Hansestadt Wismar

Roald-Amundsen-Seehafen-Wismar
Het zeevaart-opleidingsschip, de brik Roald Amundsen: voorzijde

Wikipedia: Hansestadt Wismar.
Wikipedia: Hansestadt / Hanzestad.


Video

Zeer spectaculaire video’s op You­Tube:
De brik Roald Amundsen op vol­le zee. (3:10 min) (Trailer).
De brik Ro­ald Amund­sen op vol­le zee. (35:57 min)


Achtergrondinformatie

Wikipedia: Brik (scheepstype).
Wikimedia: Brigs (Engels: bekende brik-schepen).
Wikipedia: Roald Amundsen, de persoon.
Wikipedia: De brik Roald Amundsen, het schip (Duits).
De Nederlandse vertaling van het Wi­ki­pe­dia-ar­ti­kel over de Ro­ald Amund­sen (29-09-2018).
Het Duitse origineel van dit Wi­ki­pe­dia-ar­ti­kel (29-09-2018).


Foto’s

Website: De brik Roald Amundsen volledig on­der zeil.
Wikipedia: De brik Roald Amundsen on­der zeil: Kiel 2007
Wikimedia: De brik Roald Amundsen on­der zeil: Kiel 2008.
Wikipedia: De brik Mercedes, als voorbeeld, met een ander brikzeil. (Het brikzeil staat op de ach­ter­ste / gro­te mast.)


Meer weten?

Website: Verslag van een reis met de brik Roald Amundsen (Duits).
Website: Over de brik Roald Amundsen (Engels / Duits).
Website: Over de brik Roald Amundsen (Duits).

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Roald-Amundsen-Seehafen-Wismar
De brik Roald Amundsen: tuigage

De mast rechts op de fo­to heet gro­te mast en is, zoals de naam al aan­geeft, de groot­ste van bei­de mas­ten. De an­de­re mast, de voor­ste, heet fok­ke­mast. Dit scheeps­ty­pe heet brik.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Roald-Amundsen-Seehafen-Wismar
De brik Roald Amundsen: de gro­te mast.
Dit is de ach­ter­ste mast bij een brik.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Roald-Amundsen-Seehafen-Wismar
De brik Roald Amundsen: ach­terzijde: hek

De mast rechts op de fo­to heet gro­te mast en is, zoals de naam al aan­geeft, de groot­ste van bei­de mas­ten. De an­de­re mast, de voor­ste, heet fok­ke­mast. Elke mast bestaat uit drie delen. De bovenste twee delen heten stengen.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.

 
Roald Amundsen
(Nederlandse vertaling van de Duitse Wikipediatekst.) (29-09-2018.)
 

De Roald Amundsen is een in 1952 in Roß­lau aan de El­be ge­bouwd Duits sta­len schip. Na een tijd­je ge­bruikt te zijn werd het schip om­ge­bouwd en kreeg het twee mas­ten met zei­len en werd daar­door een Brik (Twee­mas­ter). Het doel van de vaar­toch­ten is sinds­dien, men­sen het klas­sie­ke zee­mans­vak te le­ren voor / op tra­di­ti­o­ne­le (zeil-)­sche­pen.

Inhoud.

1:
2:
3:
4:
5:
6:
7:

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Geschiedenis

De romp werd in 1952 gebouwd bij de werf in Roß­lau aan de El­be (DDR) als log­ger** voor de vis­se­rij. Al tij­dens de con­struc­tie werd het schip om­ge­bouwd tot een tank­log­ger, d.w.z.: een van gro­te tanks voor­zien schip. Dit schip werd met aan bei­de zij­den aan­ge­brach­te vlot­ten, om de diep­gang te ver­min­de­ren, naar de Oost­zee ge­bracht, om op de Pee­ne­werf in Wol­gast als pro­ject 235 met de naam Vilm af­ge­bouwd te wor­den. De Vilm dien­de ve­le ja­ren als tank- en ver­zor­gings­schip van de Volksmarine van de DDR en verzorgde de Ma­ri­ne met brand­stof, drink­wa­ter en on­der­de­len. De vas­te lig­plaats was Pee­ne­mün­de. De be­man­ning be­stond voor­na­me­lijk uit bur­gers, on­der lei­ding van een of­fi­cier van het Na­ti­o­na­le Volks­le­ger.

In de zeventiger jaren werd het schip om­ge­bouwd tot een schip voor het ver­wij­de­ren van olie uit het lens­wa­ter van sche­pen, [Bil­gen­ent­öler**: olie uit het lens­wa­ter** ha­len], dit weer op Pee­ne­werf. De op­drach­ten ver­an­der­den, zo­dat het schip op een vast­ge­leg­de rou­te een lijn­dienst uit­voer­de en de ver­sprei­de stand­plaat­sen van de Volks­ma­ri­ne aan­deed en het lens­wa­ter uit de sche­pen pomp­te en dat naar een cen­tra­le in­za­mel­plaats bracht.

Rond de jaar­wis­se­ling 1989 werd dit werk ge­stopt. Het schip werd na een jaar rust naar Neu­stadt in Hol­stein­ ge­sleept en dien­de daar in de Ma­ri­ne­ka­zer­ne Neu­stadt als woon­boot voor de be­wa­kers.

Rond de jaarwisseling 1991 werd de Vilm door de Ex­ploi­ta­tie­maat­schap­pij van Ei­gen­dom van de Bonds­re­pu­bliek in Fran­kfurt (VEBEG) te koop aan­ge­bo­den en door Det­lev Löll und Hanns Tem­me bij een vei­ling ver­wor­ven en op 2 de­cem­ber over­ge­no­men. Met me­de­wer­king van een deel van de ou­de be­man­ning voer de Vilm van Neu­stadt naar Wol­gast. Daar be­gon in het voor­jaar 1992 het werk aan het schip. Eerst wer­den bei­de dek­ken (hoofd­dek en tus­sen­dek) en de vol­le­di­ge ma­chi­ne­ka­mer ver­wij­derd. Daar­na werd het schip ge­zand­straald, van een nieu­we bui­ten­kiel voor­zien en tot brik om­ge­bouwd en met de naam Ro­ald Amund­sen in ju­li 1993 weer in de vaart ge­no­men. Aan het om­bou­wen na­men on­ge­veer 200 ABM-krach­ten deel. (ABM-Kräf­ten: Ar­beits­be­schaf­fungs­maß­nah­men. [Zeg maar: Duit­se Mel­kert­ba­nen.]) De­ze werk­zaam­he­den wer­den door de deel­staat Meck­len­burg-Vor­pom­mern en het Ar­beids­bu­reau ge­fi­nan­cierd. In het ka­der van dit ABM-pro­ject wer­den ook de sche­pen Fridt­jof Nan­sen en No­bi­le om­ge­bouwd.

Midden 1993 werd het schip in de vaart ge­no­men door de ei­ge­na­ren aan de ver­eni­ging Le­ben­Ler­nen auf Se­gel­schif­fen e. V. [Llas] (Le­ven­Le­ren op zeil­sche­pen Ver­eni­ging) en ver­huurd. Die gaf het schip voor be­paal­de tijd aan de ver­eni­ging Se­gel­schiff Fridt­jof Nan­sen e.V. Vanaf 15 no­vem­ber 1993 werd het eer­ste sei­zoen af­ge­slo­ten. Sinds be­gin 1994 wordt de Ro­ald Amund­sen door de ver­eni­ging Llas in ei­gen be­heer ge­va­ren en ge­bruikt voor er­va­rings­ge­richt ver­eni­gings­werk.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.

De thuishaven van de Ro­ald Amund­sen is te­gen­woor­dig Eckern­för­de. Van hier­uit on­der­neemt zij in de zo­mer­maan­den meest­al vaar­toch­ten in de ge­he­le Oost­zee van­af de Deen­se Zuid­zee tot in de Bal­ti­sche Zee en op de Noord­zee. In de herfst vaart de Ro­ald Amund­sen naar war­me­re stre­ken, waar zij ge­du­ren­de de win­ter ver­blijft, waar­na in het voor­jaar weer huis­waarts wordt ge­va­ren.

Het vaarschema van de Ro­ald Amund­sen om­vat vaak ook ver­de­re doe­len.

1995:
Zomer: IJsland; win­ter: Ca­na­ri­sche ei­lan­den.
1996:
Schot­land, Fin­land en Rus­land (Sint Pe­ters­burg).
1998:
Zuid-Ame­ri­ka en stroom­op­waarts over de Rio Pa­rá tot Be­lém, Frans Guya­na en Tri­ni­dad, in de voet­spo­ren van Alex­an­der von Hum­boldt.
2000:
Tall Ships Race 2000 in Noord-Ame­ri­ka.
2001:
Winter: Ca­ri­bi­sche eilanden.
2006:
Frankrijk, En­ge­land, Ier­land (Cork: voor­jaar 2006).
2006/07:
Winter: Mid­del­land­se Zee
2007:
Fin­land, Li­tou­wen (Me­mel).
2007/08
Winter: Mid­del­land­se Zee.
2008:
Li­tou­wen (Me­mel).
2009/10:
November 2009 tot fe­bru­a­ri 2010: lan­ge­re tijd op de werf.
2010:
Vanaf maart: van de Ca­na­ri­sche ei­lan­den via de An­til­len en Ber­mu­da naar Ca­na­da; over de Saint Law­ren­ce Ri­ver naar de Gro­te Me­ren, waar­op dan van me­dio ju­li tot be­gin sep­tem­ber deel­ge­no­men werd aan de Tall Ships Chal­lenge[1]; in ok­to­ber de te­rug­reis via de Azo­ren naar de Ca­na­ri­sche ei­lan­den en na een stop in Hel­go­land te­rug naar de thuis­ha­ven Eckern­för­de.
2011/12:
Winter: Ca­ri­bi­sche eilanden.
2012/13:
Winter: Ca­ri­bi­sche eilanden.
2013/14:
Winter: Ca­ri­bi­sche eilanden.
2014/15:
Sal / Kaap­ver­dië, Ca­na­ri­sche ei­lan­den, Te­ne­ri­fe, Azo­ren.
2015/16:
Ca­ri­bi­sche ei­lan­den met de school­klas van de High Seas High School.
2017/18:
Ca­ri­bi­sche ei­lan­den met de school­klas van de High Seas High School.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Onder dek, interieur

In het onderste deel bevinden zich de tanks en de be­ton-bal­last. De vas­te bal­last be­draagt 180 ton, de vloei­ba­re bal­last 108 ton. Daar­van zijn cir­ca 30 ton van de die­sel­tank, cir­ca 25 ton van de drink­wa­ter­tank, cir­ca 20 ton van de bal­last­wa­ter­tank en cir­ca 25 ton van de af­val­wa­ter­tank. Bo­ven­dien is er ook de dro­ge last van de le­vens­mid­de­len en ver­ge­lijk­bare za­ken on­der­ge­bracht. Daar­boven zijn de ca­bi­nes, de eet­zaal en de ma­chi­ne­kamer, ook de win­kel van de boots­man** en der­ge­lij­ke. In het dek­huis be­vindt zich de kaar­ten­ruim­te, de zie­ken­boeg en de kom­buis [De scheepskeuken]. Het schip is on­der­deks ge­heel van hout. Het be­zit een cen­tra­le ver­war­ming en er zijn meer­de­re dou­ches en was­ge­le­gen­he­den met koud en warm stro­mend wa­ter. Als tra­di­ti­o­ne­le zeil­boot ziet de Ro­ald Amund­sen af van ver­gaan­de en bij­zon­de­re lu­xe en on­no­di­ge mo­der­ne uit­rus­ting. In plaats daar­van wordt, waar dat mo­ge­lijk en zin­vol is, te­rug­ge­gre­pen op tra­di­ti­o­ne­le me­tho­des. (Bij­voor­beeld: het split­sen (schie­mans­werk**) en ta­ke­ling). De vei­lig­heids­voor­zie­nin­gen zijn daar­en­te­gen up-to-da­te en ko­men over­een met de re­gel­ge­ving, zo­als vast­ge­legd door de Ge­meen­schap­pe­lij­ke Com­mis­sie voor His­to­ri­sche Wa­ter­vaar­tui­gen: GSHW**.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Techniek en uitrusting

Hoofdmachine:
Achtcylinder dieselmoter, Lang­zaam­lo­per [soort die­sel­mo­tor] van Bu­ckau-Wolf. Ver­mo­gen 300 PK (220 kW) bij 180 min¯¹, cy­lin­der­in­houd 48.000 cm³, ver­bruik: cir­ca 0,8 ton die­sel­olie per dag bij hal­ve kracht. De mo­tor heeft geen ver­snel­ling. Hij moet bij het ach­ter­uit va­ren ge­stopt wor­den, om­ge­keerd wor­den en in de an­de­re rich­ting op­nieuw ge­start wor­den.

Gestart wordt met perslucht.

Generatoren en stroomvoorziening:
Drie generatoren, waar­van de twee klei­ne ge­meen­schap­pe­lijk ge­bruikt kun­nen wor­den.

Een groot deel van elek­tri­sche ap­pa­ra­ten aan boord wordt over een 24-Volt­net uit bat­te­rij­en ge­voed en is daar­om al­tijd be­schik­baar. Voor het la­den van de bat­te­rij­en en voor het be­drijf van en­ke­le groot­ver­brui­kers (zo­als de an­ker­lier en de kook­plaat) lo­pen on­der nor­ma­le om­stan­dig­he­den on­ge­veer ne­gen uur per dag en wan­neer no­dig de bei­de klei­ne ge­ne­ra­to­ren.

Een land­stroom­ver­zor­ging van 380 V (span­ning) is mo­ge­lijk.

Overige:
Twee vaste brand­pom­pen, een draag­ba­re brand­pomp, Os­mo­se zee­wa­ter ont­zil­tings­in­stal­la­tie, sloep met 40 PK bui­ten­boord­mo­tor, die­sel­ver­war­ming en brand­alarm.

Radio- en navigatie-uitrusting:
Gebaseerd op SOLAS, A3: ra­dar, echo­lood, twee GPS-na­vi­ga­tie-ont­van­gers, mag­ne­tisch kom­pas, 2 × VHF-ra­dio, VHF DSC-con­trol­ler, VHF-ra­dio’s, een Bor­der­Wave / Kor­te­golf-ra­dio met DSC-con­trol­ler, EPIRB sa­tel­liet­ba­ken, In­mar­sat-C Sys­teem, In­mar­sat Mi­ni-M-sys­teem voor fax / e-mail / te­le­foon, mo­bie­le te­le­foon aan boord, Weer­fax, Nav­tex, Au­to­ma­tic Iden­ti­fi­ca­tion Sys­tem (AIS), 2 × SART.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Tuigage

De tuigage van de brik is – in te­gen­stel­ling met de vei­lig­heids­tui­ga­ge van veel hui­di­ge zei­len­de wind­jam­mers – na­ge­bootst van de ar­beids­in­ten­sie­ve zei­len van de tra­di­ti­o­ne­le han­dels­sche­pen aan het ein­de van de 18e eeuw. Zo kun­nen bij­voor­beeld de drie bo­ven­ste ra’s van de twee mas­ten ge­vierd / ge­stre­ken** wor­den, wat wil zeg­gen dat niet (al­leen) de zei­len naar be­ne­den ge­trok­ken kun­nen wor­den, maar dat de ra’s naar bo­ven ge­trok­ken kun­nen wor­den. Het doel hier­van is om het zwaar­te­punt van het schip la­ger te leg­gen bij niet-ge­zet­te zei­len en een leeg vracht­ruim, om het ge­vaar van ken­te­ren** (bij zij­wind) te ver­min­de­ren. Daar­bij is de hoog­te van de roy­al– en braam­ra** een ver­hou­dings­ge­wij­ze klei­ne af­stand. De on­der­ste strijk­bare ra’s, de bo­ven­mars­ra moet wel de he­le weg naar bo­ven af­leg­gen: de leng­te van het bo­ven­mars­zeil.

Geen van de razeilen kan ge­reefd** wor­den; al­leen het brik­zeil kan ge­reefd worden (een gaf­fel­zeil**). De ra­zei­len zijn al­le wat klein uit­ge­voerd, zo­dat het schip bij zwak­ke wind wel­is­waar moei­lij­ker snel­heid be­haalt, maar bij ster­ke­re wind, niet-ge­reefd, dus lan­ger ge­bruikt kun­nen wor­den.

Het schip heeft aan de onderra’s (d.w.z.: de on­der­ste ra’s) be­weeg­lij­ke top­pen­an­ten**. Door de hel­ling bij de vaart door het wa­ter han­gen / lig­gen de ra’s niet pa­ral­lel aan het wa­ter­op­per­vlak. Dat is bij een koers aan de wind, wan­neer de zei­len aan de lan­ge zij­de aan­ge­stroomd wor­den, sto­rend. Scheef­staan­de ra’s doen de wind wer­ve­len en die stroomt dan de recht­hoe­ki­ge zei­len niet goed aan. Om de ra’s weer pa­ral­lel aan het wa­ter­op­per­vlak te stel­len (zo­ge­naamd (Duits:) dum­pen) wor­den de top­pen­an­ten ge­bruikt, ie­der een tamp (touw­ein­de) aan bak­boord en stuur­boord, die aan de lij­zij­de** aan­ge­trok­ken wor­den en eerst de on­der­ste ra be­we­gen. De ra’s die zich daar­bo­ven be­vin­den vol­gen bij ge­zet­te zei­len de­ze be­we­ging, want zij zijn met el­kaar ver­bon­den.

Staand en lopend want:
Het staand want van de Ro­ald Amund­sen be­staat uit­slui­tend uit touw­werk van ver­schil­len­de sterk­tes, deels om­huld met an­der, ge­teerd, touw.

Het lopend want bestaat uit po­ly­pro­py­leen [po­ly­pro­peen] touw­werk, dat een grip heeft die op hen­nep lijkt en ook uit­ziet als hen­nep­touw. Dit heeft ten op­zich­te van het hen­nep­touw het voor­deel dat de breek­sterk­te veel ho­ger is en de slij­ta­ge door wind, wa­ter, zout en voor­al UV-stra­len veel min­der is.

De beginstukken van schoten en an­der touw­werk uit ge­vloch­ten / ge­spon­nen draad­touw. Er is cir­ca vier ki­lo­me­ter lo­pend want aan boord. 184 tou­wen zijn be­ves­tigd aan het dek met be­hulp van van hou­ten of sta­len na­gels [pen­nen] en wor­den bij het zet­ten van de zei­len, het ber­gen, ma­noeu­vre­ren etc. ge­bruikt.

Zeilen:
De zeilen zijn ver­vaardigd uit Da­cron van ver­schil­len­de sterk­tes. Ook dit ma­te­ri­aal wordt zo be­han­deld, dat het enigs­zins lijkt op oor­spron­ke­lijk lin­nen zeil­doek.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Bemanning

De Roald Amundsen vaart ge­woon­lijk met een zo­ge­naamd drie-­wacht­sys­teem. Een wacht be­staat dan uit een stuur­man (na­vi­ga­tor), een ma­troos die de wacht aan­stuurt, een of twee er­va­ren deks­man­nen (er­va­ren ma­tro­zen), als no­dig een toe­zicht op de deks­man­nen en de leer­lin­gen te­za­men. De leer­lin­gen ho­ren tot de tra­di­tie van hen die op­ge­leid moe­ten wor­den op het zeil­schip. Als be­ta­len­de gas­ten ma­ken zij op de Ro­ald Amund­sen vol­waar­dig deel uit van het team en zei­len sa­men met vas­te crew van het schip. Er zijn ook men­sen aan boord die vrij­ge­steld zijn van de wacht: de ka­pi­tein, de ma­chi­nist, de scheeps­kok en de boots­man.

Iedere leerling is in een van de drie wach­ten in­ge­deeld en heeft in dit drie-­wacht­sys­teem binnen 24 uur acht uur wacht. Ge­du­ren­de de wacht zeilt het schip, vindt de nau­ti­sche op­lei­ding plaats, wordt in het tuig ge­werkt, kaar­ten ge­raad­pleegd, log­boek­aan­te­kin­gen ge­schre­ven, ma­chi­ne- en de vei­lig­heids­con­tro­le uit­ge­voerd.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Weblinks

Commons: Roald Amundsen – Verzameling van foto’s, video’s en audioverslagen.
Leben­Ler­nen auf Se­gel­schif­fen e. V. De ver­eni­ging, daar ook in­for­ma­tie over het reis­sche­ma en boe­kin­gen.) (Duits en En­gels)
Het da­ge­lijks le­ven aan boord van de Ro­ald Amund­sen (You­tube-vi­deo). (De­ze vi­deo is niet meer be­schik­baar op 29-09-18)
Het sche­ma van het lo­pend want. (Mo­ment­op­na­me van 29-09-2007, in In­ter­net Ar­chi­ve.)

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Referenties

Tall Ships Challenge 2010.

Te­rug naar de noot.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Disclaimer

De Nederlandse verta­ling van on­der­staand Wi­ki­pe­dia-ar­ti­kel in het Duits: ik kan niet van al­le Duit­se zee­vaart­ter­men de juis­te ver­ta­ling in het Ne­der­lands vin­den. Van som­mi­ge ter­men weet ik niet pre­cies wat ze be­te­ke­nen, maar ik heb naar bes­te we­ten ge­tracht een zo dui­de­lijk mo­ge­lij­ke om­schrij­ving te ge­ven van wat ik denk dat het moet zijn.


Noten

Bilgenentöler (Duits): het olie­vrij ma­ken van het lens­wa­ter. Retour.
Bootsman: de hoogste onder­of­fi­cier aan boord van een schip. Retour.
Gaffelzeil: een (groot-) zeil dat aan de bo­ven­zij­de aan een gaf­fel (een rond­hout) be­ves­tigd is. Retour.
GSHW. Vroeger de Gemeinsame Si­cher­heits­kom­mis­sion für his­to­ri­sche Was­ser­fahr­zeu­ge. Te­gen­woor­dig de Ge­mein­sa­me Kom­mis­sion für his­to­ri­sche Was­ser­fahr­zeu­ge: GSHW. Een ver­ge­lijk­ba­re or­ga­ni­sa­tie in Ne­der­land: Fe­de­ra­tie Va­rend Erf­goed Ne­der­land: FVEN.
Retour.
Kenteren: het omslaan van een schip, door­dat de krachts­ver­hou­din­gen on­ver­wachts wij­zi­gen, bij­voor­beeld door het schui­ven van de la­ding. Retour.
Lenswater: het water dat zich, al dan niet met olie ver­mengd (lek­kend uit de motor) in het on­der­ste deel van een schip ver­za­melt, door al­ler­lei oor­za­ken, ook con­dens­wa­ter. Retour.
Lijzijde: de richting waar­heen de wind waait, dus ach­ter de zei­len. De zij­de die de wind vangt heet loef­zij­de. Retour.
Logger: een zeevissers­vaar­tuig (ha­ring), in het mid­den van de 19e eeuw ge­ïn­tro­du­ceerd. Retour.
Reven: de zeilen klei­ner / kor­ter ma­ken door ze op te bin­den, van­af de on­der­zij­de. Retour.
Schiemanswerk: alle handelin­gen aan touw en staal­draad aan boord van een schip. Retour.
Strijken: het neerlaten van zei­len en / of ra’s. Retour.
Toppenanten (toppen + wan­ten): zijn de tou­wen die aan de hoe­ken van de on­der­ste ra’s zijn be­ves­tigd, met het doel om de ra’s weer ho­ri­zon­taal te zet­ten, pa­ral­lel aan het wa­ter­op­per­vlak. Wan­neer een schip door de wind naar een zij­de wordt ge­drukt staan de ra’s aan de lij­zij­de schuin om­laag. Dan van­gen de zei­len de wind niet goed en dat be­ïn­vloedt het zei­len na­de­lig. Om­dat, bij ge­zet­te zei­len, de ra’s met el­kaar ver­bon­den zijn, wor­den ook de bo­ven­lig­gen­de ra’s weer ho­ri­zon­taal ge­zet. Retour.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


 
Roald Amundsen
(De Duitse Wikipediatekst.) (29-09-2018.)
 

Die Roald Amundsen ist ein 1952 in Roß­lau an der El­be ge­bau­tes deut­sches Stahl­schiff. Nach ver­schie­de­nen Ein­sät­zen er­hielt es 1992 Mas­ten und Se­gel und wur­de da­mit zur Brigg (Zwei­mas­ter) um­ge­baut. Ziel sei­ner Fahr­ten ist seit­her, Men­schen die klas­sische See­mann­schaft auf Tra­di­ti­ons­schif­fen bzw. -seg­lern na­he­zu­brin­gen.

Inhaltsverzeichnis.

1:
2:
3:
4:
5:
6:
7:

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Geschichte

Gebaut wurde der Rumpf 1952 auf der Roß­lau­er Werft an der El­be (DDR) als Log­ger zum Fisch­fang. Noch wäh­rend der Bau­phase wur­de das Schiff um­ge­baut zu ei­nem so­ge­nann­ten Tank­log­ger, d. h. ein mit gro­ßen Tank­ka­pa­zi­tä­ten aus­ge­stat­te­tes Schiff. Die­ses Schiff wur­de mit seit­lich an­ge­brach­ten zu­sätz­li­chen Schwimm­kör­pern, die den Tief­gang ver­min­der­ten, in die Ost­see ge­bracht, um auf der Pee­ne-­Werft in Wol­gast als Pro­jekt 235 mit dem Na­men Vilm end­aus­ge­rüs­tet zu wer­den. Die Vilm dien­te vie­le Jah­re der Volks­ma­ri­ne der DDR als Tank- und Ver­sor­gungs­schiff und ver­sorg­te Ma­ri­ne­ein­hei­ten mit Treib­stoff, Trink­was­ser und Aus­rüs­tung. Stän­di­ger Lie­ge­platz war Pee­ne­mün­de. Die Be­sat­zung setz­te sich über­wie­gend aus Zi­vil­an­ge­stell­ten zu­sam­men, die von ei­nem Of­fi­zier der Na­ti­o­na­len Volks­ar­mee be­feh­ligt wur­den.

In den 1970er Jahren wurde das Schiff zum Bil­gen­ent­öler um­ge­baut, dies wie­der­um auf der Pee­ne-­Werft. Die Auf­ga­ben wan­del­ten sich, so­dass das Schiff im re­gel­mä­ßi­gen Li­nien­ver­kehr die ein­zel­nen Stand­or­te der Volks­ma­ri­ne be­such­te und Bil­gen­was­ser aus den Schif­fen ab­pump­te und zur Wie­der­auf­be­rei­tung zu ei­ner zen­tra­len Sam­mel­stel­le brach­te.

Zum Jahreswechsel 1989 wurde die­ser Dienst ein­ge­stellt. Das Schiff wur­de nach ei­nem Jahr Auf­lie­gen nach Neu­stadt in Hol­stein ge­schleppt und dien­te im Ma­ri­ne­stan­dort Neu­stadt als Wohn­schiff für Wach­mann­schaf­ten.

Zum Jahreswechsel 1991 wur­de die Vilm von der Ver­wer­tungs­ge­sell­schaft für Bun­des­ei­gen­tum in Frank­furt (VE­BEG) zum Ver­kauf aus­ge­schrie­ben und von Det­lev Löll und Hanns Tem­me er­stei­gert und am 2. De­zem­ber 1991 über­nom­men. Un­ter Mit­hil­fe ei­nes Teils der al­ten Be­satz­ung fuhr die Vilm von Neu­stadt nach Wol­gast. Dort be­gan­nen im Früh­jahr 1992 die Ar­bei­ten am Schiff. Zu­erst er­folg­te ei­ne mas­si­ve De­mon­ta­ge bis zur voll­stän­di­gen De­mon­ta­ge des Haupt­decks und des Zwischen­decks und zum Aus­bau des kom­plet­ten Ma­schi­nen­raums. Da­nach wur­de das Schiff sand­ge­strahlt, mit neu­em Au­ßen­kiel ver­se­hen, zur Brigg um­ge­baut und un­ter dem Na­men Ro­ald Amund­sen im Ju­li 1993 in Dienst ge­stellt. An den Um­bau­ten wa­ren et­wa 200 ABM-Kräf­te be­tei­ligt. Die Ar­bei­ten wur­den vom Land Meck­len­burg-Vor­pom­mern und der Bun­des­an­stalt für Ar­beit fi­nan­ziert. Im Rah­men die­ses ABM-Pro­jek­tes wur­den auch die Schif­fe Fridt­jof Nan­sen und No­bi­le um­ge­baut.

Mitte 1993 wurde das Schiff in Fahrt ge­bracht und von den Eig­nern an den Ver­ein „Le­ben­Ler­nen auf Se­gel­schif­fen e. V.“ ver­char­tert. Die­ser gab das Schiff be­fris­tet an den Ver­ein „Se­gel­schiff Fridt­jof Nan­sen e. V.“ wei­ter. Am 15. No­vem­ber 1993 schloss die er­ste Sai­son ab. Seit An­fang 1994 wird die Ro­ald Amund­sen vom Ver­ein LlaS selbst be­ree­dert und in der er­leb­nis­o­rien­tier­ten Ver­eins­ar­beit ein­ge­setzt.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.

Heimathafen der Ro­ald Amund­sen ist heu­te Eckern­för­de. Von hier aus un­ter­nimmt sie in den Som­mer­mo­na­ten meist Fahr­ten durch die ge­sam­te Ost­see von der Dä­ni­schen Süd­see bis ins Bal­ti­kum und auf der Nord­see. Im Herbst nimmt die Ro­ald Amund­sen Kurs auf wär­me­re Ge­gen­den, in de­nen sie den Win­ter ver­bringt, bis sie im Früh­jahr wie­der auf Hei­mat­kurs geht.

Der Törnplan der Roald Amundsen beinhaltet immer wieder auch entferntere Ziele:

1995:
Sommer: Is­land; Win­ter: Ka­na­ri­sche In­seln.
1996:
Schottland, Finnland en Russ­land (Sankt Pe­ters­burg)
1998:
Südamerika und fluß­auf Rio Pa­rá bis Be­lém, Fran­zö­sisch Gu­ya­na und Tri­ni­dad auf den Spu­ren von Ale­x­an­der von Hum­boldt
2000:
Tall Ships Race 2000 in Nord­ame­ri­ka
2001:
Winter: Karibik
2006:
Frankreich, England, Ir­land (Cork: Früh­jahr 2006)
2006/07:
Winter: Mittelmeer
2007:
Finnland, Litauen (Me­mel)
2007/08
Winter: Mittelmeer
2008:
Litauen (Memel)
2009/10:
(November 2009 bis Fe­bru­ar 2010: län­ge­re Werft­zeit)

2010:
2010 ab März: von den Ka­na­ri­schen In­seln über die An­til­len und Ber­mu­da nach Ka­na­da; über den Sankt-Lo­renz-Strom in die Gro­ßen Seen, auf de­nen dann von Mit­te Ju­li bis An­fang Sep­tem­ber an der Tall Ships Chal­lenge[1] teil­ge­nom­men wur­de; im Ok­to­ber / No­vem­ber 2010 Rück­rei­se über die Azo­ren zu den Ka­na­ri­schen In­seln und nach ei­nem Stopp in Hel­go­land zum Hei­mat­ha­fen Eckern­för­de
2011/12:
Winter: Karibik
2012/13:
Winter: Karibik
2013/14:
Winter: Karibik
2014/15:
Winter: Sal/Kap­ver­di­sche In­seln, Ka­na­ri­sche In­seln, Te­ne­rif­fa, Azo­ren
2015/16:
Winter: Karibik­rei­se mit der Schul­klas­se der High Seas High School
2017/18:
Winter: Karibik­rei­se mit der Schul­klas­se der High Seas High School

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Unter Deck, Ausstattung

Im unteren Teil be­fin­den sich Tanks und der Be­ton-Bal­last. Der fes­te Bal­last­an­teil be­trägt 180 Ton­nen, der flüs­si­ge 108 Ton­nen. Da­von sind ca. 30 Ton­nen Die­sel­tank, ca. 25 Ton­nen Frisch­was­ser­tank, ca. 20 Ton­nen Bal­last­was­ser­tank und ca. 25 Ton­nen Grau­was­ser­tank. Au­ßer­dem sind hier auch die Tro­cken­las­ten für Le­bens­mit­tel und ähn­li­ches un­ter­ge­bracht. Dar­über sind die Ka­bi­nen und die Mes­se so­wie an­de­re Räu­me wie Ma­schi­nen­raum, Boots­manns­sto­re und so wei­ter un­ter­ge­bracht. Im Decks­haus be­fin­den sich der Kar­ten­raum, das Hos­pi­tal, und die Kom­bü­se. Das Schiff ist un­ter Deck kom­plett in Holz aus­ge­baut, ver­fügt über ei­ne Zen­tral­hei­zung und meh­re­re Dusch- und Wasch­räu­me mit flie­ßend Warm- und Kalt­was­ser. Als Tra­di­ti­ons­seg­ler ver­zich­tet die Ro­ald Amund­sen wei­test­ge­hend auf be­son­de­ren Lu­xus und un­nö­ti­ge mo­der­ne Aus­rüs­tung. Statt­des­sen wird, wo mög­lich und sinn­voll, auf tra­di­ti­o­nel­le Me­tho­den zu­rück­ge­grif­fen (z. B. Spleiß und Tak­ling). Die Si­cher­heits­aus­stat­tung ist je­doch auf dem ak­tu­el­len Stand und ent­spricht den von der Ge­mein­sa­men Kom­mis­sion für his­to­ri­sche Was­ser­fahr­zeu­ge GSHW fest­ge­leg­ten An­for­de­run­gen.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Technik und Ausrüstung

Hauptmaschine:
Achtzylinder Diesel­mo­tor, Lang­sam­läu­fer von Bu­ckau-Wolf. Leis­tung 300 PS (220 kW) bei 180 min⁻¹, Hub­raum 48.000 cm³, Ver­brauch: ca. 0,8 Ton­nen Die­sel­öl am Tag bei hal­ber Kraft. Die Ma­schi­ne hat kein Ge­trie­be, sie muss zum Rück­wärts­fah­ren an­ge­hal­ten, um­ge­steu­ert und in der an­de­ren Rich­tung neu ge­star­tet wer­den. An­ge­las­sen wird mit Press­luft.

Generatoren und Stromversorgung:
Drei Generatoren, von de­nen zwei klei­ne­re ge­mein­sam be­trie­ben wer­den kön­nen. Ein Groß­teil der elek­tri­schen Ver­brau­cher an Bord wird über ein 24-Volt-Netz aus Bat­te­ri­en ge­speist und steht da­her rund um die Uhr zur Ver­fü­gung. Zum La­den der Bat­te­ri­en und zum Be­trieb be­stimm­ter Groß­ver­brau­cher (z. B. An­ker­spill und Herd) lau­fen im Nor­mal­fall et­wa neun Stun­den am Tag und bei Be­darf die bei­den klei­nen Ge­ne­ra­to­ren.

Eine Landstromversorgung mit 380 V ist mög­lich.

Sonstiges:
zwei feste Feuerlöschpumpen, eine trag­ba­re Feu­er­lösch­pum­pe, Os­mo­se-Meer­was­ser­ent­sal­zungs­an­lage, Bei­boot mit 40-PS-Au­ßen­bord­mo­tor, Die­sel­hei­zung, Brand­mel­de­an­la­ge.

Funk- und Navigationsausrüstung:
In Anlehnung an SOLAS, Fahrt­ge­biet A3: Ra­dar, Echo­lot, zwei GPS-Na­vi­ga­tions­emp­fän­ger, Mag­net­kom­pass, 2 × UKW-Sprech­funk, UKW-DSC-Con­trol­ler, Hand­sprech­funk­ge­rä­te UKW, ein Grenz­wel­len- / Kurz­wel­len­funk­ge­rät mit DSC-Con­trol­ler, Sa­tel­li­ten­not­sen­der EPIRB, In­mar­sat-C-An­lage, In­mar­sat-Mi­ni-M-An­lage für Fax/E-Mail/Te­le­fon, Bord­han­dy, Wet­ter­fax, Nav­tex, AIS-Ge­rät (Au­to­ma­tic Iden­ti­fi­ca­tion Sys­tem), 2 × SART.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Rigg

Die Takelage der Brigg ist – im Ge­gen­satz zu den Si­cher­heits­riggs vie­ler an­de­rer der­zeit se­geln­der Wind­jam­mer – den ar­beits­in­ten­si­ven Riggs der tra­di­ti­o­nel­len Han­dels­schif­fe des aus­ge­hen­den 18. Jahr­hun­derts nach­emp­fun­den. So sind z. B. die obe­ren drei Ra­hen der bei­den Mas­ten fier­bar an­ge­bracht, d. h. zum Set­zen der Se­gel an die­sen Ra­hen wer­den nicht (nur) die Se­gel nach un­ten, son­dern die Ra­hen nach oben ge­zo­gen. Sinn die­ser Kon­struk­ti­on war, den Schwer­punkt des Schif­fes bei nicht ge­setz­ten Se­geln und lee­rem Fracht­raum nach un­ten zu ver­la­gern, um die Ken­ter­ge­fahr (et­wa bei Sei­ten­wind) zu ver­rin­gern. Hier­bei le­gen Ro­yal- und Bram­rah ei­nen ver­hält­nis­mä­ßig klei­nen Weg zu­rück. Die un­ter­ste fier­ba­re Rah, die Ober­mars­rah legt je­doch fast den ge­sam­ten Weg der Hö­he des Ober­mars­se­gels zu­rück.

Keins der Rahsegel ist reff­bar; ge­refft wer­den kann al­lein das Brigg­se­gel (ein Gaf­fel­se­gel). Die Rah­se­gel sind je­doch ins­ge­samt et­was klei­ner be­mes­sen, so dass das Schiff zwar bei Leicht­win­den schwe­rer in Fahrt kommt, die Se­gel aber bei star­ken Win­den auch un­ge­refft noch län­ger ein­ge­setzt wer­den kön­nen.

Das Schiff hat an den Un­ter­ra­hen (d. h. un­ter­sten Ra­hen) be­weg­li­che Toppn­an­ten. Durch die Krän­gung bei der Fahrt durch das Was­ser ste­hen die Ra­hen nicht pa­ral­lel zur Was­ser­ober­flä­che. Dies ist bei ei­nem Am­wind­kurs, bei dem die Se­gel der Län­ge nach an­ge­strömt wer­den, stö­rend. Schräg ste­hen­de Ra­hen ver­wir­beln den Wind und er strömt die rech­teck­igen Se­gel nicht mehr op­ti­mal an. Um die Ra­hen nun wie­der pa­ral­lel zum Was­ser stel­len zu kön­nen (so­ge­nann­tes Dum­pen), wer­den die Toppn­an­ten ge­nutzt, je ein Tam­pen an Back­bord und Steu­er­bord, die, an der Lee­sei­te durch­ge­holt, zu­nächst nur die un­te­re Rah be­we­gen. Die dar­über be­find­lich­en Ra­hen fol­gen bei ge­setz­ten Se­geln zwangs­läu­fig nach, da sie mit­ein­an­der ver­bun­den sind.

Stehendes Gut:
Das stehende Gut der Ro­ald Amund­sen be­steht aus­schließ­lich aus Draht­tau­werk un­ter­schied­li­cher Stär­ken, das zum Teil mit Hü­sing ge­klee­dert und mit ei­ner Wur­zel­teer- Farb­mi­schung be­han­delt ist.

Laufendes Gut:
Das laufende Gut be­steht aus Po­ly­pro­py­len-­Tau­werk, das ei­nen hanf­ähn­li­chen Griff hat und auch ähn­lich wie Hanf­tau­werk aus­sieht. Dies hat ge­gen­über ech­tem Hanf­tau­werk den Vor­teil, dass viel hö­he­re Bruch­las­ten er­reicht wer­den und der Ver­schleiß durch Wind, Wet­ter, Salz und vor al­lem UV-­Strah­lung viel ge­rin­ger ist. Die Vor­läu­fer an Scho­ten, Gei­tau­en etc. sind zum gro­ßen Teil aus Draht­tau­werk. Es sind cir­ca vier Ki­lo­me­ter lau­fen­des Gut ver­baut. 184 Tam­pen sind an Deck auf Holz- oder Stahl­nä­geln be­legt und wer­den zum Se­gel­set­zen, Ber­gen, Ma­nö­vrie­ren etc. be­dient.

Segel:
Die Segel sind aus Dacron­tuch ver­schie­de­ner Stär­ken. Auch die­ses wird so be­han­delt, dass es Brahm­tuch aus Lei­nen re­la­tiv ähn­lich sieht.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Besatzung

Die Roald Amundsen fährt nor­ma­ler­weise im so­ge­nann­ten Drei­wach­sys­tem. Ei­ne Wa­che setzt sich da­bei im Re­gel­fall aus ei­nem Steu­er­mann (Nau­ti­ker), ei­nem Topps­gas­ten (wach­füh­ren­der Ma­tro­se), ein bis zwei Decks­hän­den (er­fah­re­ne Ma­tro­sen), ggf. ei­nem Decks­hand­an­wär­ter und den Trai­nees zu­sam­men. Die Trai­nees ste­hen in der Tra­di­ti­on der Aus­zu­bil­den­den ei­nes Se­gel­schul­schiffs. Als zah­len­de Gäs­te sind sie auf der Ro­ald Amund­sen voll­wer­ti­ger Teil der Mann­schaft und se­geln zu­sam­men mit der Stamm­crew das Schiff. Wei­ter­hin gibt es wach­freie Per­so­nen an Bord, hier­zu zäh­len der Ka­pi­tän, der Ma­schi­nist, der Smut und der Boots­mann.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Weblinks

Commons: Roald Amundsen – Samm­lung von Bil­dern, Vi­deos und Au­dio­da­tei­en
LebenLernen auf Segelschiffen e. V. (Be­trei­ber­ver­ein, dort auch In­for­ma­ti­o­nen zu Törn­plan und Bu­chun­gen)
Bord­all­tag auf der “Ro­ald Amund­sen” (You­tu­be-Vi­deo) (Link de­fekt).
Belegplan für das laufende Gut (Me­men­to vom 29. Sep­tem­ber 2007 im In­ter­net Ar­chi­ve).

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Einzelnachweise

Tall Ships Challenge 2010

Zurück zum Text.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.

 
Geraadpleegde literatuur
(Bron: diverse websites.)
 

Andere interessante links over Vol­sche­pen, Tall Ships, Wind­jam­mers, zee­vaart in het al­ge­meen, een woor­den­boek en be­grip­pen­lijs­ten / zee­vaart­ter­men.
Wikipedia: Lijst met Tall Ships.
Website: Vaartips: brik.
Website: Vaartips: woordenlijst.
Website: Zeemanswoordenboek (1856) (Au­teur: Ja­cob van Len­nep).
Website: Jacob van Lennep.
Website: Militair woordenboek. (Au­teur: H.M.F. Lan­dolt.) (Dit do­cu­ment be­vat ook in­for­ma­tie over de zee­vaart.)
Website: H.M.F. Landolt.
Website: Zeemanswoor­den­boek. (Nicoline van der Sijs: Download PDF.)


Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.
Einde 05/10.


Website: Auke Visser: wat is een Volschip? Informatie over mas­ten en sten­gen.
Rondhouten. Verticaal: masten. Voor de brik geldt: de ach­ter­ste mast is de gro­te mast. De voor­ste mast is de fok­ke­mast.

Grote mast
 
Bene­den:
gro­te mast.
Mid­den:
groot­mars­steng.
Bo­ven:
groot­bram­steng.
Fokkemast
 
Bene­den:
fok­ke­mast.
Mid­den:
voor­mars­steng.
Bo­ven:
voor­bram­steng.

Rondhouten. Horizontaal: de ra’s.
De brik Ro­ald Amund­sen heeft maar vijf ra’s aan elke mast. De mid­den­bram­ra’s ont­breken op dit schip.

Grote mast
 
1: mast:
grote ra.
2: mars­steng:
groot­on­der­mars­ra.
3: mars­steng:
groot­bo­ven­mars­ra.
4: bram­steng:
groot­on­der­bram­ra.
5: bram­steng:
groot­mid­den­bram­ra.
6: bram­steng:
groot­bo­ven­bram­ra.
Fokkemast
 
1: mast:
mast: fok­ke­ra.
2: mars­steng:
voor­on­der­mars­ra.
3: mars­steng:
voor­bo­ven­mars­ra.
4: bram­steng:
voor­on­der­bram­ra.
5: bram­steng:
voor­mid­den­bram­ra.
6: bram­steng:
voor­bo­ven­bram­ra.

Website: Driemastvolschip: masten en ra’s.
De Roald Amundsen heeft maar vijf zei­len aan elke mast. In het Duits (en het En­gels) he­ten de bo­ven­ste zei­len: Royal­zei­len, dat zijn dus de groot- en voor­bo­ven­bram­zeilen. De mid­den­bram­ra’s en mid­den­bram­zei­len ont­bre­ken op de Ro­ald Amund­sen. Retour.
Unionpedia: Royalsegel / segel (Duits).

Grote mast
 
1: mast:
grootzeil.
2: mars­steng:
groot­on­der­mars­zeil.
3: mars­steng:
groot­bo­ven­mars­zeil.
4: bram­steng:
groot­on­der­bram­zeil.
5: bram­steng:
groot­mid­den­bram­zeil.
6: bram­steng:
groot­bo­ven­bram­zeil.
Fokkemast
 
1: mast:
fok.
2: mars­steng:
voor­on­der­mars­zeil.
3: mars­steng:
voor­bo­ven­mars­zeil.
4: bram­steng:
voor­on­der­bram­zeil.
5: bram­steng:
voor­mid­den­bram­zeil.
6: bram­steng:
voor­bo­ven­bram­zeil.

Want: de ‘touw­lad­der’ om naar de sten­gen te klim­men, om de zei­len op de ra’s op te bin­den of los te ma­ken.

Grote mast
 
1: mast:
groot want.
2: mars­steng:
groot­sten­ge­want.
3: bram­steng:
groot­bram­want.
Fokkemast
 
1: mast:
fok­ke­want.
2: mars­steng:
voor­sten­ge­want.
3: bram­steng:
voor­bram­want.

Menu – 05/10: Begin (NL)Begin (D)Einde (NL)Einde (D)Foto’s.
Ge­raad­pleeg­de li­te­ra­tuur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.