Jemen, 4 mei 1996

Politiebureau Tarim.
Het paleis waarin onder andere de politie gevestigd is en dat met Nederlands geld gerestau­reerd had moeten worden om er de bibliotheek in te vestigen. Althans dat wilden de lokale no­ta­be­len. Gelukkig is dit onzinnige plan niet doorgegaan.
In dit paleis was naast de politie ook nog het postkantoor gevestigd en enkele andere over­heids­­dien­sten.
Op het bord op de gevel staat: al-Moe’tamar al-Sha`bi al-`Aam. Dat is de naam van een politieke partij: Algemeen Volkscongres. (GPC)

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 4 mei 1996 (zaterdag).

Tarim (Tarim, GPC).
Rond 6.30 tekenen.
Tegen 9.00 ben ik bij de bibliotheek, die nog steeds gesloten is: Abd al-Rahmaan A. heeft de sleutel, maar die is laat.
Ik sluit de printer (succesvol) aan en print meer dan dertig brieven naar vrien­den en kennissen, hoewel ik de Engelse opnieuw moet doen, we­gens de cha­o­­tische op­stel­ling.
Ik ben de hele ochtend bezig met printen.
Na de middag blijkt dat Abd al-Rahmaan de toe­gang tot de bibliotheek voor Sjeik AB wil be­moei­lijken. De Sjeik weet dat echter te ver­hin­de­ren.
Abd al-Rahmaan vreest dat de Sjeik de bi­blio­theek van de nawaadir (dat zijn de meest zeld­zame, dus waardevolle, manuscripten)(1) zal ‘ont­doen’, nu hij weet dat zijn functie hier, ge­heel tegen zijn verwachting in, eindig is, spoedig ten ein­de is.
Boekenbezit verhoogt zijn status in het dorp. (Diefstal niet, maar de boeken zijn niet gemerkt, dus de biblio­theek kan niet aantonen dat die van haar zijn.)
Een stempel is besteld, maar nog niet geleverd.
Abd al-Rahmaan gaat mee naar het hotel. Het zit hem niet lekker dat de Sjeik als di­rec­teur nog steeds de beschikking kan hebben over de sleu­tel van de schat­­ka­­mer. Hij hoopt dat zijn angst niet terecht is, maar vreest het ergste.
Ik onderwijs Abd al-Rahmaan in de begin­selen van de computer.
Na zijn vertrek maak ik een verslag over boven­staande ‘onrust’ in de bi­blio­theek.
Om 19.30 eet ik in het restau­rant en vertel nog een tijdje met Joe, Kathe­rine en een Engels dip­lomate­necht­paar uit Cairo.
Boven (mijn kamer op de eerste verdieping in ho­tel Gasr al-goebba) maak ik een fax­bericht voor Jan Just Witkam (de project­leider in Neder­land) en ik schrijf de enve­loppen voor al die brie­ven die ik van­och­tend printte.
Bed 00.30 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige da­gen interessante informatie, die niet in mijn dag­boek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 4 mei.
Er is ruzie tussen Abd al-Rahmaan en Sjeik AB over de sleutel van de al-Ahgaaf-bibliotheek.
Abd al-Rahmaan wil de sleutel alleen aan Ay­da­roes geven. Zelf kan hij hem niet hou­den omdat de reis Say’un – Tarim veel tijd in beslag neemt en hij daarom ge­re­geld te laat is. Aydaroes is een goede kandidaat omdat die altijd op tijd aan­we­zig is. Sjeik AB is een minder geschikte kan­di­daat, omdat hij is vaak afwezig is.

[…]

De Sjeik wint het dispuut met Abd al-Rahmaan (het ging er hard aan toe), om­dat hij nog steeds verantwoordelijk is voor de gang van zaken in de bi­blio­theek. Hij kan niets tegen de Sjeik be­ginnen en is ge­dwongen de sleutels aan hem te geven.
Na afloop heeft hij een slecht gevoel omdat hij niet in staat is geweest de sleutels uit de handen van de rover te houden.

[…]

Abd al-Rahmaan zwakte enkele weken later zijn beschuldigingen tegen de Sjeik wat af. De Sjeik zou het belang van de bibliotheek toch niet wil­len beschadigen.

Dit is het einde van het verslag van 4 mei.

(1) Naadira (meervoud: nawaadir) betekent: zeld­zaamheid, bijzon­derheid, een buiten­gewone zaak. Aangezien het boeken­bezit van de al-Ah­gaaf-biblio­theek hoofd­zakelijk uit hand­schriften (manus­cripten) bestaat, slaat ‘al-nawaadir’ (de nawaadir) dus op dit waarde­volle bezit.

Dit is het einde van dag 49 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 3 mei 1996

Huizen.
Het grote huis dat gisteren, 2 mei, te zien was, was van be­ne­den gefotografeerd. Deze foto toont en­kele huizen, ge­fo­to­gra­feerd in de ‘dode’ stad Qabr Nabi Hoed, vanaf een ver­ho­ging. De foto geeft een overzicht van de indeling van een dorp, de afstand van de huizen onderling en wat er op de plat­te daken te zien is.
Het witte materiaal op sommige muren heet ‘Noera’ en is een soort kalk, die niet alleen als ver­sie­ring gebruikt wordt, maar die ook beschermt tegen regenwater, zodat de bo­ven­ste laag ‘mudbrick’ niet meteen oplost bij een plensbui. (Die maar zelden voorkomt.)

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 3 mei 1996 (vrijdag).

Tarim (Tarim, Slachtfeest, SOAS, microfilm, mudbrick, Qabr Nabi Hoed).
De al-Ahgaaf-bibliotheek is gesloten wegens het Ied al-Adha (Slachtfeest).
De tweede helft van mijn verblijf.
Na 7.00 uur word ik wakker. Ik teken een uurtje, maar val daarna vermoeid in slaap, tot na 10.00 uur. Ik besluit om voorlopig geen alcohol meer te drinken.
Ontbijt.
FoxPro database programmeren.
Zwemmen.
Een blond meisje en een baardige jongeman staan bij de receptie. Er zijn slechts twee mo­ge­lijkheden, denk ik: Nederlanders (mogelijk uit Leiden, want op wie lij­ken ze toch ook al weer?) of Duitsers.
Ik blijf lang in het zwembad, want ik hoop ze er te zien.
Na lang komt zij. Wat een sexy schoonheid. Even later komt hij ook.
Zij is uit Duitsland, maar ze spreken Engels met elkaar.
Zij blijkt te weten welk soort boeken het ge­schenk uit Nederland voor de al-Ah­­gaaf-bi­blio­theek bevatte, althans ze veronderstelt ‘re­fe­ren­tie­wer­ken.’
‘Een kenner’, denk ik. Ze blijkt Arabiste uit Er­langen. Ze heeft ook in Londen ge­stu­deerd.
“SOAS”, neem ik aan en zeg ook Arabist te zijn. We vertellen wat.
Hij is een Amerikaan en archeoloog en gaat in juli en augustus (temperatuur!) in al-Mu­kal­la graven naar een miljoen jaar oude beschaving.
Na de middag FoxPro, van circa 16.30 tot 20.00 uur, want tussen 15.30 en 16.30 kookte en at ik.
’s Avonds met Katherine, Joe en Muhammad al-S. en Hussain zitten ver­tel­len. Zij is bijzonder aardig en zachtaardig. Zij lijkt me heel lief, maar ze heeft dus al een Amerikaans vriendje.
Nu 22.30 uur, zonder alcohol.

In de Duitse reisgids over Jemen staat dat alle manuscripten van de al-Ah­gaaf-bi­blio­theek al gemicrofimd zijn. (In werkelijkheid circa 70%, blijkt later.) Wij wis­ten dat helemaal niet.

Dit is het einde van dag 48 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tab­blad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tab­blad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 2 mei 1996

Lemen huis
Indrukwekkend grote kasten van huizen in de Hadramaut. Helemaal van leem gebouwd (mud­­brick). Hoewel ze groot lijken en aan de buitenkant ook groot zijn, zijn ze binnen niet zo groot. Veel van de woonruimte wordt in beslag ge­no­men door enorme pilaren, die de vloeren van de volgende ver­­die­ping moeten dragen. Daarnaast zijn de muren veertig of meer centimeter dik. Bovendien wo­nen al­le ongehuwde kinderen in dit huis en de gehuwde zonen wonen er met hun hele gezin, elk in hun eigen appartement. Meisjes die trou­wen gaan bij de familie van de man in huis wonen. Als een va­der veel zonen heeft zullen die allemaal in zijn huis woon­ruimte moeten krijgen.
Als een man meer dan één vrouw heeft en die vrouwen niet met elkaar kunnen opschieten, moet hij voor elk van hen een aparte woonruimte scheppen. Zo wordt een huis alsmaar groter.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 2 mei 1996 (donderdag).

Tarim (Tarim, Slachtfeest, mudbrick, po­ly­ga­mie).
De al-Ahgaaf-bibliotheek is gesloten wegens het Ied al-Adha (Slachtfeest).
Ik word vrij laat waker, tegen 07.00 uur, en ik teken niet.
Computer: de brieven naar vrienden verbeteren
Rond 8.45 ben ik bij Hussain A. (telefoonwinkel) en bel naar Nederland: met Jan Just Witkam, de projectleider, Pa en Ma, Nico en met AS.
De eerste verbinding komt pas na een half uur tot stand. Nico zou al uit zijn vel gesprongen zijn.
Ik kwam er met een taxichauffeur, die op me bleef wachten. Ik betaalde daar­voor 300 rial (cir­ca f. 4,00). De telefoonkosten, 5.000 rial, ver­deel ik naar ver­hou­ding over project en privé.
Voor en na de middag programmeren in FoxPro da­ta­ba­se. Ik ga vooruit.
Zwemmen: drie Hollanders maken veel lawaai. Ik hou me koest.

De vrouwen in het zwart (gisteren) zijn al weer weg, geloof ik.
Later spreek ik de Nederlanders. Ze nodigen me uit voor een Tuborg bier, van­a­vond. Ik nodig hen uit voor whisky op mijn kamer. Gelukkig gaan beide ge­le­gen­he­den niet door.
Ik eet tussen de middag in het restaurant van het hotel. Namelijk dat wat ik er verleden week met Abd al-Rahmaan A. ook at: vis met rijst. (25 april jl.)
’s Avonds brood (uit het restaurant hier) eten met jam en hagelslag.
Van 20.30 tot 22.30 vertellen met Muhammad al-S. Hij geeft me zijn adres, voor het geval ik hem een brief zou willen sturen. Het adres moet in het Engels, de in­houd in het Arabisch.
Verschillende mensen schreven naar het hotel. Ik ontving niets. De brief van AB was aan de bi­blio­theek gericht.
Op terras dat bij mijn kamer hoort dronk ik een met Tiem (Seven-up) aan­ge­leng­de Famous Grouse Whisky.
Nu 23.30 uur.

Dit is het einde van dag 47 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 1 mei 1996

Niqaab
Een beetje wazige foto, gefotografeerd vanuit de taxi, onder het langsrijden. Een vrouw langs de weg, geheel gesluierd met de nigaab (de gezichtssluier), maar de ogen zijn wel te zien. Zij draagt een stok op haar schouders. Sommige vrou­wen dragen een scherpe sikkel zicht­baar, als een soort wa­pen, maar ook als landbouwwerktuig. Deze vrouw heeft haar handen bloot, dat heb­ben niet alle vrou­wen. Veel dra­gen zwarte handschoenen. De zwart stof van de nigaab is door­zichtig, blijkt even onder haar gezicht. Eronder kleurige (groen) stof.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 1 mei 1996 (woensdag).

Tarim (Tarim, betelnotennigaab).
Op 6.30 uur, of later? Ik teken in elk geval niet.
Vannacht droomde ik van een vrouw. Ik dacht aan de woorden van Hussain A., die me gisteren een vrouw aanbood voor één miljoen rial. Lang dacht ik dat dit 130.000 gulden was, maar ik weet nu dat dit maar f. 13.000,00 is. Een koopje, als ze mooi en slim is.
Om 9.00 sta ik voor de bibliotheek, maar de deur is goed en degelijk ge­slo­ten. Na enkele bood­schap­pen neem ik de taxi terug naar het hotel.
Ik blijf een uurtje op het terras zitten vertellen met Muhammad al-S. en be­kijk de meestal brood­magere Je­me­ni­tische zwemmers die in het bad voor Je­me­ni­tische mannen voor 105 rial ko­men zwem­men.
Kamer: FoxPro. Ik kom een stap verder met het programmeren.
Zwemmen.
Lunch.
FoxPro.
Ik betaal het hotel, inclusief baksjisj (fooi) 8.000 rial en zeg: “Gisteren was onze koningin jarig en daarom geef ik een cadeautje aan jullie, iedere me­de­wer­ker van het hotel. De deurwacht, de nacht­wacht, Mansoer (van de drank­jes), de moe­­der (zij poetst): iedereen. Ik geef 10.000 rial. (f. 130,00)
Ik dacht daar afgelopen week al aan, tijdens het Ied al-Adha, maar dat was te laat. Dan had ik het geld moeten geven vóór het feest, zoals ik met de me­de­wer­kers van de bibliotheek deed. (Bij hen op projectkosten, in het hotel op eigen kos­­­ten.)
Ik dacht dat 1 mei, de Dag van de Arbeid, wel een goede gelegenheid was, maar maakte er op het laatste moment Koninginnedag van.
Vanochtend belde Abd al-Rahmaan A. uit Say’un om me te vertellen dat er mor­gen (ook al) niet gewerkt wordt. De eerstvolgende werkdag is za­ter­dag.
Al die brieven die ik gisteren voorbereidde kun­nen dus pas zaterdag geprint en gepost worden.
Als ik om 16.30 weer ga zwemmen barst het zwem­bad van zwarte vrouwen (vrou­wen in het zwart gekleed), van wie sommigen snel voor mij weg­duiken. Ik maak de gebruikelijke geluiden, zo­als een beest en bijbehorende gebaren, als ik in die situaties altijd doe, maar heb daar snel spijt van, als ik zie dat ze allemaal het hotel ‘in­dui­ken’.
Later staan ze stiekem met ontbloot gezicht, bo­ven, vanaf het balkon te glu­ren. Ik zwaai, maar slechts een enkele knikt terug.
Weer later staan ze in mijn ‘achtertuin’, die … al-hindnoten te plukken en te eten. (Be­tel­no­ten?) Ik blijf kijken en sommige kijken nieuwsgierig terug. Wat zou er achter al deze doeken zitten? Welk een sexy schoonheid? (Te koop voor 13.000 gulden, als je moslim bent.) Wat zit er achter deze nugub? (Enkelvoud: ni­gaab, de gezichtssluier)(1)
Ik kook macaroni met uien en tomatenpuree!! (Aangevuld met witte bonen.) Al die kraak- en smaakloze happen uit pakjes en blikjes uit Ne­der­land! Met ui en macaroni heb ik tenminste een stevige, voedzame maaltijd. Drie we­ken, of meer, keken Nico en ik uit naar de pakjes in de container en een week later grijp ik weer naar het verfoeide voedsel dat ik drie weken ver­acht­te.
Na een uurtje balkon, met jasmijnthee, die zijn jasmijnsmaak verloor tijdens de lange bootreis, ga ik naar beneden om te vertellen met Mu­ham­mad al-S. Ik zal beter op mijn gram­matica moeten letten, wil ik er voordeel van heb­ben.
Tegen 22.30 uur op mijn kamer.
Ik drink rum / tonic en dans twee keer op house­muziek.
Het is (bijna) volle maan, maar dat heeft er niets mee te maken. Misschien wel dat hier een half dozijn gesluierde vrouwen is, maar die liggen al­lemaal (naakt?) in bed.
Ik denk dat vrouwen in de Arabische wereld een gemeenschappelijke ge­heim­e taal hebben waar man­nen niets van begrijpen.
Nu 00.00 uur.

Ik zag het sterke stuk vandaag verschillende ma­len. Een enkele keer wilde ik hem grijpen. Nu hoop ik echter dat er een gesluierde vrouw langs de re­gen­pijp (is die er wel?) komt.

(1) Een paar keer per week vroeg ik aan diegene die op dat moment achter de ba­lie van de re­cep­tie zat hoe het met zijn echtgenote ging. Het be­groe­tings­ce­re­mo­nieel is, wanneer twee mannen elkaar ontmoeten, zeer uitgebreid en duurt enkele minuten. Met vraagt naar het welzijn van jan en alleman in de familie, maar nooit en te nimmer naar het welzijn van de vrouwen in ie­mands huis. Daarom deed ik dat wel en expres, wat telkens tot hilariteit leidde, omdat men met de situatie geen raad wist. Ik vond het heerlijk om die mannen zo in de war te brengen.

Dit is het einde van dag 46 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, opent een nieuw tabblad waarin de geo­gra­fische locatie van de plaats in Google Maps wordt getoond.
Wanneer u op de derde en volgende letters klikt komt u in een nieuw tabblad bij Wi­ki­pe­dia­pa­gi­na terecht met informatie over deze locatie.
Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 30 april 1996

Bougainvillea
In Tarim was niet alleen maar stof dat uit de woestijn op alles neerdaalde en bedekte met een rood­bruine laag, maar er bloeiden ook mooie bloemen, zoals deze. Mij werd verteld dat dit een bou­gain­villea is.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 30 april 1996 (dinsdag).

Tarim (Tarim, al-fusha, koran, Imru’ al-Qais, hadith).
Wakker rond 6.30 uur.
Een beetje tekenen.
Ik denk aan de mooie sterke jongeman.
De hele ochtend en de hele middag werken aan het maken van brieven voor het thuisfront (MM [sic] in het Engels), met uitzondering van 12.30 tot 13.30 uur: zwemmen.
Zowel tussen de middag als ’s avonds warm eten. Al dit opgewarmde ge­droogde blik- en zakjesvoedsel. Ik verlang weer naar macaroni met ui en tomatenpuree, dat wat we drie weken aten. Dat had tenminste body. Nu heb ik steeds een leeg gevoel. Hoewel ik grote hoeveelheden eet.
Rond 21.30 ga ik naar beneden en breng een groot deel van de avond door met Muhammad al-S. Ik ben zo dom te veronderstellen dat al-Fusha(1) een kunsttaal is, die nooit echt werd gesproken.
Ik krijg een verhaaltje opgediend, het verhaaltje waarover ik geleerd heb, maar nooit in het echt gehoord heb.
In de tijd van Muhammad, de profeet, sprak iedereen al-Fusha, maar die kennis ging verloren door de invloed van al-a’djaam. (Dit betekent ‘de vreemdelingen’, ‘de niet-Arabieren’. Het enkelvoud is al-‘adjami.) De koran bevat een Arabisch dat het mooist is en het zuiverst. Het is de taal van God en wie wat ook pro­beer­de, nooit werd de taal van de koran geëvenaard door een andere.
Dit verhaal is er goed ingewreven. Voor een jongen als Muhammad, die toch poëzie kent, zelfs Imru’ al-Qais, moet het toch opvallen dat er misschien wel poëzie is die de koran evenaart, of misschien zelfs overtreft.
Hij spreekt over hadith (meervoud: ahaadieth) met vage betekenissen, zoals: ‘Je huis komt steeds dichterbij’ en ‘Het ijzer spreekt’ om aan te geven dat de profeet al wist dat het vliegen (vliegtuig) de huizen dichterbij zou brengen, of dat er te­le­foon zou komen. (Waarom zei de profeet niet: “… en de naam ervan is dit of dat”?)
Muhammad spreekt gedreven. Ik kan niet alles verstaan (ik vrees zelfs dat dit tot een breuk zal leiden), maar ik begrijp veel omdat ik de ach­ter­grond­kennis heb.
Om 23.30 ga ik naar mijn kamer.
Nu 00.00 uur.

(1) Al-Fusha is het zuivere Klassiek Arabisch van de koran, maar het Modern Standaard Arabisch (MSA) wordt ook al-Fusha genoemd.

Dit is het einde van dag 45 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tab­blad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 29 april 1996

Hoofdweg Tarim.
De hoofdweg van `Aidid naar Tarim. `Aidid is een buitenwijk van Tarim. Die wijk ligt niet al­leen hier voor ons op de dia, maar strekt zich ook uit tot ver voorbij het Gasr al-goebba-hotel. Het hotel ligt achter de tafelberg. Dit is de weg die ik elke ochtend liep naar de bibliotheek. Rechts is nog een deel te zien van een werkplaats waar stalen deuren gemaakt worden. Het donkere huis links op de dia is van beton gemaakt. Duidelijk is te zien dat de straat verhard is, maar vrijwel geheel bedekt is met stof en zand.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 29 april 1996 (maandag).

Tarim (Tarim, Imru’ al-Qais, recitatie van de koran, voorbeeld van een recitatie (YouTube), Abd al-Basit (recitator), Mukalla, Shabwa, Burgeroorlog 1994, Burgeroorlog 1986).
De wetenschap dat Nico vandaag naar het koele Nederland reist maakt me een beetje jaloers. Ik voel me de hele dag een beetje slap, tot nadat ik gegeten had, vanavond in het restaurant.
In bed tekenen gaat niet meer, omdat de klamboe te strak gespannen is.
Ik tekende buiten, circa twee uur.
Erg veel zin in een ontbijt had ik niet, maar at toch.
Ik hou me bezig, in toenemende hitte, met … Ja wat? Ik weet het niet meer. (Weer tekenen?)
Tegen 11.30 lig ik in het zwembad waar eerst een paar Australiërs met een leuke meid zijn. Later een heel stel leuke Italiaanse vrouwen, waarvan twee mij wel zeer bevallen. Allen zijn met een man. Ik zag vlak ervoor het stuk (mannelijk) en hoopte dat hij ook in de buurt van het zwembad zou komen. Hij had vriendelijk goeiedag geknikt, maar ik vergat hem toen ik al dat rond­borstige schoons in het zwembad zag.
Later wilde ik hem weer zien, maar toen was hij er niet meer.
Ik bleef meer dan één uur in het water. Toen de Italiaanse schoonheden gin­gen, ging ik ook.
Eten: soep van gisteren. Ik geniet er niet zoveel van, want een paar dagen geleden brandde ik mijn gehemelte en dat doet nu zeer.
Na de middag FoxPro. Ik kom steeds verder, maar niet bevredigend.
Rond 17.00 weer zwemmen, nu alleen.
Ik bestel eten voor vanavond en maak een (computer) brief voor MB in Meerssen.
Tegen 19.30 eten in het restaurant: soep, rijst met groente en een kippen­poot. Ananas als toetje.
Buiten van 20.00 tot 21.45 uur. Vertellen met Muhammad al-S. en Hussain. Ik weet niet of ik wat leer, maar ik kan wel een hoop begrijpen. (Dat denk ik.) Muhammad spreekt een beetje Engels. Hussain geen woord.
Om 22.00 koop ik bij Mansoer (van de cafetaria) een cola en thuis (kamer) schrijf ik dit, terwijl ik Bacardi-rum / cola met citroensap (uit een flesje) drink.
Ik weet niet hoe laat het is, maar ik schat rond 23.00 uur. Ik luister naar housemuziek.
Overdag heb ik niet veel zin in de avondgesprekken, maar ’s avonds vind ik het gezellig, hoewel er veel misverstanden zijn. Ik spreek niet goed Arabisch, maar veel beter dan Muhammad Engels spreekt, maar Muhammad kent Arabische poëzie (ook van Imru’ al-Qais) en hij ‘zingt’ mooi als hij de koran reciteert, zoals ik gisteren hoorde.
Hij is twintig jaar en heeft al veel meegemaakt. Hij was net achttien toen hij als dienstplichtig soldaat in de oorlog van 1994 betrokken raakte. Hij lag in de bergen tussen al-Mukalla en Shabwa en zag vrienden sterven. Gesneuvelde soldaten werden met behulp van een bulldozer begraven.
Zijn neef stierf in deze oorlog, terwijl diens vader (‘Amm Muhammad: een oom van Muhammad aan vaderszijde) al bij een burgeroorlog in 1986 (met 30.000 doden) om het leven was gekomen. (Toen ging het om partijtwisten.)
De laatste oorlog reikte niet tot Tarim.
Het leven is hier hard.

Ik ben licht aangeschoten.

Dit is het einde van dag 44 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tab­blad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 28 april 1996

Levensmiddelen en drank
Levensmiddelen en drank, alles uit de container die mij op 23 april jl. bereikte en verrijkte met voedsel dat ik spoedig niet meer zou lusten en drank die Nico prefereerde, maar die nu naar huis was.
De drank bewaarde ik in mijn koffer met nummerslot. Uiteindelijk heb ik een hele liter aan een Nederlandse reisleidster gegeven en het overgrote deel door het toilet gespoeld, want ik ben geen drankorgel en kreeg dat dus nooit op. Aan het einde van het project in 1996 werd alles wat van de projectleiders was opgeslagen in het Kathiripaleis in Say’un, maar, zo werd mij duidelijk gemaakt, daar mocht beslist geen drank bij zijn.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 28 april 1996 (zondag).

Tarim (Tarim, Ied al-Adha, Kathiripaleis).
’s Nachts een uur lang jagen op vier muggen die in mijn klamboe zaten.
Wakker om 7.15 uur. Anderhalf uur tekenen.
Douche.
Afwassen.
Ontbijt.
Dagboek bijwerken.
Nu 10.45 uur.

Doodmoe ga ik een paar uur (of beter: anderhalf uur) slapen en dagdromen over de twee jongens die mijn interesse hebben: Muhammad al-S. en de krachtige, gespierde jongeman.
In tegenstelling met wat ik verwachtte kan ik BQ niet vergeten en ik hoop dat ze mij, als haar bewonderaar, op z’n minst zal missen.
Zwemmen in een halfvol bad (halfvol met water, niet met mensen!).
Na de middag FoxPro: na een week weer programmeren.
Ik zie af van het voorgenomen werk van het overtypen van de fihrist. (Fihrist is het Arabisch woord voor ‘catalogus’.) Ik kan het niet opbrengen om in de­ze hitte te beginnen aan zo’n saai werk, terwijl zij, voor wie het werk bedoeld is, vrijaf hebben.
’s Avonds nog even zwemmen. Aan de rand van het bad komen enkele man­nen zitten. Is één van hen de anders halfnaakte en nu goed geklede ge­spierde jongeman? In ieder geval is er sprake van een mooie jongen, die zijn sarong zo ver optrekt dat er wat van zijn mooie bovenbenen te zien is.
Circa 18.00 begin ik te koken en rond 19.00 uur heb ik het eten op.
Tegen 19.30 wordt er wild op mijn deur geklopt en ik denk aan alles en ie­dereen, behalve aan ‘hem’ van de bibliotheek. Het is Aboe Ali die voor de deur staat. Hij stapt naar binnen en ik vraag wat het probleem is. Hij komt slechts op bezoek. Hij weet dat hij niet gewenst is.
Aboe Ali kwam de eerste avond van ons verblijf in Tarim om geld bedelen. De directeur van het hotel waarschuwde ons voor hem en hij zou hem voor­taan de toegang ontzeggen.
Vanavond bij het Ied al-Adha (Slachtfeest) is er geen toezicht en daar maakt de man gebruik van.
Ik bied hem een zitplaats aan en hij begint op zijn schreeuwerige toon te vragen wat ik zoal at en deed tijdens de Ied. Ik antwoord dat ik niet uitging, want het is een feest voor de moslims.
Hij wil weten of Abd al-Rahmaan A. de nieuwe directeur wordt van de bi­blio­theek. Die informatie had hij uit al-Mukalla.
Ik zeg: As’ilahoe. Maa ‘arif. (Vraag hem. Ik weet het niet.)
Dan zeg ik: “Ik heb werk te doen. Is het mogelijk dat je weggaat?” In gewoon Nederlands: “Sodemieter op.”
Ik wacht op zijn reactie. Hij zegt nog wat en staat dan op. Aan de deur schudt hij mijn hand en verdwijnt.
Ik weet dat dit heel erg onbeschoft is, ook voor Nederlandse begrippen, maar is het ook niet heel erg onbeschoft om op bezoek te gaan bij mensen van wie je mag aannemen dat ze je niet willen ontvangen?
Even later ga ik naar Muhammad al-S. die mij op seksueel gebied toch niet aanstaat, bij nader inzien. Van de interactie Arabisch – Engels komt niet veel, omdat na twee dagen ononderbroken stroom, nu de elektriciteit weer uitvalt en zijn werk daarbij (het herstel) vereist is. Daarnaast wilde hij Ne­der­landse Koninginnedag vieren. (Hij zag het op de televisie.)
Boven (mijn kamer) om 22.30 uur.
Bed verschonen met lakens uit kamer 8. (Mijn vorige kamer.)
Dagboek bijwerken en Drambuie drinken, die ik sterk merk.
Nu 00.00 uur.

Dit is het einde van dag 43 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 27 april 1996

Linosnede
De linosnede van Abd al-Rahmaan: boerinnen met hun voor de Hadramaut typische strooien hoeden.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 april 1996 (zaterdag).

Tarim (Tarim, mudbrick, Wadi HadramautThibi, Suwayri, Rayda, Daniël van der MeulenAboe Righaal, Jaar van de Olifant, Mekka, Ka’ba, Laila Alwi, Boor, Say’un, Waqf / Awqaaf).
Wakker: 5.30 uur.
Tekenen tot 7.30 uur: nu!

Afwassen.
Ontbijt.
Op de afspraak van 9.30 komt Abd al-Rahmaan A. een half uur te laat. Hij is de gastheer, dus ik heb niets te willen.
Hij rijdt mij door Tarim: het Tarim van de mudbrick-paleizen.
Op mijn verzoek zullen we een zij-wadi van de Wadi Hadramaut bekijken: Wadi Dhahab (dhahab betekent ‘goud’), maar zover komt het niet. Even voorbij het dorp Thibi, waar Abd Allah A. (bibliotheekmedewerker) woont, wordt de weg zo slecht dat de oude rammelende Toyota van Abd al-Rahmaan niet meer op ver­ant­woor­de wijze verder rijden kan.
Aan de zuidzijde van de Wadi gaan we naar twee dorpjes, al-Suwayri en Rayda.
Abd al-Rahmaan vergelijkt zich met Aboe al-Gharr(1) die in het Jaar van de O­li­fant de Ethiopiërs de weg naar Mekka wees, waar zij de Ka’ba wilden ver­nie­ti­gen. Abd al-Rahmaan als Aboe al-Gharr die mij, de vreemdeling, de weg wijst naar de huizen van de dorpelingen. Althans, de dorpelingen zullen zeggen dat hij Aboe al-Gharr is.
Ik maak in al-Suwayri een aantal foto’s van huizen die ook Daniël van der Meu­len zou hebben gefotografeerd.
Het naast de grote weg rijden (dorpswegen), maar ook het rijden op de grote weg, is geen pretje voor al die oude rammelkarren die ze hier hebben, met uit­zon­de­ring dan voor Laila Alwi, de naar een dikke, zeer populaire Egyptische actrice vernoemde four-wheel drive van elk Japans merk.
We bezoeken ook nog de voormalige Hadramitische hoofdstad Bawr (Boor) en gaan dan in Say’un naar de wijk al-Qarn (al-qarn betekent ‘de hoorn’) waar niet alleen Hamid B. woont (de taxichauffeur) maar ook Abd al-Rahmaan en zijn familie.
Ik maak kennis met zijn dochtertje Maryam, ongeveer 4,5 jaar oud, met zijn zoontje Hassan, 2,5 jaar oud en met de stem van zijn vrouw. Ik zie niets van haar, zelfs geen zwarte lap. Ook met de stem van zijn moeder, in een zelfde verschijningsvorm als zijn vrouw: geen, dus.
Daarnaast ontmoet ik zijn broer Hassan, die bij het Ministerie van Awqaaf werkt en een beetje Engels spreekt.
De vrouw van Abd al-Rahmaan kookte en zet de toetjes om de hoek, zonder zich te laten zien, uiteraard.
Het eten: een berg rijst, een beetje groente, aardappelen, vlees. (Vlees van een onduidelijk soort. De Arabische slager hakt immers het dier in een aantal even grote stukken. Vlees koop je per homp of per gewicht en niet per soort, zoals in Europa.) Dit is een stuk van een geit, of iets dergelijks. Hassan legde twee stuk­ken op mijn bord, alsof ik deze lekkernij beslist niet mocht missen. Gelukkig kreeg ik nog één stuk door mijn strot. Het andere stuk, vol harde pees en veel vet viel weer uit mijn mond. Vet en olie: alles dreef erin.
Wel, dit was niet de maaltijd waarnaar ik uitgekeken had. Bovendien werd me duidelijk dat wat het hotel in Tarim serveert, de ultieme variatie is. Ook de maal­tijd bij Abd al-Rahmaan bevatte niet meer dan de maaltijd in het hotel.
Er was haai (haaienvlees), dat beviel me niet, maar ik zou er wel aan kunnen wennen. Er waren twee meloensoorten. Als toetje pudding en citroen- en si­naas­ap­pel­ge­lei.
Iedereen eet met zijn lepel uit de gemeenschappelijke potjes, dat wat de toetjes betreft. De hoofdschotel werd natuurlijk met de blote rechterhand naar binnen gewerkt, zittend op de grond (vloer). Gelukkig had ieder zijn eigen bord. Dat wel.
Eten als bij de nomaden: of ‘ze’ nu in een tent zitten, of in een huis. Het maakt niet uit.
Met de handen eten: het klinkt romantisch, voor toeristen, maar voor mij hoeft het niet. (Niet meer.) (Gelukkig had ik hem eergisteren verteld dat ik niet van vlees hou.)(2)
Wat wel hoeft zijn die prachtige tekeningen, aquarellen en linosneden die Abd al-Rahmaan maakte. Hij is een autodidact en hier en daar heeft zijn werk nog iets primitiefs, maar vaak is het subtiel en van verbluffende schoonheid. Ik kreeg het op één na mooiste werk van hem: een linosnede in geel en zwart (werkende boerinnen op het platteland) ongeveer 17 x 13,5 cm. Strak en toch gedetailleerd.(3)
Het mooiste werk is een aquarel van ongeveer 6 x 5 cm: een ondergaande volle maan achter palmbomen voor een gestructureerde zwoel donkerblauwe hemel.
Met enige scholing kan hij een goede artiest worden, maar zijn cultureel werk gaat tegenwoordig voor.
Ik ga met een reguliere taxi terug naar Tarim.
Avondeten koken.
Van 21.00 tot 23.00 uur buiten zitten. Ik ging om de Hollanders (toeristen) te spreken, maar had er eigenlijk niet veel zin, hoewel er een mooie jonge vrouw bij was.
Hussain komt bij mij zitten en we vertellen wat. (Hij spreekt alleen maar Hadrami, is dertig jaar en heeft twee zonen, een van zeven en de ander is vier jaar oud.)
Ik leer snel dat precieze uitspraak, anders dan ik dacht, zeer belangrijk is, hoe­wel zijzelf niet altijd duidelijk spreken.
Er komt al snel Muhammad uit al-Mukalla bij, die hier naar toe kwam om Engels te leren.
Ik help hem met het vertalen van een krantenartikel: Engels en hij helpt me met het Arabisch. Dit zullen we vaker doen.
Hij rookt veel en is erg mager, maar toch voel ik me tot hem aangetrokken.
’s Avonds in bed fantaseer ik over zijn lichaam en dat van die stevige werkman en kom klaar.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 27 april. (CommunismeWahhabiyya.)
Abd al-Rahmaan laat me enkele paleizen in Tarim zien. Hij wijst me op de slech­te toestand waarin veel paleizen verkeren. Vroeger waren die allemaal be­woond door hun ei­ge­na­ren, die ook een leger van bedienden in dienst had­den. Na de communistische machtsovername werden al deze gebouwen ont­ei­gend en als woonruimte toegewezen aan het gewone volk, die het helemaal uit­leefde. De eigenaren werden in Tarim bedreigd en vluchtten naar Aden, om zich daar, als onbekenden onder het gewone volk te mengen, waarmee hun vei­lig­heid ge­ga­ran­deerd was.
Abd al-Rahmaan vraagt zich bezorgd af of wij wel goed gehoord hebben dat dr. Yoesoef Muhammad Abd Allah (de directeur van de Algemene Organisatie van Archeologie, Musea en Handschriften […] in Sana’a en zijn werkgever) de nieuwe directeur van de al-Ahgaaf-bibliotheek wordt? Hij denkt dat hij daar niet geschikt voor is en dat er competentere personen zijn. Hij is bovendien meer geïnteresseerd in zijn huidige taak in het museum van Say’un.
Hij bespreekt dit met mij, terwijl we voor de Hadad-moskee van Tarim staan. Deze oude moskee werd onlangs gerestaureerd met het geld van een in Saoedi-Arabië rijk geworden Tarimi. De moskee ziet er mooi nieuw uit, geen leem­bouw. Kort geleden werd Abd al-Rahmaan benaderd door de bouwheer. Die vreesde dat de nieuwe moskee binnenkort met de grond gelijk zal worden ge­maakt, door Tarimi’s, die geloven dat de versieringen in de moskee, die door een Marokkaan werden aangebracht (calligrafie en geometrische figuren in gips) ‘haraam’ zijn. Dit is niet alleen de invloed van de Wahhabiyya, maar ook het klasseverschil tussen rijk en arm. (Waarschijnlijk gaan communistische ideologie en strikt islamitisch dogma hier hand in hand.)

[…]

Abd al-Rahmaan maakt calligrafiën in de stijl van oude korans, die hij in Sana’a verkoopt.

Dit is het einde van het verslag van 27 april.

(1) Op internet en in The Encyclopaedia of Islam is geen Aboe al-Gharr te vinden, die in het Jaar van de Olifant zou hebben geleefd. (Misschien heb ik Abd al-Rahmaan verkeerd begrepen of bij het opschrijven van de naam een fout gemaakt.) Wel vind ik in The Encyclopaedia of Islam ene Aboe Righaal, die dit staaltje van verraad zou hebben gepleegd. In de islam geldt de man als een historische figuur, in de wetenschap houdt men het op een mythe.

(2) Ik ben al sinds 1975 vegetariër (nog steeds), maar was sinds het begin van de jaren negentig al vaak genoeg in de Arabische wereld geweest om te weten dat als je daar geen vlees eet, je snel sterft van de honger, tenzij je de beschikking hebt over een eigen keuken en er geen voedselschaarste heerst in de streek waar je verblijft. Daarom was ik min of meer gedwongen vlees te eten. Overigens kon ik natuurlijk ook niet komen ‘aanzetten’ met de mededeling “Ik eet geen vlees”, als de mensen aldaar voor mij hun laatste kip slachtten. Bovendien werd mij ook, bij een andere gelegenheid, te verstaan gegeven dat Allah het vlees halaal had gemaakt. Met andere woorden: waar haalde ik de hoogmoed vandaan om Allah uit te dagen door zijn aanbod te weigeren.

(3) Abd al-Rahmaan was kunstzinnig en linkshandig. De linkerhand is in de islamitische / Arabische cultuur onrein, omdat je daarmee je kont na het poepen afveegt. Het is verboden om met je linkerhand aan het eten te komen en je linkerhand ook maar te gebruiken waar ieder ander zijn / haar rechterhand voor gebruikt. In de al-Ahgaaf-bibliotheek maakte Hussain A. zijn ongenoegen over de linkshandigheid van Abd al-Rahmaan bij mij kenbaar. Abd al-Rahmaan had mij verteld dat, toen hij nog een kind was, zijn vader tegen hem had gezegd dat het niet uitmaakte welke hand hij gebruikte, als hij er maar gelukkig mee was. Hoeveel mensen zouden in andere families niet gedwongen rechtshandig worden gemaakt? Overigens is in de Europese cultuur ‘links’ ook niet overal top. Het Italiaanse woord voor links is ‘sinistra’. In het Nederlands heeft het bijvoeglijk naamwoord ‘sinister’ de volgende betekenissen. Onheilspellend, schrikwekkend; onguur, zeer ongunstig (van uiterlijk).

Dit is het einde van dag 42 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 26 april 1996

Apenkoppen
Een impressie van de Wadi Hadramaut. Ik noemde deze heuvels vaak ‘apenkoppen’ omdat je er, met enige fantasie, wel het bovenste deel van een schedel van een aap in kon zien, zoals bij de ‘berg’ links: een lage schedel, een laag voorhoofd en een ver vooruitstekende snuit. Vrijwel alle ‘bergen’ hadden een vergelijkbaar uiteinde.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 26 april 1996 (vrijdag).

Tarim (Tarim).
Op 6.00 uur.
Computer: boekhouding.
Ontbijt. Afwassen.
Een brief schrijven voor de achterblijvers. Ik noem die ‘De tweede brief van Johannes aan de Hollanders’ en schrijf vier A4-tjes vol.
Lunch.
Het water in het zwembad is groen, dus ‘onbezwembaar’.
Nu 14.00 uur.

Na de middag bezig met een brief voor RK en … Ik weet het niet meer: zinvolle dingen, in ieder geval. Tekenen, denk ik, wat helemaal niet lukt.
’s Avonds koken: kip tandoori, zonder kip!
Arabisch lezen.
Ik neem een cola (koop die bij de cafetaria van het hotel) en maak er een rum-cola van.
Bed 21.30 uur.

Dit is het einde van dag 41 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 25 april 1996

Markt, Tarim
De markt schuin tegenover de bibliotheek in Tarim. Het aanbod van groente en fruit is maar be­perkt.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 25 april 1996 (donderdag).

 Tarim (Tarim, Arabische Indonesiërs, Arabische Singaporezen, Ied al-Adha).
Op 5.00 uur. Het is heerlijk koel, buiten.
Afwassen en de rommel opruimen.
Rond 9.00 ben ik in de telefoonwinkel van Husayn A. en bel Jan Just Witkam, AS en Pa en Ma.
Werken in de bibliotheek, maar eerst kocht ik twee sarongs van licht katoen. Na het zwemmen en douchen liep ik meestal in een lange badhanddoek, maar dat werd me te warm. Alle mannen lopen hier in een sarong, dus doe ik dat ook, op mijn kamer.(1)
Ik wilde ook een bureaulamp kopen om ’s avonds buiten nog te kunnen werken, maar ik kan alleen een met ingebouwde batterij vinden. Dat is ook veel beter, hier, wegens de frequente stroomuitval.
We werken tot 13.00 uur. Abd al-Rahmaan A. brengt me naar huis (hotel) met een tafel en stoel(2), zodat ik hier kan werken. (Op eigen verzoek.)
Ik geef hem een deel van de overvloed van de levensmiddelen voor vrouw en kinderen. We spreken een vergoeding voor zijn reizen af. (Say’un – Tarim vice versa, dagelijks (ik ga uit van een hele taxi(3) van 800 rial per rit) vijf dagen in de week): 8.000 rial per week. (Circa f. 100,00.)
Ik ga, wegens mijn wond (linker hand), niet zwemmen.
Abd al-Rahmaan nodigt mij uit om samen te eten en ik ga met hem lunchen.
Voor die tijd zie ik nog enkele leuke Chinese jongens in het water liggen. Zij zijn hier uit Indonesië en Singapore om de ‘roots’ met de Hadramaut niet te ver­lie­zen. Hun ouders zijn immers Hadaarim, of anders hun grootouders wel. Zij stu­de­ren hier een jaar op de islamitische universiteit.
In deze door en door mannenmaatschappij verlies ik de vrouwen uit het oog. Er zijn ook weinig vrouwelijke toeristen.
De krachtige boy, die ik enkele dagen geleden al beschreef (21-4-96) zag ik van­mid­dag even. Daarna rende ik als een gek rond (in sarong) om hem nog een keer te zien, wat niet lukte. Ik zou hem willen betasten, naakt, wel te verstaan.
Ik gaf alle medewerkers in de bibliotheek 1.000 rial voor de Ied al-Adha (het Slachtfeest), doch alleen Hussain A., Abd al-Rahmaan en Abd Allah A. be­­dank­ten. Noch Abd al-Gaadir, noch Aboe Alawi bedankten mij. Het was Abd al-Rahmaan die me erop attent maakte. (Van Abd Allah had ik het zelf niet ge­hoord.)
Het eten met Abd al-Rahmaan, hier (hotel) was uitstekend: vis (tonijn), rijst en groente.
‘Thuis’: op mijn kamer, allerlei zaken regelen. Boekhouding en dagboek bij­wer­ken.
Anders dan bijna een jaar geleden, toen ik tot mijn ontsteltenis merkte dat ik (even) verliefd was geworden op een man: Rashid K. uit Canada, vind ik het volkomen natuurlijk dat het welgevormde lichaam van de jongen gisteren (bij de kapperszaak in Say’un) en de krachtige werkman me aantrekt, hoewel ik dat tegen niemand hier of in Nederland zal toegeven. Europese mannen spreken me niet aan. Vrouwen uit alle landen wel.
Nu 19.45 uur.
Ik kan de slaap niet vatten. Het sterke lichaam van de werkman van het hotel houdt me bezig. Na uren komt het gevoel tot ontlading, maar ik blijf nog lang wakker liggen, dus maak ik het verslag van de afgelopen dagen op de computer.
Bed 00.00 uur.

Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.

Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de za­kelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interes­sante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.

Fragment uit het verslag van 25 april.
Verschillende onderdelen van het meubilair blijken te zwak voor het harde Ha­dramitische klimaat. Het ziet er naar uit dat een deel van de IKEA-meubelen de tijd van mijn verblijf niet zal overleven. Nu al ging één van de vier (plastic) rol­luiken van het wandmeubel stuk, direct bij het eerste gebruik. De warmte deed het plastic verder uitzetten dan de kast breed was. Daarnaast vormt het stof (deze stad is één grote, hete stofwolk) al na vijf minuten een dunne film van zand op pas uitgepakte spullen. Veel bewegende delen, gemaakt voor de West-Europese schone airco-kantoren, zullen in dit hete stofparadijs spoedig ten on­der gaan. Het dringt zelfs door in de scharnieren van de hoogst geavanceerde spiegelreflex fotocamera’s. Het stof is misschien wel van moleculaire grootte.

[…]

Tijdens een informele bijeenkomst, hier in het hotel, vertelt Abd al-Rahmaan dat Sjeik AB een vriendelijke man is, maar uiterst eigenwijs en soms ruzie­zoe­kend. Hij heeft altijd op alles en iedereen kritiek, ook op het gebeuren in de mos­kee. (Details weet ik niet.) Bovendien is hij niet altijd redelijk en wil nog wel eens onbezonnen te werk gaan. Hij is wegens zijn ‘wilde’ eigen­schappen niet bij iedereen geliefd.

[…]

Na het Slachtfeest wil Abd al-Rahmaan op zoek gaan naar een nieuw gebouw voor de bibliotheek. De huidige locatie is minder geschikt omdat de bibliotheek in het moskeecomplex is gehuisvest en daardoor afhankelijk van de nukken van het moskeebestuur. Ook is de bibliotheek afhankelijk van de elek­trici­teits­­be­hoef­­ten van de moskee.
Ik vraag hem of het dan wel zinvol is om nog een elektriciteits­netwerk in de bibliotheek aan te leggen. Hij zegt dat voordat de bibliotheek daadwerkelijk zal verhuizen er nog vele jaren voorbij zullen gaan.
Hij vertelde ook dat het Hussain al-K. is geweest die in het verleden door de regering benoemd is om een bibliotheek op te zetten en dat hij het is geweest die alle families verzocht heeft hun boeken samen te brengen, om zo boek­ver­bran­ding [door de communisten: IdL], die veelvuldig voorkwamen (niet in Tarim, maar wel in al-Mukalla) te voorkomen.
Uiteindelijk werd Hussain al-K. het slachtoffer van een soort ‘culturele re­vo­lu­tie’, toen men hem ervan beschuldigde slechts in de beloning geïnteresseerd te zijn en niets om die boeken te geven. De man heeft deze vernedering gelaten over zich heen laten gaan en nam zich voor te wachten op betere tijden en on­der­tus­­sen ‘zijn’ boeken zo goed mogelijk te beschermen.
Voor Hussain al-K. is de pil extra bitter omdat hij vroeger de eerste man in de bibliotheek was en nu niet meer meetelt.
Sjeik AB, die tegenwoordig de leiding heeft, was vroeger de bibliothecaris in de bibliotheek van de familie waartoe ook Hussain al-K. behoort.
Hussain al-K. is de enige man die voortdurend boeken leest en bestudeert. Hij spreekt ook een beetje Engels.

Einde van het verslag van 25 april.

(1) Sinds deze dag in 1996 loop ik thuis altijd in een sarong, ook nu, in 2016.

(2) De tafel en stoel waren een onderdeel van het geschenk, dat eergisteren met de container kwam, en die spullen waren dus eigendom van de bibliotheek.

(3) Een ‘hele taxi’. Dat is dus een taxi die je niet deelt met andere personen, die dezelfde bestemming hebben, of een bestemming die ongeveer aan de af te leg­gen route ligt. Je moet dan soms heel lang wachten voordat de auto vol is, of zelfs meer dan vol, voordat de chauffeur vertrekt.

Dit is het einde van dag 40 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.