Levensmiddelen en drank, alles uit de container die mij op 23 april jl. bereikte en verrijkte met voedsel dat ik spoedig niet meer zou lusten en drank die Nico prefereerde, maar die nu naar huis was. De drank bewaarde ik in mijn koffer met nummerslot. Uiteindelijk heb ik een hele liter aan een Nederlandse reisleidster gegeven en het overgrote deel door het toilet gespoeld, want ik ben geen drankorgel en kreeg dat dus nooit op. Aan het einde van het project in 1996 werd alles wat van de projectleiders was opgeslagen in het Kathiripaleis in Say’un, maar, zo werd mij duidelijk gemaakt, daar mocht beslist geen drank bij zijn.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 28 april 1996 (zondag).
Tarim (Tarim, Ied al-Adha, Kathiripaleis).
’s Nachts een uur lang jagen op vier muggen die in mijn klamboe zaten.
Wakker om 7.15 uur. Anderhalf uur tekenen.
Douche.
Afwassen.
Ontbijt.
Dagboek bijwerken.
Nu 10.45 uur.
–
Doodmoe ga ik een paar uur (of beter: anderhalf uur) slapen en dagdromen over de twee jongens die mijn interesse hebben: Muhammad al-S. en de krachtige, gespierde jongeman.
In tegenstelling met wat ik verwachtte kan ik BQ niet vergeten en ik hoop dat ze mij, als haar bewonderaar, op z’n minst zal missen.
Zwemmen in een halfvol bad (halfvol met water, niet met mensen!).
Na de middag FoxPro: na een week weer programmeren.
Ik zie af van het voorgenomen werk van het overtypen van de fihrist. (Fihrist is het Arabisch woord voor ‘catalogus’.) Ik kan het niet opbrengen om in deze hitte te beginnen aan zo’n saai werk, terwijl zij, voor wie het werk bedoeld is, vrijaf hebben.
’s Avonds nog even zwemmen. Aan de rand van het bad komen enkele mannen zitten. Is één van hen de anders halfnaakte en nu goed geklede gespierde jongeman? In ieder geval is er sprake van een mooie jongen, die zijn sarong zo ver optrekt dat er wat van zijn mooie bovenbenen te zien is.
Circa 18.00 begin ik te koken en rond 19.00 uur heb ik het eten op.
Tegen 19.30 wordt er wild op mijn deur geklopt en ik denk aan alles en iedereen, behalve aan ‘hem’ van de bibliotheek. Het is Aboe Ali die voor de deur staat. Hij stapt naar binnen en ik vraag wat het probleem is. Hij komt slechts op bezoek. Hij weet dat hij niet gewenst is.
Aboe Ali kwam de eerste avond van ons verblijf in Tarim om geld bedelen. De directeur van het hotel waarschuwde ons voor hem en hij zou hem voortaan de toegang ontzeggen.
Vanavond bij het Ied al-Adha (Slachtfeest) is er geen toezicht en daar maakt de man gebruik van.
Ik bied hem een zitplaats aan en hij begint op zijn schreeuwerige toon te vragen wat ik zoal at en deed tijdens de Ied. Ik antwoord dat ik niet uitging, want het is een feest voor de moslims.
Hij wil weten of Abd al-Rahmaan A. de nieuwe directeur wordt van de bibliotheek. Die informatie had hij uit al-Mukalla.
Ik zeg: As’ilahoe. Maa ‘arif. (Vraag hem. Ik weet het niet.)
Dan zeg ik: “Ik heb werk te doen. Is het mogelijk dat je weggaat?” In gewoon Nederlands: “Sodemieter op.”
Ik wacht op zijn reactie. Hij zegt nog wat en staat dan op. Aan de deur schudt hij mijn hand en verdwijnt.
Ik weet dat dit heel erg onbeschoft is, ook voor Nederlandse begrippen, maar is het ook niet heel erg onbeschoft om op bezoek te gaan bij mensen van wie je mag aannemen dat ze je niet willen ontvangen?
Even later ga ik naar Muhammad al-S. die mij op seksueel gebied toch niet aanstaat, bij nader inzien. Van de interactie Arabisch – Engels komt niet veel, omdat na twee dagen ononderbroken stroom, nu de elektriciteit weer uitvalt en zijn werk daarbij (het herstel) vereist is. Daarnaast wilde hij Nederlandse Koninginnedag vieren. (Hij zag het op de televisie.)
Boven (mijn kamer) om 22.30 uur.
Bed verschonen met lakens uit kamer 8. (Mijn vorige kamer.)
Dagboek bijwerken en Drambuie drinken, die ik sterk merk.
Nu 00.00 uur.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
De linosnede van Abd al-Rahmaan: boerinnen met hun voor de Hadramaut typische strooien hoeden.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 april 1996 (zaterdag).
Tarim (Tarim, mudbrick, Wadi Hadramaut, Thibi, Suwayri, Rayda, Daniël van der Meulen, Aboe Righaal, Jaar van de Olifant, Mekka, Ka’ba, Laila Alwi, Boor, Say’un, Waqf / Awqaaf).
Wakker: 5.30 uur.
Tekenen tot 7.30 uur: nu!
–
Afwassen.
Ontbijt.
Op de afspraak van 9.30 komt Abd al-Rahmaan A. een half uur te laat. Hij is de gastheer, dus ik heb niets te willen.
Hij rijdt mij door Tarim: het Tarim van de mudbrick-paleizen.
Op mijn verzoek zullen we een zij-wadi van de Wadi Hadramaut bekijken: Wadi Dhahab (dhahab betekent ‘goud’), maar zover komt het niet. Even voorbij het dorp Thibi, waar Abd Allah A. (bibliotheekmedewerker) woont, wordt de weg zo slecht dat de oude rammelende Toyota van Abd al-Rahmaan niet meer op verantwoorde wijze verder rijden kan.
Aan de zuidzijde van de Wadi gaan we naar twee dorpjes, al-Suwayri en Rayda.
Abd al-Rahmaan vergelijkt zich met Aboe al-Gharr(1) die in het Jaar van de Olifant de Ethiopiërs de weg naar Mekka wees, waar zij de Ka’ba wilden vernietigen. Abd al-Rahmaan als Aboe al-Gharr die mij, de vreemdeling, de weg wijst naar de huizen van de dorpelingen. Althans, de dorpelingen zullen zeggen dat hij Aboe al-Gharr is.
Ik maak in al-Suwayri een aantal foto’s van huizen die ook Daniël van der Meulen zou hebben gefotografeerd.
Het naast de grote weg rijden (dorpswegen), maar ook het rijden op de grote weg, is geen pretje voor al die oude rammelkarren die ze hier hebben, met uitzondering dan voor Laila Alwi, de naar een dikke, zeer populaire Egyptische actrice vernoemde four-wheel drive van elk Japans merk.
We bezoeken ook nog de voormalige Hadramitische hoofdstad Bawr (Boor) en gaan dan in Say’un naar de wijk al-Qarn (al-qarn betekent ‘de hoorn’) waar niet alleen Hamid B. woont (de taxichauffeur) maar ook Abd al-Rahmaan en zijn familie.
Ik maak kennis met zijn dochtertje Maryam, ongeveer 4,5 jaar oud, met zijn zoontje Hassan, 2,5 jaar oud en met de stem van zijn vrouw. Ik zie niets van haar, zelfs geen zwarte lap. Ook met de stem van zijn moeder, in een zelfde verschijningsvorm als zijn vrouw: geen, dus.
Daarnaast ontmoet ik zijn broer Hassan, die bij het Ministerie van Awqaaf werkt en een beetje Engels spreekt.
De vrouw van Abd al-Rahmaan kookte en zet de toetjes om de hoek, zonder zich te laten zien, uiteraard.
Het eten: een berg rijst, een beetje groente, aardappelen, vlees. (Vlees van een onduidelijk soort. De Arabische slager hakt immers het dier in een aantal even grote stukken. Vlees koop je per homp of per gewicht en niet per soort, zoals in Europa.) Dit is een stuk van een geit, of iets dergelijks. Hassan legde twee stukken op mijn bord, alsof ik deze lekkernij beslist niet mocht missen. Gelukkig kreeg ik nog één stuk door mijn strot. Het andere stuk, vol harde pees en veel vet viel weer uit mijn mond. Vet en olie: alles dreef erin.
Wel, dit was niet de maaltijd waarnaar ik uitgekeken had. Bovendien werd me duidelijk dat wat het hotel in Tarim serveert, de ultieme variatie is. Ook de maaltijd bij Abd al-Rahmaan bevatte niet meer dan de maaltijd in het hotel.
Er was haai (haaienvlees), dat beviel me niet, maar ik zou er wel aan kunnen wennen. Er waren twee meloensoorten. Als toetje pudding en citroen- en sinaasappelgelei.
Iedereen eet met zijn lepel uit de gemeenschappelijke potjes, dat wat de toetjes betreft. De hoofdschotel werd natuurlijk met de blote rechterhand naar binnen gewerkt, zittend op de grond (vloer). Gelukkig had ieder zijn eigen bord. Dat wel.
Eten als bij de nomaden: of ‘ze’ nu in een tent zitten, of in een huis. Het maakt niet uit.
Met de handen eten: het klinkt romantisch, voor toeristen, maar voor mij hoeft het niet. (Niet meer.) (Gelukkig had ik hem eergisteren verteld dat ik niet van vlees hou.)(2)
Wat wel hoeft zijn die prachtige tekeningen, aquarellen en linosneden die Abd al-Rahmaan maakte. Hij is een autodidact en hier en daar heeft zijn werk nog iets primitiefs, maar vaak is het subtiel en van verbluffende schoonheid. Ik kreeg het op één na mooiste werk van hem: een linosnede in geel en zwart (werkende boerinnen op het platteland) ongeveer 17 x 13,5 cm. Strak en toch gedetailleerd.(3)
Het mooiste werk is een aquarel van ongeveer 6 x 5 cm: een ondergaande volle maan achter palmbomen voor een gestructureerde zwoel donkerblauwe hemel.
Met enige scholing kan hij een goede artiest worden, maar zijn cultureel werk gaat tegenwoordig voor.
Ik ga met een reguliere taxi terug naar Tarim.
Avondeten koken.
Van 21.00 tot 23.00 uur buiten zitten. Ik ging om de Hollanders (toeristen) te spreken, maar had er eigenlijk niet veel zin, hoewel er een mooie jonge vrouw bij was.
Hussain komt bij mij zitten en we vertellen wat. (Hij spreekt alleen maar Hadrami, is dertig jaar en heeft twee zonen, een van zeven en de ander is vier jaar oud.)
Ik leer snel dat precieze uitspraak, anders dan ik dacht, zeer belangrijk is, hoewel zijzelf niet altijd duidelijk spreken.
Er komt al snel Muhammad uit al-Mukalla bij, die hier naar toe kwam om Engels te leren.
Ik help hem met het vertalen van een krantenartikel: Engels en hij helpt me met het Arabisch. Dit zullen we vaker doen.
Hij rookt veel en is erg mager, maar toch voel ik me tot hem aangetrokken.
’s Avonds in bed fantaseer ik over zijn lichaam en dat van die stevige werkman en kom klaar.
Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.
Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.
Fragment uit het verslag van 27 april. (Communisme, Wahhabiyya.)
Abd al-Rahmaan laat me enkele paleizen in Tarim zien. Hij wijst me op de slechte toestand waarin veel paleizen verkeren. Vroeger waren die allemaal bewoond door hun eigenaren, die ook een leger van bedienden in dienst hadden. Na de communistische machtsovername werden al deze gebouwen onteigend en als woonruimte toegewezen aan het gewone volk, die het helemaal uitleefde. De eigenaren werden in Tarim bedreigd en vluchtten naar Aden, om zich daar, als onbekenden onder het gewone volk te mengen, waarmee hun veiligheid gegarandeerd was.
Abd al-Rahmaan vraagt zich bezorgd af of wij wel goed gehoord hebben dat dr. Yoesoef Muhammad Abd Allah (de directeur van de Algemene Organisatie van Archeologie, Musea en Handschriften […] in Sana’a en zijn werkgever) de nieuwe directeur van de al-Ahgaaf-bibliotheek wordt? Hij denkt dat hij daar niet geschikt voor is en dat er competentere personen zijn. Hij is bovendien meer geïnteresseerd in zijn huidige taak in het museum van Say’un.
Hij bespreekt dit met mij, terwijl we voor de Hadad-moskee van Tarim staan. Deze oude moskee werd onlangs gerestaureerd met het geld van een in Saoedi-Arabië rijk geworden Tarimi. De moskee ziet er mooi nieuw uit, geen leembouw. Kort geleden werd Abd al-Rahmaan benaderd door de bouwheer. Die vreesde dat de nieuwe moskee binnenkort met de grond gelijk zal worden gemaakt, door Tarimi’s, die geloven dat de versieringen in de moskee, die door een Marokkaan werden aangebracht (calligrafie en geometrische figuren in gips) ‘haraam’ zijn. Dit is niet alleen de invloed van de Wahhabiyya, maar ook het klasseverschil tussen rijk en arm. (Waarschijnlijk gaan communistische ideologie en strikt islamitisch dogma hier hand in hand.)
[…]
Abd al-Rahmaan maakt calligrafiën in de stijl van oude korans, die hij in Sana’a verkoopt.
Dit is het einde van het verslag van 27 april.
(1) Op internet en in The Encyclopaedia of Islam is geen Aboe al-Gharr te vinden, die in het Jaar van de Olifant zou hebben geleefd. (Misschien heb ik Abd al-Rahmaan verkeerd begrepen of bij het opschrijven van de naam een fout gemaakt.) Wel vind ik in The Encyclopaedia of Islam ene Aboe Righaal, die dit staaltje van verraad zou hebben gepleegd. In de islam geldt de man als een historische figuur, in de wetenschap houdt men het op een mythe.
(2) Ik ben al sinds 1975 vegetariër (nog steeds), maar was sinds het begin van de jaren negentig al vaak genoeg in de Arabische wereld geweest om te weten dat als je daar geen vlees eet, je snel sterft van de honger, tenzij je de beschikking hebt over een eigen keuken en er geen voedselschaarste heerst in de streek waar je verblijft. Daarom was ik min of meer gedwongen vlees te eten. Overigens kon ik natuurlijk ook niet komen ‘aanzetten’ met de mededeling “Ik eet geen vlees”, als de mensen aldaar voor mij hun laatste kip slachtten. Bovendien werd mij ook, bij een andere gelegenheid, te verstaan gegeven dat Allah het vlees halaal had gemaakt. Met andere woorden: waar haalde ik de hoogmoed vandaan om Allah uit te dagen door zijn aanbod te weigeren.
(3) Abd al-Rahmaan was kunstzinnig en linkshandig. De linkerhand is in de islamitische / Arabische cultuur onrein, omdat je daarmee je kont na het poepen afveegt. Het is verboden om met je linkerhand aan het eten te komen en je linkerhand ook maar te gebruiken waar ieder ander zijn / haar rechterhand voor gebruikt. In de al-Ahgaaf-bibliotheek maakte Hussain A. zijn ongenoegen over de linkshandigheid van Abd al-Rahmaan bij mij kenbaar. Abd al-Rahmaan had mij verteld dat, toen hij nog een kind was, zijn vader tegen hem had gezegd dat het niet uitmaakte welke hand hij gebruikte, als hij er maar gelukkig mee was. Hoeveel mensen zouden in andere families niet gedwongen rechtshandig worden gemaakt? Overigens is in de Europese cultuur ‘links’ ook niet overal top. Het Italiaanse woord voor links is ‘sinistra’. In het Nederlands heeft het bijvoeglijk naamwoord ‘sinister’ de volgende betekenissen. Onheilspellend, schrikwekkend; onguur, zeer ongunstig (van uiterlijk).
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Een impressie van de Wadi Hadramaut. Ik noemde deze heuvels vaak ‘apenkoppen’ omdat je er, met enige fantasie, wel het bovenste deel van een schedel van een aap in kon zien, zoals bij de ‘berg’ links: een lage schedel, een laag voorhoofd en een ver vooruitstekende snuit. Vrijwel alle ‘bergen’ hadden een vergelijkbaar uiteinde.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 26 april 1996 (vrijdag).
Tarim (Tarim).
Op 6.00 uur.
Computer: boekhouding.
Ontbijt. Afwassen.
Een brief schrijven voor de achterblijvers. Ik noem die ‘De tweede brief van Johannes aan de Hollanders’ en schrijf vier A4-tjes vol.
Lunch.
Het water in het zwembad is groen, dus ‘onbezwembaar’.
Nu 14.00 uur.
Na de middag bezig met een brief voor RK en … Ik weet het niet meer: zinvolle dingen, in ieder geval. Tekenen, denk ik, wat helemaal niet lukt.
’s Avonds koken: kip tandoori, zonder kip!
Arabisch lezen.
Ik neem een cola (koop die bij de cafetaria van het hotel) en maak er een rum-cola van.
Bed 21.30 uur.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
De markt schuin tegenover de bibliotheek in Tarim. Het aanbod van groente en fruit is maar beperkt.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 25 april 1996 (donderdag).
Tarim (Tarim, Arabische Indonesiërs, Arabische Singaporezen, Ied al-Adha).
Op 5.00 uur. Het is heerlijk koel, buiten.
Afwassen en de rommel opruimen.
Rond 9.00 ben ik in de telefoonwinkel van Husayn A. en bel Jan Just Witkam, AS en Pa en Ma.
Werken in de bibliotheek, maar eerst kocht ik twee sarongs van licht katoen. Na het zwemmen en douchen liep ik meestal in een lange badhanddoek, maar dat werd me te warm. Alle mannen lopen hier in een sarong, dus doe ik dat ook, op mijn kamer.(1)
Ik wilde ook een bureaulamp kopen om ’s avonds buiten nog te kunnen werken, maar ik kan alleen een met ingebouwde batterij vinden. Dat is ook veel beter, hier, wegens de frequente stroomuitval.
We werken tot 13.00 uur. Abd al-Rahmaan A. brengt me naar huis (hotel) met een tafel en stoel(2), zodat ik hier kan werken. (Op eigen verzoek.)
Ik geef hem een deel van de overvloed van de levensmiddelen voor vrouw en kinderen. We spreken een vergoeding voor zijn reizen af. (Say’un – Tarim vice versa, dagelijks (ik ga uit van een hele taxi(3) van 800 rial per rit) vijf dagen in de week): 8.000 rial per week. (Circa f. 100,00.)
Ik ga, wegens mijn wond (linker hand), niet zwemmen.
Abd al-Rahmaan nodigt mij uit om samen te eten en ik ga met hem lunchen.
Voor die tijd zie ik nog enkele leuke Chinese jongens in het water liggen. Zij zijn hier uit Indonesië en Singapore om de ‘roots’ met de Hadramaut niet te verliezen. Hun ouders zijn immers Hadaarim, of anders hun grootouders wel. Zij studeren hier een jaar op de islamitische universiteit.
In deze door en door mannenmaatschappij verlies ik de vrouwen uit het oog. Er zijn ook weinig vrouwelijke toeristen.
De krachtige boy, die ik enkele dagen geleden al beschreef (21-4-96) zag ik vanmiddag even. Daarna rende ik als een gek rond (in sarong) om hem nog een keer te zien, wat niet lukte. Ik zou hem willen betasten, naakt, wel te verstaan.
Ik gaf alle medewerkers in de bibliotheek 1.000 rial voor de Ied al-Adha (het Slachtfeest), doch alleen Hussain A., Abd al-Rahmaan en Abd Allah A. bedankten. Noch Abd al-Gaadir, noch Aboe Alawi bedankten mij. Het was Abd al-Rahmaan die me erop attent maakte. (Van Abd Allah had ik het zelf niet gehoord.)
Het eten met Abd al-Rahmaan, hier (hotel) was uitstekend: vis (tonijn), rijst en groente.
‘Thuis’: op mijn kamer, allerlei zaken regelen. Boekhouding en dagboek bijwerken.
Anders dan bijna een jaar geleden, toen ik tot mijn ontsteltenis merkte dat ik (even) verliefd was geworden op een man: Rashid K. uit Canada, vind ik het volkomen natuurlijk dat het welgevormde lichaam van de jongen gisteren (bij de kapperszaak in Say’un) en de krachtige werkman me aantrekt, hoewel ik dat tegen niemand hier of in Nederland zal toegeven. Europese mannen spreken me niet aan. Vrouwen uit alle landen wel.
Nu 19.45 uur.
Ik kan de slaap niet vatten. Het sterke lichaam van de werkman van het hotel houdt me bezig. Na uren komt het gevoel tot ontlading, maar ik blijf nog lang wakker liggen, dus maak ik het verslag van de afgelopen dagen op de computer.
Bed 00.00 uur.
Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.
Na het vertrek van Nico op 24 april jl. maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.
Fragment uit het verslag van 25 april.
Verschillende onderdelen van het meubilair blijken te zwak voor het harde Hadramitische klimaat. Het ziet er naar uit dat een deel van de IKEA-meubelen de tijd van mijn verblijf niet zal overleven. Nu al ging één van de vier (plastic) rolluiken van het wandmeubel stuk, direct bij het eerste gebruik. De warmte deed het plastic verder uitzetten dan de kast breed was. Daarnaast vormt het stof (deze stad is één grote, hete stofwolk) al na vijf minuten een dunne film van zand op pas uitgepakte spullen. Veel bewegende delen, gemaakt voor de West-Europese schone airco-kantoren, zullen in dit hete stofparadijs spoedig ten onder gaan. Het dringt zelfs door in de scharnieren van de hoogst geavanceerde spiegelreflex fotocamera’s. Het stof is misschien wel van moleculaire grootte.
[…]
Tijdens een informele bijeenkomst, hier in het hotel, vertelt Abd al-Rahmaan dat Sjeik AB een vriendelijke man is, maar uiterst eigenwijs en soms ruziezoekend. Hij heeft altijd op alles en iedereen kritiek, ook op het gebeuren in de moskee. (Details weet ik niet.) Bovendien is hij niet altijd redelijk en wil nog wel eens onbezonnen te werk gaan. Hij is wegens zijn ‘wilde’ eigenschappen niet bij iedereen geliefd.
[…]
Na het Slachtfeest wil Abd al-Rahmaan op zoek gaan naar een nieuw gebouw voor de bibliotheek. De huidige locatie is minder geschikt omdat de bibliotheek in het moskeecomplex is gehuisvest en daardoor afhankelijk van de nukken van het moskeebestuur. Ook is de bibliotheek afhankelijk van de elektriciteitsbehoeften van de moskee.
Ik vraag hem of het dan wel zinvol is om nog een elektriciteitsnetwerk in de bibliotheek aan te leggen. Hij zegt dat voordat de bibliotheek daadwerkelijk zal verhuizen er nog vele jaren voorbij zullen gaan.
Hij vertelde ook dat het Hussain al-K. is geweest die in het verleden door de regering benoemd is om een bibliotheek op te zetten en dat hij het is geweest die alle families verzocht heeft hun boeken samen te brengen, om zo boekverbranding [door de communisten: IdL], die veelvuldig voorkwamen (niet in Tarim, maar wel in al-Mukalla) te voorkomen.
Uiteindelijk werd Hussain al-K. het slachtoffer van een soort ‘culturele revolutie’, toen men hem ervan beschuldigde slechts in de beloning geïnteresseerd te zijn en niets om die boeken te geven. De man heeft deze vernedering gelaten over zich heen laten gaan en nam zich voor te wachten op betere tijden en ondertussen ‘zijn’ boeken zo goed mogelijk te beschermen.
Voor Hussain al-K. is de pil extra bitter omdat hij vroeger de eerste man in de bibliotheek was en nu niet meer meetelt.
Sjeik AB, die tegenwoordig de leiding heeft, was vroeger de bibliothecaris in de bibliotheek van de familie waartoe ook Hussain al-K. behoort.
Hussain al-K. is de enige man die voortdurend boeken leest en bestudeert. Hij spreekt ook een beetje Engels.
Einde van het verslag van 25 april.
(1) Sinds deze dag in 1996 loop ik thuis altijd in een sarong, ook nu, in 2016.
(2) De tafel en stoel waren een onderdeel van het geschenk, dat eergisteren met de container kwam, en die spullen waren dus eigendom van de bibliotheek.
(3) Een ‘hele taxi’. Dat is dus een taxi die je niet deelt met andere personen, die dezelfde bestemming hebben, of een bestemming die ongeveer aan de af te leggen route ligt. Je moet dan soms heel lang wachten voordat de auto vol is, of zelfs meer dan vol, voordat de chauffeur vertrekt.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Een impressie van Say’un vanaf het balkon van het Kathiri-paleis. (Gasr al-Thawra.)
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 24 april 1996 (woensdag).
Tarim (Tarim, Say’un).
Op 4.20 uur.
Om 5.00 staat, zoals afgesproken, Hamid B. met zijn taxi voor de deur. Hij brengt ons naar de luchthaven in Say’un, waar we tegen 5.45 uur zijn.
Abd al-Rahmaan A. komt circa 6.30 uur.
Nico vertrekt om 7.30 uur.
Ik ga met Hamid naar Say’un, maar we zijn te vroeg om geld te wisselen. Op zijn kosten drink ik een kop thee (à 5 rial)(1) en dan wissel ik 500 dollar voor 127 rial per dollar. Vóór de Ied al-Adha (het Slachtfeest) is de ‘markt’ lauw, wordt me verteld. Dit feest is zondag en maandag a.s.
Voor de deur van het Kathiripaleis (Gasr al-Thawra) wacht ik op Abd al-Rahmaan met wie ik om 9.00 uur een afspraak heb.
Ik zit tegenover een kapperszaak waar al druk geknipt wordt en waar veel klanten op een beurt wachten. Er komt een jongen aanlopen die iets heeft wat maar weinig mannen hier (zichtbaar) hebben of tonen, namelijk een kont. Ik vind zijn figuur aantrekkelijk. Een volle kont. Dan komt Muhammad al-H., de chef van Abd al-Rahmaan, die me mee naar boven nodigt. Vanaf het balkon kan ik nog wel de kapperszaak zien, maar de jongen niet meer.
Tegen 9.10 uur gaan Abd al-Rahmaan en ik met de taxi van Hamid naar de al-Ahgaaf-bibliotheek in Tarim. Ik werk daar zeer tegen de zin van Abd al-Gaadir en misschien ook van Abd al-Rahmaan, tot circa 15.00 uur.
Rond 12.00 had ik tijdens werkzaamheden met een schroevendraaier driftig en krachtig in het vlees tussen mijn linker duim en wijsvinger gestoken. Zoals gewoonlijk bij dit soort dingen (bloed) werd ik niet goed, dreigde flauw te vallen, en slechts het ijskoude water dat Abd al-Rahmaan voor mij haalde ‘redde’ mij, samen met een koude cola.
Ik had mijn verbandmiddelen bij me. (Niet toevallig, want ik ‘sleep’ die al vier weken mee.)
Gelukkig zaten in de container eenvoudig te openen levensmiddelen, (zakjes en potjes) want met mijn gewonde linker hand ik kan geen moeilijke handelingen verrichten bij het koken.
Met deze ‘gapende’ wond durf ik niet in het zwembad, dat geen chloor bevat en dat maar weinig doorstroomt.
Ik verhuisde vandaag ook van kamer 8 naar de kamer van Nico, nummer 12.
Alle levensmiddelen ordenen.
Na koken en eten (ravioli à la bolognaise, met zuurvlees) val ik tegen 20.00 uur doodmoe in bed.
Omdat Nico de dekens niet gebruikte en ze in het stof gooide (dat in deze kamer, evenals in nr. 8, overvloedig aanwezig is), kan ik die niet gebruiken. Ik lag naakt onder Nico’s klamboe, maar met airco en ventilator werd het me al gauw te koud. Ik zocht wat kleding bij elkaar.
Dit is het einde van de tekst in mijn dagboek.
Na het vertrek van Nico maakte ik dagelijks een verslag van de zakelijke kant van het project. In dat verslag staat op sommige dagen interessante informatie, die niet in mijn dagboek voorkomt. Hier volgt een deel uit die tekst.
Fragment uit het verslag van 24 april.
In de bibliotheek verder werken aan de assemblage van het meubilair. Abd al-Rahmaan (de projectleider aan Jemenitische zijde) en Abd al-Gadir (de binder van de bibliotheek) werken mee tot laat in de middag. Het blijkt dat het gebruikelijk voor dit ‘overwerk’ te betalen, hoewel Abd al-Gadir zegt dat hij zich wil opofferen voor de bibliotheek en dat hij niet aan geld gedacht heeft. (Waarschijnlijk een beleefdheidsformule.)
Overwerk is de werktijd na 13.30 uur, de sluitingstijd van de bibliotheek. Abd al-Rahmaan en Abd al-Gadir werkten gisteren ook al over.
In overleg met Abd al-Rahmaan besluit ik tot het betalen van een vergoeding van 3.000 rial voor elk, voor hun bijdrage tot nu toe. Ook Sjeik AB (de directeur van de bibliotheek) werkte op 23 april enige tijd over en hij krijgt daarvoor 1.000 rial. Daarnaast stelde ik voor alle medewerkers van de bibliotheek een geschenk te geven voor het aanstaande slachtfeest, in de vorm van 1.000 rial per persoon. Er zijn zes mensen werkzaam in de bibliotheek.
Abd al-Rahmaan.
Sjeik AB.
Aydaroes.
Hussain al-K.
Abd al-Gadir.
Abu Alawi.
De totale kosten voor deze dag zijn dus 13.000 rial.
Einde van het verslag van 24 april.
(1) Ik weet nog dat ik met Hamid op een terras zat en daar thee dronk. Een mentaal gestoorde forse jongen, in een lange grijze djellaba, kwam bedelen. Hij werd door de klanten van het terras verdreven. Hij viel op straat in een vochtige plek (of zijn eigen urine?) en men liet hem gewoon liggen. Niemand keek naar hem om.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
De container is er eindelijk. Een overzichtsbeeld van de vrachtauto met container in de straat van de al-Ahgaaf-bibliotheek. Samen met de vrachtwagen nam hij de hele straat voor de ingang van de moskee en bibliotheek in beslag. Nico staat in de container, die al aardig leeg begint te raken. Het is een gezellige drukte in de straat. Helaas alleen maar met mannen. Direct links naast de container is de uitbouw te zien (met donkere pijp) van ‘ons’ winkeltje, waar we onze dagelijkse kost (aardappelen, macaroni, uien en tomatenpuree) kochten. Brood haalden we rechtstreeks bij de bakker, die aan de andere kant van de moskee zijn winkel en oven had. Rechts is de trap naar de bibliotheek te zien.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 23 april 1996 (dinsdag).
Tarim (Tarim).
Tekenen van 6.00 tot 7.30 uur. Dan wordt er op de deur geklopt. Ik reageer eerst niet omdat dat wel vaker gebeurt, bij toeristengroepen, als de leider de leden wakker maakt. Nu blijft het geklop voortduren.
Als ik de deur open staat er een onduidelijk figuur die kennelijk weet dat westerlingen geen Arabisch kennen, dus meteen maar een soort kindertaal uitslaat: de bibliotheek heeft gebeld, en de ander, is die in “room twelve?”
Ook bij Nico meldt hij dat de bibliotheek belde.
We kleden ons eerst aan en ontbijten.
We lopen, zoals gewoonlijk, naar de bibliotheek.
In het smalle straatje staat een enorme vrachtwagen met daarop een even grote container. De man van Red Sea Packing wil onmiddellijk beginnen met uitladen.
We geven toestemming en we moeten snel met fotograferen beginnen, willen we het begin vastgelegd krijgen. Even ontstaat er nog een discussie over wie de sjouwers betaalt en hoeveel.
“Mish mushkilla” (geen probleem) zegt Nico en anderhalf uur later is de container leeg, voor 10.000 rial: f. 130,00. Veel van de werkzaamheden fotografeerde ik.
Met een Toyota Hilux brengen we onze spullen, die we vanaf het begin apart hielden, naar het hotel. Hierbij zit ook de (alcoholische) drank.
Douche.
We gaan terug naar de bibliotheek. Van 12.30 tot 16.30 werken we, badend in ons zweet, om veel te installeren. Het is immers Nico’s laatste dag in Tarim.
In het hotel gaan we nog een tijdje zwemmen. Daarna drinken we een aperitief (Drambuie likeur) en maken we soep en een warme Italiaanse maaltijd. Ik eet gnocchetti, maar moet nog veel (Arabische) macaroni toevoegen om een en ander droog te krijgen.
We doen de boekhouding.
Nico gaat inpakken en ik ga naar mijn kamer, op bed liggen. Ik val onmiddellijk in slaap.
Na 23.00 nog even bij Nico op bezoek en we drinken whisky Famous Grouse.
Na circa een half uur ga ik definitief en doodmoe naar bed.
Ik heb alle drank in mijn koffer opgeslagen. (Met nummerslot.)
Wat hebben we een overdaad aan eten! Nico gaat morgen weg, dus alles is voor mij.
De boekhouding werd aldus afgesloten.
Saldo in kas: 39.490 rial. (Voor Nico 20.000 en voor mij 19.490)
We wisselden (of gaven uit) 4.397 USD, waarvoor we 551.113 rial kregen.
De uitgaven voor het project waren 280.905 rial en de privéuitgaven bedroegen 230.718 rial.
Al-Mukalla, al-Fudjayra (Mukalla, Fudjayra).
Over de container kan ik nog het volgende melden. (Deze tekst staat niet in mijn dagboek, maar ik maakte (terug in Nederland) een uitgebreide beschrijving bij de dia’s en daar staan deze wetenswaardigheden in.)
De eerste dia’s van het uitpakken werden door Nico met de geavanceerde camera van Jan Just Witkam gemaakt. Ik hielp mee in de container, voornamelijk om aanwijzingen te geven welke dozen voorlopig in de container moesten blijven. Dozen die onze levensmiddelen bevatten en enige flessen alcoholische drank. Toen de camera van Jan Just ging weigeren opnames te maken omdat er te weinig licht was, nam ik het fotograferen van Nico over. Mijn camera is erg eenvoudig en maakt soms geen goede foto’s (ik maak ook niet altijd goede foto’s), maar de camera weigert nooit.
Hier zijn dragers uit Tarim bezig met het uitladen van de om 7.00 uur ’s ochtends uit al-Mukalla gearriveerde container uit Nederland leeg te maken.
De container zou, volgens berichten in Nederland, op 30 maart in al-Mukalla aankomen. Dat bleek een fout, die wij ontdekten toen we al drie weken in Tarim waren. De container zou op 30 maart in de overslaghaven van al-Fudjayra arriveren en op 17 april in al-Mukalla, zo werd ons half april duidelijk gemaakt.
Op 23 april was het ding in Tarim en blokkeerde de hele straat voor de ingang van de bibliotheek. Plotseling wist de hele buurt wat wij in Tarim kwamen doen.
Rechts langs de wand in de container staan enkele van de in het totaal zes of zeven dozen levensmiddelen voor ons.
Na afloop van het werk kwamen de financiële zaken aan de orde.
De dragers wilden 10.000 rial hebben voor hun werk. Zij waren met z’n negenen of tienen. De politie (die toezicht had gehouden) wilde haar diensten betaald hebben. De officier zei tegen Nico: “Je weet wel wat mijn dienst waard is.” Dat wist Nico niet en de man wilde ongeveer tweeduizend rial hebben, vonden we na lang aandringen uit. De timmerman die ondertussen ook aan het werk was in de bibliotheek, wilde de vitrine, die hij maakte, betaald hebben: 20.000 rial (ongeveer tweehonderdzestig gulden!) en we moesten hem 40.000 rial vooruit betalen voor de nieuwe voordeur die hij zou gaan maken.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Een geitenhoedster in een van de dorpen die we passeerden op weg naar Qabr Nabi Hoed, afgelopen vrijdag.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 22 april 1996 (maandag).
Tarim (Tarim).
Dat mannenlichaam, dat ik gisteren zag en wilde tekenen, liet me niet meer los en ik droomde er zelfs van.
Van 06.00 tot 08.00 tekenen.
Ontbijt.
Mijn sandalen naaien, want het stiksel begint los te laten.
Tegen 11.00 op weg naar de bibliotheek.
Tot onze grote verrassing is de timmerman er driftig aan het werk. De scheidingswand voor het kantoor van Sjeik AB wordt gemaakt.
De bestelde vitrinekast ziet er prachtig uit en we bestellen nog een tweede.
Van 13.00 tot 14.00 zwemmen.
Lunch.
De krachtige jongeman ziet er toch minder aantrekkelijk uit dan ik gisterenavond dacht.
FoxPro database van 14.15 tot 18.00 uur.
De stad in. Nico belt met Jan Just Witkam. Ik bel met Pa en Ma. Beide verbindingen zijn slecht en worden verbroken. Ik zal het deze week nog een keer proberen.
Koken: uien, tomatenpuree en macaroni. Dat wat we iedere keer eten, als we koken.
Thee drinken.
Op de eigen kamer rond 22.00 uur.
Op bed lezen en slapen.
Nu 23.15 uur.
Het is op de kamer alleen maar aangenaam met de airco aan. Anders erg benauwd.
Ik kocht vandaag drie Arabische boeken.
De wisselkoers is: 1 rial = 1,3 cent. (f. 0,013.)
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Deze dia maakte ik afgelopen vrijdag, 19 april, bij het graf en heiligdom Qabr Nabi Hoed. De islamitische geloofsbelijdenis luidt ‘La ilaha illa-llah, Moehammandan rasoeloe-llah.’ (Er is geen god dan Allah, Moehammad is de gezant van Allah.) Een ‘grapjas’ had echter op deze pilaar geschreven ‘La ilaha illa-llah, Hoedan rasoeloe-llah.’ (Er is geen god dan Allah, Hoed is de gezant van Allah.) (De bovenste regel.) Nico wees onze chauffeur Hamid hierop en die beschouwde dat als godslastering, waarna hij de naam Hoed probeerde uit te wissen en ‘Muhammad’ erboven te schrijven.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 21 april 1996 (zondag).
Tarim (Tarim).
Op 6.00 uur. Tekenen.
Rond 9.30 in de bibliotheek, tot 12.30 uur.
Hotel.
Lunch.
Zwemmen.
FoxPro (database).
Van 18.00 tot 21.20 koken en kletsen bij Nico.
FoxPro.
Nu 23.45 uur.
Buiten werkte een jongeman met een mooi krachtig lichaam. Dat zou wat zijn om te tekenen.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Een biljet van 200 rial en een munt van 0 (nul?) rial. Zijn ze nou helemaal gek geworden? Wat kun je nou voor 0 rial kopen? Tweehonderd rial was de hoogste waarde die er in Jemen was en die was er pas sinds een maand. Voorheen was 100 rial (f. 1,30) het biljet met de hoogste waarde. Munten kwamen bijna niet voor. Ik zag er enkele van 5 rial. Vreemd is dat de biljetten geen datum van uitgifte bevatten, ook niet op de andere zijde. Misschien deed de overheid dat om de mythe te bestrijden dat biljetten die ouder waren dan één of twee jaar vals waren, zoals wij merkten bij het wisselen van dollars. Biljetten met een ‘te’ oude datum konden we niet wisselen.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 20 april 1996 (zaterdag).
Tarim (Tarim, Say’un, cijfers, Daniël van der Meulen, Hermann von Wissmann).
Tekenen vanaf 5.30 uur.
Op 6.30 uur.
We gaan naar Say’un om onze vlucht naar Sana’a te herbevestigen.
Vijfhonderd dollar wisselen voor 65.000 rial. Donderdag hadden ‘ze’ geen geld meer in Tarim. (Geen rials, wel dinars van de voormalige Republiek Zuid-Jemen, nog een geldig betaalmiddel, maar voor ons een andere rekeneenheid. Bovendien worden alle prijzen in rial opgegeven.)
We ontmoeten, volgens afspraak, Abd al-Rahmaan A. en met hem rijden we door Say’un. Hij laat ons de door hem ingerichte tentoonstelling in het Gasr al-Thawra zien, over de Nederlander Daniël van der Meulen, die hier tussen 1931 en 1942 verschillende malen met de Duitse fotograaf Hermann von Wissmann rondreisde. De tentoonstelling is goed ingericht. Een veertigtal mooie zwart-witfoto’s die over drie, net wit geschilderde, kleinere ruimtes zijn verdeeld. Niet te veel en niet te weinig. De foto’s zijn indrukwekkend mooi. Zestig jaar oud. Toen waren er zeker ook geen vrouwen op straat. Er is wel een foto van een ongesluierd meisje.
In Say’un koop ik twee cassettes met muziek van Aboe Bakr Salim Ba’lfagieh. (Een met muziek, de ander a capella, poëzie dus. Dit genre heet ‘Daan Hadrami’.)
De taxichauffeur die ons terug wilde rijden deed dat voor 800 rial. (’s Ochtends, een ander, voor 720 rial.) Deze, met nummer 66473, had ons, zo bleek achteraf, al eens eerder gereden. Toen bracht hij, naast ons, ook anderen naar Tarim, op onze kosten (we zagen toen wel veel van de binnenstad van Tarim) en rekende nog extra om ons tot het hotel te brengen. Toen betaalden we. Nu wilde hij dat trucje weer uithalen, maar we stapten gewoon uit op de taxistandplaats en liepen naar het hotel. (Omdat er geen andere taxi was.)
Hotel: zwembad.
FoxPro: eindelijk kom ik weer een stap verder.
Nico belt naar Jan Just Witkam en hoort dat de container al de 17e in al-Mukalla aankwam.
Ik besluit af te zien van de reis naar en het verblijf van een week of twee in Sana’a, omdat de installatie, de instructie en de uitvoering van het werk in het gedrang komt, temeer daar ik begin juni naar Sana’a ga. De ticket naar Sana’a is al betaald: USD 120,00. Die zullen als verloren moeten worden beschouwd. Ik voel er niets voor om in Sana’a niks te gaan doen, nu er hier zoveel te doen komt.
Ik hou nu van Tarim, de mooie kinderen en mysterieuze meisjes, het indrukwekkende landschap, waar ik tijdens iedere taxirit weer door ontroerd word en ervan geniet. Die machtige ‘bergen’ met daarop nog kleine, alsmaar gelijkvormige heuvels, alsof het grote grafheuvels zijn. Wat een prachtig land, wat een schoonheid, onbeschrijfelijk mooi. (Ik ben nu ook nog meer geroerd, door de muziek die ik luister: Daan Hadrami door Aboe Bakr Salim Ba’lfagieh.)(1)
We eten in het restaurant, maar zitten daarna nog een tijdje op het ‘platje’ dat bij de kamer van Nico hoort.
Ik ga om 21.15 uur naar mijn kamer.
Het is nu circa 22.30 uur.
–
Tekenen tot middernacht.
(1) Hier een link naar een YouTube video met muziek, die ik ook op cassette heb, van genoemde Aboe Bakr Salim Ba’lfagieh: Layaali al-uns, dat vertaald, zoiets als ‘aangename nachten’ betekent, waarbij opgemerkt moet worden dat in deze snikhete omgeving de avonden en nachten natuurlijk als de meest aangename periode van de dag wordt beschouwd. Zoals bij ons geldt dat iemand het zonnetje in huis is, wordt daar iemand die aangenaam is aangeduid met ‘mijn regenbuitje’ of ‘mijn wolkje’. (De in de video getoonde landschappen bevinden zich voornamelijk in Noord-Jemen.)
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Een overzicht van de plaats Qabr Nabi Hoed. Boven in het midden, de tombe voor het graf van deze profeet. Beneden in het midden staat de Toyota Cressida van onze chauffeur Hamid.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 19 april 1996 (vrijdag).
Tarim (Tarim, Einaat, Wadi al-Masilah, Qabr Hoed, Hoesn al-Urr, Salaat, YouTube video: zie beneden).
Op 5.15 uur. Ontbijt om 5.30 uur.
Om 6.00 gaan we met taxichauffeur Hamid op weg naar Qabr Nabi Hoed. Een tocht naar het oosten van de Wadi Hadramaut. Dit deel van de Wadi is veel vruchtbaarder dan het westelijk deel. Er is veel meer groen en al een uur voor ‘Hoed’, (zoals men zegt) is er een permanent gevulde rivier (de Wadi al-Masilah) die we moeten doorkruisen en dat kan alleen omdat Hamid van zijn oude Toyota Cressida (met het stuur rechts) de aanjager van de radiateur losmaakt.
Eerst waren we in Einaat geweest, waar we de opmerkelijke tombes fotografeerden.
Qabr Nabi Hoed, ook wel ‘Qabr Nabi Allah Hoed’ (Het graf van de profeet (van Allah) Hoed) is een dode stad, die slechts drie dagen per jaar bewoond is, namelijk op 8, 9 en 10 Shabaan(1) tijdens de Ziyara.(2)
Hoesn al-Urr, een nabijgelegen fort, bezoeken we niet. Er zou niet veel te zien zijn.
We blijven ongeveer een uur in Hoed en rijden dan terug.
De weg is erg slecht en de vering van de oude personenwagen is niet wat hij geweest is. Het landschap, daarentegen, is indrukwekkend.
De vrouwen zijn heel mooi (hun ogen) en ik fotografeer er enkele. Als er geen mannen in de buurt zijn voelen ze zich vrijer. (Dat bleek ook toen we in Kawkabaan waren (22 maart) waar de meisjes rond en om zich heen keken alvorens hun gesluierde gezicht aan de camera aan te bieden. (In ruil voor baksjisj.))
Als Hamid in Qasam wil gaan bidden worden wij (in de schaduw) belaagd door een groep jongens die niet begrijpen dat wij niet naar de Salaat (gebed) willen. Christendom (dat ik in deze door en door religieuze maatschappij altijd moet voorwenden) blijkt een onbekend begrip. Op gegeven moment staan ze met geheven vuist allemaal te schreeuwen: Allahoe Akbar. (Allah is de grootste.) Een oudere vrouw stuurt ze weg en ze rennen geschrokken naar de moskee.
Zij vertelt een vrouw aan de overkant van de straat wat er gebeurde en informeert bij ons vanwaar wij komen.
Twee jongere meisjes blijven ons aanstaren. Ze zijn ongesluierd, dus nog geen vijftien jaar. (Dat is de leeftijd waarop ze zich moeten sluieren, volgens Husayn, de receptionist hier in ons hotel.) Als ik na een tijdje dreigbewegingen maak, rennen ze snel weg, maar blijven op afstand lachend kijken. Even later komt een jonger brutaaltje in mijn richting en bij haar doe ik hetzelfde. Zij rent weg, maar komt weer terug. Met haar voer ik een ‘dansje’ op waarbij we elkaar ‘bedreigen’ met gegrom en bekkentrekkerij en handen als dreigende klauwen, waar we beiden veel plezier aan beleven.
Ons spelletje gaat nog even door, ook als de andere meisjes al weggelopen zijn, omdat het manvolk weer uit de moskee komt. Dat is de ‘onderhuidse’ onderdrukking, de angst dat mannen dat niet goed zullen vinden, de angst voor hun opmerking: ‘Eeb’ (schande).
De vervelende snaken zijn eerder terug dan Hamid, die er nu toch aan komt. Kinderen die in hun jeugd alleen maar aan godsdienst denken en niet aan andere, veel leukere, dingen, om over te praten!
De tour met Hamid duurde van circa 06.15 tot 13.45 uur.
Restaurant van het hotel: lunch.
Terug in Tarim blijkt het zwembad vol met leuke vrouwen, maar er zit nog geen water in het bad.
FoxPro database.
Zwemmen.
Douchen.
FoxPro database.
Van 18.00 tot 21.15 uur samen zitten met Nico.(3)
Eten in het restaurant. Kerriesoep, patat met kip, ananas.
Nu 22.45 uur.
Weer: je kon zien dat het op sommige plaatsen geregend had, in de oostelijke Wadi. In Tarim slechts enkele wolken aan de hemel. Droog.
Hidjri-kalender.
(1) Shabaan is de maand die voorafgaat aan de vastenmaand Ramadan. Zie de Hidjri-kalender.
(2) Ziyara betekent letterlijk ‘bezoek’. Men bezoekt Qabr Hoed voor een soort pelgrimstocht / bedevaart.
(3) Rond deze tijd rekende Nico uit dat hij langer met mij samen was dan hij ooit met zijn vriendin IR samen was geweest.
Paradijs.
Hierbeneden kunt u een video op YouTube zien, Arabisch gesproken, Engels ondertiteld, over de Hadramaut, Qabr Nabi Hoed en omgeving. Er zijn ook beelden te zien uit de al-Ahgaaf-bibliotheek in Tarim.
(In deze video komen nogal wat graven, ‘kerkhoven’ en tombes voor van overleden mensen. Dat komt omdat de dood een centraal thema is in de islam, met name het begrip ‘leven na de dood’. Daarvoor leef je, volgens de islam, om na de dood te genieten van het ‘leven na de dood’, in het Paradijs, wel te verstaan, met de bekende 72 maagden en nog veel meer schoons en lekkers, zoals wijn en druiven.)
De eerste beelden tonen een overzicht van de stad Hadjarayn (Wadi Duaan), direct gevolgd door een overzicht van de stad Shibaam (01:00), vervolgens Tarim (01:10) etc.
Wat opvalt is dat er wordt gesproken over de zeer aardige Hadaarim, (de inwoners van de Hadramaut), maar dat slaat alleen op mannen. Er is in deze video nauwelijks een vrouw te zien. (Enkele boerinnen (05:10) op afstand.)
Alle mannen lopen in sarongs. (Ik deed dat ook, in en rond het hotel.)
U ziet hoe ‘mudbrick‘ wordt gemaakt (05:15). Qabr Hoed (06:30) en beelden van de ‘Ziyara‘ (08:00). Ook de festiviteiten erna, met kamelen (09:07), waarmee ook een race werd georganiseerd, zoals ik eind 1997 zag.
Een uitgebreider verslag van Tarim (13:30) en de islamitische universiteit aldaar.
Enkele voorbeelden van islamitische handschriften (manuscripten) (16:07). De al-Ahgaaf-bibliotheek (16:31), die nu veel kleiner lijkt te zijn dan toen ik er was in 1996.
De folkloristische dans Shabwani (18:25) en ‘Daan‘, de Hadramitische poëzie op muziek (20:13).
Ik zie in deze video ook auto’s over geasfalteerde wegen rijden. Die waren er nog niet in 1996. Toen bestond de weg uit gaten en kuilen en rechtdoor rijden was alleen maar over korte afstanden mogelijk.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.