19 september 1977

Dagboek 1977

(Dag 2060) Mijn vriend HL. en ik zijn in Frank­rijk met va­kan­tie. We rei­zen met on­ze cam­per Ford Tran­sit. We ver­blij­ven naast een cam­ping, want die is ge­slo­ten, in de buurt van Avig­non. – Van­daag, elf jaar ge­le­den, trad ik in dienst bij mijn hui­di­ge werk­ge­ver: PTT-Te­le­com.

MenuIndex en het einde.

Maandag, 19 september 1977.
Avignon – Luxemburg.
Ik ben vandaag 11 jaar in dienst bij de PTT.
Op 9.00 uur. Steen­koud.
HL. filmt wat.
Koekjes eten.
Vertrek 9.30 uur.
Ik rij tot voorbij Lyon. Een beet­je sla­pen in de au­to. Ki­lo­me­ter­stand: 13.100
We rijden tot Esch-sur-Al­zet­te in Lu­xem­burg. Noord-Frank­rijk is erg mooi.
In Esch zou een ho­mo­bar zijn. We kunnen die ech­ter niet vin­den en we rij­den dan naar de stad Lu­xem­burg, waar we Chi­nees eten. Een mooie jon­gen was er ook.
We slapen op een par­keer­ter­rein.
Weer: koud en nat.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
HL.
Index van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990.

14 oktober 1978

Dagboek 1978

(Dag 2450) Mijn vriend HL. en ik zijn op va­kan­tie in Span­je. Dit is de 23e va­kan­tie­dag. We over­nacht­ten in het dorp La Es­cala, in onze cam­per (Ford Tran­sit), maar niet op de cam­ping. We rij­den van­daag 969 km tot ver in Fran­krijk. – Ik ga als een boek­hou­der te werk en ver­meld al­le ki­lo­me­ter­stan­den en al­le kos­ten van de tol op de au­to­we­gen in Frank­rijk.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 14 oktober 1978.
Oma zou van­daag 82 jaar zijn ge­wor­den.
Wakker rond 4.00 uur. Te­gen 9.00 op­staan. Rond 9.15 zijn we op de cam­ping. HL. rijdt deze vier ki­lo­meter.
Auto en sou­ve­nirs op­rui­men. Dou­che. (Koud wa­ter.)
Campingkosten: 250 pe­se­ta. De duur­ste cam­ping van ze al­lemaal en we heb­ben er niet ge­sla­pen.
De laatste cam­ping op va­kan­tie, want we heb­ben bes­lo­ten nu er in het noor­den van Span­je niet veel te doen is en de tem­pe­ra­tuur ook niet meer al te aan­ge­naam is, maar te­rug te ke­ren naar huis, want het heeft geen zin nog lan­ger rond te han­gen en te wach­ten tot dins­dag of woens­dag, zo­als af­ge­spro­ken met on­ze ou­ders. Dan heb­ben we thuis ook nog een week­je va­kan­tie sa­men.
Van al­le cam­pings kan ik al­leen maar zeg­gen dat we nu twee keer in het na­sei­zoen ‘La Es­ca­la’ de bes­te cam­ping en de pro­per­ste von­den.
Om 11.00 uur vertrek­ken we. HL. rijdt. Van­ocht­end was de ki­lo­me­ter­stand 49.682
In Escala doen we nog en­ke­le in­ko­pen, on­der an­de­re een hals­doekje voor HL.’s va­der en een mooie tas van slan­gen­leer voor HL.’s moe­der van 5700 pe­se­ta.
Bij een ce­ra­mi­ca langs de weg koop ik voor Ma een mok­ka­ser­vies voor 2200 pe­se­ta. Ei­gen­lijk kost­te die 2700 pe­se­ta, maar de ver­koop­ster ver­gis­te zich. Ik wist niet an­ders te ko­pen, want ik had ver­le­den jaar al een hand­tas­je ge­kocht. (Thuis­ge­ko­men bleek dat Ma sinds kort wist dat dat van Skai was. Had ik dat ge­we­ten, dan had ik voor haar nu ook een tas­je mee­ge­no­men.)
Zelf kopen we (HL. wil ze zo graag) vier gro­te bloem­bak­ken met leeu­wen (als een soort sfinx­en) als poot­jes. De vier bak­ken kos­ten sa­men 4200 pe­se­ta. HL. dingt 200 pe­se­ta af. De poten kosten 120 pe­se­ta. Zestien stuks is 1920 pe­se­ta.
12.15 rijdt HL. door naar Fran­krijk.
Tol Figueres – grens: 65 pe­se­ta.
Tegen 13.00 uur: grens, ki­lo­me­ter­stand 49.745.
De dou­a­ne ziet de Ma­rok­kaan­se stem­pels van ver­le­den jaar en we moe­ten aan de kant gaan staan. Eén kijkt on­der de mo­tor­kap, klopt eens op de deu­ren, loopt ach­ter­om en we kun­nen door­rij­den.
Bij de Fran­sen geen pro­ble­men en we heb­ben de speel­films* in Frank­rijk.
In Village Catalan, cir­ca 20 ki­lo­me­ter voor­bij de grens, wis­se­len we de laat­ste 4435 pe­se­ta in voor 250,60 Fran­se francs.
We eten goed in ei­gen keu­ken. [In on­ze au­to.] Een paar dik­ke Duit­sers, die blijk­baar in het res­tau­rant ge­ge­ten heb­ben, heb­ben daar voor hun goe­de geld niet ge­noeg ge­had en staan bui­ten bij hun auto nog te eten en wer­pen ja­loer­se blik­ken in on­ze rich­ting.
Rond 14.00 uur rijdt HL. verder.
Om 15.40 tol grens – Mont­pel­lier: 33 Fran­se francs.
Precies om 16.26 uur, bij het riviert­je Le Gar­don, voor Avig­non wordt de tel­ler­stand 50.000 ki­lo­me­ter.
Tol Montpellier Est – Lyon: 44 Fran­se francs.
Om 17.30 bij ki­lo­me­ter­stand 50.113 neem ik het stuur over, na Lo­riol, voor Va­len­ce.
Tegen 21.00 eten en afwas­sen. Ik rijd voor­lo­pig nog door.
Tol Lyon – Dijon: 39 Fran­se francs.
Om 00.10 neemt HL. het stuur over, elf ki­lo­me­ter voor Neufchateau. De ki­lo­me­ter­stand is 50.555.
Om 01.50 zijn we tussen Nan­cy en Metz op de au­to­weg. We blij­ven daar op een parkeerplaats staan. Ki­lo­me­ter­stand 50.651.
In het wegres­tau­rant is niets meer te krij­gen. Ik wil­de ook niets, maar HL. wel. Er zit­ten daar een paar leuk uit­zien­de, maar bru­ta­le kna­pen met een paar meis­jes.
Bed [in onze cam­per] 02.15 uur.
Circa 40 ki­lo­me­ter voor Lan­gres be­gon de mist en die was soms zo dicht dat ik nau­we­lijks twin­tig me­ter ver kon zien.
Doordat de mist zo dik was, vor­der­den we maar lang­zaam en dat is de re­den dat we hier op de au­to­weg ble­ven staan.
Weer: lek­ker, maar met het vor­de­ren van de ki­lo­me­ters erg koud en zelfs dik­ke mist.

*
In Zuid-Span­je na­bij de plaats El-Ron­quil­lo GM., waar we op 9 ok­to­ber jl. langs kwa­men, toen we on­der­weg wa­ren van El Puer­to de San­ta Ma­ria (in de buurt van Ca­diz en Je­rez de la Fron­te­ra) naar To­le­do, von­den we langs de weg 70 mil­li­me­ter bre­de speel­films (Ul­tra Pa­na­vi­sion 70) op he­le en hal­ve rol­len, die her en der ver­spreid la­gen, ook in het ra­vijn langs de weg. (Een au­to­weg was er in dit deel van Span­je in die tijd nog niet en we volg­den de door­gaan­de we­gen.)
Thuis blijkt dat we on­ge­veer een half uur van de bios­coop­films ‘Ben Hur’ (1959) en de wes­tern ‘How the west was won’ (1962) ge­von­den heb­ben.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
HL.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990.

10 oktober 1976

Dagboek 1976

(Dag 1716) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko ge­weest. We zijn op de te­rug­weg en zit­ten in de trein in Frank­rijk en la­ter in Bel­gië. Vroeg in de mid­dag ko­men we in Maas­tricht aan, waar we bei­den wo­nen. – Aan­slui­tend aan deze dag volgt het va­kan­tie­over­zicht, zo­als ik dat enige da­gen na thuis­komst schreef. Ik schrijf daar­in nog­al uit­ge­breid over de ver­stand­hou­ding tus­sen Cees en mij ge­du­ren­de de af­ge­lo­pen vier we­ken. – Ik word in dat ver­slag ook een beet­je een ko­lo­ni­aal, die de ‘zwar­te’ wil on­der­wij­zen door hem te la­ten zien wat gods­dienst met de mens doet.

MenuIndex en het einde.
Vakantieoverzicht.

Zondag, 10 oktober 1976.
In Hen­da­ye: we rij­den weg. Ik met een leeg hart, want ik had niet eens af­scheid van Si­mon kun­nen ne­men.
Er staan men­sen in de gang voor een cou­pé en die slechts door twee per­so­nen ge­re­ser­veerd is en toch af­ge­slo­ten is. Met mijn punt­tang maak ik die open en spreek met de nieuwe ‘be­wo­ners’ af dat ze niets we­ten. Ik ver­tel even met een Ma­rok­kaan die ook in die cou­pé gaat.
’s Nachts staan er Span­jaar­den luid op de gang te zin­gen. Ze moe­ten van de con­duc­teur een cou­pé zoe­ken. Drie ko­men bij ons erbij en ze zijn zo snug­ger om na ver­loop van tijd het licht uit te doen.
’s Nachts krijg ik het koud en neem me voor: ‘Hou dat vol tot­dat je in Pa­rijs bent,’ maar ik heb toch de re­gen­jas ge­pakt en hier­na met het hoofd voor­over op de ‘eet­tafel’ warm en goed ge­sla­pen.
Bij dag­licht zijn we in Pa­rijs en de Span­jaar­den staan weer op de gang te zin­gen.
We stap­pen uit, de Zweed­se meis­jes blij­ven op Ga­re d’Aus­ter­litz. We ne­men af­scheid.
Si­mon heb ik niet meer ge­zien.
Wij ver­vol­gen on­ze reis met de bus naar het Ga­re du Nord waar we lang op de vol­gen­de trein moe­ten wach­ten. Op het ter­ras van een ca­fé drin­ken we kof­fie en eten brood­jes en ons ei­gen brood. Een du­re zaak is het.
Ook in Pa­rijs zijn mooie boys.
Als we in het sta­tion lo­pen ziet Cees een trein aan­ge­ge­ven die er ’s mor­gens nog niet stond: 10.27 uur. De­ze gaat naar Brus­sel en ver­trekt over 2 mi­nu­ten.
We stap­pen in de laat­ste wa­gon in en rei­zen naar Brus­sel, Luik en ver­vol­gens Maas­tricht. Om 14.12 uur zijn we in Maas­tricht. We gaan met de ta­xi naar huis, voor f. 5,00 in­clu­sief fooi.
We we­gen on­ze rug­zak­ken. De mij­ne weegt 30 kg. Die van Cees 20 kg, maar daar moe­ten nog wat etens­spul­len bij, een kilo of 3 of 4. Zodat de last van Cees goed is voor cir­ca 24 ki­lo­gram.
Af­ge­val­len ben ik slechts wei­nig.
We no­di­gen Jaap uit voor een kop qah­wa ha­lib [kof­fie ver­keerd] en ver­tel­len wat. We ge­ven hem het muts­je en een over­ge­houden fles­je Spaans bier.
Jan G. komt en voor hem maak ik een ver­slag­je, geef hem het kan­ten muts­je en spreek voor don­der­dag­avond een groot ver­slag af.
Te­gen 19.00 uur bel ik Pa en Ma en maak een af­spraak voor dins­dag­avond.
Ik wil dou­chen, [die is op de der­de ver­die­ping] maar kan de stan­daard plas­tic zak niet vin­den: een Ta­lens-zak. Sinds Mi­li­tai­re Dienst ge­bruik ik vrij­wel niet an­ders dan Ta­lens-zak­ken om mijn dou­che­spul­len in te doen en nu is die weg. Ik ben woe­dend. (Waar­schijn­lijk door ver­moeid­heid) Ik trek al­les uit dat vak van de kast en vind hem niet. Ik stop al­les er weer in. Ma heeft op­ge­ruimd, maar ze heeft goed op­ge­ruimd, zelfs de fles­jes Trap­pist heeft ze af­ge­stoft en het gas­stel en de ijs­kast goed schoon ge­maakt.
Ik ga zon­der die zak dou­chen en (uiter­aard) dat gaat net zo goed.
Tegen 23.00 uur ga ik op bed, na al­les uit­ge­pakt te heb­ben.
Weer: tot voor Pa­rijs mis­tig, la­ter zon­nig.

Me­nuBe­ginIndex en einde.
Hoofd­indexOver­zicht 1972-1990.
Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

Va­kan­tie­over­zicht: vier we­ken in Ma­rok­ko.

Toen Cees één week voor­dat ik naar Ma­rok­ko zou gaan, be­sloot om ook mee te gaan voel­de ik dat als:
1.) Een op­luch­ting. Ik zou me vrij­er voe­len in mijn han­de­len en ik zou me ge­rug­ge­steund voe­len in mijn op­tre­den, want ik had de laat­ste tijd toch wel eens va­ker het ge­voel: ‘Hans, waar be­gin je aan?’
Zowel Pa, Ma als Opa en Jan G. voel­den zich ook erg op­ge­lucht.
2.) Als een be­las­ting in de vrij­heid van mijn han­de­len, door Cees, die een over­heer­sen­de rol zou wil­len spe­len.
Dit laat­ste, wat ik ook al op de dag Mar­ra­kesh – Ouar­za­za­te (22 sep­tem­ber) heb om­schre­ven, is soms een te gro­te be­las­ting voor mij ge­weest.
Toen ik in 1974 met Wil­lem J. naar Lon­den ben ge­weest, zijn we twee keer een paar uur uit el­kaar ge­weest, om­dat ik het soms moei­lijk had en erg krie­be­lig werd.
Bij Cees heb ik niet zo’n schei­ding ge­maakt, om­dat hij ner­gens heen kan, want er is nie­mand die hem kan ver­staan en hij kan nie­mand ver­staan.
Dit sa­men­zijn van vier we­ken met een Cees die een over­heer­sen­de rol wil­de spe­len en speel­de is voor mij per­soon­lijk soms te veel van het goe­de(?) ge­weest: dat leid­de tot span­nin­gen voor mij­zelf in Mar­ra­kesh en Al­ge­ci­ras.
In Al­ge­ci­ras, toen we niet ver van el­kaar zaten en hij zijn mond dicht hield, een half uur lang, dat was een he­le op­luch­ting.
In de trein van Hen­da­ye naar Pa­rijs, ’s nachts had hij weer een be­moe­de­ren­de op­mer­king en ik heb hem toen ge­zegd dat dit me de he­le reis ge­stoord had, dat be­moe­de­ren. De­ze op­mer­king was veel te laat en had op de eer­ste dag in plaats van op de laat­ste dag ge­zegd [ge­maakt] moe­ten wor­den.
In Mek­nes, bij het de twee­de be­zoek, had ik hem ge­zegd dat ik vond dat het goed ging met ons twee­ën en het ging be­ter als in Lon­den, maar over dat be­moe­de­ren heb ik ex­pres niet ge­spro­ken om geen ex­tra span­nin­gen tus­sen ons twee­ën op te wer­pen. Iets wat ik niet meer zal wil­len ver­dra­gen.
Ach­ter­af ge­zien zijn mijn span­nin­gen in Mar­ra­kesh en Al­ge­ci­ras goed te ver­kla­ren. Op die mo­men­ten dat ze er wa­ren, zag ik die zelf niet en Jan G. heeft me er pas don­der­dag 14 ok­to­ber op re­la­tie ge­we­zen: het do­mi­nan­te ge­drag van Cees en mijn span­nin­gen.
Ik ben blij dat Cees is mee­ge­gaan, maar ik heb me door hem ook ont­zet­tend ge­remd ge­voeld, om­dat hij al­les moet we­ten en vre­se­lijk nieuws­gie­rig is en als ik zelf wat te ber­de bracht was zijn re­ac­tie: “Zoek het maar uit.” Dat grief­de mij tel­kens weer.
Een vol­gen­de keer wil hij weer mee. Hij wil Frans le­ren en dus he­le­maal on­af­han­ke­lijk zijn. Dan kan ik ook eens zeg­gen: “Je zoekt het maar uit.”
Hij wil­de soms din­gen ge­re­geld heb­ben, die ik dan met mijn ge­brek­kig Frans moest voor el­kaar zien te krij­gen, zo­als een taxi van Tinj­dad naar Er­foud en ach­ter­af wil­de hij niet be­grij­pen waar­om dat niet ging en zei: “Vraag dan waar­om?” Ik re­a­geer­de daar niet meer op.
Soms, al in de eers­te week dacht ik: ‘Nog drie we­ken met Cees, ont­zet­tend,’ en vaak was ik blij dat er een dag om was en dat we dich­ter­bij ‘het-naar-huis-gaan‘ waren. Niet om het land Ma­rok­ko, maar om de be­moei­zucht van Cees wil­de ik naar huis. Dat was de enige mo­ge­lijk­heid om hem een poos­je kwijt te zijn en ik heb me al voor­ge­nomen om maan­dag 11 ok­to­ber ver­lof op te ne­men en dat dan de laat­ste dag te la­ten zijn waar­op ik voor­lo­pig met hem op­trek.
Soms dacht ik ver­lan­gend te­rug aan die dag in be­gin au­gus­tus waar­op ik bij IJ­ze­ren in het gras van de zon en de stil­te had zit­ten ge­nie­ten, iets wat ik in Ma­rok­ko niet heb mee­ge­maakt: stil­te.
Toen ik in Al­ge­ci­ras was, wil­de ik snel naar huis, maar toen dat niet bleek te gaan, was ik er ‘ka­pot’ van.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ra­ma­dan, een ide­a­le tijd om te rei­zen en ook niet, na­tuur­lijk. In de bus­sen geen rook, want zelfs ket­ting­ro­kers ro­ken de he­le dag niet. Som­mi­ge men­sen zijn wel een beet­je krib­big, zo­als in de bus naar Ouar­za­za­te, toen uit het ba­ga­ge­rek een tasje naar be­ne­den viel bo­ven op een jon­gen. Die gooi­de het snel naar ach­te­ren en de man ach­ter hem gooi­de het agres­sief weer te­rug naar vo­ren. Er vie­len har­de woor­den, maar een minuut la­ter werd er weer ge­la­chen.
Als we aten, bo­den we on­ze ver­ont­schul­di­gin­gen aan, want de soms hon­ge­rige ogen de­den je de trek ver­gaan en ze zei­den dan dat we rus­tig kon­den eten, want Ra­ma­dan gold slechts voor mos­lims. Vaak lie­ten we het eten en drin­ken ook, wat voor ons ook niet mee­viel om­dat we ’s nachts ook niet ge­ge­ten had­den, maar zo erg moei­lijk was het ook niet.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Meer dan veer­tig li­ter mi­ne­raal­water heb­ben we ge­dron­ken: Si­di Ha­ra­zem in plas­tic fles­sen van 1,5 li­ter. Er zit smaak noch reuk aan en het is zon­der kool­zuur­gas.
Het is be­ter dan kraan­wa­ter, wat nog wel eens naar chloor ruikt en in Tin­ghir in Ho­tel Tod­gha zelfs een licht bruin kleurt­je had.
Met kraan­wa­ter poet­sten we hoofd­za­ke­lijk on­ze tan­den en de rest van het li­chaam. (Dou­che.)
Ook ge­bruik­ten we Si­di Ha­ra­zem om on­ze tan­den te poet­sen als het kraan­wa­ter te sterk rook of een kleur had.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ma­rok­ko: een over­wel­di­gen­de hoe­veel­heid aan er­va­rin­gen en on­tel­baar veel knap­pe jon­ge­man­nen. Dat al­les zor­gde er­voor dat ik aan Ne­der­land niet meer dacht.
Deze hoeveel­heid aan er­va­rin­gen heb­ben me het idee ge­ge­ven heel lang op va­kan­tie te zijn ge­weest. Na twee we­ken had ik het ge­voel al maan­den on­der­weg te zijn.
Hoewel het er niet meer naar uit­zag heb­ben we toch nog op de val­reep con­tact ge­legd met een jon­ge­man: Mo­ham­med R.
Het hu­ren van een au­to is in de soep ge­lo­pen en ik weet dus niet wat dat ge­bracht had, maar ik ben blij dat het mis­lukt is (ach­ter­af) want daar­mee kwa­men we in con­tact met Mo­ham­med en het heeft ons bo­ven­dien veel geld be­spaard.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

In­clu­sief de reis­kos­ten, heb ik f. 469,40 + f. 800,00 + f. 74,00 (reis­ver­ze­ke­ring) = f. 1.340,00 uit­ge­ge­ven. Zeg: voor nog geen f. 1.400,00 een maand op va­kan­tie.

Over Mo­ham­med: een mooie, gro­te (cir­ca 1,85 m) jon­gen, ne­gro­ïde ty­pe. Een heel erg voor­ko­men­de, be­leef­de, be­schaaf­de jon­gen, 18 jaar, ge­bo­ren: 1958. Spreekt Frans en Ara­bisch, leert En­gels pas een paar dagen. Stu­deert Eco­no­mie en We­ten­schap­pen (Scien­ce) Ma­the­ma­tiek. We heb­ben el­kaars ad­res en het zou niet gek zijn om een schrif­te­lijk con­tact te on­der­hou­den, om­dat ik dan, als ik weer in Ma­rok­ko kom, een ad­res heb om een vriend te be­zoe­ken.
Ik wil via hem meer over Ma­rok­ko te we­ten ko­men en (blan­ke als ik ben) hem te la­ten zien wat er in een de­mo­cra­tie mo­ge­lijk is. Met blan­ke be­doel ik: ik wil het on­der­wij­zend deel zijn. Ik wil hem la­ten zien dat gods­dienst opium voor het volk is en dat opium (hasj) ook een ver­stik­ken­de gods­dienst is, zo­als bij ons (voor­al in Lim­burg) de drank.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

De ar­moe­di­ge toe­stan­den. De te­le­vi­sie heeft ar­moe­de la­ten zien, doch in Ma­rok­ko is die gro­ter, veel gro­ter. De meest mooie jongen die ik zag (in Ouar­za­za­te) strom­pel­de met een krom been op kruk­ken voort.
De meest ver­schrik­ke­lij­ke won­den, met een vie­ze doek en een plas­tic lap af­ge­dekt.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ogen. Circa 20% heeft wat aan een oog, ver­min­kin­gen, ziek­ten en huid­ziek­ten. (Han­den en voe­ten zit­ten meest­al on­der een dik­ke laag zand of an­de­re rot­zooi en zien er goor uit.)
On­be­schrij­fe­lijk wat we bo­ven de ‘rok­ken’ zien, maar wat zit er­on­der? Open been­won­den, zo­als een vrouw in Ra­bat haar buur­vrouw liet zien.
En dan de hy­gië­ne: be­stel een glas te drin­ken. Bij de buur­man wordt het van de ta­fel ge­no­men, met koud wa­ter was­sen de groe­ze­li­ge han­den het glas af en je krijgt het voor­ge­zet.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Zaakjes zien er kaal en oud uit. In Fez is een leuk zaak­je met ro­de te­gel­tjes te­gen de muur en er wordt vaak ge­poetst, blijk­baar, want de vet­te stre­pen van een doek staan op de te­gel­tjes. Spie­gels zijn sme­rig, wel ge­poetst, maar met een sme­ri­ge vet­te doek.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Sla­gers, twin­tig naast el­kaar. Nie­mand maakt zich druk of hij ver­koopt of niet en nie­mand maakt zich druk over die vlie­gen: hon­der­den.
Nee, toch zijn er men­sen die zich druk ma­ken over die vlie­gen. Ze spui­ten (ge­luk­kig geen spuit­bus) met een hand­pomp het vlie­gen­ver­gif in hun zaak rond over het vlees en over an­de­re open en bloot­lig­gen­de le­vens­mid­de­len, hoe dan ook, die vie­ze vlie­gen moeten dood.
An­de­ren waai­e­ren af en toe met een waai­er­tje de vlie­gen weg, waar­van de mees­te blij­ven zit­ten om­dat die ken­ne­lijk we­ten niet te zullen wor­den dood­ge­sla­gen op het vlees, want dat ziet wel on­ge­zel­lig uit: een dooie vlieg op een dood schaap.
Kop­pen van gei­ten en scha­pen, met de ogen er­in, lig­gen uit­ge­stald. (Var­kens zijn er niet: ver­bo­den door de is­lam.)
In Tan­ger en Ra­bat op de vis­markt is al­les, vol­gens mij, rot, maar zo stinkt het ook in Maas­tricht op de vis­markt, al­leen zijn er min­der vlie­gen. Ook in de zo­mer? On­ze vlie­gen zijn gro­ter.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

En dan ta­len en re­ke­nen: zie don­der­dag 7 oktober jl. in res­tau­rant Zan­zi­bar.

De bus­ver­bin­din­gen: goed om in een be­gin­plaats of bij­na-be­gin­plaats (Er­ra­chi­dia) op te stap­pen, an­ders moet je tus­sen de Ma­rok­ka­nen, die al met meer zijn dan dat er vrije plaat­sen zijn, ook nog een kaar­tje pro­be­ren te krij­gen. Als de bus vol is, komt er de vol­gen­de dag weer een, waar het­zelf­de voor geldt, als hier­bo­ven.
Op tijd ver­trek­ken is er niet bij, maar dat stoor­de mij na­ge­noeg niet, in te­gen­stel­ling tot Cees, die er ze­nuw­ach­tig van werd. En­kel in Mar­ra­kesh sloop­te het mij ook.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Als men­sen el­kaar te­gen­ko­men en el­kaar als vrien­den be­schou­wen ge­ven zij el­kaar een hand en bren­gen dan hun hand aan hun ei­gen hart.
Bij fa­mi­lie­le­den bren­gen zij hun hand aan hun lip­pen en kus­sen de­ze. Het­zelf­de als kus­hand­jes, maar hy­gië­ni­scher want je kust je ei­gen sme­rige hand en niet die van een an­der.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Ik heb ge­zien hoe een vrouw een paar man­nen de hand kus­te. Bij ons kus­sen de man­nen de vrou­wen de hand en als je goe­de be­ken­den bent kus je el­kaar goe­den­dag, zo­als Mo­ham­med in Mek­nes.
Marokko is een man­nen­land. Man en vrouw, jon­gen en meis­je, meis­jes in een ca­fé, jon­gens en meis­jes dan­sen, dat al­les kun je zien, maar dan al­leen bij ons. In Ma­rok­ko is dat er niet bij. (Mis­schien wel in de nacht­clubs?) Jon­gens hand in hand, jon­gens die op don­kere hoek­jes dicht bij el­kaar staan (knuf­fe­len?) man­nen, hand in hand, zelfs ou­de­re man­nen en heel ou­de.
Elkaar kus­sen, open­lij­ke ho­mo­fi­lie? Dat moest in Ne­der­land ook kun­nen, maar dat is (nog) niet mo­ge­lijk.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

En de jon­gens in Ma­rok­ko, de ene is nog mooi­er dan de an­de­re en ook nog vrien­de­lij­ker. Het zijn daar mooie men­sen. Er zijn ook veel mooie meis­jes, die op een af­stand­je staan te gnif­fe­len en als je ze aan­kijkt of aan­spreekt, lo­pen ze gie­che­lend weg.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Marokko is het land van de kin­der­ar­beid en je ziet veel kin­de­ren in de soek (de markt in de Me­di­na) wer­ken en in Fez ma­ken meis­jes van cir­ca 5 jaar oud ra­zend­snel kno­pen bij een ta­pijt­kno­per.
De scho­len wor­den ook wel be­zocht en in Fez za­gen we veel kin­de­ren naar school gaan, maar ik denk dat de mees­ten wer­ken!
Veel be­de­laart­jes en als ik die kin­de­ren in de ogen kijk, wel ja, tien­tal­len Dir­hams heb ik uit­ge­deeld.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Het ver­keer: als je niet toe­te­ren kunt, kun je niet rij­den en als je remt in plaats van te toe­te­ren en niet ge­woon door­rijdt, ben je je rij­be­wijs niet waard.
Het­zelf­de geldt voor brom­mers, die meest­al mo­to­risch niet in or­de zijn, maar het zoe­mer­tje werkt als een klok­je.
De ver­keers­lich­ten. Als goe­de chauf­feur rij je mins­tens 10 me­ter door het ro­de licht en let je op het an­de­re ver­keer om te we­ten wan­neer jij aan de beurt bent en an­ders toe­tert je ach­ter­buur­man wel. Soms, zo­als in Ra­bat, staan al­le ver­keers­lich­ten dub­bel aan­ge­ge­ven. Eén keer voor het di­rect be­lang­heb­ben­de ver­keer (dat er­voor hoort te staan) en één keer voor het in­di­rect be­lang­heb­ben­de ver­keer, in de an­de­re rich­ting, zo­dat die kun­nen zien: ‘Nu ben ik aan de beurt.’

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Toen ik van­a­vond door Maas­tricht liep voel­de ik me er niet thuis. Al­les is zo groot en la­waai­e­rig en schreeu­we­rig.

Cees heeft vijf pot­jes ge­kookt op zijn pri­mus. Acht keer heb­ben we in een res­tau­rant warm ge­ge­ten en af en toe soep tus­sen door. Veel brood en wa­ter, een beet­je melk, kaas en sar­di­nes.
Ik heb thuis nog wat in te ha­len. Ik weeg 62 kg.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

As ik nu nog aan Ma­rok­ko denk, dan is dat vaak aan de ‘da­del­jon­get­jes’ op 27 sep­tem­ber, toen we lift­ten om naar Er­foud te gaan.
Ook schoot me gis­te­ren te bin­nen dat ik in Ouar­za­za­te een jon­gen heb ge­zien met een blauw ge­streep­te ‘Do­rus-trui’ en die een tul­band droeg, met een slui­er voor het ge­zicht, als een woes­tijn­man. Dat was op za­ter­dag 25 sep­tem­ber en hij was erg mooi. Dat zag ik toen hij zijn slui­er en tul­band af­deed. Daar­voor vond ik hem al erg mooi en mys­te­rieus aan­doen. Hij stond ook naar de bus te kij­ken die klaar stond voor ver­trek naar Tin­ghir.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Zaterdag 2 oktober.
Ik loop over de gang van het ho­tel en een vrouw vraagt me of ik bij haar wil ko­men. Schuch­ter volg ik haar en blijf in de deur­ope­ning van haar kamer staan. Zij zegt: “Kom toch bin­nen.” Er is nog een vrouw. De eers­te vraagt of ik dit ken. Zij houdt mee een brief­je van 25 gul­den voor de neus. Na­tuur­lijk ken ik dat.
Er is iemand ver­trok­ken, maar die kon niet in Dir­ham be­ta­len en hij of zij gaf f. 25,00
Zij vraagt hoe­veel het waard is. Ik zeg: “Kom naar mijn ka­mer, dan zoek ik het uit.” Met een re­ke­ning van Cees, die 166 Dir­ham voor f. 100,00 kreeg be­gin ik aan een moei­lij­ke be­re­ke­ning, ter­wijl ik ook een kwart van 166 had kun­nen ne­men. Ik be­taal haar 41 Dh. Ze is blij.

Me­nuBe­ginIndex en einde.

Later, thuis blijkt dat 7 gi­ro­kaar­ten van 250 Dh voor f. 151,25 zijn op­ge­no­men en eind no­vem­ber 3 van 250 Dh voor f. 145,00

Herinneringen over deze vakantie.

1:
Voor­dat ik naar Ma­rok­ko ver­trok waar­schuw­de een col­lega mij voor open­lij­ke ho­mo­fi­lie. Hij was in Tunesië met va­kan­tie ge­weest en had daar ‘al­le’ man­nen hand in hand zien lo­pen en el­kaar zien zoe­nen.
2:
Eveneens voor­dat ik naar Ma­rok­ko ver­trok waar­schuw­den di­ver­se col­le­ga’s me dat ik niet meer le­vend te­rug zou ko­men.
“In Ma­rok­ko zit­ten ge­slui­er­de man­nen langs de muur en als je langs­loopt trek­ken ze een mes en ste­ken je dood,” zo be­weer­den ze met gro­te stel­lig­heid.
3:
In de trein, op de te­rug­weg, in Span­je of in Frank­rijk, wa­ren er Ma­rok­ka­nen (of Span­jaar­den?) die tel­kens kran­ten in de brand sta­ken, wan­neer de trein door een tun­nel reed, als­of ze bang wa­ren in het don­ker.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Index van locaties:

Me­nuBe­gin
Hoofd­in­dexOver­zicht 1972-1990.
Ma­rok­ko 1976 (over­zicht)Va­kan­tie­over­zicht.

9 oktober 1976

Dagboek 1976

(Dag 1715) Cees en ik zijn sa­men op va­kan­tie in Ma­rok­ko geweest. We zit­ten nu in de trein in een coupé voor acht personen en rei­zen door Span­je rich­ting Pa­rijs. Als me­de­pas­sa­giers heb­ben we drie Zweed­se meis­jes: Cor­ne­lia, Ann en Ann en drie Ma­rok­ka­nen, waar­van er twee nog stu­de­ren, Si­mon en Chou­a­ki, en een ou­de­re man. – Te­gen de avond be­rei­ken we Hen­da­ye aan de Spaans / Fran­se grens, waar Si­mon en Chou­a­ki door de Fran­se dou­ane wor­den te­gen­ge­hou­den. – Ik leer weer wat over de Ma­rok­kaan­se cul­tuur.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 9 oktober 1976.
We komen in Ma­drid en als Si­mon en Chou­a­ki uit­ge­stapt zijn en de trein weg­rijdt, maak ik me on­ge­rust over hen, maar de trein wordt ken­ne­lijk ge­ran­geerd, want keert weer te­rug naar het per­ron.
Met Simon praten ik over van al­les in het Frans en het En­gels, wat hij re­de­lijk be­heerst. Hij wil de En­gel­se woor­den voor ‘pe­nis’ en ‘va­gi­na’ we­ten, doet dat fluis­te­rend en ge­heim­zin­nig, om­dat er meis­jes bij zijn en ik word een beet­je rood en hij stapt over op een an­der on­der­werp.
Als hij van on­ze me­loen voor ie­der een stuk­je af­snijdt, laat hij het groot­ste stuk voor mij, dat ik met Cees deel. Op Si­mon ben ik ver­liefd.
’s Middags van circa twee tot vier uur slaap ik.
De meis­jes ko­men uit Zwe­den en spre­ken al­leen maar En­gels. De ou­de­re Ma­rok­kaan vraagt Cor­ne­lia, de aar­dig­ste, ten hu­we­lijk als der­de vrouw. Hij heeft vijf kin­de­ren. Hier­bij wordt wat af­ge­la­chen, want Si­mon treedt op als ver­ta­ler Ara­bisch – Frans / En­gels en ik moet hem hel­pen met het En­gels.
Dat de meis­jes bij ons in het Wes­ten zelf be­slis­sen is voor de ou­de man moei­lijk te be­grij­pen en dat het niet duur is, kan er ook niet in.
In Marokko ko­men de ou­ders over­een. Moet de fa­mi­lie van de man veel geld bij­een bren­gen, liefst een in­ge­richt huis en heeft het meis­je ge­werkt, dan moet de man al zijn geld aan de ou­ders van het meis­je af­dra­gen.
We praten een beetje over po­li­tiek en Si­mon spreekt over [ko­ning] Has­san le Deux en als ik zeg dat Has­san le Di­a­ble is, geeft hij me glim­la­chend een hand.
Het is ge­vaar­lijk om over po­li­tiek te pra­ten.
Gis­te­ren­avond nam de ou­de­re Ma­rok­kaan 1.000 Pe­se­ta (een brief­je) van Cor­ne­lia aan en een snot­aap van de O.N.I. het im­mi­gra­tie­bu­reau [Of­fi­ce Na­tio­nal d’Im­mi­gra­tion] zag dat en maak­te en hele scène, waar­bij Simon voor­zich­tig de ge­moe­de­ren pro­beer­de te sus­sen. De ou­de­re man liet zich door de snot­aap, die met de po­li­tie dreig­de, over­don­de­ren.

Simon: “Je werkt bij de PTT (Pe­tit Tra­vail Tran­quil­le: [Een rustig werkje]) Wat doe je?”
“Ik kijk hoe an­de­ren wer­ken.”
“Chef?”
“Nee, assistent.”
“Verdien je goed?”
“Ja.”
“Geef je ook geld aan je ou­ders?”
Ik sta versteld. Dit had ik nog niet mee­ge­maakt. Ik leg hem uit dat als ik geld aan mijn ou­ders zou ge­ven, zij be­le­digd zou­den zijn. In Ne­der­land is het niet meer no­dig dat ou­ders moe­ten le­ven van door hun kin­de­ren ver­dien­de geld.
Simon kan dat maar moei­lijk ge­lo­ven.
In Hendaye schei­den zich on­ze we­gen. Zij wor­den door de dou­ane te­gen­ge­hou­den en ik vraag hem of hij hier moet wacht­en. Hij zegt dat hij dat niet weet.
Voor­dat we uit­stap­ten deel­de Si­mon aman­dels uit.
“Potentie ver­ho­gend”, zei Chou­a­ki, Al­thans, zo zegt hij, dat als een Ma­rok­kaan van vrouw wil ver­wis­se­len, eet hij aman­dels.
We lopen door* en Cees zoekt de meis­jes en ik de jon­gens. Cees heeft meer suc­ces dan ik.
In Parijs kijk ik ook, maar daar zie ik Si­mon ook niet. (Chou­a­ki zou in Bor­deaux uit­stap­pen.)
Weer: in de trein was het lek­ker en droog.

*
Station Hendaye. Wi. De tekst in het dag­boek vermeldt het niet, maar we moe­ten op sta­tion Hen­da­ye over­stap­pen. Op de heen­weg was dat niet het ge­val. Daar werd on­ze trein van een an­der on­der­stel voor­zien, want in Span­je is het spoor bre­der dan in de rest van Eu­ro­pa.

Index

In­dex van ter­men:
.
In­dex van per­so­nen:
Cees.
In­dex van lo­ca­ties:
.

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990Ma­rok­ko 1976 (over­zicht).

13 september 1976

Dagboek 1976

(Dag 1689) Sa­men met mijn buur­man Cees ben ik op weg voor een va­kan­tie in Ma­rok­ko. – We zit­ten in de trein van­uit Pa­rijs naar Span­je. – De Spaan­se con­duc­teur doet moei­lijk over mijn cou­chet­te­bil­jet.

Naar de index en het einde.

Maandag, 13 september 1976.
Op tegen 7.30 uur. Goed ge­slapen, al­leen even kou­de voe­ten ge­had, maar met een ex­tra de­ken was dat geen pro­bleem.
Wassen en eten.
De Ma­rok­kaan en zijn vrouw eten niet. Dat heb­ben zij van­nacht al ge­daan. Het is Ra­ma­dan tus­sen zons­op­gang en zons­on­der­gang.*
In Hen­da­ya, waar we nu zijn, wordt de cou­chet­te­trein van on­der­stel ver­wis­seld. Span­je heeft bre­der spoor.
We ver­trek­ken te­gen 10.00 uur uit Irun.
Die dag trek­ken we door Spaans land­schap. Ik spreek slechts wei­nig Frans en spreek toch (zij het ge­brek­kig) veel met de Ma­rok­kaan over al­ge­me­ne za­ken, Ma­rok­ko en­zo­voorts. Taal­ge­bruik daar en meer van die din­gen. Vroe­ger, cir­ca 10 jaar, ge­le­den heeft hij En­gels ge­leerd en is veel ver­ge­ten.
’s Middags krijg ik een ver­kla­ring van de Ko­ran en ’s avonds in Mad­rid komt er een dron­ken con­duc­teur op de trein.
Het ver­krij­gen van een goe­de cou­chet­te in Pa­rijs was een ver­moei­en­de slag. Ik had het bed­num­mer van die van mij la­ten ver­an­de­ren tot een bed­num­mer in de cou­pé van Cees. De con­duc­teur gaf ons in Pa­rijs het­zelf­de bed­num­mer. Cees heeft mij hier­op ge­at­ten­deerd, maar ik was moe en heb het niet meer mee­ge­kre­gen.
De con­duc­teur [de Spaan­se] ver­klaar­de het brief­je on­gel­dig, ook om­dat er in Ne­der­land met de pen op deze door­druk was ver­an­derd. De da­tum en de be­stem­ming Pa­rijs-Al­ge­ci­ras was door­ge­streept en er was Ma­drid-Al­ge­ci­ras van ge­maakt door de NS.
De con­duc­teur sprak geen Frans: “We zijn in Span­je.” zei hij.
De Ma­rok­kaan pro­beer­de voor mij het een en an­der te re­ge­len. Hij deed goed zijn best en er kwam ook een Frans spre­ken­de Span­jaard bij.
Die cou­chet­te was en bleef on­gel­dig en ik kon een nieuwe ko­pen. Wat ik ook deed.
Ik kreeg geen bon en heb ook la­ter geen ge­kre­gen. Ik heb er één keer naar ge­ïn­for­meerd en la­ter dacht ik: “Laat die ar­me sloe­ber die dui­ten maar hou­den, hij kan ze be­ter ge­brui­ken dan ik.” Bo­ven­dien zou ik in Ne­der­land mijn geld te­rug­krij­gen.
Na deze ver­moei­en­de en slo­pen­de zaak heb ik met de Ma­rok­kaan nog eens over po­li­tiek ge­spro­ken.
Tegen 22.00 uur gin­gen we naar bed.
Weer: in de trein heer­ste een lek­ke­re tem­pe­ra­tuur en het was er droog.

*
Formeel hoef­de de Ma­rok­kaan en zijn echt­ge­no­te niet te vas­ten. Als je op reis bent is vas­ten niet ver­plicht, maar je moet die ge­mis­te vas­ten­da­gen la­ter wel in­ha­len, of een of­fer bren­gen.

Index

Index van termen:
Index van personen:
Cees.
Index van locaties:

MenuBeginHoofdindex Overzicht 1972-1990Marokko 1976 (overzicht).