22 september 1976

Sinaasappels
De­ze si­naas­ap­pel­boom staat in de tuin van het ho­tel Fran­co-Bel­ge in Mar­ra­kesh.

Dagboek 1976

(Dag 1698) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko. We zijn in Mar­ra­kesh. Van­daag gaan we met een lijn­bus in zuid-oos­te­lij­ke rich­ting naar Ouar­za­za­te. Het ver­trek heeft eni­ge voe­ten in de aar­de. – Laat in de mid­dag rij­den door het fan­tas­tisch mooie land­schap van ber­gen en da­len in het Ho­ge At­las-ge­berg­te. Het uit­zicht is spec­ta­cu­lair, maar ook de bus­reis zelf is bij­zon­der.

Naar de index en het einde.

Woensdag, 22 september 1976.
Om 4.00 uur staan we op. Het is de be­doe­ling met de bus naar Ouar­za­za­te te gaan die om 5.30 uur ver­trekt.
We ver­laten het ho­tel en gaan naar de bus­hal­te van CTM LN (Com­pag­nie de Trans­ports au Ma­roc, Li­gnes Na­tio­na­les).
Om een uur of zes staat er een vol­le bus voor de deur. Cees kan met de­ze bus mee en ik met de vol­gen­de. We stem­men toe. De chauf­feur schreeuwt: ‘Com­plet’ [vol] en na en­ke­le te­le­foont­jes gaat de­ze bij­na mi­se­ra­be­le toe­stand niet door. Ge­luk­kig niet, want wat zou dat voor een toe­stand zijn ge­wor­den, ge­schei­den op reis en Cees spreekt geen woord bui­ten­lands?
’s Mid­dags kun­nen we bei­den mee. We ko­pen een kaart­je. De ba­ga­ge blijft ach­ter bij de CTM LN en we lo­pen door de stad, zoe­ken een slaap­plaats. Uit­ein­de­lijk gaan we te­rug naar het ho­tel.
Cees vertelt me la­ter dat we een aan­tal fles­sen met sta­tie­geld er­op had­den ach­ter­ge­la­ten. Toen we te­rug­kwa­men wa­ren die al ver­dwe­nen.
Een man komt vra­gen of we weer te­rug zijn en wan­neer we gaan.
Ik zeg dat het een fout van ons was en dat we te­gen 10.00 uur gaan.
Ik slaap nog een uur­tje tot 8.00 uur. Blijf tot cir­ca 9.30 uur lig­gen en wordt steeds ze­nuw­ach­ti­ger.
We gaan de stad in. Post­kan­toor: ik haal een Pos­te Re­stan­te brief van Ma op. Ik drink een kop kof­fie. Op een an­de­re plaats ook een kop kof­fie. Ik be­taal een schoen­poet­ser 1 Dir­ham (Dh), zon­der hem te la­ten poet­sen. Ik wil geen sla­ven­toe­stan­den aan mijn voe­ten. Ik wil niet dat ie­mand voor mij zijn werk ge­bukt doet, dat hij op de knie­ën voor me moet zit­ten.
Ik ben dood­ze­nuw­ach­tig. Ik blijf naar de WC gaan. Ik ben erg ge­span­nen, wil snel weg uit die ver­ve­len­de stad Mar­ra­kesh en be­sluit dan, de vol­gen­de keer dat ik Ma­rok­ko doe, ze­ker niet meer met het open­baar ver­voer te gaan, maar met een ei­gen ver­voer­mid­del.
Ach­ter­af ge­zien heeft aan de­ze span­ning bij­ge­dra­gen dat ik al an­der­hal­ve week met Cees van mi­nuut tot mi­nuut op­trek. Hij is erg be­moe­de­rend: ‘Je mag dit, ik zou maar zo doen, als ik jou was en je mag zo, doe maar zus.’ Bo­ven­dien is hij erg nieuws­gie­rig: ‘Wat doe je?, waar kijk je naar?, wat ga je doen?, waar denk je aan?’
En als hij iets vraagt en ik geef ant­woord, zegt hij: ‘Dat hou je toch.’ of hij zegt dat hem dat niet raakt, en dat ik moei­lijk doe. Hij toont dan geen be­lang­stel­ling voor het ant­woord op zijn vraag. En als ik in over­leg met hem fo­to’s wil ma­ken, is het vaak van: ‘Je zoekt het maar uit.’
Mijn fout, die ik steeds weer van mij­zelf zag: ik com­man­deer in plaats van vra­gen: ‘Geef me die trui eens!’ in plaats van: ‘Wil je me die trui ge­ven?’
An­de­re fou­ten zie ik niet aan mij, maar ik heb niet het idee dat dit het enige is, in­te­gen­deel, ik zal voor hem ook wel ir­ri­tant over­ko­men.
Ik heb meer fou­ten, maar ze zelf zien is las­tig.
En­fin, een tus­sen­door­tje om mijn hart te luch­ten.
We zit­ten rond 13.00 uur bij de CTM. De bus komt te­gen 14.20 uur.
We kun­nen mee. Dit wordt de mooi­ste bus­rit die we ge­maakt heb­ben.
We zit­ten op­ge­propt, aan de fo­to­spul­len kan ik niet ko­men, zelfs niet als ik zou wil­len, maar ik wil ook niet.
We rij­den in een bus vol met men­sen die zich aan de Ra­ma­dan hou­den, on­der­weg stap­pen af en toe men­sen uit. Die lo­pen vol trots met een ra­di­oot­je door het gang­pad. Het zijn klei­ne ka­pi­ta­lis­ten t.o.v. de an­de­ren. Zij kun­nen zich een radio per­mit­te­ren. Ik zie er zelfs een die bij ons in Ne­der­land nog veel geld kost, met een cas­set­te­re­cor­der.
Wij wor­den on­der­schei­den door on­ze huids­kleur en blon­de ha­ren. We zijn toe­ris­ten, maar meer toe­rist dan zo’n toe­rist wil ik niet zijn.
Ik wil niet de wes­ter­se ka­pi­ta­list uit­han­gen door een (voor Ma­rok­ka­nen on­ge­woon) fo­to­toes­tel te han­te­ren en dan ook nog een ka­pi­ta­lis­tisch toes­tel. Ik wil lie­ver over­ko­men als een een­vou­di­ge jon­gen. (Is dat hy­po­criet?) In ie­der ge­val voel ik me in deze bus erg thuis, voor­al als ik on­der­weg een drie- of vier­tal toe­ris­ten­bus­sen zie staan, al­le­maal ble­ke smoel­tjes en kor­te broe­ken en veel ‘ogen’ op de buik: fo­to­toe­stel­len.
Ik (en ook Cees) ben blij in een lijn­bus te zit­ten en tus­sen de ge­wo­ne man en een en­ke­le mooie jon­gen, waar­van een ne­gro­ï­de ty­pe met mooie kor­te krach­ti­ge han­den.
Het land­schap is fan­tas­tisch. De ber­gen lij­ken op op­ge­sta­peld puin, zou je kun­nen zeg­gen, want ber­gen uit mas­sie­ve steen, zoals in Zwit­ser­land, zijn er in Ma­rok­ko blijk­baar niet. Niet de ber­gen, maar het berg­land­schap maakt in­druk.
Bij een wa­ter­bron waar mos­lims hun han­den en mond spoe­len en ge­zicht was­sen, fruit ko­pen om na zons­on­der­gang te eten, zoek ik naar­stig naar een rus­ti­ge plek om te plas­sen.
Dan geeft de bus sig­naal; ik ren te­rug en even la­ter ver­trek­ken we. We slin­ge­ren om­hoog en bij de [berg­pas] Tizi n’Tich­ka* zien we on­der ons een groen dal, hon­der­den me­ters diep. Daar zijn we langs ge­re­den, een half uur ge­le­den. De weg heeft zich om­hoog ge­slin­gerd en we da­len en stij­gen, langs le­men berg­dor­pen van Ber­bers, aan uit­ge­droog­de ri­vie­ren, tot na zons­on­der­gang en in de sche­me­ring zijn we we bij Amerz­ga­ne. Het is 18.30 uur.
De mos­lims gaan eten. Cees stelt voor het­zelf­de te doen. Ik heb niet veel zin, maar na plas­sen heb ik wel zin. We was­sen on­ze han­den, spoe­len de mond en eten gierst­soep en drin­ken kof­fie.
We had­den met de moslims in de bus niets ge­ge­ten en ge­dron­ken. Een en­ke­le pro­beerde met ons te pra­ten. Hij sprak Frans en ik een beet­je en Cees niets.
We krijgen van ie­mand een ver­se vijg en als de bus om 19.00 uur ver­trekt is het don­ker en heerst er een uit­ge­la­ten stem­ming en van mijn buur­man, die een huid­ziekte heeft en op de plaats van de veel­vul­dig voor­ko­men­de zicht­ba­re ver­vel­ling net zo blank was als wij (wat was er on­der zijn djel­la­ba?) krijg ik een paar drui­ven.
Ket­ting­ro­kers ste­ken de ene si­ga­ret na de an­de­re op. Er wordt hasj ge­rookt, er wordt fruit ge­ge­ten, er wordt ver­teld en ge­lach­en. De ra­dio die de he­le dag bij dit land­schap pas­sen­de mu­ziek liet ho­ren, soms erg mooi en soms hin­der­lijk, die ra­dio wordt nu over­stemd door de uit­ge­la­ten stem­ming.
De bus rijdt snel de berg­hel­ling­en af, de rus­ti­ge en be­druk­te Ra­ma­dan­stem­ming is weg.
Voor ons, en niet zo­als in Ne­der­land bo­ven ons, voor ons in de ber­gen, zien we de blik­sem­schich­ten schie­ten, we zit­ten op de­zel­fde hoog­te als het on­weer. Dat is een mooie er­va­ring en een mooi ge­zicht.
Tegen 19.30 uur zijn we in Ouar­za­za­te. We ne­men een ta­xi naar ho­tel Ga­zel­le. Er is geen warm wa­ter, maar aan­ge­zien het erg ver bui­ten het dorp is en we geen ta­xi tot on­ze be­schik­king heb­ben gaan we ak­koord.
We eten op on­ze ka­mer en lo­pen naar het dorp. Daar zoe­ken we een an­der ho­tel voor mor­gen. Het wordt Es-Sa­ada, naast de bi­os­coop. We drin­ken er­gens thee, be­ta­len een toe­ris­ten­prijs, dat wil zeg­gen ho­ger dan de in­ge­ze­te­nen be­ta­len en gaan te­rug naar het ho­tel.
Tegen 23.00 uur naar bed.
Op dit ogen­blik heb ik 1.116,70 Dir­ham en nog 415 gul­den Ne­der­lands geld; ook nog ter waar­de van twin­tig gul­den aan Spaan­se pe­se­ta’s en cir­ca 30,00 gul­den aan Fran­se Francs.
Cees heeft ook nog voor een dik­ke acht­hon­derd gulden Ne­der­lands en Ma­rok­kaans geld.
Weer: erg warm. In Ouar­za­za­te heeft het ge­re­gend.


Noten

Ho­ge At­las. (Ge­berg­te.) GM., Wi.
*
Tizi n’Tichka. (Berg­pas.) GM., Wi. Het ar­ti­kel in de Wi­ki­pe­dia spreekt over een au­to­weg, maar in 1976 was er geen au­to­weg.
Amerzgane. (Plaats): GM., Wi.
Vi­ti­li­go? (Huid­ziek­te.) Wi.

Index

In­dex van ter­men:
In­dex van per­so­nen:
Cees.
In­dex van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­index Over­zicht 1972-1990Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.