
52.165005
4.507793

Dagboek 1993
(Dag 7852) Ik ben onderweg in Pakistan. Ik reis met David, een Engelse onderwijzer, over de Karakoram Highway naar het zuiden. Gisteren kwamen we in Sust / Sost aan, dat ligt in Kashmir.
1.) Ik reis zonder camera, daarom plaats ik bij alle interessante plaatsen een link naar de foto’s in Google Maps.
2.) De munteenheid in Pakistan is de Roepie: (PKR.) (f. 1,00 (gulden) = 14 Roepie, dus 100 Roepie = f. 7,00.)
3.) Voor bezoekers die via the-face.com op deze website komen: als de interne links niet werken (mobiele telefoon) klikt u voor het originele adres van dit bericht op: irada.com.
4.) Dit reisverslag komt uit mijn dagboek 1993 en is mijn interpretatie van de werkelijkheid.
Donderdag, 29 juli 1993.
Dag 19. Sust.
Wakker circa 5.30 uur.
Op rond 6.50 uur. Ik heb beheersbare diarree en een verkoudheid.
Als ontbijt eet ik porridge: havermoutpap, maar dat is te weinig. (Brood eten is te veel.)
Ik ga in het dorp twee flessen (drie liter) water halen (50 Roepie) en eet nog twee paratha’s*(1) met jam in het hotel, maar die liggen me de komende uren nog zwaar op de maag.
Menu – Begin – Index en het einde.
Slechte conditie
Samen met David beklim ik een berg op weg naar de Sust Nala, maar dit is zwaar, want mijn conditie is veel slechter dan ik gedacht had, vooral bergafwaarts ben ik snel buiten adem.
Na de Sust Nala blijf ik achter. David heeft nog wilde plannen, maar heeft geen water bij zich. Ik wel en ook nog amandels. (Uit Kashgar, van zondag jl.)
Menu – Begin – Index en het einde.
Enorme stilte
Er heerst een enorme stilte. Ik hoor alleen water ruisen en even een tractormotor. Af en toe een stem of een vogel. Ik probeer de omgeving te tekenen, maar geef dat snel op. Ik lees een tijdje in al-Mar’a wa-l-qitta: (Arabisch) De vrouw en de kat, maar ik zit ongemakkelijk en heb niet veel zin. Bovendien is het hier net de maan: in de schaduw is het fris, in de zon te warm.
Menu – Begin – Index en het einde.
Busstation
In het hotel nemen David en ik een lunch: rijst met groente. (Van gisterenavond / vanavond.)
We lopen naar het busstation, maar het is niet zeker of er morgen busvervoer is naar Pasu, waar we heen willen.
Menu – Begin – Index en het einde.
Brabantse
We gaan slapen van 16.00 tot 19.00 uur en eten dan een lekker diner. (Hetzelfde als gisterenavond en verleden week woensdag: dus altijd hetzelfde.)
Gezellig natafelen met een Brabantse, die in Utrecht woont. Zij en haar vriend zijn zes dagen in Pakistan en zes dagen ziek omdat ze alles eten en drinken wat ze voorgezet krijgen en nog zijn ze (althans, hij) eigenwijs, wat de hygiëne betreft en ze slikken maar af en toe malariapillen. Maar niettemin: zij is heel leuk in de omgang en gezellig.
Er zijn hier meer knappe jonge vrouwen. Een aardig uitziende Engelsman en een té knappe Spanjaard.
(Met een siësta-slaap gaan de dagen in deze Pakistaanse gevangenis.*(2) snel voorbij.)
Bed 22.00 uur.
Menu – Begin – Index en het einde.
Noten
Menu – Begin – Index en het einde.
Meer informatie.
Index
Menu – Begin.
Pakistan-China: Chronologische weergave.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken.
Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.

Dagboek 1993
(Dag 7851) Ik ben onderweg in China, op weg naar Pakistan. Ik maak kennis met de Engelsman David. Vanaf vandaag zullen we een aantal dagen samen optrekken. Laat in de middag bereiken we Sust / Sost, in Pakistan.
1.) Ik reis zonder camera, daarom plaats ik bij alle interessante plaatsen een link naar de foto’s in Google Maps.
2.) De munteenheid in China is de Yuan / Renminbi (Rmb), maar toeristen moeten Foreign Exchange Certificates (FEC) kopen. De wisselkoers is f. 1,00 = 3 FEC. 1 FEC = f. 0,33. FEC 100 = 145 Yuan, dus f. 1,00 = 4,35 Yuan / Rmb en 100 Yuan / Rmb = f. 23,00.
3.) De munteenheid in Pakistan is de Roepie: (PKR.) (f. 1,00 (gulden) = 14 Roepie, dus 100 Roepie = f. 7,00.)
4.) Voor bezoekers die via the-face.com op deze website komen: als de interne links niet werken (mobiele telefoon) klikt u voor het originele adres van dit bericht op: irada.com.
5.) Dit reisverslag komt uit mijn dagboek 1993 en is mijn interpretatie van de werkelijkheid.
Woensdag, 28 juli 1993.
Dag 18. Tashkurghan – Sust.
Rond 7.00 uur Beijing-tijd*(1) sta ik op. (Dat is rond 04.00 uur Pakistaanse tijd.)
Ik eet een ontbijt met tomaten, eieren en brood. Ik slik de malariapillen, want die vergat ik gisterenavond.
In het hotel moest ik gisterenavond mijn paspoort afgeven. Dat krijg ik pas vanochtend weer terug.
Menu – Begin – Index en het einde.
Ontbijt
De Pakistani, David, en ik gaan in een restaurantje tegenover het busstation het ontbijt gebruiken. Dat wil zeggen: zij, want ik at dus al. (Nu reisde ik alleen en had dus wel eten bij mij!)
Menu – Begin – Index en het einde.
Beesten
De Chinezen behandelen de Pakistani als beesten en de Pakistani gedragen zich als beesten. In het restaurantje veegde een Pakistani zijn vettige handen aan de gordijnen af en een ander spuwde op de grond in een hoek. (Op de grond spuwen, waar ze zitten, doen ze allemaal.)
In het Traffic-hotel is ’s nachts geen elektriciteit en geen water in de toiletten. Zo worden de Pakistani door de Aziaten gepakt*(2).
De Chinezen, ook de vrouwen, spuwen ook waar ze zitten.
Menu – Begin – Index en het einde.
Spannend
De rit van Tashkurghan is vooral aan de Pakistaanse zijde van de grens meer dan spannend. Enerzijds omdat de Chinese chauffeur zijn bus bij een helling naar beneden de versnelling in de vrij-stand zet en de bus de berg af laat rollen. (In het Engels: coasting.) Dit blinde vertrouwen op de remmen verontrust mij zeer. Waarom niet op de motor remmen? Dat is toch veel veiliger.
Anderzijds komt de spanning door de KKH [Karakoram Highway]. Hij is in slechte conditie.
De chauffeur wil over een grote steen rijden. Die breekt dan doormidden, precies onder de deur. De bus kan niet verder en de passagiers moeten door de ramen naar buiten, want de deur is geblokkeerd. Veel mensen lopen door. Ik blijf eerst bij de bus hangen, maar als ik omhoog kijk en die berg zie, die uit leisteenplaten bestaat, die loodrecht naar beneden hangen, lijkt het mij ook verstandig om door te lopen. De bus komt wel weer los.
Menu – Begin – Index en het einde.
Aardverschuiving
De volgende stop: (De passagiers schreeuwen: “Sabr, sabr” [geduld, geduld / kalm aan, kalm aan] en de bus stopt.) Iedereen, behalve de gelovige Afghaan*(3), mijn kamergenoot, afgelopen nacht, stapt uit en rent naar voren. Ik begrijp er eerst niets van, maar dan zie ik de reden: de landslide [aardverschuiving] van losse stenen is nog steeds bezig. De wind blaast het zand rond de stenen weg, die naar beneden rollen en weer op andere stenen stoten, die weer vallen, dus zet ik het ook op een lopen. De bus komt bijna leeg aangereden. Even lijkt het erop of hij het ravijn in kiepert en iedereen houdt zijn adem in. Dan komt de bus met een rot vaart over de steenhopen die op de KKH liggen, aangereden en wij allemaal applaudisseren. De chauffeur verroert geen spier.
De verdere reis verloopt zonder veel moeilijkheden.
Menu – Begin – Index en het einde.
Gezellig
Deze busreis van Kashgar naar Sust was beide dagen gezellig. Spannend was ze vooral de tweede dag en dat vooral aan de Pakistaanse zijde, vanaf circa vijftig kilometer voor Sust. Daar was de KKH in slechte conditie.
Het landschap was veel mooier dan de reis in de andere richting, omdat ik nu meer kon zien, in de bus, dan vanuit die jeep [Op 22 en 23 juli jl.] Geen oog heb ik dichtgedaan. Daar was het landschap te mooi voor.
Menu – Begin – Index en het einde.
Vrek
In Sust duurt het even voordat ik een C-formulier [grensformulier] heb en David, met wie ik naar het hotel zal gaan, wordt ongeduldig, maar hij wil er ook een.
Daarna gaan we naar het Mountain Refuge hotel, maar het is veel verder dan ik dacht. We lopen namelijk.
Ik vergiste me. De douanepost is verder buiten het dorp dan ik dacht. David vloekt en steunt en kreunt. Hij draagt ruim 30 kg. en ik maar circa 15 kg. op de rug.
Ik sla een taxi af. Die vraagt 35 Roepie en wil het niet doen voor 30 Roepie. David is daar ook kwaad over, dat ik bezuinigde op één dollar. Niettemin nemen we in het Mountain Refuge hotel een tweepersoonskamer.
Menu – Begin – Index en het einde.
Wantrouwen
Bij de Pakistani [Tashkurghan] liet ik mijn spullen onbeheerd achter, maar wie is David? Ik neig ernaar hem te vertrouwen, maar neem mijn broek toch mee de douche in, want mijn geld en papieren zitten erin.
Menu – Begin – Index en het einde.
Avondmaal
We gebruiken het avondmaal in het hotel en David is wild enthousiast. Dit is het beste maal sinds zijn vertrek, begin juni, uit Boston. (Hij vloog naar Warschau en ging vandaar met de trein naar Kiev en Bochara, Samarkand, Alma Ata en Urumqi. (En nog wat tussenliggende plaatsen.) Vanuit Urumqi vloog hij naar Kashgar en ging de dag erna direct op de bus.
Menu – Begin – Index en het einde.
Uitzicht
Ik heb nog 2.593 Roepie en 125 US$ cash over en nog wat travellercheques.
Vanavond wandelen David en ik een heuvel op. We hadden op een rustige plaats een mooi uitzicht. Van hem krijg ik enkele tips om mijn retourvlucht te vervroegen. (Hoe te handelen, namelijk via een reisbureau.)
Menu – Begin – Index en het einde.
Noten
Menu – Begin – Index en het einde.
Meer informatie.
Index
Menu – Begin.
Pakistan-China: Chronologische weergave.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken.
Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.

Dagboek 1993
(Dag 7850) Samen met Kenau*, Bullebak* (Bull) en Adelheid* kwam ik afgelopen vrijdag in Kashgar aan, in de regio Xinjiang / Sinkiang in China. We logeren in het Qinibagh-hotel. Vandaag scheiden zich onze wegen. Zij reizen verder door China, ik ga over de Karakoram Highway (KKH) terug naar Pakistan.
1.) Ik reis zonder camera, daarom plaats ik bij alle interessante plaatsen een link naar de foto’s in Google Maps.
2.) De munteenheid in China is de Yuan / Renminbi (Rmb), maar toeristen moeten Foreign Exchange Certificates (FEC) kopen. De wisselkoers is f. 1,00 = 3 FEC. 1 FEC = f. 0,33. FEC 100 = 145 Yuan, dus f. 1,00 = 4,35 Yuan / Rmb en 100 Yuan / Rmb = f. 23,00.
3.) Voor bezoekers die via the-face.com op deze website komen: als de interne links niet werken (mobiele telefoon) klikt u voor het originele adres van dit bericht op: irada.com.
4.) * De namen Kenau, Bullebak (Bull) en Adelheid zijn om privacyredenen gefingeerd. Dit reisverslag komt uit mijn dagboek 1993 en is mijn interpretatie van de werkelijkheid.
Dinsdag, 27 juli 1993.
Dag 17. Kashgar – Tashkurghan.
(Later blijkt dat ik nu op de helft van mijn vakantie was, maar dat wist ik niet eerder dan later.)
Om 6.00 uur staan Adelheid, Kenau en Bull op. Om 7.15 uur nemen we afscheid. Zij gaan een 18-urige trip maken naar Kodja / Kuqa. Ik blijf nog één of twee dagen hier.
Kenau bemoedert weer: “Wees voorzichtig. Geen honderd procent vertrouwen in de mensen hebben.”
Nauwelijks twee maanden geleden kon ik me een vakantie (zelfs één dag) zonder haar niet voorstellen, nu doet het me niets, totaal niets, dat ze weggaat. Wel vind ik het erg alleen te moeten reizen, maar het hanige, machogedrag van Bull, die zich voor Kenau als een pantoffelheld gedraagt, werd me te veel.
(Ik had het misschien nog wel kunnen volhouden tot het eind van de vakantie, maar het zou toch steeds meer zijn gaan irriteren.)
Menu – Begin – Index en het einde.
Vertrek
Ik heb nog 57 Yuan over en 238,34 FEC. (Een van deze dagen wisselde ik nog een 50 FEC voor 74 Yuan.)
Ik reken alle kosten voor twee dagen nog eens door en besluit nog maar één dag te blijven. Niet lang daarna ga ik vragen of ik vandaag nog kan vertrekken. Dat kan en ik betaal 198 FEC voor een kaartje naar Sust. (Pakistan)
Menu – Begin – Index en het einde.
Proviand
Ik ga de stad in. Ik koop zes hard gekookte eieren, vijf broodjes, een halve kilo tomaten en een fles Seven-up. Ik bezoek even de Id Qah-moskee en ga naar het hotel terug.
De mierzoete Seven-up gooi ik weg en de hals snij ik van de fles af. De romp gebruik ik om de tomaten in op te slaan.
Ik maak me reisklaar en zorg ervoor die spullen die ik ’s nachts in het hotel van Tashkurghan denk nodig te hebben, buiten de rugzak blijven, want die blijft op het dak van de bus gedurende de nacht.
Menu – Begin – Index en het einde.
Boek
In de stad kocht ik ook nog een boek voor de Universiteitsbibliotheek Leiden (zie ook 25-7-93) voor 15 Yuan. Het boek heeft 590 bladzijden en zou een Uyghur-Urdu [Oeigoer-Oerdoe] woordenboek zijn, maar het behandelt volgens mij ook de grammatica van een van die talen.
Menu – Begin – Index en het einde.
Qinibagh-hotel
Het hotel heet Qiniwake. (De ‘q’ wordt uitgesproken als een dj: Djinibaagh.
Menu – Begin – Index en het einde.
Eijsden
Ik sta buiten wat met Duitsers en Belgen te praten. De bus zou om 11.00 uur vertrekken, maar dat wordt pas 14.00 uur. In China vertrekt een bus pas als hij vol is.
Alle buitenlanders gedragen zich ontspannen en er is niet, zoals bij Kenau, Adelheid en Bull de nervositeit om de bagage maar op de bus te krijgen.
De Chinezen nemen de paspoorten in en houden die omhoog, als de passagierslijsten klaar zijn, bij de deur van de bus. De eigenaar van die pas mag de bus in. De Belgen waarschuwen me, ze zagen een pas met Eijsden*(1) erop. Ik loop naar die bus, maar ik denk: “Dat zijn te veel passen voor die bus.” En wil teruglopen naar de andere bus, maar men overtuigt mij ervan toch bij die bus te blijven en plots is daar weer mijn pas. Met rugzak en al mag ik de bus in. De rugzak in het gangpad, onder een gangpadstoel, die gedurende de hele tweedaagse rit naar Sust leeg zal blijven.
Menu – Begin – Index en het einde.
A journey of a lifetime
Ik zit naast een Engelse, die nogal zwijgzaam is. Ik doe een poging met haar te praten. Later wil ik haar wat te eten geven, maar het wordt niets.
Schuin achter mij zit een Engelsman druk met een Pakistani te praten.
De bus gaat rond 13.00 uur rijden. Op straat trekt de hoge dak-lading een telefoonleiding uit de masten en we blijven nog een uur staan. Om 14.00 uur rijden we eindelijk, maar kort. (Van 14.40 tot 15.30 uur wordt gestopt om te eten.) Daarna wordt tot 22.30 uur aan één stuk door gereden. Met uitzondering van twee paspoortcontroles en rommel op de weg, komen we niet meer uit de bus.
Net als ik in Wuthering Heights van Emily Brontë*(2) wil beginnen te lezen, hoor ik de Engelsman tegen zijn Pakistaanse buurman zeggen: “A journey of a lifetime.” Ik vind dat hij gelijk heeft en ik stop het boek weg. Tot Sust zal ik er niet meer in lezen. Ik kijk alleen nog maar om mij heen en zal geen enkele keer door slaap overmand worden.
Menu – Begin – Index en het einde.
Sneeuwtoppen
Rond Kashgar is het vlak en rijden we door enkele oasen-dorpjes. Langzaam maar zeker beginnen de bergen en die worden steeds hoger. Prachtige sneeuwtoppen worden zichtbaar. Op een berg staat op de top zelfs een berggeit.
De terugweg [naar Pakistan] is nog mooier dan de heenweg, de terugweg maakt nu veel meer indruk op mij dan de heenweg. Het is indrukwekkend mooi, maar je moet er zelf reizen om het te zien. In de buurt van Kara Kul zijn een hele reeks witte toppen.
Menu – Begin – Index en het einde.
Migrant
In de bus spreek ik met een jongen van circa twintig jaar uit Nowshera, die op weg was naar Hongkong om er te werken, maar wegens geldgebrek niet verder kwam dan Kashgar. Hij heet MA. en wil ook wel in Nederland werken. Zijn Engels is erg slecht.
Menu – Begin – Index en het einde.
Gods wil
Ik slaap weer in het Traffic-hotel in Tashkurghan. Ik laat nu mijn kamerdeur open, want de Chinese sleuteldame is bijzonder onwillig om mijn deur open te maken. In mijn kamer liggen mijn spullen en ik zit in een andere kamer. (Alleen geld en papieren heb ik bij me.) Ik ben niet bang dat ik iets kwijt raak.
Ik zit in een andere kamer te vertellen met Pakistani en de Engelsman, die David heet. Ik dacht, misschien kent hij [mijn broer] J., want J. reisde ook met een Engelse David en die zat enkele weken geleden ook in Pakistan. Maar deze David heeft een reguliere onderwijsbaan in de Verenigde Staten van Amerika.
Voordat ik in bed ga vertel ik nog even met een Afghaan en die zegt, dat als ik snurk, dat het Gods wil is. Hij zal er niet over klagen.
Waarschijnlijk ook Gods wil is het dat een Punjabi en een Pasjtoe op één kamer slapen en dat daar ruzie over ontstaat.
Ik slaap rond 01.00 uur Peking-tijd. [Beijing-tijd.*(3)]
Menu – Begin – Index en het einde.
Noten
Menu – Begin – Index en het einde.
Meer informatie.
Index
Menu – Begin.
Pakistan-China: Chronologische weergave.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken.
Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.


Dagboek 1993
(Dag 7849) Samen met Kenau*, Bullebak* (Bull) en Adelheid* kwam ik afgelopen vrijdag in Kashgar aan, in de regio Xinjiang / Sinkiang in China. We logeren in het Qinibagh-hotel. Vandaag bezoeken we een mausoleum buiten Kashgar.
1.) Ik reis zonder camera, daarom plaats ik bij alle interessante plaatsen een link naar de foto’s in Google Maps.
2.) De munteenheid in China is de Yuan / Renminbi (Rmb), maar toeristen moeten Foreign Exchange Certificates (FEC) kopen. De wisselkoers is f. 1,00 = 3 FEC. 1 FEC = f. 0,33. FEC 100 = 145 Yuan, dus f. 1,00 = 4,35 Yuan / Rmb en 100 Yuan / Rmb = f. 23,00.
3.) Voor bezoekers die via the-face.com op deze website komen: als de interne links niet werken (mobiele telefoon) klikt u voor het originele adres van dit bericht op: irada.com.
4.) * De namen Kenau, Bullebak (Bull) en Adelheid zijn om privacyredenen gefingeerd. Dit reisverslag komt uit mijn dagboek 1993 en is mijn interpretatie van de werkelijkheid.
Maandag, 26 juli 1993.
Dag 16. Kashgar.
’s Nachts ben ik geil en heb constant een erectie. Ik hoef niet veel moeite te doen om klaar te komen. Wat een genot, na meer dan veertien dagen. Ik denk aan niets en niemand. Ik geniet slechts van het heerlijk gevoel.
Ik slaap minder goed.
Menu – Begin – Index en het einde.
Ansichtkaarten
Ik schrijf mijn laatste ansichtkaart, naar D.O. Bij haar weet ik bijna geen variatie meer aan te brengen. Bij elkaar kennende personen probeerde ik zoveel mogelijk variatie aan te brengen in de tekst, zonder de hoofdzaken onvermeld te laten.
Menu – Begin – Index en het einde.
Geen gom
We gaan naar het postkantoor. De circa tweehonderd postzegels hebben geen gom op de achterkant. Er staat een schoteltje met lijm met een paar stokjes erin. We zijn wel even bezig.
Ik let erop dat alle zegels gestempeld worden, zodat diefstal van de zegels, zoals in India schijnt voor te komen, geen zin meer heeft. De totale zending post kost 121 Yuan. (Circa f. 30,00.)
In het postkantoor zijn enkele sexy meisjes. (Nee, niet mijn reisgenotes.)
Menu – Begin – Index en het einde.
Mausoleum
Met de bus gaan we in drie kwartier naar het stadje Artush waar we ver buiten de plaats (circa een half uur ezelkar) de tombe / het mausoleum van Sultan Soetoeq Boeghra Khan* [?-955 AD] bezoeken.
Er wordt een nieuwe ingang van de moskee gebouwd, met baksteen in mozaïek-vormen / geometrische vormen. Gele baksteen in ruit- en cirkelmotieven.
Ook ezelkar terug. Dat zit erg ongemakkelijk. Het wiebelt veel en dat is storend.
Daarna van Artush met de bus naar Kashgar.
In het hotel circa 17.30 uur.
Stad in en daar eten, circa 19.00 uur.
Weer: In Artush was het half bewolkt en daardoor misschien warmer dan in Kashgar.
Menu – Begin – Index en het einde.
Meloen oen
Bull zeurde ergens over de prijs van een meloen die enkele kwartjes (1 kwartje is = 1 Yuan) te duur was en kreeg ruzie met de verkoper, omdat die het geld op de grond gooide.
Menu – Begin – Index en het einde.
Vrouwen!
Oeigoer-vrouwen schilderen hun gezicht wit. Ze zien er spookachtig uit. Ze zijn wel allemaal fleurig gekleed. Hun modestoffen zouden bij ons opzien baren. Ze zijn goed voor het hoerencircuit. Of in uitgaansgelegenheden. Plooi- en plisséjurken, strak als voor in het bordeel en glitterjurken met duizenden ronde of ovale spiegeltjes in de kleur van de stof.
Menu – Begin – Index en het einde.
Noten
Menu – Begin – Index en het einde.
Meer informatie.
Index
Menu – Begin.
Pakistan-China: Chronologische weergave.
De auteur dezes kan niet garanderen dat alle links naar externe websites (dus die van derde partijen) altijd zullen blijven bestaan. Foto’s in Google Maps, bijvoorbeeld, kunnen verdwijnen wanneer de eigenaar ze weghaalt. Ook aan andere links kan een einde komen, of kunnen in ongebruik raken.
Wanneer u een niet werkende link constateert kunt u dat melden in het reactieveld. Bij voorbaat dank.
