20 september 1976

Steenwoestijn
De steen­woes­tijn, ge­zien van­uit de trein tus­sen Ca­sa­blan­ca en Mar­ra­kesh.

Dagboek 1976

(Dag 1696) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko. We rei­zen van­daag per trein van Ca­sa­blan­ca, waar we maar en­ke­le uren wa­ren, naar Mar­ra­kesh. – ’s Avonds trap ik in de glad­de praat­jes van een ver­ko­per op de markt.

Naar de index en het einde.

Maandag, 20 september 1976.
Op 6.00 uur.
Naar het Station. Met de trein naar Mar­ra­kesh. Ver­trek 7.55 uur. 21,40 Dir­ham per per­soon.
Onderweg door een steen­woes­tijn, veel fo­to’s ma­ken.
Tegen 12.00 uur in Mar­rakesh. Een pak­ket kle­ren, via een Ne­der­lands spre­ken­de dou­a­ne­amb­te­naar op de post.
500 Dir­ham (Dh) van de Gi­ro ge­haald. We ra­ken met moei­te een jon­ge ‘gids’ kwijt.
Hotel Franco Bel­ge, 2 per­sonen, 18 Dh per nacht, 1 Ster, B-klas­se.
We gaan de Me­di­na in. Het is er erg toe­ris­tisch op­ge­zet. Het is het ‘Val­ken­burg’ van Ma­rok­ko.
We wor­den door een jon­gen, Abd al-Krim, in zijn ver­koop­tent ge­trok­ken. Hij ver­koopt aan Cees een Ber­ber­man­tel voor 65 Dh en een djel­la­ba voor 43 Dh. Ik ding zo­ver mogelijk af. [Ik ding af voor Cees, want hij spreekt al­leen maar Ne­der­lands.]
“Geef een Dir­ham!” We krij­gen daar­voor thee.
“Hier, in dit café krijg je soep!” (Ha­ri­ra) (Brui­ne bo­nen­soep?)
“Kom om vijf uur te­rug!”
We gaan met de ta­xi naar het ho­tel en lo­pen snel te­rug. Ik: “Ik weet een weg die kor­ter is.” Die vol­gen we. Hal­ver­we­ge zegt Cees: “We gaan ver­keerd” en we vol­gen zijn weg.
Om kwart over vijf zijn we te­rug bij Abd al-Krim. We zeg­gen ver­dwaald te zijn in de Me­di­na. (We heb­ben ge­rend om bij een dief te ko­men.)
Hij be­gint met de ver­koop van een djel­la­ba, die ik niet wil. Hij zet ho­ger in dan bij Cees.
“Nee,” zegt hij, “dit is een an­de­re, an­de­re stof.” Ik trap daar in, het is ech­ter niet waar.
Hij praat, zegt zijn prijs, vraagt mijn prijs. Ik zeg: “Ik wil hem niet, de kleur be­valt me niet.” Hij pro­beert een an­de­re te ver­ko­pen en komt weer te­rug bij de eers­te. Voor 70 Dh is hij van mij. Ik wil­de niet kopen, heb toch af­ge­don­gen. Ik ben ge­hyp­no­ti­seerd, want ik wil­de die niet.
Ik wil de ver­ko­per 70 Dh ge­ven.
“Geef 100 Dir­ham”, zegt Cees. (Om het geld te wis­se­len.)
Ik krijg maar 20 terug en die an­de­re 10 niet meer. Hij hangt een ver­haaltje op: 70 zijn voor zijn baas en die an­de­re 10 voor hem en zijn broer­tje die zo arm zijn.
Ik zeg dat het me niets in­te­res­seert, maar ik krijg die 10 niet meer te­rug.
Als ik weg ga, zeg ik dat hij een han­di­ge za­ken­man en een klei­ne dief is. Hij lacht. Hij zal wel den­ken: ‘Hoe je mij noemt blijft om het even, ik heb de dui­ten.’
Ka­li­fa en Idriss, in Ra­bat en Sa­lé, had­den ge­waar­schuwd voor die­ven in Mar­ra­kesh en ik had aan zak­ken­rol­lers ge­dacht (lo­gisch?), maar nu weet ik wat ze be­doel­den.
In vol­gen­de ten­ten wor­den we naar bin­nen ge­trok­ken. Ik lach wat en ge­bruik het voor Hol­lan­ders door­gaans gel­den­de zin­net­je: “Kij­ken, kij­ken, niet ko­pen.” Het heeft geen zin. Ze sleu­ren je naar bin­nen: “My friend” en zijn kwaad als je niets koopt, maar niet ag­res­sief.
We gaan weg uit de­ze buurt.
Twee sna­ken lei­den ons rond. We zien niets. Ze wil­len ons door don­ke­re straat­jes lok­ken, waar­voor we niets voe­len en ke­ren om. Na af­loop ei­sen ze elk 5 Dh. We be­ta­len.
Tegen 21.00 uur weg uit de Me­di­na en we eten in de nieuwe stad zoe­te brood­jes en drin­ken thee.
Rond 23.00 uur naar bed.
Weer: on­be­wolkt, smoor­heet.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

MenuBeginHoofd­index Over­zicht 1972-1990Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

19 september 1976

Medina
Een voor­beeld van de smal­le ste­gen in de Me­di­na van Ra­bat.

Dagboek 1976

(Dag 1695) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko. We rei­zen van­daag per trein van Ra­bat, waar we en­ke­le da­gen wa­ren, naar Ca­sa­blan­ca.

Naar de index en het einde.

Zondag, 19 september 1976.
Zondag 19 sep­tem­ber 1976: ik ben van­daag tien jaar in dienst bij de PTT-Te­le­com.
Op tegen 8.10 uur. Ont­bijt.
In de Medina pro­beer ik het an­de­re stuk van de Ko­ran te ko­pen; dat lukt niet.
We betalen bij [Ho­tel] Splen­did voor twee nach­ten en twee ont­bij­ten 64 Dir­ham (2 per­so­nen.)
Met de trein van 11.33 uur voor 15,40 Dir­ham (2 per­so­nen) naar Ca­sa­blan­ca, waar we te­gen 13.00 uur zijn. We heb­ben de lunch (brood) in de trein ge­ge­ten.
Hotel Focauld: een ka­mer met een twee­per­soons­bed.
We gaan de stad in. Het is een wes­ter­se, ge­li­ge, groe­ze­li­ge stad. (Hoe ze aan de naam Ca­sa­blan­ca [Wit huis] ko­men is me een raad­sel.) Ook de Me­di­na is erg westers. Ik maak een twee­tal fo­to’s en aan de oce­aan meer, van de stuk­lo­pen­de bran­ding.
Op een dijk zit­ten we te eten. Jon­gens van­gen vis en slaan die met een steen te plet­ter, zo­da­nig dat de stuk­ken in het rond vlie­gen. Ze zoe­ken de stuk­ken weer bij el­kaar, doen er groen bij en wij den­ken dat ze dat na zorg­vul­dig men­gen zul­len op­eten, maar dat is toch niet zo. Ze ge­brui­ken het als lok­aas bij het vis­sen. Mooie boys.
Rond 17.30 uur in het ho­tel.
Eten in de Me­di­na: ha­ri­ra. Dat is, zo ge­loof ik, os­sen­staart­soep.
Brood en wa­ter [van het merk] Si­di Ha­ra­zem ko­pen.
Tegen 22.00 uur naar bed. In het ho­tel is een Ma­rok­kaan die ge­brek­kig Ne­der­lands spreekt en die al een jaar of ze­ven in Ne­der­land is.
Het was niet mijn be­doe­ling om naar Ca­sa­blan­ca te gaan, maar het is Ma­rok­ko en Cees wil­de de stad zien en dat heb­ben we en het hoeft niet meer.
Weer: smoor­heet, on­be­wolkt. Aan zee een beet­je ne­ve­lig.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

18 september 1976

Rabat
Uit­zicht op Ra­bat, van­uit de stad Sa­lé ge­zien. In het mid­den staat de recht­hoe­ki­ge Has­san­mi­na­ret en links er­van (op de fo­to cir­ca 1 cm) is het wit­te ge­bouw het mau­so­leum van ko­ning Mo­ham­med V.

Dagboek 1976

(Dag 1694) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko. We ver­blij­ven sinds en­ke­le da­gen in de hoofd­stad van dat land: Ra­bat. We be­zoeken de stad Sa­lé, die aan de over­kant van de ri­vier Bou Reg­reg ligt, naast Ra­bat. De ri­vier stroomt tus­sen bei­de ste­den door.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 18 september 1976.
Op tegen 9.00 uur. Ont­bijt in het ho­tel. Ver­tel­len met een Duit­ser.
Aangezien het ont­bijt hier uit twee stuk­jes brood en een pot­je jam be­staat, heb ik gis­te­ren in de nieuwe stad kaas ge­kocht en eten we nu ont­bijt van het ho­tel plus extra brood en kaas.
Tegen 10.30 uur haal ik op het Post­kan­toor 250 Dirham (Dh) af.
Rond 12.00 uur gaan we naar Sa­lé, te voet.
Het is smoor­heet en we ver­wach­ten op de brug te zul­len smel­ten. Dat ge­beurt niet, want het is op­mer­ke­lijk koel op de brug over de Bou Reg­reg.
We lopen door een mooie Me­di­na. Ko­pen er fruit. Als Cees de tas op zijn rug heeft han­gen voelt hij iets aan de tas. Als hij zich om­draait ziet hij niets, maar als hij in de tas kijkt, is een si­naas­ap­pel weg.
We lo­pen naar het strand en gaan om de beurt zwem­men in de zou­te mon­ding van de Bou Reg­reg in de At­lan­tische oce­aan. (Om de beurt, om­dat an­ders het geld en de fo­to­spul­len on­be­heerd zijn.)
We krijgen aan­spraak van de niet le­lij­ke Idriss, die een oog mist en het oog­lid dicht heeft, waar­on­der een et­ter­rand­je staat, en zijn vriend.
Zijn vriend gaat weg en hij blijft al­leen over. Cees gaat wan­de­len en Idriss wrijft het zand van mijn li­chaam. Zo­veel man­ne­lij­ke te­der­heid!
Hij leidt ons door de stad Sa­lé in een wat hij ‘ou­de mos­kee’ noemt, maar wat waar­schijn­lijk een ou­de Ma­dras­sa is. [Entree:] 1 Dir­ham per per­soon.
Na een poos­je baal ik van hem en we ge­ven hem cir­ca 6 Dir­ham als dank voor de rond­leiding. Hij wil ons ook in Ra­bat rond­leiden, maar dat wil­len we niet, om­dat we mor­gen­vroeg wil­len ver­trek­ken.
We lo­pen te­rug naar Ra­bat en zit­ten op de rand van een muur bij de Oued [=rivier] Bou Reg­reg, schuin te­gen­over de Has­san­to­ren / Has­san­mi­na­ret, bij een ver­keers­licht.
We pra­ten met een mooie jon­gen van 18 jaar, die erg vrien­de­lijk is. Hij werkt bij een toe­ris­ten­bu­reau. Hij heet Ka­li­fa en houdt zich niet aan de Ra­ma­dan. Hij rookt hasj, drinkt wijn en eet als hij hon­ger heeft. Hij droomt ervan om naar Ki­ta­ma te gaan. (Daar wordt hasj wordt ver­bouwd.)
Tegen 19.00 uur is het ein­de van de Ra­ma­dan. De 23ste dag en in de Me­di­na be­gint dan het ge­zel­lige le­ven. In de Me­di­na spre­ken we een Ame­ri­kaans spre­ken­de Ma­rok­kaan, een an­de­re dan gis­te­ren, die ons een plaats­je toont om lek­ke­re ha­ri­ra (soep) te eten. (Twee kom­men plus brood is 1 Dh.) We ge­ven 1 Dh fooi.
Cees koopt schoent­jes (ba­bou­ches) voor 25 Dh (f. 15,00) Ik denk de he­le Ko­ran te ko­pen voor 2 Dh, maar la­ter blijkt het slechts een stuk­je te zijn.
Tegen 22.30 uur gaan we naar bed.
Weer: hele dag smoor­heet. ’s Avonds iets be­wolkt.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

17 september 1976

Chellah
Chellah, het fort bij de oude Romeinse stad.

Dagboek 1976

(Dag 1693) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko. We ver­blij­ven in de hoofd­stad van dat land: Ra­bat, waar we eer­gis­te­ren ar­ri­veer­den. Van­daag zoe­ken we een be­ter ho­tel. – Ik koop een aan­tal school­boe­ken om Ara­bisch te le­ren. – Cees kookt op zijn pri­mus­bran­der, net zo­als gis­te­ren, weer een heer­lij­ke ve­ge­ta­rische maal­tijd, nu aan de voet van een steun­pi­laar van het fort van de Chel­lah. – Een sol­daat zoent mij en wil met mij vrij­en.

Naar de index en het einde.

Vrijdag, 17 september 1976.
Vrij­dag: de Is­la­mi­tische ‘zon­dag’.
Op te­gen 8.30 uur.
Ont­bijt van het ho­tel.
We zoeken een an­der ho­tel: Splen­did.
Ik wil een licht­me­ter voor het fo­to­toes­tel ko­pen om niet meer door de lens te kij­ken als ik fo­to­gra­feer, zo­dat het niet op­valt dat ik fo­to’s maak. In Ne­der­land heb je een goe­de voor cir­ca f. 50,00 In Ma­rok­ko moet ik 160 Dir­ham (Dh) be­ta­len, dat is bij­na f. 100,00 Dat heb ik er niet voor over.
We gaan de Me­di­na in.
De Ma­rok­kaan in de trein naar Al­ge­ci­ras [in Span­je] had me als Ara­bische les­stof het boekje Iqrā’* aan­ge­ra­den (nr. 1) Ik koop dit en ’s avonds ook nog de de­len 2 tot en met 5.
We wil­den in het zuiden van de stad langs de oce­aan gaan eten. We lo­pen, lo­pen, lo­pen, lo­pen, lo­pen. Over­al men­sen langs het wa­ter. Het is (is­lam) ‘zon­dag’.
Dwars door de stad. We ko­pen drui­ven en een Ma­rok­kaan­se jon­gen vraagt drui­ven aan de ver­ko­per. Deze geeft die en als de jon­gen ze op­eet, be­gint hij over de Ra­ma­dan te zeu­ren. De jon­gen zegt Jood te zijn, maar de ou­we is ont­steld.
We lo­pen door en Cees raakt ge­de­mo­ra­li­seerd en be­gint te slof­fen. Dat is iets waar ik niet te­gen kan. Ik zeg het en we lo­pen ver­der. We ko­men bij fort van de Chel­lah.
Op de voet van een pi­laar kookt Cees zijn twee­de lek­ke­re pot­je. [Met zijn Pri­mus.]
Jon­gens, erg mooie en min­der mooie, ko­men bij ons pra­ten.
Vier be­de­laart­jes voor geld: elk 0,50 Dh.
Als ik la­ter er­gens al­leen een fo­to van de in­mid­dels in de duis­ter­nis mooi ver­lich­te stad Sa­lé wil ma­ken, komt er een sol­daat bij me staan. Hij staat ze­nuw­ach­tig te la­chen. Geeft me een keer of drie een hand. Ik denk: “Wan­neer so­de­mie­tert hij nu op?” want ik ben bang dat hij door het beeld loopt als ik de slui­ter [lang] open heb staan.
Dan zeg ik sa­lem alei­koem of zo­iets, om hem kwijt te ra­ken. Hij pakt me vast en wil me kus­sen en be­gint te vrij­en. Met die mooie jon­get­jes van toen straks had ik wel ge­wild, maar met hem wil ik niet.
Een “Non, non, non” van mij helpt niet, om­dat hij me al vast heeft en al ge­kust heeft. Pas als ik hem van mij af­duw, gaat hij (vrien­de­lijk) weg.
Tegen 21.00 uur in het ho­tel. We gaan de Me­di­na in, spre­ken en drin­ken met een Ame­ri­kaans spre­ken­de Ma­rok­kaan thee in café-res­tau­rant Bon Goût.
Tegen 00.00 uur zijn we thuis [hotel], dood­moe, want we heb­ben meer dan 25 km ge­lo­pen (van­daag.) We gaan op bed.
Cees kocht een zwar­te djel­laba voor 140 Dh.
Weer: weer smoor­heet.

*
Iqrā’ (ﺇﻗﺮﺁ) is een ‘ge­bie­den­de wijs / im­pe­ra­tief’ en be­te­kent ‘lees!’. Dit is de ti­tel van een reeks school­boe­ken voor kin­de­ren in Ma­rok­ko, die be­gin­nen met het le­ren schrij­ven en le­zen van het Ara­bisch.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Marokko 1976 (overzicht).

16 september 1976

Chellah
Een deel van de ruï­ne van de Chel­lah. Bo­ven op de to­ren is een ooie­vaars­nest te zien.

Dagboek 1976

(Dag 1692) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko. We ver­blij­ven in de hoofd­stad van dat land: Ra­bat, waar we gis­te­ren ar­ri­veer­den. Van­daag do­len we door de stad en om­geving. – Cees heeft zijn pri­mus­bran­der mee­ge­no­men en kookt een heer­lij­ke ve­ge­ta­rische maal­tijd op het strand van de At­lan­tische Oce­aan.

Naar de index en het einde.

Donderdag, 16 september 1976.
Op tegen 8.20 uur. Hotel: ont­bijt.
Ik schrijf mijn eers­te brief aan Pa en Ma en een kor­te­re aan Opa met bei­de ver­schil­len­de ge­ge­vens, zo­dat ze el­kaar wat te ver­tel­len heb­ben.
We wandelen door de nieuwe stad en maken fo­to’s (dia’s) van mo­der­ne nieuw­bouw.
We bezoeken de ou­de Ro­mein­se stad Chel­lah, waar het in de scha­duw erg koel is en heer­lijk fris. Er is een prach­tige tuin met si­naas­ap­pel-, gra­naat­ap­pel- en grape­fruit­bo­men.
We wandelen door de Mel­lah en de Me­di­na en we wor­den voor het eerst dui­de­lijk ge­con­fron­teerd met de bit­te­re ar­moe­de en de slech­te ge­zond­heids­toe­stand van veel Ma­rok­ka­nen.
Twintig procent mist wel het licht uit één oog. Oog­ziek­ten en oog­ge­bre­ken zijn er ont­zet­tend veel in heel Ma­rok­ko. Li­chaams­ziek­ten, het kan haast niet an­ders: vlie­gen zijn er bij mil­joe­nen en het vlees en de zoe­te koe­ken zit­ten ón­der de vlie­gen.
Het papiergeld is vaak te vies om aan te pak­ken, vie­ze vod­jes zijn het, be­hal­ve de gro­te bil­jet­ten van 50 en 100 dir­ham (Dh).
En bedelaars: ik voel­de me be­zwaard om met de fo­to­ap­pa­ra­tuur rond te lo­pen en ik heb het toes­tel gauw weg­ge­stopt. Als ik een foto wil­de ma­ken, pak­te ik het, maak­te de fo­to en stop­te het weer weg.
We lo­pen naar de Kas­bah, ik met het fo­to­toes­tel om de nek. Een jon­gen wil­de ons rond­lei­den. Wij wil­den niet. Waar­om niet? Bang om een paar dir­hams uit te ge­ven? Ik weet het niet meer. Hij zei dat we er­uit moes­ten en dat hij ons voor 5 Dh zou rond­lei­den. Hij werd wat agres­sief en wij zijn toen maar ge­gaan.
Langs de oce­aan heb­ben we uit­ge­rust. Groen­te kopen in de Me­di­na. Cees kookt langs de zee een potje op zijn pri­mus. In het don­ker op­eten. Lek­ker ve­ge­ta­risch.
In het hotel zoe­ken we uit wat we te veel heb­ben mee­ge­no­men en wat te­rug kan naar Ne­der­land.
Terug naar de Me­di­na, waar, zo­als in heel Ma­rok­ko, het stikt van de prach­tige kna­pen en de ene is nog niet langs of er ko­men weer tien nieuwe aan en som­mige erg sexy.
In mijn zak­dag­boek­je schreef ik dat ik een mooie fel-ogen­de boy ge­zien heb. Ik kan hem nu niet meer voor de geest ha­len.
Bed tegen 01.30 uur.
Weer: smoorheet.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Marokko 1976 (overzicht).

15 september 1976

Mensen.
Onderweg, tussen Tanger en Rabat. Mensen wachten op iets, voor de slagerij.

Dagboek 1976

(Dag 1691) Van­daag ne­men Cees en ik de bus van Tan­ger naar de hoofd­stad van Ma­rok­ko, Ra­bat. – Di­rect na­dat we op het eind­sta­tion in Ra­bat uit de bus zijn ge­stapt pro­beert ie­mand mijn por­te­feuil­le te rol­len, ter­wijl ik op mijn ba­ga­ge sta te wach­ten.

Naar de index en het einde.

Woensdag, 15 september 1976.
Op 7.00 uur.
We nut­ti­gen het ont­bijt in het ho­tel en ik haal 250 Dir­ham (Dh) van de Gi­ro op het post­kan­toor. Het geeft geen pro­ble­men.
We wor­den aan­ge­spro­ken door een sym­pa­thie­ke, aar­di­ge en mooie jon­gen die in een blau­we broek en wit truit­je loopt. Hij spreekt goed En­gels. Praat he­le­maal niet over hasj en wil ons al­leen maar naar de am­bachts­lie­den pra­ten. (Waar hij waar­schijn­lijk com­mis­sie krijgt.) Hij doet dit op een vrien­de­lij­ke, niet hin­der­lij­ke ma­nier en als we zeg­gen dat we Tan­ger ver­la­ten, vraagt hij wan­neer we te­rug­komen.
In ho­tel Mas­si­lia be­ta­len we de re­ke­ning. Voor ka­mer 217 is dat 37 Dh, in­clu­sief ont­bijt. (De Ma­rok­kaan­se munt­een­heid: Dir­ham, één Dir­ham is f. 0,60.)
We wil­len naar de bus lo­pen en ko­men die vrien­de­lij­ke boy weer te­gen. Hij wijst ons een an­de­re weg naar de bus­sen. Hij denkt even dat we hem niet se­rieus ne­men, raakt even ge­prik­keld en even la­ter ne­men we af­scheid en wij vol­gen de door hem aan­ge­we­zen weg.
Bij de bus­hal­te van de CTM LN (Com­pag­nie de Trans­ports au Ma­roc, Li­gnes Na­tio­na­les) ko­pen we twee kaar­tjes naar Ra­bat. Voor het zo­ver is zijn we on­der­weg nog een paar keer las­tig ge­val­len door hasj­ver­ko­pers en door men­sen die voor gids wil­len spe­len. Te­gen be­ta­ling, uiter­aard.
De bus kost 20,25 Dh, dat is f. 12,15 per per­soon voor 278 km bus­sen.
We ver­trek­ken te­gen 11.15 uur en via een mooi land­schap en met een steeds vol­ler wor­den­de bus ko­men we te­gen 15.00 uur in Ra­bat aan. (Dia’s ma­ken.)
We stap­pen uit en wach­ten op on­ze ba­ga­ge. Ik voel, ja ik voel mijn por­te­feuil­le om­hoog gaan. Ik grijp en hij steekt er al half uit. Ik durf niet om te kij­ken. Pas na een poos­je doe ik dat en zie een paar men­sen naar me kij­ken.
We lo­pen met on­ze ba­ga­ge naar bui­ten uit het bus­sta­tion.
Ik doe mijn por­te­feuil­le in een spe­ciaal hier­voor ge­maak­te zak. Naar Cees’ idee aan de riem van mijn broek en draag hem voor­taan op mijn buik. [Bin­nen in de broek.]
Het enige waar­de­vol­le ar­ti­kel dat ver­lo­ren had kun­nen gaan was mijn por­te­feuil­le. Het ge­beur­de maak­te zo wei­nig in­druk op me dat ik het in het zak­dag­boek­je ver­gat te ver­mel­den en het pas een paar da­gen la­ter tus­sen de re­gels in­schreef, toen ik er aan moest den­ken.
We gaan in een ho­tel, 2 ster­ren A. ‘Ter­mi­nus’. Geen douche. Een slecht ho­tel.
We gaan in de Me­di­na wan­de­len en ook hier ver­dwa­len we bij­na in de smal­le straat­jes. Er is vrij­wel geen hasj­ver­koop.
We drin­ken thee in de Me­di­na. Ko­pen koek en brood.
Tegen 22.30 uur naar bed.
Weer: erg mooi, erg warm.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Marokko 1976 (overzicht).

14 september 1976

Gibraltar
De rots van Gi­bral­tar, ge­zien van­af de veer­boot tus­sen Al­ge­ci­ras in Span­je en Tan­ger in Ma­rok­ko, in de Straat van Gi­bral­tar.

Dagboek 1976

(Dag 1690) Sa­men met mijn buur­man Cees ben ik op weg voor een va­kan­tie in Ma­rok­ko. In de loop van de och­tend komen we in de Zuid-Spaan­se plaats Al­ge­ci­ras aan. Van daar­uit rei­zen we met een veer­boot naar de Ma­rok­kaan­se stad Tan­ger, waar veel jon­ge Ma­rok­ka­nen niet kun­nen be­grij­pen dat we niet ro­ken en ook geen hasj ge­brui­ken.

Naar de index en het einde.

Dinsdag, 14 september 1976.
Op tegen 8.00 uur.
Wassen en scheren.
Aankomst in Algeciras 9.09 uur: pre­cies op tijd.
Met de bus naar de ha­ven.
Ticket voor de boot. In de ha­ven bui­ten in een war­me zon eten. Cir­ca 11.00 uur.
Een brief­kaart schrij­ven voor Pa en Ma en Opa.
Tegen 13.15 uur ver­trekt de boot. Ik maak de eer­ste dia’s van Al­ge­ci­ras en Gi­bral­tar. De boot vaart in 2,5 uur van Al­ge­ci­ras naar Tan­ger.
In Span­je heerst Oost-Eu­ro­pe­se tijd, in Ma­rok­ko Green­wich tijd.
We ar­ri­ve­ren rond 14.00 uur in Tan­ger.
Het eer­ste bui­ten-Eu­ro­pe­se con­tact op Afri­kaan­se bo­dem is niet zo over­don­de­rend als ik ver­wacht had.
We lopen dwars door de Me­di­na, hulp­aan­bie­ders weg­wim­pe­lend en land-van-her­komst-vra­gers om de tuin lei­dend (we ko­men uit de he­mel, we ko­men uit Chi­na) naar het toe­ris­ten­bu­reau.
Dit is het enige bu­reau waar we vrien­de­lijk ge­hol­pen wor­den tij­dens on­ze Ma­rok­kaan­se reis.
De Engels sprekende heer wijst ons ho­tel Mas­si­lia als idea­le slaap­plaats: goed een goed­koop.
Uitgeput lig­gen we op bed. We dou­chen en lo­pen de stad in.
Eten in een wes­ters res­tau­rant, zon­der vlees. Ver­dwa­len bij­na in de Me­di­na en lo­pen door de Mel­lah.
Alles is levens­lus­tig: het is het ein­de van een Ra­ma­dan­dag.
Hasj­ver­ko­pers, di­rec­te, zo van: “Wil je hasj?” tot jon­ge­lui die tien mi­nu­ten tot een kwar­tier de tijd ne­men voor­dat ze over hasj be­gin­nen. Het is voor Ma­rok­ka­nen niet te be­grij­pen dat we niet ro­ken.
In het ho­tel drin­ken we munt­thee en gaan tegen 00.00 uur op bed.
Weer: in Eu­ro­pa, en ook in Afri­ka, is het zo­mers: heer­lijk. ’s Avonds lek­ker.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Marokko 1976 (overzicht).

13 september 1976

Dagboek 1976

(Dag 1689) Sa­men met mijn buur­man Cees ben ik op weg voor een va­kan­tie in Ma­rok­ko. – We zit­ten in de trein van­uit Pa­rijs naar Span­je. – De Spaan­se con­duc­teur doet moei­lijk over mijn cou­chet­te­bil­jet.

Naar de index en het einde.

Maandag, 13 september 1976.
Op tegen 7.30 uur. Goed ge­slapen, al­leen even kou­de voe­ten ge­had, maar met een ex­tra de­ken was dat geen pro­bleem.
Wassen en eten.
De Ma­rok­kaan en zijn vrouw eten niet. Dat heb­ben zij van­nacht al ge­daan. Het is Ra­ma­dan tus­sen zons­op­gang en zons­on­der­gang.*
In Hen­da­ya, waar we nu zijn, wordt de cou­chet­te­trein van on­der­stel ver­wis­seld. Span­je heeft bre­der spoor.
We ver­trek­ken te­gen 10.00 uur uit Irun.
Die dag trek­ken we door Spaans land­schap. Ik spreek slechts wei­nig Frans en spreek toch (zij het ge­brek­kig) veel met de Ma­rok­kaan over al­ge­me­ne za­ken, Ma­rok­ko en­zo­voorts. Taal­ge­bruik daar en meer van die din­gen. Vroe­ger, cir­ca 10 jaar, ge­le­den heeft hij En­gels ge­leerd en is veel ver­ge­ten.
’s Middags krijg ik een ver­kla­ring van de Ko­ran en ’s avonds in Mad­rid komt er een dron­ken con­duc­teur op de trein.
Het ver­krij­gen van een goe­de cou­chet­te in Pa­rijs was een ver­moei­en­de slag. Ik had het bed­num­mer van die van mij la­ten ver­an­de­ren tot een bed­num­mer in de cou­pé van Cees. De con­duc­teur gaf ons in Pa­rijs het­zelf­de bed­num­mer. Cees heeft mij hier­op ge­at­ten­deerd, maar ik was moe en heb het niet meer mee­ge­kre­gen.
De con­duc­teur [de Spaan­se] ver­klaar­de het brief­je on­gel­dig, ook om­dat er in Ne­der­land met de pen op deze door­druk was ver­an­derd. De da­tum en de be­stem­ming Pa­rijs-Al­ge­ci­ras was door­ge­streept en er was Ma­drid-Al­ge­ci­ras van ge­maakt door de NS.
De con­duc­teur sprak geen Frans: “We zijn in Span­je.” zei hij.
De Ma­rok­kaan pro­beer­de voor mij het een en an­der te re­ge­len. Hij deed goed zijn best en er kwam ook een Frans spre­ken­de Span­jaard bij.
Die cou­chet­te was en bleef on­gel­dig en ik kon een nieuwe ko­pen. Wat ik ook deed.
Ik kreeg geen bon en heb ook la­ter geen ge­kre­gen. Ik heb er één keer naar ge­ïn­for­meerd en la­ter dacht ik: “Laat die ar­me sloe­ber die dui­ten maar hou­den, hij kan ze be­ter ge­brui­ken dan ik.” Bo­ven­dien zou ik in Ne­der­land mijn geld te­rug­krij­gen.
Na deze ver­moei­en­de en slo­pen­de zaak heb ik met de Ma­rok­kaan nog eens over po­li­tiek ge­spro­ken.
Tegen 22.00 uur gin­gen we naar bed.
Weer: in de trein heer­ste een lek­ke­re tem­pe­ra­tuur en het was er droog.

*
Formeel hoef­de de Ma­rok­kaan en zijn echt­ge­no­te niet te vas­ten. Als je op reis bent is vas­ten niet ver­plicht, maar je moet die ge­mis­te vas­ten­da­gen la­ter wel in­ha­len, of een of­fer bren­gen.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Marokko 1976 (overzicht).

12 september 1976

Dagboek 1976

(Dag 1688) Ik woon op ka­mers aan de Ta­fel­straat 30 te Maas­tricht. – Van­daag ver­trek­ken mijn buur­man Cees en ik met va­kan­tie naar Ma­rok­ko. We rei­zen met de trein van Maas­tricht via Luik en Brus­sel naar Pa­rijs.

Naar de index en het einde.

Zondag, 12 september 1976.
Opgestaan circa 8.10 uur. Bed ver­schonen.
Eten bij Cees.
We gaan met de trein om 10.59 uur weg uit Maas­tricht, dat is een uur eer­der dan af­ge­spro­ken.
Ik bel Pa en Ma op. Cees belt naar JM.
Een zat­te Bra­zi­li­aan vraagt me geld voor te eten. Hij is zijn dui­ten kwijt. Ik geef hem vier kwart­jes.
We reizen naar Luik, van­waar we vrij snel naar Brus­sel ver­trek­ken. Het uur eer­der ver­trek uit Maas­tricht le­vert in Brus­sel geen tijd­winst op.
We lopen met vol­le be­pak­king door Brus­sels bui­ten­wijk bij Sta­tion Noord. De Bel­gische eco­no­mie wordt zo­als in al­le wes­ter­se lan­den door bui­ten­lan­ders ge­dra­gen. Als je ziet hoe ze in Brus­sel (en waar niet?) zijn weg­ge­stopt, schie­ten je de tra­nen in de ogen.
Bij een mo­nu­ment voor ge­val­len strij­ders uit bei­de we­reld­oor­lo­gen plaat­sen we de las­ten en rus­ten we uit. Ik voel me een en­gel zo zwe­vend licht.
We lo­pen door de Bo­ta­nische tuin en ik zie de eers­te mooie jon­gens van van­daag.
In de Sta­tions­res­tau­ra­tie wa­ren er nog meer en [daar] we drin­ken ci­troen­thee.
Twee dames krij­gen een bak kof­fie waar­van het wa­ter nog door het fil­ter moet drup­pe­len. Een kwar­tier la­ter is de bij­be­ho­ren­de room ver­dwe­nen en het wa­ter nog niet door ge­drup­peld.
Wij stap­pen in de om 15.51 uur ver­trek­ken­de trein naar Pa­rijs. Het is er stamp­vol. Drie plaat­sen zijn er vrij. Cees zit naast mij en te­gen­over mij zit een knaap. Ge­re­geld lacht hij lief naar me en ik voel me blij en ik ben in staat de he­le reis een la­chend ge­zicht (ge­meend en niet spe­lend) vol te hou­den. Na ver­loop [van tijd] pro­beer ik con­tact in het Frans en ge­luk­kig spreekt hij een poos­je la­ter ook En­gels. Ik ben bij­na ver­liefd. Als hij weg is en een poos­je la­ter te­rug­komt hangt zijn lin­ker­hand flik­ker-vrou­we­lijk ter hoog­te van zijn heup. Hij komt uit Gre­no­ble. Is daar uni­ver­si­teits­stu­dent en is in Ne­der­land al­leen op va­kan­tie ge­weest.
Hij is een lust voor het oog met zijn krul­len­kop, half wild op zijn hoofd ge­zet.
In Parijs Noord tot Aus­ter­litz zie ik hem nog een keer, in de bus. Als hij uit­stapt ben ik hem al bij­na ver­ge­ten en merk al­leen nog dat hij goeie­dag zegt. Cees ant­woordt en ik kijk om en zie hem niet meer.
In Austerlitz is de trein er nog niet. We eten in de res­tau­ra­tie. We la­ten het vlees lig­gen en drin­ken mi­ne­raal­water.
Twee Fran­sen pap­pen aan. Ou­dere leef­tijd, be­gin veer­tig. Ik ver­trouw hun blik­ken niet. Een heeft een ring­baard­je en spreekt slechts Frans, de ander een beet­je En­gels. Ik hang een ver­haal­tje op: we gaan naar Span­je en de trein die naar Irun gaat is de on­ze. Zij gaan mee. We rei­zen dus in de­zelf­de trein, zegt hij, want zij gaan naar Dax.
Er ver­trekt ech­ter ook een trein eer­der naar Irun en die tijd had ik ge­noemd. Zij den­ken dus met ons te rei­zen en wij ne­men in wer­ke­lijk­heid een an­de­re trein.
We betalen en ver­trek­ken me­teen. Zij wil­len volgen. Hun be­ta­lings­pro­ce­du­re duurt lan­ger dan ze dach­ten en wij lo­pen Pa­rijs in. We ko­pen fruit en yog­hurt. Op het per­ron probeer ik voor Cees een cou­chet­te te ko­pen en wordt van het kast­je naar de muur ge­stuurd.
Ik gebruik het woord ‘bou­cher‘ voor ‘ko­pen’. JM had dat ge­zegd en ik: “Dat ge­loof ik ook.” en had het klak­ke­loos over­ge­no­men. ‘Ache­ter‘ moet het zijn.
De trein rijdt al (ver­trek 22.49 uur) toen ik met veel moei­te een cou­chet­te voor Cees en mij­zelf in de­zelf­de cou­pé had. Als ik al­leen was ge­weest, had ik bij een stel kin­de­ren en hun ou­ders moe­ten sla­pen. Nu sla­pen wij twee­ën bij een Ma­rok­kaan en zijn vrouw.
De Ma­rok­kaan ver­telt voor het sla­pen­gaan dat Ma­ra­kesh een mooie stad is: “De rode stad”, zegt men.
Weer: van Maas­tricht tot Pa­rijs goed.

Index

Index van termen:
.
Index van personen:
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Marokko 1976 (overzicht).