­pen. Al­leen gek­ken lo­pen hier.
Hij vertelde mij dat ik over de prijs zou moe­ten on­der­han­de­len. Ik vroeg hem dat voor mij te doen. Dat deed hij met ver­ve. Ik ge­noot er­van, hoe­wel ik bij­na die sa­rong niet kreeg die ik wil­de heb­ben. Uit­ein­de­lijk kreeg ik twee sa­rongs sa­men ruim 400 rial goed­ko­per. Het door hem be­haal­de voor­deel wil­de hij niet van mij aan­ne­men, maar ik liet het in zijn au­to val­len. Voor mij is dat een drup­pel op de gloei­en­de plaat, voor hem een half week­loon. Ik be­taal­de de markt­koop­man 1.600 rial, on­ge­veer 24 gul­den. Hij was erg te­vre­den.
De sarongs, koe­le kle­ding, draag ik al­leen op mijn ka­mer en ter­ras in het ho­tel. Niet daar­bui­ten. Ik ben geen Ḥa­ḍra­mī [in­wo­ner van de Ḥa­ḍra­maut], maar men heeft mij tot Moe­wal­lad ge­maakt. Dat is een Ḥa­ḍra­mī van oor­sprong (zijn roots lig­gen hier), maar die in den vreem­de ge­bo­ren is en die het Ara­bisch niet goed be­heerst. Daar zijn er hier heel veel van. Stu­den­ten uit Ma­lei­sië, Sin­ga­po­re en In­do­ne­sië, die hier gods­dienst stu­de­ren. Hun voor­va­de­ren wa­ren Ḥa­dā­rim [meer­voud van Ḥa­ḍra­mī]. Die stu­den­ten moe­ten hier eerst Ara­bisch le­ren.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Šoehra

Na lang zoe­ken vond ik de oor­zaak van de fout bij het sor­te­ren in de da­ta­ba­se. Ik moest er­voor zor­gen dat de sor­teer­volg­or­de­tel­lers op nul ge­zet wor­den als in het be­tref­fen­de veld de sor­teer­func­tie wordt uit­ge­scha­keld. Snap je? (??)
Ik voeg­de ook nog een ex­tra veld toe bij de au­teurs voor de šoeh­ra.*(2)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Postkantoor. Ik ver­meld het ner­gens in mijn dag­boek maar Tarīm heeft dit jaar een post­kan­toor. Ver­le­den jaar moest ik, om een fax te ver­stu­ren, naar Say’ūn rei­zen, of die aan ie­mand mee­ge­ven die in die plaats woon­de.

Te­rug.

*(2)
Šoehra. (ﺍﻟﺸﻬﺮﺓ) De šoehra is een on­der­deel van het com­ple­xe per­soons­na­men-sys­teem van de Ara­bische eigen­na­men. Zie voor een uit­leg daar­van Wi­ki­pe­dia. De term šoehra wordt in dit Wi­ki­pe­dia-ar­ti­kel niet ge­noemd, maar is dat deel van een naam van de per­soon waar­mee hij / zij al­ge­meen be­kend, of be­roemd is.
Een be­roem­de Tu­ne­sische zan­ge­res Ṣa­lī­ḥa (1914-1958 :ﺻﻠﻴﺤﺔ) kreeg een Tu­ne­sische / Al­ge­rijn­se na­volg­ster (1943-2005), die ook de naam Ṣalīḥa adop­teer­de, maar het pu­bliek noem­de haar Ṣa­lī­ḥa(t) al-ṣa­ġī­ra (ﺻﻠﻴﺤﺔ ﺍﻟﺻﻐﻴﺮﺓ): de klei­ne / de jon­ge Ṣa­lī­ḥa. Zij was dus be­kend met de ex­tra toe­voe­ging al-ṣa­ġī­ra, dat was haar šoeh­ra.
De Tunesische Ṣalīḥa Wikipedia (Frans). YouTube.
De Tunesische / Algerijnse Ṣalīḥa(t) al-ṣaġīra YouTube.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

25 november 1997

Hotel

Het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel te Ta­rīm. Mijn ‘re­si­den­tie’ in het voor­jaar van 1996 en ook dit jaar, 1997.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9432) Ik ben in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm. De ko­men­de we­ken zal ik daar lo­ge­ren in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Ik heb veel con­tant geld bij me. Waar ik ver­le­den jaar, met een nog veel gro­ter be­drag aan baar geld, daar zor­ge­loos ver­bleef, ben ik van­daag ui­terst be­zorgd over mijn vei­lig­heid. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Dinsdag, 25 november 1997.
Tariem: 7/41.
Op 7.00 uur. Koffie. Douche.
Goed geslapen.
Ontbijt van het ho­tel.
Dagboek bij­wer­ken tot cir­ca 10.00 uur.
Temperatuur binnen / buiten: 31°C.
Met Abd al-Raḥmān [di­rec­teur van al-Aḥgāf-bi­blio­theek] be­sprak ik het te vol­gen pro­gram­ma. (Het spreekt me niet aan dat ik in­struc­tie in boek­bin­den moet ge­ven. Ge­luk­kig komt er iemand uit Ṣanaᶜā’ die van wan­ten weet en die Ara­bisch en En­gels spreekt.)
Ik werkte van cir­ca 10.00 tot cir­ca 23.00 uur in / aan de bi­blio­theek, slechts on­der­bro­ken door en­ke­le kor­te pau­zes. Ver­sla­gen ma­ken en een fax-be­richt voor­be­rei­den.
Ik at in het res­tau­rant van het ho­tel en werk­te door.
Bed circa 00.00 uur. On­ge­veer 20°C om 00.30 uur.
Ik voel me een stuk be­ter nu ik veel min­der geld heb, maar we­ten po­ten­tiële ban­die­ten dat wel?

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik sliep als een blok.
De begroeting in de Aḥgāf-bi­blio­theek is har­te­lijk. Het lukt me zo­waar om met Abd Allāh A. en­ke­le woor­den te wis­se­len, hoe­wel hij, als ik hem niet goed be­grijp, geen an­de­re woor­den gaat ge­brui­ken, maar har­der be­gint te pra­ten, als­of ik doof ben. Husayn al-K. is ook blij met mijn be­zoek. Ik heb het ge­voel niet weg te zijn ge­weest, hoe­wel er bij­na an­der­half jaar zit tus­sen bei­de ke­ren dat ik hier was. (Thuis, in Ne­der­land, had ik al vaak het ge­voel als­of ik door de deur uit te stap­pen en een hoek­je om te lo­pen, al weer bui­ten het Gaṣr al-Goeb­ba-hotel stond en de stof­fi­ge weg, met links en rechts de le­men mu­ren, naar de Aḥgāf-bi­blio­theek voor mij lag).

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Huwelijksgeluk?

Ik vroeg Abd al-Raḥ­mān naar de ge­zond­heid van zijn vrouw. (Veel man­nen re­a­ge­ren on­ge­mak­ke­lijk en lache­rig als je naar (de ge­zond­heid van) hun echt­ge­no­te in­for­meert. Het is hier not done om over de echt­ge­no­te te spre­ken. Daar trek ik me niets van aan. Ook zij heeft recht op mijn be­lang­stel­ling, vind ik. Abd al-Raḥ­mān, die al in Ne­der­land is ge­weest, weet waar­schijn­lijk be­ter en re­a­geert nor­maal.)
Gis­te­ren zei hij dat hij mij niet naar Tarīm kon be­ge­lei­den om­dat hij in de keu­ken nog van­al­les moest doen. Ik ver­on­der­stel­de toen, ten on­rech­te, dat hij zijn vrouw hielp met het huis­hou­den. Hij zei dat Je­me­ni­tische vrou­wen de ei­gen­aar­dig­heid heb­ben dat als ze ziek zijn er de voor­keur aan ge­ven te­rug te ke­ren naar het huis van hun va­der. Ook zijn kin­de­ren wa­ren met de moe­der mee­ge­gaan, maar kwa­men af en toe nog op be­zoek. Voor­al zijn zoon Has­san trok erg naar hem, maar zijn doch­ter Mir­iam bleef lie­ver bij de moe­der. Wie zor­gde dan nu voor Abd al-Raḥ­mān? De vrouw van zijn broer, die zelf al ja­ren in Ca­na­da woont en daar een be­staan pro­beert op te bou­wen. Zijn vrouw zou hij dan la­ter over la­ten ko­men.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Geld

Na enig zoe­ken vind ik een ver­trouwd ie­mand die be­reid is het groot­ste deel van het geld­be­drag te­gen on­der­te­ke­ning van een ont­vangst­be­wijs over te ne­men en op te ber­gen in een kluis.
Ik voel me met­een een stuk vei­li­ger, maar is dat wel te­recht? (De per­soon in kwes­tie, niet meer, ver­tel­de hij me la­ter). Eventuele ban­die­ten we­ten niet dat ik het geld niet meer heb. Ik kan moei­lijk een groot span­doek op het ho­tel han­gen met de me­de­de­ling dat Mis­ter Ha­nis (zo­als ik hier heet) geen geld meer heeft en dat hij, als hij wil wis­se­len eerst ie­mand an­ders moet ver­zoe­ken hem een be­drag te ver­strek­ken.
Er zijn in dit dorp toch een he­le­boel men­sen die we­ten dat ik ver­le­den jaar veel geld bij mij had. Niet in de laat­ste plaats de geld­wis­se­laars, die soms twee keer per week gro­te be­dra­gen van mij ont­vin­gen. Ook an­de­ren heb­ben mij zien lo­pen met de enor­me pak­ken Je­me­ni­tische rials in gro­te door­zich­ti­ge plas­tic zak­ken. (Toen 125 rial voor 1 dol­lar, het groot­ste bil­jet was toen 200 rial. Nu 500 rial.) De men­sen die het geld ont­vin­gen wis­ten dat ik over veel geld moest be­schik­ken. Hun per­so­neel, die ar­me sloe­bers, ook, want die ston­den er vaak met de neus bo­ven­op als ik hun pa­troons be­taal­de. Ik was ook ruim met de fooi­en. Ik heb me er nooit zor­gen over ge­maakt, ik ver­trouw­de hier zelfs de dui­vel en die heeft mij dan ook nooit be­dro­gen. Drie maan­den was ik hier, dat doe je niet met een paar hon­derd gul­den.
Allen zul­len ver­on­der­stel­len dat er weer veel geld is, nu ik hier voor de twee­de keer ben.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Zon

Temperatuur bin­nen: 27,1°C, bui­ten: 22,1°C. Over­dag was het lang niet zo heet als ver­le­den voor­jaar, maar toch nog al­tijd zo’n 32°C. Mis­schien was het ver­le­den jaar wel veel war­mer dan de door mij ver­on­der­stel­de 40°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Fax naar Nederland

Abd al-Raḥ­mān en ik be­spra­ken van­daag de streef­doe­len van deze fa­se, zo­als vast­ge­legd in mijn do­cu­ment ‘Doel­stel­ling van de twee­de fase.’
Er komt bin­nen an­der­hal­ve week, op kos­ten van het pro­ject, een er­va­ren boek­bin­der uit Ṣanaᶜā’ die zo­wel En­gels en Ara­bisch spreekt en die sa­men met mij de in­struc­tie van het bin­den van boe­ken vol­gens wes­ter­se stan­daard zal uit­voe­ren.
Totdat die man hier is zal ik, samen met Ḥusayn al-Ḥ., het ge­bruik van de da­ta­ba­se aan het per­so­neel uit­leg­gen en in de prak­tijk brengen. Voor [col­le­ga] Taw­fīq geldt dan dat hij moet uit­leg­gen hoe de ca­me­ra’s wer­ken en hoe men op ver­ant­woor­de wij­ze goe­de fo­to’s kan ma­ken. Daar­na zul­len we wer­ken aan het ca­ta­lo­gi­se­ren van de hand­schrif­ten. Door in­ten­sief on­der­zoek van al­le hand­schrif­ten zijn er sinds mijn ver­trek, ver­le­den jaar, een enorm aan­tal teks­ten ge­von­den die nu niet in de fih­rist [ca­ta­lo­gus] voor­ko­men. Die zal ik pro­be­ren al­le­maal aan de da­ta­ba­se toe te voe­gen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Fax: microfilms

De com­pu­ters doen het nog al­le­maal. De nieu­we com­pu­ter (die ik 1996 in Ṣanaᶜā’ kocht) wordt in­ten­sief ge­bruikt door Husayn al-H. die een op­lei­ding in mo­der­ne tech­no­lo­gie­ën in Kiev, Oe­kra­ïne, ge­no­ten heeft. Hij heeft be­hoef­te aan een krach­ti­ge­re word­pro­ces­sor. Ik zal op 26 no­vem­ber Win­dows 95 en Word 97 op de nieu­we com­pu­ter in­stal­le­ren. Spoe­dig zul­len we het ge­heu­gen van die com­pu­ter ook moe­ten uit­brei­den. (Zie hier be­ne­den).
Abd al-Raḥ­mān en het per­so­neel ach­ten het ge­bo­den al­ter­na­tief voor mi­cro­films*, na­me­lijk ge­wo­ne ca­me­ra’s en ge­wo­ne klein­beeld­films, on­werk­baar. Als ie­mand een ko­pie wil heb­ben van een beet­je hand­schrift zijn er een en­orm aan­tal films no­dig, om­dat ie­dere film maar 36 pa­gi­na’s kan be­vat­ten. Daar­naast is het, na du­re ont­wik­ke­ling, niet goed mo­ge­lijk om te be­pa­len of de fo­to’s scherp zijn of niet. Het la­ten af­druk­ken van de fo­to’s kan de bi­blio­theek niet be­ta­len. Er is geen mo­ge­lijk­heid om de ne­ga­tie­ven te con­tro­le­ren of te pro­jec­te­ren.
Onlangs kwam een Tarīmī in de bi­blio­theek met een di­gi­ta­le ca­me­ra en hij maak­te zon­der veel poes­pas een mooie ko­pie van een fo­to op de la­ser­prin­ter. Een di­gi­ta­le ca­me­ra is via re­la­ties in Du­bai ge­mak­ke­lijk aan te schaf­fen. We over­we­gen dat nu te doen. Di­gi­ta­li­se­ren van de col­lec­tie ligt nu bin­nen hand­be­reik. Daar is ook de Ne­der­land­se am­bas­sa­deur in Ṣanaᶜā’ een voor­stan­der van. Een ca­me­ra is te pre­fe­ren bo­ven een flat­bed scan­ner we­gens de breek­ba­re rug­gen van de hand­schrif­ten. Voor ge­brek aan ade­quate ken­nis hoe­ven we niet bang te zijn. In Tarīm zijn een he­le­boel men­sen die het laat­ste jaar een com­pu­ter heb­ben aan­ge­schaft en er zijn er veel die over vol­doen­de ken­nis be­schik­ken van soft- en hard­ware.
Het probleem is dat het werk­ge­heugen van de com­pu­ter en het vrije ge­heu­gen op de har­de schijf te ge­ring is. We over­we­gen nu het werk­ge­heu­gen uit te brei­den tot 16 of 24 MB. Er is geen an­de­re op­los­sing voor het ge­heu­gen­pro­bleem van de har­de schijf dan de aan­schaf van een CD-ROM-le­zer en schrij­ver. Naar de prij­zen van de­ze spul­len zal in Du­bai ge­ïn­for­meerd wor­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Fax: mannen!

We zul­len een ge­luids­ar­me ge­ne­ra­tor van 3 KW aan­schaf­fen, in over­leg met de mos­kee.
Er wordt nu een nieu­we in­gang ge­maakt voor de bi­blio­theek. Het mos­kee­be­stuur pro­tes­teer­de te­gen de ve­le ‘schaam­te­loos‘ ge­kle­de toe­ris­tes, die hun klim naar de bi­blio­theek moe­ten ma­ken van­af de deur naar de mos­kee. De man­nen ra­ken er te op­ge­won­den van. Een ge­deel­te van de kos­ten komt tij­de­lijk voor re­ke­ning van het pro­ject, om­dat de met­se­laar al be­zig is, maar de re­ge­ring nog niet over de brug is ge­ko­men. Dat zal nog eni­ge tijd du­ren.
De kosten voor de ruim­te voor de ge­wa­pen­de nacht­waker komt voor re­ke­ning van het pro­ject. Abd al-Raḥ­mān wil de nacht­wa­ker niet in de bi­blio­theek heb­ben om­dat die man niet zal stop­pen met ro­ken en er ook niet van zal af­zien eten en drin­ken in de bi­blio­theek te ge­brui­ken. Goe­de nacht­wa­kers lig­gen niet voor het op­ra­pen en men moet ge­noe­gen ne­men met het exem­plaar dat men nu al aan­ge­no­men heeft. [Tot zo­ver een ge­deel­te uit mijn fax-be­richt naar Ne­der­land.]

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*
Microfilms. Het ver­vaar­di­gen van mi­cro­films is voor­al een wens uit de hoek van de bi­blio­theek­part­ners in Ne­der­land. Er is in Tarīm geen goe­de wer­kom­stan­dig­heid om iets der­ge­lijks te ver­we­zen­lijken, blijkt uit de tekst hier­bo­ven. Ove­ri­gens is al 70% van de hand­schrif­ten (ma­nus­crip­ten) ge-mi­cro­filmd. Zie 3 mei 1996.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Dubai:
GM., Wi.
:ﺩﺑﻲ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

24 november 1997

Drainagepatroon

Dit is een fo­to die ik van­uit het vlieg­tuig nam van­uit Ṣanaᶜā’ op weg naar de lucht­ha­ven van Say’ūn. Te zien is het den­dri­tisch drai­na­ge­pa­troon*(1) van het land­schap van de zo­ge­noem­de Yool.*(2) De Yool is de bo­ven­kant van de heu­vels die zo ken­mer­kend zijn voor de Ḥa­ḍra­maut.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9431) Ik ben in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – In Lei­den, mijn woon­plaats, in het uit­gaans­cir­cuit zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht een tijd­je aan haar. – Van­daag ga ik per vlieg­tuig naar Say’ūn in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) en van­daar naar mijn be­stem­ming Tarīm. De ko­men­de we­ken zal ik daar lo­ge­ren in het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel (Koe­pel­pa­leis-ho­tel) en er wer­ken in de al-Aḥgāf-bi­blio­theek voor hand­schrif­ten. – Ik heb veel con­tant geld bij me. Waar ik ver­le­den jaar, met een nog veel gro­ter be­drag aan baar geld, daar zor­ge­loos ver­bleef, ben ik van­daag ui­terst be­zorgd over mijn vei­lig­heid. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 
 
 

Maandag, 24 november 1997.
Sana’a – Say’oen – Tariem: 6/42.
Ik sliep weer slecht. Ik fan­ta­seer­de weer over Enne­fea.
Op 5.45 uur. Met de grootste moeite sleep­te ik mijn zwa­re nieuwe kof­fer met com­pu­ter­boe­ken en UPS (voor de span­nings­ver­zor­ging van een com­pu­ter, na uit­val van het net) van de vijf­de ver­die­ping naar be­ne­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Taxi

De taxichauf­feur komt met zijn ve­hi­kel*(3) om 7.00 uur.
Ik betaalde 15 US$ aan Ǧasm, de Ira­kees van het ho­tel, waar­van de ta­xi­chauf­feur 10 US$ krijgt.
Eerst haalt hij op het plein ach­ter / bin­nen de Baab al-Ye­men kof­fie (boenn) in een con­ser­ven­pot­je. (Hij spreekt al­leen maar Ara­bisch.)
Naast taxichauffeur is hij ook ‘kun­ste­naar’. Hij maakt prul­la­ria, zoals hij mij laat zien. Hij ver­telt on­ge­huwd te zijn, want een vrouw kost 400.000 rial. (3.000 US$ = 6.000 gul­den.) Een nicht [als vrouw] is niet goed, zegt hij. Ik ver­geet te vra­gen waar­om een nicht niet deugt.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Say’ūn

Het passeren van de security van de lucht­haven is een fluit­je van een cent, in te­gen­stel­ling met an­dere ke­ren, toen het erg ar­beids­in­ten­sief was.
Ik moet 67 US$ over­ge­wicht be­ta­len voor de 20 kg. (In Am­ster­dam 420 US$ voor 15 kg!)
In de wacht­hal zit een sexy / knap­pe jon­ge­man. Ik meen hem er­gens van te ken­nen. Hij ziet er goed ver­zorgd uit.
We vliegen in vijf­tig mi­nu­ten naar Say’ūn. Ik zit naast / tus­sen dok­ters uit de El­zas, die naar al-Mu­kal­la moe­ten voor een klein me­disch con­gres.
Voordat we ver­trek­ken zie ik dat al­leen mijn kof­fers nog op de grond staan. Ik spreek de pur­ser er­over aan en hij stuurt iemand die mij vraagt mee naar bui­ten te ko­men. Dan wor­den mijn kof­fers in­ge­la­den. Ik vroeg of ik voor die diens­ten moest be­ta­len, maar die wees dat af. Toch stop­te de bus, die ons als pas­sa­giers naar het vlieg­tuig had ge­bracht bij de la­ders en niet aan de an­de­re zij­de, bij de trap naar het vlieg­tuig. Er bleek naast mijn kof­fer ook nog een aan­tal rug­zak­ken te lig­gen, waar­van de ei­ge­naar on­be­kend was. (Als­of de la­ders de ei­ge­naar moe­ten ken­nen.) Uit­ein­de­lijk kwam al­les in Say’ūn aan.
Ik maakte een tien­tal dia’s van de Djool [Yool] van bo­ven. Op som­mi­ge plaat­sen leek het zand zo dicht­bij dat het net was als­of je zou kun­nen uit­stap­pen en een stuk­je mee­lopen.
In Say’ūn duur­de het even voor­dat ik mijn ba­ga­ge ont­ving. On­der­tus­sen was Abd al-Raḥ­mān al bin­nen­ge­ko­men. De ont­vangst was vrien­de­lijk en aar­dig. Hij was niet ver­an­derd.
Later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had op het ter­ras ge­staan en had me zien lo­pen. Ik was als laat­ste uit­ge­stapt.
Abd al-Raḥ­mān had hem deze och­tend ge­pro­beerd te be­rei­ken, maar hij was niet thuis. Nu maak ik ge­bruik van de diens­ten van een an­de­re chauf­feur: Aḥmad MB. Die na veel vij­ven en zes­sen ’s avonds uit­ein­de­lijk 4.000 rial voor zijn diens­ten durft te vra­gen.
Ik had hem via Abd al-Raḥ­mān ge­zegd dat hij het be­drag moest noe­men als ik hem zou vra­gen hoe hoog de kos­ten zijn en dat hij niet moest zeg­gen: “Jij weet wel wat mijn diens­ten waard zijn.” (Ik weet het niet.)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Abd al-Raḥ­mān

Ik bleef een tijdje op het kantoor van Abd al-Raḥ­mān [Mu­seum Say’ūn] en pro­beer­de hem de da­ta­base uit te leg­gen.
Om met mij te kletsen stuur­de hij iemand die al­leen maar Ara­bisch sprak. Goed van hem, snel leer­de ik bij wat ik ver­ge­ten was. (Of dat al­le­maal gram­ma­ti­caal cor­rect was, weet ik niet.)
Toen we [in het ge­sprek] bij echt­ge­no­tes uit­kwa­men vroeg ik hem naar zijn kin­de­ren. Hij had er drie, twee meis­jes en een jon­gen. De oud­ste, een meis­je, heet Fayrūz.
Hij hield van de vrouwen van Ṣanaᶜā’.
Ik vroeg hem of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij ant­woord­de niet recht­streeks, maar zei dat het nu, na ze­ven jaar hu­we­lijk, wel ging tus­sen hen bei­den.
Abd al-Raḥ­mān en een hulp­je moeten het slot van een ruim­te open­bre­ken om bij mijn kist met ‘na­ge­la­ten’ spul­len (uit 1996) te ko­men. De sleu­tel [van de ruim­te] is bij Mu­ḥam­mad al-H. en die is in al-Šiḥr [al-Shihr], een paar hon­derd ki­lo­me­ter van hier.
Daarna gaan we naar het huis van Abd al-Raḥ­mān, waar ook Ḥus­sain al-A. is, de re­cep­ti­o­nist van het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel. [in Tarīm: 1996.] Ik zag hem he­den­och­tend ook al op de lucht­ha­ven. Hij woont en werkt nu bij het Sa­la­ma-ho­tel in Say’ūn, waar hij het­zelf­de ver­dient, maar om­dat het ho­tel van de staat is, heeft hij meer rech­ten dan in het in pri­vé­be­zit zijn­de Gaṣr al-Goeb­ba. Bo­ven­dien heeft hij nu recht op pen­sioen.
Ook hij spreekt al­leen maar Ara­bisch.
Ik maak op dat hij nu een vier maan­den ou­de ba­by heeft, zijn der­de kind. Zijn vrouw is nog steeds on­der­wij­ze­res, maar leert nu zelf ook nog voor een di­plo­ma. (Hoe en wat, weet ik niet.)
In de afgelopen tijd over­leed zijn va­der, die ik eens in zijn huis ont­moet­te. Ḥus­sain doet er niet moei­lijk over: het was zijn tijd.
Evenals verleden jaar is het eten bij Abd al-Raḥ­mān niet lek­ker (bij Ḥus­sain thuis wel), de vrouw van Abd al-Raḥ­mān kan er nog steeds niets van, van ko­ken. (Op dins­dag hoor ik dat zijn vrouw (tij­de­lijk) niet meer bij hem woont en dat nu de vrouw van zijn broer, die in Ca­na­da woont, voor hem zorgt.)

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Tarīm

Aḥmad MB. brengt me voor 4.000 rial naar Tarīm. In het ho­tel word ik al­ler­har­te­lijkst ont­van­gen, want er zijn, hoe­wel veel nieuw per­so­neel, toch nog en­ke­le ou­de be­ken­den.
Het hotel is helemaal op­ge­knapt. (En zal dus duur­der zijn, maar ik weet niet hoe­veel mijn ka­mer kost, nog niet eens op 26-11-97.) Het is ge­schil­derd. Nieu­we bed­den en gor­dij­nen, nieuwe vloer­be­dek­king, mooi, nieuw man­ne­lijk per­so­neel, al­le­maal on­ge­veer het­zelf­de ge­kleed. Ver­le­den jaar liep ieder­een er­bij zo­als hij wil­de, on­ge­was­sen en in sme­ri­ge kle­ren, waar­in men ook sliep. Nu zijn er een paar scho­ne en sexy jon­gens, met wie ik wel eens zou wil­len ‘spe­len’, on­danks mijn ver­liefd­heid op Enne­fea.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Gevaar?

’s Avonds her­in­ner­de ik me de be­rich­ten die ik van col­le­ga’s van Abd al-Raḥ­mān hoor­de. Men­sen wor­den op klaar­lich­te dag op straat (in de ste­den) over­val­len en ge­dwon­gen hun geld af te geven, aan ge­wa­pen­de ban­die­ten, die ook al iemand dood­scho­ten. Op last van Abd al-Raḥ­mān is het Mu­seum [Say’ūn] ge­slo­ten, om­dat de meest waar­de­vol­le stuk­ken op on­ver­klaar­ba­re wij­ze ge­sto­len wer­den.
Abd al-Raḥ­mān ver­stop­te de waar­de­vol­le ma­nu­scrip­ten [hand­schrif­ten] van de al-Aḥgāf-bi­blio­theek tussen de an­de­re. Hij toont al­leen fo­to’s. Hij vreest dat ge­wa­pen­de sol­da­ten de bi­blio­theek ge­wa­pen­der­hand van die stuk­ken zal ont­doen om ze voor veel geld te ver­kopen.
De bibliotheek krijgt een be­wa­ker, een on­ge­wa­pen­de. (Maar in mijn ver­slag en fax naar Ne­der­land op 26 no­vem­ber schreef ik be­wust: een ge­wa­pen­de be­wa­ker om de dra­ma­tische van het ge­heel te ver­ho­gen en de ernst van de si­tua­tie hier te be­na­druk­ken.) Wat moet een on­ge­wa­pen­de be­wa­ker tegen be­wa­pen­de sol­da­ten? (Wat moet een be­wa­pen­de be­wa­ker te­gen sol­da­ten?)
Met een nog veel gro­ter geld­be­drag sliep ik hier ver­le­den jaar 89 van de 90 nach­ten zonder angst. (Slechts een­maal, toen Ḥus­sain al-A. zei dat ik hier al ze­ven maan­den was, kregen Ali Baba’s (noor­der­lin­gen) be­lang­stel­ling voor mijn geld.) Ik sliep de laat­ste we­ken zon­der angst bui­ten.
Nu bekruipt me gro­te angst en ik wil van het geld af. Ik sluit me op in mijn ka­mer, als­of me dat zou hel­pen, ach­ter deze bord­kar­ton­nen deu­ren, die niet of nau­we­lijks ge­sloten kun­nen wor­den.
Op mijn kamer is het 28°C. Ik scha­kel de air­co niet aan, want die maakt zo­veel la­waai dat ik daar niet van sla­pen kan.
Bed 00.30 uur.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Steekpenningen?

Toen ik al lang en breed aan boord zat [vlieg­tuig] zag ik dat al­le ba­ga­ge in­ge­la­den was be­hal­ve die van mij. Om­dat ik me her­in­ner­de de Abd ar-Raḥ­mān ver­le­den jaar steek­pen­nin­gen / fooi be­taal­de aan de la­ders, vroeg ik aan de pur­ser of dat nu ook van mij ver­langd werd. Ik werd naar bui­ten ge­leid en moest mijn ba­ga­ge aan­wij­zen (er ble­ken nog en­ke­le rug­zak­ken te lig­gen). Al­les werd net­jes in­ge­la­den. De purser en an­der per­so­neel ont­ken­den dat ik moest ‘schui­ven’ dus deed ik het ook niet. (Maar dat iets der­ge­lijks toch de be­doe­ling was bleek uit het feit dat de bus die de pas­sa­giers van de ter­mi­nal naar het vlieg­tuig bracht niet bij de vlieg­tuig­trap stop­te maar naar de an­de­re kant van de ma­chi­ne reed waar de la­ders ston­den te wach­ten op de be­ta­len­de pas­sa­giers. Ik be­dacht toen al dat Nico en ik ver­le­den keer daar he­le­maal niet bij stil­ge­staan had­den en on­ze ba­ga­ge toch aan­ge­ko­men was). Uit­ein­de­lijk kwam al­le ba­ga­ge, ook de los­lig­gen­de rug­zak­ken, in Say’ūn aan.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Layla Alwi

Vijftig minuten deed de Boeing 737 er­over om van Ṣanaᶜā’ naar Say’ūn te vlie­gen. Ik maak­te een tien­tal dia’s van het land­schap on­der mij, voor­na­me­lijk van de Yool en de om­ge­ving van Say’ūn. Op som­mi­ge plaat­sen leek het zand zo dicht­bij dat ik dacht dat ik kon uit­stap­pen en een stuk­je erin lo­pen. Het was alsof je in de be­ne­den­ver­die­ping van een dub­bel­deks­trein zat.
In Say’ūn duur­de het even voor­dat ik de ba­ga­ge had. On­der­tus­sen was Abd al-Raḥ­mān, de di­rec­teur van de al-Aḥgāf-bi­blio­theek in Tarīm, al bin­nen­ge­komen. Hij was niet ver­an­derd, niet in ui­ter­lijk en niet in ge­drag. Nog al­tijd even vrien­de­lijk en aar­dig.
Evenals in Ne­der­land maak­te men ook hier veel op­mer­kin­gen over mijn ge­mil­li­me­ter­de haar. Dat is hier dus ken­ne­lijk even on­ge­woon als in Ne­der­land.
Even later stond ook Ḥaimid B. naast me. Hij had bo­ven op het ter­ras ge­staan en had me uit het vlieg­tuig zien ko­men, zo ver­tel­de hij te­gen Abd al-Raḥ­mān. Ik stond er­bij en luis­ter­de er­naar. Ik was als laat­ste uit het vlieg­tuig ge­ko­men en het was dus niet moei­lijk voor hem om mij waar te nemen.
Abd al-Raḥ­mān had hem de­ze och­tend ge­pro­beerd te be­rei­ken, maar hij was niet thuis. Nu was er een an­de­re chauf­feur: Aḥmad MB. Wat mij be­treft ga ik de­ze fa­se [van het pro­ject] in zee met deze Aḥmad. Hij be­schikt niet al­leen over een veel be­te­re au­to, een Land­cruiser (maar geen Layla Alwi*(4), om­dat dat een nieu­wer en ster­ker mo­del is), maar is ook veel rus­ti­ger en rijdt erg be­dacht­zaam, want hij wil zijn du­re au­to na­tuur­lijk niet in de prak rij­den. Ik kan hem ech­ter niet al­tijd ver­staan, niet­te­min doet hij zijn best om zich ver­staan­baar te ma­ken.
Ik beschouwde Ḥaimid B. toch al als een klein pro­bleem. Hij eis­te voor een taxi­rit van Say’ūn naar Tarīm 1.500 rial, ter­wijl het nor­ma­le ta­rief 800 rial is. Ik vroeg mij af hoe ik ver­lost kon wor­den van de­ze Ḥaimid. Dat is dus nu op­ge­lost. Hij had het na­kij­ken en keek dan ook te­leur­ge­steld.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Huwelijksgeluk

Abd al-Raḥ­mān stuur­de Sālim naar mij toe die al­leen maar Ara­bisch spreekt, om met mij te klet­sen. Wat goed van hem. Snel leer­de ik weer veel woor­den die ik ver­ge­ten was. Toen de man de vrou­wen van Ṣanaᶜā’ prees, vroeg ik hem ex­pli­ciet of hij van zijn vrouw hield en zij van hem. Hij deed een beet­je moei­lijk daar­over, maar ze wa­ren nu ze­ven jaar bij el­kaar en ze be­gon­nen wel aan el­kaar te wen­nen. Daar be­taal je dan als man een bij­na niet op te bren­gen be­drag voor, om na ze­ven jaar tot de con­clu­sie te ko­men dat je in­mid­dels wel aan el­kaar be­gint te wen­nen.
Maar het kan ook an­ders. Sālim T., die als re­cep­ti­o­nist bij het Gaṣr al-Goeb­ba-ho­tel in Tarīm werkt, ver­tel­de me de vo­ri­ge keer (1996) dat hij mis­schien bij een olie­maat­schap­pij een baan­tje zou kun­nen krij­gen. Daar werd veel be­taald. Hij re­ken­de zich bin­nen vijf jaar mil­jo­nair (in Je­me­ni rials). Toen ik hem daar­op zei dat hij dan ge­noeg geld had om een twee­de vrouw te ne­men, riep hij ver­ont­waar­digd: “Ik wil geen twee­de vrouw, ik hou van mijn vrouw!” Hij had haar op school ont­moet, want hij is le­raar En­gels. (Het baan­tje bij de olie­maat­schap­pij is niet door­ge­gaan, ver­telt hij me des­ge­vraagd en­ke­le da­gen la­ter. Daar­voor had hij een krui­wa­gen no­dig. Die had hij niet).
De Sālim van van­och­tend had drie kin­de­ren bij de vrouw waar hij niet van hield, twee meis­jes en een jon­gen. Het oud­ste kind, een meis­je heet Fay­rūz, naar die Libanese zangeres*(5), die hij zeer bewonderde.
Ook hier [Tarīm] zijn de vrou­wen duur, maar niet zo duur als in Ṣanaᶜā’, bleek mij.
Een jongeman, Abd Allāh, die in Bul­ga­rije ar­chi­tec­tuur ge­stu­deerd had wist het klap­pen van de zweep in Eu­ro­pa, nie­te­min kon hij voor­lo­pig nog niet trou­wen om­dat hij nog geen geld ge­noeg had om de mahr, de bruidsprijs, te betalen voor een vrouw van de ‘Alawī, zijn familieclan, waartoe ook Abd al-Raḥ­mān blijkt te be­ho­ren. Sāda [Say­yid’s]*(6) dus.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Gaṣr al-Goebba

Rond kwart over vier brengt de be­dacht­zaam rij­dende Aḥmad MB. mij naar Tarīm. Ik voel het als een soort thuis­komst.
De ont­vangst in het ho­tel is al­ler­har­te­lijkst, hoe­wel er veel nieuwe men­sen wer­ken, maar die zijn ook al­le­maal vrien­de­lijk, zo­als al­le Ara­bieren. Sālim, de le­raar En­gels, is er nog en de bawwāb [poortwachter], wiens naam ik niet meer weet. De di­rec­teur is er nog … al-Kāff. Hij stelt mij voor aan de ei­ge­naar. Ook een al-Kāff. Van hem zie ik la­ter een fo­to in de gang han­gen, waar­op de­ze bij een thee­ses­sie op één na naast de pre­si­dent van Je­men zit.
Aan Abd al-Raḥ­mān had ik de op­dracht ge­ge­ven te­gen Aḥmad MB., de chauf­feur die mij naar Tarīm zou brengen, te zeg­gen dat als ik vraag: “kam?” [hoe­veel?] ik niet zo­iets ho­ren wil als: “Je weet wel wat mijn diens­ten waard zijn”. Dat weet ik niet. Ik wil het be­drag ho­ren dat hij van mij wil ont­van­gen. Ik ben Ne­der­lan­der en zo gaat dat bij ons. Dat heeft no­gal wat voe­ten in de aar­de, Aḥmad wordt er ver­le­gen van, maar uit­ein­de­lijk blijkt dat hij voor zijn diens­ten aan toe­ris­ten 5.000 rial vraagt. Hij vraagt nu 4.000 rial, want hij wil graag in de toe­komst ook aan mij zijn diens­ten aan­bie­den. Ik wil wel van zijn diens­ten ge­bruik ma­ken.
In het hotel pak ik de spul­len uit de hou­ten kist uit, die ik mee­nam uit Say’ūn. Er blij­ken nog ‘ver­ras­sin­gen’ in te zit­ten, zo­als thee­doe­ken, af­was­mid­del en ver­leng­snoe­ren. Er is ook nog een ech­te gas­lamp. Die ge­bruik­ten Nico en ik ver­le­den jaar, maar na­dat Nico ver­trok­ken was kocht ik een elek­tri­sche lamp met twee TL-bui­zen en een in­ge­bouw­de ac­cu. Die lamp doet het me­teen als ik hem aan­scha­kel. Na an­der­half jaar is de ac­cu nog niet leeg.
In het res­tau­rant van het ho­tel ge­bruik ik een ‘lich­te’ maal­tijd. Brood, ge­bak­ken ei en rau­we to­maat. Er zit­ten Ne­der­lan­ders op het ter­ras die uit een reis­gids Ara­bisch le­ren. Ik maak geen con­tact. Ik ben nog niet lang ge­noeg hier om weer eens Ne­der­lands te wil­len klet­sen. Ik wil nu wel Ara­bisch pra­ten, in te­gen­stel­ling met Ṣanaᶜā’, waar ik dat niet wilde.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Veiligheid

Ik moest den­ken aan de be­rich­ten die ik van­daag hoor­de over het geweld­da­di­ge kli­maat hier in de Ḥa­ḍra­maut. Over­val­len op ar­ge­lo­ze rei­zi­gers op klaar­lich­te dag, mid­den op straat in de ste­den, die ge­wa­pen­der­hand van al hun geld wor­den ont­daan. (Abd ar-Raḥmān ver­tel­de op dins­dag 25 no­vem­ber van een do­de­lijk slacht­of­fer van zulk een over­val.) Hoe gro­ter de stil­te rond het ho­tel, hoe on­vei­li­ger ik me voel­de. Van de ge­moe­de­lij­ke rust die ik hier ver­le­den jaar voel­de was niets meer over. Ik zit hier in een ho­tel met groot geld­be­drag in con­tan­ten in een kunst­stof­fen kof­fer, met een sim­pel num­mer­slot, in een ka­mer waar­van het slot niet naar be­ho­ren werkt. De twee ach­ter­deu­ren zijn voor­zien van twee sim­pe­le schuif­jes, als ver­gren­de­ling. Die ach­ter­deu­ren zelf zijn nog net niet van bord­kar­ton.
Het bedrag is groot ge­noeg om de di­rec­teur van de bi­blio­theek meer dan ne­gen en een half jaar maan­de­lijks van zijn re­gu­lie­re sa­la­ris te voor­zien. Een me­de­wer­ker van het ho­tel kan ik met dit be­drag zelfs bijna zes­en­twin­tig jaar zijn maan­de­lijk­se sa­la­ris uit­be­ta­len, voor­op­ge­steld dat ik geen ren­te ont­vang, hij geen loons­ver­ho­ging krijgt en de koers van de dol­lar op 132 rial blijft staan.
Verleden jaar sliep ik zor­ge­loos buiten, met een nog veel gro­ter be­drag (ne­gen­en­der­tig jaar sa­la­ris voor een ho­tel­me­de­wer­ker, vijf­tien jaar voor de di­rec­teur,) in mijn kof­fer in de­zelf­de ka­mer met het­zelf­de slech­te slot, zon­der me ook maar een mo­ment on­vei­lig te voe­len. Ik wil­de dit jaar weer bui­ten sla­pen, maar dat durf­de ik plot­se­ling niet meer. Ik sloot mij op (zo­ver daar spra­ke van kon zijn in dit kaar­ten­huis) in mijn ka­mer. De gor­dij­nen stijf dicht. Ik kroop snel onder de klam­boe, als ex­tra be­vei­li­ging, tegen de zwaar be­wa­pen­de mug­gen.
Buiten slapen zou geen suc­ces zijn ge­weest. De tem­pe­ra­tuur zak­te de­ze nacht tot 18°C, zo bleek dins­dag. Niet echt koud, maar toch ook niet erg aan­ge­naam. Maar ook niet erg aan­ge­naam was de tem­pe­ra­tuur in mijn ka­mer. On­ge­veer 28°C. De air­co ge­bruik ik niet want die maakt een hels ka­baal. Dan lig ik wak­ker van het la­waai.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Een dend­ri­tisch drai­na­ge­pa­troon ont­staat wan­neer wa­ter­stro­men in de bo­dem min­der of meer die­pe geu­len uit­slij­ten: ero­sie. Daar waar die stroomp­jes sa­men­vloei­en ont­staan bre­de­re geu­len. Uit­ein­de­lijk zul­len veel in een ge­za­men­lij­ke bed­ding te­recht ko­men. De struc­tuur van al die stroom­pjes sa­men lijkt op de tak­ken van een boom of struik. Dat heet dan den­dri­tisch en dat woord stamt uit het Grieks. Wikipedia.

Te­rug.

*(2)
al-Yool. (ﺍﻟﺟﻮﻝ) De Yool is de naam van de bo­ven­kant van de heu­vels die over de he­le Ḥaḍ­ra­maut ver­spreidt lig­gen. Het pa­troon van de­ze bo­ven­kant is het hier­bo­ven be­spro­ken den­dri­tisch drai­na­ge­pa­troon.
Wan­neer het op de Yool re­gent ont­staat een dra­ma­tische si­tu­a­tie in de da­len, zo­als hier te zien is in Wā­dī Doe­ᶜan in een (schok­ke­ri­ge, maar vooral schok­ken­de ama­teur-) vi­deo op You­Tube. Dui­de­lijk is de ver­nie­ti­gen­de kracht van het wa­ter te zien en de scha­de die het aan­richt in dit dal van de Ḥaḍ­ra­maut. Er zijn hui­zen van golf­pla­ten die vol­le­dig on­der­ge­lo­pen zijn, maar in de­ze re­gio zijn heel veel hui­zen ge­bouwd van in de zon ge­bak­ken le­men ti­chels: (Mud brick). Die con­struc­ties kun­nen zo’n zwa­re re­gen­bui nau­we­lijks aan en veel hui­zen stor­ten er dan ook (ge­deel­te­lijk) in. Wat een dra­ma! Bo­ven­dien zijn die klei­ne dorps­ge­meen­schap­pen vaak op zich­zelf aan­ge­we­zen. Bu­ren­hulp is ont­zet­tend be­lang­rijk.

Te­rug.

*(3)
Taxi’s. Zie over de taxi’s in Je­men de be­tref­fen­de bij­dra­ge over dit ver­voer­mid­del, gis­te­ren, 23 no­vem­ber.

Te­rug.

*(4)
Layla Alwi. Laila Alwi, de naar dik­ke, zeer po­pu­lai­re, Egyp­tische ac­tri­ce ver­noem­de (door het volk, niet of­fi­ci­eel) four-wheel drive van elk Ja­pans merk.

Te­rug.

*(5)
Fayrūz / Fayroez (ﻓﻴﺮﻭﺯ). Fay­roez is niet al­leen in Li­ba­non, of in de Ara­bische we­reld be­kend. Zij treed op in al­le gro­te za­len in de we­reld. Wi­ki­pe­dia: Fay­ruz.

Te­rug.

*(6)
Sayyid (meerv., meer dan twee: sā­da). Een say­yid be­hoort tot de eli­te bin­nen een is­lami­tische ge­meen­schap, want is een recht­streek­se af­stam­me­ling van de pro­feet Mu­ham­mad, via zijn doch­ter Fa­ti­ma. Say­yids trou­wen al­leen on­der el­kaar. Zo ver­wa­tert de (ver­meen­de) bloed­ver­want­schap niet.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Wādī Doeᶜan:
:ﻭﺍﺩﻱ ﺩﻭﻋﻦ
al-Mukallā:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻤﻜﻠﺎ
al-Šiḥr:
GM., Wi.
:ﺍﻟﺸﺤﺮ

MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

23 november 1997

Sana'a
Huis in de oude stad van Sana’a, de hoofd­stad van Jemen.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9430) Ik ben in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – Ik maak ’s nachts en in de ochtend ge­luids­op­na­mes van­uit mijn ho­tel­kamer. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht een tijdje aan haar. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zondag, 23 november 1997.
Sana’a: 5/43.
Ik lig lang wakker en dag­droom over Enne­fea.
Om 4.00 uur start ik met het ma­ken van een ge­luids­op­name ’s nachts tot 05.30 uur. Er zit één mooie ge­beds­op­roep bij van een moe’az­zin met licht tril­len­de stem.
Ik ‘verdenk’ één moskee er­van ge­bruik te ma­ken van een band­op­name, want zo­wel de lof­prij­zin­gen als de ge­beds­op­roep is iden­tiek met gis­te­ren­nacht en ook ver­le­den jaar.
Op circa 8.00 uur, weer moe.
Nu pas begint lang­zaam het ge­voel te ko­men dat ik ‘in den vreem­de’ ben.
Maar ook komt het ge­voel dat ik er ge­noeg van heb, met na­me de hoofd­stad be­gint me de keel uit te han­gen, de­ze gro­te, kri­oe­len­de mie­ren­hoop, men­sen die door het stof krui­pen of er zelfs in sla­pen. Ik heb er ge­noeg van en ben blij dat ik nu naar de Ḥaḍramaut kan.
Wat moet ik hier in eigen­lijk doen in de Ra­ma­ḍān, van 28 de­cem­ber tot 4 ja­nu­a­ri. Ge­luids­op­na­mes ma­ken? Ja!
Op zoek naar een geld­wis­se­laar, dwaal ik een tijd­je door de soek. Ik zie een zwart ge­slui­erd meis­je ko­ket, vlot, zelf­be­wust be­we­gend door de stra­ten lo­pen. Dus niet al­leen maar on­der­da­nig­heid!
Ik wissel US-dollar 200 voor 26.400 YER. Tel­len is niet no­dig, het klopt al­tijd. Wat zou er niet al­le­maal ge­beu­ren als je de geld­wis­se­laar niet meer zou kun­nen ver­trou­wen? Dan zou de eco­no­mie in­stor­ten.
Het hotel kost 6.215 YER. Ik geef 6.500 YER.
Het Bilquis-res­tau­rant van Taj She­ba kost cir­ca 3.477 YER. Ik geef 3.700 YER en loop naar huis. [Hotel.]
Spullen in­pak­ken en over twee kof­fers ver­de­len.
De database*(1) voor de Aḥgāf-bi­blio­theek sor­teert niet al­tijd goed. Moet ik op­nieuw con­tro­le­ren.
Nu 22.30 uur.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Geluidsopnames

Om kwart voor vier stond ik op en be­gon om vier uur met het ma­ken van ge­luids­op­na­mes van het gods­dien­stig ont­wa­ken van Sana’a. Ver­le­den jaar maak­te ik over twee nach­ten ver­spreid een on­ge­veer twee uur du­rend ge­luids­do­cu­ment van Sana’a in het och­tend­glo­ren, wan­neer de moe’az­zin wak­ker wordt en vindt dat de rest van de stad ook wak­ker moet wor­den.
Aan die geluids­op­na­mes voeg­de ik van­nacht an­der­half uur toe. Het lijkt er­op dat er niet veel ver­an­derd is ver­ge­le­ken met ver­le­den jaar. De moe’az­zins van de di­ver­se mos­kee­ën prij­zen om de beurt de groots­heid van God. Ze moe­ten al­le­maal (?) aan de beurt zijn ge­weest voor­dat rond 5.00 uur de ge­beds­op­roep be­gint. Ken­ne­lijk niet he­le­maal bij de tijd riep één moe’az­zin al even na vie­ren op voor het ge­bed. Hij had ze­ker nog last van ‘zo­mer­tijd’.
Ik verdenk één mos­kee er­van een cas­set­te­ta­pe te ge­brui­ken. Een even­wich­ti­ge lof­prij­zing zon­der ha­pe­ren of ge­luid van het ram­me­len van de mi­cro­foon. Ook de ge­beds­op­roep ge­beurt daar au­to­ma­tisch. Geen ver­schil met gis­te­ren. In al­le an­de­re mos­kee­ën roept de moe’az­zin per­soon­lijk op. Vaak hoor je een kuch­je voor­dat hij be­gint. Een­tje maak­te er een be­wo­gen op­roep van met een enigs­zins tril­len­de stem.
Al dat vroe­ge ge­doe maakt dat ik een be­hoor­lijk slaap­te­kort heb en ik zak­te dan ook ach­ter mijn com­pu­ter, toen ik be­zig was de da­ta­ba­se van Tarīm aan te pas­sen, in slaap.
YouTube: de ge­beds­op­roep (al-aḏān) in Ṣanaᶜā’ voor het och­tend­ge­bed ṣa­lāt al-faǧr van­af al­le ac­tie­ve mos­kee­ën die de ou­de stad rijk is.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Reservering

Vanmid­dag bel­de ik met DK. [Ne­der­land­se Am­bas­sa­de] en ver­zocht haar een e-mail naar Jan Just Wit­kam te stu­ren met een me­de­de­ling voor [col­le­ga] Tawfīq.
Een reservering voor een tic­ket op 6 de­cem­ber naar Say’ūn ligt voor hem ge­reed op het kan­toor van Ye­me­nia in Had­da Street, on­der num­mer RG98C.
Ik reserveerde een ka­mer in het Taj She­ba-ho­tel voor hem voor 3 de­cem­ber aan de zwem­bad­zij­de van het ho­tel, zo­als hij me ge­vraagd had. Ik laat hem me­de­de­len dat een ka­mer 180 US$ kost.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Database

Ik ont­dek­te dat de sor­teer­func­tie van de da­ta­ba­se in be­paal­de si­tu­a­ties niet goed werkt. Daar moet ik in Tarīm eens goed naar kij­ken. Ik hoop dat ik daar, net als ver­le­den jaar een stoel en een ta­fel ter be­schik­king heb (uit de bi­blio­theek). Als ik op de grond moet zit­ten wer­ken, naar Ara­bische ge­woon­te, doe ik er niet veel aan. (Dan is de com­pu­ter geen lap­top maar een ground­top). Ik kan al­leen maar aan een ta­fel wer­ken.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Taxi’s

De taxi’s van Sana’a en ook die van het Zui­den zijn een apar­te be­schrij­ving waard. Ik zat in taxi’s waar­van een van de ach­ter­wie­len waar­schijn­lijk ovaal van vorm was want bij ie­de­re om­wen­te­ling werd de auto iets om­hoog ge­wor­pen. Dat hin­der­de de chauf­feur niet om toch hard te rij­den. Een an­de­re taxi had ken­ne­lijk een los ach­ter­wiel, want de au­to slin­ger­de heen en weer. Ook de­ze chauf­feur taal­de niet om toch hard te scheu­ren. Ik zat in een taxi waar je door de vloer de straat kon zien. Ik zag een taxi waar­van, ter­wijl hij mij pas­seer­de, iets los­raak­te en als ge­volg daar­van vuur en von­ken in het rond vlo­gen. Ik zat in een taxi die een bot­sing met ruim voor hem dwars op de weg staan­de an­de­re au­to al­leen maar kon voor­ko­men door uit te wij­ken naar de an­de­re weg­helft, om­dat zijn rem­men het niet of nau­we­lijks de­den. Ge­luk­kig was er geen ver­keer op de an­de­re weg­helft, hoe­wel dat mis­schien he­le­maal niet ge­vaar­lijk zou zijn ge­weest. Die chauf­feurs zou­den dan ook een kunst­stuk­je heb­ben uit­ge­haald om ons te ont­wij­ken.
De verlichting van de au­to’s doet het over het al­ge­meen niet, wat geen be­zwaar is, want ook au­to’s waar­van de ver­lich­ting wel in or­de is (een won­der) rij­den vaak zon­der licht in het aar­de­don­ker. Ver­lich­ting komt hier in al­ler­lei denk­ba­re en on­denk­ba­re com­bi­na­ties voor.
Er zijn auto’s waar­van je zou den­ken dat die he­le­maal in or­de zijn, om­dat ze zo nieuw uit­zien. Dat zijn de gro­te land­crui­sers waar­van er hier veel zijn en die wor­den ge­bruikt voor het trans­port van toe­ris­ten. Maar ik zag al vaak chauf­feurs on­der die auto’s lig­gen om met ijze­ren sta­ven en tou­wen al­le ge­bro­ken de­len weer aan el­kaar te ‘kno­pen’.
Er is hier, volgens mij, geen en­kel ver­voer­mid­del in or­de. De vlieg­tui­gen voor bin­nen­lands ver­voer zien er be­hoor­lijk ver­zorgd uit. Ik heb de pi­lo­ten nog niet on­der hun ma­chi­nes zien lig­gen, maar ik denk dat uiter­lij­ke schijn, net zo­als bij de land­crui­sers, be­driegt.
Van die machines moet ik toch ge­bruik maken. Ik heb geen keus. An­ders moet ik met zo’n au­to­wrak door de woes­tijn om in Tarīm te ko­men, waar on­der­weg ook nog het ge­vaar van kid­nap­ping door ‘wil­de’ no­ma­den­stam­men*(2) schuilt.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Hotelrekening

Ik vroeg de re­ke­ning van het ho­tel en ik moet 6.215 rial be­ta­len. On­ge­veer ne­gen­tig gul­den, in­clu­sief die slech­te lunch­kip van gis­te­ren.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Database en cata­lo­gus. Ik maak­te in Ne­der­land al een da­ta­base van de ca­ta­lo­gus van de Aḥgāf-bi­blio­theek in Ta­rīm. Die is nog niet he­le­maal af. Ik moet er nog enig werk aan ver­rich­ten.

Te­rug.

*(2)
Woestijn en ‘wilde’ no­ma­den­stam­men. Het ge­beurt in Je­men ge­re­geld dat toe­ris­ten ge­kid­napt wor­den, wan­neer die en reis door de woes­tijn ma­ken. Dit is een mid­del van de no­ma­den om de re­ge­ring on­der druk te zetten, om ei­sen in­ge­wil­ligd te krij­gen. De toe­ris­ten in kwes­tie wor­den meest­al goed be­han­deld en over­komt niets. In de laat­ste ja­ren van de twin­tig­ste eeuw is er maar één toe­rist ver­moord, ter­wijl er ve­le tien­tal­len ont­voerd zijn. Na on­der­han­de­lin­gen met de over­heid ko­men al­le toe­ris­ten weer on­ge­schon­den vrij.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

22 november 1997

Sana'a
Sfeer­beeld in de ou­de stad van Sa­na’a.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9429) Ik ben in Ṣanaᶜā’, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – In Lei­den, mijn woon­plaats, ga ik op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. Ik denk de­ze nacht aan haar en het LVC. – Het tijds­ver­schil met Ne­der­land is (in ‘on­ze’ win­ter) twee uur. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Zaterdag, 22 november 1997.
Sana’a: 4/44.
Ik word al om 4.00 uur wakker. Het LVC loopt leeg (02.00 uur), maar dat is niet de re­den dat ik wak­ker word. Het zijn de di­ver­se ge­beds­op­roe­pen die mijn slaap ver­sto­ren. Dit duurt tot cir­ca 05.30 uur.
Ik slaap niet meer, maar dag­droom over Enne­fea.
Op 7.30 uur.
Ontbijt van het hotel.
Yemenia. Ambas­sade. UPS. Ho­tel. Am­bas­sa­de: DK.: een stuk! Ye­me­nia. Ho­tel. Ye­me­nia. Kof­fer. Ho­tel. Taj She­ba: di­ner.
Hotel circa 21.30.
Deze dag ver­schil­len­de ma­len naar Ye­me­nia in Had­da Street. Uit­ein­de­lijk krijg ik een tic­ket naar Say’ūn voor US-dol­lar 127, de­zelf­de prijs als in 1996.
Ik kocht een kof­fer voor 6.500 rial (circa f. 95,00), re­de­lijk ste­vig, maar het num­mer­slot werkt niet, blijkt in het ho­tel.
Ik was twee keer in de [Ne­der­land­se] Am­bas­sa­de. DK. (Eer­ste se­cre­ta­ris) was er pas rond 13.00 uur. Wat een mooie, leu­ke, jon­ge vrouw en vlot! Ik bleef er an­der­half uur.
Ik ontmoette ook de am­bas­sa­deur Alex …?
Hij blijkt een voor­stan­der van het scan­nen van de ma­nus­crip­ten van Tarīm. (Ik na­me­lijk ook. In het na­jaar van 1995 pro­beer­de ik dat er voor dit pro­ject al door te druk­ken.)
Ik lunchte in het ho­tel: pa­tat en kip. Wat een vre­se­lijk sma­ken­de kip!
Diner in Taj Sheba. De taxi­chauf­feur vroeg 400 rial. Na een paar wei­ge­rin­gen be­taal­de ik. Een rit van Bāb al-Ye­men naar Taj She­ba kost niet meer dan 100 rial. (f. 1,50) Mijn mi­ni­mum­be­drag is ech­ter 200 rial. Ik vind 100 YER wel erg wei­nig.
Bed rond 21.30 uur, moe, maar ik kan niet sla­pen.
Ik kocht voor US-dol­lar 257 een UPS voor de Ahgāf-bi­blio­theek van 500 AV. Daar­mee kan na een span­nings­uit­val nog even door­ge­werkt wor­den. (Com­pu­ter.) UPS = Un­inter­rup­tible Power Sup­ply, voor de com­pu­ter. [of ook: Un­inter­rup­tible Power Sour­ce.]

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik werd al om kwart over vier wak­ker en luis­ter­de tot on­ge­veer zes uur naar al­ler­lei ui­tin­gen van god-prij­zen en ge­beds­op­roe­pen [el­ke van de vele mos­kee­ën een op­roep]. Ko­men­de nacht zal ik weer ge­luids­op­na­mes ma­ken, zo­als ik ook an­der­half jaar ge­le­den deed. Ik ge­loof dat er niet zo­veel ver­an­derd is in de wij­ze van nach­te­lijk la­waai ma­ken.
Na het ontbijt ga ik de stad in en probeer een vlucht naar Say’ūn te boe­ken. Dat lukt niet, om­dat het com­pu­ter­ge­stuurd boe­kings­sys­teem nog steeds bui­ten dienst is. Al min­stens sinds don­der­dag. Ik over­weeg een reis door de woes­tijn te ma­ken, met mijn zwa­re spul­len, in plaats van bij de lucht­vaart­maat­schap­pij weer over­ge­wicht te moe­ten be­ta­len.
DK. is niet op de am­bas­sa­de maar ik maak een af­spraak via PD. Ik zal om 13.00 uur te­rug­ko­men.
Bij twee be­drij­ven be­kijk ik de UPS’en. Po­wer sup­ply bij span­nings­uit­val voor com­pu­ters. Op een plaats kost 500 VA (volt­/­ampere) 500 US$, op een an­de­re plaats 257 US$. Ik koop er een voor 250 US$ en 927 YER (= 7 US$). Elf ki­lo ge­wicht er­bij. Nu meer dan 60 kg bij me!
Om het Gasmi-ho­tel ook een keer de eer te gun­nen, neem ik de lunch hier. Ik be­stel een hal­ve kip met pa­tat. Dat zal ik dus niet meer doen. Een half­zwar­te kip, ge­bar­be­cu­ed, half­ga­re kip, van on­dui­de­lij­ke ma­ke­lij en waar­schijn­lijk al lang over de uiter­ste da­tum heen krijg ik voor­ge­zet. (Van een ver­de­re be­schrij­ving zie ik af).
Over het al­ge­meen lunch ik hier niet. Ik eet uit Ne­der­land mee­ge­brach­te ver­ant­woor­de koe­ken als ik na de mid­dag hon­ger krijg. In Tarīm zal ik, als ge­schikt eten ten­min­ste ver­krijg­baar is, weer mid­dag­maal­tij­den ‘sco­ren’.
Rond 13.00 uur be­treed ik het Ne­der­lands grond­ge­bied in den vreem­de voor de twee­de maal van­daag. Ik word ont­van­gen door de ui­terst char­man­te DK., met wie ik de stand van za­ken door­spreek. Via haar be­mid­de­ling en iemand in de am­bas­sa­de kan ik een vlucht naar Say’ūn boeken op maan­dag 24 no­vem­ber.
Ik ontmoet de am­bas­sa­deur die met be­lang­stel­ling in­for­meert naar de stand van za­ken van het Tarīm-pro­ject. Ook hij denkt, net als ik, dat het in­te­res­san­ter is om al­le hand­schrif­ten te scan­nen in plaats van te mi­cro­fil­men. In het najaar van 1995 deed ik al re­search naar de mo­ge­lijk­he­den op dat ge­bied, maar een en ander strui­kel­de over de kos­ten van de ap­pa­ra­tuur. Ge­di­gi­ta­li­seer­de ma­nus­crip­ten / hand­schrif­ten kun­nen als plaat­jes op in­ter­net ge­zet wor­den.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

21 november 1997

Sana'a-huis
Tra­di­tio­ne­le ho­ge hui­zen in Sa­na’a, de hoofd­stad van Je­men.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9428) Ik ar­ri­veer­de eer­gis­te­ren in Sana’a, de hoofd­stad van Je­men en ik lo­geer in het Gas­mi-ho­tel. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Vrijdag, 21 november 1997.
Sana’a: 3/45.
Ik kan de slaap slecht vat­ten, maar als het dan ook lukt, slaap ik een gat in de dag. Om 10.45 sta ik op.
Ontbijt: het laatste brood uit Ne­der­land.
Beneden: data­ba­se­boe­ken be­stu­de­ren.
De Irakees, die me nog ken­de van de vo­ri­ge keer [1996], bood me kamer 501 aan, vre­se­lijk hoog, maar erg rus­tig en twee ra­men.*(1)
Lopen naar Baab al-Yemen.
Eten in Taj Sheba. (Buffet: 2.300 YER, plus 300 YER fooi.)
Terug via Bab al-Yemen.
Thuis [hotel]: ver­slag schrij­ven [op mijn lap­top] en een stuk­je brief voor de men­sen thuis.
Nu 00.00 uur.
Het begint nu pas lang­zaam tot me door te drin­gen dat ik niet meer thuis ben, maar in de mid­del­eeu­wen in de hoofd­stad van Je­men: Sana’a.
Temperatuur op mijn ka­mer: circa 21°C, bui­ten, op cir­ca 20 me­ter hoog, 17°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

Ik ging gis­te­ren­avond rond mid­der­nacht naar bed en sliep tot on­ge­veer 11 uur. Gis­te­ren over­dag sliep ik ook al drie uur. Waar komt die ver­moeid­heid van­daan? Komt het door het zuur­stof­ge­brek? Sana’a ligt namelijk 2.200 meter hoog in de ber­gen. Hoe­wel de stad in de tro­pen ligt, kan het hier ’s win­ters wel vrie­zen. Soms valt er sneeuw. Op de berg­top­pen die de stad om­ge­ven ligt ’s win­ters soms lan­ge­re tijd sneeuw.
De buitentemperatuur zak­te af­ge­lo­pen nacht naar 14,5°C, maar is nu 23°C. In mijn ka­mer is het on­ver­an­der­lijk 20,5°C.
Overdag lekker weer, met een beet­je zon. ‘s Avonds zag ik een keer een blik­sem­schicht maar het bleef droog. Tem­pe­ra­tuur rond 23.00 uur: bin­nen 20,9°C, bui­ten: 16,9°C.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Geheimen van Jemen

Het duurt weer even voor­dat ik in de ga­ten heb hoe het wa­ter­kra­nen­sys­teem hier in el­kaar zit. Ik vrees­de weer een kou­de dou­che, zo­als gis­te­ren in het Taj She­ba-ho­tel. Maar na een poosje wist ik het weer. Ik had in dit ho­tel al eer­der ge­lo­geerd, in 1996.
De rode kraan kan de warme zijn, maar ook de kou­de. Ik be­grijp niet waar­om hier in de ene dou­che de ro­de kraan de warm­wa­ter­kraan is en in de dou­che vlak er­naast de koud­wa­ter­kraan. Daar­naast zit in de ene dou­che de ro­de kraan links en in de an­de­re dou­che rechts. Ara­bische lo­gi­ca? Mis­schien zijn we in het over­ge­re­gu­leer­de Ne­der­land wel te zeer ver­wend.
Wat ik ook niet be­grijp is waar­om in Noord-Je­men, dat nooit on­der Eu­ro­pees ko­lo­ni­aal be­stuur heeft ge­staan, de stop­con­tac­ten al­le­maal van het En­gel­se mo­del zijn en in Zuid-Je­men, dat ja­ren­lang on­der En­gels be­stuur stond, al­le stop­con­tac­ten Eu­ro­pees zijn.
Verleden jaar lie­pen Nico en ik ve­le ma­len door smal­le stra­ten en ste­gen van de ou­de stad Sana’a, maar we klets­ten dan veel en had­den geen oog voor de om­ge­ving. Toen is me in ie­der ge­val niet op­ge­val­len wat me nu wel op­valt als ik ’s avonds al­leen door de on­ver­lich­te stra­ten van de ou­de bin­nen­stad loop, op weg naar de Baab al-Ye­men. Daar neem ik dan een ta­xi naar een re­stau­rant. Ook op de te­rug­weg loop ik van­af deze poort naar het ho­tel, hoe­wel de taxi best be­reid is me voor de deur van het ho­tel af te le­ve­ren, voor 1,50 gul­den. Ik ge­niet van de bij­zon­de­re sfeer die in de­ze bij­zon­de­re stad hangt.
De oude bin­nen­stad van Sana’a is een stad in de mid­del­eeu­wen. Dit deel wordt om­ge­ven door een le­men stads­wal, die mo­men­teel met geld van de UNESCO weer ge­heel ge­res­tau­reerd wordt.
De hoofdingang van de ou­de stad is de Baab al-Ye­men, de Poort van Je­men. Dit is het sym­bo­lische cen­trum van het land. Op het plein voor en bin­nen de poort is het een druk­te van be­lang. Dui­zen­den men­sen bie­den van al­les te koop aan. Hier kun je de Je­me­nie­ten be­stu­de­ren. De Sana’ani man­nen en vrou­wen zijn ten­ger, ma­ger en klein van stuk. Niet gro­ter dan 1,50 m of 1,60 m. Ze­ker komt dat voor een deel door de slech­te voe­ding, maar ook de ver­sla­ving aan gaat*(2) speelt een rol.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Kleding

Wat bin­nen de poort di­rect op­valt is de hon­der­den ver­ko­pers van col­bert­jas­jes. Al­le Noord-Je­me­nie­ten dra­gen over hun dish­da­sha*(3) (een lan­ge “jurk”) een col­bert­jas­je. Al­le man­nen dra­gen bo­ven­dien een djam­bia*(4) op hun buik, een gro­te krom­me dolk. Met man­nen be­doel ik ook kin­de­ren van­af een jaar of veer­tien.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Ar­chi­tec­tuur

De hui­zen van Sana’a zijn van steen. De be­gane grond en de eer­ste ver­dieping zijn van na­tuur­steen ge­maakt en heb­ben geen ra­men, wel uit­spa­rin­gen voor fris­se lucht. Ze die­nen als op­slag­plaats van goe­de­ren en in veel ge­val­len ook gei­ten.
Aan de straat­zijde heeft de be­ga­ne grond een of meer nis­sen, zo­als in de he­le Ara­bische we­reld, van Ma­rok­ko tot Sy­rië en dus ook Je­men. Hier­in zijn win­kels ge­ves­tigd. In die win­kels kan van al­les wor­den ver­kocht. Van de groot­ste rom­mel tot le­vens­mid­de­len of ge­reed­schap­pen. Zo­als ook in de he­le Ara­bische we­reld wor­den die nis­sen met een blauw ge­verf­de sta­len deur ge­slo­ten.
De twee­de ver­die­ping en ho­ger zijn van bak­steen, met ra­men. De hui­zen ste­ken hoog boven de stra­ten uit. Ze zien er­uit als mid­del­eeu­wse ves­tin­gen. Door die ho­ge, soms ran­ke, hui­zen lij­ken de stra­ten nog smal­ler dan ze al zijn. Soms zijn die hui­zen twin­tig me­ter breed.
De buitenwanden van vrij­wel al­le hui­zen in de bin­nen­stad van Sana’a zijn prach­tig ver­sierd met wit­te kalk in mooie ab­strac­te pa­tronen. Soms staan er tek­sten uit de ko­ran, in mooie cal­li­gra­fische let­ters op de mu­ren, even­eens met wit­te kalk ge­schre­ven. In het schaar­se licht krijgt dit al­les een sprook­jes­ach­ti­ge sfeer, zoals op ou­de te­ke­nin­gen van bij­voor­beeld bij [Duit­se schil­der] Al­brecht Dürer. Of zoals op plaat­jes die bij som­mi­ge 1001-nacht ver­haal­tjes staan. Mis­schien dien­de Sana’a wel als voor­beeld voor die te­ke­nin­gen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Middeleeuwen

In deze mid­del­eeu­wse stad zit­ten, han­gen of lig­gen mid­del­eeu­wse man­nen in sjo­fe­le kle­ding in groep­jes of al­leen langs de mu­ren van de hui­zen, voor zich uit sta­rend vaak onder in­vloed van de gaat. Een ver­sle­ten tul­band (koefiyya/imama*(5)) op een ver­weer­de kop, vaak een ge­le. (Be­ter ge­si­tu­eer­den dra­gen een rode). Een grij­ze baard of een on­ge­scho­ren ge­zicht. In de mond slechts en­ke­le tan­den. Het on­ver­mij­de­lij­ke, maar sme­ri­ge col­bert­jas­je over hun even­eens reeds lang ge­le­den ge­was­sen dish­da­sha. De djam­bia man­haf­tig op de buik. Sme­ri­ge voe­ten in met touw­tjes aan el­kaar ge­bon­den stuk­jes leer dat een san­daal moet voor­stel­len. Ze schra­pen hun keel en spu­wen de laat­ste rest­jes gaat met een wij­de boog op straat. De straat­ste­nen glim­men er groen­ach­tig van in het licht van de pas­se­ren­de auto’s.
Kinderen ren­nen op blo­te voe­ten spe­lend door de stra­ten en sprin­gen over trap­pen en ber­gen rom­mel. Ook klei­ne meis­jes doen mee. Ou­de­re meis­jes en vrou­wen zie je na zons­on­der­gang niet meer op straat.
In deze middeleeuwse don­ke­re ste­gen gloeit hier en daar een oran­je neon­lamp of een TL-buis, soms wel tien me­ter boven het straat­ni­veau. Zon­der het licht van de au­to’s zou het moei­lijk zijn de weg naar huis te vin­den. Hoe­wel de stra­ten erg smal zijn ko­men over­al au­to’s. Au­to’s heb­ben al­tijd en over­al voor­rang. Al­les wat wie­len heeft gaat voor dat wat geen wie­len heeft.
De stra­ten zijn ge­pla­veid met gro­te vier­kan­te na­tuur­ste­nen, gro­te kin­der­kop­jes die het lo­pen ern­stig be­moei­lij­ken. Ho­pen vuil ver­sper­ren ver­der de weg. Over­al is vuil, huis­hou­de­lijk af­val, le­ge plas­tic wa­ter­fles­sen, pa­pier en an­de­re rom­mel. Ge­luk­kig stinkt het niet. Hon­den zijn er bij­na niet, maar wel veel brood­ma­ge­re poe­zen. Ook veel gei­ten die zich te­goed doen aan het af­val.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Veiligheid

Als man al­leen heb je hier ’s avonds in het don­ker niet veel te vre­zen. Ik ge­loof ech­ter niet dat het voor vrouwen al­leen zo laat nog aan­ge­naam is. Dit ba­seer ik op het feit dat er in het don­ker erg wei­nig vrou­wen te zien zijn en ook her­in­ner ik mij de woor­den van de mooie In­di­a­se re­cep­ti­o­nis­te bij het Taj Sheba-ho­tel die het voor­al ver­ve­lend vond dat je hier na zes­sen niet meer op straat kan ko­men. Na zes­sen be­te­kent: na in­val van de duis­ter­nis. Die valt hier zo­mer en win­ter al­tijd rond zes uur in.
In het moder­ne deel van Sana’a zie ik ver­schil­len­de vrou­wen on­ge­slui­erd. Het schijnt me toe dat het er veel meer zijn dan an­der­half jaar ge­le­den. De door de man­nen ge­plaat­ste stel­ling dat de Je­me­ni­tische vrou­wen de mooi­ste ter we­reld zijn lijkt mij sterk over­dre­ven. Of lo­pen al­leen die vrou­wen on­ge­slui­erd die toch niet voor een schoon­heids­prijs in aan­mer­king ko­men?
Gasmi-hotel: ik kreeg een ka­mer op de vijf­de ver­die­ping aan­ge­bo­den. Voor de klim, we­gens zuur­stof­ge­brek niet ge­wenst, wel voor de rust en de mo­ge­lijk­heid tot het ma­ken van band­op­na­mes van nach­te­lijk Sana’a.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
De Irakees ken­de mij nog van het voor­jaar 1996 toen ik ook en­ke­le ke­ren in het Gasmi-ho­tel lo­geer­de. De ka­mer ligt op de vijf­de ver­die­ping. Dat is in Sana’a vre­se­lijk hoog in een ho­tel zon­der lift. Dan moet je veel trap­pen klim­men. Bo­ven­dien ligt de­ze stad meer dan twee ki­lo­me­ter bo­ven de zee­spie­gel, dus is er spra­ke van zuur­stof­ge­brek. El­ke klei­ne in­span­ning ver­oor­zaakt dan ‘gro­te’ ver­moeid­heid.

Te­rug.

*(2)
De gaat / qat. (ﺍﻟﻗﺎﺕ) is een plant die in Je­men op gro­te schaal ver­bouwd wordt en waar­van op de blaad­jes ge­kauwd word­en voor een ver­do­vend ef­fect. Ik zal op 29 de­cem­ber 1997 bij een gaat-ses­sie met veel man­nen mee­ma­ken en ook en­ke­le blaad­jes kau­wen. In Wi­ki­pe­dia (Engels) wordt uit­ge­breid in­ge­gaan op dit roes­mid­del.

Te­rug.

*(3)
De dish­da­sha is de lan­ge wit­te ‘jurk’ die man­nen in de Ara­bische we­reld dra­gen en heeft ver­schil­lende na­men, die af­han­ke­lijk van de re­gio zijn. Zo wordt die dish­da­sha ge­noemd, of ook wel thawb. Bij Wi­ki­pe­dia wor­den ver­schil­len­de na­men op­ge­somd. (Engels)

Te­rug.

*(4)
De djam­bia is een krom­me dolk die er ver­vaar­lijk uit­ziet om­dat de sche­de nog­al groot is. Al­le man­nen, van­af veer­tien jaar (al­leen in Noord-Je­men) dra­gen de­ze dolk op hun buik. Zie Wikipedia voor meer in­for­ma­tie. (Engels.)

Te­rug.

*(5)
Een koefiyya / imama is de rood-wit of zwart-wit ge­blok­te Ara­bische hoofd­doek die met na­me in Sa­oedi-Ara­bië en de Golf­sta­ten door man­nen ge­dra­gen wordt. Soms met een zwar­te band op het hoofd als een soort ‘plaats­houder’, die agaal heet. Zie Wikipedia voor meer in­for­ma­tie. (Engels.)

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
Nico.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

20 november 1997

Sana'a
Traditionele huizen in Sana’a, bij bewolkt weer.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9427) Gis­te­ren ar­ri­veer­de ik in Sana’a en over­nacht­te in het du­re Taj She­ba-ho­tel. – Van­daag ver­kas ik naar het goed­ko­pe­re al-Gas­mi-ho­tel in de oude stad van Sana’a, bin­nen de stads­mu­ren. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial. (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Donderdag, 20 november 1997.
Sana’a: 2/46.
Op 7.00 uur. Ontbijt.
Dagboek bijwerken.
Nu 9.00 uur.
Eerst ga ik naar het Gas­mi-ho­tel om een ka­mer te re­ser­ve­ren. Dan ga ik naar Dr. AS., hoofd van De Al­ge­me­ne Or­ga­ni­sa­tie van An­ti­qui­tei­ten, Mu­sea en Hand­schrif­ten*(1) die me kort ont­vangt, want hij moet naar een ver­ga­de­ring. Daar­na terug naar Taj She­ba-ho­tel en uit­chec­ken.
Ik vertel wat met de mooie In­di­ase re­cep­tio­nis­te die 25 no­vem­ber terug­gaat naar haar woon­plaats Ban­ga­lore, na an­der­half jaar Sana’a. Hier kan ze na zes uur ’s avonds niet meer al­leen op straat ver­schij­nen, daar kan ze gaan en staan waar ze wil en zelfs naar de dis­co gaan.
In Taj Sheba, dat tot een In­di­ase hotel­ke­ten be­hoort, wer­ken veel In­diërs.
Er is geen taxi die mij naar het Gas­mi-hotel wil bren­gen. Uit­ein­de­lijk wil iemand dat voor 500 rial doen. Bij het Gas­mi vraagt hij 600 rial. Ik be­taal zon­der pro­test. (’s Avonds, na het di­ner in Taj She­ba wil hij me weer voor 600 rial bren­gen. Ik zeg hem dat ik niet meer dan 100 rial wil be­ta­len. (De nor­ma­le prijs.) Hij wil dan niet.
In het hotel val ik twee uur in slaap.
Ik probeer in diverse kan­to­ren van Ye­menia een vlucht naar Say’un te boe­ken, maar over­al ligt de com­pu­ter plat. De re­den krijg ik al­leen maar op twee kan­to­ren te ho­ren: er wordt nieuwe soft­ware ge­ïn­stal­leerd.
Het Yemen Com­pu­ter Cen­ter is ge­slo­ten. Ik wil­de daar een UPS (en ap­pa­raat dat bij stroom­uit­val de span­ning vol­doen­de lang in stand houdt om een com­pu­ter nor­maal af te slui­ten) ko­pen.
Ik wissel 200 US-dollar voor 26.400 rial en ga te­le­fo­ne­ren in straat nr. 36 naar Pa en Ma. Ik voel me ver­plicht ook XX. te bel­len.
Circa 18.00 uur di­ner in Taj Sheba. Ik ben an­der­half uur te vroeg voor het buf­fet, dus eet ik à la car­te, wat me slecht be­komt, dat wil zeg­gen: het is niet zo lek­ker en het kost toch 3.600 rial. f. 54,00. Niet goed­koop.
Ik loop naar het Gas­mi-ho­tel en val op mijn ka­mer tussen 20.00 en 21.00 uur in slaap. Nu 22.00 uur.
Bed 00.00 uur.
Temperatuur: 17,4°C bui­ten en 20,5°C bin­nen.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

In het Taj Sheba-hotel pro­beer ik een war­me dou­che te ne­men, maar er is in dit du­re ho­tel geen warm wa­ter! On­be­grij­pe­lijk. Een kou­de dou­che, let­ter­lijk en fi­guur­lijk. La­ter, na be­stu­de­ring van de kraan ont­dek ik dat, als je die open­draait er eerst koud wa­ter uit­komt. Als je die dan maar steeds ver­der open­draait komt er op een ge­ge­ven mo­ment lauw wa­ter. In de ui­ter­ste stand ‘open’ komt er gloei­end heet wa­ter. Bij­zon­der.
De taxichauffeur, een jon­ge­man, is een van de wei­ni­ge Je­me­nie­ten die geen qat ge­bruikt. Hij is sport­man en doet ken­ne­lijk aan hard­lo­pen, want zo’n ge­baar maakt hij er bij. (Wat is hard­lo­pen in het Ara­bisch? Ik ben zo­veel ver­ge­ten.) Taxichauf­feurs zijn mijn oe­fen­ob­jec­ten en moe­ten mijn krom­me Ara­bisch maar aan­ho­ren, tot­dat ik het weer een beet­je onder de knie heb. Ik wil ech­ter niet al­tijd maar pra­ten.
Als ik een aantal ki­lo­me­ters terug naar het Gasmi-hotel loop, valt het me op dat er zo­veel win­kels ge­slo­ten zijn. Is dat het ge­volg van de qat­ses­sies? Of draait de Je­me­ni­tische eco­no­mie zo goed, dat men zich een vrije za­ter­dag­mid­dag*(2) per­mit­te­ren kan? Dat laat­ste kan niet het ge­val zijn. Je­men hoort toch bij de top­tien van de arm­ste lan­den ter we­reld. Staat het niet op de vier­de plaats, van on­de­ren? Ik las gis­te­ren in The Ye­men Times dat de Mi­nis­ter van Fi­nan­ciën mo­men­teel al­le do­nor­lan­den af­reist om uit­stel van be­ta­ling van de schul­den te vra­gen, want het land kan niets op­bren­gen.
Ergens vlak over de brug over de Sayla [ri­vier], in de rich­ting van de nieuwe stad, aan de Zu­bayr­straat staat een groot huis waar van­af het dak luid­spre­kers al­ler­lei soort tra­di­ti­o­ne­le mu­ziek knoert­hard de straat in tet­te­ren. Er zijn men­sen die daar nog on­der blij­ven zit­ten. Die zijn ze­ker al doof. Wat dat al­le­maal be­te­kent weet ik niet. Op het ge­bouw hangt een Je­me­ni­tische vlag. Het pand ligt te­gen­over het Avia­tion en Meteo­ro­lo­gi­cal In­sti­tute.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Deze Algemene Organisatie is de for­me­le ont­van­ger van het ge­schenk van de Ne­der­land­se re­ge­ring. Dr. AS. is ver­ant­woor­de­lijk voor het be­leid in de Ha­dra­maut.

Te­rug.

*(2)
Het is vandaag don­der­dag, maar omdat in veel is­la­mi­tische lan­den en ook Je­men, de vrij­dag als ‘zon­dag’ (een vrije dag) geldt, spreek ik over don­der­dag als ‘za­ter­dag’, de dag vóór de vrije ‘zon­dag’.

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginEindeTrans­criptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­crip­tie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

19 november 1997

Typische huizen in de oude stad van Sana’a.

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9426) Ik ver­trek van­daag naar Ṣanaᶜā’, de hoofd­stad van Je­men, om later in de Ḥaḍramaut (Zuid-Je­men) in de plaats Tarīm te gaan wer­ken. Ik zal 48 da­gen van huis zijn. Dit is de twee­de keer dat ik in Je­men ben voor werk. In het voor­jaar van 1996 ver­bleef ik al drie maan­den in Ta­rīm. – Mijn ver­slag, op mijn lap­top ge­schre­ven, be­vat meer (ach­ter­grond)­in­for­ma­tie dan mijn dag­boek­ver­slag. – De munt­een­heid in Je­men is de Rial (YER). (1 rial = f. 0,015 (an­der­hal­ve cent), dus 100 rial = f. 1,50.)

MenuFo­toIndex en het eindeTrans­criptie.

 
 

Woensdag, 19 november 1997.
Leiden – Sana’a: 1/47.
Op 5.00 uur.
Afspraak is dat de taxi 7.50 uur zal ko­men. [Ver­ver­straat.]
Ik bel rond 8.00 uur. De taxi zou er zijn, maar mijn huis­num­mer niet kun­nen vin­den. Dat komt, zegt de chauf­feur la­ter te­recht, om­dat de straat aan het an­de­re eind West-Ha­ven­straat heet.
We halen XX. op. (Ik laat er een zak vuil­nis ach­ter, ver­pakt in een C&A-zak, om de taxi­chauf­feur niet te ‘schof­feren’.)

Trein

XX. gaat mee naar het Sta­tion. Als de trein van 8.31 uur (met vijf mi­nu­ten ver­tra­ging) komt, blijkt de in­gang naar het Eer­ste­klas com­par­ti­ment toch wel erg smal. (Smal­ler dan de Twee­de­klas?) Ik kocht Eer­ste­klas kaart­jes voor ons bei­den, maar het is druk en het por­taal [bal­kon] staat ook vol met Twee­de­klas­sers. Na enig ge­doe, lukt het ons om in de bij­na vol­le Eer­ste­klas toch een krap plaats­je te vin­den.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Schiphol

Inchecken in Schip­hol kan di­rect. Ik zet 40,8 kg. op de weeg­schaal en be­weer glas­hard dat de hand­ba­ga­ge lich­ter is dan 10 kg. (Was on­ge­veer 15 kg.) Ik moet 792 gul­den over­ge­wicht be­ta­len voor 15 kg. Ik doe dat met 420 US-dol­lar en 30 Ne­der­land­se cen­ten.
In afwachting van het ver­trek in het dak­res­tau­rant pro­beert XX. in een bij­na niet af­la­ten­de woor­den­stroom haar kwa­li­tei­ten aan te prij­zen en de kwa­li­tei­ten van al­le an­de­re be­ken­de vrou­wen te mi­ni­ma­li­se­ren. Het liefst zou ik zwij­gend en stil voor mij uit wil­len heb­ben sta­ren, dro­men en ge­nie­ten van dat sexy kont­je van dat blond­je voor me in haar strak­ke zwar­te broek. Slechts een expres uit­ge­breid toi­let­be­zoek brengt de ver­lang­de rust. Me­teen als het tijd is ga ik in­stap­pen en ga bij­na aan boord van het vlieg­tuig naar Mon­treal, Ga­te F. 8, ter­wijl ik bij Ga­te F. 7 moet zijn. Ik was al door de me­taal­de­tec­tor.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Vlucht

Mijn stoel is 34 A, bij een raam, niet ro­ken, niet bo­ven een vleu­gel en aan de lin­ker­kant. (Van­we­ge de zon.)
Naast mij komt nie­mand. Het vlieg­tuig is bij lan­ge na niet vol.
Er zijn half­naak­te mos­lims op weg naar Mek­ka, in staat van Ih­raam*(1), met hun wit­te doe­ken om. (Hoe heet dat ook al weer?)
Verder zijn er veel ‘olie­boe­ren’ van Yemen Hunt*(2) en met een van hen be­gin ik een ge­sprek, tij­dens de tus­sen­stop in Djed­dah [Saoe­di-Ara­bië].
Hij en een ander wer­ken off­shore in de Ro­de Zee op een ter­mi­nal waar tan­kers de in de woes­tijn ge­von­den olie la­den. De rest van die man­nen werkt daar, in de woes­tijn.
Hij werkt al drieën­half jaar in Je­men. 28 da­gen op zijn me­ta­len ei­land en 28 da­gen bij zijn vrouw in En­ge­land. (Het be­taalt niet veel, maar hij heeft dus per jaar een half jaar vrij.) Het moet uit de leng­te of de breed­te ko­men.) Van Je­men zag hij niet meer dan Baab al-Yemen en (van­uit de he­li­kop­ter die hem van­uit Sana’a naar zijn ei­land brengt) en het berg­land­schap met de ter­ras­cul­tuur.
Boven de Nijl maakte ik dia’s van het Nijl­dal. Een van de Ro­de Zee.
Ik verbaas me over de zee van licht in het enorm gro­te uit­ge­strek­te Jed­da. Ik maak en­kele dia’s.
Ik verbaas me over de zee van duis­ter­nis van Sana’a, an­der­half uur na het ver­trek uit Jed­dah.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Sana’a

In no time sta ik bui­ten de lucht­ha­ven en neem voor twin­tig dol­lar een taxi naar het Taj Sheba ho­tel waar ik voor 160 US-dol­lar plus 12% be­las­ting (20 US-dol­lar) voor één nacht een kamer huur.
Na enige rust over­valt mij de slaap en ik ga rond 00.00 uur naar bed.
Weer in Sana’a: droog na een regen­bui.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.


Computerverslag

De eerste drie we­ken van dit ver­blijf in Je­men hield ik op mijn lap­top­com­pu­ter ook een ver­slag bij, waar­in soms din­gen staan die niet in mijn dag­boek voor­komen.
Hier volgt een uit­trek­sel daar­van.

We vliegen een stuk over / langs de Nijl. Ik maak en­kele dia’s. Ook een van de Rode Zee en ver­schil­len­de van het in een zee van licht ba­den­de Jed­da. Een enorm gro­te stad. Van­uit de lucht zie ik ver­schil­len­de luna parks. Dat ver­baast me. De Sy­rische chi­rurg uit al-Ri­yaad had me ver­le­den jaar in het vlieg­tuig uit Am­man toch ver­teld dat er in Saoe­di-Ara­bië geen an­der ple­zier is dan win­ke­len. Nu blijkt er nog meer ple­zier te zijn. Ker­mis­sen. Wat een los­ban­dig­heid. Welk ge­not zal er in dat land nog meer te ge­nie­ten zijn?
Een van de pas­sa­giers van het KLM-vlieg­tuig is een me­ca­ni­cien op een olie­ter­mi­nal in de Ro­de Zee. Hij ver­tel­de me dat hij in de buurt van Dah­ran had ge­werkt, in Saoe­di-Ara­bië, vanaf no­vem­ber 1990. Vast per­so­neel vlucht­te toen weg uit angst voor Irak (in­va­sie in Koe­weit). Hij, van de En­gel­se oost­kust, had geen er­va­ring in de olie-in­dus­trie en sprak ook al­leen maar En­gels, maar werd tocht aan­ge­no­men. Het werk be­taal­de goed, maar het stren­ge re­li­gieu­ze kli­maat had hem ver­dre­ven. Nu werkt hij voor Yemen Hunt Oil Com­pany. Veel min­der verdien­sten, dat wel, maar 28 da­gen op en 28 da­gen af. Dat wil zeg­gen dat hij per jaar een half jaar vrij had. (Dat ver­schil zat in zijn be­dui­dend la­ge­re loon).
Hoewel hij al meer dan drie­ën­half jaar in Je­men werk­te had hij van het land niet meer ge­zien dan Bab al-Yemen in Sana’a en dat deel van het land dat on­der de he­li­kop­ter door­gleed, tus­sen Sana’a en zijn gro­te, tien­tal­len me­ters hoge en een kwart mijl lan­ge me­ta­len ei­land in de Ro­de Zee, als hij er­heen ge­bracht werd of er van­af ge­haald werd. Hij ver­tel­de dat het land­schap erg mooi is. Ho­ge ber­gen, waar men­sen op de rand van de rot­sen in ste­nen hui­zen le­ven en waar het land be­werkt was met ter­ras­bouw.
Het vliegtuig was al niet vol. In Djed­da stap­ten ook nog veel men­sen uit. Ook mos­lims in staat van Ihram, met de doe­ken om hun naak­te li­chaam. Er kwa­men geen nieuwe pas­sa­giers bij. De vlucht naar Djedda duur­de 5 uur en een kwar­tier. De vlucht van Djed­da naar Sana’a 1 uur en 25 mi­nuten.
Uitstappen en bagage op­ha­len, doua­ne en taxi. Al­les ging veel snel­ler dan in maart 1996, toen ik hier voor het eerst kwam. Het is al­le­maal in een kwar­tier ge­beurd. Voor 20 US $ word ik in de stad af­ge­le­verd bij het Taj She­ba ho­tel.
Het Taj Sheba heeft nog ka­mers vrij. 160US$ per stuk en daar­bij komt nog 12% be­las­ting. Ik be­sluit maar één nacht te blij­ven.
Op de kamer eten (brood uit Ne­der­land) en een ar­ti­kel le­zen van Sheikh AB. in The Ye­men Ti­mes. Het ar­ti­kel gaat over de ad­mi­ni­stra­tie­ve op­de­ling van de Ha­dra­maut, waar­van de Sheikh een te­gen­stan­der is. Hij is hoofd van de Is­lah-partij*(3) van de Ha­dra­maut. [Sheikh AB. was de vo­ri­ge di­rec­teur van de hand­schrif­ten­bi­blio­theek in Ta­riem, mijn reis­doel.]
Ik herkende zijn gezicht op de foto di­rect. Hij ziet er waar­dig uit. Een echt ge­leerd ie­mand. Een echte Sheikh.

MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Noten

*(1)
Ihraam / Iḥrām. (ﺇﺣﺮﺍﻡ)
Wan­neer mos­lims / mos­li­ma’s op pel­grim­stocht naar Mek­ka gaan, moe­ten ze op een be­paal­de ma­nier ge­kleed zijn en ook op een be­paal­de ma­nier ri­tueel rein zijn. Dit heet Iḥrām.
(Wikipedia: Ihram.)

Te­rug.

*(2)
Yemen Hunt Oil Company. De maat­schap­pij die olie uit de Je­me­ni­tische bo­dem haalt.
Wikipedia: Yemen Hunt Com­pany.
De olievelden in Jemen. (Af­beel­ding van petrolitico.blogspot.nl)

Te­rug.

*(3)
Islah-partij. (De islaah: al-Iṣlāḥ (ﺍﻟﺈﺻﻠﺎﺡ) be­te­kent ‘de her­vor­ming’, in de zin van ‘ver­be­te­ring’.) De Is­lah-par­tij is een par­tij met een con­ser­va­tie­ve / fun­da­men­ta­lis­tische agen­da, ge­lieerd aan / on­der­steund door Saoe­di-Ara­bië.
(Wikipedia: al-Islah (Yemen).

Te­rug.


MenuFo­toBe­ginIndex en het eindeTrans­criptie.

Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Dahran (al-Ẓahrān):
GM., Wi.
:ﺍﻟﻈﻬﺮﺍﻥ

MenuFo­toBe­ginEindeTranscriptie.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.

Trans­criptie van de klin­kers in Ara­bische woor­den.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuFo­toBe­ginHoofd­in­dex.


Jemen 1997
Jemen 1997 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1997: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1997: al­le foto’s.


Jemen 1996
Jemen 1996 (be­knopt over­zicht).
Je­men 1996: de da­gen in chro­no­lo­gische volg­or­de.
Je­men 1996: al­le foto’s.


De au­teur de­zes kan niet ga­ran­de­ren dat al­le links naar ex­ter­ne web­si­tes (dus die van der­de par­tij­en) al­tijd zul­len blij­ven be­staan. Fo­to’s in Goog­le Maps, bij­voor­beeld, kun­nen ver­dwij­nen wan­neer de ei­ge­naar ze weg­haalt. Ook aan an­de­re links kan een ein­de ko­men, of kun­nen in on­ge­bruik ra­ken.
Wan­neer u een niet wer­ken­de link con­sta­teert kunt u dat mel­den in het re­ac­tie­veld. Bij voor­baat dank.

18 november 1997

Het Tarīm-project 1997

1997 – 2017: twin­tig jaar ge­le­den

Tarīm: Hadramaut, Jemen

Dagboek 1997

(Dag 9425) Ik woon in Lei­den. – Mor­gen ver­trek ik naar Je­men, om daar ze­ven we­ken in de Ḥa­ḍra­maut (Zuid-Je­men) in de plaats Ta­rīm te gaan wer­ken in een bi­blio­theek. Ver­le­den jaar werk­te ik daar drie maan­den. – Ik ga op vrij­dag­avond al­tijd dan­sen in het Leids Vrije­tijds­cen­trum (LVC). Daar zag ik een paar keer een mooie jon­ge vrouw, wier naam ik niet weet en daar­om ‘Enne­fea’ heb ge­noemd. – Ik ga uit eten met XX. Zij is he­vig ver­liefd op mij, ik niet op haar.

MenuIndex en het einde.

Dinsdag, 18 november 1997.
Ik regel de laatste za­ken, al­le ver­ge­ten in­ko­pen en ga ’s avonds met XX. eten. Het is ge­zel­lig (bij Mal­le Jan aan de Nieuw­steeg): f. 113,00. (f. 12,00 fooi.)
Zij vloeit over van lief­de. Ik voel niets.
Ik vertel een beet­je, in be­dek­te ter­men, over En­ne­fea, maar noem die naam niet. Zij gaat na­tuur­lijk door de grond van ja­loe­zie.
Het leven is hard. Zij is zo lief, ik voel geen lief­de voor haar.
Nu circa 00.30 uur. Over 24 uur zit ik in Ṣanaᶜā’. [De hoofd­stad van Je­men.]
Er is geen hotel ge­re­ser­veerd. De [Ne­der­land­se] Am­bas­sa­de liet het af­we­ten. Ver­le­den jaar was er wel me­de­wer­king.

MenuBe­ginEindeTrans­criptie.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: website. – F.: foto’s in Google Maps.
Jemen (al-Yaman):
GM., Wi., F.
:ﺍﻟﻴﻤﻦ
Ṣanaᶜā’:
GM., Wi., F.
:ﺻﻨﻌﺎﺀ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dexJemen 1997/98-over­zicht.

Transcriptie van de klinkers in Arabische woorden.

A / a klinkt als ‘a’ in ‘pan’, I / i klinkt als ‘i’ in ‘pin’, U / u klinkt als ‘oe’ in ‘poen’.
Ā / ā klinkt als ‘a’ in ‘ma’, Ī / ī klinkt als ‘i’ in ‘mi’, Ū / ū klinkt als ‘oe’ in ‘moe’.

Klik hier voor het over­zicht van de trans­crip­tie in Ara­bische woor­den.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dexJemen 1997/98-over­zicht.

18 augustus 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7507) Ik over­nacht in het Ana­do­lu-ho­tel in Istan­bul op een over­dekt ge­deel­te van het dak­ter­ras. – Van­daag vlieg ik van Istan­bul naar Am­ster­dam Schip­hol. Mijn dag­boek ver­meldt het he­le­maal niet, maar dit is mijn eer­ste vlucht ooit (met uit­zon­de­ring van een kor­te vlucht in een zweef­vlieg­tuig, eind ja­ren zes­tig) in een vlieg­tuig. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus. – Ik sluit het dag­boek­ver­slag van deze va­kan­tie naar Tur­kije en Sy­rië af met een be­schou­wing van mijn ver­blijf in bei­de lan­den, dan volgt het Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990 over Sy­rië en Tur­kije en daar­na een ver­slag uit het tijd­schrift Sum van sep­tem­ber 1992 over de dic­ta­tuur in Syrië.

MenuIndex en het einde.


 
 

Dinsdag, 18 augustus 1992.
Istanbul – Amsterdam – Leiden.
Slecht slapen.
Op rond 02.45 uur. Douche. (Ik moet wach­ten, want er zit iemand in.)
Om 03.45 uur op de stoep bij het reis­bu­reau. Het bus­je zou om 04.00 uur ko­men. Het bus­je dat komt houd ik aan. (Ik ben zon­dag 16 au­gus­tus jl. wijs ge­wor­den.) De chauf­feur weet ner­gens van.
Om circa 04.15 komt een bus­je. Een knap­pe Ne­der­land­se meid met een jon­gen en ook an­de­ren zit­ten er in. Ik zwijg in al­le ta­len na mijn “Morgen“.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Luchthaven

Rond 04.45 uur: lucht­haven.
Bij het omwis­se­len van TL. 100.000 in Istan­bul kreeg ik US$ 12. Toen ik de re­ke­ning vroeg, moest ik mijn pas­poort la­ten zien en kreeg ik er nog een dol­lar bij!
Ik word aangesproken door een Turks jon­getje dat uit Woen­sel bij Eind­ho­ven komt. We ver­tel­len wat.
Ook hier, op de luchthaven, hebben Tur­ken moei­te om in de rij te staan, wat on­der­ling no­gal wat ir­ri­ta­tie op­wekt.
Mijn bagage is 42 kilo, hand­ba­ga­ge waar ook nog een paar ki­lo in zit, niet mee­ge­re­kend. Nie­mand maakt zich er druk om. Som­mi­ge Tur­ken heb­ben meer dan 200 kilo bij zich en nie­mand zegt er wat van.

MenuBe­ginIndex en het einde.

Vliegtuig

Ik begin nu ook voor te drin­gen en krijg daar­door een mooie plaats bij het raam van de niet-ro­kers af­de­ling in deze Aero­flot Tu­po­lev 154, die twin­tig mi­nu­ten te laat ver­trekt, maar pre­cies op tijd in Am­ster­dam aan­komt.
De vlucht is even spec­ta­cu­lair. Ik kijk veel in de­ze fris­se en veel la­waai ma­ken­de ma­chi­ne. Een klein ont­bijt stilt mijn hon­ger.
Landschap en wolken, ik zie van al­le soor­ten. Ik heb dat dus ge­zien. Hoe­wel ik op een mo­ment­je na, niet bang ge­weest ben, ga ik toch lie­ver met de trein. Bij het lan­den leek het toes­tel een mo­ment stil te staan. Ik dacht: ‘Nu flik­kert hij naar be­ne­den.’
Ik denk dat de rou­te van de vlucht de­zelf­de is als de trein­rou­te. We vlo­gen over Bel­gra­do en niet over de Al­pen, die ik in de ver­te wel meen­de te zien. We vlo­gen op tien ki­lo­me­ter hoog­te. Het was op het la­waai bin­nen na, een rus­ti­ge vlucht. Va­naf Zuid-Duits­land al­les be­wolkt.
Amsterdam 11.00 Turk­se tijd, dat is 10.00 uur Ne­der­land­se tijd.
De vlucht duurde 3 uur en 15 minuten!
Op Schiphol roept een stem mij. Het is TS. uit Maas­tricht en we ver­tel­len event­jes. Ik ken bij­na geen Lim­burgs meer, na meer dan twee jaar het niet ge­spro­ken te heb­ben. Hij zit nog steeds bij de Rijks­po­li­tie en nu bij de be­wa­king van Schip­hol. (Eén keer per jaar, een paar we­ken.)

MenuBe­ginIndex en het einde.

Thuis

Trein: f. 7,50.
Treintaxi: f. 5,00.
In Leiden geef ik de chauf­feur fooi (f. 2,50).*(1) Ik zag dat ook een an­de­re pas­sa­gier doen. (Zelf zou ik er niet aan ge­dacht heb­ben.) Hij reed ach­ter­uit de ge­blok­keer­de straat in om me voor de deur af te zet­ten.
Thuis: 12.00 uur.
Ik bel BW. (op zijn werk) en Pa en Ma.
Op de fiets naar het Post­kan­toor. On­der­weg met GZ. ver­tel­len, die met AH. vier­en­hal­ve week in Ma­rok­ko was.
In de winkel ver­tel­len met de mooie en aar­di­ge LM.
Verleden week viel de elek­tri­ci­teit uit, ver­tel­de BW. aan de te­le­foon. Sinds­dien is er geen warm wa­ter meer, zegt hij. Bu­ren pro­beer­den ver­geefs te hel­pen.
Ik onderzoek de boiler. De pomp blijkt vast te zit­ten. La­gers wel­licht ver­sle­ten. Ik krijg hem wel weer aan het lo­pen.
Van 15.30 tot 19.30 uur slapen.
Douche.
Eten.
Tv.
Nederland: circa 18 of 20°C.
Bed circa 22.00 uur?

MenuBe­ginIndex en het einde.

Kos­ten van de­ze va­kan­tie

Berekening: ik heb f. 2.900,00 to­taal uit­ge­ge­ven voor de reis en de voor­be­rei­din­gen.
Ik heb niet mee­ge­re­kend de nieuwe jeans, ver­an­de­ring van de bril, ver­band­doos, scheer­ge­rei, toi­let­zak­je en der­ge­lij­ke, om­dat die din­gen ook la­ter van pas ko­men en ik ze niet als on­kos­ten bij vol­gen­de rei­zen zal aan­mer­ken.
32 overnachtingen in hotels kost­ten f. 391,40.
Vijf nachten gereisd: nacht van 12 op 13 juli, nacht van 16 op 17 juli, nacht van 21 op 22 juli, nacht van 22 op 23 juli, nacht van 14 op 15 au­gus­tus.
Deze vakantie duurde to­taal 37 nach­ten.
Ik gaf f. 683,00 uit voor ple­zier, ver­maak en eten en drin­ken.

MenuBe­ginIndex en het einde.


Evaluatie van mijn reis door Sy­rië en Tur­kije

Drie beschouwingen
Amnesty International Report 1990: Sy­riëTur­kijeSum: Sy­rië.


Evaluatie
Mijn reis door Tur­kije en Sy­rië in 1992

Omdat de maat­schap­pij in Tur­kije en Sy­rië an­ders is ge­or­dend dan de on­ze is het vol­gens mij in­te­res­san­ter om bei­de Azia­tische lan­den te eva­lu­e­ren dan te be­rich­ten over de Hon­ga­ren in Bu­da­pest, waar ik ook en­ke­le da­gen ver­bleef. Hun sa­men­le­ving wijkt niet zo­veel af van de on­ze.
In Turkije moet je voor je­zelf op­ko­men, veel meer dan dat wij ge­wend zijn. Er is veel cor­rup­tie en de po­li­tie daar is een be­duch­te / be­ruch­te te­gen­stan­der van de bur­ger. Po­li­ti­ci be­lo­ven van al­les, maar er ge­beurd niets. Kran­ten ne­men de po­li­tiek (daar­om?) niet se­rieus of be­rich­ten er­over met een sek­sue­le on­der­toon. Er is ver­plicht on­der­wijs, maar dat schijnt ma­tig te zijn en de ver­plich­ting duurt niet lan­ger dan vijf jaar.
Syrië is een re­gel­rech­te, se­cu­liere, so­cia­lis­tische dic­ta­tuur, met daar­bij de be­ken­de per­soons­ver­heer­lij­king van de al­leen­heer­ser Ha­fez al-As­sad. In Sy­rië over­heerst de angst. Sy­riërs moe­ten al­tijd op hun woor­den let­ten en tel­kens er­voor zor­gen ze niets ver­keerds zeg­gen. Zij kun­nen nie­mand ver­trou­wen, zelfs hun ei­gen fa­mi­lie niet. Men kan daar de aan­dacht geen mo­ment la­ten ver­slap­pen, want ook als je per on­ge­luk iets ver­keerds zegt, moet je voor je le­ven vre­zen. Er zijn in Sy­rië ze­ven ge­hei­me diens­ten die el­kaar in de ga­ten hou­den, maar ook ieder­een die zich op het Sy­risch grond­ge­bied be­vindt, dus ook toe­ris­ten, bui­ten­land­se werk­ne­mers en an­de­ren die in Sy­rië ver­blij­ven, vluch­te­lin­gen bij­voor­beeld. On­der­wijs is er al­leen voor de ge­goe­de bur­ge­rij, zij die aan het po­li­tie­ke re­gi­me zijn ge­li­eerd. Al­le an­de­ren moe­ten wer­ken. Zo­dra jon­ge­tjes kun­nen luis­te­ren moe­ten ze aan de slag.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.

Onderwerpen in de evaluatie
Waarover wilt u lezen?

 
 

 
Amnesty Inter­na­tional Report 1990
SyriëTurkije
Sum 1992: Land in een ver­stik­ken­de houd­greep: Syrië
 

Kinderarbeid

Syrië
Het is schrik­ba­rend te zien hoe­veel jon­ge­tjes wer­ken. Ik denk dat ze, zo­dra ze kun­nen lo­pen en luis­te­ren (pra­ten is niet no­dig), moe­ten wer­ken. In Alep­po viel het me op dat in die straat waar ho­tel Tou­rist ligt, en waar dus au­to­ban­den ver­wis­seld wor­den, de jon­ge­tjes van vijf, zes of ze­ven jaar maat­over­alls dra­gen met de naam van de ga­ra­ge erop.
Wat zouden ze ver­die­nen? (Ver­die­nen ze wel?)
Waar werken de meisjes? In huis? Als wat?
Slechts jongetjes van de goe­de klas­se, klei­ne dik­ker­tjes, wer­ken niet. Wat doen die? Spe­len?
 
Turkije
Kinderen in Turkije moe­ten vijf jaar naar school. Na hun twaalf­de is ver­volg­on­der­wijs mo­ge­lijk, maar de kos­ten daar­van zijn voor veel ou­ders niet op te bren­gen. Ik zag in An­tak­ya een jon­ge­tje van twaalf jaar die zes da­gen in de week (vol­gens ei­gen zeg­gen) in een ga­ra­ge werkt en op de ze­ven­de dag (zon­dag) voor TL. 1.000 (f. 0,25) schoe­nen poetst.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Werkloosheid

Syrië
Volgens mij is er een enor­me werk­loos­heid, maar die is ver­bor­gen. In ieder klein win­kel­tje staan wel twee of drie men­sen die met z’n al­len even­veel werk heb­ben als één per­soon, maar om be­zig te blij­ven vaak zin­lo­ze ta­ken uit­voe­ren. Zo moet je in een res­tau­rant eerst een bon­net­je ko­pen waar­bij je te­gen de kas­sier ver­telt wat je wilt drin­ken of eten. Dan be­taal je en je krijgt het bon­net­je en dan zeg jij (of de kas­sier) te­gen de man ach­ter de toon­bank wat je wilt heb­ben en je geeft hem dan het bon­net­je.
 
Turkije
Ook in Turkije wer­ken er veel men­sen in res­tau­rants, maar de (ver­bor­gen) werk­loos­heid is toch min­der, denk ik, dan in Sy­rië.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Inflatie

Syrië
De inflatie is groot. Een Sy­risch pond (Lira Soe­riyya) is U$ 0,0238 of­te­wel 1 dollar is £. 42. Eén gulden is £. 24,75.
 
Turkije
De waarde van de Tur­kse Lira (TL.) is wei­nig: TL. 1.000 is een kwart­je (f. 0,247).

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Mensenrechten

Syrië
Zie Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990, Sy­rië.
 
Turkije
Zie Am­nes­ty In­ter­na­tio­nal Re­port 1990, Tur­kije.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Paspoorten en legitimatie

Syrië
Het verkrijgen van een pas­poort is een voor­recht, maar dat wil niet zeg­gen dat je ook zo­maar naar het bui­ten­land kunt rei­zen. Eerst moet je je dienst­plicht van twee­ën­half jaar (voor ieder­een ver­plicht, be­hal­ve de eni­ge zoon in een ge­zin) ver­vuld heb­ben. Voor het rei­zen naar het bui­ten­land moe­ten een aan­tal pro­ce­du­res af­ge­legd wor­den. (Vol­gens J. in Alep­po.)
Zelfs het reizen in het bin­nen­land kan niet zon­der le­gi­ti­ma­tie­be­wijs.*(2) Ik moest iedere keer mijn pas­poort to­nen (be­hal­ve in Ha­ma) als ik kaart­je wil­de ko­pen. Bo­ven­dien con­tro­leer­de de po­li­tie op het sta­tion van Alep­po (30 juli jl.) twee keer de le­gi­ti­ma­tie­be­wij­zen van mij en de me­de­pas­sa­giers. De bus van Deir al-Zor naar Da­mas­cus op 2 au­gus­tus jl. werd drie keer voor po­li­tie­con­tro­le (op de split­sing der we­gen) aan­ge­hou­den.
 
Turkije
Volgens SK. in An­tak­ya zijn er in Tur­kije twee soor­ten pas­poor­ten: groene en blauwe. Een van de twee soor­ten is voor ieder­een en dus waar­de­loos. De an­de­re is al­leen voor over­heids­func­tio­na­ris­sen en die kun­nen dus naar het bui­ten­land rei­zen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Media

Syrië
Ik heb in Syrië geen krant ge­kocht, noch ge­le­zen. Re­ge­rings­pro­pa­gan­da wil­de ik niet le­zen. al-Hayat [Het leven, een dag­blad uit­ge­ge­ven in Lon­den] hing ook aan de lijnt­jes, waar de kran­ten aan hin­gen. Was dit de ech­te of een Sy­rische imi­ta­tie, vraag ik me nu pas (1-9-92) af. In Sy­rië dacht ik dat het een spe­cia­le Sy­rië-edi­tie was, maar ik heb het niet ge­con­tro­leerd.
Op 14 augustus jl. las ik in An­tak­ya in Tur­kije de Sy­rische kran­ten al-Thaw­ra [de Re­vo­lu­tie] en Tish­rien [Ok­to­ber] bei­de van 6 au­gus­tus ’92, die al­le twee al­le hoofd­ar­ti­ke­len met pre­cies de­zel­fde woor­den weer­ga­ven. De kop­pen ver­schil­den een beet­je.
Buitenlandse kran­ten wa­ren in Sy­rië niet te koop. Ik heb niet echt ge­zocht, maar men heeft mij dat ook ver­teld. Al­leen bui­ten­land­se week­bla­den als ‘News­week‘ was ver­krijg­baar. Van Fran­se toe­ris­ten hoor­de ik dat dag­blad ‘Le Mon­de‘ ver­krijg­baar was, maar de po­li­tiek ge­voe­li­ge blad­zij­den wa­ren er uit­ge­scheurd.
De televisie prijst het le­ger uren­lang. Dat zag ik op 1 augustus jl. Ver­der slap­pe ko­me­dies.
Volgens de ‘communist‘ in Da­mas­cus (5 augustus jl.) wa­ren er maar drie be­lang­rij­ke din­gen in het le­ven van de mens: brood, seks en vrij­heid
Over brood hoeven we het niet te heb­ben, dat is zo­wel in Sy­rië als in Tur­kije in rui­me ma­te voor­han­den en ook goed­koop.
Zonder nieuws van de bui­ten­we­reld zou ik het daar niet lang kun­nen uit­hou­den.
 
Turkije
Volgens mijn zegslieden: stu­dent in de trein naar An­ka­ra (21 juli jl.) en Duits-Turk­se vrouw in An­tak­ya (24 juli jl.) stelt de be­richt­ge­ving over po­li­tiek, in Tur­kije niets voor. Po­li­tiek wordt niet se­rieus be­na­derd of met een sek­sue­le on­der­toon. Al­leen maar be­rich­ten over de groots­heid van Tur­kije en con­stant ver­nieu­win­gen, die op po­li­tiek ge­bied ove­ri­gens niet uit­ge­voerd wor­den.
Tv heb ik er nau­we­lijks ge­ke­ken.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Vrijheid

Syrië
Syrië: lees dit dagboekverslag, lees ook het verslag ‘Land in een verstikkende houdgreep‘ in SUM, september 1992 en het rapport van Amnesty International Report 1990: Sy­rië.
MG. in Damascus en an­de­ren be­dach­ten na­men als ‘Dis­ney­land’ (Is­raël) en Mi­chel Pla­ti­ni (Hafiz al-Asad) om vrij te kun­nen spre­ken over an­ders dan nor­male (wat is nor­maal in zo’n land?) za­ken.
J. in Aleppo ver­tel­de over een oom die tien jaar ge­le­den gear­res­teerd was en waar­van men sinds­dien niets meer ver­no­men had.
 
Turkije
In Turkije is de vrij­heid is gro­ter dan in Sy­rië, maar lees toch Amnesty International Report 1990: Tur­kije.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Godsdienst

Syrië
Het kritiek­loos ge­lo­ven in de vol­le­di­ge waar­heid van de ko­ran was me op de Uni­ver­si­teit Lei­den ver­teld. Toch was ik ver­bijs­terd toen ik con­sta­teer­de dat de soep wél zo heet ge­ge­ten wordt als die wordt op­ge­diend.
De mensen die ik sprak ge­lo­ven zeer se­rieus en zon­der spoor­tje van twij­fel in de waar­heid van de ko­ran.
Kritiekloos ver­tel­den ze mij (wat hen ook ver­teld was) dat de ko­ran al­leen maar waar­heid be­vat en dat al­les wat er­in staat ook nog op al­le tij­den, dus ook de­ze tijd, toe­pas­baar is.
 
Turkije
Jongeren in Istanbul ver­tel­den mij dat je zon­der pro­ble­men atheïst kunt zijn in Tur­kije, maar je mag niet aan de leer van de stich­ter van de staat, Mus­ta­fa Ke­mal Ata­türk, twij­fe­len.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Seks

Syrië
Ik ben naar Syrië ge­gaan om mijn Ara­bisch in de prak­tijk te toet­sen. (Ma­rok­ko be­hoorde niet tot de mo­ge­lijk­he­den, om­dat het Ma­rok­kaans dia­lect / Ara­bisch sterk af­wijkt van het Ara­bisch dat el­ders ge­spro­ken wordt.)
Dat wat de Syriërs van een wes­ter­ling wil­len we­ten is voor hen in­te­res­sant, maar voor de wes­ter­ling niet, want hun vra­gen gaan al­tijd over de­zelf­de on­der­wer­pen: vrou­wen, kin­de­ren, geld en gods­dienst. Ik had geen ken­nis ge­noeg van de Ara­bische taal, om over an­de­re din­gen te spre­ken, dus kreeg ik op den duur een he­kel om met men­sen Ara­bisch te pra­ten.
Seks en dus, vrou­wen, is een pro­bleem. Man­nen zijn met niets an­ders be­zig. Elke wes­ter­se vrouw moet ‘ge­pakt’ kun­nen wor­den.
J. in Aleppo wilde met A. en T. sa­men rei­zen naar de ‘rest’ van Sy­rië om een sek­sue­le re­la­tie met A. te heb­ben, zei hij te­gen mij. Ik ge­loof niet dat hij dat te­gen A. ge­zegd heeft. Zij wim­pel­de hem af, ver­tel­de hij mij ook. Vol­gens hem ko­men al­le vrou­wen uit het wes­ten om met Ara­bische man­nen te neu­ken.
Ik zeg tegen J. dat de­ze in­druk ont­staat uit wes­ter­se films, die slechts an­der­half of hoog­uit twee uur du­ren, maar het ver­haal strekt zich soms uit over een maand of zelfs een jaar. (En, vol­gens XX. be­vat­ten on­ze films ook ex­pli­ciet of im­pli­ciet uit­ge­druk­te co­des, die ie­der van ons be­grijpt, maar voor men­sen uit een an­de­re cul­tuur niet te be­grij­pen zijn en / of on­op­ge­merkt blij­ven.)
Ik zeg tegen J. dat meis­jes die een Ara­bische vrij­er wil­len, over het al­ge­meen in uit­gaans­cen­tra, zoals de kust, zul­len zoe­ken en geen moei­za­me toch­ten langs cul­tu­re­le en ar­cheo­lo­gische be­ziens­waar­dig­he­den zul­len on­der­ne­men.
Naast seks is het al of niet heb­ben van een vrouw erg be­lang­rijk. On­ge­huwd is on­be­grij­pe­lijk. Ze­ker op mijn leef­tijd. En ook geen kin­de­ren, nog on­be­grij­pe­lij­ker. Zelfs één kind is nog te wei­nig, heb ik ge­merkt.
J. vroeg me in het res­tau­rant iets over mijn le­ven. Ik zei, tot zijn schrik en hi­la­ri­teit van A.: “Ik weet niet meer wat ik je ver­teld heb, maar ik zal je nu de waar­heid ver­tel­len.” Dat deed ik dus, in­clu­sief een klein leu­gen­tje, dat ik in Ne­der­land wel een vrien­din heb. (Ik ge­loof dat ik dat gezegd heb.)
 
Turkije
In Turkije is de si­tua­tie het­zelf­de. Het voort­du­rend ver­tel­len over mijn samen­le­vings­vorm hing me al spoe­dig de keel uit. Ik heb tien­tal­len ver­hal­en ver­teld. Ik was 31 of 26 of 41. Ik had een vrien­din, een / geen vrouw. Geen kind of een kind. Mijn vrouw / vrien­din was thuis, in het ho­tel, enzovoorts. Nooit was het goed.
Maar in Tur­kije is pros­ti­tu­tie le­gaal en door de over­heid ge­con­tro­leerd. (Wat houdt dat in?)
In Antakya is een por­no­bios­coop. Meis­jes mo­gen niet naar bin­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Helpen

Syrië / Turkije
Verder is het in bei­de lan­den zo, dat als je iemand iets vraagt, het vol­ko­men on­dui­de­lijk is of hij je wil hel­pen of niet. Soms hel­pen ze al­weer een vol­gen­de, soms zijn ze nog met je be­zig. Soms lo­pen ze weg om je wat te wij­zen. Soms lo­pen ze weg om iemand an­ders te hel­pen. De bij­be­ho­ren­de co­de en / of het ge­baar heb ik niet kun­nen ont­dek­ken.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Voordringen

Syrië / Turkije.
Zowel in Turkije als in Sy­rië drin­gen de men­sen voor om aan de beurt te ko­men bij lo­ket­ten en ba­lies. Als je dat niet doet kom je niet aan de beurt.
Ik zie dit drin­gen als sym­bool voor hun sa­men­le­ving. (Hoe­wel het mo­ge­lijk ook een ge­volg is van hun sa­men­le­ving.) Als je op je beurt wacht, kom je nooit aan de beurt. Je moet con­stant vech­ten voor je beurt, je plaats (ook in de maat­schap­pij), voor je rech­ten, voor je brood. Je moet vech­ten voor je le­ven, om te over­le­ven. Het le­ven is er hard. Het heeft wel wat. Als je goed ter been bent en wel­be­spraakt, dan is het een uit­da­ging, maar als je niet tot die groep be­hoort en ook geen geld hebt …

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Verkeer en lawaai

Syrië / Turkije
Zoals ik ook schreef bij het ‘drin­gen voor lo­ket­ten’ zijn de ge­drags­re­gels hier no­gal af­wij­kend van het wes­ten.
In Boe­da­pest wach­ten de voet­gan­gers net­jes voor de ver­keers­lich­ten tot­dat die groen wor­den, dat doen ook de auto­mo­bi­lis­ten.
In Turkije probeert ieder­een zo snel mo­ge­lijk aan de over­kant te ko­men, of de voet­gan­gers­lich­ten nu groen of rood zijn.
Auto’s rij­den zo­ver door dat voet­gan­gers­over­steek­plaat­sen vol­le­dig ge­blok­keerd zijn.
In Syrië zijn met uit­zon­de­ring van Da­mas­cus en Alep­po geen voet­gan­gers­lich­ten. Ver­der rijdt iedere auto erg hard.
In Syrië en Turkije steek je over op ei­gen ri­si­co. Er is geen en­ke­le au­to [au­to­mo­bi­list!] die een voet­gan­ger voor laat gaan.
Alles op wie­len, zelfs fiet­sen en kar­ret­jes schijnt voor­rang te heb­ben op voet­gan­gers. Ook hier geldt het prin­ci­pe van drin­gen. Je moet drin­gen om aan de over­kant te ko­men. Dring je niet, dan kom je er niet.
Dit zijn mis­schien luxe­pro­blemen van een ver­wen­de wes­ter­ling, die boven­dien lang­zaam gek wordt van het voort­du­ren­de la­waai van auto­ge­toe­ter en an­der ge­raas. Een idi­oot ra­zend ver­keer en er is ner­gens (met uit­zon­de­ring van in de mos­kee en de bin­nen­plaats van het ho­tel) een rus­tig, stil plek­je te vin­den.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Keelschrapen

Syrië / Turkije
De mensen schra­pen hier vaak en zeer luid (hoor­baar) hun keel en kot­sen op de meest ‘on­mo­ge­lij­ke’ plaat­sen. Daar kan ik maar moei­lijk aan wen­nen, hoe­wel ik dat fe­no­meen al ken­de van mijn va­kan­tie in Por­tu­gal waar ik in au­gus­tus 1983 was.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Electriciteitsuitval

Syrië
In heel Syrië valt één keer per dag de elek­tri­ci­teit een paar uur per dag uit. In ver­schil­len­de plaat­sen op ver­schil­len­de tijd­stip­pen, om­dat ze niet ge­noeg kun­nen pro­du­ce­ren. Als ze er niet meer pro­du­ce­ren zal het al­leen maar er­ger wor­den.
In computerwinkels kun je ap­pa­ra­tuur ko­pen om de 220V net­span­ning te sta­bi­li­se­ren. Veel win­kels heb­ben een eigen ge­ne­ra­tor.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Rommel

Syrië
Syrië / Turkije. Om­dat de over­heid niet veel voor de bur­ger doet, doet de bur­ger ook niets (vrij­wil­lig) voor de over­heid. Ge­volg: over­al een enor­me rot­zooi en ver­vui­ling.
Zelfs als pu­blie­ke wer­ken een straat open­breekt ziet het er­uit als een bom­krater. (Deir al-Zor en Da­mas­cus.)
In West-Da­mas­cus (al-Mazza) was er een mo­der­ne scho­ne woonwijk.
 
Turkije
In Istanbul kon ik zien dat de over­heid moei­te deed om het stads­beeld te mo­der­ni­se­ren.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Natuurschoon?

Syrië
Vele Syriërs vonden dat ik naar La­ta­kia moest gaan, naar zee. Daar was het heel mooi, zei­den ze.
Omdat ik al van me­de­stu­den­ten en an­de­re toe­ris­ten had ge­hoord dat het een gro­te af­val­berg is, hield ik al­tijd de boot af met de me­de­de­ling dat ik in Ne­der­land slechts acht ki­lo­meter van de zee woon, dus geen zee meer hoef te zien.
Sy­riërs die nooit een an­der strand za­gen dan hun ei­gen strand, ge­loven dat dat zo hoort: dat af­val, want bij hen om de hoek is dat ook zo: over­al ligt af­val. Wij, wes­ter­lin­gen, die scho­ne stran­den ge­wend zijn, vin­den een sme­rig strand on­aan­trek­ke­lijk.)
 
Turkije
In Cevlik (Turkije) heb ik aan SK. ge­vraagd of het strand uit zand of uit mod­der be­stond. Op cir­ca vijf­tig meter af­stand leek het een gro­te mod­der­zooi. Vol­gens hem was het zand.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Vroeg oud

Syrië / Turkije
Zowel in Syrië als in Turkije zien kin­de­ren, jon­gens en jon­ge­man­nen, er in hun jeugd (al vroeg) oud uit.
Komt dit door de voe­ding (of het ge­brek aan voe­ding), het op jeug­di­ge leef­tijd al hard wer­ken of / en de al­tijd he­te zon, of het har­de le­ven?
Ik zag de moeder van SK. in An­tak­ya: ’n oud vrouwt­je, maar zij was nog jon­ger dan dan ik. Ik ben 41 jaar.
Ik vind in beide lan­den de ou­de­re man­nen (hoe oud zijn die ou­de­re man­nen?) vaak knap­per dan de jon­ge­man­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Alleen op de wereld

Syrië
Ik heb geen geschik­te reis­maten ge­von­den, on­der­weg. Al­leen met C. (die ik heel aar­dig vond) uit Keulen en A. (uit Münster) zou ik wel ge­reisd wil­len heb­ben. (Jon­ge vrou­wen! Voor­na­me­lijk we­gens C.) Al­le an­de­ren had­den niet zo’n reis­rou­te als ik. Daar­om voelde ik me soms een­zaam. Ik kon nooit eens een keer te­gen iemand kla­gen over de enor­me rot­zooi in Sy­rië en Tur­kije. Een an­der na­deel is dat je al­le be­slis­sin­gen al­leen moet ne­men en dus ook wel eens dom­me din­gen doet, zoals de reis naar We­nen boe­ken per bus na twee sla­pe­lo­ze nach­ten en de daar­op vol­gen­de bij­na stom­me fout van de reis van bij­na dui­zend gul­den per Luft­han­sa naar Mün­chen met twin­tig ki­lo te zwa­re ba­ga­ge.
Met z’n twee­ën is al­tijd beter, ze­ker in si­tua­ties als die in Deir al-Zor, waar ik drin­gend hulp van een maat no­dig had. (31 juli jl.)
(Na dat on­ge­luk in Deir al-Zor heb ik bui­ten, op straat, al­tijd met ge­slo­ten schoe­nen ge­lo­pen, dat was veel vei­li­ger.)
Ik was alleen op reis ge­gaan, om­dat de kans dat ik Ara­bisch zou kun­nen spre­ken dan veel gro­ter is dan wan­neer ik met iemand an­ders was, dacht ik en daar­om was ik soms bang dat iemand zou zeg­gen: “Nou, ik wil wel mee.”
Er zijn veel heel mooie men­sen (m/v) in Sy­rië en Tur­kije, maar meer dan een op­per­vlak­kig con­tact zit er tij­dens zo’n va­kan­tie niet in.
Op gegeven moment wil­de ik weer eens ge­woon Ne­der­lands spre­ken. Ik begon dus sterk naar Ne­der­land te ver­lan­gen.
Het is onaangenaam warm in Sy­rië, veel te warm. Tus­sen 11.00 en 18.00 uur is het on­houd­baar warm: 40°C in de scha­duw zon­der een zucht­je wind.
Het voort­du­ren­de la­waai, het ge­toe­ter / claxo­ne­ren van au­to’s. Het is er geen mo­ment stil.
Toch bleef ik nog een tijd­je in Sy­rië want ik wist dat te­rug­keer einde van de ‘va­kan­tie-on­be­zorgd­heid’ be­te­ken­de en thuis weer sleur zou be­te­ke­nen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Voeding

Syrië
Waarom ben ik niet de ge­plan­de vier we­ken in Syrië ge­ble­ven, maar niet meer dan twee­ën­hal­ve week?
In Nederland ben ik ve­ge­ta­riër, in Sy­rië moest ik vlees eten, kip, om iets warms bin­nen te krij­gen en het eten is er over het al­ge­meen een­to­nig. Steeds weer het­zelf­de. (Als je er je ei­gen pot­je kunt ko­ken is het ze­ker, wat dit punt be­treft, wel uit te hou­den.)
Tijdens deze reis heb ik (mi­ne­raal-) wa­ter le­ren waar­de­ren. Kraan­wa­ter is niet te ver­trou­wen, al­thans, ik ver­trouw­de het niet.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Comfort

Syrië / Turkije
Na Budapest tot Edirne, heb ik geen war­me douche meer ge­had, met uit­zon­de­ring van in Deir al-Zor. In veel plaat­sen was er geen warm wa­ter. Ho­tel Ana­do­lu had op de eer­ste ver­die­ping wel warm wa­ter, ont­dek­te ik de laat­ste nacht dat ik er was. In Istanbul was het koud wa­ter let­ter­lijk adem­be­ne­mend. In al­le an­de­re plaat­sen was koud wa­ter een ge­not.
In Deir al-Zor, ho­tel Groot Ara­bië, had ik koud wa­ter wil­len heb­ben, maar er was al­leen maar warm wa­ter. (In de win­ter zal er al­leen maar koud wa­ter zijn, ver­moed ik.)

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


Deir al-Zor

Syrië
In Deir al-Zor heb ik mooie no­ma­den, man­nen en vrou­wen, ge­zien.
Naar deze stad wil ik be­slist nog eens te­rug, in een voor­jaar en dan ver­der langs de Foe­raat [Euf­raat] in de rich­ting van Irak rei­zen.

MenuBe­ginEvaluatieIndex en het einde.


*(1)
Ik geef de taxi­chauf­feur in Ne­der­land een fooi. In Tur­kije en Sy­rië, was ik nog­al zui­nig met fooi­en ge­ven aan die ar­me sloe­bers. Daar was ik bang een paar stui­vers te veel te be­ta­len, maar hier geef ik aan de re­de­lijk goed ver­die­nen­de taxi­chauf­feur zon­der veel om­haal een fooi van 50% van de rit­prijs. Ik zou me moe­ten scha­men, maar dat heb ik ner­gens ver­meld, dus dat zal ik ook wel niet ge­daan heb­ben.

Te­rug.

*(2)
In Nederland hebben we een le­gi­ti­ma­tie­be­wijs sinds 2005, ver­plicht van­af de 14-ja­ri­ge leef­tijd.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Tur­kije:
GM., Wi.
Istan­bul:
GM., Wi.

Syrië:
GM., Wi.
:ﺳﻮﺭﻳﺎ
Deir al-Zor:
GM., Wi., GM. (Fo­to’s.)
:ﺩﻳﺮ ﺍﻟﺰﻭﺭ
Eu­fraat:
GM., Wi.
:ﺍﻟﻔﺮﺍﺕ

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
BW.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chrono­lo­gisch over­zicht Orient Ex­press 1992.