Jemen, 8 mei 1996

Timmerman in Tarim.
Een lokale timmerman aan het werk. Let op de sarong (foe­tah) van de man achter de timmer­man, die op een speciale ma­nier gewikkeld is. Dit is de gecompliceerde methode. Er is ook een een­vou­di­ge methode.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 8 mei 1996 (woensdag).

Tarim (Tarim, soefisme, sarong).
Op 6.15 uur.
Rond 7.15 ga ik de stad in om in rust enkele sta­len deuren te fotograferen. Als ik in de (ach­ter­lijke) binnenstad een moskee in de ‘loop’ neem, belagen kinderen me met stenen. Ze zijn wel bang: als ik in hun richting stap dein­zen ze ach­ter­uit.
In de bibliotheek: het opzetten van een stalen rek met de medewerkers. Op de kop, ach­ter­ste­vo­ren, schuin, scheef en verbogen. Het maakt allemaal niets uit. Zij weten hoe het moet, want zij zijn ‘moehandis bidoen shihada‘ (in­ge­nieur zonder diploma), dat is het verwijt aan mijn adres, als ik een paar keer moet zeggen dat ik het niet weet of een vergissing maak.(1)
Ik probeer een fax te versturen, maar dat lukt weer niet. (Eergisteren(?) ook al niet.)
De bibliotheek neemt twee nieuwe medewerkers aan. Twee jonge jongens die hun werk meteen serieus aanpakken.
Er van uitgaande dat Abd al-Rahmaan A. met zijn auto hier is en me dus met zijn auto naar het hotel kan brengen, werk ik langer door, maar hij blijkt met de taxi te zijn gekomen en ik moet dus lopen.(2) Onderweg komen we Hus­sain (leraar Engels) tegen. Hij heeft al vijftien jaar experiance als leraar Engels, schrijft hij ach­ter zijn adres. Hij vertelde wel tien keer dat hij een vriend van Abd al-Rahmaan is.
Hij begeleidt een vage Canadees: Andrew R., die naar Tarim reisde omdat ie­mand hem in Ca­na­da, in een winkel, vertelde dat in Tarim soefi-ordes zijn. Zonder enige achtergrond­ken­nis, zonder één woord Arabisch te spreken, kwam hij naar hier. Hij geeft me twee visitekaartjes, want hij is directeur in twee be­drij­ven. Dat wat ik hem vertel is het niveau van een VWO-er, of HAVO-er. Ik bedoel: dat had hij zelf ook kunnen uitvinden. Hij zuigt deze basisinformatie op als een schooljongen. Ik leer hem het beginsel van wijsheid: bibliotheek­bezoek. (In zijn vaderland.)
Overal kom ik hem tegen. (Hij was enkele dagen geleden al in de al-Ahgaaf-bi­blio­theek.) In het zwem­bad, in het restaurant, op het terras.
(Ik at in het restaurant: patat en kip.)
In het zwembad is een Arabische familie. Dertien kinderen. De vader is een vriend van Hussain al-A. (van het hotel), zijn vrouw, met een klein kind in de arm en alweer een dikke buik(?) heeft een doorzichtige sluier. De twee (of drie?) grote dochters een ondoorzichtige sluier. Hij heeft een mooie zoon en beeld­scho­ne jonge dochters, nog ongesluierd.
Ik drink een glaasje met Tiem (Seven-up) ver­dun­de rum en stort, doodmoe, in.
Bed 22.30 uur.
Benauwd, wegens bewolking.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dag­boek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 8 mei.(Islah-partij, imama, koefiyya, Taarbih.)
Abd al-Rahmaan heeft telefonisch contact gehad met zijn chef in Sana’a. Hij vroeg hem voor Sjeik AB een goede baan te reserveren, maar zijn baas liet weten dat hij de zaken zou regelen zoals hij dat wilde en dat Abd al-Rahmaan zich daar maar beter niet mee kon bemoeien. Op een dergelijke wijze zal ook de vi­ce­gou­ver­neur van al-Mukalla aangepakt worden, die de benoeming van Abd al-Rah­maan tegenwerkt. Abd al-Rahmaan zou zelf het liefste in Say’un werken, in het museum. Hoewel hij geschiedenis in Aden studeerde, werk­te hij meer dan tien jaar als archeoloog en daar ligt ook zijn hart. Niettemin heeft hij er veel voor over om het bibliotheekproject tot een suc­ces te maken, zelfs het verhuizen naar Tarim, hoe­wel zijn vrouw er niet wil wonen.

[…]

Vandaag werden twee jongemannen in de bi­blio­theek aangenomen die zich se­rieus willen inzetten voor het werk. Eentje met een baard, dus religieus, maar geen extremist van de ‘Islah‘-partij. Hij heet Hussain HB.
Ik leer dat er verschil is tussen baard en baard, maar ik weet nog niet waar dat verschil aan te zien is.
Later hoor ik van Abd al-Rahmaan dat dit ver­schil te zien is aan de wijze waarop hij zijn ‘i­ma­ma‘ (tulband) draagt. Als je oudere mannen met een tulband op een bepaalde manier gewonden ziet, betekent dat niets. Als je jongeren zo ziet, betekent dat heel veel, vooral op godsdienstig gebied.
Ik raad hem aan hier een kort artikel over te schrijven. Voor die kennis is in het westen wel belangstelling, denk ik. (Wat wij ‘koefiyya‘ noe­men, heet in de Hadramaut o­ve­ri­gens ook ‘i­ma­ma‘.)

[…]

Hussain HB werd in werd in de eerste helft van de jaren zeventig in Tarim ge­boren en heeft drie jaar in een (kantoor)boekhandel gewerkt.
De andere, zonder baard, met bril, werkte een maand met de computer. Hij voer­de in Mekka een telefoongids in de computer in en moest die gegevens ook uitprinten. Dat betekent toch wat: in deze stofhoop is er een persoon die al eens met een computer gewerkt heeft. Hij heet Ali ZB en werd eveneens in de eerste helft van de jaren zeventig geboren, ook in Tarim.
Ik laat Abd al-Rahmaan aan hem uitleggen dat wij een spreekwoord hebben: ‘In het land der blin­den is eenoog koning.’
Zolang ze nog niet in vaste dienst benoemd zijn, moet ik voor de sa­la­ris­be­taling zorgdragen.
Ze kunnen meteen aan het werk.
Ik laat ze de kaartcatalogus opnieuw al­fa­be­ti­se­ren. Een enorme massa hand­schrif­ten is op­ge­bor­gen onder het lemma ‘risala‘ (brief). Ik vind dat dit anders moet. Als het woord ‘risala‘ geen deel uitmaakt van de titel, moeten de kaartjes opgeborgen worden onder de naam van het ma­nus­cript.
Nog diezelfde dag vinden ze verschillende fou­ten in de kaartcatalogus.

[…]

De schilder van de houten scheidingswand in de bibliotheek komt zijn loon ophalen: 1.650 rial. (21,45 gulden!)

[…]

In de stad ontmoet ik een zekere Hussain die leraar Engels is. Hij is met een ‘Ken­nedy’ (Ca­na­dees) onderweg.
Hij gaat met mee naar het hotel, want hij wil met me praten.
Hij wil meubels uit het project hebben, niet voor hemzelf, maar voor de club waarvan hij voor­zit­ter is, in het dorp Taarbih. Die club verzorgt ac­ti­vi­tei­ten voor de dorpelingen en zit in een loods zon­der dak.
Kennelijk om zijn verzoek meer gewicht te ge­ven vertelt hij me dat zijn club graag een bi­blio­theek wil inrichten, in die oude loods, om kin­de­ren het lezen en schrijven bij te brengen. Bovendien willen ze graag een dak uit Ne­der­land heb­ben.
‘Als Nederland geld over heeft voor die oude pa­pie­rhoop’, zal hij gedacht heb­ben, ‘dan hebben ze zeker geld over voor nieuw papier.’
Ik zeg hem dat hij nergens op hoeft te rekenen. Ik kan hem nog geen rial geven. Ik adviseer hem wat meer geld van de leden te vragen en met ei­gen mankracht de loods van een dak te voorzien. Hij blijft echter doorzeuren. Dan adviseer ik hem een verzoekschrift te richten aan meerdere am­bas­sa­des.

Dit is het einde van het verslag van 8 mei.

(1) In de Arabische wereld dient de ingenieur of de leraar altijd het antwoord te weten. (Dat weet ik dus ook uit eigen ervaring.) Wanneer een do­cent of on­der­wij­zer zou zeggen: “Dat weet ik niet, dat moet ik opzoeken.”, tekent hij of zij zijn / haar eigen ‘doodvonnis’.
Toegeven dat je iets niet weet of kunt is het ul­tieme bewijs van zwakte, van domheid. Dat be­te­kent dat een vader /moeder, docent, een chef of een minister, altijd een antwoord heeft op welke vraag dan ook. Dat antwoord wordt dan ter plekke verzonnen als de betreffende persoon het even niet weet. Vaak leidt dat (uiteraard) tot de meest absurde verklaringen, maar een ant­woord is er altijd.

(2) Langer doorwerken betekende dat er dan geen taxi’s meer beschikbaar wa­ren tegen de tijd dat je stopte met werken. Dan moest ik de hele weg naar het hotel lopen. ’s Ochtends was dat tot begin mei nog te doen, maar na de middag helemaal niet meer. Dan is het smoorheet. Het water in het plastic flesje uit de koelkast van de bibliotheek, was lauw als ik bij het hotel aankwam, na circa twintig of vijfentwintig minuten lopen.

Dit is het einde van dag 53 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klik­ken, opent een nieuw tab­­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 7 mei 1996

De weg naar het werk.
Rond het hotel. Deze foto maakte ik vanaf het dak van het Gasr al-goebba-hotel. Dit is een ge­deelte van de wijk `Aidid. Tarim is niet te zien. Het stadje ligt achter de heuvel die van links de dia ‘in­loopt.’ De weg links op de voorgrond is de weg die naar Tarim leidt. Die heb ik vele malen ge­lo­pen, in de richting van Tarim. Terug nam ik meestal een taxi, omdat het rond het middag­uur veel te heet was om te lopen. Ook ‘s ochtends was het vanaf half mei te warm, maar vanaf het hotel was het erg moeilijk een taxi te vinden. Ik heb geen afspraak gemaakt met een taxi­chauf­feur, omdat ik iedere dag op een ander tijdstip van ‘huis’ ging.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 7 mei 1996 (dinsdag).

Tarim (Tarim, notebook).
Tekenen vanaf 6.30 tot 8.00 uur. Het lukt niet goed.
Dollars tellen. Ik heb nog achtduizend acht­hon­derd­vier­en­twin­tig.
Ik ga naar de bibliotheek.
Mijn notebook kan sneller printen dan die twee oude beestjes, die met de con­tai­ner uit Ne­der­land kwamen.
Notebook: vier minuten per A4. De oude com­pu­ters: twintig minuten per pa­gi­na.
In het hotel om 12.30 uur.
Er zijn leuke vrouwen in het zwembad.
FoxPro database programmeren.
Kamer: koken.
Een faxbericht voor Jan Just Witkam (de pro­ject­lei­der in Nederland) voor­be­rei­den.
Beneden op het terras zitten.
Anderhalf uur in het zwembad vertellen met Muhammad al-S.(1)
Financiën: boekhouden en het verslag schrijven.
Nu 00.15 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 7 mei.
(Wahhaabi, bid’a, haraam, Arabische Singaporezen, Arabische Indonesiërs, alim/ulama’, sharia, figh, Koelliyat al-shariyya, YouTube: dans met stokken.)
Hussain al-K. (van de al-Ahgaaf-bibliotheek) en zijn kleinzoon Ahmad (veertien jaar oud) ver­tel­len over het leven in en om Tarim in het Ara­bisch en Engels. (Hussain kent een paar Engelse woorden. In zijn jeugd leerde hij Engels, maar: “Mijn vrouw, al mijn vrienden en alle mensen hier spreken alleen maar Ara­bisch.”)
De tendens in Tarim is dat de extremisten (Wahhaabi) steeds verder gaan in hun afwijzing van dingen. Vrijwel alles wat het leven ver­aan­ge­naamd is bid’a. (Een verboden ver­nieu­wing.) Alle vreugde wordt tot haraam verklaard. Zingt een man met zijn vrouw in huis, dan is dat haraam. De traditionele dans van man­nen, met stokken op hun schou­ders, is haraam. (Haraam: dat wat verboden is.)
Hussain bevestigt het verhaal van Abd al-Rah­maan over de al-Hadad-moskee van de in Sin­ga­po­re en Saoedi-Arabië met vervaardiging van a­lu­mi­nium rijk ge­worden Hadrami, die zijn mos­kee door een Marokkaan liet versieren en nu pro­ble­men ondervindt met de extremisten, die de decoratie tot haraam ver­­klaar­­den. (Zie 27 april. jl.)
Alles wat de profeet niet had, of niet deed, is haraam. Ik vraag of die extremisten geen auto heb­ben. Dat hebben ze wel, maar voor henzelf geldt geen haraam, al­leen voor anderen.

[…]

Sinds dit jaar is er gratis onderwijs voor jongens die alim willen worden.
Hiervoor is in Tarim de Koelliyat al-shariyy’a op­ge­richt en ook veel bezocht door jongeren uit het Verre Oosten, van oorsprong Hadarim. (Sharia: islamitische wet, koelliyat: faculteit.)
De ulama’ in spe ondergaan een jaar lang een spar­taans regime. Vier uur slaap per dag is vol­doen­de. (Oelama’ is het meervoud van alim: een geleerde op re­li­gieus gebied.)
Iedere dag een uur sport: judo, tafeltennis en scha­ken. Behalve de tijd voor bid­den en eten is de rest van de dag bedoeld voor studie.
Iemand die dik naar binnen gaat, komt er brood­mager, maar zeer geleerd uit. De jongeren leren Arabisch, maar geen Engels of andere mo­der­ne taal. De op­lei­ding wordt als zeer belanrijk en ook als zeer zwaar ervaren.
Enkele dagen later spreek ik studenten van deze opleiding. Dan blijkt dat er wel hard gestudeerd moet worden, maar dat het regime niet zo spar­taans is als Hus­sain en zijn kleinzoon mij voor­ge­spie­geld hebben.
Weer later hoor ik van Abd al-Rahmaan dat het de bedoeling is een vol­waardige universiteit in Tarim op te richten en dat deze faculteit slechts het begin is. In Tarim zijn alle docenten aan­we­zig die bedreven zijn in de figh en het lag daar­om voor de hand eerst met deze faculteit te be­gin­nen.

Dit is het einde van het verslag van 7 mei.

(1) ’s Avonds, wanneer er geen toeristen waren, mochten de medewerkers van het hotel ook in het zwembad voor westerlingen. Dat vond ik wel aangenaam, want daar kon ik ook Arabisch in de praktijk oefenen. Ik weet nog dat er een grote spraakverwarring was tussen Muhammad al-S, die geen Engels kende, en ik, omdat ik sprak over iets dat ‘op de wereld’ was, en gebruikte daarvoor ‘ala al-‘aalam, zoals wij dat gebruiken, maar in het Arabisch blijkt dat fi al-‘aalam te moeten zijn: ‘in de wereld.’ Pas toen deze kwestie geklaard was, konden we onze conversatie voortzetten.

Dit is het einde van dag 52 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 6 mei 1996

Tarim: huizenbouw.
Traditionele huizenbouw met ‘moderne’ hulpmiddelen: au­to­ban­den die de bogen van de toe­kom­sti­ge ramen onder­steu­nen.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 6 mei 1996 (maandag).

Tarim (Tarim, Djihaad, Moedjaahid).
Op 6.00 uur.
Dagboek bijwerken en nog wat tekenen.
Van circa 9.00 tot 13.00 in de bibliotheek. De faxwinkel is gesloten. Ik vraag aan Abd al-Rah­maan A. of hij niet zou willen faxen, vanuit Say’un, vanavond of mor­gen­och­tend.
Eergisteren gaf ik Hussain A., de receptionist van het hotel, Chinese groene thee uit mijn ‘win­kel’ (etensvoorraad). Toen nodigde hij me uit om bij hem te komen eten. Vanmiddag is het zover. Gelukkig mag Abd al-Rahmaan ook mee, want ik zag er tegenop, bij al die Arabieren te eten, ter­wijl ik nog steeds moeite heb met een goed gesprek in het Arabisch.
Even zag ik zijn vrouw, die snel, ongesluierd, nieuwsgierig om een hoek dook om wat te pak­ken, zogenaamd. Ik was niet alert genoeg, niet snel genoeg om te kijken. Volgens Katherine (gisteren), die haar bezocht, is ze erg mooi.
Zij hebben een mooie dochter van zeven jaar. Haar naam is Djihaad en haar broertje van vier heet Moe­djaa­hid.(1)
De mannen zitten op de grond en eten met hun rech­terhand rechtstreeks van de ge­meen­schap­pe­lijke schotel. Ze zijn erg gulzig en deze manier van eten vind ik niet altijd appetijtelijk uit zien, maar zijn vrouw, sportlerares op de meis­jes­school, kan heerlijk koken.(2)
Daarna gaan we (Abd al-Rahmaan en ik) naar het hotel en we bespreken de toe­stand in de bi­blio­theek en van alles over het doen en laten van Sjeik AB. (Sjeik AB is directeur die ge­dwon­gen afgelost zal worden door Abd al-Rah­maan.)
Ik krijg van Abd al-Rahmaan een koelkast en een tapijt te leen. Met beide ben ik erg tevreden. Een schoon tapijt is al heel wat op de smerige ta­pij­ten van het ho­tel.
Hij bood me aan gebruik te maken van de kluis van de Organisatie in Say’un, maar niet voor de ‘flessen’, zei hij, nadat ik dat als grap had voor­ge­steld. Ik wijs het aanbod vriendelijk af.
’s Avonds kom in een situatie waarin ik graag van zijn aanbod gebruik had ge­maakt.
Rond 18.00 in het zwembad. Ik ben geil. Er stapt een slanke jongeman in het zwembad. Ik heb be­lang­stel­ling voor zijn lichaam, maar zijn ruime en lange zwembroek verhult veel van zijn, door mij veronderstelde, fysieke schoonheid.
Natuurlijk merkt hij mijn belangstelling, maar ik onderneem niets, want er zijn nog twee Fran­sen in het bad.
Voor Muhammad Sa’d al-S. neem ik 153 on­re­gel­ma­tige werkwoorden Engels op en breng hem het cassettebandje. De jongen uit het zwembad hangt meteen om me heen. Als Muhammad gaat werken komt hij direct bij me zitten.
Ik ben van zo veel belangstelling niet gediend. Het wordt nog erger als zijn vriend of collega, die me niet aanstaat, erbij komt zitten.
Hussain al-A. (van de receptie) vertelt hen dat ik in het totaal zeven maanden in Jemen zal blij­ven, waarvan drie in de Hadramaut. De engerd heeft meteen be­lang­stel­ling voor mijn ver­diens­ten in dollars. Hij is vasthoudend, ondanks dat ik zei: Dat gaat je niets aan.
De zwembad boy wil wat weten over mijn hu­we­lijkse staat. Ik vertel hem on­­ge­­huwd samen te wo­nen.
Dan komt de potentiële verkrachter van Kathe­ri­ne, gis­te­re­na­vond, en begint over zijn su­pe­ri­eu­re godsdienst te preken. Ik zeg hem dat ieder land zijn eigen cultuur heeft en dat ik over gods­dienst niet wil praten. Als ze dan alle drie begin­nen, loop ik weg. Praat maar onder elkaar over godsdienst.
De engerd komt na een poosje en probeert weer een gesprek. Ik zeg tegen hem: “Geen gepraat over godsdienst”, maar hij begint al weer. Ik rea­geer niet meer.
Kamer om 22.00 uur.
Ik doe de boekhouding en maak het verslag van deze dag en schrijf ook mijn dagboek. Daarbij drink ik het laatste glas Drambuie.
Nu 00.15 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 6 mei. (Communisme, Islah-partij, Moefti, Sayyid.)
Hussain al A. van de receptie van het hotel, nodigde mij ten eten. Gelukkig gaat Abd al-Rahmaan mee, anders zou de conversatie toch wel wat eenzijdig en een­to­nig worden.
Ook bij hem wordt natuurlijk op nomadische wijze gegeten: op de grond en met de hand. Ik kan daar maar moeilijk aan wennen. Het eten was uitstekend, kip met groente en rijst.
Hij heeft een dochter van zeven met de naam Djihaad en een zoon van vier die Moedjaahid heet. Zijn communistische achtergrond zal hier wel van invloed zijn. Hij was in ieder geval lid van de Partij in de dagen van het socialisme en om die reden wordt hij nog steeds als ambtenaar betaald, hoewel hij in het par­ti­cu­liere Gasr al-goeb­ba hotel werkt. Hij is altijd zeker van inkomen, hoewel niet veel: 5.000 rial per maand.
Ik heb hem nooit zien bidden in het hotel, ter­wijl anderen dat wel doen. Hij zegt dat hij thuis bidt.
Zijn vrouw werkt als gymnastieklerares op de meisjesschool. Van de meeste Ta­ri­mi’s zit de vrouw thuis.
Een broer van Hussain vertelt dat er op de Yool [de woestijn, boven op de heu­vels ten noorden van Tarim] ook nog water gevonden kan wor­den. In berg­klo­ven ligt diep, vers water. Vroeger waren er ook tijgers, maar de laatste is e­ni­ge ja­ren ge­le­den doodgeschoten.

[…]

Sjeik AB (de directeur van de al-Ahgaaf-bi­blio­theek) heeft belangrijke functies in de stad Tarim. Hij gebruikt de bibliotheek als ver­ga­der­plaats voor religieuze uitleg en als partijbureau van de Islah-partij. Volgens Abd al-Rahmaan zijn er mensen die, ten onrechte, de bibliotheek niet meer willen bezoeken omdat ze zich niet wil­len compromitteren door de indruk te wek­ken dat ze iets met de Islah-partij te maken heb­ben.

[…]

Samen met Abd al-Gaadir houdt Sjeik AB ook zit­tin­gen in de bibliotheek waar­bij hij uitleg geeft over legale kwesties. De Sjeik heeft de au­to­ri­teit van een soort moefti. Beide heren ma­ken ook huwelijkscontracten: ‘oegoed.
Verder werkt de Sjeik voor het bureau van de Miraath, dat bureau dat er­fe­nis­kwes­ties regelt. Hiervoor ontvangt hij 1% van de te behandelen geld­waarde.
Al deze activiteiten worden uitgevoerd in de tijd van de baas van beide heren. Zij maken ’s och­tends in bibliotheek de brieven en contracten, die ze dan ’s mid­dags, in eigen tijd, profijtelijk aan de man brengen. De Sjeik wordt daarover niet lastiggevallen, omdat hij over ‘connecties’ beschikt op regeringsniveau.

[…]

Abd al-Rahmaan vertelt dat zijn opleiding ge­du­ren­de de socialistische tijd bemoeilijkt werd om­dat hij tot de aristocratie behoort en ook nog sayyid is. Als je geen lid van de communistische par­tij was, had je het extra moeilijk.

[…]

Veel mensen willen het communistisch archief laten vernietigen omdat daarin hun an­te­ce­den­ten bewaard worden uit de tijd dat ze nog com­munist waren, ter­wijl ze nu lid zijn van de is­la­mi­tische Islah-partij.

Dit is het einde van het verslag van 6 mei.

(1) Djihaad, als eigennaam, komt in de Arabische / islamitische cultuur al heel lang voor, maar Moe­djaa­hid schijnt een nieuwe ontwikkeling te zijn op het gebied van is­la­mi­tische jon­gens­na­men.
Overigens leidt het horen van de naam ‘Djihaad‘ bij westerlingen vaak tot een reactie van ont­zet­ting: “Hoe kunnen die ouders dat nu doen?” Maar wat te zeggen van de naam Martinus en de afgeleiden daarvan, Martin, Martine?
Martinus is de verkleinvorm van Martius ‘van Mars’, de god van de oorlog. De naam Mars hangt samen met Grieks marnamai ‘ik strijd’ en Armeens mart ‘strijd’. (Martinus.)

(2) Ik meen ook nog te weten dat de mannen, met wie ik at, na de maaltijd vertelden over boeren en scheten laten. Boeren was in het Westen verboden, maar in het Oosten toegestaan. Volgens hen was scheten laten in het Westen toegestaan, maar bij hen in het Oosten niet.

Dit is het einde van dag 51 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 5 mei 1996

Fabriek van Mudbrick
Een fabriek voor zonsteen (mudbrick). Er staat een scho­tel­an­ten­ne op het dak. Ik hoorde van Hus­­­sain al-`Amery van de hotelreceptie dat men 50 zenders kan ontvangen, waaronder ook en­kele Eu­ro­pese.(1) Op de voorgrond lig­gen de tra­di­tio­ne­le stenen, waarmee de hui­zen (waarop die moderne an­ten­nes staan) ge­bouwd worden. Het pand is te betreden via een kleurrijke sta­len toegangspoort.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 5 mei 1996 (zondag).

Tarim (Tarim, mudbrick).
Op 6.00 uur.
Brieven schrijven en de Engelstalige brief, naar vrien­den, wijzigen.
Dagboek bijwerken.
Nu circa 8.00 uur.
Rond 9.00 in de bibliotheek. Ik pro­beer de prin­ter te ‘Arabiseren’, maar dat lukt niet. De be­re­ke­ning van één pagina en het vervolgens prin­ten, neemt meer dan een half uur in be­slag.
Ik probeerde in het dorp al twee keer een fax te versturen, maar dat lukte ook niet.
Ik wisselde 200 US dollar tegen een koers van 128 rial.
Rond 13.30 uur in het hotel.
Zwemmen. Er zijn, afgezien van Ka­the­ri­ne, nog twee andere vrouwen, die ik in Nederland niet zou be­kij­ken, maar hier wel.
FoxPro pro­gram­me­ren. Het pro­gram­ma doet nu wat ik wil.

Ik kook hier macaroni, met omelet, gevuld met ui en erwtjes: lekker.
Beneden vertellen met Joe en Ka­the­ri­ne en met het Engelse echtpaar waar­van de man de Britse Am­bas­sa­deur voor Egypte(2) blijkt te zijn. Ik weet geen na­men.
Zwemmen.
Katherine wordt belaagd door een Arabier. (Joe is al naar bed.) Zij zoekt be­­scher­­ming bij een col­lega van deze man, veel knapper en beschaafder uit­ziend dan de vette, lelijke, korte (potentiële) verkrachter.
Muhammad al-S. en ik zwommen er ook, maar de licht agressieve sfeer in het bad beviel me niet. Toen Ka­the­ri­ne zich veilig voelde, ging ik weg.
Aan FoxPro werken.
Bed tegen 00.00 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen in­te­res­san­te informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 5 mei. (Linkerhand: zie ook 27 april jl. noot (3).)
Het werk schiet niet echt op. Abd al-Rahmaan is niet komen opdagen en ik kan moeilijk al die mannen op­dra­gen om de toekomstige warsha (work­shop) stof­vrij te maken. Dat zou zelfs de poetser niet doen. Ik voel er niets voor om me­zelf in het zweet te werken, waar je voor een paar dubbeltjes iemand kunt krijgen die dat voor je doet.
Ik ben enigszins ontevreden over de voortgang van het project, maar het is ge­deel­te­lijk psycho­logisch. Het ma­te­ri­aal arriveerde op 23 april en nu is het 5 mei en er moet nog veel gebeuren. De bibliotheek is acht da­gen gesloten ge­weest we­gens va­kan­tie. Er zijn nog maar vier werk­dagen ver­stre­ken sinds de komst van de container. Nu zijn de computers aan­ge­slo­ten en een groot deel van het meu­bi­lair staat.
Ik gaf Aydaroes iets met mijn lin­ker­hand, maar merkte mijn fout direct en bood mijn excuses aan. Het was hem echter nog niet opgevallen, geloof ik.
Hussain al-K. wees me er toen op (wat ik wel gezien had, maar niet erg bewust) dat Abd al-Rahmaan met zijn linkerhand schrijft, wat vol­gens Hussain niet erg goed is.
Abd al-Rahmaan vertelt mij op 6 mei dat zowel zijn vader als zijn groot­vader met de link­er­hand schreven en dat daar niets mis mee is. Zijn grootvader schreef de geschiedenis van de Ha­dramaut, die nu nog steeds, als serie in een tijd­schrift, verschijnt.
Sommige mensen, zoals Sjeik AB en Hussain al-K. brengen nu familie (kin­de­ren) mee om het materiaal te komen bekijken. De Sjeik zijn kin­deren en Hus­sain zijn kleinzoon Ahmad.

Dit is het einde van het verslag van 5 mei.

(1) In Tarim had ik geen beschikking over een Tv. Ik kon de bewering van Hus­sain dus niet controleren. In Nederland had ik trouwens ook geen te­le­vi­sie­toes­tel en hoewel internet al be­stond, werden daar geen televisie­pro­gram­ma’s op uitgezonden.
Ik geloof niet dat een Nederlandse te­le­vi­sie­­be­­zit­­ter in 1996 de be­schik­king had over vijftig sa­tel­liet­ka­na­len, maar ik weet het niet.

(2) Volgens Wikipedia gaat het bij Britse am­bas­sa­deur in Egypte in 1996 om Sir David Elliott Spiby Blatherwick KCMG OBE (13 July 1941), ge­huwd met Margaret Clare Crompton. Dit echt­paar was in Je­men om vogels te be­stu­de­ren. Daarvoor had­den ze een Je­me­ni­tische or­­ni­­tho­­loog in­ge­huurd. Als de ambassadeur een vogel zag en aan de deskundige vroeg welke vogel dat was, dan zei die: “Oes­foer.” (Dat betekent: ‘Vogel.’) Bij elke andere vogel zei de man stee­vast: “Oes­foer.” Ik weet natuurlijk niet of dit ver­haal waar is, maar dat is wat de am­bas­sa­deur die avond vertelde.

Dit is het einde van dag 50 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wi­ki­pe­dia geopend.

Jemen, 4 mei 1996

Politiebureau Tarim.
Het paleis waarin onder andere de politie gevestigd is en dat met Nederlands geld gerestau­reerd had moeten worden om er de bibliotheek in te vestigen. Althans dat wilden de lokale no­ta­be­len. Gelukkig is dit onzinnige plan niet doorgegaan.
In dit paleis was naast de politie ook nog het postkantoor gevestigd en enkele andere over­heids­­dien­sten.
Op het bord op de gevel staat: al-Moe’tamar al-Sha`bi al-`Aam. Dat is de naam van een politieke partij: Algemeen Volkscongres. (GPC)

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 4 mei 1996 (zaterdag).

Tarim (Tarim, GPC).
Rond 6.30 tekenen.
Tegen 9.00 ben ik bij de bibliotheek, die nog steeds gesloten is: Abd al-Rahmaan A. heeft de sleutel, maar die is laat.
Ik sluit de printer (succesvol) aan en print meer dan dertig brieven naar vrien­den en kennissen, hoewel ik de Engelse opnieuw moet doen, we­gens de cha­o­­tische op­stel­ling.
Ik ben de hele ochtend bezig met printen.
Na de middag blijkt dat Abd al-Rahmaan de toe­gang tot de bibliotheek voor Sjeik AB wil be­moei­lijken. De Sjeik weet dat echter te ver­hin­de­ren.
Abd al-Rahmaan vreest dat de Sjeik de bi­blio­theek van de nawaadir (dat zijn de meest zeld­zame, dus waardevolle, manuscripten)(1) zal ‘ont­doen’, nu hij weet dat zijn functie hier, ge­heel tegen zijn verwachting in, eindig is, spoedig ten ein­de is.
Boekenbezit verhoogt zijn status in het dorp. (Diefstal niet, maar de boeken zijn niet gemerkt, dus de biblio­theek kan niet aantonen dat die van haar zijn.)
Een stempel is besteld, maar nog niet geleverd.
Abd al-Rahmaan gaat mee naar het hotel. Het zit hem niet lekker dat de Sjeik als di­rec­teur nog steeds de beschikking kan hebben over de sleu­tel van de schat­­ka­­mer. Hij hoopt dat zijn angst niet terecht is, maar vreest het ergste.
Ik onderwijs Abd al-Rahmaan in de begin­selen van de computer.
Na zijn vertrek maak ik een verslag over boven­staande ‘onrust’ in de bi­blio­theek.
Om 19.30 eet ik in het restau­rant en vertel nog een tijdje met Joe, Kathe­rine en een Engels dip­lomate­necht­paar uit Cairo.
Boven (mijn kamer op de eerste verdieping in ho­tel Gasr al-goebba) maak ik een fax­bericht voor Jan Just Witkam (de project­leider in Neder­land) en ik schrijf de enve­loppen voor al die brie­ven die ik van­och­tend printte.
Bed 00.30 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dag­boek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 4 mei.
Er is ruzie tussen Abd al-Rahmaan en Sjeik AB over de sleutel van de al-Ahgaaf-bibliotheek.
Abd al-Rahmaan wil de sleutel alleen aan Ay­da­roes geven. Zelf kan hij hem niet hou­den omdat de reis Say’un – Tarim veel tijd in beslag neemt en hij daarom ge­re­geld te laat is. Aydaroes is een goede kandidaat omdat die altijd op tijd aan­we­zig is. Sjeik AB is een minder geschikte kan­di­daat, omdat hij is vaak afwezig is.

[…]

De Sjeik wint het dispuut met Abd al-Rahmaan (het ging er hard aan toe), om­dat hij nog steeds verantwoordelijk is voor de gang van zaken in de bi­blio­theek. Hij kan niets tegen de Sjeik be­ginnen en is ge­dwongen de sleutels aan hem te geven.
Na afloop heeft hij een slecht gevoel omdat hij niet in staat is geweest de sleutels uit de handen van de rover te houden.

[…]

Abd al-Rahmaan zwakte enkele weken later zijn beschuldigingen tegen de Sjeik wat af. De Sjeik zou het belang van de bibliotheek toch niet wil­len beschadigen.

Dit is het einde van het verslag van 4 mei.

(1) Naadira (meervoud: nawaadir) betekent: zeld­zaamheid, bijzon­derheid, een buiten­gewone zaak. Aangezien het boeken­bezit van de al-Ah­gaaf-biblio­theek hoofd­zakelijk uit hand­schriften (manus­cripten) bestaat, slaat ‘al-nawaadir’ (de nawaadir) dus op dit waarde­volle bezit.

Dit is het einde van dag 49 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 3 mei 1996

Huizen.
Het grote huis dat gisteren, 2 mei, te zien was, was van be­ne­den gefotografeerd. Deze foto toont en­kele huizen, ge­fo­to­gra­feerd in de ‘dode’ stad Qabr Nabi Hoed, vanaf een ver­ho­ging. De foto geeft een overzicht van de indeling van een dorp, de afstand van de huizen onderling en wat er op de plat­te daken te zien is.
Het witte materiaal op sommige muren heet ‘Noera’ en is een soort kalk, die niet alleen als ver­sie­ring gebruikt wordt, maar die ook beschermt tegen regenwater, zodat de bo­ven­ste laag ‘mudbrick’ niet meteen oplost bij een plensbui. (Die maar zelden voorkomt.)

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 3 mei 1996 (vrijdag).

Tarim (Tarim, Slachtfeest, SOAS, microfilm, mudbrick, Qabr Nabi Hoed).
De al-Ahgaaf-bibliotheek is gesloten wegens het Ied al-Adha (Slachtfeest).
De tweede helft van mijn verblijf.
Na 7.00 uur word ik wakker. Ik teken een uurtje, maar val daarna vermoeid in slaap, tot na 10.00 uur. Ik besluit om voorlopig geen alcohol meer te drinken.
Ontbijt.
FoxPro database programmeren.
Zwemmen.
Een blond meisje en een baardige jongeman staan bij de receptie. Er zijn slechts twee mo­ge­lijkheden, denk ik: Nederlanders (mogelijk uit Leiden, want op wie lij­ken ze toch ook al weer?) of Duitsers.
Ik blijf lang in het zwembad, want ik hoop ze er te zien.
Na lang komt zij. Wat een sexy schoonheid. Even later komt hij ook.
Zij is uit Duitsland, maar ze spreken Engels met elkaar.
Zij blijkt te weten welk soort boeken het ge­schenk uit Nederland voor de al-Ah­­gaaf-bi­blio­theek bevatte, althans ze veronderstelt ‘re­fe­ren­tie­wer­ken.’
‘Een kenner’, denk ik. Ze blijkt Arabiste uit Er­langen. Ze heeft ook in Londen ge­stu­deerd.
“SOAS”, neem ik aan en zeg ook Arabist te zijn. We vertellen wat.
Hij is een Amerikaan en archeoloog en gaat in juli en augustus (temperatuur!) in al-Mu­kal­la graven naar een miljoen jaar oude beschaving.
Na de middag FoxPro, van circa 16.30 tot 20.00 uur, want tussen 15.30 en 16.30 kookte en at ik.
’s Avonds met Katherine, Joe en Muhammad al-S. en Hussain zitten ver­tel­len. Zij is bijzonder aardig en zachtaardig. Zij lijkt me heel lief, maar ze heeft dus al een Amerikaans vriendje.
Nu 22.30 uur, zonder alcohol.

In de Duitse reisgids over Jemen staat dat alle manuscripten van de al-Ah­gaaf-bi­blio­theek al gemicrofimd zijn. (In werkelijkheid circa 70%, blijkt later.) Wij wis­ten dat helemaal niet.

Dit is het einde van dag 48 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 2 mei 1996

Lemen huis
Indrukwekkend grote kasten van huizen in de Hadramaut. Helemaal van leem gebouwd (mud­­brick). Hoewel ze groot lijken en aan de buitenkant ook groot zijn, zijn ze binnen niet zo groot. Veel van de woonruimte wordt in beslag ge­no­men door enorme pilaren, die de vloeren van de volgende ver­­die­ping moeten dragen. Daarnaast zijn de muren veertig of meer centimeter dik. Bovendien wo­nen al­le ongehuwde kinderen in dit huis en de gehuwde zonen wonen er met hun hele gezin, elk in hun eigen appartement. Meisjes die trou­wen gaan bij de familie van de man in huis wonen. Als een va­der veel zonen heeft zullen die allemaal in zijn huis woon­ruimte moeten krijgen.
Als een man meer dan één vrouw heeft en die vrouwen niet met elkaar kunnen opschieten, moet hij voor elk van hen een aparte woonruimte scheppen. Zo wordt een huis alsmaar groter.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 2 mei 1996 (donderdag).

Tarim (Tarim, Slachtfeest, mudbrick, po­ly­ga­mie).
De al-Ahgaaf-bibliotheek is gesloten wegens het Ied al-Adha (Slachtfeest).
Ik word vrij laat waker, tegen 07.00 uur, en ik teken niet.
Computer: de brieven naar vrienden verbeteren
Rond 8.45 ben ik bij Hussain A. (telefoonwinkel) en bel naar Nederland: met Jan Just Witkam, de projectleider, Pa en Ma, Nico en met AS.
De eerste verbinding komt pas na een half uur tot stand. Nico zou al uit zijn vel gesprongen zijn.
Ik kwam er met een taxichauffeur, die op me bleef wachten. Ik betaalde daar­voor 300 rial (cir­ca f. 4,00). De telefoonkosten, 5.000 rial, ver­deel ik naar ver­hou­ding over project en privé.
Voor en na de middag programmeren in FoxPro da­ta­ba­se. Ik ga vooruit.
Zwemmen: drie Hollanders maken veel lawaai. Ik hou me koest.

De vrouwen in het zwart (gisteren) zijn al weer weg, geloof ik.
Later spreek ik de Nederlanders. Ze nodigen me uit voor een Tuborg bier, van­a­vond. Ik nodig hen uit voor whisky op mijn kamer. Gelukkig gaan beide ge­le­gen­he­den niet door.
Ik eet tussen de middag in het restaurant van het hotel. Namelijk dat wat ik er verleden week met Abd al-Rahmaan A. ook at: vis met rijst. (25 april jl.)
’s Avonds brood (uit het restaurant hier) eten met jam en hagelslag.
Van 20.30 tot 22.30 vertellen met Muhammad al-S. Hij geeft me zijn adres, voor het geval ik hem een brief zou willen sturen. Het adres moet in het Engels, de in­houd in het Arabisch.
Verschillende mensen schreven naar het hotel. Ik ontving niets. De brief van AB was aan de bi­blio­theek gericht.
Op terras dat bij mijn kamer hoort dronk ik een met Tiem (Seven-up) aan­ge­leng­de Famous Grouse Whisky.
Nu 23.30 uur.

Dit is het einde van dag 47 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 1 mei 1996

Niqaab
Een beetje wazige foto, gefotografeerd vanuit de taxi, onder het langsrijden. Een vrouw langs de weg, geheel gesluierd met de nigaab (de gezichtssluier), maar de ogen zijn wel te zien. Zij draagt een stok op haar schouders. Sommige vrou­wen dragen een scherpe sikkel zicht­baar, als een soort wa­pen, maar ook als landbouwwerktuig. Deze vrouw heeft haar handen bloot, dat heb­ben niet alle vrou­wen. Veel dra­gen zwarte handschoenen. De zwart stof van de nigaab is door­zichtig, blijkt even onder haar gezicht. Eronder kleurige (groen) stof.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 1 mei 1996 (woensdag).

Tarim (Tarim, betelnotennigaab).
Op 6.30 uur, of later? Ik teken in elk geval niet.
Vannacht droomde ik van een vrouw. Ik dacht aan de woorden van Hussain A., die me gisteren een vrouw aanbood voor één miljoen rial. Lang dacht ik dat dit 130.000 gulden was, maar ik weet nu dat dit maar f. 13.000,00 is. Een koopje, als ze mooi en slim is.
Om 9.00 sta ik voor de bibliotheek, maar de deur is goed en degelijk ge­slo­ten. Na enkele bood­schap­pen neem ik de taxi terug naar het hotel.
Ik blijf een uurtje op het terras zitten vertellen met Muhammad al-S. en be­kijk de meestal brood­magere Je­me­ni­tische zwemmers die in het bad voor Je­me­ni­tische mannen voor 105 rial ko­men zwem­men.
Kamer: FoxPro. Ik kom een stap verder met het programmeren.
Zwemmen.
Lunch.
FoxPro.
Ik betaal het hotel, inclusief baksjisj (fooi) 8.000 rial en zeg: “Gisteren was onze koningin jarig en daarom geef ik een cadeautje aan jullie, iedere me­de­wer­ker van het hotel. De deurwacht, de nacht­wacht, Mansoer (van de drank­jes), de moe­­der (zij poetst): iedereen. Ik geef 10.000 rial. (f. 130,00)
Ik dacht daar afgelopen week al aan, tijdens het Ied al-Adha, maar dat was te laat. Dan had ik het geld moeten geven vóór het feest, zoals ik met de me­de­wer­kers van de bibliotheek deed. (Bij hen op projectkosten, in het hotel op eigen kos­­­ten.)
Ik dacht dat 1 mei, de Dag van de Arbeid, wel een goede gelegenheid was, maar maakte er op het laatste moment Koninginnedag van.
Vanochtend belde Abd al-Rahmaan A. uit Say’un om me te vertellen dat er mor­gen (ook al) niet gewerkt wordt. De eerstvolgende werkdag is za­ter­dag.
Al die brieven die ik gisteren voorbereidde kun­nen dus pas zaterdag geprint en gepost worden.
Als ik om 16.30 weer ga zwemmen barst het zwem­bad van zwarte vrouwen (vrou­wen in het zwart gekleed), van wie sommigen snel voor mij weg­duiken. Ik maak de gebruikelijke geluiden, zo­als een beest en bijbehorende gebaren, als ik in die situaties altijd doe, maar heb daar snel spijt van, als ik zie dat ze allemaal het hotel ‘in­dui­ken’.
Later staan ze stiekem met ontbloot gezicht, bo­ven, vanaf het balkon te glu­ren. Ik zwaai, maar slechts een enkele knikt terug.
Weer later staan ze in mijn ‘achtertuin’, die … al-hindnoten te plukken en te eten. (Be­tel­no­ten?) Ik blijf kijken en sommige kijken nieuwsgierig terug. Wat zou er achter al deze doeken zitten? Welk een sexy schoonheid? (Te koop voor 13.000 gulden, als je moslim bent.) Wat zit er achter deze nugub? (Enkelvoud: ni­gaab, de gezichtssluier)(1)
Ik kook macaroni met uien en tomatenpuree!! (Aangevuld met witte bonen.) Al die kraak- en smaakloze happen uit pakjes en blikjes uit Ne­der­land! Met ui en macaroni heb ik tenminste een stevige, voedzame maaltijd. Drie we­ken, of meer, keken Nico en ik uit naar de pakjes in de container en een week later grijp ik weer naar het verfoeide voedsel dat ik drie weken ver­acht­te.
Na een uurtje balkon, met jasmijnthee, die zijn jasmijnsmaak verloor tijdens de lange bootreis, ga ik naar beneden om te vertellen met Mu­ham­mad al-S. Ik zal beter op mijn gram­matica moeten letten, wil ik er voordeel van heb­ben.
Tegen 22.30 uur op mijn kamer.
Ik drink rum / tonic en dans twee keer op house­muziek.
Het is (bijna) volle maan, maar dat heeft er niets mee te maken. Misschien wel dat hier een half dozijn gesluierde vrouwen is, maar die liggen al­lemaal (naakt?) in bed.
Ik denk dat vrouwen in de Arabische wereld een gemeenschappelijke ge­heim­e taal hebben waar man­nen niets van begrijpen.
Nu 00.00 uur.

Ik zag het sterke stuk vandaag verschillende ma­len. Een enkele keer wilde ik hem grijpen. Nu hoop ik echter dat er een gesluierde vrouw langs de re­gen­pijp (is die er wel?) komt.

(1) Een paar keer per week vroeg ik aan diegene die op dat moment achter de ba­lie van de re­cep­tie zat hoe het met zijn echtgenote ging. Het be­groe­tings­ce­re­mo­nieel is, wanneer twee mannen elkaar ontmoeten, zeer uitgebreid en duurt enkele minuten. Met vraagt naar het welzijn van jan en alleman in de familie, maar nooit en te nimmer naar het welzijn van de vrouwen in ie­mands huis. Daarom deed ik dat wel en expres, wat telkens tot hilariteit leidde, omdat men met de situatie geen raad wist. Ik vond het heerlijk om die mannen zo in de war te brengen.

Dit is het einde van dag 46 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 30 april 1996

Bougainvillea
In Tarim was niet alleen maar stof dat uit de woestijn op alles neerdaalde en bedekte met een rood­bruine laag, maar er bloeiden ook mooie bloemen, zoals deze. Mij werd verteld dat dit een bou­gain­villea is.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 30 april 1996 (dinsdag).

Tarim (Tarim, al-fusha, koran, Imru’ al-Qais, hadith).
Wakker rond 6.30 uur.
Een beetje tekenen.
Ik denk aan de mooie sterke jongeman.
De hele ochtend en de hele middag werken aan het maken van brieven voor het thuisfront (MM [sic] in het Engels), met uitzondering van 12.30 tot 13.30 uur: zwemmen.
Zowel tussen de middag als ’s avonds warm eten. Al dit opgewarmde ge­droogde blik- en zakjesvoedsel. Ik verlang weer naar macaroni met ui en tomatenpuree, dat wat we drie weken aten. Dat had tenminste body. Nu heb ik steeds een leeg gevoel. Hoewel ik grote hoeveelheden eet.
Rond 21.30 ga ik naar beneden en breng een groot deel van de avond door met Muhammad al-S. Ik ben zo dom te veronderstellen dat al-Fusha(1) een kunsttaal is, die nooit echt werd gesproken.
Ik krijg een verhaaltje opgediend, het verhaaltje waarover ik geleerd heb, maar nooit in het echt gehoord heb.
In de tijd van Muhammad, de profeet, sprak iedereen al-Fusha, maar die kennis ging verloren door de invloed van al-a’djaam. (Dit betekent ‘de vreemdelingen’, ‘de niet-Arabieren’. Het enkelvoud is al-‘adjami.) De koran bevat een Arabisch dat het mooist is en het zuiverst. Het is de taal van God en wie wat ook pro­beer­de, nooit werd de taal van de koran geëvenaard door een andere.
Dit verhaal is er goed ingewreven. Voor een jongen als Muhammad, die toch poëzie kent, zelfs Imru’ al-Qais, moet het toch opvallen dat er misschien wel poëzie is die de koran evenaart, of misschien zelfs overtreft.
Hij spreekt over hadith (meervoud: ahaadieth) met vage betekenissen, zoals: ‘Je huis komt steeds dichterbij’ en ‘Het ijzer spreekt’ om aan te geven dat de profeet al wist dat het vliegen (vliegtuig) de huizen dichterbij zou brengen, of dat er te­le­foon zou komen. (Waarom zei de profeet niet: “… en de naam ervan is dit of dat”?)
Muhammad spreekt gedreven. Ik kan niet alles verstaan (ik vrees zelfs dat dit tot een breuk zal leiden), maar ik begrijp veel omdat ik de ach­ter­grond­kennis heb.
Om 23.30 ga ik naar mijn kamer.
Nu 00.00 uur.

(1) Al-Fusha is het zuivere Klassiek Arabisch van de koran, maar het Modern Standaard Arabisch (MSA) wordt ook al-Fusha genoemd.

Dit is het einde van dag 45 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tab­blad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 29 april 1996

Hoofdweg Tarim.
De hoofdweg van `Aidid naar Tarim. `Aidid is een buitenwijk van Tarim. Die wijk ligt niet al­leen hier voor ons op de dia, maar strekt zich ook uit tot ver voorbij het Gasr al-goebba-hotel. Het hotel ligt achter de tafelberg. Dit is de weg die ik elke ochtend liep naar de bibliotheek. Rechts is nog een deel te zien van een werkplaats waar stalen deuren gemaakt worden. Het donkere huis links op de dia is van beton gemaakt. Duidelijk is te zien dat de straat verhard is, maar vrijwel geheel bedekt is met stof en zand.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 29 april 1996 (maandag).

Tarim (Tarim, Imru’ al-Qais, recitatie van de koran, voorbeeld van een recitatie (YouTube), Abd al-Basit (recitator), Mukalla, Shabwa, Burgeroorlog 1994, Burgeroorlog 1986).
De wetenschap dat Nico vandaag naar het koele Nederland reist maakt me een beetje jaloers. Ik voel me de hele dag een beetje slap, tot nadat ik gegeten had, vanavond in het restaurant.
In bed tekenen gaat niet meer, omdat de klamboe te strak gespannen is.
Ik tekende buiten, circa twee uur.
Erg veel zin in een ontbijt had ik niet, maar at toch.
Ik hou me bezig, in toenemende hitte, met … Ja wat? Ik weet het niet meer. (Weer tekenen?)
Tegen 11.30 lig ik in het zwembad waar eerst een paar Australiërs met een leuke meid zijn. Later een heel stel leuke Italiaanse vrouwen, waarvan twee mij wel zeer bevallen. Allen zijn met een man. Ik zag vlak ervoor het stuk (mannelijk) en hoopte dat hij ook in de buurt van het zwembad zou komen. Hij had vriendelijk goeiedag geknikt, maar ik vergat hem toen ik al dat rond­borstige schoons in het zwembad zag.
Later wilde ik hem weer zien, maar toen was hij er niet meer.
Ik bleef meer dan één uur in het water. Toen de Italiaanse schoonheden gin­gen, ging ik ook.
Eten: soep van gisteren. Ik geniet er niet zoveel van, want een paar dagen geleden brandde ik mijn gehemelte en dat doet nu zeer.
Na de middag FoxPro. Ik kom steeds verder, maar niet bevredigend.
Rond 17.00 weer zwemmen, nu alleen.
Ik bestel eten voor vanavond en maak een (computer) brief voor MB in Meerssen.
Tegen 19.30 eten in het restaurant: soep, rijst met groente en een kippen­poot. Ananas als toetje.
Buiten van 20.00 tot 21.45 uur. Vertellen met Muhammad al-S. en Hussain. Ik weet niet of ik wat leer, maar ik kan wel een hoop begrijpen. (Dat denk ik.) Muhammad spreekt een beetje Engels. Hussain geen woord.
Om 22.00 koop ik bij Mansoer (van de cafetaria) een cola en thuis (kamer) schrijf ik dit, terwijl ik Bacardi-rum / cola met citroensap (uit een flesje) drink.
Ik weet niet hoe laat het is, maar ik schat rond 23.00 uur. Ik luister naar housemuziek.
Overdag heb ik niet veel zin in de avondgesprekken, maar ’s avonds vind ik het gezellig, hoewel er veel misverstanden zijn. Ik spreek niet goed Arabisch, maar veel beter dan Muhammad Engels spreekt, maar Muhammad kent Arabische poëzie (ook van Imru’ al-Qais) en hij ‘zingt’ mooi als hij de koran reciteert, zoals ik gisteren hoorde.
Hij is twintig jaar en heeft al veel meegemaakt. Hij was net achttien toen hij als dienstplichtig soldaat in de oorlog van 1994 betrokken raakte. Hij lag in de bergen tussen al-Mukalla en Shabwa en zag vrienden sterven. Gesneuvelde soldaten werden met behulp van een bulldozer begraven.
Zijn neef stierf in deze oorlog, terwijl diens vader (‘Amm Muhammad: een oom van Muhammad aan vaderszijde) al bij een burgeroorlog in 1986 (met 30.000 doden) om het leven was gekomen. (Toen ging het om partijtwisten.)
De laatste oorlog reikte niet tot Tarim.
Het leven is hier hard.

Ik ben licht aangeschoten.

Dit is het einde van dag 44 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tab­blad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.