Jemen, 2 april 1996

Paleis Say'un
Het imposante voormalige paleis van de Kathiri Sultan van Say’un: Gasr al-Kathiri, of, zoals het nu heet: Gasr al-Thawra. (Paleis van de Revolutie.) Ook dit gebouw is helemaal van zonsteen (mudbrick) gebouwd.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 2 april 1996 (dinsdag).

Tarim, Say’un (Tarim, Say’un, mudbrick, Arabische namen: Abd al-Rahmaan, Kathiri, Kathiri Paleis).
Op 6.00 uur: op de computer werken.
Na het ontbijt gaan we naar Say’un, op zoek naar Abd al-Rahmaan A.(1) We vin­den zijn superieur in de Organisatie voor Antiquiteiten, die hem belt. Na een poos­je komt hij. Hij maakt een wat timide indruk.
Na een poosje gaan we boodschappen doen en dan terug naar Tarim met de­zelf­de (levendige) chauffeur als onze eerste reis van Say’un naar Tarim, ver­le­den week woensdag.
‘Thuis’ (hotel) om 12.00 uur.
Zwemmen. Een hele mooie Duitse vrouw (joods?) zwemt er ook.
Met de computer werken.
Bellen bij de aardige telefoonjongen. We blijven er een tijdje vertellen.
Thuis koken.
Bed tegen 22.15 uur.
Moe.

Sjeik, sjeikh, al-Islah-partij (Sjeik, al-Islah).
(1) Abd al-Rahmaan A. was al benoemd tot de nieuwe directeur van de al-Ah­gaaf-bibliotheek. Hij moest sjeik AB vervangen, een van de leidende figuren binnen de al-Islah, een conservatieve islamitische partij. Door diens fun­da­men­ta­lis­ti­sche preken, die hij in de bibliotheek hield, had hij zich ‘onmogelijk’ ge­maakt bij de lokale gemeenschap en ook bij zijn superieuren in Sana’a. Het zou nog enige tijd duren voordat sjeik AB ook definitief vertrok.
De ‘timide’ indruk die Abd al-Rahmaan A. op mij maakte kwam vooral door zijn bescheidenheid. Hij was een zachtaardige, aardige en kunstzinnige man, zou ik later ontdekken.

Dit is het einde van dag 17 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 1 april 1996

Papaja's.
Deze vruchten groeiden in de achtertuin van hotel Gasr al-Goebba. Ik heb geen idee of ze eetbaar zijn en ik weet ook de naam er niet van. Voordat ik er meer over te weten kon komen, werd de toegang tot het gebied, nadat ik het twee keer had bezocht, versperd door takkenbossen met scherpe doornen. Kennelijk was er iemand die niet wilde dat ik er kwam. (Volgens een deskundige zijn dit papaja’s.)

 

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 1 april 1996 (maandag).

Tarim (Tarim).

Op 7.15 uur.
Vannacht hoefde ik maar eenmaal naar het toilet, vanochtend echter verschillende malen. (Diarree.)
Het ontbijt staat me tegen, maar ik eet toch. De thee krijg ik niet naar beneden.
Samen gaan we op weg naar de al-Ahgaaf-bibliotheek. Onderweg denk ik het moeilijk te krijgen en wil zelfs niet over eten praten. Al met al gaat het goed. (Ik hoef niet naar het toilet tot nu, circa 14.15 uur.)

In Tarim kopen we boeken(1) en een gasstel met een reservefles. De boeken hadden een waarde van 3.210 rial (1 rial is f. 0,0146) en het gasstel 8.550 rial. (Respectievelijk f. 46,85 en f. 124,85) Dat laatste bedrag verdienden we gisteren al terug van onze vergoeding (f. 85,00 per dag) door slechts hotel- en maal­tijd­kos­ten op te gebruiken.
Een kamer kost 1.050 rial en de avondmaaltijd 235 rial per persoon. Totaal 1.285 rial. Voor ons tweeën 2.570 rial: f. 37,52.
F. 170,00 – f. 37,52 = f. 137,48 – f. 124,85 = f. 12,63 over.

Ik ga om 11.15 weer naar bed en slaap tot 13.30.

Het enige wat je van een vrouw kunt zien zijn haar nieuwsgierige vriendelijke ogen. Kinderen zwaaien soms, of stuiven verschrikt weg. Vrouwen zwaaien zelden en meer dan hun ogen (soms handen of voeten) is er niet te zien. Ze zit­ten geheel in het zwart. Wel handig tegen zoveel stof dat zelfs in de ho­tel­ka­mer doordringt.
Nu: 14.30 uur.

FoxPro database op de computer.
Rond 17.00 samen de stad in.
Telefoneren en levensmiddelen kopen. We zijn rond 19.00 thuis.
Samen koken: macaroni, uien, knoflook, tomatenpuree.(2) Een en ander is niets bijzonders, maar wel beter dan de rijst met groente die we al vijf keer aten.
Vertellen.
Nu 23.15 uur.
Moe.

(1) Ik weet nog dat de eigenaar van de boekhandel mij het wisselgeld met zijn linkerhand teruggaf. De linkerhand geldt als onrein en hij zei daarmee: “Ik ver­acht je.”

(2) In mijn herinnering waren de blikjes tomatenpuree allemaal over de uiterste houdbaarheidsdatum heen. Soms spoot de puree uit het blik, maar we hadden geen andere keus dan het spul gewoon op te eten, om nog enige smaak aan de maaltijd te geven.

Dit is het einde van dag 16 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 29 maart 1996

Een van de drie zwembaden bij het hotel in Tarim.
Het derde zwembad van het Gasr al-goebba hotel, Slegs vir blankes, maar ik mocht ook niet in de andere baden zwemmen. Ik werd dus ook gediscrimineerd.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 29 maart 1996 (vrijdag).

Tarim (Tarim, Say’un).
Op 7.00 uur.
Vannacht sliep ik enerzijds goed en anderzijds slecht: goed, omdat met airco en ventilatie de kamer goed koel is en er dus weinig muggen zijn. Slecht omdat de airco steeds met veel lawaai aan- en uitschakelt en omdat ik het zelfs even koud had en ik een deken moest zoeken.
We gaan naar Say’un en zoeken er het kantoor van al-Yemenia (de nationale luchtvaartmaatschappij): vergeefs.
Wat huishoudelijke boodschappen doen.
Hotel Tarim.
Zwembad, circa anderhalf uur. Enkele rondborstige Franse dames liggen in het water. (Ook mannen; niet rondborstig.)
Kamer.
Fihrist(1) van de al-Ahgaaf bibilotheek bewerken.
Samen dineren, tegen 19.30 uur. Tot 21.30 nutteloos buiten zitten.
Weer: vanochtend bewolkt. Verder warm. Prachtige sterrenhemel.(2)
Alcoholvrij bier werkt verdovend.

(1) Fihrist betekent catalogus. Die catalogus van de al-Ahgaf-Bibliotheek Tarim voerde ik al voor de helft in Nederland in de computer in. De Uni­ver­si­teits­bi­blio­theek Leiden bezit een kopie van die catalogus.

(2) Omdat Tarim midden in de woestijn ligt en omdat in het stadje zelf weinig verlichting te zien is, is de hemel diepzwart met de overweldigende pracht van de sterrenhemel en de Melkweg. Later, nadat Nico terug naar Nederland was (eind april) en ik zijn kamer met terras had overgenomen, sliep ik vaak buiten op dat terras, letterlijk onder de sterren.

Dit is het einde van dag 13 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.

Jemen, 27 maart 1996

Wadi Hadramaut
Een eerste indruk van de Wadi Hadramaut. Geologisch gezien: dit is een onderdeel van een den­dri­tisch drainagepatroon. Ook vanuit de lucht ziet het er interessant uit.

Athaaf al-Nadiem AR en NL

Twintig jaar geleden: dagboekfragment 27 maart 1996 (woensdag).

Sana’a – Tarim (Sana’a, Tarim, Wadi Hadramaut, drainagepatroon). (Satellietweergave en uitzoomen!)
Op 03.00 uur.
Douche.
Om 04.00 met een taxi naar de luchthaven. (De taxi kwam bij het hotel.) Een en ander kost 15 $. Sjouwers (twee) kosten elk 100 rial. In de vertrekhal is het een puinhoop met Italianen en Arabieren.
Driehonderd rial ben ik kwijt om twee jongens mijn spullen op de lopende band van het doorlichtapparaat te laten plaatsen.
In de vertrekhal is het rustig. [sic]
We vertrekken niet om 06.00 maar rond 06.20 uur. Tot 07.00 vliegen we rich­ting Say’un en praten even met een leuke Canadese stewardess, die op deze vlucht werkt om de kwaliteit van de service te verbeteren. (Op meerdere vluch­ten.)
Een kwartier voor de landing horen we over een zware zandstorm in Say’un en het vliegtuig wijkt uit naar al-Mukalla, om daar anderhalf uur in de zon te blij­ven staan, met de motoren uit. (En dus de airco uit.) Dan vliegen we in twintig minuten naar Say’un.
Met een taxi voor 1.500 rial naar Tarim.
In het hotel Gasr al-goebba(1) is voor ons niets gereserveerd en we worden dus tijdelijk geplaatst. Morgenochtend moeten we naar een andere kamer ver­kas­sen.
We lopen de stad in en onderweg komen we de curator van de al-Ahgaaf-bi­blio­theek tegen, Sjeik AB. Hij informeert [onleesbaar] in het hotel waar iemand zijn hand kust.

Hij praat met de manager. Daarna gaan Nico en ik naar de bibliotheek. Onderweg drinken we wat.
In de bibliotheek constateren we dat er nieuwe vloerbedekking wordt gelegd. Later horen we dat dit een geschenk is van een Saoediër van Hadramitische oorsprong. (Tarim ligt in de Wadi Hadramaut.)
Al snel kom ik tot de conclusie dat al die geschenken te veel is. We presenteren nu de helft. Volgend jaar nog meer, dat is ‘overdone’. Ik bespreek mijn idee met Nico en we zijn het erover eens.
Al eerder, met MN (van de Nederlandse Ambassade), hadden we het erover ge­had dat het Museum van Handschriften in Sana’a wel wat referentiewerken zou kunnen gebruiken. MN stelde toen voor om vijftienduizend gulden zo­ge­naam­de ‘Kleine Projecten’ in Sana’a te besteden voor meubilair.
Wij denken nu dat een ‘ombuiging’ van het geld van Tarim naar Sana’a zeker te prefereren is, temeer daar, zoals ons donderdag (28 maart) bekend werd, de bi­blio­theek bijna geen bezoekers(2) meer ontvangt wegens de fun­da­men­ta­lis­tische praktijken van sjeik AB. (Hij houdt toespraken in de bibliotheek. Als hij er niet is zijn alle boekenkasten afgesloten: dus zonder sleutel.)
Na een tijdje bezoeken we een ‘cafeetje’. (Nico en ik.) We wandelen door de stad.
Meer nog dan in Sana’a heb ik hier het gevoel in de middeleeuwen te zijn be­land. Er zijn auto’s en veel motorfietsen. Er zijn gemotoriseerde waterpompen en er is elektrisch licht. Op een enkel dak staat een schotelantenne. In de stad brandt sporadisch een lamp. Na zonsondergang (circa 18.00 uur) is alles don­ker.
Vrijwel alle vrouwen zijn in het zwart. De boerinnen dragen over hun gesluierd hoofd strooien hoeden(3). Slechts een enkele laat haar gezicht zien. Kinderen en vrouwen stuiven weg als je hen nadert. (Sommige niet.) Mannen (veel zien er uit als Indonesiërs(4), sommige zijn donkerbruin) dragen tulbanden en sa­rongs. Veel mannen zijn exotisch mooi. In lange rijen zitten ze op de stoep, voor de moskee, op de gebedstijd te wachten, in het halfdonker.
Overal ligt afval en op de meeste straten ligt een dikke laag stuifzand.(5)
Negenennegentig procent van de huizen is van modder, ‘mudbrick'(6), gebouwd. Er is veel verval. Veel huizen hebben waterschade, sommige zijn gedeeltelijk ingestort. Veel paleizen(7) zijn onbewoond.
In het hotel komt een personeelslid van de bibliotheek informatie verstrekken en om geld bedelen. (Beide ongevraagd.)
Warm eten in het hotel. Nico vertelt (en ik luister) met Jemenieten.
Bed tegen 23.00 uur.
Moe.
Weer: heet, heet, heet.

(Arabische Singaporezen, Arabische Indonesiërs, mudbrickCommunistisch Zuid-Jemen)
(1) Het hotel heet in het Hadramitisch Arabisch Gasr al-goebba (Het koe­pel­pa­leis), maar in het Arabische schrift wordt die naam geschreven met de Qaaf: de ‘q’ dus, als Qasr al-qoebba. Dit geldt ook voor ons reisdoel in Tarim: al-Ahgaaf-bibliotheek, geschreven staat er al-Ahqaaf. Ik hou mij in mijn verslag aan de lokale uitspraak van de woorden.

(2) Door de fundamentalistische toespraken van de curator, sjeik AB, kwamen er maar weinig lokale bewoners, maar de bibliotheek was wel een trekpleister voor toeristen van alle nationaliteiten. Er kwamen in de tijd dat ik er was re­la­tief veel toeristen.

(3) De hoeden van de boerinnen zijn een soort hoge puntmutsen en een brede rand.

(4) De Hadarim (meervoud van Hadrami: een mannelijke bewoner van de Ha­dra­maut) zijn van oudsher handelslieden. Zij dreven handel met Singapore en Indonesië, velen van hen gingen daar ook wonen en trouwden met lokale schoon­heden. Een van die mannen vertelde mij dat hij als kind zijn oma niet kon verstaan, want die sprak gebrekkig Arabisch, omdat ze een Indonesische was.

(5) In een brief naar Nederland schreef ik toentertijd dat het lijkt alsof je in een sneeuwstorm terecht bent gekomen, wanneer je ’s avonds, in het donker, door Tarim loopt. In het lamplicht van de auto’s hangt het stuifzand als een bijna on­doorzichtige waas in de straten. Tarim ligt in het midden van de woestijn en stuifzand is er altijd. Als je een weeklang een tafelblad niet schoon zou maken ligt er al gauw een halve centimeter, of meer, stof op.

(6) Alle traditionele huizen zijn van mudbrick gebouwd. Een huis ziet er voor een toerist aan de buitenkant romantisch en groot uit, maar de buitenmuren zijn zo’n 80 centimeter dik en binnen staan massieve pilaren om de boven­ver­diepingen te dragen, waardoor er binnen maar een beperkte ruimte is. Verder bestaat het gevaar dat na een stevige regenbui (het regent niet veel in de Ha­dra­maut) een pand gedeeltelijk, of helemaal, kan instorten. Vandaar dat te­gen­woor­dig beton favoriet is. Dat scheelt handen vol geld voor het on­der­houd. (Bovendien: over honderd jaar is beton ook ‘traditioneel’.)

(7) Omdat veel Hadarim erg rijk waren geworden met hun handel op zuid-oost Azië en zij hun oude dag in hun geboortestreek wilden doorbrengen, stopten ze veel geld in de bouw van paleizen (ook van mudbrick gebouwd). De ‘hele’ Wadi Hadramaut staat vol met in suikertaartkleuren opschilderde machtig grote pa­lei­zen, met een architectuur die aan India doet denken. De paleizen staan leeg en vervallen dus, omdat alle rijke lieden na de communistische machts­over­na­me in 1970 zijn gevlucht of verdreven.

Dit is het einde van dag 11 (van 93 dagen totaal) van mijn verblijf in Jemen in 1996. Naar dag 1. (Naar alle gepubliceerde dagen.)

Top

Door op de twee eerste letters van een link te klikken, wordt in een nieuw tabblad de geografische locatie van de plaats in Google Maps weergegeven. Wanneer u op de derde en volgende letters klikt wordt u in een nieuw tabblad verbonden met de Wikipediapagina over deze locatie. Bij begrippen wordt alleen Wikipedia geopend.