Cees (links), die op dit moment al ziek is, en ondergetekende op 6 oktober in onze hotelkamer in Meknes. Deze foto is genomen door Mohammed R., een jongeman die we gisteren in deze stad ontmoet hebben.
Dagboek 1976
(Dag 1712) Cees en ik zijn samen op vakantie in Marokko. We zijn in de stad Meknes. We gaan vanavond met Mohammed R., die we gisteren ontmoetten, op stap en leren iets over de Marokkaanse cultuur en omgangsvormen.
Woensdag, 6 oktober 1976.
Op 7.30 uur.
We zien Mohammed R. en hij ons. Hij gaat naar school.
Ontbijt in het hotel.
De stad in en we fotograferen de nieuwbouw van de Banque Commercial du Maroc.
In de oude stad diverse foto’s genomen. Deze stad is niet zo mooi als Fez.
Thee, koffie en limonade drinken.
We zijn moe en zien niet veel. (Toch veel foto’s gemaakt.)
Tegen 16.15 uur bij het hotel. We eten couscous zonder vlees in het hotel en gaan in onze kamer op bed liggen.
Om 18.00 uur is Mohammed bij het hotel en we gaan naar dezelfde zaak als gisteren. Hij, Mohammed, zegt dat deze zaak een souvenir voor hem is, want als hij hier komt zal hij met plezier aan ons terug denken.
We drinken koffie en horen dat het een Marokkaanse gewoonte is om soms slechts één kop koffie, samen met een glas water, op een avond te drinken en alleen maar naar de muziek te luisteren. Wij, Cees en ik, drinken nog een kop koffie en Mohammed zegt dat hij het drinken zal betalen. Daar wil ik niets van weten, want ik heb werk.
Hij slurpt de koffie op. (Dat is in Marokko gewoonte en hij zingt als er niets gezegd wordt, dat is ook gewoonte, hebben we gemerkt. Wij zouden dat in Nederland niet zo accepteren, want je denkt al gauw dat iemand zich verveelt en weg wil.)
Als we hem vragen iets fris te drinken zegt hij dat hij dat niet kan accepteren, want een echte vriend drinkt niet op kosten van zijn vrienden. (We hadden hem gisteren al gezegd hem als een vriend te beschouwen, want menigeen loopt met je mee: “Vriend hier, vriend daar” en achteraf wil die dan geld hebben. Wij, zo zeiden wij, vonden het fijn dat hij dat niet deed.)
Bij het bestellen van Orangina [sinaasappellimonade], kijken wij hem zodanig aan dat hij van twee djoez [stuks] toch tletta [drie] maakt en dus zelf meedrinkt.
Zo lang als hij over de koffie doet, zo snel heeft hij de Orangina op (ook gisteren, de coke.)
We nemen hem mee naar het hotel. Onderweg komt hij een goede bekende tegen en die kust hem op beide wangen.
Hij loopt het hotel binnen zonder te vragen en de eigenaar, die alleen iets kan lezen als hij het papier tegen zijn neus houdt, zegt niets.
Op onze kamer maken we een zevental foto’s. Van hem, van hem en een van ons en hij met de telefoonhoorn aan zijn oor.
We vertellen nog wat. Dan klaagt Cees over buikpijn.
Ik begeleid Mohammed naar buiten en morgen zal hij bij het hotel zijn om ons uitgeleide te doen: “en vergeet alsjeblieft niet de foto’s.”
Bed tegen 21.30 uur. Weer: smoorheet, tegen de 40°C.
De drie jongemannen die we in Meknes ontmoetten. Cees zit in het midden, helemaal rechts staat Driss. Van de jongen links weet ik de naam niet. De persoon naast Cees is Mohammed. (De foto is onscherp en helaas ook nog overbelicht.)
Dagboek 1976
(Dag 1711) Cees en ik zijn samen op vakantie in Marokko. We zijn in de stad Fez en proberen daar vergeefs een auto te huren. – We gaan vandaag terug naar Meknes, waar we verleden week ook al een paar dagen waren. – In de loop van de dag maken we kennis met enkele Marokkaanse jongelui.
Dinsdag, 5 oktober 1976.
Op 7.00 uur.
We gaan naar de autoverhuurder [Hertz]. Er was geen auto. Dat was gisteren ook bekend, maar in het hotel was men vergeten dat tegen ons te zeggen.*
We betalen het hotel 117 Dirham (Dh) en laten onze bagage achter.
Enkele punten in Fez moest ik nog met de zoomlens nemen en dat doe ik dan ook. We gaan met een taxi terug naar het hotel en laten de chauffeur wachten, nemen de bagage en rijden met hem naar het station. Ik betaal de taxi met een ruime fooi, totaal 6 Dh. De trein kost 9,40 Dh (2 personen.)
In Meknes gaan we naar Hotel Touring in Rue Allal ben Abd Allah. Vervolgens gaan we naar het postkantoor. Cees heeft twee brieven Poste Restante van [zijn vriendin] JM en ouders. Ik een van Pa en Ma.
Als ik die gelezen heb, blijkt dat de mooie boys, die ik eerst buiten gezien had, nu binnen zitten. Een jongen kijkt naar mij en aan zijn blik zie ik dat hij belangstelling voor mij heeft. Ik doe of ik hem nauwelijks zie, want het zal wel weer over hasj gaan. Hij vraagt of ik lucifers heb en die heb ik niet.
Even later: waar komen jullie vandaan?
“Hoelanda.”
Nou, hij is op 1 oktober teruggekomen uit Nederland en Duitsland, waar hij twee maanden is geweest en vertelt erover in goed Duits. Zijn twee vrienden komen erbij zitten en spreken slechts Frans. Hij laat zijn fototoestel zien en we besluiten foto’s van elkaar te maken.
Ik haal mijn fototoestel en hij wil de Blitz gebruiken in daglicht. Ik gun hem dat plezier, maar zijn toestel is gemaakt voor een andere Blitzer [flitser] dan mijn camera. Ik maak dia’s van hen en de Duitssprekende wil mijn adres hebben en ik krijg het zijne.
Driss A.: Av. De F.A.R. 00; Meknes, Maroc.
Zijn vriend wil ook zijn adres geven, maar Driss vindt dat niet nodig. Toch doet hij dat. (Gelukkig.)
Mohammad R.: Quatier XX; Meknes, Maroc.
Driss is een blits mannetje, wil opvallen en loopt met zijn toestel open en bloot op de borst. In moslimstaten niet een normaal verschijnsel, daar [het maken van] afbeeldingen van mens en dier in de koran verboden is. (Hoewel er in de Medina en erbuiten talloze fotozaken zijn.)
Driss is in Duitsland wel tientallen keren dronken geweest en is er trots op.
We maken een afspraak voor vanavond acht uur om naar een discotheek te gaan.
Driss loopt achter jonge meisjes aan, zoals hij in Duitsland heeft geleerd en dat daar kon doen.
Mohammed zegt dat er een probleem is: Marokkanen mogen van de politie niet met toeristen samen lopen. Ik kom erachter dat dit voor de ‘bescherming’ van de toerist is, omdat meeste Marokkanen geldzeurders en hasjverkopers zijn. De mening van de toerist schijnt voor de politie niet interessant te zijn.
We gaan via het hotel naar de Medina. Mohammed had tegen Cees gezegd dat zij (zij drieën) erg tevreden waren over de kennismaking met ons. Cees had dit niet verstaan. Ik was mijn adres aan het opschrijven, maar hoorde het wel.
Cees en ik eten in de Medina vegetarisch, drinken een kop thee en gaan terug naar het hotel. We liggen een tijdje op bed.
Mohammed is de enige van de drie die komt opdagen. Met moeite mag hij het hotel binnen en dat dan nog maar voor een kwartier.
Driss is intern (hij studeert in Meknes, maar woont in Tetouan) en mag na 19.00 uur niet meer de straat op.
Met Mohammed wandelen we naar een rustige plaats, praten wat. Een drietal kameraden van hem komen erbij zitten. Mohammed rookt hasj, maar heeft die anderen niet graag in de buurt en we gaan weg.
We hebben een nieuw woord geleerd Sha Allah⁑ ‘Als god het wil’
In een restaurant praten we en drinken qahwa halib, dit is ‘café au lait’. (Koffie verkeerd.)
Als we over straat lopen neemt Mohammed plotseling afscheid: “De politie, we gaan uit elkaar, loop me na, dan treffen we elkaar weer.”
En ja hoor, de politie. Mohammed loopt weg en even verder spreken we elkaar weer. Iets dat in onze ogen ongelooflijk is. We staan versteld. Niet te geloven. Wat een land. Ik ben blij dat het niet het mijne is.⁂
We gaan tegen 10.00 uur uit elkaar en spreken voor morgenavond 6.00 uur af.
Cees en ik gaan het hotel. Daar vertelt hij dat [zijn vriendin] JM zich ongerust maakt over hem en hij wil haar verhaal als zijnde belachelijk aan mij vertellen.
Ik zeg hem dat als het hem op het hart ligt, hij het best aan mij mag vertellen, dat het echter niet zo moet zijn dat wat JM aan hem schrijft en dus voor hem bedoeld is (en dus feitelijk geheim is voor anderen), dat hij dat aan mij gaat vertellen. Hij moet haar respecteren.
Hij kan dat met moeite begrijpen.
Tegen 23.00 uur in bed.
Mohammed loopt over van complimenten. Hij wil niet dat we donderdag al weggaan. Ik vind Mohammed een fijne en sympathieke jongeman. Ik ga liever met hem om dan met Driss. Weer: smoorheet, ondanks de lichte bewolking.
*
Voor zover ik mij nog herinner was Hertz Autoverhuur in Fez niet erg coöperatief, omdat wij geen creditcard konden overleggen.
(Dag 1710) Cees en ik zijn samen op vakantie in Marokko. We zijn in de stad Fez en proberen daar tevergeefs een auto te huren. We bezoeken een rommelmarkt, met letterlijk ‘rommel’ en daarna de grootste bezienswaardigheid van Fez: de leerlooierijen, waar het leer nog op dezelfde manier behandeld wordt als eeuwen geleden, namelijk in urine.
Maandag, 4 oktober 1976.
Het is Werelddierendag. Ezels worden beladen, zodanig dat ze bijna door de poten zakken. De last steekt hen tot bloedens toe in de huid en op hun kont zitten open en bloedende wonden, waar hun baas iedere keer met de stok steekt om het beest te vermanen en sneller te laten lopen. Werelddierendag is (nog) niet aan de orde in Marokko, een land waar de mens nog niet eens meetelt.
’s Nachts had ik miezerige dromen en last van diarree. Nachtmerries en een droom waarin een mooie naakte boy voorkwam.
We gaan naar Hertz en proberen een auto te krijgen: “Kom om 10.00 uur terug en tegen 12.00 uur heb je er een.”
We zeggen dat we vandaag het hotel verlaten. Na 10.30 uur horen we dat we om 18.30 uur moeten terugkomen om de auto te halen. We zullen nog een nacht in het hotel moeten blijven. Het enige hotel in onze vakantie waar we langer dan twee nachten blijven.
We lopen half om de wondermooie stad Fez heen en fotograferen. We hangen de toerist uit. Ik met het fototoestel.
We kijken op een rommelmarkt, waar je alles en dan ook letterlijk alles ziet liggen en dingen die in Nederland worden weggegooid. Halve messen, kapotte sloten, gebroken sleutels, datumstempels met inktpot, plastic ringetjes, kapotte radiocondensatoren, schroefjes, moertjes, kapotte van dit en kapotte van dat. Botte messen, afgesleten steeksleutels. Onwaarschijnlijk, maar er ligt alles, alles, alles en van alles dat je niet verwacht.
We lopen van Baab Ftouh [stadspoort] tot aan de andere kant van de Medina en omdat ik gisteren geen fototoestel bij me had en nu wel, fotografeer ik veel, ook de leerlooierijen waar lummels, alleen omdat ze achter ons aanliepen, zich nu gids noemen en geld willen hebben. Ik geef twee Dirham aan hen en ze moeten zelf maar ruzie maken hoe ze die verdelen. Eén krijgt niets en loopt ons achterna voor één Dirham, maar laat ons na verloop van tijd met rust.
We lopen, lopen, lopen de Medina wel vier of vijf keer op en neer, tot aan de Karaouiyine moskee* Er is zelfs een volwassen oudere man, circa 45 jaar, die zich als gids aanbiedt in het Duits en na lange tijd krijgen we hem duidelijk gemaakt dat we alleen op pad willen en hij biedt zijn excuses aan.
Ik koop voor Opa een asbak, 4 Dh en voor mezelf een mutsje van kant en een van gewone stof.
Naar de autoverhuurder: die is gesloten.
We eten brood in het hotel.
In de stad doen we inkopen voor Cees. Tussen 21.30 en 22.00 uur gaan de winkeltjes dicht. Dat zijn we niet gewend. In Rabat en Tanger bleven die langer open, maar ja, toen was er een Ramadan-dag voorbij en kwam er leven in de ‘brouwerij’.
Tegen 23.00 uur op bed. Weer: weer zomers warm.
*
Karaouiyine moskee: Masǧid al-Qarawiyīn. (ﻣﺴﺠﺪ ﺍﻟﻘﺮﻭﻳﻴﻦ)Wi. De Karaouiyine moskee is een onderdeel van de religieuze Karaouiyine Universiteit in Fez.
(Dag 1709) Cees en ik zijn samen op vakantie in Marokko. We zijn sinds gisteren in Fez. Onze student-gids leidt ons naar het kwartier van de ambachtslieden en daar beginnen de eindeloze verkooppraatjes weer.
Zondag, 3 ooktober 1976.
Op tegen 8.40 uur.
Vierde brief naar Pa, Ma en Opa schrijven.
Om 11.00 uur komt onze student-gids Rashid, wat ‘slim’ betekent, volgens het woordenboek Arabisch – Duits. We gaan met de bus naar de Baab Ftouh. Een korte wandeling. Zijn vriend Max komt erbij. (Max’ vader schijnt een Amerikaan te zijn die tot de islam bekeerd is.) We zien een Madrassa van binnen, maar we lopen al gauw bij een tapijtknoper binnen. (Kinderarbeid.) Dan begint het gezeur: “Tapijtje kopen, groot, klein, kleiner, studententapijtjes, studentenprijsjes. Sjouwen? Geen bezwaar, aanbetalen en thuis de rest betalen. Wij sturen het tapijt dan.” En of je nu zegt dat je niets wil kopen of niet, het helpt niets.
“Je hoeft niets te kopen. Kom, je krijgt informatie en je hoeft niet te kopen, wij blijven vrienden, voel de kwaliteit en ze zijn erg mooi.” (Inderdaad, ze zijn mooi.) “Niet duur. Hoeveel denk je? 900 Dirham (Dh). Te duur? Wat is jouw prijs? Geen tapijt? Dan toch zeker wel een deken. Nee, nee, nee, je hoeft niet te kopen, maar wat geef je ervoor? Waar komen jullie vandaan?”
Ik: “Kijken, kijken en niet kopen.”
“Hollande, dus. Student? Kijk eens wat goedkoop…” Zo gaat het maar door.
We staan op en lopen weg. En weer een volgende dekenmaker. Cees koopt hier na lang zeuren een hemd voor 26 Dh en een kop muntthee.
Een koperslager, een tapijtverkoper en dan ook nog even de leerlooierijen.
Rashid heeft honger en wil weg. We geven hem de afgesproken 10 Dh en gaan onze eigen weg. Ik koop babouches [schoentjes]: 25 Dh (f. 15,00) Een mooie beurs / portefeuille voor 10 Dh. Deze verkoper is de enige die je rustig laat zoeken zonder je aan je kop te zeuren. Hij blijft in de koran lezen. Ik ding niet af op de beurs. Een beurs voor Ma: 10 Dh.
Een boekenkaft voor Pa: 9 Dh.
Een mooie djellaba voor 120 Dh, afgedongen van 180 Dh. Een wit mutsje voor 4 Dh.
We kopen in de stad een milkshake en ik zie de kerel er ijs in doen. Nu is ijs toch altijd al iets van zo, zo, zeker in deze landen. Ik voel dat het slecht is deze op te drinken en dat ik ook beter de meegebrachte koek niet kan opeten. Ik doe het toch en de volgende nacht en morgen heb ik diarree. (Volgens Cees psychologisch, omdat ik de milkshake wantrouwde.)
Tegen 20.00 uur met de taxi naar het hotel.
’s Avonds naar Fez al-Djadid. [Nieuw-Fez.] Weer: erg warm, zomers. ’s Avonds frisser: trui.
Ondergetekende zittend op een muurtje voor een van de poorten van het koninklijk paleis in Fez.
Dagboek 1976
(Dag 1708) Cees en ik zijn samen op vakantie in Marokko. We zijn in Meknes en willen daar een auto huren, maar men vertelt ons dat dat alleen in Fez kan. We gaan dus naar Fez, met de trein.
Zaterdag, 2 oktober 1976.
Op 8.50 uur.
Naar Hertz Autoverhuur. Er worden alleen in Fez auto’s verhuurd.
Hotel: eten en betalen: 50 Dirham (Dh).
Met de trein van 11.55 uur naar Fez, 60 kilometer voor 4,75 Dh per persoon.
In de trein zit een zich bezattende mooie jongeman die me aan Peter R. herinnert, vooral wat zijn gedragingen betreft.
In Fez brengt ons een student naar Hertz, maar die is gesloten. We maken een afspraak met hem dat hij ons zondag voor 10 Dh in de stad zal rondleiden. Hij brengt ons naar Hotel Splendid, 31 Dh per nacht, 3 sterren B. Op de kamer liggen we bij te komen.
Tegen 15.30 uur gaan we de stad in, tot 21.30 uur, soep eten, thee drinken. We worden begeleid door een hummel, die goed Amerikaans en Frans spreekt en een beetje Duits.
Ik koop een ouderwets scheermes, 15 Dh, een snijmes (made in W. Germany) 4 Dh. Een lederen legger met een opdruk van een moskeepoort: 27 Dh.
Op de kamer eten we druiven.
Alleen maar door de gezellige Medina lopen. We komen tot aan de Grote of Karaouiyine moskee.*
Het is een grote én gezellige Medina. Weer: aanvankelijk erg warm, maar naarmate de tijd vorderde werd het frisser en kwam er meer bewolking.
*
Karaouiyine moskee: Masǧid al-Qarawiyīn. (ﻣﺴﺠﺪ ﺍﻟﻘﺮﻭﻳﻴﻦ)Wi. De Karaouiyine (Qarawiyine) moskee is een onderdeel van de religieuze Karaouiyine Universiteit in Fez.
Klik hier voor het overzicht van de transcriptie in Arabische woorden.
(Dag 1707) Cees en ik zijn samen op vakantie in Marokko. We zijn sinds gisteren in Meknes. – Ik ventileer hier een frustratie over Cees, omdat die altijd aanwezig is, dag en nacht, niet alleen in persoon, maar ook ‘dwingend’. Hij kent alleen maar Nederlands, daarom kan hij er niet alleen op uit, zelfs niet een paar uurtjes. – Een jongeman probeert mij te verleiden en ik raak daardoor nogal opgewonden.
Vrijdag, 1 oktober 1976.
Op 9.00 uur. Eten.
We lopen en zoeken de Rue de Nice, die niemand weet en vragen in garages of ze auto’s verhuren. “Nee, maar wel dat reisbureau.” We gaan ernaar toe.
“Een Renault? Jazeker, maar die moet uit Rabat komen en u moet die 140 km betalen.” Nou, dat willen we niet.
Onder een oude stadsmuur zoeken we een plaatsje om eten te koken.
Een stoned Marokkaan en zijn vriendje komt op ons af. Eerst willen ze roken, vervolgens bieden ze een verse vijg aan, die ik niet wil hebben. Beiden zien er goor uit. Dan wil hij mijn horloge zien en wil het van mijn pols halen. Ik trek mijn arm terug. We lopen weg, maar hij wil geld hebben. Ik geef hem, op advies van Cees, niets en we gaan er vandoor. Zij gaan ook.
We lopen de Medina in, waar niet veel te beleven is: vrijdag, dit is de islamitische ‘zondag’. We zien enkele mooie parken en al gauw ben ik futloos. Cees ervaart hetzelfde.
Op een terrasje ben ik leeg. Drink twee koffie en aanschouw de mooie boys die langs lopen en elkaar lief aaien of kussen.
In het hotel: Cees kookt op de kamer een potje gaar. De primus staat op het ‘balkon’ tussen de V-vormig geopende deuren. De kamerdeur is op slot en we hebben de beddenspreien voor de deur gehangen om eventuele geurtjes naar de gang tegen te gaan.
Ik sta ook op het balkon te fotograferen. Twee jongens komen hand in hand aangewandeld en ik wil hen fotograferen omdat er een sexy boy bij is, maar omdat Cees bij iedere foto die ik neem vraagt wat en waarom ik fotografeer doe ik het niet, omdat ik niet wil liegen, maar ook niet wil zeggen “een dikke lul”. Duidelijk is dat ik door zijn aanwezigheid geremd word.
Een van de jongens merkt na een poosje dat ik naar hem kijk en hij maakt het sexy stuk daarop attent. Ik sta op de derde verdieping en kan niet verstaan wat hij zegt, maar na een poosje maakt hij neukgebaren door een vinger van zijn linkerhand in een tot een holte gevormde rechterhand heen en weer te bewegen. Hij wil naar boven komen en houdt zijn lul vast.
Hij blijft schuin onder mij staan en ik draai me geregeld om en dan maakt hij weer die gebaren.
Als hij zijn vriendje op de bus heeft gezet, gaat hij weg en kijkt nog een keer om. Ik verwacht dat hij terug zal komen, maar dat is niet het geval.
Hij kan mij ook voor een griet hebben aangezien, dat ook in de Medina door kinderen veel gebeurt. Als ze groeten: monsieur voor Cees en madame voor mij. Niet zo leuk en toch ook wel handig, want Cees wordt veel vaker dan ik lastig gevallen om hasj of door lieden die gids willen zijn of geld willen hebben.
Als ik later aan het stuk denk, wil Cees ook nog weten waaraan ik denk. Ik zeg hem dat ik geen antwoord wil geven. Ik wil geen leugens vertellen, maar ik wil mijn gedachten voor mijzelf houden.
We eten een lekkere maaltijd en ik kijk vaak naar buiten, maar ik zie het sexy stuk niet meer.
Tegen 20.00 uur ga ik douchen. Met een dikke lul sta ik onder de warme straal en ik moet vaak aan de dikke lul en het lekker kontje van die jongen, in een beige broek, een blauw hemdje, dat mooie zwarte haar en zijn vriendelijke gezicht denken.
Als we na het eten ’s avonds de stad ik gaan, zoek ik hem, maar zie hem niet meer. Hij is een mooie jongeman, zoals duizenden Marokkanen.
We maken een vijftal mensen gelukkig in de nieuwe stad.
Een jongen bedelt voor 1 Dh “Om te eten”, zegt hij. We kopen voor 0,35 Dh een brood (idee van Cees) en geven dat aan hem. Hij bedankt hartelijk en begint meteen te eten.
Een jongen verkoopt voor 1 Dh vijf oude ansichten, we geven een halve Dirham voor niets.
Een taxichauffeur loopt zijn auto te duwen, we helpen hem met het aanduwen van zijn wagen.
Een jongen verkoopt nieuwe ansichten en we kopen voor 2 Dh vijf stuks.
En weer een bedelaartje voor 1 Dh geven we 0,40 Dh, zodat hij een brood kan kopen.
22.00 uur: hotel. Douche.
Het erotisch ‘avontuur’ heeft veel, heel veel indruk op mij gemaakt en ik verwacht een natte droom. Als ik alleen was geweest was ik misschien wel op zijn aanbod ingegaan.
’s Nachts word ik wakker. Ik heb mijn onderbroek in de slaap afgestroopt. (Thuis slaap ik altijd naakt.) Ik lig met mijn lul te spelen, ook al in mijn slaap. Ik wil slapen, maar eigenlijk ook niet. Na enkele, eigenlijk te veel voor mijn opgewonden toestand, rukbewegingen spuit het zaad tot op mijn borst. Na een periode van drie weken kom ik heerlijk klaar en blijf even zo liggen. Met het laken veeg ik mezelf schoon en val weer in slaap. Weer: warm tot zeer warm. ’s Avonds, zoals gewoonlijk een trui aan.