7 juli 1984

Dagboek 1984

(Dag 4543) Ik woon sa­men met mijn vriend HL. in Eijs­den. – Mijn ou­ders zijn op va­kan­tie, ze reis­den door Frank­rijk, Span­je en Por­tu­gal met hun cam­per­tje en zijn nu weer op weg naar huis. – Ik ben Ra­dio­zend­ama­teur A en oe­fen met het zo­ge­naam­de ‘ne­men’ van mor­se­sig­na­len van de ra­dio. – De avond en nacht bren­gen we door bij één van de ve­le broers van HL. en diens vrouw en zoon­tje.

MenuIndex en het einde.

Zaterdag, 7 juli 1984.
Op 9.50 uur.
De was verzorgen.
Dagboek bijwerken.

Weer: onbewolkt. Een beet­je wind.
Pa en Ma belden. Ze zijn in de Ar­dèche in Frank­rijk.

Samen brood eten.
Lezen.
Afwassen.
De was verzorgen.
Buiten de krant le­zen.
Voor de achterdeur [drem­pel] heb ik een K25 – goot­je [ka­bel­goot­je, 25 mm. breed] ge­zet, cir­ca 80 cm lang, om twee luid­spre­ker­ka­bels en een co­ax-an­ten­ne­ka­bel (ra­dio­an­ten­ne) door te lei­den. Die la­gen hier al een half jaar los over de vloer.
Daarna buiten le­zen in “Dag­boek van de dief” van Jean Ge­net en mor­se oe­fe­nen: ne­men van de ra­dio.
Nu 19.25 uur. Ik ga douchen.
Vanavond en vannacht zullen we eten en sla­pen bij JL., ML. en [hun zoont­je] I.
Weer: warm. Zie bo­ven.

Douche.
Om 20.30 bij JL., ML. en I., vol­gens af­spraak.
‘Voetballen’ met I. Ik probeer hem wat te le­ren, zo­als ik al­tijd pro­beer kin­de­ren wat te le­ren. Ik pro­beer ze op voet van ge­lijk­heid te be­na­de­ren door ze een beet­je nor­ma­le vra­gen te stel­len en niet kin­der­ach­ti­ge. (Ik be­doel: geen kin­der­lij­ke woor­den en uit­druk­kin­gen ge­brui­ken, maar ge­woon met ze te pra­ten.)
Ergerlijk vind ik dat als ik I. een vraag stel, ML. of JL. het ant­woord geeft, in plaats van hij­zelf. Door mijn ma­nier van be­na­de­ren lig ik goed bij JL., de doch­ter van ML. en M. en ook bij BL., de zoon van GL. en R.
Om 21.30 eten we sa­la­de met stok­brood en drin­ken wijn. La­ter bier.
I. is (bijna per­ma­nent) ver­kou­den en M. moet bij hem gaan sla­pen.
Om 23.30 spelen HL, JL. en ik Mo­no­po­ly. Ik win, rond 02.00 uur, een beet­je aan­ge­scho­ten. Ik heb veel geld en op veel stra­ten ho­tels. Ik voel me ech­ter een op­ge­bla­zen, sme­rige ka­pi­ta­list. Het is geen be­vre­di­ging an­de­ren op de­ze wij­ze af te zet­ten, om je ei­gen geld te be­scher­men. Be­ter is het om als twee­de of der­de te ver­lie­zen. Het is geen mooi spel. Win­nen schept bij mij geen ge­noe­gen.
Van 02.00 tot 03.00 met z’n drie­ën ver­tel­len.
Bed: slapen op eigen bed­den­goed en ei­gen kam­peer­ma­tras­sen bij JL. op zo­lder.
Weer: erg warm. Na 22.30 bui­ten fris­ser.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
HL.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990.

29 april 1987

Dagboek 1987

(Dag 5569) Ik woon al­leen in Eijs­den. Mijn vriend BW. woont in Brus­sel bij een nieuwe vriend. – Mijn werk­­ge­ver is PTT-Te­le­com in Maas­tricht. Ik werk bij de af­de­ling PHTF. Ik ben pro­ject­lei­der. Door de week volg sinds be­gin sep­tem­ber 1986 bij het Dag- en Avond­col­le­ge in Maas­tricht een Mavo-op­lei­ding in de avond­uren. Daar­voor moet ik Ne­der­land­se li­te­ra­tuur le­zen.

MenuIndex en het einde.

Woensdag, 29 april 1987.
Op 6.30 uur. Moe. Douche.
Met de dienstauto (Ford Es­cort) naar Maas­tricht. [Zaak-Fran­çois de Veye­straat.]
Kantoor: werk­ver­ga­de­ring plan­ning.
Van 11.00 tot 12.00 Euro­pees In­sti­tuut voor Be­stuurs­kun­de in Maas­tricht, voor het uit­brei­den van de te­le­foon­au­to­maat.
Bij de kerk Sint Pie­ter Bo­ven [Ur­su­li­nen­weg]: eten, wan­de­len en “Het mo­tet voor de kar­di­naal” van Theun de Vries le­zen.
Postkantoor.
Kantoor om 14.10 uur. Ad­mi­ni­stra­tie. Niet veel meer ge­daan.
Fiets 16.50 uur. Thuis 17.20 uur.
Brood eten.
Lezen tot 20.50 uur. Ik lees “Het mo­tet van de kar­di­naal” van Theun de Vries uit. Een mooi boek, maar het loopt stroe­ver dan “De komst van Jo­a­chim Stil­ler” van Hu­bert Lam­po.

Ik dronk cola om wakker te blij­ven, want ik ben erg moe. Ik zal dus weer al­co­hol moe­ten drin­ken om de in­vloed van de co­la on­ge­daan te ma­ken.

Ik wil morgen een beetje fiet­sen en le­ren. AB. meldt met mij mee te wil­len fiet­sen. Er­gens be­valt me dat wel, er­gens voel ik dat hij zich aan mij op­dringt.

“The Persian boy” van Ma­ry Re­nault le­zen. Erg mooi.
Twee glaas­jes Mar­ti­ni Ros­so. (Dat smaakt door de ka­ra­mel als co­la.)
Nu 23.45 uur.
Weer: aanvankelijk lek­ker, maar be­wolkt. La­ter meer zon, iets fris­ser. (Op de Sint Pie­ters­berg toch 24°C.) ’s Avonds re­gen­drei­ging en 24°C. Het bleef tot nu toe droog.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
BW.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990.

10 april 1987

Dagboek 1987

(Dag 5550) Ik woon al­leen in Eijs­den. Mijn vriend BW. woont in Brus­sel bij een nieuwe vriend. – Mijn werk­­ge­ver is PTT-Te­le­com in Maas­tricht. Ik werk bij de af­de­ling PHTF. Ik ben pro­ject­lei­der. Ik werk van­daag in Maas­tricht bij di­ver­se klan­ten.

MenuIndex en het einde.

Vrijdag, 10 april 1987.
Op 6.30 uur. Gym­nas­tiek: 80x Buik­spier­oe­fe­nin­gen. Douche.
Met de dienstauto (Ford Es­cort) naar Maas­tricht. [Zaak-Fran­çois de Veye­straat.]
Bij Ford-garage Feijts wordt het slot van de ach­ter­deur van de Ford Es­cort ge­maakt en in het tus­sen­schot [ca­bi­ne/laad­ruim­te] wordt een ruit ge­zet. Dat al­les duurt an­der­half uur.
Op kantoor tot 11.00 uur.
Bij Ahrend in Maas­tricht scheur ik de lin­ker mouw van mijn jas.
Ik ga de stad in en be­kijk nieuwe jas­sen en ook schoe­nen.
Van 12.15 tot 13.15 op de Sint Pie­ters­berg eten en le­zen. De au­to kan ik niet ver­la­ten we­gens stort­bui­en: ha­gel.
Kantoor.
Van 14.00 tot 14.45 bij de Rijks­ge­bou­wen­dienst in Maas­tricht, dat wil zeg­gen: pand 97 aan de Wil­hel­mi­na­sin­gel waar de Be­las­ting­dienst komt te zit­ten.
Verenigde Buizenfabrieken (VBF) in Maas­tricht tot 16.00 uur.
Kantoor.
Met de dienstauto naar huis. Thuis 17.10 uur.
Koken.
Eten. Afwassen.
Van 19.15 tot 19.40 op de fiets naar Maas­tricht, naar het Film­huis: “Le sa­cri­fi­ce” van And­rej Tar­kov­ski.
In het Filmhuis zorgt niet-ge­aar­de elek­trische ap­pa­ra­tuur voor enor­me sto­rin­gen, brom en tik. Ik bied mijn hulp aan en kan de tik ver­hel­pen door al­les aan de ran­daar­de (ook niet ide­aal) te han­gen. De brom blijft.
Na de pauze is de film op bios­coop­kwa­li­teit, zon­der brom en tik.
Van 23.00 tot 23.45 bij La Fer­me: twee pils.
Thuis 00.15 uur.
Dagboek bijwerken.
Nu 01.00 uur.
Weer: veel regen, hagel en koud. Tem­pe­ra­tuur cir­ca 11°C. Na 00.00 uur: 7°C.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
BW.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990.

22 maart 1987

Dagboek 1987

(Dag 5531) Ik woon al­leen in Eijs­den. Mijn vriend BW. woont in Brus­sel bij een nieuwe vriend. – Door de week volg sinds be­gin sep­tem­ber 1986 bij het Dag- en Avond­col­le­ge in Maas­tricht een Mavo-op­lei­ding in de avond­uren. Van­daag maak ik mijn huis­werk.

MenuIndex en het einde.

Zondag, 22 maart 1987.
BW. is in Brussel.
Op 10.00 uur. Douche.
Brood eten.
Krant lezen.
Vrijdag kreeg ik twee QSL-kaar­ten*, waar­van één uit Bel­gië. Men­sen die op 14 fe­bru­a­ri 1987 met mijn ‘Roep­naam’ [Ra­dio­zend­ama­teur] ge­werkt had­den. Aan­ge­zien ik geen zen­der heb, kan dat niet.
Ik heb die twee men­sen een brief ge­stuurd.
Van 14.40 tot 15.50 le­ren.
Fietsen tot 16.40 uur.
Koken.
Eten.
Lezen.
Afwassen.
Van 19.40 tot 21.20 uur levren.
Nu 21.35 uur.

Tv en radio: klas­sie­ke mu­ziek.
Nu 23.15 uur.
Weer: lek­ker, half be­wolkt. Zon­nig, cir­ca 6°C. Wes­ten­wind.

*
Uit de Wi­ki­pe­dia: een QSL of QSL-kaart is een brief­kaart van 14 cm x 9 cm die ge­bruikt wordt door zend­ama­teurs als schrif­te­lijk be­wijs dat een be­paal­de ver­bin­ding heeft plaats­ge­von­den tus­sen twee sta­tions. De be­na­ming van de kaart komt van het woord QSL uit de Q-code wat wil zeg­gen “Ik be­ves­tig de ont­vangst.”

Te­rug.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
BW.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990.

3 maart 1987

Dagboek 1987

(Dag 5512) Ik woon al­leen in Eijs­den. Mijn vriend BW. woont in Brus­sel bij een nieuwe vriend. – Het is Car­na­val en ik heb va­kan­tie. – Op straat ont­moet ik mijn vo­ri­ge vriend HL. – Al sinds het ein­de van de ja­ren zes­tig heb ik een so­ci­ale fo­bie: tril­angst. Van­daag ver­tel er iets over, na­me­lijk hoe ik denk dit ver­schijn­sel te kun­nen be­strij­den.

MenuIndex en het einde.

Dinsdag, 3 maart 1987.
Carnaval: derde dag.
BW. is in Brussel.
Op 8.20 uur.
Gymnastiek: 25x push-ups en 80x buik­spier­oe­fe­nin­gen.
Nu 8.45 uur.
Weer: er ligt (ook op straat) een beet­je sneeuw.

Douche.
Deeg kneden. [Voor zuur­de­sem­brood.]
Brood eten.
Om 10.15 op de fiets naar Maastricht. (Het is koud.)
Ik spreek even met HL.
Ik zie Co v.d.W. (Docent Spaans.) Ook MC. (leer­ling Frans) die mij aan zijn vrouw voor­stelt.
Ik dacht dat het Con­cours van de Zaa­te Her­me­nie­kes* om 11.11 uur zou be­gin­nen en dat ik dus al te laat zou zijn. Het be­gint pas om 14.15 uur.
Ik ben even bij V&D binnen geweest. De rest van de tijd bui­ten, om een jon­gen­man heen ge­draaid. Hij is cir­ca 28 jaar (of ou­der) en een bui­ten­lan­der. Hij heeft een iets te ho­ge stem, spreekt Ne­der­lands, heeft een Zuid-Ame­ri­kaan­se neus, gro­te brui­ne, mooie ogen, zwart haar. Spreekt uit zich­zelf men­sen aan. Een ou­de­re vrouw en twee ou­de­re he­ren. Mij niet. Ik durf niet dich­ter­bij te ko­men. Hij is op de fiets. Hij draagt een rui­me broek. Er­gens in­tri­geert hij me, an­ders bleef ik ook geen twee­ën­half uur in de kou rond hem han­gen. Zijn ho­ge stem schrikt me ech­ter af.
Naar de Zaa­te Her­me­nie­kes kijken [op het Vrijt­hof] tot 15.15 uur. Dan fiets ik naar huis. Met be­we­gen van de vin­gers krijg ik mijn han­den niet meer warm. Door de kou ‘be­vrie­zen’ mijn her­se­nen: ik heb het ge­voel dronken te zijn, hoe­wel ik niets ge­dron­ken heb.
Thuis om 15.45 uur.
Na twee kof­fie en een beet­je cho­co­la­de kom ik weer bij.
Ik poets de gang en haal de spie­gel­kast uit de woon­kamer en plaats die in de gang.
De kamer is nu na­ge­noeg leeg. Met een bu­reau­lamp maak ik een lees­lamp boven de stoel.

Eten koken.
Ik probeer rus­tig en kalm (an­ders deed ik dat ook wel), maar voor­al wel­over­wo­gen te eten. Ik denk na­me­lijk dat het ge­bib­ber van de laat­ste tijd een sa­men­stel­ling is van fy­sie­ke en psy­cho­lo­gische span­nin­gen en dat rus­tig eten hier­in toch wel eni­ge ver­be­te­ring kan bren­gen.
Afwassen.
Brood bak­ken.
Ik start met het schrij­ven van een ro­man. Dit is ech­ter niet de eer­ste keer, maar wel de eer­ste keer waar ik ei­gen er­va­rin­gen in wil ver­wer­ken.
Een beetje eten van het verse brood.
Nu 23.20 uur.
Weer: vrijwel on­be­wolkt. Zon­nig. Uit de wind (dat kon bij­na niet, want dan zag ik die leu­ke man niet meer) in de zon, is het lek­ker, an­ders sterf ik van de kou, wat dus ook ge­beurt. Om 15.30 was het -4°C.

*
Zaate Hermeniekes: Dron­ken Har­mo­nie-or­kest­jes. Mu­ziek­groep­jes die over­al, ook op straat, in Maas­tricht op­tre­den tij­dens het Car­na­val. (Ook, in het dia­lect, ‘de‘ Car­na­val en tra­di­tio­neel: Vas­te­lao­vend.)
Op Car­na­vals­dins­dag is er een con­cours, waar­bij ie­de­re Zaa­te Her­me­nie elf pun­ten ver­dient voor de pre­sta­tie en een bos prei (‘poor‘) als prijs ont­vangt. Wi.

Te­rug.

Een so­ci­a­le fo­bie. Wi. Ik heb last van een tril­angst: tril­len­de han­den bij so­ci­a­le ge­beur­te­nis­sen, voor­al bij in­ter­ac­tie met an­de­ren. Heel vaak kan ik het ver­ber­gen, soms, als ik het zie aan­ko­men, slik ik een be­ta­blocker, soms drink ik al­co­hol, maar er zijn si­tu­a­ties waar bei­de mid­de­len geen op­los­sing bie­den, om­dat al­co­hol drin­ken niet ge­wenst is of om­dat ik geen be­ta­blockers bij mij heb wan­neer ik on­ver­wacht ge­acht word iets in of voor een groep te doen. Ik schaam me voor deze fo­bie en lijd er nog­al on­der. Met hulp van de psy­cho­lo­gen van IPZO in Nij­me­gen word ik er in 2003 de­fi­ni­tief van ver­lost. (IPZO.)

Te­rug.

Index

Index van ter­men:
Index van per­so­nen:
BW.
Index van lo­ca­ties:

Me­nuBe­ginHoofd­in­dex Over­zicht 1972-1990.