Enkele medewerkers van de al-Ahgaaf-bibliotheek aan het werk op deze slecht belichte dia. In de bibliotheek moest alles afgedekt, of opgeborgen worden om de boeken en spullen te beschermen tegen het immer binnenwaaiende stuifzand uit de woestijn. Een strijd daartegen was onbegonnen werk. Onder de grote ‘hoes’ van piepschuim stond de typemachine.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 4 april 1996 (donderdag).
Tarim (Tarim).
Op 7.15 uur.
Moe.
Gisteren kochten we een radio voor 2.100 rial. Het cassettegedeelte deed het echter niet goed. We brachten het apparaat nu terug, maar de man wilde het geld niet teruggeven. Hij zou hem repareren. We vergaten hem echter op te halen.(1)
In de bibliotheek constateren we dat de catalogus niet in orde is en vol fouten zit. Na enige discussie en steekproeven verzucht Aidaroes: “De hele bibliotheek verkeert in een chaos.”
Thuis: 13.00 uur.(2)
Even zwemmen.
FoxPro. [Database.]
Tussen 18.00 en 19.00 koken.
Brieven naar vrienden op de computer voorbereiden.
Bed rond 23.00 uur.
(1) Rond deze tijd begon Nico in Tarim in een korte broek te lopen. Hij zei: “Ze beschouwen ons hier toch als achterlijk, dus dan gedragen we ons ook maar daar naar.” In zekere zin had hij gelijk. We werden waarschijnlijk als achterlijk beschouwd, maar ik zou na zijn vertrek nog zeven weken alleen in deze plaats doorbrengen en ik wilde toch nog een beetje fatsoen, welvoeglijkheid, demonstreren in overeenstemming met de strenge zeden en omgangsregels van deze gemeenschap, dus ik volgde zijn voorbeeld niet.
(2) Naar huis namen we meestal een taxi. Lopen was haast geen optie op het heetst van de dag. Later, toen Nico al vertrokken was, kwam het wel voor dat ik naar huis (hotel) moest lopen, wanneer ik te lang had doorgewerkt. Na 13.00 uur reden geen taxi’s meer. Als ik mijn flesje water uit de koelkast van de bibliotheek mee naar huis nam, was de inhoud na circa twintig minuten lopen lauw.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Het gebouw rechts op de foto is de grote moskee in het centrum van Tarim. Op de tweede verdieping is de al-Ahgaaf-bibliotheek gevestigd. De trap leidt erheen. De man helemaal rechts op de foto staat op het punt om de moskee te betreden. Deze moskee is met een betonnen steen gebouwd. Op de achtergrond staan gebouwen van mudbrick (zonsteen), maar een uitbreiding wordt gerealiseerd met een steen van cement. De straten rondom de moskee werden goed schoon gehouden, anders dan in de rest van het stadje, waar het stuifzand uit de woestijn centimeters dik lag.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 3 april 1996 (woensdag).
Tarim (Tarim).
Op 6.00 uur.
Rond 7.15 uur gaan we de stad in. Nico maakt foto’s.
Vandaag werken we in de al-Ahgaaf-bibliotheek.(1)
Rond 11.00 komt Abd al-Rahmaan A. Met hem zetten we enkele plannen op. We gaan met z’n drieën naar het hotel. Hij blijft enige tijd hangen. Daarna gaan we zwemmen.
Na 16.15 uur schrijf ik buiten een brief voor EL. (Ex-studente Arabisch, die me (onverwacht) een week voor vertrek naar Jemen, een kaartje stuurde.)
Housemuziek luisteren op bed.
We eten een slechte maaltijd in het restaurant van het hotel.
Even samen zitten. Daarna schrijf ik een brief voor AS, die ook voor AB en MS bedoeld is. Ondertussen housemuziek luisteren.
Na 23.15 uur organiseer ik mijn eigen kleine housedance / -trance party in mijn hotelkamer en dans me in het zweet.(2)
Nu 00.15 uur.
[…]
Bed 01.00 uur.
(Zuid-Jemen, Sayyid, Muhammad, Aden, Mamelukken)
(1) Ons werd verteld dat aan het begin van de communistische revolutie in Zuid-Jemen alle privébibliotheken geconfisqueerd werden met de bedoeling om alle religieuze boeken te vernietigen. De bovenlaag van de maatschappij, de Sayyids (rechtstreekse afstammelingen van de profeet Muhammad), beschikten allemaal over uitgebreide collecties boeken, waaronder veel religieus werk. Deze boeken werden verzameld en opgeslagen boven de grote moskee in Tarim, dat toentertijd (en nu weer) een religieus centrum was, met een theologische faculteit. Toen de communisten dachten alles vergaard te hebben wat er op religieus gebied bijeen te stelen was en dat in zakken had opgeslagen, vroeg men aan de partijleiding in de hoofdstad Aden wanneer de brand erin kon. De kopstukken wilden niet meteen tot boekverbranding overgaan; men vond dat de boeken nageplozen dienden te worden op zoek naar een mogelijke rechtvaardiging voor communisme. Toen er na jaren op dat gebied helemaal niets ondernomen was, besloot men de boeken in kasten op de bovenverdieping van de grote moskee in Tarim openbaar op te stellen en zo een bibliotheek in te richten. Claims van de voormalige eigenaren werden allemaal afgewezen. Deze collectie omvat voornamelijk handschriften (manuscripten) uit vele eeuwen, waarvan sommige nog uit de tijd van de Mamelukken.
(2) Ik was gewoon om in het weekeinde een nacht te gaan discodansen in het Leids Vrijetijdscentrum LVC.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Het imposante voormalige paleis van de Kathiri Sultan van Say’un: Gasr al-Kathiri, of, zoals het nu heet: Gasr al-Thawra. (Paleis van de Revolutie.) Ook dit gebouw is helemaal van zonsteen (mudbrick) gebouwd.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 2 april 1996 (dinsdag).
Tarim, Say’un (Tarim, Say’un, mudbrick, Arabische namen: Abd al-Rahmaan, Kathiri, Kathiri Paleis).
Op 6.00 uur: op de computer werken.
Na het ontbijt gaan we naar Say’un, op zoek naar Abd al-Rahmaan A.(1) We vinden zijn superieur in de Organisatie voor Antiquiteiten, die hem belt. Na een poosje komt hij. Hij maakt een wat timide indruk.
Na een poosje gaan we boodschappen doen en dan terug naar Tarim met dezelfde (levendige) chauffeur als onze eerste reis van Say’un naar Tarim, verleden week woensdag.
‘Thuis’ (hotel) om 12.00 uur.
Zwemmen. Een hele mooie Duitse vrouw (joods?) zwemt er ook.
Met de computer werken.
Bellen bij de aardige telefoonjongen. We blijven er een tijdje vertellen.
Thuis koken.
Bed tegen 22.15 uur.
Moe.
Sjeik, sjeikh, al-Islah-partij (Sjeik, al-Islah).
(1) Abd al-Rahmaan A. was al benoemd tot de nieuwe directeur van de al-Ahgaaf-bibliotheek. Hij moest sjeik AB vervangen, een van de leidende figuren binnen de al-Islah, een conservatieve islamitische partij. Door diens fundamentalistische preken, die hij in de bibliotheek hield, had hij zich ‘onmogelijk’ gemaakt bij de lokale gemeenschap en ook bij zijn superieuren in Sana’a. Het zou nog enige tijd duren voordat sjeik AB ook definitief vertrok.
De ‘timide’ indruk die Abd al-Rahmaan A. op mij maakte kwam vooral door zijn bescheidenheid. Hij was een zachtaardige, aardige en kunstzinnige man, zou ik later ontdekken.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Deze vruchten groeiden in de achtertuin van hotel Gasr al-Goebba. Ik heb geen idee of ze eetbaar zijn en ik weet ook de naam er niet van. Voordat ik er meer over te weten kon komen, werd de toegang tot het gebied, nadat ik het twee keer had bezocht, versperd door takkenbossen met scherpe doornen. Kennelijk was er iemand die niet wilde dat ik er kwam. (Volgens een deskundige zijn dit papaja’s.)
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 1 april 1996 (maandag).
Op 7.15 uur.
Vannacht hoefde ik maar eenmaal naar het toilet, vanochtend echter verschillende malen. (Diarree.)
Het ontbijt staat me tegen, maar ik eet toch. De thee krijg ik niet naar beneden.
Samen gaan we op weg naar de al-Ahgaaf-bibliotheek. Onderweg denk ik het moeilijk te krijgen en wil zelfs niet over eten praten. Al met al gaat het goed. (Ik hoef niet naar het toilet tot nu, circa 14.15 uur.)
In Tarim kopen we boeken(1) en een gasstel met een reservefles. De boeken hadden een waarde van 3.210 rial (1 rial is f. 0,0146) en het gasstel 8.550 rial. (Respectievelijk f. 46,85 en f. 124,85) Dat laatste bedrag verdienden we gisteren al terug van onze vergoeding (f. 85,00 per dag) door slechts hotel- en maaltijdkosten op te gebruiken.
Een kamer kost 1.050 rial en de avondmaaltijd 235 rial per persoon. Totaal 1.285 rial. Voor ons tweeën 2.570 rial: f. 37,52.
F. 170,00 – f. 37,52 = f. 137,48 – f. 124,85 = f. 12,63 over.
Ik ga om 11.15 weer naar bed en slaap tot 13.30.
Het enige wat je van een vrouw kunt zien zijn haar nieuwsgierige vriendelijke ogen. Kinderen zwaaien soms, of stuiven verschrikt weg. Vrouwen zwaaien zelden en meer dan hun ogen (soms handen of voeten) is er niet te zien. Ze zitten geheel in het zwart. Wel handig tegen zoveel stof dat zelfs in de hotelkamer doordringt.
Nu: 14.30 uur.
FoxPro database op de computer.
Rond 17.00 samen de stad in.
Telefoneren en levensmiddelen kopen. We zijn rond 19.00 thuis.
Samen koken: macaroni, uien, knoflook, tomatenpuree.(2) Een en ander is niets bijzonders, maar wel beter dan de rijst met groente die we al vijf keer aten.
Vertellen.
Nu 23.15 uur.
Moe.
(1) Ik weet nog dat de eigenaar van de boekhandel mij het wisselgeld met zijn linkerhand teruggaf. De linkerhand geldt als onrein en hij zei daarmee: “Ik veracht je.”
(2) In mijn herinnering waren de blikjes tomatenpuree allemaal over de uiterste houdbaarheidsdatum heen. Soms spoot de puree uit het blik, maar we hadden geen andere keus dan het spul gewoon op te eten, om nog enige smaak aan de maaltijd te geven.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Rondom hotel Gasr al-Goebba. In de bouwval op de achtergrond woonde nog een boer en zijn gezin.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 31 maart 1996 (zondag).
Tarim (Tarim, Wadi Hadramaut, WordPerfect, mudbrick, zonsteen, Zuid-Jemen).
Op 6.15 uur.
Computer (werken met de database FoxPro) en kleren wassen.
Nico probeert MN (van de Nederlandse Ambassade in Sana’a) te bellen. Die zit in een vergadering.
De medewerker van de telefoonwinkel is erg aardig. Hij heeft een heldere, intelligente blik.
We gaan niet naar de bibliotheek, want Nico is ziek. (Diarree.)
Ik wandel in de koele, bevloeide, bossen van palmbomen rond het hotel. Er wonen nog mensen in de half ingestorte ‘modder’ huizen. [Modderbaksteen: mudbrick, zonsteen]
Een meisje, geheel in het zwart, handen en voeten ook (erg praktisch in deze stuifzandwoestijn) intrigeert me en ik probeer haar, voorzichtig, te volgen. (Ik wil wel eens praten met vrouwen.)
Zij verdwijnt in een van de half ingestorte huizen. Ik zag haar vaker. Zij is een geitenhoedster. Ze draagt lange zwarte handschoenen.
Nu 10.30 uur.
Ik installeer WP 5.1 (WordPerfect) apart voor Nico op mijn computer. Hij heeft namelijk veel kritiek op mijn bestandsindeling en begrijpt er niet veel van. (Voor een buitenstaander is het ook moeilijk.) Gisterenavond (laat) verliep de installatie niet vlekkeloos en ook nu gaat het niet helemaal goed.
Na 13.00 tot circa 17.00 buiten zitten en FoxPro database bestuderen. Ondertussen luister ik naar housemuziek op cassettes.
Het is kennelijk voor sommigen een vrije dag, deze zondag.(1) Er zijn veel Arabieren rond het hotel en er liggen enkele jonge Tarimse snuiters in het zwembad.
Gezellig is het kennelijk in het, geheel omheinde (afgeschermde) familiezwembad, want er klinkt vaak vrolijke zang op het ritme van een slaginstrument.
Verder studeren bij Nico op het terras.
Diner: weer dezelfde rommel als de afgelopen dagen. Ik heb er geen zin meer in. Het wordt tijd dat de container komt, waar we eten in hebben.
We gaan morgen een kookstel kopen en zelf koken.
Nu 22.15 uur.
Ik heb last van diarree.
(1) Gewoonlijk is de vrijdag een vrije dag voor ambtenaren in een islamitisch land, maar vast zal de zondag als een vrije dag gegolden hebben in de ‘goede oude tijd’ van het communisme in de voormalige Volksrepubliek Zuid-Jemen.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Dit is het zwembad dat uitsluitend voor Jemenitische mannelijke bezoekers bestemd was. Toeristen mochten niet in dit schaduwrijke bad zwemmen.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 30 maart 1996 (zaterdag).
Tarim (Tarim).
Op 6.00 uur.
Computer: werken aan de database.
Ontbijt.
Van circa 9.00 tot 13.00 in de al-Ahgaaf-bibliotheek.
We zwemmen niet, want het zwembadwater is vies.(1)
Computer: werken met FoxPro.
Van 17.00 tot 19.30 samen buiten zitten.
Avondeten.
Buiten zitten bij Nico op het platje: Terras.
Van 21.30 tot 01.00 uur: computer, werken met de FoxPro database.
(1) Er zat geen chloor in het zwembadwater. Om de vier of vijf dagen liet men het zwembad leeg en stroomde het water over de nabijgelegen dadelpalmbomenplantage, als bevloeiing.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Het derde zwembad van het Gasr al-goebba hotel, Slegs vir blankes, maar ik mocht ook niet in de andere baden zwemmen. Ik werd dus ook gediscrimineerd.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 29 maart 1996 (vrijdag).
Tarim (Tarim, Say’un).
Op 7.00 uur.
Vannacht sliep ik enerzijds goed en anderzijds slecht: goed, omdat met airco en ventilatie de kamer goed koel is en er dus weinig muggen zijn. Slecht omdat de airco steeds met veel lawaai aan- en uitschakelt en omdat ik het zelfs even koud had en ik een deken moest zoeken.
We gaan naar Say’un en zoeken er het kantoor van al-Yemenia (de nationale luchtvaartmaatschappij): vergeefs.
Wat huishoudelijke boodschappen doen.
Hotel Tarim.
Zwembad, circa anderhalf uur. Enkele rondborstige Franse dames liggen in het water. (Ook mannen; niet rondborstig.)
Kamer.
Fihrist(1) van de al-Ahgaaf bibilotheek bewerken.
Samen dineren, tegen 19.30 uur. Tot 21.30 nutteloos buiten zitten.
Weer: vanochtend bewolkt. Verder warm. Prachtige sterrenhemel.(2)
Alcoholvrij bier werkt verdovend.
–
(1) Fihrist betekent catalogus. Die catalogus van de al-Ahgaf-Bibliotheek Tarim voerde ik al voor de helft in Nederland in de computer in. De Universiteitsbibliotheek Leiden bezit een kopie van die catalogus.
(2) Omdat Tarim midden in de woestijn ligt en omdat in het stadje zelf weinig verlichting te zien is, is de hemel diepzwart met de overweldigende pracht van de sterrenhemel en de Melkweg. Later, nadat Nico terug naar Nederland was (eind april) en ik zijn kamer met terras had overgenomen, sliep ik vaak buiten op dat terras, letterlijk onder de sterren.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Het Gasr al-Goebba hotel in Tarim. (Eigendom van de familie Aal Kaaf.) Helemaal opgetrokken van ‘mudbrick’ (zonsteen).
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 28 maart 1996 (donderdag).
Tarim (Tarim, Wadi Hadramaut, mudbrick, zonsteen).
Op 7.15 uur.
Ontbijt. [In het restaurant van het hotel.]
Bibliotheek, circa twee uur. Kennis gemaakt met de sjeik A. Āl Kāf. (Aal Kaaf)(1)
Werken met de computer.
Pauze in een cafeetje(2) van Abd al-Rahmaan.
Met de taxi naar het hotel.
Tweeënhalf uur in het zwembad.(3)
Bij Nico op zijn terras(4), maltbier(5) drinken. (Alcoholvrij, maar ik merk alcohol.)
Door de stad wandelen. Wat ik gisteren over Tarim schreef is gedeeltelijk gebaseerd op ervaringen van vandaag.
Avondeten in het restaurant van het hotel.
Van 20.15 tot 23.00 samen buiten zitten vertellen, met een maltbier: ik merk de alcohol.
Nu 23.30 uur.
Weer: een beetje regen.
–
(Mahaarim)
(1) Sjeik bin Aḥmad al-K. was een geletterde, die altijd zat te lezen, als hij in de bibliotheek was. Hij sprak ook Engels. Hij was een verarmd lid van de beroemde Aal Kaaf-familie in de Hadramaut.
(2) Het cafeetje lag niet ver van de bibliotheek en je kon er ook eten. Ik ben er verschillende keren geweest. Ik weet nog dat de afwas werd gedaan door een jongman die ik erg knap vond.
(3) Hotel Gasr al-goebba (het Koepelpaleis) had drie zwembaden: één voor families (maar één familie per keer, vrouwen mogen immers alleen maar door familieleden gezien worden: de mahaarim), één zwembad voor Jemenitische mannen en één voor toeristen. In dat laatste bad kwam ik uitsluitend, vaak moederziel alleen.
(4) Nico had een grote kamer met een terras. Hij vertrok na zes weken en ik heb daarna die kamer overgenomen.
(5) In Jemen was voor de hereniging met het Noorden (1990), ook een bierbrouwerij nabij Aden. Bij de burgeroorlog van 1994 werd die vernietigd. Maltbier werd dus nog wel gedronken. In het noorden waren de mensen verslaafd aan qat, maar dat was in het zuiden niet het geval. Daar had men dus (malt)bier. Ik, omdat ik nooit veel alcohol dronk, merkte meteen het effect van het ‘alcoholvrije’ bier of er moet sprake zijn geweest van autosuggestie / zelfbedrog.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.
Een eerste indruk van de Wadi Hadramaut. Geologisch gezien: dit is een onderdeel van een dendritisch drainagepatroon. Ook vanuit de lucht ziet het er interessant uit.
Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 maart 1996 (woensdag).
Sana’a – Tarim (Sana’a, Tarim, Wadi Hadramaut, drainagepatroon). (Satellietweergave en uitzoomen!)
Op 03.00 uur.
Douche.
Om 04.00 met een taxi naar de luchthaven. (De taxi kwam bij het hotel.) Een en ander kost 15 $. Sjouwers (twee) kosten elk 100 rial. In de vertrekhal is het een puinhoop met Italianen en Arabieren.
Driehonderd rial ben ik kwijt om twee jongens mijn spullen op de lopende band van het doorlichtapparaat te laten plaatsen.
In de vertrekhal is het rustig. [sic]
We vertrekken niet om 06.00 maar rond 06.20 uur. Tot 07.00 vliegen we richting Say’un en praten even met een leuke Canadese stewardess, die op deze vlucht werkt om de kwaliteit van de service te verbeteren. (Op meerdere vluchten.)
Een kwartier voor de landing horen we over een zware zandstorm in Say’un en het vliegtuig wijkt uit naar al-Mukalla, om daar anderhalf uur in de zon te blijven staan, met de motoren uit. (En dus de airco uit.) Dan vliegen we in twintig minuten naar Say’un.
Met een taxi voor 1.500 rial naar Tarim.
In het hotel Gasr al-goebba(1) is voor ons niets gereserveerd en we worden dus tijdelijk geplaatst. Morgenochtend moeten we naar een andere kamer verkassen.
We lopen de stad in en onderweg komen we de curator van de al-Ahgaaf-bibliotheek tegen, Sjeik AB. Hij informeert [onleesbaar] in het hotel waar iemand zijn hand kust.
–
Hij praat met de manager. Daarna gaan Nico en ik naar de bibliotheek. Onderweg drinken we wat.
In de bibliotheek constateren we dat er nieuwe vloerbedekking wordt gelegd. Later horen we dat dit een geschenk is van een Saoediër van Hadramitische oorsprong. (Tarim ligt in de Wadi Hadramaut.)
Al snel kom ik tot de conclusie dat al die geschenken te veel is. We presenteren nu de helft. Volgend jaar nog meer, dat is ‘overdone’. Ik bespreek mijn idee met Nico en we zijn het erover eens.
Al eerder, met MN (van de Nederlandse Ambassade), hadden we het erover gehad dat het Museum van Handschriften in Sana’a wel wat referentiewerken zou kunnen gebruiken. MN stelde toen voor om vijftienduizend gulden zogenaamde ‘Kleine Projecten’ in Sana’a te besteden voor meubilair.
Wij denken nu dat een ‘ombuiging’ van het geld van Tarim naar Sana’a zeker te prefereren is, temeer daar, zoals ons donderdag (28 maart) bekend werd, de bibliotheek bijna geen bezoekers(2) meer ontvangt wegens de fundamentalistische praktijken van sjeik AB. (Hij houdt toespraken in de bibliotheek. Als hij er niet is zijn alle boekenkasten afgesloten: dus zonder sleutel.)
Na een tijdje bezoeken we een ‘cafeetje’. (Nico en ik.) We wandelen door de stad.
Meer nog dan in Sana’a heb ik hier het gevoel in de middeleeuwen te zijn beland. Er zijn auto’s en veel motorfietsen. Er zijn gemotoriseerde waterpompen en er is elektrisch licht. Op een enkel dak staat een schotelantenne. In de stad brandt sporadisch een lamp. Na zonsondergang (circa 18.00 uur) is alles donker.
Vrijwel alle vrouwen zijn in het zwart. De boerinnen dragen over hun gesluierd hoofd strooien hoeden(3). Slechts een enkele laat haar gezicht zien. Kinderen en vrouwen stuiven weg als je hen nadert. (Sommige niet.) Mannen (veel zien er uit als Indonesiërs(4), sommige zijn donkerbruin) dragen tulbanden en sarongs. Veel mannen zijn exotisch mooi. In lange rijen zitten ze op de stoep, voor de moskee, op de gebedstijd te wachten, in het halfdonker.
Overal ligt afval en op de meeste straten ligt een dikke laag stuifzand.(5)
Negenennegentig procent van de huizen is van modder, ‘mudbrick'(6), gebouwd. Er is veel verval. Veel huizen hebben waterschade, sommige zijn gedeeltelijk ingestort. Veel paleizen(7) zijn onbewoond.
In het hotel komt een personeelslid van de bibliotheek informatie verstrekken en om geld bedelen. (Beide ongevraagd.)
Warm eten in het hotel. Nico vertelt (en ik luister) met Jemenieten.
Bed tegen 23.00 uur.
Moe.
Weer: heet, heet, heet.
–
(Arabische Singaporezen,Arabische Indonesiërs, mudbrick, Communistisch Zuid-Jemen)
(1) Het hotel heet in het Hadramitisch Arabisch Gasr al-goebba (Het koepelpaleis), maar in het Arabische schrift wordt die naam geschreven met de Qaaf: de ‘q’ dus, als Qasr al-qoebba. Dit geldt ook voor ons reisdoel in Tarim: al-Ahgaaf-bibliotheek, geschreven staat er al-Ahqaaf. Ik hou mij in mijn verslag aan de lokale uitspraak van de woorden.
(2) Door de fundamentalistische toespraken van de curator, sjeik AB, kwamen er maar weinig lokale bewoners, maar de bibliotheek was wel een trekpleister voor toeristen van alle nationaliteiten. Er kwamen in de tijd dat ik er was relatief veel toeristen.
(3) De hoeden van de boerinnen zijn een soort hoge puntmutsen en een brede rand.
(4) De Hadarim (meervoud van Hadrami: een mannelijke bewoner van de Hadramaut) zijn van oudsher handelslieden. Zij dreven handel met Singapore en Indonesië, velen van hen gingen daar ook wonen en trouwden met lokale schoonheden. Een van die mannen vertelde mij dat hij als kind zijn oma niet kon verstaan, want die sprak gebrekkig Arabisch, omdat ze een Indonesische was.
(5) In een brief naar Nederland schreef ik toentertijd dat het lijkt alsof je in een sneeuwstorm terecht bent gekomen, wanneer je ’s avonds, in het donker, door Tarim loopt. In het lamplicht van de auto’s hangt het stuifzand als een bijna ondoorzichtige waas in de straten. Tarim ligt in het midden van de woestijn en stuifzand is er altijd. Als je een weeklang een tafelblad niet schoon zou maken ligt er al gauw een halve centimeter, of meer, stof op.
(6) Alle traditionele huizen zijn van mudbrick gebouwd. Een huis ziet er voor een toerist aan de buitenkant romantisch en groot uit, maar de buitenmuren zijn zo’n 80 centimeter dik en binnen staan massieve pilaren om de bovenverdiepingen te dragen, waardoor er binnen maar een beperkte ruimte is. Verder bestaat het gevaar dat na een stevige regenbui (het regent niet veel in de Hadramaut) een pand gedeeltelijk, of helemaal, kan instorten. Vandaar dat tegenwoordig beton favoriet is. Dat scheelt handen vol geld voor het onderhoud. (Bovendien: over honderd jaar is beton ook ‘traditioneel’.)
(7) Omdat veel Hadarim erg rijk waren geworden met hun handel op zuid-oost Azië en zij hun oude dag in hun geboortestreek wilden doorbrengen, stopten ze veel geld in de bouw van paleizen (ook van mudbrick gebouwd). De ‘hele’ Wadi Hadramaut staat vol met in suikertaartkleuren opschilderde machtig grote paleizen, met een architectuur die aan India doet denken. De paleizen staan leeg en vervallen dus, omdat alle rijke lieden na de communistische machtsovername in 1970 zijn gevlucht of verdreven.
Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.