18 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7476) Ik ben sinds gis­te­ren­och­tend in Istan­bul in Tur­kije en zal er en­ke­le da­gen blij­ven. Mijn uit­ein­de­lij­ke reis­doel is Sy­rië. -Van­daag be­zoek ik de Aya Sofia en de Blauwe Mos­kee. – Ik lo­geer in Ho­tel Ana­do­lu. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 18 juli 1992.
Istanbul.
Ontbijt in de stad: twee war­me sand­wiches met kaas en thee.
Aya Sofia. Met be­hulp van de be­schrij­ving in de Tra­vel en sur­vi­val kit van Lone­ly Pla­net komt een en ander dui­de­lijk tot zijn recht. TL. 15.000.
Blauwe Moskee, min­der in­druk­wek­kend dan Aya So­fia. (TL. 5.000, vrij­wil­li­ge bij­dra­ge.)
Langs de Bos­po­rus wan­de­len.
Later, rond 18.30 uur, een licht­show in het En­gels bij de Blau­we Mos­kee, gra­tis en aar­dig.
Hotel: één pils. TL. 7.000.
Westerse toe­ris­ten wil­len wes­ter­se mu­ziek ho­ren. (Daar zit ik niet op te wach­ten.)
In bed: aftrek­ken. Hier in Istanbul geen stuk­ken, met uit­zon­de­ring van En­gel­se ‘buur­vrouw’. (Ka­mer hier vlak­bij.)
Slapen rond 00.45 uur.
Over TL. 503.200. 625.000 – 503.000 = TL. 122.000 uit­ge­ge­ven. (f. 30,50.)


Meer infor­matie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: overige bron­nen.
Turkije:
GM., Wi.
Istanbul:
GM., Wi.
Hotel Ana­dolu:
GM., Web.
Aya So­fia:
GM., Wi.
Blauwe mos­kee:
GM., Wi.
Bos­porus:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chronologisch overzicht Orient Express 1992.

17 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7475) Ik zit in de trein en ben op weg naar Istan­bul, waar ik in de loop van de och­tend ar­ri­veer. Daar neem ik mijn in­trek in een Ho­tel Ana­do­lu, dat mij door een vrien­din is aan­ge­ra­den. Dit ho­tel ligt zeer na­bij al­le voor­naam­ste be­ziens­waar­dig­he­den in die stad. – De munt­een­heid in Tur­kije is de Turk­se Lira: (TL.). De koers is TL. 1.000 = f. 0,25, een kwart­je dus, maar de in­fla­tie is enorm. De waar­de daalt per dag.

MenuIndex en het einde.

Vrijdag, 17 juli 1992.
Istanbul.
Van circa 23.00 tot 01.00 uur op de bank sla­pen [trein]. Een man ploft dan op de bank en ik moet recht­op sla­pen.
Rond 04.00 aan de Turk­se grens.
Aan de Bul­gaar­se grens is de man erg ze­nuw­ach­tig en beeft over zijn he­le li­chaam. Ik vrees dat hij een hart­aan­val zal krij­gen.
De politie is zeer au­to­ri­tair en maakt (ha­te­lij­ke?) op­mer­kin­gen over mijn ver­kreu­keld pas­poort.*(1) Ik be­denk dat het mis­schien ook wel een be­le­di­ging is zo’n pas­poort te moe­ten aan­pak­ken. De oude vrouw maakt er ook een op­mer­king over en ik be­sluit het van­af nu niet meer in mijn bin­nen­ste broek­zak te dra­gen, maar in een map­je dat op mijn borst hangt. (Dat blijft dus mijn he­le va­kan­tie zo.)
In Turkije wordt de nor­se ze­nuw­ach­ti­ge man vrien­de­lij­ker. Hij spreekt al­leen Bul­gaars. (En Turks.) Hij heeft twee na­tio­na­li­tei­ten. (Bul­gaars en Turks.)
Istanbul Sta­tion Sir­keci, circa 11.30 uur.
Postkantoor: 800.000 Turkse Lira. TL. 1.000 is f. 0,25. (On­ge­veer.) Dus al­le prij­zen door 4.000 de­len om de prijs in gul­dens te krij­gen.
Ik bel hotel Ana­dolu. (Bel­len is hier niet een­vou­dig … je moet je­tons heb­ben en dan le­vert het nog pro­ble­men op.) Het is het ho­tel waar vrien­din XX. een tijd­je ge­le­den sliep.
Een taxi wil me niet ver­voe­ren, want te dicht­bij. “Loop maar!”
Met heel veel lo­pen en heel veel vra­gen lukt het me het ho­tel te vin­den.
Eenpersoonskamer (al­leen een bed en een beet­je ruim­te) TL. 60.000 (f. 15,00) per nacht, per voor­uit­be­ta­ling te vol­doen.
Douche.
Stad in. Onder an­de­re een paar (gro­tere) gym­pies ge­kocht, want de ro­de zijn, met de sok­ken aan, veel te klein. Bij de schoenen ding ik TL. 12.000 af en be­taal TL. 38.000.
Een draagtasje (in Bu­da­pest zeul­de ik met een plas­tic zak) kost TL. 30.000. Af­din­gen niet mo­ge­lijk. (In bij­na geen en­ke­le zaak.)
Een pizza met vlees.*(2) (Ik lust hem niet, maar eet hem toch op.)
Cola.
Een Bermudashort (voor de douche, in het ho­tel, an­ders moet ik ge­heel ge­kleed naar de douche) kost TL. 15.000. Ik bied 10.000. Moet 12.000 be­ta­len. Heb maar 11.000 ge­past en krijg hem daar­voor mee.
Eten: twee por­ties [wat?]: te veel. (In de Tra­vel sur­vi­val kit staat nog zo na­druk­ke­lijk: be­stel por­tie voor por­tie, want gauw te veel): TL. 28.000. (Met cola.)
Sultan Ahmet (plein) (f. 2,00: 10 an­sich­ten van vrien­de­lijke ar­me sloe­ber.)
In de soek wil­len twee jon­gens me par­fum ver­kopen. Een fles 120.000. Gra­du­eel zak­ken ze tot TL. 10.000. Ik koop niet. Ze kij­ken me ver­baasd na.
Hotel rond 21.15 uur.
Later op Sul­tan Ah­met.
Over TL. 625.000. (Ik begon met TL. 802.000: 802.000 – 625.000 = TL. 177.000 uit­ge­geven. (f. 44,25.))
De koers blijkt la­ter: f. 1,00 = TL 4.170. TL. 1.000 = f. 0,239. (De­len door 4.000 is ge­mak­ke­lij­ker.)
Weer: warm.

*1.
Ik meen me te her­in­ne­ren dat de Bulgaarse po­li­tie­man in de trein aan de Bul­gaars-Turk­se grens het pas­poort aan me te­rug­gaf door het als een sme­rig doek­je te be­han­de­len, door het slechts aan een punt­je vast te hou­den tus­sen duim en wijs­vin­ger. Dat open­de mij wel de ogen: voor veel men­sen is een pas­poort een kost­baar be­zit en ik be­han­del­de het zwar­te pas­poort (in het Ne­der­lands ook wel het zwar­te vod ge­noemd) let­ter­lijk als een vod. Ik had het ge­woon op­ge­vou­wen / dub­bel­ge­vou­wen in mijn broek­zak.

Te­rug.

*2.
Ik ben al sinds 1975 ve­ge­ta­riër, maar ik merk al vlug dat als je in het Mid­den-Oos­ten geen vlees eet, je snel hon­ger zult lij­den.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: ove­rige bron­nen.
Bul­gaar­se grens:
GM., Wi.
Turk­se grens:
GM., Wi.
Tur­kije:
GM., Wi.
Istan­bul:
GM., Wi.
Sta­tion Sir­ke­ci:
GM., Wi.
Ho­tel Ana­do­lu:
GM., Web.
Sul­tan Ah­met:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chronologisch overzicht Orient Express 1992.

16 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7474) Ik ver­bleef een paar da­gen in Bu­da­pest in hos­tel Fel­vin­ci út 8. De­ze stad is een tus­sen­stop tij­dens mijn reis naar Sy­rië. De­ze och­tend reis ik ver­der naar het zui­den, richting Is­tan­bul.

MenuIndex en het einde.

Donderdag, 16 juli 1992.
Op weg naar Is­tan­bul.
Slecht slapen. Op rond 04.00 uur.
Douche.
NJHC-kaart terug­ge­vraagd. [NJHC: Ne­der­land­se Jeugd­her­berg Cen­tra­le.]
Taxi laten bestellen. Ik ge­loof­de niet dat een taxi zou ko­men bin­nen de be­loof­de vijf mi­nu­ten, daar­om was ik zo vroeg.
De taxi kwam wel bin­nen vijf mi­nu­ten.
Ik stond dus om 05.00 uur op het Sta­tion. [Sta­tion Bu­da­pest Ke­leti.]
De taxi kostte forint (ft). 236. Ik gaf ft. 250 (f. 5,90).
Op het station spreek ik eerst twee, la­ter zelfs een der­de Ne­der­lander. Al­le­maal op weg naar Istan­bul. De trein ver­trekt 06.20 uur.
De eerste twee rei­zen sa­men. De der­de gaat met mij in de coupé.
Eén van de twee limona­de­blik­jes is kapot ge­sto­ten door een tang van mijn ge­reed­schap. De li­mo­na­de lekt uit de rug­zak. Ver­der geen schade.
Mijn medepas­sa­gier is de In­ter­rail-er*(1) J. van de HBO-Land­bouw­school De­ven­ter. Om­dat hij geen geld ge­noeg bij zich heeft wil hij geld van mij le­nen tot Istan­bul. (An­ders kan hij het vi­sum voor Bul­ga­rije niet be­ta­len. Ik las er­gens dat zo’n vi­sum­aan­vraag 24 uur duurt, dus trek ik niet zo aan zijn ver­zoek.) On­der­weg be­sluit hij ech­ter naar Thes­sa­lo­ní­ki te gaan en in Su­bo­ti­ca ver­wis­selt hij on­der luid pro­test van de con­duc­teur ijs­koud van trein. Ik hoop hem niet meer te­rug te zien.
Daar heb ik even la­ter spijt van, als twee on­gu­re ty­pes bij mij in de coupé stap­pen. Ik durf mijn ba­ga­ge niet meer al­leen te la­ten, ook niet als ik naar het toi­let moet. Het eni­ge bui­ten­lands dat ze spre­ken is: “Salz­burg?” en daar­bij ma­ken ze een be­we­ging als­of ze een auto­stuur vast­hou­den. Ge­luk­kig komt er in Novi Sad een fat­soen­lijk ge­zin bij, dat ook ‘scheef’ naar de twee kijkt. Eer­der had ik me al niet op het ge­mak ge­voeld, toen de con­duc­teur te­gen die twee mijn reis­be­stem­ming Istan­bul ver­tel­de.
Toen de politie de pas­sen con­tro­leer­de had ik ge­hoopt dat ze al­le twee, of min­stens één uit de trein ge­haald zou wor­den.
Toch vond ik het ook een be­scha­men­de ver­to­ning. De po­li­tie con­tro­leer­de ze­ker tien mi­nu­ten lang hun pas­poor­ten, ter­wijl zij zich als een kind zo rus­tig hiel­den.
Ik werd moe en be­gon te knik­ke­bol­len. Dus was ik blij dat in Novi Sad de be­we­gings­ruim­te in de coupé klei­ner werd, maar mijn per­soon­lij­ke be­we­gings­ruim­te gro­ter werd.
In Beograd stapt de hele han­del uit en krijg ik nieuwe me­de­rei­zi­gers. Een ou­de­re vrouw uit de om­ge­ving van Novi Sad, in de pro­vin­cie Voj­vo­di­na, die ook Duits spreekt. (Ze woont 18 km van de grens met Hon­ga­rije.) Een va­der met een doch­ter. Een meis­je en een jon­get­je. (Broer en zus.) Het meis­je is een en­gel­tje. Ik kan mijn ogen niet van haar af­hou­den. Soms lees ik en als ik op­kijk zie ik haar naar mij kij­ken. Ze heeft brui­ne ogen en don­ker­blond krul­lend haar. We kij­ken veel naar el­kaar, zon­der te blo­zen. Lang kij­ken we naar el­kaar en glim­la­chen. Zij is een won­der. Zij biedt koek­jes aan, aan de he­le coupé. Ik vraag haar of ze En­gels spreekt.
“A small”, zegt ze en we ver­tel­len een beet­je.
Ik lees het boek van Lonely Pla­net over Tur­kije. Zij be­kijkt de fo­to’s van Istan­bul. Ik ver­tel met haar in het En­gels en met be­hulp van de ou­de vrouw die tolkt tus­sen haar en mij in het Ser­vo-Kro­a­tisch en het Duits.
Op school is ze ver­plicht Rus­sisch te le­ren. Ik raad haar aan toch voor­al En­gels te le­ren. (Iets dat ze ken­ne­lijk zelf moet doen, want de school biedt daar geen pro­gram­ma voor aan.) “Want,” zeg ik, “met En­gels kun je wel in Rus­land te­recht, maar met Rus­sisch niet in En­ge­land.”
Haar Engels studie­boek keur ik af. Het is een soort ‘Hoe en wat’ in het En­gels, zon­der gram­ma­tica.
Zij is 17, heeft een vriend­je die bij een dans­groep zit en nu ver­plicht aan de kust moet dan­sen. Zij is op weg naar haar groot­ou­ders aan va­ders­kant in Pro­kup­lje. Zij komt uit Beo­grad. (Haar broer­tje is 13 jaar.) Zij is on­der de in­druk van mijn ta­len­ken­nis: Duits, Frans, En­gels, Ara­bisch.
In Niš stapt ze uit.
Ik reis verder met de an­de­re pas­sa­giers die eten en drin­ken met me de­len. Het brood (met vlees) is zo taai dat ik het niet weg­ge­werkt krijg (tij­dens mijn ver­de­re va­kan­tie zal ik nog va­ker zo’n brood moe­ten eten) en ik vraag of ik het tot la­ter mag be­wa­ren: dat is goed.
Als ze in Pirot uit­ge­stapt zijn, flik­ker ik het, als de ou­de even uit de coupé is, snel weg. (Naar bui­ten, zo­als ie­der­een hier doet.)
De oude vrouw deelt fruit en to­ma­ten met me en om­dat ik er niets te­gen­over kan stel­len, be­loof ik haar mijn blik­je li­mo­na­de, maar geef haar uit­ein­de­lijk mijn laat­ste Hon­gaar­se geld, te we­ten, ft. 573,5 (f. 13,50). Dus Hon­ga­rije kost­te 60 US$ rond. (f. 105,90.)
Zij vertelt een en an­der over haar leven. Zij is Kro­a­tische, die in Ser­vië woont. (Het en­gel­tje had haar ge­vraagd of Ser­visch was, zei ze. Ze had ge­ant­woord dat ze Joe­go­sla­visch was.)*(2)
Zij heet AD. Zij komt uit Som­bor, Voj­vo­di­na. Ze reist één keer per veer­tien da­gen naar Istan­bul, wat 240 Mark*(3) kost, om er kle­ren te ko­pen (par­tij­en van 300 stuks on­der­broe­ken, bij­voor­beeld) om die in Som­bor, in haar win­kel­tje te ver­ko­pen. Haar man en doch­ter zijn over­le­den. (Haar doch­ter één jaar en één dag ge­le­den.) Haar zoon zit zon­der werk thuis en krijgt per maand 1 Mark on­der­steu­ning. Zij moet wer­ken om te over­le­ven. Zij werk­te in Duits­land. In haar eer­ste hu­we­lijks­ja­ren wa­ren zij en haar man Do­nau­schip­pers.
Om 20.30 in Bul­ga­rije, dat is 21.30 Bul­gaar­se tijd.
Een tijdje spreekt zij met een jon­ge de­ser­teur uit Ko­so­vo die niet in het Joe­go­sla­vische le­ger wil vech­ten, maar nu heim­wee heeft. Toch kan hij niet te­rug, want wordt dan wel­licht ver­moord.

*1.
Interrail-ers rei­zen voor f. 570,00 dwars door Eu­ro­pa, Tur­kije en Ma­rok­ko, één maand lang. Zij ne­men bij voor­keur lan­ge trein­tra­jec­ten ’s nachts en spa­ren zo ho­tel­kos­ten. Het na­deel be­staat hier­uit: zij wil­len nie­mand in de cou­pé er­bij heb­ben en hou­den de deur dus ge­slo­ten. Zo is de kans om an­de­re men­sen te ont­moe­ten erg klein.
Wikipedia: Interrail/Geschiedenis.

Te­rug.

*2.
Ik kan me nog vaag her­in­ne­ren dat de ou­de­re vrouw ver­tel­de dat het meis­je (mijn ‘En­gel­tje‘) naar haar et­nische ach­ter­grond vroeg. Een eer­lijk ant­woord was in die ge­agi­teer­de tij­den van de bur­ger­oor­log ge­vaar­lijk. Aan haar naam kon men al zien dat zij een Kro­a­tische was en dus ook haar ge­loof: ka­tho­liek. Dat was van po­li­tiek be­lang. Vol­gens Wi­ki­pe­dia had Kro­a­tië zich al in 1991 van Joe­go­sla­vië af­ge­schei­den, dus voor Kro­a­ten in Ser­vië zal dat een las­tig ge­ge­ven zijn ge­weest.
Ondanks dat het meis­je dus een ‘Engeltje‘ was, kan ik mij (in 2017) niets meer van on­ze ont­moe­ting her­in­ne­ren. Ik her­in­ner me nog wel die ou­de­re vrouw.

Te­rug.

*3.
Duit­se Mark. Het wet­tig be­taal­mid­del in Duits­land tus­sen 1948 en 2002. Wi­ki­pe­dia.

Te­rug.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wi­ki­pe­dia. – Web.: overige bron­nen.
Hon­ga­rije:
GM., Wi.
Bu­da­pest:
GM., Wi.
Hos­tel Fel­vin­ci:
GM., Web.
Sta­tion Ke­le­ti:
GM., Wi.
Su­bo­ti­ca:
GM., Wi.
No­vi Sad:
GM., Wi.
Beo­grad:
GM., Wi.
Voj­vo­di­na:
GM., Wi.
Pro­kup­lje:
GM., Wi.
Niš:
GM., Wi.
Pi­rot:
GM., Wi.
Ser­vië:
GM., Wi.
Som­bor:
GM., Wi.
Kro­a­tië:
GM., Wi.
Bul­gaar­se grens:
GM., Web.
Ko­so­vo:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chronologisch overzicht Orient Express 1992.

15 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7473) Ik ver­blijf in Bu­da­pest in hos­tel Fel­vin­ci út 8. De­ze stad is een tus­sen­stop tij­dens mijn reis naar Sy­rië. Van­daag be­zoek ik een deel van de stad: het park Vá­ros­li­get en zie daar dat oude men­sen in de bos­jes neu­ken. Ver­der be­won­der ik het vrou­we­lijk schoon. – ’s Avonds ga ik eten in het­zelf­de ve­ge­ta­risch res­tau­rant waar ik eer­gisteren ook al at. Daar­na re­ken ik af in het hos­tel. – Ik schrijf ook nog iets over de man­nen in Bu­da­pest.

MenuIndex en het einde.

Woensdag, 15 juli 1992.
Budapest.
Op 8.00 uur. (Of was het 9.00 uur?)
Douche.
Stad in. Veel lopen. Tot 12.00 uur niets ge­dron­ken. Dan op een ter­ras drie cola: 120 forint (ft). (To­taal f. 2,85.)
Water en bood­schap­pen. (Onder an­de­re brood en kaas.)
Weer 20 US$ ge­wis­seld: ft. 1.500.
Ik loop naar het park Vá­ros­li­get aan het eind van de An­drás­sy út, waar in de bos­jes oude men­sen neu­ken, een meis­je in strak­ke leg­ging op een bank­je zit. (Wacht zij op een klant?) Ik blijf naar haar zit­ten kij­ken. Na een poos­je gaat ze weg. Ik ga in de scha­duw zit­ten en vóór mij landt een am­bu­lan­ce­he­li­kop­ter. De zie­ke loopt zelf naar de au­to­am­bu­lan­ce.
Ik neem de metro te­rug de stad in, want lo­pen is net iets te ver: ft. 18. (f. 0,42.)
In het cen­trum zit ik meer dan een uur. (On­der an­de­re naast een mooie jon­ge vrouw.)
Vanaf het plein loop ik naar het ve­ge­ta­risch res­tau­rant, waar ik voor ft. 555 eet.
Ik rekende af in het hos­tel. Ze had­den slecht nieuws. De prijs was ver­hoogd van 480 naar ft. 500. Dit ac­cep­teer­de ik niet. (We­gens het prin­ci­pe dat ze me dit van­mor­gen, toen ik met één dag ver­lengd had, me daar niets van ver­teld had­den.)
Zonder blikken of blo­zen schrijft ze mijn re­ke­ning uit. Voor drie nach­ten is ft. 1.440.
Douche.
Sinds de diar­ree, dins­dag­och­tend, drie pil­len Imo­dium ge­slikt en sinds toen niet meer naar de WC ge­weest.
Ik liep zo­veel in Bu­da­pest dat op bei­de voe­ten gro­te bla­ren zit­ten, die ik ka­pot steek. Bei­de gro­te te­nen: bloed­uit­stor­tin­gen.
Mijn rode gym­pies zijn met sok­ken aan te klein. (Pas in Zuid-Tur­kije of in Sy­rië ge­bruik ik ze zon­der pro­ble­men zon­der sok­ken.)
Mannen in Hon­ga­rije zijn vrij­wel al­le­maal on­ver­zorgd. Veel te dik of veel te ma­ger. We­gens (ge­mak­ke­lijk ver­krijg­ba­re) drank.
De vrouwen zijn vrij­wel allemaal knap en sexy.
Weer: veel be­wol­king, veel wind, maar ook veel zon.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wikipedia. – Web.: overige bronnen.
Hon­ga­rije:
GM., Wi.
Bu­da­pest:
GM., Wi.
Hos­tel Fel­vin­ci:
GM., Web.
park Városliget:
GM., Wi.
Andrássy út:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chronologisch overzicht Orient Express 1992.

14 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7472) Ik ver­blijf sinds gis­te­ren in Bu­da­pest in hos­tel Fel­vin­ci út 8. Bu­da­pest is een tus­sen­stop tij­dens mijn reis naar Sy­rië. Van­daag be­zoek ik een deel van de stad: Mar­gits­zi­get (Mar­gits-ei­land) en be­won­der daar het sexy vrou­we­lijk schoon.

MenuIndex en het einde.

Dinsdag, 14 juli 1992.
Budapest.
Om 8.30 opstaan.
Douche: een zeer knap­pe Ame­ri­kaan, naakt.
Circa 9.15 de stad in. Ei­gen­lijk een vlucht. De an­de­ren (van gis­te­ren­avond) wil­len naar een zwem­bad of Turks bad. Ik voel daar niets voor. Ik be­zoek het hele Mar­git-eiland en zit veel op de bankjes. Veel sexy mei­den, wei­nig sexy man­nen.
Een fles wa­ter kost 56 forint (ft). (f. 1,30) Ik koop voor 20 US$: ft. 1.498. Ook koop ik The Guar­dian [krant].
Kaas en brood ge­kocht.
Toilet kost 5 ft.: f. 0,12.
De meeste vrouwen zijn erg sexy. Ze lo­pen vrij­wel al­le­maal in su­per kor­te rok­jes. Kor­ter kan niet. Of in leg­ging met niets er­on­der, zo­dat al­les dui­de­lijk te zien is. Al­le­maal, jong en oud, lo­pen zon­der Bh. De te­pels dui­de­lijk zicht­baar heen en weer wie­gend on­der de dun­ne stof­fen bloes­jes.
Mooie mannen zijn er niet zo­veel.
Rond 17.00 in het Hos­tel de fi­nan­ciën be­re­ke­nen. Nog over: ft. 1.697,5. Dus in twee da­gen ft. 1.300,5 (f. 30,60) uit­ge­ge­ven.
In een piz­za­res­tau­rant be­stel­de ik een me­dium size piz­za. Dat was veel te groot. Al na één stuk had ik ge­noeg, maar ik wil­de me niet la­ten ken­nen on­der al de­ze ver­won­der­de blik­ken, dus at ik hem voor 70% op. De be­die­ning bestaat uit leu­ke meis­jes. Eén er­van is super sexy.
In het hos­tel blijkt de groep van gis­te­ren­avond weer sa­men te gaan eten. Plicht­ma­tig komt men mij vra­gen. Ik wei­ger en er wordt niet aan­ge­dron­gen. Ik vind het goed zo.
In bed lig­gen sla­pen. Re­gel­matig wak­ker.
De kamer is bijna vol. (Ook Anne uit Ita­lië, als eni­ge vrouw, slaapt op on­ze ka­mer. Als zij in bed ligt, moet de deur dicht, van­we­ge het licht. Als ze rond­wan­delt, laat ze hem stee­vast open­staan!)


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wikipedia. – Web.: overige bronnen.
Hon­ga­rije:
GM., Wi.
Bu­da­pest:
GM., Wi.
Hos­tel Fel­vin­ci:
GM., Web.
Mar­git Ei­land:
GM., Wi.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chronologisch overzicht Orient Express 1992.

13 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7471) Ik ben van­uit Am­ster­dam per trein on­der­weg naar mijn uit­ein­de­lij­ke va­kan­tie­be­stem­ming: Syrië, maar ga eerst een paar da­gen in Bu­da­pest do­len. – In de trein ont­moet ik de aar­di­ge Ita­li­aan­se Anne en in een hos­tel men­sen uit de he­le we­reld.

MenuIndex en het einde.

Maandag, 13 juli 1992.
Naar Budapest.
Opstaan met een ‘ge­bro­ken’ rug.
Circa 11.00 uur in We­nen. De NS [Ne­der­land­se Spoor­we­gen] ver­kocht mij een kaar­tje via Salz­burg, de trein reed ech­ter via Re­gens­burg. (Een to­taal an­de­re rou­te.) Vol­gens de Duit­se con­duc­tri­ce moest ik in Mün­chen over­stap­pen. Ik ging uit van eind­be­stem­ming We­nen en die was juist. De con­duc­teur in Oos­ten­rijk zag niets of deed als­of hij niets zag, maar vol­gens het bil­jet zat ik in de ver­keer­de trein. De NS had me een ver­keerd bil­jet ver­kocht.
In Wenen neem ik de trein naar Bu­da­pest. Nu word ik voor het eerst ge­con­fron­teerd met ar­moede.
De wagons [rij­tui­gen] zijn sme­rig en slecht on­der­hou­den. Een he­le te­gen­stel­ling met de trein uit Am­ster­dam.
Op het per­ron lo­pen en­ke­le leu­ke En­gel­se kna­pen.
In de trein zit de wat duf­fe en kla­gen­de, poets­zie­ke An­ne uit Flo­ren­ce. We spre­ken veel met el­kaar, maar pas­sen niet goed bij el­kaar, we­gens ver­schil in ka­rak­ter. Toch denk ik er­over haar te neu­ken, als ik de kans zou krij­gen. La­ter zie ik er­van af om een be­te­re re­la­tie met haar pro­be­ren op te bou­wen.
Ze is der­tig, maar ziet er veel ou­der uit en ‘denkt’ ook veel ‘ou­der’. Con­ser­va­tief.
Ze zeurt wat. Ze loopt in een spij­ker­jas­je en een veel te gro­te ka­ki kor­te broek. Haar krul­let­jes­haar net­jes ver­zorgd.
In Hongarije wil de po­li­tie de ba­ga­ge con­tro­le­ren in de trein. Hij vraagt waar we van­daan ko­men: “Hol­land? Duits­land?”
Anne zegt: “Ita­lië.”
Dan zegt hij: “Ok.” En gaat weg.
Circa 16.00 uur in Bu­da­pest Ke­le­ti Sta­tion. Ron­se­laars van ‘Jeugd­her­ber­gen’ prij­zen ons een ‘Jeugd­her­berg’ aan. Ik neem de mid­del­prijs. An­ne ook. An­ne prijst de or­ga­ni­sa­tie we­gens haar gra­tis ver­voer. Zij is kin­der­lijk.
De Jeugdherberg is na­tuur­lijk geen ech­te jeugd­her­berg, maar iets on­dui­de­lijks, par­ti­cu­liers. Fel­vin­ci Jeugd­her­berg: Fel­vin­ci út 8. 480 forint per nacht. (f. 11,30.)
De receptioniste (sexy) spreekt al­leen Duits en Hon­gaars en zegt er pas een uur te wer­ken. Ze weet niets en ik tolk in Duits en En­gels met Span­jaar­den.
Zij biedt me een kamer al­leen aan, wat ik wei­ger, want ik wil niet ge­ïso­leerd lig­gen. (La­ter denk ik dat ik had moe­ten zeg­gen: “Ja, als Sie mit mir dort schla­fen.”, maar zo ad rem was / ben ik niet.)
Een Ame­ri­kaan zegt dat er een au­to­maat bij een bank is, waar ik dol­lar­bil­jet­ten voor Hon­gaars geld kan wis­se­len. Ik kan dat ding niet vin­den, maar la­ter, als hij met een groep­je de stad in loopt, wijst hij mij de plaats. Het is een au­to­maat waar wel twaalf pa­pier­geld­soor­ten ge­wis­seld kun­nen wor­den. Voor een bil­jet van 20 US$ krijg ik 1.500 forint (ft). Ik be­taal­de voor 20 US$ (zon­der pro­vi­sie) f. 35,30. Dus 1 ft. is f. 0,024 is 2,5 cent. Al­le be­dra­gen in forint moe­ten dus door 42,5 ge­deeld wor­den.
Douche.
Meegebracht brood eten.
In de hal maak ik kennis met Ame­ri­ka­nen, Ie­ren, een Aus­tra­liër en Zwe­den.
We gaan in een ve­ge­ta­risch res­tau­rant eten. (Zwart rij­den in bus en tram.)
Vegetarium, 1056 Bu­da­pest. Cu­kar ut­ca 3. Ma­na­ger Gé­za Ma­da­ras. On­danks de in­druk­wek­ken­de me­nu­kaart in het Frans, scheen er niet veel va­ri­a­tie. Toch smaakt het eten niet slecht. Ik zat te­gen­over de Zweed­se, met een on­uit­spreek­ba­re naam. Ik was al spoe­dig ver­liefd op haar. We had­den een beet­je de­zelf­de in­te­res­se. Zij wil li­te­ra­tuur gaan stu­de­ren. Haar lang­ha­ri­ge vriend is bouw­vak­ker.
Haar broer die aan de uni­ver­si­teit(?) voor be­jaar­den­ver­zor­ger ge­stu­deerd had, werd, naar­ma­te hij meer dronk, steeds luid­ruch­ti­ger en ver­tel­de steeds min­der in­te­res­san­te ver­ha­len.
Na het restaurant, kos­ten 420 ft. (f. 9,80 met 0,5 liter bier) deelt de groep zich in twee­ën. De drie Zwe­den, de Ame­ri­kaan­se en ik (om­dat de mooie Zweed­se er­bij is, ga ik mee) gaan op zoek naar en Jazz Club. We lo­pen cir­ca één uur om die te vin­den en ik drink er één pils. De Zwe­den en de Ame­ri­kaan­se la­ten zich vol­lo­pen met Jä­ger­meis­ter in com­bi­na­tie met pils. De Ame­ri­kaan­se en de aca­de­mische be­jaar­den­ver­zor­ger wor­den lad­der­zat. De Zweed­se ge­lief­den la­ten van dron­ken­schap niets blij­ken.
Na 03.00 uur was ik bij­na, om­wil­le van de Zweed­se een nacht­club van 1.500 ft. (f. 35,30) en­tree bin­nen­ge­gaan, maar de an­de­ren wil­len dit niet be­ta­len. (Ge­luk­kig.)
Bed 04.00 uur.
Ik heb last van niet-erns­ti­ge di­ar­ree.
Weer in Bu­da­pest: re­gen­achtig, maar niet koud.
In de trein tussen We­nen en Bu­da­pest was er een dik­ke jon­ge vrouw, die mij leuk vond. Ik vond haar zus­ter (doch­ter?) aan­trek­ke­lijk.


Meer informatie.

GM.: Google Maps. – Wi.: Wikipedia. – Web.: overige bronnen.
Hon­ga­rije:
GM., Wi.
Bu­da­pest:
GM., Wi.
Sta­tion Ke­le­ti:
GM., Wi.
Hos­tel Fel­vin­ci:
GM., Web.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chronologisch overzicht Orient Express 1992.

12 juli 1992

1992 – 2017: vijf­en­twin­tig jaar ge­le­den

Orient Express

Mijn eer­ste reis naar het Mid­den-Oos­ten

Dagboek 1992

(Dag 7470) Ik woon in Lei­den. – Van­avond ver­trek ik voor een va­kan­tie­reis naar Sy­rië. Ik stap in Am­ster­dam op de trein.

MenuIndex en het einde.

Zondag, 12 juli 1992.
Begin van een (lan­ge) va­kan­tie.
Op 9.30 uur. Enigs­zins ze­nuw­ach­tig.
Ik maak de laat­ste spul­len reis­klaar. We­gens ze­nu­wen heb ik een beet­je last van diar­ree.
Het is nu 14.30 uur. Ik moet de tijd do­den tot cir­ca 18.00 uur.
Ik was van plan ge­weest de­ze drie voor­laat­ste va­kan­tie­dagen thuis te ko­ken. Dat deed ik twee keer, maar voor van­daag heb ik daar geen zin in en gooi­de de groen­te weg. Ik eet brood.
Weer: van­mor­gen on­weer. Nu, tussen de bui­en door, zon.
Ik hoop dat ik tij­dens de­ze va­kan­tie krijg wat ik wil: gro­te­re ken­nis van het ‘ge­spro­ken’ MSA. [Mo­dern Stan­daard Ara­bisch.] Ook hoop leuke / mooie men­sen te ont­moe­ten

Om de tijd te ver­drij­ven kijk ik naar een speel­film ‘1001 nacht’ (er is nau­we­lijks Ara­bische sfeer) uit 1942 waar de su­per­se­xy Sabu in mee­speelt.
Brood eten.
Pa en Ma bel­len.
Nu circa 17.15 uur. Over drie kwar­tier ga ik met de bus naar het sta­tion.
Trein­reis­plan: Am­ster­dam CS. We­nen, Bu­da­pest, een ver­blijf van en­ke­le da­gen.
Dan Bel­gra­do, So­fia, Is­tan­bul, weer een ver­blijf van en­ke­le da­gen.
Dan in en­ke­le da­gen door Tur­kije en cir­ca 29 juli bij de Bab al-Ha­wa (bij Alep­po) in Sy­rië. Een week­je of vier in Sy­rië en te­rug via … (Grie­ken­land, Ita­lië of Bul­ga­rije, Ser­vië, Hon­ga­rije enz. Een en an­der af­han­ke­lijk van de ont­wik­ke­lin­gen in Joe­go­sla­vië.) [Bur­ger­oor­log, daar.]
Bij vertrek: f. 115,00 [en] 300 US$ con­tant. Veer­tien Tra­vel­ler­che­ques van 50 US$. 2.000 Turk­se Li­ra en 17 Bul­gaar­se Lev (van NvB. ge­kre­gen) en vier Gi­ro­be­taal­kaar­ten.
Mee­ge­no­men geld­waar­de in gul­dens: f. 1.866 plus vier Gi­ro­be­taal­kaar­ten, plus 17 Bul­gaar­se Lev.
Treinreis (tot Istanbul) kost: f. 523,90.

Vakantie 92: Tur­kije en Sy­rië.
Voor het ver­trek heb ik lich­te diar­ree, mis­schien door de ze­nu­wen.
Ik neem de trein. En­kel Am­ster­dam: f. 7,50. In de trein be­gint een Ame­ri­kaan een ge­sprek met me, maar door het la­waai in de­ze (por­taal) trein­hal en zijn on­ver­staan­baar ge­brab­bel kan ik niet veel ver­staan.
Amsterdam rond 19.00 uur. Zwij­gend wach­ten op de trein.
Sexy jon­gens en meis­jes be­kij­ken.
De trein komt om 20.30 uur. Di­rect een goe­de plaats.
In mijn coupé komt een leu­ke Duit­se uit Wup­per­tal. Zij wil ro­ken en gaat na Utrecht in een an­de­re (ro­kers-)cou­pé zit­ten.
In Utrecht ko­men M. en haar vriend JM. Zij is heel spon­taan en we heb­ben di­rect goed con­tact. Wij (zij en ik) heb­ben de­zelf­de soort gym­pies en dat is een leu­ke aan­lei­ding om een ge­sprek te be­gin­nen. Zij zijn In­ter­rail-ers en dat blijkt na­de­lig.
Interrail-ers rei­zen voor f. 570,00 dwars door Eu­ro­pa, Tur­kije en Ma­rok­ko, één maand lang. Zij ne­men bij voor­keur lan­ge trein­tra­jec­ten ’s nachts en spa­ren zo ho­tel­kos­ten. Het na­deel be­staat hier­uit: zij wil­len nie­mand in de cou­pé er­bij heb­ben en hou­den de deur dus ge­slo­ten. Zo is de kans om an­de­re men­sen te ont­moe­ten erg klein.
Van de ban­ken kun­nen bed­den wor­den ge­maakt, dus al di­rect na de Duit­se grens gaan we sla­pen.
Redelijk goed sla­pen.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex.
Over­zicht 1972-1990.
Chronologisch overzicht Orient Express 1992.

Spoorwegongeluk op de Maasbrug

Locomotief
De locomotief van de verongelukte trein.

MenuEinde.

Dinsdag, 31 mei 1966

Pre-dag­boek: de Pink­ster­va­kan­tie 1966 had ik door­ge­bracht bij mijn ge­lief­de oom Tjit­te, een ech­te kin­der­vriend, die in het Frie­se Ak­krum woon­de. Ik was op weg naar huis en zat in de trein tus­sen Ut­recht en Maas­tricht in het voor­ste rij­tuig di­rect ach­ter de lo­co­mo­tief, he­le­maal voor­aan, de voor­ste cou­pé.
In die tijd had­den de per­so­nen­rij­tuig­en aan het begin / ein­de, twee cou­pés met acht (of zes?) zit­plaat­sen. Van­af het bal­kon, daar waar de in­gangs­deu­ren van de wa­gen wa­ren, liep een smal gang­pad aan de zij­kant naar bei­de cou­pés en el­ke cou­pé kon af­ge­slo­ten wor­den met een schuif­deur. Tus­sen bei­de bal­kons (be­gin / ein­de van het rij­tuig) met de toe­gangs­deu­ren van de wa­gen, was het ge­deel­te met meer­de­re zit­plaat­sen.
Vlak voor de brug over de Maas bij He­del, na­bij ’s Her­to­gen­bosch / Den Bosch ging de trein door een wis­sel, want op de brug lag en­kel­spoor, maar er­voor en er­na dub­bel­spoor.
In de voorste cou­pé zat ik naast het raam, met mijn rug in de rij­rich­ting van de trein, dus zuid­waarts. In de cou­pé zat, be­hal­ve ik, nog een jon­ge va­der en moe­der, met twee of drie kin­de­ren en nog meer pas­sa­giers.
Op het moment dat ons rij­tuig door de wis­sel ging hoor­den we on­der on­ze zit­plaat­sen een heel har­de klap en ver­vol­gens hob­bel­den we over de brug. Er was ver­moe­de­lijk een as ge­bro­ken en de wie­len ‘hup­pel­den’ over de biel­sen / dwars­lig­gers. De trein rem­de heel sterk af.
Op alle(?) Ne­der­land­se brug­gen ligt naast de rails, aan de bin­nen­zij­de nog een paar rails. On­ze ont­spoor­de wa­gen bleef tus­sen die ex­tra rail en de ei­gen­lij­ke rail han­gen, (als die vei­lig­heids­rails er niet wa­ren ge­weest was ons rij­tuig ze­ker door de brug­pij­lers heen ge­bro­ken en in de Maas ge­stort) maar toen we over de burg wa­ren en die vei­lig­heids­rails op­hiel­den, trok on­ze wa­gen de lo­co­mo­tief uit de rails. Langs het raam waar ik zat schoof de mod­der voor­bij en we kwa­men er steeds die­per in te­recht. De va­der riep kalm, maar luid en dui­de­lijk: “Geen pa­niek, geen pa­niek!”
Toen alles stil­lag heb ik het raam open­ge­draaid (in die tijd wa­ren er bij al­le zit­plaat­sen ramen die je om­hoog of om­laag kon draai­en) en ben door het raam naar bui­ten ge­kro­pen.
Op de spoor­dijk heb­ben we ge­wacht op het ver­de­re ver­loop van de ge­beur­te­nis­sen. Aan de voet van de dijk lag het chauf­feurs­ca­fé Treu­ren­burg en daar wa­ren veel kij­kers. Op den duur heb ik een lift ge­kre­gen naar Den Bosch, sa­men met een an­de­re pas­sa­gier, een ou­de­re man. Al­thans veel ou­der dan ik, want ik was toen vijf­tien jaar. Ook meen ik dat er een zwan­ge­re vrouw mee­reed.
Ik had dit tra­ject al ve­le ja­ren al­leen af­ge­legd, wan­neer ik naar mijn oom op be­zoek ging. In mijn her­in­ne­ring zelfs van­af mijn ze­ven­de jaar, maar ik weet niet meer of dat wel klopt. Het ge­heu­gen van de mens is on­be­trouw­baar.
Ik heb bij dit on­ge­luk geen li­cha­me­lijk let­sel op­ge­lo­pen, maar ik schrok nog ja­ren­lang wan­neer een trein met veel la­waai door een wis­sel ging. In die zin was er spra­ke van een trau­ma­tische er­va­ring.
In mijn her­in­ne­ring ge­beur­de er nog een bij­na on­ge­luk op het tra­ject tus­sen Den Bosch en Maas­tricht, toen een goe­de­ren­trein zo dicht bij on­ze trein kwam, dat de klink van een van de deu­ren er­af werd ge­re­den. (De deu­ren had­den toen nog klin­ken aan de bui­ten­kant.) Ver­moe­de­lijk is dat niet op 31 mei ge­beurd, maar zo is het wel in mijn her­in­ne­ring blij­ven ‘han­gen’. Het ge­heu­gen van de mens is on­be­trouw­baar.
Wel heb ik te­gen­woor­dig nog steeds lich­te angst wan­neer twee trei­nen vlak naast el­kaar rij­den, zo­als dat ge­re­geld ge­beurt. Ove­ri­gens hou ik van trein­rei­zen en doe het heel vaak en met veel ple­zier, voor­al om­dat je er al­tijd in­te­res­san­te men­sen ont­moet, uit al­ler­lei wind­stre­ken, taal­ge­bie­den of cul­tu­ren.

MenuBegin.

Fo­to’s uit de col­lec­tie van het Ge­heu­gen van Ne­der­land.

01.) Fotograaf Dick Coersen: 31 mei 1966.
02.) Fotograaf Dick Coersen: 31 mei 1966.
03.) Fotograaf Dick Coersen: 31 mei 1966.
04.) Fotograaf Dick Coersen: 31 mei 1966.
05.) Fotograaf Dick Coersen: 31 mei 1966.
06.) Fotograaf Dick Coersen: 31 mei 1966.
07.) Fotograaf Dick Coersen: 31 mei 1966.
08.) Fotograaf Ruud Hoff: 31 mei 1966.
09.) Fotograaf Ruud Hoff: 31 mei 1966.
10.) Fotograaf Ruud Hoff: 31 mei 1966.
11.) Fotograaf Ruud Hoff: 31 mei 1966.
12.) Fotograaf Ruud Hoff: 31 mei 1966.
13.) Fotograaf Ruud Hoff: 31 mei 1966.
14.) Fotograaf Jacques Klok: 6 juni 1966.

Be­gin van de tekst.

Drie dag­bla­den van 1 juni 1966.

15.) Brabants Dagblad: 1 juni 1966, voorpagina, met transcriptie van de tekst.
16.) Brabants Dagblad: 1 juni 1966, pagina 3, met transcriptie van de tekst.
17.) De Nieuwe Limburger: 1 juni 1966, voorpagina.
18.) Het Vrije Volk 1 juni: 1966, voorpagina.

Be­gin van de tekst.


Me­nu.

10 oktober 1976

Dagboek 1976

(Dag 1716) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko ge­weest. We zijn op de te­rug­weg en zit­ten in de trein in Frank­rijk en la­ter in Bel­gië. Vroeg in de mid­dag ko­men we in Maas­tricht aan, waar we bei­den wo­nen. – Aan­slui­tend aan deze dag volgt het va­kan­tie­over­zicht, zo­als ik dat enige da­gen na thuis­komst schreef. Ik schrijf daar­in nog­al uit­ge­breid over de ver­stand­hou­ding tus­sen Cees en mij ge­du­ren­de de af­ge­lo­pen vier we­ken. – Ik word in dat ver­slag ook een beet­je een ko­lo­ni­aal, die de ‘zwar­te’ wil on­der­wij­zen door hem te la­ten zien wat gods­dienst met de mens doet.

MenuIndex en het einde.
Vakantieoverzicht.

Zondag, 10 oktober 1976.
In Hen­da­ye: we rij­den weg. Ik met een leeg hart, want ik had niet eens af­scheid van Si­mon kun­nen ne­men.
Er staan men­sen in de gang voor een cou­pé en die slechts door twee per­so­nen ge­re­ser­veerd is en toch af­ge­slo­ten is. Met mijn punt­tang maak ik die open en spreek met de nieuwe ‘be­wo­ners’ af dat ze niets we­ten. Ik ver­tel even met een Ma­rok­kaan die ook in die cou­pé gaat.
’s Nachts staan er Span­jaar­den luid op de gang te zin­gen. Ze moe­ten van de con­duc­teur een cou­pé zoe­ken. Drie ko­men bij ons erbij en ze zijn zo snug­ger om na ver­loop van tijd het licht uit te doen.
’s Nachts krijg ik het koud en neem me voor: ‘Hou dat vol tot­dat je in Pa­rijs bent,’ maar ik heb toch de re­gen­jas ge­pakt en hier­na met het hoofd voor­over op de ‘eet­tafel’ warm en goed ge­sla­pen.
Bij dag­licht zijn we in Pa­rijs en de Span­jaar­den staan weer op de gang te zin­gen.
We stap­pen uit, de Zweed­se meis­jes blij­ven op Ga­re d’Aus­ter­litz. We ne­men af­scheid.
Si­mon heb ik niet meer ge­zien.
Wij ver­vol­gen on­ze reis met de bus naar het Ga­re du Nord waar we lang op de vol­gen­de trein moe­ten wach­ten. Op het ter­ras van een ca­fé drin­ken we kof­fie en eten brood­jes en ons ei­gen brood. Een du­re zaak is het.
Ook in Pa­rijs zijn mooie boys.
Als we in het sta­tion lo­pen ziet Cees een trein aan­ge­ge­ven die er ’s mor­gens nog niet stond: 10.27 uur. De­ze gaat naar Brus­sel en ver­trekt over 2 mi­nu­ten.
We stap­pen in de laat­ste wa­gon in en rei­zen naar Brus­sel, Luik en ver­vol­gens Maas­tricht. Om 14.12 uur zijn we in Maas­tricht. We gaan met de ta­xi naar huis, voor f. 5,00 in­clu­sief fooi.
We we­gen on­ze rug­zak­ken. De mij­ne weegt 30 kg. Die van Cees 20 kg, maar daar moe­ten nog wat etens­spul­len bij, een kilo of 3 of 4. Zodat de last van Cees goed is voor cir­ca 24 ki­lo­gram.
Af­ge­val­len ben ik slechts wei­nig.
We no­di­gen Jaap uit voor een kop qah­wa ha­lib [kof­fie ver­keerd] en ver­tel­len wat. We ge­ven hem het muts­je en een over­ge­houden fles­je Spaans bier.
Jan G. komt en voor hem maak ik een ver­slag­je, geef hem het kan­ten muts­je en spreek voor don­der­dag­avond een groot ver­slag af.
Te­gen 19.00 uur bel ik Pa en Ma en maak een af­spraak voor dins­dag­avond.
Ik wil dou­chen, [die is op de der­de ver­die­ping] maar kan de stan­daard plas­tic zak niet vin­den: een Ta­lens-zak. Sinds Mi­li­tai­re Dienst ge­bruik ik vrij­wel niet an­ders dan Ta­lens-zak­ken om mijn dou­che­spul­len in te doen en nu is die weg. Ik ben woe­dend. (Waar­schijn­lijk door ver­moeid­heid) Ik trek al­les uit dat vak van de kast en vind hem niet. Ik stop al­les er weer in. Ma heeft op­ge­ruimd, maar ze heeft goed op­ge­ruimd, zelfs de fles­jes Trap­pist heeft ze af­ge­stoft en het gas­stel en de ijs­kast goed schoon ge­maakt.
Ik ga zon­der die zak dou­chen en (uiter­aard) dat gaat net zo goed.
Tegen 23.00 uur ga ik op bed, na al­les uit­ge­pakt te heb­ben.
Weer: tot voor Pa­rijs mis­tig, la­ter zon­nig.

Me­nuBe­ginIndex en einde.
Hoofd­indexOver­zicht 1972-1990.
Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

Va­kan­tie­over­zicht: vier we­ken in Ma­rok­ko.

Toen Cees één week voor­dat ik naar Ma­rok­ko zou gaan, be­sloot om ook mee te gaan voel­de ik dat als:
1.) Een op­luch­ting. Ik zou me vrij­er voe­len in mijn han­de­len en ik zou me ge­rug­ge­steund voe­len in mijn op­tre­den, want ik had de laat­ste tijd toch wel eens va­ker het ge­voel: ‘Hans, waar be­gin je aan?’
Zowel Pa, Ma als Opa en Jan G. voel­den zich ook erg op­ge­lucht.
2.) Als een be­las­ting in de vrij­heid van mijn han­de­len, door Cees, die een over­heer­sen­de rol zou wil­len spe­len.
Dit laat­ste, wat ik ook al op de dag Mar­ra­kesh – Ouar­za­za­te (22 sep­tem­ber) heb om­schre­ven, is soms een te gro­te be­las­ting voor mij ge­weest.
Toen ik in 1974 met Wil­lem J. naar Lon­den ben ge­weest, zijn we twee keer een paar uur uit el­kaar ge­weest, om­dat ik het soms moei­lijk had en erg krie­be­lig werd.
Bij Cees heb ik niet zo’n schei­ding ge­maakt, om­dat hij ner­gens heen kan, want er is nie­mand die hem kan ver­staan en hij kan nie­mand ver­staan.
Dit sa­men­zijn van vier we­ken met een Cees die een over­heer­sen­de rol wil­de spe­len en speel­de is voor mij per­soon­lijk soms te veel van het goe­de(?) ge­weest: dat leid­de tot span­nin­gen voor mij­zelf in Mar­ra­kesh en Al­ge­ci­ras.
In Al­ge­ci­ras, toen we niet ver van el­kaar zaten en hij zijn mond dicht hield, een half uur lang, dat was een he­le op­luch­ting.
In de trein van Hen­da­ye naar Pa­rijs, ’s nachts had hij weer een be­moe­de­ren­de op­mer­king en ik heb hem toen ge­zegd dat dit me de he­le reis ge­stoord had, dat be­moe­de­ren. De­ze op­mer­king was veel te laat en had op de eer­ste dag in plaats van op de laat­ste dag ge­zegd [ge­maakt] moe­ten wor­den.
In Mek­nes, bij het de twee­de be­zoek, had ik hem ge­zegd dat ik vond dat het goed ging met ons twee­ën en het ging be­ter als in Lon­den, maar over dat be­moe­de­ren heb ik ex­pres niet ge­spro­ken om geen ex­tra span­nin­gen tus­sen ons twee­ën op te wer­pen. Iets wat ik niet meer zal wil­len ver­dra­gen.
Ach­ter­af ge­zien zijn mijn span­nin­gen in Mar­ra­kesh en Al­ge­ci­ras goed te ver­kla­ren. Op die mo­men­ten dat ze er wa­ren, zag ik die zelf niet en Jan G. heeft me er pas don­der­dag 14 ok­to­ber op re­la­tie ge­we­zen: het do­mi­nan­te ge­drag van Cees en mijn span­nin­gen.
Ik ben blij dat Cees is mee­ge­gaan, maar ik heb me door hem ook ont­zet­tend ge­remd ge­voeld, om­dat hij al­les moet we­ten en vre­se­lijk nieuws­gie­rig is en als ik zelf wat te ber­de bracht was zijn re­ac­tie: “Zoek het maar uit.” Dat grief­de mij tel­kens weer.
Een vol­gen­de keer wil hij weer mee. Hij wil Frans le­ren en dus he­le­maal on­af­han­ke­lijk zijn. Dan kan ik ook eens zeg­gen: “Je zoekt het maar uit.”
Hij wil­de soms din­gen ge­re­geld heb­ben, die ik dan met mijn ge­brek­kig Frans moest voor el­kaar zien te krij­gen, zo­als een taxi van Tinj­dad naar Er­foud en ach­ter­af wil­de hij niet be­grij­pen waar­om dat niet ging en zei: “Vraag dan waar­om?” Ik re­a­geer­de daar niet meer op.
Soms, al in de eers­te week dacht ik: ‘Nog drie we­ken met Cees, ont­zet­tend,’ en vaak was ik blij dat er een dag om was en dat we dich­ter­bij ‘het-naar-huis-gaan‘ waren. Niet om het land Ma­rok­ko, maar om de be­moei­zucht van Cees wil­de ik naar huis. Dat was de enige mo­ge­lijk­heid om hem een poos­je kwijt te zijn en ik heb me al voor­ge­nomen om maan­dag 11 ok­to­ber ver­lof op te ne­men en dat dan de laat­ste dag te la­ten zijn waar­op ik voor­lo­pig met hem op­trek.
Soms dacht ik ver­lan­gend te­rug aan die dag in be­gin au­gus­tus waar­op ik bij IJ­ze­ren in het gras van de zon en de stil­te had zit­ten ge­nie­ten, iets wat ik in Ma­rok­ko niet heb mee­ge­maakt: stil­te.
Toen ik in Al­ge­ci­ras was, wil­de ik snel naar huis, maar toen dat niet bleek te gaan, was ik er ‘ka­pot’ van.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ra­ma­dan, een ide­a­le tijd om te rei­zen en ook niet, na­tuur­lijk. In de bus­sen geen rook, want zelfs ket­ting­ro­kers ro­ken de he­le dag niet. Som­mi­ge men­sen zijn wel een beet­je krib­big, zo­als in de bus naar Ouar­za­za­te, toen uit het ba­ga­ge­rek een tasje naar be­ne­den viel bo­ven op een jon­gen. Die gooi­de het snel naar ach­te­ren en de man ach­ter hem gooi­de het agres­sief weer te­rug naar vo­ren. Er vie­len har­de woor­den, maar een minuut la­ter werd er weer ge­la­chen.
Als we aten, bo­den we on­ze ver­ont­schul­di­gin­gen aan, want de soms hon­ge­rige ogen de­den je de trek ver­gaan en ze zei­den dan dat we rus­tig kon­den eten, want Ra­ma­dan gold slechts voor mos­lims. Vaak lie­ten we het eten en drin­ken ook, wat voor ons ook niet mee­viel om­dat we ’s nachts ook niet ge­ge­ten had­den, maar zo erg moei­lijk was het ook niet.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Meer dan veer­tig li­ter mi­ne­raal­water heb­ben we ge­dron­ken: Si­di Ha­ra­zem in plas­tic fles­sen van 1,5 li­ter. Er zit smaak noch reuk aan en het is zon­der kool­zuur­gas.
Het is be­ter dan kraan­wa­ter, wat nog wel eens naar chloor ruikt en in Tin­ghir in Ho­tel Tod­gha zelfs een licht bruin kleurt­je had.
Met kraan­wa­ter poet­sten we hoofd­za­ke­lijk on­ze tan­den en de rest van het li­chaam. (Dou­che.)
Ook ge­bruik­ten we Si­di Ha­ra­zem om on­ze tan­den te poet­sen als het kraan­wa­ter te sterk rook of een kleur had.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ma­rok­ko: een over­wel­di­gen­de hoe­veel­heid aan er­va­rin­gen en on­tel­baar veel knap­pe jon­ge­man­nen. Dat al­les zor­gde er­voor dat ik aan Ne­der­land niet meer dacht.
Deze hoeveel­heid aan er­va­rin­gen heb­ben me het idee ge­ge­ven heel lang op va­kan­tie te zijn ge­weest. Na twee we­ken had ik het ge­voel al maan­den on­der­weg te zijn.
Hoewel het er niet meer naar uit­zag heb­ben we toch nog op de val­reep con­tact ge­legd met een jon­ge­man: Mo­ham­med R.
Het hu­ren van een au­to is in de soep ge­lo­pen en ik weet dus niet wat dat ge­bracht had, maar ik ben blij dat het mis­lukt is (ach­ter­af) want daar­mee kwa­men we in con­tact met Mo­ham­med en het heeft ons bo­ven­dien veel geld be­spaard.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

In­clu­sief de reis­kos­ten, heb ik f. 469,40 + f. 800,00 + f. 74,00 (reis­ver­ze­ke­ring) = f. 1.340,00 uit­ge­ge­ven. Zeg: voor nog geen f. 1.400,00 een maand op va­kan­tie.

Over Mo­ham­med: een mooie, gro­te (cir­ca 1,85 m) jon­gen, ne­gro­ïde ty­pe. Een heel erg voor­ko­men­de, be­leef­de, be­schaaf­de jon­gen, 18 jaar, ge­bo­ren: 1958. Spreekt Frans en Ara­bisch, leert En­gels pas een paar dagen. Stu­deert Eco­no­mie en We­ten­schap­pen (Scien­ce) Ma­the­ma­tiek. We heb­ben el­kaars ad­res en het zou niet gek zijn om een schrif­te­lijk con­tact te on­der­hou­den, om­dat ik dan, als ik weer in Ma­rok­ko kom, een ad­res heb om een vriend te be­zoe­ken.
Ik wil via hem meer over Ma­rok­ko te we­ten ko­men en (blan­ke als ik ben) hem te la­ten zien wat er in een de­mo­cra­tie mo­ge­lijk is. Met blan­ke be­doel ik: ik wil het on­der­wij­zend deel zijn. Ik wil hem la­ten zien dat gods­dienst opium voor het volk is en dat opium (hasj) ook een ver­stik­ken­de gods­dienst is, zo­als bij ons (voor­al in Lim­burg) de drank.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

De ar­moe­di­ge toe­stan­den. De te­le­vi­sie heeft ar­moe­de la­ten zien, doch in Ma­rok­ko is die gro­ter, veel gro­ter. De meest mooie jongen die ik zag (in Ouar­za­za­te) strom­pel­de met een krom been op kruk­ken voort.
De meest ver­schrik­ke­lij­ke won­den, met een vie­ze doek en een plas­tic lap af­ge­dekt.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ogen. Circa 20% heeft wat aan een oog, ver­min­kin­gen, ziek­ten en huid­ziek­ten. (Han­den en voe­ten zit­ten meest­al on­der een dik­ke laag zand of an­de­re rot­zooi en zien er goor uit.)
On­be­schrij­fe­lijk wat we bo­ven de ‘rok­ken’ zien, maar wat zit er­on­der? Open been­won­den, zo­als een vrouw in Ra­bat haar buur­vrouw liet zien.
En dan de hy­gië­ne: be­stel een glas te drin­ken. Bij de buur­man wordt het van de ta­fel ge­no­men, met koud wa­ter was­sen de groe­ze­li­ge han­den het glas af en je krijgt het voor­ge­zet.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Zaakjes zien er kaal en oud uit. In Fez is een leuk zaak­je met ro­de te­gel­tjes te­gen de muur en er wordt vaak ge­poetst, blijk­baar, want de vet­te stre­pen van een doek staan op de te­gel­tjes. Spie­gels zijn sme­rig, wel ge­poetst, maar met een sme­ri­ge vet­te doek.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Sla­gers, twin­tig naast el­kaar. Nie­mand maakt zich druk of hij ver­koopt of niet en nie­mand maakt zich druk over die vlie­gen: hon­der­den.
Nee, toch zijn er men­sen die zich druk ma­ken over die vlie­gen. Ze spui­ten (ge­luk­kig geen spuit­bus) met een hand­pomp het vlie­gen­ver­gif in hun zaak rond over het vlees en over an­de­re open en bloot­lig­gen­de le­vens­mid­de­len, hoe dan ook, die vie­ze vlie­gen moeten dood.
An­de­ren waai­e­ren af en toe met een waai­er­tje de vlie­gen weg, waar­van de mees­te blij­ven zit­ten om­dat die ken­ne­lijk we­ten niet te zullen wor­den dood­ge­sla­gen op het vlees, want dat ziet wel on­ge­zel­lig uit: een dooie vlieg op een dood schaap.
Kop­pen van gei­ten en scha­pen, met de ogen er­in, lig­gen uit­ge­stald. (Var­kens zijn er niet: ver­bo­den door de is­lam.)
In Tan­ger en Ra­bat op de vis­markt is al­les, vol­gens mij, rot, maar zo stinkt het ook in Maas­tricht op de vis­markt, al­leen zijn er min­der vlie­gen. Ook in de zo­mer? On­ze vlie­gen zijn gro­ter.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

En dan ta­len en re­ke­nen: zie don­der­dag 7 oktober jl. in res­tau­rant Zan­zi­bar.

De bus­ver­bin­din­gen: goed om in een be­gin­plaats of bij­na-be­gin­plaats (Er­ra­chi­dia) op te stap­pen, an­ders moet je tus­sen de Ma­rok­ka­nen, die al met meer zijn dan dat er vrije plaat­sen zijn, ook nog een kaar­tje pro­be­ren te krij­gen. Als de bus vol is, komt er de vol­gen­de dag weer een, waar het­zelf­de voor geldt, als hier­bo­ven.
Op tijd ver­trek­ken is er niet bij, maar dat stoor­de mij na­ge­noeg niet, in te­gen­stel­ling tot Cees, die er ze­nuw­ach­tig van werd. En­kel in Mar­ra­kesh sloop­te het mij ook.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Als men­sen el­kaar te­gen­ko­men en el­kaar als vrien­den be­schou­wen ge­ven zij el­kaar een hand en bren­gen dan hun hand aan hun ei­gen hart.
Bij fa­mi­lie­le­den bren­gen zij hun hand aan hun lip­pen en kus­sen de­ze. Het­zelf­de als kus­hand­jes, maar hy­gië­ni­scher want je kust je ei­gen sme­rige hand en niet die van een an­der.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ik heb ge­zien hoe een vrouw een paar man­nen de hand kus­te. Bij ons kus­sen de man­nen de vrou­wen de hand en als je goe­de be­ken­den bent kus je el­kaar goe­den­dag, zo­als Mo­ham­med in Mek­nes.
Marokko is een man­nen­land. Man en vrouw, jon­gen en meis­je, meis­jes in een ca­fé, jon­gens en meis­jes dan­sen, dat al­les kun je zien, maar dan al­leen bij ons. In Ma­rok­ko is dat er niet bij. (Mis­schien wel in de nacht­clubs?) Jon­gens hand in hand, jon­gens die op don­kere hoek­jes dicht bij el­kaar staan (knuf­fe­len?) man­nen, hand in hand, zelfs ou­de­re man­nen en heel ou­de.
Elkaar kus­sen, open­lij­ke ho­mo­fi­lie? Dat moest in Ne­der­land ook kun­nen, maar dat is (nog) niet mo­ge­lijk.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

En de jon­gens in Ma­rok­ko, de ene is nog mooi­er dan de an­de­re en ook nog vrien­de­lij­ker. Het zijn daar mooie men­sen. Er zijn ook veel mooie meis­jes, die op een af­stand­je staan te gnif­fe­len en als je ze aan­kijkt of aan­spreekt, lo­pen ze gie­che­lend weg.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Marokko is het land van de kin­der­ar­beid en je ziet veel kin­de­ren in de soek (de markt in de Me­di­na) wer­ken en in Fez ma­ken meis­jes van cir­ca 5 jaar oud ra­zend­snel kno­pen bij een ta­pijt­kno­per.
De scho­len wor­den ook wel be­zocht en in Fez za­gen we veel kin­de­ren naar school gaan, maar ik denk dat de mees­ten wer­ken!
Veel be­de­laart­jes en als ik die kin­de­ren in de ogen kijk, wel ja, tien­tal­len Dir­hams heb ik uit­ge­deeld.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Het ver­keer: als je niet toe­te­ren kunt, kun je niet rij­den en als je remt in plaats van te toe­te­ren en niet ge­woon door­rijdt, ben je je rij­be­wijs niet waard.
Het­zelf­de geldt voor brom­mers, die meest­al mo­to­risch niet in or­de zijn, maar het zoe­mer­tje werkt als een klok­je.
De ver­keers­lich­ten. Als goe­de chauf­feur rij je mins­tens 10 me­ter door het ro­de licht en let je op het an­de­re ver­keer om te we­ten wan­neer jij aan de beurt bent en an­ders toe­tert je ach­ter­buur­man wel. Soms, zo­als in Ra­bat, staan al­le ver­keers­lich­ten dub­bel aan­ge­ge­ven. Eén keer voor het di­rect be­lang­heb­ben­de ver­keer (dat er­voor hoort te staan) en één keer voor het in­di­rect be­lang­heb­ben­de ver­keer, in de an­de­re rich­ting, zo­dat die kun­nen zien: ‘Nu ben ik aan de beurt.’

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Toen ik van­a­vond door Maas­tricht liep voel­de ik me er niet thuis. Al­les is zo groot en la­waai­e­rig en schreeu­we­rig.

Cees heeft vijf pot­jes ge­kookt op zijn pri­mus. Acht keer heb­ben we in een res­tau­rant warm ge­ge­ten en af en toe soep tus­sen door. Veel brood en wa­ter, een beet­je melk, kaas en sar­di­nes.
Ik heb thuis nog wat in te ha­len. Ik weeg 62 kg.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

As ik nu nog aan Ma­rok­ko denk, dan is dat vaak aan de ‘da­del­jon­get­jes’ op 27 sep­tem­ber, toen we lift­ten om naar Er­foud te gaan.
Ook schoot me gis­te­ren te bin­nen dat ik in Ouar­za­za­te een jon­gen heb ge­zien met een blauw ge­streep­te ‘Do­rus-trui’ en die een tul­band droeg, met een slui­er voor het ge­zicht, als een woes­tijn­man. Dat was op za­ter­dag 25 sep­tem­ber en hij was erg mooi. Dat zag ik toen hij zijn slui­er en tul­band af­deed. Daar­voor vond ik hem al erg mooi en mys­te­rieus aan­doen. Hij stond ook naar de bus te kij­ken die klaar stond voor ver­trek naar Tin­ghir.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Zaterdag 2 oktober.
Ik loop over de gang van het ho­tel en een vrouw vraagt me of ik bij haar wil ko­men. Schuch­ter volg ik haar en blijf in de deur­ope­ning van haar kamer staan. Zij zegt: “Kom toch bin­nen.” Er is nog een vrouw. De eers­te vraagt of ik dit ken. Zij houdt mee een brief­je van 25 gul­den voor de neus. Na­tuur­lijk ken ik dat.
Er is iemand ver­trok­ken, maar die kon niet in Dir­ham be­ta­len en hij of zij gaf f. 25,00
Zij vraagt hoe­veel het waard is. Ik zeg: “Kom naar mijn ka­mer, dan zoek ik het uit.” Met een re­ke­ning van Cees, die 166 Dir­ham voor f. 100,00 kreeg be­gin ik aan een moei­lij­ke be­re­ke­ning, ter­wijl ik ook een kwart van 166 had kun­nen ne­men. Ik be­taal haar 41 Dh. Ze is blij.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Later, thuis blijkt dat 7 gi­ro­kaar­ten van 250 Dh voor f. 151,25 zijn op­ge­no­men en eind no­vem­ber 3 van 250 Dh voor f. 145,00

Herinneringen over deze vakantie.

1:
Voor­dat ik naar Ma­rok­ko ver­trok waar­schuw­de een col­lega mij voor open­lij­ke ho­mo­fi­lie. Hij was in Tunesië met va­kan­tie ge­weest en had daar ‘al­le’ man­nen hand in hand zien lo­pen en el­kaar zien zoe­nen.
2:
Eveneens voor­dat ik naar Ma­rok­ko ver­trok waar­schuw­den di­ver­se col­le­ga’s me dat ik niet meer le­vend te­rug zou ko­men.
“In Ma­rok­ko zit­ten ge­slui­er­de man­nen langs de muur en als je langs­loopt trek­ken ze een mes en ste­ken je dood,” zo be­weer­den ze met gro­te stel­lig­heid.
3:
In de trein, op de te­rug­weg, in Span­je of in Frank­rijk, wa­ren er Ma­rok­ka­nen (of Span­jaar­den?) die tel­kens kran­ten in de brand sta­ken, wan­neer de trein door een tun­nel reed, als­of ze bang wa­ren in het don­ker.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Index van locaties:

Me­nuBe­gin
Hoofd­in­dexOver­zicht 1972-1990.
Ma­rok­ko 1976 (over­zicht)Va­kan­tie­over­zicht.

9 oktober 1976

Dagboek 1976

(Dag 1715) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko geweest. We zit­ten nu in de trein in een coupé voor acht personen en rei­zen door Span­je rich­ting Pa­rijs. Als me­de­pas­sa­giers heb­ben we drie Zweed­se meis­jes: Cor­ne­lia, Ann en Ann en drie Ma­rok­ka­nen, waar­van er twee nog stu­de­ren, Si­mon en Chou­a­ki, en een ou­de­re man. – Te­gen de avond be­rei­ken we Hen­da­ye aan de Spaans / Fran­se grens, waar Si­mon en Chou­a­ki door de Fran­se dou­ane wor­den te­gen­ge­hou­den. – Ik leer weer wat over de Ma­rok­kaan­se cul­tuur.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 9 oktober 1976.
We komen in Ma­drid en als Si­mon en Chou­a­ki uit­ge­stapt zijn en de trein weg­rijdt, maak ik me on­ge­rust over hen, maar de trein wordt ken­ne­lijk ge­ran­geerd, want keert weer te­rug naar het per­ron.
Met Simon praten ik over van al­les in het Frans en het En­gels, wat hij re­de­lijk be­heerst. Hij wil de En­gel­se woor­den voor ‘pe­nis’ en ‘va­gi­na’ we­ten, doet dat fluis­te­rend en ge­heim­zin­nig, om­dat er meis­jes bij zijn en ik word een beet­je rood en hij stapt over op een an­der on­der­werp.
Als hij van on­ze me­loen voor ie­der een stuk­je af­snijdt, laat hij het groot­ste stuk voor mij, dat ik met Cees deel. Op Si­mon ben ik ver­liefd.
’s Middags van circa twee tot vier uur slaap ik.
De meis­jes ko­men uit Zwe­den en spre­ken al­leen maar En­gels. De ou­de­re Ma­rok­kaan vraagt Cor­ne­lia, de aar­dig­ste, ten hu­we­lijk als der­de vrouw. Hij heeft vijf kin­de­ren. Hier­bij wordt wat af­ge­la­chen, want Si­mon treedt op als ver­ta­ler Ara­bisch – Frans / En­gels en ik moet hem hel­pen met het En­gels.
Dat de meis­jes bij ons in het Wes­ten zelf be­slis­sen is voor de ou­de man moei­lijk te be­grij­pen en dat het niet duur is, kan er ook niet in.
In Marokko ko­men de ou­ders over­een. Moet de fa­mi­lie van de man veel geld bij­een bren­gen, liefst een in­ge­richt huis en heeft het meis­je ge­werkt, dan moet de man al zijn geld aan de ou­ders van het meis­je af­dra­gen.
We praten een beetje over po­li­tiek en Si­mon spreekt over [ko­ning] Has­san le Deux en als ik zeg dat Has­san le Di­a­ble is, geeft hij me glim­la­chend een hand.
Het is ge­vaar­lijk om over po­li­tiek te pra­ten.
Gis­te­ren­avond nam de ou­de­re Ma­rok­kaan 1.000 Pe­se­ta (een brief­je) van Cor­ne­lia aan en een snot­aap van de O.N.I. het im­mi­gra­tie­bu­reau [Of­fi­ce Na­tio­nal d’Im­mi­gra­tion] zag dat en maak­te en hele scène, waar­bij Simon voor­zich­tig de ge­moe­de­ren pro­beer­de te sus­sen. De ou­de­re man liet zich door de snot­aap, die met de po­li­tie dreig­de, over­don­de­ren.

Simon: “Je werkt bij de PTT (Pe­tit Tra­vail Tran­quil­le: [Een rustig werkje]) Wat doe je?”
“Ik kijk hoe an­de­ren wer­ken.”
“Chef?”
“Nee, assistent.”
“Verdien je goed?”
“Ja.”
“Geef je ook geld aan je ou­ders?”
Ik sta versteld. Dit had ik nog niet mee­ge­maakt. Ik leg hem uit dat als ik geld aan mijn ou­ders zou ge­ven, zij be­le­digd zou­den zijn. In Ne­der­land is het niet meer no­dig dat ou­ders moe­ten le­ven van door hun kin­de­ren ver­dien­de geld.
Simon kan dat maar moei­lijk ge­lo­ven.
In Hendaye schei­den zich on­ze we­gen. Zij wor­den door de dou­ane te­gen­ge­hou­den en ik vraag hem of hij hier moet wacht­en. Hij zegt dat hij dat niet weet.
Voor­dat we uit­stap­ten deel­de Si­mon aman­dels uit.
“Potentie ver­ho­gend”, zei Chou­a­ki, Al­thans, zo zegt hij, dat als een Ma­rok­kaan van vrouw wil ver­wis­se­len, eet hij aman­dels.
We lopen door* en Cees zoekt de meis­jes en ik de jon­gens. Cees heeft meer suc­ces dan ik.
In Parijs kijk ik ook, maar daar zie ik Si­mon ook niet. (Chou­a­ki zou in Bor­deaux uit­stap­pen.)
Weer: in de trein was het lek­ker en droog.

*
Station Hendaye. Wi. De tekst in het dag­boek vermeldt het niet, maar we moe­ten op sta­tion Hen­da­ye over­stap­pen. Op de heen­weg was dat niet het ge­val. Daar werd on­ze trein van een an­der on­der­stel voor­zien, want in Span­je is het spoor bre­der dan in de rest van Eu­ro­pa.

Index

In­dex van ter­men:
.
In­dex van per­so­nen:
In­dex van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).