


Een loods met stoomlocomotieven in allerlei soorten en maten. Vóór deze loods ligt een draaischijf, waarop de locomotieven gedraaid kunnen worden. Een stoomlocomotief kan, door de aanwezigheid van de tender aan de achterzijde, niet op volle snelheid achteruit rijden en moet dus omgedraaid worden. Dat gebeurt op de draaischijf.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)
Wikipedia: Tender.

De draaischijf waarop de locomotieven gedraaid kunnen worden. Een stoomlocomotief kan, door de aanwezigheid van de tender aan de achterzijde, niet op volle snelheid achteruit rijden en moet dus omgedraaid worden. Dat gebeurt op de draaischijf.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)
Wikipedia: Draaischijf.

De draaischijf waarop de locomotieven gedraaid kunnen worden. Een stoomlocomotief kan, door de aanwezigheid van de tender aan de achterzijde, niet op volle snelheid achteruit rijden en moet dus omgedraaid worden. Dat gebeurt op de draaischijf.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

De draaischijf waarop de locomotieven gedraaid kunnen worden. Een stoomlocomotief kan, door de aanwezigheid van de tender aan de achterzijde, niet op volle snelheid achteruit rijden en moet dus omgedraaid worden. Dat gebeurt op de draaischijf.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)
Een detail van het machinistenhuis van een stoomlocomotief. Dit is de plaats voor de stoker. De taak van de stoker is het vuur in de vuurkist brandend te houden. Daartoe moet hij de kolen uit de tender (een wagen direct achter de locomotief) in de vuurkist scheppen, wat zeer zwaar en ongezond werk is. (Kolenstof: stoflongen)
Wikipedia:
Stoker.
Tender.
Stoomlocomotief. (Beschrijving.)
Stoomlocomotief. (Foto.)

Een detail van het machinistenhuis van een stoomlocomotief. Dit is de plaats voor de machinist, die de locomotief moet bedienen. De machinist staat / zit altijd rechts, ook vaak in moderne (elektrische) treinen.

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).
De jongedame naast de locomotief geeft een idee van hoe groot, hoog en lang deze machines zijn.

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Impressie van enkele stoomlocomotieven en details van deze indrukwekkende machines in het Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB)

Zie de laatste foto voor een toelichting op dit hofrijtuig.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Omdat niemand in het rijtuig mocht, fotografeerde ik het interieur door de ramen, wat enige reflectie opleverde.
Zie de laatste foto voor een toelichting op dit hofrijtuig.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Omdat niemand in het rijtuig mocht, fotografeerde ik het interieur door de ramen, wat enige reflectie opleverde.
Zie de laatste foto voor een toelichting op dit hofrijtuig.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Omdat niemand in het rijtuig mocht, fotografeerde ik het interieur door de ramen, wat enige reflectie opleverde.
Zie de laatste foto voor een toelichting op dit hofrijtuig.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Omdat niemand in het rijtuig mocht, fotografeerde ik het interieur door de ramen, wat enige reflectie opleverde.
Zie de laatste foto voor een toelichting op dit hofrijtuig.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Omdat niemand in het rijtuig mocht, fotografeerde ik het interieur door de ramen, wat enige reflectie opleverde.
Zie de laatste foto voor een toelichting op dit hofrijtuig.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Omdat niemand in het rijtuig mocht, fotografeerde ik het interieur door de ramen, wat enige reflectie opleverde.
Zie de laatste foto voor een toelichting op dit hofrijtuig.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).

De laatste keizer en koning van Pruisen was Wilhelm II.
Hij leefde van 1859 tot 1941 en regeerde van 1888 tot 1918. Zijn hoftrein was voor hem het middel om zich op veel plaatsen van het rijk te representeren. Men heeft de monarch daarom ook als Reiskeizer bespot.
Het eerste hofrijtuig werd in het Driekeizerjaar 1888 door de Naamloze Vennootschap voor Spoorwegrijtuigenbouw te Breslau, geleverd. In zeer beperkte ruimte werd een Kasteel op wielen ingericht: vestibule, ontvangkamer, slaapkamer, badkamer, ruimtes voor een vleugeladjudant (de adellijke begeleider) en dienaren moesten er ook zijn en zelfs drie gescheiden toiletten en een oven. De inrichting werd uitgevoerd door destijds beroemde kunstenaars, waaronder de beeldhouwer Otto Lessing. Nog heden ten dage is het bijzondere hout en zijn de waardevolle stoffen goed te herkennen.
Het treinstel stond van 1924 tot 1943 in het voormalige Verkehrs- und Baumuseum Berlin, het oude Hamburger Bahnhof. Na 1945 werd het rijtuig door de Sovjet maarschalk Sokolowski gebruikt en vanaf 1950 in de voormalige DDR onder ongunstige omstandigheden nabij Dresden verborgen. In 1933 werd hij bij de Rijksspoorwegen-Restauratieafdeling Potsdam uitwendig onder handen genomen en naar Berlijn gebracht. Medewerkers van het Museum begonnen in 1994 met het interieur.
De restauratie van het hofrijtuig is nog niet gereed. Het gebrek aan gekwalificeerde restauratoren en financiële middelen dwong tot een onderbreking van het werk.
Hofwagen für Kaiser Wilhelm II.
Der letzte deutsche Kaiser und König von Preußen war Wilhelm II.
Er lebte von 1859 bis 1941 und regierte von 1888 bis 1918. Sein Hofzug diente ihm als Mittel der Repräsentation an vielen Orten des Reiches. Man hat den Monarchen deshalb auch als Reisekaiser verspottet.
Der erste Hofwagen wurde im Dreikaiserjahr 1888 von der Breslauer Actiengesellschaft für Eisenbahnwagenbau geliefert. Auf engstem Raum war ein Schloss auf Rädern untergebracht: Vorraum, Hauptsalon, Schlafzimmer, Badezimmer, Räume für einen Flügeladjutanten (den adligen Begleiter) und für Diener mussten ebenso vorhanden sein wie drei getrennte Toiletten und ein Ofen. Die Innenausstattung übernahmen hervorragende Künstler der Zeit, darunter der Bildhauer Otto Lessing. Noch heute sind die edlen Hölzer und wertvolle Stoffe gut zu erkennen.
Das Fahrzeug stand van 1924 bis 1943 im früheren Verkehrs- und Baumuseum Berlin, dem alten Hamburger Bahnhof. Nach 1945 wurde der Wagen von dem sowjetischen Marschall Sokolowski benutzt, ab 1950 in der damaligen DDR unter ungünstigen Umständen bei Dresden versteckt. 1993 wurde er im Reichsbahn-Ausbesserungswerk Potsdam äußerlich aufgearbeitet und nach Berlin gebracht. Mitarbeiter des Museums begannen 1994 mit dem Innenausbau.
Die Restaurierung des Hofwagens ist noch nicht abgeschlossen. Der Mangel an qualifizierten Restauratoren und finanziellen Mitteln erzwangen eine Unterbrechung der Arbeiten.
Wikipedia: Otto Lessing. (Duits.)
Wikipedia: Driekeizerjaar.
Deutches Technikmuseum Berlin (DTMB).
Een stoomlocomotief in het Deutsches Technikmuseum Berlin (DTMB)
1435 millimeter geeft de spoorbreedte aan. Dit is de breedte die in 60% van de wereld voorkomt, daarom spreekt men van Normaalspoor.

Dit is het interieur van het machinistenhuis van de stoomlocomotief die op de eerste foto te zien is. Een stoomlocomotief wordt gereden door twee personen, de stoker en de machinist. De stoker staat, als hij niet aan het werk is, links in de cabine, de machinist staat rechts. De machinist rijdt de trein en bedient dus de stoomlocomotief. De stoker moet zorgen dat het vuur blijft branden en er dus stoom geproduceerd wordt. Dat doet hij door de kolen, die in de zogenoemde tender wordt meegevoerd, op tijd in de vuurkist worden geschept, waar het vuur brandt dat het water zodanig verwarmt dat er stoom ontstaat. (De tender is een wagen die achter de locomotief bevestigd is en die reservewater en kolen bevat.)
Wikipedia:
Stoker.
Stoomlocomotief.
Tender.
Conserveren of reconstrueren?
Tot in de tachtiger jaren was het gebruikelijk dat het rollend materieel bij binnenkomst in een museum naar zijn oorspronkelijke staat werd hersteld.
Maar gaat dat wel?
Treinen werd vaak tientallen jaren gebruikt. De hier getoonde locomotief voor personentreinen P8*, meer dan 59 jaar. Dat kan alleen maar als men steeds weer onderdelen vernieuwd en aan de voortschrijdende technische ontwikkelingen aanpast. Daarbij verandert het voertuig in ontelbare details ten opzichte van zijn oorspronkelijke vorm. Het is zeer moeilijk al deze veranderingen weer ongedaan te maken. Dan zou men ook historische delen moeten verwijderen, dus geschiedenis vernietigen. Op grond daarvan werd hier in 1986 besloten de Pruisische P8 in die toestand te conserveren, waarin hij in het museum kwam – als een volledig uitgeputte techniek.
Anderzijds kan de bezoeker daardoor moeilijk de oorspronkelijke uitstraling van een voertuig beleven. Toen de P8 in dienst kwam, golden de spoorwegen nog als symbool van de vooruitgang. De locomotief was voorzien van een kostbare meerkleurige laklaag, opschriften op messingplaten en vele andere met de hand vervaardigde details, die getuigden van het zelfbewustzijn van de Pruisische Staatsspoorwegen.
Zo moet de vraag over de museale omgang steeds weer opnieuw ter discussie gesteld worden en vereist omvangrijk onderzoek aan werkelijke voertuigen. Onderzoek van dit soort zal in de toekomst het zwaartepunt vormen van de werkzaamheden van de afdeling Spoorwegverkeer.
Konservieren oder rekonstruieren?
Bis in die 1980er Jahre war es üblich, das Eisenbahnfahrzeuge beim Einzug in ein Museum in ihren Ursprungszustand zurückversetz wurden.
Doch geht das überhaupt?
Schienenfahrzeuge wurden oft über Jahrzehnte eingesetzt, die hier gezeigte Personenzuglok P8 über 59 Jahre. Das ist nur möglich, indem immer wieder Bauteile erneuert und dem Fortschritt der Technik angepasst werden. Dabei verändert das Fahrzeug in unzähligen Details sein Erscheinungsbild. Es ist nur schwer möglich all diese Änderungen wieder zurückzubauen. Zudem würde man damit ebenfalls historische Teile der Maschine entfernen, also Geschichte zerstören. Aus diesem Grund wurde hier 1986 der Weg gewählt eine preußische P8 in jenem Zustand zu konservieren, in dem sie ins Museum kam – als restlos aufgebrauchte Technik.
Anderseits kann der Besucher dadurch schwer die ursprüngliche Aura eines Fahrzeugs erleben. Als die P8 in Dienst gestellt wurde, galten Eisenbahnen nog als Symbol für Fortschritt. Die Lok trug eine aufwändige mehrfarbige Lackierung, Messingschilder und viele andere handwerkliche Details zeugten von Selbstbewusstsein der Preußischen Staatseisenbahn.
So bleibt die Frage des musealen Umgangs stets neu zu diskutieren und setzt umfangreiche Forschungen am konkreten Fahrzeug voraus. Untersuchungen dieser Art bilden künftig einen Arbeitsschwerpunkt in der Abteilung Schienenverkehr.
Olieverfschilderij Het afwerken van een locomotief van 1874, origineel
Geschilderd op een koperen plaat, toont dit schilderij van Paul Friedrich Meyerheim het werk in de ijzerfabriek van de firma Borsig in Moabit. Het maakt deel uit van de cyclus Het omzetten van bodemschatten naar industrieproduct, die uit zeven schilderijen bestaat. De kunstenaar schilderde deze serie tussen voor de Villa Borsig te Moabit. Het schilderij werd in 1936 door de familie Borsig aan het Verkeers- en Bouwmuseum* geschonken. In 1984 kwam het schilderij in dit huis. Vier andere schilderijen hangen in het Märkisches Museum.
Inventarisnr. VBM E-B-41(b)
Deutsches Technikmuseum Berlin (DTMB).
Lokomotiv Montagehalle
Ölgemälde Vollendungsarbeiten an einer Lokomotive von 1874, Original
Gemalt auf eine Kupferplatte, stellt dieses Ölbild von Paul Friedrich Meyerheim die Arbeit in dem Eisenwerk der Firma Borsig in Moabit dar. Es gehört zu dem Zyklus Metamorphose der Bodenschätze zum Industrieprodukt, das aus sieben Gemälden besteht. Der Maler schuf diese Bilderfolge für die Villa Borsig in Moabit. Das Gemälde wurde 1936 von der Familie Borsig dem Verkehrs- und Baumuseum geschenkt. 1984 gelangte das Bild in unser Haus. Vier weitere Bilder dieser Art hängen im Märkischen Museum.
Inventar-Nr. VBM E-B-41(b)
Deutsches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Dit 3,50 m hoge en bijna 850 kg zware olieverfschilderij van Paul Friedrich Meyerheim (1842-1915) toont alle aspecten van het traditionele verkeer ter land en op het water. Het is het laatste deel van de cyclus Het omzetten van bodemschatten naar industrieproduct, die uit zeven schilderijen bestaat. De kunstenaar schilderde deze serie tussen 1873 en 1876 voor de open tuinhal in het park van de Villa Borsig te Moabit. Het schilderij werd door de familie Borsig aan het Verkeers- en Bouwmuseum* in 1936 geschonken.
Inventarisnr. VBM E-B-41(a)
Deutsches Technikmuseum Berlin (DTMB).
Ölgemälde Eisenbahnbrücke bei Ehrenbreitstein von 1875, Original
Das 3.50 m hohe und fast 850 kg schwere Ölgemälde von Paul Friedrich Meyerheim (1842-1915) stellt alle Bereiche des traditionellen Verkehrs zu Lande und zu Wasser dar. Es bildet den Abschluß in dem Zyklus Metamorphose der Bodenschätze zum Industrieprodukt, der aus sieben Gemälden besteht. Der Maler schuf diese Serie zwischen 1873 un 1876 für die offene Gartenhalle im Park der Villa Borsig in Moabit. Das Gemälde wurde von der Familie Borsig dem Verkehrs- und Baumuseum 1936 geschenkt.
Inventar-Nr. VBM E-B-41(a)
Deutsches Technikmuseum Berlin (DTMB).

Jacquard-weefgetouw.
De Fransman Joseph-Marie Jacquard vond aan het begin van de 19e eeuw een volledig automatisch weefgetouw uit dat hij liet werken met behulp van ponskaarten, dus een programmeerbaar weefgetouw.
Deze machine (foto) was nog tot aan het eind van de vorige eeuw in bedrijf. Met dit weefgetouw kunnen 2x 9 verschillende banden geweven worden met een snelheid van 1 meter per uur.
De gele draden trekken afwisselend één of meer parallel lopende lengtedraden (schering/ketting) omhoog waarna er een draad automatisch dwars doorheen gevoerd wordt, de inslag. De klossen op de achtergrond (rechts) bevatten de draden van de scheringen. De gele draden lopen per groep van negen naar één punt, boven, waar de ponskaarten ervoor zorgen dat de juiste scheringen omhoog getrokken worden.
Op de houders aan de voorkant, zoals in de rode cirkel, zitten de klosjes met de draad van de inslag.
(In het DTMB wordt de uitvinder abusievelijk Jean Marie Jacquard genoemd.)
Wikipedia:
Joseph-Marie Jacquard.
Jacquardgetouw (Engels).
Weven.

Jacquard-weefgetouw.
Op de klossen, rechts op de foto, aan de achterkant van de machine, zitten de draden die voor de schering worden gebruikt.

Jacquard-weefgetouw.
Op de klossen, in het midden van de foto, (de achterkant van de machine), zitten de draden die voor de scheringen worden gebruikt.

Jacquard-weefgetouw.
Het weefgetouw van boven gezien. Duidelijk zijn de ponskaarten te zien. Die vormen een oneindige reeks. De laatste kaart is aan de eerste verbonden. Als de laatste langs gelopen is, begint het proces weer van voren af aan.
Over de klosjes, rechts van het midden op de foto, lopen de draden die voor de schering worden gebruikt.